Definitieve Jaarrekening GRJR 2025
Tekst van het document
Een deel Jeugdwet (algemene uitkering aan alle gemeenten) en een deel Wmo ( decentralisatie-uitkering vrouwenopvang aan drie centrumgemeenten in onze regio met onderlinge afstemming over de inzet van deze middelen zonder tussenkomst van de GRJR). Toelichting Wat wilden we bereiken? Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) heeft een rol in de maatschappelijke opdracht om met ketenpartners (waaronder het lokale veld) de inwoners van de regio Rotterdam Rijnmond, die met huiselijk geweld en/of kindermishandeling te maken hebben, te beschermen en te staan voor een veilig thuis voor iedereen. Primitieve begroting 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil begroting vs resultaat H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 23.275.228 28.250.000 24.433.036 3.816.964 Wat hebben we daarvoor gedaan? Omschrijving opdracht VTRR heeft als opdracht: het inrichten van de taak Veilig Thuisorganisatie en de uitvoering van de wettelijke en niet-wettelijke taken met betrekking tot huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio Rotterdam Rijnmond. De doelgroep van Veilig Thuis R | otterdam Rijnmond zijn alle inwoners van de regio (in de leeftijd van 0 tot 100 jaar) die te maken hebben met huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Voor het uitvoeren van de wettelijke en niet wettelijke taken ontvangt VTRR een jaarlijkse subsidie van de GRJR namens de 13 gemeenten.
Er is een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) dat meldingen aanneemt en beoordeelt | op mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Indien nodig worden vervolgstappen ondernomen in samenwerking met de ketenpartners om veiligheid te brengen in de situatie. VTRR neemt actief deel aan de proeftuinen van het Toekomstscenario. Alle diensten worden uitgevoerd volgens | de WMO 2015 hoofdstuk 4, | het Handelingsprotocol 2019, overige landelijke richtlijnen en regionale afspraken. Voldaan moet worden aan de toetsingscriteria van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd voor de kwaliteit van Veilig Thuis (inclusief het in control zijn van de afhandelingstermijnen voor veiligheidsbeoordeling, onderzoek en voorwaarden en vervolg) en eventuele andere aanwijzingen vanuit de Inspectie. De totale subsidie is opgebouwd uit diensten met een p*q-financiering en diensten waarvoor een vast subsidiebedrag wordt verleend. Als basis voor de aantallen wordt uitgegaan van het gemiddelde van de cijfers uit eerdere kwartaalrapportages en de daarop ge | baseerde herziene begroting bij de subsidieaanvraag. De subsidie is verleend voor wettelijke en niet | -wettelijke taken. Subsidieomvang Eind mei 2024 heeft Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) de subsidieaanvraag 2025 ingediend voor een bedrag ad € 22.331.432.
| Hierna is een gewijzigde aanvraag ingediend (september 2024) voor het bedrag ad € 23.064.529. Het gewijzigde bedrag kwam voort uit 1) een actualisatie van de geprognosticeerde aantallen te verrichten taken, 2) de indexatie en 3) het verzoek om met gemeenten het gesprek te voeren over de wijze van prognosticeren, de bandbreedte van over- en onderproductie en de compensatie voor de kostenstijging rondom de jeugdzorg CAO-verplichtingen. In reactie hierop is door gemeenten en GRJR besloten om voor het subsidiejaar 2025 een reguliere basissubsidie te hanteren en aanvullende middelen afzonderlijk te verlenen: • | Het dagelijks bestuur (DB) van de GRJR heeft op 23 november 2024 de | reguliere basissubsidie vastgesteld voor het bedrag € 22,704 mln; • | Het algemeen bestuur (AB) van de GRJR heeft op 21 februari 2025 een aanvullende subsidie toegekend voor het bedrag van € 1,5 mln.; • | Het algemeen bestuur (AB) van de GRJR heeft op 27 juni 2025 een | extra aanvullende subsidie toegekend van maximaal € 4 mln. Het totaal in 2025 | toegekend | bedrag komt daarmee op: | € 28,2 mln. De motivering voor de aanvullende financieringen is als volgt. 21 22 Verhoging reguliere subsidie met € 1,5 mln (AB besluit 21 februari 2025) De additionele subsidie van € 1,5 mln.
is toegekend ter borging van de continuïteit van de bedrijfsvoering bij VTRR, onder meer door het mogelijk maken van extra personele capaciteit en ten behoeve van de uitvoering van de verbetermaatregelen zoals opgenomen in het door de IGJ gevraagde verbeterplan gericht op het verkorten van doorlooptijden. Extra aanvullende subsidie voor wegwerken achterstanden € 4 mln. (AB besluit 27 juni 2025) Sinds begin 2025 is de instroom van meldingen bij het Advies - en Meldpunt, boven op al de bestaande structurele wachtlijst en werkvoorraad, aanzienlijk toegenomen. In juni 2025 heeft de bestuurder van VTRR, namens de Raad van Toezicht, de GRJR schriftelijk geïnformeerd dat de verder oplopende wachtlijst het gevolg is van aanhoudende capaciteitstekorten, die voortvloeien uit ontoereikende financiële middelen om deze situatie het hoofd te bieden. In dezelfde periode heeft de IGJ het dagelijks bestuur van de GRJR bevraagd over de wijze waarop gemeenten en de GRJR borgen dat Veilig Thuis voldoende toegerust blijft om kinderen, gezinnen en huishoudens in onveilige situaties tijdig te helpen. De combinatie van toenemende meldingen, de beperkte capaciteit én de signalering van de IGJ heeft het algemeen bestuur ertoe gebracht om een additionele subsidie van maximaal € 4 miljoen beschikbaar te stellen aan VTRR. Deze aanvullende financiering staat los van de reguliere subsidie 2025 (€ 22,7 mln.
+ € 1,5 mln.) en wordt aangewend voor het wegwerken van de wachtlijst (van circa 3.600 meldingen tot oktober 2025). Ten behoeve van de uitvoering zijn door VTRR twee externe bureaus gecontracteerd, die vanaf eind 2025 zijn gestart. De verantwoording van de productie vindt plaats afzonderlijk van de reguliere pxq -financiering. De productiekosten worden gedeeltelijk toegerekend aan 2025 (vanaf oktober 2025); het resterende deel wordt verantwoord in 2026 en daaropvolgende jaren. Vanwege deze meerjarige inhaalslag en de aangegane financiële verplichting is aan het AB voorgesteld om de resterende middelen vóór vaststelling van de jaarrekening 2025 toe te voegen aan een bestemmingsreserve. Reguliere productieverantwoording 2025 Onderstaand de gerealiseerde productie door VTRR in 2025 (evt wijzigingen accountant VTRR voorbehouden). 23 De gerealiseerde productie valt binnen de verlening 2025 (€ 22,7 mln. + € 1.5 mln.) en komt na het corrigeren van het onderhandenwerk uit op een kleine onderproductie (-24k). De verwachting is dat deze subsidie conform verlening wordt vastgesteld. De verleende € 1,5 mln. is conform de beschikking aangewend ter borging van de continuïteit van de bedrijfsvoering van VTRR. Deze aanvullende subsidie is ingezet voor het mogelijk maken van aanvullende reguliere personele capaciteit en externe inhuur. Prestaties Hieronder staan de prestaties weergegeven.
Gerealiseerde aantallen producten
24 Behaalde normtijden 2025 wettelijke taken 1) Veiligheidsbeoordeling: afgerond binnen 5 werkdagen: 49% (norm= 80%) 2) Voorwaarden&Vervolg: afronden interventie binnen tien weken na beoordeling melding: 18% (norm=70%) 3) Onderzoeken afronden interventie binnen tien weken na beoordeling melding: 25% (norm=70%) V&V afgerond binnen 10 weken na start dienst: 87% Onderzoeken afgerond binnen 10 weken na start dienst: 80% Risicobeheersing ziekteverzuim en instroom/uitstroom personeel De afspraken met Veilig Thuis gaan niet alleen over de productienormen maar ook over de bedrijfsvoering. De personeelsvoorziening is een belangrijke risicofactor voor wachtlijsten en kosten. De afspraken gaan over de beheersing en reductie van deze risico’s. In 2025 is het jaargemiddelde ziekteverzuim circa 9,77 %. In het verbeterplan doorlooptijden zijn maatregelen beschreven die trapsgewijs in 2026 en verder moeten leiden tot een lager ziekteverzuim (8% doelstelling). In 2025 zijn er 50,82 FTE ingestroomd en 15,89 FTE uitgestroomd. Ontwikkelingen VTRR In 2025 zijn er door VTRR verdere stappen gezet met het crisisinterventieteam (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om een efficiëntere aanpak te organiseren op weg naar een integraal crisisinterventieteam 0-100.
