BP Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg - toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
Toelichting
29
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
6.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 6.1 vermeld. Tabel 6.1: Richtafstanden en omgevingstype. Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype Milieucategorie rustig buitengebied gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m Onderzoek/ beoordeling Het plan voorziet in een nieuwe ontsluiting tussen de Hoogzandweg en Salieweg/Selderieweg.
Het gebied kan worden beschouwd als een gemengd gebied, omdat in de omgeving naast (bedrijfs)woningen ook glastuinbouwbedrijven en bedrijven liggen in Nieuw Reijerwaard. Dit plan brengt geen beperkingen met zich mee voor bestaande milieubelastende en milieugevoelige functies in de nabijheid van het plangebied. Geluid wordt beschreven in paragraaf 6.1.3. Vanuit de Wet milieubeheer bestaan er geen bezwaren tegen realisatie van deze planontwikkeling. Conclusie Uit de inventarisatie is gebleken dat er geen relevante milieugevoelige activiteiten in de nabijheid van het plangebied zijn gevestigd. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de beoogde activiteiten binnen het plangebied milieuhygiënische knelpunten naar de omgeving zullen opleveren. Vanuit milieuzonering bestaan er geen bezwaren tegen dit bestemmingsplan. 6.1.3 Geluid Wettelijk kader Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij deze binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben een zone. Dit is een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden, voor zover sprake is van gevoelige functies. De grootte van de zones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk).
Buitenstedelijk is het gebied dat buiten de bebouwde kom is gelegen en het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend langs een autosnelweg. Het overige gebied is binnenstedelijk. Onderzoek/ beoordeling Het plan voorziet in aanleg van een verkeersontsluiting tussen de Hoogzandweg en Salieweg/ Selderijweg. Door de aanleg van deze ontsluitingsweg is er sprake van zowel een nieuwe situatie als een reconstructie situatie. Nieuwe situatie Het nieuw aan te leggen wegdeel wordt gezien als nieuwe weg in het kader van de Wgh. De nieuwe weg
30
Toelichting
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
krijgt een maximumsnelheid van 50 km/h. Om de effecten op de bestaande geluidsgevoelige functies in beeld te brengen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Reconstructie situatie De nieuwe ontsluiting maakt een rechtstreekse verbinding mogelijk tussen de Hoogzandweg en de Salieweg/Selderijweg. In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij fysieke wijzigingen aan een weg met aanliggende geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) een zogenaamd reconstructie onderzoek te worden uitgevoerd. Binnen het reconstructiegebied liggen bestaande geluidsgevoelige functies. In verband hiermede is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Akoestisch onderzoek Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Peutz te Zoetermeer (rapport van 1 maart 2024, Bijlage 2). Uit de resultaten hiervan kan het volgende worden afgeleid. Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting (Lden) ten gevolge van de Hoogzandweg ten hoogste 45 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeurgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. De hoogst berekende geluidbelasting (Lden) ten gevolge van de Hoogzandweg in het jaar 2034 met maatregelen is 1 dB lager dan in de situatie 2034 zonder maatregelen. De lagere geluidbelasting in 2034 met maatregelen is het gevolg van de geplande afsluiting van de Hoogzandweg ten Oosten van de nieuwe verbindingsweg.
De berekende gecumuleerde geluidbelasting (Lcum) ten gevolge van de nieuwe verbindingsweg, de Hoogzandweg en de Selderijweg in de nieuwe situatie (peiljaar 2034) bedraagt ten hoogste 50 dB. Hiermee is sprake van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. Geconcludeerd wordt dat er vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen zijn voor de realisatie van de nieuwe verbindingsweg tussen de Hoogzandweg en de Selderijweg te Ridderkerk. Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling. 6.1.4 Bodem Wettelijk kader Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft. Onderzoek/ beoordeling Een weg is geen gevoelige bestemming op basis van de Wet bodembescherming. Dat betekent dat in het kader van het bestemmingsplan geen nader onderzoek plaats hoeft te vinden.
