BP Rijksstraatweg 169-175, toelichting en regels versie vaststelling.pdf
Tekst van het document
Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de emissie uitstoot van de gewenste situatie voor de gebruiksfase dermate laag is, dat deze niet zal leiden tot een depositie die hoger is dan 0,00 mol N per ha/jaar. In de toelichting op effecten van de stikstofdepositie wordt dit aangetoond (notitie van Stalbouw van 10 februari 2022, Bijlage 6). Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan geen belemmering. Kort samengevat: Op de planlocatie is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. 6.3.2 Ecologisch onderzoek Bij nieuwbouwplannen moet bekeken worden wat het effect is op de aangrenzende natuurbeschermingsgebieden en de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede is een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Watersnip Advies te Reeuwijk (rapport van februari 2022, projectnummer 21A120, Bijlage 7). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en een verkennend onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden getrokken (overgenomen uit het rapport). Natuurgebieden Natura2000 Soorten NNN-gebieden Omgevingsvisie/-verordening
Gevolgen Nee Nee Nee
Soortgroep Algemeen
Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bunzing, Egel, Haas, Konijn, Rosse woelmuis, Wezel en Hermelijn, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Flora Nee Jaarrond beschermde nesten Nee Vissen Nee Reptielen Nee Zoogdieren Nee Vleermuizen Nee Overige soorten Nee
50
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Soortgroep Vogels
Amfibieën
Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wnb wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaardperiode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Vogelnesten die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Nee, tenzij voorkomen wordt dat er tijdens de bouwperiode gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen.
Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Natuur-inclusief bouwen Het is nodig natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit en in dit kader een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor Huismus en vleermuizen: a. Voor de Huismus wordt ruimte beschikbaar gehouden onder de onderste twee rijen dakpannen. Op een aantal plaatsen worden in afwijking hiervan vogelvides aangebracht op de onderste panlat. b. Voor vleermuizen kunnen kasten worden ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen. Ook kunnen op een aantal zijgevels vleermuiskasten worden geplaatst. De bestaande boerderij op nummer 169 zou hier ook heel geschikt voor zijn. Conclusie Bij uitwerking van bouwplannen zullen de in het rapport genoemde aanbevelingen worden overgenomen.
Met inachtneming hiervan kan worden geconcludeerd dat er vanuit gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen bestaan tegen deze planontwikkeling.
6.4
Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
6.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen ruimtelijk relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.
Toelichting
51
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
52
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.
7.2
Verbeelding
Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond (GBKN) schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven.
7.3
Regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 7.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en overige regels opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 7.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.
Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.
Toelichting
53
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
7.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Groen Artikel 3 De gronden die zijn bestemd als 'Groen' zijn in beginsel bedoeld voor de aanleg en instandhouding van openbare groenvoorzieningen die bijdrage aan een aantrekkelijk woonomgeving. Naast deze functie kunnen de gronden onder andere gebruikt worden voor het nieuwe aan te leggen pad en twee watergangen naar de Waal. Het oprichten van gebouwen is niet toegestaan. Artikel 4 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, alsmede voor paden. Voor bijbehorende bouwwerken (erkers) is een regeling opgenomen waarmee de afmetingen en situering zijn gewaarborgd. Verder is per woonperceel op het achtererf een botenhuis toegestaan in verband met de ligging aan de Waal.
Water Artikel 5 De bestemming 'Water' is gegeven aan de aanwezige watergang aan de westzijde van het plangebied conform de geldende beheersverordening. Artikel 6 Wonen De op de verbeelding voor 'Wonen' aangeduide gronden zijn, met inachtneming van de nadere aanduidingen, bestemd voor woningen ten behoeve van de huisvesting van personen. Binnen deze bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, zoals bijgebouwen en aan- of uitbouwen en andere bouwwerken. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan In de regels zijn de maximale inhoudsmaat, de maximale goot- en bouwhoogten aangegeven. Voor de boerderij is de functieaanduiding 'Cultuurhistorische waarden' opgenomen om deze woning te kunnen behouden. Buiten het bouwvlak zijn bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) toegestaan. Hiervoor is een getrapte regeling voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen opgenomen, afhankelijk van de oppervlakte van het zij- en achtererf, met dien verstande dat bij de boerderijwoning een extra bijgebouw is toegestaan. Hiervoor is een bouwaanduiding opgenomen. Op basis van het Besluit omgevingsrecht kan vergunningvrij meer worden gebouwd in het achtererf; één en ander is afhankelijk van de omvang van het bebouwingsgebied.
