CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2023.pdf

Gemeenteraad RK 4 juli 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Jaarstukken 202337.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

255.901

Totaal 0.9:Vennootschapsbelasting (VpB)

255.901

Heffing Vennootschapsbelasting (voordeel € 255.901) De positieve afwijking van circa € 256.000 houdt voornamelijk verband met de voorlopige berekening van de vennootschapsbelasting over het jaar 2023. De inschatting van de Vpb-last 2023 bedraagt € 89.000 en is verwerkt in voorliggende jaarrekening. Het ramingsbedrag was € 347.500. Deze was berekend over de volgende VPB-plichtige clusters van activiteiten: grondexploitaties, opbrengst recyclebare reststromen, begraven, energie zonnepanelen en reclameactiviteiten. De afwijking is hoofdzakelijk toe te schrijven aan de vennootschapsbelasting bij de grondexploitaties. De oorspronkelijke raming voor de VPB-last 2023 was gebaseerd op de MPG 2023. Voor de inschatting van de Vpb-last 2023 in voorliggende rekening is de (meest recente) MPG 2024 te worden

Jaarstukken 2023

70

gehanteerd. De hoofdreden van de afwijking op deze post komt dan ook door de forse belastbare winst 2023 bij grondexploitatie Cornelisland die is verschoven en nu in de boekjaren 2024 en 2025 wordt verwacht. De definitieve Vpb aangifte 2022 is medio 2023 bij de Belastingdienst ingediend. De hiermee gepaard gaande aanslag over 2022 is echter nog niet ontvangen.

Toelichting 0.10 Mutaties reserves Omschrijving

Verschil 2023

0.10:Mutaties reserves Onttrekkingen

-1.488.531

Totaal 0.10:Mutaties reserves

-1.488.531

Algemene reserve (nadeel € 53.820)  Voor de implementatie van de omgevingswet zijn minder uitvoeringskosten gemaakt dan begroot. Hierdoor is ook de dekking uit de algemene reserve voor overhead lager (nadeel € 53.820). Reserve groot onderhoud gebouwen (nadeel € 434.711) In 2023 waren de kosten voor planmatig onderhoud aan het gemeentehuis lager dan begroot. Daarnaast is de vervanging van de cv-installatie van het dienstgebouw op begraafplaats Vredehof, werkzaamheden aan de dakventilator van de brandweerkazerne en vloerafwerking in Wijkcentrum Slikkerveer en De Fuik een jaar uitgesteld en doorgeschoven van 2023 naar 2024. Opgeteld heeft dit geleid tot een lagere dekking uit de reserve groot onderhoud gebouwen. Afschrijvingsreserve incidentele en toekomstige investeringen (nadeel € 1.000.000) Het onderzoek naar het gebruik van deze reserve is afgerond. Vanaf 2024 zal dit leiden tot gewijzigde bestemming van en gewijzigde fasering in onttrekking aan deze reserve. Gevolg is dat hiervoor in 2023 geen onttrekking aan de reserve heeft plaats gevonden.

Indicatoren Nr. Omschrijving

Bron

29 Demografische druk

Waarstaatjegemeente.nl In %

Toelichting/Eenheid

Waarde 83,1%

De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar 30 Formatie

BAR-organisatie

Fte per 1.000 inwoners

6,9

31 Bezetting

BAR-organisatie

Fte per 1.000 inwoners

6,7

32 Apparaatskosten

BAR-organisatie

In euro 's

633

33 Externe inhuur

BAR-organisatie

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten

0,6%

34 Overhead

BAR-organisatie

% van totale lasten

46,8%

Toelichting Onderstaande onderwerpen worden verdeeld naar verschillende programma's en zijn dus niet specifiek toe te wijzen. De toelichting wordt daarom hieronder weergegeven en verder niet bij de programma's.

Gemeentehuis Omschrijving

Verschil 2023

Gemeentehuis Lasten

402.052

Baten

39.276

Totaal Gemeentehuis

441.328

Toelichting gemeentehuis In 2023 waren de kosten voor planmatig onderhoud aan het gemeentehuis lager dan begroot. De onderhoudswerkzaamheden zijn doorgeschoven van 2023 naar 2024. Het gaat hierbij om werkzaamheden aan de liftinstallaties, alarminstallatie en regelinstallatie.

71

Jaarstukken 2023

BAR-bijdrage inclusief overhead Omschrijving

Verschil 2023

BAR-bijdrage incl. overhead Lasten

411.446

Baten

-396.769

Totaal BAR-bijdrage

14.677

Toelichting BAR-bijdrage inclusief overhead BAR-bijdrage inclusief overhead (voordeel € 14.677) Het saldo bestaat uit enerzijds een voordeel door verrekening van het jaarrekeningresultaat van de BAR-organisatie en het maatwerk en standaardpakket. De verrekening van het jaarrekeningresultaat bestaat uit de teruggave van jaaroverschrijdende projecten en de verrekening van het restantsaldo. Anderzijds een nadeel door lagere dekking uit uren op investeringen en grondexploitaties.

Overzicht algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. De gemeente mag deze dus vrij besteden, in tegenstelling tot specifieke dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen

Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Realisatie 2023

Verschil 2023

Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is

13.102.500

13.353.500

13.805.205

451.705

Algemene uitkeringen

85.526.050

89.675.050

92.293.492

2.618.442

Dividend

401.800

432.700

432.682

-18

Saldo van de financieringsfunctie

70.900

371.800

60.486

-311.314

Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal

3.800

3.800

0

-3.800

99.105.050

103.836.850

106.591.865

2.755.015

Overzicht overhead De overhead bestaat uit alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (BBV art. 1, lid 1 onderdeel l). In de notitie overhead (2016) van de commissie BBV worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Directe kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan de betreffende taakvelden.  Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren derhalve tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten bedrijfsvoering tot de overhead (bijvoorbeeld uitbesteding salarisadministratie).  Sturende taken vervult door hiërarchisch leidinggevenden behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead. De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. Baten en lasten overhead

Primitieve Begroting 2023 Realisatie 2023 begroting 2023 na wijziging

Verschil 2023

Bestuursondersteuning

-163.100

-170.200

-177.754

-7.554

Representaties en overige kosten bestuur

-32.900

-32.900

-35.711

-2.811

Kosten voormalig personeel

0

0

-740

-740

Nieuwe organisatie Ridderkerk

0

-40.000

-23.367

16.633

Communicatie en voorlichting

-119.700

-151.200

-135.644

15.556

Gemeenteapp

-16.500

-16.500

-16.530

-30

0

-30.000

-15.135

14.865

Toegankelijkheid websites Juridische zaken Overhead vanuit de BAR Doorbelasting Gemeentehuis Koningsplein Totaal

Jaarstukken 2023

-153.900

-153.900

-97.304

56.596

-13.169.600

-13.393.200

-13.919.079

-525.879

-820.700

-1.520.900

-1.167.657

353.243

-14.476.400

-15.508.800

-15.588.921

-80.121

72

Onvoorzien De post onvoorzien is een verplichte post volgens het BBV. Er is geen verplicht bedrag dat hiervoor geraamd moet worden. Gezien onze sterke reservepositie is daarom gekozen voor een bedrag van € 25.000. Onvoorzien

Primitieve Begroting 2023 Realisatie 2023 begroting 2023 na wijziging

Verschil 2023

Onvoorzien

-25.000

-25.000

0

25.000

Totaal

-25.000

-25.000

0

25.000

73

Jaarstukken 2023

PARAGRAFEN

Jaarstukken 2023

74

Paragraaf 1 Lokale heffingen Inleiding Lokale heffingen In deze paragraaf staat informatie over het gevoerde beleid en de opbrengsten van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Lokale heffingen zijn te verdelen in heffingen waarvan de besteding gebonden of ongebonden is. De gebonden heffingen worden besteed aan een aanwijsbare taak zoals de afvalstoffenheffing, rioolbelasting, leges, begraafrechten, markt- en kadegelden. Deze heffingen worden daarom niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Ongebonden lokale heffingen zoals de onroerendezaakbelastingen (OZB) en parkeerbelasting worden wel tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. De besteding van deze heffingen is niet gebonden aan een bepaalde taak.