Niettemin is een verkennend bodem- en wateronderzoek uitgevoerd in verband met onderhavige planontwikkeling door Waders Milieu te Waddinxveen (rapport van 22 augustus 2023, kenmerk 23412601A, Bijlage 3). Hieruit kan het volgende worden afgeleid (overgenomen uit rapport). Conclusies Bodemonderzoek Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdachte locatie' ten aanzien van de deellocaties A en B stand houdt. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten barium en tetrachlooretheen aangetoond. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan en het voornemen werkzaamheden in de grond uit te voeren. Waterbodemonderzoek De baggerspecie van het monstervak is conform msPAF geschikt voor 'verspreiden over aangrenzend perceel'. De baggerspecie is toepasbaar op landbodem met kwaliteit 'Achtergrondwaarde'. Voor toepassing in diepe plassen wordt de maximale A waarde voor aldrin overschreden, echter blijft deze onder de maximale B waarde. De baggerspecie is wat betreft PFAS toepasbaar op landbodem en in niet-vrijliggende diepe plassen. Aanbevelingen
Toelichting
31
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Bodemonderzoek De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek te adviseren. Waterbodemonderzoek De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader waterbodemonderzoek te adviseren. Conclusie Vanuit milieukundig oogpunt zijn er geen belemmeringen tegen deze ontwikkeling. Wanneer grond van de locatie moet worden afgevoerd of ergens anders zal moeten worden toegepast zal initiatiefnemer de kwaliteit van de vrijkomende grond laten onderzoeken conform de eisen van het Besluit bodemkwaliteit. 6.1.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen: Wet luchtkwaliteit), het Besluit niet in betekenende mate (luchtkwaliteitseisen) en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). De grenzen voor deze stoffen zijn opgenomen in de onderstaande tabel.
Vanaf 2011 zijn de grenswaarden (jaargemiddelde en 24-uursgemiddelde concentratie) voor PM10 van kracht. Voor NO2 geldt dat vanaf 2015 moet worden voldaan aan de (jaargemiddelde en uurgemiddelde) grenswaarden. Tabel 6.2: Grenswaarden Wet luchtkwaliteit stof jaargemiddelde uurgemiddelde NO2 40 µg/m3 200 µg/m3 PM2,5 PM10
25 µg/m3 40 µg/m3
n.v.t. n.v.t.
24-uursgemiddelde n.v.t. n.v.t. 50 µg/m3
Opmerkingen Uurgemiddelde mag 18x per jaar worden overschreden n.v.t. 24-uursgemiddelde mag 35x per jaar worden overschreden
Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat een ruimtelijk plan of project doorgang kan vinden indien: a. een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt; en b. de luchtkwaliteit ten gevolge van het project (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; en c. een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht; (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10, PM2,5) als stikstofdioxide (NO2) met minder dan 3% van de grenswaarde of wel 1,2 µg/m3 PM10 of NO2 jaargemiddeld.) d. een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten (projecten In Betekenende Mate of IBM-projecten) tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen. Het Besluit NIBM heeft een aantal NIBM-grenzen vastgesteld, waarvan met zekerheid kan worden gesteld dat de 3%-grens niet zal worden overschreden. Onder andere voor woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Onderzoek luchtkwaliteit Met het plan wordt beoogd een verkeersverbinding tussen de Hoogzandweg en Salieweg/Selderijweg te realiseren.