In de regels zijn nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 7 en 8 Waarde - Archeologie 3 en 4 Het plangebied ligt in een gebied met (middel)hoge archeologische verwachtingswaarden. Hiervoor zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3 en 4' opgenomen met daaraan gekoppeld een omgevingsvergunningenstelsel. Artikel 9 Waterstaat - Waterkering In het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de belangen van de waterkering. Deze functie is vooropgesteld ten opzichte van de op deze gronden samenvallende functies. 7.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot.
54
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 11 Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene regels ten aanzien van het ondergronds bouwen opgenomen met bijbehorende maatvoering. Daarnaast zijn regels opgenomen ten aanzien van bestaande afstanden en hoogten ingeval van strijdigheid met de nieuwe bestemmingsregels. Artikel 12 Algemene gebruiksregels Als algemene regel zijn bepaalde gebruiken opgenomen die in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Hierbij moet gedacht worden aan het gebruik van de gronden ten behoeve van storten/of opslagplaats van grond en/of afval. Stalling en/of opslag van machines zoals voer-, vaar- of vliegtuigen die niet meer in gebruik zijn is binnen het plangebied niet toegestaan; een en ander met uitzondering indien sprake is van normaal gebruik van de bestemming. Tot slot mogen gronden en bouwwerken niet worden gebruikt of geëxploiteerd voor prostitutie of als een seksinrichting. Artikel 13 Algemene aanduidingsregels Binnen deze bestemming is een aanduidingsregel opgenomen voor 'Veiligheidszone - leiding' in verband met externe veiligheid vanwege de in het invloedsgebied gelegen gasleiding. Binnen deze zone is de vestiging van nieuwe functies of objecten voor ‘zeer kwetsbare groepen’ niet toegestaan.
Algemene afwijkingsregels Artikel 14 Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Aan toepassing van de afwijkingsbevoegdheid dient een belangenafweging ten grondslag te liggen. Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. Artikel 15 Overige regels In dit artikel is de parkeerregeling opgenomen. Deze komen er op neer dat het parkeerbeleid van de gemeente dient te worden toegepast bij nieuwe bouwplannen en functiewijzigingen. 7.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Artikel 16 Overgangsrecht Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan. Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 17 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd.
Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.
Toelichting
55
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
56
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Hoofdstuk 8 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de toelichting van het bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens geldt via de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, deze kosten te verhalen op de initiatiefnemer/ ontwikkelaar. Eén en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten. Als er geen overeenkomst wordt gesloten en het kostenverhaal is niet anderszins verzekerd, dient er een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een bouwplan mogelijk zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Het is derhalve noodzakelijk om het kostenverhaal te verzekeren. Hiervoor is voorafgaande aan vaststelling van dit bestemmingsplan een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en initiatiefnemer.
8.2
Communicatie
Initiatiefnemer heeft op 26 februari 2022 een omgevingsdialoog gehouden voor direct omwonenden. De omgevingsdialoog is mondeling gevoerd, waarbij inzage is gegeven van het conceptplan voor de woningen. Het ontwikkelplan is positief ontvangen door omwonenden. De resultaten van de omgevingsdialoog zijn opgenomen in Bijlage 8. Het principeplan is ook per post toegestuurd aan alle omwonden die wonen binnen 150 meter van het plangebied.
8.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor onderhavig ontwerpbestemmingsplan wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft daartoe vanaf 10 juni 2022 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn twee zienswijzen ingediend door de provincie en door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Daarnaast heeft het Waterschap Hollands Delta gereageerd. Zienswijze provincie De provincie geeft aan dat er geen voorontwerpbestemmingsplan is ingediend. Om die reden kiest de provincie ervoor om een zienswijze in te dienen. Deze heeft betrekking op de regionale waterkering. a. De Rijksstraatweg is een regionale waterkering. De bestaande gebouwen staan buiten de beschermingszone van de waterkering. De nieuwe gebouwen staan binnen deze zone. Met oog op toekomstig onderhoud en onderhoud van de waterkering kan de waterveiligheid hierdoor in het geding komen. Uit de toelichting bij voorgelegen plan blijkt niet hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de veiligheids- en behoudsnorm van de waterkering zoals deze in de Omgevingsverordening aan de kering is toegekend. Hierdoor is onduidelijk of het plan voldoet aan artikel 6.22 Regionale waterkeringen, lid 4 van de Omgevingsverordening.
