CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA Flexwoningen Ridderkerk inclusief bijlagen.pdf

Gemeenteraad RK 11 december 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 11: Onderbouwing BOPA flexwonen43.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

De tijdelijke aard maakt het mogelijk om de woningvoorraad op verantwoorde wijze aan te passen aan veranderende demografische en ruimtelijke omstandigheden, in lijn met het principe van bouwen naar daadwerkelijke behoefte. De realisatie van maximaal 97 flexwoningen past binnen de kernwaarden van het provinciale ruimtelijk beleid: zorgvuldig ruimtegebruik, toekomstbestendig bouwen, functiemenging en het inspelen op de woningbehoefte. Wonen De realisatie van maximaal 97 flexwoningen sluit aan bij de woonambitie van de provincie Zuid-Holland, waarin wordt gestreefd naar een toekomstbestendig, duurzaam en inclusief woongebied. Flexwoningen voorzien in de dringende behoefte aan betaalbare woonruimte voor spoedzoekers. Dit ondersteunt het provinciale streven naar voldoende en passende huisvesting voor álle doelgroepen. Door hun snelheid van realisatie kunnen flexwoningen effectief bijdragen aan het behalen van de woningbouwafspraken.

20

Flexwoningen worden ontwikkeld voor snelle plaatsbaarheid en verplaatsbaarheid. Ze zijn na hun exploitatieperiode herbruikbaar op een andere locatie voor een volgende periode. Veelal zijn ze demontabel waarmee ze circulair inzetbaar zijn. Veel leveranciers maken gebruik van biobased materialen en de woningen zijn volledig gasloos. Hierdoor sluiten ze aan bij de duurzaamheidsambitie van de provincie om de gebouwde omgeving energiepositief, klimaat adaptief en natuur inclusief te maken. Bij het bouwen van flexwoningen is het eenvoudiger om emissieloze bouwmethoden en circulaire bouwprincipes toe te passen, gezien hun modulaire opzet en schaal. Dit sluit aan op de provinciale doelstellingen, zoals opgenomen in de omgevingsvisie van de Provincie Zuid-Holland. De bouw van maximaal 97 flexwoningen is niet alleen een praktische en snelle oplossing voor woningnood, maar sluit inhoudelijk en beleidsmatig volledig aan bij de provinciale ambities op het gebied van wonen, duurzaamheid en circulariteit. Daarmee vormt deze ontwikkeling een concrete invulling van het provinciale woonbeleid én van de bredere visie op een gezonde, toekomstbestendige leefomgeving.

3.2.2 Omgevingsverordening HOOFDSTUK 7 INSTRUCTIEREGELS Afdeling 7.1 Uitoefening van een specifieke taak of bevoegdheid § 7.1.3 Beheer van watersystemen In de Provinciale Omgevingsverordening Zuid-Holland is vastgelegd dat waterschappen voor bepaalde gebieden zogeheten peilbesluiten moeten vaststellen. Deze verplichting geldt voor de zogenoemde peilbesluitgebieden, waarvan de globale begrenzingen zijn weergegeven in bijlage II van de verordening. In een peilbesluit legt het waterschap vast welk waterpeil gehandhaafd moet worden in de aanwezige oppervlaktewaterlichamen, zoals sloten of weteringen. Het doel hiervan is om het waterbeheer in deze gebieden zorgvuldig en toekomstbestendig te regelen. Daarbij geldt ook dat peilbesluiten actueel moeten zijn; het waterschap moet ze dus regelmatig herzien en aanpassen als de situatie daarom vraagt. Voor ontwikkelingen binnen een peilbesluitgebied betekent dit dat rekening gehouden moet worden met het geldende waterpeil en dat eventuele ingrepen in het watersysteem afgestemd moeten worden met het waterschap. Het plangebied bevindt zich in een boringsvrije zone. Ter bescherming van de drinkwatervoorziening is door de provincie Zuid-Holland een aantal 'Milieubeschermingsgebieden voor grondwater' aangewezen waar extra aandacht voor de bodem en grondwaterkwaliteit is geregeld.

Om de kwaliteit hiervan te waarborgen zijn er aanvullende regels opgesteld in de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland. Voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op het waterpeil. In paragraaf 4.10 wordt hiervoor een nadere toelichting gegeven. Daarnaast wordt het waterschap om advies gevraagd bij het verlenen van de vergunning. Afdeling 7.3 Omgevingsplannen § 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit Het uitgangspunt is dat ruimtelijke ontwikkelingen alleen zijn toegestaan als de ruimtelijke kwaliteit in ieder geval behouden blijft of verbetert. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden ingedeeld in de categorieën inpassen, aanpassen of transformeren. De voorgenomen ontwikkeling valt onder de categorie aanpassen. Ruimtelijke kwaliteit wordt omschreven aan de hand van drie verschillende beschermingscategorieën, en de voorgenomen ontwikkeling valt niet onder één van deze beschermingscategorieën. In hoofdstuk 3.2.1 wordt nader toegelicht waarom aan de voorwaarden wordt voldaan. § 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen De strategie voor de bebouwde ruimte richt zich op de betere benutting van bestaand stads- en dorpsgebied (BSD), waarbij stedelijke ontwikkelingen voornamelijk binnen BSD plaatsvinden. Niet alle vraag naar wonen en werken kan binnen BSD worden opgevangen.

De ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving) biedt het kader voor deze ontwikkeling en wordt in de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland benadrukt. Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als een ontwikkeling van een bedrijventerrein, woningbouwlocatie, kantoren, detailhandel of andere stedelijke voorzieningen. In Zuid-Holland wordt een woningbouwlocatie met 12 woningen of meer als substantieel beschouwd. Daarnaast omvat stedelijke ontwikkeling het benodigde ruimtebeslag, zoals infrastructuur, groenopgaven, waterberging en overgangsgebieden. In hoofdstuk 4.2 is de laddertoets uitgevoerd. Voordat een gemeente besluit een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling toe te staan, moet er onderzoek worden gedaan naar de gevolgen voor het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk. De verkeerseffecten kunnen de bereikbaarheid verslechteren en knelpunten veroorzaken. Het is belangrijk om dit tijdig te onderzoeken en, indien nodig, met betrokken partijen te kijken of aanvullende maatregelen nodig zijn. Aangezien de bereikbaarheid van de regio een provinciaal belang is, moeten de gevolgen voor de bereikbaarheid meegenomen worden bij de locatiekeuze. De provincie verwacht dat de gemeente in de motivering van het omgevingsplan een zorgvuldige afweging hierover maakt. In hoofdstuk 4.14 is een

21

onderbouwing gegeven welke effecten worden verwacht op het omliggende wegennetwerk en hoe wordt omgegaan met parkeren. § 7.3.8a Wonen Een omgevingsplan dat een nieuwe ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt voorzien in voldoende sociale huurwoningen. Onder voldoende wordt in ieder geval verstaan: minimaal 1/3 sociale huurwoningen. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in 100% sociale huurwoningen. En voldoet daarmee ruimschoots aan de instructieregel van de Provincie.

3.3 Toetsing beleid waterschap Kader Waterschap Hollandse Delta is verantwoordelijk voor het beheer van waterveiligheid, waterkwaliteit en het watersysteem in het zuidwesten van Nederland. Het beleid van het waterschap is vastgelegd in diverse documenten die de strategische doelen en richtlijnen voor de periode 2022-2027 beschrijven. Waterbeheerprogramma Het Waterbeheerprogramma bevat de meerjarige beleidsdoelen van het waterschap. Dit programma richt zich op: • Waterveiligheid: Het onderhouden en versterken van dijken en waterkeringen om overstromingen te voorkomen. • Voldoende en schoon water: Zorgen voor een goede waterkwaliteit en kwantiteit voor mens, dier en natuur. • Waterketen: Het effectief en efficiënt inzamelen en zuiveren van afvalwater. • Deze doelen zijn opgesteld om een veilige en leefbare omgeving te waarborgen en sluiten aan bij de bredere watervisie van het waterschap. Wegbeheerprogramma Naast waterbeheer is Waterschap Hollandse Delta ook verantwoordelijk voor het beheer van bepaalde wegen. Het Wegbeheerprogramma beschrijft de beleidsdoelen en beheeractiviteiten met betrekking tot deze infrastructuur. Waterschap verordening De Waterschap verordening bevat regels voor activiteiten die invloed hebben op de watersystemen, zuivering technische werken en wegen die in beheer zijn bij het waterschap.