Uitgangspunten begroting 2023 In de Belastingnota 2020 zijn de uitgangspunten vastgelegd voor de heffing en inning van gemeentelijke belastingen, overige heffingen en het tarievenbeleid. Voor de OZB-tarieven geldt in het begrotingsjaar 2023 dat het niet meer dan trendmatig zullen stijgen (inflatiecorrectie). De zogenoemde inflatiecorrectie voor 2023 ten opzichte van 2022 is 2,2%. De gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Rioolheffing, Lijkbezorgingsrechten, Marktgelden en Leges) mogen wettelijk maximaal 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele btw, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead. Verder in deze paragraaf onder lokale lastendruk wordt de ontwikkeling van de woonlasten en de tarieven in 2023 ten opzichte van 2022 weergegeven en beschreven. Met ingang van 2023 is het Samenwerkingsverband Vastgoed Heffing en Waardebepaling (SVHW) belast met de uitvoering van de heffing en inning van gemeentelijke belastingen, de jaarlijkse herwaardering van alle onroerende zaken volgens de Wet WOZ en de behandeling van verzoeken voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. De kosten voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is buiten de tarievenberekening gehouden.

Overzicht geraamde en gerealiseerde opbrengsten belastingen en lokale heffingen Ongebonden heffingen Ongebonden heffingen zijn inkomsten voor de gemeente waar geen bestedingsdoel aan gekoppeld is. De ontvangen belastinggelden worden toegevoegd aan de algemene middelen van de gemeente, waarna de raad kan beslissen waaraan het geld besteed wordt. Het overzicht van de geraamde en de gerealiseerde opbrengsten van de ongebonden heffingen ziet er als volgt uit. Bij een onder- of overschrijding van meer dan € 25.000 wordt er een toelichting gegeven. Ongebonden heffingen

Progr.

Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Realisatie 2023

Verschil

Financiering en algemene dekkingsmiddelen Onroerendezaakbelasting

buiten

12.694.000

12.995.000

13.469.361

Baatbelasting

buiten

1.300

1.300

1.946

474.361 646

Straatparkeren/parkeerboetes

buiten

407.200

357.200

333.899

-23.302

Toelichtingen ongebonden heffingen Onroerendezaakbelasting De definitieve totale WOZ-waarde van de niet-woningen blijkt hoger te zijn dan waarvan aanvankelijk bij de begroting is uitgegaan. Het voorgaande leidt tot een incidentele extra OZB-opbrengst nietwoningen.

75

Jaarstukken 2023

Gebonden heffingen Gebonden heffingen zijn inkomsten voor een gemeente waar een besteding gerelateerd is aan een direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. Deze inkomsten worden dan ook niet toegerekend aan de algemene dekkingsmiddelen. De geraamde en de gerealiseerde opbrengsten van de gebonden heffingen zien er als volgt uit. Een onder- of overschrijding van meer dan € 25.000 wordt toegelicht. Gebonden heffingen

Progr.

Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Realisatie 2023

Verschil

Bestuur en (overheids)participatie Leges Burgerzaken

1

510.100

510.100

608.193

98.093

2

1.191.600

2.216.000

2.822.389

606.389

4

33.500

33.500

40.929

7.429

Afvalstoffenheffing

8

7.442.000

7.287.100

7.303.562

16.462

Rioolheffing

8

4.997.100

4.947.000

4.896.863

-50.137

9

795.400

795.400

827.424

32.024

Veiligheid Leges WABO-vergunningen/APV Economische zaken Marktgelden Gezondheid en duurzaamheid

Ruimtelijke ontwikkeling, wonen en maatschappelijk vastgoed Lijkbezorgingsrechten

Toelichtingen gebonden heffingen Leges Burgerzaken Het aantal aangevraagde reisdocumenten en rijbewijzen is hoger dan oorspronkelijk begroot. Hierdoor zijn de inkomsten op gemeenteleges hoger, maar ook de rijksafdracht leges. Dit resulteert in een positief eindsaldo. Aan de hand van het VNG-model verlopen reisdocumenten en een prognose van het RDW worden de aantallen begroot. Een hoger aantal hierop kan diverse oorzaken hebben, bijvoorbeeld het weer vrij kunnen reizen na de coronaperiode en de Brexit waardoor inwoners alleen nog met een paspoort naar Engeland kunnen en niet meer op een identiteitskaart. Leges WABO-vergunningen/APV Door prijsstijging vielen de geraamde bouwkosten hoger uit dan de oorspronkelijke ramingen. Daarnaast zijn een aantal projecten en vrije kavelwoningen eind 2023 ingediend, zodat zij onder oude regelgeving worden behandeld. Dit was eerder dan verwacht. Deze factoren hebben geleid tot een incidentele extra opbrengsten uit leges omgevingsvergunningen. Rioolheffing Er zijn in 2023 minder eenheden voor groot waterverbruik niet-woningen in de rioolheffing betrokken dan waarvan bij de raming is uitgegaan. Dit heeft geleid tot minder opbrengst van rioolheffing nietwoningen. Lijkbezorgingsrechten Meer uitvaarten en uitgiftes van een groter aantal onbepaalde tijd graven leveren een hogere opbrengst van grafrechten en afkoopsommen onderhoud graven op.

Kostendekkendheid Kostendekkendheid gebonden heffingen Leges Burgerzaken Leges WABO-vergunningen/APV Marktgelden

Baten

Lasten

Dekking in %

608.193

-801.416

76%

2.822.389

-2.411.780

117%

40.929

-38.592

106%

Afvalstoffenheffing

7.303.562

-7.302.293

100%

Rioolheffing

4.896.863

-4.896.863

100%

827.424

-1.165.700

71%

Lijkbezorgingsrechten

Jaarstukken 2023

76

Kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding Het komt voor dat een belastingplichtige niet, of slechts deels, de aanslag kan betalen. Onder wettelijk vastgestelde voorwaarden kan deze belastingschuldige kwijtschelding krijgen voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerendezaakbelastingen. Het indienen en de behandeling van kwijtscheldingen gaat via het SVHW. In onderstaand overzicht is een vergelijking gemaakt tussen de geraamde en de daadwerkelijk toegekende kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Kwijtschelding lokale heffingen

Begroting 2023

Onroerend zaakbelasting

Begroting 2023 na wijziging

Realisatie 2023

Verschil

-2.600

-2.600

-1.008

1.592

Afvalstoffenheffing

-154.800

-254.800

-279.005

-24.205

Rioolheffing

-50.100

-75.100

-92.081

-16.981

Aantallen Jaar

Verzoeken

Toegewezen

Percentage

2019

1.120

866

77%

2020

1.218

966

79%

2021

1.421

1.001

70%

2022

1.425

991

70%

2023

1.597

1.269

79%

Toelichting verzoeken kwijtschelding Het aantal ingediende verzoeken is ten opzichte van 2022 gestegen. Het percentage toegekende kwijtscheldingsverzoeken is ook gestegen van 70% tot het niveau van 2020 (79%). De toename van het aantal kwijtscheldingsverzoeken in 2023 lijkt een landelijke trend te zijn. Mogelijke oorzaak voor de toename van het aantal kwijtscheldingsverzoeken is de energiecrisis in 2023 die negatieve impact heeft gehad op de financiële situatie van vele huishoudens.