De provincie kan zich dan ook niet vinden in de stelling dat bij de uitwerking van de plannen rekening wordt gehouden met de waterkering, zoals vermeld in paragraaf 5.4 Waterhuishouding van de toelichting. b. Daarnaast wordt door de verplaatsing van de bouwvlakken aan de westkant van het perceel geen gebruik gemaakt van de bestaande fundering, waardoor het plan niet voldoet aan artikel 9.2 Bouwregels van de regels van het bestemmingsplan. c. Tot slot valt uit het plan ook niet op te maken wat het advies van de beheerder van de waterkering op bovenstaande punten is, zoals conform artikel 6.22 lid 5 van de Omgevingsverordening verwacht wordt.
Toelichting
57
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
De provincie vraagt dan ook om het bestemmingsplan bij de vaststelling op deze punten aan te vullen. Reactie gemeente a. Het plan is voor de terinzagelegging reeds besproken met het Waterschap door de initiatiefnemers. Het waterschap, die ook verantwoordelijk is voor de instandhouding van deze waterkering, geeft aan geen bezwaren te hebben tegen dit plan. Naar aanleiding van de zienswijze van de provincie is dit nogmaals geverifieerd bij het waterschap. Per e-mail is op 9 augustus 2022 het volgende aangegeven: “Vanuit het waterschap is er geen reden om negatief tegenover dit plan te staan. Wel zijn deze werken vergunningsplichtig bij het waterschap en kunnen er mogelijk nog aanvullende eisen worden gesteld.”: b. Artikel 9 lid 2 sub c van het bestemmingsplan regelt inderdaad dat enkel op de bestaande fundering gebouwd mag worden ten behoeven van andere bestemmingen, zoals Wonen. Dit is de standaardbepaling die door heel Ridderkerk wordt gebruikt. In artikel 9.3 wordt geregeld dat het mogelijk is om deze beperking te doorbreken. Voorwaarde is wel dat het belang van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad. Om dit te borgen dient het bevoegd gezag voorafgaand aan vergunningverlening advies in te winnen bij het waterschap. c. Zie de beantwoording onder a. Het belang van de waterkering is geborgd doordat het plan vooraf is besproken met het Waterschap.
Dit is nader geborgd doordat er ook bij de vergunningverlening advies gevraagd dient te worden bij het waterschap conform artikel 9.3 van het bestemmingsplan. De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing van de regels of verbeelding. Zienswijze Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond a. De VRR heeft haar advies als zienswijze ingediend. Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van maatregelen met betrekking tot zeer kwetsbare bestemmingen wordt uitgegaan van de 1% letaliteitscontour van het worst case scenario. Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van gewenste maatregelen voor (beperkt) kwetsbare bestemmingen wordt de 1% letaliteitscontour van het meest geloofwaardige scenario gebruikt. In de nabijheid van de ontwikkeling bevindt zich de buisleiding “A-555”. De ontwikkeling vindt buiten de 1% letaliteitscontour (15 meter) plaats van het meest geloofwaardige scenario. De ontwikkeling ligt daarentegen wel binnen de 1% letaliteitscontour van het worst case scenario (360 meter).
Gezien de grootte en druk in de buisleiding “A-555”, adviseert de VRR om de volgende maatregelen te treffen: Bouwkundige maatregelen Zorg dat de (nood)uitgang(en) van de woningen zodanig worden gesitueerd dat aanwezigen veilig in tegengestelde richting van een mogelijk incident aan de buisleiding kunnen vluchten, waardoor de zelfredzaamheid van aanwezigen wordt verbeterd en het aantal slachtoffers kan worden beperkt. Een nooduitgang aan de oostkant van het object, is hier geschikt voor. Reactie gemeente a. De initiatiefnemers worden geattendeerd op dit advies. Reactie Waterschap Hollands Delta Het waterschap geeft aan dat het verkeerde waterbeheerprogramma is aangehaald. Dit heeft in dit geval geen effect op de conclusie dat waterschap Hollandse Delta geen bezwaar heeft op dit plan. Reactie gemeente Het juiste waterbeheerprogramma (2022-2027) zal vermeld worden in de toelichting van het bestemmingsplan.
