CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Economische visie Ridderkerk 2030.pdf

Commissie Samen leven RK 7 maart 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Concept Nota economisch beleid Ridderkerk 202322.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

/ 30

Economische visie Ridderkerk 2030

Bereikbaarheid Ondernemers in Ridderkerk geven aan dat de bereikbaarheid van de werklocaties voor verbetering vatbaar is. De bereikbaarheid van Ridderkerk als geheel scoort in de CROWbenchmark weliswaar licht beneden gemiddeld9, maar de bedrijventerreinen zijn goed bereikbaar per auto en ook per bus. Het is specifiek de parkeergelegenheid die voor verbetering vatbaar is. Er wordt door een tekort aan parkeerplaatsen op eigen terrein nog te vaak in de openbare ruimte geparkeerd. Uitgangspunt vormt nog steeds dat er op eigen kavel wordt geparkeerd. In het wensbeeld wordt de parkeerdruk beheersbaar gehouden door zowel de gemeente als de ondernemers in Ridderkerk. Ondernemers kunnen met betrekking tot het parkeren onderling bijvoorbeeld een organisatorische en financiële constructie overeenkomen waarbij ondernemers met parkeernood gebruik kunnen maken van de restcapaciteit van andere ondernemers. Of dat de ondernemers zorgen voor collectief te gebruiken parkeerlocaties op de bedrijventerreinen. Door de gemeente wordt meer gehandhaafd op parkeergedrag. Het valt te overwegen om hier en daar een blauwe zone in te voeren (waar lang parkeren als problematisch wordt gezien) of met parkeervergunningen te werken (waar te veel auto’s parkeren van andere bedrijven). Parkeerschijfzones met een maximumduur met een wegsleepregeling kunnen ook op bepaalde plekken worden ingevoerd.

Om de mobiliteitsopgave te verminderen zal ook meer gebruik gemaakt moeten worden van deelmobiliteit.

5.3 Ruimte voor ondernemen en werken De doelstelling van de gemeente Ridderkerk was en blijft om bestaande werkgelegenheid te behouden, maar ook zo veel mogelijk ruimte voor ondernemerschap te bieden. Hierin is vooral de fysieke ruimte de grootste beperkende factor. Slimmer gebruik maken van bestaande ruimte Ridderkerk heeft al in relatieve zin een zeer groot oppervlak aan bedrijfskavels. Uitbreidingslocatie Nieuw Reijerwaard is vrijwel volledig uitgegeven. De beschikbare ruimte voor nieuwe bedrijvigheid is nog ontoereikend om de uitbreidingswensen van bestaande bedrijven en vestigingsvragen van nieuwe bedrijven te accommoderen. Daarom moet er in 2030 slimmer gebruik gemaakt worden van de bestaande ruimte. Een mogelijkheid hiervoor is het verhogen van de ruimtelijke dichtheid (van de bebouwing). Zowel greenfield als brownfield ontwikkelingen worden alleen toegestaan als zij tot een (netto) verhoging van de ruimtelijke dichtheid leiden. In onderstaande overzicht zijn ter illustratie de huidige ruimtelijke dichtheden van enkele bedrijventerreinen weergegeven. Dit is gemeten met de Floor Space Index (FSI), die de verhouding tussen bruto vloeroppervlak en

9

CROW (2023), Bereikbaarheid. Link.

/ 31

/ 32

Economische visie Ridderkerk 2030

terreinoppervlak weergeeft. Een FSI van meer dan 1,0 wordt doorgaans gezien als indicatie voor een hoge ruimtelijke dichtheid.

Op veel werklocaties in Ridderkerk is in de praktijk al weinig ruimte beschikbaar. Voor het bereiken van een hogere ruimtelijke dichtheid zal met name meer de hoogte in gebouwd moeten worden. Hiermee moet een streefwaarde van tussen 0,6 en 0,7 bereikt worden. De streefwaarde is afhankelijk van o.a. maximale bouwhoogte en de huidige ruimtelijke dichtheid – dit laatste vanwege het feit dat het bij een huidige zeer lage dichtheid (bijvoorbeeld 0,39) relatief lastig is om een fors hogere dichtheid van 0,7 te behalen zonder grote sloopnieuwbouw ingrepen. Figuur 5.1: Dichtheid ruimtegebruik bedrijventerreinen Ridderkerk Bedrijventerrein

Huidige ruimtelijke dichtheid (FSI)

Streefwaarde ruimtelijke dichtheid (FSI)

Bolnes

0,51

0,70

Cornelisland

0,39

0,60

Donkersloot-Noord

0,50

0,70

Donkersloot-Zuid

0,41

0,60

Ridderpark en Oost

0,45

0,70

Veren Ambacht

0,47

0,70

Bron: PBL RUDIFUN, bewerking Ecorys

Meer mogelijkheden voor werken vanuit huis Door de schaarste van bedrijfskavels kan niet alle bedrijvigheid en werkgelegenheid landen op bedrijventerreinen. De gemeente wil dit compenseren door meer mogelijkheden te bieden voor kantoor- en bedrijfsruimte in het stedelijk weefsel en mogelijkheden voor functiemenging en werken aan huis. Hiermee zet de gemeente in op behoud van werkgelegenheid en levendige wijken. Er mag echter geen sprake zijn van detailhandel, daar waar de detailhandelsvisie daarin niet voorziet. Verbeteren van de woon-werkbalans De gemeente streeft naar het bieden van voldoende werkgelegenheid voor de bevolking van Ridderkerk. Jongeren, maar ook andere doelgroepen zoals internationale medewerkers, kunnen moeilijk een woning vinden binnen de gemeente. Dit is nadelig voor werkgevers, die moeite hebben met het vinden van geschikt personeel. Bovendien ontstaat een negatief effect op de pendelbewegingen en bijkomende verkeers- en milieu-impact (zie ook hoofdstuk 3). In 2030 heeft Ridderkerk een meer evenwichtige woon-werkbalans. De woon-werkbalans kan verbeterd worden door jongeren en internationale medewerkers te binden aan de gemeente. Hiervoor is ten eerste geschikte woonruimte nodig. De gemeente gaat zich inspannen om meer woonruimte te realiseren, al dan niet in combinatie met voorrang voor lokale binding.

Ten tweede moet Ridderkerk beter op de kaart gezet worden als aantrekkelijke gemeente – hier bestaat nog geen gemeentelijk beleid voor.

Economische visie Ridderkerk 2030

5.4 Gemeentelijke dienstverlening Huidige accountmanagement wordt doorgezet Een ruime meerderheid van de ondernemers in Ridderkerk geeft een 7 of hoger voor de gemeentelijke dienstverlening. Dit is een belangrijke verdienste van de twee bedrijfscontactfunctionarissen van de gemeente. Het is van belang dat de gemeente Ridderkerk in de toekomst twee bedrijvencontactfunctionarissen voltijds inzet. Het rapportcijfer geeft ook aan dat de gemeente Ridderkerk voldoende persoonlijk contact onderhoudt met de bedrijven in de gemeente. Om die reden wordt de huidige wijze van accountmanagement doorgezet. Een aandachtspunt is nog de laagdrempeligheid van het contact met de gemeente en de mogelijkheid tot inspraak. Niet alle ondernemers zijn op de hoogte van het bestaan van de RONDO en van het ondernemersplatform. De gemeente gaat zich inspannen opdat deze participatiemogelijkheden in de toekomst (nog) beter op het netvlies van de ondernemers in Ridderkerk te krijgen. Toezicht en handhaving moet beter Het grootste verbeterpunt voor de gemeentelijke dienstverlening heeft betrekking op toezicht en handhaving, bijvoorbeeld door boa’s op de industrieterreinen en de samenwerking tussen gemeente, politie, brandweer en ondernemers. Op dit moment draagt toezicht en handhaving in de ogen van de ondernemers nog onvoldoende bij aan het tegengaan van verloedering.

In 2030 kunnen de boa’s meer zichtbaar zijn op de werklocaties in Ridderkerk en kan er meer worden gehandhaafd op vervuiling en ondermijning. De ondernemers zelf zijn evenwel de ogen en oren van de werklocaties; zij dienen signalen door te geven in het geval van onwenselijke situaties.