Toetsing De ontwikkeling sluit aan bij de beleidsdoelen van Waterschap Hollandse Delta. De benodigde compensatie worden binnen of direct naast het plangebied gerealiseerd (zie paragraaf 4.10). Het plan voorziet daarnaast in een vuilwater stelsel met vrijvervalriool en een gemaal. Hemelwater wordt lokaal verwerkt, wat voldoet aan de eisten voor klimaatadaptie en waterketenbeheer.

3.4 Toetsing gemeentelijk beleid. 3.4.1

Omgevingsvisie (GOVI)

Kader De gemeente Ridderkerk heeft op 11 september 2025 de omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie van Ridderkerk, met een doorkijk tot 2050, biedt een strategische langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Ridderkerk wordt gekenmerkt door drie kernwaarden:

1. Sterke wijken, goed verbonden: De gemeente bestaat uit diverse wijken met elk een eigen identiteit. Voorbeelden zijn Slikkerveer met zijn jaren '30 woningen, de dijkdorpen Rijsoord en Oostendam, en Bolnes met zijn historische watergebonden bedrijvigheid. Deze wijken hebben een sterke sociale cohesie, wat blijkt uit een hecht verenigingsleven en bewoners die bewust voor een specifieke wijk kiezen.

2. Groen-blauwe oase: Ridderkerk beschikt over een rijke groene infrastructuur die de gemeente omringt en

doorkruist. Groengebieden zoals het Oosterpark, Reyerpark, Donckse Bos, de Gorzen, de Grienden en het Waalbos, evenals de rivieren de Noord, de Nieuwe Maas en de Waal, dienen als buffer tegen verstedelijking en dragen bij aan een aantrekkelijk leefklimaat.

3. Kloppend hart: Het centrum van Ridderkerk en bedrijventerrein Donkersloot vormen het economische hart van

de gemeente. Ongeveer de helft van de werknemers in Donkersloot woont ook in Ridderkerk, wat duidt op een sterke lokale economie en een hoge arbeidsethos onder de inwoners.

Deze kernwaarden vormen samen de unieke identiteit van Ridderkerk en dienen als basis voor toekomstig beleid en ontwikkelingen.

22

De hoofdambitie van de Omgevingsvisie Ridderkerk is dat de gemeente een prettige plek blijft om te wonen, te werken en te recreëren. Na een periode van groei en ontwikkeling ligt de nadruk nu op het behouden én versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Dit doen we door voort te bouwen op de eigen identiteit van Ridderkerk en de kwaliteiten die de gemeente uniek maken. De ligging tussen het stedelijk netwerk van de regio Rijnmond en de Drechtsteden enerzijds, en het landschappelijk netwerk van de Krimpenerwaard, Alblasserwaard, Biesbosch en Hoeksche Waard anderzijds, vormt daarbij een belangrijke meerwaarde. Onder de hoofdambitie van de Omgevingsvisie vallen vijf overkoepelende ambities. Deze leidende principes vormen het kompas voor besluitvorming en geven richting aan de manier waarop Ridderkerk de leefbaarheid, het welzijn en de toekomstbestendigheid van de leefomgeving wil versterken: 1. Water- en bodemsturend werken Water en bodem vormen de basis voor gebiedsontwikkelingen. Door vanaf het begin uit te gaan van de natuurlijke eigenschappen en mogelijkheden, worden duurzame keuzes gemaakt en risico’s beperkt. Dit leidt tot een robuuste en klimaatbestendige leefomgeving. 2. Een prettige fysieke leefomgeving Ontwikkelingen moeten bijdragen aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke omgeving waarin inwoners graag wonen, werken en recreëren. 3.

Brede welvaart Ridderkerk kijkt verder dan economische groei alleen. Ontwikkelingen moeten bijdragen aan het welzijn van mensen, nu én in de toekomst, zonder dat lasten worden doorgeschoven naar komende generaties. 4. Bijdrage aan transities Nieuwe initiatieven ondersteunen de grote maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en het behoud en herstel van biodiversiteit. 5. Inclusieve en toegankelijke mobiliteit Goede bereikbaarheid en verkeersveiligheid voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en auto’s zijn randvoorwaarden. Zo blijven voorzieningen en kansen in Ridderkerk voor iedereen toegankelijk. Visiekaart Ridderkerk Op de visiekaart zijn de ambities uit het toekomstbeeld, voor zover dat mogelijk is, visueel weergegeven voor de verschillende thema’s.

Afbeelding 3.4: Visiekaart gemeente Ridderkerk, Omgevingsvisie Ridderkerk

23

Toetsing De ontwikkeling van een tijdelijke woonlocatie met maximaal 97 flexwoningen aan de Rotterdamseweg in Ridderkerk sluit volledig aan bij de ambities van de Omgevingsvisie Ridderkerk. Het plan draagt bij aan het versneld realiseren van passende woonruimte voor urgente doelgroepen en speelt in op de acute woningnood, met een beoogde gebruiksduur van circa 15 jaar, zonder afbreuk te doen aan de lange termijnvisie van Ridderkerk op het gebied van leefomgeving, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De locatie is expliciet opgenomen op de visiekaart van de Omgevingsvisie, waar deze wordt aangewezen voor flexwoningen. Dit onderstreept het planologisch kader en de beleidsmatige verantwoording van de ontwikkeling. Het plangebied ligt in het stedelijk gebied langs de Rotterdamseweg en wordt omringd door bestaande water- en groenstructuren. Dit biedt de kans om aan te sluiten bij de kernwaarde ‘Groen-blauwe oase’ door de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling en het behoud en versterken van ecologische en recreatieve kwaliteiten. De inrichting van het gebied is gericht op klimaatadaptatie, wateropvang en vergroening. Het stedenbouwkundig ontwerp sluit aan bij de natuurlijke structuren zoals watergangen en groene zones, die behouden blijven en integraal onderdeel van de ruimtelijke opzet vormen.

Het plan creëert bovendien een doorlopende wandelroute en een open doorgang voor de gehele wijk, waarmee de bereikbaarheid en recreatieve mogelijkheden voor bewoners worden vergroot. De ontsluiting via de Sportlaan verbindt de locatie op logische wijze met het stedelijk netwerk. Er is ruimte voor informele verblijfsplekken, speelvoorzieningen en een veilige leefomgeving, passend bij de ambities op het gebied van gezondheid, leefbaarheid en sociale cohesie, ook binnen een tijdelijke wooncontext. De ligging langs een drukke verkeersader vraagt om een zorgvuldige stedenbouwkundige en milieutechnische aanpak. De bebouwing wordt zodanig geplaatst dat geluidsoverlast beperkt blijft en woningen voldoende afstand tot de weg hebben. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke ambitie om blootstelling aan geluid en luchtvervuiling terug te dringen. Ook de nabijgelegen paardenhouderij is meegenomen in het ontwerp, met een passende afstandszone om geurhinder te voorkomen. Hoewel het een tijdelijke ontwikkeling betreft, wordt gestreefd naar een kwalitatief hoogstaand en toekomstgericht woonmilieu. Het plangebied biedt ruimte voor een samenhangende inrichting van woonbebouwing (maximaal drie lagen), openbare ruimte en ondersteunende voorzieningen.