58
Toelichting
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Regels
Regels
59
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan Het bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord met identificatienummer NL.IMRO.0597.Rijksstraatweg169-VG01 van de gemeente Ridderkerk. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aanduidingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding. 1.6 aan- en uitbouw Een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.7 aan huis verbonden bedrijf Het op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en die door de beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing worden uitgeoefend.
1.8 aan huis verbonden beroep Het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied, welke door hun beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing worden uitgeoefend. 1.9 achtererfgebied Erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorgevel en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. 1.10 afhankelijke woonruimte Een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht. 1.11 afwijking Een afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in art. 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo juncto art. 2.12, eerste lid, onder a, sub 1, van de Wabo. 1.12 archeologisch deskundige Een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg.
60
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
1.13 archeologisch onderzoek Een onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.14 archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.15 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.16 bebouwingsgebied Achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijke hoofdgebouw. 1.17 bebouwingspercentage Het percentage van een bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.18 bestaande situatie a. Bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.19 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.20 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21 bevoegd gezag Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
1.22 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.23 bijgebouw Een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.24 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.25 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.26 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Regels
61
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
1.27 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel. 1.28 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.29 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.30 cultuurhistorischewaarden De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid. 1.31 deskundige Een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake natuur, landschap, cultuurhistorie of landbouw. 1.32 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.33 dienstverlening Het bedrijfsmatig aanbieden, verkopen en/of leveren van diensten aan personen, zoals reisbureaus, kapsalons en wasserettes. 1.34 erker Een uitbouw aan de voorzijde van de woning, met een maximale breedte van 75% van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw, een maximale diepte van 2 m en een maximale hoogte gelijk aan de hoogte van de begane grondlaag van de desbetreffende woning vermeerderd met 0,35 m.
1.35 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.36 geluidgevoelige objecten Woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.37 hoofdgebouw Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.38 horecabedrijf Een bedrijf gericht op één of meer van de navolgende activiteiten: a. het verstrekken van al dan niet ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken; b. het exploiteren van zaalaccommodatie; c. het verstrekken van nachtverblijf. 1.39 huishouden Een persoon of groep personen die een gezamenlijke huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.
62
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
1.40 kantoor Een gebouw of gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied. 1.41 landschapswaarde De aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. 1.42 mantelzorg Het bieden van zorg aan eenieder die aantoonbaar hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.43 NEN Door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.44 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatiehuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.45 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.46 overkapping Een overkapping, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak.
1.47 peil Voor gebouwen die, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; d. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; e. indien in of op het water wordt gebouwd: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende weg. 1.48 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.49 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.50 seksinrichting Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval wordt verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.51 voorerfgebied Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.52 voorgevel De gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
Regels
63
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
1.53 wonen Het gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid conform de onderhavige begripsbepaling. 1.54 woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.55 zeer kwetsbare groepen Doelgroepen met een permanente functionele beperking. Concreet groepen van personen die door geestelijke of lichamelijke beperkingen of door zeer jonge leeftijd of door detentie niet in staat zijn om zichzelf zonder daadwerkelijke hulp van buitenaf binnen korte tijd in veiligheid te brengen (vluchten) of bescherming te zoeken tegen de nadelige effecten van een calamiteit (schuilen). 1.56 zijerf Het gedeelte van het (al dan niet bebouwde) perceel, dat is gelegen aan de zijkant van een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en, voor zover dit bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt. 1.57 zijgevel Een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw, niet zijnde de achtergevel of voorgevel.
64
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand De afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de breedte, lengte en diepte van een hoofdgebouw De diepte en de breedte van een hoofdgebouw worden gemeten daar waar deze maten het grootst zijn, met dien verstande dat erkers en aan- en uitbouwen niet worden meegerekend. 2.4 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn (snijvlak, wandvlak, dakvlak), het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, te bepalen aan de hand van de snijlijn van het wandvlak en het dakvlak. 2.6 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.7 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.8 de vloeroppervlakte De gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
Regels
65
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. paden, speelvoorzieningen met bijbehorende hekwerken, zitbanken, water, voorzieningen voor de waterhuishouding en kunstobjecten; c. nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m.
