Jaarstukken BAR 2020 - versie zienswijzeprocedure.pdf
Tekst van het document
26
Trends en ontwikkelingen: een afname van het mentaal welbevinden: medewerkers die door stress, drukte of vermoeidheid minder scherp zijn, een toename van onzekerheid in het algemeen door de coronacrisis, een hogere werkbelasting van het personeel door een toename van de belasting van de lokale overheid en de invoering van nieuwe regelingen (zoals de steunmaatregelen), nieuwe- en gewijzigde wetten en regels vragen om bijkomende competenties, een onvolledige of uitblijvende invulling van die competenties vormen inmiddels een aanzienlijk risico, uitval personeel door (een hoger) ziekteverzuim.
3. Niet (kunnen) voldoen aan actuele wet- en regelgeving (Compliance) De verantwoordelijkheid voor het compliant zijn is verdeeld over verschillende rollen en staat onder druk door de invoering en wijzigingen van wetgeving en daarmee de uitbreiding van de gemeentelijke taken en plichten. Compliance-management is in onze GR BAR nog in ontwikkeling. Trends en ontwikkelingen: de invoering van de coronawet, waarbij snel nieuwe wetgeving is ingevoerd, er is nieuwe en complexe regelgeving ontstaan als gevolg van coronacrisis, de uitvoering van wetten en taken in het sociaal domein (Wmo, Participatie, Jeugdzorg) komt door een stijgende vraag in het gedrang, de uitvoering van de energietransitie komt in gedrang: komen de gemeenten de wettelijke taken nog na? onze GR BAR moet nog doorontwikkelen in resilience-management en resilience-strategie (veerkracht, herstellingsvermogen). 4. Invullen competenties die onvoldoende ontwikkeld / aanwezig zijn kost meer dan geraamd. Moeilijke werving door schaarste op arbeidsmarkt. Onze GR BAR geeft invulling aan de taken van de deelnemende gemeenten. Om invulling te geven aan de vereiste gemeentelijke architectuur moet continu een breed scala aan bedrijfsfuncties worden ingevuld. Dit is en blijft een grote uitdaging omdat het hier gaat over mensen en het invullen van competenties.
Trends en ontwikkelingen: door een toename van de werkloosheid komt er mogelijkerwijze ook een afname van de schaarste op de arbeidsmarkt (dit is nog niet bevestigd door onafhankelijke studies), het inwerken / binden van nieuwe medewerkers is digitaal lastig, een toename bij het eisen van kennis, ervaring en specifieke vaardigheden (competenties). 5. Achterblijvende ontwikkeling bedrijfsprocessen / -structuur Onze GR BAR investeert continu in het actualiseren en optimaliseren van de processen. De huidige omstandigheden waaronder moet worden gewerkt zijn uiteraard van invloed op het tempo. Trends en ontwikkelingen: een hogere werkdruk en stress door corona en het stellen van andere prioriteiten (afname welbevinden), de burgerparticipatie komt in het gedrang, de procesoptimalisatie wordt vertraagd door de beperkingen van de coronarichtlijnen / de lock-down / het nieuwe normaal, uitval van personeel door ziekteverzuim. 27
6. Risico’s met betrekking tot beheer / functie van binnen- en buitenaccommodaties Met name de accommodaties die worden ingezet / verhuurd voor sport en ontspanning staan veelal leeg door de coronacrisis. Wanneer deze wel, al dan niet deels, in gebruik zijn levert dat aanpassingen op door het coronaproof maken en houden van de accommodaties en de wijze van het begeleiden van de groepen die van de accommodaties gebruik maken. Trends en ontwikkelingen: uitval van personeel door ziekteverzuim, geen gebruik van de accommodaties en derhalve geen huurinkomsten. 7. Onvoldoende inzicht in en kennis van contracten De toenemende kwaliteit bij het contractmanagement binnen onze GR BAR hebben dit risico doen afnemen. Het omgevingsbeeld waarbinnen wordt geacteerd verandert echter sterk en zorgt voor veel uitdagingen. Trends en ontwikkelingen: een verdere digitalisering van de samenleving en een aantal diensten, discipline en communicatie van alle verschillende verantwoordelijken in een ketennetwerkorganisatie waarin de product- en dienstverlening plaatsvindt, toenemende volatiliteit, complexiteit en ambiguïteit. 8. Uitvallen materiaal / voertuigen buitendienst De coronacrisis en bijbehorende maatregelen hebben veel invloed op het beeld over 2020. Lange rijen bij de afvalstations, volle containers, glas- en GFT-bakken.
Het leverde uiteindelijk zelfs bijkomende veiligheidsrisico’s en noodzakelijke aanpassingen en richtlijnen op. Maar ook het door alle beperkingen veranderde gebruik van de buitenruimte levert een andere werkelijkheid op die bepalend is voor de inzetbaarheid van de voertuigen en materiaal. Trends en ontwikkelingen: een toename en veranderd gebruik van de buitenruimte, een toename van het gebruik van de afvaldiensten, een lage onderhoudsfrequentie op het materiaal uit kostenoverwegingen vormt een geaccepteerd risico. 9. Clusterrisico’s Fraude en Integriteit Door voldoende capaciteit toe te kennen aan een uitgebreide frauderisicoanalyse wordt de toezichthouder in positie gebracht om kritisch toezicht te houden op de uitvoering van het beleid. In 2020 is door de crisissituatie geen prioriteit gegeven aan de actualisatie. Inmiddels wordt dit met prioriteit in het integrale risicomanagementbeleid meegenomen. Trends en ontwikkelingen: risicoanalyse fraude en integriteit kan als onderdeel van een concernbreed risicoprofiel de aandacht verliezen, een verdere digitalisering van de samenleving en een aantal diensten, eerder in aanraking komen met criminaliserende omstandigheden / factoren. 10. Onvoorziene kosten doorontwikkeling BAR 2020 Veel van de bovengenoemde risico’s zijn van invloed op de doorontwikkeling van de BAR-organisatie.
De ervaringen en inzichten opgedaan in 2020 leren om realistisch om te gaan met de vele 28
onzekerheden in het zeer veranderlijke wereldbeeld. Trends en ontwikkelingen: gemeentelijke bedrijfsfuncties kunnen niet altijd (volledig) worden ingevuld, veranderde omstandigheden vragen om nieuwe vaardigheden, middelen en aanpassingstijd, het streven om de doorontwikkeling door te zetten en stabiel te blijven acteren als organisatie in crisistijd. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. De volgende zijn (in beginsel) relevant voor onze GR BAR. 1. Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Het geeft een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. In het algemeen geldt dat een laag percentage beter is dan een hoog. Berekening: Het totaal van de langlopende geldleningen, de korte schulden en de overlopende passiva gedeeld door 1% van de baten in de jaarrekening: 14.127.300 = 18,23% 1% van 77.508.600 2.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Dit kengetal is hetzelfde als 1 maar hier wordt ook rekening gehouden met de aan de activakant van de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar, het saldo van de liquide middelen en de overlopende activa. 5.620.200 = 7,25% 1% van 77.508.600 3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een gemeente / GR in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen (reserves) en de totale balansomvang. De solvabiliteit ligt tussen 0 en 100. Hoe hoger dit percentage is, des te gunstiger voor de financiële weerbaarheid. Berekening: Eigen vermogen gedeeld door het totaal van de passiva. Onze GR BAR heeft geen eigen vermogen (= reserves), de helft van de formule is dus 0. Een berekening van dit kengetal zou een vreemde uitkomst geven en is daarom niet gemaakt. Voor de kengetallen 1 en 2 geldt een percentage onder de 90% als goed. Bij een percentage tussen de 90 en 130% is waakzaamheid geboden bij het aangaan van nieuwe geldleningen. Een percentage boven de 130% wordt te hoog bevonden, dan is de schuldenlast eigenlijk te zwaar. Dit maakt dat de uitkomsten hierboven als goed zijn te kwalificeren. Dat komt mede omdat de financieringsbehoefte van onze GR BAR niet zo groot is.
