CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2024 DBP.pdf

Gemeenteraad RK 19 juni 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Zienswijze jaarstukken 2024 en begroting 2026 De BedrijfsvoeringsPartner17.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij het voorwaardencriterium is één fout geconstateerd van € 184.397, zijnde een Europese aanbestedingsfout. Eén opdracht is onrechtmatig gegund aan een leverancier. Er is in dit geval onvoldoende rekening gehouden met de Aanbestedingswet. Omdat deze onder de verantwoordingsgrens van 1% voor de rechtmatigheid blijft, is deze verder niet benoemd in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast is deze opdracht vanaf Q1-2025 opnieuw Europees aanbesteed om weer te voldoen aan de Aanbestedingswet. 3. Bij het Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) - criterium zijn geen afwijkingen geconstateerd.

2.5 Openbaarheidsparagraaf De Wet Open Overheid (Woo), die op 1 mei 2022 in werking is getreden, legt bestuursorganen verschillende verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het bevorderen van openbaarheid, onder andere door in het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe wordt omgegaan met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf vormt de invulling van deze verplichting in de jaarrekening 2024. De Woo kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. de verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris In augustus 2024 is een nieuwe Woo-contactfunctionaris begonnen. Vanuit het oogpunt van 27

laagdrempelige toegang, wordt zowel extern als intern nog altijd de titel ‘informatiecontactpersoon’ gehanteerd in plaats van de zwaarder klinkende benaming Woo-contactfunctionaris. Passieve openbaarmaking (Woo-verzoeken) In 2024 zijn voor De BedrijfsvoeringsPartner geen nieuwe Woo-verzoeken binnen gekomen. Actieve openbaarmaking Per 1 november 2024 is de wettelijke verplichting ingegaan voor het actief publiceren van de volgende vijf informatiecategorieën. 1. 2. 3. 4. 5.

Wetten en algemeen verbindende voorschriften (art. 3.3, eerste lid, onderdeel a) Overige besluiten van algemene strekking (art. 3.3, eerste lid, onderdeel b) Organisatie en werkwijze (art. 3.3, eerste lid, onderdeel d) Bereikbaarheidsgegevens (art. 3.3, eerste lid, onderdeel e) Vergaderstukken van de Staten-Generaal (art. 3.3, tweede lid, onderdeel b)

We voldoen aan deze publicatieverplichtingen. Naast de wettelijk verplichte categorieën kunnen we ook al de informatiecategorieën Woo-verzoeken en klachtoordelen actief openbaar maken. Op dit moment wordt gewerkt aan de implementatie van de overige categorieën. Informatiehuishouding op orde Punten welke onder deze topic worden opgepakt zijn; • Het opstellen van archief- of vernietigingsprotocollen voor applicaties • Onderzoek aansluiten bij e-Depot voor permanent te bewaren digitale informatie. • Het begeleiden van ontvlechtingsprojecten en migratietrajecten • Het inrichten van een kwaliteitssysteem. • Uitvoeren van activiteiten uit het informatiebeheerplan. • Het onderzoek naar de Capstone-methodiek voor het archiveren van emailberichten van sleutelfiguren is, anders dan gepland, nog niet uitgevoerd.

28

B.

Jaarrekening 2024 Gemeenschappelijke Regeling De BedrijfsvoeringsPartner

29

3.1 Balans Balans per 31 december 2024 ACTIVA Nr.

Omschrijving

31-12-2024

1.

Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut - Investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut

4.376.700

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Liquide middelen - Banksaldi

5.396.500 5.396.500

4.376.700 -

Totaal vaste activa 2.

31-12-2023

4.376.700

5.396.500

856.600

8.286.700

302.400 533.300

682.900 7.535.300

20.900

68.500 244.900

244.900

Overlopende activa - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te onvangen bedragen van: Europese overheidslichamen - Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

244.400 244.400

961.900

2.371.700

156.700

289.900

805.200

2.081.800

Totaal vlottende activa

2.063.400

10.902.800

Totaal-generaal

6.440.100

16.299.300

30

PASSIVA Nr.

Omschrijving

3.

Vaste passiva

31-12-2024

Eigen vermogen - Reserves: - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat

666.700 666.700

Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

Vlottende passiva Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

-

1.174.300 1.174.300

Totaal vaste passiva 4.

31-12-2023

1.939.700 1.939.700

1.841.000

1.939.700

3.665.500

11.259.500

3.665.500

11.259.500 933.600

933.600

3.100.100 3.100.100

Totaal vlottende passiva

4.599.100

14.359.600

Totaal-generaal

6.440.100

16.299.300

31

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (het BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten en regels voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie staan. Algemene grondslagen  De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.  De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.  Gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die bekend worden na het opmaken van de jaarrekening en die nadere, voor het inzicht van het bestuur onontbeerlijke, informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, worden in de jaarrekening verwerkt tot aan het moment van vaststelling van de jaarrekening. Het gaat dan om gebeurtenissen waarmee materiële bedragen gemoeid zijn ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten.  Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.  Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans  Investeringen (activa) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht en in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven gedurende de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.

 Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.  (Met ingang van het boekjaar 2017 worden investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut - net als investeringen met een economisch nut - geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven.)  De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.  Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen.  Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting, 32

 

c.q. het voorzienbare verlies. Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Per 6 december 2024 is de Nota activabeleid GR De BedrijfsvoeringsPartner 2024 in werking getreden, met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2024. Deze nieuwe nota vervangt de Nota activabeleid 2021 van de GR BAR, die per 1 juli 2024 is komen te vervallen. De uitgangspunten in de nieuwe nota zijn ongewijzigd ten opzichte van de vorige nota. De uitgangspunten en de afschrijvingstabel blijven ongewijzigd en blijven van toepassing vanaf het begrotingsjaar 2024. De ondergrens voor activering is vastgesteld op € 25.000, tenzij het bestuur anders besluit. Standaard wordt de lineaire afschrijvingsmethode toegepast. De afschrijving begint in het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt, verworven wordt of in gebruik wordt genomen. De afschrijvingsmethoden en -termijnen zijn vastgelegd in de bij de nota gevoegde afschrijvingstabel, ingedeeld in (sub)categorieën. Indien een investering betrekking heeft op een nieuwe (sub)categorie en/of afwijkende afschrijvingstermijn, wordt dit expliciet benoemd en gemotiveerd in het voorstel aan het bestuur. Het omslagpercentage voor het toerekenen van rente aan de taakvelden wordt vastgesteld bij de vaststelling van de begroting voor het nieuwe begrotingsjaar. Bij de vaststelling van de begroting autoriseert het bestuur de investeringsbudgetten voor dat begrotingsjaar.

Voor investeringen die tijdens het begrotingsjaar plaatsvinden maar niet in de begroting zijn opgenomen, wordt een voorstel voor het vaststellen van een investeringsbudget aan het bestuur voorgelegd. Investeringen waarvan de uitvoering met een jaar is uitgesteld, kunnen na toestemming van het bestuur eenmalig naar het volgende jaar worden verschoven.

