Cultuurhistorische waardenkaart buitengebied Ridderkerk.pdf
Tekst van het document
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
CONCEPT DD 26-4-2021 Vereniging tot bevordering, ondersteuning en instandhouding van landschappelijk en stedelijk schoon
2
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
DORP, STAD & LAND
COLOFON Cultuurhistorische Waardenkaart buitengebied Ridderkerk In opdracht van: Gemeente Ridderkerk Uitgevoerd door: Stichting Dorp, Stad en Land Adviseurs ruimtelijke kwaliteit Groothandelsgebouw Stationsplein 45 3001 GC Rotterdam 010 280 9445 www.dorpstadenland.nl info@dorpstadenland.nl
Projectteam: Suzanne Loen Lisanne van den Bulk Colette Cramer Irina van der Vlag Bert van der Kruk
Datum: Concept april 2021
Teksten, foto’s en kaarten zijn gemaakt door Dorp, Stad en Land, tenzij anders vermeld. © Dorp, Stad en Land 2021
DORP, STAD & LAND
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
INHOUDSOPGAVE INLEIDING
Werkwijze Samenwerking Bronnen ACHTERGROND
Ontstaansgeschiedenis Typering onderzoeksgebied INVENTARISATIE EN WAARDERING DEELGEBIEDEN
5
5 5 8 11
11 21 25
Bolnes Structuren Panden
27 30 63
Rijsoord, Oostendam en Donkersloot Structuren Panden
75 75 117
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
160
BIJLAGEN
168
Waarderingstabel Historische Geografie en Historische Bouwkunst Begrippenlijst Cultuurhistorische Waardenkaart plangebied Ridderkerk (pdf) Cultuurhistorische Waardenkaart plangebied Ridderkerk (GIS-shapefiles)
3
4
Afbakening onderzoeksgebieden met de kernen en de bijbehorende buurtschappen
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
DORP, STAD & LAND
DORP, STAD & LAND
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
1. INLEIDING In opdracht van de gemeente Ridderkerk heeft Dorp, Stad en Land de cultuurhistorische waarde van bouwkundige objecten en landschappelijke en stedenbouwkundige structuren van het buitengebied in kaart gebracht. Het onderzoeksgebied omvat de historische kernen en linten van Bolnes, Rijsoord, Zwet, Zwaantje, Oostendam, Oude Molen en de polderstructuren van de polders Oud- en Nieuw-Reijerwaard, Donkersloot en het Zand. Door de strategische ligging op een knooppunt van rivieren en waterwegen kon Ridderkerk uitgroeien tot een belangrijke speler in de scheeps- en machinebouw en touw- en vlasindustrie. De ligging tussen grote steden als Rotterdam en Dordrecht maakte ook dat Ridderkerk met haar tuinderijen een belangrijke rol had in de regionale voedselvoorziening. Water-, weg-, trein- en tramverbindingen die het gebied doorkruisten stimuleerden de ontwikkelingen verder. Al deze ontwikkelingen hebben hun fysieke sporen achtergelaten in het landschap, de kernen en buurtschapjes. Deze sporen getuigen van een bijzondere wordingsgeschiedenis die het waard is te behouden. In dit rapport zijn de waardevolle sporen in de bouwkunst, stedenbouw en het landschap geïnventariseerd en beschreven. Het onderzoeksgebied bevindt zich op het eiland van IJsselmonde.
Gelegen in de Maasdelta is IJsselmonde oorspronkelijk een gebied van zandwallen en rivierduinen, getijdenstromen, wadkreken en waarden. De rivierduinen of doncken en zandwallen waren de eerste droge vestigingsplaatsen. Waarden (ook wel weerd(e) of weert) zijn van oorsprong vlakke min of meer droogvallende gebieden in de natte delta, bekaad en bedijkt door gemeenschappen die er zich vestigden. Zo werden de waarden niet langer gevormd door de dynamiek van laag, hoog water en getij, maar vormde de mens deze omgeving tot min of meer vastliggende eilanden en rivieren. Het eiland IJsselmonde zoals we
het nu kennen wordt omgeven door grote rivieren. De Reijerwaard (de waarden van Ridderkerk) wordt in het noorden omgeven door de Nieuwe Maas, de Waal in het zuiden en de Noord in het oosten. De lijnen van het water van de rivieren en de lijnen in de waarden van oude wadkreken, polderdijken, kaden en polderwegen en de ontwikkelingen daarlangs vormen de structuuren identiteitsdragers van het gebied. Dit zijn de lange historische lijnen in het landschap van waaruit en waarlangs het gebied zich met landbouw, scheepsbouw en industrie ontwikkelde. Met beleefbare herinneringen aan haar geschiedenis beschikt Ridderkerk over een cultuurhistorisch waardevol buitengebied
5
6
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
DORP, STAD & LAND
waarin de historische ontwikkeling van het gebied goed van de gemeente Ridderkerk en openbare archieven afleesbaar moet blijven. van onder meer de beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Stadsarchief Rotterdam, Om goed om te gaan met de cultuurhistorie in het bui- Regionaal Archief Dordrecht en Stichting Oud Ridtengebied heeft Dorp, Stad en Land een Cultuurhistori- derkerk is nader onderzoek gedaan naar de te waarsche Waardenkaart voor het buitengebied van Ridderderen en beschrijven objecten en elementen. kerk opgesteld. Deze waardenkaart is een vervolg op de historische waardenkaarten die Dorp, Stad en Land Waarderingsmethodiek in 2016 en 2018 vervaardigde voor de historische kern Om de verschillende objecten en structuren ten opzichvan het centrum van Ridderkerk en de woongebieden te van elkaar te wegen en te waarderen, maakt Dorp, daar omheen. Als uitwerking van het Erfgoedbeleid Stad en Land gebruik van een waarderingsmethodiek. Ridderkerk 2013 vormt de waardenkaart de basis voor De waardering van deze cultuurhistorische elementen de vertaling van dit beleid naar het bestemmings- en/of is gebaseerd op de criteria die genoemd zijn in het omgevingsplan en kan worden opgenomen in of gekop- document “Rekening houden met cultuurhistorische peld worden aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet waarden” (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, juni (DSO).
2012). Deze criteria zijn:
Hieronder wordt de gehanteerde werkwijze toegelicht, de in dit rapport gehanteerde begrippen gedefinieerd en is een overzicht van de gebruikte bronnen opgenomen. WERKWIJZE
Om tot een goede inventarisatie en waardering te komen hebben wij de volgende werkwijze gehanteerd. Veldwerk De betreffende panden en structuren zijn eind 2019 en begin 2020 vanaf de openbare weg gefotografeerd. Daarnaast is voor nadere beoordeling gebruik gemaakt van openbare bronnen zoals Google Streetview, Bing Maps, Topotijdreis. Bureau-onderzoek Middels openbare en online beschikbare documenten
1. Ontstaansgeschiedenis: herkomst, relatie met historische gebeurtenissen, betekenis voor de kennis over het verleden. 2. Samenhang en context: ensemblewaarde, relatie met omgeving, zowel fysiek als functioneel. 3. Zichtbaarheid: beleefbaarheid en invloed op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. 4. Zeldzaamheid: hoe uniek is het: lokaal, regionaal, nationaal. 5. Representativiteit: is het een voorbeeldig exemplaar van een type? 6. Conservering: technische kwaliteit, staat van onderhoud. 7. Gaafheid: oorspronkelijkheid, mate van verminking.
DORP, STAD & LAND
De totaalwaardering van elk element resulteert in de waarde ‘redelijk hoog’, ‘hoog’ of ‘zeer hoog’. In de bijlage is een tabel opgenomen waarin is aangegeven welke criteria op de verschillende cultuurhistorische elementen van toepassing zijn. Bij 5, 6 of 7 toepasselijke criteria heeft het element zeer hoge cultuurhistorische waarde, bij 3 of 4 criteria hoge cultuurhistorische waarde en bij 1 of 2 criteria redelijk hoge cultuurhistorische waarde. Tot slot zijn de cultuurhistorisch waardevolle panden en structuren van een beschrijving voorzien. De beschrijving bestaat uit enkele feitelijke gegevens (o.a. locatieaanduiding, ouderdom, functie, etc.), een beschrijving van de kenmerken van het pand of de structuur, een waardering, de relevante waarderingscriteria en een toelichting op de waardering. Bij het bepalen van de ouderdom en het adres is gebruik gemaakt van gegevens uit de BAG van het Kadaster.
