CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Halfjaarnota 2026 incl. 3e BW 2026 en 1e BW 2027

Gemeenteraad RK 15 oktober 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 7: Zienswijze Halfjaarnota 2026 VRR en begrotingswijzigingen14.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Dit incidentbestrijdingsplan is een vertrouwelijk document. Gehele of gedeeltelijke overname of reproductie van de inhoud, het gebruik van gehele of gedeeltelijk bewerkte versies en verspreiding en/of verstrekking aan derden van dit rampbestrijdingsplan op welke wijze dan ook, is niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de VRR. Classificatie: VRR-Standaard (V2) f We zijn er. Altijd. Halfjaarverslag VRR 2026 Inclusief 3e Begrotingswijziging 2026 en 1e begrotingswijziging 2027 2 / Colofon Dit document is tot stand gekomen onder regie van Middelen en Control. Adres Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Postbus 9154, 3007 AD Rotterdam E-mail: secretariaatm&c@vr-rr.nl Versie 1.0 Eindredactie en beheer Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond – Middelen en Control Redactie Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Middelen en Control 3 / Inhoudsopgave Voorwoord 4 Bestuurlijke samenvatting ................................................................................................................... 5 1.1 Algemeen ..................................................................................................................................................................... 6 1.2 Programma Ambulancezorg .......................................................................................................................................

7 1.3 Programma Brandweerzorg ....................................................................................................................................... 9 1.3 Risico- en Crisisbeheersing en de GHOR ............................................................................................................... 11 1.4 Programma Versterken weerbaarheid ..................................................................................................................... 15 2. / Paragrafen .................................................................................................................................... 16 2.1 Weerstandsvermogen en Risicomanagement ........................................................................................................ 16 2.2 Financiering ............................................................................................................................................................... 21 2.3 Bedrijfsvoering .......................................................................................................................................................... 22 3. / Financiën ......................................................................................................................................

26 3.1 Financiële Ontwikkelingen ....................................................................................................................................... 26 3.2 Overzicht van de baten en lasten............................................................................................................................. 27 3.3 Toelichting op de begrotingsafwijkingen ................................................................................................................ 27 3.5 Incidentele baten en lasten ...................................................................................................................................... 32 3.6 Overzicht van baten en lasten – taakvelden ........................................................................................................... 32 3.7 Ontwikkeling van het Eigen vermogen .................................................................................................................... 33 3.8 Ontwikkeling van de voorzieningen ........................................................................................................................ 35 3.9 Financiële positie ......................................................................................................................................................

36 3.10 Investeringen en kapitaallasten ............................................................................................................................. 37 3.11 Ontwikkeling van de Financiering .......................................................................................................................... 39 3.12 Gemeentelijke bijdragen ......................................................................................................................................... 40 4 Voorwoord We tikken dit jaar ons twintig jarig bestaan aan. Een heugelijke viering vol mijlpalen, maar ook een moment om stil te staan bij een reeks intensieve incidenten die impact hebben gemaakt. En de wereld om ons heen blijft veranderen. We zien dat terug in de aard van risico’s, de toenemende complexiteit van incidenten en de verwachtingen die aan onze organisatie worden gesteld. Juist daarom blijven wij investeren in vakbekwaamheid, samenwerking en weerbaarheid. Het afgelopen halfjaar hebben we d aarin weer belangrijke stappen gezet. Binnen de brandweerzorg zien we een forse stijging van de personele doorstroom. Dat vraagt om blijvende aandacht en borging van opleiding en oefeningscapaciteit van en voor huidige en nieuwe medewerkers. Alleen met voldoende deskundige en goed voorbereide collega’s kunnen wij ook in de toekomst onze taken goed blijven uitvoeren.

Zo zijn de gevolgen van klimaatverandering steeds nadrukkelijker zichtbaar in ons werk. Of dit nu over een natuurbrand gaat of het borgen van de watervoorraad. Europese uitgangspunten rond Natech-calamiteiten (leidraad voor industriële incidenten veroorzaakt door natuurgeweld, zoals aardbevingen, overstromingen of extreme temperaturen) worden vertaald naar adviezen in het kader van de Omgevingswet en het toezicht op Seveso-inrichtingen. Samen met de blijvende risico’s van de energietransitie is een versterkende adviserende rol en een voortdurende monitoring van de ontwikkelingen noodzakelijk om incidenten effectief voor te blijven en te kunnen bestrijden. Op het gebied van crisisbeheersing en incidentbestrijding hebben we mooie resultaten geboekt. Het Veiligheidsinformatieknooppunt – VIK - is uitgegroeid tot een volwaardig organisatieonderdeel en inmiddels aangesloten op KCR2. Het initiatief, ontwikkeld in samenwerking met Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid en de Gezamenlijke Brandweer, versterkt onze informatiepositie en centrale regie enorm met dat ene doel voor ogen: meer veiligheid voor de mensen in het veld. Een duurzame toekomst voor onze piketorganisatie draagt daar ook aan bij. Door deze nieuwe en complexere crisistypen, die zich steeds minder aantrekken van regiogrenzen, is versterking en verduurzaming van de crisisorganisatie noodzakelijk.

Het doorontwikkelen van onze netwerkfunctie en daarin de verdere ontwikkeling van onze samenwerking met VR Zuid-Holland Zuid en andere crisispartners vormen hierin een prioriteit en sluit aan op de landelijke agenda voor crisisbeheersing. Met het programma Weerbaarheid werken we hard aan een samenleving die beter voorbereid is op crises. De ontwikkeling van noodsteunpunten, samen met diverse activiteiten vanuit Rijnmondveilig, dragen bij aan een voorbereide samenleving. Binnen de organisatie bouwen we dan ook verder aan een wendbare organisatie, want alleen met medewerkers die zich blijven ontwikkelen, verbinden en verantwoordelijkheid nemen, kunnen wij onze maatschappelijke opdracht waarmaken. Informatiebeveiliging en privacy zijn dan belangrijker dan ooit. In een wereld waarin informatie steeds bepalender wordt, blijft het zorgvuldig beschermen van gegevens een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik dank alle medewerkers, vrijwilligers en samenwerkingspartners voor hun inzet en betrokkenheid in de eerste helft van dit jaar. Dankzij hun vakmanschap en toewijding blijven wij verder bouwen aan een veiliger en weerbaarder Rijnmond. Arjen Littooij Algemeen directeur

5 Bestuurlijke samenvatting De eerste helft van 2026 ligt inmiddels achter ons. In deze Halfjaarnota informeren wij u over de belangrijkste resultaten van het afgelopen halfjaar en over de actuele financiële stand van zaken. Deze Halfjaarnota vormt met de halfjaarrapportage de 3e begrotingswijziging 2026 en 1e begrotingswijziging 2027. In het afgelopen halfjaar is in alle programma’s gewerkt aan het versterken van de voorbereiding op ontwikkelingen als digitalisering, geopolitieke spanningen, klimaatverandering en de energietransitie. Daarnaast is de samenwerking met partners vergroot en is gewerkt aan het behouden van een robuuste en toekomstbestendige hulpverlenings- en crisisorganisatie. Ook binnen de bedrijfsvoering vraagt de veranderende omgeving om voortdurende aandacht. Zo wordt gewerkt aan duurzame inzetbaarheid van medewerkers en worden stappen gezet om de informatievoorziening en digitale weerbaarheid verder te versterken. 3e Begrotingswijziging 2026: De 3e begrotingswijziging 2026 laat de actualisatie zien van de begroting op basis van de meest recente inzichten en de cijfers over het eerste halfjaar. Daarbij zijn onder meer actuele budgetafspraken, vergoedingen, mutaties in bestemmingsreserves en voorzieningen alsmede de meest recente investeringsplanning verwerkt. Voor 2026 was oorspronkelijk een negatief resultaat voorzien van € 1.346k.