5.5 Brede welvaart Ridderkerk scoort in feite redelijk goed op veel aspecten van brede welvaart. De voornaamste verbeterslag is mogelijk op een aantal aspecten ten aanzien van Samenleving en welzijn. Stimuleren van maatschappelijke inzet In hoofdstuk 3 bleek dat in Ridderkerk de inzet voor vrijwilligerswerk relatief lager ligt dan gemiddeld in Nederland. Tegelijkertijd blijkt uit de ondernemerspeiling dat een grote groep ondernemers bereid is om meer bij te dragen aan het verenigingsleven en/of andere maatschappelijke initiatieven. Het is de ambitie van de gemeente Ridderkerk dat dit potentieel in 2030 dan ook beter wordt benut. De gemeente wil hierin meer als verbinder en aanjager gaan functioneren, ook om andere inwoners van Ridderkerk hierbij te betrekken. Verder stimuleren van verduurzaming en klimaatadaptatie Bedrijven in Ridderkerk hebben al veel zonnepanelen geplaatst de afgelopen jaar. Toch geven ondernemers aan interesse te hebben in het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Niet alle ondernemers weten goed hoe ze dit moeten aanpakken. Er komen zaken kijken zoals de energiescan, de financieringspotentie, mogelijkheden voor subsidie en collectief inkopen. De gemeente stimuleert en ondersteunt ondernemers waar mogelijk met de verschillende stappen van het verduurzamingstraject.

Ook gaat de gemeente nog meer bewustwording ten aanzien van verduurzaming creëren bij ondernemend Ridderkerk.

/ 33

Economische visie Ridderkerk 2030

Hierbij gaat het niet alleen om de energietransitie. De gemeente stimuleert ondernemers waar mogelijk ook met het nemen van klimaatadaptieve maatregelen. Bijvoorbeeld ten behoeve van waterberging en -afvoer en het tegengaan van hittestress. Vergroening van de openbare ruimte De openbare ruimte in Ridderkerk is iets ‘versteender’ dan gemiddeld. Gemiddeld 52 procent van de ruimte is op dit moment versteend, met uitschieters naar 75 procent op Veren Ambacht.10 Gemiddeld is in Nederland 49 procent van de ruimte versteend. Het is belangrijk om de werklocaties te vergroenen, omdat dit voor minder klimaateffecten (zoals hittestress en wateroverlast) en dus minder kosten voor het bedrijfsleven zorgt. Daarnaast neemt de gebiedskwaliteit op de werklocaties toe als deze groener worden.

10

Basiskaart Groen en Grijs – Klimaateffectatlas.

/ 34

/ 35

Economische visie Ridderkerk 2030

6

Actieprogramma

In het actieprogramma van de economische visie maken we een doorvertaling van de visie en strategie naar concrete acties per strategisch thema zoals benoemd in hoofdstuk 5. De onderstaande acties worden allemaal uitgevoerd onder regie van team Economie van de gemeente Ridderkerk, in samenwerking met (regionale) partners. Daarin vervullen we als gemeente de rol van aanjager en verbinder. Omdat de meeste acties vragen om samenwerking met andere stakeholders, laten we in de laatste kolom zien met wie we dat als medeverantwoordelijken ten uitvoering brengen. Figuur 6.1: Acties per strategisch thema Strategisch thema

Acties

Medeverantwoordelijk(en) / Partners

Economische

Geen concrete acties, wel prioritair

structuur

vestigingsbeleid

-

Ondernemingsklimaat

Toezicht en handhaving: meer inzet van boa’s en

Politie, brandweer,

partners op de bedrijventerreinen, met name

ondernemers

Donkersloot Onderzoeken Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

Politie, brandweer,

voor de bedrijventerreinen

ondernemers

Parkeergelegenheid: ondernemers ondersteunen

Ondernemers, al dan niet

om te komen tot organisatorische en financiële

via de RONDO

constructies om van elkaars restcapaciteit gebruik te maken Parkeergelegenheid: de gemeente gaat meer

-

handhaven op ongewenst parkeergedrag. De gemeente gaat onderzoeken waar een blauwe zone of wegsleepregeling nodig is. Kwaliteit openbare ruimte: De gemeente gaat in

-

gesprek met de pand- en perceeleigenaren op locaties waar sprake is van (visuele) verloedering. Ruimte voor

Meer mogelijkheden voor werken aan huis: De

ondernemen en

gemeente gaat beginnend ondernemers

werken

aanmoedigen om een bedrijf aan huis te openen

-

(in plaats van op de bedrijventerreinen) om de ruimtedruk te mitigeren. Verbeteren van de woon-werkbalans: De

-

gemeente gaat ondernemers in Ridderkerk actief aanmoedigen om meer personeel uit Ridderkerk aan te nemen, om het aantal pendelbewegingen te verminderen. Gemeentelijke

Het huidige accountmanagement wordt doorgezet.

RONDO en

dienstverlening

Daaronder vallen bedrijfsbezoeken door B&W en

ondernemersplatform

bedrijfscontactfunctionarissen en regelmatig

/ 36

Economische visie Ridderkerk 2030

Strategisch thema

Acties

Medeverantwoordelijk(en) / Partners

overleg tussen gemeenteraad en ondernemersplatform. De gemeente richt de processen zodanig in dat

-

inwoners en ondernemers op aanvragen, meldingen en klachten binnen 2 werkdagen een eerste reactie krijgen. De gemeente gaat meer communiceren richting de

RONDO en

ondernemers in Ridderkerk voor meer bewustzijn

ondernemersplatform

over de gemeentelijke dienstverlening en de ondernemerscollectieven in de gemeente. De gemeente gaat meer in gesprek met de

RONDO en

bedrijven die aangeven wellicht te gaan sluiten,

ondernemersplatform

om eventuele ondersteuningsbehoeften in beeld te brengen. Brede welvaart

Stimuleren van maatschappelijke inzet: meer

Verenigingsleven

betrekken van inwoners van Ridderkerk in de

Maatschappelijke

organisatie en uitvoering van maatschappelijke en

organisaties

economische ontwikkelingen (o.a. in het verenigingsleven, en in gemeentelijke activiteiten) Verder stimuleren van verduurzaming en

Duurzaamheidsorganisaties

klimaatadaptatie: de gemeente gaat ondernemers ondersteunen in het proces van verduurzaming en klimaatadaptatie. De gemeente gaat zelf waar mogelijk investeren in vergroening van de openbare ruimte en het vergroten van de biodiversiteit.

-

/ 37

Economische visie Ridderkerk 2030

Bijlage 1: gedetailleerde resultaten digitale enquête

Tevredenheid van de gemeentelijke dienstverlening aan ondernemers in Ridderkerk (N=58)

Communicatie met bedrijven over een vergunningaanvraag

14

18

4

Tijdsduur van indiening vergunning tot besluit

15

17

5

Professionaliteit toezicht en handhaving door gemeente

1

Mate waarin aandacht wordt besteed aan het ondernemersklimaat

2

Snelheid waarmee vragen worden beantwoord

1

21

Mogelijkheid om met bestuurders in contact te komen

Informatieverstrekking over gemeentelijk beleid en regelgeving

3

25

Duidelijkheid beleid en regelgeving

2

26

Mogelijkheid klachten te uiten over gemeentelijke dienstverlening

2

6

Zeer tevreden

7

4

9 3

30%

7 8

10 5

Tevreden

Neutraal

Ontevreden

60%

70%

Zeer ontevreden

3

11

20

50%

1 1 1

3

14

40%

5

4

16

24

20%

4

20

27

10%

7

4

17

3

5

10

20

20

4

4

6

9

21

3

8

12

26

2

Vindbaarheid juiste loket/persoon

11

14

20

Kennisniveau ambtenaren

5

9

9

22

5

Nakomen afspraken

16

13

7

Mogelijkheden om met ambtenaren in contact te komen.

5

12

23 5

19

13 29

Inlevingsvermogen van bestuurders in problematiek bedrijfsleven

0%

3

80%

4

2

1

5

90%

Weet ik niet/n.v.t.