In verband hiermede heeft Peutz te Zoetermeer een onderzoek naar luchtkwaliteit uitgevoerd (rapport van 1 maart 2024, Bijlage 4). Uit het onderzoek blijkt dat de optredende concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking van de nieuwe ontsluiting ten hoogste respectievelijk 21,3, 15,0 en 8,1 µg/m³ bedragen. Deze concentraties voldoen aan de wettelijke
32
Toelichting
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
grenswaarden. Tevens volgt uit de rekenresultaten dat het uitvoeren van de maatregel nauwelijks of geen invloed heeft op de berekende concentraties NO2, PM10 en PM2,5. Er is derhalve sprake van 'niet in betekenende mate'. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen vormt voor de realisatie van de nieuwe verbindingsweg tussen de Hoogzandweg en de Selderijweg te Ridderkerk. Conclusie In het algemeen kan worden gesteld dat als in de huidige situatie aan de grenswaarden wordt voldaan, ook in toekomstige jaren wordt voldaan. Deze ontwikkeling maakt de realisatie van een verbindingsweg mogelijk tussen de Hoogzandweg en Salieweg/Selderijweg. In het onderzoek naar luchtkwaliteit is berekend dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Hoofdstuk 5, Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Luchtkwaliteitseisen) staat deze planontwikkeling dan ook niet in de weg. 6.1.6 Externe veiligheid Wettelijk kader Bij Externe Veiligheid (EV) gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Binnen de EV worden twee normstellingen gehanteerd: Het Plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers.
Het Groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Risico's verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) is opgenomen dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt indien er (beperkt) kwetsbare objecten in een invloedsgebied worden toegelaten, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Onderzoek/ beoordeling Transport gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de modaliteiten binnenwater, spoor, weg en door buisleidingen. Indien een bestemming is gepland binnen het invloedsgebied van de transportas dient de toename van het GR berekend te worden en afhankelijk van de uitkomst van de berekening dient een verantwoording GR te worden opgesteld. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) voor vervoer van gevaarlijke stoffen over water, weg en het spoor in werking getreden.
Met de invoering van dit Besluit beoogt het Rijk een evenwicht tot stand te brengen tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen, ruimtelijke ontwikkelingen en externe veiligheid. Het BEVT en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Risicovolle Inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.
Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt
Toelichting
33
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als in nieuwe situaties. Besluit externe veiligheid buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering. Risicokaart De Risicokaart geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid.
Een uitsnede van de Signaleringskaart is opgenomen in figuur 8. De aanleg van een ontsluitingsweg is niet gevoelig voor de aanwezigheid van risicovolle bronnen, zodat er uit dien hoofde geen belemmeringen zijn voor de planontwikkeling.
Figuur 8: Uitsnede Signaleringskaart EV (plangebied zwart omlijnd). Conclusie Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die in de directe omgeving aanwezig zijn in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De boogde ontwikkeling is niet gevoelig voor de aanwezigheid van risicovolle bronnen. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen oplevert voor de realisatie van een ontsluitingsweg tussen de Hoogzandweg en de Salieweg/Selderijweg. Het aspect externe veiligheid staat de vaststelling van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.
34
Toelichting
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
6.2
Archeologie en cultuurhistorie
Wettelijk kader rijk en provincie In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 door Nederland geratificeerd. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Het verdrag is geïmplementeerd in de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet is in de plaats gekomen van 6 wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed. De gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met eventueel aanwezige archeologische waarden. 6.2.1 CultuurhistorischeHoofdstructuurZuid-Holland In de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland is het gebied niet specifiek aangeduid.
Er is onderscheid gemaakt in drie kleuren categorieën (drie tinten bruin). De toekenning van een (zeer) grote, redelijke of lage kans op sporen (kleuren donker-, middel- en lichtbruin) heeft betrekking op de relatieve dichtheid van archeologische vondsten die in een bepaald gebied verwacht wordt. De witte gebieden hebben een lage trefkans. Het gebied ligt in oude komafzettingen (0 - 3 meter onder maaiveld) en een Buffer van stroomgordels en geulafzettingen (dieper dan 5 meter maaiveld) in de Formatie van Echteld. De plankaart laat zien dat er in dit deelgebied op 0 tot dieper dan 5 meter onder maaiveld een hoge trefkans is op archeologische sporen is. 6.2.2 Gemeentelijk archeologiebeleid Cultuurhistorische waarden spelen in toenemende mate een rol bij ruimtelijke ontwikkelingen en de gemeente wil het beleid op dat gebied actualiseren en verstevigen. Duurzame instandhouding van het gemeentelijk erfgoed draagt immers bij aan kennis over het verleden, schoonheid en lokale identiteit. De gemeenteraad van Ridderkerk heeft op 23 september 2013 de 'Archeologieverordening Ridderkerk 2013' vastgesteld als onderdeel van het erfgoedbeleid Ridderkerk, zodat dit het leidende archeologiebeleid is geworden. Als bijlage van de beleidsnota archeologie Ridderkerk is de Archeologische Waardenkaart Ridderkerk opgenomen. Deze dient als uitgangspunt voor nieuw op te stellen ruimtelijke plannen.