Op basis van de huidige inzichten wordt dit bijgesteld naar een verwacht negatief resultaat van € 739k. Daarmee verbetert het begrotingssaldo met € 607k ten opzichte van de eerdere ramingen. Deze verbetering wordt in belangrijke mate verklaard door het programma Ambulancezorg, waarvoor in 2026 een positief resultaat van circa € 500k. wordt verwacht. De financiering vindt geheel plaats via de zorgverzekeraars en heeft geen effect op de gemeentelijke bijdragen. Voor de overige programma’s resteert per saldo een negatief resultaat van € 1.239k. Begrotingswijziging 2027 en meerjarenraming: Bij de actualisatie van de begroting 2027 zijn zowel aan de baten- als aan de lastenkant de indexering van de gemeentelijke bijdragen en de bijdragen van zorgverzekeraars verwerkt, evenals de opbrengsten uit dienstverleningsovereenkomsten met gemeenten en de BDuR en de voortschrijdende inzichten uit de budgetafspraken van 2026. Voor 2027 is de verwachting op dit moment dat het begrotingssaldo per saldo op 10k. positief zal uitkomen. Door het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn de processen Inzet Brandweer, Crisiscoördinatie en besluitvorming en Communicatie- en informatievoorziening hulpdiensten en crisispartners aangewezen als onderdeel van de vitale infrastructuur. Naar verwachting zal dit tot hogere investeringen leiden ten aan zien van onze digitale infrastructuur.

De exacte implicaties zijn op dit moment nog niet duidelijk. Voor 2027 is in het kader van de weerbaarheid nog niet bekend hoe de precieze verdeling van de gelden verdeeld gaan worden tussen de verschillende stakeholders. Zodra hierover meer duidelijkheid bestaat, zal dit in een volgende actualisatie worden verwerkt.

6 1. / Programma’s 1.1 Algemeen De VRR is een overheidsorganisatie die namens de 13 gemeenten in de regio taken uitvoert op het gebied van rampenbestrijding, crisisbeheersing, risicobeheersing, brandweerzorg, ambulancezorg en geneeskundige hulpverlening. De VRR staat voor ‘samen sterk’ in hulp- en zorgverlening en in risico- en crisisbeheersing. Zij doet dit door een gezamenlijke inzet van hulpverleningsdiensten, burgers en bedrijfsleven. Alle inspanningen zijn gericht om schade en leed bij incidenten te voorkomen en/of beperken. De deelnemende gemeenten aan de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond zijn Albrandswaard, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. Het verzorgingsgebied van de VRR heeft een oppervlakte van 865,6 km². Ruim 1,3 miljoen inwoners leven verspreid over dertien gemeenten. Het gebied is complex, divers en dynamisch. Verstedelijkte gebieden (met hoogbouw en bijzondere bouw), havens en industriële complexen worden afgewisseld met dunbevolkte plattelandsgebieden. De samenstelling van de bevolking varieert sterk. In oude stadswijken van het stedelijk gebied spelen volop grootstedelijke problemen.

Midden in de regio ligt een wereldhaven met scheepvaart, transport- en overslagbedrijven, petrochemische industrie, visserij, financiële en zakelijke dienstverlening. De aanwezigheid van het haven - en industriegebied bepaalt voor een groot deel het risicovolle karakter van de regio. De regio Rotterdam-Rijnmond heeft zo’n 100 bedrijven die vallen onder de Seveso richtlijnen in de Omgevingswet (voorheen het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (Brzo)). Rondom deze industrie wonen, werken en recreëren veel mensen. Een groot deel van het (woon)gebied ligt beneden zeeniveau en wordt beschermd door duinen, dijken en deltawerken met hun beweegbare stormvloedkeringen. Rotterdam-Rijnmond is een belangrijk verkeersknooppunt voor zowel personen als goederen en gevaarlijke stoffen. Het vervoer verloopt via complexe vaarwegen, spoorwegen en autowegen en door ondergrondse buisleidingen. Daarnaast vliegen charter- en lijnvluchten met middelgrote passagiersvliegtuigen van en naar Rotterdam The Hague Airport. De ligging van woon- en industriegebieden rondom de rivieren zorgt ervoor dat veel bruggen en tunnels in het gebied aanwezig zijn, die bovendien veelal aan grootschalig onde rhoud of renovatie toe zijn met bereikbaarheidsproblemen tot gevolg. In de regio vinden bovendien regelmatig grootschalige evenementen plaats.

Van grote voetbalwedstrijden in stadion Feyenoord (de Kuip) tot de Rotterdam Marathon of de Wereldhavendagen. Daarnaast vinden jaarlijks nog tal van muziekfestivals, wielerrondes, grote braderieën en demonstraties plaats. De VRR is voortdurend scherp op maatschappelijke ontwikkelingen, innovatie en de vertaling daarvan naar veiligheid. Maatschappelijke, bestuurlijke en technologische ontwikkelingen hebben invloed op ons werk. Zo hebben we te maken met een toenemende vergrijzing, klimaatverandering, de energietransitie en neemt de concentratie van mensen en bedrijven in dunbevolkte gebieden al jaren af, terwijl het in dichtbevolkte gebieden juist verder toeneemt. Daarbij is onze manier van communiceren, zakendoen en samenwerken compleet veranderd. De economische en maatschappelijke afhankelijkheid leidt tot complexere incidenten en grotere effecten, terwijl risico’s steeds minder worden geaccepteerd in de sterk geïndividualiseerde samenleving. Het risicoprofiel van de regio Rotterdam-Rijnmond is de basis voor de jarenlange traditie van multidisciplinaire samenwerking en de vooruitstrevende wijze waarop deze regio met risico’s, incidenten en de voorbereiding op crises omgaat. De VRR is het platform waar alles samenkomt. Maar wij kunnen niet zonder onze partners. We werken continu samen met een groot aantal partners om de regio veilig te houden.

Het gaat dan om de 13 gemeenten, GGD, Gezamenlijke Brandweer, Politie, waterschappen, DCMR, Defensie, Openbaar Ministerie, Havenbedrijf, acute zorg etc.

7 1.2 Programma Ambulancezorg De ambulancezorg binnen de VRR heeft in de eerste helft van 2026 belangrijke stappen gezet om de ambulancezorg in de regio toegankelijk, kwalitatief hoogwaardig en toekomstbestendig te houden . Vitaliteit en duurzame inzetbaarheid van medewerkers Onze medewerkers vormen het belangrijkste kapitaal van de organisatie. Daarom is volop geïnvesteerd in vitaliteit, duurzame inzetbaarheid, leiderschap en strategische personeelsplanning. De vitaliteitswerkgroep heeft belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van een vitaliteitsschijf en een specifiek interventieplan voor de meldkamer. Daarnaast zijn diverse onderzoeken en initiatieven gestart op het gebied van gezondheid, psychosociale arbeidsbelasting en verzuim. Ook wordt via strategische personeelspla nning steeds beter inzicht verkregen in onze toekomstige capaciteitsbehoefte en de daarvoor benodigde werving, opleiding en ontwikkeling van medewerkers. Hoewel de formatie van zowel de operationele dienst als de meldkamer grotendeels op orde is, blijft de feitelijke inzetbaarheid een aandachtspunt vanwege het grote aantal medewerkers dat zich momenteel in opleiding bevindt en het relatief hoge ziekteverzuim. Bij de ambulancedienst blijven wij daarom investeren in behoud, instroom en ontwikkeling van medewerkers om de continuïteit van de zorgverlening ook op langere termijn te waarborgen.