66
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 4
Tuin
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, alsmede voor: a. erven; b. water; c. voetpaden en andere verhardingen; d. parkeervoorzieningen; e. steigers en botenhuizen. 4.2 Bouwregels Op gronden mag ten behoeve van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen gelegen achter de voorgevel van bij de tuin behorende hoofdgebouwen maximaal 2 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m, met dien verstande dat voor steigers de volgende bouwregels gelden: 1. steigers mogen alleen worden gebouwd ten behoeve van het aangrenzende botenhuis; 2. steigers hebben een bouwhoogte van maximaal 1 m; d. in afwijking van het gestelde onder a mogen binnen deze bestemming (delen van) erkers worden gebouwd voor zover deze behoren bij naastgelegen hoofdgebouwen; e. in afwijking van het bepaalde onder sub a is per bouwperceel een botenhuis toegestaan, waarbij de volgende bouwregels gelden: 1. de oppervlakte van een botenhuis mag maximaal 20 m² bedragen; 2.
de bouwhoogte mag maximaal 1,2 m boven het zomerpeil van de Waalboezem bedragen.
Regels
67
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 5
Water
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en watergangen; b. de wateraanvoer en -afvoer, alsmede voor de waterberging; c. oevers en taluds; d. verkeer te water. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende bouwregels: a. duikers, waterovergangen, keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd indien en voor zover deze noodzakelijk zijn voor oeververbindingen, de veiligheid van het verkeer te water of voor een doelmatig kwaliteit- en kwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
68
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 6
Wonen
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven; c. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden': een gemeentelijk monument; d. bij de bestemming behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en voorzieningen zoals erven, tuinen, parkeervoorzieningen, verhardingen en water. 6.2 Bouwregels Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd in overeenstemming met het kavelpaspoort voor de nieuwe dijkwoning en schuurwoning zoals opgenomen in Bijlage 1 en gelden de volgende regels. 6.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen als genoemd in 6.1 gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. het aantal hoofdgebouwen binnen het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1, tenzij door middel van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' anders is aangegeven; c. de inhoud van een hoofdgebouw (exclusief aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) mag maximaal 1.000 m³ bedragen; d. voor zover de maatvoering van een woning als bedoeld onder c ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan reeds meer bedroeg, geldt de bestaande maatvoering als maximum; e. de goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 4 m, tenzij door middel van de aanduiding 'maximum goothoogte' anders is aangegeven; f.
de bouwhoogte van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 9 m, tenzij door middel van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' anders is aangegeven; g. de voorgevel van hoofdgebouwen dient in de naar de weg toe gekeerde bestemmingsgrens te worden gebouwd; h. de afstand tot de perceelsgrens van vrijstaande hoofdgebouwen dient ten minste 3 m te bedragen. 6.2.2 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd, met uitzondering van erkers; c. de diepte van aan- en uitbouwen van vrijstaande hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw; d. het gezamenlijk oppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste: 1. 50% van de bij het hoofdgebouw behorende zij- en/of achtererf, met een maximum van 50 m², met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt dient te blijven; 2. 65 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf ten minste 200 m² en ten hoogste 250 m² bedraagt; 3.
75 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 250 m² en ten hoogste 500 m² bedraagt; 4. 100 m², indien de oppervlakte van het bij het hoofdgebouw behorende zij- en achtererf meer dan 500 m² bedraagt; e. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m, met een maximum van 4 m; f. de aan- en uitbouw mag worden voorzien van een kap of schuin dak met een hoogte van maximaal 1 m;
Regels
69
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
g. h. i. j.
de goothoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt ten hoogste 4 m; de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m. in afwijking van het bepaalde onder sub d, e en f is ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouw' tevens een bijgebouw toegestaan, waarbij de volgende bouwregels gelden: 1. bijgebouwen dienen te worden gebouwd binnen de bouwaanduiding; 2. de goothoogte van het bijgebouw bedraagt ten hoogste 3,5 m²; 3. de bouwhoogte van het bijgebouw bedraagt ten hoogste 8,5 m².
