CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg - toelichting en regels.pdf

Gemeenteraad RK 18 april 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 7: Vaststelling bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg17.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan ONTSLUITINGSWEG TUSSEN HOOGZANDWEG EN SALIEWEG Gemeente Ridderkerk

STATUS:

VASTGESTELD

DATUM:

1 maart 2024

IMRO IDN:

NL.IMRO.0597.BPNRIJOntsluiting-VG01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard Postbus 4010 2980 GA Ridderkerk

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 24 augustus 2023 31 oktober 2023 12 december 2023 1 maart 2024

VERSIE 2e versie 2e versie 1e versie 2e versie

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

4

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 8

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Bestaande ruimtelijke en functionele structuur

9 9

Hoofdstuk3

11

3.1 3.2 3.3 3.4

Aanleiding Onderzoek verbinding Hoogzandweg - Nieuw Reijerwaard Nieuwe situatie Verkeer

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4

Planbeschrijving

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

11 11 11 13 15 15 17 22 23

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid waterschap Hollandse Delta 5.4 Waterhuishouding

25 25 25 26 26

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

29 29 35 37 40

Hoofdstuk7 Juridische planbeschrijving 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels

41 41 41 41

Hoofdstuk8 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Economische uitvoerbaarheid 8.2 Communicatie 8.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43 43 43 43

Regels

45

Hoofdstuk1 Artikel 1

Toelichting

Inleidende regels Begrippen

46 46

5

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Artikel 2

Wijze van meten

49

Hoofdstuk2

Bestemmingsregels

50

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Groen Verkeer Water Waarde - Archeologie 4

50 51 52 53

Hoofdstuk3

Algemene regels

55

Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

55 56 57 58

Hoofdstuk4

Overgangs- en slotregels

59

Artikel 11 Artikel 12

Overgangsrecht Slotregel

59 60

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Onderzoek verbinding Hoogzandweg - Nieuw Reijerwaard

Bijlage 2

Akoestischonderzoek

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4

Onderzoek luchtkwaliteit

Bijlage 5

Notitie stikstofdepositie

Bijlage 6

Ecologisch onderzoek

Bijlage 7

Verslag informatiebijeenkomst 27 september 2023 (ochtend)

Bijlage 8

Verslag informatiebijeenkomst 27 september 2023 (middag)

6

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR) heeft de opdracht om een 96 hectare groot bedrijventerrein voor Agro gelieerde bedrijven, de daarbij horende ontsluitingen en de aanleg van een groene corridor te realiseren in Nieuw Reijerwaard in Ridderkerk. Deze planontwikkeling is in uitvoering. De eerste bedrijven met bijbehorende infrastructuur zijn inmiddels gerealiseerd. Ten zuidoosten van het bedrijventerrein ligt een glastuinbouwgebied dat wordt ontsloten op de Hoogzandweg. Deze weg ligt buiten het bedrijvenpark en wordt ten oosten hiervan ontsloten op de Verbindingsweg. De Hoogzandweg is feitelijk niet geschikt voor zwaar transport met vele tientallen vrachtwagens per etmaal van en naar deze glastuinbouwbedrijven. De toegenomen verkeersdruk op de Hoogzandweg en de afgenomen verkeersveiligheid, alsmede de onveilige aansluiting van de Hoogzandweg op de Verbindingsweg, zijn redenen geweest om onderzoek te doen naar het realiseren van een directe ontsluiting op het bedrijvenpark Nieuw Reijerwaard ter hoogte van de gevestigde glastuinbouwbedrijven aan de Hoogzandweg 16 en 20 in Ridderkerk op de Salieweg/ Selderijweg van het bedrijvenpark Nieuw Reijerwaard. Uit dit onderzoek is gebleken dat het realiseren van een verkeersverbinding tussen de Hoogzandweg en de Salieweg vanuit verkeerskundige overwegingen haalbaar is.

Vervolgens kan de Hoogzandweg ten noordoosten van de nieuwe ontsluiting worden afgewaardeerd tot uitsluitend langzaam verkeer. Verder kan dan de aansluiting op de Verbindingsweg komen te vervallen. Om een ontsluitingsweg tussen de Hoogzandweg en Salieweg planologisch mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt ten zuiden van het bedrijvenpark Nieuw Reijerwaard in het verlengde van de Salieweg/Selderijweg en ten noorden van de Hoogzandweg ter hoogte van een bedrijfswoning van een glastuinbouwbedrijf aan de Hoogzandweg 18 in Ridderkerk. Een situatietekening van het plangebied en omgeving is opgenomen in figuur 1.

Figuur 1: Situatietekening plangebied en omgeving. Plangebied rood omkaderd.