33

3.2 Toelichting op de balans Activa 1. Vaste activa Boekwaarde 31-12-2023 Materiële vaste activa met economisch nut Gebouwen Machines, apparaten, installaties 2.269.200 Vervoermiddelen 138.900 Overige materiële activa 2.988.400 TOTAAL 5.396.500 Omschrijving

Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen

466.900 702.400 1.169.300

-

766.000 3.200 681.600 1.450.800

Overbrenging naar Boekwaarde Afwaardering gemeenten 31-12-2024 200.400 135.700 121.300 457.400

-

1.488.800 2.887.900 4.376.700

Overbrenging naar gemeenten In de kolom ‘Overbrenging naar gemeenten’ zijn bedragen opgenomen van aan de gemeenten verkocht materieel. Dit is een gevolg van de ontvlechting van de GR BAR. Het materieel van de buitendienst is overgedragen aan de drie gemeenten tegen de boekwaarden per 1 januari 2024. De verdeling is gedaan volgens de afspraak ”voertuig volgt mens".

2. Vlottende activa Uitzettingen met rente-typische looptijd korter dan één jaar Deze uitzettingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, namelijk vorderingen op openbare lichamen, uitzettingen in ’s Rijks schatkist en overige vorderingen. In onderstaande tabel is een specificatie gegeven met daaronder een toelichting.

Vorderingen op openbare lichamen Deze vorderingen hebben betrekking op vorderingen op openbare lichamen. Eind 2024 bedraagt deze post € 302.400. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Op 31 december 2024 is een bedrag van € 533.300 gestald in de schatkist van het Rijk.

34

Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen privaatrechtelijke debiteuren. Eind 2024 is het saldo hiervan € 20.900. Schatkistbankieren Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten de schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. Hieronder volgt een overzicht waaruit het totaal aan middelen is opgenomen dat per kwartaal buiten de schatkist is aangehouden. In geen van de kwartalen is het drempelbedrag overschreden.

*) Een positief bedrag betekent dat het gemiddelde saldo op de rekeningcourant hoger was dan het drempelbedrag. Bij een negatief bedrag was het saldo lager dan het drempelbedrag. Dat laatste is voor alle kwartalen het geval geweest. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen betreft de banksaldi bij de Rabobank: Liquide middelen Rabobank DBP Rabobank DBP iDeal Totaal

saldo 31-12-2023

mutatie saldo

31-12-2024

236.900

8.000

244.900

7.500

-7.500

-

244.400

500

244.900

35

Overlopende activa Overlopende activa

saldo 31-12-2023

A. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotsbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkering met een specifiek doel.

mutatie saldo

31-12-2024

289.900

-133.200

156.700

B. overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen -

Nog te ontvangen bedragen

1.359.800

-1.235.600

124.200

-

Vooruitbetaalde bedragen

715.600

-44.900

670.700

-

VPB betaalrekening

6.400

-2.500

3.900

-

Tussenrekening salarissen

-

6.400

6.400

-1.409.800

961.900

Totaal

2.371.700

ad. A.

saldo 31-12-2023 toevoegingen

ontvangen bedragen saldo

31-12-2024

EU: Europees Sociaal fonds met betrekking op re-integratie

289.900

-

133.200

156.700

Totaal

289.900

-

133.200

156.700

Passiva 3. Vaste passiva Eigen vermogen Eigen vermogen

Saldo 31-12-2023 Onttrekking

Reserves

-

500.000

- Algemene reserve

-

-

- Overige bestemmingsreserves

-

500.000

Gerealiseerd resultaat volgens Overzicht van lasten en baten

-

Totaal

-

500.000

Toevoeging Saldo 31-12-2024 500.000

-

500.000

-

666.700

666.700

1.166.700

666.700

Het in 2024 gerealiseerde positieve jaarresultaat van € 666.700 zal worden toegevoegd aan de reserve.

36

Voorzieningen Voorzieningen

Saldo 31-12Toevoegingen 2023

T.g.v. rekening

Overbrenging naar gemeenten

Voorzieningen voor afvloeiing personeelsbestand

275.700

89.000

Voorziening voor de regeling vervroegd uittreden

615.500

188.200

Voorziening voor verlofsparen

1.048.500

199.000

-77.000

-647.800

Totaal

1.939.700

476.200

-117.900

-647.800

-40.900

Aanwending

Saldo 31-122024

-112.900

210.900

-363.000

440.700 522.700

-475.900

1.174.300

Er zijn drie voorzieningen: 1. Voorziening afvloeiing personeelsbestand Deze voorziening is gevormd voor de verwerking van de financiële gevolgen van gemaakte afspraken met medewerkers over begeleide uitdiensttreding. 2. Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden Deze voorziening is gevormd voor de per 1 januari 2021 in werking getreden wet “Bedrag ineens, RVU en verlofsparen”. Gedurende de jaren 2021 tot en met 2025 kan de werkgever aan werknemers, die zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd en die niet in staat zijn gezond werkend de AOW-leeftijd te bereiken, de mogelijkheid bieden eerder te stoppen met werken. 3. Voorziening Verlofsparen Deze voorziening is gevormd voor de in de cao gemeenten 2021-2022 geboden mogelijkheid aan de medewerkers om vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren te sparen. Met dit “verlofsparen” kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het gemeentelijke vitaliteitsbeeld. Een medewerker mag maximaal 3.600 uren verlof hebben staan bij een voltijdsdienstverband. Deze vakantie-uren verjaren niet. In 2024 is van het saldo van de Voorziening Verlofsparen € 647.800 overgedragen aan de gemeenten.

De overgebrachte saldi –voor medewerkers die vanuit de GR BAR in dienst zijn getreden bij één van de drie gemeenten- bedroegen: - Albrandswaard € 101.700 - Barendrecht € 206.700 - Ridderkerk € 339.400 Werkwijze: - De financiële gevolgen van nieuwe, toekomstige verplichtingen in het kader van deze drie voorzieningen worden in één keer ten laste van de exploitatie aan de voorziening toegevoegd. - Als de werkelijke realisatie van de kosten en uitstroom van middelen plaatsvindt, wordt de voorziening aangewend. - Als uit nieuwe informatie blijkt dat de verplichtingen te hoog zijn ingeschat of komen te 37

vervallen wordt de voorziening verlaagd en vindt vrijval ten gunste van de exploitatie plaats.

4.