De cultuurhistorische waardering van bouwkunst heeft betrekking op het hoofdgebouw. Op het terrein, bijgebouwen en recente aanbouwen is, tenzij nadrukkelijk vermeld, de waardering niet van toepassing. Het criterium conservering is op een andere wijze van toepassing op historische groenstructuren. De cultuurhistorische waarde kan daarom ook van toepassing zijn op recente (vervangende) beplantingselementen.
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
SAMENWERKING
Bij het onderzoek is in beperkte of grotere mate de samenwerking opgezocht met andere partijen. De gemeente vormde uiteraard de belangrijkste gesprekspartner met betrekking tot het verloop van het proces en het aanbrengen van focus op bepaalde thema’s. Zo is op verzoek van de gemeente extra aandacht besteed aan het thema Kunstenaarskolonies in Rijsoord. Onderzocht is welke objecten dit verhaal blijvend kunnen vertellen. In oktober 2019 heeft overleg plaatsgevonden met mw. Van Dongen en dhr. Plaisier van de werkgroep Schilderdorp Rijsoord. Buitenlandse kunstenaars 1888-1914. In een presentatie van door hen uitgevoerd onderzoek hebben zij toegelicht hoe Rijsoord een kunstenaarskolonie werd, welke personen daarbij een rol hebben gespeeld en welke plekken van belang zijn voor dit verhaal. Deze informatie is verwerkt in het onderzoek. De historische vereniging Oud Ridderkerk is geconsulteerd, maar niet intensief betrokken bij het onderzoek, mede als gevolg van de corona pandemie.
7
8
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
DORP, STAD & LAND
BRONNEN
Bij het opstellen van de cultuurhistorische waardenkaart is van de volgende bronnen gebruik gemaakt. Erfgoedbeleid Ridderkerk, cultuurlandschap en historische stedenbouw (Rho, 2013) Cultuurhistorische objecten: IJsselmonde en Eiland van Dordrecht (Landschapsbeheer Zuid-Holland, 2011) Groene Kaart (Gemeente Ridderkerk, 2013) Concept Integrale Visie per wijk op groen in de openbare ruimte (Groenvisie) Ambitiedocument (Gemeente Ridderkerk, 2019) Jongere bouwkunst en stedenbouw 1800-1945: Ridderkerk (Provinciaal Bestuur van Zuid-Holland, 1995) Rekening houden met cultuurhistorische waarden (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2012) Naoorlogse stadswijken: Tussen Park en Stad (Andr�de Hoop en Maarten Ettema, 2009) Atlas van de Wederopbouw Nederland 1940-1965: Ontwerpen aan Stad en Land (Anita Blom, 2013) Maakbaar Landschap: Nederlandse Landschapsarchitectuur 1945-1970 (Fransje Hooimeijer en Marinke Steenhuis) Een stijgende stand met een zinkend land: waterbeheersingssystemen in polder Nieuw-Reijerwaard, 1441-1880 (Bertus Wouda, 2009) Een schatkistje uit Reijerwaard : paleografische atlas van de archieven van polder Oud- en NieuwReijerwaard (Bertus Wouda, 2002) Experimentele woningbouw in Nederland 19681980: 64 gerealiseerde woonbeloften (Marcel Barzilay, Ruben Ferwerda en Anita Blom, 2019)
Monumenten in Nederland- Zuid-Holland (Sabine Broekhoven, Saskia van Ginkel-Meester, Chris Kolman, Ronald Rommes, Elisabeth Stades-Vischer en Ronald Stenvert, 2004) Programma van Eisen voor een verkennend en karterend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen in het plangebied ‘Kolenbranderstraat 28’ in de gemeente Ridderkerk (Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR), 2017)
Websites: bagviewer.kadaster.nl www.eilandijsselmonde.nl www.geschiedenisvanzuidholland.nl www.topotijdreis.nl www.oudridderkerk.nl www.rezoord.nl www.regionaalarchiefdordrecht.nl www.mijngelderland.nl Cultureel Erfgoed Ridderkerk: https://maps.bar-organisatie.nl/maptour/ Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Beeldbank Het Geheugen van Nederland Beeldbank Het Nationale Archief Beeldbank Gemeente Ridderkerk Afbeeldingen: De foto’s en kaarten zijn gemaakt door de makers van dit rapport en/of afkomstig van Google Streetview, Historische vereniging Ridderkerk en openbare archieven en beeldbanken.
DORP, STAD & LAND
Een met vlas beladen tjalk in de (eerste) oude of Ridderkerkse Haven rond 1900.
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
9
10
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
DORP, STAD & LAND
“ Ridderkerk en omgeving ontwikkelen zich langs de historische lange lijnen als de rivieren, dijken, kaden, polderwegen en weteringen. Op strategische kruispunten in het landschap ontstaan kiemen van nederzettingen”
Ridderkerk en omgeving met de historische lange lijnen en historische kernen. De Blaakwetering heeft hier nog een in -of uitwateringssluis ten westen van de Ridderkerkse Haven. Het buitendijkse gebied (het huidige Donkersloot) krijgt vorm door verlanding van de op - en aanwassen.
Detail van ‘Oude kaart van den Zuid-Hollandse Waard’, ongedateerd (Nationaal Archief).
DORP, STAD & LAND
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
2. ACHTERGROND De geïnventariseerde cultuurhistorisch waardevolle panden, elementen en structuren staan niet op zichzelf. Het zijn sporen van de ontwikkelingsgeschiedenis van Ridderkerk die teruggaat tot rond 5000 vC wanneer de rivierduinen of donken in het gebied worden gevormd waarop Bolnes en Huis ten Donck zich bevinden. Een cultuurhistorische waardering is daarom alleen mogelijk als kennis wordt genomen van en rekening wordt gehouden met deze geschiedenis. Aan de hand van historisch kaartmateriaal en verschillende documenten is een korte beschrijving van de ontstaansgeschiedenis en een typering van het onderzoeksgebied opgesteld. ONTSTAANSGESCHIEDENIS
Stuifduinen in een riviervlakte (8000-3000 vC) In de riviervlakte van Rijn en Maas ligt, in een dynamisch gebied van zandbanken en rivierduinen, het toekomstige Ridderkerk. Als het stelsel tot stilstand komt en de zeespiegel daalt, komen de zandbanken boven water. Wind brengt het zand opnieuw in beweging en zo vormen zich de duinen. Achter deze duinen vormt zich een zoetwaterlagune waarin ook de de donken van Bolnes, Huys ten Donck en de Rijkswegdonck zich bevinden. Deze donken worden in de steentijd (9000-2000 vC) bewoond door jagers, vissers en voedselverzamelaars. Op de Rijkswegdonck zijn bewijzen gevonden van bewoning door de Vlaardingencultuur (3500-2500 vC) die leefde van overwegend landbouw en veeteelt. Veen tussen zee en rivieren (3000-500 vC) De bewoners van de Vlaardingencultuur wonen in de zoetwaterlagune achter de duinen. Daar vormt zich een
veenmoeras door afgestorven plantenresten. Door het veenmoeras stromen traag de vlechtende rivieren van de Rijn en de Maas naar zee. Onder invloed van het getij tussen de Noordzee en rivieren vormt zich een dynamisch waddenlandschap tussen duin en veen. De zee slaat het veen weg en legt zand en klei neer. Het onderzoeksgebied bevindt zich op de rand van dit waddenlandschap op een bodem van kleiig zand. Als de duinenrij zich sluit groeit het veengebied weer aan tot het de hele lagune bedekt. De bewoners beginnen vanaf de bewoonde donken en oeverwallen het moeras te ontginnen door slootjes te graven. Door de ontwatering klinkt het veen in. Op de oeverwal van Rijsoord zijn bij opgravingen resten gevonden van bewoning en terpen uit de Bronstijd (2000-800vC). Vorming van IJsselmonde ( 500 vC-800 nC) Door ontginning daalt het veen en dringt het water vanuit de kust, waar de duinen weer zijn opengebroken, en de rivieren naar binnen. Het veen wordt weggeslagen en afgevoerd door de rivieren. Er vormt zich weer een
11
12
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
DORP, STAD & LAND
“ In 1332 liet Graaf Willem III de Waal echter afdammen bij Oostendam en later ook bij Heerjansdam. Sindsdien is de Waal een binnenwater”
De omgeving van Ridderkerk met historische kernen van links naar rechts Bolnes, Slikkerveer, Ridderkerk, Oude Molen en Oosten dam. Duidelijk is nu de Ridderkerkse haven aangegeven als nevengeul van de Merwede (huidige Noord). Bij Oostendam is duidelijk de afdamming
van de Waal te zien, een zijarm van de Noord. Detail van kaart: ‘Kaart van de platen en visscherijen in de Merwede en Maas van Papendrecht tot Bolnessersluis’. Datum: 1615 / Vervaardiger:Janszoon Been (Nationaal Archief)
DORP, STAD & LAND
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
getijdenwaddenlandschap waar zee en rivier hun klei op afzetten. De rivier Hollandsche IJssel vormt zich rond 250 vC. Vanuit de veenrivier de Alblas uit het veengebied van Alblas, vormt zich de rivier de Waal. Rond 800 nC hebben ook de Lek en Merwede hun weg door dit veengebied gevonden. Tussen het waddenlandschap in het westen en het veen van Alblas bevindt zich de getijdenkreek de Noord. Tussen de Maas, de Oude Maas en de Noord bevindt zich nu het eiland IJsselmonde. De rivier de Waal scheidt het eiland IJsselmonde van het eiland van Zwijndrecht. De oeverwallen ontwikkelen zich en klei wordt op de veenrestanten afgezet. Als de oeverwallen zich volledig hebben ontwikkeld worden deze in de Romeinse tijd (0-270 nC) intensief bewoond. Restanten van boerderijen, beschoeiingen en wegen uit de Romeinse tijd zijn gevonden in de Waal en nabij Slikkerveer.