Toelichting

7

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor onderhavig plangebied gelden het volgende inpassingsplan en bestemmingsplan: Bestemmingsplan/inpassingsplan Besluit Inpassingsplan "Bedrijventerrein Provinciale Staten van Nieuw Reijerwaard" Zuid-Holland d.d. 26 juni 2013 Bestemmingsplan "Buitengebied" gemeenteraad van Ridderkerk d.d. 30 juni 2016

Uitspraak ABRvS 20 augustus 2014 n.v.t.

De gronden ten zuidoosten van de Salieweg zijn in het inpassingsplan 'Bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard' bestemd voor 'Water'. Binnen de bestemming 'Water' zijn alleen bruggen voor het langzaam verkeer toegestaan. Een verkeersverbinding voor gemotoriseerd verkeer tussen de Hoogzandweg en de Salieweg is in strijd met het inpassingsplan. De gronden ten noordwesten van de Hoogzandweg zijn in het bestemmingsplan 'Buitengebied' bestemd voor 'Groen'. Binnen de bestemming 'Groen' zijn alleen voet- en fietspaden toegestaan. Een verkeersverbinding voor gemotoriseerd verkeer tussen de Hoogzandweg en de Salieweg is in strijd met het bestemmingsplan. Een uitsnede van beide plannen is opgenomen in figuur 2.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding inpassingsplan "Bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard" (links) en uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Buitengebied" (rechts). Plangebied rood gestippeld omlijnd.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie. De planbeschrijving van de nieuwe toestand is opgenomen in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor de realisatie van het bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. De Waterparagraaf is opgenomen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 omvat de omgevingsaspecten, te weten milieu, archeologie en natuur. Hierin worden ook uitvoeringsaspecten beschreven. In Hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de economische uitvoerbaarheid, het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening en de uitkomsten van de inspraak.

8

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Bestaande ruimtelijke en functionele structuur

Ten noordwesten van het plangebied ligt het in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard voor agro-logistieke bedrijven. Inmiddels zijn hier al meerdere bedrijven gevestigd met ontsluitingen op de Verbindingsweg. Aan de zuidoostelijke rand van de terrein ligt de Blaakwetering. Ten zuidoosten van het plangebied ligt een glastuinbouwgebied dat wordt ontsloten op de Hoogzandweg. Deze weg ligt buiten het bedrijvenpark en wordt ten oosten hiervan ontsloten op de Verbindingsweg. Bedrijf aan Selderijweg 90.

Bedrijf aan Selderijweg 80.

Bedrijfswoningen aan Hoogzandweg 18 en 12.

Glastuinbouwbedrijf aan Hoogzandweg 16.

Hoogzandweg De Hoogzandweg is een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom met een snelheidsregime van 60km/uur. De Hoogzandweg is niet voorzien van openbare verlichting. De Hoogzandweg sluit aan op de Verbindingsweg middels een ongeregelde voorrangskruising waarbij de Verbindingsweg voorrang heeft. Mede doordat de Verbindingsweg in een bocht ligt en in een helling in verband met het viaduct over de rijksweg is de kruising onoverzichtelijk. Door weggebruikers wordt deze kruising als onveilig ervaren. Komende vanaf de Verbindingsweg kent het verloop van de Hoogzandweg enkele slingers in combinatie met een geringe verhardingsbreedte. Tegemoetkomend verkeer kan elkaar niet passeren, voor fietsers en voetgangers is dit deel onveilig. Tot aan de Blaakwetering is de Hoogzandweg te smal en onveilig voor fietsers en voetgangers. De berm wordt hier kapot gereden. Er zijn geen bedrijven gelegen aan dit deel van de Hoogzandweg. Parallel aan de Blaakwetering is de Hoogzandweg ook smal, maar is de berm verhard met grasbetonstenen. Op dit deel van weg zijn de twee grootste bedrijven gevestigd (van Vugt Kruiden en MG Grand) die ook het grootste aandeel in de hoeveelheid verkeersbewegingen hebben. Het deel van de Hoogzandweg dat naar het zuiden loopt en aansluit op de Rijksstraatweg is ook smal maar erg rustig.

Bij de aansluiting op de Hoogzandweg is een poller aanwezig, waarvan alleen aanwonenden gebruik mogen maken. Planspecifiek

Toelichting

9

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Tussen de Salieweg en de Hoogzandweg ligt ter hoogte van het plangebied een hoofdwatergang (Blaakwetering) met aan weerszijden hiervan een groenstrook.

Blaakwetering ter hoogte van nieuwe ontsluiting.

10

Groen ter hoogte van nieuwe ontsluiting.