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Netto vlottende schulden, met een Saldo 31-12-2023 mutatie rentetypische looptijd korter dan één jaar Verrekening met gemeenten 74.600 -66.600 Overige schulden 11.184.900 -7.566.500 Totaal 11.259.500 -7.633.100

Saldo 31-12-2024 8.000 3.657.500 3.665.500

Overlopende passiva Overlopende passiva

Saldo 31-12-2023

mutatie Saldo 31-12-2024

Nog te betalen bedragen Af te dragen premies Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

2.133.200 858.800 108.100

-1.487.800 -570.600 -108.100

645.400 288.200 -

Totaal

3.100.100

-2.166.500

933.600

38

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Multifunctionals Na een Europese aanbesteding is er een contract afgesloten met OSN Nederland voor de multifunctionals, inclusief de repromachine. Dit contract is ingegaan op 1 februari 2019 en loopt tot 31 januari 2025, met de mogelijkheid om het met twaalf maanden te verlengen. De kosten die in de begroting zijn opgenomen voor dit contract bedragen € 100.000. Dit bedrag dekt de afdrukkosten, huur inclusief onderhoud en storingsherstel, losse bestellingen en eventuele reparatiekosten die buiten het contract vallen. Het totale budget voor kantoormachines, dat hoger is dan het bedrag voor dit contract, omvat ook de contracten voor de frankeermachine, couverteermachines en plotters. Drankenautomaten In 2022 is er een Europese aanbesteding gehouden voor de drankenautomaten, waarna een contract werd afgesloten met Van Duijnen. Dit contract is ingegaan op 1 oktober 2022 en loopt van rechtswege af op 30 september 2027, met de mogelijkheid om het contract twee keer met twaalf maanden te verlengen. Het betreft een full-service contract, waarbij een vaste prijs voor de huur van de automaten is afgesproken, evenals een integrale consumptieprijs per tik voor zowel de bediening als de consumpties. Het jaarlijkse budget voor dit contract bedraagt € 150.000.

Licentiecontract Microsoft In 2023 werd het bestaande contract voor Microsoft-licenties voor de laatste keer verlengd, met een looptijd tot eind 2024. In 2024 is de aanbesteding uitgevoerd voor een nieuw contract op basis van de voorwaarden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Dit heeft geresulteerd in een nieuw contract, dat ingaat op 1 januari 2025 en loopt tot en met 31 december 2027. Na afloop van dit contract is verlenging niet mogelijk, aangezien de raamovereenkomst tussen Microsoft en de VNG dan zal eindigen. De contractwaarde voor de komende drie jaren bedraagt circa € 900.000 per jaar. Onderhoudscontract software Centric De applicaties van Centric worden gebruikt ter ondersteuning van diverse processen die bijdragen aan een efficiënte dienstverlening aan de inwoners. Voorbeelden hiervan zijn de applicaties op het gebied van het Sociaal Domein, de financiële administratie, Burgerzaken en Informatiebeheer. Ter ondersteuning van deze applicaties is een vijfjarige onderhoudsovereenkomst afgesloten voor de periode 2022 - 2026, via de softwarebroker SoftwareOne. In lijn met het vorige contract blijft het mogelijk om modules af te stoten of nieuwe modules toe te voegen, aangezien deze modules essentieel zijn voor het uitvoeren van wettelijke taken, die regelmatig kunnen veranderen. Deze kosten bedroegen in 2024 € 636.000.

De kosten in de komende jaren zijn afhankelijk van de gekozen modules en de dienstverlening van Centric. Deze kosten zullen gerelateerd zijn aan de opbouw van de vier nieuwe organisaties. De kosten voor de komende jaren zullen naar verwachting liggen binnen een bandbreedte van € 640.000 tot € 750.000.

39

Vennootschapsbelasting DBP is verplicht vennootschapsbelasting (VPB) af te dragen over de winst die wordt behaald uit ondernemingsactiviteiten. Tot en met 2023 zijn de definitieve aangiften vennootschapsbelasting ingediend, en van de Belastingdienst zijn de definitieve aanslagen tot en met 2022 ontvangen. Deze aanslagen zijn vastgesteld conform de ingediende aangiften en komen overeen met de gehanteerde standpunten. Voor het jaar 2023 is nog geen definitieve aanslag ontvangen. In voorgaande jaren was er wel vennootschapsbelasting verschuldigd, voornamelijk als gevolg van winst uit detacheringen van medewerkers in dienst van de voormalige BAR-organisatie. Vanaf 2024 worden de detacheringen beperkt tot uitsluitend die aan de NV BAR Afvalbeheer, en tegen kostprijs. Aangezien dit geen belastbare winst oplevert, is er voor deze activiteiten geen vennootschapsbelasting verschuldigd. Ook voor andere activiteiten van DBP is tot op heden geen belastbare winst vastgesteld. De Belastingdienst volgt de standpunten die DBP inneemt voor de vennootschapsbelasting (en de omzetbelasting). De Belastingdienst heeft in een overleg bevestigd geen opmerkingen te hebben en de visie van DBP te volgen. Voor het belastingjaar 2024 zal medio 2025 de definitieve aangifte vennootschapsbelasting worden ingediend, op basis van de werkelijke cijfers.

De VPB-last voor 2024 wordt op nihil geschat, en dit is dan ook als zodanig verwerkt in deze jaarrekening.

40

3.3 Overzicht van baten en lasten Omschrijving programma Programma Bedrijfsvoering Gerealiseerde kosten Overhead Vennootschapsbelasting

Raming begrotingsjaar voor wijziging Baten Lasten Saldo

Raming begrotingsjaar na wijziging Baten Lasten Saldo

Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo

12.000

-3.772.900

-3.760.900

-159.200

52.308.900

52.149.700

305.200

-2.912.500

-2.607.300

543.100

-29.713.700

-29.170.600

714.300

-89.492.800

-88.778.500

510.700

-33.797.900

-33.287.200

-3.500

-3.500

-3.500

-3.500

1.100

1.100

-

Bijdrage deelnemende gemeenten

32.935.000

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

33.490.100

Toevoegingen aan reserves Onttrekking aan reserves

-

-500.000

-500.000

-

-500.000

-500.000

500.000

-

500.000

500.000

-

500.000

Gerealiseerd resultaat

32.935.000

-

-33.490.100

-

-

36.632.300

37.187.400

36.632.300

-37.187.400

-

-

36.560.100

37.376.000

36.560.100

-36.709.300

666.700

-

-500.000

-500.000

500.000

-

500.000 666.700

41

3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten In de voorgaande paragraaf 3.3 is het Overzicht van baten en lasten gepresenteerd, zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Hieronder volgt het gedetailleerde overzicht, waarin de baten en lasten zijn ingedeeld naar kostencategorieën. Daarnaast is er een kolom opgenomen die het verschil weergeeft. De saldi van baten en lasten zijn vervolgens per kostensoort toegelicht. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Rekening 2023

Begroting 2024

Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering

-84.064.200 -754.300 -1.933.400 -19.300 -3.700.400 -1.257.400 800 -7.505.200

-22.884.700 -355.200 -1.253.200 -3.560.700 -3.500 -5.432.800

-3.077.600 -29.500 83.000 -285.700 -472.300 84.800

begroting na wijziging -25.962.300 -384.700 -1.170.200 -285.700 -4.033.000 -3.500 -5.348.000