Op de gemeentelijke archeologische waardenkaart heeft het plangebied redelijk hoge archeologische verwachtingswaarde (licht groen 3.1, zoals aangeduid in figuur 9). Voor grondwerkzaamheden (inclusief heien) in dit deelgebied is een archeologisch onderzoek nodig die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m² en tevens dieper reiken dan 50 cm beneden het maaiveld.
Toelichting
35
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Figuur 9: Uitsnede archeologische beleidskaart. Onderzoek/ beoordeling Deelgebied Buitengebied Het gemeentelijk beleid is doorvertaald in het bestemmingsplan 'Buitengebied' (2016), waarin de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' is opgenomen met een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden (inclusief heien) die dieper reiken dan 0,3 meter beneden maaiveld en die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m². Deelgebied Nieuw Reijerwaard Voor Nieuw Reijerwaard hebben burgemeester en wethouders op 20 februari 2018 het wijzigingsplan 'archeologie Nieuw Reijerwaard' vastgesteld, nadat een Inventariserend veldonderzoek voor een groot deel van het bedrijventerrein heeft plaatsgevonden (rapport van Antea Group Archeologie van 23 februari 2017). Uit de resultaten van dit onderzoek is gebleken dat in dit deel van het plangebied geen archeologische waarden zijn aangetroffen. In verband hiermede is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' in dit deel van het plangebied geschrapt, zodat het opnemen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' niet meer nodig is. Gelet op de resultaten van het Inventariserend veldonderzoek voor Nieuw Reijerwaard en het feit dat het resterende plandeel in het bestemmingsplan 'Buitengebied' niet groter is dan 200 m² kan een onderzoek naar archeologie achterwege worden gelaten.
Toevalsvondsten Er dient altijd rekening gehouden te worden met zogenaamde toevalsvondsten. Het is van belang om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de zogenaamde meldingsplicht bij toevalsvondsten. Conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 is het verplicht om archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In de praktijk worden meldingen gedaan bij de lokale overheid, in dit geval de gemeente Ridderkerk. Conclusie Het initiatief tast de archeologische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.
36
Toelichting
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
6.2.3 Cultuurhistorie en monumenten Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Het voorstel tot wijziging is een uitvloeisel van de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (MoMo) uit 2009. Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a Bro moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. In het plangebied staat geen bebouwing. Evenmin worden cultuurhistorische waarden in en rondom het plangebied aangetast. Conclusie Het initiatief tast de cultuurhistorische waarden niet aan, zodat er vanuit dit gezichtspunt geen beperkingen worden gesteld aan deze planontwikkeling.
6.3
Flora en fauna
Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Onderzoek/ beoordeling Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied 'Boezems Kinderdijk' ligt 4,1 km ten oosten van het plangebied. Het Natura2000-gebied 'Oude Maas' ligt 4,2 km ten zuiden van het plangebied.
Het Natura2000-gebied 'Oude Land van Strijen' ligt op 9,5 km ten zuidwesten van het plangebied, terwijl 'De Biesbosch' ten zuidoosten van het plangebied ligt op circa 12,9 km (figuur 10). In onderhavige situatie is er sprake van aanleg van een verbindingsweg tussen de Hoogzandweg en Salieweg/Selderijweg. De Natura2000gebieden worden hierdoor niet beïnvloed. Evenmin worden significante externe effecten op Natura2000-gebieden verwacht. Ook heeft de planontwikkeling geen nadelige gevolgen voor verderop gelegen NNN. Het dichtstbijzijnde NNN ligt op circa 2,3 km afstand ten noorden van het plangebied.