In 2025 heeft HHM een extern kostprijsonderzoek uitgevoerd bij VTRR om te komen tot actuele reële tarieven, mogelijke aanpassingen in de financieringsafspraken en varianten voor de uitvoering van diensten voor 2026 en verder. Eind 2025 startte Regioplan een inhoudelijk onderzoek naar de oorzaken van de hoge instroom van adviesvragen en meldingen bij Veilig Thuis in regio Rijnmond ten opzichte van andere Veilig Thuis organisaties. De uitkomst hiervan wordt verwacht in Q2 2026. Voortgang wegwerken van de wachtlijst door externe bureaus De productie is in de laatste maanden van 2025 opgestart en voor ca. € 0,3 mln. gerealiseerd binnen het boekjaar. Het resterende bedrag van de toegekende € 4 mln. is ca. € 3,7 mln en wordt in 2026 en verder ingezet. Met het oog hierop is het restantbedrag toegevoegd aan een reserve “Verbeterplan Veilig Thuis” en op die manier doorgeschoven naar 2026. Dit is conform besluitvorming van het algemeen bestuur in december 2025 en april 2026. Sturing op VTRR De wethouders van de drie centrumgemeenten Huiselijk geweld en Kindermishandeling en de GRJR hebben vanaf februari 2025 een tijdelijke stuurgroep VTRR gevormd. Deze stuurgroep stuurt strak op de voortgang bij VTRR onder meer via maandelijkse en kwartaalrapportages van VTRR over de wettelijke termijnen en de bedrijfsvoering.
Daarnaast zijn er maandelijkse accountgesprekken en tweemaandelijks bestuurlijk overleg met de portefeuillehouder. Ernie van Dooren heeft zijn functie als interim bestuurder per 1 december 2025 neergelegd. Met ingang van 1 november 2025 is Judith van der Laar benoemd als vaste bestuurder bij VTRR. 25 2.3.5 Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Financieel Inzet voor de ontwikkeling van het toekomstscenario Kind - en Gezinsbescherming wordt gefinancierd vanuit een rijkssubsidie en is daarom budgettair neutraal. Toelichting De Rijksoverheid werkt samen met gemeenten en beschermingspartners o.a. in proeftuinen aan de ontwikkeling van Regionale Veiligheidsteams (RVT’s). De RVT’s vormen op termijn een zelfstandige, publiekrechtelijke organisatie waarin de belangrijkste taken van Veilig Thuis en de gecertificeerde instellingen (GI’s) worden gebundeld. Ook enkele taken van de Raad voor de Kinderbescherming op het gebied van jeugdbescherming worden hierin ondergebracht. Een belangrijke voorwaarde is de nauwe samenwerking met lokale teams én een stevige verbinding met het zorg - en veiligheidsdomein. In totaal worden 25 RVT’s ingericht, aansluitend op de indeling van de veilighe idsregio’s. De aansturing vindt plaats via de gemeenten, waarmee het RVT goed past binnen het decentraal georganiseerde sociale domein.
Op weg naar dit perspectief wordt in heel het land gewerkt met proeftuinen. De regio Rijnmond voert in drie (deel)gemeenten (Goeree -Overflakkee, Capelle aan den IJssel en Rotterdam - IJsselmonde) een proeftuin uit in het kader van het landelijk programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Voor deze proeftuinen is landelijke subsidiering verkregen. Deze subsidie wordt aangevuld vanuit reguliere middelen van de betrokken organisaties (Veilig Thuis, de Gecertificeerde Instellingen en de Raad voor de Ki nderbescherming) en de gemeenten (zogenaamde POK -middelen vanuit de centrumgemeenten en personele inzet van alle gemeenten). Vanwege het regionale karakter van dit programma en vanwege de intensieve samenwerking met de betrokken organisaties is het projectleiderschap c.q. de procesbegeleiding op de uitvoering belegd bij de GRJR. De uitvoering van het programma wordt aangestuurd door een stuurgroep, met daarin bestuurders van genoemde organisaties, gemeentelijke directeuren en de directeur van de GRJR. Uitvoering is in handen van een projectgroep, deelprojectgroepen en een praktijkgroep (het proeftuinteam). Er is een regionaal projectleider aangesteld die de activiteiten op lokaal, regionaal en landelijk niveau verbindt en versterkt.
In de regionale proeftuin wordt een vernieuwde werkwijze ontwikkeld die de veiligheid van kinderen en gezinnen in onveilige situaties structureel moet borgen. In 2025 is geïnvesteerd in de ontwikkeling van een nieuw integraal werkproces voor de samenwerking tussen alle betrokken kernpartners. Er zijn 35 nieuwe huishoudens aangemeld bij de proeftuin. Hoewel de doelgroep bestaat uit alle huishoudens waarin sprake is van geweld, zijn in 2025 alleen gezinnen met kinderen aangemeld. Huishoudens hebben nooit langer dan twee weken hoeven wachten voordat hun casus besproken werd door het proeftuinteam; er zijn geen wachtlijsten. Het betreft zware casuïstiek die lokale teams door zouden willen leiden naar het Jeugdbeschermingsplein. In de huishoudens is voornamelijk ingezet op: het maken van een verklarende analyse, de inzet van ervaringsdeskundigheid, inzet van de inzichten uit de werkwijze Gefaseerd Samenwerken voor Veiligheid, het maken van een risico -taxatie en samenwerking in de ondersteuning aan huishoudens door het wijkteam en de proeftuinprofessionals vanuit VTRR en de GI’s.
26 Gezinnen en huishoudens geven aan dat zij de inzet van ervaringsdeskundigen zeer positief ervaren, dat zij waarderen dat er iemand blijvend bij hen betrokken is en er niet steeds wisselingen van contactpersoon plaatsvinden en dat het voor hen heel belangri jk is dat er echt geluisterd wordt door de professionals en ervaringsdeskundigen die via de proeftuin betrokken zijn. Onderzoeksbureau Cebeon ontwikkelt, in opdracht van de regio, een maatschappelijke businesscase voor het nieuwe werkproces. In 2025 is de kostenkant van de maatschappelijke businesscase afgerond. De uitkomsten hiervan bieden handvatten voor een regiobrede implementatie. Er zijn eerste aanwijzingen dat de nieuwe werkwijze die in de proeftuin ontwikkeld is gemiddeld minder inzet vragen dan de reguliere werkwijze en dat deze werkwijze een bijdrage levert aan de gewenste versterking van de lokale teams. Daarnaast worden de resultaten gevolgd met een landelijke monitoringtool en begeleid door het Verwey -Jonker Instituut, Civil Care, Hogeschool Rotterdam en DRIFT (Erasmus Universiteit). De projectgroep Toekomstscenario heeft een regionaal plan opgesteld waarmee alle gemeenten ook die zonder proeftuin zich kunnen voorbereiden op de implementatie van het nieuwe model. Dit plan is eind maart 2025 gedeeld tijdens een regiobrede startbijeenkomst.