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Aanleiding

Om van de Hoogzandweg naar de Verbindingsweg te komen moeten bewoners en vrachtwagens van en naar de glastuinbouwbedrijven aan de Hoogzandweg omrijden. De weg is smal en wordt als onveilig ervaren. Er is daarom onderzoek gedaan naar aanleg van een verbindingsweg tussen de Hoogzandweg en de Salieweg. Aanleiding van het onderzoek is geweest de bereikbaarheid van Dutch Fresh Port. Hierbij zijn varianten met betrekking tot de interne bereikbaarheid en de externe bereikbaarheid in beeld gebracht. Als onderdeel van variant 0 (no regret) is de optie van een verbinding tussen Nieuw Reijerwaard en de Hoogzandweg benoemd. Aanleiding hiervan is de toegenomen verkeersdruk op de Hoogzandweg en de afgenomen verkeersveiligheid. Tevens zijn er zorgen bij Waterschap Hollandse Delta en de gemeente Ridderkerk over de veiligheid ter plaatse van de aansluiting van de Hoogzandweg op de Verbindingsweg.

3.2

Onderzoek verbinding Hoogzandweg - Nieuw Reijerwaard

In opdracht van de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR) heeft Royal HaskoningDHV een onderzoek uitgevoerd naar de verkeerskundige effecten van het aansluiten van de Hoogzandweg op de Salieweg, waarbij ook het effect op de Rijksstraatweg is onderzocht. Als de Hoogzandweg wordt aangesloten op de Salieweg, veranderen de verkeersstromen (aanrijroutes naar de bedrijven) op Nieuw Reijerwaard. De VRI’s van de Verbindingsweg kunnen het extra verkeer van de Hoogzandweg verwerken. De VRI Verbindingsweg – Selderijweg heeft de hoogste cyclustijd, maar de afwikkeling blijft voldoende. De VRI’s hebben voldoende restcapaciteit: de cyclustijden liggen ruim onder de 120 seconden. De Hoogzandweg kan dus worden aangesloten op de Salieweg. Het aansluiten van de Hoogzandweg op de Salieweg heeft op de Rijksstraatweg niet of nauwelijks impact. De afstand van de Hoogzandweg tot het kruispunt Verlegde Voorweg/Rijksstraatweg wordt door de alternatieve ontsluiting korter qua afstand en reistijd. Echter wordt de route alleen interessant bij zware congestie op A15/A16 voor verkeer richting het zuidoosten, zoals naar Hendrik-Ido-Ambacht. Daarbij is dit alleen een optie voor personenauto’s vanwege het vrachtverkeerverbod op de Rijksstraatweg. De memo van GRNR van 9 mei 2023 met het bijbehorende rapport van HaskoningDHV Nederland B.V.

van 12 oktober 2022 met bijbehorende memo vn GRNR is opgenomen in Bijlage 1.

3.3

Nieuwe situatie

Dit bestemmingsplan voorziet in een aanleg van een ontsluitingsweg tussen de Hoogzandweg en de Salieweg/Selderijweg overeenkomstig de resultaten van het onderzoek naar de verbinding van de Hoogzandweg op de Salieweg/Selderijweg. Door een verbinding te realiseren vanaf de Hoogzandweg naar de Salieweg kan het verkeer via de bedrijfslanen op Nieuw Reijerwaard de Verbindingsweg bereiken. De Hoogzandweg richting Rijksstraatweg wordt hierdoor ontlast. Het gedeelte van de Hoogzandweg vanaf de nieuwe verbinding richting het oosten naar de A16 wordt ingericht als een fietspad. De Hoogzandweg naar het noorden toe, inclusief de aansluiting op de Verbindingsweg vervalt, en wordt door middel van verkeersmaatregelen ingericht voor langzaam verkeer. In figuur 3 is de nieuwe situatie aangegeven inclusief nieuwe verbinding. De nieuwe situatie is opgenomen in figuur 4.

Toelichting

11

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Figuur 3: Schetsontwerp nieuwe situatie.

Figuur 4: Situatietekening nieuwe toestand (indicatief).

12

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

3.4

Verkeer

Het plangebied betreft een nieuwe ontsluitingsweg voor gemotoriseerd verkeer tussen de Hoogzandweg en de Salieweg/Selderijweg. De bedrijven en (bedrijfs)woningen aan de Hoogzandweg worden middels deze nieuwe ontsluiting ontsloten op de Verbindingsweg. De Hoogzandweg wordt in zuidoostelijke richting afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. In zuidwestelijke richting blijft voor langzaam verkeer de Rijksstraatweg in Rijsoord bereikbaar. Bij de aansluiting Rijksstraatweg – Hoogzandweg blijft de bestaande knip (met een poller) aanwezig. Deze voorkomt doorgaand verkeer tussen de Verbindingsweg/ Nieuw Reijerwaard, Hoogzandweg en de Rijksstraatweg. Langzaam verkeer Voor langzaam verkeer wordt naast de nieuwe ontsluitingsweg een fietspad aangelegd dat aantakt op de bestaande fietspadenstructuur van het bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard. De Hoogzandweg wordt vanaf de nieuwe verkeersontsluiting tot de Verbindingsweg autoluw gemaakt. Deze weg wordt via verkeersbesluiten geschikt gemaakt voor een fietspad. Selderijweg, gezien vanaf Hoogzandweg.