Diverse typen flexwoningen worden gerealiseerd, afgestemd op de behoeften van de doelgroep, zodat een leefbare en goed functionerende woonomgeving ontstaat. Leidende ambities uit de Omgevingsvisie Water- en bodemsturend werken: Het gebied wordt landschappelijk ingepast met aandacht voor bestaande waterstructuren, groenvoorzieningen en cultuurhistorische waarden. Het stedenbouwkundig ontwerp sluit aan op het historische slotenpatroon en de Blaakwetering. Voldoende watercompensatie is opgenomen vanwege de extra verharding. Prettige fysieke leefomgeving: De inrichting draagt bij aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke woonomgeving, met aandacht voor sociale interactie, speelvoorzieningen en ontmoetingsplekken. Alle milieuaspecten zijn uitgebreid onderzocht en zorgvuldig afgewogen. Brede welvaart: Het plan creëert betaalbare woonruimte voor urgente doelgroepen, waaronder Oekraïense ontheemden, bevordert sociale cohesie en doorstroming op de woningmarkt, en ondersteunt de brede woonbehoefte. Bijdrage aan transities: Duurzame maatregelen zoals vergroening en ecologische inrichting sluiten aan bij klimaatbestendigheid, biodiversiteit en circulaire gebiedsontwikkeling. Het ontwerp bevordert een robuuste, veerkrachtige leefomgeving.

Inclusieve en toegankelijke mobiliteit: De ontsluiting via de Sportlaan verbindt de locatie met het stedelijk netwerk en waarborgt toegankelijkheid en verkeersveiligheid voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en auto’s. Door deze geïntegreerde aanpak levert de tijdelijke woonlocatie een bijdrage aan de hoofddoelen van de Omgevingsvisie: behoud en versterking van de kwaliteit van de leefomgeving, benutting van de identiteit van Ridderkerk en optimaal aansluiten bij stedelijke en landschappelijke kwaliteiten. Het plan combineert urgente woonbehoefte met ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale cohesie, conform de leidende principes van de gemeente.

24

3.4.2

Woonvisie Ridderkerk 2021 – 2026

Kader De Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 dient als leidraad voor het woonbeleid in de gemeente Ridderkerk. Het document adresseert de woningbouwopgave, de aanpak van de bestaande woningvoorraad en de uitdagingen binnen de sociale huursector. Daarnaast wordt aandacht besteed aan verduurzaming, leefbaarheid en de combinatie van wonen en zorg. De hoofddoelstellingen zijn: • Voldoende woningen: Het streven is om tussen 2021 en 2030 minimaal 900 woningen toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad. Bij overschrijding van dit aantal wordt een afwegingskader toegepast om kwalitatieve keuzes te maken die in het belang zijn van Ridderkerk. • Variatie en passend aanbod: Er wordt ingezet op een gevarieerd woningaanbod dat aansluit bij de behoeften van diverse doelgroepen, waaronder starters, senioren en mensen met een zorgbehoefte. • Duurzaamheid en energiezuinigheid: De gemeente streeft naar verduurzaming van zowel nieuwbouw als bestaande woningen om energiezuinigheid te bevorderen. • Leefbare wijken: Er wordt aandacht besteed aan het creëren van prettige en leefbare woonomgevingen met voldoende voorzieningen en een goede infrastructuur. Voor de eerste jaren van de Woonvisie is een uitvoeringsprogramma opgesteld met concrete acties en maatregelen. Dit programma fungeert als een flexibel 'spoorboekje' dat periodiek wordt bijgesteld op basis van nieuwe inzichten.

De Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 biedt een helder kader voor het woonbeleid in de gemeente, met aandacht voor woningbouw, diversiteit in het woningaanbod, duurzaamheid en leefbaarheid. Door middel van een flexibel uitvoeringsprogramma wordt invulling gegeven aan de gestelde doelen, met ruimte voor aanpassingen op basis van voortschrijdend inzicht. Toetsing De beoogde realisatie van maximaal 97 flexwoningen levert een substantiële bijdrage aan de ambitie van de gemeente om minimaal 900 woningen toe te voegen in de periode 2021–2030. Door op relatief korte termijn woningen te realiseren via flexwonen, wordt niet alleen het woningtekort aangepakt, maar ontstaat ook ruimte in de reguliere woningmarkt. Daarmee ondersteunt het project actief de kernopgave van de woonvisie. Alle woningen worden als sociale huurwoning ingezet. De flexwoningen worden onder meer gerealiseerd voor urgente doelgroepen. Hiermee sluit het plan aan bij de wens om een gevarieerd woningaanbod te realiseren. De ontwikkeling kan worden ingericht met duurzame en energiezuinige bouwoplossingen, zoals circulaire of biobased materialen en energiezuinige installaties, waar nodig aangevuld met zonnepanelen. Daarmee draagt het project bij aan de gemeentelijke ambitie om zowel nieuwbouw als bestaande voorraad te verduurzamen.

Ook het tijdelijke karakter van de woningen hoeft duurzaamheid niet in de weg te staan; juist bij flexwonen wordt steeds vaker gekozen voor herbruikbare, modulair op te bouwen woonunits. 3.4.3

Prestatieafspraken Wooncompas

Kader De prestatieafspraken vormen een meerjarige samenwerking tussen woningcorporatie Wooncompas, huurdersorganisatie Progressie en de gemeente Ridderkerk. Deze afspraken zijn gericht op het verbeteren van de woningvoorraad, het bevorderen van leefbaarheid en het inspelen op maatschappelijke opgaven zoals duurzaamheid, betaalbaarheid en doorstroming. De woningmarkt in Ridderkerk staat onder druk: de vraag naar woningen is veel groter dan het aanbod. Er is onvoldoende doorstroming en te weinig woningen voor mensen met een bijzondere woonvraag, zoals ouderen, vluchtelingen, arbeidsmigranten en spoedzoekers. Deze situatie wordt inmiddels omschreven als woningnood, een probleem dat zowel landelijk als lokaal speelt. Om hierop in te spelen, streven Wooncompas, huurdersorganisatie Progressie en de gemeente Ridderkerk ernaar om het woningtekort, zowel kwantitatief als kwalitatief, terug te dringen. Volgens het Regioakkoord en de realisatieagenda moeten er tussen 2022 en 2030 ongeveer 2.700 woningen worden toegevoegd aan de woningvoorraad, waarvan ruim 1.100 sociale huurwoningen. Door sloop en nieuwbouw wordt gestreefd naar een netto uitbreiding van 200 sociale huurwoningen, als onderdeel van een bredere opgave van 300. Naast sociale huur is er ook behoefte aan middeldure huurwoningen.

Wooncompas is de aangewezen partner voor de sociale huur en een belangrijke speler in het middensegment.

25

Voor de korte termijn wordt flexibele (verplaatsbare) woningbouw gezien als een extra oplossing. Deze woningen zijn snel te realiseren en kunnen bijdragen aan het huisvesten van bijzondere doelgroepen. De ontwikkeling van flexwoningen, zoals die aan de Rotterdamseweg–Sportlaan, sluit hier goed op aan. Tot slot is er aandacht voor woonruimtebemiddeling, doorstroming en creatieve woonoplossingen, zodat woningzoekenden een grotere kans krijgen op een passende woning. Door economische stagnatie en inflatie neemt het aantal huishoudens met financiële problemen toe. Wooncompas, Progressie en de gemeente Ridderkerk zetten zich gezamenlijk in om wonen betaalbaar te houden. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de huurprijs, maar ook naar gemeentelijke lasten en energiekosten als onderdeel van de totale woonlasten. Om financieel kwetsbare huishoudens te ondersteunen, wordt ingezet op het vroegtijdig signaleren en wegnemen van betaalbaarheidsrisico’s. Dit vraagt om samenwerking en proactieve maatregelen, zodat mensen niet onnodig in financiële problemen komen door hun woonsituatie. De urgentie om het milieu te beschermen is de afgelopen jaren toegenomen, mede door hoge energieprijzen en extreme weersomstandigheden. Wooncompas, Progressie en de gemeente Ridderkerk zetten daarom gezamenlijk in op een versnelde verduurzaming van woningen en de woonomgeving.

