Bijlage 5 - Omgevingseffectrapport.pdf
Tekst van het document
goed
5.2.2
Gezondheid en sociaal domein
In tabel 5.3 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema gezondheid en sociaal domein.
Tabel 5.3 Beoordeling van het thema gezondheid en sociaal domein in de referentiesituatie Huidige Staat 2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Gezonde leefstijl
redelijk
de gemeente wil een gezonde leefstijl bevorderen door wandelen en fietsen aantrekkelijker te maken en roken in openbare ruimte en maatschappelijke voorzieningen uit te bannen. Tegelijkertijd ontwikkelen trends op gebied van minder bewegen, overgewicht en drugsgebruik zich ongunstig. Er zijn ontwikkelingen op de Landerijen van Rijsoord om het landschap beweegvriendelijker te maken voor mensen van Rijsoord
redelijk
Sociaaleconomische positie
goed
de welvaart in Ridderkerk neemt toe door een netto groei van 357 woningen en een verbreding van de economie. De economie is verbreed door meer banen te creëren in onder andere de zakelijke dienstverlening waardoor mensen met een hoog opleidingsniveau ook in Ridderkerk kunnen werken. De gemeente investeert in kansengelijkheid, inclusieve mobiliteit en voorkomen van schulden en armoede onder bewoners
goed
Sociale cohesie
goed
de gemeente bevordert sociale netwerken en (culturele) activiteiten, en het verbeteren en diversifiëren van ontmoetingsplekken voor alle leeftijden. Door toenemende mate van digitale informatievoorziening is het belangrijk dat groepen die digitaal minder vaardig zijn toegang blijven houden tot netwerken en activiteiten. Als gevolg van trends zoals digitalisering, vergrijzing, individualisering en thuis werken neemt eenzaamheid in Ridderkerk naar verwachting toe
redelijk
49 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
Huidige Staat 2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Gezondheidsbescherming
slecht
de gemeente toont initiatief om geluidshinder en lichtemissie te verminderen. Er is minder glastuinbouw en de maximum snelheid is op een aantal plekken verminderd. De rijkswegen zijn de belangrijkste bron voor geluidshinder en uitstoot van schadelijke stoffen. Er zijn hoogbelaste locaties/woningen langs (rijks)wegen
slecht
Omgevingsveiligheid (extern en sociaal)
redelijk
er is risico op een toename van externe veiligheidsrisico’s door onder andere toename personendichtheid en de reservering van waterstofbuisleidingen nabij kwetsbare objecten. De energietransitie zorgt daarmee tot een toename van risicobronnen. In de dichtbevolkte gebieden kunnen veiligheidsrisico's verhoogd zijn, wat vraagt om zorgvuldige planning en strikte veiligheidsmaatregelen. De gemeente heeft al de Visie Externe Veiligheid en past specifieke wet- en regelgeving toe om de risico’s te beperken. Voor elke activiteit zal worden beoordeeld of de activiteit kan plaatsvinden en welke maatregelen getroffen moeten worden
redelijk
er blijft een risico op aantasting van sociale omgevingsveiligheid door onder andere toenemend drugsgebruik, drugsoverlast, drugscriminaliteit en ondermijning vanwege onzekere nationale maatregelen. De gemeente zet wel in op bescherming kwetsbare groepen en goede samenwerking met politie in aanpak. De gemeente investeert ook in kansengelijkheid, inclusieve mobiliteit en voorkomen van schulden en armoede onder bewoners. De socio-economische posities van bewoners verbetert en daarmee vermindert ook de kwetsbaarheid
5.2.3
Mobiliteit
In tabel 5.4 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema mobiliteit.
Tabel 5.4 Beoordeling van het thema mobiliteit in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Bereikbaarheid (per modaliteit)
slecht
de gemeente investeert in OV, fiets en wandelroutes. Dit zorgt ervoor dat langzame vervoermiddelen aantrekkelijker zijn geworden. Hierdoor is een betere balans tussen het gemotoriseerde verkeer, het langzaam verkeer en het openbaar vervoer. De auto blijft nog steeds aantrekkelijk voor zowel korte als lange verplaatsingen omdat het wegennetwerk niet aangepast wordt (slechts nieuwe wegencategorisering door beleid 30 km tenzij)
redelijk
50 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen
redelijk
auto’s: Ridderkerk blijft bereikbaar met de auto. Ambitie is om minder auto’s in straatbeeld te hebben. Dit wordt niet gehaald voor de gehele gemeente. Lokaal is de auto minder dominant in het straatbeeld. Door het verlagen van de parkeernormen bij nieuwe ontwikkelingen - transformatie ontwikkelingen, in het centrum en de schil, is de auto minder dominant in het straatbeeld. De oplaadinfrastructuur is volgens de laadvisie verder uitgebreid
redelijk
OV: de nieuwe Rnet busverbindingen zorgen voor kortere reistijden tussen Rotterdam en Ridderkerk met het OV. Haltes zijn toegankelijker voor fietsers en voetgangers (dit geldt ook voor mensen met een visuele beperking, mensen die gebruik maken van een loopmiddel en mensen met een kinderwagen). De waterbus is niet goed aangesloten op andere modaliteiten waardoor het gebruik gelijk blijft aan de huidige situatie. Vervoer op Maat zorgt voor inclusievere mobiliteit. De betaalbaarheid van OV blijft een aandachtspunt Fiets- en wandelroutes zijn aantrekkelijker gemaakt door het slechten van barrières (waaronder Rotterdamseweg). De metropolitane fietsroute Dordrecht - Rotterdam is in gebruik. Het is onzeker welke maatregelen getroffen worden om barrières te slechten. Parkeermogelijkheden voor fietsers zijn verruimd. Het aantal parkeerplaatsen voor fietsers en auto’s is meer in balans gebracht deelmobiliteit blijkt lastig implementeerbaar in Ridderkerk (Mobiliteit.nl, 2024). In de komende jaren werkt de gemeente Ridderkerk aan beleid voor deelmobiliteit mobiliteithubs: de reeferhub (parkeerplaatsen voor vrachtwagens) leidt tot betere voorzieningen van chauffeurs en concentreren van geparkeerde vrachtwagens. Het is onzeker of de refeerhub leidt tot minder vrachtwagenbewegingen in de kern en rondom het schil vanwege de bereikbaarheid.
Echter kunnen er door het ontbreken van beleid voor deelmobiliteit nog geen uitspraken gedaan worden over andere mobiliteitshubs Verkeersveiligheid (kans op ongevallen)
slecht
de gemeente heeft geïnvesteerd in een risicogestuurde aanpak waardoor het aantal verkeersongelukken is gedaald. Zo is de wegencategorisering aangepast en zijn veiligheidsknelpunten in het fietsnetwerk aangepakt. In de afgelopen jaren zijn 20 risicovolle locaties onderzocht en daar waar nodig maatregelen getroffen. Er wordt proactief ingezet op verkeerseducatie voor zowel jongeren als ouderen. Om de verkeersslachtoffers onder oudere fietsers terug te dringen is het programma doortrappen ingezet (Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid, Gemeente Ridderkerk 2021c)
51 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
redelijk
5.3
Groenblauwe Oase
5.3.1
Natuur
In tabel 5.5 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema natuur.
Tabel 5.5 Beoordeling van het thema natuur in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie(2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Beschermde natuurgebieden
redelijk
de biodiversiteit in de NNN-gebieden is ten opzichte van overige gebieden in de gemeente nog steeds hoog. De opgaven in de huidige situatie worden niet opgelost in de referentiesituatie. Natuur herstellen en ontwikkelen hangt samen met de uitvoering provinciale en nationaal beleid over bijvoorbeeld stikstof en waterkwaliteit. De natuurdoelen voor de broedvogels uit de vogelrichtlijn worden nog steeds niet gehaald in het nabijgelegen Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk. Daarnaast vormt stikstofdepositie voor veel van de Natura 2000gebieden binnen 25 km van het plangebied een knelpunt, zoals in de Biesbosch
redelijk
Soortbescherming en biodiversiteit
redelijk
de gemeente heeft geïnvesteerd in het verbinden en verbeteren van de kwaliteit van openbaar groen waardoor soortenbescherming en de biodiversiteit is versterkt. Dit leidt tot diverse en samenhangende natuur. De toegankelijkheid voor recreanten in natuurgebieden blijft een aandachtspunt
redelijk
5.3.2
Landschap en cultuurhistorie
In tabel 5.6 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema landschap en cultuurhistorie.
Tabel 5.6 Beoordeling van het thema landschap en cultuurhistorie in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Landschap (landschappelijke structuren/elementen en landschappelijk gebruik (historische geografie))
redelijk
landschap wijzigt beperkt in de verhouding rood en groen omdat woningbouw zo veel mogelijk is ingebreid en agrarische gronden behouden zijn. Wel is de groene kraag versterkt en de oevers van de rivieren meer beleefbaar
redelijk
Cultuurhistorie en erfgoed (historische bouwkunde)
redelijk
de gemeente heeft geïnvesteerd in het leefbaar maken van industrieel erfgoed. Er is geen plan voor bescherming van erfgoed in transformatiegebieden
redelijk
Archeologie
goed
Ridderkerk is rijk aan archeologische waardevolle gebieden. In de referentiesituatie komen er geen ontwikkelingen voor die de archeologische waardevolle gebieden aantasten. Archeologische vondsten moeten gemeld worden vanuit wetgeving
goed
52 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
5.3.3
Water, bodem en klimaat(adaptatie)
In tabel 5.7 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema bodem en klimaatadaptatie.
Tabel 5.7 Beoordeling van het thema bodem en klimaatadaptatie in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Bodem
redelijk
bodemverontreinigingen worden verder beheerst en/of gesaneerd bij ruimtelijke ontwikkelingen. De uitwerking van bodem en watersturend blijft een aandachtspunt vanwege eerder gemaakte keuzes (bodemdaling bij oudere woningen)
redelijk
Waterkwaliteit en duurzame watervoorziening
slecht
er is landelijk beleid om de kwaliteit van (grond- en oppervlakte)water (KRW) te verbeteren en de duurzaam gebruik van drinkwater te vergroten. De effecten van dit beleid zijn echter nog onvoldoende zeker.
slecht
Microklimaat
redelijk
de gemeente investeert in preventie van hittestress door het creëren van bijvoorbeeld schaduwrijke zit- en speelplekken in openbare ruimten en de vergroening van onder andere bedrijventerreinen. Echter, door klimaatverandering (langere periodes van hitte) in combinatie met vergrijzing (meer kwetsbare personen) nemen de risico’s van hittestress toe
redelijk
Wateroverlast en droogte
redelijk
de gemeente heeft geïnvesteerd in waterrobuustheid door dijken aan landelijke normen te laten voldoen ondersteunend aan het Waterschap. Het verhogen en verbreden van dijken vermindert overstroming in risicogebieden. De gemeente heeft geïnvesteerd in klimaatadaptatie door ondernemers en inwoners te stimuleren verharde gebieden te vergroenen op bedrijventerreinen en in tuinen. In het Programma Stedelijk Water (2023-2027) staat dat bij reconstructie 20 mm waterberging voor neerslag moet worden ingepast, en bij nieuwbouw 50 mm waterberging. Het is onzeker of de doelen om schade te voorkomen als gevolg van wateroverlast en droogte worden gehaald in de referentiesituatie, met name in Bolnes, Slikkerveer en Ridderkerk-Centrum. Door langere perioden van droogte ontstaat bodemdaling en verzilting. Het is onduidelijk of er voldoende concrete maatregelen zijn uitgevoerd in de referentiesituatie die de effecten hiervan kunnen mitigeren
slecht
53 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
5.3.4
Duurzaamheid
In tabel 5.8 is een beoordeling gegeven aan de referentiesituatie voor het thema duurzame energie en circulariteit.
Tabel 5.8 Beoordeling van het thema duurzame energie en circulariteit in de referentiesituatie Huidige staat (2024)
Referentiesituatie (2050)
Aspect
Beoordeling
Toelichting
Beoordeling
Duurzame energie(opwekking) /duurzaamheid energieverbruik
slecht
er wordt ingezet op het verminderen van de energievraag door het verduurzamen van vastgoed (gemeentelijke woningen en gebouwen, onderwijsgebouwen, bedrijventerreinen en kantoorvoorraad) en het overstappen naar hernieuwbare energiebronnen zoals zonnepanelen op daken. Windturbines en grootschalige zonnevelden zijn niet gewenst in Ridderkerk. Dit leidt tot een ongebalanceerde energieopwek jaarrond
slecht
de elektriciteitsvraag neemt toe door toename van elektrische auto’s en elektrificeren van de warmtevraag. Bij ontwikkelingen moet de beperkte capaciteit van het Nederlandse stroomnet meegenomen worden. De uitbreiding van het energienetwerk vraagt om meer transformatorstations en mogelijk buurtbatterijen in de wijk in 2030 moeten de eerste wijken van aardgas af zijn. Het is onzeker welke warmtetechnieken in welke buurten worden gerealiseerd. De warmtetransitie is onduidelijk Materiaal
slecht
de ontwikkeling op het gebied van circulariteit is hoogst onzeker en afhankelijk van nationaal beleid op gebied van bijvoorbeeld verpakkingen waardoor de hoeveelheid restafval per inwoner zou dalen. De gemeente wil alleen vergunningen afgeven voor circulaire bouw. Ook stimuleren ze hergebruik van grond de ligging bij Rotterdam, het haven- en industrieterrein en diverse spoorlijnen biedt mogelijkheden voor het ontwikkelen van korte ketens en regionale waardeketens en kringlopen. Grondstoffendepots en de duurzame energievraag nodig voor hergebruik blijven aandachtspunten
54 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
slecht
6 OMGEVINGSEFFECTEN VAN DE SCENARIO’S 6.1
Kloppend hart
6.1.1
Economie
Werkgelegenheid Scenario 1 In dit scenario wordt ingezet op het versterken van de werkgelegenheid in Ridderkerk door een vestigingsklimaat voor duurzame maakindustrie te creëren, met de nadruk op de productie van bio-based bouwmaterialen en een circulaire hub voor recycling. Het vestigingsklimaat wordt vooral versterkt op bedrijventerreinen in Donkersloot, Verenambacht, Nieuw Reijerwaard en Cornelisland. De teelt van biobased materialen vindt plaats in het buitengebied (Zie visiekaart, Afbeelding 7.1). Deze maatregel zou vooral banen creëren voor laag- en middelbaar opgeleiden met technische vaardigheden, wat goed aansluit bij het opleidingsniveau van de lokale bevolking. Dit zorgt voor een positief effect op de werkgelegenheid. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - inclusiviteit van hoogopgeleiden: speciale aandacht is nodig om ervoor te zorgen dat hoogopgeleide inwoners ook profiteren van de nieuwe werkgelegenheid; - duurzame economische groei: er moet worden gezorgd voor een evenwichtige groei, waarbij omgevingseffecten worden geminimaliseerd en lange termijn duurzaamheid wordt gewaarborgd. De ingrepen van dit scenario sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op de economische verbreding van Ridderkerk, het ondersteunen van mensen met een uitkering in het vinden van werk en het ontwikkelen van hogere milieugebruiksruimte-bedrijven(terreinen).
Gezamenlijk zorgen de ingrepen ervoor dat er in dit scenario een hoge potentie is om de doelen te halen op het gebied van werkgelegenheid. Scenario 2 In dit scenario wordt ingezet op het creëren van een vestigingsklimaat op het gebied van technologie, innovatie en ICT in Ridderkerk. Deze sectoren brengen meer diversiteit in het lokale bedrijfsleven, met ruimte voor start-ups en woon-werkfuncties. In Donkersloot is er ruimte voor transformatie van het bedrijventerrein. In Centrum-Oost en het bedrijventerrein van Trelleborg is er ruimte voor start-ups en gemengde woonwerkgebieden (Zie kaart van scenario 2 in Afbeelding 6.2). Het kenniscluster in Reijerwaard sluit goed aan bij het opleidingsniveau van de inwoners van Ridderkerk, wat leidt tot een hogere arbeidsdeelname en verbeterde baankansen. Dit zorgt voor een positief effect op de werkgelegenheid. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - opleidingsprogramma’s: het is essentieel om passende opleidingen en trainingen te ontwikkelen die aansluiten bij de vraag in de technologie- en ICT-sectoren; - integratie van woon-werk functies: zorg voor een goede infrastructuur en faciliteiten om de integratie van woon-werk functies te bevorderen, zodat deze aantrekkelijk en duurzaam zijn voor inwoners en bedrijven. De ingreep in dit scenario sluit aan bij het gemeentelijke doel dat focust op een economische verbreding binnen Ridderkerk.
In dit scenario is er een hoge potentie voor Ridderkerk om de doelen op het gebied van werkgelegenheid te behalen.
55 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
Vestigingsklimaat Scenario 1 In dit scenario worden alle bestaande bedrijventerrein in Ridderkerk behouden met een monofunctionele inrichting, gericht op bedrijfsfuncties. Deze aanpak leidt tot een neutraal effect op de betaalbaarheid, functiemenging, en de voorraad binnen het vestigingsklimaat. De focus blijft op traditionele bedrijfsactiviteiten zonder integratie van andere functies, zoals wonen of recreëren. Hierdoor blijft de flexibiliteit van het gebied beperkt, wat geen grote verandering brengt in het vestigingsklimaat ten opzichte van de referentiesituatie. De aandachtspunten voor dit scenario zijn: - flexibiliteit voor toekomstige veranderingen: het behoud van een monofunctionele inrichting kan de flexibiliteit beperken om in te spelen op toekomstige trends of behoeften, zoals de groeiende vraag naar gemengde werk- en woonruimtes; - beperkte innovatie en diversificatie: een monofunctionele inrichting kan leiden tot minder mogelijkheden voor innovatieve bedrijvigheid en diversificatie, wat de economische veerkracht van Ridderkerk kan beïnvloeden. De circulaire maakindustrie zou wel kunnen helpen om de veerkracht hoog te houden; - verkeers- en infrastructuurdruk: het handhaven van bedrijfsfuncties zonder functiemenging en toename van woningen kan leiden tot verkeersdrukte in piekuren, waardoor de belasting op de infrastructuur toeneemt.
De ingrepen in dit scenario zorgen ervoor dat Ridderkerk beperkte potentie heeft om de doelen op het gebied van vestigingsklimaat te behalen. Scenario 2 De transformatie van bestaande bedrijventerreinen naar een werklocatie met gemengde functies (wonen/werken) in Ridderkerk heeft een positief effect op het vestigingsklimaat. Het biedt flexibiliteit voor bedrijven en maakt de gemeente aantrekkelijker voor kennisintensieve sectoren, zoals technologie en startups. Dit kan de diversiteit van de lokale economie vergroten. Echter, de focus op banen voor hoogopgeleiden sluit niet volledig aan bij het huidige opleidingsniveau van de lokale bevolking, wat betekent dat er ook werknemers van buiten Ridderkerk aangetrokken kunnen worden.
Aandachtspunten in dit scenario zijn: - inclusieve werkgelegenheid: het is belangrijk om opleidings- en omscholingsprogramma's te ontwikkelen die de lokale bevolking in staat stellen om te profiteren van de nieuwe werkgelegenheid; - woon-werkbalans: zorg voor voldoende woongelegenheden en voorzieningen in de gemengde gebieden om een evenwichtige ontwikkeling van werk- en woonfuncties te bevorderen; - integratie en sociale cohesie: het aantrekken van externe werknemers kan de sociale dynamiek beïnvloeden; het is belangrijk om integratie en cohesie binnen de gemeenschap te bevorderen; - zorg voor realisatie van een goed woon-, werk- en leefklimaat bij functiemenging. De ingrepen in dit scenario zorgen ervoor dat Ridderkerk een hoge potentie heeft om de doelen op het gebied van vestigingsklimaat te behalen. Landbouw Scenario 1 In dit scenario wordt ingezet op het behoud en de verduurzaming van het landbouwareaal in Ridderkerk. Door te focussen op horizontale, natuurinclusieve voedselproductie, krijgen huidige boeren de mogelijkheid om hun land op een duurzame manier te blijven gebruiken. Dit draagt bij aan het behoud van het landbouwareaal en maakt boeren toekomstbestendig, waardoor er minder druk is om te stoppen met boeren.
Daarnaast wordt het agrarisch gebied en het glastuinbouwconcentratiegebied behouden, wat verdere krimp van het landbouwareaal door andere ruimteclaims voorkomt, hoewel de landbouwsector waarschijnlijk kleiner wordt door de afnemende economische rol. Door nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven toe te staan, krijgen boeren extra inkomensbronnen, wat hen helpt om hun bedrijf voort te zetten en bijdraagt aan het behoud van het landbouwareaal.
56 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
De aandachtspunten voor dit scenario zijn: - economische duurzaamheid: zorg voor ondersteuning en financiering om natuurinclusieve landbouw en nevenactiviteiten economisch rendabel te maken; - balans tussen ruimteclaims: er moet functiemenging plaatsvinden waarbij landbouw, natuur, recreatie en waterberging elkaar versterken; - opleiding en ondersteuning: boeren hebben toegang nodig tot opleidingen en technische ondersteuning om te kunnen overstappen op natuurinclusieve praktijken en nevenactiviteiten succesvol te ontwikkelen. De ingrepen in dit scenario sluiten aan bij het gemeentelijke doel om agrarische gronden zoveel mogelijk hun functie te laten behouden. Er is in dit scenario een hogere potentie om de doelen te behalen vergeleken met de referentiesituatie, maar in totaal is er nog steeds maar een beperkte potentie om de doelen te behalen. Scenario 2 In dit scenario wordt ingezet op de invoering van verticale landbouw binnen het glastuinbouwconcentratiegebied in Ridderkerk. Deze innovatieve aanpak kan leiden tot efficiënter landgebruik, hogere opbrengsten, en economische voordelen, wat positief kan bijdragen aan het behoud van het landbouwareaal. Echter, de onzekerheid over de succesfactoren en financiering van deze transitie blijft een uitdaging.
Daarnaast wordt het agrarisch gebied en het glastuinbouwconcentratiegebied behouden, wat verdere krimp door andere ruimteclaims voorkomt, ondanks de verwachte afname van de landbouwsector door het verminderde economische belang. Vrijkomende agrarische bebouwing kan worden herbestemd of getransformeerd naar een woonfunctie, maatschappelijke of recreatieve functie. Hierbij is er geen sprake van agrarische werkzaamheden. Door geen nevenactiviteiten toe te staan bij agrarische bedrijven (combinatie van beide functies), kunnen boeren moeite hebben om financieel te overleven, wat kan leiden tot een verdere afname van het landbouwareaal. Aandachtspunten van dit scenario zijn: - financiering en ondersteuning: er is behoefte aan duidelijke financieringsmodellen en ondersteuning om de transitie naar verticale landbouw succesvol te maken; - economische diversificatie: het ontbreken van nevenactiviteiten kan de economische veerkracht van landbouwbedrijven verminderen; alternatieven moeten worden overwogen om boeren te ondersteunen; - balans tussen ruimteclaims: er moet een goede verhouding zijn tussen verticale landbouw en open gebieden voor natuur, recreatie en waterberging. De ingrepen in dit scenario sluiten aan bij het gemeentelijke doel om agrarische gronden zoveel mogelijk hun functie te laten behouden.
Er is in dit scenario een hogere potentie om de doelen te behalen vergeleken met de referentiesituatie, maar in totaal is er nog steeds maar een beperkte potentie om de doelen te behalen. Conclusie Onderstaande tabel geeft een samenvatting weer van de beoordeling van omgevingseffecten en doelbereik van beide scenario’s.
Tabel 6.1 Beoordeling van effecten van de scenario’s voor het thema economie Aspect
Referentiesituatie
Beoordeling doelbereik Scenario 1
Beoordeling omgevingseffecten Scenario 2
Scenario 1
Scenario 2
werkgelegenheid
redelijk
+
++
vestigingsklimaat
redelijk
0
+
landbouw
slecht
+
+
57 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
6.2
Sterke wijken - goed verbonden
6.2.1
Wonen en fysieke woonomgeving
Woningaanbod Scenario 1 In dit scenario worden 1.700 woningen toegevoegd in Ridderkerk, waarmee het huidige woningtekort van ongeveer 1.150 woningen wordt opgelost en ruimte wordt gecreëerd voor verdere groei. De toename in woningen biedt Ridderkerkers de mogelijkheid om een geschikte woning te vinden, wat een positief effect heeft op de omvang van de woningvoorraad ten opzichte van de referentiesituatie. Door geen flexwoningen toe te staan, wordt echter het risico gelopen dat de woningvoorraad niet volledig aansluit bij de vraag van starters, migranten en ouderen, wat een negatief effect kan hebben op het aanbod in bepaalde prijssegmenten. Het toestaan van collectieve bouw bevordert de beschikbaarheid van betaalbare woningen, vooral in het lagere en middensegment. Het focussen op enkel inbreiding en het toestaan van maximaal 6 bouwlagen zorgt voor een toename van meergezinswoningen (appartementen). Dit zorgt voor een diversificatie van het woningaanbod, wat gunstig is voor de woningmarkt. De meerderheid van het totale woningvoorraad blijft uit eengezinswoningen bestaan wat niet optimaal aansluit bij de vraag van starters, ouderen en arbeidsmigranten. Daarmee blijft Ridderkerk aantrekkelijk voor gezinnen.
De aandachtspunten van dit scenario zijn: - zorg ervoor dat het woningaanbod aansluit bij de vraag van verschillende doelgroepen, zoals starters, ouderen en migranten, door een mix van woningtypen en bouwvormen te overwegen die aan de behoeften van diverse bevolkingsgroepen voldoen; - bouw levensloopbestendig: dit houdt in dat woningen zo worden ontworpen dat ze geschikt zijn voor mensen in verschillende levensfasen, waarbij diverse typen bewoners (bijvoorbeeld jonge gezinnen, alleenstaanden, en ouderen) en gedeelde voorzieningen op gebouwniveau worden gestimuleerd om de betaalbaarheid en gebruiksvriendelijkheid te vergroten. In dit scenario is er een beperkte potentie om voldoende differentiatie te creëren in woningtypen. De woningvoorraad breidt wel uit met collectieve woonvormen en hoogbouw met maximum 6 bouwlagen, maar de toename is beperkt om de verhouding tussen eengezinswoningen en meergezinswoningen te veranderen. Daardoor blijft de meerderheid van het totale woningvoorraad uit eengezinswoningen bestaan. Daarnaast biedt dit scenario geen ruimte voor innovatieve woonvormen als gemengd wonen en flexwonen. De ingrepen in dit scenario sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op de uitbreiding van de woningvoorraad en op het versterken van de centrumfunctie door inbreiding.
Scenario 2 In dit scenario wordt het woningaanbod in Ridderkerk aanzienlijk uitgebreid door de toevoeging van meer dan 3.300 woningen, wat het huidige woningtekort van ongeveer 1.150 woningen ruimschoots oplost. Dit biedt ruimte voor verdere groei van de regio en voorziet in de behoeften van starters, ouderen en arbeidsmigranten, wat een zeer positief effect heeft op de omvang van de woningvoorraad ten opzichte van de referentiesituatie. Het toestaan van tijdelijke locaties voor flexwonen versterkt dit positieve effect door specifiek in te spelen op de vraag naar betaalbare woningen in het lagere en middensegment. Door zowel inbreiding als uitbreiding, waaronder uitleglocaties bij de rivieroevers en Nieuw-Reijerswaard, mogelijk te maken, ontstaat er een gevarieerd woningaanbod dat diverse prijssegmenten bedient. Dit biedt een positieve impuls aan de woningvoorraad. Het toestaan van meer dan 6 bouwlagen draagt verder bij aan ruimte efficiënte gebiedsontwikkeling en een significante toename van woningen, wat de beschikbare woonruimte maximaliseert. Het niet toestaan van collectieve bouw kan een negatief effect hebben doordat collectieve bouw betaalbare woningen en een diversificatie van het woningaanbod kan bevorderen.
Daarentegen heeft het stimuleren van gemengd wonen op gebouwniveau een positief effect, doordat het levensloopbestendige woningen creëert en de betaalbaarheid bevordert.
58 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
Tot slot speelt de toevoeging van meergezinswoningen goed in op de specifieke vraag van starters, ouderen en urban professionals, wat eveneens een positief effect heeft op het woningaanbod. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - ruimtebeheer: zorg voor een evenwichtige verdeling tussen inbreiding en uitbreiding om de ruimte efficiënt te benutten zonder afbreuk te doen aan groene gebieden; - collectieve bouw: overweeg de toepassing van collectieve bouw op meerdere locaties in Ridderkerk om een diverser woningaanbod te realiseren, vooral in het lagere en middensegment; - er gelden minder eisen voor flexwoningen zolang ze tot 10 jaar op een locatie geplaatst worden. Hierdoor kan op bouwkosten worden bespaard. Een gezonde leefomgeving is belangrijk, ook bij tijdelijke (flex)woningen die er maar 'kort' staan. Er komen vaak mensen uit kwetsbare groepen te wonen. In dit scenario is er een hoge potentie om voldoende en diverse woningvoorraad te creëren. De ingrepen in dit scenario sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op de uitbreiding van de woningvoorraad voor starters en ouderen door het toevoegen van meergezinswoningen en het toestaan van gemengd wonen.
Verder sluit het ook aan bij de doelen om te focussen op differentiatie in woningtypen, het bieden van innovatieve woonoplossingen en het zorgen dat inwoners zo lang mogelijk veilig thuis kunnen wonen in een vertrouwde omgeving. Voorzieningenaanbod (onderwijs en maatschappelijk vastgoed) Scenario 1 In dit scenario wordt ingezet op het decentraliseren van zorgcentra naar de wijken in Ridderkerk, wat leidt tot een beter afgestemd voorzieningenaanbod dat aansluit bij de specifieke behoeften van de lokale bevolking. Dit heeft een zeer positief effect op de omvang van het voorzieningenaanbod ten opzichte van de referentiesituatie. Daarnaast worden dagelijkse basisvoorzieningen geclusterd nabij de wijken, wat de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid vergroot, eveneens met een positief effect op het voorzieningenaanbod. Het behoud van onderwijsvoorzieningen draagt bij aan de stabiliteit van het lokale voorzieningenaanbod, wat de leefbaarheid en sociale cohesie ten goede komt.
Aandachtspunten van dit scenario zijn: - flexibiliteit en aanpassing: blijf flexibel in de aanpassing van voorzieningen naarmate de demografische samenstelling en behoeften van de bevolking veranderen; - bij decentralisatie van zorgvoorzieningen is het belangrijk om een gelijkwaardige kwaliteit van de verschillende zorgvoorzieningen per wijk te waarborgen en de samenwerking tussen verschillende zorgvoorzieningen te bevorderen. In dit scenario is er een hoge potentie om de gemeentelijke doelen te halen die focussen op het creëren van een goed ingerichte, toegankelijke woon- en leefomgeving met voldoende voorzieningen nabij, het clusteren van wijkvoorzieningen en het zorgen voor voldoende en adequate onderwijsgebouwen. Scenario 2 In dit scenario is het voorzieningenaanbod geconcentreerd in en rondom de kern van Ridderkerk. Het ontbreken van clustering van dagelijkse voorzieningen nabij de wijken kan leiden tot verminderde toegankelijkheid en een minder divers aanbod, wat de sociale cohesie en economische vitaliteit in de wijken negatief beïnvloedt. In dit scenario is zorg geconcentreerd in Ridderkerk, wat de efficiëntie en specialisatie van zorgdiensten kan verbeteren. Hoewel dit positief bijdraagt aan de kwaliteit van zorg, kan het de toegankelijkheid voor bepaalde bevolkingsgroepen verminderen en het voorzieningenaanbod in de wijken verzwakken.
Aan de andere kant zorgt de ontwikkeling van een kenniscluster bij Nieuw-Reijerwaard voor een aanzienlijke uitbreiding en diversificatie van het voorzieningenaanbod. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - toegankelijkheid: zorg dat het centraal zorgcentrum goed bereikbaar blijft voor alle inwoners, vooral voor kwetsbare groepen; - balans in voorzieningen: overweeg aanvullende maatregelen om het voorzieningenaanbod in de wijken te ondersteunen.
59 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
In scenario 2 is er een beperkte potentie om een evenwichtige spreiding van accommodaties te voorzien door centralisatie van voorzieningen. Wel draagt het scenario bij aan het gemeentelijke doel om het maatschappelijk vastgoed van de gemeente Ridderkerk te optimaliseren, gericht op het aanbieden van voldoende en kwalitatief goede accommodaties. Openbare ruimte (groen en recreatie) Scenario 1 In dit scenario wordt geïnvesteerd in zowel bestaand gebied via inprikkers vanuit de groene kraag als in het verbinden en doortrekken van de groene kraag naar het centrum. Deze dubbele aanpak zorgt voor behoud, verbetering en vermeerdering van bestaand groen. Dit gaat verder dan de referentiesituatie, die zich voornamelijk richt op het verbeteren van bestaand groen. Scenario 1 heeft een zeer positief effect op het groene en recreatieve aanbod in Ridderkerk.
Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - integratie en continuïteit: zorg voor een naadloze integratie van nieuwe en bestaande groene ruimtes om een samenhangend groen netwerk te creëren; - duurzaam beheer: plan voldoende middelen voor het onderhoud van zowel bestaand als nieuw groen, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele aangepaste aanpak voor de planning en ingezette middelen die ecologisch beheer vereist; - duurzaam onderhoud: plan voldoende middelen voor het onderhoud van zowel bestaand als nieuw groen; - toegankelijkheid en inclusiviteit: verzeker dat alle groene ruimtes toegankelijk zijn voor diverse bevolkingsgroepen, inclusief kwetsbare inwoners. In scenario 1 is er een hoge potentie om de doelen op het gebied van openbare ruimte te behalen. Het scenario focust zich op het creëren van een kwalitatieve, beweegvriendelijke en klimaatadaptieve openbare ruimte en het creëren van koele plekken voor recreatie. Scenario 2 In dit scenario wordt geïnvesteerd in openbare ruimte bij nieuwe ontwikkelingen, zoals de Boomgaard. Bestaand groen wordt behouden zoals in de referentiesituatie. Deze aanpak versterkt zowel nieuwe als bestaande groene ruimtes, wat bijdraagt aan een aantrekkelijker en duurzamer stedelijk milieu. Hierdoor heeft deze ingreep een positief effect ten opzichte van de referentiesituatie.
Aandachtspunten voor dit scenario zijn door de beperkte verschillen hetzelfde als in scenario 1. In scenario 2 is er een hoge potentie om de doelen op het gebied van openbare ruimte te behalen. Het scenario focust zich op het creëren van een kwalitatieve, beweegvriendelijke en klimaatadaptieve openbare ruimte en het creëren van koele plekken voor recreatie. Conclusie Onderstaande tabel geeft een samenvatting weer van de beoordeling van omgevingseffecten en doelbereik van beide scenario’s.
Tabel 6.2 Beoordeling van effecten op het wonen en de fysieke leefomgeving (zonder inzet van mitigerende maatregelen) Aspect
Referentie situatie
Beoordeling doelbereik Scenario 1
Beoordeling omgevings effecten Scenario 2
Scenario 1
Scenario 2
Woningaanbod
slecht
+
++
voorzieningenaanbod (onderwijs en maatschappelijk vastgoed)
redelijk
++
-
Openbare ruimte (recreatie en groen)
goed
++
+
60 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
Gezondheid en sociaal domein Gezonde leefstijl Scenario 1 Dit scenario heeft een positief effect op de gezonde leefstijl ten opzichte van de referentiesituatie. In scenario 1 wordt geïnvesteerd in het bevorderen van een gezonde leefstijl voor de inwoners van Ridderkerk door schaduwplekken aan te leggen nabij groene inprikkers en sportvoorzieningen toe te voegen aan de buitenruimte. Schaduwplekken maken het aantrekkelijker om tijd door te brengen in groene ruimtes, zelfs tijdens warme dagen, wat de fysieke activiteit en sociale interactie stimuleert. Daarnaast verminderen deze plekken hittestress en dragen ze bij aan mentale ontspanning. De toevoeging van sportvoorzieningen in de buitenruimte maakt sporten toegankelijker voor iedereen, wat de fysieke en mentale gezondheid bevordert en tegelijkertijd sociale cohesie versterkt. De nabijheid van voorzieningen maakt lopen en fietsen aantrekkelijk en bevordert daarmee een gezonde leefstijl. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - inclusiviteit en toegankelijkheid: verzeker dat alle inwoners, ongeacht leeftijd of mobiliteit, toegang hebben tot de schaduwplekken en sportfaciliteiten; - ruimte voor auto’s: bereikbaarheid van auto in Ridderkerk zorgt voor een grote ruimteclaim voor auto’s in een straatprofiel en maakt geen extra ruimte voor groen.
In smalle straten blijft de ruimte voor groen en schaduwplekken beperkt; - gemeenschapsbetrokkenheid: betrek de lokale gemeenschap bij het gebruik en de planning van de voorzieningen om het gebruik te maximaliseren en aan te sluiten bij de behoeften van de inwoners. Dit scenario heeft een hoge potentie om de doelen voor gezonde leefstijl te bereiken. De ingrepen in dit scenario sluiten goed aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het investeren in sportverenigingen en het realiseren van meer speelterreinen, speelvoorzieningen en sporttoestellen. Scenario 2 Dit scenario heeft een positief effect op gezonde leefstijl ten opzichte van de referentiesituatie. In dit scenario wordt ingezet op het bevorderen van een gezonde leefstijl in Ridderkerk door het toevoegen van schaduwplekken langs de hoofd(fiets)wegen en indoor sportvoorzieningen. Schaduwplekken langs de hoofd(fiets)wegen stimuleren actief vervoer zoals fietsen en wandelen. Deze schaduwplekken bieden bescherming tegen hittestress en verbeteren de mentale gezondheid. Daarnaast verhogen de schaduwplekken aantrekkelijkheid van fietsroutes en dragen ze bij aan duurzame mobiliteit en een hogere levenskwaliteit voor de inwoners.
Het toevoegen van indoor sportvoorzieningen biedt consistente sportmogelijkheden ongeacht het weer, ondersteunt een breed scala aan activiteiten voor diverse doelgroepen, en bevordert sociale interactie. Deze voorzieningen versterken de mentale gezondheid en dragen bij aan de preventie van gezondheidsproblemen door mensen te stimuleren regelmatig te bewegen. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - inclusiviteit en toegankelijkheid: verzeker dat alle inwoners, ongeacht hun mobiliteit of inkomen, toegang hebben tot de nieuwe voorzieningen. Indoor sporten is vrijwel nooit gratis terwijl outdoor sporten (scenario 1) dat wel is. Er moet dus rekening worden gehouden met het feit dat deze ingreep niet voor ongelijkheid gaat zorgen; - gemeenschapsbetrokkenheid: betrek de lokale gemeenschap bij het gebruik en de planning van de voorzieningen om het gebruik te maximaliseren en aan te sluiten bij de behoeften van de inwoners. Dit scenario heeft een hoge potentie om de doelen voor gezonde leefstijl te bereiken. De ingrepen in dit scenario sluiten goed aan bij het gemeentelijke doel dat focust op het investeren in sportverenigingen.
61 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
Sociaaleconomische positie (gemiddeld besteedbaar inkomen) Scenario 1 Dit scenario heeft een positief effect op sociaaleconomische positie ten opzichte van de referentiesituatie. In scenario 1 ontstaat een aantrekkelijke directe leefomgeving door het doortrekken van de groene kraag naar de woonwijken in de kern. Doordat er meer huizen worden gebouwd, verbetert de huizenmarkt. Ook zorgt de inzet op duurzame maakindustrie voor meer banen en zorgen de maatregelen om boeren tegemoet te komen, zoals het toestaan van nevenactiviteiten voor een betere sociaaleconomische positie voor boeren. Over het algemeen is er dus een positief effect op de economische positie ten opzichte van de referentiesituatie. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - financiering van het beheer en onderhoud van de groene leefomgeving: dit leidt tot hogere kosten die mogelijk op de inwoners verhaald worden. Dit kan een drukkend effect hebben op het besteedbaar inkomen; - een inzet op een gevarieerde economie: aanbod van zakelijke dienstverlening is beperkt. Dit leidt tot minder kansen voor een stijging van het gemiddeld besteedbaar inkomen.
Ruimtevraag van circulaire economie is een aandachtspunt; - oog blijven houden voor kwetsbare groepen: zij moeten volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving en moeten bijvoorbeeld financieel in staat zijn om te participeren in het mobiliteitssysteem en de energietransitie. In dit scenario is een hoge potentie om de doelen te behalen. De ingrepen sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het werken aan een vitale samenleving waarin iedereen mee kan doen en gelijke kansen heeft, het inzetten op lifelong learning en het bieden van een maatwerkgericht aanbod. Scenario 2 Dit scenario heeft een zeer positief effect op sociaaleconomische positie ten opzichte van de referentiesituatie. In scenario 2 wordt een hoogwaardige, natuurinclusieve woon-werkomgeving gerealiseerd. Daarnaast ligt de focus op de zakelijke dienstverlening en het aantrekken van talenten van buitenaf. Werkgelegenheid in ICT, landbouw- en energietechnologie en het kenniscluster bij NieuwReijerwaard bevindt zich in een hoger beroepssegment. Dit leidt tot de aantrekking van een doelgroep (urban professionals) die over het algemeen over een hoger gemiddeld besteedbaar inkomen beschikken. Lokale ondernemers kunnen via speciaalzaken profiteren van deze aantrekkende doelgroep via een hogere inkomensbasis.
Op de agrarische gronden wordt geproduceerd middels verticale landbouw, dit brengt schaalvoordelen met zich mee. Nevenactiviteiten zijn niet toegestaan maar zijn door de schaalvoordelen ook niet nodig. Vrijkomende agrarische bebouwing kan worden herbestemd of getransformeerd naar een woonfunctie, maatschappelijke of recreatieve functie. Hierdoor blijft het vrijkomende gebied voor opbrengsten zorgen. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - zakelijke dienstverlening: dit scenario zet veel in op de zakelijke dienstverlening, dit kan de werkgelegenheid in andere sectoren verlagen met het risico op het wegvallen van het bestaand inkomen. Er dient voor te worden gewaakt dat Ridderkerk in dit scenario geen exclusieve gemeente wordt waarmee groepen worden uitgesloten. Een gevarieerde economie biedt meer kansen voor verschillende groepen; - oog blijven houden voor kwetsbare groepen: kwetsbare groepen moeten volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving en moeten bijvoorbeeld financieel in staat zijn om te participeren in het mobiliteitssysteem en de energietransitie. In dit scenario is er een hoge potentie om de doelen te behalen. De ingrepen sluiten goed aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het werken aan een vitale samenleving. In deze samenleving kan iedereen meedoen en heeft gelijke kansen.
Er wordt ingezet op lifelong learning en het bieden van een vangnet en maatwerkgericht aanbod. Sociale cohesie (mate van eenzaamheid) Scenario 1 Scenario 1 heeft een zeer positief effect op sociale cohesie ten opzichte van de referentiesituatie. In dit scenario is het mogelijk om collectief aan de wijk te bouwen en ook collectieve woonvormen zoals
62 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
Knarrenhofjes zijn mogelijk. Deze woonvormen bevorderen de sociale cohesie, omdat de inwoners samen verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de leefomgeving. Deze gezamenlijke zeggenschap en de toename in bevoegdheden kan leiden tot frequentere interacties, wat ertoe leidt dat zij elkaar een breed vangnet kunnen bieden. Daarnaast kunnen bewoners gezamenlijk verduurzamingsmaatregelen doorvoeren en kunnen zij (financieel) participeren in de energievoorziening. Dit leidt ertoe dat inwoners samen voor een opgave staan en dat kan de banden verdiepen. Daarnaast is er een elke wijk een klein voorzieningencentrum aanwezig waar bijvoorbeeld een zorg- en buurtfunctie in te vinden zijn. Ook waardevolle panden en gebedshuizen bieden ruimte aan maatschappelijke functies. De toegankelijke wijkhubs en buurtbussen zorgen ervoor dat het mobiliteitssysteem inclusief is en bewoners en bezoekers elkaar gemakkelijk kunnen bezoeken. De uitbreiding van de groene kraag en het creëren van een groene leefomgeving leidt tot een aantrekkelijke buitenruimte, inclusief strategische schaduwplekken. Daarnaast worden er mogelijkheden voor buitensportvoorzieningen toegevoegd. De groene overkapping van de snelwegen met de aanleg van fietsen wandelroutes leiden tot een uitbreiding van de groene leefomgeving. Gezamenlijk versterken deze ingrepen de sociale cohesie.
Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - beperkte diversificatie van het woningaanbod: de meerderheid van het totale woningvoorraad blijft uit eengezinswoningen bestaan wat niet optimaal aansluit bij de vraag van starters, ouderen en arbeidsmigranten. Daarnaast ligt de nadruk op het waar mogelijk bieden aan voorrang aan lokale woningzoekenden. Dit kan zorgen voor spanningen in (bestaande) gemeenschappen; - het mobiliteitssysteem: het mobiliteitssysteem is vooral gericht op het versterken van de regionale verbindingen. Het opzoeken van stedelijke voorzieningen kan hierdoor voor bepaalde groepen (zoals ouderen) bemoeilijkt worden en hun deelname aan sociale activiteiten beperken; - locaties voor buitensporten: het is niet duidelijk waar de toevoeging in buitensportlocaties wordt voorzien: bijvoorbeeld op wijkniveau of op elders aangewezen plekken in de gemeente. In dit scenario is er een hoge potentie om de doelen te behalen. De ingrepen sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op: - het verbeteren en vergroten van de diversiteit aan (on)georganiseerde ontmoetingsplekken voor én tussen jong en oud; - het ondersteunen van verenigingsleven; - het bevorderen van de zichtbaarheid verenigingen; - het stimuleren evenementen en buurtactiviteiten. Scenario 2 Scenario 2 heeft een positief effect op sociale cohesie ten opzichte van de referentiesituatie.
In dit scenario wordt de woningvoorraad fors uitgebreid, zowel door verdichting in bestaande wijken als op uitleglocaties. Zorg en overige voorzieningen worden geconcentreerd in het centrum van Ridderkerk. Ook wordt benoemd dat er stedelijke voorzieningen worden toegevoegd. De gemeente krijgt hierdoor een stedelijk karakter. Bij enkele locaties, waaronder aan de Rivieroevers, staat het concept van gemengd wonen op gebouwniveau centraal. Dit betekent dat wonen, werken en ontspanningsmogelijkheden op gebouwniveau zijn gecombineerd. In deze gemengde woonvormen wordt ingezet op het aantrekken van verschillende doelgroepen, waardoor bijvoorbeeld starters en ouderen met elkaar samenwonen. Dit bevordert de interactie tussen de doelgroepen en kan leiden tot wederzijdse ondersteuning. Dat draagt bij aan de sociale cohesie en vermindert de mate van eenzaamheid. Daarnaast biedt dit scenario een breed recreatief buitengebied dat met de realisatie van het getijdenpark en het klimaatpark uitnodigt tot ontmoeting en ontspanning. Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - segregatie: de woningen die worden toegevoegd aan de woningvoorraad zijn bedoeld om urban professionals die werkzaam zijn in de zakelijke dienstverlening aan te trekken. De bestaande woningvoorraad bestaat echter vooral uit eengezinswoningen.
Dit kan ertoe leiden dat er een zekere mate van segregatie optreedt tussen de bewoners van de bestaande en de toegevoegde woningvoorraad. Dit kan van invloed zijn op het wederzijdse begrip, wat de sociale cohesie kan doen verminderen; - interacties op gebouwniveau: het concept van gemengd wonen op gebouwniveau heeft als gevolg dat de effecten beperkt blijven tot gebouwniveau. Interacties tussen gebouwen kunnen uitblijven, mede
63 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
-
-
-
-
-
-
-
omdat een bewoner minder reden heeft om het pand te verlaten wanneer verschillende functies in hetzelfde pand zijn gecombineerd; isolatie door ontwerp: de toevoeging van het concept van gemengd wonen en werken kan leiden tot een gevoel van isolatie voor de bewoners als de gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen niet goed zijn ontworpen. (Spontane) ontmoetingen kunnen hierdoor minder gemakkelijk plaatsvinden; de hogere bouwhoogte: dit zorgt voor een hogere dichtheid, en het concept van gemengd wonen spreekt urban professionals aan. Het is de vraag of deze concepten voor andere doelgroepen (zoals ouderen) ook aantrekkelijk genoeg zijn. Er bestaan geen wettelijke middelen om dit te bewerkstelligen.
Deze mate van uitwerking moet in de praktijk worden ondervonden en kan van invloed zijn op de mate van het slagen van het concept; sociale samenhang: een mogelijk fors tempo van de uitbreiding van de woningvoorraad kan van invloed zijn op de sociale samenhang tussen bestaande en toekomstige bewoners als hiervoor geen initiatieven worden ontplooid; geen buurtcentra: er worden in dit scenario geen buurtcentra toegevoegd, terwijl deze ingreep positief kan uitwerken in relatie tot de forse uitbreiding en toekomstige opbouw van de woningvoorraad; gebrek aan lokale schaduwplekken: het toevoegen van schaduwplekken blijft beperkt tot hoofdfiets- en wandelroutes in plaats van in de directe woonomgeving. Dit betekent dat kwetsbare doelgroepen in de directe omgeving een verminderde toegang hebben tot schaduwplekken, wat hun kan weerhouden om (spontane) ontmoetingen in de buitenruimte op te zoeken; groenstructuur: het is niet duidelijk in hoeverre de bestaande groenstructuur in dit scenario, met name de parken, een tijdelijke verblijfsfunctie voor ontmoetingen bieden of hoofdzakelijk functioneel zijn; het mobiliteitssysteem: het systeem is ingericht op de verbetering van de bereikbaarheid met de regio. Er rijdt geen buurtbus in dit scenario. Dit kan de verplaatsingsspanne van bepaalde doelgroepen, zoals ouderen die toch meer gericht zijn op de directe leefomgeving, beperken.
Dit kan negatieve effecten hebben, onder meer omdat het zorgcentrum en de toegevoegde stedelijke voorzieningen in dit scenario op centrale plekken zijn geconcentreerd. Anderzijds draagt een mobiliteitssysteem dat is ingericht op de regio bij aan het bereiken van contacten in de omliggende regio; het is niet duidelijk waar de toevoeging in binnensportlocaties wordt voorzien: bijvoorbeeld enkel in de panden waar gemengde functies aanwezig zijn of bijvoorbeeld op een centrale locatie in de gemeente; faciliteren van urban professionals: over het algemeen is het scenario ondanks voorgestelde ingrepen hoofdzakelijk gericht op het faciliteren van urban professionals. Dit komt terug in de voorgestelde woonmilieus, de realisatie van indoor sportfaciliteiten, de inzet op een stedelijk karakter en het uitbreiden van de mobiliteitsverbindingen met de regio. Het is van belang om oog te houden voor de bestaande inwoner en kwetsbare groepen; wonen, werken en ontspanning op gebouwniveau staat vooral geprojecteerd aan de Rivieroevers. Van belang is hier de realisatie van een goed woon-, werk- en leefklimaat gezien de functiemening met (wat zwaardere) bedrijven langs de rivier.
In dit scenario is er een redelijke potentie om de doelen te behalen. De ingrepen sluiten aan bij de gemeentelijke doelen die focussen op het voorkomen van sociaal isolement en eenzaamheid door een omgeving te creëren waarin men naar elkaar omkijkt, met goede (sociale) netwerken en nabuurschap en het ondersteunen van verenigingsleven, het bevorderen van de zichtbaarheid verenigingen en het stimuleren evenementen en buurtactiviteiten Gezondheidsbescherming Scenario 1 Scenario 1 heeft een neutraal effect op geur, licht en trillingen, en lokaal een negatief effect op geluid en luchtkwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie. Cumulatief is er sprake van een negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie. Geluidshinder In dit scenario worden diverse ingrepen voorgesteld om de gezondheidsbescherming in Ridderkerk te verbeteren. Deze ingrepen leiden tot zowel negatieve effecten als positieve effecten. De inbreiding en toevoeging van 1.700 woningen kunnen negatieve effecten hebben op de gezondheidsbescherming. Dit is sterk afhankelijk van de locaties waar deze woningen worden gerealiseerd.
64 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
Inbreiding op bestaande woonwijken die nabij Rijkswegen en lokale wegen liggen leiden tot een toename van het aantal gehinderde door geluid ten opzichte van de referentiesituatie. Met name in de wijken Bolnes, Centrum, Oost, Het Zand, Drievliet en Rijsoord, vormt dit een aandachtspunt. In de huidige situatie en referentiesituatie wordt hier de meest geluidshinder ervaren afkomstig van wegen (Zie bijlage I, afbeelding 5.7 t/m 5.9). De toename van verkeer en bedrijvigheid kan ook leiden tot hogere geluidsbelasting. De focus op agrarische verwerkingsindustrie en hogere milieucategorie bedrijven brengt eveneens nadelen met zich mee. Deze bedrijven veroorzaken vaak verhoogde geluidsbelasting door industriële activiteiten en zwaar verkeer. Het verdiept aanleggen van de Rotterdamseweg heeft daarentegen een positief effect op de geluidsbelasting door het verkeersgeluid te verminderen en de verspreiding ervan naar omliggende woonwijken te beperken. De overkapping van snelwegen heeft een positief effect op de geluidsbelasting door het verkeersgeluid te absorberen en te weerkaatsen, wat de leef kwaliteit in omliggende gebieden verbetert. Luchtverontreiniging De hoofdbron van luchtverontreiniging zijn de Rijkswegen rondom Ridderkerk en in mindere mate de lokale wegen.
Alhoewel een deel van de uitstoot buiten de invloedssfeer van de gemeente ligt zorgt dit voor een ongunstig vertrekpunt voor luchtkwaliteit door de aanwezige concentraties lucht verontreinigde stoffen zoals NOx, PM10 en PM2.5. De grootste verontreiniging is tegenwoordig van slijtage van banden, niet meer wat uit de uitlaat komt. Daaropvolgend veroorzaakt industrie luchtverontreiniging door emissies en transportactiviteiten. Dit gaat zowel om lokale industrie als om de industrie in het Rotterdamse havengebied en voorbij varende schepen. De toevoeging van 1.700 woningen heeft een negatief effect op de luchtkwaliteit. Zowel inbreiding als uitbreiding leiden tot een toename in luchtverontreinigende stoffen door intensiever gebruik van autoverkeer op de rijkswegen en overige wegen. Uitbreiding en inbreiding in bestaande woonwijken die nabij wegen liggen leiden tot een toename van het aantal gehinderde door luchtkwaliteit ten opzichte van de referentiesituatie. De inwoners van Bolnes-Noord, het Zand en Oost ondervinden ongezonde luchtkwaliteit omdat in deze gebieden de WHO-intermwaarden niet worden gehaald in de huidige situatie en de referentiesituatie. Hier wordt de meest luchtverontreiniging ervaren en zal als knelpunten blijven en zelfs verslechten in scenario 1 (Zie bijlage I, afbeelding 5.10 t/m 5.12).
Het effect van de overkapping van snelwegen op luchtverontreiniging is gemengd: hoewel de overkapping de luchtkwaliteit in nabijgelegen woonwijken kan verbeteren, kan de concentratie van verontreinigende stoffen bij de tunnelmonden toenemen. De tunnelmonding bij Bolnes Zuid leidt met name tot een lokale verslechtering van luchtkwaliteit. Tot slot kan de invoering van een zero-emissie-zone in de kern van Ridderkerk de luchtkwaliteit verbeteren door de toegang te beperken tot emissievrije voertuigen, wat bijdraagt aan een duurzamer en gezonder stedelijk milieu. Overige aspecten De overkapping vermindert lichtvervuiling, wat bijdraagt aan een afname van lichthinder in omliggende gebieden. Maar door uitbreiding van woningen zal er ook lichtvervuiling bijkomen waardoor dit positieve effect is te verwaarlozen. Trillingen worden in Ridderkerk met name veroorzaakt door vrachtverkeer in combinatie met oude dijken en niet onderheide woningen. Een toename van zwaar verkeer door de toevoeging van bedrijvigheid kan zorgen voor een toename van trillingen. Dit zorgt voor een negatief effect. De ingrepen hebben geen significant effect op geur.
Aandachtspunten voor dit scenario zijn: - gezonde woonlocaties: verdicht op gezonde locaties met een lage milieu impact: zorg voor een zorgvuldige afweging van de woningbouwlocaties, waarbij voorkomen en mitigatie van negatieve effecten prioriteit krijgt; - strikte regulering en monitoring: voer strikte milieuregels in en monitor de lucht- en geluidskwaliteit om de effecten van industriële activiteiten en stedelijke inbreiding te minimaliseren; - bufferzones: overweeg het instellen van bufferzones tussen woon- en industriële gebieden om de impact op omwonenden te minimaliseren;
65 | 140 Witteveen+Bos | 141592/25-011.353 | Definitief 04
-
duurzame mobiliteit: bevorder duurzame transportopties om de impact van toegenomen verkeer op luchtvervuiling en geluidsbelasting te verminderen; houtrook: houtrook is een belangrijke veroorzaker van luchtverontreiniging en geurhinder. Dit komt doordat het fijnstof en schadelijke stoffen uitstoot die de luchtkwaliteit verslechteren en gezondheidsproblemen kan veroorzaken. Actief beleid op houtrook kan de hinder ervan verminderen (bijvoorbeeld houtrookvrije wijken, of op bepaalde momenten een stookverbod).
In dit scenario is er een beperkte potentie om de doelen met betrekking tot gezondheidsbescherming te behalen. De overkapping zorgt voor een lokale verbetering van gezondheidsbescherming. Aan de tunnelmonden is er geen sprake van goede luchtkwaliteit en wordt niet voldaan aan WHO-advieswaarden waardoor een hoge potentie om de doelen te halen is uitgesloten. Scenario 2 Scenario 2 heeft op een negatief effect op geluidshinder, luchtverontreiniging en trillingen ten opzichte van de referentiesituatie, en een neutraal effect op licht en geur, al kunnen er verschillen in zitten in bepaalde gebieden. Omdat trillingen, geur en licht samen worden beoordeeld als ‘overige aspecten’ is de negatieve beoordeling voor trillingen doorslaggevend. Cumulatief is er sprake van een negatief effect op gezondheidsbescherming ten opzichte van de referentiesituatie in dit gebied. Geluidshinder In dit scenario worden verschillende ingrepen geïntroduceerd om de gezondheidsbescherming in Ridderkerk te beïnvloeden. Het autovrij maken van het centrum en het autoluw maken van de omliggende wijken leidt tot een lokale vermindering van geluidsbelasting veroorzaakt door lokale wegen. Dit draagt bij aan een rustiger en gezonder leefmilieu, verhoogt de leefkwaliteit, en maakt het centrum aantrekkelijker voor inwoners en bezoekers.
Aan de andere kant heeft de inbreiding en uitbreiding met de toevoeging van 3.300 woningen een toename van het aantal geluidgehinderde. Zowel inbreiding als uitbreiding leiden tot verhoogde geluidsbelasting door intensiever gebruik van bestaande en nieuwe infrastructuur. De gebieden, Bolnes, Centrum, Oost, Het Zand, Drievliet en Rijsoord die in de referentiesituatie al een hoge geluidbelasting ondervinden afkomstig van wegen worden extra belast. Het bouwen in de rivieroevers zorgt voor een toename van verkeersbewegingen in Bolnes en daarmee een toename van geluidsbelasting in de reeds belaste Bolnes door wegen ten opzichte van de referentiesituatie. Ook neemt het aantal nieuwe objecten toe in de rivieroevers die blootgesteld worden aan de geluidbelasting afkomstig van scheepvaart. De focus op functiemenging en Lage Milieucategorie (LMC) bedrijven leidt tot een toename van geluidsbelasting, doordat bedrijfsactiviteiten dichter bij woonwijken plaatsvinden. Dit leidt tot meer geluidsoverlast voor bewoners, wat een negatief effect heeft op hun leefkwaliteit. Luchtverontreiniging Het autovrij maken van het centrum en het autoluw maken van de omliggende wijken leidt tot een lokale vermindering van luchtverontreiniging veroorzaakt door lokale wegen.
De toevoeging van 3.300 woningen veroorzaakt een hogere verkeersdruk met name rondom het centrum en daarmee tot een toename in de luchtverontreiniging. De inwoners van Bolnes-Noord, het Zand en Oost ondervinden ongezonde luchtkwaliteit omdat in deze gebieden de WHO-intermwaarden niet worden gehaald in de huidige situatie en de referentiesituatie. Hier wordt de meest luchtverontreiniging ervaren en zal als knelpunten blijven en zelfs verslechten in scenario 2 (Zie Bijlage I, afbeelding 5.10 t/m 5.12). Het bouwen in de rivieroevers zorgt voor een toename van verkeersbewegingen in Bolnes en langs de rivieroevers en daarmee een verslechtering van luchtkwaliteit voor de bestaande inwoners van Bolnes en de toekomstige inwoners langs de rivieroevers. De functiewijziging/functiemenging langs rivieroevers kan milieueffecten veroorzaken. Omzetten van bedrijfslocaties naar andere functies die leiden tot een afname van luchtverontreinigingen kan een positief effect opleveren. Overige aspecten Trillingen worden in Ridderkerk met name veroorzaakt door vrachtverkeer in combinatie met oude dijken en niet onderheide woningen. Het toevoegen van een HOV-buslijn leiden tot een toename van trillingen langs