27 2.4 Uitvoering Financieel Organisatiekosten betreft de vergoeding aan Gemeente Rotterdam voor alle uitvoeringskosten waaronder kosten van vast en tijdelijk personeel en specifieke inzet van ondersteunende afdelingen voor bijvoorbeeld inkoopadvisering, financiële administratie en be heer en onderhoud dashboards. Specifieke ICT-kosten betreft kosten voor aanschaffingen en onderhoud van ICT-middelen door de GRJR zelf en daarmee niet via de organisatiekostenvergoeding verlopen. In 2025 waren deze kosten nihil. N.B. In 2026 en verder zullen er kosten gemaakt worden voor een datadelingsplatform op basis van het electronisch berichtenverkeer om rechtstreeks het administratieve verkeer tussen gemeenten en aanbieders in te kunnen en zien en de sturing op datakwaliteit te versterken. Het projectbudget inkoop is eveneens onbenut. De inkoopadvisering vanuit ondersteunende afdelingen was afdoende. NB. In 2026 en verder zal dit budget wel nodig zijn voor externe ondersteuning bij de grote aanbesteding van specialistische jeugdhulp voor 202 9). Toelichting Wat wilden we bereiken? Het bestuur van de GRJR beschikt over eigen Uitvoeringsorganisatie (UO) zodat het bestuur de opgedragen taken goed kan uitvoeren en als bestuur ook goed kan functioneren in nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Inkoop Een kerntaak van de GRJR is het contracteren van jeugdhulpaanbieders. In 2025 heeft aanbesteding plaatsgevonden van flexaanbieders en van jeugdhulpplus. In 2025 zijn waar mogelijk maatwerkovereenkomsten, voor zorg die vanwege aanpassing van het woonplaatsbeginsel door de regio moest worden overgenomen , onder de regionale contracten gebracht. Contract- en accountmanagement Bij contract -en accountmanagement ligt de focus op het concreet toepassen van de sturingsprincipes, toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en samen leren en ontwikkelen bij realisatie van ontwikkelopdrachten. Contractmanagers voeren de opdrachtcoördinatie per opdracht uit, analyseren en duiden gegevens per opdracht. Deze analyses worden gedeeld met gemeenten en aanbieders.
Het contractmanagement stond ook in Primitieve begroting 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil begroting vs resultaat J1 Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 1.158 1.000 0 1.000 J2 Organisatiekosten GR 5.373.207 5.073.207 5.073.207 0 J3 Specifieke ICT-kosten 209.368 209.368 0 209.368 J4 Accountantskosten 242.483 162.483 206.568 -44.085 J5 Werk en Onderzoek 421.355 421.355 39.032 382.323 J6 Projectbudget Inkoop en Implementatie 275.665 275.665 0 275.665 J6 Bankkosten 0 0 1.888 -1.888 28 2025 in het licht van het doorvoeren van kostenbeheersingsmaatregelen en transformatie van zorg conform de regiovisie Nabij en Passend. Vanaf september 2025 is het overleg met de coördinatoren uitvoering in de gemeenten vormgegeven waarin nauw wordt samenwerkt om de implementatie van regionale afspraken af te stemmen goed te laten uitvoeren in de gemeenten. Er wordt hard gewerkt om de uitvoeringseffecten aan de voorkant al in beeld te brengen. In 2025 zijn bestuurlijke contractgesprekken, contractgesprekken over bedrijfsvoering en reguliere contractgesprekken uitgevoerd volgens de reguliere contractafspraken tussen contractmanagement en aanbieders.
De sturing op de ontwikkelopdrachten is versch oven van de contractmanagers naar de programmamanager zorglandschap om efficiënter te kunnen sturen en totaalgegevens te analyseren en duiden via de kerngroep RER, zorglandschapstafels en beleidsoverleg met gemeenten. Naast de reguliere contractgesprekken is in 2025 ingezet op relatiemanagement met ziekenhuizen in de regio t.b.v. verbinding en samenwerking tussen de ziekenhuizen, gemeenten en aanbieders. Contractmanagement, signalering en toezicht In 2025 is een start gemaakt met regionale samenwerking omtrent toezichthouders. Dit moet resulteren in vergroting van gezamenlijk toezicht. En dit zorgt ook voor rechtmatige en kwalitatief betere zorg. In 2025 heeft contractmanagement veel signalen ontvan gen en hierop actie ondernomen richting (hoofd)aannemers. Ook de werkprocessen tussen regio en de betrokken afdelingen bij gemeenten (veiligheid, ondermijning, administratie, wijkteam) zijn verbeterd. Dit gaat over onderwerpen als handreiking casusregie, e scalatieladder, signalenlijsten etc. Afhankelijk van het onderwerp en stand van zaken loopt de inzet in 2026 door op deze onderwerpen. Contractmanagement is betrokken bij de opvolging van inspectierapporten, volgt en stuurt op verbetertrajecten bij aanbieders en zijn vanuit hun rol en taak betrokken bij escalatie van individuele casussen.
Belangenbehartiging In 2025 heeft de belangenbehartiging zich op enkele belangrijke punten gericht. Waaronder het ontwikkelproces om het BJ42 -overleg (het bestuurlijk overleg tussen de VNG en de 42 jeugdregio’s) en het bestuurlijk overleg met de VNG te versterken. Doelen zijn onder meer: • Jeugdregio’s duidelijkere standpunten meegeven aan de VNG-commissie ZJO; • Waar nodig zelf lobby voeren, bijvoorbeeld naar het Rijk; • Bestuurlijke regie bij thema’s zoals ontwikkeling van alternatieven voor gesloten jeugdhulp. De GRJR neemt actief deel aan diverse implementatielijnen van de Hervormingsagenda. Naast de J42, het strategisch afstemmingsoverleg en de VNG -projectgroep voor de doorontwikkeling van de landelijke inkoop, levert de GRJR Uitvoeringsorganisatie (UO) een belangrijke bijdrage aan de werk - en referentiegroep voor de standaardisatie van (regionale) zorgvormen, productomschrijvingen, tariefonderzoek tool, evaluaties van landelijke handreikingen en het VNG- dashboard voor het gebruik van LTA-zorg. In 2025 is de Wet verbetering beschikbaar jeugdzorg aangenomen. Hierin is de regionale samenwerking als verplichting opgenomen. Ook is een gevolg dat regiogemeenten en de GRJR bij de eerstvolgende verlenging van bestaande of aanbesteding van nieuwe contrac ten de 29 zorgvormenlijst moeten hanteren.
De wet betekent dat per 2029 de specialistische zorg voor de hele regio op één manier moet worden ingekocht. Er kan dan niet meer met twee inkoopmodellen gewerkt worden, zoals in de huidige situatie het geval is met een afz onderlijk inkoop van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam in MVS -verband. Naar aanleiding van de Wet verbetering beschikbaar jeugdzorg is een inventarisatie gedaan m.b.t. de wettelijk verplichte onderdelen van de geactualiseerde regiovisie en is aangestuurd op de contractuele aansluiting van de minstens regionaal in te kopen zorgvormen op de nieuwe inkoop vanaf 2029. Hulp die nu door gemeenten lokaal is ingekocht moet voor een groot deel (weer) terug naar regionale inkoop. Onderzoek, innovatie en ontwikkeling In 2025 heeft de GRJR zich opnieuw gecommitteerd aan de Academische werkplaats STRAW en een bijdrage geleverd aan hun nieuwe onderzoeksprogramma. Tevens is de eerste kleine woonvorm in opdracht van het Bovenregionaal Expertisenetwerk (BREN) opgeleverd. Er is een blauwdruk opgesteld om de opgedane leerervaringen vast te leggen, zodat het realiseren van toekomstige kleinschalige woonvormen efficiënter en voorspoediger kan verlopen. Omdat dit samenloopt met de taak van het Regionaal Expertiseteam Rijnmond (RER) bleek het mogelijk om voor 2025 BREN -middelen in te zetten voor financiering van het RER.