29
2.2 Paragraaf Financiering Kaders De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). De beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. In het treasurystatuut van onze GR BAR zijn deze wettelijke kaders verder uitgewerkt. Het statuut schetst de context waarbinnen we het treasurybeleid van onze GR vormgeven en beschrijft de bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de treasuryfunctie. In 2020 zijn de kaders zoals vastgelegd in het treasurystatuut gehanteerd. Afdekken reguliere exploitatiekosten en totaalfinanciering Om de treasuryfunctie adequaat te kunnen invullen is de beschikbaarheid van juiste, tijdige en volledige financiële informatie, zoals een betrouwbare liquiditeitsplanning, van essentieel belang. De periodieke bevoorschotting van onze GR BAR door de deelnemende gemeenten is zoveel mogelijk afgestemd op de financieringsbehoefte en dekken de uitgaande kasstroom van de reguliere exploitatie af. Hierdoor hoeft onze GR BAR over het algemeen geen geldleningen af te sluiten. Eind juli 2020 is een kasgeldlening van € 2.000.000 afgesloten met een looptijd van twaalf dagen en een rentepercentage van -0,2%. Schatkistbankieren Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist.
Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het daarvoor geldende drempelbedrag. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal. Met onze huisbankier, de Rabobank, is afgesproken dat dagelijks automatisch wordt afgeroomd naar de schatkist wanneer het saldo hoger is dan € 350.000. In de Toelichting op de balans in deze jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over het totaal aan middelen dat per kwartaal buiten de schatkist is gehouden. Uit het daar opgenomen overzicht blijkt dat het drempelbedrag in 2020 in geen enkel kwartaal is overschreden. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De rentevergoeding voor deze deposito’s bedroeg in 2020 0%. Mede daarom is van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat onze GR BAR financiering met externe middelen zoveel mogelijk beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee worden de renterisico’s beperkt en het renteresultaat geoptimaliseerd. Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn materiële vaste activa, betrekking hebbend op de bedrijfsvoering, door de deelnemende gemeenten overgedragen aan de GR BAR. Per gemeente is destijds een lening verstrekt ter financiering van deze overname.
In 2020 zijn er geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken.
30
Overzicht langlopende geldleningen:
Renterisicobeheer Risicobeheersing is één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: de kasgeldlimiet, die betrekking heeft op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar; de renterisiconorm, die betrekking heeft op leningen met een looptijd vanaf één jaar. Deze twee onderdelen hebben als doel de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijgingen te beperken. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximumbedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de decentrale overheid haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote gevolgen hebben voor de rentelasten tijdens het boekjaar. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen dienen deze rapportages te worden toegezonden aan de provincie, met daarbij een plan om weer te gaan voldoen aan de kasgeldlimiet Uit onderstaand schema is af te lezen dat onze GR BAR in 2020 in alle kwartalen onder de gestelde kasgeldlimiet is gebleven.
31
Renterisiconorm Volgens de renterisiconorm komt jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Het doel is de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Herfinanciering is het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of voor aflossingen op de bestaande leningen. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Uit onderstaand overzicht blijkt dat onze GR BAR in 2020 onder de renterisiconorm is gebleven.
Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening heeft het BBV onderstaand schema voorgeschreven: Renteschema 2020 - werkelijke cijfers Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat
10.900 0 100 10.800 11.300 -500
32
2.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Huisvesting Onze GR BAR maakt gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). Ten aanzien van de huisvesting is een aantal jaren geleden besloten de eigendomsverhouding van de gebouwen ongemoeid te laten. Onze GR BAR heeft de gebouwen om niet in gebruik van de gemeenten. Het gemeentehuis van Barendrecht en de gemeentewerf Londen zijn eigendom van de gemeente Barendrecht. Het gemeentehuis van Albrandswaard wordt gehuurd van een derde partij totdat het nieuwe Huis van Albrandswaard in 2021 is opgeleverd en in gebruik wordt genomen. De gemeente Albrandswaard heeft de gemeentewerf Nijverheidsweg in eigendom en verhuurt die aan de NV BAR-Afvalbeheer. De gemeente Ridderkerk heeft het gemeentehuis van Ridderkerk in eigendom. Voertuigen Na een lange aanbestedingsprocedure werd voor de lease van het wagenpark van de buitendienst begin 2019 een contract afgesloten. Met het sluiten van de leaseovereenkomst kon tegelijkertijd het wagenpark verduurzaamd worden. In afwachting van de gemeentelijke besluitvorming over het benodigde budget werd half mei 2019 overgegaan tot een beperkte bestelling van 13 voertuigen met bijbehorend strooimaterieel. Door lange levertijden werden in 2019 maar 5 voertuigen geleverd. Het resterend gedeelte werd begin 2020 geleverd. In maart 2020 zijn de vervolgbestellingen opgepakt.
Inmiddels zijn er in 2020 13 voertuigen en 1 aangedreven veegmachine aangeschaft. De leveringen hebben onder druk gestaan van de coronacrisis. Mede daardoor staan er eind 2020 nog 7 voertuigen in bestelling waarvan het de verwachting is dat deze begin 2021 worden geleverd. Het “oude wagenpark” neemt af en inmiddels vallen er 26 voertuigen, 1 aangedreven veegmachine en 14 strooiers onder de leaseconstructie. Met het oog op de aan de leaseconstructie gerelateerde verduurzaming van het wagenpark kan gemeld worden dat hiervan 6 voertuigen elektrisch worden aangedreven, er 2 hybride voertuigen rijden en er 18 voertuigen op duurzame brandstof (HVO) rijden. Van de voertuigen die in bestelling staan zijn er 2 hybride en worden er 5 elektrisch aangedreven. Door de nasleep van 2019 en de coronaperikelen in 2020 is het beschikbare budget voor het leasen van de voertuigen in 2020 maar voor een deel aangewend. I&A investeringen (Informatie en Automatisering) Ook voor I&A heeft 2020 voor een belangrijk deel in het teken gestaan van corona. Met spoedoplossingen voor digitaal vergaderen in de brede zin (MS-Teams), digitaal vergaderen en besluiten voor de gemeenteraden en ondersteuning van de Tozo (de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) is veel capaciteit, tijd en investeringsbudget gerelateerd geweest aan corona.
