CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Quickscan Flora en Fauna Oosterpark.pdf

Gemeenteraad RK 23 mei 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Vaststelling groencompensatieplan "Kwaliteitsimpuls Oosterpark" en vaststelling bestemmingsplan Oosterpark (2023)13.940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze bomen zullen waarschijnlijk het zonlicht blokkeren. Met name bij het Knooppunt Ridderkerk-Zuid kan dit tot kaalslag leiden, omdat hier veel hoge populieren staan.

Aanleg plek natuurliik spelen  Een bosvak naast de huidige speeltoestellen, ten westen van de kinderboerderij, is de beoogde locatie 

  

voor natuurlijk spelen. De inrichting van één bosvak voor natuurlijk spelen heeft een beperkt effect op de flora en fauna. De dieren die hier leven zullen meer verstoring ervaren. Een deel van de beplanting wordt verwijderd om het bosvak toegankelijk te maken. In relatie tot het gehele park gaat het om een beperkt oppervlak. De plek voor de natuurlijke speelplaats is naast een broedplek voor Sperwers. Dit hoeft niet tot een negatief effect te leiden, omdat in de huidige situatie ook hutten gebouwd worden binnen het territorium. Echter, de inrichting als speelplek leidt tot meer verstoring wat in combinatie met een verminderde dekking door de bomenkap in 201 8 wel ertoe kan leiden dat de Sperwers het territorium verlaten. Daarom is een uitbreiding van potentieel broedgebied in westelijke richting nodig. Aanwezigheid van andere beschermde soorten in (de directe omgeving van) het bosvak is niet bekend. Het bosvak wordt ook niet geschikt geacht voor beschermde soorten. Externe effecten van deze ruimtelijke ontwikkeling op beschermde Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland kunnen worden uitgesloten. Het Oosterpark ligt binnen de bebouwde kom-grens. Hierdoor zijn de artikelen van de Wnb voor beschermde houtopstanden niet van toepassing, maar geldt de APV van de gemeente Ridderkerk voor de bomenkap.

Algemeen  Op basis van gemeentelijk beleid dient de stikstofdepositie voor de ruimtelijke ontwikkelingen nader

onderbouwd te worden met een berekening middels het AERIUS-rekenmodel. Deze gegevens dienen bij een bestemmingsplanwijziging aangeleverd te worden. In het gehele park broeden vogels. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen, omdat alle soorten beschermd zijn tijdens het broeden. Het broedseizoen is geen wettelijk afgebakende periode, maar wordt bepaald door de broedactiviteit van de vogelsoort. De meeste vogelsoorten broeden van maart tot en met juli, maar sommige kunnen heel vroeg (zoals Ekster Pica pica in februari) of heel laat (zoals Houtduif in september) in het jaar nog tot broeden komen. Controleer voorafgaand aan de werkzaamheden op aanwezigheid van broedende vogels en nesten. Voor alle werkzaamheden geldt dat de Zorgplicht (art. 1 .11 Wnb) in acht genomen moet worden. Dit houdt in dat onnodige schade en verstoring van planten en dieren zoveel mogelijk voorkomen moet

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

18 / 27

!! Bureau Stadsnatuur worden. Bij de werkzaamheden moet men zorgvuldig handelen. Dit geldt in het bijzonder voor de beschermde soorten van de provinciale vrijstellingslijst, zoals amfibieën en kleine zoogdieren.

Aanbevelingen De conclusies uit de quick scan leiden tot de volgende aanbevelingen:

Vervolgonderzoek naar het gebiedsgebruik door vleermuizen Er is weinig bekend over het voorkomen van vleermuizen in het gehele Oosterpark. Daarom wordt aanbevolen om het gehele park te onderzoeken op vleermuizen. Dit geeft een algemeen beeld over het gebiedsgebruik. Daarnaast dient specifiek gekeken te worden naar beschermde functies op de plekken waar ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt. De doorlooptijd van een vleermuisonderzoek is van april tot oktober. Het vleermuisonderzoek moet uitgevoerd worden volgens de landelijke richtlijnen van het Vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad NGB & Zoogdiervereniging 2017).