Lokale lastendruk Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit van Groningen brengt jaarlijks het niveau en de ontwikkeling van de lokale lasten in beeld. Bij het vergelijken van de woonlasten wordt er onder andere gekeken naar de OZB, afvalstoffenheffing en rioolbelasting. Het Coelo brengt hierover jaarlijks de ‘Atlas van lokale lasten’ uit, met daarin informatie over alle gemeenten in Nederland. Woonlasten Ridderkerk 2023 De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De tarief- en woonlastenontwikkeling van de verschillende huishoudens worden in de tabellen weergegeven. Heffing eigenaar-bewoner

Tariefontwikkeling

Woonlasten

Woonlasten percentage t.o.v. vorig jaar

Onroerendezaakbelasting woningen

-7,9%

336

2,4%

Rioolheffing

11,3%

206

11,0%

Afvalstoffenheffing eenpersoons*

11,7%

279

11,7%

Afvalstoffenheffing tweepersoons

n.v.t.

375

n.v.t.

Afvalstoffenheffing meerpersoons*

6,5%

387

6,5%

Totale gemeentelijke lasten eenpersoonshuishouden

822

7,6%

Totale gemeentelijke lasten tweepersoonshuishouden

917

n.v.t.

Totale gemeentelijke lasten meerpersoonshuishouden

929

5,9%

* In deze vergelijking zijn de gemiddelde variabele tarieven van 2022 meegenomen.

77

Jaarstukken 2023

Heffing huurder-bewoner

Tariefontwikkeling

Woonlasten

Woonlasten percentage t.o.v. vorig jaar

Rioolheffing

11,3%

103

11,0%

Afvalstoffenheffing eenpersoons

11,7%

279

11,7%

Afvalstoffenheffing tweepersoons

n.v.t.

375

n.v.t.

Afvalstoffenheffing meerpersoons

6,5%

387

6,5%

Totale gemeentelijke lasten eenpersoonshuishouden

383

11,1%

Totale gemeentelijke lasten tweepersoonshuishouden

478

n.v.t.

Totale gemeentelijke lasten meerpersoonshuishouden

490

6,6%

Woonlasten vergelijking omliggende gemeenten en landelijk In deze jaarrekening is tevens een vergelijking gemaakt tussen de lokale lastendruk van de gemeente Ridderkerk met die van omliggende gemeenten en een vergelijking met gemeenten met de laagste en de hoogste woonlasten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende situaties: A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)  Eenpersoonshuishouden en meerpersoonshuishouden met een koopwoning B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)  Eenpersoonshuishouden en meerpersoonshuishouden met een huurwoning De geselecteerde gemeenten zijn bedoeld om een beeld te geven van:  woonlasten van Ridderkerk in vergelijking met die van de aangrenzende gemeenten en;  vergelijking met woonlasten in de goedkoopste en duurste gemeenten in het land. Grafiek A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)

Jaarstukken 2023

78

Grafiek B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)

Toelichting vergelijking woonlasten buurgemeenten Een vergelijking met de woonlasten van de omliggende gemeenten in 2023 laat in het Coelo rapport het volgende beeld zien:  De woonlasten van woningeigenaren in Ridderkerk zijn lager dan de het landelijk gemiddelde woonlasten. Eenpersoonshuishoudens betalen de laagste woonlasten in Barendrecht en meerpersoonshuishoudens kennen de laagste woonlasten in Dordrecht.  De woonlasten van huurders in Ridderkerk zijn hoger dan het landelijk gemiddelde woonlasten; Eenpersoonshuishoudens die huurder zijn, betalen de laagste woonlasten in Barendrecht. Meerpersoonshuishoudens kennen de laagste woonlasten in Dordrecht. Landelijke woonlastenvergelijking In de vergelijking die hierna volgt zijn ter vergelijking de gemeenten Aalten en Nijmegen opgenomen als de gemeenten met de laagste woonlasten en de gemeenten Bloemendaal en West Betuwe met de hoogste woonlasten. Woningeigenaren hebben de laagste woonlasten in Aalten. Huurders in Nijmegen hebben de laagste woonlasten. Hoogste woonlasten hebben huishoudens met eigen woning in de gemeente Bloemendaal en huurders in de gemeente West Betuwe betalen de meeste woonlasten. De volgende grafieken laten dit zien.

79

Jaarstukken 2023

Grafiek A. Woonlasten van huishoudens met een koopwoning (eigenaar-bewoner)

Grafiek B. Woonlasten van huishoudens met een huurwoning (huurder-bewoner)

Landelijk neemt Ridderkerk met woonlasten van € 929 een positie in van de 166e plaats als het gaat om een gezinshuishouden dat eigenaar-bewoner is. Ter vergelijking: Aalten staat op de 1e plaats met de laagste woonlasten van € 652 en Bloemendaal op de 352e plek met € 1.874 aan woonlasten. Gaat het om een gezinshuishouden dat huurder-bewoner is, dan staat Ridderkerk met woonlasten van € 490 op plaats 226e. Ter vergelijking: Nijmegen staat op de 1e plaats met de laagste woonlasten van € 35 en West Betuwe op de 352e plek met de hoogste woonlasten van € 750. Een huishouden met een huurwoning in Ridderkerk betaalt in 2023 aan woonlasten boven het landelijk gemiddelde aan woonlasten. Een huishouden met een koopwoning betaalt minder dan de landelijk gemiddelde woonlasten. Dit blijkt uit het overzicht hieronder:

Jaarstukken 2023

80

Categorie

Ridderkerk

Landelijk gemiddeld

Eénpersoonshuishouden met een huurwoning

383

346

Meerpersoonshuishouden met een huurwoning

490

436

Eénpersoonshuishouden met een koopwoning

822

867

Meerpersoonshuishouden met een koopwoning

929

944

81

Jaarstukken 2023

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicobeheersing Aanleiding en achtergrond Wij voeren actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is het weerstandsvermogen. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.

Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk tweemaal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd tot en met 15 december 2023. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de opvang van vluchtelingen, de inflatie en de krappe arbeidsmarkt laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De ontvlechting van de BAR-organisatie is verwerkt in het cluster risico met betrekking tot de BARorganisatie zoals u die aantreft in de top 10. Dit betreft de bedrijfsvoeringsrisico’s. Het betreft hierbij de risico-inschattingen zoals deze op dit moment kunnen worden gedaan. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven.

