CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

INRetail rapport De maatschappelijke waarde van retail.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 19 mei 2022, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 19: Ter kennisneming: overige stukken13.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De maatschappelijke meerwaarde van retail Februari 2022

Publieke waarden komen in winkelstraten samen “Koester goede winkels, want vergeet niet dat wij in onze stenen winkels veel meer doen dan alleen jurken en schoenen verkopen. Wij maken contact en hebben mooie, diepe en intieme gesprekken. Dat is belangrijk voor mensen. Zeker, nu sommige mensen hele dagen thuis werken en niemand hebben om mee te praten, niemand bij wie ze hun hart kunnen luchten of met wie ze even kunnen lachen. Wij zorgen er ook op een andere manier voor dat de straat leeft. Bijvoorbeeld door het groen van onze geveltuinen waar we elke ochtend liefdevol vieze peuken en andersoortig afval uit vissen. En straks in december stralen onze etalages en verlichten we de straat met bijzondere ornamenten” Willemijn Thissen Eigenaresse van Zilch, Nieuwe Binnenweg in Rotterdam NRC 7 november 2020

2

1. De maatschappelijke rol van winkelstraten staat onder druk

onder zichtbare vormen van allerlei klantbenadering ligt en een breed spectrum omvat. Door die waarden te expliciteren en verschuivingen in gewicht van waarden te onderkennen is een meer effectieve klantbenadering

De detailhandel is een belangrijke economische

mogelijk. We zullen deze publieke waarden met zijn

sector met grote maatschappelijke impact. Winkels en

allen moeten vormgeven en bevechten, in een door

winkelstraten zijn de levensaders van steden, dorpen en

economische waarden gedomineerde maatschappij.

wijken en bepalen daar in hoge mate de leefbaarheid en de sfeer. De detailhandel is met 800.000 medewerkers een van de grootste private werkgevers en heeft een belangrijke sociale functie; mensen willen elkaar ontmoeten en de retail levert een belangrijke bijdrage aan het samenzijn. Winkeliers bieden veel jongeren een

“Wat er ontbreekt is een landelijke visie en regie vanuit de overheid op retail. Maar we moeten als sector ook zelf beter uitleggen waarom we doen wat we doen en wat onze bijdrage is aan de publieke waarde.”

eerste baantje en daarmee sociale ontwikkeling, zorgen door sponsoring voor een rijk verenigingsleven en dragen met hun activiteiten en zorg direct bij aan de lokale gemeenschap. De vaak decennialange aanwezigheid

Paul van Tilburg Van Tilburg Mode Nistelrode

van winkels in een omgeving waar andere actoren van voorbijgaande aard zijn, biedt rust en herkenning. Niet

In deze notitie willen wij vanuit onze positie als

alleen de economische maar ook de publieke waarde

belangenbehartiger van de retailsector richting geven

wordt gewaardeerd door de consument die in onderzoek

aan het gesprek en de samenwerking bevorderen die

steeds weer aangeeft zeer gehecht te zijn aan lokale

nodig is om de uitdagingen aan te gaan. We richten

ondernemers1.

ons daarbij met name op het effect van digitalisering en platformisering omdat dat op dit moment de meest

Het verdienmodel en de verschijningsvorm van

transformerende beweging is. We starten met een

winkels en winkelstraten zoals in de vorige eeuw

analyse van de huidige situatie, waarbij we de publieke

is opgebloeid worden uitgedaagd door allerlei

waarden bekijken vanuit het veranderende perspectief

maatschappelijke ontwikkelingen als digitalisering,

op economie en samenleving sinds de jaren ‘90. Dit

individualisering, globalisering, demografische

heeft eerst doorgewerkt in de fysieke ruimte en later ook

veranderingen, verduurzaming, toenemende diversiteit,

in de opkomende digitale ruimte. Vervolgens schetsen

de coronapandemie etc. Retail evolueert sneller dan

we oplossingsrichtingen om de komende jaren aan de

ooit naar nieuwe en hybride vormen: je hoeft maar

publieke waarden te blijven werken, waarbij ook de rol

om je heen te kijken, of er wordt geruild, geleased,

van (bank) financiering, vastgoed en de retailsector zelf

gedeeld, online gekocht, fysiek gewinkeld of gerecycled.

aan bod komt.

Het is de consument die bepaalt welke producten en diensten worden gewenst en daarmee beslist over condities, de prijs, het kanaal en het moment. Winkels en winkelstraten spelen daar vol op in, we zien creatieve concepten ontstaan waarin functies worden gemixt; afhalen en bezorgen worden populairder. De combinatie van een fysieke winkel en online aanwezigheid, ook via platformen, biedt kansen. De vernieuwing zit niet zozeer in het aanbod zelf maar in de wijze waarop klanten kunnen kiezen. De weg die zij afleggen voor hun aankopen en de manier waarop aanbieders hun producten onder de aandacht brengen (bijvoorbeeld via influencers). Veel verdienmodellen van vernieuwend aanbod zijn experimenteel en daardoor nog niet volwassen. Publieke waarde gaat over zaken die veel van onze klanten als consument en burger belangrijk vinden, hun keuzes beïnvloeden en die collectieve aandacht en bescherming verdienen. Het is een diepere laag die 3

2. Een nieuw perspectief op

tussen markt en democratie2. Steeds meer burgers

economie en samenleving

groei gerichte economie en samenleving3. Het is de tijd

Marktwerking is in gereguleerde vorm nog altijd het best werkende economische model dat via vraag en aanbod op een vrije markt efficiënt welvaart voor de meeste mensen creëert. Maar deze klassieke theorie is in handen van het neoliberale (kapitalistische) denken in de afgelopen veertig jaar verworden tot een idee dat volledig vrije markten (met lagere belastingen en deregulering) in zichzelf de oplossing konden vormen voor elk economisch probleem. Extra aangewakkerd door een vrije financiële wereld, globalisering en technische vooruitgang zouden groei, efficiëntie en welvaart voor iedereen gerealiseerd kunnen worden. Klassieke economen wezen echter al op de gebreken van volgens het marktprincipe geordende samenlevingen: zaken die je op zijn beloop laat in de economie, zullen ontsporen. Men was in de 18e eeuw al bezorgd om grote bedrijven en het gebrek aan concurrentie. Machtige bedrijven betekenen een gevaar voor de goede werking van de economie, waarvoor ook transparantie en toegankelijkheid van informatie noodzakelijk is.

Sinds de financiële crisis van 2008 is breed in de samenleving het inzicht ontstaan dat te vergaande deregulering binnen het neoliberale denken behoorlijk veel negatieve bijeffecten heeft opgeleverd, met grote economische en maatschappelijke gevolgen, zoals groeiende ongelijkheid, een onder druk staande middenklasse, groeiende kans op (financiële) instabiliteit, consumentisme, een ecologische crisis en druk op de democratie. Zo heeft het aandeelhouderskapitalisme dat sinds de jaren ’80 is opgekomen dat sociale weefsel aangetast door onverschilligheid en onbetrokkenheid van investeerders op afstand. Het gaat om het hoogste rendement, de rest doet er niet toe. Deze concerns staan los van de maatschappij. Dat is ook een bedreiging voor de klassieke detailhandel die lokaal is ingebed en juist

en ook economen zetten grote vraagtekens bij de op om zaken te veranderen en de regie terug te pakken. Er is een inclusief kapitalistisch systeem nodig dat naast economische waarden ook aandacht heeft voor maatschappelijke, sociale en ecologische waarden. Van too big to fail naar trager, kleiner en menselijker. Veel aspecten van ons leven zijn makkelijker en aangenamer geworden maar daar betalen we ook een prijs voor. Er lijkt een dynamiek te ontstaan die de samenleving uit balans trekt en onze democratie bedreigt4. De Belgische econoom Geert Noels beschrijft de grote gevolgen5 van doorgeschoten marktwerking. Ons economische systeem geeft disproportioneel veel krachtige impulsen om almaar groter te worden. Groot zijn is belangrijk geworden om maximale voordelen te verkrijgen en minimale lasten te dragen. De groeiobsessie is zo ver gegaan dat alles wordt opgeofferd om maar verder te groeien, ‘whatever it takes’. Het is ongezond dat een financiële superstructuur vele malen groter wordt dan de onderliggende economie6. De financiële crises zijn gevolg van het financiële systeem dat door hefboomeffecten overmatig groot is geworden en de reële economie overvleugelt. Noels vindt dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met de sociale, maatschappelijke en ecologische nadelen die de economische voordelen volledig onderuit kunnen halen.