Vervolgonderzoek naar de Boomvalk en Ransuil Voor de aanleg van het geluidsscherm langs de snelweg is het nodig om te controleren op aanwezigheid van een nest van Boomvalken. Het is niet uitgesloten dat in één van de bomen gebroed wordt. Een onderzoek naar de Boomvalk dient tijdens het broedseizoen uitgevoerd te worden tussen mei en augustus (Bijlsma 1997). Dit kan vooraf gegaan worden door een controle op aanwezige nesten in maart-april wanneer nog weinig blad aan de bomen zit. Soortgericht onderzoek naar Ransuil kan antwoord geven op de vraag of de soort broedt in het gebied waar de uitbreiding van de sportvelden gepland is. Een dergelijk onderzoek kan uitgevoerd worden tussen half februari en eind juli (Sovon Vogelonderzoek Nederland 2020). Daarbij dient tenminste één veldbezoek uitgevoerd te worden in de periode dat jongen veel roepen (normaliter eind mei-eind juli). Voor een roestplaats (gezamenlijke overwinteringsplek) is dit deel van het park ongeschikt.

Ontheffing Wet natuurbescherming voor Buizerd bij aanleg geluidsscherm De aanleg van het geluidsscherm langs de snelweg treft de nestplaats van een Buizerd. Voor het verwijderen of aantasten van dit jaarrond beschermde nest is een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig. De ontheffing wordt aangevraagd bij de Omgevingsdienst Hooglanden. Deze instantie beoordeelt de aanvragen en verstrekt ontheffingen namens het bevoegd gezag, de provincie Zuid-Holland. Een ontheffingsaanvraag wordt ingediend met een Activiteitenplan. Dit plan vormt de onderbouwing voor de noodzaak tot ontheffing en een beschrijving van de beschermingsmaatregelen die genomen worden om het negatieve effect op de beschermde soort te minimaliseren. De wettelijke behandeltermijn is twintig weken met mogelijkheid tot verlenging met zeven weken. Een ontheffing moet aangevraagd worden voor alle beschermde soorten die getroffen worden door de ruimtelijke ontwikkeling. Dus indien blijkt dat zich ook beschermde functies voor vleermuizen en/of een nest van Boomvalken bevinden op het tracé van het geluidsscherm dan moet dit in dezelfde ontheffingsaanvraag meegenomen worden. Met andere woorden, de ontheffing voor de Buizerd kan het beste na afronding van de vervolgonderzoeken naar andere beschermde soorten worden aangevraagd.

Berekening stikstofdepositie met het AERIUS-rekenmodel Voor de ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een bestemmingsplanwijziging is het van belang om de stikstofdepositie nader te onderbouwen met een AERIUS-berekening. De resultaten uit het AERIUS-model laten zien of negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de omgeving te verwachten zijn. Als de depositiewaarde boven de drempelwaarde komt dan is een alternatieve werkwijze nodig om de hoeveelheid stikstof te beperken of dient dit gecompenseerd te worden.

Uitbreiding geschikt broedbiotoop van Sperwer Door de bomenkap van de afgelopen jaren is de nestgelegenheid voor de Sperwer onder druk komen te staan. De inrichting van een plek met natuurlijk spelen is direct naast een huidig broedterritorium, waardoor

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

19 / 27

!! Bureau Stadsnatuur die druk verder toeneemt. Daarom wordt aanbevolen om meer geschikt broedbiotoop in te richten voor de Sperwer. De soort is jaarrond beschermd, wat betekent dat een negatief effect door een toekomstige ontwikkeling of door toekomstig beheer leidt tot de noodzaak van een ontheffing. Uitwijkmogelijkheden voor de soort zijn er in de huidige situatie nauwelijks meer. Ten westen van het huidige broedterritorium naast het natuurlijk spelen (Figuur 7) dient het park geschikt te maken te worden voor de Sperwer. Daarnaast wordt aanbevolen om bij beheer en onderhoud van de bosvakken in het gehele park rekening te houden met de biotoopeisen van de Sperwer. Maak deze soort als één van de doelsoorten bij de toekomstige herinrichting van het park.

