Jaarstukken 2024 gemeente Ridderkerk - bij controleverklaring.pdf
Tekst van het document
Toelichting 0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds Omschrijving
Verschil 2024
0.7:Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds Baten
466.609
Totaal 0.7:Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
466.609
Algemene uitkering (voordeel € 466.609) Het voordeel wordt veroorzaakt door extra incidentele middelen uit de Decembercirculaire 2024 die niet meer tijdig in de begroting konden worden bijgeraamd en positieve afrekeningen uit voorgaande boekjaren. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Raadsinformatiebrief Decembercirculaire 2024 gemeentefonds van 17 januari 2025.
Toelichting 0.8 Overige baten en lasten Omschrijving
Verschil 2024
0.8:Overige baten en lasten Lasten
-589.801
Baten
991.748
Totaal 0.8:Overige baten en lasten
401.947
Hulpkostenplaats Personele benodigdheden (nadeel € 119.275) Het tekort wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de werkkostenregeling (WKR). De berekende vrije ruimte voor de WKR is 1,18% van de totale loonsom en bedroeg over 2024 € 264.486. De totale uitgaven ten laste van de vrije ruimte zijn € 410.726, derhalve een overschrijding van € 146.239. Over dit bedrag is 80% loonheffing ad. € 116.991 verschuldigd. Cluster Ruimte (voordeel € 514.079) Binnen cluster Ruimte bestaat een overschot van 5% op de loonkosten. Dit heeft in basis een drietal redenen. Op de eerste plaats zijn nog niet alle vacatures binnen team ROW uitgezet. Het betreft hier voornamelijk nieuwe functies in het kader van de Omgevingswet. Deze functies worden gefaseerd relevant op het moment dat de implementatie van de Omgevingswet binnen de organisatie vordert en zijn dus niet meteen bij de start van de organisatie ingevuld. Nu met de start van het opstellen van het Transitieplan zal dat wel gaan gebeuren. Op de tweede plaats is er in de 2e Tussenrapportage 2024 een extra bedrag opgenomen van € 195.000 ten behoeve van het inhuren op de functies Toezichthouder Omgevingswet en Vergunningcoördinator Omgevingswet. Het primaire loonkostenbudget bleek hiervoor achteraf toereikend te zijn geweest.
Op de derde plaats is het mogelijk geweest om loonkosten te dekken uit de regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE).
66
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
Cluster Sociaal (voordeel € 521.897) Het voordeel zit voornamelijk in de loonkosten van dit cluster. Dit komt enerzijds doordat het een groot cluster betreft, waarbij natuurlijk verloop altijd enige ruimte creëert tussen het vertrek van medewerkers en de start van hun opvolgers. Anderzijds konden achteraf bepaalde loonkosten worden toegerekend aan specifieke programmamiddelen, zoals SPUK-middelen. Tenslotte is er voorzichtig omgegaan met de inzet van inhuur. Verdeling personele kosten (nadeel € 1.068.509) Dit is een wettelijke en budgettair neutrale verdeling van de personeelskosten naar de verschillende taakvelden, zodat per taakveld de totale kosten zichtbaar zijn. Dubieuze debiteuren (voordeel € 267.623) Het incidentele voordeel op dubieuze debiteuren betreft de vrijval uit de voorziening dubieuze debiteuren en is het gevolg van efficiënte invorderingsmaatregelen en lagere openstaande vorderingen ultimo dienstjaar 2024. Overige verschillen kleiner dan € 100.000 (voordeel € 286.132)
Toelichting 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Omschrijving
Verschil 2024
0.9:Vennootschapsbelasting (VpB) Lasten
212.430
Totaal 0.9:Vennootschapsbelasting (VpB)
212.430
Heffing Vennootschapsbelasting (voordeel € 212.430) De positieve afwijking van € 212.430 houdt hoofdzakelijk verband met fluctuerende prognoses bij de grondexploitatie Cornelisland. De inschatting van de Vpb-last 2024 bedraagt nu, inclusief een correctie over 2023, € 6.670. Deze is berekend over de volgende Vpb-plichtige clusters van activiteiten: grondexploitaties, opbrengst recyclebare reststromen afval, rouwcentrum, energie zonnepanelen, reclameactiviteiten en omzetheffing benzinestations. De definitieve Vpb aangifte 2024 is medio 2025 gereed en zal aansluitend worden ingediend bij de Belastingdienst.
Toelichting 0.10 Mutaties reserves Omschrijving
Verschil 2024
0.10:Mutaties reserves Stortingen
0
Onttrekkingen
-180.090
Totaal 0.10:Mutaties reserves
-180.090
Reserve vennootschapsbelasting grondexploitaties (nadeel € 151.000) De doorkijk van de vennootschapsbelasting voor het boekjaar 2024 gaf aan het begin van 2024 voor het cluster grondexploitaties een te verwachten Vpb-last van € 151.000. In december jl. is een nieuwe doorrekening gemaakt van de te verwachten gemeentelijke Vpb-last 2024. Mutaties in de grondexploitatie Cornelisland leveren nu geen Vpb-last op voor dit boekjaar voor het cluster grondexploitaties. Derhalve is de aanwending niet nodig. Overige verschillen kleiner dan € 100.000 (nadeel € 29.090).
Toelichting Onderstaand onderwerp wordt verdeeld naar verschillende programma's en zijn dus niet specifiek toe te wijzen. De toelichting wordt daarom hieronder weergegeven en verder niet bij de programma's.
Toelichting DBP-bijdrage inclusief overhead Omschrijving
Verschil 2024
Lasten
35.626
Baten
0
Totaal DBP-bijdrage
Jaarstukken 2024
35.626
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
67
De BedrijfsvoeringsPartner-bijdrage inclusief overhead (voordeel € 35.626) Het voordeel kan met name worden verklaard door een voordelige afrekening vanuit de BedrijfsvoeringsPartner van langdurig zieke medewerkers (voordeel € 29.376).