Hoogzandweg (deel af te waarderen tot fietspad).

Hoogzandweg richting Verbindingsweg.

T-splitsing Verbindingsweg/Hoogzandweg.

Toelichting

13

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

14

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling

Toelichting

15

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

voorziet in verbetering van de ontsluitingsstructuur tussen een glastuinbouwgebied en een in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein. 4.1.2 Barro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze (14) belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.

Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Volgens de handreiking behorende bij de Ladder voor duurzame verstedelijking valt de beoogde ontwikkeling onder 'overige stedelijke ontwikkelingen'. Hierin staat dat onder het begrip 'overige stedelijke ontwikkelingen' wordt verstaan: accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Een ontsluitingsweg wordt hierin niet genoemd. Gelet op de kleinschaligheid van de voorziene ontsluitingsweg tussen de Hoogzandweg en Salieweg kan worden gesteld dat deze verbindingsweg niet kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro. Toetsing aan de ladder is daarom niet noodzakelijk. Er is overigens wel behoefte aan de nieuwe ontsluitingsweg. Dit is toegelicht in hoofdstuk 3.

4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing op deze kleinschalige ontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen tegen dit bestemmingsplan.

16

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma Zuid-Holland zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit.

Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De ondergrond (eerste laag) van het plangebied wordt gevormd door rivierklei en veen in een rivierdeltacomplex. De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn

Toelichting

17

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het rivierengebied het verschil herkenbaar houden tussen komgronden en oeverwallen. In de laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van zeekleipolders in een rivierdeltalandschap als onderdeel van het stedelijk netwerk (figuur 5). Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. Op de laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied aan de rand van glastuinbouwgebied (figuur 5). Concentratiegebieden voor glastuinbouw kunnen qua belevingswaarde worden beschouwd als bedrijventerrein. Ontwikkelingen in de glastuinbouw dienen bij voorkeur bij te dragen aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Gericht op zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en collectieve voorzieningen, met aandacht voor aansluiting op bestaande landschappelijke structuren. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit.

In de laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid. Toetsing aan kwaliteitskaarten Deze planontwikkeling maakt een verkeersverbinding mogelijk tussen een in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein en een bestaand glastuinbouwgebied aan de rand van het glastuinbouwgebied. De aanleg hiervan gaat niet ten koste van het glastuinbouwgebied. Het voorliggend bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie.

Figuur 5: Links: Kwaliteitskaart; Laag van de Cultuur- en natuurlandschappen en rechts Laag van de stedelijke occupatie. Het plangebied is met zwarte omlijning aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De richtpunten zijn niet in het geding met de aanleg van een verbindingsweg tussen het bestaande glastuinbouwgebied en het in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie.

18

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een ontsluitingsweg mogelijk tussen een bestaand glastuinbouwgebied en een in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. De aanleg van een verbindingsweg tussen twee bestaande wegen wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling.

Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Een toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit.

Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. In artikel 6.9, lid 9 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, ontwikkelingen mogelijk kan maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.

Dit bestemmingsplan maakt een verbindingsweg mogelijk tussen een bestaand glastuinbouwgebied en een in ontwikkeling zijnde bedrijventerrein, zodat de ontsluitingsstructuur voor zwaar transportverkeer van en naar het glastuinbouw gebied wordt verbeterd. Gelijktijdig wordt het langzaam verkeer veiliger gemaakt met afzonderlijke fietspaden en wordt een gedeelte van de Hoogzandweg afgewaardeerd voor uitsluitend langzaam verkeer.

Toelichting

19

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Groene buffer In artikel 6.9d, lid 1 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een locatie binnen groene buffers waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. Toetsing aan Groene Buffer Het plangebied ligt aan de rand van een Groene Buffer zoals aangeduid in figuur 6. De aanleg van de verbindingsweg tussen het glastuinbouwgebied en het bedrijventerrein heeft geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. De Groene Buffer wordt niet aangetast. Bedrijventerreinen In artikel 6.12, lid 1 (Bedrijven) is opgenomen dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 20 in bijlage II, vestiging mogelijk maakt van bedrijven uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel voorziet in overeenkomstige milieuzones voor geluid of geur, passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen op een grote buitenstedelijke bouwlocatie als bedoeld in artikel 6.10 of die mogelijk zijn op grond van een vigerend bestemmingsplan.