Uitvoering werkzaamheden aan de hand van Ecologisch Werkprotocol Aangeraden wordt om voor alle ruimtelijke ontwikkelingen een Ecologisch Werkprotocol op te stellen. Het Ecologisch Werkprotocol vormt een praktische handleiding waarin alle maatregelen ten aanzien van de natuurbescherming worden beschreven. Het vormt een praktische wijze om beschermingsmaatregelen in het kader van de Zorgplicht in uitvoering te brengen. Middels een logboek worden de activiteiten vastgelegd, zodat ze ook controleerbaar zijn. Een Ecologisch Werkprotocol vormt vaak ook één van de verplichtende voorwaarden in een ontheffing.

Geef invulling aan de Groenvisie door de natuurwaarden in het park te verbeteren Naast de toetsing van de ruimtelijke ontwikkelingen aan de Wet natuurbescherming is de gemeente Ridderkerk ook op zoek naar verbeteringen die mogelijk zijn voor de natuurwaarden in het Oosterpark. In de Groenvisie (2020) benadrukt de gemeente de waarde die grote groengebieden als het Oosterpark hebben voor de biodiversiteit. Hierbij wordt ook aangegeven dat de gemeente wil inzetten op een verbetering van de natuurwaarde van het park. Geadviseerd wordt om hierbij te zoeken naar verbeteringen ten gunste van de flora en fauna die getroffen worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Het gaat hierbij niet alleen om de beschermde soorten, maar om alle soorten planten en dieren waarvoor leefgebied verdwijnt. Dit betekent niet dat het biotoop dat verloren gaat één op één in een ander deel van het park gecreëerd moet worden, maar het is wel nuttig om de biotoopeisen van de soorten die getroffen worden door de ruimtelijke ontwikkelingen mee te nemen in de zoektocht naar verbeteringen voor de natuurwaarden in het park. Een advies over de mogelijkheden voor verbeteringen wordt beschreven in een aparte notitie (Elzerman 2020).

Neem het effect op de natuurwaarden mee in een evenwichtige besluitvorming over de ruimtelijke ontwikkelingen De plannen voor de ruimtelijke ontwikkelingen dienen bepaalde doelen voor de Ridderkerkse samenleving. De uitbreiding van de sportvelden voorziet in een groeiende behoefte naar het beoefenen van deze sporten en de geluidswering is een lang gekoesterde wens van (een deel van) de bewoners van Drievliet om het woongenot te verbeteren. De vraag is in hoeverre deze gewenste verbetering ook daadwerkelijk gehaald kan worden door de geluidswering (Van Marle 2020) . De ruimtelijke ontwikkelingen gaan echter ten koste van de belevingswaarde en omvang van het Oosterpark. Ze hebben ook effect op de natuurwaarden in het park. De vraag is in hoeverre het verlies aan de belevingswaarde, omvang en natuurwaarden opwegen tegen de bijdrage aan de andere maatschappelijke doelen. Bovendien moet afgewogen worden of dit de financiële investering waard is. Daar staat tegenover dat de ruimtelijke ontwikkelingen voor de gemeente aanleiding vormen om ook te investeren in verbeteringen voor de natuurwaarden in het park. Geadviseerd wordt om de investering en negatieve effecten van de ruimtelijke ontwikkelingen goed af te wegen tegenover de opbrengsten die ze opleveren. Neem in de besluitvorming het effect op de natuurwaarden in het park ook mee. Het is een afweging in veel kwalitatieve effecten.

Dit maakt het lastig om effecten één op één te vergelijken. Maar kom tot een evenwichtige besluitvorming waarin ook de natuurwaarden een rol spelen. Verscheidene onderzoeken hebben inmiddels de positieve waarde aangetoond van groen en biodiversiteit op de (geestelijke) gezondheid, het woongenot en leerprestaties (o.a. Cox et al. 2017).

