CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Quickscan Flora en Fauna Oosterpark.pdf

Gemeenteraad RK 23 mei 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Vaststelling groencompensatieplan "Kwaliteitsimpuls Oosterpark" en vaststelling bestemmingsplan Oosterpark (2023)13.940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

~

Notitie Opdrachtgever:

R. Fekken, Gemeente Ridderkerk

Auteur:

S.D. Elzerman, MSc

Betreft:

Ouick scan Oosterpark Ridderkerk

Projectnummer:

2348a

Datum:

12 februari 2021

Status:

Definitief (versie 4)

Bureau Stadsnatuur bezoekadres: Natuurhistorisch Museum Rotterdam Westzeedijk 345 3015 AA Rotterdam telefoon: 010 - 266 04 70 e-mail: inlo@bureaustadsnatuur.nl www.bureaustadsnatuur.nl

Inleiding De gemeente Ridderkerk is zich aan het oriënteren op de herinrichting van het Oosterpark (Figuur 1). De aanleiding vormt een aantal ruimtelijke vraagstukken die effect zullen hebben op de inrichting van het gebied. Daarnaast is de gemeente op zoek naar mogelijkheden om de natuurwaarden in het gebied te verbeteren. Deze notitie doet verslag van de quick scan in het kader van de Wet natuurbescherming. De quick scan vormt een verkennend onderzoek, waarin het effect van de ruimtelijke ontwikkelingen op beschermde natuurwaarden in beeld wordt gebracht. Een ecologisch advies ter verbetering van de natuurwaarden in het park is in een afzonderlijke notitie uitgewerkt (Elzerman 2020).

Figuur l. De ligging van het Oosterpark in Ridderkerk is aangegeven met een rood kader (kaart: PDOK 2020).

Methodiek De ruimtelijke ontwikkelingen waren ten tijde van de uitvoering van de quick scan nog niet in detail uitgewerkt. Bij de analyse is het voorkomen van beschermde soorten in het park als uitgangspunt genomen. Deze notitie geeft een algemeen beeld van de aanwezige of te verwachte beschermde soorten en de wijze waarop deze beïnvloed kunnen worden door de ruimtelijke ontwikkeling. Indien beschermde natuurwaarden zich beperken tot specifieke locaties dan wordt dit in de tekst benoemd. De analyse is geactualiseerd ten aanzien van de besluitvorming tot 1 februari 2021.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

l / 27

!! Bureau Stadsnatuur De flora en fauna quick scan richt zich op de drie aspecten van de Wet natuurbescherming: soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden. De quick scan heeft zich gericht op de strikt beschermde soorten van de Wet natuurbescherming. Dit zijn de soorten die beschermd worden op basis van de Europese Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en vogels met jaarrond beschermde nest of vaste verblijfplaats (Ministerie van LNV 2009). Op basis van art. 3.10 zijn een aantal soorten landelijk beschermd, waarvoor de provincies vrijstellingen kunnen instellen. Dit geldt in Zuid-Holland voor een aantal zoogdieren, amfibieën en planten (Provinciale Staten van Zuid-Holland 2016). Derhalve komen in de volgende tekst de betreffende soorten (o.a. Bruine kikker Rana temporaria, Egel Erinaceus europeaus en Konijn Oryctolagus cuniculus) niet aan bod. Vanzelfsprekend geldt voor deze soorten wel de Zorgplicht. In het kader van de soortenbescherming is een veldinventarisatie in combinatie met een bureauonderzoek uitgevoerd. Het (potentiële) voorkomen van een beschermde plant- of diersoort is hierbij zoveel mogelijk in kaart gebracht. Middels een bureauonderzoek zijn actuele verspreidingsgegevens van beschermde soorten verzameld (o.a. RAYON 2020; FLORON 2020; Sovon Vogelonderzoek Nederland 2018; Creemers & Van Delft 2009) en is de NDFF geraadpleegd.