6 4

100%

/ 38

Economische visie Ridderkerk 2030

Tevredenheid van huidige bedrijfslocatie (N=46)

Bereikbaarheid per fiets

17

Bereikbaarheid per auto

27

14

Uitstraling van uw eigen pand

28

10 7

21

Parkeergelegenheid op uw locatie

7

20

Ruimte voor laden/lossen

6

18

Veiligheidsgevoel

6

17

5

Uitstraling openbaar groen 3

Uitstraling van panden in de buurt

3

Ruimte voor uitbreiding Handhaving van de openbare orde

1

Verkeersveiligheid en verkeersintensiteit

1 0%

11 9 6

13

6 8

8

8

Tevreden

Neutraal

Ontevreden

1

50%

3

11

23 40%

1

11 7

Zeer tevreden

2

14

21

30%

1

8

21

20%

3 7

8

9

2

7 13

26

10%

3

14

22

2 7

7

24

2

1 1

4

20

4

Mogelijkheden voor recreatie en bewegen

2

30

Bereikbaarheid met openbaar vervoer

Samenwerking tussen de aanwezige bedrijven

2 0

60%

Zeer ontevreden

6 10

70%

80%

4 90%

100%

/ 39

Bijlage 2: detailhandelsvisie

Detailhandelsvisie Ridderkerk Toekomstvisie detailhandel 2023-2033 Opdrachtgever: Gemeente Ridderkerk Rotterdam, 21 augustus 2023

Detailhandelsvisie Ridderkerk

Toekomstvisie detailhandel 2023-2033

Opdrachtgever: Gemeente Ridderkerk

Wilbert Kroesen

Rotterdam, 21 augustus 2023

Inhoudsopgave

1

Inleiding

2

Maatschappelijke trends en doelstellingen gemeentelijk detailhandelsbeleid

4

2.1

Dynamisering en verduurzaming winkelaanbod en verdringing door internet retail

4

2.2

Demografische transitie: ontgroening

5

2.3

Relatief ruime hoeveelheid detailhandel in de gemeente Ridderkerk

7

2.4

Doelstellingen gemeentelijk detailhandelsbeleid

8

3

4

3

Beleid voor de detailhandelsstructuur

11

3.1

De hiërarchie van winkelgebieden

11

3.2

Beleid voor het kernwinkelgebied van Ridderkerk-Centrum

13

3.3

Beleid voor de centrumrandgebieden en voor Centrum-Oost

17

3.4

Beleid voor de wijkwinkelcentra en buurtsteunpunten

18

3.5

Beleid voor PDV-locatie Donkersloot-Zuid

26

3.6

Beleid voor de detailhandel buiten de winkelhiërarchie

28

Specifieke aspecten detailhandelsbeleid

30

4.1

Beleid voor bedrijveninvesteringszones t.b.v. winkelgebieden

30

4.2

Standplaatsenbeleid

30

4.3

Beleid voor de vestiging van internet retail

31

Bijlage I: Definities

32

Detailhandelsvisie Ridderkerk

2

1

Inleiding

In 2015 werd de Toekomstvisie Detailhandel Ridderkerk door de gemeenteraad vastgesteld. In het kader van de updating van de Economische Visie van de gemeente Ridderkerk is besloten om ook de detailhandelsvisie te actualiseren. Opzet van het rapport Hoofdstuk 2 biedt een algemeen kader: welke trends spelen in de detailhandel, hoe verandert de bevolking van Ridderkerk in aantal en leeftijd; is er te veel of te weinig detailhandel in de gemeente en welke doelstellingen voor het gemeentelijk detailhandelsbeleid volgen hier uit? In hoofdstuk 3 wordt de detailhandelsstructuur van Ridderkerk geanalyseerd. Hoofdstuk 4 behandelt enkele specifieke onderwerpen met betrekking tot het gemeentelijk detailhandelsbeleid. In bijlage 1 zijn definities opgenomen van termen die in deze nota worden gebruikt. Gebruik van en waardering voor de lokale detailhandel door de inwoners Deze detailhandelsvisie gaat uit van de metingen van het gebruik van en de waardering voor de lokale detailhandel van het zeer grootschalige koopstromenonderzoek 2021 in de Randstad, in Noord-Brabant en in het Gelderse Rivierenland. Locatus als bron voor het bestaande winkelaanbod Daarnaast hebben wij gebruik gemaakt van de laatste inventarisatie van het aanwezige winkelaanbod van Locatus. Deze bron wordt in Nederland als de beste bron daarvoor gezien.

Gesprekken met lokale winkeliers Voor deze detailhandelsvisie zijn gesprekken gevoerd met winkeliers, naast het proces van hoor en wederhoor met de lokale ondernemers dat gevolgd wordt voor de Economische Visie. Bij de gesprekken voor de nieuwe detailhandelsvisie zijn de volgende thema’s aan bod gekomen: •

actuele stand van de economie en trends, in zoverre relevant voor het specifieke winkelgebied;

•

beoordeling van het eigen winkelgebied door de winkeliers zelf en door de consumenten;

•

visie van de winkeliers op het gemeentelijk beleid voor het specifieke winkelgebied;

•

organisatie van de winkeliers en de financiële voeding van hun activiteiten.

Ecorys heeft hiervoor gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de winkeliers en ondernemersverenigingen van de winkelgebieden (in alfabetische volgorde) Centrum Ridderkerk, Dillenburgplein in Slikkerveer, Olmenlaan in West, Vlietplein in Drievliet/Het Zand en Winkelplein Oost . De ondernemers van winkelcentrum De Werf in Bolnes zagen af van een gesprek. Daarnaast hebben wij gesproken met woordvoerders van de perifere detailhandelsvestigingen op bedrijventerrein Donkersloot-Zuid, met name in de omgeving Noordenweg/Gieterijstraat.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

3

2

Maatschappelijke trends en doelstellingen gemeentelijk detailhandelsbeleid

In dit hoofdstuk worden enkele macro-economische en maatschappelijke trends (zowel nationaal als lokaal) benoemd die sterk van invloed zijn op de Ridderkerkse detailhandel. Hoe sterk deze ontwikkelingen doorwerken op de lokale detailhandel is niet precies aan te geven. Ook wordt geïndiceerd of er voldoende detailhandel is in de gemeente. Uit de trends en de kwantitatieve raming volgen doelstellingen voor het gemeentelijk detailhandelsbeleid.

2.1

Dynamisering en verduurzaming winkelaanbod en verdringing door internet retail In deze paragraaf wordt nagegaan hoe de ontwikkeling van de consumptieve bestedingen in de laatste jaren en de verdere groei van internet-retail gevolgen hebben gehad voor de fysieke detailhandel in Ridderkerk en daarbuiten. Herstel van de economische crisis 2007-2024 De detailhandel is één van de sectoren die werd getroffen door de terugvallende consumptieve bestedingen gedurende de economische crisis 2007-2014. In deze jaren bleef de stijging van de omzet van vrijwel alle detailhandelsbranches achter bij die van de kosten. Daardoor kwam de winst onder druk te staan en moesten veel ondernemers hun reserves aanspreken. Het herstel van de omzet was in de jaren 2025-2019 in vrijwel alle branches krachtig. Er kwam vlees op de botten bij winkelbedrijven. Coronacrisis (2020-2022) en energiecrisis (2021-heden) De coronacrisis trok diepe sporen: sommige branches (met name de dagelijkse detailhandel en de bouwmarkten) profiteerden; andere branches kwamen – opnieuw - in de gevarenzone. De online retail boekte een zeer snelle omzetgroei. Tijdens de coronacrisis bleef het aantal faillissementen beperkt. Dat was mede te danken aan de coronasteunmaatregelen van de lokale en landelijke overheid. Bedrijven zien zich inmiddels geconfronteerd met hoge inflatie en zeer hoge energieprijzen (sedert Q4 2021).

De kosten stijgen weer sneller dan de omzet. Daarbij komt dat veel winkeliers vanuit de coronatijd uitgestelde belastingen en steunmaatregelen moeten gaan terugbetalen. Energie-intensieve winkels (zoals bakkers) hebben het meest te lijden van de toename van de energieprijzen. Gevolgen: leegstand beweegt rondom niveau frictieleegstand Ook in Ridderkerk moeten de winkeliers omgaan met deze marktontwikkelingen die een zware wissel kunnen trekken op (resterende) reserves. Hier en daar kwamen winkels leeg te staan, onder andere vanwege faillissement. De meest recente cijfers (mei 2023) geven aan dat bijna 5% van de winkels in Ridderkerk leeg staat, waarvan 6% in Ridderkerk-Centrum en 4% daarbuiten. Voor de winkelvloer-oppervlakte ligt dat op ongeveer 3% in de gemeente, 4% in Ridderkerk-Centrum en 2% daarbuiten. Dit betekent dat de winkelleegstand zich rondom frictieleegstand beweegt (circa 5%). Frictie-leegstand staat voor het niveau van leegstand dat markttechnisch als gezond wordt gezien, om in staat te zijn op korte termijn te voldoen aan de behoefte aan winkelruimte. In RidderkerkCentrum is winkelleegstand hoger dan daarbuiten. Toch is de winkelleegstand in het centrum lager dan in vergelijkbare centrumgebieden, namelijk circa 11% voor winkels en 7,5% voor vloeroppervlakte.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

4

Dynamisering en optimalisatie van het gebruik van winkelruimte De detailhandel dynamiseert in hoog tempo, zowel voor de distributie als voor de prijsstelling en voor de openingstijden. Voor de distributie volgen de meeste consumentgerichte bedrijven een ‘multi channel’ aanpak: de producten en diensten worden via meerdere verkoopkanalen bij de consument gebracht, zowel via eigen fysieke winkels; via fysieke winkels van andere bedrijven en door te bezorgen waar de consument dat wil, na de aankoop op internet. Voor de prijsstelling zal op lange termijn steeds vaker voor dezelfde producten een andere prijs worden gevraagd. De prijs voor hetzelfde product van hetzelfde bedrijf gaat steeds verschillen tussen plaatsen en winkelcentra en tussen tijden. Op de drukste momenten en op de drukste plaatsen wordt een hogere prijs gevraagd. Wat betreft de openingstijden wordt per locatie met een proces van ‘trial and error’ uitgezocht wat de beste openingsuren zijn. De online winkel is 24/7 geopend. De fysieke winkel moet daarop reageren. In paragraaf 4.2 wordt ingegaan op de winkelopeningstijden in Ridderkerk. Maatschappelijk verantwoord consumeren en ondernemen Aan de zijde van de consumenten spelen processen die samengevat kunnen worden onder de noemer maatschappelijk consumeren en ondernemen.