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

20 / 27

!! Bureau Stadsnatuur Literatuur

BU 12. 2020. Stikstof en Natura 2000. Verkregen via https://www.bijl2.nl/onderwerpen/stikstof-en-natura2000 /, geraadpleegd op 27 juli 2020. BU 12, Utrecht. Bijlsma, R.G. 1993. Ecologische Atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. Bijlsma, R.G. 1997. Handleiding veldonderzoek Roofvogels. KNNV /Werkgroep Roofvogels Nederland, Utrecht/ Appelscha. Boesveld, A. & A. Gmelig Meyling. 2011. Biotoopvoorkeuren van de Platte schijfhoren Ani sus vorticulus. Zoekbeeld 2011 ( l ): l 0-14. Bos, F., Bosveld, M., Groenendijk, D., Swaay, C. van, Wynhoff, 1. & De Vlinderstichting. 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming - Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European lnvertebrate Survey-Nederland, Leiden. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys. 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Naturalis, Leiden. Cox, D.T.C., Shanahan, D.F., Hudson, H.L., Plummer, K.E., Siriwardena, G.M., Fuller, R.A., Anderson, K., Hancock, S. en K.J. Gaston. 2017. Doses of Neighborhood Nature: The Benefits for Mental Health of Living with Nature. BioScience. 67(2): pp. 147-155. Creemers, R. & Delft, J. van. (redactie). 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna deel 9. KNNV Uitgeverij, Zeist. Dragt, A. van. 2020. Het Oosterpark te Ridderkerk.

Verkregen via https://www.natuurvereniging-ijsselmonde.nl/oosterpark/, geraadpleegd op 27 juli 2020. Natuurvereniging Eiland Usselmonde, Ridderkerk. Elzerman, S.D. 2015. Natuurwaardenkaart Albrandswaard en Barendrecht. Rapportnr. 2015-0 l. Elzerman Ecologisch Advies, Maasdam. Elzerman, S.D. 2020. Ecologisch advies verbetering natuurwaarden Oosterpark te Ridderkerk. bSR-notitie 23486. Bureau Stadsnatuur, Rotterdam. FLORON. 2020. NDFF Verspreidingsatlas planten. Verkregen via https://www.yerspreidingsatlas.nl/planten, geraadpleegd op 29 juli 2020. Nationale Databank Flora en Fauna, Nijmegen. Gemeente Ridderkerk. 2018. Groene Kaart Ridderkerk. Verkregen via https://www.ridderkerk.nl/mgd/files/Groene%20Kaart%20Ridderkerk%2020 l 8.pdf, geraadpleegd op 29 juli 2020. Auteur, Ridderkerk. Gemeente Ridderkerk. 2020. Groen is onze toekomst - Integrale visie per wijk op groen in de openbare ruimte. Gemeente Ridderkerk, Ridderkerk. Limpens, H., Helmer, W. van Winden, A. & K. Mostert. 1989. Vleermuizen (Chiroptera) en Lintvormige Landschapselementen. Lutra. 32(1): pp. 1-17. Limpens, H., Mostert, K. & W. Bongers (red). 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Marle, X.V. van. 2020 . Geluidhinder Oosterpark Ridderkerk - Onderzoek maatregelen geluidhinder wegverkeer. Rapport M.2019. l 434.00.R002. DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V., Den Haag.

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep (Dienst Regelingen, brief 26 augustus 2009, kenmerk ffw2009.corr.046) te downloaden van de website van het Ministerie van EL&I. NIOO-KNAW. 2020. Het Licht op Natuur/ Licht op Landschap project - Wat zijn de effecten van nachtelijk kunstlicht op ons ecosysteem?. Verkregen via https://nioo.knaw.nl/nl/licht-op-natuur#quicktabs-licht op natuur=2 , geraadpleegd op l oktober 2020. Nederlands Instituut voor Ecologie, Wageningen. Norren, E. van, J. Dekker en H. Limpens, 2020. Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Rapport 2019 .026 . Zoogdiervereniging, Nijmegen . Provinciale Staten van Zuid-Holland. 2016. Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 9 November 2016, tot de vaststelling van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland, met nummer 6949. Provinciaal Blad nr. 6788, 20 december 2016. Provincie Zuid-Holland, Den Haag.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