Verduurzaming is niet alleen belangrijk voor het milieu en leefklimaat, maar ook voor het beheersbaar houden van woonlasten. Het streven is om de woningvoorraad op termijn CO₂-neutraal te maken. Wooncompas investeert actief in het verduurzamen van haar bezit, waar mogelijk ondersteund door de gemeente. Bij nieuwbouwprojecten wordt bovendien gekeken naar de mogelijkheden van circulair bouwen. Daarnaast wordt gewerkt aan een woonomgeving die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast, hitte(stress), droogte en gezondheidsproblemen. De gezamenlijke investeringen sluiten aan bij de bredere energietransitie van Ridderkerk. De samenleving verandert, ook in Ridderkerk. Door toenemende individualisering en verharding komt een deel van de inwoners minder goed mee, wat hen kwetsbaar maakt. Wooncompas, Progressie en de gemeente Ridderkerk willen hier actief op inspelen door te werken aan sterkere wijken met meer sociale samenhang. Het doel is om buurten te creëren waar mensen oog hebben voor elkaar, zich betrokken voelen bij hun omgeving en zelf initiatieven nemen om de leefbaarheid te verbeteren. Dit vraagt om samenwerking, ondersteuning en het stimuleren van bewonersparticipatie. Toetsing Voorgenomen ontwikkeling speelt direct in op de acute woningnood in Ridderkerk.

Door tijdelijke huisvesting te bieden aan urgente doelgroepen zoals Oekraïense ontheemden, spoedzoekers en huishoudens in herstructureringsprojecten, wordt voorzien in een snelle en doelgerichte uitbreiding van de woningvoorraad. Dit sluit aan bij de regionale opgave om tot 2030 circa 2.700 woningen toe te voegen, waarvan een aanzienlijk deel in het sociale segment. Bovendien draagt het plan bij aan doorstroming op de woningmarkt, doordat bestaande woningen vrijkomen voor andere woningzoekenden. De flexwoningen zijn bedoeld voor huishoudens met een beperkte financiële draagkracht. Door het aanbieden van betaalbare woonruimte en het realiseren van een gemeenschappelijke ruimte, ontstaat een woonomgeving waarin ook sociaal beheer en ondersteuning mogelijk zijn. Hoewel het plan een tijdelijke woonlocatie betreft, is er aandacht voor landschappelijke inpassing, bestaande waterstructuren en groenvoorzieningen. Dit draagt bij aan een woonomgeving die bestand is tegen de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, wateroverlast en droogte. De kleinschalige bebouwing en integratie van groen zorgen voor een gezond leefklimaat, en bieden ruimte voor verdere verduurzaming in ontwerp en materiaalgebruik, bijvoorbeeld via circulaire bouwprincipes.

Het plan voorziet in een gemeenschappelijke ruimte en een inrichting die uitnodigt tot sociale interactie, met aandacht voor speelvoorzieningen en verblijfsplekken. Door sociaal beheer te organiseren en bewoners actief te betrekken, wordt gewerkt aan een stabiele en veilige woonomgeving. Er wordt hierbij ingezet op het bouwen van community ’s. Dit draagt bij aan sterkere wijken, waarin mensen oog hebben voor elkaar en zich betrokken voelen bij hun buurt. De tijdelijke aard van de woningen vraagt juist om extra aandacht voor leefbaarheid en verbinding met de bestaande wijk. Voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan de uitvoering van de prestatieafspraken.

26

3.4.4

Visie op bouwhoogte

Kader De gemeente Ridderkerk heeft in april 2025 de Visie op bouwhoogte vastgesteld, waarin wordt uiteengezet waar en onder welke voorwaarden hogere bebouwing wenselijk is. De gemeente benadrukt dat hoogbouw geen doel op zich is. Bij het inpassen van nieuwe woningen wordt hoogbouw alleen overwogen als dit bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en het behoud van het dorpse karakter. Hoogbouw is alleen toegestaan op strategische locaties die voldoen aan specifieke voorwaarden: • Bereikbaarheid: Locaties moeten goed bereikbaar zijn via hoofdwegen en nabij openbaar vervoer. • Voorzieningen: Dichtbij voorzieningen zoals winkels en scholen. • Groen- en recreatiegebieden: Goede verbindingen met bestaande groen- en recreatiegebieden. • Bestaande buurten: Respect voor de woonkwaliteit, sfeer en het karakter van bestaande buurten. De gemeente hanteert een eigen definitie van hoogbouw, met vier categorieën: • Laagbouw: Tot 3 bouwlagen. • Middenbouw: 4 tot 6 bouwlagen. • Hoogbouw: 7 tot 10 bouwlagen. • Landmarks: Meer dan 10 bouwlagen. Deze indeling helpt bij het bepalen van de geschiktheid van locaties voor verschillende soorten bebouwing. In de dorpse kernen en dijklinten van Rijsoord en Oostendam langs de Waal wordt het dorpse karakter beschermd. In deze gebieden is alleen laagbouw (tot 3 bouwlagen) toegestaan.

Dit geldt ook voor de groene kraag rond Ridderkerk, zoals het Reijerpark, waar geen woningbouw mogelijk is. De gemeente heeft een visiekaart opgesteld die globaal en richtinggevend aangeeft waar welke bouwhoogtes mogelijk zijn. Deze kaart is bedoeld als hulpmiddel bij ruimtelijke ontwikkelingen en wordt gebruikt in de actualisatie van de Omgevingsvisie Ridderkerk 2035. De Visie op bouwhoogte is geen statisch document. Het wordt regelmatig geëvalueerd en aangepast aan nieuwe ontwikkelingen, behoeften en inzichten. De gemeenteraad neemt in mei 2025 een besluit over de visie, waarna deze onderdeel wordt van de geactualiseerde Omgevingsvisie. Toetsing De geplande ontwikkeling langs de hoofdweg voldoetaan de visie op bouwhoogte van de gemeente Ridderkerk. Met een maximale hoogte van drie bouwlagen valt de bebouwing binnen de categorie laagbouw. De hoogte zorgt voor een menselijke schaal en een harmonieuze inpassing in de omgeving, waardoor het omliggende stedelijk landschap, de bestaande groen- en waterstructuren en het karakter van de wijk behouden blijven. Op deze manier draagt de ontwikkeling bij aan de ruimtelijke kwaliteit, respecteert zij de lokale context en voldoet zij aan de beleidskaders van Ridderkerk. 3.4.5

Visie Buitengebied

Kader De gemeente Ridderkerk heeft een visie opgesteld voor het buitengebied, waarin wordt beschreven hoe dit gebied zich in de toekomst moet ontwikkelen. De visie is gericht op het behouden van de rijke geschiedenis van het buitengebied, terwijl tegelijkertijd ruimte wordt geboden voor noodzakelijke ontwikkelingen. Er wordt gestreefd naar een balans tussen het behoud van het landschap en het mogelijk maken van nieuwe initiatieven. Een belangrijk aspect van de visie is de bescherming van de cultuurhistorische waarden van het buitengebied. Er wordt ingezet op het behoud van karakteristieke elementen zoals boerderijen, dijken en waterlopen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het versterken van de ecologische structuur, onder andere door het bevorderen van biodiversiteit en het verbeteren van de waterhuishouding. Tegelijkertijd biedt de visie ruimte voor ontwikkelingen die bijdragen aan de leefbaarheid en economie van de regio. Er wordt ingezet op het versterken van de agrarische sector, het bevorderen van duurzame energieproductie en het ontwikkelen van nieuwe woon- en werkplekken, mits deze passen binnen de bestaande structuur en het landschap. In de visie worden verschillende deelgebieden aangehouden. Voorgenomen ontwikkeling valt deels binnen het deelgebied Polders Slikkerveer en Bolnes.