Groeiende groepen consumenten richten hun bestedingen zo in dat bewust wordt omgegaan met centrale waarden in het leven, zoals natuur- en dierenvriendelijk voedsel, het voorkomen van voedselverspilling, een goede verhouding tussen ondernemers en personeel, verminderen van armoede, verminderen van eenzaamheid, redelijke arbeidstijden en voldoende rustmomenten, duurzaam gebruik van fossiele grondstoffen, gebruik van niet-fossiele brandstoffen, zo min mogelijk verpakking, terugdringen van afval en intensiveren van hergebruik en ook privacy-controle op consumenteninformatie. Meerdere maatschappelijke opgaves zoals klimaatadaptatie, verduurzaming, armoedebestrijding en natuurbescherming komen hier terug. Steeds meer bedrijven, waaronder winkelbedrijven, passen hun bedrijfsprocessen (de een wat meer en eerder dan de ander) aan, waarbij hun proposities aan de consumenten zo veel mogelijk worden gericht op de principes van maatschappelijk ondernemen.

2.2

Demografische transitie: ontgroening Volgens de laatste prognose van de ontwikkeling van de bevolking van de gemeente Ridderkerk gaat het aantal inwoners (vanaf 1-1-2023) toenemen met enkele percentages, namelijk met iets minder dan 6% tot 2040 en met meer dan 8% tot 2050.1 Die groei zorgt er voor dat de omzetmogelijkheden voor de fysieke detailhandel proportioneel gaan toenemen. De bevolking van Nederland groeit, volgens de prognose overigens nog iets sterker, met ruim 10% tot 2050. Figuur 2.1 Toename van het aantal inwoners van de gemeente Ridderkerk tot 2050

52,000

50,000 48,000

48,800 46,189

46,671 47,099

49,600

50,200

50,800

51,500

8.5%0.08

7.0%

47,485 47,800

5.7% 4.5%

46,000

0.02

0.7%

42,000 2020

2021

2022

0.0% 2023 2025

Aantal inwoners

2030

0.06

0.04

2.8%

44,000

0.1

0 2035

2040

2045

2050

Toename inwoners Ridderkerk

Bron: CBS en ABF Primos (2022), bewerking Ecorys 1

CBS en ABF Research Primos: “Regionale prognose 2023-2050” (6 juli 2022)

Detailhandelsvisie Ridderkerk

5

Figuur 2.2 Leeftijdsopbouw gemeente Ridderkerk in 2022

Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-bevolking/regionaal/inwoners

Daarbij moet bij de planning van de detailhandelsstructuur rekening worden gehouden met demografische ontgroening2 (minder jongeren en jong volwassenen) en dubbele vergrijzing (meer ouderen die ook langer blijven leven). De ontgroening en vergrijzing spelen al langer in Ridderkerk.3 De bevolkingspiramide laat zien dat de leeftijdsgroepen tussen 10 en 50 jaar zijn ondervertegenwoordigd en die vanaf 60 jaar zijn oververtegenwoordigd. Tabel 2.1 Aandeel inwoners ouder dan 64 jaar en afstand grote supermarkt Aantal inwoners

Ouder dan

% ouder dan

Afstand grote

64 jaar

64 jaar

supermarkt

Centrum

4.830

790

16%

600 m

West

3.525

1.390

39%

600 m

Oost

6.260

1.500

24%

500 m

Drievliet

8.010

2.180

27%

600 m

Het Zand

3.470

780

22%

700 m

Slikkerveer

9.330

1.840

20%

600 m

Bolnes

7.890

2.230

28%

600 m

Rijsoord

3.005

645

21%

2,4 km

Oostendam

630

115

18%

750 m

Donkersloot

130

20

--

700 m

Verenambacht

-

-

--

--

Cornelisland

20

5

--

1,5 km

47.099

11.494

24%

700 m

20%

900 m

Ridderkerk Nederland

Bron: CBS (2023) wijk- en buurtstatistiek 2022 en nabijheidsstatistiek 2019

2

3

Onder demografische ontgroening wordt verstaan het afnemen van het aandeel jongeren in de bevolking als gevolg van een afname van het geboortecijfer. Een relatief grote groep jeugd zal volwassen worden terwijl een kleinere groep jeugd achterblijft. Het gevolg van demografische ontgroening is een stijging van de gemiddelde leeftijd van de bevolking en een toename van het aandeel werkenden in de totale bevolking. Gemeente Ridderkerk: “Grijs, zilver en oud – De demografische toekomst van Ridderkerk” (maart 2012)

Detailhandelsvisie Ridderkerk

6

In tabel 2.1 is aangegeven hoeveel mensen in de wijken en dorpen van de gemeente Ridderkerk wonen. De laatste kolom geeft de afstand naar de dichtstbijzijnde grote supermarkt. Vooral in West wonen relatief meer ouderen. Omdat de mobiliteit van de mens geleidelijk afneemt naarmate deze ouder wordt en ouder wordende steeds langer in de eigen woning wonen, is het instandhouden van een basiswinkelvoorziening voor deze wijk van belang. In West ligt aan de Olmenlaan een Aldi die over een ontoereikende vloeroppervlakte beschikt om de verzorgingsfunctie goed in te vullen. Daarnaast maakt internet retail het mogelijk om thuis te laten bezorgen. Voor de toekomstige ouderen is het kopen op internet geen noviteit meer. Voor andere soorten voorzieningen dan levensmiddelen (zoals niet-dagelijkse artikelen, zorg, filmhuizen en podiumkunst) betekent de veroudering van de bevolking extra klandizie en voor andere voorzieningen juist minder klandizie (zoals cafés, bioscopen, modewinkels en poppodia). Ouder worden van de winkeliers Een bijzonder aspect van de vergrijzing is de vergrijzing van winkeliers. Als de bevolking ontgroent, ontgroent het winkeliersbestand ook. Landelijk wordt geconstateerd dat een kwart van de winkelbedrijven sluit zonder opvolging. Hier en daar leidt de veroudering van de winkeliers ook in Ridderkerk tot winkelsluiting en opheffing van het bedrijf.

In andere bedrijfssectoren dan de fysieke detailhandel (waaronder niet in de laatste plaats de internet retail) is over het algemeen een beter inkomen te verdienen. Het is niet meer vanzelfsprekend dat een goed lopende fysieke winkel verkocht kan worden aan een volgende generatie, aan een (jongere) ondernemer of aan een filiaalbedrijf. De ontgroening van de winkeliers, het gebrek aan opvolgers en het feit dat lokale winkeliers vooral kleinere winkels op wat minder goede locaties plegen te exploiteren leiden tot wijziging van de functie van winkels naar horeca en andere bestemmingen. De zelfstandige bakker, slager en groentewinkel en de zelfstandige modewinkel worden in toenemende mate schaars.

2.3

Relatief ruime hoeveelheid detailhandel in de gemeente Ridderkerk De volgende berekening maakt het mogelijk om te bepalen of de hoeveelheid bestaande winkelruimte in de gemeente voldoende is. Tabel 2.2 Marktruimte voor detailhandel in de gemeente Ridderkerk begin 2023 Dagelijkse

Niet-dagelijkse

detailhandel

detailhandel

Inwoners op 1-1-2023

47.485

47.485

Netto-omzet per inwoner

€ 2.811

€ 2.626

€ 133 mln.

€ 125 mln.

Binding koopkracht in Ridderkerk

87%

63%

Omzettoevloeiing van elders

13%

37%

€ 128 mln.

€ 63 mln.