21 / 27

!! Bureau Stadsnatuur RAYON. 2020. NDFF Verspreidingsatlas amfibieën. Verkregen via https://www.verspreidingsatlas.nl/amfibieen , geraadpleegd op 29 juli 2020. Nationale Databank Flora en Fauna, Nijmegen. Sovon Vogelonderzoek Nederland. 20 l 8. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels; wintervogels en 40 jaar verandering. Kosmos Uitgevers, Utrecht/ Antwerpen. Sovon Vogelonderzoek Nederland. 2020. Vogelinlo - Ransuil Asio otus - Telrichtlijnen. Verkregen via https://www.sovon.nl/nl/soort/7670, geraadpleegd op 29 juli 2020. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Spoelstra, K., Van Grunsven, R.H.A., Ra makers, J.J.C., Ferguson, K.B., Raap, T., Donners, M., Veenendaal, E.M. & M.E. Visser. 2017. Response of bats to light with different spectra: light-shy and agile bat presence is affected by white and green, not red light. Proc. R. Soc. B. 284: 20170075. http://dx.doi.org/l 0.1098/rspb.2017.0075 . Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging. 2017. Vleermuisprotocol 2017. Versie maart 2017. Netwerk Groene Bureaus/Zoogdiervereniging, Odijk/Nijmegen.

© Bureau Stadsnatuur I Westzeedijk 345 1 3015 AA Rotterdam Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. bSR kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

22 / 27

!! Bureau Stadsnatuur Biilage - Wetteliik kader 1. Inleiding De Wet Natuurbescherming is per 1 januari 2017 van kracht en vervangt de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. De informatie hieronder vat de belangrijkste feiten samen met betrekking tot de bescherming van soorten via de Wet natuurbescherming, en is gericht op personen en instanties die te maken krijgen met de wet in het kader van ruimtelijke ontwikkeling, beheer en onderhoud. Uitvoering van de wet valt onder de verantwoordelijkheid van de provincies, met uitzondering van grote infrastructurele projecten aan onder meer waterwegen; daarbij blijft de Rijksoverheid het bevoegd gezag. De inhoud van deze samenvatting betreft in eerste instantie de algemeen geldende verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming en in tweede instantie de Zuid-Hollandse context waarin deze verbodsbepalingen moeten worden toegepast. De aanvullende regelgeving rond bescherming van soorten in Natura 2000-gebieden wordt hier slechts kort besproken.

2. Doel van de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de van nature in Nederland in het wild voorkomende planten en dieren en natuurgebieden.

3. Beschermingsregimes soorten In de Wet natuurbescherming zijn drie categorieën soorten onderscheiden met een eigen beschermingsregime en daaraan gekoppelde verbodsbepalingen: vogels, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten. Een soort kan niet onder meer dan één van deze regimes vallen. Vogels vallen per definitie onder het regime van de Vogelrichtlijn. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn betreffen Europese beschermingsregimes waar met de verbodsbepalingen artikel 3.1 en 3.5 in de Wet natuurbescherming in Nederland invulling aan wordt gegeven. Het regime 'andere soorten', artikel 3.10, heeft betrekking op soorten die alleen vallen onder een nationaal beschermingsregime; deze soorten zijn niet vermeld in de Europese richtlijnen. De drie beschermingsregimes met hun verbodsbepalingen zijn hieronder weergegeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlij n Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage Il bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel B, bij de Habitatrichtlijn of bijlage 1 bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

23 / 27

!! Bureau Stadsnatuur Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.

Artikel 3.8 (bepalingen dat ontheffing of vrijstelling kan worden verleend, hier niet uitgebreid besproken), met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel B, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c. ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g.

in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang.

3.

De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de Bosmuis, de Huisspitsmuis en de Veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

4. Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland De provinciale verordening bevat onder andere regels voor faunabeheereenheden en diverse vrijstellingen voor het bestrijden van schade en het uitvoeren van werkzaamheden. Ook is in de verordening opgenomen voor welke soorten een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming (zie de soortenlijst verderop onder 'Beschermde andere soorten in Zuid-Holland (artikel 3.1 O)'). Voor de verordening, zie: http://bit.ly/2n5cKWP

5. Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland In de provinciale beleidsregel staan onderwerpen als het verlenen van tegemoetkomingen in de faunaschade en de vergunningverlening voor Natura 2000-gebieden in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof. Voor de beleidsregel, zie: http://bit.ly/2ml3pMk