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. De gemeente mag deze dus vrij besteden, in tegenstelling tot specifieke dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen
Primitieve Begroting 2024 Realisatie 2024 begroting 2024 na wijziging
Verschil 2024
Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is
14.228.300
14.793.300
14.714.469
-78.831
Algemene uitkering
95.845.000
99.170.000
99.636.609
466.609
Dividend
401.800
778.900
778.867
-33
Saldo van de financieringsfunctie
-114.600
450.400
252.277
-198.123
3.900
3.900
0
-3.900
110.364.400
115.196.500
115.382.222
185.722
Overige dekkingsmiddelen Totaal
Overzicht overhead De overhead bestaat uit alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (BBV art. 1, lid 1 onderdeel l). In de notitie overhead (2016) van de commissie BBV worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Directe kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan de betreffende taakvelden. • Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren derhalve tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten bedrijfsvoering tot de overhead (bijvoorbeeld uitbesteding salarisadministratie). • Sturende taken vervult door hiërarchisch leidinggevenden behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead. De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. Baten en lasten overhead
Primitieve Begroting 2024 Realisatie 2024 begroting 2024 na wijziging
Verschil 2024
Bestuursondersteuning
-174.200
0
16
16
Representaties en overige kosten bestuur
-34.000
-34.000
-27.268
6.732
Nieuwe organisatie Ridderkerk
0
0
0
0
Communicatie en voorlichting
-123.500
-142.500
-156.589
-14.089
Gemeenteapp
-16.300
-27.300
-18.652
8.648
Toegankelijkheid websites
-31.000
-21.400
-9.000
12.400
Juridische zaken
-158.800
-178.100
-82.777
95.323
Organisatiekosten
0
-198.000
-190.176
7.824
Overhead vanuit de DBP
-11.400.400
-11.740.800
-11.735.220
5.580
Gemeentehuis Koningsplein Overhead
-1.247.600
-1.124.600
-1.017.585
107.015
Overhead
-3.500.900
-9.659.500
-9.419.288
240.212
Totaal
-16.686.700
-23.126.200
-22.656.540
469.660
Bedrag heffing vennootschapsbelasting Vanaf 2016 moeten gemeenten en gemeenschappelijke regelingen vennootschapsbelasting (Vpb) betalen over de winst die met ondernemingsactiviteiten wordt behaald. Dit is een gevolg van de ‘Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen’. De Vpb moet jaarlijks worden bepaald op basis van de fiscale grondslag. Hierin zijn standpunten van de belastingdienst betreffende het wel of niet in aanmerking mogen nemen van baten en lasten voor de fiscale winstbepaling van groot belang.
68
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
Lasten vennootschapsbelasting
Primitieve Begroting 2024 Realisatie 2024 begroting 2024 na wijziging
Verschil 2024
Vennootschapsbelasting (VpB)
-68.100
-219.100
-6.670
212.430
Totaal
-68.100
-219.100
-6.670
212.430
Onvoorzien De post onvoorzien is een verplichte post volgens het BBV. Er is geen verplicht bedrag dat hiervoor geraamd moet worden. Gezien onze sterke reservepositie is daarom gekozen voor een bedrag van € 25.000. Onvoorzien
Primitieve Begroting 2024 Realisatie 2024 begroting 2024 na wijziging
Verschil 2024
Onvoorzien
-25.000
-25.000
0
25.000
Totaal
-25.000
-25.000
0
25.000
Jaarstukken 2024
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
69
PARAGRAFEN
70
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
Paragraaf 1 Lokale heffingen Inleiding In deze paragraaf staat informatie over het gevoerde beleid en de opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Lokale heffingen zijn te verdelen in heffingen waarvan de besteding gebonden of ongebonden is. De gebonden heffingen worden besteed aan een aanwijsbare taak zoals de afvalstoffenheffing, rioolbelasting, leges, begraafrechten, markt- en kadegelden. Deze heffingen worden daarom niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zoals de onroerendezaakbelastingen (OZB) en parkeerbelasting worden wel tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. De besteding van deze heffingen is niet gebonden aan een bepaalde taak.
Uitgangspunten begroting 2024 Zoals opgenomen in het collegeprogramma 2022-2026 is ten aanzien van de woonlasten de insteek om deze, in verhouding tot de omliggende gemeenten, laag te houden. Het beleid dat de onroerendezaakbelastingen met niet meer dan de inflatiecorrectie worden verhoogd, is gecontinueerd. Dit zogenoemde indexeringspercentage voor 2024 ten opzichte van 2023 is 3,2%. De geraamde baten voor gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Rioolheffing, Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead. De kosten voor de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn buiten de tarievenberekening gehouden. Het beleid ten aanzien van de doorberekening van de kosten van oninbare vorderingen en de perceptiekosten in de tarieven is ongewijzigd gebleven. Verder in deze paragraaf onder het hoofdstuk Lokale lastendruk wordt de ontwikkeling van de woonlasten en de tarieven in 2024 ten opzichte van 2023 weergegeven en beschreven.
Overzicht geraamde en gerealiseerde opbrengsten belastingen en lokale heffingen Ongebonden heffingen Ongebonden heffingen zijn inkomsten voor de gemeente waar geen bestedingsdoel aan gekoppeld is. De ontvangen belastinggelden worden toegevoegd aan de algemene middelen van de gemeente, waarna de raad kan beslissen waaraan het geld besteed wordt. Het overzicht van de geraamde en de gerealiseerde opbrengsten van de ongebonden heffingen ziet er als volgt uit. Bij een onder- of overschrijding van meer dan € 100.000 wordt er een toelichting gegeven. Omschrijving
Primitieve Begroting 2024 Realisatie 2024 begroting 2024 na wijziging
Verschil 2024
OZB woningen
6.748.700
6.773.700
6.770.010
-3.690
OZB niet-woningen
7.071.100
7.661.100
7.620.020
-41.080
Parkeerbelasting
407.200
357.200
322.492
-34.708
Belastingen overig
1.300
1.300
1.946
646
Gebonden heffingen Gebonden heffingen zijn inkomsten voor een gemeente waar een besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Deze inkomsten worden dan ook niet toegerekend aan de algemene dekkingsmiddelen. De geraamde en de gerealiseerde opbrengsten van de gebonden heffingen zien er als volgt uit. Een onder- of overschrijding van meer dan € 100.000 wordt toegelicht.
Jaarstukken 2024
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
71
Omschrijving
Primitieve Begroting 2024 Realisatie 2024 begroting 2024 na wijziging
Verschil 2024
Leges Burgerzaken
941.400
941.400
1.110.655
Leges en vergunningen APV
16.700
16.700
35.468
18.768
WABO-vergunningen baten
847.700
386.000
631.740
245.740 4.780
Baten marktgelden
169.255
34.600
41.100
45.880
Baten afvalstoffenheffing
7.322.100
7.322.100
7.325.089
2.989
Baten rioolheffing
5.202.500
5.252.500
5.248.642
-3.858
819.300
852.700
956.900
104.200
Baten lijkbezorgingsrechten
Toelichting Gebonden heffingen Secretarieleges Burgerzaken In 2024 is het aantal aangevraagde reisdocumenten hoger dan oorspronkelijk begroot. Hierdoor zijn de rijksafdrachten leges hoger, maar ook de inkomsten op gemeenteleges. Met name voor 2024 zien we een hoger aantal aanvragen na de zomerperiode. In 2024 zien we ook een toename van het aantal naturalisaties. Dat wordt veroorzaakt door de onrust rond het nieuwe beleid van de regering. Ook zijn er meer huwelijken voltrokken dan oorspronkelijk geprognosticeerd. WABO-vergunningen De ontwikkeling van Nieuw Reijerwaard heeft geleid tot een additionele meeropbrengst aan bouwleges. Baten begraafplaatsrechten Er zijn meer nieuwe graven uitgegeven. Ook zijn er aanzienlijk meer verlengingen van het grafrecht met 10 jaar. Dit resulteert in hogere baten grafrecht en afkoopsommen onderhoud.