in de elfde en twaalfde eeuw aansluitende trac� s van dijken en kaden aan. Zo ontstonden het eiland Rhoon, de Zwijndrechtse Waard en de Riederwaard (samen: IJsselmonde). Het water vormde echter niet alleen een bedreiging voor de bewoners van IJsselmonde, het was met de visserij, riet en wilgenbouw in de gorzen ook een belangrijke inkomstenbron. In de Riederwaard werd Riede, voorloper van het huidige Ridderkerk, gesticht. De naam van dit plaatsje wordt voor het eerst in historische bronnen uit 1105 genoemd.
Inpoldering Nieuw- en Oud-Reijerwaard (14de-18de eeuw) Nadat de Riederwaard in 1373 overspoelde werd de loop van de Donkersloot naar het oosten verlegd. Het uiteindelijke resultaat was dat de Merwede zijn hoofdstroombed verlegde van de meander om Donkersloot heen, met het dorpje Ridderkerk op de oever in de buiEerste bewoning Riederwaard (8ste-14de eeuw) tenbocht, naar een nieuwe geul dwars door de polder. IJsselmonde was een gebied van zandwallen en rivier- Hierdoor verloor de Alblasserwaard een flink deel van duinen, getijdenstromen, wadkreken en waarden. zijn meest westelijke areaal. Het afgesneden stuk werd Waarden (ook wel weerd(e) of weert) zijn van oor(weer) ingepolderd en kreeg de naam polder Donsprong vlakke min of meer droogvallende gebieden in kersloot. De nieuwe geul maakt deel uit van de huidige de natte delta. Rond de tiende eeuw werden de droogste Noord tussen IJsselmonde en de Alblasserwaard; de en bewoonde delen van IJsselmonde, waaronder het oude meander verlandde geleidelijk aan. Na een eeuveengebied van de Riederwaard, bekaad en bedijkt wenlange strijd om de eigendoms- en gebruiksrechten door gemeenschappen die er zich vestigden. Zo werden van Donkersloot besloot koning Willem I in 1814 om de waarden niet langer gevormd door de dynamiek van de polder ten koste van Alblasserdam aan Ridderkerk laag, hoog water en getij.
Vanaf die tijd werd begonnen toe te voegen. met de ontginning van het gebied en darinck delven Deze Donkersloot was slechts een onaanzienlijk (zoutwinning uit veen) waardoor het veen drastisch stroompje tussen Alblasserdam en de Riederwaard. In inklonk en wateroverlast steeds meer toenam. Om het 1331 werd de Waal, een zijstroom van de Noord, afgebied tegen het buitenwater te beschermen legde men gedamd met de herbedijking van de Zwijdrechtse
13
14
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
DORP, STAD & LAND
“ Polder Oud-Reijerwaard grensde in het noorden aan de rivier de Noord (voorheen Merwede of Donkersloot genaamd) waar zich een steeds groter gebied van aanwassen vormde door afzettingen van de rivier. Deze buitendijkse ‘(n)oorden’ of gorzen werden gebruikt als buitendijkse hooi- en weilanden en voor de verbouw van bies, riet, rijshout en vlas” De omgeving van Ridderkerk met de oude of eerste Ridderkerkse Haven en buitendijkse gronden omstreek 1741. Detail van kaart ‘Beschrijving Kaart van de Merwede, Oude en Nieuwe Maas tot uitmonding in zee”. Oorspronkelijke titel: “Kaar t van de Beneeden Rivier de Maas en de Merwede, van de Noordzee tot Hardinksveld’ Datum 1741. Makers: Melchior Bolstra, Cruquius, Nicolaus (Nationaal Archief)
DORP, STAD & LAND
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
15
Waard, die door de Waal werd gescheiden van de Riederwaard. Bij de oostelijke afdamming ontstond Oostendam. Nadat de Riederwaard in de veertiende eeuw meerdere keren overstroomde was bewoning niet meer mogelijk. De inwoners trokken zich terug op de hoger gelegen Pruimendijk en Waaldijk. Begin vijftiende eeuw was het oostelijke deel van de waard weer deels ingepolderd. In 1404 kwam Oud-Reijerwaard gereed, in 1441 Nieuw-Reijerwaard. De polders liepen in 1421 met de Sint Elisabethsvloed nog eenmaal onder water. In 1424 werden zij definitief bedijkt. De hoge zeedijken Ringdijk, West- en Middenmolendijk volgden grotendeels het trac�uit de elfde en twaalfde eeuw. Oud- en Nieuw-Reijerwaard waren aanvankelijk twee afzonderlijke polders gescheiden door de polderdijk Lagendijk. De restanten van de wadkreken Blaak en Blaakwetering werden als hoofdwatergangen opgenomen in het watersysteem van de polder Nieuw-Reijerwaard. Oud- en Nieuw-Reijerwaard werden gescheiden bemalen, eerst met behulp van windmolens, later met behulp van stoomgemalen en elektrische gemalen. Beide polders werden in lange stroken, verdeeld door de polderwegen in verschillende ontginningsvlakken, haaks op de dijken verkaveld. De boerderijen werden aan de uiteinden van de stroken, langs de dijken gebouwd. De percelen werden ingezet voor akkerbouw dan wel veeteelt.
In 1616 verrijst een kasteeltje op de donk (rivierduin) tussen Slikkerveer en Bolnes. Op de fundamenten van dit kasteeltje ontwikkelt zich de buitenplaats met landgoed Huys ten Donck van de familie Groeninx van Zoelen. Ook de molenplaats bij het buurtschap Oude Molen maakte onderdeel uit van hun
bezit. Zeker vanaf 1600 speelde de brug over de Waal bij Rijsoord en het daarbij gelegen huis een belangrijke rol in het gebied. Het huis was in ieder geval in 1676 eigendom van de Vrouwe van Rijsoord en was in de loop der jaren in gebruik als herberg, tolhuis, rechthuis en gemeentehuis. Vanaf de zeventiende eeuw was vlasteelt langs de Waal een steeds belangrijkere bron van inkomsten. Door de nabijheid van grote steden als Rotterdam en Dordrecht nam het belang van de tuinbouw en zoetwatervisserij steeds meer toe. Vanaf de negentiende eeuw kreeg de glastuinbouw een groter aandeel in de Reijerwaard. In het algemeen bloeiden in het strategisch gelegen gebied rond de zeventiende en achttiende eeuw, ten tijde van de Republiek, landbouw, visserij, industrie en nijverheid op. In polder Oud-Reijerwaard vormde de kade Oudelandseweg de scheiding tussen twee ontginningen. Polder Oud-Reijerwaard grensde in het noorden aan de rivier de Noord waar zich een steeds groter gebied van aanwassen vormde door afzettingen van de rivier. Deze buitendijkse ‘(n)oorden’ of gorzen werden gebruikt als buitendijkse hooi- en weilanden en voor de verbouw van bies, riet en rijshout. In het noorden vormde zich tussen de Ringdijk en de Noord het buitendijkse gebied Donkersloot. In het zuiden grensde de polder OudReijerwaard aan de Waal, de afgedamde riviertak die de Noord eerder verbond met de Oude Maas.
