CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 - Beleidsanalyse - actualisatie Omgevingsvisie.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 9 oktober 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 8: Beleidsanalyse18.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Y6tu

Actualisatie omgevingsvisie Ridderkerk Gemeente Ridderkerk

17 juni 2024

Project

Beleidsanalyse Opdrachtgever

Gemeente Ridderkerk Document

Actualisatie omgevinsvisie Ridderkerk Status

Definitief 02 Datum

17 juni 2024 Referentie

141592/24-008.832 Projectcode

141592 Projectleider

Drs. E. Weerman Projectdirecteur

Drs. M. J. Schilt

Auteur(s)

A.L. Hootsmans MSc en E.E.A. Schalker MSc Gecontroleerd door

C.F. Terpstra MSc Goedgekeurd door

Drs. E. Weerman

Paraaf

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

5

1.1

Omgevingswet

5

1.2

Actualisering van de Omgevingsvisie voor Ridderkerk

5

1.3

Doel van de beleidsanalyse

5

1.4

Leeswijzer

5

2

BOVENLOKAAL BELEID

6

2.1

Nationaal beleid

6

2.1.1 2.1.2 2.1.3

6 7 8

2.2

2.3

Nationale omgevingsvisie [NOVI] Contourennotitie Nota Ruimte Overig relevant nationaal beleid

Provinciaal beleid

10

2.2.1 2.2.2

10 10

Omgevingsvisie Provincie Zuid-Holland Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied [ZH-PLG]

Regionaal beleid

11

2.3.1

11

Regionale Energiestrategie [RES]

3

LOKAAL BELEID

13

3.1

Sectoraal gemeentelijk beleid

13

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.1.8 3.1.9 3.1.10 3.1.11 3.1.12

13 17 18 20 20 21 23 24 26 28 29 30

3.2

Algemeen gemeentelijk beleid Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Economie en werkgelegenheid Recreatie en toerisme Mobiliteit Water, bodem en milieu Landschap, archeologie en erfgoed Duurzaamheid, energie en klimaat Sociaal domein Openbare ruimte, handhaving en veiligheid Natuur Onderwijs en maatschappelijk vastgoed

Gebiedsgericht gemeentelijk beleid

30

3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4

31 31 32 33

P.C. Hoofdstraat en omgeving Plein Oost en omgeving Visie rivieroevers Ontwikkelperspectief centrum

4

BELEIDSADVIES

34

4.1

Verouderd beleid

34

4.1.1 4.1.2

34 35

4.2

Omgevingsvisie 2017 Sectorale beleidsstukken

Botsingen huidig beleid

36

4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6 4.4.7

Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Economie Mobiliteit Water, bodem en milieu Duurzaamheid, energie en klimaat Openbare ruimte, handhaving en veiligheid Algemeen: kaartmateriaal

39 40 41 41 41 42 42

Bijlage(n) I Beleidsinventarisatie ten behoeve van beleidsanalyse

2

Laatste pagina

1 INLEIDING 1.1

Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Dit is een nieuw stelsel van regelgeving met regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het stelsel bundelt zesentwintig wetten over de fysieke leefomgeving tot één wet. Ook biedt de wet gemeenten meer afwegingsruimte in regels en beleid en daarmee meer mogelijkheden om met stakeholders in overleg te gaan over initiatieven. De omgevingsvisie is één van de (gemeentelijke) instrumenten onder de Omgevingswet.

1.2

Actualisering van de Omgevingsvisie voor Ridderkerk

Gemeente Ridderkerk beschikt sinds 2017 over haar omgevingsvisie. Door trends en ontwikkelingen, is de omgevingsvisie niet meer actueel. Een actualisering is nodig om voldoende sturing te kunnen blijven uitoefenen op de uitdagingen waar Ridderkerk (in de toekomst) voor staat. Een actualisering is ook nodig om de integraliteit te borgen, omdat er sinds de vaststelling in 2017 tientallen sectorale beleidsstukken zijn vastgesteld. De hoofdlijnen uit deze sectorale stukken worden in deze beleidsanalyse geïnventariseerd. De beleidsanalyse is onderdeel van de eerste fase van de actualisatie van de Ridderkerkse omgevingsvisie.

1.3

Doel van de beleidsanalyse

In deze beleidsanalyse worden de vigerende, relevante beleidsambities en wet- en regelgeving binnen lokale, provinciale en nationale kaders geïnventariseerd die op moment van schrijven geldend zijn. Ook wordt er een beleidsadvies gegeven, waarin botsingen, kansen en hiaten worden benoemd. Alleen de kaderstellende ambities uit het beleid zijn in dit overzicht opgenomen; het gaat hierbij om de hoofdlijnen van het beleid voor de lange termijn (2040/2050). Deze en overige sectorale beleidsstukken kunnen bovendien weer aan bod komen bij het opstellen van programma’s als bedoeld onder de Omgevingswet of bij het omgevingsplan.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 worden de kaderstellende ambities uit bovenlokaal beleid benoemd (nationaal, provinciaal en regionaal beleid). In hoofdstuk 3 zijn de gemeentelijke kaderstellende ambities opgenomen uit zowel het sectoraal beleid als vastgestelde gebiedsvisies. Hoofdstuk 4 geeft een overkoepelend advies over het bestaand beleid: waar is sprake van botsingen, kansen en hiaten? Kortom, wat moet er gebeuren om tot een actualisatie van de Ridderkerkse omgevingsvisie te komen?

5 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

2 BOVENLOKAAL BELEID 2.1

Nationaal beleid

De Rijksoverheid bracht in 2020 de Nationale Omgevingsvisie uit, kortweg de NOVI. De NOVI biedt een perspectief om grote, landelijke opgaven aan te pakken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de steden. Op dit moment wordt de NOVI herzien. De geactualiseerde versie draagt de naam Nota Ruimte. In oktober 2023 is de contourennotitie voor deze Nota Ruimte gepresenteerd. In Tabel 2.1 en Tabel 2.2 zijn de kaderstellende ambities uit de NOVI en de contourennotitie Nota Ruimte opgenomen. In Tabel 2.4 zijn de kaderstellende ambities uit overig relevant nationaal beleid opgenomen. Deze documenten zijn zelfbindend voor de Rijksoverheid. Desalniettemin wordt er wel vanuit gegaan dat het gedachtegoed zijn doorwerking heeft in provinciaal en gemeentelijk beleid. De uitgangspunten zijn bruikbaar voor de kaderstellende ambities van de gemeente Ridderkerk in haar omgevingsvisie. In de tabellen is in cursief aangegeven wanneer ambities niet (direct) toepasbaar zijn op de gemeente Ridderkerk. Deze ambities zijn wel alsnog opgenomen, om de context van de stukken te behouden.

2.1.1

Nationale omgevingsvisie [NOVI]

Tabel 2.1 Kaderstellende ambities uit de NOVI Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Nationale Omgevingsvisie (2020)

Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond (omgevingsinclusief beleid). De NOVI hanteert drie afwegingsprincipes: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. Dit zijn de vier NOVI-prioriteiten: 1 ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: · water en bodem zijn sturend; · voldoende zoet water van goede kwaliteit; · maatregelen tegen verzilting, daling van het grondwaterpeil en verontreiniging; · zuinig omgaan met water, water vasthouden en water bergen; · rioolwaterzuiveringsinstallatie zet maximaal in op hergebruik van afvalwater; · de omgeving is in 2050 klimaatbestendig en water robuust; · waterveiligheid is gegarandeerd; · klimaatneutraal in 2050; · circulaire economie in 2050; 2 duurzaam economisch groeipotentieel; 3 sterke en gezonde steden en regio’s: · goed bereikbaar netwerk; · impuls aan woningbouw; · leefomgeving bevordert een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie; · luchtkwaliteit voldoet in 2030 aan advieswaarden van de WHO; 4 toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: · kringlooplandbouw in evenwicht met natuur en landschap; economische vitale landbouw.