Kostendekkendheid Omschrijving
Baten
Lasten
Leges burgerzaken
1.110.655
-1.054.231
105%
667.207
-2.593.001
26%
Leges WABO-vergunningen/APV Marktgelden
Dekking
45.880
-69.417
66%
Afvalstoffenheffing
7.325.089
-7.325.089
100%
Rioolheffing
5.248.642
-5.248.642
100%
956.900
-1.380.593
69%
Lijkbezorgingsrechten
Kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding Het komt voor dat een belastingplichtige niet, of slechts deels, de aanslag kan betalen. Onder wettelijk vastgestelde voorwaarden kan deze belastingschuldige kwijtschelding krijgen voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerendezaakbelastingen. Het indienen en de behandeling van kwijtscheldingen gaat via het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW). In het volgende overzicht is een vergelijking gemaakt tussen de geraamde en de daadwerkelijk toegekende kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Omschrijving Kwijtschelding Afvalstoffenheffing
Primitieve Begroting 2024 Realisatie 2024 begroting 2024 na wijziging -259.800
-259.800
-251.429
Verschil 2024 8.371
Kwijtschelding OZBE woningen
-2.700
-2.700
-1.111
1.589
Kwijtschelding RIOG woningen
-81.700
-81.700
-87.254
-5.554
72
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
Aantallen Jaar
Verzoeken
Toegewezen
Percentage
2019
1.120
866
77%
2020
1.218
966
79%
2021
1.421
1.001
70%
2022
1.425
991
70%
2023
1.597
1.269
79%
2024
1.455
1.150
79%
Lokale lastendruk Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit van Groningen brengt jaarlijks het niveau en de ontwikkeling van de lokale lasten in beeld. Bij het vergelijken van de woonlasten wordt er onder andere gekeken naar de OZB, afvalstoffenheffing en rioolbelasting. Het Coelo brengt hierover jaarlijks de ‘Atlas van lokale lasten’ uit, met daarin informatie over alle gemeenten in Nederland.
Woonlasten Ridderkerk De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De tarief- en woonlastenontwikkeling van de verschillende huishoudens worden in de tabellen weergegeven. Heffing eigenaar-bewoner
Tariefontwikkeling
Woonlasten
Woonlasten percentage t.o.v. vorig jaar
Onroerendezaakbelasting woningen
-0,4%
356
6,0%
Rioolheffing
4,4%
215
4,4%
Afvalstoffenheffing eenpersoons
0,0%
279
0,0%
Afvalstoffenheffing tweepersoons
0,0%
375
0,0%
Afvalstoffenheffing meerpersoons
-0,3%
386
-0,3%
Totale gemeentelijke lasten eenpersoonshuishouden
850
3,4%
Totale gemeentelijke lasten tweepersoonshuishouden
946
3,1%
Totale gemeentelijke lasten meerpersoonshuishouden
957
3,0%
Heffing huurder-bewoner
Tariefontwikkeling
Woonlasten
Woonlasten percentage t.o.v. vorig jaar
Rioolheffing
4,7%
108
4,7%
Afvalstoffenheffing eenpersoons
-0,2%
279
-0,2%
Afvalstoffenheffing tweepersoons
-0,1%
375
-0,1%
Afvalstoffenheffing meerpersoons
-0,1%
386
-0,1%
Totale gemeentelijke lasten eenpersoonshuishouden
387
1,1%
Totale gemeentelijke lasten tweepersoonshuishouden
483
1,0%
Totale gemeentelijke lasten meerpersoonshuishouden
494
0,9%
Woonlasten vergelijking met omliggende gemeenten en landelijk gemiddelde In deze jaarrekening is tevens een vergelijking gemaakt tussen de lokale lastendruk van onze gemeente met die van omliggende gemeenten en een vergelijking met gemeenten met de laagste en de hoogste woonlasten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende situaties: A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner) • Eenpersoonshuishouden en meerpersoonshuishouden met een koopwoning B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner) • Eenpersoonshuishouden en meerpersoonshuishouden met een huurwoning
Jaarstukken 2024
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
73
De geselecteerde gemeenten zijn bedoeld om een beeld te geven van: • Woonlasten van Ridderkerk in vergelijking met die van de aangrenzende gemeenten. • Vergelijking met woonlasten in de goedkoopste en duurste gemeenten in het land. Grafiek A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)
Grafiek B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)
Toelichting vergelijking woonlasten buurgemeenten Een vergelijking met de woonlasten van de omliggende gemeenten in 2024 laat in het Coelo-rapport het volgende beeld zien: • De woonlasten van woningeigenaren in Ridderkerk zijn lager dan het landelijk gemiddelde woonlasten. Eenpersoonshuishoudens betalen de laagste woonlasten in Barendrecht en meerpersoonshuishoudens kennen de laagste woonlasten in Dordrecht. • De woonlasten van huurders in Ridderkerk zijn hoger dan het landelijk gemiddelde woonlasten. Eenpersoonshuishoudens die huurder zijn, betalen de laagste woonlasten in Barendrecht. Meerpersoonshuishoudens kennen de laagste woonlasten in Rotterdam.
74
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
Woonlasten vergelijking met andere gemeenten In de vergelijking die hierna volgt zijn de gemeenten Rijssen-Holten (bij eigenaar-bewoner) en Nijmegen (bij huurder-bewoner) opgenomen als de gemeenten met de laagste woonlasten en de gemeenten Bloemendaal en West Betuwe met de hoogste woonlasten voor de eigenaar-bewoner respectievelijk huurder-bewoner. Woningeigenaren hebben de laagste woonlasten in Rijssen-Holten. Huurders in Nijmegen hebben de laagste woonlasten. Hoogste woonlasten hebben huishoudens met eigen woning in de gemeente Bloemendaal en huurders in de gemeente West-Betuwe betalen de meeste woonlasten. De volgende grafieken laten dit zien. Grafiek A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)
Grafiek B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)
Landelijke positie Ridderkerk Landelijk neemt Ridderkerk met woonlasten van € 957 een positie in van de 143e plaats (2023: 166e) als het gaat om een gezinshuishouden dat eigenaar-bewoner is. Ter vergelijking: Rijssen-Holten staat op de eerste plaats met de laagste woonlasten van € 675 en Bloemendaal op de 345e plek met € 1.988 aan woonlasten. Gaat het om een gezinshuishouden dat huurder-bewoner is, dan staat
Jaarstukken 2024
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
75
Ridderkerk met woonlasten van € 493 op plaats 205 (2023: 226). Ter vergelijking: Nijmegen staat op de eerste plaats met de laagste woonlasten van € 32 en West Betuwe op de 347e plek met de hoogste woonlasten van € 835. Een huishouden met een huurwoning in Ridderkerk betaalt in 2024 aan woonlasten boven het landelijk gemiddelde aan woonlasten. Een huisouden met een koopwoning betaalt minder dan de landelijk gemiddelde woonlasten. Dit blijkt uit het volgende overzicht: Algemene dekkingsmiddelen
Ridderkerk
Landelijk gemiddelde
Eénpersoonshuishouden met een huurwoning
386
362
Meerpersoonshuishouden met een huurwoning
493
457
Eénpersoonshuishouden met een koopwoning
850
911
Meerpersoonshuishouden met een koopwoning
957
994
76
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Wij voeren actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.
Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing hebben wij in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk tweemaal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd tot en met 6 januari 2025. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de inflatie, de krappe arbeidsmarkt maar ook de bezuinigingen op de lokale overheid laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De bedrijfsvoeringsrisico’s zijn als cluster opgenomen in het risico ten aanzien van de taken die zijn belegd bij De BedrijfsvoeringsPartner. Het risicoprofiel is opgebouwd uit risicoinschattingen waarbij de slechtst mogelijke financiële scenario’s worden getoond, zoals deze op dit moment kunnen worden gedaan. In het volgende overzicht worden de tien belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit.
Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 90% van alle geïdentificeerde risico’s. Nr.
Risico
Maatregelen
Financieel gevolg
Invloed
1
Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving informatieveiligheid en privacy
Informatiebeveiliging, Proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, Compliance
4
maximaal € 1.000.000
18,80%
2
Risico dat De BedrijfsvoeringsPartner haar taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget
Monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling
4
maximaal € 877.000
16,51%
3
Risicocluster uitvoering JeugdwetBeperkte invloed, transformatie tekorten die ontstaan in de uitvoering keten, monitoring/benchmarking, van de Jeugdwet business intelligence
4
maximaal € 1.000.000
16,51%
4
Cluster BUIG, (Participatiewet) rijksbijdrage niet toereikend
Beperkte invloed, monitoring, business intelligence
4
maximaal € 1.000.000
8,91%
5
Risico’s niet te dekken binnen grondexploitaties
Uitkomst risico-inventarisatie
4
maximaal € 256.000
6,88%
6
Risico tekorten in openeinderegelingen Schulddienstverlening, Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand
Schulddienstverlening: preventie/vroegsignalering, competentieontwikkeling, business intelligence
4
maximaal € 500.000
6,81%
7
Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten)
Beperkte invloed, monitoring, business intelligence
5
maximaal € 400.000
5,24%
8
Financiële en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen
Frequent toepassen audits, voortgangsrapportages van instellingen
3
maximaal € 400.000
4,84%
Jaarstukken 2024
Kansklasse
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
77
Nr.
Risico
Maatregelen
Financieel gevolg
Invloed
9
Risicocluster implementatie en uitvoering nieuwe gedecentraliseerde taken leidt tot tekorten.
Projectbeheersing, monitoring/ benchmarking, business intelligence, competentie-ontwikkeling, Strategische Personeelsplanning
Kansklasse 4
maximaal € 250.000
3,72%
10
Arbeidsongeschiktheid van collegelid/-leden
Geaccepteerd risico in plaats van verzekeren
1
maximaal € 1.300.000
1,89%
Totaal grote risico's: € 7.636.500 Overige risico's: € 1.283.000 Totaal alle risico's: € 8.919.500
Het voorgaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De telling onder het overzicht is het totaal van alle bekende risico’s, niet alleen de genoemde top 10. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen. Kwantiteit Referentiebeelden 10%
Kansklasse Toelichting kansklasse
0 of 1 keer per 10 jaar
1
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30% 1 keer per 5 - 10 jaar
2
Deze klasse hanteren we voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50%
1 keer per 2 - 5 jaar
3
Deze klasse hanteren we voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1 - 2 jaar
4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Risicosimulatie Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalysesoftware. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag € 8.919.500 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.
Trends en ontwikkeling risicoprofiel In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de financiële risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen te doen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s kort toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. 1. Risico’s bij uitvoering wet- en regelgeving Informatieveiligheid en Privacy: de wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging stelt harde toenemende eisen aan de invulling en inrichting van techniek, competenties en capaciteit. De gemeente is eindverantwoordelijk en stelt alles in het werk om compliant te zijn. Het beschikbaar hebben van een goed werkende, moderne en veilige digitale product- en dienstverlening gaat gepaard met continu oplopende kosten op het gebied van noodzakelijk onderhoud, beheer en beveiliging. De gemiddelde kosten op ICT gebied per inwoner per jaar hebben zich inmiddels ontwikkeld tot € 106. Dit sluit aan bij het landelijke beeld. De risico’s op het gebied van ICT en Informatiebeveiliging en Privacybescherming die worden opgenomen in het risicoprofiel zijn van grote invloed op het gehele risicoprofiel.
Een belangrijk deel van de risico’s die de gemeente loopt op informatieveiligheid en privacy zijn onderdeel van de bedrijfsvoering en van invloed op het hiernavolgende risicocluster over alle taken die de BedrijfsvoeringsPartner invult voor en namens de gemeente. 2. Risico dat De BedrijfsvoeringsPartner taken niet kan uitvoeren binnen beschikbaar gestelde budget: de (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverlening van de gemeente(n) vormen het risicoprofiel voor de organisatie en bijbehorende dienstverlening die per 1 januari 2024 door De BedrijfsvoeringsPartner wordt uitgevoerd. Deze bedrijfsvoeringsrisico’s vormen dus het 78
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
risicoprofiel van De BedrijfsvoeringsPartner waarvoor Ridderkerk naar rato een deel van de risico’s afdekt. De technische ontvlechting van de gemeentelijke omgeving naar meerdere omgevingen heeft de complexiteit van de beheer- controle en beveiligingstaken doen toenemen. In lijn met het landelijke beeld is het aanhoudend lastig om te werven op de diverse specialistische functies. De capaciteitsbelasting van de BedrijfsvoeringsPartner is door het ontvlechten ook toegenomen. Daarentegen ligt er een bezuinigingstaakstelling bij De BedrijfsvoeringsPartner. Met het mogelijk doorvoeren van bezuinigingen op de bedrijfsvoering is het evident dat de risico’s voor de gemeente en De BedrijfsvoeringPartner dan ook toe zullen nemen. De gemeente heeft al jaren, veelal door externe invloeden, te maken met groeiende verwachte uitgaven. Belangrijke oorzaak zijn de gedecentraliseerde taken bij nieuwe en/of gewijzigde wetgeving en onlosmakelijk de ondersteuning hierop welke toe blijft nemen terwijl adequate financiering vanuit de rijksoverheid ver achterblijft. 3. De zorgwaarde in de Jeugdwet zal naar verwachting ook in 2025 toe blijven nemen. De gemeente neemt alle mogelijke maatregelen om de kosten te beheersen en de efficiëntie van de jeugdhulp te verbeteren. Zoals aangegeven ontbreekt het in de gehele keten aan voldoende capaciteit. 4.
In de uitvoering van de Participatiewet (BUIG) is ook voor 2024 een kostenstijging voorberekend. De caseload laat een aanhoudend langzaam stijgende trend zien en blijft de uitstroom achter op de instroom. Over 2024 is er wederom sprake van een overschrijding. Deze overschrijding van het beschikbaar gestelde budget is echter gehalveerd in vergelijking met 2023. 5. Risico’s niet te dekken binnen grondexploitaties: op het moment van opstellen van het risicoprofiel wordt er rekening gehouden met een risico dat buiten de reserves van de grondexploitaties kan vallen van € 256.000. 6. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand (open eind-regelingen): de groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en beperkt zich niet tot alleen de lage inkomens. Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement. De kosten van bijzondere bijstand en schuldhulpverlening zullen de komende jaren waarschijnlijk nog licht blijven stijgen. 7. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning blijven de kosten landelijk toenemen en zal de vraag ook hoog blijven. Het CPB berekent tot en met 2026 een toename in kosten van 1,5% per jaar.