6. Vogelsoorten met een (potentieel} ongunstige staat van instandhouding in Zuid-Holland (artikel 3.1} Naar aanleiding van artikel 3.1 lid 5 heeft Bureau Stadsnatuur een lijst opgesteld van vogelsoorten waarbij verstoring van wezenlijke invloed kan zijn op de staat van instandhouding in Zuid-Holland. Het betreft soorten die als broedvogel in de provincie voorkomen en waarvoor onder de Flora- en faunawet reeds een jaarronde bescherming van nestlocaties en vaste rustplaatsen gold (de onder de Flora- en faunawet als 'categorie 1 t/m

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

24 / 27

!! Bureau Stadsnatuur 4' gekwalificeerde soorten), aangevuld met soorten die op basis van actuele gegevens van Sovon een ongunstige staat van instandhouding kennen (de voorheen als 'categorie 5' gekwalificeerde soorten met een negatieve populatietrend en/of een kleine, kwetsbare populatie) en waarvoor derhalve gemitigeerd of gecompenseerd zou moeten worden in geval van conflicterende ruimtelijke ontwikkeling en beheer. Deze lijst is niet uitputtend en kan naar aanleiding van ontwikkelingen in de toekomst worden gewijzigd op basis van ecologisch zwaarwegende omstandigheden, zoals veranderingen in populatie-omvang of areaal van een soort. Het effect van de ingreep op de instandhouding van de soort is uiteindelijk leidend in de afweging of sprake is van een beschermde (en daarmee ontheffingsplichtige) situatie. Het gaat om de volgende 85 soorten: Appelvink

Groene specht

Krooneend

Roerdomp

Baardmannetje

Grote gele kwikstaart

Kwak

Roek

Veldleeuwerik

Blauwe reiger

Grote karekiet

Kwartelkoning

Scholekster

Velduil

Boerenzwaluw

Grote mantelmeeuw

Kleine zilverreiger

Slechtvalk

Visdief

Bontbekplevier

Grutto

lepelaar

Slobeend

Waterral

Boomvalk

Havik

Matkop

Snor

Watersnip

Bosuil

Huismus

Middelste zaagbek

Sperwer

Wielewaal

Bruine kiekendief

Huiszwaluw

Noordse stern

Spotvogel

Wilde eend

Buizerd

Grote zilverreiger

Nachtegaal

Spreeuw

Wintertaling

Dwergstern

Usvogel

Oeverzwaluw

Sprinkhaanzanger

Woudaap

Eider

Kerkuil

Ooievaar

Steenuil

Wulp

Gele Kwikstaart

Kievit

Patrijs

Steltkluut

Zomertaling

Tureluur

Gierzwaluw

Kleine bonte specht

Porseleinhoen

Stormmeeuw

Zomertortel

Goudvink

Kleine plevier

Purperreiger

Strandplevier

Zilvermeeuw

Graspieper

Kluut

Raaf

Tafeleend

Zwarte roodstaart

Grauwe Klauwier

Kneu

Ransuil

Tapuit

Zwarte stern

Grauwe vliegenvanger

Koekoek

Ringmus

Torenvalk

Zwartkopmeeuw

7. Beschermde habitatrichtlijnsoorten in Zuid-Holland (artikel 3.5) Soorten uitsluitend vermeld in Bijlage Il - Beschermingsregime artikel 3.5 alleen van toepassing in Natura 2000-gebieden. De volgende 2 soorten zijn sinds 1990 vastgesteld in de provincie Zuid-Holland en vallen uitsluitend in voor deze soorten aangewezen Natura 2000-gebieden onder het beschermingsregime artikel 3.5: 1

Zeggekorfslak

Nauwe korfslak

Soorten vermeld in Bijlage IV - Beschermingsregime artikel 3.5 van toepassing. De volgende 39 soorten zijn sinds 1990 vastgesteld in de provincie Zuid-Holland en vallen onder het beschermingsregime artikel 3.5: Groenknolorchis

