CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2022 GR BAR.pdf

Commissie Samen leven RK 28 september 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven29.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

 de uitvoering van de energietransitie komt in het gedrang: kunnen de gemeenten de

25

wettelijke taken nakomen? nieuwe / aangepaste wetgeving vereist bij implementatie synchroon stappen in organisatievolwassenheid.

6. Risico’s met betrekking tot assetmanagement / beheer en onderhouden eigendommen Het geplande onderhoud aan gemeentelijke eigendommen vindt plaats aan de hand van een meerjarig onderhoudsprogramma. De crisis in Oekraïne heeft invloed op de prijzen van grond-, bouw- en brandstoffen, maar ook op de beschikbaarheid van deskundige aannemers / partijen. Dit geldt eveneens voor de veranderingen die op stapel staan in de BAR-organisatie. Trends en ontwikkelingen:  onderhoud valt duurder uit of moet worden uitgesteld.  geen gebruik van de accommodaties en derhalve geen huurinkomsten.  uitval van personeel door ziekteverzuim. 7. Clusterrisico’s Fraude en Integriteit Door voldoende capaciteit toe te kennen aan het ten uitvoer leggen van een uitgebreide frauderisicoanalyse wordt de toezichthouder in positie gebracht om kritisch toezicht te houden op de uitvoering van het beleid. In 2022 is invulling gegeven aan de actualisatie van het risicobeleid. Trends en ontwikkelingen:  risicoanalyse fraude en integriteit kan als onderdeel van een concernbreed risicoprofiel de aandacht verliezen.  verregaande digitalisering van de samenleving en diensten & producten.  eerder in aanraking komen met criminaliserende omstandigheden / factoren. 8.

Bedreiging business continuïteit door / tijdens crisissituatie(s) Business continuity management (BCM) is het proces dat potentiële bedreigingen voor een organisatie identificeert en bepaalt wat de uitwerking op de organisatie is als deze bedreigingen daadwerkelijk optreden. BCM biedt een kader om tegen deze bedreigingen weerstand te bieden en in staat te zijn effectief te reageren. Met als doel bescherming en continuïteit te bieden door: - de belangrijkste belanghebbenden van de organisatie te blijven bedienen, - de meest cruciale processen in de lucht te houden en - in staat te zijn te allen tijde de belangrijkste diensten en producten te kunnen blijven leveren. Trends en ontwikkelingen:  het beschermen van de organisatie vraagt om specialistische doorontwikkeling op hoog en veelal kostbaar niveau.  bedreiging (digitaal) van buitenaf neemt toe.  continuïteit kent een sterke afhankelijkheid in het beschikbaar hebben en houden van capaciteit en passende competenties. Dit laatste komt steeds meer onder stuk te staan.  continuïteit van cruciale processen zal met regelmaat ge-audit / getest / geactualiseerd gaan worden om de werking vast te kunnen stellen. 9. Onvoorziene kosten (door)ontwikkeling BAR Veel van de risico’s in dit profiel zijn van invloed op de continue ontwikkeling van de BAR-organisatie.

De in gang gezette veranderingen van de bedrijfsveringorganisatie naar een slankere inrichting die niet langer zelf invulling geeft aan de uitvoering van de primaire processen leveren een grote uitdaging op waarvan de risico’s pas later kunnen worden gekwantificeerd.

26

Trends en ontwikkelingen:  gemeentelijke bedrijfsfuncties kunnen niet altijd (volledig) worden ingevuld.  veranderde omstandigheden vragen om nieuwe vaardigheden, middelen en aanpassingstijd.  het streven om de doorontwikkeling door te zetten en stabiel te blijven acteren als organisatie in crisistijd.  beleid, uitvoering en beheer opsplitsen van een groot aantal gemeentelijke processen levert een zeer omvangrijk project op met stevige risico’s.  afwijken van de gemeentelijke modelarchitectuur levert onnodige risico’s op in de uitvoerbaarheid van wettelijke taken gemeenten. 10. Onvoldoende inzicht in en kennis van contracten De toenemende kwaliteit bij het contractmanagement binnen onze GR BAR hebben dit risico doen afnemen. Het omgevingsbeeld waarbinnen wordt geacteerd verandert echter sterk en zorgt voor veel uitdagingen. Trends en ontwikkelingen:  een verdere digitalisering van de samenleving en een aantal diensten.  discipline en communicatie van alle verschillende verantwoordelijken in een ketennetwerkorganisatie waarin de product- en dienstverlening plaatsvindt. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. De volgende zijn in beginsel relevant voor onze GR BAR. 1.

Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Het geeft een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. In het algemeen geldt dat een laag percentage beter is dan een hoog. Berekening: Het totaal van de langlopende geldleningen, de korte schulden en de overlopende passiva gedeeld door 1% van de baten in de jaarrekening: 12.739.300 = 13,59% 1% van 93.720.900 2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Dit kengetal is hetzelfde als 1 maar hier wordt ook rekening gehouden met de aan de activakant van de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar, het saldo van de liquide middelen en de overlopende activa. 4.453.800 = 4,75% 1% van 93.720.900 3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een gemeente / GR in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen (reserves) en de totale balansomvang. De solvabiliteit ligt tussen 0 en 100. Hoe hoger dit percentage is, des te gunstiger voor de financiële weerbaarheid. Berekening: Eigen vermogen gedeeld door het totaal van de passiva.

Onze GR BAR heeft geen eigen vermogen (= reserves), de helft van de formule is dus 0. Een berekening van dit kengetal zou een vreemde uitkomst geven en is daarom niet gemaakt. Voor de kengetallen 1 en 2 geldt een percentage onder de 90% als goed. Bij een percentage tussen de 90 en 130% is waakzaamheid geboden bij het aangaan van nieuwe geldleningen. Een percentage 27

boven de 130% wordt te hoog bevonden, dan is de schuldenlast eigenlijk te zwaar. Dit maakt dat de uitkomsten hierboven als goed zijn te kwalificeren. Dat komt mede omdat de financieringsbehoefte van onze GR BAR niet zo groot is.

2.2 Paragraaf Financiering In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in en verantwoording afgelegd over de uitvoering van de financieringsfunctie (treasury). Kaders De wettelijke kaders voor de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). De beheersing van financiële risico’s speelt een belangrijke rol in die wet. In het treasurystatuut van de GR BAR zijn deze wettelijke kaders verder uitgewerkt. Het statuut schetst de context waarbinnen het treasurybeleid wordt vormgegeven en beschrijft de bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de treasuryfunctie. In 2022 zijn de kaders, zoals vastgelegd in Fido en treasurystatuut, gehanteerd. Afdekken reguliere exploitatiekosten en totaalfinanciering Om de treasuryfunctie adequaat in te kunnen vullen is het beschikbaar hebben van juiste, tijdige en volledige financiële informatie - zoals een betrouwbare liquiditeitsplanning - van essentieel belang. De periodieke bevoorschotting van de deelnemende gemeenten is zoveel mogelijk afgestemd op de financieringsbehoefte en dekken de uitgaande kasstroom van de reguliere exploitatie af. Hierdoor hoeft onze GR BAR over het algemeen geen geldleningen af te sluiten.