6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevellijn bedraagt maximaal 1 m; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevellijn bedraagt maximaal 2 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. 6.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen te stellen omtrent de situering en de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,5 m in de zijerfscheiding wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onnodige nadelige veranderingen teweegbrengt in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat: a. daardoor de gebruikswaarde van het te bebouwen erf niet onevenredig wordt geschaad; b. de goothoogte van (delen van) gebouwen niet wordt teruggebracht tot minder dan 2,5 m; c. geen inbreuk wordt gemaakt op het bepaalde in lid 6.2.2 onder d ten aanzien van het maximaal te bebouwen gedeelte van de gronden. 6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Aan huis verbonden beroep en aan huis verbonden bedrijf Met betrekking tot het gebruik van aan huis verbonden beroep en aan huis verbonden bedrijf gelden de volgende regels: a. onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen en/of bijgebouwen voor kantoor- en/of praktijkruimte ten behoeve van aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven, voor zover: 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd wordt; 2. het vloeroppervlak in gebruik voor kantoor- en/of praktijkruimte niet groter is dan 30% van het vloeroppervlak van hoofdgebouwen en erfbebouwing, met een maximum van 70 m²; 3. ten behoeve van de kantoor- en/of praktijkruimte wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 4. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 5. geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van toegestane aan huis verbonden beroepen; 6. het beroep of de activiteit door de bewoner wordt uitgeoefend. 6.4.2 Sloopvergunning cultuurhistorische waarden Het is verboden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (sloopvergunning) een gebouw, of een bouwwerk, geen gebouw zijnde geheel of gedeeltelijk te slopen.
6.4.3 Uitzonderingen Het in lid 6.4.2 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
70
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
6.4.4 Voorwaarden De in lid 6.4.2 genoemde vergunning kan slechts worden verleend: a. indien de instandhouding van het gebouw geen bijdrage meer levert aan de cultuurhistorische waarde van het gebouw en de omgeving en/of b. indien het gebouw niet meer beschikt over de eigenschappen die het gebouw de cultuurhistorische waarden heeft verschaft; c. indien het een deel van een gebouw betreft dat geen cultuurhistorische waarden heeft gehad. 6.4.5 Advies Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van een sloopvergunning wint het bevoegd gezag advies in van de monumentencommissie omtrent de vraag of door het verlenen van de sloopvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het gebouw en de omgeving. 6.4.6 Afsluiten mechanische ventilatie en plaatsing rookmelders De gronden mogen uitsluitend worden gebruikt voor wonen indien: a. ventilatieopeningen, ventilatiesystemen en luchtbehandelingsinstallaties in de woning door bewoners kunnen worden afgesloten en uitgeschakeld bij calamiteiten; b. voldoende rookmelders in de diverse verblijfsruimten van de woning zijn geplaatst overeenkomstig het advies van de Veiligheidsregio.
Regels
71
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 7
Waarde - Archeologie 3
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn behalve de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 7.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 7.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.
het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Het is verboden op de in 7.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e.
het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.3.2 Uitzonderingen Het in lid 7.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 7.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. gericht zijn op het normale onderhoud, gebruik en beheer van de betreffende gronden; f. plaatsvinden in bestaande weg- en leidingcunetten.
72
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
7.3.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.3.1 wordt slechts verleend indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
Regels
73
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 8
Waarde - Archeologie 4
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn behalve de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 8.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 8.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 8.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.
het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 200 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Het is verboden op de in 8.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e.
het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 8.3.2 Uitzonderingen Het in lid 8.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 8.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 200 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. gericht zijn op het normale onderhoud, gebruik en beheer van de betreffende gronden; f. plaatsvinden in bestaande weg- en leidingcunetten.
74
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
8.3.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.3.1 wordt slechts verleend indien, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
Regels
75
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 9
Waterstaat - Waterkering
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangeduide gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beheer van waterstaatsdoeleinden in de vorm van dijken, kaden en dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering. 9.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 9.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 4 m; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 9.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2 onder c., indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
Het bevoegd gezag dient voorafgaande aan de vergunningverlening advies in te winnen bij het waterschap.