De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage per 2026 kan gaan leiden tot enige terugdringing van de kosten. 8. Het risico dat gesubsidieerde instellingen lopen op mogelijke tekorten blijft aanwezig en kan zelf toe gaan nemen wanneer er door noodzakelijke bezuinigingen keuzes gemaakt moeten worden. Vooralsnog nemen we dit risico onveranderd op in het risicoprofiel maar kan dit richting 2026 veranderen. 9. Het decentraliseren van (nieuwe) taken van de hogere overheid naar de gemeente levert risico’s op voor de gemeente. Het is zo dat er veel nieuwe taken worden belegd bij de gemeente waarvoor de gemeente de uitvoerbaarheid moet borgen in de organisatie. Doorgaans is de financiering vanuit de rijksoverheid in het geheel niet passend bij nieuwe taken die bij de lokale overheid worden belegd. 10. Rondom arbeidsongeschikt van collegeleden is er voor gekozen om dit niet af te dekken met een verzekering, maar als geaccepteerd risico te beschouwen.
Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Het totaal van de stortingen en onttrekkingen in de algemene reserve is terug te vinden in de Jaarrekening onder het hoofdstuk Toelichting op de balans per 31 december, Overzicht mutaties in de algemene reserve.
Jaarstukken 2024
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
79
Weerstandsvermogen
Startcapaciteit
Algemene reserve
Stortingen
35.989.624
Onvoorzien
Onttrekkingen
4.279.024
7.181.472
25.000
Totaal Beschikbare weerstandscapaciteit
36.014.624
Huidige capaciteit 33.087.176 25.000
4.279.024
7.181.472
33.112.176
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Uit de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.044.292 (benodigde weerstandscapaciteit). Percentage
Ratio weerstandsvermogen
Bedrag 5%
2.131.017
25%
2.781.026
50%
3.226.104
75%
3.656.966
90%
4.044.292
95%
4.286.168
= Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
33.112.176
=
8,2
4.044.292
De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. De ratio Weerstandsvermogen van de onze gemeente valt met ratio 8,2 ruim binnen klasse A, wat staat voor een uitstekend weerstandsvermogen. Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1,0
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Kengetallen De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. Deze kengetallen worden voorgeschreven in het BBV. De gehanteerde kengetallen worden berekend op basis van de balans, het overzicht van baten en lasten en het overzicht van incidentele baten en lasten. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid. Op één kengetal (belastingcapaciteit komt in categorie B) na komen de kengetallen allemaal in categorie A uit. Samen met de goede reservepositie geeft dit een positief beeld van de financiële positie.
80
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
Kengetal
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0
<0%
Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Netto schuldquote
26,8%
76,4%
19,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd
26,8%
72,5%
15,4%
Solvabiliteitsratio
52,3%
33,6%
53,2%
Grondexploitatie
-2,3%
0,0%
-1,4%
Structurele exploitatieruimte
0,0%
3,0%
6,5%
Belastingcapaciteit
98,4%
98,6%
96,3%
Kengetallen
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote blijft ruim binnen categorie A. Het verschil tussen de begroting en realisatie is het gevolg van het minder aantrekken van leningen. Er zijn minder leningen nodig geweest, omdat er minder geïnvesteerd is dan waar eerder rekening mee gehouden is.
Jaarstukken 2024
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
81
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de gemeente aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Anders gezegd 53,2% van het totale vermogen is eigen vermogen. Een goede score en hoger dan bij de begroting en ongeveer gelijk aan vorig jaar. Ook dit heeft te maken met minder aantrekken van leningen.
Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De (licht) negatieve uitkomsten zijn de vertaling van gunstige, winstgevende, boekwaardes. Het kengetal grondexploitatie valt daardoor in categorie A.
82
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein. We zien een stijging van de structurele exploitatieruimte ten opzichte van vorig jaar. Dit houdt in dat de structurele baten ruim voldoende zijn om de structurele lasten te dekken.
Belastingcapaciteit De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent dit dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Om in aanmerking te komen voor financiële steun vanuit het Rijk (art. 12-status), moeten de lokale belastingen ten minste 120% van het landelijk gemiddelde zijn. De belastingdruk ligt nog onder het landelijke gemiddelde, maar wel in categorie B.
Conclusie over huidig risicoprofiel In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel en het benodigde weerstandsvermogen en zijn de financiële kengetallen uitgelicht. Gesteld kan worden dat we nog altijd een financieel gezonde gemeente zijn. Maar ondanks dat de cijfers een positief beeld laten zien, worden de financiën goed in de gaten gehouden.
Jaarstukken 2024
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
83
Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Wij zijn verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bevat kapitaalgoederen. Dit zijn wegen, openbare verlichting, riolering, civiele kunstwerken, water, groen en gebouwen. Kapitaalgoederen hebben onderhoud nodig, zodat wij een veilig gebruik kunnen waarborgen. Zowel meerjarig groot onderhoud als klein onderhoud. De kosten daarvan en de planning worden vastgelegd in beheerplannen. Onze uitgangspunten daarbij zijn: het actuele beleidskader, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, de nota Reserves en Voorzieningen 2021-2024 en de Financiële Verordening 2024 (inclusief afschrijvingstabel). In het kader van het financieel toezicht hecht ook de provincie grote waarde aan actuele beheerplannen. De beheerplannen laten zien of de budgetten de komende jaren voldoende zijn om aan de vastgestelde beleidskaders te voldoen. In onderstaande tabel zijn de beschikbare beheerplannen weergegeven. Beheerplannen
Vastgesteld
Looptijd t/m
Herziening in
Reserve
Openbare verlichting
2020
2024
2025
Nee
Civiele kunstwerken
2020
2024
2025
Nee
Groen- en recreatiegebieden
2023
2028
2028
Nee
Speelterreinen
2020
2024
2025
Nee
Wegen
2023
2027
2027
Ja
Programma Stedelijk Water
2023
2027
2027
Ja
Waterhuishouding
2020
2024
2025
Nee
Meerjarenonderhoudsplannen gebouwen
2018
2021
2025
Ja
Meerjarenonderhoudsplannen sportaccommodaties
2018
2021
2025
Ja
Waardecreatie Nieuw Reijerwaard De Gemeenschappelijk regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR) en Ridderkerk zijn op 19 december 2024 overeengekomen om de financiële afspraken in artikel 2 van de overeenkomst 'Financiële en Operationele Afspraken betreffende Waardecreatie en Beheer Nieuw Reijerwaard' te wijzigen. Volgens deze (gewijzigde) afspraken verzorgt de GRNR het beheer en onderhoud van de openbare ruimte gedurende de looptijd van de grondexploitatie en komen de kosten daarvan ten laste van de GRNR. Hiervoor is met terugwerkende kracht vanaf 2019 een creditnota ontvangen. Dit voordeel is genoemd in het Voorwoord en is terug te vinden in de programma's 3 Verkeer, vervoer en waterstaat, programma 4 Economie en programma’s 6 Sport, cultuur en recreatie.