In de Nederlandse Database Flora en Fauna (NDFF) worden alle natuurgegevens verzameld. Dit levert een lijst op van beschermde soorten die in de omgeving voorkomen. Deze lijst is verfijnd met de gegevens van de Natuurwaardenkaart van de BAR-organisatie (Elzerman 2015 met aanvullingen 2016-2018). De Natuurwaardenkaart vormt een database waarin alle bekende locaties van beschermde soorten staan. De gemeenten zijn niet vlakdekkend geïnventariseerd, maar de kaart geeft wel inzicht in de aandachtslocaties. Vervolgens is op 5 juli 2020 het park bezocht, waarbij gekeken is naar de (mogelijk) aanwezige beschermde soorten en de functie die het gebied kan vervullen voor deze soorten. De weersomstandigheden waren voldoende gunstig om een betrouwbaar beeld van de situatie te krijgen (bewolkingsgraad 6/8, temperatuur 20°C, wind west 4 Bft.). In het kader van de gebiedsbescherming (art. 2.1-2.11 uit Wnb) is een bureaustudie uitgevoerd. Hierbij is een analyse gemaakt van de te verwachten externe effecten die kunnen optreden als gevolg van de werkzaamheden, de nieuwe inrichting van het park en het toekomstige gebruik van het park. De analyse heeft zich gericht zich op effecten op beschermde natuurgebieden van het Europese netwerk Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland (voormalige Ecologische Hoofdstructuur).

Wanneer wezenlijke effecten te verwachten zijn dan kan dit aanleiding zijn voor vervolgonderzoek, zoals het berekenen van de sti kstofdepositie. De bescherming van bossen, bomenlonen en monumentale bomen buiten de bebouwde kom is geregeld in art. 4.1-4.7 uit de Wnb. In het kader van de quick scan is getoetst of het kappen van bomen in het plangebied leidt tot een overtreding van deze regelgeving. Als dat het geval is dan moet een Omgevingsvergunning worden aangevraagd. Voor bomen binnen de bebouwde kom, wat hier aan de orde is, kan een gemeente echter zelf bepalen of hier voorwaarden aan het kappen verbonden zijn.

Beschriiving plangebied en ruimteliike ontwikkeling Ligging, inrichting en beheer Oosterpark Het Oosterpark ligt aan de zuidkant van de wijk Drievliet in de gemeente Ridderkerk (Figuur 1). Het vormt een groene buffer tussen de woonwijk en snelwegen A 15 en A 16. Het park heeft een omvang van ca. 64 ha. met een intensief recreatief gebruik. Centraal in het gebied zijn een kinderboerderij met pannenkoekenhuis, een recreatieplas en een tuincentrum. In het oostelijke deel liggen een aantal sportvelden voor tennis, soft-/honkbal en midgetgolf. Het Oosterpark is in twee periodes aangelegd (Van Dragt 2020). Dit is nog terug te zien in de inrichting van het gebied. Het gedeelte ten westen van de kinderboerderij is in 1975 aangelegd. Hier heeft het park het

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

2 / 27

!! Bureau Stadsnatuur karakter van een landschapspark of landgoed. Slingerende paden tussen een afwisseling van bosschages, boomgroepen en gazons (Figuur 2). Er zijn plasjes met een eilandje en kronkelende sloten. Het ontwerp was gericht op de belevingswaarde van de bezoeker.

Figuur 2. De slingerende padenstructuur met een afwisseling van bosschages en solitaire bomen op gazon zijn kenmerkend voor het westelijke deel van het Oosterpark.