Rond Rijsoord en Oostendam ontstond een bloeiende rijshout- en vlascultuur langs de Waal. Een deel van Rijsoord, Strevelshoek, is gelegen in de Zwijndrechtse waard. Na de bedijking van de polder Nieuw-Reijerwaard
werd de polder in blokken opgedeeld met elk een eigen ontginningspatroon. De polderwegen en kaden Kievitsweg, Kruisweg, Kerkweg, Hogeweg en Voorweg vormden de grenzen van deze ontginningsblokken en zijn nog steeds herkenbaar als lange lijnen in het landschap. In het noordwesten vormde zich de nederzetting Bolnes die zich samen met Slikkerveer ontwikkelde tot een belangrijke speler in de scheeps- en machinebouw. De westelijke grens van de polder werd gevormd door het Bolnesserdijkje. Deze zijwende, een kade die parallel is gelegen aan de ontginningspatronen, vormde de scheiding tussen IJsselmonde en Bolnes. Verder zuidwaarts takte het Bolnesserdijkje aan op het Zevenbergschedijkje, de Krommeweg en de Koninklijke Straatweg (later Rijksstraatweg).
16
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
DORP, STAD & LAND
“ Nadat de Riederwaard in 1373 overspoelde kwam in 1404 OudReijerwaard gereed, in 1441 Nieuw-Reijerwaard. De polders liepen in 1421 met de Sint Elisabethsvloed nog eenmaal onder water. In 1424 werden ze definitief bedijkt”
Kaart van Ridderkerk met de beide polders Oud- en Nieuw-Reijerwaard. De Lagendijk vormt de begrenzing tussen de twee polders. De nieuwe of tweede haven van Ridderkerk is al aangegeven maar werd pas vanaf 1910 aangelegd. Kadastrale kaart 1811-1832: verzamelplan Ridderkerk, Zuid Holland (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / MIN08170VK1)
DORP, STAD & LAND
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
Vooroorlogse ontwikkelingen 19de en 20ste eeuw) In de negentiende en twintigste eeuw groeit aan de Ringdijk tussen Bolnes en Slikkerveer de scheeps- en machinebouw uit tot een belangrijke werkgever. In het buitendijkse gebied aan de rivier verschijnen scheepswerven, loodsen, fabriekshallen en kantoren. Arbeiders uit Brabant en Zeeland trekken naar het gebied. Door de groei van inwoners zijn meer woningen nodig. Woningcoöperaties en stichtingen, opgericht door arbeiders zelf en/of kerkelijke of politieke bewegingen, leggen zich toe op het ontwikkelen van woningen voor de arbeiders. Ook werkgevers in de scheeps- en machinebouw, zoals Verolme en Boele, spelen een rol in de ontwikkeling van arbeidershuisvesting. Allereerst concentreert de bouw van arbeiderswoningen zich vooral aan de dijklinten en polderwegen. Aan de Rijksstraatweg en Pruimendijk verrijzen rijtjes arbeiderswoningen. Aan de Donckselaan verrees in 1920 een buurtje met arbeiderswoningen. Aan de Mauritsweg, de verlenging van de Kerkweg van de dorpskern van Ridderkerk tot aan de Rijksstraatweg, bouwde Patrimoniums Woningstichting Rijsoord rond 1920 tenminste vijftig arbeiderswoningen. In Bolnes breidt de woningbouw zich ook uit op de poldervloer van polder Nieuw-Reijerwaard. Hierbij is duidelijk te zien dat de eerste vroege uitleg van het woongebied het langgerekte slotenpatroon volgt.
Ook in de jaren 30 en 40 ontwikkelde Bolnes zich weer verder. Onder andere scheepsbouwbedrijf Verolme financierde in Bolnes de bouw van woningen voor zowel arbeiders als leidinggevenden. De ligging aan de Noord, de Maas en de Waal maakt dat Ridderkerk altijd goed bereikbaar is geweest
over water met aanlegplaatsen en havens voor vrachtverkeer, veerponten en beurtschippers. De beurtvaart was de eerste vorm van openbaar vervoer in het westen van Nederland. De Waal was een levendige waterweg die tot 1934 via een schutsluis in verbinding stond met de Noord en zo een belangrijke rol vervulde in het vervoer van goederen, vee en personen. Na 1934 was de Waal niet meer bereikbaar vanaf de Noord en nam het belang van vervoer over land toe. De havenkom van Ridderkerk was van oudsher via een zijarm om de polder Donkersloot aan twee zijden verbonden met de Noord. Deze watergang werd de Ridderkerkse Haven genoemd. Met de aanleg van een havenkanaal in 1910 kreeg de havenkom een nieuwe directe verbinding met de Noord. De ontwikkeling van moderne infrastructuur over land had grote invloed op de ontwikkeling van het gebied. De Koninklijke Straatweg die langs Zwet en Rijsoord liep werd in 1821 omgevormd tot Rijksstraatweg als onderdeel van het rijkswegennetwerk. De Rijksstraatweg kruiste de Waal bij de brug van Rijsoord. Deze Rijksstraatweg verbond Rotterdam met Dordrecht en maakte onderdeel uit van een internationaal trac� tussen Parijs en Amsterdam. In 1872 werd de Staatsspoorlijn tussen Rotterdam en Dordrecht in gebruik genomen. Inwoners van het gebied profiteerden van het treinstation in Barendrecht.
Vanaf 1900 werd Rijsoord nog beter bereikbaar toen een tramweg werd aangelegd met haltes bij Wevershoek, De Zwaan, de Lagendijk en de Mauritsweg, de brug over de Waal bij Rijsoord en bij ‘De Tol’. Deze stoom- en later elektrische tram was zowel van belang voor lokaal als regionaal personen- en goederen-
17
18
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
DORP, STAD & LAND
“ Aan de Nieuwe Maas ontwikkelt zich de scheeps- en machinebouw. Langs de Waal is de vlascultuur van belang”
Ridderkerk en omgeving. Detail van deTopografische Militaire Kaart, 1850-1864, datum 1850 (Nationaal Archief)
DORP, STAD & LAND
vervoer. De vlasindustrie en akker- en tuinbouw maakten veel gebruik van de trams. Het landelijke karakter van Rijsoord en haar strategische ligging en bereikbaarheid droegen bij aan een bijzondere ontwikkeling vanaf omstreeks 1885. In het kielzog van een Amerikaanse kunstenaar en schilderdocent met wortels in Rijsoord ontwikkelde zich een schilderkolonie in het dorpje. Amerikaanse kunstenaars die langere tijd in Parijs woonden en werkten of door Europa reisden brachten zomers door in Rijsoord. De kunstenaars legden het, naar hun idee, pure en onbedorven Hollandse landleven van het vlasdorpje en haar bewoners vast. Door internationale concurrentie en gebrek aan vlasverwerking tot linnen nam het belang van de vlasteelt en -industrie steeds meer af. De tuinderij nam in het gebied aan belang toe. De neergang van de Rijsoordse vlasindustrie zette door na WO2.
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
schap. Randparken of zogenaamde groene ‘parkways’ en parksingels markeren met hoog- of juist laagbouw als bungalowparkjes de overgangen naar het buitengebied. Deze groen-blauwe hoofdstructuren voegen zich over het algemeen meer naar patronen in het landschap. Ook in deze periode zijn er voorbeelden van door de industrie gefinancierde en/of ontwikkelde woningbouw. Vanaf eind jaren 60 raakten woonerven en kleinschaligere structuralistische woongebouwen meer in zwang. Hiervan zijn enkele noemenswaardige voorbeelden in het gebied te vinden. De stedenbouwkundige opbouw van het naoorlogse woongebied van Bolnes is gefragmenteerd geraakt door herontwikkelingen en transformaties. De glastuinbouw breidde wel verder uit maar vereiste geen grootschalige woningbouw. In tegenstelling tot de groei van Bolnes bleef de naoorlogse groei van Rijsoord beperkt. Ruimtelijk raakten Rijsoord en Oostendam geïsoleerd door de aanleg van de rijksWederopbouwperiode (1945-1965) en Post 65 weg A15/A16 die het Ridderkerkse grondgebied in In tegenstelling tot de neergang van de Rijsoordse vlas- delen splitste. Landschappelijk gezien zijn de door Staatsbosbeheer ontworpen populierenplantages en industrie nam het belang van de scheeps- en machinelanen langs de snelwegen en knooppunten karakterisbouw in Ridderkerk en de regio na WO2 toe. Bolnes werd gestaag uitgebreid. Ten oosten van de Boezemka- tiek.