Het deelgebied Polders Slikkerveer en Bolnes omvat onder andere Polder Nieuw Reijerwaard Noord, Landgoed Huys ten Donck, Oostzijde A38 en Bolnes-Zuid. Het gebied wordt gekenmerkt door drukke infrastructuur, zoals de A38, A16 en de Rotterdamseweg, die samen met knooppunt Ridderkerk belangrijke verkeersbarrières vormen. Het open polderlandschap bestaat uit akkers, grasland en glastuinbouw, met aan de noord- en oostzijde een groene kraag van

27

Ridderkerk, waaronder het Reyerpark en Landgoed Huys ten Donck. Deze parken worden geflankeerd door kleinschalige polderrestanten, deels in gebruik als extensief recreatiegebied en deels bestaande uit graslanden en poldersloten. Het gebied is opgenomen in de uitvoeringsagenda van NOVEX Zuidelijke Randstad, waarbij het specifiek is aangemerkt als waterbergingsgebied. NOVEX zorgt voor samenhang in ruimtelijk beleid door nationale programma’s te verbinden en concrete uitvoeringsafspraken te maken met provincies, gemeenten en waterschappen. Voor de polders Slikkerveer en Bolnes betekent dit dat Rijk en regio samen een ontwikkelperspectief opstellen, dat wordt vertaald in een uitvoerings- en investeringsagenda. De gemeente streeft ernaar strategisch grip te houden op de ruimtelijke ontwikkelingen binnen dit gebied, vanuit eigen doelstellingen. Na vaststelling van de Omgevingsvisie wordt gestart met een gebiedsprogramma voor de polders Slikkerveer-Bolnes, met als uiteindelijke doel een integrale en samenhangende inrichting van het gebied, waarin landschap, recreatie, waterbeheer en infrastructuur in balans zijn. Toetsing In de geactualiseerde Omgevingsvisie is het plangebied expliciet aangemerkt als locatie voor de realisatie van flexwoningen. Het plan voorziet in maximaal 97 flexwoningen met een tijdelijk gebruiksdoel van circa 15 jaar.

De tijdelijke invulling maakt het mogelijk om te voorzien in urgente woonbehoeften, terwijl het toekomstperspectief van het buitengebied wordt gerespecteerd: indien gewenst kan het gebied na afloop van de gebruiksperiode weer volledig worden ingezet voor agrarische functies. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een gebiedsprogramma dat in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie. In de geactualiseerde Omgevingsvisie is dit gebied al expliciet aangewezen als locatie waar de ontwikkeling van flexwoningen mogelijk is, waarmee het plan volledig past binnen de gemeentelijke beleidskaders. Bij de inrichting van de locatie is nadrukkelijk aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing en de bescherming van cultuurhistorische waarden. De stedenbouwkundige opzet sluit aan op de bestaande structuren van het polderlandschap, zoals sloten, watergangen en historische erven, zodat de nieuwe woonfunctie harmonieus wordt geïntegreerd. Groene zones, waterpartijen en kleinschalige erfbeplanting versterken de overgang tussen de tijdelijke bebouwing en het omliggende agrarische landschap. Hierdoor wordt een toekomstbestendige woonomgeving gecreëerd die zowel functioneel als landschappelijk zorgvuldig is ingepast, zonder het karakter en de ecologische kwaliteit van het buitengebied aan te tasten. 3.4.6

Groen visie

Kader De groenvisie van Ridderkerk richt zich op het creëren van een gezonde, prettige en veerkrachtige leefomgeving ondanks de schaarste aan ruimte en uitdagingen zoals verkeer, klimaatverandering en energietransitie. De aanpak is opgebouwd rond zes thema’s: identiteit, gezondheid, biodiversiteit, klimaat, energietransitie en economie. De visie onderscheidt verschillende deelgebieden: grote groengebieden, hoofdgroenstructuur, wijken en bedrijventerreinen/winkelcentra, en stimuleert een gemeenschappelijke “Ridderkerkse mindset” ten aanzien van groen. De visie is een groeidocument: concrete acties en projecten worden jaarlijks gemonitord om bij te sturen en te leren van effecten die soms niet direct meetbaar zijn. Ze sluit aan op de Omgevingsvisie Ridderkerk, met nadruk op een aaneengesloten netwerk van groen-blauwe verbindingen en het vergroten van biodiversiteit, en houdt rekening met relevante andere beleidsdocumenten zoals cultuurhistorie en luchtkwaliteit. Ambities groenvisie De groenste gemeente van IJsselmonde Ridderkerk ontleent zijn identiteit aan het unieke deltalandschap van IJsselmonde, dat zichtbaar is in zowel grote groengebieden als linten en dijken. Groen wordt gezien als een volwaardige component bij ruimtelijke ontwikkeling; het moet niet de sluitpost zijn maar kwaliteit en waarde behouden.

De hoofdgroenstructuur fungeert als een netwerk van vogel- en vlindertuinen en draagt bij aan de identiteit van wijken. Wijkgroen, zoals straten en plantsoenen, wordt gezien als een arboretum: het is sfeerbepalend, verhoogt de leefbaarheid, en verdient zorg voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Rijke biodiversiteit door variatie in natuur Een grote variatie aan samenhangend groen zorgt voor biodiversiteit, wat essentieel is voor gezondheid, klimaatadaptatie, economie en recreatie. Ecologische kennis is cruciaal om de juiste soorten en variatie aan te planten (bijvoorbeeld via de 10-20-30 regel van Santamour). Elke goed groeiende boom verhoogt biodiversiteit, verkoeling, waterbergingscapaciteit en beleving van de omgeving. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet de ecologische potentie van de plek benut worden, zowel in hoofdgroenstructuren als in wijkgroen en gebouwen. Het benutten van beschikbare groenstroken compenseert een tekort aan vierkante meters en biedt rust en natuurbeleving voor bewoners. Groen beschermt gezondheid en stimuleert gezond gedrag

28

Groen draagt bij aan een gelukkige en gezonde leefomgeving: het vermindert stress, stimuleert beweging en sociaal contact, en verbetert luchtkwaliteit en verkoeling. Voor ouderen, een groeiende groep in Ridderkerk, is toegankelijk, goed verbonden en nabij groen essentieel om hittestress en bewegingsarmoede tegen te gaan. Grote bomen op de juiste plek vergroten comfort en biodiversiteit, en elke goed groeiende boom levert directe gezondheidsvoordelen. Eetbaar groen, zoals fruit- en kruidensoorten, maakt de openbare ruimte nuttiger en stimuleert kennis over natuur en gezond voedsel. Klimaatbestendig en water robuust in 2050 Door klimaatverandering krijgt Ridderkerk te maken met warmere zomers, nattere winters, drogere periodes, piekbuien en stormen. Groen speelt een cruciale rol bij klimaatadaptatie en mitigatie: het biedt verkoeling, infiltreert regenwater, voorkomt wateroverlast en legt CO2 vast. De robuustheid en soortkeuze van groen worden afgestemd op toekomstige klimaatuitdagingen, zodat de gemeente beter bestand is tegen hitte, droogte, wateroverlast en nieuwe ziekten. Groen wordt zo ingezet om zowel de leefomgeving te beschermen als bij te dragen aan een duurzame en gezonde toekomst. Energietransitie verbetert ons openbaar groen Ridderkerk streeft naar CO₂-neutraliteit in 2050 door energiebesparing en duurzame energieopwekking, zoals zon en wind.