Openbare verlichting Kerncijfers • • • • •
4.374 ledarmaturen 4.374 ledlampen 4.226 conventionele armaturen 4.226 conventionele lampen 8.550 lichtmasten
Beheer Naast ons zijn er ook andere beheerders verantwoordelijk voor verlichting in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld de wegen met verlichting die in eigendom zijn van het Waterschap Hollandse Delta. De lichtmasten worden gemiddeld elke vier jaar visueel geïnspecteerd tijdens de lampvervanging en bij het schoonmaken van ledarmaturen. Eventuele stabiliteits-/sterktemetingen van lichtmasten vinden plaats wanneer lichtmasten veertig jaar of ouder zijn. Onveilige situaties, vaak gemeld door burgers en bedrijven, worden veelal direct opgelost. Armaturen hebben een theoretische levensverwachting van bijna 25 jaar.
84
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
Terugblik Het afgelopen jaar zijn er 832 armaturen (van lamp naar led) en 145 masten vervangen. Langs de Donckselaan, Kerksingel en begraafplaats Vredehof zijn klassieke armaturen met led gerealiseerd. In het centrum zijn zeven lichtmasten vervangen door het nieuwe zwarte model dat te zijner tijd in het hele centrum gaat worden toegepast. Lichtmasten langs de Spuistraat, Rijnsingel en Oranjestraat zijn schoongemaakt (ongeveer 125 stuks). Bij het viaduct Ringdijk ter hoogte van de ruïne Huys te Woude, de Wethouder Van den Berg-tunnel (Sportlaan) en de Burgemeester Van der Hoeven-tunnel (Benedenrijweg) is de openbare verlichting verbeterd. Daarnaast is de openbare verlichting op diverse plaatsen aangepast naar aanleiding van meldingen over lichthinder of een te laag verlichtingsniveau.
Budget Openbare verlichting
Begroting na wijziging
Realisatie
Klein onderhoud
294.200
94.219
Groot onderhoud
489.300
451.363
Investeringen Totaal openbare verlichting
493.800
474.989
1.277.300
1.020.571
Civiele kunstwerken Kerncijfers • • • •
69 fiets-/voetbruggen 17 geleiderail 23 verkeersbruggen/viaducten 156 overige kunstwerken
Beheer Onder de categorie civiele kunstwerken vallen bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Een civiel kunstwerk wordt elke vijf jaar uitgebreid geïnspecteerd volgens de CUR 117 aanbeveling categorie B2 (toestandsinspectie), B5 (herstel advies) en C2 (meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming). Houten bruggen en kunstwerken, die meer onderhoud vragen, worden in de tussenliggende periode een aantal keer visueel geschouwd. Op basis van de inspectieresultaten worden de jaarlijkse onderhouds- en vervangingsmaatregelen bepaald. Deze maatregelen kunnen variëren van klein onderhoud tot grootschalige vervangingen.
Terugblik De aanrijdschade van het Ringdijk-viaduct over de Rotterdamseweg is gerepareerd. Uit de draagkrachtberekening van het Ringdijk-viaduct en het Havenkanaalviaduct over de Rotterdamseweg is duidelijk geworden dat beide viaducten een maximaal toelaatbaar verkeer van 30 ton mogen hebben. Dit jaar hebben we de damwanden laten inventariseren/inspecteren langs de Boelewerf, de Drierivierenlaan, de Schans en langs de laad- en loswal. Het beheerplan Civiele Kunstwerken is op dit moment in de conceptfase. Om dit beheerplan te kunnen maken hebben we dit jaar kunstwerken laten inspecteren om een volledig beeld te krijgen van de kwaliteit. Verschillende kleine reparaties zijn uitgevoerd en er zijn in Drievliet 32 kunstwerken schoongemaakt.
Budget Civiele kunstwerken
Begroting na wijziging
Realisatie
Klein onderhoud
347.800
224.481
Groot onderhoud
120.000
102.689
Investeringen
1.256.800
444.635
Totaal civiele kunstwerken
1.724.600
771.804
Jaarstukken 2024
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
85
Openbaar groen, inclusief recreatiegebieden Kerncijfers • • • • •
19.597 bomen 279.312 m2 cultuurbeplanting 1.401.838 m2 gras 9.335 m2 haag 351.328 m2 natuurlijke beplanting
Beheer We beheren de recreatiegebieden de Gorzen, Ridderhaven en het Reijerpark. De Grienden en de Crezéepolder zijn in beheer bij de Stichting Zuid-Hollands Landschap. De Donckse Velden, het Oosterpark en de Wevershoek zijn in beheer bij het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ). Het Donckse Bos valt onder de Stichting Het Huys ten Donck. Voor het Waalbos is een beheerovereenkomst afgesloten met Staatsbosbeheer. De surfbocht bij het Waalbos is in beheer van het NRIJ. De kwaliteit van het bomenbestand wordt bewaakt door middel van boomveiligheidscontroles en onderzoeken. Uit deze driejaarlijkse controles (voor sommige bomen jaarlijkse controles) volgen de maatregelen die genomen moeten worden om het bomenbestand vitaal en veilig te houden. In sommige gevallen is het nodig om bomen te kappen. In veel gevallen kan worden volstaan met snoeionderhoud.
Terugblik Vanuit de boomveiligheidscontroles en projecten zijn er bomen gerooid en aangeplant. Daarnaast hebben we in de wijken verschillende groenvakken gerenoveerd. En is het gazon van een aantal speelplekken en trapvelden gerenoveerd. Langs de Dr. Kuyperstraat en het gazon voor het gemeentehuis langs de Jhr. van Karnebeekweg is een bijvriendelijk bloembollenmengsel aangeplant. In het vroege voorjaar profiteren de bijen daarvan. In deze straten zijn ook bermen ingezaaid met een bloemenmengsel.
Budget Openbaar groen
Begroting na wijziging
Realisatie
Onderhoud, inclusief groot onderhoud
3.196.100
2.644.119
Totaal openbaar groen
3.196.100
2.644.119
Speelterreinen Kerncijfers • • •
177 speelplekken 836 speeltoestellen 39.934 m2 kunstmatige valondergrond
Beheer De speeltoestellen worden jaarlijks vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Aan de hand van de
resultaten van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar wordt de jaarplanning gemaakt. Naast veiligheid kunnen sterk gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen een aanleiding zijn om een speelplek in de planning voor herinrichting op te nemen. Tijdens de voorbereidingen voor de herinrichting van een speelplek worden de gebruikers en buurtbewoners bij het proces betrokken. Eerst wordt de mogelijkheid geboden ideeën kenbaar te maken. Daarna worden op basis van de meest realistische ideeën twee ontwerpen met speeltoestellen gemaakt. Tenslotte kan iedereen, maar bij voorkeur de kinderen, hieruit een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen wordt aangelegd.