Volgens hem blijven veel nadelen van het gigantisme veelal buiten beeld: hoe meet je minder geluk, minder loyaliteit en een ontwrichting van de lokale gemeenschap als gevolg van het gigantisme?7 Gelukkig lijkt er een kentering gaande. “We moeten als winkels waarde toevoegen, ons onderscheiden van online, waar we als Dille & Kamille overigens ook heel goed scoren. Sluit

wel investeert in de buurt en wederkerige relaties. Dat

ook aan bij de maatschappelijke tendens, mensen

is een meer duurzame maar ook duurdere werkwijze en

zijn klaar met het neo-liberalisme, duurzaamheid

deze benadering staat onder druk door de prijzenslag

wordt hét thema, het besef groeit dat het anders

die door online aanbieders wordt ontketend.

moet. Wij als retail moeten dat ook aanwakkeren”. Hans Geels

De verworvenheden van de ‘fysieke’ markteconomie zoals

Dille & Kamille

we die de laatste honderd jaar in het westen hebben ontwikkeld brokkelen af. Herverdelende regelingen en een goed functionerende democratische orde hebben geleid tot evenwichtige markten die de publieke ruimte voor eerlijke handel en uitwisseling van ideeën en initiatieven ondersteunen. De wijze waarop vraag en aanbod binnen de platformeconomie samen komen blijkt juist ondermijnend te zijn voor dat samenspel

Een flink aantal vooraanstaande denkers voorspellen zelfs het einde van het kapitalisme als het dominante economische model8. De trend naar een meer collaboratieve economie is volgens hen onmiskenbaar en onomkeerbaar. Zij zien een sociale economie opkomen waar bedrijven en mensen samenwerken op basis van gedeelde zorgen, inspanningen en uitdagingen9. 4

2.1 Publieke waarden

moeten inrichten en beheren. Ook met het oog op

in de fysieke ruimte

gebruiksgemak van de ruimte en aantrekkelijkheid om te

De publieke ruimte is de omgeving die van ons allemaal is, zowel fysiek als overdrachtelijk als digitaal. Winkelstraten hebben een aantrekkelijke fysieke ruimte nodig met een werkbare functionele inrichting. Daarnaast is bereikbaarheid van het gebied maar ook het groen, het nabijgelegen park, de openbare weg, de lucht, het water, de rivier, mooie gebouwen e.d. van belang. Dit zijn onderdelen van de publieke ruimte die we doordacht

verblijven, te ontmoeten en te winkelen. Dit geldt zowel voor bewoners als voor klanten van buiten. Winkelstraten zijn cruciale ontmoetingsplekken in een toenemend individualistische wereld. Volgens planoloog Zef Hemel is deze belangrijke rol er al eeuwenlang. Hij benadrukt het belang van de economische functie in samenhang met de publieke functie van een centrum. De laatste decennia is de economische functie (vooral winkels) te dominant geworden en dat moet anders.

Zef Hemel over de publieke waarde van winkelen: terug naar de agora Zef Hemel, planoloog en hoogleraar UvA, vindt de publieke waarde van winkelen en winkelstraten heel erg groot, maar ziet een forse uitdaging voor binnensteden om deze voldoende aantrekkelijk te houden.

• • •

Winkels zijn, net als kerken, stadhuizen, rechtbanken, theaters, musea en onderwijsinstellingen onverbrekelijk verbonden met de binnenstad, die als een agora functioneert. Dat de binnenstad hoofdzakelijk een economische ruimte wordt, waarin retail de belangrijkste functie wordt, is geen goed teken. De eeuwenoude winkelstraten overleven en de middenstanders blijken buitengewoon flexibel, veerkrachtig en weten steeds weer te reageren. Het probleem zit vooral in de winkelcentra die tweede

• •

helft vorige eeuw zijn ontwikkeld. We moeten ons realiseren dat niet elke binnenstad hetzelfde is of eenzelfde toekomst heeft. Historische studies kunnen helpen om keuzes voor de toekomst te maken. De retailsector moet dit niet alleen gaan doen, maar klanten inschakelen, de burgers van de stad. De burgers belichamen de publieke waarden en gaan die duidelijk maken. Burgers zijn zeer betrokken bij de toekomst van winkels, ze houden van winkels, ze weten precies welke winkels ze willen hebben en ze

•

maken zich grote zorgen over de winkels. Ook de maatschappelijke instellingen moeten erbij worden betrokken, maar de retailsector moet wel het voortouw nemen.

Volgens Zef Hemel zijn bovenstaande punten belangrijk om de publieke waarde van retail vorm te geven. Die zijn volgens hem fundamenteel voor ons allemaal, niet alleen voor het overleven van de retail. De geschiedenis leert dat vrije markt en democratie gekoppeld zijn. Dat zien we al sinds de Griekse agora in Athene waar burgers, kooplieden en politici samen kwamen. In het geweld van de digitalisering is deze ruimte verdwenen. Wij moeten deze fysieke ontmoeting in de binnenstad weer bewust gaan organiseren. De retail speelt daarin ook in de toekomst een belangrijke rol.

Video Zef Hemel, over zijn visie op de publieke waarde van winkelen >

Overal zijn stadsbesturen dan ook bezig de leefomgeving

waar we elkaar ontmoeten, elkaar spreken, verrast

te veranderen: meer ontmoetingsplaatsen, betere parken,

willen worden. Het is niet alleen een commerciële maar

meer ruimte voor fietsers en voetgangers en minder

ook een publieke ruimte. Winkelgebieden moeten zich

voor auto’s. Transformatie van winkelstraten staat op de

ontwikkelen van een monofunctionele verzamelplaats van

agenda: minder winkels, andere winkels, maar vooral ook

verkooppunten naar een gevarieerd gebied met sociale

een andere functie: “Van places to buy naar places to

meerwaarde10. En de grote vraag is welk verdienmodel

be”. Wij jagen deze veranderingen vanuit de retailsector

voor de retail en retail vastgoed daarbij past, want

mee aan. Hoe zouden winkelstraten daaraan kunnen

zonder zo’n verdienmodel kan retail haar bijdrage aan de

bijdragen? Winkels en winkelgebieden als plekken

publieke waarde niet blijvend invullen. 5

De gevolgen van globalisering en neoliberale politiek

verband uit de samenleving16. Dit vraagt om proactief

treffen volgens bestuurskundige Wim Derksen ook de

optreden van overheden maar ook van de retailsector

steden. Steden zijn volgens hem een pion van de markt

vanuit haar eigen verantwoordelijkheid.

11

geworden, het zijn de wetten van de globale markt die bepalen wat er gebeurt. Andere deskundigen12 geven aan dat de traditionele rol van stadsontwikkeling

“Ons cultureel erfgoed staat op het spel!”

in veel steden is verdwenen en dat object gerichte

Jeroen Lokerse Cushman & Wakefield

vastgoedontwikkeling leidend is geworden13. Maar in de transformatie-opgave die er nu ligt is het juist belangrijk niet alleen pand-voor-pand te transformeren of financieel aantrekkelijke vastgoedprojecten als leidraad te nemen. Het is nodig te redeneren vanuit de behoefte

2.2 Publieke waarden

van de winkelstraten, wijken of binnensteden en dit te

in de digitale ruimte

combineren met de brede blik van stedenbouwkundigen. Ook Platform 3114 deed recent die oproep en pleitte voor een brede programma-ontwikkeling, die verder gaat dan

Het is de vraag of de volledige consequenties van

panden alleen.

digitalisering en de snelgroeiende platformeconomie goed begrepen worden, ook voor de lange termijn.