Netto-koopkracht inwoners

Totaal bestedingen Ridderkerk

€ 8.285 per m²

€ 2.162 per m²

Theoretisch haalbare m² detailhandel

15.475 m²

29.296 m²

Bestaande m² detailhandel Ridderkerk

18.075 m²

38.425 m²

Omzet per m² detailhandel

Bron: Koopstromen Randstad (2021), INretail/Panteia (2022), CBS (2023), Locatus (2023), bewerking Ecorys

Detailhandelsvisie Ridderkerk

7

Het aantal inwoners van de gemeente is het startpunt van de berekening. Het aantal inwoners wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde omzet per inwoner in Nederland, gecorrigeerd voor het verschil in inkomen per inwoner van Nederland en Ridderkerk. Dit levert de netto-koopkracht van de inwoners van de gemeente op. Een groot deel van deze koopkracht wordt besteed binnen de gemeente (de binding); de rest wordt elders besteed (afvloeiing). Een deel van de omzet vloeit toe van buiten de gemeente. De bestedingen zijn het totaal van de binding en de omzettoevloeiing. De bestedingen worden gedeeld door de gemiddelde omzet per m² winkelvloeroppervlakte in Nederland. Dit levert in de voorlaatste regel een indicatie op van de theoretisch haalbare m² detailhandel. Deze indicatie kan worden vergeleken met de bestaande hoeveelheid m² detailhandel, in de laatste regel. In Ridderkerk er meer winkelvloeroppervlakte zowel voor de dagelijkse detailhandel als de niet-dagelijkse detailhandel dan wat er theoretisch gezien haalbaar zou zijn. De inwoners kunnen dus gebruik maken van een hoger niveau aan winkelvoorzieningen. Dat is ook het geval, hoewel in mindere mate, als de prognose voor het aantal inwoners van de gemeente voor het jaar 2040 wordt doorgerekend. In het jaar 2040 is er nog steeds circa 10% dagelijkse detailhandel en circa 20% niet-dagelijkse detailhandel meer dan theoretisch verwacht.

Er zijn over het algemeen geen geluiden dat het ongewoon slecht zou gaan met de lokale detailhandel in Ridderkerk. Op dit moment (mei 2023) staat bijna 5% van de winkels in Ridderkerk leeg, waarvan 6% in Ridderkerk-Centrum en 4% daarbuiten. Dit leegstandsniveau ligt om en nabij het niveau van frictieleegstand, dat als gezond wordt gezien om permanent verandering en vernieuwing te kunnen doorvoeren. Wel geven ondernemers zo nu en dan aan dat hun winkel gezien de omzet eigenlijk best wel kleiner zou kunnen zijn. De gemeente stelt zich daarom terughoudend op met betrekking tot het planologisch mogelijk maken van de toevoeging van nieuwe detailhandelsruimte. De berekening is op het schaalniveau van de totale gemeente uitgevoerd. Hierbij moet worden aangetekend dat als de berekening op een ander schaalniveau wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld dat van winkelcentrum Dillenburgplein) of voor een specifieke branche (zoals voor de bouwmarkten) een andere uitkomst kan ontstaan.

2.4

Doelstellingen gemeentelijk detailhandelsbeleid De Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 constateert dat de (nog steeds) groeiende online retail ruimtelijke consequenties heeft voor de detailhandel in de winkelcentra: winkels verdwijnen en leegstand kan ontstaan. In de vorige paragraaf zijn ook andere factoren aan bod gekomen die bedreigend maar ook kansen scheppend kunnen zijn voor de detailhandel, zoals het dynamiseren, de verduurzaming en de ontgroening van de bevolking. Het samenspel van de economische en maatschappelijke trends en de distributieplanologische berekening (tabel 2.1) maken een lokaal detailhandelsbeleid nodig dat uitgaat van de volgende beleidsdoelstellingen: •

het handhaven van de hiërarchie van winkelgebieden als uitgangspunt (zie: paragraaf 3.1);

•

het accent ligt op kwaliteitsverhoging van de winkelgebieden in deze winkelhiërarchie;

•

alleen nieuwe winkelruimte waar dat nodig is voor een goed voorzieningenniveau;

•

persisteren in terughoudendheid ten aanzien van perifere detailhandelsvestigingen.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

8

De Detailhandelsvisie 2015 zette in op deze beleidsdoelstellingen. De nieuwe detailhandelsvisie zet weer in op deze beleidsdoeleinden. Verbetering van bestaand winkelaanbod gaat boven het realiseren van nieuwe detailhandelsruimte. De opening van nieuwe winkels op locaties buiten de winkelgebieden van de winkelhiërarchie wordt ontmoedigd. Als gevolg van de tweede en derde doelstelling stelt de gemeente zich in principe meewerkend op ten aanzien van initiatieven die gericht zijn op de verplaatsing van winkels van locaties buiten de winkelhiërarchie naar locaties in de winkelhiërarchie. De gemeente wil meewerken aan verzoeken tot herbestemming tot nietwinkelfuncties van onvoldoende levensvatbare winkellocaties buiten de winkelgebieden van de winkelhiërarchie. De noodzakelijkheid van een detailhandelsbeleid met deze doelstellingen ligt in het gegeven dat zo’n beleid de beste kansen op de instandhouding van een zo hoogwaardig mogelijke detailhandelsstructuur biedt, waarbij de winkelgebieden in de winkelhiërarchie vitaal kunnen blijven en bedrijventerreinen vrij worden gehouden voor de soorten bedrijven waarvoor ze primair zijn bedoeld en de automobiliteit voor het winkelbezoek wordt teruggedrongen.

Dit beleid draagt bij aan het kunnen bieden van een in totaal zo goed mogelijk pakket aan voorzieningen voor de inwoners, voor de bezoekers van elders en voor de gevestigde bedrijven om zo de leefbaarheid op peil te houden. Een beleid dat op deze doelstellingen is gebaseerd vormt een stevig fundament onder de investeringen van winkelbedrijven en vastgoedeigenaren. Dienstenrichtlijn: motivering van vestigingsbeperkingen Als het gemeentelijk beleid, bijvoorbeeld in bestemmingsplannen, bepaalde beperkingen van de vrije vestiging van detailhandel bevat moeten deze vestigingsbeperkingen zo in het beleid worden gemotiveerd dat wordt voldaan aan artikel 15 lid 3 van de Europese Dienstenrichtlijn. Het doel van de Dienstenrichtlijn is dat dienstverleners in de Europese Unie zich onbelemmerd in een andere lidstaat moeten kunnen vestigen of tijdelijk diensten kunnen verrichten. Diensten, binnen de context van de Dienstenrichtlijn, zijn alle functies waar sprake is van een economische activiteit. Het gaat dus niet alleen om detailhandel maar ook om horeca, dienstverlening, kantoren, etc.

Onder de beperkingen van de vrije vestiging van de detailhandel vallen territoriale beperkingen (daarom moet de gemeente winkelgebieden ruimtelijk afbakenen en een standplaatsenbeleid voeren); maatvoerende beperkingen (maxima en minima) en brancheringsbeperkingen (zoals voor perifere detailhandelsvestigingen). In principe betekent de motiveringsplicht dat een gemeente de noodzakelijkheid en evenredigheid van de vestigingsbeperkingen moet motiveren. Met noodzakelijkheid wordt bedoeld dat de beperkingen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang, dat wil zeggen op het in tact houden van een sterke detailhandelsstructuur vanuit het belang van een goede ruimtelijke ordening. Hierboven is de noodzakelijkheid van de doelstellingen van het gemeentelijk detailhandelsbeleid omschreven. Met evenredigheid wordt bedoeld dat de beperkingen geschikt moeten zijn om de nagestreefde doelen te bereiken. Anders gezegd: stel dat een supermarkt geen toestemming krijgt om een vestiging op een bedrijventerrein te openen, dan moet dat aantoonbaar effectief bijdragen aan het bereiken van de doelen van het betreffende beleid. De beperkingen mogen niet verder gaan dan nodig is om het doel te bereiken en dat doel mag niet met andere, minder beperkende maatregelen kunnen worden bereikt. De beperkingen moeten verder coherent en systematisch door de gemeente worden toegepast.