Informatieveiligheid en privacy blijven cruciale aandachtsgebieden. De recente gebeurtenissen bij de gemeente Hof van Twente hebben eens te meer aangegeven hoe belangrijk dit onderwerp is. Dit jaar is binnen de bestaande middelen fors ingezet op datagedreven werken. Met een verschuiving van capaciteit richting datagedreven werken, een professionalisering van het voorbrengingsproces van dashboards en rapportages, een volwassenheidsmeting en helder opdrachtgeverschap vanuit de directieraad heeft het datagedreven werken een goede doorstart gemaakt.
33
Het verdere uitstel van de Omgevingswet heeft niet betekend dat de werkzaamheden vanuit I&A vertraging oplopen. Er is hard gewerkt aan de keus voor een softwarepakket ter ondersteuning van deze wet en aan het vaststellen van nieuwe werkwijzen en processen. Naast de Omgevingswet is er aandacht geweest voor andere wetgeving die onze informatievoorziening raakt zoals de Wet elektronische publicaties, de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer, de Wet open overheid en de wet met betrekking tot de digitale toegankelijkheid. Er wordt in toenemende mate geografisch-georiënteerd gewerkt. Zo is het afgelopen jaar gewerkt aan de vervanging van de softwareoplossing voor het MOR-proces (Meldingen Openbare Ruimte). Dit proces - voor dienstverlening belangrijk vanuit volume en zichtbaarheid - is nu gerealiseerd op basis van een gebruiksvriendelijke, kaart-georiënteerde oplossing die naar verwachting in het eerste kwartaal van 2021 ‘live’ zal gaan. Ook de verdergaande digitalisering en het aanbieden van ‘eDiensten’ aan onze burgers en bedrijven is in 2020 gecontinueerd met onder meer de eDiensten voor burgerzaken. Er zijn meerdere investeringen gedaan om de organisatie te ondersteunen bij het volledig op afstand werken.
Dit is met name gebeurd voor het digitaal vergaderen en voor het faciliteren van onze medewerkers bij het thuiswerken, bijvoorbeeld met laptops en mobiele toestellen. Er zijn ook capaciteitsvergrotingen (netwerk/licentie) gedaan om zorg te dragen voor een stabiele werking. Verder zijn er twee investeringen gedaan in het vervangen van de hardware in de computerruimte. Dit betrof de CPU/memory capaciteit en een vernieuwing/uitbreiding van de opslagcapaciteit. Deze investering past tevens in het beleid voor verschuiving van diensten. De al eerder benoemde verschuiving van ‘aanschaf’ naar ‘diensten’ (cloud, Software as a Service) zet door en in 2020 is inderdaad de voorspelde verschuiving van investeringslasten naar exploitatielasten zichtbaar.
2.4 Paragraaf Bedrijfsvoering Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). In de paragraaf in de begroting moet ten minste inzicht worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. En in het jaarverslag moet hierover verantwoording worden afgelegd. Omdat onze GR BAR alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in de programmaverantwoording van deze jaarstukken en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig. Naast de hierboven opgenomen paragrafen zijn in het BVV nog drie paragrafen verplicht voorgeschreven: lokale heffingen, verbonden partijen en grondbeleid. Aangezien die niet van toepassing zijn op onze GR BAR zijn ze niet opgenomen.
34
B.
Jaarrekening 2020 gemeenschappelijke regeling BAR
35
3.1 Balans ACTIVA Nr.
Omschrijving
31-12-2020
1.
Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut - Investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut
5.888.700
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Liquide middelen - Bank- en girosaldi
6.623.200 6.619.800
5.888.700 -
Totaal vaste activa 2.
31-12-2019
3.400 5.888.700
6.623.200
6.866.900
7.238.300
300.300 6.440.000
214.200 6.979.500
126.600
44.600 144.800
144.800
Overlopende activa - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te onvangen bedragen van: Europese overheidslichamen - overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
358.300 358.300
1.495.400
1.058.000
498.100
498.100
997.300
559.900
Totaal vlottende activa
8.507.100
8.654.600
Totaal-generaal
14.395.800
15.277.800
36
PASSIVA Nr.
Omschrijving
31-12-2020
3.
Vaste passiva Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van: Openbare lichamen Totaal vaste passiva
4.
Vlottende passiva Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichten van vergelijkbaar volume - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
31-12-2019
268.500 268.500
582.400 582.400
156.300 156.300
280.600 280.600
424.800
863.000
9.214.500
11.047.100
9.214.500
11.047.100 4.756.500
3.367.700
4.756.500
3.350.900
0
16.800
Totaal vlottende passiva
13.971.000
14.414.800
Totaal-generaal
14.395.800
15.277.800
37
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (oftewel het BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten en regels voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie staan. Algemene grondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die bekend worden na het opmaken van de jaarrekening en die nadere, voor het inzicht van het algemeen bestuur onontbeerlijke, informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, worden in de jaarrekening verwerkt tot aan het moment van vaststelling van de jaarrekening. Het gaat dan om gebeurtenissen met materiële bedragen ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans Investeringen (activa) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht en in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven gedurende de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. (Met ingang van het boekjaar 2017 worden investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut net als investeringen met een economisch nut geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur wordt afgeschreven.) De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting, c.q. het voorzienbare verlies. Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
38
Onze GR BAR heeft een Nota activabeleid 2015 die op 15 december 2015 is vastgesteld. Er wordt gestart met afschrijven op 1 januari van het jaar volgend op het jaar dat het actief in gebruik is genomen. In de Nota zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Omschrijving activa
Afschrijvingstermijn
Investeringen met een economisch nut Gebouwen Telefooncentrales
5
Vervoermiddelen Traktoren
15
Vrachtwagens
8
Reinigingsophaalwagens
8
Veegwagens
8
Aanhangwagens
8
Personenwagens
8
Overige gemeentelijke bedrijfswagens
8
Onderhoudsmaterieel
5
Machines, apparaten en installaties Borstelmachines, sneeuwblazers, schuivers
10
Automatiseringsapparatuur
4
Gereedschap
10
Software
5
Software basisadministratie, bijv Key2,GBA
5
Netwerk en bekabeling
4
Audio-visuele middelen
4
Overige tele-communicatieapparatuur
5
Overige materiële vaste activa Inventaris / Meubilair / Stoffering
10
Immateriële vaste avtiva Kosten van onderzoek en ontwikkeling
5
39
3.2 Toelichting op de balans ACTIVA 1. Vaste activa Materiële vaste activa
stand Omschrijving
31-12-2019
vermeerdering
vermindering
afschrijvingen
stand
bijdragen van afwaardering derden
31-122020
Materiele vaste activa met economisch nut Bedrijfsgebouwen
878.400
Machines, apparaten, installaties
75.700
802.700
1.140.200
2.720.100
116.800
302.300
590.300
2.063.600
3.139.100
721.100
383.500
35.600
Overige materiële activa
2.218.800
435.100
subtotaal
6.619.800
1.191.800
1.923.000
1.191.800
1.926.400
Vervoermiddelen
5.888.700
Materiele vaste activa met maatschappelijk nut Machines, apparaten, installaties
3.400
TOTAAL
2.