Toelichting
37
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Figuur 10: NNN in de omgeving van het plangebied (plangebied met rode stip aangegeven.) 6.3.1 Stikstofdepositie Natura2000-gebieden kunnen gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Het op circa 4,2 km zuidelijk gelegen Natura2000-gebied 'Oude Maas', het op 4,1 km oostelijk gelegen 'Boezems Kinderdijk' en het op 9,5 km gelegen 'Oude Land van Strijen' zijn niet stikstofrelevante Habitats gebieden. Het op 12,9 km afstand gelegen Natura2000-gebied 'De Biesbosch' daarentegen wel. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) in werking getreden onder de Wet natuurbescherming (dat ook geldt onder de in te voeren Omgevingswet op 1 januari 2024). De Wsn bevat onder andere de resultaatsverplichting om stapsgewijs de stikstofbelasting op stikstofgevoelige habitattypes in de Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde te krijgen. Hiertoe zijn een drietal omgevingswaarden opgenomen in de wet voor 2025, 2030 en 2035. Belangrijke nadelige milieugevolgen voor de natuur vallen niet op voorhand uit te sluiten. Uit de uitgevoerde berekeningen van Stalbouw.NL van 11 augustus 2023, Bijlage 5 blijkt dat de emissie uitstoot van de gewenste situatie voor de aanleg- en gebruiksfase dermate laag is, dat deze niet zal leiden tot een depositie die hoger is dan 0,00 mol per hectare per jaar.
Deze bijdragen zijn zo klein dat er geen vergunningplicht is in het kader van de Wet natuurbescherming, gebiedsbescherming. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan geen belemmering. Kort samengevat: Op de planlocatie is géén regelgeving met betrekking tot Natura 2000 van toepassing. Met betrekking tot stikstofdepositie zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied vormt géén onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. 6.3.2 Ecologisch onderzoek Bij nieuwbouwplannen moet bekeken worden wat het effect is op de aangrenzende natuurbeschermingsgebieden en de aanwezige flora- en fauna. In verband hiermede is een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Watersnip Advies te Reeuwijk (rapport van augustus 2023, projectnummer 23A080, Bijlage 6). Op basis van een inventarisatie, literatuuronderzoek en een verkennend onderzoek kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden getrokken (overgenomen uit het rapport). Natuurgebieden
38
Gevolgen
Toelichting
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Natura2000 Habitattypen
Soorten NNN-gebieden Omgevingsvisie/verordening Soortgroep Algemeen
Flora Jaarrond beschermde nesten Reptielen Vleermuizen Overige soorten Soortgroep Vogels
Vissen
Amfibieën
Zoogdieren
Natura 2000-gebieden Boezems Kinderdijk en Oude Maas liggen op 3,92 km en 4,21 km afstand tot het plangebied. Uit de stikstofberekeningen blijkt dat er in de aanleg- en gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie. Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen Voor de beschermde soorten, Bastaardkikker, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Ree en Veldmuis, geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden. Nee Nee Nee Nee Nee Overtreding verbodsbepalingen, aanvullende maatregelen vereist Nee. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wnb wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaardperiode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.
Ja, er wordt schade verwacht aan algemene vissoorten met de geplande werkzaamheden. Om de zorgplicht in acht te nemen wordt geadviseerd te werken met een ecologisch werkprotocol. Nee, mits voorkomen wordt dat er gedurende de voortplantingsperiode van de Rugstreeppad (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. Nee, de Steenmarter kan incidenteel gebruik maken van het plangebied. Geadviseerd wordt om in het kader van de zorgplicht een faunapassage te realiseren.
Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor
Toelichting
39
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Natuur-inclusief bouwen De initiatiefnemer heeft de intentie een verkeersontsluiting te realiseren. Watersnip Advies stimuleert natuur-inclusief bouwen voor een betere samenleving tussen mens en natuur. Natuur-inclusief bouwen kan gedaan worden door het realiseren van faunapassages. Wat betreft straatverlichting wordt geadviseerd om amberkleurige Led-verlichting te plaatsen die voornamelijk naar beneden gericht is. Dit om verstoring door licht voor foeragerende vleermuizen te vermijden. Tevens wordt geadviseerd om in de Blaakwetering en langs beide zijden van de dam natuurvriendelijke oevers aan te leggen met onder andere Riet. Conclusie Er zal een ecologisch werkprotocol worden opgesteld in verband met de demping van de sloot ten behoeve van aanleg van een duiker. Met inachtneming hiervan kan worden geconcludeerd dat er vanuit gebiedsbescherming en soortenbescherming geen belemmeringen bestaan tegen deze planontwikkeling. Bij aanleg van de nieuwe verbindingsweg zullen de in het rapport genoemde aanbevelingen voor zover mogelijk worden overgenomen.
6.4
Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
6.4.1 Kabels en leidingen In het plangebied liggen naast de gebruikelijke kabels en leidingen geen ruimtelijk relevante watertransportleidingen en gastransportleidingen, zodat een beschermende regeling niet nodig is.
40
Toelichting
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen een vertaling hebben gekregen in de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan, de plankaart (de verbeelding van de geometrische plaatsbepaling) en de regels.
7.2
Verbeelding
Op de verbeelding (plankaart), getekend op een kadastrale ondergrond (GBKN) schaal 1:1.000, zijn door middel van coderingen (via combinatie van letteraanduidingen, arceringen en/of kleur) de bestemmingen aangegeven.
7.3
Regels
De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De regels zijn, overeenkomstig de SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van de regels. Artikel 2 betreft de wijze van meten, waarin is aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In paragraaf 7.3.2 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Het betreft regels die voor het hele plangebied of voor verschillende bestemmingen van toepassing zijn. In dit hoofdstuk zijn de anti-dubbeltelregel, algemene bouw- en gebruiksregels en algemene afwijkingsregels opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. 7.3.1 Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat 2 artikelen.
Artikel 1 Begrippen In het artikel 'Begrippen' wordt een aantal in de planregels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt, waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. Wijze van meten Artikel 2 In het artikel 'Wijze van meten' wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. 7.3.2 Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de regels waarin de materiële inhoud van de op de verbeelding gegeven bestemmingen zijn opgenomen. Bij de opzet van de artikelen is, zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bepaalt, een vaste indeling aangehouden. Voor de volgorde van de bestemmingen leidt dit ertoe dat eerst de bestemmingsomschrijvingen worden benoemd en hierna de bouwregels en in voorkomende geval nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Artikel 3 Groen De bestemming 'Groen' is opgenomen voor de groene gebieden waarvan het groene karakter voor de ruimtelijke structuur van het plangebied van belang is. Binnen de bestemming is de aanleg van voet- en fietspaden en water mogelijk.
Toelichting
41
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Artikel 4 Verkeer De gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie. Bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden en groenvoorzieningen zijn toegestaan. In de regels zijn nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 5 Water De bestemming 'Water' is gegeven aan de Blaakwetering, voor zover deze buiten de bestemming 'Verkeer' ligt. Waarde - Archeologie 4 Artikel 6 Het plangebied ligt in een gebied met (middel)hoge archeologische verwachtingswaarden. Hiervoor is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' opgenomen conform het bestemmingsplan 'Buitengebied' met daaraan gekoppeld een omgevingsvergunningenstelsel. 7.3.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat meerdere artikelen die op de bestemmingen uit hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat een regeling waarmee wordt voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Artikel 8 Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van bestaande afstanden en hoogten ingeval van strijdigheid met de nieuwe bestemmingsregels. Algemene gebruiksregels Artikel 9 Als algemene regel zijn bepaalde gebruiken opgenomen die in ieder geval strijdig zijn met het bestemmingsplan.