Daarmee wordt onder meer bedoeld dat de gemeente zich in de hele gemeente consistent aan deze vestigingsbeperkingen moet houden. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning zijn de enige instrumenten waar dit juridisch geborgd kan worden. In deze detailhandelsnota worden (waar nodig) de noodzakelijkheid en evenredigheid van vestigingsbeperkingen omschreven en gemotiveerd.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

9

Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Elke nieuwe winkelontwikkeling die per saldo meer dan enkele honderden m² wvo toevoegt moet worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit is een wettelijke verplichting. Dit betekent dat de behoefte van het initiatief moet worden aangetoond en dat ruimtelijk-functionele effecten op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur, de leegstand en in het verlengde daarvan het woon-, leef- en ondernemersklimaat aanvaardbaar moeten zijn. De ladder voor duurzame verstedelijking bestaat uit meerdere treden: is er sprake van een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling; ontstaat er voldoende behoefte voor deze ontwikkeling en kan in bestaande bebouwing aan de geconstateerde behoefte worden voldaan? Als het antwoord op de tweede vraag positief is en op de derde vraag negatief kan de ontwikkeling door de gemeente planologisch mogelijk worden gemaakt. Zolang er geen negatieve effecten ontstaan die in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening zijn, zoals een onaanvaardbaar hoog leegstandsrisico. De Raad van State heeft aangegeven dat bij de laddertoets ook moet worden beoordeeld of de ontwikkeling past in het gemeentelijke en provinciale detailhandelsbeleid, maar dit is niet voldoende.

Daarom stelt ook de gemeente Ridderkerk, net als de provincie Zuid-Holland, dat bij elk initiatief voor de toevoeging van per saldo meer dan enkele honderden m² wvo detailhandel moet worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

10

3

Beleid voor de detailhandelsstructuur

In dit hoofdstuk komt het beleid van de gemeente voor de detailhandelsstructuur aan bod. Het vizier wordt daarbij in het bijzonder gericht op de winkelgebieden die deel uitmaken van de winkelhiërarchie. In paragraaf 3.1 wordt deze hiërarchie omschreven. In de daaropvolgende paragrafen wordt op het beleid voor de specifieke winkelgebieden in deze hiërarchie ingegaan. Daarna wordt ingegaan op het gemeentelijke beleid voor het overige, verspreid gelegen winkelaanbod.

3.1

De hiërarchie van winkelgebieden In de meeste grotere plaatsen van Nederland, waaronder in Ridderkerk, is een sterk hiërarchische winkelstructuur tot stand gekomen. Deze winkelstructuur heeft geleid tot een hoge winkelkwaliteit op relatief korte afstand van de inwoners. Op figuur 3.1 zijn de winkelgebieden aangegeven die tot de winkelhiërarchie van Ridderkerk worden gerekend. Tabel 3.1 laat zien hoe de winkelvloeroppervlakte is verdeeld over de gemeente. Figuur 3.1 Spreiding van winkelgebieden in de winkelhiërarchie van Ridderkerk

Bron: gemeente Ridderkerk, bewerking Ecorys

De top van de winkelhiërarchie van de gemeente Ridderkerk wordt gevormd door het kernwinkelgebied in het centrum van Ridderkerk. Daar ligt ongeveer een derde deel van de detailhandelsruimte, met het accent op dagelijkse detailhandel. De tweede laag bestaat uit de drie wijkwinkelcentra Dillenburgplein in Slikkerveer, Vlietplein in Drievliet/Het Zand en De Werf in Bolnes. De derde laag bestaat uit twee buurtsteunpunten, namelijk Winkelplein Oost in Oost en Olmenlaan in West. De wijkwinkelcentra en buurtsteunpunten draaien sterk op dagelijkse detailhandel. De supermarkten in de buurtsteunpunten zijn met name bedoeld om dichtbij de consumenten een

Detailhandelsvisie Ridderkerk

11

basisaanbod aan levensmiddelen aan te bieden. Een aparte positie in de winkelhiërarchie is er voor de perifere detailhandelsvestigingen (PDV) op bedrijventerrein Donkersloot. In paragraaf 3.5 wordt toegelicht welk deel van de PDV op dit bedrijventerrein deel uitmaakt van de winkelhiërarchie. Tabel 3.1 Spreiding winkelvloeroppervlakte gemeente Ridderkerk Dagelijkse

Niet-dagelijkse

detailhandel

detailhandel

Detailhandel

Kernwinkelgebied

41%

27%

32%

Centrumrandgebieden

11%

22%

18%

Centrum

53%

49%

50%

Centrum

9.525 m²

18.750 m²

28.275 m²

Vlietplein

8%

3%

5%

Dillenburgplein

9%

2%

4%

De Werf

21%

1%

7%

Olmenlaan en Winkelplein Oost

6%

0%

2%

Wijk- en buurtwinkelcentra

43%

7%

18%

Wijk- en buurtwinkelcentra

7.850 m²

2.550 m²

10.400 m²

PDV Noordenweg e.o.

1%

11%

8%

PDV Gieterijstraat

0%

15%

10%

PDV overig Donkersloot

0%

2%

2%

1%

28%

20%

150 m²

10.900 m²

11.050 m²

Overig verspreid winkelaanbod

550 m²

6.225 m²

6.775 m²

Totaal winkelvloeroppervlakte

18.075 m²

38.425 m²

56.500 m²

32%

68%

100%

PDV bedrijventerrein Donkersloot PDV bedrijventerrein Donkersloot

Bron: Locatus (2023), bewerking Ecorys

Het overige winkelaanbod in Ridderkerk ligt verspreid en maakt geen deel uit van de hiërarchie. Dit geldt ook voor de centrumrandgebieden. Deze gebieden zijn goed voor circa een zesde deel van de aanwezige detailhandelsruimte, met het accent op niet-dagelijkse detailhandel. De winkel van Plaisier Interieur is verreweg de grootste winkel in de centrumrandgebieden (5.700 m²). Hoewel Dirk van de Broek en Superette Ridderhof aan de Havenstraat binnen het gebied van de PDVlocatie Noordenweg liggen is hun vloeroppervlakte bij de centrumrandgebieden gerekend. De afgelopen jaren zijn er binnen het sociale domein van het gemeentelijk beleid grote veranderingen doorgevoerd. Met name op het gebied van zorg, jeugd en participatie zijn taken en middelen verschoven naar gemeenten. Dit betekent niet alleen een verandering van werken en financieren binnen het sociale domein, maar heeft op onderdelen ook grote gevolgen voor het fysieke domein. Zo blijven ouderen, gehandicapten en (chronisch) zieken veel langer thuis wonen dan voorheen gebruikelijk was. Het betekent ook veel in de vraag naar voorzieningen als winkels zo dicht mogelijk bij de woning. Dit roept aandacht op voor de wijkwinkelcentra en buurtsteunpunten. In de kleine kernen Rijsoord en Oostendam ontbreekt winkelaanbod. Wellicht is in Rijsoord een dorpswinkel mogelijk (paragraaf 3.4).

In de volgende paragrafen wordt het beleid van de gemeente Ridderkerk voor de winkelgebieden van de winkelhiërarchie en voor de overige detailhandelslocaties toegelicht. Begonnen wordt met het kernwinkelgebied.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

12

3.2

Beleid voor het kernwinkelgebied van Ridderkerk-Centrum Met meer dan 17.500 m² wvo in het kernwinkelgebied en bijna 10.500 m² wvo in de centrumrandgebieden (totaal: 28.000 m²) is het centrum van Ridderkerk groter dan dat van omliggende gemeenten als Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht (De Schoof), Alblasserdam, Zwijndrecht (Walburg) en Papendrecht. Ook het Rotterdamse winkelcentrum Keizerswaard is kleiner dan het centrum van Ridderkerk. De centrumgebieden van Rotterdam en Dordrecht en stadsdeelcentrum Zuidplein hebben weer (veel) meer winkelvloeroppervlakte dan het centrum van Ridderkerk. Doelstellingen van de gemeente voor het kernwinkelgebied De gemeente streeft naar ten minste behoud van de koopkrachtbinding (het percentage aankopen van de inwoners in de eigen gemeente) op het kernwinkelgebied en naar ten minste behoud van de omzettoevloeiing van buiten de gemeente Ridderkerk naar het kernwinkelgebied (tabel 2.1). Er is geen noodzaak voor uitbreiding van de winkelvloeroppervlakte van het kernwinkelgebied. Voor nieuwe winkels wachten leegstaande panden op invulling. Behoud van de bestaande lokale en regionale verzorgingspositie betekent vooral dat de kwaliteit kernwinkelgebied moet toenemen. Hier wordt sinds jaar en dag aan gewerkt door ondernemers, vastgoedeigenaren en gemeente.