In de jaren tachtig is het overige deel van het park ingericht. Buiten de sport- en recreatiefaciliteiten is het opgedeeld in bosvakken. Het zijn gesloten vakken, waarbij de randen een 'groene muur' vormen met een smalle grasstrook langs de paden. De soortensamenstelling van bomen per bosvak is beperkt, waardoor het grotendeels de indruk geeft van een productiebos. Het park kent een hoge dichtheid aan paden, waarvan een groot deel verhard is. Het water van de brede ringsloot langs de oost- en zuidrand van het park wordt via een helofytenfilter naar de zwemvijver geleid. Ten zuiden van de ringsloot ligt nog een afwateringssloot van de snelweg dat van elkaar gescheiden wordt door een kade met bomen en onderbegroeiing. In de winter 2011-2012 heeft een grootschalige dunning in het oostelijke deel van het Oosterpark plaatsgevonden (Figuur 3). Het Natuur- & Recreatieschap IJsselmonde, de toenmalige terreinbeheerder, beoogde meer afwisseling in het gebied te krijgen. Enkele jaren later is een groot deel van de watergangen geschoond. Het slib werd in een tijdelijk baggerdepot te drogen gelegd. Enkele bosvakken nabij het parkeerterrein tussen het tuincentrum en de sportvelden werden gekapt voor de aanleg van het baggerdepot. Inmiddels is het voormalige baggerdepot door natuurlijke ontwikkeling weer geheel begroeid met jonge bomen en struiken.

Een tweede grootschalige bomenkap heeft plaatsgevonden in 2018. Directe aanleiding vormde de essentaksterfte. Zieke bomen werden vanwege landelijk beleid van Staatsbosbeheer, die het beheer namens het Natuur- & Recreatieschap momenteel uitvoert, gekapt. Dit werd gecombineerd met het groot onderhoud dat al gepland stond. De bomenkap van de afgelopen jaren heeft zijn sporen nagelaten in het park. Het reguliere onderhoud en beheer is door bezuinigingen in budgetten van de terreinbeheerders de laatste jaren teruggeschroefd.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

3 / 27

!! Bureau Stadsnatuur

Figuur 3 . Het oostelijke deel van het park bestaat grotendeels uit bosvakken met gazons. Recente dunningen van het terreinbeheer moesten zorgen voor verjonging van de beplanting en meer afwisseling.

Geplande ruimtelijke ontwikkelingen Voor de komende jaren zijn een aantal belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen gepland. Ten eerste, bestaat de wens bij de honkbal- en softbalvereniging om de speelvelden uit te breiden. Momenteel ligt er één speelveld naast de tennisvereniging in het oostelijke deel van het park. De sportclub wenst een extra veld om uit te breiden. Daarbij wordt niet uitgesloten dat in de toekomst mogelijk een derde speelveld nodig is. Ten tijde van de uitvoering van de quick scan is nog geen definitieve keuze gemaakt in de positionering van de nieuwe sportvelden. Het voorstel lag op het moment van schrijven op het parkdeel ten oosten (Figuur 4) of zuiden (Figuur 5) van de huidige soft-/honkbalvelden.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

4 / 27

!! Bureau Stadsnatuur

Figuur 4. Uitbreiding sportvelden, oostelijke variant (schets d.d. 14-09-2020).

Figuur 5. Uitbreiding sportvelden, zuidelijke variant (schets d.d. 08-02-2021).

Ten tweede, wordt onderzocht of een geluidsafscherming langs de snelweg aangelegd kan worden. Al jaren wordt gediscussieerd over geluidsoverlast en de luchtvervuiling die in de woonwijk Drievliet ervaren wordt. Bij aanvang van de quick scan (juli 2020) werden verschillende varianten uitgewerkt. De varianten betroffen een geluidswal of geluidsscherm van verschillende hoogtes en een positionering op verschillende afstanden tot de snelweg. In december 2020 heeft de gemeenteraad gekozen voor een geluidsscherm van (beton)platen van 6 meter hoogte, met een optie van uitbreiding tot 8 meter hoogte. Het geluidsscherm wordt in het park geplaatst, omdat Rijkswaterstaat geen toestemming gaf om het langs de snelweg te plaatsen. Het geluidsscherm wordt op grondgebied van de gemeente geplaatst tussen de brede ringsloot en de afwateringssloot langs de berm van de snelweg (Figuur 6). Het geluidsscherm zal zich uitstrekken van tenminste van de Rotterdamseweg in het oosten tot aan het bestaande geluidsscherm in het westen (Knooppunt Ridderkerk-Zuid). Op deze manier wordt in de toekomstige situatie de gehele zuidrand van het park afgeschermd van de snelweg. Daarnaast ligt een motie open om het geluidsscherm in noordelijke richting uit te breiden langs de Rotterdamseweg. Een ander punt van onderzoek is het plaatsen van zonnepanelen op of naast het geluidsscherm.