In 2022 zijn drie kortlopende leningen afgesloten en afgelost: - Eind januari € 3.000.000, looptijd 40 dagen, rente -0,1%, - Eind maart € 5.000.000, looptijd 107 dagen, rente -0,1%, - Half juli € 5.000.000, looptijd 67 dagen, rente 0,0%. De negatieve rente van de eerste twee leningen heeft een negatieve rentelast (= een bate) van € 1.800 opgeleverd. Renterisicobeheer Algemeen Risicobeheersing is één van de pijlers van de Wet Fido. Voor het beperken van de renterisico’s bij de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: •

De kasgeldlimiet, heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar; • De renterisiconorm, heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf één jaar. Het doel van deze twee normen is het beperken van de budgettaire risico’s bij rentestijgingen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft een norm voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de decentrale overheid haar activiteiten mag financieren, te weten 8,2% van het begrotingstotaal. Het doel van deze limiet is het voorkomen van het risico dat fluctuaties bij de korte rente meteen een grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Als de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden moeten deze rapportages aan de provincie worden toegezonden, met daarbij een plan om weer te gaan voldoen aan de kasgeldlimiet. 28

Uit onderstaand schema is af te lezen dat onze GR BAR in 2022 in alle kwartalen onder de gestelde kasgeldlimiet gebleven is.

Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking komt voor herfinanciering en/of renteherziening. Deze norm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstige stijging van de kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door het toepassen van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningen, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Uit onderstaand overzicht blijkt dat onze GR BAR in 2022 onder de renterisiconorm gebleven is. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD bedragen x € 1.000 Renterisico op vaste schuld 2022 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 0 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 0 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 0 2. Betaalde aflossingen 2022 (leningen aan BAR) 43 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2) 43 Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2022 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm

74.792 20,0% 14.958

Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) 5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)

14.915 n.v.t.

29

Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat onze GR BAR financiering met externe middelen zoveel mogelijk beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee worden de renterisico’s beperkt en wordt het renteresultaat geoptimaliseerd. Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn de materiële vaste activa van de bedrijfsvoering door de gemeenten overgedragen aan de GR BAR. Per gemeente is destijds een lening verstrekt ter financiering van deze overname. In 2022 zijn er geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken. Langlopende leningen Leningen 2022

bedragen x € 1000 hoofdsom 1-1-2022

Barendrecht Albrandswaard Ridderkerk Totaal

31 44 9 84

aflossing

restant hoofdsom 31-12-2022

rentelasten 12 22 9 43

1 2 0 3

19 22 0 41

Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten uit de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening is onderstaand (verplicht voorgeschreven) schema opgenomen: Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat

3.100 -/- 1.800 0 1.300 1.300 0

2.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Huisvesting Onze GR BAR maakt gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). Ten aanzien van de huisvesting is een aantal jaren geleden besloten de eigendomsverhouding van de gebouwen ongemoeid te laten. De GR BAR heeft de gebouwen om niet in gebruik van de gemeenten. Het gemeentehuis van Barendrecht en de gemeentewerf Londen zijn eigendom van de gemeente Barendrecht. Het (gemeente-)Huis van Albrandswaard is eigendom van de gemeente Albrandswaard. De gemeente Albrandswaard heeft de gemeentewerf Nijverheidsweg in eigendom en verhuurt die aan de NV BAR-Afvalbeheer. De gemeente Ridderkerk heeft het gemeentehuis van Ridderkerk in eigendom. Voertuigen Na een langdurige aanbestedingsprocedure in 2018 werd in februari 2019 een raamovereenkomst getekend door onze GR BAR en Volkswagen Pon Financial Services. Met dit contract kon de GR BAR efficiënt en effectief inspelen op de vervanging en verduurzaming van het wagenpark. De transitie van eigen beheer naar lease zou in 5 jaar plaatsvinden.

30

In 2022 zijn er in de lease 9 stuks voertuigen en 8 stuks ondersteunend materieel geleverd. Inmiddels zijn er totaal 88 stuks voertuigen en ondersteunend materieel vervangen waarvan 54 voertuigen, 18 strooimachines, 3 schuiven/ploegen en 13 landbouwwerktuigen. Eind 2022 staan nog 8 stuks voertuigen en 4 landbouwwerktuigen in bestelling. Alles wordt in 2023 (1e en 2e kwartaal) geleverd. De eerder ontstane vertraging in de overgang naar lease is daarmee nagenoeg ingelopen. I&A-investeringen (Informatie en Automatisering)  Robotic Process Automation Robotic Process Automation (RPA) betreft het automatiseren van repetitieve handmatige activiteiten. Het betreft ‘domme softwarerobots’ die worden ingezet om te besparen mét ICT. De besparing zit in het vervangen van handmatig werk door een software robot. Voorbeelden zijn het invoeren van grote aantallen aanvragen zoals bij de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo), de Tonk-maatregel (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten) en de Energietoeslag. Ook bij het interne administratieve proces van inhuur van medewerkers is RPA ingezet om te besparen op handmatige invoer.  Centric Per 1 januari 2022 is een vernieuwd onderhoudscontract met onze grootste softwareleverancier Centric afgesloten. Dit heeft, conform verwachting, in 2022 geleid tot lagere vaste onderhoudskosten en hogere investeringskosten.

Dit omdat nieuwe versies van bestaande software in dit nieuwe contract tot aanschafkosten leidt.  Common Ground Common Ground is de belangrijkste ICT-gerelateerde ontwikkeling vanuit de VNG. Het doel is een open, transparante en digitaal veilige overheid die haar dienstverlening flexibeler kan inrichten en verbeteren. In 2022 is de aanbesteding voor een nieuw ‘CMS’ (content management systeem, websites) afgerond. De winnende oplossing is een moderne, op Common Ground principes gebaseerde oplossing. In 2022 zijn de eerste stappen gezet op weg naar een ontwikkelpad richting Common Ground. Common Ground is nog niet zover dat er in 2022 voor ons bruikbare standaardoplossingen beschikbaar zijn gekomen.  Gegevensbeheer openbare ruimte Conform planning is de applicatie voor gegevensbeheer openbare ruimte (GBI) in 2022 vervangen.  Zaaksysteem In 2022 is gewerkt aan de implementatie van de nieuwe versie van ons zaaksysteem. Door capaciteitsproblemen bij de leverancier heeft dit project (minimaal) vijf maanden vertraging opgelopen. Daarmee zijn ook de beoogde investeringen gerelateerd aan dit project achtergebleven.  I&A-beleid Het I&A-beleid is ook in 2022 een belangrijk kader geweest voor onze ontwikkelingen. Voor wat betreft de 5 in het I&A-beleid benoemde deelgebieden is te melden: 1.