De juiste zorg op het juiste moment en de juiste plaats De ambulancedienst zet samen met ketenpartners verdere stappen in de ontwikkeling van zorgcoördinatie en passende zorg. Hierbij wordt ingezet op een optimale inzet van ambulancecapaciteit en een passende toeleiding van patiënten binnen de acute zorgketen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de verdere ontwikkeling van Triage+. Dit is een verlengde triage waarbij een zorgprofessional de situatie en zorgbehoefte verder uitvraagt en analyseert, zodat beter beoordeeld kan worden of acute zorg echt nodig is. Als er geen acute zorg nodig is wordt de patiënt direct naar de meest passende zorgverlener of zorgvorm verwezen. Hiermee wordt zorg op maat geboden en de druk op de acute zorg verminderd. Innoveren met lef Innovatie blijft een van de speerpunten binnen de ambulancezorg. In de eerste helft van het jaar zijn diverse innovatieve trajecten voortgezet of gestart. Zo rijdt de E-ambulance inmiddels dagelijks. Daarnaast wordt gewerkt aan de verdere modernisering van informatievoorziening, navigatiesystemen en meldkamerondersteuning. Regie op zorgstromen en samenwerking in de keten De toenemende druk op de acute zorg vraagt om een goede afstemming tussen ambulancezorg, meldkamer, ziekenhuizen en andere ketenpartners.

De ambulancedienst blijft daarom investeren in het versterken van de ketensamenwerking en zorgcoördinatie en pakt hierin waar mogelijk een regierol. Daarnaast worden capaciteitsontwikkelingen, prestaties en operationele inzet voortdurend gemonitord om tijdig bij te kunnen sturen op patiëntenstromen en beschikbaarheid van zorg Verduurzaming en maatschappelijke verantwoordelijkheid Duurzaamheid wordt een steeds nadrukkelijker onderdeel van de bedrijfsvoering. De succesvolle inzet van de E-ambulance, de investering in laadinfrastructuur en aandacht voor duurzaamheid binnen huisvestingsontwikkelingen zijn hiervan concrete voorbeelden. Bij de beoordeling van nieuwe locaties wordt naast operationele geschiktheid ook nadrukkelijk gekeken naar duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

Kengetallen ambulancezorg Omschrijving kengetal | Verwachting | t/m juni op jaarbasis | 2026 Aantal telefonische 112-meldingen Meldkamer | 100.000 | 48.756 Ambulancezorg % 112-meldingen aangenomen binnen 15 sec. | 80% | 87,7% Aantal ritten spoedeisende ambulancezorg | 95.000 | 53.643 (A0+A1 en A2)* Totaal vervoer | 125.000 | 69.145 Prestatie A1 vervoer (streefwaarde binnen 15 | 95% | 93,0% minuten ter plaatse) Prestatie A2 vervoer (streefwaarde binnen 30 | 95% | 95,8% minuten ter plaatse ) Doorlooptijd CVA A1 (streefwaarde voor aanleveren van een patiënt bij verdenking | 80% | 68,3% herseninfarct binnen 45 minuten in een ziekenhuis) StEMI doorlooptijd (Streefwaarde voor aanleveren patiënt met een hartinfarct binnen 60 minuten in | 80% | 78% een ziekenhuis) Patiëntervaring spoedeisende ambulancezorg, | 8 | 9,3 algemeen (streefwaarde – cijfer tussen 0 en 10 *Aantallen inclusief burenhulp-ritten Toelichting De 80% bij de doorlooptijd CVA A1 is een streefwaarde en geen norm. De minimale waarde is | 70%. Deze 70% halen we wel binnen 46 minuten. Dat is 1 minuut langer. Het getoonde percentage is gebaseerd op de hele regio. Niet elke gemeente zit dicht bij een gespecialiseerd ziekenhuis, waardoor de aanrijtijden voor deze gemeenten langer zijn. Daarnaast spelen verkeersomstandigheden een rol evenals de tijd | die de bemanning ter plaatse en de patiënt vervoer gereed maakt.

Wat heeft het gekost? Hieronder vindt u de totale kosten voor het programma Ambulancezorg. Een uitgebreide toelichting vindt u in hoofdstuk 3. 8 9 1.3 Programma Brandweerzorg De brandweerzorg binnen de Veiligheidsregio Rotterdam‑Rijnmond opereert in één van de meest complexe regio’s van Nederland. De regio kent een unieke combinatie van grootstedelijke bebouwing, intensieve industrie, petrochemie, logistieke knooppunten, hoogbouw en dichtbevolkte wijken. Juist deze variatie vraagt om een brandweerorganisatie die tegelijkertijd wendbaar, deskundig en vooruitstrevend is, maar ook om een sterke en vooruitstrevende aanpak van risicobeheersing. Vakbekwaam nu en in de toekomst In het eerste half jaar van 2026 is verder gewerkt aan het borgen en toekomstbestendig maken van de vakbekwaamheidsorganisatie. De nadruk ligt hierbij op het versterken en borgen van de extra opleidings- en oefencapaciteit die de afgelopen jaren is gerealiseerd. Om de toenemende opleidingsvraag als gevolg van uitstroom, instroom en veranderende vakinhoudelijke eisen het hoofd te bieden is gestart met de herinrichting van de afdeling Vakbekwaamheid. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van de instructiecapaciteit, het verbeteren van de regionale samenwerking en het planmatig investeren in opleidings- en oefenmiddelen.

Zo worden de randvoorwaarden gecreëerd om medewerkers ook in de toekomst veilig, vakkundig en effectief inzetbaar te houden . Ook binnen het vakgebied Risicobeheersing is de opleidingsstructuur versterkt. Daar is geïnvesteerd in kennisontwikkeling en een opleidingsplan, zodat medewerkers beter kunnen inspelen op nieuwe maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Voor Crisisbeheersing is een meerjarenbeleidsplan Multidisciplinair Leren en Ontwikkelen opgesteld, dat de architectuur biedt voor de ontwikkeling van een vakbekwame, goed geoliede, multidisciplinaire crisisorganisatie die continu leert en groeit en flexibel antwoord geeft op alle crises die zich aandien en. Daarnaast is een jaarkalender 2026 vastgesteld voor de multidisciplinaire opleidingen, trainingen, oefeningen en evaluaties. Dit jaar is er onder meer aandacht voor de thema’s Veilige Energietransitie, Klimaatverandering en Weerbaarheid. Samen met de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid is een conceptvisie op Kennisregie Crisisbeheersing en bijhorende uitvoeringsagenda opgesteld. Deze documenten geven richting aan het versterken van de lerende crisisorganisatie waarin kennis structureel wordt benut voor verbeteren en samenwerken. Voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering Het klimaat verandert zichtbaar: wateroverlast, extreme hitte en langere periodes van droogte komen steeds vaker voor.

Er wordt samen met de brandweer, GHOR en andere partners uitvoering gegeven aan het strategisch kader klimaat dat vorig jaar is vastgesteld en dat inzicht geeft in de gevolgen van klimaatverandering voor omgevingsveiligheid, crises en incidenten. Het eerste half jaar is dit verder uitgewerkt in een meerjarige activiteitenplanning en is in kaart gebracht en is inzicht verkregen in rolverdeling, verantwoordelijkheden en benodigde ondersteuning. Daarnaast nemen wij deel aan landelijke initiatieven waaronder de Taskforce Klimaatveiligheid. Hiermee is een belangrijke basis gelegd voor de verdere implementatie en structurele borging van klimaatveiligheid. Samen werken aan een veilige leefomgeving Voor het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving onder de Omgevingswet zetten wij verdere stappen richting risicogericht en proactief adviseren. Daarbij wordt niet langer alleen gekeken naar wet- en regelgeving, maar vooral naar de risico’s die de grootste impact kunnen hebbe nop inwoners, bedrijven en de omgeving. Met behulp van het kader ‘Risico’s die er toe doen’ worden risico’s beter geduid en geprioriteerd. Hierdoor kunnen wij de gemeenten gerichter adviseren over complexe vraagtukken.