Voor de verantwoording van deze middelen is een zogena amde Sisa - verantwoording nodig die als bijlage onderdeel is van de jaarrekening. Binnen de vele gremia waarin gemeenten niet afzonderlijk aan tafel zitten, zorgt regionale vertegenwoordiging voor de benodigde input en de onderlinge informatie deling. Hiervoor is een nauwe samenwerking met het Programmateam. Bestuurlijke processen De GRJR is een openbaar lichaam met een bestuurlijke organisatie bestaande uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur, bestuurlijke portefeuillehouders en stuurgroepen. Er is frequent bestuurlijk en ambtelijk overleg met vertegenwoordigers van gecontracteer de en gesubsidieerde partijen. Ook zijn er diverse andere overleggen o.a. met ketenpartijen. Deze overleg zijn gericht op heldere besluitvorming die helpt bij het meer nabij en passend maken van de specialistische jeugdhulp en het laten aansluiten van lokale inzet in een gezin of voor een jeugdige bij regionale inzet van specialistische jeugdhulp. De secretaris -directeur stuurt hierbij op bestuurlijk draagvlak en goede samenwerking met gemeenten op alle niveaus. Er spelen zeer veel thema’s in de jeugdhulp en de samenhang tussen partijen is groot.
Ter uitvoering van de taak van de GRJR om het gezamen lijk overleg over de uitvoering van de jeugdwettaken te bevorderen, beschikt de Uitvoeringsorganisatie over een team bestuursondersteuning, dat een groot aantal overleggen heeft gepland, voorbereid en verzorgd. Het rekenkameronderzoek en de evaluatie van de GRJR waren zaken die in 2025 extra intensiteit in het bestuurlijke proces brachten. In 2026 loopt afstemming met gemeenten over de verbeteringen die deze onderzoeken bevatten. Planning & Control en financiële adviesrol Een constant onderdeel van activiteiten betreft de planning en control en financiële taak. De gemeentelijke zorgkosten zijn vanaf 2024 uit de GR begroting gehaald, en in plaats daarvan gaf de Jeugdregio informatie en advies aan individuele gemeenten wat hiervoor te begroten. Om met de werkelijke betalingen aan aanbieders te kunnen sturen op contractnaleving, verliep het betalingsverkeer via de Jeugdregio. Voor de financiële verantwoording door gemeenten in hun eigen jaarrekening stelde de Jeugdregio per gemeente gecertifieerde verantwoordingen samen, op basis van data van gemeenten (toewijzingen, declaratiegoedkeuringen), aanbieders 30 (verzoeken om toewijzing, declaraties, productieverantwoordingen) en de Uitvoeringsorganisatie (betaalgegevens).
De controle ten behoeve van de gemeentelijke verantwoordingen is voor de meeste gemeenten ook door de GRJR-accountant verzorgd. In het kader van kostenbeheersing, sturing op rechtmatigheid en bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en fraude, is in samenspel met contractmanagement en gemeenten voorbereidend werk gedaan om de afstemming met lokale toezichtfunctionarissen te verbeteren en aanvullende controlemethoden (materiële controles) te introduceren. Informatiefunctie Onderliggend aan het contractmanagement, de P&C en de adviesfunctie heeft de GRJR een belangrijke informatiefunctie. Het gebruik van informatie over gebruik en kosten van regionale gecontracteerde jeugdhulp is intensiever geworden, zowel in de Uitvoeringsorganisatie als bij de deelnemende gemeenten. Recente onderzoeken wijzen ook op het belang van het gebruik van data en ook de Wet verbetering beschikbaarheid jeugzorg wijst op dit belang en vraagt regionaal meer aandacht. De GRJR-dashboards stoelen op datadeling door gemeenten en aanbieders met de UO en de datakwaliteit vraagt veel inzet van de Uitvoeringsorganisatie. Afgelopen jaar zijn voor de optimalisatie van de GRJR-dashboards voorbereidingen getroffen om het berichtenverkeer dat tussen gemeenten en aanbieders wordt uitgewisseld rechtstreeks ook met de UO te delen. Hiermee anticiperen we ook op de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg.
De informatie moet volgens aanbeveling van de rekenkamer duidelijker worden verankerd. Maar ook inhoudelijk verder worden uitgewerkt. In 2025 zijn de eerste verkenningen gedaan voor actualisatie van de informatiestrategie van de GRJR. Naast landelijke standaardisaties en de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is de geactualiseerde regiovisie richtinggevend. Informatie moet meer stuurinformatie worden. Meer sturing op gebruik en kosten van de jeugdhulp is nodig en dat vraagt ook meer sturing op de inst room vanuit en uitstroom naar aanpalende terreinen. De informatiestrategie moet aansluiten op de ambities van de regiovisie van gemeenten. In 2026 wordt hiervoor een uitvoeringsplan gemaakt waarin ook de ambitie wordt bepaald voor de sturing op basis van informatie en de taak van de GRJR hierin. 31 Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN 32 3. Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft paragrafen voor. Hiervan zijn de paragrafen Lokale heffingen, Onderhoud kapitaalgoederen, Verbonden partijen en Grondbeleid niet van toepassing bij de GRJR. Hierna volgen de para grafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering, Bedrijfsvoering en Openbaarheid. 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico’s De begroting 2025 was gebaseerd op veel aannames die samen met de deelnemende gemeenten zijn gekozen.
De risico’s op overschrijding liggen direct bij de deelnemende gemeenten. Er vindt geen verevening van risico’s (voorheen door middel van de vlaktaks) mee r plaats. De GRJR houdt zelf geen weerstandsvermogen aan. De risicobeheersing is een samenspel tussen GRJR en gemeenten. De GRJR stuurt op tijdige, juiste en volledige data-aanleveringen van gemeenten en zorgaanbieders om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten zodat per g emeente en aanbieders de budgetvolumes kunnen worden bewaakt. Contractmanagement richt zich op de nakomen van verantwoordelijkheden van aanbieders in het proces. De gemeenten en jeugdbescherming versterken hun casusregie en daarmee hun grip op de inzet aan het door de GRJR beschikbaar gestelde aanbod van jeugdhulp. In de begroting 2025 waren risico’s opgenomen de realisatie hiervan is als volgt. Risico Omvang Realisatie 1 Uitgangspunt realisatieniveau 2023 Hogere zorgkosten A t/m E dan begroot doordat de begroting het productieniveau 2023 als uitgangspunt neemt, terwijl dit uitgangspunt is bepaald op basis van onvolledige data. PM Als gevolg van een uitspraak van de commissie BBV zijn de zorgkosten op regionale contracten bij de begrotingswijziging 2025 uit de begroting van de GRJR gehaald. Aanvullend aan de GRJR -dashboards en de buraps is een tweemaandelijkse bestuurlijke rapportage uitgebracht.
2 Trendmatige ontwikkeling Hogere zorgkosten door onderschatting van • Trendmatige stijging en/of • Inzet van lokaal aanbod De trendmatige ontwikkeling is wel in de begroting meegenomen maar is gebaseerd op aannames. PM Als gevolg van een uitspraak van de commissie BBV zijn de zorgkosten op regionale contracten bij de begrotingswijziging 2025 uit de begroting van de GRJR gehaald. Bij Veilig Thuis leidde een stijgende instroom van meldingen tot oplopende achterstanden. Dit noodzaakte tot extra middeleninzet, kostprijsonderzoek en onderzoek naar oorzaken van de stijgingen. 3 Indexatie voor loonontwikkeling wordt gedurende het jaar aangepast naar aanleiding van wijzigingen in de CAO Jeugd. PM Er is nadrukkelijk voor gekozen om het advies van de VNG te volgen en de landelijke indexatienorm te blijven hanteren. Alleen als deze norm wordt aangepast zal dit tot hogere kosten leiden. Dit heeft zich in 2025 niet voorgedaan. Bij Veilig Thuis was een kostenprijsonderzoek nodig mede doordat in eerdere jaren nog niet deze standaard was gevolgd. 4 Effecten Hervormingsagenda en besparingsmaatregelen PM Als gevolg van een uitspraak van de commissie BBV zijn de zorgkosten op regionale contracten De | landelijke | ontwikkeling | van | de | bij de begrotingswijziging 2025 uit de begroting hervormingsagenda gaat uit van nog te | van de GRJR gehaald. effectueren maatregelen.