Klant & dienstverlening In samenhang met het Programma Dienstverlening is in 2022 ingezet op het verder aanbieden van (eenvoudiger) digitale toegang tot onze producten en diensten. Zo is onder meer een nieuwe oplossing voor Meldingen Openbare Ruimte in gebruik genomen die inwoners in staat stelt om eenvoudiger meldingen te maken. Ook zijn de E-diensten Burgerzaken geïmplementeerd die het voor inwoners makkelijker maken om online een uittreksel of afschrift aan te vragen. Uiteraard wordt bij het uitbreiden van onze online dienstverlening rekening gehouden met digitale toegankelijkheid zodat ook inwoners met een beperking gebruik kunnen maken van onze online diensten. 31

2. Data & Informatiegedreven werken Conform verwachting is in 2022 veel geïnvesteerd in management- en stuurinformatie, onder andere gericht op het Sociaal Domein. 3. Medewerker & Processen Een oplossing voor het anonimiseren van stukken is geïmplementeerd, Robotic Process Automation (RPA)-toepassingen en infrastructuur zijn uitgebreid. Ontwikkelingen op het gebied van de ‘digitale handtekening’ zijn door capaciteitsproblemen tijdelijk stop gezet. 4. Technologie & Leveringsmodellen Het tempo van de ‘verSaaSing’ (het vervangen van softwareapplicaties in-huis door softwarediensten uit de Cloud) is in 2022 minder snel gegaan dan verwacht. De oorzaken liggen deels bij de leveranciers die hun oplossing minder snel ‘verSaaSen’ dan eerder aangekondigd. Daarnaast zorgt de vertraging in de vervanging van het zaaksysteem ook breder tot vertraging in de verSaaSing, dit als gevolg van de afhankelijkheden en koppelingen tussen software pakketten. (SaaS: Software as a service) 5. Wetgeving & Ontwikkelingen a. Voor de Wet open overheid zijn (beperkte) investeringen gedaan in de daarvoor benodigde technologie.

Dit gaat minder snel dan verwacht omdat landelijk geen voortgang is geboekt op gebied van zowel PLOOI (het Platform Open OverheidsInformatie waarop gepubliceerd moet worden) als op het gebied van de planning, er is nog altijd geen wettelijk vastgestelde datum waarop actief gepubliceerd moet worden. b. Voor de Omgevingswet is nieuwe software voor onder meer Vergunning, Toezicht & Handhaving (VTH), Plansoftware en Toepasbare regels aangeschaft. Samenvattend hadden de financieel grootste investeringen in 2022 betrekking op: - Projecten en uitbreiding My-Lex. Dit is de software die wordt gebruikt voor: a. het zoeken en vinden van informatie, b. het conform de Archiefwet uitfaseren van oude software zoals Verseon en Kedo waarbij de informatie via My-Lex beschikbaar blijft, c. het toegankelijk maken van gedigitaliseerde bouwdossiers en persoonskaarten. - Centric: nieuwe versies van software, nieuwe koppelingen voor automatische berichtenafhandeling en nieuwe E-Diensten. - Eljakim (Carel), Stratech en Inforing: nieuwe software voor leerlingenvervoer en schuldhulpverlening (sociaal domein). - Uitbreidingen Pepperflow (begrotingsapplicatie). - Uitbreiding Robotic Process Automation (RPA) infrastructuur ten behoeve van ‘besparen mét ICT’. - Aanbesteding Content Management Systeem (CMS, websites). - Aanbesteding softwarebroker. - Update zaaksysteem (ondanks vertraging).

2.4 Paragraaf Bedrijfsvoering Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). In de paragraaf in de begroting moet ten minste inzicht worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. En in het jaarverslag moet hierover verantwoording worden afgelegd. Maar omdat onze GR BAR alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in de programmaverantwoording van deze jaarstukken en is een 32

paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig. Hieronder volgt nog wel een toelichtende tekst in het kader van de nieuwe opzet van de rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur. Toelichting bij de Rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur Met ingang van het boekjaar 2023 wijzigt de rechtmatigheidsverantwoording. Tot nu toe geeft de accountant een verklaring over de rechtmatigheid af in zijn accountantsverklaring bij de jaarrekening. In de nieuwe situatie legt het dagelijks bestuur verantwoording af over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Om goed voorbereid te zijn op de nieuwe wettelijke verplichting vanaf 2023 heeft het bestuur besloten om de jaarrekeningen 2021 en 2022 te gebruiken als proef. In deze jaarrekening treft u dus zowel een rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur aan volgens het nieuwe wettelijke format, zie pagina 69, als de huidige rechtmatigheidsverklaring van de accountant, zie pagina 84. Rechtmatigheid is een juridische term en houdt in dat overeenkomstig de geldende regels en besluiten is gehandeld. Voor deze rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur geldt echter een minder omvattend begrip. Het blijft beperkt tot de financiële rechtmatigheid. De financiële rechtmatigheid betreft de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties.

Het gaat om het financiële beheer en de financiële beheershandelingen. Hierbij zijn de volgende drie specifieke rechtmatigheidscriteria van belang: 1. Begrotingscriterium. De financiële handelingen passen binnen het kader van de laatste geautoriseerde begroting (inclusief goedgekeurde begrotingswijzigingen). 2. Voorwaardencriterium. De voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals landelijke wetten of door het algemeen bestuur vastgesteld beleid. 3. Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) - criterium. Er vindt een toetsing plaats op de juistheid en volledigheid van de gegevens die door derden zijn verstrekt met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen door klanten of ambtenaren. Conclusie rechtmatigheid De accountant en het dagelijks bestuur komen beide tot hetzelfde oordeel: er zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd die moeten meewegen in het oordeel of onrechtmatig is gehandeld. 1. Op het gebied van de begrotingsrechtmatigheid is sprake van een overschrijding van de lasten, maar die overschrijding past binnen het bestaande beleid. 2. Bij het voorwaardencriterium (inclusief de Wet financiering decentrale overheden en bijbehorende regelingen) zijn geen afwijkingen geconstateerd. 3. Bij het Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) - criterium zijn geen afwijkingen geconstateerd.

Evaluatie proefjaar rechtmatigheidsverantwoording In deze jaarrekening (het tweede proefjaar) is verdere ervaring opgedaan met de nieuwe wet en de nieuwe systematiek. De interne controle is zodanig aangepast en uitgebreid dat goed voldaan kan worden aan de nieuwe wet. De methodiek uit de huidige wet die wordt toegepast door de accountant wijkt echter aanzienlijk af van de methodiek in de nieuwe wet die wordt toegepast door het dagelijks bestuur. In de oude 33

wetgeving keek de accountant naar afwijkingen van de begroting en rapporteerde alleen afwijkingen die na onderzoek in strijd met de afspraken met het algemeen bestuur of de gemeenteraad (= dus onrechtmatig) bleken te zijn. In de nieuwe wetgeving is dit anders. Alle afwijkingen boven de rapportagegrens zijn onrechtmatig en dienen gerapporteerd en verklaard te worden. Hierdoor ontstaat een verschillend beeld bij de rechtmatigheidsverantwoording zoals het dagelijks bestuur die aflegt en de controleverklaring rechtmatigheid van de accountant. Het verschil wordt dit jaar vooral verklaard door de volgende begrotingsoverschrijdingen: - de eenmalige uitkering die de medewerkers in december 2022 hebben ontvangen vooruitlopend op de nieuwe cao, - de verplichte toevoeging aan de voorziening Regeling Vervroegd Uittreden, - de verplichte toevoeging aan de nieuwe voorziening Verlofsparen, - de extra uren die besteed zijn ten behoeve van Oekraïne (en waarvoor een vergoeding van het Rijk is ontvangen). In de huidige (tot en met 2022 geldende) systematiek worden deze afwijkingen door de accountant gekwalificeerd als afwijkingen die niet hoeven mee te wegen bij zijn oordeel over de rechtmatigheid. Maar in de nieuwe systematiek van de rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur worden ze wel als formeel onrechtmatig opgenomen.