TOTAAL LASTEN

-99.233.400

-33.490.100

-3.697.300

Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdrage deelnemende gemeenten

2.013.400 108.000 1.077.500 96.034.500

401.700 73.500 79.900 32.935.000

TOTAAL BATEN

99.233.400

33.490.100

Lasten

wijziging

werkelijk

verschil

-25.790.300 -252.800 -1.235.200 -285.700 -4.495.400 1.100 -4.651.000

172.000 131.900 -65.000 -462.400 4.600 697.000

-37.187.400

-36.709.300

478.100

3.697.300

401.700 73.500 79.900 36.632.300

246.100 108.000 461.800 36.560.100

-155.600 34.500 381.900 -72.200

3.697.300

37.187.400

37.376.000

188.600

666.700

666.700

Baten

Totaal saldo van baten en lasten Saldo Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten) Bijdrage deelnemende gemeenten Totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

-

-

-

Rekening 2023

Begroting 2024

-82.050.800 -754.300 -1.933.400 -19.300 -3.592.400 -1.257.400 800 -6.427.700

-22.483.000 -355.200 -1.253.200 -3.487.200 -3.500 -5.352.900

-3.077.600 -29.500 83.000 -285.700 -472.300 84.800

begroting na wijziging -25.560.600 -384.700 -1.170.200 -285.700 -3.959.500 -3.500 -5.268.100

-96.034.500

-32.935.000

-3.697.300

96.034.500 -

32.935.000 -500.000 500.000 -

3.697.300 -

wijziging

-

werkelijk

verschil

-25.544.200 -252.800 -1.235.200 -285.700 -4.387.400 1.100 -4.189.200

16.400 131.900 -65.000 -427.900 4.600 1.078.900

-36.632.300

-35.893.400

738.900

36.632.300 -500.000 500.000 -

36.560.100 666.700 -500.000 500.000 666.700

-72.200 666.700 666.700

42

Rekeningsaldo 2024 Het resultaat DBP over 2024 is positief en bedraagt € 666.700. De totale baten, inclusief de bijdragen van de deelnemende gemeenten, komen uit op € 37.376.000. De werkelijke lasten voor 2024 bedragen € 36.709.300. Het positieve resultaat over 2024 zal worden toegevoegd aan de reserve. Toelichting per kostensoort V = voordeel / N = nadeel

Bedrag V/N

Salariskosten (inclusief inhuur) € 16.200 V De salariskosten inclusief inhuur laten per saldo een voordeel zien van € 16.200. Dit verschil wordt veroorzaakt door diverse kleine voordelen (< € 25.000) op de loon- en inhuurkosten. Opleidingen € 131.900 V Van het centrale opleidingsbudget is een bedrag van € 70.000 niet uitgegeven. Vanwege organisatorische drukte i.v.m. de ontvlechting en opbouw van de organisaties in het tweede half jaar van 2024 is dit bedrag niet besteed. Daarnaast heeft DBP twintig teams, met elk een eigen opleidingsbudget. Deze teams laten vrijwel allemaal een onderbesteding kleiner dan € 25.000 op de opleidingsbudgetten zien. Opgeteld heeft dit geleid tot een onderbesteding van € 131.900. Overige personeelslasten € -65.000 N De overschrijdingen van de overige personeelslasten worden gedekt door een stelpost bij overige bedrijfsvoering. Vanwege de opbouw van de vier nieuwe organisaties was het aantal personele mutaties en vacatures het gehele jaar zeer hoog. Dit heeft geleid tot hogere lasten voor werving en selectie van € 50.000. De resterende overschrijding is veroorzaakt door diverse afwijkingen kleiner dan € 25.000. ICT € -427.900 De overschrijdingen van de lasten op ICT-benodigdheden worden gedekt door een stelpost binnen de kostencategorie overige bedrijfsvoering.

De hogere kosten voor onderhoud van inventaris, hardware, apparatuur en installaties, die € 232.000 hoger uitvielen, zijn voornamelijk veroorzaakt door de toename in het aantal medewerkers. Dit heeft geleid tot hogere kosten voor ICT-benodigdheden als laptops en andere benodigdheden. Ook waren de kosten voor onderhoudscontracten voor hardware fors hoger.

N

De lasten voor onderhoud van software waren € 276.000 hoger dan begroot. Dit is met name het resultaat van een wijziging van de Microsoft E3 naar E5 licenties. Ook zijn er hogere kosten gemaakt voor het contract voor de back-up van de Microsoft365-omgeving. De kosten voor telefonie waren juist € 64.000 lager dan begroot. De resterende afwijking is een optelsom van meerdere afwijkingen kleiner dan € 25.000. Wat betreft bovenstaande afwijkingen kan worden gesteld dat de werkelijke kosten vaak pas gedurende het jaar volledig in beeld zijn gekomen. Door de opbouw van de nieuwe organisaties zijn veel contracten herzien, uitgebreid of opgesplitst. Hier is rekening mee 43

gehouden door middel van een hogere stelpost binnen overige bedrijfsvoering, welke hieronder is toegelicht. Overige bedrijfsvoering laat doordat de kosten verantwoord zijn op ICT een voordeel zien. Overige bedrijfsvoering € 1.078.900 V Er is een onderschrijding van de lasten ad € 697.000 en een overschrijding op de baten ad € 381.900. De lagere lasten worden verklaard doordat in de begroting een stelpost is opgenomen, die ingezet had kunnen worden voor de overschrijding op ICT (€ 462.400) en de overige personeelslasten (€ 65.000). Zie voor een toelichting de omschrijvingen bij de posten ICT en overige personeelslasten. Het restant van de onderschrijding van de lasten ad € 169.700 wordt verklaard door diverse afwijkingen die nog lastig te begroten waren doordat dit het eerste jaar van DBP was. De grootste verschillen betreffen: A) Op het programma Wet Open Overheid (WOO) zijn de uitgaven € 61.300 lager dan begroot. Dit voordeel is ontstaan doordat er lagere kosten zijn gemaakt voor de inhuur van personeel van derden. Ook zijn de uitgaven aan software lager dan begroot, doordat er meer dan verwacht gebruik is gemaakt van bestaande middelen en applicaties. B) De verzekeringslasten laten een voordeel van € 68.000 zien. Dit heeft te maken met een afrekening van de kosten uit 2023, wat heeft geleid tot een voordeel van € 22.500.

C) Op de facilitaire lasten is een voordeel gerealiseerd van € 75.500. Dit wordt veroorzaakt door een optelsom van meerdere afwijkingen op verschillende kostenposten, zoals bijvoorbeeld de huur van kantoormachines en -apparaten, onderhoud van inventaris, sanitaire artikelen en beveiligingskosten. D) Het resterende verschil wordt veroorzaakt door diverse restverschillen < € 25.000. Baten overige bedrijfsvoering Overige bedrijfsvoering laat een overschrijding van € 381.900 op de baten zien. Deze hogere baten worden veroorzaakt door: 

  

Eind 2024 hebben we van de Belastingdienst een totaalbedrag van € 120.000 aan vertragingsrente ontvangen. Dit is het resultaat van een compromis met de Belastingdienst over een geschil in te ontvangen en te betalen rentes over een aantal jaren. Er lopen nu geen discussies meer met de Belastingdienst. De ontvangen rente op schatkistbankieren bedroeg in 2024 € 94.000. Aan het begin van het jaar werd nog rekening gehouden met liquiditeitstekorten. Daarom waren er geen rentebaten begroot. De inkomsten uit de jaren van de BAR-organisatie bedroegen € 108.000. Vanuit de voorziening afvloeiing personeelsbestand is een bedrag van € 41.000 vrijgevallen. Dit voordeel is ontstaan doordat voormalige medewerkers een nieuwe baan hebben gevonden.