Regionale samenwerking via de RES helpt bij het plannen van een betrouwbare, schone en betaalbare energievoorziening. De aanleg van ondergrondse warmtenetten kan bovengronds ruimte creëren om het groen te optimaliseren. Bij duurzame energieopwekking blijft de kwaliteit van landschap en groen centraal, bijvoorbeeld door zonnepanelen op daken of infrastructuur te combineren met recreatie, biodiversiteit en educatie. Zo draagt de energietransitie bij aan een duurzamer én aantrekkelijker openbaar groen. Groene ruimte letterlijk op waarde schatten Groen verhoogt de waarde van woningen, stimuleert productiviteit op de werkvloer en verbetert winkelomgevingen. Omdat groene ruimte schaars en kwetsbaar is, moet de gemeente grip houden op het gebruik en de toekomstige flexibiliteit ervan. Met de “inclusieve waarde van groen” kunnen economische, ecologische, sociale en culturele waarden concreet worden meegenomen bij ruimtelijke afwegingen. Dit maakt het mogelijk om bij nieuwe ontwikkelingen een weloverwogen balans te vinden tussen behoud, verbetering en gebruik van groen, met hulpmiddelen zoals TEEB, I-Tree en de Groene Baten Planner. Toetsing De voorgenomen ontwikkeling aan de Rotterdamseweg in Ridderkerk, draagt op meerdere manieren bij aan de ambities van de gemeente op het gebied van groen, gezondheid, klimaat, energie en sociale cohesie.

Landschappelijk en stedenbouwkundig sluit het plan aan bij de historische structuur van de polder Nieuw Reijerwaard, met respect voor het karakteristieke slotenpatroon, monumentale boerderijen en aanwezige knotwilgen en essen. Door de verkaveling te laten aansluiten op bestaande lijnen en het ritme van het landschap, wordt groen behouden en versterkt. Het plan integreert kleinschalige, autoluwe binnengebieden en collectieve groenvoorzieningen, waardoor ontmoetingsplekken ontstaan die de sociale samenhang bevorderen en bijdragen aan de gezondheid van bewoners (Ambitie 3). Het ontwerp legt nadruk op bomen, waterstructuren, ecologisch ingerichte zones en plukfruit, waardoor zowel verkoeling, biodiversiteit als recreatieve beleving worden gestimuleerd. De toepassing van grote bomen en goed gedimensioneerde groenstroken draagt bij aan het comfort van de leefomgeving, vermindert hittestress en bevordert gezond gedrag. Tegelijkertijd wordt rekening gehouden met luchtkwaliteit, geluid en nabijgelegen functies, zodat de nieuwe woningen duurzaam en milieutechnisch verantwoord worden ingepast. Wat betreft klimaatbestendigheid en waterbeheer biedt de integratie van groen en water in het plangebied een buffer tegen extreme neerslag, bevordert infiltratie en draagt bij aan een robuuste en klimaatadaptieve inrichting.

Het groen en de waterstructuren vergroten de weerbaarheid tegen droogte en hitte, terwijl de landschappelijke inpassing ook de cultuurhistorische waarden van het gebied beschermt. Tot slot wordt de waarde van groen expliciet erkend in de stedenbouwkundige opzet. Door groene binnengebieden, collectieve voorzieningen, ecologische beplanting en plukfruit te integreren, ontstaat een inclusieve waarde van groen die bijdraagt aan leefbaarheid, beleving en sociale interactie. De variatie in woningtypes, kleinschalige bouwvolumes en autoluwe binnengebieden zorgen voor een flexibele, duurzame en sociaal verbonden woonomgeving, waarbij groen, cultuurhistorie en functionaliteit in samenhang worden ontwikkeld. Kortom, de tijdelijke woonlocatie aan de Rotterdamseweg versterkt de ambities van Ridderkerk door het combineren van urgente woningbehoefte, landschappelijke en cultuurhistorische inpassing, versterking van groen en biodiversiteit, bevordering van gezondheid, klimaatadaptieve maatregelen en integratie van de energietransitie, waardoor een toekomstbestendige, duurzame en leefbare woonomgeving ontstaat.

29

4. Aspecten fysieke leefomgeving en milieu In dit hoofdstuk wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Indien noodzakelijk worden deze aspecten nader gemotiveerd met een onderzoek.

4.1 Milieueffectrapportage Kader Op Europees niveau is vastgelegd dat projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben, worden onderzocht op hun gevolgen voor het milieu. Dit is geregeld in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling (m.e.r.-richtlijn). Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een project in beeld voordat er een besluit over is genomen en onderzoekt verschillende alternatieve oplossingen en maatregelen met het oog op het beperken van effecten op de leefomgeving. Hiermee draagt de milieueffectrapportage ook bij aan de onderbouwing en transparantie van de effecten van een besluit en kan het als hulpmiddel worden gebruikt bij de participatie van omwonenden bij de totstandkoming van het besluit. Voor een reeks van projecten is bepaald dat een milieueffectrapport moet worden gemaakt, voordat toestemming wordt gegeven het project uit te voeren. Voor een andere reeks van projecten moet worden onderzocht of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. In Nederland is de m.e.r.-richtlijn geïmplementeerd in paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig is, is af te leiden uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In dit geval wordt er eerst een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd.

Bij deze beoordeling dient rekening te worden gehouden met de criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. De m.e.r.-beoordeling dient te voldoen aan de inhoudelijke eisen in artikel 11.10 en 11.11 van het Omgevingsbesluit. Op basis van bijlage V van het Omgevingsbesluit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling onder een stedelijke ontwikkeling valt en daarmee onder categorie J11 en dus m.e.r.-beoordelingplichtig is. Kenmerken en locatie van het project De ontwikkeling ziet op de realisatie van maximaal 97 woningen. Zie hoofdstuk 2 voor een uitgebreide toelichting op het project en de locatie van de voorgenomen ontwikkelingen. Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van het de in voorbereiding planologische procedure meerdere omgevingsaspecten (onderzocht en) beoordeeld. In hoofdstuk 4 en in hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en overige haalbaarheidsaspecten die van belang zijn. Hierin wordt ook ingegaan op de ligging van het project ten opzichte van kwetsbare of gevoelige gebieden. Daarnaast wordt in de milieuparagraaf specifiek aandacht besteed aan de ligging van het plangebied ten opzichte van kwetsbare of beschermde gebieden. Rondom het plangebied zijn diverse natura 2000-gebieden gelegen.

De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn de Biesbosch (circa 12 km afstand) en Krammer-Volkerak (circa 24 km afstand). Voor alle andere Natura 2000-gebieden geldt dat geen stikstofgevoelige habitats binnen deze gebieden aanwezig zijn zodat geen onderzoek nodig is. Uit de resultaten van het stikstofonderzoek blijkt dat er geen toename van de stikstofdepositie plaatsvindt binnen de Natura 2000-gebieden. Kenmerken van de potentiële effecten Cumulatie met andere projecten In de directe omgeving van het projectgebied zijn geen andere ruimtelijke ontwikkelingen voorzien die gelijktijdig of binnen afzienbare termijn zullen worden gerealiseerd. Wel werkt de gemeente aan infrastructurele plannen voor de aanleg van een rotonde op het kruispunt van de Sportlaan en de Kievitsweg. Gezien de aard en schaal van deze ingreep wordt niet verwacht dat deze leidt tot relevante cumulatieve milieueffecten in samenhang met de woningbouwontwikkeling. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van significante cumulatieve effecten die een belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van het plan. Effecten op gebieden Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van het de in voorbereiding planologische procedure meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en/of onderzocht.

In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en overige haalbaarheidsaspecten die van belang zijn. Hieronder worden de belangrijkste resultaten samengevat.