Hierbij moet gedacht worden aan het gebruik van de gronden ten behoeve van storten/of opslagplaats van grond en/of afval. Stalling en/of opslag van machines zoals voer-, vaar- of vliegtuigen die niet meer in gebruik zijn is binnen het plangebied niet toegestaan; een en ander met uitzondering indien sprake is van normaal gebruik van de bestemming. Tot slot mogen gronden en bouwwerken niet worden gebruikt of geëxploiteerd voor prostitutie of als een seksinrichting. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is gebaseerd op artikel 3.6, lid 1 onder c van de Wro en heeft onder meer tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Aan toepassing van de afwijkingsbevoegdheid dient een belangenafweging ten grondslag te liggen. Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. 7.3.4 Overgangs- en slotregels Het laatste hoofdstuk van de planregels bevat twee artikelen. Overgangsrecht Artikel 11 Het artikel 'Overgangsrecht' heeft ten doel de rechtstoestand te begeleiden van situaties die afwijken van de regels van het bestemmingsplan. Lid 1 van dit artikel geeft regels voor bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden, en die afwijken van de bebouwingsregels van het plan.
Lid 2 van dit artikel regelt het gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken in het plan, voor zover dit gebruik op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan, afwijkt van de in het plan gegeven bestemming. Artikel 12 Slotregel Het artikel 'Slotregel' bevat de titel waaronder het bestemmingsplan kan worden geciteerd. Dit artikel wordt dan ook wel het citeerartikel genoemd.
42
Toelichting
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Hoofdstuk 8 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de toelichting van het bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens geldt via de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, deze kosten te verhalen op de initiatiefnemer. Eén en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten. Als er geen overeenkomst wordt gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient er een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt geen bouwplan mogelijk zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. De kosten voor het bestemmingsplan en de bijbehorende onderzoeken worden gedragen door de GRNR. Er is een algemene regeling waarop de gemeente haar uren kan schrijven. De aanleg van de ontsluiting wordt ook gedaan en gedragen door de GRNR. Hiermee zijn de kosten voldoende 'anderszins verzekerd. Gezien het voorgaande is het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig, zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.
8.2
Communicatie
Initiatiefnemer heeft op 27 september 2023 twee informatiebijeenkomste gehouden voor omwonenden en omliggende bedrijven. Er is maatschappelijk draagvlak voor aanleg van de ontsluitingsweg. De twee verslagen van de informatiebijeenkomsten zijn opgenomen in Bijlage 7 en Bijlage 8.
8.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor onderhavig ontwerpbestemmingsplan wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft daartoe vanaf 22 december 2023 zes weken ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn geen zienswijzen ingediend. Er zijn wel drie reacties ontvangen van vooroverlegpartners. Die worden hieronder kort weergegeven: Provincie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft ambtelijk gereageerd en aangegeven dat het plan past binnen het provinciale omgevingsbeleid. Oasen Drinkwater Oasen Geeft aan dat het plan ligt in de boringsvrije zone van zuiveringsstation Reijerwaard. Vanaf 1 januari 2024 gelden de regels conform de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Dit is correct benoemd als aandachtspunt in dit bestemmingsplan onder toelichting in paragraaf 4.2.2. Oasen geeft ook aan nog enige informatie te willen delen over het milieubeschermingsgebied. Die informatie staat hieronder: "Het grondwater ter plaatse dient als bron voor de lokale- en regionale drinkwatervoorziening. Ter bescherming van de drinkwatervoorziening is door de provincie Zuid-Holland een aantal ”Milieubeschermingsgebieden voor grondwater” aangewezen waar extra aandacht voor de bodem en grondwaterkwaliteit is geregeld.
Om de kwaliteit hiervan te waarborgen zijn er aanvullende regels opgesteld in de Provinciale milieuverordening van de provincie Zuid-Holland om het grondwater te beschermen, vanaf 1 januari 2024 de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Afhankelijk van de betrokken zone geldt een lichter of zwaarder beschermingsregime." Veiligheidsregio Rotterdam – Rijnmond (VRR)
Toelichting
43
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
De VRR geeft aan dat met betrekking tot dit plan geen relevante fysieke veiligheidsaspecten zijn geconstateerd. Wel adviseert de VRR bij deze ontwikkelingen zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde 'Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR' biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven. Voor een maatwerkadvies kan contact opgenomen worden met de afdeling Operationele Informatie via Bluswater@vr-rr.nl.