Vervolgens wordt daarna toegelicht dat in formele zin de begroting is overschreden, maar dat de afwijkingen wel passen binnen het bestaande beleid van en afspraken met het algemeen bestuur en de gemeenteraden. Daarmee is het risico aanwezig dat de nieuwe wet (helaas) tot extra ambtelijke en bestuurlijke inspanningen leidt, die de wet juist beoogde te verminderen.

2.5 Openbaarheidsparagraaf De Wet Open Overheid (Woo) is ingegaan op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat in de begroting en de jaarrekening wordt aangegeven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. In de begroting 2023 werd voor het eerst een openbaarheidsparagraaf opgenomen. Deze jaarrekening 2022 is de eerste jaarrekening met een openbaarheidsparagraaf. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo contactfunctionaris Per 1 mei 2022 is deze rol ingevuld door middel van externe inhuur. Op deze wijze wordt voldaan aan de wettelijke verplichting. Bovendien is gedurende 2022 de rol en positie binnen de organisatie vorm gegeven en is in deze periode gezocht naar een definitieve oplossing. In november 2022 is het sollicitatieproces voor een definitieve invulling van deze rol succesvol afgerond. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob).

De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob. Onder meer de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken is aangepast. Deze aanpassingen zijn in 2022 doorgevoerd in onze processen.

34

Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting is in 2022 nog niet ingegaan. De wet zegt hierover dat voor het publiceren een landelijk platform gebruikt dient te worden: het Platform Open Overheids Informatie - PLOOI. Het adviescollege ICT-toetsing (AcICT) heeft een advies uitgebracht over het PLOOI. Het AcICT adviseert om de huidige ontwikkeling van het Platform stop te zetten en een simpeler variant te maken die sneller te realiseren is. Op 23 december 2022 heeft minister Bruins Slot (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin zij aangeeft dit advies over te nemen. Ongewijzigd is dat overheidsorganisaties wordt aangeraden om door te gaan met de voorbereidingen en zelf te publiceren via de eigen website. Dit betekent dat een datum waarop actief publiceren verplicht wordt nog altijd niet bekend is. Wel is duidelijk dat deze verplichting niet voor alle elf categorieën tegelijk zal gelden. De eerste vier categorieën zijn wel benoemd: Raadsstukken, Organisatiegegevens, Convenanten en Wooverzoeken. Vanuit het BAR-organisatie programma “Openbaar” is in 2022 gewerkt aan de implementatie van actieve openbaarmaking. In 2022 is het publiceren van raadsstukken en organisatiegegevens geïmplementeerd via de gemeentelijke websites.

Op convenanten en Woo-verzoeken hebben we ons in 2022 inhoudelijk en technisch vergaand voorbereid. Categorie Organisatiegegevens Raadsstukken Convenanten Woo-verzoeken Wet- en regelgeving Bestuurstukken Onderzoeken Beschikkingen Klachten Jaarplannen en verslagen Adviezen van adviescolleges

Status Worden gepubliceerd via websites. Worden gepubliceerd via websites. Voorbereiding vergevorderd. Voorbereiding vergevorderd. Vooronderzoek gereed. Vooronderzoek gereed. Vooronderzoek gereed. Vooronderzoek gereed. Vooronderzoek gereed. Vooronderzoek gereed. Vooronderzoek gereed.

Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen. In 2022 is het actieplan “Houdbaar” opgesteld; een concreet actieplan gericht op dit lange termijn doel. In december 2022 is het sollicitatieproces voor een informatiebeheerder Wet open overheid succesvol afgerond. Zowel de ‘informatie contactpersoon’ als de ‘informatiebeheerder Wet open overheid’ worden betaald uit het meerjarig Woo-budget dat door onze gemeenten beschikbaar is gesteld volgend op de meicirculaire 2021.

35

B.

Jaarrekening 2022 gemeenschappelijke regeling BAR

36

3.1 Balans ACTIVA Nr.

Omschrijving

31-12-2022

1.

Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut - Investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut

5.791.200

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Liquide middelen - Bank- en girosaldi

5.462.700 5.462.700

5.791.200 -

Totaal vaste activa 2.

31-12-2021

0 5.791.200

5.462.700

4.374.900

4.879.800

1.465.000 2.825.400

257.300 4.497.400

84.500

125.100 254.500

254.500

Overlopende activa - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te onvangen bedragen van: Europese overheidslichamen - overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

254.600 254.600

3.656.100

2.469.000

1.173.500

882.400

2.482.600

1.586.600

Totaal vlottende activa

8.285.500

7.603.400

Totaal-generaal

14.076.700

13.066.100

37

PASSIVA Nr.

Omschrijving

31-12-2022

3.

Vaste passiva Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van: Openbare lichamen Totaal vaste passiva

4.

Vlottende passiva Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichten van vergelijkbaar volume - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

31-12-2021

1.337.400 1.337.400

319.300 319.300

40.800 40.800

83.900 83.900

1.378.200

403.200

11.104.800

9.391.300

11.104.800

9.391.300 1.593.700

1.593.700

3.271.600 3.271.600

-

0

Totaal vlottende passiva

12.698.500

12.662.900

Totaal-generaal

14.076.700

13.066.100

38

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (het BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten en regels voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie staan. Algemene grondslagen  De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.  De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.  Gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die bekend worden na het opmaken van de jaarrekening en die nadere, voor het inzicht van het algemeen bestuur onontbeerlijke, informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, worden in de jaarrekening verwerkt tot aan het moment van vaststelling van de jaarrekening. Het gaat dan om gebeurtenissen waarmee materiële bedragen gemoeid zijn ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten.  Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.  Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans  Investeringen (activa) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht en in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven gedurende de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.

 Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.  (Met ingang van het boekjaar 2017 worden investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut - net als investeringen met een economisch nut - geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur wordt afgeschreven.)  De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.  Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen.  Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting, c.q. het voorzienbare verlies.  Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer.  De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 39

Onze GR BAR heeft een Nota activabeleid 2021 die op 12 oktober 2021 is vastgesteld. Er wordt gestart met afschrijven in het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt, verworden wordt, of in gebruik wordt genomen. In de Nota zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Omschrijving activa

IMMATARIËLE VASTE ACTIVA Onderzoek en ontwikkeling

Afschrijvingstermijn

5

MATERIËLE VASTE ACTIVA Vervoermiddelen Bedrijfswagens, vrachtwagens, et cetera Onderhoudsmaterieel Machines, apparaten en installaties Automatisering, apparatuur en programmatuur Audiovisuele middelen Communicatiemiddelen, telefooncentrale (exclusief mobiele telefoons) Borstelmachines, sneeuwschuivers, sneeuwblazers en overige machines Vuilniswagen, veegwagen Opzetstrooiers Trekker, heftruck Overige materiële vaste activa Gereedschappen, instrumenten, materialen en dergelijke

8 5

4-5 4 5 10 8 10 15

5 - 10

40

3.2 Toelichting op de balans ACTIVA 1. Vaste activa Materiële vaste activa Boekwaarde Omschrijving

Boekwaarde Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Bijdragen van derden

Afwaardering

31-12-2021

31-12-2022

Materiële vaste activa met economisch nut Gebouwen

727.000

-

-

75.700

-

-

651.300

2.325.000

737.600

-

858.100

-

-

2.204.400

240.800

-

-

53.700

-

-

187.100

Overige materiële activa

2.169.900

1.200.300

-

621.800

-

-

2.748.400

TOTAAL

5.462.700

1.937.900

-

1.609.300

-

-

5.791.200

Machines, apparaten, installaties Vervoermiddelen

2. Vlottende activa Uitzettingen met rente-typische looptijd korter dan één jaar Deze uitzettingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, namelijk vorderingen op openbare lichamen, uitzettingen in ’s Rijks schatkist en overige vorderingen. In onderstaande tabel is een specificatie weergegeven met daaronder een toelichting. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

saldo 31-12-2021

mutaties

saldo 31-12-2022

Vorderingen op openbare lichamen: -

Verrekening met gemeenten

183.700

1.259.700

1.443.400

-

Overige semi overheid

73.600

-52.000

21.600

257.300

1.207.700

1.465.000

4.497.400

-1.672.000

2.825.400

125.100

-40.600

84.500

4.879.800

-504.900

4.374.900

Vorderingen op openbare lichamen

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

Totaal

Vorderingen op openbare lichamen Deze vorderingen hebben betrekking op vorderingen op openbare lichamen. Eind 2022 bedraagt deze post € 1.465.000. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Op 31 december 2022 is een bedrag van € 2.825.400 gestald in ’s Rijks schatkist. Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen privaatrechtelijke debiteuren. Eind 2022 is het saldo € 84.500. Schatkistbankieren Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het 41

drempelbedrag. Hieronder volgt een overzicht waaruit het totaal aan middelen is opgenomen dat per kwartaal buiten de schatkist is aangehouden. Het drempelbedrag is daarbij in geen enkel kwartaal overschreden. Drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal 2022

74.791.600

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

2,00%

Drempelbedrag

1.495.832

Afwijking t.o.v. drempelbedrag *) 1e kwartaal

-1.266.937

2e kwartaal

-1.253.896

3e kwartaal

-1.217.909

4e kwartaal

-1.224.398

*) Een positief bedrag betekent dat het gemiddelde saldo op de rekening courant hoger was dan het drempelbedrag. Bij een negatief bedrag is onder het drempelbedrag gebleven. Dat laatste is voor alle kwartalen het geval geweest.

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de banksaldi die als volgt zijn opgebouwd: Liquide middelen

saldo 31-12-2021

Rabobank BAR-Organisatie

250.000

-

250.000

4.600

-100

4.500

254.600

-100

254.500

Rabobank BAR-Organisatie Ideal Totaal

saldo 31-12-2022

mutatie

Overlopende activa Overlopende activa A. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotsbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkering met een specifiek doel.

saldo 31-122021

mutatie

saldo 31-122022

882.400

291.100

1.173.500

B. overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen -

Nog te ontvangen bedragen

1.075.200

681.700

1.756.900

-

Vooruitbetaalde bedragen

480.900

235.100

716.000

-

VPB betaalrekening

30.500

-20.800

9.700

2.469.000

1.187.100

3.656.100

Totaal

ad. A.

saldo 31-12-2021

toevoegingen

ontvangen bedragen

saldo 31-12-2022

EU: Europees Sociaal fonds met betrekking op re-integratie

882.400

291.100

-

1.173.500

Totaal

882.400

291.100

-

1.173.500

42

PASSIVA 3. Vaste passiva Eigen vermogen Onze GR BAR heeft per 31 december 2022 geen reserves. Voorzieningen Voorzieningen

saldo 31-12-2021

toevoegingen

t.g.v. rekening

saldo 31-12-2022

aanwending

Voorzieningen voor afvloeiing personeelsbestand

133.800

328.300

-66.300

-67.500

328.300

Voorziening voor de regeling vervroegd uittreden

185.500

357.800

-300

-66.400

476.600

-

532.500

-

-

532.500

319.300

1.218.600

-66.600

-133.900

1.337.400

Voorziening voor verlofsparen Totaal

Er zijn drie voorzieningen: 1. Voorziening afvloeiing personeelsbestand Deze voorziening is gevormd voor de verwerking van de financiële gevolgen van gemaakte afspraken met medewerkers over begeleide uitdiensttreding. 2. Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden Deze voorziening is gevormd voor de per 1 januari 2021 in werking getreden wet “Bedrag ineens, RVU en verlofsparen”. Gedurende de jaren 2021 tot en met 2025 kan de werkgever aan werknemers, die zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd en die niet in staat zijn gezond werkend de AOW-leeftijd te bereiken, de mogelijkheid bieden eerder te stoppen met werken. 3. Voorziening Verlofsparen Deze voorziening is gevormd voor de in de cao gemeenten 2021-2022 geboden mogelijkheid aan de medewerkers om vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren te sparen. Met dit “verlofsparen” kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het gemeentelijke vitaliteitsbeeld. Een medewerker mag maximaal 3.600 uren verlof hebben staan bij een voltijdsdienstverband. Deze vakantie-uren verjaren niet. De financiële gevolgen van nieuwe, toekomstige verplichtingen in het kader van deze drie voorzieningen moeten in één keer ten laste van de exploitatie aan de voorziening worden toegevoegd.

Als de uitgaven worden gemaakt wordt over de voorziening beschikt. Als uit nieuwe informatie blijkt dat de verplichtingen te hoog zijn ingeschat of komen te vervallen wordt de voorziening verlaagd en vindt vrijval ten gunste van de exploitatie plaats. Vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn voor de overdacht van de vaste activa van de gemeenten naar de GR BAR geldleningen afgesloten met de deelnemende gemeenten. Zie hiervoor ook de toelichting in de paragraaf Financiering.