44

Het resterende verschil van € 19.000 is veroorzaakt door restverschillen kleiner dan € 25.000.

Jaaroverschrijdende projecten Tot en met 2023 werd er gerapporteerd over de jaaroverschrijdende projecten, wat voortkwam uit het feit dat de GR BAR geen reserves mocht aanhouden. Om die reden werden de jaar overschrijdende projecten aan het einde van het jaar afgerekend. Sinds de mogelijkheid er is voor DBP om reserves aan te houden, is er geen sprake meer van jaarlijkse afrekeningen van specifieke projecten. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de uitleg bij de reserves op de balans. Bijdragen deelnemende gemeenten De percentages van de gemeentelijke bijdragen aan DBP voor de standaardwerkzaamheden waren oorspronkelijk gebaseerd op de budgetten die de gemeenten bij de oprichting van de GR BAR per 1 januari 2014 hebben ingebracht. Deze percentages worden jaarlijks geactualiseerd bij het opstellen van de begroting, op basis van het aantal inwoners per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest recente inwoneraantallen per gemeente, zoals gerapporteerd door het CBS. De percentages voor 2024 zijn weergegeven in de onderstaande tabel.

Gewijzigde bijdragen gemeenten op basis van de tussenrapportages In 2024 zijn twee tussentijdse rapportages opgesteld, waarin voorstellen werden gedaan om enkele organisatiebudgetten te verhogen of te verlagen. Na deze wijzigingen bedraagt de begroting € 36.632.300. Ontwikkeling van gemeentelijke bijdrage Oorspronkelijke begroting 2024 Mutaties op basis van 2 tussenrapportages Begroting na wijziging

Barendrecht

Albrandswaard

Ridderkerk

Totaal

13.399.900

6.884.400

12.650.700

32.935.000

1.692.700

505.200

1.499.400

3.697.300

15.092.600

7.389.600

14.150.100

36.632.300

Als bijlage is een uitgebreidere versie van dit overzicht opgenomen waarin de mutaties van de tussenrapportages zijn uitgeschreven. Zie bijlage Gewijzigde gemeentelijke bijdragen op basis van de tussenrapportages.

45

3.5 Staat van incidentele baten en lasten Structurele lasten dienen gedekt te worden door structurele baten. Om te bepalen of er sprake is van een structureel evenwicht, is het noodzakelijk om inzicht te krijgen in welke baten en lasten incidenteel en welke structureel zijn. Daarom wordt in zowel de begroting als de jaarrekening een overzicht van de incidentele baten en lasten opgenomen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) biedt geen strikte definitie van wat incidenteel en structureel is. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV wordt aangegeven dat bij de beoordeling of baten en lasten incidenteel of structureel zijn, gekeken moet worden naar de aard van de begrotingspost, oftewel de soort of eigenschap van de post: Structurele baten en lasten zijn periodiek opgenomen in de jaarlijkse begroting, voor onbepaalde tijd, zonder een bekende einddatum. Incidentele baten en lasten betreffen eenmalige zaken, (meerjarige) projecten en subsidies die een tijdelijk karakter hebben of gericht zijn op een eindig doel. In de Toelichting op het BBV wordt incidenteel omschreven als baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar of minder voordoen. Dit kan als hulpmiddel worden gebruikt, maar het eerdergenoemde criterium van soort of eigenschap van een begrotingspost heeft voorrang.

In het onderstaande overzicht zijn de incidentele baten en lasten van 2024 groter dan € 50.000 opgenomen. Werkelijke lasten 2024

Werkelijke baten 2024

1.847.000

1.486.100

Langdurig zieke medewerkers 1e half jaar

797.300

797.300

Langdurig zieke medewerkers 2e half jaar incl. afrekening

314.900

314.900

Omschrijving

Ontvlechting BAR-Organisatie

Vertragingsrente Belastingdienst Nagekomen lasten BAR-Organisatie

120.000 75.700

Nagekomen baten BAR-Organisatie Totaal incidentele baten en lasten

108.100 3.034.900

2.826.400

46

Toelichting bij de incidentele baten en lasten Ontvlechting BAR-organisatie Dit betreft de kosten van de ontvlechting van de BAR-organisatie waarvan Barendrecht en Ridderkerk hebben afgesproken dat zij die voor hun rekening nemen. Vertragingsrente Belastingdienst Dit betreft ontvangen belastingrente voor een totaalbedrag van € 120.000. Deze incidentele baat is het resultaat van een compromis met de Belastingdienst over een geschil in te ontvangen en te betalen rentes over een aantal jaren. Nagekomen lasten BAR-organisatie Dit betreft een optelsom van diverse nagekomen kosten vanuit de BAR-organisatie voor 1-1-2024. Nagekomen baten BAR-organisatie Afrekening middelen proeftuin GRJR van de BAR-organisatie.

3.6 Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve In 2024 is een eerste storting van € 500.000 in de reserve gedaan, gevolgd door een onttrekking van hetzelfde bedrag.

3.7 Heffing vennootschapsbelasting Vennootschapsbelasting

Begroting 2024

wijziging

Begroting na werkelijk wijziging

verschil

Vennootschapsbelasting

-3.500

-

-3.500

1.100

4.600

Totaal

-3.500

-

-3.500

1.100

4.600

De verwachte werkelijke vennootschapsbelasting (VPB)-last voor het jaar 2024 wordt op nihil geschat. Ook de voorlopige VPB-aanslag voor 2023 is vastgesteld op nihil, mede naar aanleiding van de definitieve aangifte VPB 2023, die in de loop van 2024 werd ingediend. Voorafgaand aan de berekeningen voor de VPB-aangifte 2023 werd een verwachte VPB-last van € 1.100 geraamd, wat verband hield met een afwijking in de belastbare winst van de werkelijke cijfers van de detacheringen. Uiteindelijk resteert er een voordeel van € 4.600 op deze post.