De hoogte van deze opbrengst is onzeker, mede doordat veel | maatregelen | in | Rijnmond | al | zijn toegepast. Veel maatregelen wachten ook op wetgeving vanuit het Rijk. 5 | Continuïteit aanbod cruciale jeugdhulp | PM | De tarieven voor gesloten jeugdhulp moesten op Faillissement(dreiging) van aanbieders in | basis | van | kostenprijsonderzoek | worden het bijzonder van aanbieders van gesloten | verhoogd. jeugdhulp in verband met de ambitie tot | De afbouw van de gesloten jeugdhulp brengt vergaande beperking van het aanbod. | complicaties met zich mee voor de aanbesteding van deze hulp. Met de nodige vertragingen is het gelukt per 1-1-2026 nieuwe contracten te sluiten. 6 | Aannames van budgettaire aanpassingen | PM | Als gevolg van een uitspraak van de commissie op gemeenteniveau | BBV zijn de zorgkosten op regionale contracten De begroting bevat aanpassingen op basis | bij de begrotingswijziging 2025 uit de begroting van | aannames | over | verschuiving | naar | van de GRJR gehaald. lokaal, | kostenbesparingsmaatregelen, trendmatige effecten, hervormingsagenda | Gedurende het jaar wordt gemonitord of deze effecten en inkoopeffecten. Indien geen | verschuiving c.q. besparing in de afgegeven invulling aan de aanpassingen gegeven | toewijzingen | zichtbaar | is. | Naast | twee wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan | bestuurlijke rapportages vond tweemaandelijkse begroot.
| monitoring plaats. Naast de in de begroting gesignaleerde risico’s trad het risico op dat de gesubsidieerde partijen met knelpunten werden geconfronteerd waarvoor aanvullende subsidie moest worden verleend. Weerstandsvermogen De begroting 2025 bevatte geen weerstandsvermogen of een budget voor risicodekking. Tegelijk met de afschaffing van de vlaktaks wensten de gemeenten het risico in de eigen begroting mee te nemen. Het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven wordt primair door de deelnemende gemeenten | zelf | beheerst | en | gemeenten | houden | daarvoor | naar | behoefte | zelf weerstandsvermogen aan. Het gevolg van deze begrotingskeus is dat alle opgetreden risico’s rechtstreeks doorslaan naar de deelnemende gemeenten. Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het BBV voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing onderstaande kengetallen bevat: Kengetallen | Begroting 2025 | Realisatie 2025 Netto Schuldquote | 0,00 | 0,00 Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen | 0,00 | 0,00 Solvabiliteitsratio | 0,00 | 7,56 Structurele exploitatieruimte | 0 | 0 Grondexploitatie | n.v.t. | n.v.t.
Belastingcapaciteit | n.v.t. | n.v.t. Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2025 uit op 0. De GRJR heeft geen | in het eigen vermogen nu een bestemmingsreserve Veilig Thuis, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op 7,56%. 33 34 3.2 Bedrijfsvoering Bestuurlijke organisatie en Uitvoeringsorganisatie Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform, waar de deelnemende gemeenten – uitgaande van de autonomie van het lokale bestuur – de samenwerking in de (boven)regionale jeugdhulp bespreken en vormgeven. Het Algemeen Bestuur (AB) is samengesteld uit de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio is één wethouder afgevaardigd als lid in het Dagelijks Bestuur (DB). De Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) ondersteunt de bestuurlijke organisatie. De secretaris/directeur van de GRJR coördineert de bestuurlijke processen en geeft leiding aan de UO. De UO is met een Uitvoeringsovereenkomst als zelfstandige organisatie -eenheid ondergebracht bij gemeente Rotterdam. De uitvoeringskosten bestaan voornamelijk uit een vergoeding voor kosten van personeel en ondersteuning van de UO. Voor de inzet hiervan heeft de UO een dienstverleningsovereenkomst die in 2024 is geëvalueerd en geact ualiseerd.
Taakverdeling bij uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering van de taken is in samenwerking tussen de UO en individuele gemeenten: • De GRJR sluit regionale contracten met zorgaanbieders en zorgt daarmee voor voldoende aanbod van jeugdhulp. Daarnaast subsidieert de GRJR diverse ketenpartners voor jeugdbescherming/jeugdreclassering (GI’s) en Veilig Thuis . De GRJR voert contract/accountmanagement op de gecontracteerde/gesubsidieerde partijen ; • Over de individuele inzet van jeugdhulp voor jeugdigen beschikken individuele gemeenten, in samenspraak met aanbieders en GI’s. Gemeenten bestellen hulp bij (geven een toewijzing aan) regionaal gecontracteerde aanbieders en sturen zo rechtstreeks op het gebruik; • Gemeenten voeren decentrale zorgadministraties en geven gegevens door aan de GRJR. De GRJR handelt de financiële contractverplichtingen af die voortvloeien uit toewijzingen en declaraties en rekent de contracten centraal af. In 2025 is een onderzoek door de rekenkamers van meerdere gemeenteraden in Rijnmond opgeleverd en een periodieke evaluatie van de GRJR uitgevoerd. Beide onderzoeken maken duidelijk dat de effectiviteit van de samenwerking in GRJR -verband bevorderd wordt do or beter zicht op de gezamenlijke regionale opgaven, duidelijker taakverdeling en daarop aangesloten bestuurlijke processen.
Speerpunten/ focus bedrijfsvoering UO In 2024 was ons overkoepelende speerpunt: optimale samenwerking met de gemeenten. In 2025 hebben we in de UO de inzet en focus verhelderd door aan te geven aan welke hoofdopgaven dan gericht gewerkt wordt. Voor 2025 waren dat: • Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming • Sturing op huidige contracten • Administratieve keten • Bestuurlijke processen • Voorbereiding inkoop 2029 Het werken met hoofdopgaven krijgt steeds meer vorm en draagt bij aan de noodzakelijke prioritering, onderlinge afstemming en samenhang. Rechtmatigheid Het dagelijks bestuur geeft in deze jaarrekening een rechtmatigheidsverantwoording (zie hoofdstuk 5). Deze verantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, 35 voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Conform BBV gaat de paragraaf Bedrijfsvoering in op deze rechtmatigheidscriteria. De interne voorschriften liggen vast in een Kader interne beheersing (2022). Voor zover van toepassing zijn deze in 2025 verder geformaliseerd in een financiële verordening van de GRJR. Begrotingscriterium Het begrotingscriterium heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Volgens het BBV worden afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar opgenomen en toegelicht.
Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op eisen aan financiële beheershandelingen. Deze zijn afkomstig uit diverse wet - en regelgeving, zowel intern als extern. De financiële stromen in de GRJR waarbij aan het voorwaardencriterium moet worden voldaan zi jn tweeledig: subsidiekosten en uitvoeringskosten. Subsidiekosten De GRJR verstrekt en verantwoordt subsidies voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (opdracht G), Veilig Thuis (opdracht H) en acute dienst GGZ (opdracht I4). Hierbij moeten subsidievoorschriften worden nageleefd, waarbij voor de GRJR de Rotterdamse verordening van toepassing is. De subsidieverleningen en -vaststellingen volgen strakke procedures en vastleggingsvoorschriften waarop conform het Kader interne behe ersing interne controle plaats heeft gevonden. Uitvoeringskosten Voor de uitvoering van de UO-taken worden naast inzet van eigen personeel ook externe partijen ingeschakeld, voor bijvoorbeeld accountantscontrole en kostprijsonderzoek. Bij deze kosten gaat het om aanbestedingsrechtmatigheid. Bij aanbesteding van opdrachten volgden we Rotterdamse aanbestedingsvoorschriften. Daarbij werden we ondersteund door de Rotterdamse afdeling Inkoop, die strikt is in de naleving van de aanbestedingsregels.