Boomkikker

Otter

Meervleermuis

Dwergvinvis

Platte schijfhoren

Hei kikker

Bosvleermuis

Rosse vleermuis

Gewone dolfijn

Bataafse stroommossel

Kamsalamander

Franjestaart

Ruige dwergvleermuis

Gewone vinvis

Gevlekte witsnuitlibel

Poel kikker

Gewone baardvleermuis

Tweekleurige vleermuis

Griend

Groene glazenmaker

Rugstreeppad

Gewone dwergvleermuis

Vale vleermuis

Potvis

Rivierrombout

Zandhagedis

Gewone grootoorvleermuis

Watervleermuis

Tuimelaar Witsnuitdolfijn

Houting

Bever

Kleine dwergvleermuis

Bruinvis

Steur

Noordse woelmuis

Laatvlieger

Bultrug

8. Beschermde andere soorten in Zuid-Holland (artikel 3. 10) De volgende 35 soorten zijn sinds 1990 vastgesteld in de provincie Zuid-Holland en vallen onder het beschermingsregime artikel 3.10 (NB: betreft uitsluitend als 'wild' gekwalificeerde plantensoorten; bron:

verspreidingsatlas. n~: Blaasvaren

Grote leeuwenklauw

Stofzaad

Grote modderkruiper

Grijze zeehond

Bokkenorchis

Karthuizer anjer

Schubvaren

Kwabaal

Steenmarter

Brave hendrik

Kleine wolfsmelk

Smalle raai

Ringslang

Waterspitsmuis

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

25 / 27

!! Bureau Stadsnatuur Brede wolfsmelk

Knolspirea

Stijve wolfsmelk

Boommarter

Bruinrode wespenorchis

Moerasgamander

Tengere veldmuur

Damhert

Dreps

Naakte lathyrus

Wolfskers

Das

Echte gamander

Rozenkransje

Aardbeivlinder

Eekhoorn

Glad biggenkruid

Ruw parelzaad

Grote vos

Gewone zeehond

Soorten waarvoor in Zuid-Holland een vrijstelling geldt van beschermingsregime artikel 3.10 In Zuid-Holland is een vrijstelling van de verbodsbepalingen artikel 3.10 van toepassing op de volgende 22 soorten: Bastaard kikker

Aardmuis

Egel

Konijn

Wezel

Bruine kikker

Bosmuis

Gewone bosspitsmuis

Ree

Woelrat

Gewone pad

Bunzing

Haas

Rosse woelmuis

Kleine watersalamander

Dwergmuis

Hermelijn

Veldmuis

Meerkikker

Dwergspitsmuis

Huisspitsmuis

Vos

9. Geïntroduceerde soorten in Zuid-Holland Soorten die zich door menselijk toedoen buiten hun natuurlijke areaal hebben gevestigd (geïntroduceerde soorten) vallen in Zuid-Holland niet onder de beschermingsregimes van artikel 3.1, 3.5 of 3.10, tenzij sprake is van een populatie die langer dan 50 jaren achtereen heeft standgehouden in de provincie (mond. med. PZH, maart 2017). Voorbeelden in een Zuid-Hollandse context zijn beschermde plantensoorten uitgezaaid vanuit tuinen en Vroedmeesterpad, al dan niet moedwillig geïntroduceerd door terrariumhouders. Plantensoorten die lokaal zijn geïntroduceerd en als 'niet wild' zijn beschouwd in Zuid-Holland, zijn onder meer: Bruinrode wespenorchis

Knolspirea

Knol lathyrus

Echte gamander

Berg nachtorchis

Wilde Weit

Diersoorten die zijn geïntroduceerd en als 'niet wild' zijn beschouwd in Zuid-Holland, zijn onder meer: Boomkikker

Muurhagedis

Vroedmeesterpad

Quaggamossel

Aziatische modderkruiper

Blauwband

De beschermde status van soorten als Muskusrat (sinds 1975 gedocumenteerd voor de provincie) en Nijlgans (eerste geval in 1967) kan op grond van het bovengeschetste 50 jaar-criterium ter discussie worden gesteld.

10. Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgbeginsel (artikel 1.10 en 1 .11) opgenomen: de intrinsieke waarde van soorten is vastgesteld in een doelbepaling en geldt voor alle soorten, los van een beschermingsregime. Het is een algemeen geldende fatsoenseis die erop neerkomt dat redelijkerwijs vermijdbare schade aan en verstoring van planten en dieren moet worden voorkomen.