76
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels
77
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 11
Algemene bouwregels
11.1 Overschrijding goothoogte De goothoogte mag worden overschreden door: a. dakruimten, mits: 1. het gezamenlijk oppervlak van (nagenoeg) horizontale dakvlakken niet meer bedraagt dan 50% van het gezamenlijk grondoppervlak van de af te dekken gedeelten van het bouwwerk; 2. de hoogte van de overschrijding ten opzichte van de aanwezige goothoogte niet meer dan 4,5 m bedraagt; 3. de breedte van enig deel van een gevelvlak van deze dakruimte, geen dakkapel zijnde, niet meer bedraagt dan 40% van de breedte van de onderliggende gevel dan wel in opwaartse richting geleidelijk afneemt tot deze maat; b. dakkapellen op woningen, voor zover gelegen aan de voor- of zijgevel, waarvan de gezamenlijke breedte per dakvlak niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de voor- en zijgevel en waarvan de hoogte niet meer bedraagt dan 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximumhoogte van 1,5 m; c. dakkapellen op woningen, voor zover niet gelegen aan de voor- of zijgevel van een pand, waarvan de afstand tot de zijgevel of de woningscheidende muur niet minder dan 0,5 m bedraagt met een maximumhoogte vanaf de onderzijde van de dakkapel van 1,5 m; d. (delen van) bouwwerken, waarvan de grootste horizontale doorsnede niet meer dan 1 m² bedraagt en door trappenhuizen, lichtstraten, koepels en liftkokers; e.
technische ruimten voor klimaatregeling, koeling en dergelijke met een maximale oppervlakte van 4 m²; f. in afwijking van het bepaalde onder b. en c. zijn geen dakkapellen toestaan op de schuurwoning zoals opgenomen in Bijlage 1 van de toelichting. 11.2 Overschrijding bouwhoogte De bouwhoogte mag worden overschreden door antennes met ten hoogste 6 m. 11.3 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 11.4 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten geldt het volgende: a. voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1.
bestaande maten, die meer bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; b. in geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.
78
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
11.5 Ondergronds bouwen Het bepaalde in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels omtrent de situering en de oppervlakte van bouwwerken, alsmede het bebouwingspercentage, is van overeenkomstige toepassing op ondergrondse bouwwerken, tenzij in de bouwregels van Hoofdstuk 2 specifieke regels zijn opgenomen ten aanzien van ondergrondse bouwwerken, in welk geval die specifieke regels gelden.
Regels
79
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 12
Algemene gebruiksregels
12.1 Strijdig gebruik Onder met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik van of het laten gebruiken van: a. bijgebouwen als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte is; b. een bed & breakfast-kamer; c. gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; d. gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; e. gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; f. gronden en bouwwerken voor de stalling of opslag van (sta)caravans; g. de handel in en opslag van consumentenvuurwerk, softdrugs en hallucinogene middelen.
80
Regels
bestemmingsplan Rijksstraatweg 169-175, Rijsoord
Artikel 13 13.1
Algemene aanduidingsregels
Veiligheidszone - leiding
13.1.1 Bouwregels Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - leiding' is de vestiging van functies of objecten voor 'zeer kwetsbare groepen niet toegestaan. 13.1.2 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.1.1 voor de vestiging van 'zeer kwetsbare groepen', binnen de aanduiding 'Veiligheidszone - leiding', indien: a. voorzien wordt in voldoende bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen voor de brandweer; b. voorzien wordt in verschillende aanrijdroutes (keuze route is afhankelijk van windrichting); c. voorzien wordt in voldoende mogelijkheden voor ontvluchting van objecten; d. voorzien wordt in een goede ontvluchting door optimale inrichting/ontsluiting van de openbare ruimte; e. in het bouwplan voorzien wordt in een centrale afgrendeling van het circulatiesysteem of andere maatregelen aan nieuwe gebouwen of specifieke bestaande gebouwen die veel mensen huisvesten om de schuilmogelijkheden in geval van een toxisch gas te vergroten; met dien verstande dat: f. er voldoende aandacht is voor risicocommunicatie en het voorbereiden/oefenen van bewoners/werknemers op het handelen bij een calamiteit; g. voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning schriftelijk advies bij de brandweer is ingewonnen.