30

Stikstof Uit onderzoek blijkt dat de aanleg en het gebruik van de flexwoningen aan de Rotterdamseweg niet leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Daarmee vormt stikstof geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Luchtkwaliteit: Het projectgebied ligt in de agglomeratie Rotterdam-Dordrecht, een luchtkwaliteitsaandachtsgebied. De bouw van maximaal 97 woningen leidt tot een zeer geringe toename van stikstofdioxide en fijnstof (maximaal 1,2 μg/m³), ruim onder de wettelijke normen. Berekeningen laten zien dat ook nabij de drukke Rotterdamseweg de concentraties NO₂, PM₁₀ en PM₂.₅ in 2025 en 2030 ruim binnen de geldende en toekomstige Europese grenswaarden blijven. Hierdoor vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor de realisatie van flexwoningen. Geur Op basis van de bestaande vergunde situatie en de werking van artikel 22.102 van de bruidsschat, is sprake van een toelaatbare geurafstand tussen de stoeterij en de nieuw te realiseren flexwoningen. Daarnaast worden de woningen op een ruimte afstand van circa 50 meter gerealiseerd. Hierdoor vormt het aspect geur geen belemmering voor de realisatie van flexwoningen. Bodem: Een bodemonderzoek (april-mei 2025) toont aan dat er lichte verontreinigingen zijn met zware metalen, PAK en PFAS in de bovengrond, maar de ondergrond is schoon.

De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de bouw van de flexwoningen. Het advies is om vrijkomende grond zoveel mogelijk ter plaatse te verwerken. Asbestverdacht materiaal is niet aangetroffen, dus aanvullend onderzoek is niet nodig. Omgevingsveiligheid: Het plangebied ligt buiten het brandaandachtsgebied, maar binnen een gifwolkaandachtsgebied. Dit betekent dat bij een incident met gevaarlijke stoffen een theoretisch risico bestaat, maar de kans op overlijden door een dergelijk incident blijft binnen de veiligheidsnormen. Er zijn geen extra maatregelen nodig naast standaard bouwkundige eisen zoals afsluitbare mechanische ventilatie. De omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Geluid door activiteiten: Er zijn geen bedrijven of milieubelastende activiteiten in de directe omgeving die geluidsoverlast veroorzaken. De nabijgelegen paardenhoudenrij is vooral relevant voor geur, niet voor geluid. De afstand van 50 meter voldoet aan geluidseisen. Er zijn geen belemmeringen vanuit geluid voor de ontwikkeling van de flexwoningen. Geluid door wegen, spoorwegen en industrie Het akoestisch onderzoek toont aan dat de geluidsbelasting door verkeer rondom de flexwoningen weliswaar de plandrempel overschrijdt, maar binnen de wettelijke normen blijft. Om ook aan de plandrempelgrens te voldoen wordt er een geluidsscherm gerealiseerd langs de Rotterdamseweg.

Door toepassing van geluidsluwe gevels en gerichte bouwkundige maatregelen waar nodig wordt een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd. In de opvolgende BOPA zal het concrete bouwplan worden getoetst aan de gestelde voorwaarden. Ecologie Een ecologische quickscan (uit juni 2025) toont dat het plangebied, een langdurig agrarisch akkerland omgeven door woonwijken, weinig ecologische waarde heeft. Beschermde planten, ongewervelden, vissen, amfibieën, reptielen en vleermuizen zijn er nauwelijks aanwezig of uitgesloten, hoewel enkele bomen als vliegroute voor vleermuizen kunnen dienen. Algemene broedvogels komen voor, maar beschermde nesten ontbreken. Het gebied is ongeschikt voor grondgebonden zoogdieren, behalve een klein groen hoekje met een mogelijke steenmarter. Aanbevolen wordt om buiten het broedseizoen te werken, nesten vooraf te controleren, verlichting te beperken in het vleermuisseizoen, en de zorgplicht te volgen om verstoring te minimaliseren. Het aanvullend onderzoek heeft uitgesloten dat er beschermde plantensoorten aanwezig zijn en het gebied dient ook niet als foerageergebied voor vleermuizen. Een omgevingsvergunning voor een flora en fauna activiteit is niet nodig. Conclusie Uit het bovenstaande blijkt dat verschillende mogelijke milieueffecten zijn beoordeeld.

Waar mogelijk worden maatregelen genomen, zoals het toepassen van geluidsluwe gevels en buitenruimten conform het hogere waardenbeleid, watercompensatiemaatregelen om negatieve effecten op de waterhuishouding te voorkomen, en het uitvoeren van archeologisch onderzoek om waarden te waarborgen, om mogelijke aanzienlijke effecten te voorkomen of te beperken. Er kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van de ontwikkeling die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit is gebaseerd op verschillende factoren, waaronder de aard en schaal van de geplande ontwikkeling, de bestaande milieutoestand van het gebied, en de maatregelen die zijn genomen om negatieve effecten op het milieu te mitigeren.

31

Ten eerste, de kenmerken van de ontwikkeling, zoals het type en de omvang van de activiteiten, zijn in lijn met de geldende wet- en regelgeving en de milieunormen die van toepassing zijn op het project. Er is geen sprake van uitzonderlijke risico’s die extra voorzorgsmaatregelen vereisen. Ten tweede, de locatie van de ontwikkeling is zorgvuldig gekozen en ligt in een gebied waar de impact op het milieu minimaal zal zijn. Er zijn geen beschermde natuurgebieden of ecologisch gevoelige zones in de nabijheid die door de ontwikkeling bedreigd zouden kunnen worden. Verder is er rekening gehouden met bestaande infrastructuur, wat betekent dat de ontwikkeling geen onaanvaardbare druk zal uitoefenen op de omliggende natuur of het milieu. Daarnaast zijn er adequate maatregelen getroffen om eventuele negatieve effecten, zoals emissies, geluidsoverlast of verstoring van de lokale fauna, te minimaliseren. Hierbij gaat het onder andere om het beperken van stikstofemissies door de inzet van energiezuinige bouwmachines en het reguleren van bouwverkeer, het situeren van geluidsgevoelige ruimtes aan geluidsluwe gevels, het toepassen van geluid reducerende ventilatievoorzieningen, en het treffen van maatregelen om te voorzien in de watercompensatie behoefte.

Op basis van deze overwegingen kan worden vastgesteld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de locatie of kenmerken van de ontwikkeling problematisch maken in termen van milieueffecten. Er is dus geen reden om aan te nemen dat de ontwikkeling belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal veroorzaken. Dit betekent dat, hoewel het project mogelijk enige impact heeft, de omvang daarvan beheersbaar is en er geen indicatie is dat er onverwachte of ernstige milieuschade zal optreden. Er kan worden geconstateerd dat de mogelijke nadelige effecten te reguleren zijn en dat het opstellen van een milieueffectrapport in dit geval niet zinvol is. Er is geen sprake van aanzienlijke milieueffecten en er hoeft geen milieueffectrapport te worden gemaakt.

4.2 Laddertoets Kader Onder de Omgevingswet is in het Besluit kwaliteit leefomgeving de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de BOPA-motivering een onderbouwing op te nemen van de nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Dit volgt uit artikel 8.0b, eerste lid, onder a, van het Bkl. Eén van de belangrijkste bepalingen in dat hoofdstuk is artikel 5.129g, waarin de zogenaamde ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Deze ladder is bedoeld als een instrument om zorgvuldig en efficiënt met de schaarse ruimte om te gaan, en vormt daarmee een belangrijk onderdeel van het nieuwe ruimtelijke toetsingskader onder de Omgevingswet: de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De laddertoets moet worden toegepast wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling, ook als deze wordt mogelijk gemaakt via een BOPA in plaats van een wijziging van het omgevingsplan zelf. De verplichting om de ladder te doorlopen is dan ook niet beperkt tot planologische besluiten, maar geldt ook bij vergunningverlening. In artikel 5.129g, eerste lid, van het Bkl is bepaald dat de ladder van toepassing is bij wijzigingen van het omgevingsplan die voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Vervolgens bepaalt artikel 8.0b dat deze regels ook gelden bij een BOPA, wat betekent dat ook dan aan de ladder moet worden getoetst. De term ‘stedelijke ontwikkeling’ is gedefinieerd in bijlage I bij het Bkl. Het gaat daarbij om ruimtelijke ontwikkelingen van enige omvang, zoals woningbouwprojecten, de vestiging van detailhandel of kantoren, of uitbreiding van bedrijventerreinen. Wanneer een ontwikkeling als stedelijk wordt aangemerkt, moet de aanvrager van een BOPA kunnen aantonen dat aan de voorwaarden van de ladder wordt voldaan. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl stelt twee belangrijke eisen bij een stedelijke ontwikkeling. Allereerst moet worden gemotiveerd dat er een actuele behoefte bestaat aan de ontwikkeling. Dit betekent dat duidelijk moet worden gemaakt dat de ontwikkeling aansluit bij de feitelijke en toekomstige vraag. De behoefte kan bijvoorbeeld worden aangetoond met gemeentelijke of regionale woningbehoeftecijfers, marktanalyses of sectorale beleidsdocumenten. Ten tweede moet worden beoordeeld of in die behoefte kan worden voorzien binnen het bestaand stedelijk gebied. Indien dat niet mogelijk is, moet overtuigend worden gemotiveerd waarom een locatie buiten het bestaande stedelijk gebied wordt gekozen. Hierbij spelen onder meer ruimtelijke, functionele of milieutechnische argumenten een rol.