Terugblik De volgende locaties zijn gerenoveerd in samenspraak met de bewoners: • Baron Mackaystraat
86
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
• • • • • •
Brahmsstraat Kerkweg Klooslaan Steur Noordstraat Dr. Kuyperstraat
Budget Speelvoorzieningen
Begroting na wijziging
Realisatie
Klein onderhoud
548.200
Groot onderhoud
30.500
17.650
Investeringen
772.300
709.906
1.351.000
1.233.659
Totaal speelvoorzieningen
506.103
Wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) Kerncijfers • • • • •
592.643 m2 asfalt 1.797.259 m2 bestrating 942 m goot 21.235 kolken 107.069 m2 overige verharding
Beheer Naast landelijk geldende uitgangspunten voor onderhoud aan wegen is rekening gehouden met de lokaal vastgestelde kwaliteitsniveaus. Voor bedrijventerreinen in Ridderkerk geldt kwaliteitsniveau C, voor de rest van Ridderkerk (ook de fietspaden door of langs bedrijventerreinen) geldt kwaliteitsniveau B. Het onderhoudsprogramma wordt gemaakt op basis van de jaarlijkse weginspectie, nadere onderzoeken, levensduur, uitstraling (kwaliteitsniveau) en binnenstedelijke ontwikkelingen. De inspectieresultaten van 2024 omgezet naar kwaliteitsniveau zijn als volgt: Stuurelement
A
B
C
D
Eindtotaal
Bedrijventerreinen
67%
22%
2%
9%
100%
Buitengebied
48%
33%
0%
19%
100%
Centra
68%
18%
3%
11%
100%
Groengebieden/Parken
61%
15%
2%
22%
100%
Hoofdwegen
67%
15%
2%
16%
100%
Woongebied
58%
30%
4%
8%
100%
Sommige wegvakken die onderhoud behoeven (de C- en D-kwaliteiten) wachten op vervanging via integrale projecten waarbij de hele buitenruimte wordt opgepakt of bijvoorbeeld het HOV-project. Of de fietspaden bij Donkersloot die volgend jaar worden vervangen door een tweerichtingsfietspad. Na herstraten of een reconstructie is de weg weer op A-kwaliteit. Bij asfaltwerken dient vertraging van het noodzakelijk onderhoud voorkomen te worden in verband met kapitaalvernietiging. Stellen wij het onderhoud aan het asfalt te lang uit? Dan zijn zwaardere of duurdere maatregelen nodig. Elementenverharding kent geen kapitaalvernietiging. Bij uitstel loopt enkel de beeldkwaliteit terug. Naast planmatig (groot) onderhoud vindt er dagelijks (klein) onderhoud plaats. Waar planmatig onderhoud gericht is op het in goede staat brengen, is dagelijks onderhoud gericht op het in goede staat houden, bijvoorbeeld plaatselijk herstel van verzakte bestrating. Binnen het dagelijks onderhoud worden de gevaarlijke situaties direct verholpen. Waar de veiligheid in het geding is, wordt dus direct onderhoud gepleegd. Dit kan bijvoorbeeld een spoelgat in de weg of losse tegels door boomwortels zijn.
Jaarstukken 2024
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
87
Terugblik Totaal is dit jaar 25.444 m2 elementen bestrating aangepakt. Het betreft: • Bolnes 1.820 m2 (onder andere trottoir Spuistraat, Pontonweg, Droogdok, Retiefstraat, Dijkje, Wetstraat en Waterland en de rijbaan van de Orion flat). • Centrum 2.025 m2 (onder andere trottoir Frans Halsstraat, fietspad Raadhuispassage en Sportlaan, rijbaan en trottoir Geerlaan, Hovystraat en Karnebeekweg). • Donkersloot 2.510 m2 (onder andere trottoir Havenstraat en Brouwerstraat, fietspad Dokwerkerstraat en rijbaan Haven). • Drievliet 5.630 m2 (onder andere trottoir Merodelaan, Paltrokmolen, Tarbot en de rijbaan Fazant en Patrijs). • Het Zand 215 m2 (onder andere het trottoir Zeemanstraat en de rijbaan Waalstraat). • Oost 1.520 m2 (onder andere trottoir Irisstraat, Kerkweg en Klooslaan en de rijbaan Lagendijk). • Oostendam, geen planmatig onderhoud uitgevoerd alleen klein onderhoud. • Rijsoord 520 m2 (onder andere trottoir Govert Flohilstraat, Linnenstraat en rijbaan Vlasstraat). • Slikkerveer 8.501 m2 (onder andere rijbaan en trottoir Ruwaardstraat, Prinsenstraat, Prinses Margrietstraat en het trottoir Drierivierenlaan). • West 2.703 m2 (onder andere trottoir Boksdoornstraat, Seringenplantsoen, Mr. Troelstrastraat en de halfverharding van begraafplaats Vredehof). Totaal is er dit jaar 16.287 m2 asfalt verharding aangepakt.
Het betreft: • Ridderkerk breed is er 216 m2 nutssleuf dicht gemaakt verspreid over 37 locaties. • Op de Benedenrijweg is 12.471 m2 Pentack M aangebracht (levensduur verlengend asfaltproduct). • De Ringdijk is voor zien van 1.560 m2 Emulsie Asfalt Beton (dunne deklaag). • In totaal is er 2.040 m2 asfalt gerepareerd (frezen en inlagen), onder andere op de Oosterparkweg, Havenkanaal, Dokwerkerstraat, Visvliet, Vredehof en de Industrieweg. • Daarnaast zijn er scheuren gevuld en is er boomwortelschade weggeslepen.
Budget Wegen
Begroting na wijziging
Realisatie
Klein onderhoud
2.131.300
608.250
Groot onderhoud
1.939.300
1.823.870
Investeringen
5.163.700
3.056.145
Saldo van storting en onttrekking reserve
-189.800
-91.049
Totaal wegen
9.044.500
5.397.216
Stand reserve per 1 januari
3.699.679
Storting
1.721.700
Onttrekking
-1.812.749
Stand reserve per 31 december
3.608.630
Riolering Kerncijfers • • • • • • • • •
88
295 km riolering 50 km drukriolering en persleidingen 22.000 rioolaansluitingen 48 rioolgemalen 119 drukrioleringspompen 2 tunnelgemalen 3 oppervlaktegemalen 9 bergbezinkvoorzieningen 2 bergingsriolen
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
Beheer Riolering is van belang voor de volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving, de bodem en het grond- en oppervlaktewater. We zijn verantwoordelijk voor de inzameling van het stedelijk afvalwater en hemelwater (dat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken). We proberen eventuele nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken. Het beleid ten aanzien van het beheer en onderhoud van riolering is verankerd in het Programma Stedelijk Water 2023-2027 (PSW), dat op 25 mei 2023 door de raad is vastgesteld. De kosten worden gedekt binnen de rioolheffing. De kosten zijn opgedeeld in twee stromen: Het beheer- en onderhoud (de exploitatiekosten) en de vervangingsinvesteringen die betrekking hebben op alle onderdelen van de (afval)waterketen. Klimaatverandering betekent dat de extremen groter worden: er valt meer regen in kortere tijd en de temperaturen zijn extremer. We spelen in op klimaatverandering. Bij nieuwbouwprojecten of herontwikkelingen worden openbare ruimten zo ontworpen dat pieken in neerslag goed opgevangen kunnen worden.