Voor controle op aanbestedingsrechtmatigheid voeren we een spendanalyse uit, w aarmee wordt nagegaan of de werkelijke bestedingen in lijn zijn met aangegane overeenkomsten. Bevindingen ten aanzien van lasten GR Bij de controle is gebleken dat bij de subsidietoekenning aan Veilig Thuis van € 4 mln. extra voor het verbeterplan c.q. wegwerken van wachtlijsten formele rechtmatigheidsfouten zijn opgetreden. In het verleningsbesluit is gesteld dat besteding voor eind 2025 moet plaatsvinden, wat zou betekenen dat niet- bestede middelen zouden moeten worden teruggevorderd. In 2025 werd echter ook afgesproken om het verbetertraject met inzet van dit bedrag tot 2027 te laten lopen. Daarbij had op dat moment moeten worden besloten om de middelen voor die periode toe te kennen, met een gelijktijdig besluit dat niet in 2025 bestede bedragen worden gereserveerd. Deze formele fouten zijn gecorrigeerd door een besluit van het algemeen bestuur in april 2026. Deze formele fout betreft een acceptabele rechtmatigheidsfout aangezien subsidieverlening binnen het beleid is van GRJR. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Hierbij gaat het met name om fraude. Het Kader Interne beheersing dat eind 2022 is vastgesteld bevat een frauderisicoanalyse. Het belangrijkste risico zit in het betalingsverkeer.
De interne beheersingsmaatregelen zijn sterk gericht op het uitsluiten van frauduleuze betalingen en ook de werking van deze maatregelen wordt gecontroleerd. Belangrijkste aandachtspunt hierbij was om handmatige betalingen tot een minimum te beperken door de berichtenverkeerstandaarden af te dwingen (in het bijzonder voor maatwerkcontracten). 36 Er zijn daarnaast ook geen signalen van misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude. Op grond van de maatregelen kan worden geconstateerd dat aan het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium is voldaan. 3.3 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) zijn GR -en verplicht om een financieringsparagraaf in de begroting en jaarstukken op te nemen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2025, € 8,4 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2025. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de Wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden.
Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU -schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overh eden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. De GRJR is in 2025 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven. 3.4 Openbaarheid (Wet open overheid) De Wet open overheid (Woo), die op 1 mei 2022 in werking is getreden, schrijft in artikel 3.5 een openbaarheidsparagraaf voor: “Een bestuursorgaan besteedt in de jaarlijkse begroting dan wel de jaarlijkse begroting van het openbaar lichaam of de rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan deel uitmaakt, aandacht aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en doet in de jaarlijkse verantwoording verslag van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.” De GRJR heeft in 2022 en 2023 interne procedures geactualiseerd voor het publiceren, bewaren en opvragen van informatie. De Uitvoeringsorganisatie heeft hierover intern instructie gehad. Doel is dat de GRJR een open overheid is. De beleidslijnen die hierbij zijn bepaald werden in 2024 ook toegepast: 1. Actieve p ublicatie van alle AB-bestuursstukken op www.jeugdhulprijnmond.nl.
In voorkomende gevallen wordt op stukken geheimhouding opgelegd, waarbij de termijn voor geheimhouding vooraf wordt bepaald en zo kort mogelijk is; 2. Bewaring van stukken en alle onderliggende data volgens de termijnen van de Archiefwet; 3. Opvraagbaarheid van gegevens via www.jeugdhulprijnmond.nl. Binnen de Uitvoeringsorganisatie is een WOO-coördinator aangewezen. 37 Hoofdstuk 4 JAARREKENING 2025 38 4. Jaarrekening 4.1 Overzicht van baten en lasten Onderstaand overzicht toont de realisatie 2025, afgezet tegen de gewijzigde begroting 2025. De teruggave (voordeel) van € 2,9 mln. is als een correctie op de bijdrage vanuit de gemeenten verwerkt in de baten zodat het resultaat € 0 is. Baten Primitieve begroting 2025 Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil begroting vs resultaat Exploitatie Bijdrage deelnemende gemeenten 96.396.911 95.777.654 95.777.654 0 Aanpassing bijdrage gemeenten tbv resultaat 2025 0 0 -2.919.985 2.919.985 Bijdrage Rijk "Proeftuin Kind- en Gezinsbescherming" 0 0 760.307 -760.307 Bijdrage overig 0 0 5.420 -5.420 Bijdrage Rijk "Inzet Regionaal Expertiseteam" (RET) 0 0 431.020 -431.020 Overige baten 0 3.000.000 3.502.569 -502.569 Totaal Baten 96.396.911 98.777.654 97.556.984 1.220.670 1.
Programma Bestuur en algemeen management Lasten Exploitatie F Crisis Hulp 9.507.794 9.106.026 7.440.471 1.665.555 G Gecertificeerde instellingen 54.245.982 53.000.000 53.320.616 -320.616 H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 23.275.228 28.250.000 24.433.036 3.816.964 I4 Acute dienst GGZ 827.695 760.611 779.066 -18.455 I5 Transformatiefonds/Innovatie 2.016.978 1.517.939 1.445.667 72.272 J1 Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 1.158 1.000 0 1.000 J2 Organisatiekosten GR 5.373.207 5.073.207 5.073.207 0 J3 Specifieke ICT-kosten 209.368 209.368 0 209.368 J4 Accountantskosten 242.483 162.483 206.568 -44.085 J5 Werk en Onderzoek 421.355 421.355 39.032 382.323 J6 Projectbudget Inkoop en Implementatie 275.665 275.665 0 275.665 J6 Bankkosten 0 0 1.888 -1.888 K1 Proeftuin-wij doen het beter 0 0 760.307 -760.307 k2 K2 Inzet Regionaal Expertiseteam (RET) 0 0 431.020 -431.020 Totaal programma Jeugdhulp 96.396.911 98.777.654 93.930.878 4.846.777 Totaal Lasten 96.396.911 98.777.654 93.930.878 4.846.777 Saldo van baten en lasten 0 0 3.626.106 -3.626.106 Resultaat vorige boekjaren Overlopend resultaat LTA 0 0 -110.237 -110.237 Overlopend resultaat RTA 0 0 -277.640 -277.640 Overlopend resultaat Organisatiekosten 508.168 508.168 Totaal resultaat vorige boekjaren 120.291 120.291 Bestemmingsreserve 3.746.396 3.746.396 Totaal resultaat 0 0 0 0 39 4.2 Toelichting op baten en lasten Baten
Bijdrage deelnemende gemeenten De bijdrage van gemeenten zijn conform de door het bestuur vastgestelde begroting 202 5 en begrotingswijzigingen 2025. Voor de regio als geheel is er een overschot. Het verschil over 2025 wordt opgelost door middel van aanpassing van de bijdragen van de deelnemende gemeenten op basis van de werkelijke realisatie per gemeente. De vaststelling en afrekening hiervan vindt plaats bij de definitieve jaarrekening. De bijdrageverdeling is bij de begroting nog gebaseerd op de realisatie van eerdere jaren en de realisatie in 202 5 wijkt daarvan voor sommige gemeenten negatief af. Hierdoor zijn er gemeenten die moeten bijbetalen en gemeenten die terugontvangen. De totale inleg die al per gemeente was vastgesteld staat in de eerste kolom in onderstaand overzicht. In het tweede kolom is de verwachte realisatie 2025 van GR besluiten opgenomen. De derde kolom geeft het terug te ontvangen (+) of bij te betalen bedrag (-) weer. Bijdrage Rijk Proeftuin Kind- en Gezinsbescherming + Inzet Regionaal Expertiseteam (RET) Dit betreft dekking uit de subsidie van het rijk voor de proeftuin en RET . De subsidie s zijn opgenomen op de balans. Uit deze balanspost is een bedrag opgenomen ter dekking van de lasten die hiervoor zijn gemaakt. De toelichting is opgenomen bij de balanstoelichting.
Overige baten Dit betreft ontvangen rentevergoeding in 2025 uit het schatkistbankieren. Lasten De lasten van de GRJR betreffen zorgkosten opdracht F, de subsidies aan de GI’s en VTRR en overige opdrachten (H, I4 en I5 ) en uitvoeringskosten. Onderstaande tabel toont de lasten per opdracht/budget en toegerekend naar de deelnemende gemeenten.