De impact van de energietransitie Binnen NOVEX Rotterdamse Haven dragen wij bij aan de werkgroep omgevingsveiligheid: aan het onderzoek naar sturing op ammoniaklocaties, als trekker van risicocommunicatie en bij de deelopdracht early warning. Tijdens een werkbezoek van het Directeurenoverleg NOVEX bracht de GHOR het geneeskundige perspectief op ammoniakincidenten in: veel luchtwegletsel bij zeer beperkte behandelcapaciteit. Daarnaast is een regionaal standpunt aangeleverd bij het ministerie Infrastructuur en Waterstaat en zijn wij aanwezig geweest bij de Havendialogen in de regio. Aandachtspunt blijft dat de transitie sneller gaat dan de veiligheidskaders: normstelling en kennis rond waterstof, ammoniak en energieopslag lopen achter en batterijsystemen worden pas vanaf 2028/2029 melding plichtig. Omdat het handelingsperspectief bij een groot ammoniakincident beperkt is, zetten wij in op maatregelen aan de voorkant. De groeiende uitvoeringslast wordt echter niet gedekt door de bekostiging.

Kengetallen Brandweerzorg Kengetallen Repressie | Indicatief op | t/m juni 2026 jaarbasis Aantal telefonische meldingen 112 | 15.000 | 7.556 Aantal daadwerkelijke inzetten bij een incident | 10.000 | 4.805 % binnen aangegeven aanrijtijd | 85% | 86,5% Kengetallen Preventie | Indicatief op | t/m juni 2026 jaarbasis Aantal voorlichtingsbijeenkomsten Veilig Leven | 450 | 234 Aantal Veiligheidsadviezen | 250 | 142 Aantal Adviezen Evenementen | 2.000 | 1.128 Aantal adviezen Externe Veiligheid | 225 | 231 (Omgevingsveiligheid) Aantal adviezen Bouwprojecten | 1.000 | 506 Aantal adviezen brandveiligheidsinstallaties | 400 | 191 Aantal adviezen brandveilig gebruik van o.a. | 500 | 332 gebouwen Toezicht bij Evenementen | 100 | 50 Aantal controles toezicht tijdens bouw | 150 | 144 Aantal controles toezicht tijdens gebruik | 4.500 | 2.557 Kengetallen Industriële Veiligheid | Indicatief op | t/m juni 2026 jaarbasis Brandveiligheidsadvies zware industrie | 125 | 44 Beoordelen brandveiligheidsplannen | 50 | 40 Aanwijzingen bedrijfsbrandweer | 10 | 2 Inspecties zware industrie (Seveso, voorheen | 100 | 20 BRZO) Bedrijfsbrandweerinspecties | 150 | 53 Wat heeft het programma Brandweerzorg gekost? Hieronder vindt u de totale kosten voor het programma Brandweer.

Een uitgebreide toelichting vindt u in hoofdstuk 3 10 11 1.3 Risico- en Crisisbeheersing en de GHOR De regio kent een hoge concentratie van industrie, stedelijke dynamiek, vitale infrastructuur en maatschappelijke activiteiten. Tegelijkertijd nemen langdurige en onvoorspelbare crises — zoals digitale verstoringen, maatschappelijke ontwrichting en geopolitieke spanningen — verder toe. Deze ontwikkeling vraagt om een crisisorganisatie die flexibel, robuust en bestuurlijk stevig ingebed is. De VRR bouwt aan een crisisorganisatie die klaar is voor de onzekerheden van morgen. Door te investeren in samenwerking, informatie, deskundigheid en voorbereiding wordt een robuuste en adaptieve crisisstructuur ontwikkeld. Verduurzaming van de Piketorganisatie Door maatschappelijke ontwikkelingen zoals complexere crises, langere inzetduur, hogere verwachtingen van bestuur en samenleving en een bredere scope van crisisbeheersing neemt de druk op piketfuncties toe. De afgelopen jaren is de piketorganisatie versterkt door de personele capaciteit uit te breiden en door de ondersteuning rondom piketfuncties te professionaliseren.

Zo zijn het afgelopen half jaar 2 Leiders CoPI opgeleid, 1 Regionaal Operationeel Leider en meerdere Informatiemanagers, is de backoffice ter ondersteuning van de piketorganisatie doorontwikkeld, zijn (HR-)systemen op orde gebracht en is er meer aandacht voor personeelszorg via jaargesprekken en reguliere werkoverleggen. Daarnaast wordt samengewerkt met de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, waardoor een crisisorganisatie ontstaat die ook bij langdurige verstoringen effectief kan blijven functioneren. Versterking van de informatiepositie met het VIK Tegelijkertijd ontwikkelde het Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK) zich verder als belangrijke pijler onder informatie gestuurde crisisbeheersing. Informatie speelt een steeds crucialere rol, zeker in de eerste minuten van een incident. Het VIK zorgt ervoor dat relevante informatie sneller wordt geduid en gedeeld met hulpdiensten en ketenpartners. Om een en ander goed te laten lopen zijn er werkprocessen ingericht en wordt uitvoering gegeven aan informatie gestuurd werken. Het VIK is nu aangesloten op het Knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk (KCR2) en bij CIO Office. Het KCR2 is het landelijke platform dat er voor zorgt dat crisispartners beschikken over de juiste informatie en coördinatie om effectief te kunnen handelen. Het CIO Office richt zich op de randvoorwaarden daarvoor.

Het bewaakt de informatiekundige koers, architectuur, governance en data- en beveiligingskaders.

12 Netwerkregie tijdens crises Er is een Netwerkfunctionaris begonnen die gaat werken aan het verder verstevigen van de relaties met veiligheidspartners, opgaven gaat verbinden aan partners en ervoor gaat zorgen dat kennis, informatie en mensen elkaar regionaal en landelijk weten te vinden. De belangrijkste stakeholders zijn in kaart gebracht en in samenwerking met de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid en het Veiligheidsinformatieknooppunt is de verkenning gestart voor de realisatie van een gezamenlijk netwerkplatform dat beide veiligheidsregio’s en hun netwerkpartners ondersteunt bij het uitwisselen van informatie, het beheren van contactgegevens, het versterken van samenwerking en het verbeteren van netwerkgericht werken in de koude, lauwe en warme fase van crisisbeheersing. In april heeft het eerste gezamenlijke partneroverleg tussen de VRR en Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid plaatsgevonden rond de thema’s Klimaatverandering en Weerbaarheid. In oktober is de tweede gepland. Voorts nemen we deel aan het Landelijk Netwerkplatform vanuit de Vakraad Risico- en Crisisbeheersing. Bij de GHOR is de netwerkfunctie ook verder versterkt door intensieve samenwerking met zorgpartners, het uitbreiden van contacten binnen de niet-acute zorg en het ondersteunen van organisaties bij hun voorbereiding op rampen crises.

Daarnaast wordt gewerkt aan de actualisatie van convenanten met belangrijke ketenpartners waarmee de basis voor een flexibel en toekomstbestendig zorgnetwerk verder wordt verstevigd. Voorbereiding op digitale verstoringen. De VRR neemt deel aan de Stichting FERM Zeehavens waarin structurele samenwerking rond cyberincidenten tussen onder meer het Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente Rotterdam, de Zeehavenpolitie, Douane, Deltalinqs en de VRR is georganiseerd. In juni heeft een gezamenlijke scenariobijeenkomst plaatsgevonden over cyberincidenten in de haven waar in havenbeheerders, de veiligheidsregio’s van de vijf Nederlandse zeehavens, het Nationaal Cyber Security Centrum en het Digital Trust Center waren vertegenwoordigd. Het doel van de sessie was om de samenwerking tussen zeehavens en veiligheidsregio’s in een zo vroeg mogelijk stadium te versterken. Daarnaast is er gewerkt aan het opstellen van een handreiking voor cybergevolgbestrijding voor betrokken diensten en gemeenten. In deze handreiking is onder meer het vernieuwde Bedrijfscontinu ïteitsplan VRR verwerkt en hebben verschillende vitale sectoren input geleverd Ook recente inzichten uit het Cybersecuritybeeld Nederland 2025 en actuele incidenten zoals de brand in een datacentrum in Almere zijn hierin meegenomen.