Toetsing aan bedrijventerreinen Het bedrijventerrein 'Nieuw Reijerwaard' is op kaart 20 aangeduid als 'Bedrijventerrein' (figuur 6). Het doortrekken van de Salieweg/Selderijweg naar de Hoogzandweg zorgt voor een betere doorstroming van transportverkeer van en naar het aangrenzende glastuinbouwgebied zonder dat dit ten koste gaat van de uit te geven gronden voor het bedrijventerrein.

Figuur 6: Links Kaart 14 van Omgevingsverordening 'Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieën' en rechts Kaart 20 'Bedrijventerreinen'. Het plangebied is met zwarte omlijning aangeduid. Milieubeschermingsgebieden grondwater Het plangebied is gelegen in een milieubeschermingsgebieden voor grondwater zoals genoemd in artikel 2.3 van de Omgevingsverordening. Het plangebied is hier aangewezen als boringsvrije zone. Er vinden geen boringen plaats, zodat er geen beperkingen zijn voor het plangebied. Conclusie De aanleg van een verbindingsweg tussen de Hoogzandweg en de Salieweg/Selderijweg is passend in het overgangsgebied tussen het glastuinbouwgebied en het bedrijventerrein. Bestaande ruimtelijke kwaliteiten worden hierdoor niet aangetast. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening

20

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

(ruimtelijke kwaliteit). Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel IJsselmonde De provincie Zuid-Holland heeft voor IJsselmonde een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 juli 2013 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Werkgebieden met karakter Rotterdam ontwikkelde zich in de 16e eeuw tot een geduchte concurrent van haven- en handelssteden zoals Delft en Dordrecht.

In de 19e eeuw zorgde de opkomst van de industrie langs de Rijn in Duitsland voor een verdere opbloei van de haven. Ook nu nog is de meeste werkgelegenheid gerelateerd aan het water, zoals de Waalhaven en de Eemhaven in Rotterdam, maar ook de Grote Lindt bij Zwijndrecht en de Nieuwe Bospolder bij Hendrik-Ido-Ambacht. Daarnaast trekken de nationale snelwegen bedrijvigheid aan die gebruik maakt van de goede bereikbaarheid en zichtbaarheid. De bedrijvigheid concentreert zich dus voornamelijk rond de grote wateren en de snelwegen. Het landelijk gebied blijft daardoor grotendeels gevrijwaard van grootschalige werkgebieden. Het gaat hier met name om kleinschalige bedrijventerreinen en verspreide glastuinbouwbedrijven. Het glas concentreert zich vooral rondom de Langeweg in de Zwijndrechtse Waard en de Oud-Reijerwaard, onder andere door de aanwezigheid van de veiling The Greenery. Ontwikkelingen De goede bereikbaarheid maakt IJsselmonde aantrekkelijk voor bedrijvigheid. Hierop inspelend worden meerdere grootschalige bedrijventerreinen ontwikkeld dan wel geherstructureerd. Op en rond het voormalig veilingterrein wordt het bedrijventerrein Noord-Oost (Barendrecht) geherstructureerd en geïntensiveerd voor bedrijven in de agro/vers/food-logistieke sector.

Zo is Nieuw Reijerwaard (Ridderkerk) bestemd voor agrologistiek, agro- en food-relateerde bedrijven met de mogelijkheid van glastuinbouw op de bedrijven en drie windturbines op dit nieuwe bedrijventerrein (meervoudig grondgebruik). Door middel van de glas-voor-glas regeling wordt ingezet op twee glastuinbouwclusters, een in Ridderkerk (Nieuw Reijerwaard-Zuid) en een in Zwijndrecht (aan de Langeweg/Munnikensteeg). Ambitie is onder andere om extra aandacht te schenken aan de beeldkwaliteit van het terrein waar bedrijventerreinen de entree van een dorp of stad vormen. Deze terreinen zijn het visitekaartje van het dorp. Doorgaande routestructuren respecteren of krijgen een gelijkwaardige vervanger. Het terrein of haar omgeving is aantrekkelijk voor verschillende gebruikers. Glastuinbouw Het plangebied is in het gebiedsprofiel aangeduid als glastuinbouw. Het noordelijk deel van de Zwijndrechtse Waard en Oud Reijerwaard hebben een lange traditie in het verbouwen van groente en fruit. Het gaat hier met name om tuinbouwbedrijven van het Barendrechtse type, waarbij de teelt van vollegrondsgroente en glasgroente gecombineerd worden. Binnen dit type tuinbouwbedrijf is een verschuiving gaande van vollegrondsteelt naar glasteelt. Het betreft veelal kleine glastuinbouwbedrijven zonder uitbreidingsmogelijkheden. De bedrijven zijn slecht ontsloten, niet toekomstbestendig en weinig duurzaam.