6.623.200
3.400 5.888.700
Vlottende activa
Uitzettingen met rente-typische looptijd korter dan één jaar Deze uitzettingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, namelijk vorderingen op openbare lichamen, uitzettingen in ’s Rijks schatkist en overige vorderingen. In onderstaande tabel is een specificatie weergegeven met daaronder een toelichting. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
saldo 31-12-2019
mutaties
saldo 31-12-2020
Vorderingen op openbare lichamen: -
Verrekening met gemeenten
110.700
159.200
269.900
-
Overige semi overheid
103.500
-73.100
30.400
214.200
86.100
300.300
6.979.500
-539.500
6.440.000
44.600
82.000
126.600
7.238.300
-371.400
6.866.900
Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Totaal
Vorderingen op openbare lichamen Deze vorderingen hebben betrekking op vorderingen op openbare lichamen. Eind 2020 bedraagt deze post € 300.300. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Op 31 december 2020 is een bedrag van € 6.440.000 gestald in ’s Rijks schatkist. Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen privaatrechtelijke debiteuren. Eind 2020 bedraagt dit € 126.600.
40
Schatkistbankieren Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. Zie voor een nadere toelichting de paragraaf Financiering. Hieronder volgt een overzicht waaruit het totaal aan middelen is opgenomen dat per kwartaal buiten de schatkist is aangehouden. Het drempelbedrag is daarbij in geen enkel kwartaal overschreden. Drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal 2020
68.907.200
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
0,75%
Drempelbedrag
516.800 Afwijking t.o.v. drempelbedrag *) 1e kwartaal
-253.145
2e kwartaal
-207.370
3e kwartaal
-193.720
4e kwartaal
-216.455
*) Een positief bedrag betekent dat het gemiddelde saldo op de rekening courant hoger was dan het drempelbedrag. Bij een negatief bedrag is onder het drempelbedrag gebleven. Dat laatste is voor alle kwartalen het geval geweest. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de banksaldi die als volgt zijn opgebouwd: Liquide middelen Rabobank BAR-Organisatie Rabobank BAR-Organisatie Ideal Totaal
saldo 31-12-2019
mutatie
saldo 31-12-2020
350.000
-206.000
144.000
8.300
-7.500
800
358.300
-213.500
144.800
Overlopende activa Overlopende activa A. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotsbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkering met een specifiek doel. B. overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
saldo 31-12-2019
mutatie
saldo 31-12-2020
498.100
-
498.100
- Nog te ontvangen bedragen
53.300
401.900
455.200
- Vooruitbetaalde bedragen
451.700
53.400
505.100
- Kruisposten
5.600
-5.600
-
- VPB betaalrekening
48.900
-33.900
15.000
- Voorschotten salarissen
400
-400
-
- Tussenrekening salarissen
-
22.000
22.000
1.058.000
437.400
1.495.400
Totaal
41
saldo 31-12-2019
toevoegingen
ontvangen bedragen
saldo 31-12-2020
EU: Europees Sociaal fonds met betrekking op re-integratie
498.100
-
-
498.100
Totaal
498.100
-
-
498.100
ad. A.
PASSIVA 3.
Vaste passiva
Eigen vermogen Onze GR BAR heeft per 31 december 2020 geen reserves. Voorzieningen Voorzieningen
saldo toevoegingen 31-12-2019
t.g.v. rekening
aanwending
saldo 31-12-2020
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
582.400
30.400
-212.900
-131.500
268.500
Totaal
582.400
30.400
-212.900
-131.500
268.500
Met een aantal medewerkers zijn afspraken gemaakt over vervroegde pensionering en begeleide uitdiensttreding. De financiële gevolgen moeten op grond van de boekhoudvoorschriften (het BBV) in één keer ten laste van het dienstjaar komen waarin de afspraken zijn gemaakt. Dit gebeurt in 2020 door het toevoegen van een bedrag van € 30.400 aan deze voorziening ter dekking van de financiële gevolgen van nieuwe afspraken die de komende jaren volgen. Die uitgaven zullen nog een aantal jaren doorlopen. Er is voor € 131.500 over de voorziening beschikt voor de uitgaven die ten laste van 2020 zijn gekomen. Doordat een aantal medewerkers inmiddels een nieuwe baan heeft zijn de WWverplichtingen komen te vervallen. Hierdoor kan een bedrag van € 212.900 vrijvallen. Vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn voor de overdacht van de vaste activa van de gemeenten naar de GR BAR geldleningen afgesloten met de deelnemende gemeenten. Zie hiervoor ook de toelichting in de paragraaf Financiering. Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Openbare lichamen
saldo 31-12-2019
mutatie
saldo 31-12-2020
Rente
- Gemeente Barendrecht
73.100
-30.200
42.900
3.200
- Gemeente Albrandswaard
130.900
-60.200
70.700
2.200
- Gemeente Ridderkerk
76.600
-33.900
42.700
5.500
Totaal
280.600
-124.300
156.300
10.900
42
4.
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
saldo 31-12-2019
mutatie
saldo 31-12-2020
Verrekening met gemeenten
2.663.100
-2.625.800
37.300
Overige semi overheid
6.381.500
879.800
7.261.300
Overige crediteuren
1.979.500
-63.600
1.915.900
Overige schulden:
Tussenrekeningen Totaal
23.000
-23.000
-
11.047.100
-1.832.600
9.214.500
De verrekening met de gemeenten is ruim € 2,6 miljoen lager dan vorig jaar. Dit heeft te maken met het toepassen van de Koepelvrijstelling voor 2014 - 2017 die de belastingdienst begin 2019 had gehonoreerd en de daarmee samenhangende belastingrente. Eind 2019 moest die belastingrente nog verrekend worden met de gemeenten. Inmiddels is dat afgewikkeld. Tussenrekeningen De specificatie van het saldo tussenrekeningen staat in onderstaand overzicht. saldo 31-12-2019
mutatie
saldo 31-12-2020
Tussenrekening salarissen
16.300
-16.300
-
Tussenrekening Internetkassa Publiekzaken
6.700
-6.700
-
Totaal
23.000
-23.000
-
Tussenrekeningen
Overlopende passiva Overlopende passiva
saldo 31-12-2019
mutatie
saldo 31-12-2020
Nog te betalen bedragen
2.635.800
1.098.800
3.734.600
Af te dragen premies
715.100
107.900
823.000
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
16.800
-16.800
-
Voorschotten salarissen
-
600
600
Vooruitontvangen Subreg.Samenwerking (Expl.509050)
-
198.300
198.300
3.367.700
1.388.800
4.756.500
Totaal
43
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Contracten Voor de multifunctionals - inclusief repromachine - is na een Europese aanbesteding een contract met OSN Nederland afgesloten. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en de einddatum is 31 januari 2024, met een optie tot verlenging van twee maal twaalf maanden. De in de begroting opgenomen kosten voor dit contract bedragen € 68.000 en omvat afdrukkosten, huur inclusief onderhoud en het oplossen van storingen, losse bestellingen en eventuele kosten van reparatiewerkzaamheden die buiten het contract vallen. Onder het totale budget voor kantoormachines, dat hoger is dan dit contract, vallen ook de contracten voor de frankeermachine, couverteermachines en plotters. Voor de drankenautomaten heeft in 2017 een Europese aanbesteding plaatsgevonden en is een contract met Pelican Rouge (inmiddels Selecta) afgesloten. Het contract is gestart op 1 augustus 2017 en eindigt van rechtswege op 31 juli 2022, met een optie tot verlengen van twee maal twaalf maanden. Het gaat om een full service contract waarbij een vaste, integrale consumptieprijs per tik is afgesproken. Het totaalbudget voor dit account is € 150.000 per jaar. Vennootschapsbelasting Sinds 2016 heeft onze GR BAR te maken met vennootschapsbelasting (Vpb) en wordt er Vpb betaald over de winst die met ondernemingsactiviteiten wordt behaald.