44
Toelichting
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Regels
Regels
45
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan Het bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg met identificatienummer NL.IMRO.0597.BPNRIJOntsluiting-VG01 van de gemeente Ridderkerk. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 afwijking Een afwijking van het bestemmingsplan als bedoeld in art. 2.1, lid 1, onder c, van de Wabo juncto art. 2.12, eerste lid, onder a, sub 1, van de Wabo. 1.6 archeologisch deskundige Een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.7 archeologisch onderzoek Een onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.8 archeologische waarde De aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.9 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10 bebouwingspercentage Het percentage van een bouwperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.11 bestaande situatie a.
Bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald. 1.12 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.13 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
46
Regels
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
1.14 bevoegd gezag Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.15 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.16 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.17 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.18 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.19 bouwwerk, geen gebouw zijnde Elk bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde. 1.20 deskundige Een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake natuur, landschap, cultuurhistorie of landbouw. 1.21 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.22 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatiehuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
1.23 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.24 peil Voor gebouwen die, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; c. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; d. indien in of op het water wordt gebouwd: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende weg. 1.25 plangrens De geometrisch bepaalde lijn, die de grens vormt van het plan. 1.26 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
Regels
47
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
1.27 seksinrichting Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval wordt verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
48
Regels
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand De afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.4 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn (snijvlak, wandvlak, dakvlak), het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, te bepalen aan de hand van de snijlijn van het wandvlak en het dakvlak. 2.5 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Regels
49
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. voet- en fietspaden; c. water; d. geluidwerende voorzieningen; e. nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen niet meer mag bedragen dan 6 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde ten hoogste 4 meter mag bedragen. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
50
Regels
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Artikel 4
Verkeer
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersdoeleinden in de vorm van hoofdverbindingen met de daarbij behorende voorzieningen voor het langzaam verkeer en de ten behoeve van de verkeersdoeleinden benodigde bouwwerken en andere voorzieningen; b. geluidwerende voorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. waterlopen, waterpartijen en waterstaatkundige voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van de in lid 4.1 bedoelde bouwwerken, anders dan ten behoeve van de verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer en vervoer te water mag niet meer bedragen dan 5 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen niet meer mag bedragen dan 6 meter.
Regels
51
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Artikel 5
Water
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterstaatkundige voorzieningen; b. kunstwerken, waaronder bruggen, duikers en kademuren; c. bermen, taluds en groenvoorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Op of in de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming, waaronder begrepen: a. waterstaatkundige voorzieningen, zoals peilregulerende kunstwerken; b. bouwwerken ten dienste van kruisende verkeersbestemmingen, zoals bruggen en duikers; c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover deze noodzakelijk zijn voor oeververbindingen, de veiligheid van het verkeer te water of voor een doelmatig kwaliteit- en kwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder waterstaatkundige voorzieningen en bruggen, mag niet meer bedragen dan 5 meter;. b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 4 m.
52
Regels
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Artikel 6
Waarde - Archeologie 4
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn behalve de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 6.2 Bouwregels Ten aanzien van de in lid 6.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 6.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.
het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 200 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Vergunningplichtige werken en werkzaamheden Het is verboden op de in 6.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e.
het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.3.2 Uitzonderingen Het in lid 6.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 6.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 200 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; e. gericht zijn op het normale onderhoud, gebruik en beheer van de betreffende gronden; f. plaatsvinden in bestaande weg- en leidingcunetten.
Regels
53
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
6.3.3 Voorwaarden De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1 wordt slechts verleend indien, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden voorschriften en beperkingen te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.
54
Regels
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels
55
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten geldt het volgende: a. voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in Hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; b. in geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt; c. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.
56
Regels
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
9.1 Strijdig gebruik Onder met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruik van of het laten gebruiken van: a. gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; d. gronden en bouwwerken voor de stalling of opslag van (sta)caravans; e. de handel in en opslag van consumentenvuurwerk, softdrugs en hallucinogene middelen.
Regels
57
bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
10.1 Maten en bouwgrenzen Tenzij op grond van Hoofdstuk 2 2 reeds afwijking mogelijk is, kan het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.