In de volgende tabel worden enkele kenmerken van de beleving van de kwaliteit van het kernwinkelgebied onderscheiden. Beoordeling van het kernwinkelgebied door de consumenten De consument is in het algemeen vrij goed te spreken over het centrum van Ridderkerk in het algemeen en het kernwinkelgebied in het bijzonder. Figuur 3.2 laat zien hoe de consumenten het centrum hebben beoordeeld bij de laatste regionale koopstromenonderzoeken. De figuur geeft de gemiddelde rapportcijfers voor verschillende aspecten van het centrumgebied. Bij het aspect faciliteiten gaat het bijvoorbeeld om toiletten, afhaalpunten en bankjes. Tabel 3.2 Beoordeling van Ridderkerk-Centrum door consumenten

Bron: I&O Research Randstad koopstromenonderzoek 2021

Het totaaloordeel blijft iets achter bij dat van een benchmark van vergelijkbare centrumgebieden. De verklaring daarvoor ligt in de daarna onderscheiden kenmerken met betrekking tot de kwaliteit van het centrumgebied. Grosso modo blijft dit centrumgebied wat achter voor deze kenmerken, maar scoort het relatief beter voor de meeste kenmerken met betrekking tot toegankelijkheid en verkeer. Dit indiceert dat de nadruk die in het gemeentelijk beleid wordt gelegd op verhoging van de kwaliteit door de consumenten wordt onderschreven.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

13

In de periode 2021-2022 is er veel verbouwd. Een fietsenstalling kwam te vervallen. Een rolbaan moest verplaatst worden. Het was stoffig en rumoerig in het centrum door deze werkzaamheden. Dit tekent zich af in de beoordeling van 2021. In deze periode zijn ook een paar lokale winkeliers verdwenen om ruimte voor de Lidl-supermarkt te maken. Na 2021 zijn er damesmodewinkels bijgekomen of groter geworden. De centrumondernemers verwachten voor de komende jaren dat grotere panden gesplitst kunnen gaan worden, vooral met invullingen in de dienstverlening. Ruimtelijke afbakening van het kernwinkelgebied Het kernwinkelgebied kan als een compact centrumgebied worden gezien. Drie planmatig gerealiseerde winkelcentra vormen samen het centrumgebied. De in twee fases gerealiseerde Ridderhof en de Jorishof zijn overdekte winkelcentra. De Koningshof is niet overdekt. Dit leidt tot de ruimtelijke afbakening van het kernwinkelgebied, zoals in figuur 3.3 is aangegeven. Figuur 3.2 Afbakening van het kernwinkelgebied en de centrumrandgebieden

Bron: gemeente Ridderkerk

De ondernemers van het kernwinkelgebied zien deze afbakening van het kernwinkelgebied als correct. De figuur geeft ook de afbakening van drie centrumrandgebieden (aanloopgebieden). Het beleid voor de centrumrandgebieden komt in de volgende paragraaf aan de orde. Het Koningsplein is geen deel van het kernwinkelgebied, maar een centrumrandgebied omdat daar niet naar winkels wordt gestreefd. Het territorium van de BIZ van het centrum van Ridderkerk is gelijk aan het kernwinkelgebied plus het Koningsplein.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

14

Voortdurend ontwikkelende branchering van het kernwinkelgebied De detailhandel in het kernwinkelgebied richt zich op alle vormen van detailhandel, horeca en dienstverlening. Voor de detailhandel gaat het zowel om dagelijkse detailhandel (boodschappen) als om niet-dagelijkse detailhandel (winkelen). In de afgelopen 10 jaren is het aandeel van de dagelijkse detailhandel toegenomen en dat van de niet-dagelijkse detailhandel afgenomen. Dit als het gevolg van de vermindering van de omzetmogelijkheden door de opmars van internet retail voor met name de niet-dagelijkse detailhandel (waaronder voor mode, sport en elektro). Het kernwinkelgebied kent een gezonde mix van zelfstandige ondernemers en landelijke filiaalbedrijven. Voor de dagelijkse boodschappen zijn de supermarkten primaire trekkers: Albert Heijn, Jumbo en Lidl. Dirk van den Broek ligt in een centrumrandgebied. Het zwaartepunt bij het niet-dagelijkse detailhandel ligt bij de trekkers Hema, C&A en Action en verder bij 25 kledingzaken en 5 schoenenzaken. Tien jaar geleden waren dat er nog meer dan 50. Circa 20 horecazaken, circa 35 dienstverleners en 5 tot 10 voorzieningen voor cultuur en ontspanning ondersteunen de winkelfuncties. De branchering van de detailhandel in het kernwinkelgebied is niet star, maar verandert continue. De vastgoedeigenaren spelen in op nieuwe concepten en trends.

Vernieuwing en andere accenten zijn noodzakelijk. Beleving is het centrale begrip: het blijven verrassen en verleiden van de consument. Dit zijn kernwoorden in het Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk. De rol van de gemeente bij dit alles is relatief beperkt. De vastgoedeigenaren moeten de afweging maken tussen de hoogte en de zekerheid van huurinkomsten en de toegevoegde waarde van de nieuwe winkels voor hun onderdelen van het kernwinkelgebied. Soms zijn er te weinig gegadigden voor panden om deze afweging goed te maken. In het grootste deel van het kernwinkelgebied geldt de brede bestemming centrumvoorzieningen. Dit maakt veel bestemmingen, naast detailhandel, mogelijk. Het Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk geeft aan dat behalve voor winkels en horeca er in het centrum ruimte is voor sociaalmaatschappelijke en culturele voorzieningen en activiteiten. Verder wonen er steeds meer mensen in het centrum en zijn er diverse plekken om elkaar te ontmoeten. In het winkelaanbod zou meer variatie meerwaarde hebben met bijvoorbeeld meer specialistische en/of lokale winkels (couleur locale); meer maatschappelijke ondernemingen en meer vernieuwende winkelconcepten. Ruimtelijke structuur: profilering van delen van het kernwinkelgebied In de vorige detailhandelsnota werd een lans gebroken voor de profilering van de diverse delen van het kernwinkelgebied.

Door een accent in de branchering van verschillende delen aan te brengen, worden de deelgebieden meer herkenbaar voor de consumenten en gaan ze elkaar onderling aanvullen (complementariteit). In de afgelopen jaren hebben de ondernemers, vastgoedeigenaren en gemeente gewerkt aan deze profilering. De uitkomst is verwoord in figuur 3.4.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

15

Figuur 3.3 Nadere profilering van deelgebieden van het kernwinkelgebied

Bron: Bureau Stedelijke Planning 2019

De ondernemers van het kernwinkelgebied zien het als positief als de diverse deelgebieden van het kernwinkelgebied zich in de komende jaren sterker gaan profileren in deze richtingen. Vanuit de zijde van de horeca wordt daarbij opgemerkt dat de Koningsplein het zwaartepunt moet blijven voor de horeca en cultuur in het centrum, ook in de avonduren en dat het niet de bedoeling kan zijn dat er op het Sint-Jorisplein in het kernwinkelgebied een tweede horecagebied komt. Met de profilering wordt gestreefd naar accenten in de branchering en niet naar absolute ruimtelijke specialisatie van bepaalde functies. Voor het Sint-Jorisplein wordt dan vooral aan wat meer daghoreca gedacht, aansluitend op de winkelopeningstijden. De horeca aan het Koningsplein richt zich ook op de avonduren. Koopavonden en koopzondagen zijn geregeld onderwerp van gesprek tussen de gemeente en de ondernemers van het kernwinkelgebied. Wat betreft koopavonden ligt het initiatief bij de winkeliers. Het gemeentelijk beleid voor de winkelopeningstijden biedt regels (paragraaf 4.2). Relatief goede toegankelijkheid van het kernwinkelgebied Uit figuur 3.2 blijkt dat de consument relatief tevreden is met de toegankelijkheid en bereikbaarheid van het centrum. Dit geldt voor de stalling voor de fiets, voor de bereikbaarheid per auto en fiets en ook voor de bereikbaarheid met het openbaar vervoer.

Voor het parkeren van de auto’s blijft dit centrum wat achter bij de benchmark. Hierbij kan het gaan om het feit dat in de parkeergarages betaald moet worden voor het parkeren, terwijl parkeren in andere winkelgebieden gratis is. Bij een deel van de maaiveldparkeerplaatsen is ook sprake van betaald parkeren. De ondernemers zijn voorstander van blauwe zone in plaats van betaald parkeren, maar zien ook in dat daarmee de financiële exploitatie van de parkeergarages onder druk zou komen te staan.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

16

3.3

Beleid voor de centrumrandgebieden en voor Centrum-Oost Het kernwinkelgebied kent uitlopers die de centrumrandgebieden worden genoemd, namelijk: •

Colijnplein en de winkelstrip bij de kruising Koninginneweg met de Jonkheer Van Karnebeekweg; hier zijn enkele winkels en enige dienstverlening te vinden.

•

De Geerlaan met twee strips en Plaisier Interieur; in beide strips zijn zowel winkels als aanverwante functies te vinden en er is enige leegstand.