Tot en met 2019 zijn definitieve aangiften vennootschapsbelasting ingediend. Op dit moment is alleen de definitieve aanslag over 2016 ontvangen. Deze is conform de ingediende aangifte 2016 vastgesteld en is daarmee ook conform de daarbij gehanteerde standpunten. Voor het belastingjaar 2020 wordt in de loop van het jaar 2021 de aangifte opgesteld en ingestuurd. Hier liggen immers de werkelijke cijfers over het jaar 2020 aan ten grondslag. De Vpb-last 2020 wordt ingeschat op € 14.300 en dit is verwerkt in deze jaarrekening. De verwachting is verder dat de Belastingdienst de aanslagen Vpb 2017, 2018 en 2019 ook conform de aangifte zal vaststellen. Voor het jaar2020 moeten de berekeningen nog definitief worden gemaakt en moet de definitieve aangifte nog worden ingediend. Hier kunnen nog financiële correcties uit voortvloeien, maar die zullen naar de mening van onze GR BAR niet materieel zijn. Afwikkeling lopende geschillen Op het moment van opstellen van deze jaarrekening lopen er geen geschillen.
44
3.3 Overzicht van baten en lasten 2020 Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BVV) worden in dit overzicht de baten en lasten per programma weergegeven. Onze GR BAR heeft echter maar één programma: Bedrijfsvoering. Wel zijn de baten en de lasten gerubriceerd naar enkele kostensoorten. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Rekening 2019
Begroting 2020
Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting
-61.645.100 -762.900 -1.427.100 -3.500 -2.763.000 -536.000 -5.300
-57.476.200 -761.900 -1.262.300 -4.800 -2.575.900 -570.800 -21.000
-8.879.600 -542.800 181.500 -71.600 67.000 -672.800 -
begroting na wijziging -66.355.800 -1.304.700 -1.080.800 -76.400 -2.508.900 -1.243.600 -21.000
Overige bedrijfsvoering
-8.344.500 -75.487.400
-6.234.400
-108.600
-68.907.300
891.100 13.400 91.100 4.500 1.708.400 72.538.700 240.200 75.487.400
1.449.200 73.500 581.600 66.802.900 68.907.300
Lasten
TOTAAL LASTEN
wijziging
werkelijk
verschil
-66.357.000 -725.000 -1.184.700 -87.500 -2.867.000 -773.500 -13.900
-1.200 579.700 -103.900 -11.100 -358.100 470.100 7.100
-6.343.000
-5.500.000
843.000
-10.026.900
-78.934.200
-77.508.600
1.425.600
-758.800 5.000 -73.100 9.832.100 1.021.800 10.026.900
690.400 5.000 73.500 508.500 76.635.000 1.021.800 78.934.200
1.093.200 7.100 73.500 584.300 74.425.700 1.324.800 77.508.600
402.800 2.100 75.800 -2.209.300 303.000 -1.425.600
Baten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdrage deelnemende gemeenten Corona bijdrage Correctie beginbalans 2019 TOTAAL BATEN Totaal saldo van baten en lasten Saldo Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdragen gemeenten: Coronakosten Correctie beginbalans 2019 Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten) Bijdrage deelnemende gemeenten Totaal saldo van baten en lasten Reserve mutaties Gerealiseerd resultaat
-
-
-
-
Rekening 2019
Begroting 2020
wijziging
-60.754.000 -762.900 -1.413.700 -3.500 -2.671.900 -531.500 -5.300 -6.636.100 240.200
-56.027.000 -761.900 -1.262.300 -4.800 -2.502.400 -570.800 -21.000 -5.652.800 -
-9.638.400 -542.800 186.500 -71.600 67.000 -672.800 -181.700 1.021.800 -
begroting na wijziging -65.665.400 -1.304.700 -1.075.800 -76.400 -2.435.400 -1.243.600 -21.000 -5.834.500 1.021.800 -
-72.538.700
-66.803.000
-9.832.000
72.538.700 -
66.803.000 -
9.832.000 -
werkelijk
verschil
-65.263.800 -725.000 -1.177.600 -87.500 -2.793.500 -773.500 -13.900 -4.915.700 1.324.800 -
401.600 579.700 -101.800 -11.100 -358.100 470.100 7.100 918.800 303.000 -
-76.635.000
-74.425.700
2.209.300
76.635.000 -
74.425.700 -
-2.209.300 -
45
3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten Rekeningsaldo 2020 Het resultaat van de GR BAR over 2020 is € 2.209.300 positief. In dat saldo zit begrepen het voorschot dat op de afrekening van het rekeningsaldo is genomen doordat de in 2020 voor corona gemaakte kosten al op voorhand naar de gemeenten zijn doorberekend. Zie ook de toelichting bij het onderdeel Bijdragen deelnemende gemeenten op bladzijde 50. De totale begrote bijdrage van de deelnemende gemeenten bedraagt € 76.635.000. De werkelijke lasten 2020 voor de GR BAR zijn per saldo € 74.425.700. Het rekeningoverschot 2020 ad € 2.209.300 is vervolgens via de bijdragen verrekend met de gemeenten, c.q. de gemeenten hebben geld teruggekregen. Dit gebeurt in het dienstjaar 2020. Dit is verwerkt in het Overzicht van baten en lasten waardoor het overzicht in 2020 sluit op € 0. Vier jaaroverschrijdende projecten In het rekeningsaldo zitten de overschotten bij vier jaaroverschrijdende projecten verwerkt. Dit zijn incidentele budgetten die op het eind van het jaar tegen de verwachting in niet of nog niet geheel zijn afgerond waardoor het budget doorschuift naar het volgende begrotingsjaar. De gemeenteraden hebben voor deze incidentele projecten middelen beschikbaar gesteld. De afspraak is dat onze GR BAR geen budget mag doorschuiven naar volgende jaren.
Het rekeningsaldo wordt ieder jaar verrekend met de gemeenten / de gemeentelijke bijdragen. Met de verrekening van het rekeningsaldo gaan deze overschotten ook naar de gemeenten. Om het mogelijk te maken de al eerder beschikbaar gestelde budgetten ook in 2021 te kunnen gebruiken verzoeken wij de drie gemeenten om bij hun jaarrekeningen via de resultaatbestemming deze vier overschotten door te schuiven naar 2021 en in 2021 opnieuw ter beschikking te stellen aan onze GR BAR. Dat gebeurt dan in de 1e tussenrapportages 2021 van de gemeenten en de GR BAR. Het gaat dit jaar om de volgende budgetten: 1. Implementatie Omgevingswet: overschot € 345.600. Medio 2020 werd bekend dat de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2021 wordt uitgesteld naar 1 januari 2022. Dit uitstel houdt verband met een tegenvallende ontwikkeling van het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet. Ook corona was van invloed op het uitstel. Het programma Omgevingswet is op deze ontwikkelingen aangepast. In 2020 zijn hierdoor alleen kosten gemaakt voor personeel en het organiseren van bijeenkomsten. Om te kunnen voldoen aan de wettelijke invoeringseisen is het noodzakelijk dat het resterende programmabudget van 2020 doorschuift naar 2021.