De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 90% van alle geïdentificeerde risico’s. Nr. Risico

Maatregelen

Kans

Financieel gevolg Invloed

1 Risicocluster tekorten uitvoering gedecentraliseerde taken sociaal domein

BAR-organisatie, monitoring/benchmarking, business intelligence, competentieontwikkeling, Strategisch PersoneelsPlanning

4

max. € 1.500.000 21,64%

2 Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving beveiliging data/ informatie/ gegevens/ privacy

BAR-organisatie, proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, compliance

4

max. € 1.000.000 17,28%

3 Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet

Beperkte invloed, transformatie keten, monitoring/benchmarking, business intelligence

4

max. € 1.000.000 14,29%

4 Risico dat de BAR-organisatie haar taken niet BAR-organisatie, monitoring, business kan uitvoeren binnen het beschikbaar intelligence, competentieontwikkeling gestelde budget

4

max. € 915.000 13,64%

5 Risico tekorten in openeindregelingen Schulddienstverlening: preventie, Schulddienstverlening, Schuldhulp- verlening, competentieontwikkeling, business bijzondere bijstand intelligence

4

max. € 500.000

7,60%

6 Cluster Wmo gerelateerde risico's, overschrijding van budget(ten)

Beperkte invloed, BAR-organisatie, monitoring, business intelligence

4

max. € 400.000

5,05%

7 Financiële en imagorisico's op door de gemeente gesubsidieerde instellingen

Frequent toepassen audits, voortgangsrapportages van instellingen

3

max. € 400.000

4,83%

8 Risico’s niet te dekken binnen grondexploitaties

Uitkomst risico-inventarisatie

4

max. € 111.000

2,75%

9 Arbeidsongeschiktheid van collegelid/-leden

Geaccepteerd risico in plaats van verzekeren

1

max. € 1.287.000

1,78%

10 Risicocluster Assetmanagement Vastgoed

Meerjarig onderhoudsplan

3

max. € 162.000

1,43%

Totaal alle risico's: € 9.957.500

Het voorgaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren met daarbij het maximale financiële gevolg. De telling onder het overzicht is het totaal van alle bekende risico’s, niet alleen de genoemde top 10.

Jaarstukken 2023

82

De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd en hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen. Kwantiteit Referentiebeelden

Kansklasse Toelichting kansklasse

10%

0 of 1 keer per 10 jaar

1

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.

30%

1 keer per 5 - 10 jaar

2

Deze klasse hanteren we voor risico's waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.

50%

1 keer per 2 - 5 jaar

3

Deze klasse hanteren we voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.

70%

1 keer per 1 - 2 jaar

4

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.

90%

1 keer per jaar of meer

5

Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.

Risicosimulatie Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag € 9.957.500 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden.

Trends en ontwikkeling risicoprofiel In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. Decentralisaties/ nieuwe & aangepaste wettelijke taken. Het transformeren naar een uitgebalanceerde uitvoeringsorganisatie voor de vanuit de het rijk gedecentraliseerde taken als wel het implementeren en ten uitvoer leggen van nieuwe en aangepaste wetten en regelgeving is en blijft een zeer complexe en uitdagende opgave en vormt een groot risico. ICT/Informatiebeveiliging. De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. Burgers verwachten daarbij steeds meer op het gebied van digitale dienstverlening. De gemiddelde kosten op ICT-gebied per inwoner per jaar heeft zich inmiddels ontwikkeld tot € 100. Het risico dat wordt opgenomen in het risicoprofiel is qua invloed groot.

Nieuwe/aangepaste wetgeving op het gebied van informatiebeveiliging stelt harde toenemende eisen aan de beschikbare competenties en capaciteit om er invulling aan te geven. Over 2023 heeft dit invloed gehad op het prioriteren van activiteiten binnen diverse specialismen. Binnen het sociaal domein (Wmo, de Jeugdwet en de participatiewet) is in lijn met het landelijke beeld over 2023 een aanhoudende trend te zien van hoge en/of stijgende kosten als het gaat om de Wmo, de Jeugdwet en de participatiewet. De gemeente heeft hierdoor te maken met alsmaar groeiende uitgaven. In de uitvoering van de Participatiewet (BUIG) en de Jeugdwet zorgt dit voor overschrijdingen over 2023. De omvangrijke bezuinigingsplannen van het kabinet op de uitvoering van de Jeugdzorg zijn weliswaar vooruit geschoven maar zullen komende jaren uitgevoerd gaan worden. De toenemende hulpvraag onder jongeren is zorgelijk groot en de beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening dragen bij aan het aanhouden van stevige risico’s in het gemeentelijk risicoprofiel. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen de netto kosten en de vraag zeker tot 2025 hoog blijven wanneer van het in 2019 ingevoerde abonnementstarief wordt afgestapt.

Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds) Er is al langere tijd sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Het vooralsnog bevriezen van de bijdragen van het gemeentefonds en de onzekerheid over de toekomst van een nieuwe verdeel- en

83

Jaarstukken 2023

berekensystematiek van het gemeentefonds vormt een grote onzekerheid binnen meerdere prestatiegebieden. Risico’s BAR-organisatie (ontvlechting): 2023 is het jaar waarin de BAR-organisatie is ontvlochten. In de tweede helft van het jaar is de plaatsing van het personeel afgerond. De (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverlening van de gemeente(n) vormen het risicoprofiel voor de organisatie en bijbehorende dienstverlening die per 1 januari 2024 door de BedrijfsvoeringsPartner zal worden uitgevoerd. De bedrijfsvoeringsrisico’s worden dus het risicoprofiel van de BedrijfsvoeringsPartner. De risico’s voor de uitvoering van de wetten en regels, het leveren van producten en diensten (primaire taken) door de gemeenten blijven dus ook in de nieuwe situatie de kern van het risicoprofiel van de gemeente met als belangrijk verschil dat de uitvoerende ambtenaren in de uitvoering van de product- en dienstverlening vanaf 1 januari bij de gemeente in dienst zijn. Het risico bestaat dat de krappe arbeidsmarkt niet volledig voorziet in geschikte kandidaten voor de diverse vacatures die hierdoor zijn ontstaan bij de gemeente en de BedrijfsvoeringsPartner. Het personeelsverloop is daarbij in 2023 vrij hoog geweest.

Het ziekteverzuim ligt over een langere periode al boven het landelijke gemiddelde, maar is in de loop van 2023 wel flink afgenomen. De kans dat er meer kosten worden gemaakt voor inhuur blijft aanwezig. Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand (openeinderegelingen): De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen nam toe en beperkt zich niet tot alleen de lage inkomens. Een groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement.

Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Het totaal van de stortingen en onttrekkingen in de algemene reserve is terug te vinden in de Jaarrekening onder het hoofdstuk Toelichting op de balans per 31 december, Overzicht mutaties in de algemene reserve. Weerstandsvermogen Algemene reserve Onvoorzien Totaal weerstandscapaciteit

Startcapaciteit Stortingen

Onttrekkingen Huidige capaciteit

32.758.257

6.869.497

3.638.130

25.000

0

0

35.989.624 25.000

32.783.257

6.869.497

3.638.130

36.014.624

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Uit de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 4.597.624 (benodigde weerstandscapaciteit). Percentage

Bedrag

5%

2.387.652

25%

3.129.693

50%

3.646.517

75%

4.154.210

90%

4.597.624

95%

4.859.627

Jaarstukken 2023

84

Ratio weerstandsvermogen

= Beschikbare weerstandscapaciteit

=

Benodigde weerstandscapaciteit

36.014.624

=

7,8

4.597.624

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Ridderkerk valt met ratio 7,8 ruim binnen klasse A, wat staat voor een uitstekend weerstandsvermogen. Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 - 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 - 1,4

Voldoende

D

0,8 - 1,0

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Kengetallen De financiële positie van de gemeente wordt onder andere in beeld gebracht met kengetallen. Deze kengetallen worden voorgeschreven in het BBV. De gehanteerde kengetallen worden berekend op basis van de balans, het overzicht van baten en lasten en het overzicht van incidentele baten en lasten. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. De normeringen bij deze kengetallen geven een indicatie van de houdbaarheid van de financiën. De kengetallen samen geven een algemeen beeld over de financiële gezondheid. Op één kengetal (belastingcapaciteit komt in categorie B) na komen de kengetallen allemaal in categorie A uit. Samen met de goede reservepositie geeft dit een positief beeld van de financiële positie. Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote

<90%

90-130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

Structurele exploitatieruimte

>0%

0%

<0%

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

Kengetallen

Jaarrekening 2022

Begroting 2023

Jaarrekening 2023

Netto schuldquote

6,1%

62,0%

26,8%

Netto schuldquote gecorrigeerd

2,1%

62,0%

26,8%

Solvabiliteitsratio

59,3%

41,1%

52,3%

Grondexploitatie

-4,6%

-4,2%

-2,3%

Structurele exploitatieruimte

1,2%

3,8%

0,0%

Belastingcapaciteit

98,2%

94,3%

98,4%

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de opbrengsten. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote blijft ruim binnen categorie A. Het verschil tussen de begroting en realisatie is het gevolg van het niet aantrekken van leningen. Deze leningen zijn niet nodig geweest, omdat er minder geïnvesteerd is dan waar eerder rekening mee gehouden is.