43

Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

saldo 31-12-2021

saldo 31-12-2022

mutatie

Rente

Onderhandse leningen van: Openbare lichamen - Gemeente Barendrecht

31.200

-11.800

19.400

900

- Gemeente Albrandswaard

43.900

-22.500

21.400

400

- Gemeente Ridderkerk

8.800

-8.800

-

1.800

Totaal

83.900

-43.100

40.800

3.100

4.

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

saldo 31-122021

mutatie

Saldo 31-122022

Overige schulden: Verrekening met gemeenten Overige semi overheid Overige crediteuren Totaal

187.700

161.200

348.900

7.294.400

806.300

8.100.700

1.909.200

746.000

2.655.200

9.391.300

1.713.500

11.104.800

Overlopende passiva Overlopende passiva

Saldo 31-12-2021

mutatie

Saldo 31-12-2022

Nog te betalen bedragen

2.386.300

-1.687.100

699.200

884.500

10.000

894.500

800

-800

-

3.271.600

-1.677.900

1.593.700

Af te dragen premies Voorschotten salarissen Totaal

44

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Contracten * Multifunctionals Voor de multifunctionals - inclusief repromachine - is na een Europese aanbesteding een contract met OSN Nederland afgesloten. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en de einddatum is 31 januari 2024, met een optie tot verlenging van twee maal twaalf maanden. De in de begroting opgenomen kosten voor dit contract bedragen € 100.000 en omvat afdrukkosten, huur inclusief onderhoud en het oplossen van storingen, losse bestellingen en eventuele kosten van reparatiewerkzaamheden die buiten het contract vallen. Onder het totale budget voor kantoormachines, dat hoger is dan dit contract, vallen ook de contracten voor de frankeermachine, couverteermachines en plotters. * Drankenautomaten Voor de drankenautomaten heeft in 2022 een Europese aanbesteding plaatsgevonden en is een contract met Van Duijnen afgesloten. Het contract is gestart op 1 oktober 2022 en eindigt van rechtswege op 30 september 2027, met een optie tot verlenging van twee maal twaalf maanden. Het gaat om een full service contract waarbij een vaste prijs voor de huur van de automaten is afgesproken en een integrale consumptieprijs per tik voor de operating en consumpties. Het totaalbudget voor dit account is € 150.000 per jaar.

* Operationele lease voertuigen en materieel buitendienst Na een Europese aanbestedingsprocedure is in februari 2019 een raamovereenkomst door onze GR BAR en Volkswagen Pon Financial Services getekend. De overeenkomst betreft “Operationele lease voertuigen en Operationele lease voertuigen en materieel”. Met dit contract kon de GR BAR efficiënt en effectief inspelen op de vervanging en verduurzaming van het wagenpark. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en heeft als einddatum 31 januari 2023, met een optie tot verlenging van tweemaal één jaar. Met het oog op de opzegdatum van 30 november 2022 heeft de eerste verlenging inmiddels plaatsgevonden. De transitie van eigen beheer naar lease vindt in vijf jaren plaats. De in de begroting opgenomen contractwaarde gedurende de duur van het contract, inclusief verlengingen, loopt per jaar gefaseerd op van € 598.300 naar € 1.113.700. * Onderhoudscontract software De applicaties van Centric worden ingezet bij tal van processen om een goede dienstverlening aan de burgers te ondersteunen. Voorbeelden zijn de diverse applicaties op het gebied van het Sociaal Domein, de financiële administratie, Burgerzaken en Informatiebeheer. Hiervoor is een vijfjarige onderhoudsovereenkomst afgesloten voor de periode 2022 - 2026 via de softwarebroker SoftwareOne.

Net als bij het vorige contract blijft het mogelijk modules af te stoten en nieuwe op te nemen, want deze modules ondersteunen de uitvoering van wettelijke taken en die wijzigen steeds. De onderhoudskosten gedurende het eerste contractjaar 2022 waren € 626.000. De hoogte van de lasten in de komende jaren is afhankelijk van de te kiezen modules / dienstverlening van Centric. Dit zal mede samenhangen met de nieuwe BAR-organisatie. De bandbreedte van de lasten zal uitkomen op € 400.000 - € 700.000. * Delta Fiber Nederland - glasvezelverbindingen In december 2021 hebben de colleges van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk besloten de glasvezelverbindingen in eigendom over te dragen aan Delta Fiber Nederland. En tegelijkertijd voor 15 jaar een overeenkomst te sluiten voor het gebruik van glasvezelverbindingen ten behoeve van het glasvezelnetwerk van de GR BAR, waarbij de totale jaarlijkse exploitatielasten van de gehele glasvezelring voor de GR BAR gelijk blijven. De jaarlijkse kosten voor het gebruik van de glasvezelverbindingen bedragen € 61.000. De glasvezelverbindingen maken deel uit van de ICTsystemen van onze GR BAR ten behoeve van de bedrijfsvoering van de BAR-organisatie en de drie 45

gemeenten. Vennootschapsbelasting Onze GR BAR betaalt vennootschapsbelasting (Vpb) over de winst die met ondernemingsactiviteiten wordt behaald. Tot en met 2021 zijn definitieve aangiften vennootschapsbelasting ingediend. We hebben van de Belastingdienst de definitieve aanslagen tot en met 2021 eveneens ontvangen. Deze zijn conform de ingediende aangiften vastgesteld en zijn daarmee ook gelijk aan de daarbij gehanteerde standpunten. Voor het belastingjaar 2022 wordt in de loop van het jaar 2023 weer de definitieve aangifte opgesteld en ingestuurd. Hier liggen immers de werkelijke cijfers over het jaar 2022 aan ten grondslag. De Vpb-last 2022 wordt ingeschat op € 2.100 en dit is verwerkt in deze jaarrekening. Afwikkeling lopende geschillen Op het moment van opstellen van deze jaarrekening lopen er geen geschillen.

46

3.3 Overzicht van baten en lasten Raming begrotingsjaar voor wijziging Baten Lasten Saldo

Omschrijving programma Programma Bedrijfsvoering Gerealiseerde kosten Overhead Vennootschapsbelasting

Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo

665.700

-37.757.000

-37.091.300

1.536.600

-49.840.700

-48.304.100

2.851.800

-49.424.400

-46.572.600

918.200

-38.597.500

-37.679.300

1.308.900

-42.462.500

-41.153.600

1.142.600

-44.295.600

-43.153.000

-21.000

-21.000

-6.500

-6.500

-900

-900

-

Bijdrage deelnemende gemeenten 74.791.600 Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

Raming begrotingsjaar na wijziging Baten Lasten Saldo

-

74.791.600

76.375.500 -76.375.500

89.464.200

-

-

89.464.200

92.309.700 -92.309.700

89.726.500

-

-

89.726.500

93.720.900 -93.720.900

-

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Gerealiseerd resultaat

-

-

-

-

-

-

-

-

-

47

3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten In het vorige onderdeel 3.3 is het Overzicht van baten en lasten exact zo opgenomen als is voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Hieronder volgt het overzicht zoals dat altijd was opgenomen in de jaarstukken waarbij de baten en lasten zijn gerubriceerd naar kostencategorieën en een kolom verschil is opgenomen. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering

-72.175.400 -786.500 -1.372.300 -16.500 -3.168.500 -1.122.100 3.800 -5.284.800

-64.228.000 -891.100 -1.361.600 -79.000 -2.784.900 -1.315.000 -21.000 -5.694.900

-12.518.500 -106.000 -71.800 58.800 -796.000 -10.800 14.500 -2.504.400

begroting na wijziging -76.746.500 -997.100 -1.433.400 -20.200 -3.580.900 -1.325.800 -6.500 -8.199.300

TOTAAL LASTEN

-83.922.300

-76.375.500

-15.934.200

966.300 100 104.000 901.500 79.186.400 2.764.000 83.922.300

982.700 73.500 527.700 74.791.600 76.375.500

Lasten

Rekening 2021

Begroting 2022

wijziging

werkelijk

verschil

-78.597.200 -745.800 -1.785.800 -15.700 -3.658.100 -1.261.800 -900 -7.655.600

-1.850.700 251.300 -352.400 4.500 -77.200 64.000 5.600 543.700

-92.309.700

-93.720.900

-1.411.200

-601.200 1.862.800 13.448.100 1.224.500

381.500 73.500 2.390.500 88.239.700 1.224.500

1.450.300 108.000 2.436.100 88.882.400 844.100

1.068.800 34.500 45.600 642.700 -380.400

15.934.200

92.309.700

93.720.900

1.411.200

Baten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdrage deelnemende gemeenten Corona bijdrage TOTAAL BATEN Totaal saldo van baten en lasten Saldo

-

-

Rekening 2021

Begroting 2022

Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdragen gemeenten: Coronakosten Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten) Bijdrage deelnemende gemeenten Totaal saldo van baten en lasten Reserve mutaties Gerealiseerd resultaat

-

-

-71.209.100 -786.500 -1.372.200 -16.500 -3.064.500 -1.122.100 3.800 -4.383.300 2.764.000

-63.245.300 -891.100 -1.361.600 -79.000 -2.711.400 -1.315.000 -21.000 -5.167.200 -

-13.119.700 -106.000 -71.800 58.800 -796.000 -10.800 14.500 -641.600 1.224.500

begroting na wijziging -76.365.000 -997.100 -1.433.400 -20.200 -3.507.400 -1.325.800 -6.500 -5.808.800 1.224.500

-79.186.400

-74.791.600

-13.448.100

79.186.400

74.791.600 -

13.448.100 -

-

wijziging

werkelijk

verschil

-77.146.900 -745.800 -1.785.800 -15.700 -3.550.100 -1.261.800 -900 -5.219.500 844.100

-781.900 251.300 -352.400 4.500 -42.700 64.000 5.600 589.300 -380.400

-88.239.700

-88.882.400

-642.700

88.239.700 -

88.882.400 -

642.700 -

Rekeningsaldo 2022 Het resultaat van de GR BAR over 2022 is € 642.700 negatief. In dit saldo zit begrepen het voorschot dat op de afrekening van het rekeningsaldo is genomen doordat de in 2022 voor corona gemaakte kosten al op voorhand naar de gemeenten zijn

48

doorberekend. Zie ook de toelichting bij het onderdeel Bijdragen deelnemende gemeenten op bladzijde 54. De totale begrote bijdrage van de deelnemende gemeenten bedraagt € 88.239.700. De werkelijke lasten 2022 voor de GR BAR zijn per saldo € 88.882.400 Het rekeningtekort 2022 ad € 642.700 is vervolgens via de bijdragen verrekend met de gemeenten, c.q. de gemeenten hebben bijbetaald. Dit gebeurt in het dienstjaar 2022. Dit is verwerkt in het Overzicht van baten en lasten waardoor het overzicht in 2022 sluit op € 0. Zes jaaroverschrijdende projecten In het rekeningsaldo zitten de naar het jaar 2023 overlopende bedragen bij zes jaaroverschrijdende projecten verwerkt. Dit zijn incidentele budgetten die op het eind van het jaar tegen de verwachting in niet of nog niet geheel zijn afgerond waardoor het budget doorschuift naar het volgende begrotingsjaar. De gemeenteraden hebben voor deze incidentele projecten middelen beschikbaar gesteld. De afspraak is dat onze GR BAR geen budget mag doorschuiven naar volgende jaren. Het rekeningsaldo wordt ieder jaar verrekend met de gemeenten / de gemeentelijke bijdragen. Met de verrekening van het rekeningsaldo gaan de naar het jaar 2023 overlopende bedragen bij de jaaroverschrijdende projecten ook naar de gemeenten.

Om het mogelijk te maken de al eerder beschikbaar gestelde budgetten ook in 2023 te kunnen gebruiken verzoeken wij de drie gemeenten om bij hun jaarrekeningen via de resultaatbestemming deze zes overlopende bedragen door te schuiven naar 2023 en in 2023 opnieuw ter beschikking te stellen aan onze GR BAR. Dat gebeurt dan in de 1e tussenrapportages 2023 van de gemeenten en de GR BAR. Het gaat dit jaar om de volgende budgetten: 1. Implementatie Omgevingswet: overloop naar het jaar 2023 € 566.000 (dit bedrag bestaat uit € 438.300 voor de algemene implementatie van de Omgevingswet en € 127.700 voor milieutaken in het kader van de Omgevingswet)

In 2022 was er een budget beschikbaar van € 934.000. Vanaf juni 2022 was al bekend dat de voorgenomen invoeringsdatum van 1 januari 2023 voor de Omgevingswet op losse schroeven stond. In oktober 2022 maakte minister de Jonge bekend dat de wet met minstens een half jaar werd uitgesteld omdat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO, dit is een landelijke voorziening) nog niet goed werkte. Het DSO vervangt ons huidige Omgevingsloket. Door dit uitstel schoven de meeste uitgaven door naar 2023. De voorbereidingen voor de implementatie van de wet (techniek, inhoud, procesmatig) gingen onverminderd door, met de voornaamste focus op een goed werkend DSO. In 2023 gaat de voorbereiding op de implementatie van de nieuwe wet verder. Het budget zal worden ingezet voor ICT (Toepasbare regels), processen (vergunningen, Omgevingstafel) en planvorming (Omgevingsplan). Er wordt verder geoefend met het DSO. Ook worden er kosten gemaakt voor training, migratie en advies. Gelet op de werkdruk en het capaciteitstekort zal kritisch bekeken worden wat echt in 2023, voor de invoeringsdatum, moet worden opgepakt en wat later kan. Deze acties worden te zijner tijd overgedragen naar de drie gemeenten. Inmiddels heeft de Eerste Kamer (na zes keer uitstel) op 14 maart 2023 ingestemd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024.

49

2.