Overzicht Overhead Tot de overhead worden | de | kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies-en meldpunt | huiselijk | geweld | en | kindermishandeling | (Veilig | Thuis). | Het | zijn | kosten | die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten die tot de overhead gerekend worden. De realisatie 202 | 5 is € 0,5 mln. lager dan de begroting. Overhead | Begroting | Realisatie 2025 | Verschil begroting 2025 | vs. realisatie 2025 Organisatiekosten GR | € 5.073.000 | € 5.073.000 | € 0 Werk en onderzoek | € 421.000 | € 39.000 | € 382.000 Specifieke ICT-kosten | € 209.000 | € 0 | € 209.000 Accountantskosten | € 162.000 | € 207.000 | -€45.000 Bankkosten | € 0 | €2.000 | -€ 2.000 Totaal | €5.865 000 | €5.321.000 | €544.000 Proeftuin kind- en gezinsbescherming Dit betreffen lasten voor het project Proeftuin kind- | en gezinsbescherming. De lasten worden gedekt vanuit de op de balans opgenomen subsidie en zijn hierdoor saldoneutraal. De toelichting is opgenomen bij de balanstoelichting, zie paragraaf 4.5. Overlopend resultaat Het overlopend resultaat 2025 is per saldo € 0,1 mln. (voordelig). Het gaat hier om verschillen door definitieve afronding van de eindafrekeningen met zorgaanbieders | over eerdere boekjaren.
De lasten in eerdere boekjaren zijn bepaald op basis van productieverantwoordingen. Productie waarvoor geen toewijzing en declaratiegoedkeuring is ontvangen is niet vergoed; de verplichting kon worden afgeboekt. Bestemmingsreserve Dit betreft de bestemmingsreserve Veilig Thuis voor aanpak wachtlijsten. Hiervoor is in 2025 meerjarig subsidie verleend en is besloten de resterende middelen te reserveren. 40 41 Structureel/Incidenteel Het structurele overschot zit met name bij opdracht F ( Crisis Hulp) . Bij de structurele overschotten/tekorten wordt de begroting voor 202 6 e.v. daarop aangepast , uiteraard tenzij er andere factoren zijn die de verwachtingen beïnvloeden. Daarnaast zit ten er in jaarrekening incidentele lasten: Overlopend resultaat ad € 0,1 mln. geldt als incidentele lasten, begroting is € 0. Overzicht van baten en lasten in euro’s opgesplitst naar taakveld Conform de eisen van de BBV zijn de overzichten van taakvelden in de voorlopige jaarrekening 2025 opgenomen. Op dit moment is het uitgangspunt dat alle uitvoeringskosten van de GRJR direct of indirect bijdragen aan de taakvelden en daardoor toe te rekenen zijn aan de taakvelden.
Lasten Begroting na wijziging 2025 Realisatie 2025 Verschil begroting vs resultaat Structureel 96.983.050 91.291.996 5.691.054 Incidenteel 1.794.605 1.118.268 676.337 Totaal 98.777.654 92.410.264 6.367.391 Taakveld Begroot Baten Lasten Saldo 6.752 – Jeugdhulp ambulant regionaal 2.278.551 2.278.551 - 6.762 – Jeugdhulp met verblijf regionaal 9.106.026 9.106.026 - 6.821 - Jeugdbescherming 58.115.000 58.115.000 - 6.822 - Jeugdreclassering 9.010.000 9.010.000 - 6.812 - Maatschappelijke - en vrouwenopvang (Wmo) 14.125.000 14.125.000 - 6.763 – Jeugdhulp met verblijf landelijk - - - 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd 6.143.077 6.143.077 - Totaal begroot 2025 98.777.654 98.777.654 - Taakveld Realisatie Baten Lasten Saldo 6.72b – Jeugdhulp behandeling 73.258.021 73.258.021 - 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 38.207.305 38.207.305 - 6.82a - Jeugdbescherming + 6.82b - Jeugdreclassering 84.944.401 84.944.401 - Totaal realisatie 2025 196.409.727 196.409.727 - 42 4.3 Balans ACTIVA 31-12-2025 31-12-2024 VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Vorderingen op openbare lichamen 4.083.426 5.394.000 Rekening-courant met het Rijk 48.249.000 80.364.000 OVERLOPENDE ACTIVA Vorderingen op zorginstellingen 4.979.957 4.736.000 Overige vorderingen 980.000 1.008.000 Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen 0 525.000 Vooruitbetaalde bedragen 3.746.396 0
LIQUIDE MIDDELEN Banksaldi 5.167.000 1.998.000 TOTAAL 67.205.779 94.025.000 VASTE PASSIVA 31-12-2025 31-12-2024 EIGEN VERMOGEN Algemene reserve 0 0 Bestemmingsreserve VTRR Verbeterplan 2025-2027 3.746.396 0 Gerealiseerd resultaat 0 0 VLOTTENDE PASSIVA NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Overige schulden 645.000 6.303.000 Schulden aan openbare lichamen 12.995.746 28.184.000 OVERLOPEND PASSIVA Nog te betalen bedragen aan zorginstellingen 49.167.637 59.300.000 Proeftuin kind- en gezinsbescherming 632.000 238.000 Inzet Regionaal Expertiseteam (RET) 19.000 0 TOTAAL 67.205.779 94.025.000 43 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen GRJR is een uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten. Vanuit de regiovisie van de deelnemende gemeenten geeft de GRJR-vorm aan een “op de lokale infrastructuren aansluitende regionale infrastructuur” en aan het “samen leren wat werkt”. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het jaarverslag. Wettelijke voorschriften GRJR is een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr ) waarin dertien gemeenten op vrijwillige basis samenwerken. Voor de verslaggeving van gemeenschappelijke regelingen is vanaf 2004 het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten van kracht.
Het normenkader zoals door het algemeen bestuur vastgesteld bevat ook de financiële verordening van de GRJR en subsidieverordening van Gemeente Rotterdam. De jaarrekening is conform deze voorschriften samengesteld. Waarderingsgrondslagen De jaarrekening wordt opgemaakt met inachtneming van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Uitzettingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende passiva De kortlopende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor resultaatbepalingen In de exploitatierekening worden de lasten en baten verantwoord die voortvloeien uit de activiteiten van de GRJR. De lasten en baten worden zoveel mogelijk toegerekend naar het boekjaar waarop ze betrekking hebben en waarin de prestaties zijn geleverd. BTW De betaalde btw in het boekjaar wordt na afloop van het boekjaar door de deelnemende gemeente via de doorschuifregeling gecompenseerd. 44 4.5 Toelichting op de balans Toelichting op de balans activa per 31 december 2025 Vorderingen op openbare lichamen Dit betreft facturatie aan de deelnemende GRJR -gemeenten met betrekking tot doorbelasting doorschuif BTW 2025.
Rekeningcourant met het rijk & Schatkistbankieren Ultimo 2025 heeft de GRJR als saldo van haar rekeningcourantverhouding met het rijk ca. € 48,2 mln. te vorderen op de rijksoverheid. Dit komt doordat het kabinet in het verleden het schatkistbankieren heeft ingevoerd. Dit betekent voor decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen als die van Jeugdhulp Rijnmond, dat zij hun overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Praktisch betekent dit voor GRJR dat alle overtollige liquide middelen boven de drempel van € 8.265.357 worden gestald bij de schatkist zolang deze niet benodigd zijn. In 2025 zijn geen overschrijdingen geweest en is het drempelbedrag het gehele jaar ongewijzigd gebleven. Het drempelbedrag is 2% van het begrotingstotaal. De liquide middelen waarover de GRJR beschikt zijn echter voor een groot deel (ca 75% van de totale liquide middelenstroom) niet gerelateerd aan de GR-begroting, maar aan de inkoop- en contractmanagementtaak om voor de gemeenten de zorgkosten te betalen aan en af te rekenen met de zorgaanbieders. Voor 2025 is de drempelwaarde nog berekend op het geheel van GR-begroting en gemeentelijke zorgkosten, maar de drempelwaarde zal vanaf volgend verslagjaar worden be paald aan de hand van alleen de GR-begroting.