Rob van Gijzel heeft het vanuit zijn ervaring als

Want zoals bijvoorbeeld de WRR17 zich afvraagt: “Wat

burgemeester in Eindhoven over onteigening van de

is de rol die platformen spelen bij de behartiging van

stad en vraagt daarbij vooral aandacht voor de rol van

publieke belangen? Hun interfaces, reputatiesystemen

vastgoed. Zijn vraag “van wie is de stad?” kan ook direct

en algoritmen waarmee ze vraag en aanbod koppelen

breder worden getrokken en geldt niet alleen voor de

sturen de inrichting van de samenleving. Dit heeft

fysieke omgeving. Steden dienen grip terug te krijgen.

grote gevolgen voor publieke belangen, zoals de

Steden moeten fundamenteel nadenken en andere

toegankelijkheid, privacy, veiligheid en duurzaamheid.

begrippen en concepten ontwikkelen om te bepalen hoe

Hoe kunnen in de platformsamenleving publieke waarden

data, digitale technologie en -infrastructuur te gebruiken.

worden geborgd?”

Het concept van de ‘technologische soevereiniteit’ verdient uitwerking. Volgens die gedachte denken

‘Hoe we grip terugpakken op onze online wereld’ is de

burgers en ondernemers actief mee over de vraag hoe

veelzeggende ondertitel van een recente publicatie

de technologische infrastructuur in hun omgeving werkt

van DenkWerk18. Volgens deze groep denkers heeft de

en welke doelen worden gediend15. Morozov en Bria zijn

opkomst van de online wereld veel vooruitgang gebracht,

zeer kritisch op de ontwikkeling van zogenaamde ‘smart

zoals dagelijkse tijdsbesparing en levensgemak,

cities’ en vragen aandacht voor een digitale infrastructuur

een efficiëntere en innovatievere economie, sociale

gebaseerd op publieke waarden.

verbondenheid door mensen van verschillende groepen en geografieën bij elkaar te brengen en toegang tot

De digitale publieke ruimte, waarover hierna meer, is

grote hoeveelheden informatie. Daarbij leidt dataficatie

relatief nieuw, zeker als het gaat om het denken daarover

van de samenleving19 tot nieuwe mogelijkheden als

op lokaal niveau, maar de digitale ruimte biedt net zoals

files verminderen, efficiëntere landbouw en verbetering

de fysieke ruimte mogelijkheden voor allerlei vormen

van medische behandelingen. Ondanks deze mooie

van ontmoeting, uitwisseling en handel, juist ook lokaal.

toepassingen, is er ook een groot scala aan problemen,

Daarbij ervaren we dat de digitale wereld steeds minder

zoals o.a. desinformatie leidend tot polarisatie

een afzonderlijke realiteit is en steeds meer direct

en ondermijning van de democratie, psychische

verweven raakt met de fysieke werkelijkheid. De rol van

problemen onder jongeren en machtsmisbruik door

data en digitalisering zal nog enorm toenemen, we staan

internetplatformen (poortwachters). De urgentie om

nog maar aan het begin van een amper te bevatten

in actie te komen stijgt doordat de simpele online

transitie. Digitalisering en platformen bieden fantastische

wereld van de jaren ’90 op twee belangrijke manieren is

mogelijkheden voor samenleving en economie maar de

geëvolueerd20.

nadelen van ongebreidelde groei van marktmacht van enkele spelers baren grote zorgen. Wanneer big tech

Ten eerste zijn er nieuwe generaties digitale

op deze manier blijft groeien en nog meer marktmacht

infrastructuur ontwikkeld (=basis). Doordat deze

verwerft waardoor lokaal gebonden spelers niet meer aan

diensten onderliggend zijn aan vrijwel alle activiteiten in

de competitie kunnen meedoen, worden winkelstraten

de online wereld, is er niet aan te ontsnappen. Belangrijk

nog verder uitgehold. Zo verdwijnt gaandeweg het

is dat ze niet zijn ontwikkeld door academici, non-profits 6

of overheden maar door private bedrijven. Deze bedrijven

“Het idee dat de markt zichzelf reguleert en

hebben sleutelposities in de online wereld opgebouwd

dat de staat bij innovatie geen belemmeringen

(poortwachters). De dominantie van deze digitale

mag opwerpen, is niet langer houdbaar

infrastructuur door een klein groepje buitenlandse

als het om technologie gaat. We winnen de

bedrijven heeft schadelijke gevolgen voor burgers, bedrijven en overheid. Volgens DenkWerk is de private markt onvoldoende in staat om een dergelijke en neutrale digitale infrastructuur te faciliteren voor de online wereld. Deze speelt een steeds grotere rol in de samenleving, is kernonderdeel geworden van onze economie, publieke dienstverlening en sociale gemeenschap. Het is een publieke verantwoordelijkheid om alsnog voor een

cyberwar niet als we de economische modellen niet fundamenteel wijzigen. We moeten ons technologie landschap op een nieuwe manier vormgeven. Niet het commerciële, maar het algemene belang moet voorop staan. Net zoals we van de overheid verwachten dat ze kaders stelt voor onze fysieke omgeving, voedsel,

evenwichtige digitale infrastructuur te zorgen, net zoals

onderwijs, etc. dient ze ook kaders te stellen

de aanleg/onderhoud van wegen, riolering en onderwijs.

waarbinnen we onze digitalisering vormgeven.”

Ten tweede zijn er online meerzijdige markten via platforms ontstaan (= applicatie) die veel voordelen voor

Waag NRC, 9 oktober 2021

de maatschappij leveren. Doordat iedereen vrij content kan produceren en aanbieden, lijkt een veelzijdiger aanbod te ontstaan. Maar is dat op de lange termijn wel het geval? Ook kan door platformisering beter gebruik worden gemaakt van bestaande kapitaalgoederen en is daarmee de basis van de deeleconomie. Maar overzien we de consequenties van de deeleconomie en de dominantie van grote techbedrijven wel voldoende? Voor een analyse van platformen en hun werking: zie het kader op de volgende pagina.

7

De Platformeconomie beter begrijpen Digitalisering van informatie is de basis voor de wereldwijde platformeconomie waarbij fysieke producten zijn losgekoppeld van hun informatieve component. Het begrip ‘platformeconomie’ duidt op de handel van alle producten en diensten via digitale platformen. De laatste jaren is een grote stroom aan boeken en artikelen gepubliceerd waarin het verschijnsel van digitalisering en de opkomst van techreuzen wordt besproken. In de studie “Platformen in de detailhandel: parasitair of constructief?” hebben we diverse relevante aspecten op een rijtje gezet langs vier thema’s.

1. Mens vs. Machine Met data kunnen meer processen geautomatiseerd en verbeterd worden en machines kunnen onderling informatie uitwisselen en processen optimaliseren. Maar het meest onderscheidend in deze revolutie is dat data direct de menselijke intelligentie uitdagen. Voorgaande revoluties brachten ook nieuwe perspectieven en mogelijkheden waardoor we de wereld anders gingen ervaren maar die vernieuwingen hadden geen directe invloed op ons brein. Bepaalde onderdelen van deze datarevolutie willen ons denken en voelen direct beïnvloeden en dat roept vragen op over de verhouding tussen mens en machine. Er liggen vragen als hoe kunnen algoritmen ingewikkeld menselijk denkwerk verbeteren en bestaat de mogelijkheid dat computers het menselijk intellect overstijgen en ons gaan overheersen?

2. Aanbodgericht vs. Vraaggericht De data-economie dringt steeds meer door in de fysieke economie en het lijkt zo te zijn dat de regels van de data-economie steeds bepalender worden voor de manier waarop productie, organisatie en handel worden ingericht. Vanuit het perspectief van de detailhandel vraagt de omkering van aanbodgericht naar meer vraaggericht om grote veranderingen. Individualisering en globalisering hebben de consumenten meer keuzevrijheid gegeven. Via internationale webshops is het aanbod onbeperkt en wordt de vraag van de consument leidend. Hoe moet de ‘klassieke’ detaillist hierop reageren? Enerzijds is in aantallen producten de keuze enorm toegenomen, anderzijds zijn er kwalitatievere producten die in het online-geweld buiten de boot vallen. Ook echt maatwerk en advies buiten gegeven kaders om is online niet goed mogelijk. Liggen daar kansen voor de ‘klassieke’ detaillist.