Het grootste deel van de geplande uitgaven voor met name ICT (software voor VTH (Vergunningverlening, toezicht en handhaving), Toepasbare regels en Omgevingsplannen) zal worden gemaakt vanaf 2021. 2. Uitvoeringsplan Fiscale Control: overschot € 37.500. In de 2e tussenrapportage 2020 is een budget van € 50.000 beschikbaar gesteld voor een fiscaal uitvoeringsplan in verband met de ontwikkeling bij de Belastingdienst naar een nieuw en zwaarder toezichtskader vanaf 2022. In vervolg hierop is eind 2020 het uitvoeringsplan ‘Optimalisatie fiscale beheersing 20212022 BAR in verband met doorontwikkeling Horizontaal Toezicht Belastingdienst’ opgesteld en op 17 februari 2021 besproken in het Dagelijks Bestuur. In dit uitvoeringsplan zijn twaalf acties uitgewerkt, waaronder: o het uitvoeren en structureel borgen van de 18 maatregelen / bevindingen vanuit de 46
btw-onderzoeken 2019, elk kwartaal per bedrijf een fiscale steekproef trekken conform de controleaanpak van de Belastingdienst, o het invoeren en onderhouden van een fiscale risicocatalogus, o ‘open vizier’ overleggen met de Belastingdienst om te bezien of we voor alle vier de bedrijven in aanmerking kunnen komen voor een convenant Horizontaal Toezicht, waarbij we kunnen aantonen dat we toewerken naar de door de Belastingdienst gewenste doorontwikkeling en dat die gereed is per eind 2022, o het geven van een aantal gerichte in company fiscale cursussen. Van het beschikbaar gestelde budget van € 50.000 is in 2020 € 12.500 uitgegeven voor het uitvoeren van btw-onderzoeken 2019. Dit om te weten te komen waar we fiscaal gezien ‘staan’ en om suppletieaangiften 2019 voor de drie gemeenten te kunnen doen. De andere acties dienen in vooral 2021 en 2022 uitgevoerd te worden waarbij het dit jaar overgebleven budget van € 37.500 nodig zal zijn. o
3. Project GIDS: overschot € 369.400. Voor de afronding van GIDS was in 2020 een budget van € 479.300 beschikbaar. Dit bedrag was bedoeld voor de afronding en implementatie van meerdere projecten die onder GIDS vallen. Bij al deze projecten speelt ICT een belangrijke rol. Covid-19 heeft de uitvoering van een aantal projecten vertraagd. Zo had de invoering van de robot voor de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) op dat moment een hogere prioriteit dan bijvoorbeeld de digitalisering van post- en archiefzaken. Dit neemt niet weg dat de projecten waarvoor budgetoverheveling wordt gevraagd noodzakelijk zijn voor een goede dienstverlening en/of borging van de rechtmatigheid. Het naar 2021 door te schuiven overschot is bestemd voor de hieronder genoemde vier projecten. Daarnaast is inmiddels bekend geworden dat er kosten zullen komen voor het niet verlengen van enkele jaarcontracten van medewerkers wat WW-verplichtingen met zich meebrengt. 1 2 3 4
Digitalisering post- en archiefzaken Implementatie e-diensten inkomen Opzetten en implementatie kwaliteitsmanagement Informatievoorziening contractmanagement Niet verlengen enkele jaarcontracten Totaal
133.200 51.000 30.000 25.000 130.200 369.400
4. Strategische Personeelsplanning (SPP): overschot € 218.000 Voor het SPP was in 2020 een budget beschikbaar gesteld van € 560.000. Dit budget is niet volledig benut omdat veel interventies vanwege de beperkende coronamaatregelen in 2020 niet gerealiseerd konden worden. Dit gold voor talentontwikkeling, duurzame inzetbaarheid, (team)coaching en mobiliteit. Het voorstel is daarom het restant van het budget over te hevelen naar 2021 zodat de geplande interventies alsnog uitgevoerd kunnen worden. Verrekenen (teruggeven) overschotten jaaroverschrijdende projecten met gemeenten De overschotten bij de jaaroverschrijdende projecten maken onderdeel uit van het rekeningsaldo. Het rekeningsaldo wordt conform afspraak volgens de procentuele verdeelsleutel voor het standaardwerk verrekend met de gemeenten: Barendrecht 38,99%, Albrandswaard 20,29% en Ridderkerk 40,72%.
47
Rekeningsaldo exclusief jaaroverschrijdende projecten De overschotten bij de jaaroverschrijdende projecten tellen dit jaar op tot € 970.500. Omdat de GR BAR de gemeenten gaat vragen deze overschotten in hun jaarrekeningen door te schuiven naar 2021 om het in 2021 te mogen besteden (waarbij de gemeenten het geld dus weer ter beschikking stellen aan onze GR BAR) is het voor een volledig inzicht goed te vermelden dat zonder die jaaroverschrijdende projecten het rekeningsaldo (€ 2.209.300 - € 970.500 =) € 1.238.800 bedraagt. Toelichting per kostensoort V = voordeel / N = nadeel
Bedrag V/N
Salariskosten (inclusief inhuur) € 401.600 V De salariskosten betreffen de loonkosten, vacatureruimte, beloningsdifferentiatie, ambtsjubilea, kosten woon-werkverkeer / dienstreizen en inhuur derden. Het betreft het saldo van flink wat begrotingsposten, namelijk die van alle clusters en teams en dit jaar levert dat een voordeel op. Aan de lastenkant van de salariskosten is er een klein nadeel van € 1.200. Het voordeel van € 401.600 dat hier per saldo is ontstaan zit aan de batenkant en wordt veroorzaakt door niet begrote vergoedingen voor uitgeleend en gedetacheerd personeel en een vrijval uit de voorziening afvloeiing personeelsbestand omdat van een aantal medewerkers de WWuitkeringen zijn beëindigd nadat zij een andere baan hadden gevonden. De afwijking is 0,6% ten opzichte van het begrote bedrag voor de salarissen (€ 66.355.800). Opleidingen € 579.700 De belangrijkste oorzaak van dit voordeel is het niet volledig benutten van het budget voor de Strategische Personeelsplanning (SPP). Zie ook de toelichting bij het overzicht van de jaaroverschrijdende projecten op bladzijde 47.