Optimalisatie fiscale beheersing: overloop naar het jaar 2023 € 45.000 In 2022 was een budget beschikbaar van € 160.000. Het traject optimalisatie fiscale beheersing (= doorontwikkeling horizontaal toezicht) loopt voorspoedig. Er is goed en doorlopend contact, ook met de Belastingdienst. Eind 2022 is 76% van de fiscale verbeteracties bij de BAR-gemeenten afgerond. Dit op een totaal van meer dan 80 fiscale verbeteracties. Om het hele traject volledig op te kunnen leveren, optimaal te kunnen borgen en ook te voldoen aan de gemaakte afspraken met de Belastingdienst, wordt voorgesteld om het restantbudget 2022 van € 45.000 door te schuiven naar het jaar 2023. Hiermee kan naast de resterende fiscale verbeteracties ook nog (de vereiste) inzet worden gepleegd op de fiscale gevolgen die de reorganisatie met zich meebrengt. Op deze wijze is er werkbudget in 2023 voor de kerngroep fiscaal om voortvarend te kunnen blijven werken. De kleine vertraging bij dit traject heeft te maken met het feit dat de interne communicatie en de integraliteit van de fiscaliteiten wat meer tijd hebben gevergd dan vooraf werd ingeschat. Er is ook een directe afhankelijkheid van de doorlooptijd bij de BAR-reorganisatie en de bestuurlijke aspecten die daarbij spelen. De verwachting is dat het volledige traject medio 2023 is afgerond.

3. Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR): overloop naar het jaar 2023 € 33.700 In 2022 was een budget beschikbaar van € 45.000. In 2022 is gestart met de ontwikkeling van de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR). In de LIOR wordt aangegeven aan welke eisen en randvoorwaarden een nieuw of te vernieuwen stuk openbare ruimte moet voldoen. De toepassing van de LIOR is verplicht bij alle nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten van de openbare ruimte in Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Het project is in juli 2022 geïnitieerd. Vervolgens zijn alle belanghebbenden in beeld gebracht om te bezien wie er het beste kan participeren in de ontwikkeling van de LIOR. In het 3e en 4e kwartaal van 2022 hebben er werkgroepbijeenkomsten en workshops plaatsgevonden. Om te komen tot een geharmoniseerde en actuele LIOR is op basis van de verzamelde stukken (huidige handboeken) en input een planning gemaakt. De planning van het project loopt tot de zomer van 2023. Dan zal ook de webapplicatie DALI geïmplementeerd worden. Eind 2022 is van het budget van € 45.000 nog maar € 11.300 aangewend. Het restantbudget van € 33.700 is in 2023 nodig om tot een succesvolle afronding van het project te komen. 4. Implementatiekosten nieuwe Wet Inburgering 2021: overloop naar het jaar 2023 € 55.000 In 2022 was een budget beschikbaar van € 110.000.

Deze wet is ingevoerd met ingang van 2022 en sindsdien hebben de gemeenten een regierol bij de begeleiding van nieuwkomers die inburgeringsplichtig zijn. De implementatie van de nieuwe wet ondervond vertraging en is nog niet afgerond omdat de beleidsadviseur belast werd met andere, urgente zaken zoals de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en de Asielboot Ridderkerk. Hierdoor zijn zaken nu nog onvoldoende geregeld en zijn diverse noodzakelijke processen nog niet volledig geïmplementeerd. Ook speelde mee dat de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) nog niet alle procedures op orde hebben. Hierdoor moesten de klantmanagers veel zelf oplossen en herstellen wat de nodige tijd heeft gekost. De implementatie gaat verder in 2023. 5. Uitvoeringskosten ELIP - inzet klantmanager: overloop naar het jaar 2023 € 28.100 In 2022 was een budget beschikbaar van € 28.100. ELIP staat voor: Einde Lening, nog Inburgeringsplicht. Deze regeling maakt onderdeel uit van de overgang van de oude naar de nieuwe Wet Inburgering en is bedoeld voor statushouders 50

die 75% of meer van hun DUO-lening hebben verbruikt en/of bij wie de inburgeringstermijn bijna of helemaal verstreken is. Ze riskeren een boete als zij hun inburgering niet op tijd behalen of afronden. In 2022 waren er weinig gevallen waar deze situatie op van toepassing is, maar naar verwachting is dat in 2023 wel het geval. Vandaar het verzoek om de middelen in 2023 in te mogen zetten. Het budget is bestemd voor een klantmanager omdat de uitvoering niet past binnen de bestaande capaciteit. 6. Uitvoeringskosten Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo): overloop naar het jaar 2023 € 143.900 In 2022 was een budget beschikbaar van € 588.900. Het verzoek is om het budget dat eind 2022 nog niet is uitgegeven mee te mogen nemen naar het volgende jaar omdat de Tozo-bedrijfskredieten nog teruggevorderd moeten worden. Daar wordt nu aan gewerkt. Derhalve worden de werkzaamheden in 2023 voortgezet. De dekking voor dit budget komt uit de middelen die het Rijk aan de gemeenten beschikbaar heeft gesteld in verband met de COVID-19 maatregelen. De uitvoering van de Tozo-regeling is niet gebonden aan de periode waarover de Tozo-regeling heeft gegolden. Ook in de periode daarna zijn diverse vervolgwerkzaamheden noodzakelijk om de regeling goed te kunnen afronden.

Verrekenen (teruggeven) overschotten jaaroverschrijdende projecten met gemeenten De naar het jaar 2023 overlopende bedragen bij de jaaroverschrijdende projecten worden in principe volgens de procentuele verdeelsleutel voor het standaardwerk verrekend met de gemeenten: Barendrecht 38,84%, Albrandswaard 20,43% en Ridderkerk 40,73%. Maar als bij het beschikbaar stellen van het budget een andere verdeelsleutel is gehanteerd wordt die afwijkende verdeelsleutel gebruikt. Rekeningsaldo inclusief jaaroverschrijdende projecten De overschotten bij de hierboven genoemde jaaroverschrijdende projecten tellen op tot € 871.700. Omdat de GR BAR de gemeenten vraagt deze overschotten in hun jaarrekeningen door te schuiven naar 2023 om het in 2023 te mogen besteden (waarbij de gemeenten het geld dus weer ter beschikking stellen aan onze GR BAR) is het voor een volledig inzicht goed om te vermelden dat met inbegrip van die jaaroverschrijdende projecten het rekeningsaldo (€ 642.700 (neg.) + € 871.700 =) € 1.514.400 negatief is. Nadere toelichting rekeningsaldo Dit negatieve rekeningsaldo oogt vreemd omdat door de overschotten bij de jaaroverschrijdende projecten een positief saldo mag worden verwacht. Een belangrijke oorzaak van het negatieve saldo is een drietal forse, niet begrote nadelen. Deze nadelen waren niet begroot door het late tijdstip van bekend worden: december en januari.

Dat was te laat om ze mee te nemen in de 2e Tussenrapportage 2022 en de gemeenten hiervoor een bijdrage te vragen. Als met het bovenstaande rekening wordt gehouden resteert een negatief saldo van € 158.300: Saldo 642.700Jaaroverschrijdende projecten 871.7001.514.400Laat bekend geworden en daardoor niet begrote nadelen: * eenmalige uitkering medewerkers in december vooruitlopend op de nieuwe cao 466.100 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/934/documents/35604