3. Big Tech economie vs. Reële economie De digitale revolutie heeft ons veel gebracht maar ook veel gekost. Het blijkt nu dat de reële economie de laatste veertig jaar achterblijft en dat de vermeende waardevermeerdering van deze revolutie niet zo groot is. De financialisering van de economie bracht overwaardering van de waarde van geld ten opzichte van de waarde van reële economie. Deze mismatch wordt door de datarevolutie en platformen verder verdiept. De kloof tussen arm en rijk is toegenomen en we zien razendsnelle concentratie van kapitaal en macht bij een steeds kleiner wordende elite. Het precariaat met zeer onaantrekkelijke los-vaste baantjes groeit en echte baanbrekende innovaties blijven uit. Succesvolle startups met nieuwe producten worden opgekocht en ontwikkelen zich verder volgens de belangen van de big tech reuzen. Verder zien we ook het merkwaardige fenomeen dat platformen als Booking die alleen digitale transacties faciliteren meer verdienen dan hoteleigenaren die daadwerkelijk de dienst verlenen.

4. Spionagekapitalisme vs. Vrijheid De verhouding tussen mens en machine in onze gedigitaliseerde wereld moet doordacht worden. Kunnen wij gereduceerd worden tot een set van manipuleerbare data of kunnen we zelf kiezen? De eeuwenoude filosofische vraag naar menselijke vrijheid is nog nooit beantwoord dus dat kan ook in dit bestek niet maar de big tech benadering roept wel nieuwe vragen op21. Reclame en propaganda kennen we al langer en niet-democratische regimes gaan ver om menselijk gedrag te beïnvloeden. Waarin verschillen deze praktijken met het opkomende spionagekapitalisme? Is de manier waarop big tech data inzet met als doel om ons gedrag verregaand te beïnvloeden verantwoord? Wordt de samenleving daar beter van en de mens gelukkiger en gezonder?22

Digitale platformen zijn niet plaats gebonden en kennen nauwelijks fysieke beperkingen. Deze digitale marktplaatsen worden in stand gehouden door data en de locatie, het internet, in een gedecentraliseerde netwerkstructuur. Er is dus geen overall regulerende instantie. De leidende big tech bedrijven hebben dit goed begrepen en hun kansen gepakt. Vanwege een aantal voor hun gunstige marktomstandigheden heeft big tech een ongekend snelle groei kunnen doormaken waarbij niet alleen de economie maar ook de maatschappij verregaand verandert. De grote big tech platformen verlenen de individuele consument aanbiedingen op de korte termijn ten koste van de maatschappij die we op de lange termijn allemaal nodig hebben. Deze bedrijven betalen amper belasting, leveren nauwelijks werkgelegenheid, dragen niet bij aan lokale ontwikkelingen en houden op geen enkele manier de gemeenschap in stand. Is hier sprake van parasitair ondernemerschap?23 Er ontbreekt een breed maatschappelijk bewustzijn dat platformisering alle domeinen van de samenleving verandert. Toch is het noodzakelijk dat de platforms aan de tafel gaan met maatschappelijke actoren om gezamenlijk vorm te geven aan de platformmechanismen zodat ze aansluiten bij lokale normen, waarden, gewoonten en gebruiken.

Video Anke Griffioen (Caland/schoen), over de effecten van platformisering van de samenleving > 8

3. Oplossingsrichtingen

3.1 De fysieke ruimte: lokaal werken aan klantwaarde

De sterke focus op economische waarden heeft er voor gezorgd dat we als samenleving grip kwijt zijn geraakt op zaken die we met zijn allen belangrijk vinden. Dat belang

“Corona heeft het belang van lokaal winkelen

benoemen en bespreken geeft richting. De retailsector

aangetoond; gemeenschapszin is de kern van

kan inspelen op die verstoorde balans tussen economie

de binnenstad; dat is van nog grotere waarde

en maatschappij en er voor zorgen dat publieke waarden

dan de sponsoring die de lokale detailhandel

weer belangrijker worden.

op zich neemt; hoeveel events en dynamiek

Uiteraard werken winkeliers primair zelf aan hun

zouden er nog zijn zonder winkels; dat is een

bestaansrecht, klantwaarde24, sociale meerwaarde en

enorme waarde en de vraag is of en hoe die

zorgen ze voor innovatie in de transitie die gaande is.

gekapitaliseerd kan worden?”

Maar de opgave van de detailhandel kan niet geïsoleerd begrepen worden. We moeten de ontwikkelingen en

Ron Kieftenbeld Van der Linden Lingerie, Deventer

uitdagingen beschouwen vanuit een breder perspectief. Er ligt politiek, beleidsmatig en praktisch een grote opgave om de transformatie-opgave in de fysieke ruimte vorm te geven en ook de maatschappelijke orde te bewaren. Daarvoor is het nodig effectieve mondiale structuren en regels in te richten en privaat-publieke samenwerking op allerlei niveaus te intensiveren. Die digitale kaders moeten een gezond speelveld voor de detailhandel off- en online bieden zodat winkeliers maatschappelijk verantwoord een boterham kunnen verdienen, hun sociale rol kunnen spelen en aantrekkelijke winkelgebieden in stand blijven. In deze geglobaliseerde wereld liggen kansen steeds meer lokaal maar dat vraagt wel grote inzet. We moeten creatief gaan denken en handelen om de fysieke en digitale publieke ruimte lokaal vernieuwd vorm te geven in nauwe aansluiting bij de (veranderende) wensen van de burgers. Van ‘too big to fail’ naar ‘trager, kleiner en menselijker’ is dan ook de hoofdlijn van de oplossing waar we als retailsector een bijdrage aan kunnen leveren. Het gaat om het terugpakken van regie, eigenaarschap, vertrouwen en samenwerking. In dit hoofdstuk bekijken we die opgave vanuit de fysieke ruimte, de digitale ruimte, de financiering van de sector, vanuit vastgoed

Al langer lopende ontwikkelingen zijn door de coronacrisis nog eens versneld. Online heeft een nog sterkere groei doorgemaakt - makkelijk en veilig digitaal bestellen - waar ook fysieke winkels met een omni-channel strategie volop van profiteerden. Aan de andere kant was er een herwaardering van de lokale winkelstraat: het gemis van het fysieke winkelen, het elkaar kunnen ontmoeten. Dat heeft de toegevoegde publieke waarde van winkels en de winkelstraat in onze samenleving opnieuw duidelijk gemaakt. Zeker ook vanwege het structureel toegenomen thuiswerken waardoor minder werkcontacten mogelijk zijn, neemt het belang van buurtcontacten toe. Corona heeft de ambitie van veel steden om hun binnenstad te transformeren van winkelgebied naar een compleet (compacter), multifunctioneel centrum verder versterkt. Ook de urgentie is gegroeid, zeker gezien de (dreigende) leegstand waar veel steden mee kampen25. Winkelgebieden moeten nadenken over hun bestaansrecht, meerwaarde en de transitie die gaande is 26.

en kijken we ook naar de kansen om te komen tot

“Wij willen als bedrijf een bijdrage leveren aan

maatschappelijk verantwoord ondernemerschap, waarin

de winkelstraat als publieke ruimte, niet alleen

we op een evenwichtige manier omgaan met economisch

als commerciële ruimte. Dat sluit aan bij de

gewin, de planeet, de klanten en personeel.

roeping van ons bedrijf, het gaat niet alleen

“Sportverenigingen hebben in coronatijd weer volop hun belangrijke toegevoegde waarde laten zien: mensen samen laten komen. Voor die sociale functie moet in binnensteden veel meer aandacht zijn. Nu zijn het nog te veel de economische, vastgoed en financiële perspectieven die de inrichting van het centrum bepalen. Dat moet anders en daar willen we als sportkoepel samen met

om omzet. We willen iets toevoegen dat een publiek goed is, bijvoorbeeld met onze panden die intrinsieke schoonheid bevatten. Mensen komen graag in onze winkel, soms ook om er gewoon even te zijn.” Hans Geels Dille & Kamille

sportbonden een bijdrage in leveren.” NOC-NSF Roel Boekel 9

Door digitalisering en de opkomst van platformen worden

retail blijft nog te veel hetzelfde28 en dat moet anders.

bijna alle traditionele ondernemingen uitgedaagd om

Onderdeel van de klantwaarde is de sociale meerwaarde

hun verdienmodel te optimaliseren dan wel nieuwe

in allerlei vormen van beleving zoals ontmoeten, bewust

marktbenaderingen te zoeken – fysiek en digitaal.

worden, herkennen, het ervaren van gedeelde waarden

En daar ligt ook meteen de grootste bijdrage die

en van gemeenschap in winkels die we graag bezoeken.

winkeliers moeten leveren aan de publieke waarde van

Maar ook op productniveau en in de marketing speelt

winkelstraten. Er ligt een grote uitdaging bij retailers om

beleving. Denk aan merken die een bepaalde sociale

hun aantrekkelijkheid te vergroten. Alles staat of valt

status vertegenwoordigen en waarmee mensen zich

bij een herkenbare identiteit en betekenisvol zijn voor

kunnen onderscheiden.

bezoekers en kopers. Ondernemers werken grofweg in twee richtingen. 1.