Verder wil men naast de kinderboerderij een speelplek met natuurlijk spelen inrichten. Het bosvak ten westen van de kinderboerderij is de beoogde plek naast de bestaande speeltoestellen. Om het geschikt te maken om te spelen worden enkele bomen gekapt en struiken verwijderd. Enkele boomstammen of andere natuurlijke elementen worden aangebracht als speeltoestellen. Naast deze grotere ontwikkelingen was bij aanvang van de quick scan ook nog een initiatief om een 5Gzendmast te plaatsen. Het voornemen was om deze mast naast het parkeerterrein ter hoogte van de Pelikaan te plaatsen. In het najaar van 2020 heeft de gemeenteraad echter besloten om de zendmast niet in het Oosterpark te plaatsen. Deze ontwikkeling kon dus buiten beschouwing gelaten worden.

Figuur 6. Het tracé van het toekomstige geluidsscherm (rode lijn) aan de zuidkant van het Oosterpark (schets d.d. 13-07-2020).

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

5 / 27

Bureau Stadsnatuur

Resultaten Soortenbescherming Vogels - jaarrond beschermd Op basis van de Europese Vogelrichtlijn zijn alle inheemse broedvogels en hun nesten beschermd gedurende de broedtijd (art. 3.1 Wnb). Van een selectie aan soorten is het nest echter jaarrond beschermd. Dit betekent dat het nest (of ander type vaste verblijfplaats) ook buiten het broedseizoen niet aangetast of verwijderd mag worden zonder ontheffing op de Wet natuurbescherming. Er zijn veel waarnemingen van vogels in de NDFF. Samen met de gebiedskennis van de auteur kan een volledig beeld gegeven worden. De afgelopen tien jaar zijn zeven jaarrond beschermde soorten in het Oosterpark waargenomen. De waarnemingen van Ooievaar Ciconia ciconia en Wespendief Pernis apivorus hadden betrekking op passanten of vertoonden geen nestindicerend gedrag. De overige jaarrond beschermde soorten worden hieronder stuk voor stuk besproken. De Buizerd Buteo buteo is een regelmatige broedvogel in het gebied. De afgelopen drie jaren is op twee locaties gebroed (Figuur 7). In 2018 is gebroed in een abeel ten zuidoosten van de zwemvijver. Het is onbekend of hier ook in 2019 gebroed is, maar in 2020 is hier niet gebroed. Het andere territorium bevindt zich in de zuidelijke bomenrij van het park langs de snelweg. Dit territorium, bestaande uit twee nesten, is tenminste de afgelopen twee jaar bezet geweest.

Naast de lokale broedparen wordt het park ook gebruikt door Buizerds zonder territorium. Een deel van de populatie broedt niet (Bijlsma 1993). Deze exemplaren zonder territorium of partner zoeken in het park plekken om rustig te verblijven. Ze willen niet continu in territoriumconflicten komen met broedparen. In het park zijn jaarrond één of enkele van dergelijke niet­ broedende Buizerds aanwezig. De belangrijkste jaarrond beschermde vogel in het Oosterpark is de Sperwer Accipiter nisus. Jaarlijks zijn 1-3 territoria verspreid over het park bezet (Elzerman 2015 met aanvullingen uit 2016-2018). Tot de grootschalige dunning in de winter 2011-2012 waren in het oostelijke deel één of twee broedterritoria. De dunning heeft de bosvakken echter ongeschikt gemaakt, waardoor deze plekken verlaten zijn. Sindsdien bevinden zich één of twee territoria in het centrale en westelijke deel van het park (Figuur 7). Een Sperwer kan elk jaar een nieuw nest bouwen, maar doet dit wel altijd binnen het eigen broedterritorium. Door de jaren heen is dan ook een concentratie van nesten te zien in bepaalde bosvakken. Op de kaart is dit aangegeven met een cirkel rondom de nesten uit verschillende jaren die tot hetzelfde territorium behoren. Het is niet uitgesloten dat het oostelijke deel van het park op termijn weer geschikt wordt doordat de bomen ouder worden.