6 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

2.1.2

Contourennotitie Nota Ruimte

De Contourennotitie Nota Ruimte onderscheidt drie kaderstellende ambities (zie Tabel 2.2). Tabel 2.2 Kaderstellende ambities uit de Contourennotitie Nota Ruimte Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Contourennotitie Nota Ruimte (2023)

1 2 3

beweging naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur in heel Nederland; beweging naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving; beweging naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland.

In Tabel 2.3 tot en met Tabel 2.5 zijn de drie bewegingen verder uitgediept. De Contourennotitie Nota Ruimte maakt per beweging onderscheid tussen drie horizonnen, namelijk het heden (nu), het jaar 2050 en het jaar 2100. Tabel 2.3 Verdieping beweging: naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur in heel Nederland Nu -

-

-

transitie naar kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw; de kansen voor nieuwe teelten aangrijpen; werken op basis van het draagvermogen van het water- en bodemsysteem; natuurgebieden beschermen en bufferen met overgangsgebieden; versterken van de kwaliteit en de omvang van natuur; 10 % groenblauwe dooradering in 2050, helft van de opgave gerealiseerd in 2030; toename van ongeveer 37.000 hectare bos in 2030; meer ruimte voor defensie.

Straks (2050)

Later (2100)

-

-

-

-

-

met elkaar verweven agrarische en ecologische hoofdstructuur; agrarische hoofdstructuur op basis van water- en bodemsystemen; versterken van het bestaande natuurnetwerk en ontwikkelen nieuwe natuur; uitbreiding of afstoting van defensielocaties en oefengebieden in combinatie met nieuwe natuurontwikkeling.

doorontwikkeling van de ecologische hoofdstructuur, met habitats die passen bij een nieuw klimaat en water- en bodemsysteem.

Tabel 2.4 Verdieping beweging: naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving Nu -

-

-

grootschalige opwekking van energie op zee; kleinschalige opwekking van zonneenergie en windenergie op land; behoud en intensief benutten van huidige milieucontouren; start voorbereiding van 2 nieuwe kernreactoren; nieuwe balans luchthavens en kwaliteit leefomgeving (RotterdamThe Hague Airport); geen nieuwe hyperscale datacentra; alleen nieuwe, grootschalige bedrijfslocaties faciliteren bij meerwaarde; energievoorzieningen en economische clusters vormgeven op basis van water- en bodemsysteem.

7 | 42

Straks (2050)

Later (2100)

-

-

-

-

-

ruimtelijk-economische strategie maken; vervoer gevaarlijke stoffen via ondergrondse buisleidingen (mogelijk ook in Ridderkerk; er is een buisleidingstrook vastgelegd in de Structuurvisie Buisleidingen); integrale, regionale strategieën voor energie, circulaire economie, logistiek en niet-grondgebonden landbouw; robuuste netwerkkeuzes; afbouw van de fossiele en lineaire economie; strategie voor Schiphol en uitbouw van een Europees railnetwerk voor personenvervoer.

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

-

na het behalen van de klimaatdoelen het energiesysteem door-ontwikkelen naar een CO2-negatieve samenleving; transformatieruimte benutten na voltooiing van de transities; mogelijkheden gebruiken van nieuwe economische sectoren.

Tabel 2.5 Verdieping beweging: naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland Nu -

-

-

-

de volkshuisvestings- en woningbouwopgave tot 2030 realiseren; uitvoering van de NOVEX; bestaande gebouwen verduurzamen; nabijheid creëren door integrale knooppuntontwikkeling en vervoerhubs; mobiliteitstransitie; aandacht voor meerlaagse veiligheid; een brede aanpak in stedelijke focuswijken; integrale ontwikkeling van landelijk gebied; bestaande bedrijventerreinen intensiveren en verduurzamen; keuze voor nieuwe verstedelijking op basis van water en bodemsysteem; meer ruimte voor defensie.

2.1.3

Straks (2050)

Later (2100)

-

-

-

-

-

-

Nieuwe ronde verstedelijkingsstrategieën; gezonde leefomgeving; integrale strategieën ontwikkelen voor de gebieden die vanuit onderdruk uit balans zijn; regionaal werken aan sterke netwerken van steden en dorpen; verdichting binnen bestaande contouren; bredere aandacht voor de integrale ontwikkeling in de bestaande gebouwde omgeving; alleen nog energieneutrale, natuurinclusieve en klimaatadaptieve wijken en gebouwen bouwen; hergebruikte en biobased materialen gebruiken.

-

Verdere verstedelijking in hoger gelegen stedelijke regio’s; transformatieruimte benutten in en bij de steden na voltooiing transities.

Overig relevant nationaal beleid

Tabel 2.6 Kaderstellende ambities relevant nationaal beleid Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Ontwerp Nationaal Programma Landelijk Gebied [NPLG] (2024)

Het NPLG beschrijft de aanpak en uitgangspunten om te komen tot een landelijk gebied waar de kwaliteit van het water op orde is, waar planten en dieren kunnen voortbestaan en dat een bijdrage levert aan de strijd tegen en het anticiperen op klimaatverandering. Het NPLG richt zich op de middellange termijn, maar houdt rekening met uitdagingen op de lange termijn (2050). Van dinsdag 16 januari 2024 tot en met maandag 26 februari 2024 lag de ontwerp-NPLG ter inzage. Het NPLG is nog niet vastgesteld. Het NPLG gaat in op drie thema’s: natuur, water en klimaat. Voor de omgevingsvisie zijn de drie doelen met zichtjaar 2050 relevant: 1. 10 % groenblauwe dooradering; 2. Nederland als geheel klimaatneutraal; 3. gunstige staat van instandhouding natuur. Het NPLG vormt de basis voor de provinciale gebiedsprogramma's. De uitkomsten bepalen (gedeeltelijk) de koers van Ridderkerk, omdat de programma’s van invloed zijn op de beleidskeuzes.

Nationaal plan energiesysteem (2023)

Het Nationaal Plan Energiesysteem is de kabinetsvisie voor het energiesysteem tot 2050. In dit plan geeft het kabinet aan hoe we kunnen bouwen, besparen, verdelen en verbinden voor een duurzaam en rechtvaardig energiesysteem - nu en in de toekomst. Het kabinet maakt hiervoor 5 richtinggevende keuzes: maximaal aanbod: maximale inzet op aanbod van duurzame energie en energieinfrastructuur; energiebesparing: besparen als belangrijke hoeksteen van energiebeleid; slim inzetten van energie en infrastructuur: schaarse energie en infrastructuur wordt ingezet waar dit het meest nodig is vanuit systeemperspectief; internationale samenwerking: sterke internationale samenwerking en maximaal verbonden energiesysteem; samen sturen: met burgers en bedrijven, met ruimte voor participatie en initiatief. Drijfveer is: hoe sneller het duurzame energiesysteem wordt gerealiseerd, hoe meer opties er zijn voor de transformatie van de samenleving en economie. De publieke belangen daarbij zijn: betaalbaar en economisch krachtig, betrouwbaar en veilig, duurzaam en rechtvaardig. Daarnaast speel het belang van leefomgevingskwaliteit een rol, waarbij wordt gezocht naar manieren om de ruimte te beperken.

8 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities Ook wordt er een visie geformuleerd op de thema’s elektriciteit, waterstof, koolstof en warmte: Elektriciteit: elektriciteit als ruggengraat van het energiesysteem, welke CO2-vrij is vanaf 2035: · inzet op planmatige aanpak; · maximaal opschalen van bronnen (vergroten flexibiliteit, verzwaren infrastructuur en voorkeur voor direct gebruik van elektriciteit); Waterstof: cruciaal in industrie en internationaal transport, aanvullende rol in andere sectoren. Strategisch aandeel bij binnenlandse productie en bij schaarste sturen op hoogwaardig gebruik: · sterke inzet opschalen groene waterstofproductie, import en opslag; · tijdig realiseren van infrastructuur; · faciliteren van de transitierol van blauwe waterstof; Koolstof: fossiele koolstof zo snel mogelijk afbouwen, duurzame koolstof opschalen. Bij schaarste sturen op hoogwaardig gebruik: · inzet op innovatie en productie duurzame koolstofdragers, hergebruik en import; · gebruik beperken, alleen bij essentiële en hoogwaardige toepassingen; · stimuleren van innovatie; Warmte: warmtevraag invullen met warmtenetten en elektrificatie. Benutten lokale warmtebronnen waar mogelijk. Warmte-opslag belangrijk als buffer voor energiesysteem: · opschalen warmtenetten met duurzame warmtebronnen; · innovatie en opschalen warmteopslag

Programma Energiehoofdstructu ur (2024)

Het Programma Energiehoofdstructuur is de juridisch-beleidsmatige opvolger van de structuurvisies Buisleidingen, Wind op Land en Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het Programma Energiehoofdstructuur biedt inzicht in de (nieuwe) nationale energie-infrastructuur die in de toekomst nodig is, zoals hoogspanningskabels, buisleidingen, elektrolysers, regelbare centrales en plekken voor de opslag van energie. Dit met respect voor natuur, cultureel erfgoed en leefbaarheid. De PEH draagt zo bij aan de missie van een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. In Ridderkerk is sprake van een gereserveerd buisleidingtracé (zie afbeelding). Het ontwikkelbeeld hiervoor is Waterstofnetwerk Nederland (nog indicatief). Gemeenten dienen de aangewezen buisleidingstroken in hun omgevingsplan te vrijwaren van nieuwe ontwikkelingen die een belemmering kunnen zijn voor de aanleg van een buisleiding van nationaal belang. Net ten oosten van de gemeentegrens ligt een reservering voor een 380 kV-verbinding.

9 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Provincie Zuid-Holland

In Tabel 2.7 staan de kaderstellende ambities uit het provinciaal beleid: de omgevingsvisie van Zuid-Holland. De provinciale omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie Zuid-Holland. Desalniettemin wordt er wel vanuit gegaan dat het gedachtegoed zijn doorwerking heeft in gemeentelijk beleid.

Tabel 2.7 Kaderstellende ambities uit de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland Beleidsstuk

Kaderstellende ambitie

Omgevingsvisie Provincie Zuid-Holland (2024)

-

-

-

de provincie gaat uit van acht sturingsprincipes: · opgavegericht: maatschappelijke opgaven zijn het vertrekpunt bij provinciaal handelen; · provinciaal belang: de provincie geeft richting aan een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit; · netwerkaanpak: samenwerken met partners; · maatwerk: aanpak op maat; · passend schaalniveau: allianties vormen op het schaalniveau van de specifieke opgave; · ruimte voor differentiatie: waar mogelijk gaan integrale maatwerkoplossingen boven generieke regels; · lever meerwaarde; · effectief en betrouwbaar: oplossingsgericht, effectief en betrouwbaar bestuur. de provincie streeft naar zeven ambities: · samen werken aan Zuid-Holland: verschillende partijen in een vroeg stadium betrekken; · bereikbaar: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; · schone energie voor iedereen: schone energie, haalbaar en betaalbaar; · concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van de provincie; · versterken natuur: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; · sterke steden en dorpen: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; · gezond en veilig: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving.

vertaling naar gemeente Ridderkerk (deelgebieden ‘Rotterdamse Agglomeratie’ en ‘IJsselmonde’) · concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen (kwantitatief en kwalitatief aanbod); · creëren van een rijk vestigingsklimaat; · bevordering verbetering milieukwaliteit en gezondheid; · vitaliteit en kwaliteit leefomgeving (landschappen en ruimtelijke kwaliteit, streven naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied met benutting van bebouwde kom).

De provincie heeft in totaal 20 beleidsdoelen geformuleerd, deze zijn een uitwerking van de ambities en komen voort uit de begroting.

2.2.2

Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied [ZH-PLG]

Het NPLG wordt op provinciaal niveau verder vormgegeven. Om invulling te geven aan deze uitwerking, werkt Provincie Zuid-Holland aan de opzet van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied, [ZH-PLG] met een horizon tot zichtjaar 2035. Met dit programma werkt de provincie Zuid-Holland aan een aantrekkelijk en toekomstbestendig landelijk gebied. Zo wil de provincie aan de slag met natuurherstel, verbetering van waterkwaliteit en vermindering van broeikasgassen door landbouw en landgebruik. Hierdoor kan het landelijk gebied zich binnen de randvoorwaarden ontwikkelen tot een aantrekkelijk gebied om te wonen, werken, recreëren en landbouw te bedrijven.

10 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Het ZH-PLG is op moment van schrijven beschikbaar als toetsbaar voorontwerp (zie Tabel 2.8). Naar verwachting beoordeelt het ministerie de ZH-PLG eind 2024 definitief. Door deze toetsing en andere ontwikkelingen, kunnen er wijzigingen optreden in het ZH-PLG. Zo wordt er momenteel niet verder onderhandeld over een landbouwakkoord. De provincie heeft ervoor gekozen om de teksten uit het landbouwakkoord alsnog in het ZH-PLG op te nemen.

Tabel 2.8 Voorlopig kaderstellende ambities uit de ZH-PLG Beleidsstuk

Voorlopig kaderstellende ambities

Toetsbaar voorontwerp ZH-PLG (2023)

-

vitaal landelijk gebied creëren binnen de randvoorwaarden zoals gesteld vanuit natuur, klimaat, water en bodem; goede balans tussen sterke en gezonde natuur met een economisch rendabele en volhoudbare land- en tuinbouw; Ridderkerk valt onder het kerngebied Zuid-Hollandse Delta. In dit gebied spelen deze opgaven: · Natuur: aanvullende areaalopgaven (natuurgebieden en natuur inclusieve landbouw); ontwikkeling van 10 % groenblauwe dooradering in veenweidegebieden en overgangsgebieden, en voor 2030 in de overige gebieden de helft van de opgave van 2050; nieuw bos; · water: terugdringen overschrijding van nutriënten; knelpunt zoetwaterbeschikbaarheid; reservering ruimte waterberging; terugdringen emissies gewasbeschermingsmiddelen; · klimaat: emissiereductie opgave veehouderij en akkerbouw (waaronder CH4 en NH3); · land- en tuinbouw: keuze volhoudbare en duurzame land- en tuinbouwgebieden; · sociaal/maatschappelijk: onderwijs/kennis, sociale cohesie en recreatie en toerisme.

2.3

Regionaal beleid

2.3.1

Regionale Energiestrategie [RES]

Nederland is opgedeeld in 30 RES-regio’s. Deze 30 regio’s werken samen aan het doel om tenminste 35 TWh aan grootschalig hernieuwbare energie op land op te wekken in 2030. In een RES wordt vastgesteld hoeveel, en waar er grootschalig zonne- en windenergie gaat worden opgewekt. Gemeente Ridderkerk valt onder RES-regio Rotterdam-Den-Haag. Tabel 2.9 beschrijft de kaderstellende ambities uit deze RES-regio.

Tabel 2.9 Kaderstellende ambities uit de regionale energiestrategie Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

RES 1.0 Rotterdam Den Haag (2021)

-

11 | 42

klimaatakkoord: in 2030 50 % minder CO2 t.o.v. 1995; 2050 afname uitstoot met 95 %; betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in 2050; aandacht voor participatie en mede-eigenaarschap; warmte: · eerste stap: besparen door o.a. isolatie; · 20 % besparing in gebouwde omgeving; · 30 % of meer besparing in de glastuinbouw; · beschikbare rest- en aardwarmte benutten in een toekomstbestendige energiemix; · samenwerken aan een optimale regionale warmtestructuur met de laagste maatschappelijke kosten; · regie ligt bij gemeenten;

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities -

-

-

12 | 42

elektriciteit: · 2,8 - 3,2 TWh bijdrage vanuit deze regio; · inzet op behoud/versterking ruimtelijke kwaliteit; · geen opwekking in natuur; · 40 % van het geschikt dakoppervlak in stedelijk gebied benutten voor zonne-energie; · benutten waterbassins glastuinbouw voor zonnepanelen; streven naar balans tussen energievraag- en productie, met efficiëntie en besparing; de regionale inzet is gebaseerd op de draagkracht van het landschap volgens dit afwegingskader: · ruimtelijke kwaliteit; · brede haalbaarheid en doelbereik; · draagvlak; · netimpact en systeemefficiëntie; specifiek voor Ridderkerk: · ENGIE en Renes AGF Recycling Services bouwt een vergister om groengas te produceren; · Ridderkerk is afhankelijk van bovenregionale ontwikkelingen om gebruik te kunnen maken van restwarmte

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

3 LOKAAL BELEID 3.1

Sectoraal gemeentelijk beleid

In deze paragraaf zijn de kaderstellende ambities van het geïnventariseerde sectoraal gemeentelijk beleid opgenomen. Daarbij is de volgende indeling gehanteerd: - algemeen gemeentelijk beleid; - ruimtelijke ontwikkeling en wonen; - economie en werkgelegenheid; - recreatie en toerisme; - mobiliteit; - water, bodem en milieu; - landschap, archeologie en erfgoed; - duurzaamheid, energie en klimaat; - sociaal domein; - openbare ruimte, handhaving en veiligheid - natuur; - onderwijs en maatschappelijk vastgoed.

3.1.1

Algemeen gemeentelijk beleid

Tabel 3.1 Algemeen gemeentelijk beleid Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 (2017)

-

-

13 | 42

Visie: door te profiteren van de ligging tussen het stedelijk netwerk van de regio Rijnmond en de Drechtsteden en het landschappelijk netwerk van de Krimpenerwaard, Alblasserwaard, Biesbosch en Hoeksche Waard en in te zetten op haar eigen identiteit, is en blijft Ridderkerk een aantrekkelijke gemeente om in te wonen, te werken en te recreëren. Na jaren van ontwikkeling en groei, is nu het moment om in te zetten op het behouden en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving; Drie kernwaarden: · sterke wijken, goed verbonden: ontmoeting: verbeteren en vergroten van diversiteit aan georganiseerde en ongeorganiseerde ontmoetingsplekken; ontmoeting: differentiatie in woningtypen en vormen; ontmoeting: kwalitatieve en beweegvriendelijke openbare ruimte; de fiets centraal: verbeteren van langzaam verkeer-verbindingen en voorzieningen (stallingen en oplaadpunten elektrische fiets), fiets centraal stellen, en kwaliteit fietspaden verbeteren. Ook denken aan routes met betekenis / cultuurhistorische lijnen (oeverroute, dijkenroute, rondje Ridderkerk, snelfietsroutes); verkeersstructuur: verkeersstructuur in Ridderkerk beter leesbaar maken door inrichting van de wegen op een consequente manier toe te passen; Ridderkerk bij binnenkomst (entrees): inzetten op de entrees van Ridderkerk op verschillende schaalniveaus, meer gezicht geven aan de kwaliteiten van Ridderkerk;

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities ·

-

groenblauwe oase (robuust maken, uitbreiding, differentiatie): versterking groenblauw netwerk: verbeteren van de verbinding tussen grotere groengebieden en differentiatie; herontwikkeling waterfront: beter bereikbaar en herkenbaar maken van de groengebieden en rivieren (meer recreatie, groen en wonen langs de rivieren); balans in het buitengebied: balans tussen landbouw, agrarisch karakter, natuur en recreatie. Uitgangspunt hierbij is het versterken van het open polderlandschap; · kloppend hart (kwaliteitsimpuls geven): winkelcentrum: verbeteren kwaliteit openbare ruimte (vormgeven toegangspleinen, transparante gevels aan buitenzijde winkelcentrum), Blaak zichtbaar en beleefbaar maken; winkelcentrum: verbeteren bereikbaarheid en vindbaarheid, waarmee ook de verblijfskwaliteit wordt verhoogd en leegstand kan worden verlaagd; Donkersloot: transformeren van centrum en omliggend gebied (onder meer naar een gemengd gebied); Donkersloot: clustering van bedrijven in verband met samenwerkingskansen voor bedrijven en het behalen van milieuvoordelen en minder overlast (werkgelegenheid behouden); inzetten op clustering van maatschappelijke voorzieningen.

Dat versterkt elkaar en vergroot kans op samenwerking; de omgevingsvisie beschrijft twee opgaven: · naar een duurzame gemeente Ridderkerk zorgt dat ontwikkelingen aansluiten bij de behoefte van het heden, zonder dat voor toekomstige generaties de mensen, het milieu of de economie in gevaar komen; CO2-neutraal kan bereikt worden door energieprestatieverbeteringen, efficiënter en zuiniger energiegebruik en door betere isolatie van woningen en bedrijfsgebouwen. Daarnaast ligt de opgave om voldoende hernieuwbare, niet-fossiele energiebronnen aan te bieden. Windenergie is beperkt tot Nieuw-Reijerwaard. Er zijn veel platte daken die voor zonnepanelen kunnen worden benut. Mogelijk een zonne-weiland ten zuiden van Bolnes; er wordt gestreefd naar circulaire ontwikkelingen, waarbij producten en grondstoffen maximaal hergebruikt worden om de milieubelasting en waarde vernietiging te minimaliseren; · gezondheid en leefbaarheid: verschuiving van gezondheidsbescherming naar gezondheidsbevordering; verdere verbetering luchtkwaliteit, veilige speelomgeving, mogelijkheden voor langzaam vervoer en terugdringen van aantal geluidgehinderden; weren nieuwe risicobronnen, met uitzondering van bedrijventerreinen. Streven naar uitplaatsing van bronnen uit de woonomgeving; uitwerking omgevingswaarden.

De gemeente heeft ongeveer 70 gebouwen in eigendom. Sommige locaties voldoen in de toekomst niet meer aan de eisen, of zijn niet meer nodig. Daardoor kunnen kavels vrijkomen. Deze worden ingezet voor ruimtelijk strategische doelen. De programmering moet passen bij de omgeving en opgaven. Collegeprogramma 2022-2026: hart voor een toekomstbestendig Ridderkerk (2022)

Bestuur | Dienstverlening | Participatie de gemeente gaat in gesprek met Ridderkerkers, jong en oud, o.a. in buurttenten en met ‘Straatpraat’ in de wijken; Ridderkerk is en blijft een zelfstandige gemeente met een eigen gemeentebestuur dat zelfstandig beslissingen kan nemen. De gemeente zoekt de samenwerking met de gemeenten om haar heen en - wat betreft verkeer en vervoer en economisch vestigingsklimaat - ook in Metropoolregio Rotterdam Den Haag [MRDH] verband. Veiligheid veiligheid heeft topprioriteit. De inzet is om iedereen een veilige woon-, leef- en werkomgeving te bieden.

14 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Verkeer | Vervoer | (Water)wegen goed openbaar vervoer is belangrijk. De gemeente blijft inzetten op Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) per bus en bevordert de inzet van buurtbussen; behoud gratis OV AOW-gerechtigden; de gemeente hecht waarde aan de waterbusverbinding; veel aandacht voor verkeersveiligheid: voet-, fiets en wandelpaden worden goed onderhouden. Oversteekplaatsen moeten goed verlicht en veilig zijn. Ontbrekende schakels in het fiets- en wandelpadennetwerk worden zoveel als mogelijk aangelegd. Sluiproutes en hardrijders worden aangepakt. Economische zaken winkelcentra aantrekkelijk houden; onderzoek parkeerbeleid; acties voor meer veiligheid en minder verloedering van bedrijventerreinen (inzet op vergroening en bij herontwikkeling op circulaire bouw); innovatieve bedrijven zijn welkom in Ridderkerk. Startende ondernemers krijgen de kans om gebruik te maken van leegstaande (bedrijfs)gebouwen; tot een aantrekkelijk vestigingsklimaat behoren uitstekende relaties tussen bedrijfsleven en onderwijs. Onderwijs investeren in voorschoolse educatie tegen leerachterstanden; met schoolzones werken aan een veilige omgeving rond scholen, inclusief vergroening; scholen zitten in goede gebouwen. Cultuur | Evenementen beschermen van het cultureel, industrieel en agrarisch erfgoed; er is veel te beleven en te doen in Ridderkerk, voor inwoners en bezoekers.

De gemeente ondersteunt het rijke verenigingsleven, bevorderen hun zichtbaarheid en stimuleren het organiseren van evenementen en buurtactiviteiten. Sport de gemeente stimuleert sport en bewegen als onderdeel van een gezonde levensstijl, en daaraan moet iedereen mee kunnen doen, in georganiseerd en ongeorganiseerd verband; realiseren van meer speelterreinen, speelvoorzieningen en sporttoestellen, met aandacht voor veiligheid, inpasbaarheid en een evenwichtige spreiding over de gemeente; uitbreiden recreatiegebied langs de Noord met een pumptrackbaan en sportvoorzieningen. Buitenruimte groen is om allerlei redenen belangrijk (klimaatbestendigheid, biodiversiteit, leefbaarheid, en als multifunctionele oplossing voor waterberging, hittestress, beweging en voorkomen van verloedering), daarom wordt hierin geïnvesteerd; rond Ridderkerk ligt een ‘groene kraag’, het is belangrijk dat deze groene kraag intact blijft. Sociaal domein de gemeente is er voor inwoners die zorg en ondersteuning nodig hebben. De gemeente zorgt dat inwoners de weg naar zorg makkelijk kunnen vinden; ondersteunen van de lobby om jeugdzorg betaalbaar te houden en wachtlijsten te verkorten; meer mensen met een uitkering aan een baan helpen of vragen om een tegenprestatie.

Daarvoor wordt gezocht naar innovatieve manieren en wordt gewerkt aan verbindingen tussen ondernemers, onderwijs en overheid; mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt moeten onderdeel kunnen zijn van de maatschappij. Een moderne vorm van een sociale (wijk)werkplaats zou een optie kunnen zijn. Welzijn prioriteit voor voorkomen van schulden en armoede, o.a. meer voorlichting; acties tegen eenzaamheid en laaggeletterdheid; veel steun voor vrijwilligers, inclusief pleegouders en mantelzorgers; om zwaardere zorgvraag in de toekomst te voorkomen wil de gemeente - samen met de maatschappelijke partners – vroegtijdig problemen signaleren; samen met maatschappelijke partners worden op scholen en daarbuiten activiteiten organiseren om de jongste inwoners te informeren over het gevaar van drugs- en alcoholgebruik, het belang van gezonde voeding, mentale en lichamelijke gezondheid en het verantwoord omgaan met geld.

15 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities Circulaire economie | Energietransitie werken aan een duurzame gemeente en een flinke inzet voor de energietransitie zijn belangrijk voor huidige en toekomstige generaties; stimuleren zonnepanelen. Vanwege het ruimtebeslag in de dichtbebouwde regio heeft het ontwikkelen van zonneparken niet de eerste prioriteit; duurzaamheid en energietransitie: voor iedereen bereikbaar en betaalbaar; waar mogelijk circulair werken met een gesloten en duurzame keten. Leefklimaat een schone leefomgeving is van grote waarde; inzetten op het voorkomen van zwerfafval; maatregelen nemen om uitstoot van fijnstof op te vangen en geluidsoverlast van wegverkeer te verminderen (planten van vegetatie); daar waar mogelijk inzetten op de verlaging van de snelheid van 50 km/u naar 30 km/u met uitzondering van ontsluitingswegen; het voorkomen en verwijderen van vervuiling in en op de bodem verdient de komende jaren nadrukkelijk de aandacht. De samenwerking met de gemeenten binnen de DCMR is hierbij van belang; aandacht vragen voor de kwaliteit van het drink- en oppervlaktewater; onderhouden van waterkeringen. Daar waar water niet goed afgevoerd kan worden, overwegen van maatregelen als waterberging of het vergroenen van de ruimte.

Wonen | RO | maatschappelijk vastgoed nieuwe woningen voor starters én senioren; inrichting Oosterpark (inclusief geluidsscherm); investeren in sportverenigingen; de inzet is dat er geschikte woningen zijn voor alle inwoners van Ridderkerk (seniorenwoningen in elke wijk). Inzet op maximaal 30 % sociale woningbouw bij nieuwbouw; streven dat woningen zoveel mogelijk aan Ridderkerkse woningzoekenden worden toegewezen; stimuleren van innovatie en creativiteit op het gebied van wonen (multifunctionele en toekomstbestendige bouw, zodat zij op basis van veranderde behoefte en demografische ontwikkeling herbestemd kunnen worden); bij herontwikkeling van gestapelde woningen staat de gemeente positief tegenover woningbouw tot maximaal 6 lagen; door heel Ridderkerk behouden de gronden met een agrarische bestemming zo veel mogelijk hun bestemming. Financiën woonlasten blijven de laagste in de regio.

Nota Betrokken Samenleving (2024)

Visie: participatie draagt bij aan het vergroten van: zorgvuldige besluitvorming; zeggenschap en actief burgerschap; kwaliteit van beleid of plannen; betrokkenheid van inwoners; realiseren van beleidsdoelen waarvoor kennis en ervaring uit de samenleving nodig is. Definitie participatie: participatie is een manier van beleidsvoering waarbij inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen individueel of georganiseerd, direct of indirect, de kans krijgen om zelf initiatieven in te dienen en/of invloed uit te oefenen op de voorbereiding, besluitvorming, uitvoering of evaluatie van plannen en beleid. Kernwaarden van Ridderkerk zijn: betrouwbaar, betrokken, persoonlijk en modern. Bewoners hebben interesse om te participeren wanneer het gaat om de fysieke en sociale leefomgeving. Dit sluit aan bij het thema en doel van de omgevingsvisie en Omgevingswet. Er bestaan drie participatielijnen: van inwoner naar gemeente; van gemeente naar inwoner; van initiatiefnemer naar gemeente en inwoner.

16 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

3.1.2

Ruimtelijke ontwikkeling en wonen

Tabel 3.2 Ruimtelijke ontwikkeling en wonen Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 (2021)

-

-

-

-

-

begin 2019 zijn in de regio Rotterdam nieuwe regionale woningmarktafspraken gemaakt. De woningbouwopgave voor Ridderkerk tot 2030 is destijds geraamd op +/- 1.150 woningen (dit bod is ondertussen achterhaald); Ridderkerk wil zijn huidige en toekomstige inwoners perspectief bieden op voldoende goede woningen. Woningen die toekomstbestendig zijn, zowel met het oog op verduurzaming, energietransitie en leefbaarheid als de veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Daarvoor is meer variatie in woningtypen en prijsklasse nodig, ook voor mensen die zorg nodig hebben; koppeling met omgevingsvisie 2017: · behoud en verbetering kwaliteit leefomgeving (goede, veilige woningen en woonomgeving); · bouwprogramma passend bij schaal en identiteit van gemeente en wijken; · focus op voortgang herstructurering en bestaande woningvoorraad; behoefte bepalen: · ambitie bepalen voor de toekomst van de sociale huurvoorraad (in aantal en kwaliteit); · woningbouwprogramma opstellen dat inspeelt op de Ridderkerkse behoefte (variatie); · optimaal inspelen op doorstroming in woningvoorraad; gemeentelijke rol: de gemeente pakt een proactieve, regisserende rol. Dat betekent dat de gemeente openstaat voor ideeën en initiatieven, binnen de visie die de gemeente op de toekomst heeft.

(bron: Woonvisie Ridderkerk 2021-2026, Companen)

Uitgangspunten per wijk: centrum (veel voorzieningen, voornamelijk appartementen, kwetsbare inwoners): · verbeteren kwaliteit bestaande woningen, aanbrengen variatie. Aandacht voor voldoende sociale huurwoningen en betaalbare verduurzaming; · versterking centrumfunctie door toevoeging woningen; dit creëert gebruiks- en belevingswaarde (levendiger en sociaal veiliger); · woningbouwprogramma: kansen voor senioren, starters, hogere inkomens; Drievliet (jaren 70/80, vergrijzing) en Het Zand (jaren 90, nog in ontwikkeling): · Drievliet: bouw voor senioren (grondgebonden, gelijkvloers), evt. geclusterd; oog voor balans tussen zorgbehoevenden en ‘andere’ inwoners; mix door toevoeging betaalbare en duurdere koopwoningen; focus op leefkwaliteit, sociale opbouw en samenhang; verduurzaming woningvoorraad, opstellen wijkplan; · Het Zand: nieuwbouw voortzetten; Oost (wijk verandert door wijzigende samenstelling van bevolking): · aandacht voor leefbaarheid: sociale cohesie en schoon/heel/veilig onder druk; · aandacht voor verduurzaming en klimaatadaptatie (vergroening); · stimulering ontmoetingen; aandacht kennismaking oude en nieuwe bewoners; · woningaanbod verruimen voor senioren en starters; Oostendam (hier speelt ruimtegebrek door inklemming Waal en A15, dorps, hecht): · handhaven aantrekkelijk dorp, bevordering sociale cohesie; · verduurzaming sociale huurwoningen en particuliere

voorraad; · focus op jongeren en senioren: allicht in vorm van een hofje. Bolnes (gevarieerde woningvoorraad, oude industrie langs rivier, kleine corporatiewoningen zijn populair maar zijn toe aan een impuls): · focus op herstructurering (relatief oude woningvoorraad); · rivieroever biedt kansen voor gemixt woonmilieu (al redelijk aanwezig); · transformatie van bedrijfspanden naar woningen voor jongeren en senioren; · groen als belangrijke buffer;

17 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities -

-

-

3.1.3

Rijsoord (jaren 60/70, eengezinswoningen in koopsector; hechte gemeenschap): · toevoeging betaalbare koopwoningen voor starters en senioren; · bestaande woningen aanpassen (zelfstandig thuis wonen); Slikkerveer (diverse woningvoorraad, redelijke kwaliteit, veel voorzieningen, saamhorig): · inzetten op levensloopbestendige wijk, variatie aan nieuwe woonvormen senioren; · woningen toevoegen in hogere prijsklassen; · herstructurering voortzetten; West (appartementen, groot aantal eenpersoonshuishoudens, vergrijzing, toestroom van nieuwe gezinnen leidt tot mix van culturen): · sociale verbanden versterken (wijkcentrum); · nieuwbouw voor vergroten variatie woonvormen; · aanpassing woningvoorraad, mogelijk herstructurering in de toekomst.

Economie en werkgelegenheid

Tabel 3.3 Economie en werkgelegenheid Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Economische visie Ridderkerk 2030 concept (2024)

Doel: Ridderkerk is een prettige gemeente om in te wonen, werken en recreëren. Het economisch beleid van de gemeente moet bijdragen aan brede welvaart in de gemeente. De economische visie wordt uitgewerkt aan de hand van het wensbeeld voor de economie van Ridderkerk in 2030. Het wensbeeld bestaat uit verschillende thema’s: Economische structuur: · de volgende structuren vormen in 2030 de ruggengraat van de Ridderkerkse economie: agrofood; industrie (mits er innovatie blijft plaatsvinden); bouwnijverheid; zakelijke dienstverlening; · om het verdienvermogen van bedrijven in de gemeente te vergroten is economische verbreding (differentiatie) nodig; · Ridderkerk zal in de toekomst een terreinquotiënt van 62 werkzame personen per ha op bedrijventerreinen gaan hanteren bij nieuwe vestigingsaanvragen. Autobedrijven worden hierbij lager geprioriteerd. Deze quotiënt is fors hoger dan het huidige gemiddelde (30/ha) en het gemiddelde van Zuid-Zuid-Holland (46/ha). Ondernemingsklimaat: · veiligheid: in 2030 dient de veiligheidsbeleving op werklocaties verbeterd te worden door meer inzet van boa’s en partners; · openbare ruimte: de visuele kwaliteit, biodiversiteit en vergroening van werklocaties moeten verbeterd worden; · bereikbaarheid: er moet op een andere manier naar parkeren gekeken worden om de parkeerdruk te verlagen. Ondernemers kunnen parkeerplekken onderling verdelen.

De gemeente kan parkeerzones invoeren; Ruimte voor ondernemen en werken: · de bestaande werkgelegenheid moet behouden worden, maar er moet zo veel mogelijk ruimte voor ondernemerschap worden geboden. Er moet in 2030 slimmer gebruik worden gemaakt van de bestaande ruimte (verdichting d.m.v. hoogbouw); · de gemeente wil een meer evenwichtige woon-werkbalans door jongeren en internationale medewerkers te binden aan de gemeente. Hiervoor moet meer woonruimte gerealiseerd worden; Gemeentelijke dienstverlening: · in 2030 kunnen boa’s meer zichtbaar zijn op de werklocaties in Ridderkerk en kan er meer worden gehandhaafd op vervuiling en ondermijning; Brede welvaart: · het stimuleren van ondernemers om bij te dragen aan het verenigingsleven of maatschappelijke initiatieven; · het stimuleren van ondernemers om te verduurzamen en klimaatadaptieve maatregelen te nemen; · het vergroenen van werklocaties.

18 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Strategie Werklocaties MRDH 2019-2030 (2018)

Tot 2040 groeit het inwoneraantal van de metropoolregio Rotterdam Den Haag met 400.000 mensen. Woonruimte en werk zijn daarmee grote uitdagingen in een gebied met beperkte vrije ruimte. De 21 gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den-Haag hebben daarom een regionale strategie voor bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel ontwikkeld en stellen een gemeenschappelijke aanpak op, zodat de economie en werkgelegenheid een impuls krijgen. Doel: het versterken van het economisch vestigingsklimaat door kwalitatief en kwantitatief te sturen op de voorraad voor 2030. Zo ontstaat er werkgelegenheidsgroei en arbeidskansen voor de economie van morgen én is er sprake van duurzaam ruimtegebruik. Er moeten goed bereikbare werklocaties, kennis(kapitaal) en een sterk vestigingsklimaat voor talent en bedrijven zijn. Ruimtelijke samenhang, clusterversterking en focus op locaties gelden als uitgangspunten. De strategie omvat ambities voor drie domeinen van werklocaties: Kantorenlocaties: · kwalitatieve versterking en diversiteit; · kwantitatieve optimalisatie door transformeren, verdunnen en verlagen, vooral op snelweglocaties en OV-knooppunten; · lokale en speciale kantorenlocaties, in woonwijken en op bedrijventerreinen. Speciale kantorenlocaties zijn: havens, veiling, luchthaven; · verduurzaming kantorenvoorraad; Bedrijventerreinen: de uitgangspunten zijn verouderd.

Een herziening is opgenomen in het beleidsstuk ‘Strategie Bedrijventerreinen MRDH 2023-2030’ (zie volgende cel); Detailhandel: · behouden van de hoofdstructuur; · versterken van middelgrote winkelgebieden, hierbij dient rekening te worden gehouden met krimp, kwaliteitsverhoging, concentratie en transformatie; · beperkingen aan internetafhaalpunten; · uitzonderingen voor het ontwikkelen van nieuwe winkelgebieden; · toekomstbestendige perifere detailhandellocaties [PDV’s];

Strategie Bedrijventerreinen MRDH 2023-2030 (2023)

Dit beleidsstuk is een actualisatie van specifiek het gedeelte uit de ‘Strategie Werklocaties’ (2018) dat over het onderdeel bedrijventerreinen gaat. Doel: duurzame balans van vraag en aanbod, ruimte voor groei van bedrijven, clusterversterking ondersteunen, samenhang met verstedelijkingsopgave. Het fundament onder deze doelstelling wordt gevormd door de volgende basisprincipes: stimuleren dat het juiste bedrijf zich op de juiste plek vestigt. Zo ontstaan er korte ketens en regionale waardeketens; sturen op marktevenwicht: zorgen voor voldoende ruimte om te werken, te ondernemen en te innoveren; behouden en doorontwikkelen van een veerkrachtig en robuust vestigingsklimaat en bijbehorende economische structuur, met sterke en toekomstbestendige bedrijfsclusters; ruimte bieden aan de keten van startups en scale-ups; oog voor de kwaliteit van bestaande terreinen; verduurzaming van bedrijventerreinen. De belangrijkste regionale afspraken in deze bedrijventerreinenstrategie zijn: geef uitvoering en invulling aan een selectief vestigingsbeleid; zet actief in op het beter benutten en een kwaliteitsimpuls van bestaande terreinen; regionale afstemming bij transformatieplannen, met behulp van de compensatiewijzer. Voor de hoge milieucategorie [HMC] - ook aanwezig in Ridderkerk - en watergebonden bedrijventerreinen specifiek geldt dat die beter benut en (beperkt) ontwikkeld moeten worden.

Er moeten HMC-uitbreidingslocaties nabij het stedelijk weefsel gezocht worden. Voor de innovatieve maakindustrie moeten geschikte locaties nabij steden gevonden worden.

19 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

3.1.4

Recreatie en toerisme

Tabel 3.4 Recreatie en toerisme Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Waalvisie: visie voor de Waal voor de gemeente Barendrecht, HendrikIdo-Ambacht, Ridderkerk en Zwijndrecht (2016)

De Waal is een uniek stukje van IJsselmonde, met een rijke historie en bijzondere kwaliteiten. Steeds meer oevers zijn bebouwd, waardoor de plekken waar de Waal en haar oevers beleefd kunnen worden, schaarser worden. Het doel van de visie is om de charmes zichtbaar en beleefbaar te maken voor recreant en voorbijganger, en beter aan te laten sluiten op het bestaande recreatieve netwerk. Uitgangspunt: bij ruimtelijke ingrepen wordt rekening gehouden met de kenmerken van het Waallandschap, de ontwikkelgeschiedenis, schaal, maat, functionaliteit, ruimtelijke opbouw, samenhang en verschijningsvorm met de directe omgeving en inpassing in de wijdere omgeving. Er zijn zes opgaven benoemd: 1 vertier en waterplezier zonder dat dit ten koste gaat van de huidige kwaliteiten en het woongenot; 2 onbezorgd wandelen en fietsen: verkeersveiligheid; 3 gastvrije Waaloevers: beleefbaar maken van de oevers en bestaande zichtvensters behouden; 4 verhaal van de Waal: zichtbaar en herkenbaar maken van de geschiedenis; 5 natuurparel de Waal: balans tussen natuur en recreatie; 6 natuur als leermeester: natuureducatie (zoals informatiecentrum, vogelkijkscherm en natuurlijke speelplek). In de visie worden acht sleutelplekken benoemd. Dit zijn locaties waar het beleefbaar maken van de Waal kan bijdragen aan de samenhang van het gebied en de realisatie van de kernopgaven.

Twee van deze sleutelplekken liggen in gemeente Ridderkerk (sleutelplek 5 en 6, reeds gerealiseerd). Op sleutelplek 5 (Rijsoord) wordt gedacht aan een bezoekerscentrum en voorbeelden van vlas/graan en educatieve paden. Daarnaast kan dit fungeren als toeristisch overstappunt (TOP). Op sleutelplek 6 (De Nes) wordt gedacht aan extensieve natuur- en landschapsbeleving, waar het agrarische karakter van de Nes wordt gehandhaafd maar deze wel toegankelijker wordt gemaakt door wandelpaden. Ook kan een vaarverbinding worden aangebracht.

3.1.5

Mobiliteit

Tabel 3.5 Mobiliteit Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Mobiliteitsplan Ridderkerk (2020)

- Missie: de gemeente Ridderkerk en haar inwoners streven ernaar om van hun woonplaats een plek te maken waarin iedereen in staat is om actief deel te nemen aan de samenleving in Ridderkerk en de regio. Ridderkerk is een gemeente die gericht is op de toekomst en waarin duurzame en gezonde mobiliteit prioriteit heeft en krijgt. Ridderkerk richt de blik naar buiten en zorgt voor uitstekende verbindingen met Rotterdam, de Drechtsteden en de regio. De voorwaarden van deze verbindingen zijn het werken aan verbetering van luchtkwaliteit, het beperken van overlast en het streven naar nul dodelijke verkeersslachtoffers; - Visie: minder afhankelijk worden van de auto, de voetganger en fietser komen in beleid en inrichting op de eerste plaats. Door duurzame, efficiënte en actieve mobiliteit ontstaat er meer ruimte voor inwoners om actief te bewegen een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting. Drie thema’s staan hierbij centraal: · actief verbinden (barrièrewerking tegengaan); · efficiënt vervoeren (b.v. P&R); · duurzaam vergroenen (b.v. recreatieve verbindingen).

20 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

(Bron: Mobiliteitsplan Ridderkerk 2020, Mobycon)

Nota parkeernormen (2024)

- de Nota parkeernormen 2024 is een belangrijk instrument om in ruimtelijke ontwikkelingen vraag en aanbod van auto- en fietsparkeerplaatsen met elkaar in evenwicht te brengen en te houden. Dit draagt bij aan een goed bereikbare, gezonde, inclusieve, duurzame en leefbare openbare ruimte. In de nota staan zowel auto- als fietsparkeernormen; - deze nota biedt de mogelijkheid tot het toepassen van een reductie op de autoparkeernormen als een ruimtelijke ontwikkeling is gelegen nabij een halte voor hoogwaardig openbaar vervoer en/of als deelauto’s worden aangeboden; - doel is om te voldoen aan de parkeerbehoefte van de nieuwe functies en te voorkomen dat de openbare ruimte onevenredig wordt belast met geparkeerde auto’s. Op die manier de leefbaarheid voor zowel de nieuwe gebruikers als de bestaande omwonenden waarborgen;

HOV-verdiepingsstudie Ridderkerk (2021)

- de MRDH, RET en gemeente Ridderkerk zijn samen voornemens om te komen tot realisatie van een HOV-verbinding tussen Ridderkerk en Rotterdam. Er is een voorkeursnetwerk en een voorkeurstracé vastgesteld. Dit tracé moet uitgewerkt worden, zodat partijen een bestuursovereenkomst kunnen afsluiten; - centrale opgaven zijn, binnen de bebouwde kom: · verkeersveilig herinrichten van de kruispunten en rotonden die binnen de gemeentelijke grenzen van het voorkeurstracé liggen (inclusief aandacht voor doorstroming en veiligheid van het verkeer op toeleidende wegen)’; · delen van het tracé waar een busbaan of andere doorstromingsmaatregelen nodig zijn (zoals voorrangskruisingen); · viaduct over de A16; · de haltes en de toegankelijkheid.

3.1.6

Water, bodem en milieu

Tabel 3.6 Water, bodem en milieu Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Visie externe veiligheid Gemeente Ridderkerk (2011)

Ridderkerk hanteert de volgende ambities wat betreft externe veiligheid: - Ridderkerk is en blijft zo veilig mogelijk voor risico’s van gevaarlijke stoffen. Dit wordt als volgt bereikt: · waar mogelijk het advies van de VRR (Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond) opvolgen bij ruimtelijke ontwikkelingen; · als dit niet mogelijk is dan wordt de MAL Groepsrisico toegepast. Dit is een beleidsinstrument waarmee een bewuste bestuurlijke verantwoording van het groepsrisico kan worden gemaakt; - nieuwe risicobronnen worden in principe geweerd uit de gemeente, uitgezonderd op bedrijventerreinen mits aan concrete voorwaarden wordt voldaan; - streven naar uitplaatsing van de risicobronnen uit de woonomgeving (tankstations); - de gemeente brengt de beheersbaarheid op orde (inzet hulpdiensten, bereikbaarheid etc.); - aanpassen route gevaarlijke stoffen als ruimtelijke ontwikkelingen daar aanleiding toe geven; - voor risicocommunicatie wordt aangesloten bij de landelijke overheidscampagnes; - het plaatsgebonden risico (kans op overlijden door op een plek te verblijven) mag max. 10^-6/ jaar zijn (dit betreft de wettelijke grenswaarde).

21 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Programma Stedelijk Water Ridderkerk 2023 2027 (2023)

Het belangrijkste aandachtspunt voor de komende periode is klimaatadaptatie. Een aantal richtlijnen om klimaatadaptief te zijn in de toekomst, zijn: bij nieuwbouwontwikkelingen wordt het convenant klimaatadaptief bouwen gevolgd en moet tenminste 50 mm neerslag tijdelijk vastgehouden kunnen worden; bij reconstructies is het streven minimaal 20 mm berging te realiseren; bij ontwerp van een nieuw rioolstelsel wordt getoetst met zwaardere buien en moet een ruime berging aanwezig zijn in de openbare ruimte, zodat overlast in woningen en winkels wordt voorkomen. In de toekomst wordt er wijkgericht gewerkt aan meer groen.

Gemeente Ridderkerk – Programma Geluid & Lucht 2025 - 2029 concept (2024)

Geluid: de gemeente Ridderkerk streeft een goed woon- en leefklimaat na voor haar inwoners. Minder geluid is beter voor de gezondheid. De plandrempel voor wegverkeer wordt met het programma verlaagd tot 61 dB Lden. Dit is een verlaging ten opzichte van de oude plandrempel, deze betrof voor wegverkeer 63 dB Lden. De plandrempel voor industrie en railverkeer betreft ook 61 dB Lden. De oude plandrempel voor de gecumuleerde geluidsbelasting betrof 65 Lden, dit wordt 63 Lden. De ambitiewaarde van gecumuleerde geluidbelasting is vastgesteld op 59 dB Lden gemiddeld per jaar, dat blijft gelijk aan de vorige ambitiewaarde. Daarnaast wordt er een plandrempel voor de nacht ingesteld. Deze plandrempel is 55 Lden. Lucht: het is ongewenst dat gevoelige bestemmingen (zoals scholen en kinderdagverblijven) zich vestigen binnen 150 meter van de rijkswegen en 25 meter van de drukke lokale wegen. Qua luchtvervuiling is het doel aan de volgende WHO-interimwaarden voor luchtvervuiling te voldoen: NO2: 20 microgram/m3 (gemiddeld per jaar); PM10: 20 microgram/m3 (gemiddeld per jaar); PM2.5: 10 microgram/m3 (gemiddeld per jaar).

Overige maatregelen die Ridderkerk neemt om de luchtkwaliteit te verbeteren, in lijn met het Schone Lucht Akkoord (SLA): mobiliteit: reductie van gezondheidseffecten wegverkeer van 70 % in 2030; mobiele werktuigen: reductie van gezondheidseffecten mobiele werktuigen van 70 % in 2030. Indien mogelijk gaat Ridderkerk voor zero emissie in alle aanbestedingen voor mobiele werktuigen met als doel in 2030 volledig emissievrij te werken; industrie: ontkoppelen uitstoot en groei; hout stook: dalende trend van emissies naar de lucht ten opzichte van 2016 realiseren; binnenvaart en havens: streven naar duurzame binnenhavens en een zero-emissie binnenhaven in 2035; internationaal luchtbeleid: meedenken in internationale werkgroepen; participatie: deelnemen aan jongerentop, gebruik maken van citizen science, bewoners informeren.

Regionale Nota Bodembeheer gemeenten Barendrecht en Ridderkerk (2014)

De hoofdregel van het Besluit bodemkwaliteit is dat grond afkomstig van een bepaalde locatie elders toegepast mag worden als de kwaliteit ervan gelijk of beter is dan de ontvangende grond en de kwaliteit minstens overeenkomt met de functie. De hoofdregel van de Nota Bodembeheer is dat hergebruik van grond binnen de gemeenten is toegestaan zonder voorafgaand onderzoek mits: de locatie waar grond vrijkomt onverdacht is; de kwaliteit van grond die vrijkomt voldoet aan de toepassingseis (zie grondstromenmatrix); de toepassing is gemeld bij www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Daarbij zijn er nog een aantal gebied specifieke regels: de functie van de zone is leidend voor de grond die er mag worden toegepast. Dit geldt voor de grond afkomstig van binnen het beheergebied van de kaart. Grond van buiten het beheergebied dient te voldoen aan de generieke toepassingseis zoals weergeven op de toepassingskaart; voor het toepassen van grond in de ondergrond (0,5 tot 2 meter onder maaiveld) wordt gekozen voor de ruimste klasse (bodemfunctie of bodemkwaliteit) die binnen de betreffende zone van toepassing is; voor bepaalde zones gelden specifieke regels. Waterbodemkwaliteitskaart: baggerspecie uit watergangen mag over de aangrenzende percelen worden verspreid mits de kwaliteit van deze baggerspecie voldoende is. Dit valt onder het generieke kader voor verspreiden.

Gebied specifiek beleid voor baggerspecie is niet opgesteld.

22 | 42

Witteveen+Bos | 141592/24-008.832 | Definitief 02

Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

(Bron: Regionale Nota Bodembeheer - gemeenten Barendrecht en Ridderkerk (2014))

3.1.7

Landschap, archeologie en erfgoed

Tabel 3.7 Landschap, archeologie en erfgoed Beleidsstuk

Kaderstellende ambities

Cultuurhistorische waardenkaart

Gemeente Ridderkerk beschikt over cultuurhistorische waardenkaarten voor de volgende gebieden: woongebieden; centrum; buitengebied

Het betreft hier een samenvoeging van de algemene uitspraken voor gemeente Ridderkerk uit de waardenkaarten voor de woongebieden, centrum en het buitengebied Gezamenlijk beslaan zij het gehele grondgebied van gemeente Ridderkerk.

De waardering van cultuurhistorische elementen geschiedt op basis van de volgende criteria: ontstaansgeschiedenis: herkomst, relatie met historische gebeurtenissen, betekenis voor de kennis over het verleden; samenhang en context: ensemblewaarde, relatie met omgeving zowel fysiek als functioneel; zichtbaarheid: beleefbaarheid en invloed op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; zeldzaamheid: hoe uniek is het: lokaal, regionaal, nationaal; representativiteit: is het een voorbeeldig exemplaar van een type; conservering: technische kwaliteit, staat van onderhoud; gaafheid: oorspronkelijkheid, mate van verminking. De totaalwaardering van elk element resulteert in de waarde ‘redelijk hoog’ (1 of 2 criteria), ‘hoog’ (3 of 4 criteria) of ‘zeer hoog’ (meer dan 4 criteria). Onder de Omgevingswet geldt dat voor de toekenning van de functie ‘gemeentelijk monument’ of monumenten met een ander beschermingsregime, zoals ‘cultuurhistorisch waardevol object’ of ‘beeldbepalend pand’, ook regels moeten worden opgenomen ter voorkoming van aantastingen in de omgeving die ‘monumenten’ ontsieren of beschadigen. Op deze wijze kan ook door bescherming van de omgeving van monumenten een bijdrage worden geleverd aan de kwaliteit en betekenis van het monument zelf. Het omgevingsplan biedt ook mogelijkheden om stads- en dorpsgezichten aan te wijzen, evenals (delen van) cultuurlandschappen.

Hiermee kunnen grotere ruimtelijke structuren (historische linten, stedenbouwkundige ensembles) beschermd worden.

Cultuurhistorische waardenkaart woongebieden (2017)

In het onderzoeksgebied hebben 23 landschappelijke en stedenbouwkundige structuren en 89 cultuurhistorisch waardevolle objecten/ensembles van objecten een cultuurhistorische waardering gekregen. Er zijn ook 16 Rijksmonumenten en 5 gemeentelijke monumenten.

Cultuurhistorische waardenkaart centrum (2016)

In het onderzoeksgebied hebben 12 landschappelijke en stedenbouwkundige structuren en 46 cultuurhistorisch waardevolle panden/ensembles van panden een cultuurhistorische waardering gekregen. Er zijn ook 21 Rijksmonumenten en 6 gemeentelijke monumenten.

Cultuurhistorische waardenkaart buitengebied (2022)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1123/documents/38495