Aansluiten bij de digitalisering door zelf een online verkoopkanaal op te zetten en intern qua bedrijfsvoering het inkoop-, voorraad- en verkoopproces te optimaliseren met digitale technieken. Ook experimenteren met aansluitingen op grote bestaande platformen is een optie.

2.

Inzetten op wat alleen fysieke detaillisten aan beleving, bewustwording en service kunnen bieden. Het is dan wel van belang dat ook de randvoorwaarden kloppen zoals dat moeite en kosten om winkels te bereiken zich niet al te nadelig verhouden tot het gratis heen-en-weer zenden van online bestellingen.

Tom Kikkert gaat dieper in op de beweegredenen voor de consument en het feit dat online en offline winkelen beide een andere behoefte van de consument bedienen, maar elkaar goed kunnen aanvullen.

“De belangrijkste bijdrage van individuele ondernemers is als ze werken aan een sterk DNA van hun eigen winkel: de beste binnensteden zijn die met een verzameling van sterke ondernemers met winkels met een duidelijk profiel.” Tom Kikkert Waarom zal een klant mijn winkel of webshop bezoeken? Deze vraag naar de klantwaarde is de kernvraag voor iedere winkelier van klein tot groot. Kleinere retailers hebben vaak een goed marktgevoel zonder dat daar altijd echt strategie of onderzoek achter zit. Het bedrijf loopt redelijk en klanten zijn tevreden. Ze zouden best wel willen groeien maar de stap die nodig is om daarop te acteren wordt niet gezet. Echter, de huidige tijd dwingt velen tot nadenken over het bestaansrecht van de onderneming en de nabije toekomst. Er zijn vele modellen op de markt voor dat denkwerk27. Ondernemers zullen gestimuleerd moeten worden om versneld de transitie te maken. De samenleving verandert, maar de 10

Tom Kikkert over kansen voor retail Offline winkelen en online kopen kunnen elkaar versterken en vele ondernemers geven hier invulling aan. Ook zijn er ondernemers die heel bewust een keuze maken voor het ene of het andere. Belangrijk is te realiseren dat wordt aangesloten bij één van de twee denksystemen van de mens: intuïtie/emotie dat een antwoord geeft op de ‘waarom vraag’ (systeem 1) en ratio dat een antwoord geeft op de ‘hoe en wat vraag’ (systeem 2). Internet en platformen winnen met systeem 2, maar mensen nemen veel meer beslissingen via systeem 1. Juist op dit aspect kunnen fysieke winkels veel beter scoren. Dus ook op basis van de psychologie van de mens geldt: digitalisering betekent niet het einde van fysieke winkels maar de benadering online versus fysiek verschilt wel. Juist als er veel te kiezen valt gaan we op zoek naar mensen die we vertrouwen. Internetspelers willen menselijk vertrouwen benaderen maar vertrouwen in fysieke winkels/mensen is van nature groter, zo zijn we gemaakt. Digitaal is altijd een afgeleide, het is niet voor niets dat allerlei digitale spelers winkels openen.

“Daarmee hoopte het bedrijf € 150 miljoen aan vers kapitaal op te halen, bedoeld om meer fysieke winkels te openen in België en Nederland….” NRC over de voorgenomen beursgang van Cool Blue in oktober 2021

Binnen de retail zijn er grofweg drie denkstijlen waarlangs een betekenisvol concept kan worden gebouwd:

• • •

Identiteit (quantumdenken) = betekenis/vertrouwen Imago (associatief denken) = vormgeving/framing/ concept Omzet (serieel denken) = meer verkopen

Succesvolle retailers bewegen steeds meer richting 1. Handelen vanuit identiteit blijkt goedkoper dan vanuit concept. De kracht van fysieke retailers moet dus gezocht worden in het betekenis geven en een vertrouwensrelatie opbouwen met de klant. Emily Smith onderscheidt vier elementen die kracht geven aan betekenis:

• • • •

Verbonden met anderen (sociaal/ gemeenschap) Bijdragen aan de maatschappij; ik sta ergens voor (publieke waarden) Verhaal maken van je leven (existentieel) Onderdeel van iets groters (religieus/ spiritueel)

De retailrealiteit vraagt om toevoeging van nieuwe componenten en om focus op andere waarden dan alleen productwaarden. “Physical retail isn’t dead. Boring retail is” Steve Dennis Winkels en winkelgebieden moeten met grote creativiteit en inzet innoveren om te kunnen overleven. Voor online geldt dat de consument steeds veeleisender wordt en dat in deze wereld een race-to-the-bottom zal ontstaan wat betreft snelheid in leveren (binnen een uur leveren?), de prijs en leveringsvoorwaarden (gratis retour).

Video Tom Kikkert over het businessmodel van de retail >

11

3.2 Verschillende actoren

economische kant als de zachte sociale kant. Het gaat

in de fysieke ruimte

maatschappelijke betrokkenheid bij lokale verenigingen

om onze bijdrage aan de lokale economie, inclusief de via sponsoring. Volgens Tracey Metz zal de shakeout voor

Niet alleen winkeliers maar ook winkelgebieden

ondernemers en werknemers vreselijk zijn, maar zal het

moeten breder nadenken over de ‘sociale meerwaarde’

uiteindelijk de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van

van een winkelstraat of -gebied. Ieder winkelgebied

steden ten goede komen. De coronacrisis biedt volgens

moet collectief en via een plan van aanpak de vraag

haar het momentum om de winkelstraten groener,

beantwoorden: ‘Waarom zouden klanten naar ons

gevarieerder en socialer te maken – om ze meer in lijn

toekomen?’ Om in deze veranderende wereld een positie

te brengen met wat de samenleving wil. Volgens haar

te behouden als winkelstraat, centrum van de wijk,

loopt de retail als sector achter. Willen we onze rol in het

stadsdeel, dorp of binnenstad dient de toegevoegde

maatschappelijk debat van de publieke waarde opeisen

waarde opnieuw te worden uitgevonden. De vraag

dan zullen we ook moeten laten zien dat we mee willen en kunnen denken in de broodnodige verandering die in

is daarbij niet meer ‘hoe maak je een aantrekkelijke winkelstraat?’ maar hoe creëren we ‘geliefde plekken’?

29

winkelstraten nodig is.