Het verspreide glas zorgt voor een rommelig beeld en beïnvloedt de landschapsbeleving en landschappelijke kwaliteit. Door middel van een glas-voor-glas regeling wil men de glastuinbouw concentreren in nieuwe clusters in Nieuw Reijerwaard-Zuid en rondom de kruising van de Langeweg en de Munnikensteeg. Ambitie is om de verspreide glastuinbouw zoveel mogelijk te verplaatsen naar de concentratiegebieden rondom de Langeweg/Munnikensteeg/A16 en in Nieuw Reijerwaard.

Toelichting

21

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Toetsing planinitiatief aan Gebiedsprofiel IJsselmonde De nieuwe verbindingsweg ligt in een overgangsgebied tussen het bestaande glastuinbouwgebied en het bedrijventerrein 'Nieuw Reijerwaard'. De ontsluitingsstructuur wordt verbeterd, omdat vrachtwagens zonder omweg de glastuinbouwbedrijven aan de Hoogzandweg kunnen bereiken via de Verbindingsweg en Salieweg/Selderijweg. Gelijktijdig kan een gedeelte van de Hoogzandweg worden afgewaardeerd voor alleen langzaam bestemmings- en recreatieverkeer. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van een goede bereikbaarheid, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' en verbetering van fietsroutes voor recreatieverkeer (ontwikkeling). Conclusie Deze planontwikkeling maakt een verbindingsweg mogelijk tussen de Hoogzandweg en Salieweg/ Selderijweg. Deze ontwikkeling voldoet aan de provinciale belangen met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit zoals is vastgelegd in artikel 6.9 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De richtpunten zijn niet in het geding. De aanleg van een verbindingsweg is in overeenstemming met de uitgangspunten en het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel IJsselmonde.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Gebiedsvisie Deltapoort 2025 (2012) De Gebiedsvisie Deltapoort 2025 is in februari 2012 vastgesteld onder de verantwoordelijkheid van de stuurgroep Deltapoort. De partners van Deltapoort zijn: de gemeenten Rotterdam, Dordrecht, Ridderkerk, Hendrik-Ido-Ambacht, Zwijndrecht en Barendrecht, de Stadsregio Rotterdam, de Regio Drechtsteden, het Havenbedrijf Rotterdam, het Waterschap Hollandse Delta, de ministeries van IenM en EL&I en de provincie Zuid-Holland. De visie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde. De Gebiedsvisie is het ruimtelijk kader (op hoofdlijnen) waarbinnen verschillende ruimtelijke opgaven binnen Deltapoort worden uitgevoerd met als doel het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dit moet leiden tot een verbetering van het vestigingsklimaat en de economische situatie in het gebied. Om deze ambitie concreet te maken en kracht bij te zetten is in 2012 de Gebiedsvisie Deltapoort 2025 met bijbehorend uitvoeringsprogramma opgesteld. IJsselmonde wordt hierin onder andere gezien als uitloopgebied voor de omliggende steden. Er is veel aandacht voor verbetering van de kwaliteit de verschillende natuur- en recreatiegebieden, onder andere door het slechten van fysieke en mentale barrières.

Er moet meer aandacht geschonken worden aan het onderling verbinden en aansluiten van de diverse projecten door bijvoorbeeld de realisatie van het recreatief routenetwerk. In het Deltapoort-gebied worden zes themagebieden met een groene hoofdtint onderscheiden. Deze themagebieden vormen tezamen het landschappelijk raamwerk; door thematisering worden de landschappelijke kwaliteiten van het betreffende gebied (en dus het raamwerk) versterkt. De locatie 'Nieuw Reijerwaard' is in de gebiedsvisie gedefinieerd als één van 'de werklocaties'. Bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard Binnen de ontwikkeling van Nieuw Reijerwaard gaat de aandacht uit naar een goede oplossing voor de infrastructuur. Het is vanuit de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit van belang dat een goede aansluiting op de A15/A16 wordt gerealiseerd via de IJsselmondse knoop. Het historisch lint van de Rijkstraatweg wordt ontzien. Tussen de kernen Barendrecht-Ridderkerk wordt een langzaam verkeersverbinding gerealiseerd via ongelijkvloerse kruising met de Rijksstraatweg. Op het bedrijventerrein wordt ingezet op kwalitatieve randen. Een groene zone langs de bestaande bebouwing van het historisch lint van de Rijksstraatweg biedt mogelijkheden voor een fietsroute. Bij de ontwikkeling van de bedrijven bestaat de mogelijkheid om glastuinbouw op een deel van de bedrijven te vestigen.