47

3.8 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), kortweg: Wet normering topinkomens, is in 2013 in werking getreden. Het doel van de WNT is het tegengaan van excessieve beloningen en ontslagvergoedingen bij instellingen in de (semi-)publieke sector. In de WNT worden inkomens en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen bij instellingen met een publieke taak genormeerd en openbaar gemaakt. Jaarlijks worden de bezoldigingsnormen in een ministeriële regeling vastgesteld. Topfunctionarissen binnen De BedrijfsvoeringsPartner De Wet normering topinkomens (WNT) definieert het begrip 'topfunctionaris' voor de (semi-)publieke sector. Conform de WNT worden bij DBP de bestuurders, de adviseurs van de bestuurders en de directeur aangemerkt als topfunctionarissen. Van deze functionarissen is enkel de directeur in dienst tegen een bezoldiging. WNT-beloningsnorm en topfunctionarissen 2024 Op basis van de WNT geldt sinds 2016 dat het inkomen van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector maximaal 100% van het ministersalaris mag bedragen. Dit komt in 2024 neer op € 233.000, inclusief belaste kostenvergoedingen en de door de werkgever betaalde pensioenbijdrage. Binnen DBP is vastgesteld dat er geen overschrijding van deze norm heeft plaatsgevonden. De leden van bestuur van de DBP 2024 waren:

Leden

Functie

Periode

Beloning

M. Bianchi

Bestuurder DBP

2024

onbezoldigd

J.M.M. Stolk

Bestuurder DBP

2024

onbezoldigd

H. van Os

Bestuurder DBP

2024

onbezoldigd

F.P. van der Linden Adviseur Bestuurder DBP 2024

onbezoldigd

G.J. Bravenboer

Adviseur Bestuurder DBP 1-1-2024 t/m 31-08-2024 onbezoldigd

L. van Zanten

Adviseur Bestuurder DBP 1-9-2024 t/m 31-12-2024 onbezoldigd

M. Kitselar

Adviseur Bestuurder DBP 2024

onbezoldigd

H.T. van Bochove

Directeur DBP

bezoldigd

2024

48

WNT-verantwoording

49

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen andere functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het drempelbedrag hebben ontvangen.

50

3.9 Begrotingsrechtmatigheid In dit onderdeel wordt stilgestaan bij het begrotingscriterium waarmee wordt getoetst of het budgetrecht van het bestuur is gerespecteerd. Het begrotingscriterium ziet primair op: 1. Een overschrijding van de lasten (exploitatie), 2. Een overschrijding van de investeringen en 3. Een onderschrijding van de lasten en een onderschrijding of overschrijding van de baten. In principe wordt iedere afwijking aangemerkt als onrechtmatig, want er is afgeweken van de door het bestuur vastgestelde begroting. In de financiële regeling van DBP is bepaald dat afwijkingen als acceptabel worden aangemerkt indien:  Er sprake is van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren,  Er sprake is van een overschrijding op een open-einde regeling,  De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 1. Overschrijding lasten Op basis van het overzicht van baten en lasten voor 2024 is vastgesteld dat er aan de lastenkant per saldo geen overschrijding is. Het autorisatieniveau van het bestuur ligt op het niveau van de totaalbedragen van de baten en de lasten. Per saldo is er een onderschrijding van € 478.100. 2.

Overschrijding investeringen/ kredieten De toets op de begrotingsrechtmatigheid van de kredieten houdt in dat een overschrijding van kredieten moet worden gerapporteerd indien de afwijking groter is dan € 25.000. In de bijlage Staat van kredieten 2024 zijn alle beschikbaar gestelde kredieten opgenomen. Er zijn geen overschrijdingen op de kredieten groter dan € 25.000. 3. Onderschrijding van de lasten en een onderschrijding of overschrijding van de baten. In deze categorie wordt de vraag beantwoord of onderschrijding van de lasten en een onderschrijding of overschrijding van de baten eerder gemeld had moeten worden aan het bestuur. In paragraaf 3.4 is een uitwerking van de verschillen ten opzichte van de gewijzigde begroting opgenomen.

51

3.10 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht de directie toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het bestuur op 24 juni 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 372.000.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024. Bevinding De directie stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 0 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 372.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens de directie overigens een bedrag van € 0 acceptabel op basis van door het bestuur vastgestelde afspraken.

52

Bijlage Taakvelden Totalen per taakveld jaarrekening 2024 0.1: Bestuur 0.2: Burgerzaken 0.4: Overhead 0.5: Treasury 0.8: Overige baten en lasten 0.9: Vennootschapsbelasting 1.2: Openbare orde en veiligheid 6.2: Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 6.3: Inkomensregelingen 6.4: WSW en beschut werk 6.5: Arbeidsparticipatie 6.6: Maatwerkvoorzieningen WMO 6.71a: Hulp bij het huishouden (WMO) 6.71b: Begeleiding (WMO) 6.71c: Dagbesteding (WMO) 6.71d: Overige maatwerkarrangementen (WMO) 6.72a: Jeugdhulp begeleiding 6.72b: Jeugdhulp behandeling 6.72c: Jeugdhulp dagbesteding 6.72d: Jeugdhulp zonder verblijf overig 7.3: Afval 8.3: Wonen en bouwen Totaal

De BedrijfsvoeringsPartner Gemeenten Lasten Baten Albrandswaard Barendrecht Ridderkerk 28.400 6.100 11.300 11.000 133.400 28.700 53.100 51.600 33.807.900 514.000 7.154.900 13.251.000 12.888.000 92.100 213.800 -26.200 -48.400 -47.100 20.800 4.500 8.300 8.000 -1.100 -200 -400 -500 106.300 96.100 2.200 4.100 3.900 57.200 12.300 22.800 22.100 1.122.500 241.200 446.800 434.500 95.300 20.500 37.900 36.900 133.400 28.700 53.100 51.600 405.100 87.100 161.200 156.800 21.900 4.700 8.700 8.500 21.900 4.700 8.700 8.500 21.900 4.700 8.700 8.500 21.900 4.700 8.700 8.500 106.700 22.900 42.500 41.300 106.700 22.900 42.500 41.300 106.700 22.900 42.500 41.300 106.700 22.900 42.500 41.300 165.900 165.900 485.400 283.600 43.400 80.300 78.100 37.167.000 1.273.400 7.713.600 14.285.900 13.894.100

Overzicht Overhead Dit is een verplichte bijlage bij de begroting en de rekening. De begroting is daarvoor gesplitst in directe kosten die naar de Bijlage Taakvelden gaan (zie de bijlage Taakvelden) en in kosten van overhead die naar dit Overzicht Overhead gaan. Overhead is gedefinieerd als: de kosten die verband houden met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit betreft de hiërarchisch leidinggevenden, financiën, control, HRM, inkoop, communicatie, juridische zaken, bestuurszaken en bestuursondersteuning, ICT, facilitaire zaken, huisvesting, DIV en managementondersteuning. De cijfers zijn indicatief. De verdeling is bewust eenvoudig gehouden.