Terugblik In 2024 is de eerste fase van het project herinrichting Bloemenbuurt (GoudsbloemstraatOudelandseweg) afgerond. Gelijktijdig is gestart met de voorbereiding van de volgende fase in de Bloemenbuurt. De eerste fase van de herinrichting Rivierenbuurt in Bolnes is gereed. We zijn verder gegaan met de voorbereiding van de tweede fase in deze wijk. Daarnaast is gestart met het vervangen van het riool in de Markstraat en Dintelstraat. In de Donckselaan en omgeving hebben we het hemelwater van de riolering afgekoppeld en zijn maatregelen genomen om te voorkomen dat water de woningen inloopt. Verder is ingezet op de voorbereiding van de 'herstructurering in de wijken West en Centrum'. Hier zijn extra onderzoeken uitgevoerd en is overleg gevoerd met de netbeheerders. Daarnaast hebben wij hier de fasering van het werk aangepast ten gevolge van wensen van bewoners. Dit om een oplossing te bieden in de parkeerdruk die wordt ervaren. Ten gevolge van deze scopewijziging is een vertraging ontstaan. Het planmatig onderhoud (reinigen en inspecteren van riolering) is conform het Programma Stedelijk Water uitgevoerd.
Op basis van de beoordeling van de jaarlijkse rioolinspectie zijn diverse acties in gang gezet, waaronder het waterjetten van het riool (verwijderen van wortels), het vervangen van delen van het riool in de Geerlaan en de Seringenstraat, en het herstel van rioolaansluitingen in de wijk West. Zoals in de uitwerking van de motie ‘tegengaan rioolvreemd water’ is aangegeven worden de komende jaren negentien riooloverstorten verhoogd naar een minimale waking van 15 centimeter. In 2024 zijn er hiervan vijf uitgevoerd. Met het waterschap voerden we een meten- en monitoringprogramma uit. Dit programma gaf aanleiding om de centrale besturingsmethode van rioolstelsels, pompen en gemalen (RTC) verder te verfijnen. Het inzicht in het functioneren van het rioolstelsel is hiermee vergroot. Van alle drukrioleringspompen is de besturing vervangen. Het aantal storingen is hiermee gereduceerd en er is een besparing op energiegebruik. Het hoofdrioolgemaal in Rijsoord en een aantal kleinere gemalen zijn gerenoveerd. Daarmee is het stelsel van gemalen en persleidingen verder geoptimaliseerd.
Budget Riolering
Begroting na wijziging
Realisatie
Onderhoud
1.910.300
1.726.491
Investeringen
3.110.100
1.439.753
Totaal riolering
5.020.400
3.166.244
Waterhuishouding Kerncijfers • • • •
40.373 m natuurlijke oever 14.148 m natuurvriendelijke oever 27.283 m oeverbeschoeiing 325.395 m2 watergangen
Jaarstukken 2024
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
89
Beheer Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit van al het water in de gemeente. Daarbij onderhoudt het waterschap de hoofdwatergangen. Het overige water wordt grotendeels door ons onderhouden. Maar ook Rijkswaterstaat, de provincie, diverse natuurorganisaties en particulieren zijn deels verantwoordelijk voor het onderhoud van sommige watergangen. Het waterschap controleert of het onderhoud naar behoren wordt uitgevoerd. Zo mogen er bijvoorbeeld niet te veel bagger of waterplanten aanwezig zijn in het water. Het beleid van het waterschap is daarom sterk richtinggevend voor ons waterbeheer. Op basis van metingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert zelf de hoofdwatergangen. Is de aanliggende grond van ons, dan zijn wij verplicht deze bagger te ontvangen. We betalen dan ook voor het transporteren en afvoer ervan. Beschoeiingen worden op basis van inspecties vervangen. Daarbij is veiligheid vaak doorslaggevend. Voordat over wordt gegaan tot vervanging wordt onderzocht of het mogelijk is een natuurlijke oever te maken. Dan is geen nieuwe beschoeiing nodig en krijgt de flora en fauna een kans beter tot ontwikkeling te komen. Bij oeverbeschoeiing is er aandacht voor het plaatsen en in stand houden van eendentrappen.
Terugblik Er is dit jaar 416 meter beschoeiing vervangen in de Merel, Patrijs, Rosmolen, Oosterparkweg, Rembrandtweg, Kastanjelaan en parkeerplaats De Fakkel. Vanwege het afkalven van de oever is er bij de Woude een beschoeiing aangebracht. Bij de Sportlaan is een duiker gerepareerd en een nieuwe uitstroombak geplaatst. Het ecologisch beheer heeft zich verder ontwikkeld: met toestemming van het waterschap mag nu 10% van de waterplanten blijven staan. Op elf locaties is een pilot gestart waarbij 25% van de waterplanten niet wordt gemaaid. Dit geldt niet als er invasieve exoten aanwezig zijn zoals de waterteunisbloem. Die is dit jaar bestreden in de Kapteynstraat. Tot slot is er gebaggerd in het Reijerpark, Doncksestraat en in de Ravelstraat.
Budget Waterhuishouding
Begroting na wijziging
Realisatie
Klein onderhoud
463.900
209.201
Groot onderhoud
177.400
138.930
Investeringen
243.200
210.540
Totaal waterhuishouding
884.500
558.671
Afvalinzameling Kerncijfers 668 verzamelcontainers zijn in beheer van de N.V. BAR-Afvalbeheer, waarvan 44 glas, 138 oud papier/karton, 259 gft en 227 PMD+restafval. Ook zijn er in Ridderkerk 28 textielcontainers welke worden beheerd door Opnieuw & Co.
Beheer In de huidige situatie is het onderhoud, de reiniging en de garantie van de ondergrondse containers geborgd in een onderhoudsovereenkomst met de leverancier. Het betreft in totaal 668 containers voor restafval, papier/karton, gft en glas. De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR-Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers.
Terugblik De financiële consequenties van het periodiek gratis ophalen van grofvuil zijn in kaart gebracht. Deze hebben er niet toe geleid dat een dergelijke regeling wordt ingevoerd. Wel kunnen inwoners sinds 2024 (op afspraak) gratis hun tuinafval aan huis laten ophalen. Zo wordt het scheiden van gft bevorderd. Om een extra service te verlenen bij het aanbieden van klein huishoudelijk afval dat niet in een ondergrondse container past of hoort is eind 2024 het mobiele afvalaanbiedstation 90
Deloitte Accountants B.V. Voor identificatiedoeleinden. Behorend bij controleverklaring d.d. 3 juli 2025
Jaarstukken 2024
geïntroduceerd. Deze is op zeven plekken in de gemeente meerdere keren per maand te vinden. De aanvragen vanuit de gemeente (wij zelf en bijvoorbeeld woningbouwcorporaties) voor inzet van afvalcoaches ten aanzien van voorlichting groeien. Ook (basis)scholen weten de afvalcoaches steeds beter te vinden voor educatiedoeleinden. Als gevolg van de verzelfstandiging van Beheer openbare ruimte vindt het opruimen van bijplaatsingen en illegale stortingen in eigen beheer plaats. Deze taak is per 1 juni 2024 naar ons overgegaan. De mogelijkheid om een afvalpas op de telefoon te gebruiken is onderzocht. Dit blijkt (nog) niet te kunnen op elke soort mobiele telefoon.