Daardoor ontstaat onder andere de mogelijkheid om energie uit te wisselen tussen de bedrijven en het glas. Conclusie De Gebiedsvisie Deltapoort 2025 heeft een hoog abstractieniveau waarover geen uitspraken worden

22

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

gedaan over nieuwe ontsluitingen tussen het glastuinbouwgebied en het bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard. De realisatie van een verbindingsweg tussen de Hoogzandweg en Salieweg/Selderijweg zorgt voor een betere verkeersafwikkeling van het vrachtverkeer van en naar het glastuinbouwgebied. Gelijktijdig kan een gedeelte van de Hoogzandweg worden afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Dit deel wordt voor langzaam verkeer verkeersveiliger gemaakt. De aanleg van deze verkeersverbinding is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Gebiedsvisie Deltapoort.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 De gemeenteraad heeft op 14 september 2017 de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 vastgesteld. In deze omgevingsvisie anticipeert de gemeente op het in werking treden van de Omgevingswet. Daarnaast beoogt de gemeente Ridderkerk met deze nieuwe visie in te spelen op maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de vraag naar levensloopbestendige woningen en de druk op de detailhandelsstructuur. Verder bevat de omgevingsvisie aanpassingen in de beleidsambities ten opzichte van de Structuurvisie Ridderkerk 2020. De omgevingsvisie beoogt de ruimtelijke kwaliteit van Ridderkerk als rustige en aantrekkelijke woongemeente met een goede binnenstedelijke groenstructuur en omliggend groen te behouden en waar mogelijk te versterken. Naar een duurzame gemeente Er wordt gestreefd naar circulaire ontwikkelingen, waarbij producten en grondstoffen maximaal hergebruikt worden om de milieubelasting en waarde-vernietiging te minimaliseren. De stijgende elektriciteitsvraag kan binnen de gemeente hernieuwbaar worden opgewekt met behulp van onder andere zonne-energie en windenergie. De mogelijkheden voor windenergie zijn beperkt tot het bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard, waar ook wordt ingezet op energie-neutrale ontwikkeling. De fiets centraal Gestart wordt met maatregelen om de doorstroming en veiligheid van bestaande fietsroutes te verbeteren.

Voorbeelden zijn het verbreden van belangrijke fietspaden, het vervangen van tegels door rood asfalt en de aanpak van ontbrekende schakels. Conclusie De visie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. Een directe verkeersverbinding tussen de Hoogzandweg en Salieweg/Selderijweg draagt bij aan verbetering van de bereikbaarheid van glastuinbouwbedrijven aan de Hoogzandweg. Gelijktijdig wordt de fietsstructuur verbeterd, omdat een deel van de Hoogzandweg verkeersluw wordt gemaakt voor uitsluitend langzaam verkeer. Gesteld kan worden gesteld dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.

Toelichting

23

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

24

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Hoofdstuk 5 5.1

Water

Inleiding

Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de Watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.

5.2

Beleidskader rijk en provincie

5.2.1 Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust.

Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.2.2 Beleid provincie Op provinciaal niveau heeft de provincie Zuid-Holland het beleid vertaald in het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016-2021. Dit plan bepaalt het waterbeleid. Het gaat om waterveiligheid, waterkwantiteit, waterkwaliteit en een robuust en veerkrachtig watersysteem. In de Omgevingsvisie is veel ruimtelijk waterbeleid geïntegreerd. De visie omvat onder andere het wettelijk verplichte regionale waterplan als genoemd in artikel 4.4 van de Waterwet.

Voor de provincie zijn naast de Waterwet (Omgevingswet in 2021) en de Drinkwaterwet ook andere kaders en plannen bepalend en richtinggevend voor het beleid ten aanzien van de drinkwatervoorziening. Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 Een aantal onderdelen van het Provinciaal Waterplan 2010 – 2015 blijft ongewijzigd van kracht. Dit heeft betrekking op een onderdeel van waterveiligheid, water en natuur en vismigratie. In dit Plan staat uitgebreid beschreven hoe de provincie, samen met waterschappen en andere partners, een duurzame en klimaatbestendige delta zal realiseren en behouden, waar het veilig en aangenaam wonen, werken en recreëren is. In het Provinciaal Waterplan zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationale waterplan vertaald naar strategische doelstellingen

Toelichting

25

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

voor Zuid-Holland. Het Waterplan heeft vier hoofdopgaven: 1. Waarborgen waterveiligheid 2. Zorgen voor mooi en schoon water 3. Ontwikkelen duurzame zoetwatervoorziening 4. Realiseren robuust en veerkrachtig watersysteem In het plan zijn deze opgaven verder uitgewerkt in 19 thema's én voor drie gebieden, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit leidt tot een integrale visie op de ontwikkeling van de Zuid-Hollandse Delta, het Groene Hart en de Zuidvleugel van de Randstad.