85

Jaarstukken 2023

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate de gemeente aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Anders gezegd 52% van het totale vermogen is eigen vermogen. Een goede score en hoger dan bij de begroting. Ook dit heeft te maken met niet aantrekken van leningen.

Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond, kosten minus de opbrengsten in de grondexploitaties, is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De (licht) negatieve uitkomsten zijn de vertaling van gunstige, winstgevende, boekwaardes. Het kengetal grondexploitatie valt daardoor in categorie A.

Jaarstukken 2023

86

Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen of de structurele ruimte voldoende is om structurele lasten te dragen. De marge tussen categorie A en C is klein. De nagenoeg neutrale uitkomst laat zien dat de structurele baten gelijk zijn aan de structurele lasten. Hier is het percentage ver achter de komma positief. Maar ook een nagenoeg neutrale uitkomst geeft aan dat de uitgaven van de gemeente nauwgezet gemonitord moeten blijven worden.

Belastingcapaciteit De benutte belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde van 2023 (€ 944). Als dit percentage laag ligt, betekent dit dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Om in aanmerking te komen voor financiële steun vanuit het Rijk (art. 12-status), moeten de lokale belastingen ten minste 120% van het landelijk gemiddelde zijn. De belastingdruk ligt nog onder het landelijke gemiddelde, maar wel in categorie B.

87

Jaarstukken 2023

Conclusie over huidig risicoprofiel In de voorgaande onderdelen is een relatie gelegd tussen het risicoprofiel en het benodigde weerstandsvermogen en zijn de financiële kengetallen uitgelicht. Gesteld kan worden dat we een financieel gezonde gemeente zijn. Maar ondanks dat de cijfers een positief beeld laten zien, worden de financiën goed in de gaten gehouden.

Jaarstukken 2023

88

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Deze openbare ruimte bevat kapitaalgoederen. Dit zijn wegen, openbare verlichting, riolering, civiele kunstwerken, water, groen en gebouwen. Kapitaalgoederen hebben onderhoud nodig, zodat wij een veilig gebruik kunnen waarborgen. Zowel meerjarig groot onderhoud als klein onderhoud. De kosten daarvan en de planning worden vastgelegd in beheerplannen. Onze uitgangspunten daarbij zijn: het actuele beleidskader, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, de nota Reserves en Voorzieningen 2021-2024 en de Financiële Verordening 2017 (inclusief afschrijvingstabel). In het kader van het financieel toezicht hecht ook de provincie grote waarde aan actuele beheerplannen. De beheerplannen laten zien of de budgetten de komende jaren voldoende zijn om aan de vastgestelde beleidskaders te voldoen. In onderstaande tabel zijn de beschikbare beheerplannen weergegeven. Beheerplannen

Vastgesteld

Looptijd t/m

Herziening in

Reserve

Openbare verlichting

2020

2024

2024

Nee

Civiele kunstwerken

2020

2024

2024

Nee

Groen- en recreatiegebieden

2023

2028

2028

Nee

Speelterreinen

2020

2024

2024

Nee

Wegen

2023

2027

2027

Ja

Programma Stedelijk Water (voorheen GRP)

2023

2027

2027

Ja

Waterhuishouding

2020

2024

2024

Nee

Haven

2018

2023

*

Ja

Meerjarenonderhoudsplannen gebouwen

2018

2021

2024

Ja

Meerjarenonderhoudsplannen sportaccommodaties

2018

2021

2024

Ja

*Verharding, civiele kunstwerken, groen, openbare verlichting en water aanwezig bij de Haven is/wordt opgenomen in de beheerplannen van de betreffende disciplines. Daarom wordt er geen separaat beheerplan meer voor de Haven gemaakt.

Openbare verlichting Kerncijfers     

4.374 ledarmaturen 4.374 ledlampen 4.226 conventionele armaturen 4.226 conventionele lampen 8.550 lichtmasten

Beheer Naast de gemeente zijn ook andere beheerders verantwoordelijk voor de openbare ruimte met openbare verlichting, bijvoorbeeld de wegen met verlichting die in eigendom zijn van het Waterschap Hollandse Delta. De lichtmasten worden gemiddeld elke vier jaar visueel geïnspecteerd tijdens de lampvervanging en bij het schoonmaken van led-armaturen. Eventuele stabiliteits-/sterktemetingen van lichtmasten vinden plaats wanneer lichtmasten veertig jaar of ouder zijn. Onveilige situaties, vaak gemeld door burgers en bedrijven, worden veelal direct opgelost. Armaturen hebben een theoretische levensverwachting van bijna 25 jaar.

Terugblik De gemeente gaat versneld van lamp naar led. Daar hebben we dit jaar een begin mee gemaakt. In 2023 zijn er 1.195 conventionele armaturen gewisseld naar led-armaturen. Dit jaar zijn er 1.199 lampen vervangen. Dit is ter voorbereiding om in de periode van 2024 tot en met 2028 versneld van lamp naar led te gaan. In Ridderkerk is de openbare verlichting nu voor meer dan 50% van ledarmaturen voorzien.

89

Jaarstukken 2023

Budget Openbare verlichting

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

248.000

247.877

Groot onderhoud

476.500

449.479

Investeringen

686.100

618.542

1.410.600

1.315.898

Totaal openbare verlichting

Civiele kunstwerken Kerncijfers   

69 fiets-/voetbruggen 23 verkeersbruggen/viaducten 170 overige kunstwerken

Beheer Onder de categorie civiele kunstwerken vallen bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Een civiel kunstwerk wordt elke vijf jaar uitgebreid geïnspecteerd volgens de CUR 117 aanbeveling categorie B2 (toestandsinspectie), B5 (herstel advies) en C2 (meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming). Houten bruggen en kunstwerken, die meer onderhoud vragen, worden in de tussenliggende periode een aantal keer visueel geschouwd. Op basis van de inspectieresultaten worden de jaarlijkse onderhouds- en vervangingsmaatregelen bepaald. Deze maatregelen kunnen variëren van klein onderhoud tot grootschalige vervangingen.

Terugblik Twee trappen op de Gorzen zijn vervangen, in totaal 45 treden. De brug aan de van Leeuwenhoekstraat is voorzien van een slijtlaag. Bruggen bij de Marsmanstraat, Koolmees, Lijster en Kievitsweg zijn geconserveerd, totaal zes stuks. Verschillende kleine reparaties zijn uitgevoerd en er zijn diverse kunstwerken schoongemaakt. Eén derde van de kunstwerken is weer geïnspecteerd en er is een risicoscan uitgevoerd op de grote viaducten over de Rotterdamseweg. De aanrijschade van een viaduct over de Rotterdamseweg en een brug bij de Zalm is gerepareerd.