De complicaties die dat oplevert voor het schatkist bankieren zullen met het ministerie van Financiën worden besproken. Onderstaand een overzicht van de aangehouden middelen ten opzichte van het drempelbedrag per kwartaal. ACTIVA 31-12-2025 31-12-2024 VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Vorderingen op openbare lichamen 4.083.426 5.394.000 Rekening-courant met het Rijk 48.249.000 80.364.000 OVERLOPENDE ACTIVA Vorderingen op zorginstellingen 4.979.957 4.736.000 Overige vorderingen 980.000 1.008.000 Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen 0 525.000 Vooruitbetaalde bedragen 3.746.396 0 LIQUIDE MIDDELEN Banksaldi 5.167.000 1.998.000 TOTAAL 67.205.779 94.025.000 45 Vorderingen op zorginstellingen GRJR maakt gebruik van diverse jeugdzorginstellingen om dienstverlening op het gebied van jeugdhulp te verlenen aan inwoners van de regio Rijnmond. Na de verrekening van voorschotten en tussentijdse afrekeningen heeft GRJR een bedrag van € 4,9 mln. te vorderen op verschillende zorginstellingen. Dit bedrag bestaat uit: Specificatie vorderingen op zorginstellingen Bedrag Vorderingen 2025 € 3.314.000 Debiteuren zorginstelling 2024 < € 1.666.000 Totaal € 4.980.000 Dit bedrag van ruim € 3,3 mln. betreft het nog terug te vorderen saldo voor prestaties door zorginstellingen in 202 5.
Dit is op basis van de definitieve productieopgaven van de zorgaanbieders. Voor 2024 betreft dit nog een bedrag van € 1,6 mln af te handelen declaraties in het kader van de eindafrekening 2024. Deze debiteurenposities zijn ontstaan door na afronding van de afrekeningen medio 2025 teveel betaalde bedragen formeel terug te vorderen. De ontvangst daarvan heeft niet meer in het boekjaar 2025 plaatsgevonden. Overige vorderingen Per jaareinde stond hier een bedrag van € 0,9 mln. bestaande uit: Diverse overige vorderingen waarvan schatkistbankieren rekeningcourantrente ad. € 0, 5 mln en € 0,4 mln RET.
46 Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Dit bedrag is eind 2025 € 0. Vooruitbetaalde bedragen Dit bedrag is eind 202 5 € 3.746.396 en betreft de incidentele subsidie aan Veilig Thuis voor wergwerken wachtlijsten. Liquide middelen De liquide middelen bestaan voor de GRJR uit het eindsaldo 202 5 van de bankrekening. Deze wordt namens de GRJR beheert door de Gemeente Rotterdam. Het saldo van € 5,1 mln. blijft over na het afromen in kader van de wet Fido/ schatkistbankieren. Toelichting op de balans passiva per 31 december 202 5 Eigen vermogen en continuïteit Aan de GRJR nemen op dit moment dertien gemeenten deel. Zij delen gezamenlijk in de lasten voor het uitvoeren van deze gemeenschappelijke regeling. Drie gemeenten hebben besloten om hun vanaf 2023 een deel van de jeugdhulp zelf in te kopen, en tegelijkert ijd wel te blijven participeren in de GRJR. Algemene Reserve De GRJR heeft ultimo 202 5 geen algemene reserve. Dit komt omdat GRJR de lasten direct verdeelt over de dertien gemeenten. GRJR beoogt geen positief resultaat te hebben. Eventuele tekorten of positieve resultaten worden over de dertien gemeenten verdeeld. Bestemmingsreserve VTRR Verbeterplan 2025-2027 In 2025 verleende het bestuur een meerjarige subsidie aan Veilig Thuis voor het wegwerken van wachtlijsten. In april 2026 besloot het bestuur de resterende middelen uit de begroting 2025 te reserveren voor 2026.
Overige schulden VASTE PASSIVA 31-12-2025 31-12-2024 EIGEN VERMOGEN Algemene reserve 0 0 Bestemmingsreserve VTRR Verbeterplan 2025-2027 3.746.396 0 Gerealiseerd resultaat 0 0 VLOTTENDE PASSIVA NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Overige schulden 645.000 6.303.000 Schulden aan openbare lichamen 12.995.746 28.184.000 OVERLOPEND PASSIVA Nog te betalen bedragen aan zorginstellingen 49.167.637 59.300.000 Proeftuin kind- en gezinsbescherming 632.000 238.000 Inzet Regionaal Expertiseteam (RET) 19.000 0 TOTAAL 67.205.779 94.025.000 Ultimo 2025 staat er voor € | 0,6 mln. open aan overige schulden. Dit bestaat voornamelijk uit bijdrage die deelnemende gemeenten terugontvangen. Schulden aan openbare lichamen Ultimo 2025 staat er voor € | 12,9 | mln. open aan | schulden aan openbare lichamen. | Deels verplichtingen aan zorginstellingen en deels overige vorderingen. Nog te betalen bedragen aan zorginstellingen Hieronder een specificatie van te betalen bedragen aan zorginstellingen ad € 49,1 mln. Specificatie verplichtingen op zorginstellingen | Bedrag Verplichtingen 2025 | € 48.372.000 Verplichtingen 2024 | € 795.000 Totaal | € 49.168.000 Verplichtingen 2025 Dit bedrag van € 48,3 mln. betreft het nog te betalen bedrag aan zorgprestaties en subsidies aan zorginstellingen in 2025 op basis van de definitieve productie in de definitieve jaarrekening 2025.
Verplichtingen 2024 De openstaande verplichtingen betreffen nog door aanbieders te declareren kosten. In 2025 is veel aandacht gegaan naar de eindafrekening 2022, 2023 en 2024 met betrekking tot regionale en LTA-aanbieders. Subsidies Proeftuin kind- en gezinsbescherming en Inzet Regionaal Veiligheidsteam (RET) Voor subsidies die vóór 2025 | zijn ontvangen vanuit het rijk voor RET | en proeftuin kind- | en gezinsbescherming is het verloopoverzicht van de balansposities als volgt: Het subsidiebedrag voor de proeftuin kind- en gezinsbescherming van € 0,6 mln. was ontvangen in 2021. Het project kent een oorspronkelijke einddatum van 31 december 2022, maar aangezien er in de loop van 2022 een koerswijziging heeft plaatsgevonden, heeft het project vertraging opgelopen | en is het verlengd. Conform de BBV-voorschriften is het resterende bedrag opgenomen onder de overlopende passiva. In 2025 bedroeg het saldo € 0,2 mln. Daarnaast is in 2025 € 1,1 mln ontvangen vanuit het Rijk. Hiervan is € 0,7 mln besteed in 2025. Het valt onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse | overheidslichamen | ontvangen | voorschotbedragen | voor | uitkeringen | met | een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.
47 48 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen Met ingang van 2013 is de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Hieruit volgt de verplichting om in de jaarrekening 2025 melding te maken van: 1. Alle (gewezen) topfunctionarissen en hun bezoldiging 2. Overige medewerkers in dienst van de gemeente welke de norm overschrijden 3. Uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband van alle topfunctionarissen en van alle andere medewerkers indien deze uitkering de norm overschrijdt. De maximale bezoldiging mag voor een topfunctionaris zonder dienstverband vanaf het tweede jaar niet meer bedragen dan € 246.000 per kalenderjaar (2025) op fulltime basis. In dit bedrag is inbegrepen de beloning, belastbare kostenvergoedingen, voorzieningen voor beloning op termijn (m.n. pensioenpremie). Toetsing aan de norm vindt plaats naar rato van omvang fte en duur dienstverband in het jaar. Voor het toezichthoudend orgaan gelden de volgende maxima: 10% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 24.600) voor de voorzitter en 15% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 36.9000) voor de leden. Voor de GRJR is de functie lid van het algemeen bestuur als topfunctionaris aangemerkt binnen de WNT. De leden van het algemeen bestuur zijn genoemd in onderstaande tabel en hebben vanuit de GRJR geen bezoldiging ontvangen.