V
Overige personeelslasten € -101.800 N De overige personeelslasten bestaan onder meer uit de budgetten voor werving en selectie, arboen verzuimbegeleiding, personeels- en salarisadministratie (PSA) en HRM-systemen, jubilea en recepties, introductiedagen, dienstkleding en de zogeheten Werkkostenregeling. Onder de werkkostenregeling vallen kosten zoals representatie, bindingsdagen, werklunches, bedrijfskantine, contributie vakvereniging, bijdrage personeelsvereniging en maaltijdvergoedingen. Hier is per saldo een nadeel van € 101.800. Dit wordt veroorzaakt door kleine verschillen bij een groot aantal, qua omvang veelal geringe budgetten waarover niet zo veel te melden valt. Huisvestingskosten € -11.100 N Onze GR BAR maakt om niet gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). De huisvestingskosten in de BAR-begroting betreffen de kapitaallasten voor een verbouwing van gemeentewerf de Londen - die ten behoeve van alle drie de gemeenten is gedaan - en budget voor klein onderhoud. Er zijn geen bijzondere afwijkingen. ICT € -358.100 N Het nadeel van € 358.100 wordt met name veroorzaakt door de volgende twee overschrijdingen. Bij de post onderhoud software is een nadeel van € 248.400. De kosten voor het gebruik van Microsoft software zijn gestegen en er zijn extra producten ingezet 48
om de gebruikers alle functionaliteiten te kunnen blijven bieden voor de thuiswerksituatie. Dit gecombineerd met wederom een groter aantal gebruikers dat voorzien moet worden van alle licenties. Ook zijn de kosten voor het onderhoud van de telefooncentrale gestegen. De bedoeling was deze te vervangen. Onze GR BAR is aangesloten bij het landelijke initiatief GT Connect, een gezamenlijke aanbesteding in VNG-verband voor de vervanging van de telefooncentrale. Maar deze aanbesteding is helaas vertraagd en naar recent bekend is geworden zal deze via de rechtbank ontbonden gaan worden. Er is voor gekozen de huidige licenties te verlengen. Voorts is er extra geld uitgegeven aan het onderhoud en de verlenging van supportcontracten voor verschillende hardware-onderdelen. Deze onderdelen zijn in december 2020 middels een aanbesteding vervangen. Momenteel worden stappen gezet met het Cloud beleid (plus het project I&A verandert) waarbij gebruik gemaakt wordt van Cloud- en SaaS-oplossingen (software as a service). Hiermee is in 2020 onvoldoende voortgang gemaakt waardoor diverse verlengingen van onderhoud en garantie noodzakelijk werden en pas in het laatste kwartaal een aantal vervangingen is gedaan. Bij de post telefoonkosten en datacommunicatie is een nadeel van € 61.900. De kosten voor het gebruik van mobiele telefonie zijn gestegen.
Doordat de medewerkers verzocht zijn thuis te blijven is het gebruik van het mobiele toestel enorm toegenomen. Daarnaast hebben meerdere collega’s hun mobiele toestel ingezet als zogenaamde hotspot. In diverse gevallen heeft dit geleid tot extreem dataverbruik waardoor buiten de vooraf ingekochte bundels is gegaan. Ook zijn er dit jaar weer extra gebruikers bijgekomen wat tot meer abonnementen heeft geleid. Voorts zijn de vaste kosten toegenomen omdat extra lijnen moesten worden aangeschaft om de KCC’s bereikbaar te houden voor de vele vragen vanuit de burgers in relatie tot de pandemie. Wagenpark incl. gereedschap/machines € 470.100 Het voordeel van € 470.100 wordt men name veroorzaakt door de volgende twee posten.
V
Bij de post lease / inhuur wagenpark is een voordeel van € 401.600 Na een lange aanbestedingsprocedure werd voor de lease van het wagenpark van de buitendienst begin 2019 een contract afgesloten. De tijdstippen van besluitvorming over onder meer het benodigde budget, de ingang van het leasecontract, de momenten waarop bestellingen konden plaatsvinden, de levertijden van voertuigen, et cetera maakten dat vertraging in de uitvoering optrad. Vervolgens zorgde de coronacrisis er voor dat fabrieken en toeleverende bedrijven stil kwamen te liggen waardoor stagnatie optrad bij bestellingen en levertijden. Dit met het gevolg dat van het beschikbare budget van € 778.600 in 2020 maar € 377.000 is gebruikt. Bij de post brandstof en olie is een voordeel van € 66.400 Dit heeft een aantal oorzaken. Alhoewel de brandstofprijzen de afgelopen jaren een stijgende lijn lieten zien was voor 2020 juist een lichte daling waarneembaar. Door de aan de leaseconstructie gerelateerde verduurzaming van het wagenpark rijden er inmiddels een aantal hybride en elektrisch aangedreven voertuigen. Vanwege de corona-(veiligheid)maatregelen voor wat betreft de personele inzet is het wagenpark niet volledig operationeel geweest. Door - conform de afspraken binnen onze GR BAR - minder medewerkers tegelijkertijd te laten werken hebben er minder bedrijfsvoertuigen gereden dan normaal het geval is.
49
Vennootschapsbelasting € 7.100 V Hier is een voordeel van € 7.100. Voor een toelichting wordt verwezen naar onderdeel 3.8 Heffing vennootschapsbelasting (bladzijde 57). Overige bedrijfsvoering € 918.800 De overige kosten voor bedrijfsvoering hebben betrekking op abonnementen, contributies, vakliteratuur, accountantskosten, advieskosten, algemene kosten, algemene opbrengsten, onderhoud, bedrijfshulpverlening, ondernemingsraad, portokosten, verzekeringskosten, kantoorbenodigdheden, schoonmaak en sommige kapitaallasten. Onder dit onderdeel valt een groot aantal posten en er zijn dus vele (kleine) plussen en minnen.
V
De volgende posten vallen op: Bij het budget voor de Implementatie van de Omgevingswet blijft € 345.600 over. Zie de toelichting bij het overzicht jaaroverschrijdende projecten bladzijde 46. Bij de post Huur Kantoormachines is een voordeel ontstaan van € 112.200. Een nieuwe aanbesteding heeft een flinke besparing opgeleverd. Bij de posten Huur koffieapparaten en Kantoorbenodigdheden zijn voordelen ontstaan van respectievelijk € 57.200 en € 42.600 die worden veroorzaakt door het thuiswerken. Er is een eenmalig voordeel van € 204.200 bij de kapitaallasten. Dat wordt veroorzaakt door de zogeheten onderuitputting bij de investeringen. Een deel van de begrote investeringen wordt niet uitgegeven omdat de uitvoering vertraging oploopt. Dat levert een eenmalig voordeel op bij de kapitaallasten. Er is een voorziening afvloeiing personeelsbestand voor de verwerking van de financiële gevolgen van gemaakte afspraken met medewerkers over vervroegde pensionering en begeleide uitdiensttreding. Aan deze voorziening is in 2020 € 30.400 toegevoegd om aan toekomstige nieuwe verplichtingen te kunnen voldoen. Er is voor € 131.500 over de voorziening beschikt voor de uitgaven die ten laste van 2020 zijn gekomen. En er is € 212.900 vrijgevallen na de beëindiging van vier WW-uitkeringen. Bijdragen deelnemende gemeenten - coronakosten Hier is een voordeel van € 303.000.