Versterking van zorgcontinuïteit in het zorglandschap Om de beschikbaarheid van zorg tijdens crises te waarborgen werkt de GHOR samen met zorginstellingen aan het versterken van de weerbaarheid van de regionale zorgketen. Zo zijn gesprekken gevoerd met ziekenhuisbestuurders en zijn de crisisplannen van de ziekenhuizen beoordeeld. De bevindingen worden in de rapportage over 2026 opgenomen. Daarnaast zijn de thema’s in relatie tot militaire en hybride dreiging uit het Zorgrisicoprofiel verder uitgewerkt en worden deze getoetst aan de zorg.

13 Versterken van crisisbeheersing en vergroten paraatheid van de samenleving In het kader van de landelijke versterking van de crisisbeheersing hebben de veiligheidsregio’s in 2022 gezamenlijk afspraken gemaakt met het Rijk, de VNG, het Veiligheidsberaad en het IPO. Deze afspraken vormen de basis voor een landelijke impuls om de crisisorganisatie toekomstbestendig te maken. De Landelijke Agenda Crisisbeheersing is binnen de VRR vertaalt naar een Programma Doorontwikkeling Crisisbeheersing. Vanuit het programma wordt gewerkt aan het meer risicogericht werken door inzicht, overzicht en vooruitzicht in risico’s en het betere aansluiten van de preparatie bij de behoefte van crisisfunctionarissen en de omgang met deze risico’s. Zo ook aan het robuuster maken van de crisisrespons passend bij de verschillende typen incidenten, crises en rampen en het versterken van de risico - en crisiscommunicatie. Bij veel van deze doelstelling wordt nauw samengewerkt met de Veiligheidsregio Zuid- Holland Zuid. Naar een toekomstbestendige uitvoering van bevolkingszorg Binnen het programma Versterking en Doorontwikkeling Bevolkingszorg is gewerkt aan het ontwikkelen van een stevige en toekomstgerichte gemeentelijke crisisorganisatie. De afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat bevolkingszorg een essentiële rol speelt bij het beperken van de maatschappelijke impact van crises.

Het gaat daarbij niet alleen om de klassieke taken zoals opvang en registratie, maar om een veel bredere verantwoordelijkheid: het ondersteunen van inwoners bij uiteenlopende gevolgen van een incident, het coördineren van maatschappelijke zorg en het leveren van betrouwbare publieksinformatie. Deze verbreding vraagt om een organisatie die niet alleen flexibel is, maar ook regionaal beter verbonden en professioneel georganiseerd. Afgelopen april is de eindrapportage van het programma opgeleverd. Hierin wordt geconcludeerd dat de regionale samenwerking op Bevolkingszorg de afgelopen jaren aanzienlijk is versterkt . Er zijn belangrijke resultaten bereikt op het gebied van vakbekwaamheid, kennisdeling, crisiscommunicatie en planvorming. Er is een stevige basis gelegd voor regionale samenwerking met behoud van de verantwoordelijkheid van individuele gemeenten voor hun eigen crisisorganisatie. Om de behaalde resultaten te verankeren is verdere borging en uitwerking nodig. Er is een vervolgopdracht gegeven voor drie opgaven; - De verdere versterking van de vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen, - Het ontwikkelen van regionale en sub regionale samenwerking op capaciteit tijdens crises en - Het uitwerken van een advies over de inrichting en aansturing van de regionale organisatie Bevolkingszorg.

Aan het eind van het jaar wordt er een plan van aanpak opgeleverd voor de eerste twee opgaven en wordt het advies over de inrichting en aansturing van de regionale organisatie Bevolkingszorg opgeleverd .

Kengetallen Risico- en crisisbeheersing en GHOR Kengetallen Risico- en Crisisbeheersing | Indicatief op | 2026 jaarbasis Aantal Grip 1 incidenten | 25 | 15 Aantal Grip 2 incidenten | 5 | 3 Aantal planning staven | 1 | 5 Kengetallen GHOR | Indicatief op | 2026 jaarbasis Aantal incidenten met Leiding en Coördinatie | 1.100 | 447 Aantal adviezen gevaarlijke stoffen | 175 | 93 Wat heeft het programma Risico- en Crisisbeheersing en GHOR gekost? Hieronder vindt u de totale kosten voor het programma Risico & Crisisbeheersing waar GHOR een onderdeel van is. Een uitgebreide toelichting vindt u in hoofdstuk 3 14 15 1.4 Programma Versterken weerbaarheid Naar een regio die voorbereid is op maatschappelijke ontwrichting In 2025 is gestart met de inrichting van het programma Weerbaarheid. Dit programma staat in het teken van het opbouwen van een organisatie en regio die beter bestand is tegen langdurige verstoringen en crises. Een weerbare maatschappij gaat verder dan de klassieke crisisbeheersing: het gaat om het versterken van inwoners, organisaties, netwerken en voorzieningen, zodat de samenleving als geheel in staat is schokken op te vangen en sneller te herstellen. Dit jaar wordt langs drie pijlers aan het programma weerbaarheid gewerkt.

Het weerbaar maken van de eigen organisatie: Op basis van een bedrijfs-impactanalyse is gestart met het uitwerken in implementeren van maatregelen in het kader van de eigen bedrijfscontinuïteit. Het weerbaarder maken van de crisisorganisatie: Er is een planningsstaf geopolitieke dreigingen en ontwikkelingen ingesteld die zich bezighoudt met de effecten hiervan op de openbare orde en veiligheid dan wel de continuïteit van d essentiële dienstverlening in de regio kunnen verstoren. Hier wordt gezamenlijk opgetrokken met de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. Het weerbaarder maken van de samenleving: Onder deze pijler wordt dit jaar getest met coördinatie- en noodsteunpunten. Er worden 6 testen uitgevoerd in samenwerking met gemeentes. Het uiteindelijke doel is een gegarandeerde onafhankelijke werking van het stelsel. Wat heeft het programma Weerbaarheid gekost? Hieronder vindt u de totale kosten voor het programma Weerbaarheid. Een uitgebreide toelichting vindt u in hoofdstuk 3

16 2. / Paragrafen 2.1 Weerstandsvermogen en Risicomanagement Het doel van risicomanagement is structureel bij te dragen aan het in control zijn van de VRR. De doelstellingen en de kaders van risicomanagement zijn beschreven in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Het bestuur heeft een weerstandsratio vastgesteld met een bandbreedte van 0.5-0.8. Dit betekent dat er niet meer middelen aangehouden worden dan strikt noodzakelijk is. Bij de berekening van de weerstandsratio wordt uitgegaan van netto-risico’s. Verder is besloten om de inventarisatie van de risico’s op te splitsen naar de 3 grootste stakeholders van de VRR, namelijk de gemeenten, zorgverzekera ars en het Rijk. 2.1.1. Benodigde weerstandscapaciteit per stakeholder De benodigde weerstandscapaciteit is gebaseerd op de risico’s die kunnen optreden in de periode 2026 tot en met 2030. Deze risico’s zijn opgenomen in onderstaande tabel. Bovenstaande totaalbedragen betreffen de bruto risico’s van dat jaar. Dat wil zeggen dat dit de verwachte kosten zijn als de risico’s zich voor zouden doen zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Er is een aantal risico’s waarvan wordt verwacht dat hier een financiële compensatie vanuit het Rijk tegenover zal staan.