In het gebied Donkersloot en het Zand ontwikkelt de, die werd getransformeerd tot parksingel, werden woonbuurten ontwikkeld in de geest en stijl van de mo- zich een bedrijvengebied voor industrie en handel. derne tuinstadgedachte. De opbouw van de naoorlogse Vanaf de jaren 80 kreeg de scheeps- en machinebouw woongebieden bestond uit velden met open stempelsteeds meer te maken met internationale concurrentie ensembles met middelhoge en lage bebouwing in een en vielen enkele grote spelers om. Het havenkanaal dat groene setting. Tussen deze ensembles bevonden zich in 1910 is aangelegd wordt afgedamd en het historische havenbekken wordt gedempt. Een nieuwe haven met de typerende groene kernen waarin als losse objecten jachthaven komt omstreeks 1970 gereed. De gorzen scholen, kerken en sportgebouwen staan in een plantworden ontwikkeld tot natuur- en recreatiegebied en soen. De nieuwe stedenbouwkundige ontwerpen neherbergen tevens de rioolzuiveringsinstallatie. geerden veelal de onderliggende patronen in het land-
19
20
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
“ Door de groeiende industrie begint het dorp Bolnes rond 1900 uit te breiden. De groei houdt tot de jaren 70 aan”
Topografische kaart 1950 (www.topotijdreis.nl)
DORP, STAD & LAND
DORP, STAD & LAND
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
en verlegd. Na WO2 heeft hiervoor bij Bolnes veel van de oorspronkelijke lintbebouwing moeten wijken. Ook de Noldijk, Pruimendijk en Waaldijk waren oude oeHet onderzoeksgebied bestaat uit de polders Oud- en verwallen en bedijkingen die de Riederwaard tegen het Nieuw-Reijerwaard waarvan nog fragmenten van polderverkavelingen aanwezig zijn. De ontginningsrichtin- buitenwater moesten beschermen. Door de afdamming van de Waal werden deze dijken echter al in de veergen en begrenzingen onthullen de wordingsgeschiedenis van de polders. In en om deze polders komen een tiende eeuw secundaire polderdijken. Deze dijken hebaantal historische landschappelijke en stedenbouwkun- ben daardoor grotendeels hun historische profiel en dige lijnen bij elkaar. Een groot deel van de cultuurhis- bebouwing kunnen behouden. torisch waardevolle elementen bestaat uit of bevindt De polderdijken zich langs � � n van deze lijnen. De polderdijken vormen de buitengrenzen van een polder. Ze liggen tussen twee poldersystemen in of grenDe rivierdijken en rivieren Langs de hoge zeedijken zoals de Ringdijk en de Oost- zen aan binnenwateren. Ook bij polderdijken concentreert de bebouwing zich aan het dijklint. De polderdijk molendijk, die min of meer het oude trac�van oeverwallen en tiende- en elfde-eeuwse dijken en kaden Lagendijk verdeelt de Riederwaard in de twee gescheivolgen, vestigden zich de eerste bewoners.
Eerst vestig- den polders Oud- en Nieuw-Reijerwaard met beide een den mensen zich op de hoge oeverwallen, rivierduinen eigen kavelrichting. Bebouwing bevindt zich aan de (donken) en zelf opgeworpen terpen. In een volgende zijde van de polder Oud-Reijerwaard vooral op de polfase werden delen zoals rondom nederzettingen, weidervloer. Aan de zijde van de polder Nieuw-Reijerden en akkers, bekaad en bedijkt. Later volgenden gro- waard voornamelijk op en aan de dijk. De Lagendijk liep oorspronkelijk vanaf de Waal tere aaneengesloten stelsels van bekadingen en bedijkingen zoals ringdijken. Langs de dijken ontwikkelden door tot aan de Sint Jorisstraat maar is ter plaatse van het stadscentrum door transformatie grotendeels verzich de lintdorpen met verspreide en aaneengesloten lintbebouwing zoals we die nu kennen. De bebouwing dwenen. Langs het dijklint met historische bebouwing bevond zich op of aan de dijk. Binnendijks bevonden bevinden zich nog fragmenten van het polderlandschap zich boerderijen op de poldervloer. Het buitendijkse en een begraafplaats. De Rijksstraatweg vormt de grens gebied was van oorsprong een dynamisch gebied, waar tussen de polders van Ridderkerk en Barendrecht. de rivier land afzette maar ook land afsloeg. De Pruimendijk, Waaldijk en Noldijk waren voor de In dit buitendijkse gebied aan de rivieren ontwikkel- indamming van de Waal primaire waterkeringen.
Vanaf den zich gorzen, havens en werven. De hoge zeedijken de afdamming van de Waal in de veertiende eeuw werden het secundaire keringen. Deze dijken hebben daarstaan continu onder druk van het buitenwater. In de door grotendeels hun historische profiel en bebouwing loop der jaren werden de dijken verhoogd, verzwaard RUIMTELIJKE TYPERING ONDERZOEKSGEBIED
21
22
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
“ De vlasindustrie rond de Waal verdwijnt na WO2, hier ontwikkelt zich de (glas)tuinbouw. De aanleg van de A15/A16 versterkt de tweedeling van het Ridderkerkse grondgebied”
Topografische kaart 2019 (www.topotijdreis.nl)
DORP, STAD & LAND
DORP, STAD & LAND
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
23
kunnen behouden. Buitendijks langs de oevers van de Waal bevonden zich waterpercelen waar bies, riet en rijshout werd verbouwd en zich de vlasbedrijven vestigden. Toevoer, bewerken (roten in het water) en de afvoer van bewerkt vlas geschiedden allemaal aan de Waal. De Waalweg en het Schalksedijkje maken onderdeel uit van het dijkenstelsel van de Zwijndrechtsewaard. Bijzonder is De Nes, een landtong of eilandje, ontstaan door de meandering van de Waal.
ginningen van de polder Nieuw-Reijerwaard en IJsselmonde. De tussenboezem de Kleine Vliet, die vroeger onderdeel uitmaakte van een molengang, bevindt zich parallel aan deze zijwende. De polder Nieuw-Reijerwaard beslaat een wat groter gebied dan polder OudReijerwaard en is opgedeeld in zes delen of blokken. Voor de ontginning vanaf de Ringdijk is de Kievitsweg de achtergrens en de verbindingsweg tussen de Ringdijk en de Bolnesserkade. De polderweg Donckselaan verbindt de Ringdijk met de Kievitsweg. Zowel de Kievitsweg als de Donckselaan speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van Ridderkerk. Parallel aan de Kievitsweg bevindt zich de kade Hogeweg die de Bolnesserkade verbindt met de Lagendijk. De Kievitsweg en de Hogeweg zijn via de Kruisweg verbonden. Ten zuidwesten van de Hogeweg is na WO2 veel veranderd. Door de aanleg van de Rijksweg A15/A16 en het dubbele knooppunt is de structuur van de polder aangetast. De Voorweg die de Hogeweg met de Rijksstraatweg verbindt en de Krommeweg, gelegen tussen de Voorweg en de Zevenbergscheweg zijn niet meer duidelijk afleesbaar en herkenbaar in het landschap. In de Zwijndrechtsewaard vormt de Langeweg de achtergrens van de ontginning van de polder Strevelshoek.
ke watergangen. In het landgoed van Huys ten Donck is de Blaakwetering opgenomen in de enscenering van het parkontwerp. De hoofdweteringen leidden naar poldermolens, gemalen en polder-boezemsystemen die het polderwater via uitwateringssluizen loosden op het buitenwater. Het polderwater moest vanaf het diepste punt van de polder opgevijzeld worden boven het niveau van het buitenwater. Dit geschiedde via hoge of getrapte boezems zoals de viermolengang van Bolnes.