•

De Sint Jorisstraat – Westmolendijk - Ringdijk: hier lag vroeger het centrum van Ridderkerk; met de ontwikkeling van het kernwinkelgebied is het zwaartepunt van de detailhandel verschoven; nu zijn er nog enige winkels te vinden; horeca en dienstverlening lijken hier toe te nemen.

Ook het Koningsplein is een centrumrandgebied Naast de horeca die ‘tussen de winkels’ is gevestigd, heeft het Koningsplein als horecaplein een toegevoegde waarde voor de winkels in het centrum. Bij gebrek aan specifieke trekker en de crisisen coronatijden in detailhandel én horeca heeft het enige tijd gekost voordat het Koningsplein door de consument als een specifiek deel van het centrum van Ridderkerk werd geaccepteerd. Met de voltooiing van het centrumplan kreeg het Koningsplein een meer besloten en intiemer karakter. Doelstellingen en beleid van de gemeente met de centrumrandgebieden Bij de winkels van de overige centrumrandgebieden komen relatief weinig passanten. De exploitatie van de winkels staat op lange termijn onder druk. Daarom stelt de gemeente Ridderkerk (net als andere gemeenten) zich meewerkend op bij de verplaatsing van winkels van de centrumrandgebieden naar de winkelgebieden van de winkelhiërarchie (in het bijzonder naar het kernwinkelgebied). Dit onder de voorwaarde dat de vrijkomende panden in de centrumrandgebieden niet meer worden ingevuld met detailhandel, maar met andere functies. De centrumrandgebieden kennen relatief kleinere winkels dan het kernwinkelgebied met lagere huur per m² per jaar. Net zoals in het kernwinkelgebied is in het grootste deel van de centrumrandgebieden sprake van de brede bestemming centrumvoorzieningen.

Dit betekent dat er naast winkels ook andere voorzieningen zich kunnen vestigen. Daarom kunnen de centrumrandgebieden dienen als ‘kraamkamer’ voor nieuwe winkels. In een latere fase kunnen deze winkels verplaatsen naar grotere (en duurdere) winkels in het kernwinkelgebied Dit beleid vereist nauwkeurige ruimtelijke afbakening van het kernwinkelgebied en van de centrumrandgebieden, een territoriale beperking van de vestigingsvrijheid van de detailhandel. De centrumrandgebieden van Ridderkerk-Centrum zijn op figuur 3.3 afgebakend. Centrum Oost Het centrumrandgebied Sint-Jorisstraat is niet doorgetrokken tot en met alle winkels aan de Havenstraat, waaronder Dirk van de Broek. Toch zullen veel inwoners de Havenstraat zien als een uitloper van het centrumrandgebied Sint-Jorisstraat. Het centrumrandgebied en de winkels aan de Havenstraat maken deel uit van het gebied Centrum Oost in de Ontwikkelperspectief Centrum Ridderkerk: zie daarvoor de kaart op pagina 10 van deze nota. Ook de PDV-locatie Noordenweg en omstreken valt in dit gebied. De gemeente werkt aan een gebiedsvisie voor het gebied.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

17

3.4

Beleid voor de wijkwinkelcentra en buurtsteunpunten In paragrafen 3.2. en 3.3 is ingegaan op het beleid van de gemeente voor het centrum van Ridderkerk. In deze paragraaf komt het beleid van de gemeente voor de drie wijkwinkelcentra en de twee buurtsteunpunten aan de orde. De drie wijkwinkelcentra hebben een goede basis om hun functie voor dagelijkse boodschappen ook in de toekomst te blijven vervullen. De combinatie van supermarkt(en), versspeciaalzaken, drogist en andere voorzieningen vormt samen een goede branchering. De huidige omvang van de drie wijkwinkelcentra past daarbij. Dit laatste is nog niet het geval voor de twee buurtsteunpunten. Net als voor het kernwinkelgebied geldt voor de wijkwinkelcentra dat samenwerking de basis is voor een heldere profilering en promotie van de wijkwinkelcentra en buurtsteunpunten. Dit gaat verder dan de samenwerking tussen winkeliers, vastgoedeigenaren en gemeente. Ook organisaties en instanties uit de wijk kunnen hierbij worden betrokken. Op deze manier kunnen de wijkwinkelcentra zich verder ontwikkelen tot ontmoetingsplaats en huiskamer van de wijk.

3.4.1 Wijkwinkelcentrum Vlietplein Dit winkelcentrum bevindt zich in de wijk Drievliet/Het Zand in het zuidelijk deel van Ridderkerk. Twee derde van de bezoekers woont in Drievliet en circa 20% in Het Zand. Ongeveer 10% komt uit de rest van de gemeente. Uit het regionaal koopstromenonderzoek komt naar voren dat de dagelijkse detailhandel nauwelijks omzet trekt uit omliggende gemeenten (1%). De niet-dagelijkse detailhandel daarentegen, die voor een wijkwinkelcentrum breed is samengesteld, trekt 15-20% van de omzet van elders. Woningcorporatie Wooncompas is eigenaar van het winkelcentrum. Doelstelling van het gemeentelijk beleid voor het Vlietplein Het winkelcentrum is één van de belangrijkste ontmoetingspunten in de wijken. De gemeente streeft naar het behouden en versterken van de wijkverzorgende functie van dit winkelcentrum. De huidige omvang van het winkelcentrum (in winkelvloeroppervlakte) is hiervoor passend. Door aanpassing van de branchering van (vrijkomende) units kan een kwaliteitsverhoging worden gerealiseerd, een en ander op basis van de regels van het bestemmingsplan. Bij de ontmoetingsfunctie hoort een schoon, heel en veilig winkelcentrum. Dit is een verantwoordelijkheid van meerdere partijen, zoals gemeente, winkeliers, eigenaar en politie.

Beoordeling van het winkelcentrum door de consumenten Het Vlietplein heeft een duidelijke boodschappenfunctie: 95% van de bezoekers bezoekt de supermarkt en 33% bezoekt de versspeciaalzaken. De bezoekers blijven er meestal korter dan 30 minuten; dit is normaal voor wijkwinkelcentra. In figuur 3.5 is aangegeven welke rapportcijfers de consumenten hebben gegeven aan het winkelcentrum bij de laatste koopstromenonderzoeken.

Detailhandelsvisie Ridderkerk

18

Figuur 3.4 Beoordeling van wijkwinkelcentrum Vlietplein door consumenten

Bron: I&O Research Randstad koopstromenonderzoek 2021

Over het algemeen genomen laat de ontwikkeling van de rapportcijfers in 2016, 2018 en 2021 een negatief beeld zien. Het winkelcentrum is er eerder op achteruit dan vooruit gegaan. Winkelcentrum Vlietplein presteert voor wat betreft het winkelaanbod en de staat van de openbare ruimte van het winkelcentrum beter dan vergelijkbare winkelcentra. Dit geldt zeker niet voor faciliteiten, zoals toiletten, afhaalpunten en bankjes. Wat betreft de toegankelijkheid vertoont het ‘rapport’ een wisselend beeld. Voor de fiets en openbaar vervoer is het winkelcentrum goed bereikbaar. Voor het parkeren met de auto en het stallen van de fiets kan een en ander verbeterd worden. Branchering winkelcentrum Trekkers zijn Plus en Action. Subtrekkers zijn Primera en Trekpleister. Daarnaast zijn er 7 andere winkels, 3 horecazaken en 4 overige commerciële dienstverlening. Daarnaast ligt er een sporthal en wijkgebouw De Fuik bij het winkelcentrum. De huidige branchering voldoet goed aan die van een wijkwinkelcentrum. De verandering van Lidl naar Action wordt niet door iedereen als positief gezien. Bij ondernemers en consumenten zijn er wensen voor andere veranderingen. Er is behoefte aan een nieuwe bakker en ook aan een laagdrempelige zaak voor mode en textiel, zoals Zeeman of ter Stal. Het kan zijn dat er iets moet worden aangebouwd voor de inpassing. Recent zijn enkele units vrijgekomen.

Daarvoor spelen meer redenen, zoals de leeftijd van de ondernemer. De ondernemers zijn blij met de standplaatsen voor vis op vrijdag en voor bloemen op zaterdag. Voor de vis-standplaats zou een locatie gezocht moeten worden die meer in de loop ligt. De kaasboer en soepkraam komen niet meer, maar zijn welkom. De leegstand in het winkelcentrum was tot voor kort beperkt. Ruimtelijke structuur winkelcentrum In figuur 3.5 is het winkelgebied van het Vlietplein rood omkaderd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1076/documents/37023