Het gaat om de risico’s: - Bouwsteen verplichtend karakter - Alarmering bevolking - Ontwikkeling GHOR - Niet of beperkt verzekerbare schade Deze risico’s zijn onderdeel van de risico’s van de stakeholder gemeenten. Risico 2e BW 2026 3e BW 2026 Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030 s = structurele risico's i = incidentiele risico's Risico's stakeholder gemeenten Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico's. s PM PM PM PM PM PM Personele capaciteit brandweer s 550 550 550 550 550 550 Bouwsteen verplichtend karakter s 3.400 1.700 3.400 3.400 3.400 3.400 Niet of beperkt verzekerbare schade s 500 500 500 500 500 500 Alarmering bevolking 150 - 200 200 200 200 Fiscale risico's s 150 150 200 200 200 200 Ontwikkeling GHOR s 800 800 800 800 800 800 Aanwijzing aanbieder vitale processen s PM PM PM PM PM PM Noodcommunicatie s - - 300 300 300 300 Functie bevelvoerder bezoldiging conform regelgeving s 150 150 150 150 150 150 Totaal Risico's stakeholder gemeenten 5.700 3.850 6.100 6.100 6.100 6.100 Risico's stakeholder zorgverzekeraar Niet leveren van afgesproken diensten ambulancezorg s 1.650 825 1.650 1.650 1.650 1.650 Economische risico's s 300 300 300 300 300 300 Leveranciers risico s 150 150 150 150 150 150 Reputatieschade s 50 50 50 50 50 50 Niet of beperkt verzekerbare schade s 250 250 250 250 250 250 Fiscale risico's s 100 100 100 100

100 100 Overige risico's mbt de bedrijfsvoering s 75 75 75 75 75 75 Totaal Risico's stakeholder zorgverzekeraar 2.575 1.750 2.575 2.575 2.575 2.575 Risico's stakeholder Rijk Fiscale risico's s 50 50 50 50 50 50 Alarmering bevolking s 150 - 150 150 150 150 Totaal Risico's stakeholder Rijk 200 50 200 200 200 200 Totaalbedrag risico's (bedrag x €1.000) 8.475 5.650 8.875 8.875 8.875 8.875 17 Als deze verwachte compensatie van het totaalbedrag aan risico’s wordt afgetrokken , resteert het netto bedrag aan risico’s: Hieronder wordt een korte omschrijving gegeven van de verschillende risico’s Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s Op advies van de Bestuurlijke Auditcommissie (2018) is dit risico als PM-post opgenomen in de risico- inventarisatie. Bij dit risico gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims. Personele capaciteit brandweervrijwilligers De personele capaciteit van de brandweervrijwilligers staat onder druk. Zeker in kleinere dorpskernen is het lastig om de paraatheid 24 uur per dag, 7 dagen in de week te garanderen. Om het probleem van de capaciteit op de kazernes op te lossen zal mogelijk extra beroepspersoneel ingezet moeten worden. Het inzetten van een beroeps in dagdienst op een kazerne kost ongeveer € 100k per jaar. Vooralsnog is de inschatting dat dit wellicht nodig is op 5 kazernes.

De kosten om dit risico op te heffen komen daarmee uit op €500k op jaarbasis. Voor 2026 is dit bedrag gehalveerd, in de 1e helft van dit jaar heeft het risico zich niet voorgedaan. Bouwsteen verplichtend karakter (voorheen Deeltijdregeling brandweervrijwilligers) De positie van de brandweervrijwilligers op grond van de deeltijdrichtlijn is op grond van Europese regelgeving juridisch niet meer houdbaar. Om hiervoor een oplossing te vinden is landelijk onderzocht hoe brandweervrijwilligers te onderscheiden zijn van de beroepskrachten. Hieruit is een denkrichting ontstaan die bestaat uit 4 met elkaar samenhangende bouwstenen waarvan de eerste “Verplichtend karakter” is. Dit betekent o.a. dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Het veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen een implementatieplan opgesteld dat eind 2022 is gepresenteerd. Landelijk is in kaart gebracht wat de consequenties hiervan zijn waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties. De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op € 31.000k. per jaar, en voor de VRR komt het uit op een bedrag van € 3.000k.

In het implementatieplan is opgenomen dat de nieuwe werkwijze wordt ingevoerd als er dekking komt voor de extra kosten vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid. Als het niet lukt om een vergoeding te krijgen vanuit het Rijk loopt de VRR het risico om de financiële consequenties zelf te moeten betalen. Het risico is voor 2026 evenredig aan de tijd naar beneden bijgesteld. Niet of beperkt verzekerbare schade De VRR krijgt steeds meer te maken met extreme premiestijging van verzekeringen. Daarnaast bestaat de kans dat een aantal risico’s niet meer verzekerbaar blijven. Deze ontwikkeling geldt voor alle veiligheidsregio’s. In 2021 heeft het veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot oprichting van de stichting expertisebureau risicobeheer en verzekeringen veiligheidsregio’s. Eind 2021 heeft het Algemeen Bestuur besloten tot deelname aan deze stichting. Deze stichting adviseert de veiligheidsregio’s op het thema risicobeheer in relatie tot ongevallen en schade.

Totaal Risico's 2e BW2026 3e BW 2026 Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030 Totaalbedrag risico's stakeholder gemeenten 5.700 3.850 6.100 6.100 6.100 6.100 Totaalbedrag verwachte compensatie -950 -950 -950 -950 -950 -950 Totaal netto-risico's stakeholder gemeenten 4.750 2.900 5.150 5.150 5.150 5.150 Totaalbedrag risico's stakeholder zorgverzekeraar 2.575 1.750 2.575 2.575 2.575 2.575 Totaalbedrag verwachte compensatie -1.161 -1.161 -1.161 -1.161 -1.161 -1.161 Totaal netto-risico's stakeholder zorgverzekeraar 1.414 589 1.414 1.414 1.414 1.414 Totaalbedrag risico's stakeholder Rijk 200 50 200 200 200 200 Totaalbedrag verwachte compensatie Totaal netto-risico's stakeholder rijk 200 50 200 200 200 200 Totaal netto-risico's (bedrag x € 1.000) 6.364 3.539 6.764 6.764 6.764 6.764

18 De stichting Waarborgfonds is bedoeld voor niet-verzekerbare risico’s in relatie tot personele verzekeringen waaraan alle veiligheidsregio’s een financiële bijdrage zullen leveren. De financiële bijdrage aan de stichting en het waarborgfonds komt dan in de plaats van de verzekeringspremie. Met ingang van 2024 is de stichting Waarborgfonds in werking en heeft een ongevallenverzekering afgesloten voor alle veiligheidsregio’s. Daarmee is het risico van niet-verzekerbare letselschade bij ongevallen gedekt. Het risico van onverzekerbare schades aan voertuigen blijft nog wel bestaan. De afgelopen jaren is er gemiddeld € 500k. per jaar aan schade geweest aan voertuigen. De huidige verzekeraar heeft het contract voor de voertuigenverzekering opgezegd en er wordt gezocht naar een nieuwe verzekeraar. Vanwege deze situatie is het risico verhoogd met € 200k., omdat verwacht wordt, dat een nieuwe verzekeraar een hoger eigen risico bij de veiligheidsregio in rekening zal brengen. Fiscale risico’s Er is regelmatig overleg met de rijksbelastingdienst over diverse fiscale onderwerpen. Voorbeelden hiervan zijn de toepassing van de BTW voor verschillende wettelijke en niet-wettelijke activiteiten en de vennootschapsbelasting. De VRR beschikt niet over fiscaal specialisten om de juiste toepassing van de regelgeving te waarborgen.