Budget Civiele kunstwerken

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

241.100

254.145

Groot onderhoud

825.300

739.346

Investeringen

1.302.000

226.735

Totaal civiele kunstwerken

2.368.400

1.220.226

Openbaar groen, inclusief recreatiegebieden Kerncijfers     

19.597 bomen 279.312 m2 cultuurbeplanting 1.401.838 m2 gras 9.335 m2 haag 351.328 m2 natuurlijke beplanting

Beheer De gemeente beheert de recreatiegebieden de Gorzen, Ridderhaven en het Reijerpark. De Grienden en de Crezéepolder zijn in beheer bij de Stichting Zuid-Hollands Landschap. De Donckse Velden, het Oosterpark en de Wevershoek zijn in beheer bij het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde. Het Donckse Bos valt onder de Stichting Het Huys ten Donck. Voor het Waalbos is een beheerovereenkomst afgesloten met Staatsbosbeheer. De surfbocht bij het Waalbos is in beheer van het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ). Er vindt nog overleg plaats over de toekomst van het NRIJ.

Jaarstukken 2023

90

De kwaliteit van het bomenbestand wordt bewaakt door middel van boomveiligheidscontrole en onderzoeken. Uit deze driejaarlijkse controles volgen de maatregelen die genomen moeten worden om het bomenbestand vitaal en veilig te houden. In sommige gevallen is het nodig om bomen te kappen. In veel gevallen kan worden volstaan met snoeionderhoud.

Terugblik Vanuit de boomveiligheidscontrole en projecten zijn er bomen gerooid en aangeplant. Daarnaast zijn er in de wijken verschillende groenvakken gerenoveerd. En is het gazon van een aantal speelplekken en trapvelden gerenoveerd. Langs de Jacob van de Laanstraat, Randweg en Vuurdoornlaan is een bijvriendelijk bloembollenmengsel aangeplant. In het vroege voorjaar profiteren de bijen daarvan. In deze straten zijn ook bermen ingezaaid met een bloemenmengsel.

Budget Openbaar groen

Begroting na wijziging

Realisatie

Onderhoud, incl. groot onderhoud

2.687.000

2.722.245

Totaal openbaar groen

2.687.000

2.722.245

Speelterreinen Kerncijfers   

175 speelplekken 803 speeltoestellen 38.534 m2 kunstmatige valondergrond

Beheer De speeltoestellen worden jaarlijks vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Aan de hand van de resultaten van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar wordt de jaarplanning gemaakt. Naast veiligheid kunnen sterk gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen een aanleiding zijn om een speelplek in de planning voor herinrichting op te nemen. Tijdens de voorbereidingen voor de herinrichting van een speelplek worden de gebruikers en buurtbewoners bij het proces betrokken. Eerst wordt de mogelijkheid geboden ideeën kenbaar te maken. Daarna worden op basis van de meest realistische ideeën twee ontwerpen met speeltoestellen gemaakt. Tenslotte kan iedereen, maar bij voorkeur de kinderen, hieruit een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen wordt aangelegd.

Terugblik De volgende locaties zijn geheel gerenoveerd in samenspraak met de bewoners:  Zalm  Houtzaagmolen  Benedenrijweg  Fazant  Steur  Boerhaavestraat  Alexanderstraat  Aletta Jacobsstraat  Genestetstraat  Zeemansstraat  Churchillplein  Kamerlingh Onnesstraat  Tarbot De trapvelden aan de Anjerstraat en Kerkweg zijn gerenoveerd. Op verschillende plekken is Tigermulch aangebracht (slijtvaste laag). Aan de Pelikaan is het hekwerk verhoogd in verband met overvliegende voetballen.

91

Jaarstukken 2023

Budget Speelvoorzieningen

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

450.500

Groot onderhoud

29.600

26.495

Investeringen

724.800

697.090

1.204.900

1.208.835

Totaal speelvoorzieningen

485.250

Wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) Kerncijfers     

588.104 m2 asfalt 1.770.855 m2 bestrating 942 m goot 21.118 kolken 99.221 m2 overige verharding

Beheer Naast landelijk geldende uitgangspunten voor onderhoud aan wegen is rekening gehouden met de lokaal vastgestelde kwaliteitsniveaus. Voor bedrijventerreinen in Ridderkerk geldt kwaliteitsniveau C, voor de rest van Ridderkerk (ook de fietspaden door of langs bedrijventerreinen) geldt kwaliteitsniveau B. Het onderhoudsprogramma wordt gemaakt op basis van de jaarlijkse weginspectie, nadere onderzoeken, levensduur, uitstraling (kwaliteitsniveau) en binnenstedelijke ontwikkelingen. De inspectieresultaten van 2023 omgezet naar kwaliteitsniveau zijn als volgt: Stuurelement

A

B

C

D

Eindtotaal

Bedrijventerreinen

78%

16%

2%

4%

100%

Buitengebied

79%

21%

0%

0%

100%

Centra

72%

20%

2%

6%

100%

Groengebieden/Parken

63%

17%

1%

19%

100%

Hoofdwegen

69%

22%

2%

7%

100%

Woongebied

61%

29%

3%

7%

100%

Sommige wegvakken die onderhoud behoeven (de C- en D-kwaliteiten) wachten op vervanging via integrale projecten waarbij de hele buitenruimte wordt opgepakt of bijvoorbeeld het HOV-project. Of de fietspaden bij Donkersloot die volgend jaar worden vervangen door een tweerichtingsfietspad (dit verklaart het percentage van 19% bij de categorie Groengebieden/Parken). Na herstraten of een reconstructie is de weg weer op A-kwaliteit. Bij asfaltwerken dient vertraging van het noodzakelijk onderhoud voorkomen te worden in verband met kapitaalvernietiging. Stellen wij het onderhoud aan het asfalt te lang uit? Dan zijn zwaardere of duurdere maatregelen nodig. Elementenverharding kent geen kapitaalvernietiging. Bij uitstel loopt enkel de beeldkwaliteit terug. Naast planmatig (groot) onderhoud vindt er dagelijks (klein) onderhoud plaats. Waar planmatig onderhoud gericht is op het in goede staat brengen, is dagelijks onderhoud gericht op het in goede staat houden, bijvoorbeeld plaatselijk herstel van verzakte bestrating. Binnen het dagelijks onderhoud worden de gevaarlijke situaties direct verholpen. Waar de veiligheid in het geding is, wordt dus direct onderhoud gepleegd. Dit kan bijvoorbeeld een spoelgat in de weg of losse tegels door boomwortels zijn.

Terugblik Totaal is dit jaar aan 32.754 m2 bestrating aangepakt. Het betreft:  Bolnes 2.826 m2 (onder andere trottoir Benedenrijweg, Leklaan, Dijkje, Dokhof en het fietspad Rijnsingel, Kievitsweg en de rijbaan van het Dijkpad).  Centrum 1.081 m2 (onder andere trottoir Vondellaan, Vogelvliet en Populierenlaan).