De voorkeur voor het benutten van bestaand stedelijk gebied sluit aan bij de bredere doelstelling van zuinig en doelmatig ruimtegebruik onder de Omgevingswet. In de context van een BOPA helpt de laddertoets dus niet alleen bij het toetsen van de ontwikkeling zelf, maar ook bij het juridisch onderbouwen waarom de locatie geschikt is voor de beoogde functie, in het licht van het bredere omgevingsbeleid.

32

Onderzoek Het planvoornemen betreft de realisatie van een tijdelijke woonlocatie aan de Rotterdamseweg/Sportlaan in Ridderkerk, bestaande uit maximaal 97 flexwoningen in het sociale huursegment. Deze woningen zijn bestemd voor urgente doelgroepen, waaronder ontheemde Oekraïners en andere reguliere spoedzoekers, en beogen een bijdrage te leveren aan het verlichten van de woningnood binnen de gemeente. De ontwikkeling is in lijn met zowel landelijke als regionale doelstellingen, waarin de behoefte aan flexibele woonoplossingen nadrukkelijk is benoemd, onder andere in de Regionale Woondeal regio Rotterdam. Conform de definitie van een stedelijke ontwikkeling valt dit project onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is daarom een ladderonderbouwing vereist. In juli 2024 heeft het Expertisecentrum Flexwonen, in samenwerking met de gemeente Ridderkerk en Wooncompas, onderzoek gedaan naar de behoefte aan flexwonen in Ridderkerk. Daarbij is zowel gekeken naar de omvang van de vraag als naar de mogelijkheden om deze huisvesting te realiseren, inclusief een verkenning van geschikte locaties.

De belangrijkste doelgroepen die in aanmerking komen voor flexwonen zijn: • Studenten en jongeren • Arbeidsmigranten • Expats • Vergunninghouders (statushouders) • Oekraïense ontheemden • Uitstroom uit maatschappelijke opvang of zorg • Gescheiden personen • Tijdelijk her te huisvesten bewoners • Overige spoedzoekers (bijv. bij terugkeer uit het buitenland) • Asielzoekers De analyse toont aan dat er een structurele behoefte is aan circa 558 tot 563 flexwoningen, met daarnaast een additionele vraag van minimaal 850 plaatsen voor arbeidsmigranten, die nu vaak op ongewenste wijze in reguliere woningen worden gehuisvest. Belangrijke conclusies uit het onderzoek: • Arbeidsmigranten vormen de grootste groep met een urgente huisvestingsbehoefte, waarvoor bedrijventerreinen als Nieuw Reijerwaard kansrijk zijn. • Oekraïense ontheemden kunnen goed terecht in gemengde woonvormen, wat ook flexibiliteit biedt bij eventuele uitstroom. • Statushouders, jongeren, expats, en gescheiden personen hebben baat bij tijdelijke en flexibele huisvesting, vaak met maatwerk en in kleinere eenheden. Daarnaast zijn 42 locaties en objecten in Ridderkerk onderzocht op hun geschiktheid voor flexwonen. Daaruit zijn 14 kansrijke opties geselecteerd. Eén daarvan betreft de locatie aan de Sportlaan, die specifiek geschikt wordt geacht voor herhuisvesting en spoedzoekers. Deze locatie biedt voldoende ruimte (ca.

25.000 m²), ligt gunstig en is tijdelijk beschikbaar. De gekozen locatie aan de Rotterdamseweg/Sportlaan is geschikt vanwege: • De tijdelijke beschikbaarheid van de gronden. • De ligging nabij voorzieningen en infrastructuur. • De mogelijkheid tot tijdelijke bebouwing zonder structurele aantasting van het gebied. • De koppeling met gemeentelijk beleid, waarin versnelling van flexwonen als noodzakelijke opgave is benoemd. De locatie maakt deel uit van het gemeentelijk zoekgebied voor flexwonen en is in de verkenning van het Expertisecentrum aangemerkt als kansrijk. Het terrein is groot genoeg om maximaal 97 woningen te huisvesten en biedt flexibiliteit in het indelen van een gemengd woonconcept. De ontwikkeling van maximaal 97 flexwoningen aan de Rotterdamseweg/Sportlaan is een passende, tijdelijke invulling van een kansrijke locatie die aantoonbaar voorziet in een actuele behoefte. Een groot deel van de woningen zal worden ingezet voor de huisvesting van Oekraïense ontheemden, die momenteel verblijven in tijdelijke woningen binnen sloopprojecten van Wooncompas. Het overige deel wordt zoveel mogelijk regulier verhuurd, omdat er in zijn algemeenheid een grote woningbehoefte is. Alle woningen worden als sociale huurwoning ingezet.

De ontwikkeling is ruimtelijk en beleidsmatig goed onderbouwd, sluit aan bij gemeentelijke en regionale doelstellingen, en biedt een concreet antwoord op de urgente vraag naar woonruimte voor kwetsbare doelgroepen. Hiermee voldoet het plan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

33

Conclusie Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De locatiekeuze voor de ontwikkeling ligt binnen het stedelijk gebied, waardoor er geen noodzaak is om alternatieven buiten het stedelijk gebied te onderzoeken. Dit is in lijn met het doel van de Ladder om het zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen en leegstand tegen te gaan. De gekozen locatie maakt efficiënt gebruik van de bestaande infrastructuur en voorzieningen, wat bijdraagt aan een duurzame en verantwoorde ruimtelijke ontwikkeling. Verder is de behoefte aan de ontwikkeling goed onderbouwd. Wat betreft de ruimtelijke inpassing is er zorgvuldig rekening gehouden met de impact op de omgeving. Al met al wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De onderbouwing van de behoefte, de locatiekeuze en de ruimtelijke inpassing zijn zorgvuldig afgestemd, waardoor de stedelijke ontwikkeling zowel duurzaam als toekomstbestendig is

4.3 Luchtkwaliteit Kader Het wettelijk kader voor luchtkwaliteit is vastgelegd in de Omgevingswet, specifiek in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De hoofdlijnen van de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit zijn opgenomen in de instructieregels van het Bkl, met name in paragraaf 5.1.4.1, die zich richt op de bescherming van de gezondheid. Deze regels stellen omgevingswaarden vast voor verschillende stoffen in de buitenlucht, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Er zijn drie voorwaarden waaraan een activiteit moet voldoen om als toelaatbaar te worden beschouwd op het gebied van luchtkwaliteit: • Er mag geen sprake zijn van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde voor luchtverontreinigende stoffen. • Het project mag niet leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. • Het project mag slechts in beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Voor projecten die niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Dit wordt beoordeeld op basis van de toename van de concentraties NO2 en PM10, waarbij de grenswaarde voor NIBM ligt op een toename van maximaal 1,2 µg/m³, wat overeenkomt met 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van deze stoffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1195/documents/42202