11. Wanneer ontheffing aanvragen? Wanneer redelijkerwijs kan worden vermoed dat verbodsbepalingen ten gevolge van een voorgenomen activiteit worden overtreden, moet eerst worden bepaald of mitigerende (verzachtende) maatregelen de schade kunnen beperken of tenietdoen zodat het overtreden van het verbod kan worden voorkomen. Wanneer het overtreden van een verbod onvermijdelijk is en er moet worden gecompenseerd voor veroorzaakte schade, dan dient men een ontheffing aan te vragen. Het aanvragen van een ontheffing heeft alleen zin als de functionaliteit van een plangebied voor een beschermde soort voldoende nauwkeurig in beeld is gebracht. Meestal is hier een uitgebreid onderzoek voor nodig waarin rekening wordt gehouden met de seizoensactiviteit van een soort. Dergelijk onderzoek dient aan bepaalde richtlijnen te voldoen op basis waarvan de kwaliteit en volledigheid ervan worden gecontroleerd door de Omgevingsdienst (zie onder). Een randvoorwaarde is daarnaast dat een aanvraag vergezeld dient te gaan van een zogenaamd activiteitenplan. Hierin moet een initiatiefnemer van een potentieel schadelijke handeling het belang van de voorgenomen activiteit onderbouwen en aangeven welke mitigerende en/of compenserende maatregelen ten gunste van de soort(en) in kwestie worden getroffen.

1 2. Omgevingsvergunning via gemeente Wanneer er sprake is van een omgevingsvergunning mogen ontheffingen voor beschermde soorten aanhaken. Bij aanhaken moet de gemeente een volledigheidstoets uitvoeren en verzorgt de gemeente de toetsing door de

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

26 / 27

!! Bureau Stadsnatuur Omgevingsdienst Hooglanden (ODH). Ten behoeve van een aanvraag zijn een onderzoeksrapport met inventarisatiegegevens en een activiteitenplan noodzakelijk. Met de aanvraag van een omgevingsvergunning is een wettelijke beslistermijn gemoeid van maximaal 26 weken. De gehele aanvraag verloopt via de gemeente. Voor meer informatie, zie: https://www.omgevingsloket.nl

13. Losse ontheffing via provincie Wanneer een ontheffing aangevraagd moet worden waarbij geen omgevingsvergunning nodig is, is de beslistermijn 13 weken met maximaal 7 weken verlenging. De gehele aanvraag verloopt via Omgevingsdienst Hooglanden. De leges bedragen EUR 1800,-. Ten behoeve van een aanvraag zijn een onderzoeksrapport met inventarisatiegegevens en een activiteitenplan noodzakelijk. Voor meer informatie en aanvraagformulieren, zie: https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/categorie/product/7-ontheffingverlening-soorten.html

14. Gedragscodes Gedragscodes in het kader van de Wet natuurbescherming worden alleen gemeentelijk of branchebreed opgesteld en dienen te worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken. Bestaande gedragscodes die zijn goedgekeurd onder de Flora- en faunawet zijn, indien nog niet verlopen, nog altijd geldig voor de soorten die onder de Wet natuurbescherming onder één van de drie beschermingsregimes vallen. Voor nieuwe beschermde soorten waarvoor geen mitigerende maatregelen zijn vermeld in gedragscodes zal mogelijk een ontheffing noodzakelijk zijn. Voor soorten die niet (meer) onder een strikt beschermingsregime vallen hoeft niet per se te worden gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Er moet desalniettemin altijd rekening worden gehouden met de wettelijke zorgplicht.

1 5. Handhaving Bij een vermoede overtreding van een verbodsbepaling in de Wet natuurbescherming kan handhaving worden ingeschakeld. In Zuid-Holland is de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid (OZHZ) hiervoor verantwoordelijk. Voor meer informatie, zie: https: //www.ozhz.nl/themas/natuur /

Melding van een vermoede overtreding: 078-770 85 85 / 0888-333 555 Telefoon: meldingNbwet@ozhz.nl mail: https://www.ozhz.nl/themas/natuur /misstand-schade-of-verstoring-gezien/ website:

Overige contactgegevens: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Afdeling Toezicht en Handhaving Postbus 550 3300 AN Dordrecht

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

27 / 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1064/documents/38091