De polderwegen, kaden en zijwenden Ontginningen van een polder geschiedden vanaf een hoog en droog punt. Vanaf de oeverwallen, rivierduinen en later vanaf de dijken werden sloten gegraven door de ontginners. Dit gebeurde in vrije opstrekken, waar de achtergrens nog niet was bepaald, of in vooraf vastgestelde blokken. De achtergrenzen van de ontginningen worden kaden genoemd. De zijgrenzen worden zijwenden genoemd. Deze kaden en wegen fungeren als wegenstelsel in de polders en benadrukken, gelegen midden in de polders, het weidse karakter van het landschap. Bebouwing, in de vorm van lintbebouwing, komt hier over het algemeen later op gang en is in eerste instantie weinig verdicht. De Oudelandseweg is de kade die is opgeworpen in de polder Oud-Reijerwaard tussen de ontginning vanaf de West-, Middel-, en Oostmolendijk en de ontginning vanaf de Waaldijk/Pruimendijk. Deze kade heeft een wat meer grillig karakter. De Kerkweg is grens tussen de ontginning vanaf de Westmolendijk en de ontginning vanaf de Lagendijk. Deze weg is later verlengd tot aan de Waaldijk. De Bolnesserkade(tegenwoordig Dijkje genaamd) is een zijgrens of zijwende en vormt de grens tussen de ont-
Kreekrestanten, weteringen en polder-boezemsystemen De Blaak en de Blaakwetering zijn waterlopen die hun oorsprong vinden in de kreken van het waddengebied dat aan de inpoldering voorafging. Zij zijn als weteringen, hoofdwatergangen waarop de poldersloten afwateren, in het waterstelsel opgenomen. In de woongebieden zijn ze getransformeerd tot parksingels en stedelij-
Historische kernen en deelgebieden Het buitengebied van Ridderkerk bestaat uit zogenaamde kiemen van oude nederzettingen als buurtschapjes en dorpen van waaruit ontwikkelingen plaatsvonden. Deze kiemen zijn ontstaan en bevinden zich langs de historische lange lijnen. De kiemen en hun historische ontwikkeling wordt in de volgende hoofdstukken beschreven. Het betreft de nederzettingen:
Bolnes Rijsoord & Strevelshoek - Wevershoek - ‘t Zwaantje - Zwet Oostendam - Oude Molen (en Crez� epolder) - Donkersloot - Woude - ‘t Zand - De Gorzen
24
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
WAARDENKAART : HISTORISCHE GEOGRAFIE
DORP, STAD & LAND
WAARDENKAART : HISTORISCHE BOUWKUNST
DORP, STAD & LAND
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
3. INVENTARISATIE EN WAARDERING Tijdens het veldwerk bleek dat er meer waardevolle structuren en objecten waren dan wij hadden verwacht. Om de lees- en bruikbaarheid van de kaart te vergroten zijn samenhangende objecten en structuren gebundeld tot ensembles. Wel is ervoor gekozen de lange lijnen in het landschap als aparte structuren aan te geven. Na bundeling zijn er 43 historisch-geografische en stedenbouwkunstige structuren en 77 panden van een waardering voorzien (zie hoofdstuk 1 voor de waarderingssystematiek en de bijlage voor de bijbehorende tabel). Hierna zijn de panden en structuren beschreven. De beschrijvingen en een overzicht van de inventarisatie zijn in dit hoofdstuk opgenomen. Het bovenstaande heeft geresulteerd in een cultuurhistorische waardenkaart die als bijlage bij dit rapport is gevoegd. Hiernaast is de cultuurhistorische waardenkaart uitgesplitst in twee waardenkaarten, � � n met historische geografie en � � n met historische bouwkunst. Bij historische geografie gaat het om landschappelijke, groene en stedenbouwkundige structuren. Bomen, beplanting, trappen, civieltechnische kunstwerken en andere objecten die van belang zijn voor de historischgeografische structuren zijn in de beschrijving van de structuur benoemd en niet apart op de waardenkaart weergegeven. Bij historische bouwkunst gaat het om panden en andere bouwwerken zoals schuren.
De paarse vlakken betreffen rijksmonumenten, de blau-
we vlakken gemeentelijke monumenten. De rode vlakken betreffen zeer hoog gewaardeerde panden en structuren, de oranje vlakken betreffen hoog gewaardeerde panden en structuren en de gele vlakken redelijk hoog gewaarde panden en structuren. De landschappelijke en stedenbouwkundige structuren zijn met een letter op de kaart weergegeven. Deze letter correspondeert met de letter bovenaan de beschrijvingen van de structuren. De rijks- en gemeentelijke monumenten worden in dit onderzoek niet opnieuw beschreven. Voor een beschrijving en waardering wordt verwezen naar de monumentenlijst.
25
26
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
HISTORISCHE GEOGRAFIE
HISTORISCHE GEOGRAFIE BOLNES
HISTORISCHE GEOGRAFIE BOLNES
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
Deelgebied beschrijving: Bolnes ontleent zijn naam aan het woord ‘nes’ of ‘nisse’ dat landtong betekent. Deze term komt zowel terug in de benaming van Carnisse als Bolnes. Het ‘bol’ in Bolnes verwijst waarschijnlijk naar de rivierduinen (ook wel donken en hoogten) die boven het veen uitstaken of de hoger gelegen oeverwallen. Op de oeverwallen van het riviereiland Riederwaard vestigden zich de eerste bewoners. De eerste elfde-eeuwse bedijkingen van deze waard volgden min of meer het trac� van deze oeverwallen en zo vormde zich de polder Riederwaard. Na overstromingen in de veertiende eeuw, hoogstwaarschijnlijk bij Bolnes en Barendrecht, komt in de vijftiende eeuw de polder Nieuw-Reijerwaard weer boven water. Een aansluitende Ringdijk, van oorsprong een hoge zeedijk, moet het land voor toekomstige overstromingen beschermen en volgt min of meer een middeleeuws trac�uit de elfde eeuw van de oude polder de Riederwaard.
van alle zijden op naar het midden van de waard. De Hogeweg, een oude kade, vormde de scheiding tussen de verkavelingsstructuren van Bolnes en De Zwet . Door ontginningen die leiden tot bodemdaling moet het water van steeds dieper worden opgemalen. Tot de introductie van een stoomgemaal rond 1900 wordt via een polder-boezemsysteem met een molengang van vier poldermolens het water uitgeslagen op de Maas. De Boezem/Kleine Vliet bij Bolnes is het restant van deze molenviergang van poldermolens die het polderwater via een getrapt systeem van boezems leiden naar een kolk onder de ringdijk waar het water via een spuisluis bij laag water loosde op de Maas.
27
BOLNES
De lange historische lijnen in dit gebied zijn de Ringdijk in het noorden, de Bolnesserkade in het westen, de Kievitsweg in het zuiden en de Blaakwetering, een restant van een getijdekreek, in het oosten. Op de grens van Slikkerveer en Bolnes bevindt zich het landgoed Huys ten Donck. In de negentiende eeuw is de Blaakwetering opgenomen in de parkaanleg in de landschapsstijl. De oorspronkelijke percelering van Bolnes kenmerkt zich door een strookvormige opzet die niet veel zal hebben afgeweken van die van de eerste ontginningen van de oude Riederwaard. Vanaf de rivieroevers, waar zich de bewoning concentreerde, strekken de kavels
Bebouwing ontwikkelde zich vanaf de tweede helft van de vijtiende eeuw als een lintdorp langs de Ringdijk, buitendijks bevonden zich de gorzen en later scheeps -en machinewerven en een veerstoep. De scheeps- en machinefabriek van Boele die vanuit Slikkerveer naar Bolnes verhuisde was een van de grootste werkgevers van het dorp vanaf 1854 tot het faillissement in de jaren 80 van de twintigste eeuw. De werven, hellingen en loodsen bevonden zich buitendijks aan de Ringdijk. De aanwezigheid van de fabriek was een stuwende kracht achter de stedenbouwkundige ontwikkeling van het dorp. Met de influx van Brabanders en Molukkers deden andere gezindten hun intrede in het dorp. De oorspronkelijke lintbebouwing is verdwenen door dijkverzwaring en -verbreding in de jaren 70 van de twintigste eeuw. In het buitendijkse gebied bevinden zich, na het verdwijnen van de scheeps- en machinebouw nog steeds voornamelijk bedrijventerreinen.
De Ringdijk en de Benedenrijweg voor de dijkverbreding met buitendijks de ‘werkrivier’ en binnendijks het agrarische karakter.
Oud Bolnes met de binnendijkse vooroorlogse uitbreidingen.
28
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
HISTORISCHE GEOGRAFIE BOLNES
Een deel is in de jaren 90 ontwikkeld tot woongebied. De ontwikkeling van de woongebieden van Bolnes is op te delen in drie fasen. Oud Bolnes ( - 1940) Het oudste deel van Bolnes, Oud-Bolnes, bevindt zich langs en tussen het Dijkje, de Benedenrijweg, Boezemstraat/Majubastraat en De La Reijstraat. Langs het Dijkje/Bolnesserkade bevinden zich nog enkele fragmenten van individuele historische lintbebouwing. Langs het Dijkje loopt tevens de gemeentegrens met Beverwaard (Rotterdam). Ten behoeve van de groeiende scheeps- en machinebouw ontstond sociale woningbouw; de Coöperatieve Bouwvereniging ‘Eigen Haard’ speelde daarin een belangrijke rol. In de aanleg van de eerste uitbreidingen in de jaren 20 en 30 van de negentiende eeuw is het oorspronkelijke verkavelingspatroon goed herkenbaar. Tussen de Boezemstraat en Majubastraat en de Generaal Smutsstraat loopt een groene parksingel. Deze historische watergang is opgenomen in het stedenbouwkundige ontwerp van de woongebieden en vormt als groenblauwestructuur een natuurlijke overgang tussen OudBolnes en de naoorlogse woongebieden ten oosten van deze parksingel.
Wederopbouwgebied (1945-1965) Na WO2 groeide de scheeps- en machinebouw in de regio en werd Bolnes verder uitgebreid naar het oosten van de parksingel en de Generaal Smutsstraat. Het Wederopbouwgebied bevindt zich tussen de Generaal Smutsstraat, de Benedenrijweg en de Noordstraat. Het woongebied werd volgens het tuinstad-
HISTORISCHE GEOGRAFIE BOLNES
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
principe opgebouwd met bebouwingsvelden bestaande uit zowel laagbouw (grondgebonden eengezinswoningen als duplexwoningen) en middelhoogbouw (portiek en galerij) in open en halfopen strokenbouw, haken en stempels in een groene setting. Wijkvoorzieningen als scholen, kerken en verenigingsgebouwen werden, de wijkgedachte volgend, gesitueerd op groene stroken midden in de wijk of aan de randen. Archiefonderzoek toont aan dat architect R. Romke de Vries (1908-1997) tussen 1948-1953 heeft gewerkt aan het Uitbreidingsplan Ridderkerk en Bolnes en daarin woningen, bedrijfsruimten en winkels ontworpen. Het architectenburo Spruit (Spruyt) en Den Butter hebben woningcomplexen in het Muwi systeem gebouwd.
Kievitslaan. Hier slingert de groen-blauwe wig zich in het oosten om de randstructuur van de Rijnsingel en Spuistraat/Markstraat. Dit ensemble van flats in een groene setting creëert de overgang van de stad naar het landschap van de Doncksevelden. In het westen, parallel aan de Kievitsweg, gaat de parksingel over in een groene rand van laagbouw en bungalows aan de Leklaan. Zowel de oostelijke stadsrand (Spuistraat/ Markstraat) als de zuidelijke rand (Leklaan) zijn kenmerkend voor overgangen naar het landschap in deze periode.
Post 65 periode (1965-1980) In de jaren 60 en 70 vond weer verdere uitbreiding plaats. In oostelijke richting tot de flatwijk aan de Rijnsingel/Spuistraat/Markstraat en in de zuidelijke richting tot de Leklaan/Kievitsweg. Een bijzonder ensemble daarbinnen vormt het structuralistische wooncomplex Slingehof bj. 1976, dat geschaard kan worden onder de zogenaamde ‘Experimentele Woningbouw ’68-‘80’. In de stedenbouwkundige opzet van het Post 65 gebied is de zogenaamde interne groen-blauwe wig karakteristiek. De parksingelstructuur takt bij de Maaslaan aan op de parksingel bij de Boezemstraat en meandert richting het oosten tussen de De la Reijstraat en de Noordstraat waar de structuur overgaat in de Rijnsingel. Aan de groen-blauwe wig zijn verschillende gebouwen voor wijkvoorzieningen gesitueerd. De Rijnsingel is vormgegeven als een zogenaamde ‘parkway’. Richting het zuiden takt de Rijnsingel aan op de kadesloot van de
Historische lange lijnen De lange historische lijnen in dit gebied zijn de Ringdijk in het noorden, de Bolnesserkade/Dijkje met boezemsysteem van de Kleine Vliet in het westen, de Kievitsweg in het zuiden en de Blaakwetering, een restant van een getijdekreek, in het oosten. Op de grens van Slikkerveer en Bolnes bevindt zich het landgoed Huys ten Donck aan de Donckseweg. In de negentiende eeuw is de Blaakwetering opgenomen in de parkaanleg in de landschapsstijl.
29
Wederopbouw stedenbouw.
Wederopbouw stedenbouw. Post 65 stedenbouw.
30
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
HISTORISCHE GEOGRAFIE BOLNES
DIJKLINT RINGDIJK / BENEDENRIJWEG (BOLNES) BN_A1 HOGE WAARDE (Donckselaan-Randweg) BN_A2 REDELIJK HOGE WAARDE (Dijkje-Donckselaan)
Historische/karakteristieke objecten Ringdijk nr. 534 & 536 vermoedelijk dienstwoningen (1955) Ringdijk nr. 538 vermoedelijk dienstwoning (1946) Laantje nr. 2 boerderij/kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente (1900 - sloopvergunning verleend) Benedenrijweg 166 Benedenrijweg x Randweg Stuw Gusto (WSHD 19455ST) Op binnendijktalud t.h.v. Randweg Hevel Gusto (WSHD 04801HE) Op binnendijktalud t.h.v. Bothastraat 9 Hevel (WSHD 16539HE)
De Ringdijk in Bolnes met links de gebouwen van Scheepsbouwer Boele, rechts de hoge boezem en de schoorsteen van het stoomgemaal
Ringdijk met hoge boezem aan de voet van de dijk.
Oorspronkelijke functie: Huidige functie: Elementen: Beplanting:
Periode:
Hoge zeedijk Dijklint en waterkering Dijk, dijktrappen, restanten dok aanlegplaatsen en civiele kunstwerken Laanbomen als lijsterbes, es, vleugelnootboom, griendbos/wilgenhakhout, gemengd bosplantsoen, gemengd assortiment parkaanleg Huys ten Donck Bedijking Nieuw-Reijerwaard ca 15de eeuw, grotendeels 11de -eeuwse trac� volgend, dijkverzwaring in de jaren 70 van de 20 ste eeuw
Beschrijving: De Ringdijk is van oorsprong een hoge zeedijk en volgt grotendeels het Middeleeuws trac� uit de elfde eeuw. Na overstromingen in de veertiende eeuw komt in de vijftiende eeuw de polder NieuwReijerwaard weer boven water door bedijkingen. Op en aan de Ringdijk en aan de Benedenrijweg ontwikkelde zich een dijklintdorp. Buitendijks bevond zich eerst voornamelijk gorzenland en later scheeps- en machinewerven. Met de komst van scheepswerf en machinefabriek Boele vanuit Slikkerveer naar Bolnes in 1896 groeide het dorp gestaag. Buitendijks bevond zich ook een voetveer naar het eiland de Groote Zaag waar zich ook industrie had gevestigd. Aan de voet van de Ringdijk bevindt zich een teensloot. Deze valt ter hoogte van de Markstraat samen met de Blaakwetering. Binnendijks is het landgoed Huys ten Donck beeldbepalend.
Dijkje - Donckselaan Binnendijks langs de Ringdijk en Benedenrijweg nam de bebouwing met de groei van de scheepsbouw toe. In de jaren 70 van de twintigste eeuw wordt de dijk verzwaard. De historische en vroeg naoorlogse lintbebouwing wordt afgebroken. De voet van de dijk wordt verplaatst en zo komt de Benedenrijweg langs de loop van de Blaakwetering te liggen. Nog slechts enkele historische gebouwen aan de Ringdijk en de Benedenrijweg zijn hiervan over. Dit betreft de buitendijkse dienstwoningen op het terrein van Boele (Ringdijk nr. 534, 536, 538) en een boerderij/voormalig kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente (Laantje nr. 2) waarvoor sloopvergunning is verleend. Ter hoogte van het gemaal Oud- en Nieuw-Reijerwaard aan de Bothastraat 9 bevindt zich een hevel uit 1970 (WSHD 16539HE ) die
HISTORISCHE GEOGRAFIE BOLNES
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
het water uitlaat via een geduikerde waterloop in de Nieuwe Maas. Hier bevond zich tot de aanleg van het moderne pompgemaal een uitwateringssluis die met laag water natuurlijk loosde op het buitenwater. Ter hoogte van het Gemaal Oud- en Nieuw-Reijerwaard en de Wilheminastraat bevinden zich stenen dijktrappen. Een restant van een aanlegplaats bevindt zich aan de voet van het appartementengebouw aan de Ankerplaats 1. Langs de Benedenrijweg zijn in de bermen rijen essen, lijsterbes en een vleugelnootboom aangeplant. De singelbeplanting van het woongebied tussen de Majubastraat en de Rijnsingel draagt bij aan het groene karakter van de Benedenrijweg.
via een geduikerde watergang nu uitwatert via de stuw (WSHD 19455ST ) en hevel GUSTO (WSHD 04801HE).
Donckselaan - Randweg Tussen de Donckselaan en de Randweg ter hoogte van het landgoed Huys ten Donck heeft de Ringdijk het meest haar historische profiel behouden. De dijk heeft hier een smalle weg op de kruin en steile groene grasen kruidentaluds aan de binnen- en buitendijkse zijde. Tegenover het landgoed Huys ten Donck bevinden zich buitendijkse graslanden, het buitenbos, met opgaand bosplantsoen en een griendbos met wilgenhakhout. Binnendijks aan de voet van de dijk op polderniveau bevindt zich de Benedenrijweg. Op de hoek van de Randweg en de Benedenrijweg bevindt zich een stuwtje en een hevel, vermoedelijk uit 1970, die het water uitlaat via een buitendijkse uitmonding. Hier bevond zich vroeger een in- en uitwateringssluisje. Op de hoek van de Donckselaan en de Benedenrijweg bevond zich ook een in- en uitwateringssluisje in de omgrachting van het landgoed die direct uitwaterde op de Nieuwe Maas. Deze is vervangen door een die
31
De parkaanleg van Huys ten Donck geeft hier de Ringdijk en Benedenrijweg haar statige groene karakter. Het buitendijks gelegen buitenbos, griendbos en weilanden met hakhout als wilg en populier dragen samen met het groene dijktalud bij aan het landelijke karakter.
BN_A1 Hoge waarde (Donckselaan - Randweg) Motivering: Ontstaansgeschiedenis, sam enhang en context, zichtbaarheid Van zeer hoge waarde door de relatie met de ontginnings- en waterstaatkundige ontstaansgeschiedenis van Ridderkerk; door de cultuurhistorische samenhang tussen de dijkstructuur, de groenstructuren en de landgoedbiotoop van Huys ten Donck, de bijdrage aan de ruimtelijke beleving door het historische groen en landelijke karakter.
Ringdijk t.h.v. woningen nr. 534 en 536. Onderaan de dijk uiterst rechts de witte historische boerderij uit 1900 aan het Laantje 2 (volgens BAG sloopvergunning).
BN_A2 Redelijk hoge waarde (Dijkje- Donckselaan) Motivering: Ontstaansgeschiedenis, sam enhang en context, zichtbaarheid Van redelijke waarde door de relatie met de ontginnings- en waterstaatkundige ontstaansgeschiedenis van Ridderkerk.
Boerderij uit 1900 aan het Laantje 2, deed dienst als kerkgebouw
voor de Gereformeerde Gemeente
32
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
HISTORISCHE GEOGRAFIE BOLNES
Haventje en uitwateringsgeul ten oosten van het Buitenbos ter hoogte van de Gusto werf
Zicht op de Benedenrijweg vanaf het woongebied aan de Transvaalweg met singelbeplanting langs de Blaakwetering.
Ringdijk t.h.v. Huys ten Donck bij het buitenbos en het griendbos.
De Donckse Haven behorende bij Huys ten Donck
De Donckse Haven behorende bij Huys ten Donck gezien vanaf de Nieuwe Maas
Benedenrijweg t.h.v. Huys ten Donck en Donckse Velden.
HISTORISCHE GEOGRAFIE BOLNES
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
33
BN_B1/2 DIJKJE/BOLNESSERKADE BN_B1. HOGE WAARDE (Ringdijk - S105) BN_B2. REDELIJK HOGE WAARDE (S105 - A16)
Oorspronkelijke functie: Huidige functie functie: Elementen: Beplanting: Periode:
Kade, zijwende en poldergrens Kade en wandelpad Kade, vliet, kavelsloten, lintbebouwing Grastalud, groene slootranden, knotessen, knotpopulieren, sorbus, gemengd bosplantoen, populierenlaan, zeeden (Dijkje 69), atlasceders (Dijkje 77, 79) paardenkastanjes en els (t.h.v. Dijkje 151), aanzicht van privaat groen Vanaf ca 15de eeuw polder-boezemsysteem
Beschrijving: De lijn Dijkje/Bolnesserkade is � � n van de lange historische lijnen in het gebied. De Bolnesserkade is een zogenaamde zijwende. Dit is een kade die een begrenzing vormt van een ontginningsblok parallel aan de slotenverkaveling. Een begrenzing van een ontginning loodrecht op de ontginningsrichting wordt achterkade genoemd. Deze zijwende scheidt de Ridderkerkse polder Nieuw-Reijerwaard van de polder Het Nieuwland en polder Oost-IJsselmonde (grondgebied gemeente Rotterdam). Langs een zijwende loopt vaak een vliet, dit is een hoofdwatering die parallel aan de zijwende loopt. Dit in tegenstelling tot een wetering, waarop de ontginningssloten dwars uitkomen. Uit bronnen blijkt dat tenminste vanaf de zeventiende eeuw een molendriegang is geïntroduceerd om het water uit dit deel van de polder via de boezem en een uitwateringssluis uit te slaan op het buitenwater van de Maas. Het eerste deel van deze molengang met ondermolen bevond zich ten zuiden van de Kievitsweg. De lage en hoge boezem en midden- en bovenmolen bevonden zich ten noorden van de Kievitsweg tussen de Kruisweg en de Ringdijk. Tot 1900 had de Bolnesserkade een agrarisch karakter. Bolnes was een dijklintdorp waar de bebouwing zich concentreerde aan de Ringdijk. De kade lag landelijk gelegen tussen de open
polders precies op de grens van IJsselmonde en Ridderkerk. Vanaf 1900 groeide bebouwing op en aan de kade vanaf de kruising met de Ringdijk. De huidige historische bebouwing betreft voornamelijk eenlaagse vrijstaande woningen en projectmatige rijtjes arbeiderswoningen gebouwd tussen de jaren 20 en 50 van de vorige eeuw. Vanaf de Ringdijk gezien is de kade tweezijdig bebouwd. Vanaf de kruising met de Joubertstraat heeft de Rotterdamse zijde een groener en open karakter en grenst aan een watergang met groene oever en grastalud. Vooral het deel tussen het Keppelland en de De la Reijstraat heeft een kleinschalig en groen karakter door historische bebouwing (Dijkje 91 t/m 113) met voortuinen voorzien van ligusterhagen en de vrijstaande woningen met lage tuinmuren en enkele beeldbepalende bomen als zeeden (Dijkje 69) en atlasceder (Dijkje 77, 79. Op het Rotterdamse grondgebied staan knotessen langs de sloot. Vanaf de kruising met de Oude Watering (op Rotterdams grondgebied) heeft de kade een meer meanderend verloop, wordt de bebouwing ijler en het karakter groener met knotpopulieren op het Rotterdamse grondgebied. De percelen van de (vrijstaande en twee-onder-een-kap) woningen worden aan de achterzijde begrensd door water. De strook open schapenwei-
Dijkje met sloten nog aan beide zijden.
Dijkje met sloot langs de woningen gedempt.
34
CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART BUITENGEBIED RIDDERKERK
HISTORISCHE GEOGRAFIE BOLNES
Woningen en bedrijven worden middels bruggen over de Kleine Vliet ontsloten. Aan de zijde die grenst aan Rotterdam is de kade beplant met opgaand gemengd bosplantsoen, aan de Ridderkerkse zijde staan rijen populieren.
Huidige situatie Dijkje met rijtjes historische arbeiderswoningen.
de tussen het Dijkje en de wijk Waterland (ca. 2010) draagt bij aan het agrarische karakter, de solitaire els in de weide en twee paardenkastanjes (Dijkje nr. 151) zijn beeldbepalend. Het deel vanaf de kruising van het Dijkpad/Kievitsweg tot de S105 heeft een gemengd halfopen kleinschalig karakter. Het IJsselmondse deel is hier dichter bebouwd waarbij de jonge rijtjes bebouwing met hun achterkanten grenzen aan het Dijkje. Het Ridderkerkse deel is juist groener en opener. Op Dijkje nr. 163B bevindt zich het ondergemaaltje (bj. 1960). Vanaf de S105 tot aan de A16 grenst de Bolnesserkade aan open grootschalig akker- en tuinbouwgebied. Het water van de Vliet is hier meer zichtbaar.