En welke bijdrage kunnen winkels daaraan leveren? De leefbaarheid van steden is direct gekoppeld aan een vitale winkel- en voorzieningenstructuur. Als dat te mager en onaantrekkelijk wordt neemt de waarde van een stad materieel en immaterieel in veel opzichten af. Consumenten vinden dat winkellocaties meer zijn dan een plek om te winkelen. Winkelgebieden zijn er

“We willen, ondanks dat we al 750 personeelsleden op de loonlijst hebben staan een MKB-bedrijf blijven. Voor ons staat zo veel mogelijk omzet niet op plaats één, maar veel meer een goed en betrouwbaar bedrijf zijn dat goed is voor de medewerkers en een sterke en

ook om andere mensen te ontmoeten. Plekken waar

overtuigende relatie in de gemeenschap heeft.

horeca, gedeelde werkplekken met dienstverlening,

Ondernemen is een sociaal gebeuren.”

zorg- of cultuuraanbieders en bibliotheken de spil zijn. Zo wordt een gelijksoortige doelgroep of juist een diverse doelgroep aangetrokken die voor

Jan Berden Berden Mode & Wonen

verrassende ontmoetingen en inspiratie zorgt. Door een jaarprogramma met evenementen en PR die gericht

Samenwerking zowel per winkelgebied als per gemeente

worden ingezet om een bepaalde boodschap te

of regio is noodzakelijk om winkelgebieden aantrekkelijk

communiceren die aansluit bij het DNA van het gebied.

te houden. Het is dan ook belangrijk dat de uitvoering

Door samenwerking te zoeken met maatschappelijke

geschiedt in nauwe en gelijkwaardige samenwerking

organisaties, onderwijsinstellingen, de kunst- en

tussen alle stakeholders, zowel ondernemers (en

cultuursector en allerlei andere groepen die in het

bewoners), vastgoedsector als gemeenten. Bottom-up

gebied actief zijn en die open staan voor samenwerking.

werken is de leidraad. Volgens Zef Hemel moeten juist

Juist nu het aantal eenpersoonshuishoudens toeneemt

sterke lokale ondernemers het voortouw nemen in de

en vanzelfsprekende maatschappelijke verbanden

broodnodige transformatie.

steeds losser worden, moet de winkelstraat een rol vervullen door aanbod van authentieke sociale meerwaarde30. Voortdurend evoluerende winkelgebieden vragen telkens weer om stevig en doordacht beleid,

“Internationaal zie je dat voedsel en verzorging groeiende trends zijn. Combineer dat met het toenemend

om die veranderingen in winkelgebieden zorgvuldig

aantal eenpersoonshuishoudens, meer eenzaamheid,

te begeleiden en te sturen. Bedenk daarbij dat in

zzp-ers, steeds meer thuiswerken… dan snap je dat de

winkelstraten veel gemeentelijk beleid samenkomt:

behoefte aan nieuwe ontmoetingsplekken zal groeien.

ruimtelijke ordening, veiligheid, mobiliteit en

Die behoefte aan community en contact kan in fysieke

bereikbaarheid, horeca, kunst & cultuur, milieubeleid, digitalisering, next economy, werkgelegenheid en -ervaring, etc. Dit vraagt om nauwe samenwerking tussen georganiseerde ondernemers en de gemeente. Meer dan ooit is het van belang om de publieke functie van de retailsector (van kleine tot grote winkels) duidelijk te maken. Daarbij gaat het zowel om de harde

winkels en aantrekkelijke winkelstraten gevonden worden. Kijk naar een stad als Rotterdam, dat is eigenlijk ook een verzameling van wijken en dorpen, niet alleen de city. In de dorpen van Rotterdam heb je die community”. Francine Houben Architect 12

3.3 De digitale ruimte:

naar nieuwe verdienmodellen en concrete samenwerking

kansen door gemak lokaal te

samenwerking met leveranciers, in de supply chain met

ontsluiten

met de gemeenten en vastgoed. Al even essentieel is fabrikanten of de groothandel.

Big tech groeit exponentieel door gebruik van

Cijfers van Google laten zien dat consumenten in

informatietechnologie waarbij klanten met behulp van

toenemende mate online zoeken waar producten offline

big data en algoritmen zeer gericht benaderd kunnen

te koop zijn, bij winkels in de buurt. Die behoefte is in

worden. Netwerkeffecten doet deze grote bedrijven

twee jaar zelfs met 500% (!) gegroeid. Consumenten

steeds sneller groeien. Zonder regulerende ingrepen

zijn dus steeds vaker op zoek naar de service en

ontwikkelen de online markt en de fysieke markt steeds

snelle beschikbaarheid die online partijen niet of

verder van elkaar af en raakt de economie uit balans

veel lastiger kunnen bieden. Maar productaanbod en

omdat beide markten anders gereguleerd zijn. Inmiddels

diensten van lokale winkeliers zijn vaak niet of slecht

wordt in Europa hard gewerkt aan regelgeving via de

vindbaar. Door op behoefte van buurtbewoners en

Digital Market Act en de Digital Service Act, waarin regels

consumenten te concentreren en lokaal aanbod online

worden opgesteld hoe om te gaan met effecten van

veel beter te communiceren krijgen lokale winkels een

digitalisering en nieuwe concurrentieverhoudingen. Maar

betere concurrentiepositie en kunnen ze zelfs terrein

het is zeer de vraag of deze regels ver genoeg gaan.

terugveroveren op online partijen. Koppel dit aan

Wordt de kern van het probleem voldoende aangepakt?

duurzame stadslogistiek, zodat bestellingen nog dezelfde dag en CO2 neutraal kunnen worden bezorgd en je zorgt

Het is nu zo dat een klein aantal gigantische

naast vliegensvlugge levering door lokale winkels ook

technologische bedrijven de digitale publieke ruimte

nog eens voor schonere binnensteden. Maar het meest

domineren. De belangen van deze zogenaamde ‘big

belangrijke is wel dat de community en de publieke

tech’ zijn niet in lijn met de belangen van winkeliers. De

ruimte die een winkelstraat vormen, in stand kunnen

marktdominantie van big tech is vaak dusdanig groot

blijven.

dat er voor winkeliers niet veel te kiezen valt. Lokaal gevestigde detailhandel krijgt haar productaanbod

“De enige factor die schaars wordt in

digitaal moeilijk zichtbaar en vindbaar. Om een kaalslag

een wereld van overvloed, is de

te voorkomen moeten niet alleen ondernemers maar

menselijke aandacht.”

ook gemeenten veel meer doen aan de digitalisering

Kevin Kelly oprichter Wired

van (winkel) gebieden. De opgave is om met elkaar te gaan werken aan een digitale infrastructuur rondom publieke waarden. Uitgangspunt is niet het verdienmodel van een aantal dominante en gigantische marktpartijen, maar het algemeen belang zoals belanghebbenden en betrokkenen dat met elkaar vormgeven. Daarbij moeten we ons richten op de ‘public stack’31 technologie waarbij

3.4 Doordachte digitale strategie is noodzakelijk

burgers, lokale ondernemers en andere maatschappelijke partijen aan zet zijn. De urgentie om met elkaar antwoorden te vinden is door de coronapandemie versterkt, veel klanten die voorheen nog nooit via het web gewinkeld hadden zijn naar het internet gedreven. Fysiek winkelen wordt minder vanzelfsprekend en daardoor veel meer een bewuste keuze. Die keuze moet onder de aandacht blijven. Lokale detailhandel concurreert niet alleen meer met van oudsher bekende collega's, maar ook met webwinkels die tijdens corona nog meer data hebben verzameld en via algoritmen direct inspelen op verwacht koopgedrag. Lokale winkels kunnen via hun op lokaliteit gebaseerde klantenbinding en interactie aantrekkelijk

Digitale strategie is noodzaak. Gemeenten zijn van oudsher vooral gefocust op het faciliteren van de fysieke infrastructuur. Er wordt veel geld besteed om de fysieke bereikbaarheid te vergroten en dat is ook heel belangrijk. Maar daarbij hoort net zo goed onderzoek naar mogelijkheden voor lokale digitale platformen als duurzame transportlogistiek en de ervaringen die met dergelijke initiatieven al zijn opgedaan. Dit is onderdeel van het nadenken over digitalisering waar de digitale en fysieke wereld elkaar direct raken. Voor digitalisering van winkelgebieden is echter nauwelijks geld beschikbaar en veel gemeenten hebben geen doordachte digitale strategie.

blijven maar dat vraagt allereerst veel creativiteit en samenwerking van winkeliers onderling. Het is zoeken 13

Toch gebeurt er wel veel. Lokale, collectieve

fysieke en de digitale ruimte elkaar ondersteunen, is de

retailplatformen schieten als paddenstoelen uit de

grote vraag die voorligt. Hoe kunnen we de economische

grond, maar zijn vaak nog van een magere kwaliteit.