Jaarstukken 2023

92

       

Donkersloot 3.730 m2 (onder andere rijbaan en parkeervakken Nikkelstraat en het fietspad Havenstraat). Drievliet 6.208 m2 (onder andere trottoir Lijster, Forel, Voorn, Bliek, Brasem en de rijbaan Oosterparkweg, Fazant, Paltrokmolen en Windmolen). Het Zand 1.729 m2 (onder andere het trottoir en parkeervak Zeemanstraat en de rijbaan Lorentzstraat). Oost 1.997 m2 (onder andere rijbaan Geerlaan en de parkeerplaats Burgemeester Crezéestraat). Oostendam 200 m2 (rijbaan Tarwestraat). Rijsoord 1.014 m2 (onder andere trottoir Sandelingenweg, Dominee Allendorpstraat en rijbaan Rijksstraatweg). Slikkerveer 4.175 m2 (onder andere rijbaan en trottoir Stadhouderslaan, Kievitsweg trottoir en Dolfijnpark fietspad). West 9.794 m2 (onder andere trottoir Boksdoornstraat, Meidoornlaan, Sleedoornlaan, fietspad Olmenlaan en Prunuslaan en de halfverharding van het Reyerpark en het Lomanpark).

Op de volgende locaties is er een nieuwe deklaag aangebracht van asfalt, totaal 4.742 m2:  Fietspad Gorzen, vanaf de gemeentelijke opslag naar de Rotterdamseweg.  Fietspad Ridderhaven, vanaf de Haven naar de Donkerslootsedijk.  Fietspad Reyerpark, vanaf de dierenopvang naar de Kruisweg.  Voetpad Lohmanpark, vanaf de Burgemeester de Zeeuwstraat naar de Groen van Prinstererweg.  Voetpad Reyerheem, vanaf de Torenmolen naar de Karper.

Budget Wegen

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

1.918.100

1.742.433

Groot onderhoud

1.721.300

1.700.716

Investeringen

2.287.500

1.045.248

Saldo van storting en onttrekking reserve

-511.900

-477.629

Totaal wegen

5.415.000

4.010.768

Stand reserve per 1 januari 2023

4.177.307

Storting

1.123.600

Onttrekking

-1.601.229

Stand reserve per 31 december 2023

3.699.679

Riolering Kerncijfers         

295 km riolering 50 km drukriolering en persleidingen 22.000 rioolaansluitingen 48 rioolgemalen 119 drukrioleringspompen 2 tunnelgemalen 3 oppervlaktegemalen 9 bergbezinkvoorzieningen 2 bergingsriolen

Beheer Riolering is van belang voor de volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving, de bodem en het grond- en oppervlaktewater. De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling van het stedelijk afvalwater en hemelwater (dat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken). We proberen eventuele nadelige gevolgen van de grondwaterstand te beperken. Het beleid ten aanzien van het beheer en onderhoud van riolering is verankerd in het Programma Stedelijk Water 2023-2027 (PSW),

93

Jaarstukken 2023

dat op 25 mei 2023 door de raad is vastgesteld. De kosten worden gedekt binnen de rioolheffing. De kosten zijn opgedeeld in twee stromen: 1. Het beheer- en onderhoud, exploitatiekosten. 2. Vervangingsinvesteringen, die betrekking hebben op alle onderdelen van de (afval)waterketen. Klimaatverandering betekent dat de extremen groter worden: er valt meer regen in kortere tijd en de temperaturen zijn extremer. We spelen in op klimaatverandering. Bij nieuwbouwprojecten of herontwikkelingen worden openbare ruimten zo ontworpen dat pieken in neerslag goed opgevangen kunnen worden.

Terugblik In 2023 zijn diverse rioolvervangingen uitgevoerd, te weten aan de Oudelandseweg en Goudsbloemstraat, De Blaak en Nikkelstraat. De projecten die in voorbereiding zijn en in 2024 uitgevoerd worden, zijn 'rioolaanpassingen in de Donckselaan en omgeving', 'herstructurering Rivierenbuurt' en 'vervanging riolering Noordendweg'. Het afgelopen jaar is ingezet op de voorbereiding van de 'herstructurering in de wijken West en Centrum'. Hier zijn extra onderzoeken uitgevoerd en is overleg gevoerd met Stedin en Oasen. De planning van de nutsbedrijven is van invloed op de planning van het gemeentelijke herstructureringsproject. Het planmatig onderhoud (reinigen en inspecteren van riolering) is conform het Programma Stedelijk Water uitgevoerd. De hoofdpost waarop alle gemalen zijn aangesloten is vervangen en de externe sturing van gemalen (RTC - Real Time Control) is vernieuwd. Het vijzelgemaal aan de Burgemeester de Zeeuwstraat is gerenoveerd. Met het waterschap voerden we een meten- en monitoringprogramma uit. Dit programma gaf aanleiding om RTC verder te verfijnen.

Budget Riolering

Begroting na wijziging

Realisatie

Onderhoud

1.846.100

1.645.362

Investeringen

2.627.100

1.115.851

Totaal riolering

4.473.200

2.761.213

Waterhuishouding Kerncijfers    

40.373 m natuurlijke oever 14.148 m natuurvriendelijke oever 27.283 m oeverbeschoeiing 325.395 m2 watergangen

Beheer Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit van al het water in de gemeente. Daarbij onderhoudt het waterschap de hoofdwatergangen. Het overige water wordt grotendeels door de gemeente onderhouden. Maar ook Rijkswaterstaat, de provincie, diverse natuurorganisaties en particulieren zijn deels verantwoordelijk voor het onderhoud van sommige watergangen. Het waterschap controleert of het onderhoud naar behoren wordt uitgevoerd. Zo mogen er bijvoorbeeld niet te veel bagger of waterplanten aanwezig zijn in het water. Het beleid van het waterschap is daarom sterk richtinggevend voor het waterbeheer van de gemeente. Op basis van metingen van de baggeraanwas op de waterbodem bepalen we welke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert zelf de hoofdwatergangen. Is de aanliggende grond van de gemeente, dan zijn wij verplicht deze bagger te ontvangen. De gemeente betaalt dan ook voor het transporteren en afvoer ervan. Beschoeiingen worden op basis van inspecties vervangen. Daarbij is veiligheid vaak doorslaggevend. Voordat over wordt gegaan tot vervanging wordt onderzocht of het mogelijk is een natuurlijke oever te

Jaarstukken 2023

94

maken. Dan is geen nieuwe beschoeiing nodig en krijgt de flora en fauna een kans beter tot ontwikkeling te komen. Bij oeverbeschoeiing is er aandacht voor het plaatsen en in stand houden van eendentrappen.

Terugblik Op aanwijzen van het waterschap is in 2023 ruim 2.000 meter watergang geïnspecteerd waar naar verwachting baggeren nodig zou zijn. Al deze locaties zijn gebaggerd (totaal 2.244 m3 bagger verwijderd). In alle watergangen heeft regulier maaionderhoud plaats gevonden. Riet en waterplanten worden verwijderd, waarbij er vaak delen blijven staan (gefaseerd maaien). Op locaties met veel waterplanten worden tweemaal per jaar de waterplanten en/of riet verwijderd. Hierbij is aandacht voor vislocaties. In de omgeving van Jonkheer de Savornin Lohmanstraat en de Groen van Prinstererweg is een groot deel van de beschoeiing die aan onderhoud toe was vervangen door natuurvriendelijke oevers. Verder is op beperkte schaal plaatselijk wat beschoeiing die aan onderhoud toe was vervangen.

Budget Waterhuishouding

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

417.100

417.376

Groot onderhoud

175.600

171.900

Investeringen

200.600

62.869

Totaal waterhuishouding

793.300

652.145

Afvalinzameling Kerncijfers 663 verzamelcontainers zijn in beheer van de N.V. BAR-Afvalbeheer, waarvan 44 glas, 138 oud papier/karton, 257 gft en 224 PMD+restafval. Ook zijn er in Ridderkerk 28 textielcontainers welke worden beheerd door Opnieuw & Co.