Overhead Salariskosten, opleidingen en overige personeelslasten Personele benodigdheden ICT benodigdheden kantoorbenodigdheden Huisvesting Totaal overhead

Lasten

Baten 23.853.100 1.372.400 6.014.100 2.282.600 285.700 33.807.900

316.700 77.000 108.000 12.300 514.000

53

C. Overige gegevens

54

Staat van kredieten 2024 Nr. Investeringen

1 2

3 4 5 6

Totaal beschikbaar gesteld krediet

Diverse hardware 2024 Diverse software 2024 Totaal Informatie en Automatisering

400.000 595.300 995.300

Inrichting bedrijfsrestaurants en HUB's Audio visuele middelen 2024 Doorontwikkeling kantoorinrichting (gezonde omgeving) Vervanging kantoormeubilair / werkplekken 2024 Totaal Facilitair

75.000

Totaal

1 Begroting 2024

400.000 500.000 900.000

2 3=1+2 Krediet Investeringen vanuit 2023 begin 2024

4 Mutaties 2024

5 = 3+4 6 7 = 5-6 Geraamde Werkelijke Restant uitgaven uitgaven geraamde 2024 2024 uitgaven 2024

Krediet naar 2025

Afsluiten J/N

264.500

N J

0 95.300 95.300

400.000 595.300 995.300

0 0 0

400.000 595.300 995.300

135.500 552.600 688.100

264.500 42.700 307.200

264.500

67.100

67.100

0

67.100

39.500

27.600

27.600

N

29.600

N J

80.100 41.100

55.000

25.100 41.100

80.100 41.100

0 0

80.100 41.100

50.500 41.100

29.600 0

70.000

70.000

0

70.000

0

70.000

69.300

700

266.200

125.000

133.300

258.300

0

258.300

200.400

57.900

57.200

1.261.500

1.025.000

228.600

1.253.600

0

1.253.600

888.500

365.100

321.700

J

55

In 2024 is er voor een totaal van € 1.253.600 aan investeringen geraamd en is er € 1.169.400 uitgegeven. Daarmee is 93% van de begrote investeringen uitgegeven. Van de oorspronkelijk in 2024 beschikbare kredieten schuift € 57.200 door naar 2025. Hieronder volgt een toelichting bij de investeringen. 1. Diverse hardware Het investeringskrediet voor hardware laat een onderschrijding van € 264.500 zien. Deze onderschrijding wordt veroorzaakt doordat de prestatielevering van de investering in Wifipunten pas in 2025 plaatsvond. Deze investeringen waren gepland in het 4e kwartaal van 2024, maar door vertraging bij de leverancier is dit uitgesteld naar begin 2025. Het restantbudget dient daarom te worden doorgeschoven. 2. Diverse software Door de tijdsintensieve ontvlechting is er minder tijd besteed aan andere reguliere projecten, waardoor er € 42.700 van het beschikbaar gestelde budget is overgebleven. Een andere oorzaak van de onderbesteding is dat een grote aanbesteding positief is afgerond, wat heeft geleid tot lagere uitgaven voor software-investeringen. 3. Inrichting bedrijfrestaurants en HUB's Van het beschikbare krediet is € 27.600 niet besteed. Dit bedrag wordt doorgeschoven naar 2025. Hoewel de intentie was om het volledige budget in 2024 te gebruiken, zijn de opdrachten door het uitblijven van besluiten nog niet definitief verstrekt in 2024. 4.

Audiovisuele middelen Van het beschikbare krediet is € 29.600 niet besteed. Door personele krapte is niet al het vervangingsonderhoud uitgevoerd, waardoor dit bedrag wordt doorgeschoven naar 2025. 5. Doorontwikkeling kantoorinrichting Dit krediet is volledig besteed. 6. Vervanging kantoormeubilair/werkplekken Dit krediet is (vrijwel) volledig besteed.

56

Bijlage Overzicht (administratieve) begrotingswijzigingen

57

58

59

Bijlage Gewijzigde gemeentelijke bijdragen op basis van de tussenrapportages In paragraaf 3.4 is een staatje opgenomen met het verloop van de gemeentelijke bijdragen in 2024. In dat staatje zijn opgenomen: 1. De bedragen uit de primitieve begroting, 2. De mutaties op basis van de tussenrapportages en 3. De bedragen na wijziging. In onderstaand overzicht zijn de bij punt 2 genoemde begrotingsmutaties op de gemeentelijke bijdragen in de tussenrapportages opgenomen. Ook is de afrekening van de gemeentelijke bijdragen op basis van de werkelijke kosten in de tabel verwerkt.

60

Ontwikkeling van gemeentelijke bijdrage Oorspronkelijke begroting 2024 1e tussenrapportage 2024 2e tussenrapportage 2024

I/S Albrandswaard 6.884.400 412.600 92.600

Barendrecht 13.399.900 1.506.000 186.700

Ridderkerk 12.650.700 1.277.200 222.200

Totaal 32.935.000 3.195.800 501.500

7.389.600

15.092.600

14.150.100

36.632.300

I/S Albrandswaard

Barendrecht

Ridderkerk

Totaal

6.884.400

13.399.900

12.650.700

32.935.000

232.700

428.700

420.200 35.500 175.200 14.300 -48.200

33.800 347.600

1.081.600 35.500 285.700 35.800 -124.000 -101.100 60.000 -112.200 797.300 40.300 77.000 33.800 1.086.100

11.500

29.500

5.900 1.200 5.000

15.000 3.000 13.000

8.000

33.000

8.000 387.100 1.200 11.700 33.000

Begroting na wijziging

Omschrijving Oorspronkelijke begroting 2024 1e tussenrapportage 2024 Financiële consequenties nieuwe cao SGO 2024-2025 Stijging loonkosten Newsroom Ridderkerk Btw-belaste verhuur gemeentehuizen Barendrecht en Ridderkerk Groei taken Backoffice Jeugd Arbobudget deels naar gemeenten Medewerker Concerncontrol naar gemeente Barendrecht Fiscaal werkbudget Budget Omgevingswet naar gemeenten Langdurig zieke medewerkers - kosten eerste halfjaar 2024 a. I&A-maatwerk Albrandswaard b. I&A-maatwerk Barendrecht c. I&A-maatwerk Ridderkerk 20 Jaaroverschrijdend project: Ontvlechtingsbudget BAR-organisatie 1 a 2 3 4 5 6 7 8 9 10

1 2 3 4 5 6 7

I S S S S S S S I S S S I

7.200 -26.700 20.000 -22.700 161.800 40.300

110.500 14.300 -49.100 -101.100 20.000 -43.800 311.000 77.000 738.500

2e tussenrapportage 2024 Financiële consequenties nieuwe cao SGO 2024-2025 Studiekosten 1,5% van de loonsom (Incidenteel in 2024 € 29.500 S 6.300 11.700 en structureel vanaf 2025 € 31.900) Internetvergoeding S 3.200 5.900 Thuiswerkvergoeding S 600 1.200 Werkgeversbijdrage AOV S 2.800 5.200 Mutaties waar gemeentelijke besluitvorming van is of waarvoor het initiatief vanuit de gemeenten komt Signing gemeentehuis Ridderkerk I Mutaties op basis van gemaakte afspraken Langdurig zieke medewerkers - kosten tweede halfjaar 2024 I 78.500 151.000 a. I&A-maatwerk Albrandswaard S 1.200 b. I&A-maatwerk Barendrecht S 11.700 c. I&A-maatwerk Ridderkerk S Begroting na wijziging Afrekening langdurig zieken werkelijke kosten 2024 Werkelijke bijdragen

I

20.000 -45.700 324.500

157.600

7.389.600

15.092.600

14.150.100

36.632.300

-14.600

-28.200

-29.400

-72.200

7.375.000

15.064.400

14.120.700

36.560.100

61

Bijlage Ontvlechtingsbalans GR BAR ONTVLECHTINGSBALANS GR BAR 1 JANUARI 2024 ACTIVA Nr. 1.