en publieke waarde van fysieke winkels en winkelstraten

Er wordt te vaak ad hoc en zonder strategie, op basis

digitaal ontsluiten? En hoe daarvoor een dusdanige

van een technische oplossing die voorhanden is, voor

digitale infrastructuur te zoeken of te ontwikkelen waarbij

een oplossing gekozen. Dit sluit meestal niet aan bij

de waarde weer bij producenten en detaillisten terecht

wat winkeliers nodig hebben en consumenten willen.

komt en die ten dienste van de lokale gemeenschap

Gemeenten zijn nog niet in staat de waarde van lokale

wordt ingezet?

winkels te ontsluiten richting andere marktpartijen, terwijl ook daar juist veel kansen liggen. Het is van belang dat gemeenten digitale infrastructuur voor lokale detailhandel die de fysieke winkelstructuur versterkt, topprioriteit

3.5 Open en decentrale platformen

geven in hun beleid. Zo wordt niet alleen de lokale detailhandel versterkt en wordt de lokale productie

De opgave is gelaagd, zowel technisch als

gesteund maar blijft ook de leefbaarheid van steden,

organisatorisch en politiek. De techniek is volop in

dorpen en wijken en werkgelegenheid in stand.

ontwikkeling en in feite de minst bepalende factor. Deskundigen zijn het erover eens dat de grootste opgave

Retailers zoeken de afgelopen jaren hun weg in de

politiek en organisatorisch van aard is. Technisch kan

samenwerking met platformen. En dat plaatst ze steeds

er heel veel, maar het bijeenbrengen van welwillende

meer voor een dilemma: niet meedoen kost omzet;

partijen die eenzelfde richting nastreven is de eerste

wel meedoen kost autonomie en kan op termijn je

noodzakelijke stap. Het is onwenselijk om een klein

verdienmodel uithollen. Het delen van risico en het

aantal aanbieders van de digitale infrastructuur

gezamenlijk werken aan een succesvolle strategie met

te hebben, dat ondermijnt de soevereiniteit van

externe partners is de basis van nieuwe structuren.

mensen en democratieën. Er zou permanent een lage

Dit vraagt om vertrouwen, transparantie en een

toegangsbarrière moeten zijn voor nieuwe innovatieve

duidelijke focus op ieders meerwaarde . Omdat deze

infrastructuuraanbieders. Denk bijvoorbeeld aan

uitgangspunten door retailers bij big tech platforms

verschillende ‘boodschappen-apps’. Kunnen die in

niet worden ervaren, stoppen meer en meer retailers

plaats van gekoppeld te zijn aan een enkele specifieke

met de samenwerking. Door schade en schande wijs

verkoper, niet het aanbod van vele leveranciers aan

geworden vinden ze de omzetvoordelen niet opwegen

consumenten presenteren?

32

tegen het grote verlies van marge, data en hardlopers in het assortiment. Er ontstaat steeds meer behoefte

Een dergelijke distributieve infrastructuur zorgt voor

om te zoeken naar een constructief en breed gedragen

een gelijkwaardiger speelveld, waarin een gezonde

alternatief voor het ‘winner takes all’ model. Een

competitie kan ontstaan tussen aanbieders van

alternatief dat ondernemers ruimte biedt om te groeien.

verschillende aspecten van de digitale infrastructuur. De ontwikkeling ervan is in het gezamenlijke belang van de retailers. Dit is op lokale schaal zeker mogelijk maar

“Je moet nooit met je best verkopende

daarvoor zijn afspraken nodig binnen de gemeenschap

producten op een platform, private label

van retailers en de aanbieders van de digitale

met hogere marge kan wel. Maar geef je ziel

infrastructuur. Dit toekomstbeeld vraagt om verdere

en zaligheid niet weg aan de platformen.”

uitwerking.33 Zeker nu het in eerste instantie steeds minder een informatie-technische kwestie lijkt. Het is

Diverse grote mkb retailers

vooral een bedrijfseconomisch en politiek vraagstuk en een vraag of samenwerking in de keten en met lokale

Het ontwikkelen van een eigen digitale infrastructuur is duur en tijdrovend, zeker omdat het gebruiksgemak van de uitstekend gefinancierde platformen van big tech de norm zijn geworden voor de consument. De fysieke winkelstraat is een publieke ruimte. De digitale winkelstraat zou een digitale publieke ruimte moeten zijn en niet een ruimte die wordt ingericht volgens de voorwaarden van een dominante techpartij. Hoe we tot de digitale publieke ruimte kunnen komen, waarin de

partijen daadwerkelijk vormgegeven kan worden. Zijn we in staat een op publieke waarden gebaseerde community te bouwen? En daarmee eigenaarschap te creëren bij ondernemers en burgers? Het antwoord op het centrale platformmodel van big tech is een decentraal model met open decentrale platformen. Er zijn dan meerdere platformen die toegang bieden tot het data-ecosysteem en waaruit de gebruiker kan kiezen. Niet het netwerkeffect waar slechts enkele giganten van 14

kunnen genieten is bepalend, maar de kwaliteit van de

De voorwaarde van standaardisatie is eigenlijk een

dienstverlening en de gemeenschappelijk gedragen

Europese opgave maar zolang dat niet lukt moeten

spelregels van het platform sturen het gebruik. Het vergt

we alvast in Nederland starten. We moeten ons richten

standaardisatie van protocollen. In zo’n decentraal

op een route die wegleidt van ommuurde platformen

datadeel-systeem is het altijd mogelijk om te switchen

naar de open protocollen waarbij interoperabiliteit en

naar een concurrerend platform, waardoor de organisatie

dataportabiliteit gegeven zijn. De rol en het verdienmodel

controle behoudt over de eigen data. In dit model is

van open platforms zijn zo niet langer gebaseerd op

er dus sprake van datasoevereiniteit. Het platform kan

lockin van klanten maar op dienstverlening aan klanten.

gebruikers dan niet ‘gijzelen’ en oneerlijk behandelen.

Figuur 5: Modellen voor een meerzijdige markt Model 1: Platform: Vraag en aanbod in een meerzijdige

Model 2: Open protocollen: Vraag en aanbod vinden

markt vinden elkaar binnen een ommuurd platform (Uber,

elkaar via gestandaardiseerde protocollen, met een

Google Ads, Amazon, Booking.com)

verscheidenheid aan interfaces en filtermechanismes geleverd door concurrerende platforms.

Amsterdam 750 Amsterdam kent een lange geschiedenis in haar vooruitstrevendheid op het gebied van technologie. Meer dan 25 jaar geleden werd hier het sociale platform De Digitale Stad in het leven geroepen. De digitale stad was een plek met allerlei publieke voorzieningen waar iedere Amsterdammer terechtkon. Sindsdien hebben mondiale ontwikkelingen het idealisme van de Digitale Stad verdrongen. Technologie, inmiddels in handen van een aantal grote commerciële partijen, heeft grip gekregen op alle vitale processen in de samenleving. Big tech bedrijven nemen met hun monopolistische digitale service platforms strategische infrastructuren over op het gebied van mobiliteit, toerisme, datacenters, retail, zorg en bezorgservices. Technologie neemt ook de sociale ruimte over en staat de ontmoeting met ‘de ander’ in de weg. De sociale media platforms die Amsterdammers gebruiken zijn vrijwel allemaal in handen van big tech. Amsterdammers raken daarmee de hun zo geliefde soevereiniteit kwijt. Bovendien is het onderling vertrouwen tussen burgers en instituties onder druk komen te staan door toedoen van de invloed van deze platforms. In Amsterdam vinden ze het tijd voor verandering.

In samenwerking tussen Amsterdammers, de gemeente en een brede coalitie van Amsterdamse organisaties willen we deze ontwikkeling doorbreken en de bewoners van de stad invloed teruggeven op hoe ze technologie gebruiken. Het actieprogramma start, bevordert en verbindt succesvolle, kleinschalige initiatieven en zorgt ervoor dat deze zowel ván als vóór alle Amsterdammers zijn. Dit programma wordt gesteund door coalities van Waag en andere organisaties in Amsterdam en op nationaal niveau om digitale publieke ruimtes door heel Europa (Digital European Public Spaces) te helpen realiseren. INretail en Platform De Nieuwe Winkelstraat zijn gevraagd het retail perspectief in dit project in te brengen.

15

3.6 Financierbaarheid van publieke waarde? De uitdagingen voor de sector zijn groot en forse investeringen zijn nodig in de fysieke en digitale publieke ruimte. Ook ondernemers zullen fors moeten investeren in innovatie in hun bedrijf. Dat brengt ons bij het vraagstuk van de financierbaarheid van de sector. Een steeds lastiger vraagstuk, omdat vooral ook de grote bijdrage van de sector aan de publieke waarde niet te kapitaliseren lijkt. Anders gezegd, winkels en winkelstraten vertegenwoordigen een erkende publieke waarde maar die wordt geacht vanzelfsprekend aanwezig te zijn. De moeite en kosten die nodig zijn om die waarde in stand te houden zijn niet zichtbaar en lijken er dus ook niet te zijn. Zeker nu het verdienmodel van de retail onder druk staat is dit een lastige situatie. Investeren in retail wordt risicovol geacht en de branche wordt in z’n geheel als niet aantrekkelijk beoordeeld. De retailsector is een sector die traditioneel gefinancierd wordt door banken. De traditionele banken maken echter terugtrekkende bewegingen in de retail.

potentieel verdienmodel lijkt daarbij belangrijker dan een bewezen verdienmodel. 3.

‘Warme’ leningen van familie, via crowdfunding, lokale gemeenschappen, medewerkers, etc.

Banken zijn eigenlijk alleen nog maar in staat om binnen het regime te financieren, omdat zij risicomijdend moeten uitlenen. Voorop staat het belang om spaargeld veilig te beleggen, dus voor al te veel experimenten is geen ruimte. Banken kunnen geen risicodragend kapitaal meer uitlenen, dat moet bij andere partijen gevonden worden. Overigens blijft onduidelijk waarom banken, als ze toch vooral risicomijdend kapitaal inleggen, vaak tot behoorlijk forse rentepercentages en voorwaarden komen voor retailondernemers. Een andere belangrijke reden voor de terugtrekkende beweging van de banken is het verdienmodel. Er wordt te weinig verdiend aan “kleine” financieringen, omdat - zoals ze aangeven - ze te bewerkelijk voor ze zijn. Vandaar ook dat financieringen zoveel mogelijk online moeten worden ingediend. De grens om financieringen online in te dienen wordt steeds hoger. Er is steeds minder ruimte om een aanvraag inhoudelijk te bespreken, algoritmen geven een oordeel.

Belangrijke voorwaarde voor financiering door hen is dat een goede inschatting gemaakt kan worden van

“Na het faillissement van Polare heeft Boekhandel

de toekomstperspectieven van een bedrijf. Dat wordt

Donner in Rotterdam via crowdfunding onder

steeds lastiger in deze sector die een zware transitie

personeel en klanten en de bijdrage van enkele

doormaakt. De banken zijn, door steeds zwaardere eisen

particuliere investeerders een doorstart weten te

die na de financiële crisis van 2008 aan hen gesteld worden door Frankfurt en Bazel, steeds meer met handen en voeten gebonden als het om retail financiering gaat.

maken, waarbij een deel van het personeel de leiding van de zaak heeft overgenomen.” Eelco Zuidervaart Donner

Waar vertrouwen een toverwoord is als het gaat om de manier waarop winkeliers in deze tijden hun klanten moeten binden, is datzelfde zoeken naar vertrouwen bij banken ver weg. Zij denken door de omstandigheden

3.7 Samenwerking met vastgoed

(kostenreductie) gedwongen om op afstand (digitaal) beoordelingen van kredietaanvragen te kunnen doen.

Vanuit de vastgoedsector zijn de afgelopen jaren vele

Ook hier lijkt het systeem weer leidend waar respect

rapportages en analyses over de winkelvastgoedmarkt

voor de leefwereld toch passender en mogelijk ook

gepubliceerd. Rode draad daarin, zeker vóór de

rendabeler zou zijn. Vraag is hoe het mogelijk is dat in

coronacrisis, was dat grotere institutionele beleggers

een wereld die overgefinancierd is, het zo lastig is om

vooral rendementskansen zien in de top 25-30 steden

kapitaal voor de retailsector vrij te spelen. Het helpt

in Nederland. En een verwachting dat 25% van de

daarbij om een duidelijk onderscheid te maken tussen

winkelmeters in de komende jaren overbodig zal

diverse manieren van financieren.

zijn. Deze verwachting werd door bijvoorbeeld CBRE opgeschreven in 201934, terwijl in die jaren daarvoor

1.

Klassiek veilig lenen volgens de regels van het

volgens Locatus de winkelvoorraad al met 400.000 m2

‘regime’ - daarin hebben de banken een rol maar die

was afgenomen.

vullen ze steeds minder ruimhartig in. 2.

Risicovolle investeringen voor innovatie en snelle

Syntrus Achmea35 verwacht dat na het ‘overgangsjaar

groei via investeringsmaatschappijen en durfkapitaal,

2021’ de sterke binnensteden weer gaan floreren door het

waarbij vooral start-ups en scale-ups interessant

herstel van de consumentenbestedingen in combinatie

zijn. Het rendement wordt behaald door snelle

met de bevolkingsgroei, toenemende werkgelegenheid

doorverkoop van deze bedrijven. Een naam of

en positieve inkomensontwikkeling. Maar het aantal 16

succesvolle steden lijkt bij Syntrus Achmea zelfs

“Pas op met al te hard juichen dat institutionele

nog kleiner te worden. Primair zullen de vijf sterkste

beleggers zich steeds meer uit vele steden

winkelsteden (Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Eindhoven

terugtrekken. Daarmee verdwijnt ook veel

en Den Haag) het meest profiteren van deze ontwikkeling,

investeringsvermogen uit vele plaatsen. Vraag

met in hun kielzog de vier sterkste regionale steden (Maastricht, Haarlem, Den Bosch en Groningen). In steden die minder populair zijn voor een ‘dagje uit’, neemt de winkelleegstand naar verwachting toe, ook omdat veel consumenten structureel meer online en in hun eigen wijk blijven kopen. De sterkste binnensteden profiteren juist van online winkelen: de daar gevestigde internationale retailers geven hun fysieke winkels en dus hun merk juist een impuls via social media. Er is volgens Syntrus Achmea vanaf 2022, na de flinke huurcorrectie in de voorgaande jaren, weer ruimte voor groei. Maar de groei is ongelijk verdeeld. Op basis van veerkracht en intrinsieke kenmerken tonen alleen de topwinkellocaties in de negen sterkste steden een gunstig beleggingsperspectief. Op die plekken zal er tussen retailers een strijd ontstaan om de beste locaties voor hun flagshipstores, verwacht deze belegger. Daarbij zijn de veranderingen groot. Niet alleen de traditionele winkels zoeken namelijk ruimte in de stadscentra, maar ook nieuwe spelers. Dat kunnen internationale retailers zijn, of producenten die rechtstreeks aan de consument willen verkopen, internetplatformen die fysiek willen gaan en tegenwoordig ook discounters. De stadscentra worden levendiger, multifunctioneler en krijgen een nieuwe dynamiek.

Er is extra concurrentie om ruimte van andere functies als wonen, zorg, cultuur, horeca, baliefuncties voor zakelijke dienstverleners en bedrijven die ruimte zoeken voor inspirerende werkplekken. Behalve de binnensteden zijn ook wijkcentra interessant voor beleggers, vooral daar waar het bestedingspotentieel toeneemt, er een krachtig en compleet foodaanbod is en alle wijkfuncties samen komen. De inschatting van Syntrus Achmea lijkt erg positief. Maar de algehele verwachting is wel reëel dat de grote landelijke en internationale institutionele beleggers zich steeds meer terugtrekken uit het grootste deel van de Nederlandse winkelvastgoedmarkt.

is of dat met lokale partijen voldoende wordt opgevuld. Probeer ook voor institutionele beleggers investeren in winkels en winkelgebieden interessant te houden, ook vanuit het maatschappelijk belang dat hun investeerders (vaak pensioenfondsen) vertegenwoordigen.” Jeroen Lokerse Cushman & Wakefield

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/894/documents/32018