5.3

Beleid waterschap Hollandse Delta

De locatie ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Hollandse Delta. Het schap is in dit gebied verantwoordelijk voor de waterhuishouding: het waterkwaliteitsbeheer, het waterkwantiteitsbeheer en de zorg voor de waterkeringen. Voor elk specifiek bouwproject wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over de effecten van de bebouwing op het waterbeheer. De waterbeheerder voert de Watertoets uit. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Vanaf 2022 is er een nieuw waterbeheerprogramma van kracht. Het programma bestaat uit een statisch en een dynamisch deel. Het statisch deel bevat de doelen die het waterschap wil bereiken, zowel op de lange termijn als voor de planperiode. Het dynamisch deel bevat de maatregelen die nodig zijn om de doelen uit het statisch deel te realiseren. Het plan bevat doelen en maatregelen voor de thema’s Calamiteitenzorg, Water en Ruimte, Waterveiligheid, Voldoende Water, Schoon water en Waterketen. Voor het thema water en ruimte is de nadere uitwerking van de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie de belangrijkste ontwikkeling. Hierbij wordt uitgegaan van meerlaagse veiligheid: preventie (laag 1), ruimtelijke inrichting (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Voor Hollandse Delta ligt de nadruk op de eerste laag: een overstroming voorkomen door middel van (primaire) waterkeringen.

Voor de tweede laag is als doel geformuleerd dat de ruimtelijke inrichting bijdraagt aan het beperken van de gevolgen van een overstroming.

5.4

Waterhuishouding

Toetsingskader Het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer in het binnendijkse gedeelte wordt gevoerd door Waterschap Hollandse Delta. Het Waterschap beheert de waterkeringen en in het Zuid-Hollandse deel van haar beheergebied, de wegen, niet zijnde rijks- of provinciale wegen buiten de bebouwde kom. De rioleringstaak binnen het plangebied valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Ridderkerk. In het kader van de watertoets wordt deze waterparagraaf overlegd met het waterschap, waarna de opmerkingen worden verwerkt in deze waterparagraaf. Veiligheid en waterkeringen In het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een regionale waterkering. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Oppervlaktewater Het dagelijks bestuur van Hollandse Delta heeft op 2 december 2014 de 'Legger oppervlaktewaterlichamen en kunstwerken' voor waterschap Hollandse Delta vastgesteld. Deze legger geldt vanaf 15 december 2014. In het plangebied ligt een hoofdwatergang (Blaakwetering). Een uitsnede van de legger is opgenomen in figuur 7.

26

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Figuur 7: Uitsnede Legger wateren en kunstwerken. Ruimtelijke ontwikkeling/ waterkwantiteit Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m² in stedelijk gebied is een Watervergunning nodig . Dempingen moeten geheel worden gecompenseerd. Het plangebied bestaat uit groen en water (Blaakwetering). Hiervoor in de plaats komt een ontsluitingsweg met een dam en duiker. Na overleg met het Waterschap Hollandse Delta wordt circa 300 m² watercompensatie gerealiseerd in hetzelfde peilgebied. Hiervoor zal tijdig een watervergunning worden aangevraagd. Conclusie Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen zijn er geen bezwaren tegen de in dit bestemmingsplan opgenomen planontwikkeling.

Toelichting

27

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

28

Toelichting

bestemmingsplan Ontsluitingsweg tussen Hoogzandweg en Salieweg

Hoofdstuk 6

Milieu en omgevingsaspecten

De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij deze ruimtelijke ontwikkeling binnen dit plan. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk toegelicht.

6.1

Milieu

De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 6.1.1 M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Omdat dit project wordt genoemd in de D-lijst (categorie D 1.2, de wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg), maar de omvang ruim onder de drempelwaarde van 5 km tracélengte ligt, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling, die onderdeel moet zijn van de toelichting van dit bestemmingsplan. De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben.

De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Onderzoek/ beoordeling Dit bestemmingsplan voorziet in het oprichten van een verbindingsweg tussen de Hoogzandweg en de Salieweg/Selderijweg. De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de grens voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Het is te kleinschalig van aard om te beschouwen als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in bijlage D van het Besluit-m.e.r. Er is daarom geen m.e.r.-beoordeling nodig, omdat de verkeersverbinding volgens het Besluit m.e.r. niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Indien een ontwikkeling niet voorkomt op de C en D lijst van het Besluit m.e.r kan een m.e.r. beoordeling achterwege worden gelaten. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, en dus ook niet m.e.r.-plichtig. Deze fysieke wijziging is beperkt.

Zoals de hieronder beschreven milieuparagrafen en -onderzoeken aantonen heeft het bestemmingsplan ook om andere redenen dan de omvang (zoals bijvoorbeeld de aard van de ontwikkeling of een ligging nabij een gevoelig gebied) geen significante nadelige gevolgen voor het milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1065/documents/37329