303.000
V
Normaal gesproken is het saldo bij de gemeentelijke bijdragen altijd 0 omdat naar de gemeenten toe gefactureerd wordt wat hier in de BAR-begroting voor begroot is. En vervolgens wordt het rekeningsaldo met de gemeenten afgerekend. Maar deze keer is dat anders gegaan en dat komt door de coronakosten. In de 2e tussenrapportage 2020 was voor € 1.021.800 aan coronakosten begroot. De werkelijke uitgaven zijn uitgekomen op € 1.324.800. Dat is hoger dan de raming omdat er na de 2e tussenrapportage nog nieuwe corona-uitgaven bijkwamen. De werkelijke uitgaven inclusief die meerkosten ad € 303.000 zijn op voorhand al aan de gemeenten gefactureerd. Hiermee is in feite een voorschot genomen op de afrekening van het rekeningsaldo. Covid-19 (Corona) virus Het Covid-19 (corona) virus heeft grote financiële gevolgen gehad voor veel beleidsterreinen van de jaarrekening 2020. In de jaarrekening zijn nadelen, maar ook voordelen opgenomen die direct te herleiden zijn naar de gevolgen en maatregelen omtrent het coronavirus. De coronacrisissituatie is beschouwd als een "Brandzaak" - een afwijking waar de GR BAR geen invloed op heeft - conform artikel 4 lid 5 van de Financiële regeling BAR-organisatie. 50
Op basis hiervan heeft de directieraad diverse brandzaken benoemd en die werden opgenomen in de 2e tussenrapportage 2020. Dat ging om een totaalbedrag van € 1.021.800. De werkelijke uitgaven in 2020 zijn uitgekomen op € 1.324.800 omdat er na de 2e tussenrapportage nog enkele nieuwe brandzaken bijkwamen. Deze kosten zijn volledig doorberekend aan de gemeenten omdat de gemeenten de rijksvergoedingen ontvangen. Voor deze coronakosten (brandzaken) is een aparte coronarapportage 2020 gemaakt die als bijlage bij deze jaarstukken is gevoegd. Naast deze brandzaken zitten er nog meer nadelen en voordelen veroorzaakt door corona verwerkt in het rekeningsaldo zoals u meerdere plekken in deze rekening kunt lezen. Onze GR BAR heeft het hele jaar haar risico’s en die van haar partners gemonitord. De organisatie heeft geen risico gelopen voor de continuïteit. De liquiditeitspositie is goed bewaakt en zo nodig zijn maatregelen genomen om de taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te kunnen blijven uitvoeren. Daarbij komt dat de financiële impact voor onze GR BAR beperkt blijft omdat de inkomsten vrijwel volledig bestaan uit de gemeentelijke bijdragen en de gemeenten bijdragen in tekorten veroorzaakt door corona.
Bijdragen deelnemende gemeenten / verdeelsleutel De percentages van de gemeentelijke bijdragen aan de GR BAR voor het standaardwerk waren in eerste instantie gebaseerd op de bij de oprichting van onze GR BAR door de gemeenten ingebrachte budgetten per 1 januari 2014. Deze percentages worden jaarlijks per 1 januari geactualiseerd op basis van de stand van de dan geldende begroting. De percentages voor 2020 staan in onderstaande tabel. Barendrecht Bijdrage per gemeente
38,99%
Albrandswaard
Ridderkerk
Totaal
20,29%
40,72%
100,00%
Gewijzigde bijdragen op basis van de tussenrapportages In 2020 zijn twee tussentijdse rapportages opgesteld. In deze rapportages zijn voorstellen gedaan voor het ophogen en verlagen van enkele organisatiebudgetten. De begroting na wijziging bedraagt € 77.656.800. Ontwikkeling van gemeentelijke bijdrage
Barendrecht
Albrandswaard
Oorspronkelijke begroting 2020
26.215.300
13.706.500
26.881.100
66.802.900
Mutaties op basis van 2 tussenrapportages
3.589.700
1.788.300
4.454.100
9.832.100
Bijdragen gemeenten: Coronakosten
407.400
224.300
390.100
1.021.800
Begroting na wijziging
30.212.400
15.719.100
31.725.300
77.656.800
Ridderkerk
Totaal
Als bijlage is een uitgebreidere versie van dit overzicht opgenomen waarin de mutaties van de tussenrapportages zijn uitgeschreven.
51
3.5 Verrekenen van standaard en maatwerk - rapportage 2020 Verrekenen in GR BAR In de Notitie Verrekenen in de BAR-samenwerking zijn afspraken gemaakt over de wijze van verrekenen tussen de drie gemeenten. De verrekensystematiek moet ervoor zorgen dat onze GR BAR niet ongelimiteerd kan worden gevraagd aanvullende diensten te verlenen, zonder dat daar financiële consequenties aan verbonden zijn. En dat er tussen gemeenten verrekend wordt als er voor een bepaalde gemeente minder uren gewerkt zijn dan deze gemeente had ingebracht (en vice versa). Immers, als een willekeurige gemeente zonder meerkosten aanvullende diensten kan vragen aan de gemeenschappelijke regeling dan kan dit leiden tot een ongewenste onevenredigheid in de uitbreiding van de diensten voor de ene gemeente, terwijl de kosten over de deelnemende gemeenten worden gespreid. Om dit te voorkomen wordt onderscheid gemaakt in het standaardpakket en maatwerk. Het standaardpakket wordt volgens een verdeelsleutel naar rato van ingebracht budget verrekend en de maatwerkpakketten worden separaat aan de betreffende gemeente in rekening gebracht. Daarbij worden de werkelijk bestede uren en bijbehorende loonkosten afgezet tegen wat was ingebracht voor dit maatwerk.
Uren schrijven Om te bepalen in welke mate er voor de maatwerkpakketten voor de afzonderlijke gemeenten is gewerkt, is met ingang van 2014 het uren schrijven ingevoerd. Dit is puur bedoeld om in beeld te brengen of iemand uren heeft gemaakt voor een afzonderlijke gemeente of voor de GR BAR gezamenlijk. Deze verdeling wordt vervolgens gebruikt bij de jaarlijkse afrekening tussen de gemeenten. Voor het schrijven van uren is extra aandacht noodzakelijk. In 2020 zijn uiteindelijk 28.470 uren niet / te weinig op maatwerk geschreven bij de afzonderlijke gemeenten. Bij een prognose voor maatwerk van 112.500 uren is daadwerkelijk 95.500 uur (inclusief overwerk) geschreven (verschil 17.000 uur). Dit is een zorgelijke situatie en hier is vorig jaar al op gewezen. Dit betekent namelijk dat effectief uitgaande van 1.350 uur per fte - er 21 fte minder op maatwerk geschreven is dan was gepland. Dat is een afwijking van ruim 25%. Dit moet in de toekomst voorkomen worden en er dient een betere sturing vanuit de clusters en teams plaats te vinden. Hier zal invulling aan gegeven worden door per kwartaal vanuit de organisatie te laten rapporteren over de geplande maatwerkactiviteiten in relatie tot de realiteit en op basis van de afwijkingen aan te geven welke bijsturingsmaatregelen worden getroffen. Beeld 2020 Onderstaand volgen: A.
de berekening van de onderlinge verrekening op basis van de uren B. de berekening van de onderlinge verrekening op basis van de aantallen cliënten en indicaties A. Verrekenen van de loonkosten besteed aan maatwerk en standaard In de doorrekening van de loonkosten, zien we een uiteindelijke verrekening van de totale loonkosten. Deze verschuiving levert de volgende verrekening van de gemaakte loonkosten tussen de gemeenten op: