Cultuurhistorisch onderzoek
Tekst van het document
II. - Vanwege de ruimtelijke kwaliteit. III. - Vanwege dendrologische aspecten (monumentale bomen). - Is essentieel onderdeel van een cultuur- en tuinhistorisch complex dat van lokaal belang is. - Vanwege de situering aan de historische lange lijn Lagendijk. - Voor het aanzien van de omgeving. IV - Als herinnering; het stenen archief van de lokale bevolking. B. Uitbreiding 1930: Hoge monumentwaarde I. - Bijzondere herinneringswaarde vanwege WO 2 monument. II. - Vanwege het oeuvre van gemeentearchitect H.J. Hardeman en gemengde geometrische stijl. - Vanwege de samenhang van gebouw (aula), hekwerk en tuin- aanleg. - Vanwege de ruimtelijke kwaliteit. - Vanwege dendrologische aspecten (monumentale bomen). III. - Is essentieel onderdeel van een cultuur- en tuinhistorisch com- plex dat van lokaal belang is. - Vanwege de situering aan de historische lange lijn Lagendijk. - Voor het aanzien van de omgeving. IV. - Als herinnering; het stenen archief van lokale bevolking. Winnende ontwerp van het WO 2 monument in 1940 van kunstenaar P.J. de Jong. (Stadsarchief Rotterdam) Rusthof totaal I. Algemene hist. waarde II.Tuinhistorisch e waarde III. Ensemble waarde IV.Waarde van de gebruikshistorie Deel A 7 1 2 3 1 Deel B 8 1 4 2 1 35 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK Het uitgevoerde monument zoals onthuld in 1949.
In 1991 is tevens een plaquette toegevoegd voor slachtoffers in Nederlands -Indië. (Collectie Stadsarchief Rotterdam) Uitwerking ontwerp van kunstenaar P.J. de Jong en stadsarchitect H.J. Hardeman. (Stadsarchief Rotterdam) Het beeld van de treurende vrouw wordt toegeschreven aan de kunstenares Aleida C. (Lidi) (Buma -) van Mourik Broekman. 36 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN RU STHOF Hier volgen conclusies en aanbevelingen voor het gehele complex en de verschillende aspecten afzonderlijk. Bij de aanbevelingen is een prioritering aangebracht vanuit cultuurhistorische en ruimtelijke overwegingen. Het is uiteraard denkbaar dat lokale ontwikkelingen, zoals stedenbouwkundige transformatie of civieltechnische werkzaamheden, leiden tot een andere prioritering. Gezien de sensitiviteit van de functie van het complex als be- graafplaats geldt nadrukkelijk dat voor alle aanbevelingen nader onder- zoek, overleg en gesprekken met de beheerder, historische verenigingen en andere directe en indirecte belanghebbenden en experts nodig zijn om ver- der inzicht en richting te kunnen geven aan eventuele toepassing / uitvoe- ring van de aanbevelingen. Algemene conclusies Begraafplaats Rusthof is voor Ridderkerk van hoge cultuurhistorische waarde. Het ontwerp is in de loop der jaren aangepast en veranderd.
Dit heeft zowel positieve als negatieve effecten op de waarde en kwa- liteit van het complex. Met grote zekerheid is vast te stellen dat het ontwerp voor de uitbrei- ding van 1930 van de hand is van architect H.J. Hardeman. Waar- schijnlijk is de architect daarbij ondersteund of geadviseerd door een tuinarchitect en/of hovenier/kweker. De architect en later tevens direc- teur van Gemeentewerken heeft vanaf de jaren 20 van de 19e eeuw tot aan zijn pensioen in 1960 zijn stempel gedrukt op Ridderkerk. Veel van zijn beeldbepalende werken uit de vooroorlogse en weder- opbouwperiode zijn gesloopt. Behoud van zijn werken op dit complex en aandacht voor architect H.J. Hardeman en zijn oeuvre is daarom van lokaal belang. Een informatiebord of plaquette bij de aula of in- gang kan informatie verschaffen. De stedenbouwkundige overgangen naar de omgeving verdienen aandacht. Doordat de kavelsloten zijn verdwenen en een schaal- sprong in de verkaveling en omringende bebouwing plaatsvond, zijn de overgangen aan de noordwestelijke en noordoostelijke zijde (Ridderhof) abrupt en hard. De samenhang met de belendende be- bouwing, Lagendijk 54 en Lagendijk 60, is mede bepalend voor de cultuurhistorische waarde en ruimtelijke kwaliteit. AANBEVELINGEN EN SUG GESTIES Groen & Blauw 1.
Vanwege de hoge monumentwaarde van het complex (zowel deel A en deel B) komt de historische groenaanleg in aanmerking voor aan- wijzing als gemeentelijk groen monument. Dit heeft betrekking op de padenstructuur, de grafvelden, de groen- en waterstructuur, de beeld- bepalende beplanting en het materiaalgebruik. Bij de overweging de historische groenaanleg aan te wijzen als monument dient te worden afgewogen of een beschermde status noodzakelijk en wenselijk is. 2. Bij aanwijzing als groenmonument dient een groenvisie en groenbe- heerplan te worden opgesteld. Bij opstelling van de visie en het be- heerplan, maar ook in het algemeen kan met de volgende aspecten rekening worden gehouden. Voor het gehele complex geldt dat de groenaanleg een samenhangend geheel moet (gaan) vormen. Bij onderhoud en vervanging van de beplanting, struiken, heesters en bomen, is behoud en reconstructie van het beeld van gemengde stijl van interbellum zoveel mogelijk leidend. Daarnaast is ook de symbo- 37 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK lische waarde van beplanting in de funeraire cultuur een afweging. Bij grafvelden zijn stinzenplanten aangetroffen, zij dragen bij aan de natuurlijke uitstraling. Het is te overwegen inheemse stinsenplanten te stimuleren door verspreiding van bollen en zaden.
Een integraal onderdeel van de groenvisie en het groenbeheerplan is een bomen- vi sie en/of boombeheerplan (zie volgend punt). Wij adviseren in het belang van de biodiversiteit waar mogelijk autochtoon en biologisch geteeld plant- en zaaigoed te gebruiken. Staatsbosbeheer beschikt over dit materiaal en kan hierbij adviseren: https://staatsbosbeheer.nl/ over-staatsbosbeheer/dossiers/zaden-en-plantmateriaal. 3. Bij aanwijzing als monument van het complex dient een nader bomen- onderzoek plaats te vinden. Hierdoor kunnen ook individuele bomen in aanmerking komen voor een beschermende status en/of worden opgenomen op de lijst van beschermende en beeldbepalende bomen van de gemeente. Het opstellen van een boombeheerplan is hierbij van belang. Bij boombeheer is groeiplaatsbeheer en/of verbetering van belang. Bladafval bij voorkeur laten liggen op boomspiegels. Eig en bladafval composteren t.b.v. bomen en plantenborders. 4. Het entreegebied, waar nu blokhagen een groene buffer vormen tussen het openbare gebied en de begraafplaats, verdient aandacht. In het oorspronkelijke plan van Hardeman bevonden zich bij de entree zogenaamde parterres. Decoratieve kniphagen in een carré met daarin waarschijnlijk grind of split en sierbeplanting. Herstel van dit beeld, met tevens een passend sierhekwerk, kan bijdragen aan de kwaliteit van het entreegebied en de herkenbaarheid.
Een andere meer eigentijdse inpassing met respect voor de historie is echter ook denkbaar. 5. Water, in de vorm van de bestaande en verbrede kavelsloten, maakte deel uit van het ensemble en bepaalde de kwaliteit van de overgang naar de omgeving. Onderzoek naar (deels) herstel van de kavelsloten, als verzachting van de overgang aan de zijdes richting de Ridderhof, wordt aanbevolen. Behoud van de teensloot t.h.v. Lagendijk nr. 60 is van belang. Aan de Frans Halsstraat is de sloot geduikerd. 6. De natuurwaarde van de begraafplaats is niet onderzocht. De relatieve waarde van begraafplaatsen t.o.v. de omgeving is vaak hoog door de ouderdom en variëteit van de beplanting en de geringe ver - storing van het complex. Een onderzoek naar de natuurwaarde van het complex kan inzicht geven in de te treffen maatregelen voor de instandhouding en bevordering van biodiversiteit. Rood 1. De aula uit 1930 is in onbruik geraakt. Alhoewel beschermd als ge- meentelijk monument, is een leegstaand bouwwerk kwetsbaar voor verval en aantasting. Tijdens het bezoek voor veldwerk leek het alsof de aula in gebruik was als opslagplaats. Wij geven ter suggestie mee onderzoek te verrichten naar een nieuwe passende (bijeenkomst-) functie voor de aula. 2. Inrichtingselementen als hekwerken, bankjes, verlichting en prullen- bakken en dergelijke verdienen aandacht.
Ze dienen passend te zijn bij de historische uitstraling van het complex. Dit geldt ook voor inrich- tingselementen bij de entree van het complex zoals de metalen hek- werken voor het oudste deel. Een sierhekwerk is hier passender en dient onderdeel uit te maken van het gemeentelijke monument. Het eigentijdse hekwerk langs het oudste deel dient in overeenstemming met het historische hekwerk te worden gebracht. Van oudsher zijn be- graafplaatsen plekken van rust en contemplatie. Zitgelegenheden en 38 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND een uitnodigende entree kan omwonenden en passanten uitnodigen de plek op gepaste wijze te gebruiken. 3. Wellicht zijn er nog bouwkundige sporen en voorwerpen aanwezig op het terrein en in de aula (bijvoorbeeld van de grafdelver) met cultuur- historische waarde. Gesprekken met de beheerders en historische verenigingen kunnen helpen bij het opsporen en waarderen hiervan. Grijs 1. In dit onderzoek is een algemene inventarisatie van de graftekens gemaakt. Er is geen complete inventarisatie en beschrijving van alle historische graven gemaakt. Alhoewel verval van oude graftekens en grafmonumenten bij kan dragen aan het historische karakter en de beleving, is het in beeld brengen van de technische staat ervan van belang.
Aanbevolen wordt om dit nader in kaart te brengen zodat visie en beleid op onderhoud en beheer van cultuurhistorisch waarde- volle graven en/of grafvelden kan worden gemaakt. Op basis van dit onderzoek kan bepaald worden welke graven onder eventuele be- scherming vallen. 2. Het is aan te bevelen de inventarisatie en beschrijving van graven online openbaar toegankelijk te maken. De lokale geschiedenis kan hierdoor levend worden gehouden en makkelijker worden ingezet bij educatie en onderzoek. Een mooi voorbeeld is de website van de Oude Begraafplaats van Gouda. http://www.oudebegraafplaatsgouda.nl/ 3. Voor onderhoud en beheer van WO 2 grafmonumenten en de beleidsmatige en juridische aspecten verwijzen wij naar de Beleidshandreiking beheer en behoud oorlogsmonumenten die als onderdeel van het rijksprogramma Erfgoed van de Oorlog door het Nationaal Comité 4 en 5 mei is ontwikkeld. https://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/oorlogsmonumenten/ beheer_en_behoud/beheer_en_behoud_vervolg 39 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK BEGRAAFPLAATS VREDEHOF Onderzoeksgebieden begraafplaats Rusthof en Vredehof zijn gelegen aan en tussen twee historische lange lijnen: het dijklint L agendijk met agrarisch en dorps karakter en de wetering en kreekrestant Blaak die als parksingel is opgenomen in de nieuwe naoorlogse woon gebieden. 40 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND 4.
BEGRAAFPLAATS VREDEH OF Lagendijk 112-114 Stichting 1953 ONTSTAANSGESCHIEDENI S Begraafplaats Vredehof is in 1954 in gebruik genomen. EERSTE FASE 1947-1954 Het naoorlogse uitbreidingsplan van de gemeente voorzag in de naoorlogse periode in de bouw van 2020 woningen. Ook voor de doden was ruimte nodig. In 1947 werd een onteigeningsontwerp vastgesteld ten behoeve van een begraafplaats in Ridderkerk. Met vooruitziende blik werden in 1948 de woningen aan de Lagendijk nummers 114, 116, 118 en 120 onteigend voor toekomstige uitbreidingen. Op de plek van de huidige begraafplaats bevonden zich naast de gemeentekwekerij verschillende tuindersbedrijven van de families Waal, Wingerden, Van Pelt en Vught. De eigenaren werden na de onteigening huurders. Opa Van Pelt betaalde bijvoorbeeld f. 5,- per week voor de huur van nummer 116. Deze woning is tot de sloop in de ja- ren 80 ook nog in gebruik geweest als onderkomen voor het personeel van de begraafplaats. Een tekening uit 1949, ondertekend door de gemeentear- chitect en tevens directeur gemeentewerken H.J. Hardeman, toont de be- oogde gefaseerde aanleg van de begraafplaats. De begraafplaats zou in drie delen worden uitgevoerd. De eerste uitbreiding zou naar verwachting 6 jaar later plaatsvinden. De aanleg van het laatste deel werd naar verwach- ting 12 of 16 jaar na de eerste aanleg voorzien.
In 1949 wordt de opdracht voor het ontwerp gegund aan tuinarchitect J. Vroom jr. uit Glimmen. J. Vroom jr. is bekend om zijn tuinen voor psychi- atrische instellingen en begraafplaatsen. In een schrijven uit 6 januari 1949 biedt de tuinarchitect aan om “een honorarium te berekenen naar vooroor- logse tarieven” na te zijn geïnformeerd dat de andere leden van de Bond van Nederlandse Tuinarchitecten dit ook doen. J. Vroom jr. bood in zijn schrijven tevens een korting aan van 15% op zijn honorarium als de beplan- ting bij zijn eigen kwekerij werd aangekocht. In juli 1949 is het ontwerp van J. Vroom jr. gereed. De opdracht bestond uit een totaalontwerp voor de hele begraafplaats en een deelplan van de eerste fase. Bij de plantekeningen en ruimtelijke impressies wordt ook een voorlopig beplantingsplan geleverd. Gemeentearchitect H.J. Hardeman ontwerpt de bouwwerken als aula, hek- werken en de zonnewijzer. In 1950 wordt bij raadsbesluit, om verwarring tussen beide begraafplaatsen te voorkomen, de oude begraafplaats officieel de naam “Rusthof” gegeven en de nieuw aan te leggen begraafplaats de naam “Vredehof” gegeven. De katholieke gemeenschap in Ridderkerk groeit en ijvert voor een eigen kerk. Na 30 jaar in de Theresiakapel aan de Donckselaan wordt in 1960 de katholieke Sint Joriskerk in gebruik genomen. In 1952 verzoekt de Vincenti- usvereniging, namens excelentie Mgr. H.P.
Huibers, bisschop van Haarlem, de gemeente Ridderkerk een deel van de nieuwe begraafplaats te reserve- ren voor de rooms-katholieken. Een overeenkomst met de Stichting Parochi- aal Centrum te Ridderkerk, over de bestemming van een gedeelte van de begraafplaats voor rooms-katholieken, wordt gesloten. In 1954 wordt de eerste fase van de begraafplaats, inclusief rooms- katholiek deel, opgeleverd. 41 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK Impressies van de entree met aula en waterpartij (ongedateerd / J. Vroom jr. / Stadsarchief Rotterdam). Het ontwerp van J. Vroom richt zich nadrukkelijk op de Lagendijk met een uitnodigend maar toch statig ensemble van bomenlaan, waterpartij en wandelpaden. Het plan is alleen uitgevoerd met het deel van de waterpartij loodrecht op de aula. De slinger parallel aan de d ijk is nooit uitgevoerd. Het open en uitnodigende karakter van de entreepartij zoals J. Vroom jr. zich voorstelde is niet terug te vinden in de huidig e situatie. 42 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND TWEEDE FASE UITBREIDING 1963 Ridderkerk bouwt in de jaren 60 flink door. Het uitbreidingsplan van de ge- meente Ridderkerk bevat woningbouw in Slikkerveer-West, Ridderkerk-Oost en er wordt gestudeerd op een uitbreidingplan voor Bolnes-Zuid. Met de groei van inwoners groeit ook de druk op en behoefte aan publieke voorzie- ningen en publieke werken.
Het investeringsprogramma van 1962 voorziet naast uitbreiding van de waterzuivering en een nieuw zwembad ook in uit- breiding van de begraafplaats. Een uitbreiding aan de achterzijde van de begraafplaats, naar het ontwerp van J. Vroom jr. wordt gerealiseerd. DERDE FASE JAREN 70 EN 80 In de jaren 70 en 80 breidt Ridderkerk zich verder uit in Bolnes, Slikkerveer en Drievliet. De begraafplaats wordt in verschillende stappen uitgebreid naar het plan van J. Vroom jr. De voormalige tuinderswoningen worden afgebroken en de begraafplaats breidt zich uit richting de rijksweg. In de jaren 80 wordt een rouwcentrum gebouwd. In de laatste uitbreiding van de begraafplaats wordt een deel gereserveerd voor islamitische graven. LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE CONTEXT Begraafplaats Vredehof bevindt tussen belangrijke historische landschappe- lijke lijnen: de Lagendijk , de Blaak en de Hogeweg. De Lagendijk vormde de scheiding tussen de Polders Oud en Nieuw Reijerwaard, verbond de Waal met de Ringdijk en was daardoor een belangrijke route. Ter hoogte van de dorpskern, waar de oude begraafplaats Rusthof is gesitueerd, ging de Lagendijk over in de Sint Jorisstraat. De begraafplaats is gelegen op de poldervloer van Polder Nieuw Reijerwaard.
Het kreekrestant de Blaak is met Met het oog op de gestage uitbreiding van woongebieden in Ridderkerk wordt voorzien in een plan dat in delen wordt uitbreid (Stadsarchief Rotterdam). Het gele deel wordt als eerste aangelegd, het blauwe deel wordt voor 6 jaar daarna gepland en het derde rode deel na 12 jaar. 43 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK Situatie van door de gemeente aangekochte percelen in 1948 (Stadsarchief Rotterdam). De percelen met opstallen zijn gekocht van tuindersfamilies, de Cooperatieve pootaardappelbe- waarplaats van Ridderkerk en de Polder Oud -en Nieuw Reijerwaard. Aan het begin van de 20e eeuw lag het plangebied nog in een overwegend agrarisch gebied buiten de bebouwde kom. 44 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND de inpoldering van de Polder Nieuw Reijerwaard in de 15e eeuw als wete- ring opgenomen in het watersysteem van de polder. Een teensloot aan de voet van de Lagendijk vormde de overgang van de dijk naar de poldervloer. Via loopplanken, dammen en bruggen over de teensloot werden de boeren- stedes en percelen ontsloten. De Hogeweg is een oude polderweg met weg- sloot die onderdeel uitmaakt van de oorspronkelijke polderverkaveling en de Lagendijk verbond met Bolnesserkade. Ten noorden van de Hogeweg bevond zich een sluis die de sloot langs de Hogeweg verbond met de teen- sloot ten zuidoosten van de Lagendijk.
De oude gemetselde heul van deze sluis is nog zichtbaar. EERSTE FASE 1950 Rond de jaren 20 had de omgeving van de Lagendijk een overwegend open en agrarisch karakter. Het was een gebied met (vlas-)boeren en tuinders getuige de archiefstukken en minuutplans. Het grondgebruik aan de Lagen- dijk in Nieuw Reijerwaard bestond uit bouwland en weiland. Aan beide zij- den van de dijk bevond zich een teensloot. De verkaveling bestond uit smal- le diepe percelen gescheiden door sloten die tot over de Blaak doorliepen tot de Kruisweg. Deze polderweg verbond de Hogeweg met de Kievitsweg. Aan beide zijden van de dijk was het gebied open. Er bevonden zich nog weinig woningen. In de loop van de jaren 20 en 40 vestigden zich in het gebied rond de Hogeweg steeds meer tuinders. Er verschenen tuinderswo- ningen, loodsen en kassen. Ook de gemeentelijke kwekerij was hier gesitu- eerd. Aan de bocht van de dijk werden drie percelen met tussenliggende sloten, bestaande uit weiland en bouwland, aangekocht van de polder Nieuw Reijerwaard en verschillende tuindersfamilies. Parallel aan de Hoge- weg komt een nieuwe verbindingsweg die Rotterdam verbindt met Dor- drecht. De eerste fase van de begraafplaats volgde de oorspronkelijke verkavelings- richting van de polder. De begrenzing van de begraafplaats wordt gevormd door een kavelsloot.
Tussenliggende kavelsloten en teensloot ter hoogte van de begraafplaats werden gedempt en de begraafplaats wordt opgehoogd. Ruimtelijk vormt de kavelsloot een buffer tussen de omgeving en de be- graafplaats. De begraafplaats wordt omgeven door landelijk gebied. TWEEDE FASE UITBREIDING 1963 In 1963 wordt de begraafplaats uitgebreid in noordwestelijke richting tot aan de Blaak. De polderslotenbegrenzing blijft behouden. Er bevinden zich overwegend tuinderijen rondom de begraafplaats. Aan de Lagendijk aan de zijde van polder Oud Reijerwaard neemt de bebouwing toe en vormt steeds meer een aaneengesloten lint met gemengd karakter. DERDE FASE 1970-1980 In de jaren 70 breidt Ridderkerk-West zich verder uit tot aan de Hogeweg. Aan de achterzijde van de begraafplaats ten noordwesten van de Blaak grenst de begraafplaats nu aan een woonwijk met laagbouw die aan de Hogeweg wordt beëindigd met een groene rand met hoogbouw. De Blaak krijgt de inrichting van een groene parksingel en in de noordoostelijke rand wordt een wandelpad langs de begraafplaats aangelegd die de Lagendijk verbindt, via een brug over de Blaak, met de achterliggende woonwijk. In de noordwesthoek wordt een pompgemaal gebouwd. 45 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK Op de Polderregelementskaart uit 1958 is de eerste aanleg van de begraafplaats te zien. De begraafplaats is verhoogd.
De waterpartij is ook aangegeven, deze maakt geen deel uit van het polder -boezemsysteem. De begraafplaats werd in 1954 in gebruik genomen. In de omgeving van de begraafplaats bevon- den zich tuindersbedrijven. 46 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND HUIDIGE SITUATIE Vanaf de Lagendijk gezien heeft de omgeving van de begraafplaats nog steeds een enigszins dorps en landelijke uitstraling door het karakter van de bebouwing aan weerszijden van de begraafplaats, bestaande uit een boer- derij uit 1900 en een oude tuinderswoning uit 1920. De kleinschalige vrij- staande bebouwing aan de zuidoostelijke zijde van de Lagendijk heeft een dorps en residentieel karakter. INVENTARISATIE & BES CHRIJVING Het ontwerp van de begraafplaats is van de bekende tuinarchitect Jan Vroom jr., actief tussen 1911 en 1958. Hij was de 4e generatie van een be- kende familie van tuinarchitecten. Vroom sr. is bekend om zijn ‘slingertuinen’, lusthoven bij Groningse herenboerderijen. Vroom jr. nam de activiteiten van zijn vader over en voegde aan zijn ontwerppraktijk een eigen kwekerij toe in 1919. De kwekerij ‘Bonte Hoek’ is tot 2016 in bedrijf ge- weest. Zijn oeuvre is zeer bekend door de tuinaanleg van psychiatrische in- stellingen zoals het Rijkskrankzinningengesticht in Medemblik en vanwege verschillende begraafplaatsen.
De begraafplaats ‘Selwederhof’ in de stad Groningen, aangelegd tussen 1940-1949 naar ontwerp van Vroom jr. en L.W. Copijn, is aangewezen tot gemeentelijk monument. Het Oosterpark in Hoogezand waarvoor Vroom jr. het beplantingsplan en de uitvoering op zich nam is aangewezen als rijksmonument. Zijn stijl kenmerkt zich door de gemengde stijl. In zijn ontwerpen voor begraafplaatsen is de geometrische vormentaal dominant. Een kenmerkend motief van Vroom jr. is de toepas- sing van cirkels, ovalen en rondingen. Anders dan in de landschapsstijl wor- den ze zeer strak en niet meanderend uitgevoerd. De aspecten van de mo- derne landschapsstijl, licht, lucht en ruimte, zijn ook kenmerkend voor zijn begraafplaatsen. Plantekening van het ontwerp voor de nieuwe begraafplaats Vredehof (d.d. juli 1949) van tuinarchitect J. Vroom jr. (Stadsarch ief Rotterdam). Het ontwerp is in drie fasen, met enkele wijzigingen, naar het ontwerp van J. Vroom jr. uitgevoerd. Het plan voorzag in een wandelroute tussen de Lagendijk en het woongebied Ridderkerk West en verscheidene bruggetjes over de Blaak. 47 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK De eerste uitbreiding vond plaats in 1963. De begraafplaats werd aan de achterzijde begrensd door de Blaak en de uitbreidingswijk van Ridderkerk -West.
Bij de tweede uitbreiding in de jaren 70 en 80 wordt de zuidwestelijke grens gevormd door de Hogeweg en de daaraan gelegen sloot. In de jaren 80 en 90 worden door verdere uitbreiding de Hogeweg en de sloot onderdeel van de begraafplaats. 48 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND De begraafplaatsen kenmerken zich tevens door een zeer rijke diversiteit aan beplanting en boomsoorten. Als tuinarchitect met eigen kwekerij zal dit hebben bijgedragen aan de aandacht voor de beplanting, heesters en bo- men in het bijzonder. Het ontwerp werd dan ook geleverd met een gevari- eerd beplantingsplan. De bouwwerken, als aula, hekwerk en zonnewijzer zijn van de hand van H.J. Hardeman, gemeentearchitect en directeur van gemeentewerken van Ridderkerk. Hij was werkzaam bij de gemeente van circa 1920 tot 1960. In die periode bouwde hij een oeuvre aan gebouwen in de traditionalistische stijl van de wederopbouwperiode waaronder open- bare scholen, een brandweerkazerne en een bejaardentehuis. Veel van zijn bouwwerken zijn inmiddels gesloopt. Vroom jr. maakte een ontwerp voor het volledige terrein, dat vanaf de Hogeweg gezien vier langgerekte percelen besloeg tussen de Lagendijk en de Blaak. Een nadere uitwerking werd geleverd voor de eerste fase. De vol- gende uitbreidingen tussen 1963 en 1981 zijn naar zijn ontwerp uitgevoerd. Vroom jr.
stierf echter in 1958 en is dus niet betrokken geweest bij de uit- werking en uitvoering van het tweede en derde deel. Het is onbekend of het bureau van Vroom jr. werd voortgezet en/of een andere tuinarchitect betrok- ken is bij de uitbreidingen. Een wijziging van betekenis ten opzichte van Vrooms ontwerp betreft de aanleg van een rouwcentrum in de zuidwestelijke hoek, waarbij de entree tot het complex werd gewijzigd. Een grote wijziging betreft tevens de wijziging en latere demping van de waterpartij aan de oude aula. De inrichting van de begraafplaats heeft kenmerken van de gemengde stijl met geometrische vormentaal. Het combineert een strakke geometrische opzet met heldere hoofdassen en zichtlijnen, met de specifieke kenmerken (openheid, lucht en ruimte) van de moderne landschapsstijl. De begraaf- plaats heeft een open groene opzet met lange zichtlijnen en is zeer rijk aan- gekleed met een beplanting van bomen, heesters, struiken, blokhagen en vaste planten. Grafvelden en vakken bevinden zich vaak in ‘kamers’ die gevormd worden door beuken en taxushagen en bomen. De beplanting bestaat zowel uit typerende symbolische beplanting van begraafplaatsen als jeneverbes, taxus, treurbeuk, laurier, treurwilg en treurberken alsook be- planting uit de moderne landschapsstijl zoals atlasceders, berken, veldes- doorns en blokhagen.
De bomen zijn overwegend geometrisch opgesteld en begeleiden de lanen en de ‘kamers’. Laurierstruiken en coniferen als taxus en jeneverbes in zuil- en kegelvorm nemen een prominente plaats in. In de groene randzoom heeft de beplanting een meer vrije structuur met afwisse- lend solitaire en (gemengde) groepen van heesters en bomen in (moderne) landschapsstijl. Het ontwerp van de begraafplaats omvatte tevens een zon- newijzer, een waterput (verwijderd), een ontvangstgebouw en een (tijdelijke) kantoor/doodgraverswoning (verwijderd). Het ontvangstgebouw werd voor- zien van een gebrandschilderd raam geschonken door de firma Boele, een vermaard scheepsbouwbedrijf uit Bolnes. 49 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK
50 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND DEEL A. EERSTE FASE 1953 Groen & Blauw Het ontwerp voor het zogenaamde ‘eerste gedeelte’ van de begraaf- plaats bestaat uit een vierkant perceel dat is opgehoogd en wordt be- grensd door verbrede perceelsloten. Het terrein is ingedeeld in 3 delen: het voorterrein, het middenterrein en het achterterrein. Het gehele terrein wordt omkaderd door een brede groene border met taluds naar de om- ringende singel. De groenstrook, waarin ook vakken voor graven zijn opgenomen, is ingericht met doorgaande blokhagen, bomen en een vaste plantenborder met sierheesters. De vrijgekomen grond uit de sloten en de waterpartij bij de entree zal gebruikt zijn om de oude tussenliggen- de perceelsloten te dempen en het terrein op te hogen. Mogelijk is voor de verhoging ook grond aangevoerd. Het voorterrein is een representatief gedeelte bestaande uit de entree met laan die leidt naar het hek en overgaat in het middenpad, tevens hoofdpad. Deze hoofdas wordt doorgezet over het gehele terrein. Rechts van de entree bevond zich een houten gebouw dat diende als werkplaats/kantoor en beheerderswoning. Dit bouwwerk is in de jaren 70 afgebroken. Links van het hoofdpad bevond zich een brede water- partij waaraan het kruisvormige ontvangstgebouw is gelegen. Deze waterpartij is gedempt en getransformeerd tot grafveld.
Rechts van de laan bevond zich de rijwielstalling. Het hoofdpad, gemar - keerd door een lindenlaan, komt uit op het middenterrein. Het middenterrein bestaat uit een kruisvormig grindplein, gemarkeerd door een zonnewijzer, waar de entree van de aula aan gelegen is. Dit grindplein is omgeven door grasvelden en blokhagen die de vorm benadrukken. De hoeken van het plein worden gemarkeerd door atlasceders. Het is onbekend of de waterput, zoals ontworpen in het plan van Vroom jr. is aangelegd of is verwijderd. Dit gedeelte van het plein is ten behoeve van grafruimte ingericht als grafveld. Op het achterterrein gaat de middenas over in een groene midden- berm met aan weerszijden paden van het hoofdpad, lage beukenha- gen en dubbele rijen ruwe berken. Aan de paden bevinden zich vak- ken met graven en grafvelden aan weerszijden. Deze worden aan beide zijden geflankeerd door een berm met laanessen. De groene middenberm en parallelle wandelpaden worden beëindigd in een halve cirkel gemarkeerd door twee monumentale haagbeuken en zuilvormige berken. Dit ensemble vormde de beëindiging van het ‘eerste gedeelte’. Na de uitbreiding in 1963 werd vanaf deze halve cirkel de hoofdas weer doorgezet, welke ook weer wordt beëindigd met een halve cirkel.
DORP, STAD & LAND | BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK | 51 Beplanting Een voorlopige beplantingslijst van augustus 1949 behorende bij de ontwerp- tekeningen van juli 1949 geeft een goed overzicht van de visie van Vroom jr. en het assortiment van zijn eigen kwekerij Bonte Hoek. Het is echter on- duidelijk of de beplanting voor het ‘eerste gedeelte’ betrokken is van deze kwekerij. Vroom jr. stierf in 1958 en het is ook niet te achterhalen of de beplanting voor de uitbreidingen betrokken is van zijn kwekerij. In zijn beplantingsplan verwijst Vroom jr. naar een tekening met genum- merde plantvakken. Deze is echter niet aangetroffen in de archiefstukken. Vroom jr. gaf algemene richtlijnen voor de beplanting maar geen specifiek plan. Dit is ook te zien in de ruimtelijke impressies van het plan. Hierin is van veel bomen de soort niet te achterhalen. Het is aannemelijk dat het definitieve beplantingsplan tot stand kwam als de beplanting bij hem werd aangekocht. De richtlijnen gaven Vroom jr. als kweker flexibiliteit te ‘spelen’ met zijn eigen assortiment en dat scheelde tijd in de ontwerpfase. In feite was het beplantingsplan tevens een catalogus van zijn eigen kwekerij. Dit blijkt onder andere uit de bijna letterlijke overeenkomst met het beplan- tingsplan van het rijksmonument Oosterpark in Hoogezand. De beplanting wordt inclusief vracht en emballage aangeboden voor f. 6.656,60. Vroom jr.
bood in zijn beplantingsplan verschillende typen beplanting aan waaronder: “440 meter haag van beuk” | "Kluitplanten II” Ericas in soorten “Stambomen” | Bonte Evonimus Opgroeiende bomen in diverse nader | Evonimus vegeta te bepalen soorten met een doorgaan- | Santoline en dergelijke de spil, zowel van onderen af vertakt, als half en hoogsten stam, in een maat | “Pyramide heesters" van 10-24 cm stamomtrek naar gelang | Japanse kersen in soorten van de groeisterkte | Prunus pissardi in soorten Citissus in soorten "Groenblijvende planten I’ | Acer in soorten Hulst in soorten 125-200 cm hoog | Sorbus in soorten Coniferen in soorten 100-175 cm hoog | Doorns in soorten enz.
Kruip Taxus in soorten 40-60 cm Taxus baccata 100-150 cm hoog | “Bloem en dekheesters" Pinus Cembra, Stranvesia en dergelijke | Jasmijn in soorten Ribes soorten "Groenblijvende planten II” | Pyrus soorten Berberis in verschillende soorten | Weigelia soorten Pinus montana | Cornus soorten Rhododendron in soorten | Acer negundo Skimia | Forsythea Pernettia | Ulmus campestre llex crenata | Viburnum (bladverliezend soorten) Mahonia | Berberis (bladverliezend soorten) Evonimus en dergelijke | Hydrangea in soorten "Kluitplanten l" | “Gazonplanten" Cotoneaster in vele soorten | Blauwe dennen (atlas ceder) Japansche Acer | Treurrozen Azalea in soorten | Genesio Daphne in soorten | Gunnara Veredelde Brem en dergelijke | Prunus Blerianum Buddleya 52 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK Ruimtelijke impressie vanuit de zuidwest hoek van J. Vroom (Stadsarchief Rotterdam). Het ontwerp heeft zowel kenmerken van de voor J. Vroom typerende geometrische stijl, maar heeft door het werken met zogenaamd e ‘groene kamers’ en grote groene gazons ook kenmerken van de moderne landschapsstijl. 53 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK Tekening van de eerste fase van de aanleg (d.d. juli 1949) van tuinarchitect J. Vroom. (Stadsarchief Rotterdam) 54 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND Rood De aula van gemeentearchitect H.J. Hardeman bj.
1954 is gebouwd in de traditionalistische stijl van de Wederopbouw. Voor de cultuurhistori- sche beschrijving en waardering van de aula verwijzen wij naar bijlage 3 en 4. Zonnewijzer op verhoging. De equatoriale zonnewijzer is opgenomen in het ontwerp van gemeen- tearchitect H.J. Hardeman. De ijzeren bol symboliseert de aarde met daar omheen een ring die de uren van de dag aangeeft en haaks daarop een ring met de dierenriem, beide in messing. De pijl staat evenwijdig aan de aardas en wijst in de richting van het noorden. De schaduw van de pijl wijst de tijd aan op de ring. De zonnewijzer is aan- gebracht op vier pootjes. Het geheel is geplaatst op een sokkel van baksteen en zandsteen. Door ophogingen van het terrein was de sok- kel onder het maaiveld verdwenen. In 2018 is de zonnewijzer geres- taureerd door vrijwilligers en medewerkers van de begraafplaats. waarbij de onderbouw (die in de loop van de tijd in de grond was ver- dwenen), weer teruggebracht is en de wijzer gestraald, verzinkt en op- nieuw voorzien is van een coating. Equatoriale zonnewijzers werden meestal toegepast als een historisch of decoratief element. Het idee voor een zonnewijzer kan ook van J. Vroom jr. afkomstig zijn. Een zon- newijzer maakt ook deel uit van zijn tuinontwerp van het rijksmonu- mentale Noorder Sanatorium in Zuidlaren (1935). Hekwerk.
De ontwerpschets uit 1950 toont een hekwerk dat bestond uit vier ge- metselde pijlers, waarvan twee met een zadeldakbeëindiging gedekt met pannen of leien, waartussen het sierlijke opengewerkte toegangs- hek was aangebracht. Het toegangshek bestond uit een onderzijde en middendeel met hekpalen, waar aan de onderzijde steeds een extra spijl is tussengevoegd en dat daarmee een dichter karakter had. Het bovenste gedeelte was voorzien van een sierlijke invulling. Dit in tegen- stelling tot de zijstukken, die eenvoudiger waren uitgevoerd. Het ont- werp is mogelijk niet uitgevoerd, een tekening van J. Vroom jr. toont namelijk een hekwerk bestaande uit twee gemetselde pijlers met een sierlijk hekwerk ertussen. Het huidige hekwerk bestaat uit vier gemet- selde hekpalen met siermetselwerk en een stenen afdekplaat. Het ijze- ren hekwerk is van onderen dichtgezet en van boven opengewerkt met sierlijke golven, krullen en pijlpunten. Op de hekpalen is de naam van de begraafplaats in losse letters aangebracht. De houten, rietgedekte werkplaats/beheerderswoning in traditionalis- tische ‘cottage’ stijl is verwijderd in de jaren 70. Grijs De begraafplaats bood 1e, 2e en 3e klasse begraafplaatsen aan. Daarnaast waren er vakken gereserveerd voor enkele en dubbele grafkelders. In het ‘eerste gedeelte’ was ook een deel gereserveerd voor de rooms-katholieken.
De 1e klasse graven bevinden zich alle aan de middenas. De vakken voor 3e klasse graven bevinden zich overwegend in de groene randzoom. De graftekens uit de jaren 50 en 60 in dit oudste gedeelte van de be- graafplaats kenmerken zich door sober materiaalgebruik van grijze stenen stèles, met een grafafdekking in de vorm van stenen of beton- nen banden met split of grind. Minder voorkomend is de stenen plaat als grafafdekking. De tympanen zijn hier en daar voorzien van een symbool als een enkele of dubbele palmtak. 55 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK Impressies van het middenterrein aan de eerste hoofdas waar de oude aula zich bevond (ongedateerd / J. Vroom / Stadsarchief R otterdam). Het ontwerp van J. Vroom heeft een geometrische en vaak symmetrische opzet. Het contrast tussen open velden, besloten groene kamers middels blokhagen en lange zichtlijnen naar de omgeving toont de invloed van de moderne landschapsstijl. De beplanting heeft op deze schetsen een mate van abstractie die hem als kweker de flexibiliteit bood bij de definitieve plantkeuze. 56 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND Het rooms-katholieke (RK) deel, ten noordoosten van de middenas, is gemarkeerd met een kruismonument met betonnen kruis op een tra- peziumvormige voet bekleed met breuksteen. Naast het kruis was ook voorzien in een hekwerk met daarin verwerkt een kruis.
Dit hekwerk is niet uitgevoerd of verwijderd. Op het RK deel zijn ook enkele oudere graven in de vorm van een stenen kruisteken aanwezig. Stèles zijn ook voorzien van verheven kruistekens. Op het RK deel zijn tevens enkele (niet historische) praalgraven van katholieke families aanwezig. Naast het kruismonument liggen 11 graven voorzien van stenen krui- sen toebehorende aan geestelijken van de Orde van het Heilig Kruis of Kruisheren. Deze kleine orde, die zich voornamelijk toelegde op onderwijs, zielzorg en maatschappelijk werk, was tot in de 20e eeuw in de regio actief. Met de trek van arbeiders uit West Brabant richtten de Kruisheren een parochie op in Rotterdam-Zuid vanwaar zij ook Bolnes en Ridderkerk bedienden en ijverden voor de oprichting van eigen kerkgebouwen. De Kruisheren bedienden de parochie in de Theresiakapel aan de Donckselaan die in 1930 werd gewijd. De ste- nen kruisen van de geestelijken zijn gemarkeerd met het symbool van de Kruisheren, een rood-wit kruisteken. Het oudste kruis staat naast het monument op het graf van pater T.H. Lucassen, overleden op 23 augustus 1958. Er bevinden zich enkele familiegraven aan de hoofdas. DEEL B. TWEEDE FASE UITBREIDING 1963 Groen & Blauw In 1963 wordt de begraafplaats aan de achterzijde in noordwestelijke rich- ting uitgebreid. Vroom jr.
is in 1958 overleden en is dus niet meer betrokken bij de uitvoering en het beplantingsplan. Ook gemeentearchitect H.J. Har- deman is sinds 1960 met pensioen en niet meer betrokken. Onbekend is welke partij(en) bij het beplantingsplan en/of uitvoering betrokken zijn ge- weest. De uitbreiding wordt uitgevoerd exact volgens het plan van tuinarchi- tect J. Vroom jr. in de geometrische stijl met kenmerken van de moderne landschapsstijl. De uitbreiding vindt plaats in het verlengde van het bestaan- de terrein tot aan de Blaak. De Blaak wordt ingericht als parksingel en vormt zo de begrenzing en overgang naar de woonwijk achter de begraaf- plaats. De oude singelsloot aan de achterzijde van het terrein uit de eerste fase wordt gedempt. In het nieuwe gedeelte wordt het dubbele hoofdpad met middenberm voortgezet in drie parallelle paden met groene bermen. Het middelste hoofdpad komt uit in een halfronde border gemarkeerd door monumentale berken en een eigentijds monument. De hoeken van het terrein en de paden zijn afgerond. In deze periode wordt een wandelpad langs de noordoostelijke rand van het terrein gelegd dat de Lagendijk via een brug over de Blaak verbindt met de achterliggende woon- wijk. Een bijzonder element zijn de portalen van beukenhagen die een zicht- as dwars op de hoofdas versterken. Rood In de noordoostelijke hoek van deze uitbreiding is een houten abri opgericht.
Het bouwjaar is onbekend. Grijs De graftekens uit deze periode bestaan ook hier overwegend uit eenvoudige grijze stenen stèles. De eerste klasse graven zijn tevens voorzien van een stenen afdekplaat. 57 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK Tekening van het hekwerk (d.d. augustus 1950) en tekening van de gesloopte werkplaats/kantoor (d.d. juli 1950) van de stadsarchitect H.J. Hardeman in traditionalistische stijl. Aanduiding grafindeling in klassen (d.d. maart 1953) (Gemeente Ridderkerk / Collectie Stadsarchief Rotterdam). Het ontwerp is in drie fasen naar het ontwerp (met enige aanpassingen) van J. Vroom uitgevoerd.
58 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND DEEL C DERDE FASE 1970-1982 Groen & Blauw In deze periode wordt de begraafplaats in zuidwestelijke richting uitgebreid tot aan de Hogeweg en de daarnaast gelegen watering. Onbekend is welke partij(en) bij het beplantingsplan en/of uitvoering betrok- ken zijn geweest. De uitbreiding wordt op hoofdlijnen uitgevoerd volgens het plan van tuinarchitect J. Vroom jr. in de geometrische stijl met kenmerken van de moderne landschapsstijl. Enkele belangrijke wijzingen en afwijkingen t.o.v. het plan van Vroom jr. betreffen: De aanleg van een nieuw rouwcentrum aan de Lagendijk. Verplaatsing van de hoofdentree naar het nieuwe rouwcentrum. Het wijzigen, dempen en niet uitvoeren van de waterpartij volgens ont- werp van Vroom jr. aan de Lagendijk. De aanleg van een urnentuin. Het zwaartepunt van het complex komt hierdoor op het oude randpad aan de zuidwestelijke kant te liggen. Dit pad wordt ingericht als hoofdlaan met bo- men en wordt voorzien van een nieuwe entree. De uitbreiding wordt uitge- voerd volgens het plan van J. Vroom jr. en krijgt gestalte in een niervormig grafveld. De Blaak, die in het jonge woongebied van Ridderkerk-West inge- richt is als parksingel wordt ter hoogte van de begraafplaats wat meer afge- knepen.
De zijde van de waterkant van de begraafplaats bestaat uit een breed gazon met een vaste plantenborder in landschapsstijl met een grote variëteit aan loof-, naaldbomen en sierheesters. De waterkant aan de woon- wijk wordt gereduceerd tot groene berm met bosplantsoen. In 1973 wordt aan de zijde van de woonwijk, ter hoogte van de noordwestelijke hoek van de begraafplaats, een pompgemaal (Seringenplantsoen 3) in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid gebouwd. De Hogeweg en de hieraan gelegen sloot worden opgenomen in het plan. Hier is duidelijk te zien dat het terrein is op- gehoogd. Het hoogteverschil wordt aan de waterkant opgevangen. Langs de slootkant ontstaat een groene vrije zone met beplanting in vrije moderne landschapsstijl gemengd met meer streekeigen beplanting als els en wilgen- soorten. Naast de entree wordt de houten werkplaats/beheerderswoning verwijderd ten gunste van parkeerruimte. Het nieuwe hoofdpad is aangeplant met linden en essen. Parallel aan het nieuwe hoofdpad, tussen de oude Hogeweg en het hoofdpad, bevinden zich nog twee paden. Het middelste pad komt uit in een ronde border met een monumentale vleugelnootboom. Het meest westelijke pad is aangeplant met elzen. Een as dwars op de lengteassen wordt in het nieuwe gedeelte gemar- keerd door monumentale zuilvormige taxussen.
Opvallend aan het meest noordelijke gedeelte van het complex is de relatieve dichtheid van de beplan- ting met een meer bosachtig, natuurlijk karakter. De krommingen in paden en grafvelden dragen daaraan bij. In dit deel bevinden zich ook zeedennen, atlasceders en moerascypressen waarvan de natuurlijke vorm contrasteert met de flinke bolvormige laurierstruiken. (Zie bijlage 1 boominventarisatie) Rood In deze periode zijn geen nieuwe bouwwerken toegevoegd. Houten, rietgedekte werkplaats/beheerderswoning in traditionalistische stijl wordt verwijderd in de jaren 70. Ten gunste van een nieuw geplande aula worden de tuinderswoningen nummer 116-122 verwijderd. 59 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK Verzoek van de RK parochie te Slikkerveer een deel van de nieuwe begraafplaats te reserveren voor haar gemeenschap (d.d. 24 mei 1952 / Collectie Stadsarchief Rotterdam). Ontwerp van een kruismonument van beton en breuksteen ter markering van de RK gedeelte van de nieuwe begraafplaats (d.d. janu ari 1955 / Gemeente Ridderkerk / Collectie Stadsarchief Rotterdam). 60 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND De aula van H.J. Hardeman komt in gebruik als opslagplaats en kan- toor voor de beheerders. Er wordt een tussenvloer aangelegd in de aula. De originele dubbele deuren naar de aula worden vervangen door (kunststof) laaddeuren.
In 1982 wordt het nieuwe rouwcentrum in gebruik genomen. Het is een gebouw in structuralistische stijl van architect Arie Stout. Tijdens veldwerk in oktober 2019 werd in de condoleance ruimte het origine- le inventaris aangetroffen. Het betrof stoelen en tafels van het type 'Flex 2000' uit 1973 van het merk Thonet naar ontwerp van ontwerper Gerd Lange (1931). Het betreft de eerste combinatie van hout en kunststof in meubelontwerp. Volgens de beheerder zijn de meubels indertijd speciaal op bestelling gemaakt voor het nieuwe rouwcen- trum. Grijs Dit gedeelte kent relatief veel ronde grafvelden met een intiem en bosachtig karakter. In dit gedeelte bevinden zich relatief jonge graftekens. Vermeldenswaardig is het islamitisch grafveld. Het oudste graf dateert uit 1980. De graven wijzen alle naar Mekka en zijn overwegend uit- gevoerd in wit marmersteen. Islamitische graven zijn sober van uiter- lijk omdat ze niet mogen worden gedecoreerd. In principe hebben islamitische graven eeuwigdurend grafrecht. De begraafplaats wordt uitgebreid met een urnentuin. DEEL D VIERDE FASE (uitbreidingen vanaf 1982) Groen & Blauw In deze periode wordt de begraafplaats in de volledige lengte van het ter- rein uitgebreid tot over de Hogeweg. De Hogeweg wordt hierdoor onder- deel van de interne padenstructuur, maar wordt door een hekwerk afgeslo- ten van de publieke padenstructuur.
Dit deel valt buiten het ontwerp van J. Vroom jr. en H.J. Hardeman. In de jaren 80 wordt de waterpartij voor de aula gedempt om grafruimte te creëren. De grindpadenstructuur is verwij- derd ten gunste van asfaltpaden. Rood n.v.t. Grijs n.v.t. 61 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK In 1982 verving het rouwcentrum van architect Arie Stout de aula van H.J. Hardeman. Detail raam in de aula geschonken door firma Boele uit Bolnes. De werkplaats in cottagestijl dat tevens dienst deed als lijkenhuisje en kantoor is in de jaren 70 gesloopt. Zicht op het middenterrein. Entree aula aan middenterrein met zonnewijzer. Aula met waterpartij op het voorterrein. FOTO’S: STICHTING OU D RIDDERKERK 62 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND WAARDESTELLING PER ONDERDEEL In de waardestelling wordt onderscheid gemaakt tussen 3 onderdelen van de begraafplaats. De uitbreidingen na 1975 worden niet gewaardeerd. Het oudste deel (A), Uitbreiding NW (B), Uitbreiding ZW inclusief de Hoge- weg (C) A. Oudste deel: Hoge monumentwaarde I. - Als uitdrukking van een voorbeeld van een begraafplaats uit de wederopbouwperiode en groei van het katholiek volksdeel II. - Vanwege het oeuvre van tuinarchitect J. Vroom jr. en gemeente- architect H.J.
Hardeman - Vanwege de samenhang van gebouw (aula), hekwerk en tuin aanleg - Vanwege de ruimtelijke en esthetische kwaliteiten - Vanwege gaafheid volgens plan van J. Vroom jr. - Vanwege dendrologische aspecten (monumentale bomen en hoge diversiteit aan beplanting) naar beplantingsplan van J. Vroom jr. III. - Is essentieel onderdeel van een cultuur- en tuinhistorisch complex met lokaal en nationaal belang vanwege het oeuvre van H.J. Hardeman en J. Vroom jr. - Vanwege de situering aan de historische lange lijnen Lagendijk en de Blaak - Voor het aanzien van de omgeving IV. - Als herinnering; het stenen archief van de lokale bevolking B. Uitbreiding NW deel: Hoge monumentwaard e I. - Als uitdrukking van een voorbeeld van begraafplaats uit de wederopbouwperiode II. - Vanwege het oeuvre van tuinarchitect J. Vroom jr. en gemeente architect H.J. Hardeman - Vanwege de samenhang tussen het eerste deel en de uitbreiding - Vanwege de ruimtelijke en esthetische kwaliteiten - Vanwege de gaafheid volgens plan van J. Vroom jr. - Vanwege dendrologische aspecten (monumentale bomen en hoge diversiteit aan beplanting) III. - Is essentieel onderdeel van een cultuur- en tuinhistorisch complex met lokaal en nationaal belang vanwege oeuvre H.J. Hardeman en J. Vroom jr. - Vanwege de situering aan de historische lange lijnen Lagendijk en de Blaak - Voor het aanzien van de omgeving IV.
- Als herinnering; het stenen archief van de lokale bevolking C. Uitbreiding ZW: Hoge monumentwaarde I. - Vanwege het oeuvre van tuinarchitect J. Vroom jr. en gemeente- architect H.J. Hardeman - Vanwege de samenhang tussen het eerste deel en de uitbreiding - Vanwege de ruimtelijke en esthetische kwaliteiten - Vanwege dendrologische aspecten (monumentale bomen en hoge diversiteit aan beplanting) II. - Is essentieel onderdeel van een cultuur- en tuinhistorisch complex met lokaal en nationaal belang vanwege het oeuvre van H.J. Harde- man en J. Vroom jr. - Vanwege de situering aan de historische lange lijnen Lagendijk, de Blaak en de Hogeweg - Voor het aanzien van de omgeving 63 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND CONCLUSIES EN AANBEV ELINGEN VREDEHOF Hier volgen aanbevelingen voor het gehele complex en de verschillende as- pecten afzonderlijk. Bij de aanbevelingen is een prioritering aangebracht van- uit cultuurhistorische en ruimtelijke overwegingen. Het is uiteraard denkbaar dat lokale ontwikkelingen, zoals stedenbouwkundige transformatie of civiel- technische werkzaamheden, leiden tot een andere prioritering.
Gezien de sensitiviteit van de functie van het complex als begraafplaats geldt nadrukke- lijk dat voor alle aanbevelingen nader onderzoek, overleg en gesprekken met de beheerder, historische verenigingen en andere directe en indirecte belang- hebbenden en experts nodig zijn om verder inzicht en richting te kunnen ge- ven aan eventuele toepassing/uitvoering van de aanbevelingen. De betrok- kenheid van vrijwilligers bij dit complex verdient bijzondere vermelding. De restauratie van de zonnewijzer is met name door hun inzet tot stand geko- men. Algemene conclusies Vredehof is ontworpen door de tuin- en landschapsarchitect J. Vroom jr. Een ontwerper waarvan meerdere werken beschermd zijn als Rijks- en gemeentelijke monumenten. Hiermee beschikt Ridderkerk over bij- zonder groen erfgoed. De samenwerking met gemeentearchitect / di- recteur gemeentewerken H.J. Hardeman draagt bij aan de lokale bete- kenis. Een informatiebord of plaquette kan hierover aan bezoekers en omwonenden informatie verschaffen. De stedenbouwkundige overgangen en inbedding in de omgeving ver- dienen aandacht. De parksingel structuur van de Blaak aan de zijde van de woonwijk (Seringenplantsoen en Seringenstraat) is niet meer herkenbaar. De Hogeweg en de daaraan gelegen watergang zijn cul- tuurhistorisch belangrijke structuren.
De gemetselde duiker heeft hoge historische waarde en moet beschouwd worden als integraal onderdeel van het complex. Inbedding in de omgeving kan worden verbeterd door de publieke toegang tot de langs de kavelsloten gelegen wandel- paden te verbeteren zodat de begraafplaats onderdeel kan worden van een ‘ommetje’. Er zijn veel verschillende soorten inrichtingselementen aangetroffen. Door bij vervanging en/of uitbreiding van het assortiment aan zitgele- genheden, containers verlichting ed. rekening te houden met het ka- rakter en gedachtegoed van J. Vroom jr. kan de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van het complex worden versterkt. AANBEVELINGEN EN SUG GESTIES Groen & Blauw 1. Vanwege de hoge monumentwaarde van het complex (zowel deel A, B en C) komt de historische groenaanleg in aanmerking voor aanwijzing als gemeentelijk groen monument. Dit heeft betrekking op de paden- structuur, de grafvelden, de groen- en waterstructuur, de beeldbepa- lende beplanting en het materiaalgebruik. Dit gaat dan ook om de Vredehof totaal I.Algemene hist. waarde II.Tuinhistorische waarde III.Ensemble waarde IV.Waarde van de gebruikshistorie Deel A 10 1 5 3 1 Deel B 10 1 5 3 1 Deel C 7 - 4 3 - 64 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND samenhang tussen de historische groenaanleg en historische bouwwer- ken.
Bij de overweging (delen van) de historische groenaaleg of het ensemble aan te wijzen als monument dient te worden afgewogen of een beschermde status noodzakelijk en wenselijk is. 2. Vanwege het bijzonder rijke bomenassortiment en variëteit aan snoei- en groeivormen naar het beplantingsplan van J. Vroom jr. heeft Vrede- hof de potentie om zich te ontwikkelen tot bomenpark of arboretum. Begraafplaats de Nieuwe Ooster in Amsterdam is ook een arboretum. De collectie is geïnventariseerd en wordt beheerd door een stichting. Meer informatie hierover is te vinden op https://denieuweoosterbomen park.nl/. Ook zonder dat de begraafpaats een bijzondere status ver- krijgt kan al worden begonnen met het verschaffen van informatie over de bomen. Bijvoorbeeld in de vorm van boombordjes. 3. Bij aanwijzing als groenmonument, dient een groenvisie, een groenbe- heerplan (en eventueel herstelplan) worden opgesteld voor de instand- houding van het complex. De uitvoeringsrichtlijn Hovenierswerk in his- torische tuinen en parken (URL 6010) is hierbij een goede leidraad. Ook zonder beschermde status is dit raadzaam. Bij opstelling van de visie en het beheerplan, maar ook in het algemeen, kan met de vol- gende aspecten rekening worden gehouden. Voor het gehele complex geldt dat de groenaanleg een samenhangend geheel moet (gaan) vor- men.
Bij onderhoud en vervanging van de beplanting, struiken, hees- ters en bomen, is behoud en herstel van Vrooms beplantingsplan en zijn typerende stijl (een combinatie van de gemengde stijl en moderne landschapsstijl), zoveel mogelijk leidend. Daarnaast is ook de symboli- sche waarde van beplanting in de funeraire cultuur een afweging bij plantkeuze. Waar mogelijk gaat bij beplantingskeuze de voorkeur uit naar streekeigen soorten/variëteiten ter ondersteuning van de eigen veerkracht van de beplanting, de natuurwaarde en de biodiversiteit. Op enkele grafvelden zijn stinzenplanten aangetroffen (voornamelijk deel C). Zij dragen bij aan de natuurlijke uitstraling. Het is te overwe- gen de groei van inheemse stinsenplanten te stimuleren door versprei- ding van bollen en zaden. Wij bevelen in het belang van de biodiversi- teit aan, waar mogelijk autochtoon en biologisch geteeld plant- en zaaigoed te gebruiken. Staatsbosbeheer beschikt over dit materiaal en kan hierbij adviseren. https://www.staatsbosbeheer.nl/overstaatsbos- beheer/dossiers/zaden-en-plantmateriaal. 4. Een integraal onderdeel van de groenvisie en het groenbeheerplan is een bomenvisie en/of boombeheerplan. Bij eventuele aanwijzing van het complex als monument dient een nader dendrologisch onderzoek plaats te vinden. Hiermee kan bepaald worden welke bomen onder een eventuele status van het gemeentelijk monument vallen.
Met be- hulp van boomonderzoek wordt bepaald of en welke bomen als monu- mentale of beeldbepalende boom wordt opgenomen op de gemeente- lijke bomenlijst. Het opstellen van een boombeheerplan is hierbij van belang. Bij boombeheer is groeiplaatsbeheer en/of verbetering van belang. Het dendrologisch onderzoek kan tegelijkertijd voor Vredehof en Rusthof worden uitgevoerd. Hierdoor kan gezamenlijk bomenbeleid en beheer voor de beide begraafplaatsen worden gevormd. Nu al kan ervoor gekozen worden bladafval te laten liggen op boomspiegels en eigen bladafval te composteren t.b.v. bomen en plantenborders. Bij vervanging of uitbreiding van het boombestand, bevelen wij waar mo- gelijk gebruik van autochtoon plantmateriaal aan (zie onder punt 3). 5. De natuurwaarde van de begraafplaats is niet onderzocht. De relatie- ve waarde van begraafplaatsen t.o.v. de omgeving is vaak hoog door de ouderdom en variëteit van de beplanting en de geringe verstoring van het complex. Het is aan te bevelen de natuurwaarde van het complex te laten onderzoeken en maatregelen voor instandhouding en bevordering van de biodiversiteit te treffen. Het onderzoek kan richting geven aan de groenvisie en het groenbeheer en/of groenher- stelplan. Rood Vanwege de bijzondere herinneringswaarde en relatieve zeldzaam- heid van bouwwerken uit het oeuvre van gemeentearchitect H.J.
Har- deman, wordt aanbevolen de aula en de zonnewijzer aan te wijzen als monument. De aula uit 1954 is nu in gebruik als opslagplaats en kantoor. Door wijzigingen in het gebouw is de gaafheid van het ge- bouw aangetast. Wellicht zijn er nog voorwerpen aanwezig op het terrein en in de aula (bijvoorbeeld van de grafdelver) met cultuurhistorische waarde. Ge- sprekken met de beheerders en historische verenigingen kunnen helpen bij het opsporen en waarderen hiervan. Entreepartijen spelen een belangrijke rol bij de beleving van begraaf- plaatsen. Tussen de historische gemetselde hekpalen bevinden zich nu eigentijdse hekwerken met een utilitaire uitstraling. Wij geven ter suggestie mee tussen de hekpalen passend hekwerk toe te passen. Grijs In dit onderzoek is een algemene inventarisatie van de graftekens gemaakt. Er is geen volledige inventarisatie en beschrijving van alle historische graven gemaakt. Alhoewel verval van oude graftekens en monumenten bij kan dragen aan het historische karakter en de bele- ving, is het in beeld brengen van de technische staat ervan van be- lang. Aanbevolen wordt om dit nader in kaart te brengen, zodat visie en beleid op onderhoud en beheer van cultuurhistorisch waardevolle graven en/of grafvelden, kan worden gemaakt. Op basis van dit on- derzoek kan ook bepaald worden welke graven onder een eventuele monumentale bescherming kunnen vallen.
Wij geven ter suggestie mee de inventarisatie en beschrijving van gra- ven online openbaar toegankelijk te maken. De lokale geschiedenis kan hierdoor levend worden gehouden en makkelijker worden inge- zet bij educatie en onderzoek. Een mooi voorbeeld is de website van de Oude Begraafplaats van Gouda. http://www.oudebegraafplaatsgouda.nl/ Op begraafplaats Vredehof zijn in 2003 drie kunstwerken toege- voegd: - Het kunstwerk 'Zaaddozen' markeert het verzamelgraf (hier worden de resten van geruimde graven bewaard). - Het kunstwerk 'Een Cirkel van Bloemen' markeert het verzamelgraf van ongedoopte kindjes. - Het kunstwerk 'De Tafel van Roos' markeert het strooiveld van de begraafplaats. (Zie tevens beschrijvingen nr. 18, 19 en 20 in het rapport Dorp, Stad en Land, Aanvullend onderzoek cultuurhistorie Ridderkerk. Kunst in de buitenruimte) 66 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DEEL A. OUDSTE DEEL EN ENTREEGEBIED Entree aan de Lagendijk met hekwerk, treurbeuk en lindenlaan. Wandelpad ten noordoosten van het complex. Entree met hekwerk met vier originele hekpalen. De voortuin van Lagendijk 110 (ten oosten van het wandelpad) maakt samen met de begraafplaats onderdeel uit van de groenstructuur van de Lagendijk. De gedempte waterpartij op het voorterrein bij de oude aula is ingericht als grafveld. Zicht via het oude hoofdpad op de aula van gemeentearchitect H.J.
Hardeman op het voorterrein. 67 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DEEL A. OUDSTE DEEL EN ENTREEGEBIED Eerste zijpad met 2 e klasse graven. De graven uit het eerste deel hebben een ingetogen karakter en zijn over het algemeen voorzien van grafdek- king middels (kunst -)stenen banden gevuld met grind of marmerslag. Zicht op het middenterrein met zonnewijzer van H.J. Hardeman. De zichtas over de groene middenberm wordt ondersteund door een dubbele rij ruwe berken. 1e klasse graven aan de hoofdas. Het oorspronkelijke hoofdpad uit de eerste aanleg (1953) naar het ont- werp van J. Vroom jr. Er worden verschillende soorten meubilair toegepast. In de inrichtingsele- menten moet gezocht worden naar onderlinge samenhang en deze moe- ten passen bij de uitstraling van het complex. De hoeken van het grindplein op het middenterrein worden gemarkeerd door monumentale atlasceders. 68 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DEEL B Voortzetting van de hoofdas over de noordelijke uitbreiding uit 1963. Zicht over grafvelden. Katholiek deel met praalgraven. Typerende compositie van beplanting met beukenhagen, ruwe berken, laurier in bolvorm en monumentale haagbeuk. Beëindiging van het eerste deel in een halve cirkel gemarkeerd door twee monumentale haagbeuken. Grafvakken langs de paden. 69 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DEEL B Groepen atlasceder. Laan met essen.
De combinatie van rechte lijnen en rondingen is typerend voor de ge- mengde stijl van J. Vroom jr. In de laatste uitbreiding wordt de historische lijn Hogeweg met sloot onderdeel van het complex. Monumentale vleugelnootboom. De kenmerkende zuilvormige taxussen. 70 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DEEL C De zichtlijn over de dwarsas wordt versterkt door een portaal van beukenhaag. Afwisseling van besloten naar open lange zichtlijnen over de paden. De groene grafvelden met graspaden hebben een bosachtig karakter. De gekromde paden gemarkeerd door essen en ruwe berken hebben een intiemere bosachtige uitstraling. Grafveld als open plek in het bos. Intieme groene kamers met monumentale bomen. 71 BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK DORP, STAD & LAND GRAVEN Betonnen kruis als markering van het Rooms Katholieke deel. Stenen kruis met het roodwitte kruis van de orde van de Kruisheren. Katholieke graven uit het begin van de jaren 70. Graven van de geestelijken van de orde van de Kruisheren. Historische graven dragen bij aan de beleving. Het is te overwegen graven met historische waarde te behouden al is het grafrecht verlopen. Islamitisch deel is in gebruik sinds 1980. Het verbod op decoratie zorgt voor eenheid. 72 DORP, STAD & LAND BEGRAAFPLAATSEN RIDDERKERK 5.