Omschrijving

31-12-2023 Naar GR BAR Albrandswaard Barendrecht

Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut - Investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut

5.396.500 5.396.500 Totaal vaste activa

2.

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Liquide middelen - Bank- en girosaldi Overlopende activa - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te onvangen bedragen van: Europese overheislichamen - Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

PASSIVA Nr. 3.

-252.500

-123.100

5.396.500

8.286.700 682.900 7.535.300 68.500

1-1-2024 DBP 4.939.100 4.939.100 4.939.100

86.900

275.600

8.797.300 148.100 1.193.500 7.535.300 68.500

244.400 244.400

244.400 244.400

2.371.700

2.318.500

289.900

289.900

2.081.800

-5.100

-23.100

-25.000

2.028.600

Totaal vlottende activa 10.902.800

11.360.200

Toaal-generaal 16.299.300

16.299.300

Omschrijving

31-12-2023 Naar GR BAR Albrandswaard Barendrecht

Vaste passiva Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

1.939.700 1.939.700 Totaal vaste passiva

4.

-81.800

Ridderkerk

Vlottende passiva Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichten van vergelijkbaar volume - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

-101.700

-205.700

1.939.700

11.259.500 11.259.500

Ridderkerk

1-1-2024 DBP

-339.400

1.292.900 1.292.900 1.292.900

101.700

205.700

11.906.300 339.400 11.906.300

3.100.100

3.100.100

2.992.000

2.992.000

108.100

108.100

Totaal vlottende passiva 14.359.600

15.006.400

Totaal-generaal 16.299.300

16.299.300

62

Als gevolg van de ontvlechting van de BAR-organisatie per 1 januari 2024 heeft een afrekening plaatsgevonden van enkele balansonderdelen tussen de BAR-organisatie/DBP en de gemeenten. Het exploitatieresultaat van de GR BAR werd tot en met het jaar 2023 jaarlijks afgerekend met de gemeenten via de jaarrekening van de GR BAR. In 2024 is per 1 januari een afrekening opgemaakt tussen de BAR-organisatie en de gemeenten om enkele balansposten over te hevelen. De datum 1 januari is gebaseerd op het bestuurlijk besluit om de BAR-organisatie per 1 januari 2024 te ontvlechten waarbij vier nieuwe organisaties zijn ontstaan: drie gemeentelijke organisaties en DBP. Voor deze balansafrekening is per 1 januari 2024 de Ontvlechtingsbalans opgesteld, met inachtneming van de afspraken die daarvoor zijn gemaakt. Balans BAR per 31 december 2023 Van de balans per 31 december 2023 zijn de meeste balansonderdelen niet afgerekend, maar overgegaan naar DBP. Dit geldt voor de saldi van de debiteuren, crediteuren, schatkistbankieren, liquide middelen en de overlopende activa en passiva. De hiervoor opgenomen bedragen zijn allemaal gevormd en (conform het BBV) geactiveerd tijdens het bestaan van de GR BAR tot en met 31 december 2023. Dit is niet toe te rekenen aan de individuele gemeenten en wordt na 31 december 2023 afgewikkeld door rechtsopvolger DBP.

Hierna volgt per onderdeel van de ontvlechtingsbalans een toelichting.  ACTIVA Materiële vaste activa Inventaris en meubilair zijn overgegaan naar DBP. De afdeling Facilitair die dit in beheer heeft is ook onderdeel van DBP gebleven. Het materieel van de buitendienst is overgedragen aan de drie gemeenten tegen de boekwaarden per 1 januari 2024. De verdeling is gedaan volgens de afspraak ”voertuig volgt mens". Vlottende activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan 1 jaar Hieronder valt het debiteurensaldo en het schatkistbankieren. Dit is niet afgerekend omdat het betrekking heeft op de situatie voor 31 december 2023. Liquide middelen De banksaldi zijn niet afgerekend. Overlopende activa Het saldo van de overlopende activa bestaat uit de nog te ontvangen bedragen voor leveringen en diensten tot en met 31 december 2023. Ook de vooruitbetaalde bedragen worden bij dit onderdeel verantwoord. Dit is niet afgerekend met de gemeenten met uitzondering van de bij de vooruitbetaalde bedragen opgenomen thuiswerkplekvergoeding. De vergoedingen die de medewerkers de afgelopen periode hebben ontvangen voor hun thuiswerkplek zijn geactiveerd en worden in 5 jaar afgeschreven. Dit is verrekend met de gemeenten op basis van waar de medewerkers op 1 januari 2024 zijn geplaatst.

63

PASSIVA

Voorziening Afvloeiing personeelsbestand Deze voorziening is gevormd voor de financiële gevolgen van gemaakte afspraken met medewerkers over begeleide uitdiensttreding. De medewerkers die dit betreft zijn per 1 januari 2024 niet geplaatst bij één van de gemeenten maar in DBP gebleven. Deze voorziening is derhalve ook binnen de BAR/DBP overgegaan naar DBP. Voorziening RVU-regeling (Regeling Vervroegd Uittreden) De medewerkers die op 1 januari 2024 al gebruik maken van deze regeling zijn niet opnieuw geplaatst per 1 januari maar overgegaan naar DBP. Voorziening Verlofsparen Deze voorziening is afgerekend met de gemeenten op basis van waar de medewerkers op 1 januari 2024 zijn geplaatst. Vaste schulden De GR BAR had in 2014 geld geleend van de gemeenten voor de overname van activa bij de vorming van de GR BAR. Deze langlopende leningen zijn in 2023 volledig afgelost. Vlottende passiva Netto vlottende schulden Hieronder valt het crediteurensaldo. Dit is niet afgerekend met de gemeenten, omdat het betrekking heeft op ontvangen leveringen en diensten tot en met 31 december 2023. Overlopende passiva Het saldo van overlopende passiva bestaat uit de nog te betalen bedragen voor leveringen en diensten tot en met 31 december 2023. Dit is niet afgerekend met de gemeenten.

Resumé afgerekende balansonderdelen Samenvattend zijn de volgende balansonderdelen (deels) met de gemeenten afgerekend:  Investeringen: materieel buitendienst  Geactiveerde vergoedingen thuiswerkplekken  Voorziening Verlofsparen Doordat is afgerekend via facturen zijn de saldi debiteuren en crediteuren ook veranderd. De debiteuren staan onder de vlottende activa: vorderingen op openbare lichamen. De crediteuren staan onder de vlottende passiva: overige schulden.

64

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1178/documents/40934