Beheer In de huidige situatie is het onderhoud, de reiniging en de garantie van de ondergrondse containers geborgd in een onderhoudsovereenkomst met de leverancier. Het betreft in totaal 663 containers voor restafval, papier/karton, gft en glas. De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR-Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers.

Haven Kerncijfers De gemeente Ridderkerk bezit een eigen haven aan de rivier De Noord. Twee delen zijn te onderscheiden. Aan de noordzijde een industriehaven met twee watergebonden bedrijven en een passantensteiger. Aan de zuidzijde een recreatiehaven met twee jachthavens. Behalve de passantensteiger worden de overige delen verhuurd.

Beheer Binnen het groot onderhoud (reserve) wordt nu nog gerekend met het eens in de vijf jaar baggeren van de haven. Als gevolg van onder andere toename van scheepsbewegingen bij De Noord, onzekerheden over de aanwas van baggerslib en verplaatsing van baggerslib binnen de haven, is er de komende jaren meer behoefte aan monitoring door dieptemetingen. Doelstelling hiervan is het in 2024 structureel kunnen prognosticeren van de hoeveelheid baggerslib en de baggerfrequentie. De aanwezige constructies worden incidenteel vervangen. Hier worden geen structurele middelen voor gereserveerd. Indien nodig wordt extra budget aangevraagd.

Terugblik In 2023 was het baggeren rondom de vluchtelingenboot (passantensteiger) ingepland. Door wijzigingen in het bootonderhoud is de passantensteiger niet vrijgekomen zoals afgesproken. Hierdoor

95

Jaarstukken 2023

verschuift het baggeren van dit deel naar 2024. In het kader van de lopende monitoring van baggerslib bewegingen, is in november een dieptemeting uitgevoerd. De uitkomsten worden begin 2024 geanalyseerd. Er zijn afmeerpalen bij de Jachthaven Ridderkerk B.V. vervangen. In 2024 wordt een aantal dukdalven bij watersportvereniging Sint Joris vervangen. Voor wat betreft het beheer, het onderhoud en het verhuur, is een stabiele situatie bereikt, ook financieel. De inspanningen zijn gericht op instandhouding.

Budget Haven

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

85.700

Saldo van storting en onttrekking reserve

32.700

32.700

Totaal haven

118.400

126.799

Stand reserve per 1 januari 2023 Storting

94.099

912.913 32.700

Onttrekking Stand reserve per 31 december 2023

945.613

Gebouwen Kerncijfers In 2023 had de gemeente 52 accommodaties in eigendom. Dit zijn:  Het gemeentehuis en de voormalige gemeentewerf  (Voormalige) onderwijsgebouwen  Binnensportaccommodaties (gymzalen/sporthallen)  Sportcomplexen  Peuterspeelzaal en kinderdagverblijven  Wijkcentra  Een rouwcentrum  Enkele bedrijfsruimten  Enkele woningen

Beheer Het in 2019 vastgestelde (Actualisatie Integraal Accommodatieplan) AIAP is nog steeds leidend voor het beleid van beheer en de ontwikkeling van het maatschappelijk vastgoed. De conditie van onze gebouwen is tussen 5 (matig) tot 3 (voldoende). Voor een aantal gebouwen hanteren we het label instandhouding. Dit houdt in dat we minimaal onderhoud uitvoeren omdat het gebouw op termijn gerenoveerd dan wel gesloopt wordt. Op basis van het beleid passen wij duurzaam beheer toe en voldoen we aan de Arbo- en veiligheidsvoorschriften. Onderwijsgebouwen Jaarlijks stelt de gemeente een jaarprogramma vast op basis van aanvragen door schoolbesturen. In dit jaarprogramma zijn alle uitbreidingen en nieuwbouw van schoolgebouwen opgenomen, inclusief de financiële consequenties daarvan. De aanvragen voor het jaarprogramma worden getoetst aan Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Ridderkerk 2021. Sport- en Welzijnsaccommodaties Voor een groot aantal gemeentelijke gebouwen (waarvoor in het kader van het AIAP geen ingrijpende wijzigingen worden voorgesteld) wordt een meerjarenonderhoudsprogramma opgesteld. Rouwcentrum Bij de begraafplaats Vredehof bevindt zich een rouwcentrum voor rouwbezoeken en uitvaartplechtigheden.

Het rouwcentrum wordt gebruikt voor diensten voorafgaande aan een begrafenis op Vredehof en Rusthof, maar ook als wordt gekozen voor crematie of elders begraven is de aula geschikt voor een plechtigheid vooraf.

Jaarstukken 2023

96

Terugblik 

    

In 2023 hebben we de technische staat van het vastgoed in beeld gebracht. Dit geeft ons inzicht in hoeverre we de onderhoudsreserve in 2024 moeten aanpassen. Daarnaast is dit een kapstok om beleid op te stellen hoe we ons vastgoed verder toekomstbestendig kunnen verduurzamen. Ook hebben we in 2023 stappen gezet om het maatschappelijk vastgoed te verduurzamen. Dit ziet voornamelijk toe op verbetering van de bouwtechnische schil en de installaties ten behoeve van het verwarmen van de gebouwen. Eind 2023 zijn de werkzaamheden aan de nieuwe werf zo goed als afgerond en is het gebouw in gebruik genomen. In het gemeentehuis is een nieuwe brandmeldinstallatie geïnstalleerd en in gebruik genomen. Het recreatiecentrum de Fakkel zal over een aantal jaren worden gerenoveerd of worden vernieuwd. Ondanks de grote onderhoudsbehoefte hebben we met een minimale investering het gebouw in bedrijf kunnen houden. In 2023 is de museumschool is Rijsoord toegevoegd aan de vastgoedportefeuille. Dit gebouw wordt gedurende de winterstop en tijdens de werkzaamheden voorzien van camerabewaking.

Budget Gemeentelijke gebouwen

Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

2.685.400

2.740.245

Groot onderhoud

1.234.300

615.508

Investeringen

28.200

11.195

Saldo van storting en onttrekking reserve

-549.100

-114.389

Totaal gemeentelijke gebouwen

3.398.800

3.252.559

Stand reserve per 1 januari 2023

4.098.052

Storting

512.100

Onttrekking

-626.489

Stand reserve per 31 december 2023 Sportaccommodaties

3.983.663 Begroting na wijziging

Realisatie

Klein onderhoud

3.595.800

Groot onderhoud

318.600

274.160

7.684.200

7.083.871

Investeringen Saldo van storting en onttrekking reserve Totaal sportaccommodaties

4.238.313

-59.600

-15.490

11.539.000

11.580.854

Stand reserve per 1 januari 2023

1.373.420

Storting

250.000

Onttrekking

-265.490

Stand reserve per 31 december 2023 Onderwijsgebouwen

1.357.930 Begroting na wijziging

Realisatie

Onderhoud

3.400.400

Investeringen

2.479.700

616.002

Totaal onderwijsgebouwen

5.880.100

3.323.370

97

2.707.368

Jaarstukken 2023

Paragraaf 4 Financiering Inleiding financiering In deze financieringsparagraaf beschrijven we in hoeverre de plannen en acties, die we in de begroting 2023 hebben beschreven, zijn uitgevoerd. Naast enkele onderwerpen die verplicht deel uit maken van de financieringsparagraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie.

Wettelijke kaders en treasurystatuut De kaders voor de uitvoering van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de financiële verordening en uitgewerkt in het treasurystatuut (beide vastgesteld in 2024). Hierbij is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) van toepassing. Deze wet stelt de kaders voor een verantwoorde en professionele inrichting van de treasuryfunctie bij decentrale overheden. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is het beheersen van risico’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1062/documents/38321