Landelijk wordt gekeken of deze functie in gezamenlijkheid met alle regio’s kan worden geleverd. De VRR huurt hier nu expertise voor in of vraagt collegiaal advies bij andere veiligheidsregio’s. Toch kunnen er verschillen van inzicht blijven bestaan waarin beroep en bezwaarprocedures van toepassing zijn. De uitkomst van dergelijke trajecten zijn ongewis. Daarnaast vinden er regelmatig controles plaats. Zo hebben we de afgelopen jaren controle gehad op de loonheffing en bijv. het gebruik van dienstvoertuigen. Hier zijn naheffingen uit voortgekomen. Ondanks afspraken en goede controles is dit niet altijd te voorkomen. Alarmering bevolking Het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS) in Nederland bestaat uit circa 3.800 sirenes die draadloos en onafhankelijk van elkaar vanuit de meldkamer kunnen worden geactiveerd. Het systeem wordt ingezet om de bevolking te waarschuwen bij (dreigende) incidenten, met name wanneer gevaarlijke stoffen vrijkomen of dreigen vrij te komen. Het WAS blijft in ieder geval tot 2028 operationeel. Voor de regio Rotterdam-Rijnmond, en in het bijzonder voor het effectgebied van het havenindustrieel complex, heeft het WAS tot op heden een belangrijke toegevoegde waarde gehad. Het systeem biedt een snelle en betrouwbare manier om inwoners te waarschuwen bij incidenten met gevaarlijke stoffen en andere acute veiligheidsrisico’s.

Het Rijk heeft aangekondigd een nieuw sirenenetwerk te ontwikkelen als onderdeel van een bredere waarschuwingsketen voor onder meer militaire dreigingen. Dit nieuwe systeem wordt gekoppeld aan detectiesystemen van Defensie en vormt een aanvulling op NL-Alert. Hierdoor kunnen inwoners via meerdere kanalen worden gewaarschuwd en zijn zij niet uitsluitend afhankelijk van mobiele telefonie voor het ontvangen van alarmeringen. De verdere uitwerking van het systeem vindt de komende jaren plaats. Ondanks de aangekondigde vernieuwing bestaat nog onduidelijkheid over de toekomstige inrichting, dekking en operationele werking van het nieuwe waarschuwingssysteem. Zolang hierover geen definitieve duidelijkheid bestaat, blijft voor gemeenten binnen de veiligheidsregio het risico aanwezig dat de continuïteit en effectiviteit van de bevolkingsalarmering op termijn onvoldoende geborgd zijn. Dit risico is met name relevant in gebieden met verhoogde externe veiligheidsrisico’s, zoals het havenindustrieel comple x van Rotterdam-Rijnmond, waar snelle en breed bereikbare alarmering van de bevolking essentieel is. Ontwikkeling GHOR Op basis van onderzoek is vastgesteld, dat de GHOR voor uitdagingen staat die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen. Uitdagingen die van belang zijn om het openbaar bestuur goed in positie te kunnen brengen en houden in geval van een crisis.

Deze uitdagingen zijn ontstaan door een veranderend landschap van wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden binnen het veiligheidsdomein en binnen het gezondheidszorgdomein. Er zal versterkt ingezet worden op het thema zorgcontinuïteit en op het ontwikkelen van zorgrisicoprofielen. Daarnaast heeft de Covid-crisis aangetoond, dat het in het belang is van het openbaar bestuur om goed zicht te hebben op de effecten van ernstige verstoringen in de continuïteit van de zorgketen. Dit moet bestendigd worden in de reguliere organisatie van de GHOR. Op dit moment vindt een nadere uitwerking hiervoor plaats. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat extra financiële lasten die hiermee gepaard gaan, gedekt zullen worden door het Rijk. Op basis van een verwachte uitbreiding van formatie wordt dit risico nu ingeschat op € 750 k. per jaar. 19 Niet leveren van afgesproken diensten ambulancezorg Jaarlijks worden met de zorgverzekeraars afspraken gemaakt over het budget voor de spreiding en beschikbaarheid van ambulancezorg. De bekostiging is gebaseerd op de beschikbaarheid van voldoende ambulancecapaciteit, waarbij het landelijke Referentiekader Spreiding & Beschikbaarheid een belangrijke basis vormt. Het risico bestaat dat de VRR de overeengekomen prestaties of capaciteit niet volledig kan realiseren bijvoorbeeld door schaarste aan gekwalificeerd personeel.

Dit kan leiden tot operationele knelpunten en financiële consequenties, onder meer via nacalculatie, opbrengstverrekening of aangepaste budgetafspraken. Dit risico heeft zich in 2022 en 2023 voorgedaan. Voor 2026 sluit de landelijke raming beter aan bij de verwachte zorgvraag, doordat het referentiekader uitgaat van een prognose van het aantal ambulanceritten op basis van meerdere jaren historische gegevens. Daarmee is het financiële risico deels beperkt, maar niet volledig weggenomen. Bij aanhoudende personeelsschaarste blijft het risico bestaan dat de VRR onvoldoende capaciteit kan leveren om aan de zorgvraag en de gemaakte afspraken te voldoen. Aanwijzing aanbieder vitale processen Door het Ministerie van Justitie en Veiligheid zijn de processen Inzet Brandweer, Crisiscoördinatie en besluitvorming en Communicatie- en informatievoorziening hulpdiensten en crisispartners aangewezen als onderdeel van de vitale infrastructuur. Naar verwachting zal met deze aanwijzing de externe druk en het toezicht op deze activiteiten verder toenemen. Zo zullen vanuit het ministerie vitaliteitsbeoordelingen en weerbaarheidsanalyses plaatsvinden, zal de effectiviteit worden getoetst en zal waar nodig worden bijgestuurd. Omdat de implicaties van de aanwijzing aanbieder vitale processen nog niet helemaal helder zijn, hebben we deze opgenomen in de risicoparagraaf met een p.m. waardering.

Zodra de vitaliteitsbeoordeling binnen is kunnen we de consequenties specifiek maken. Noodcommunicatie In de huidige situatie heeft de VRR beschikking over diverse operationele communicatiemiddelen. Binnen twee uur zijn de hulpdiensten onbereikbaar door uitval telefonie. Na vier uur kunnen de hulpdiensten ook onderling niet meer communiceren door uitval C2000. Hieruit blijkt dat de huidige beschikbare communicatiemiddelen op dit moment niet toegerust zijn om tijdens een grootschalige langdurige stroomuitval te kunnen blijven communiceren als hulpdiensten of met hulpdiensten. Daarom is een robuuste en onafhankelijke voorziening voor spraakcommunicatie noodzakelijk. De beste oplossing is het huidige landelijke C2000-netwerk robuuster maken voor meer dan 72 uur zonder grondgebonden afhankelijkheid. Dit ligt echter buiten onze invloedsfeer en lijkt technisch en politiek geen haalbare optie. Landelijk wordt gekeken naar een alternatieve oplossing. Op dit moment wordt een landelijk standpunt voor eind 2026 verwacht. Op basis van de huidige scenario’s worden voor de VRR de structurele kosten hiervoor geraamd op € 300.000 (gezamenlijke multi investering). 2.1.2 Ontwikkeling vermogenspositie en weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de financiële robuustheid aan van de begroting, de jaarrekening en de financiële positie weer.

De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico’s). beschikbare weerstandscapaciteit Ratio = --------------------------------------------------- benodigde weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve die onderdeel is van het Eigen vermogen. Deze is gesplitst in een deel dat is gefinancierd door de zorgverzekeraars en een deel dat is gefinancierd door de gemeenten. Er is op dit moment geen deel van het Eigen vermogen dat is gefinancierd door het Rijk. De VRR hanteert voor een gezond weerstandsvermogen een ratio met een bandbreedte van 0,5 – 0,8. Voor de benodigde weerstandscapaciteit wordt hierbij uitgegaan van de netto-risico’s 20 De weerstandsratio bedraagt 1,2 in 2026 en komt vanaf 2027 uit op 0,7. In 2029 en 2030 bedraagt de ratio 0,8. Op totaalniveau van de VRR ligt de ratio binnen de bandbreedte van 0,5 tot 0,8. De financiële positie van de VRR is daarmee in overeenstemming met het afgesproken weerstandsbeleid. 2.1.3. Kengetallen en beleidsindicatoren Financiële kengetallen De solvabiliteitsratio blijft in het meerjarenperspectief nagenoeg gelijk. Onttrekkingen aan de bestemmingsreserves worden als incidentele baten beschouwd.

Beleidsindicatoren Weerstandsratio stakeholder gemeenten Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 Beschikbaar (x € 1.000) 3.823 3.333 3.333 4.011 4.011 Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) 2.900 5.150 5.150 5.150 5.150 Weerstandsratio netto-risico's 1,3 0,6 0,6 0,8 0,8 Weerstandsratio zorgverzekeraar Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 Beschikbaar (x € 1.000) 1.950 2.450 2.450 2.450 2.450 Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) 1.750 2.575 2.575 2.575 2.575 Weerstandsratio netto-risico's 1,1 1,0 1,0 1,0 1,0 Weerstandsratio Rijk Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 Beschikbaar (x € 1.000) - - - - - Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) 200 200 200 200 200 Weerstandsratio netto-risico's - - - - - Weerstandsratio totaal VRR Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030 Beschikbaar (x € 1.000) 5.773 5.783 5.783 6.461 6.461 Benodigd, netto-risico's (x € 1.000) 4.850 7.925 7.925 7.925 7.925 Weerstandsratio netto-risico's 1,2 0,7 0,7 0,8 0,8 Kengetallen 3e BW 2026 1e BW 2027 Plan 2028 Plan 2029 Plan 2030 Netto schuldquote 16,4% 18,6% 19,4% 16,8% 21,3% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 16,4% 18,6% 19,4% 16,8% 21,3% Solvabiliteitsratio 14,8% 14,5% 15,1% 15,1% 15,3% Structurele exploitatieruimte -0,6% 0,2% 0,2% 0,0% 0,1%

Totaal per inwoner % van Totaal Totaal per inwoner % van Totaal Apparaatkosten 2.535.758 1,84 2.621.974 1,91 Externe Inhuur 9.781.806 - 4,1% 7.945.512 3,3% Overhead 34.294.000 - 14,5% 35.090.000 14,5% Beleidsindicatoren taakveld Bestuur & Ondersteuning 3e BW 2026 1e BW 2027 Totaal Fte Fte per 1.000 inw. Formatie 2.351 1,71 Bezetting 2.360 1,71 Beleidsindicatoren taakveld Bestuur & Ondersteuning 2026 21 2.2 Financiering Algemeen De centrale doelstelling van het treasurybeleid is het beheren van de financiële geldstromen en het beperken van de financiële risico’s voor de organisatie. Dit beleid is vastgelegd in het treasurystatuut van de veiligheidsregio. De uitvoering van treasury wordt wettelijk geregeld in de Wet Financiering Decentrale Overheden. Deze wet regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Risicobeheersing op het gebied van financiering vormt één van de pijlers van de Wet Financiering Decentrale Overheden. Renterisico’s kunnen vanuit Wet Financiering Decentrale overheden- optiek worden bezien op de korte en op de langere termijn. De veiligheidsregio heeft in het treasurystatuut bepaald dat de normen vanuit de wet Fido zullen worden gehanteerd bij het beheersen van de renterisico’s.

Renterisico op korte schuld: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Financiering Decentrale Overheden een norm gesteld voor het maximum bedrag waarop de VRR haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De kasgeldlimiet stelt derhalve dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentrale overheid (ofwel openbaar lichaam) niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is dus een voorgeschreven sturing- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting voor het hele verslagjaar aangehouden. Voor de gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet voor het jaar 202 6 8,2% van de begroting. Renterisico op langlopende schuld: de renterisiconorm De VRR loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet Financiering decentrale overheden de renterisiconorm geformuleerd.

De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de lange leningenportefeuille zodanig over de jaren verdeeld is dat het renterisico dat voortkomt bij herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig over de jaren wordt gespreid. Kasgeldlimiet 2026-2030 (bedragen x € 1.000) 2026 2027 2028 2029 2030 Grondslag: Lasten Begroting 236.050 241.328 246.566 247.081 246.855 in procenten van de grondslag 8,2% 8,2% 8,2% 8,2% 8,2% Toegestane netto vlottende schuld : -19.356 -19.789 -20.218 -20.261 -20.242 Toetsing : Omvang vlottende schuld (a.) Af: Vlottende vorderingen (b.) 23.977 20.213 15.473 19.507 6.715 Ruimte 43.333 40.002 35.691 39.768 26.957

22 2.3 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering wordt versterkt, zodat de organisatie beter is toegerust op de steeds complexere maatschappelijke opgaven. Veranderingen in de samenleving — zoals schaarste op de arbeidsmarkt, digitalisering, klimaatverandering, toenemende zorgdruk en geopolitieke ontwikkelingen — vragen om een organisatie die flexibel kan schakelen en die beschikt over moderne, betrouwbare en veilige ondersteunende processen. Bedrijfsvoering vervult daarin een cruciale rol: het biedt het fundament waarop de hulpdiensten en crisispartners kunnen bouwen. Investeren in mensen en een aantrekkelijk werkgeverschap In het eerste halfjaar van 2026 hebben wij verder gewerkt aan het verder versterken van de positie van de VRR als aantrekkelijke en inclusieve werkgever, door gerichte acties op het gebied van diversiteit, inclusie en gelijke kansen in werving, selectie en ontwikkeling. Een belangrijk onderdeel hiervan is de ontwikkeling en implementatie van een vernieuwde wervingscampagne voor de brandweer, die er nadrukkelijk op gericht is om beter aan te sluiten bij de diversiteit van de samenleving en een bredere en meer representatieve instroom te realiseren. Daarnaast is gewerkt aan het verder ontwikkelen en professionaliseren op het gebied van Vitaliteit, Mobiliteit en Recruitment.

De focus lag op het ontwikkelen van een gezamenlijke koers en het versterken van de onderlinge samenwerking en het creëren van samenhang tussen de verschillende expertisegebieden. Dit moet leiden tot meer aandacht voor talentontwikkeling (waaronder het in gang gezette leiderschapsprogramma) en versterking van vitaliteit en duurzame inzetbaarheid inclusief PTSS. Op het gebied van diversiteit en inclusie wordt de aansluiting gezocht met het bredere programma Duurzaamheid, waarin hiervoor nadrukkelijk aandacht is. Tot slot hebben wij ingezet op het verbeteren van de processen zodat de administratieve ondersteuning als belangrijke basis op orde komt. Veilige en betrouwbare informatievoorziening Voor de VRR is het essentieel dat de medewerkers kunnen beschikken over actuele, juiste en veilige informatie. De toenemende digitalisering, de groeiende afhankelijkheid van informatiesystemen en de toename van cyberdreigingen maken een professionele inrichting van informatievoorziening en informatiebeveiliging noodzakelijk. Het afgelopen halfjaar heeft in het teken gestaan van het verder professionaliseren van de randvoorwaarden voor een veilige en betrouwbare info rmatiehuishouding. Daarbij is aandacht besteed aan technische maatregelen, maar vooral aan governance, processen en bewustwording binnen de organisatie. Ook op het gebied van digitale weerbaarheid zijn belangrijke stappen gezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1253/documents/43659