De derde roofvogel, die in het gebied broedt, is de Boomvalk Fa/co subbuteo. Van deze jaarrond beschermde soort is de minste informatie bekend. Dat komt grotendeels door zijn verborgen levenswijze, waardoor het nest niet snel gevonden wordt. In 2013 is een nest vastgesteld ten westen van de kinderboerderij en in 2014 is waarschijnlijk gebroed in de populieren ten zuiden van de zwemvijver (Figuur 7). Over het voorkomen in de laatste jaren is weinig bekend vanwege een gebrek aan waarnemingen. Om zekerheid te krijgen over de status als broedvogel in het Oosterpark is soortgericht onderzoek nodig. Boomvalken gebruiken oude nesten van kraaiachtigen om te broeden (Bijlsma 1993). In principe vormen kraaiennesten in alle hoge bomen in het park, met name de populieren en abelen, potentiële broedlocaties. De afgelopen jaren is een enkele keer een Ransuil Asio otus waargenomen. Alle waarnemingen kwamen uit de omgeving van de sportvelden. Vaak ging het om een jagend exemplaar, maar een enkele keer is een roepende Ransuil gehoord. Alle waarnemingen zijn echter buiten de broedtijd gedaan. Meldingen van roepende jongen of andere aanwijzingen voor een broedgeval zijn niet bekend. Mogelijk betroffen het individuen die buiten het park broeden. Een broedgeval van Ransuil is niet geheel uit te sluiten, maar geschikte nestlocaties zijn schaars.

Het park is veelal te open en kent weinig afgelegen plekken zonder paden. Ze zijn net als Boomvalk afhankelijk van nesten van kraaiachtigen om te broeden. Naast het nest is ook de roestplaats jaarrond beschermd. Een roestplaats is een gezamenlijke overwinteringsplek van Ransuilen. Vaak worden naaldbomen of coniferen gebruikt als roestplaats, omdat deze in de winter voldoende dekking bieden. In het park ontbreekt het aan een geschikte plek.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

6 / 27

!! Bureau Stadsnatuur De laatste jaarrond beschermde soort is geen roofvogel. Bij de zwemvijver naast het pannenkoekenhuis is in verschillende jaren gedurende de broedtijd een man Huismus Passer domesticus waargenomen (Figuur 7). Waarschijnlijk wordt bij het pannenkoekenhuis of de kinderboerderij gebroed. Huismussen broeden hoofdzakelijk in gebouwen, zoals onder dakpannen. De woningen aan de Oosterparkweg, het tuincentrum en de gebouwen bij de sportvelden vormen andere geschikte broedlocaties.

Figuur 7. Overzicht van de jaarrond beschermde nesten (luchtfoto: PDOK 2020). Elke stip is een nest; een cirkel is een territorium van een broedpaar; een vierkant staat voor een nestindicerende waarneming. Blauw= Sperwer; rood = Buizerd; geel = Boomvalk; paars = Huismus.

De jaarrond beschermde vogelsoorten zijn ingedeeld in verschillende categorieën. Dit hangt voornamelijk samen met de reden voor de jaarronde bescherming. Zo is er een categorie aan soorten die ieder jaar terugkeren naar hetzelfde nest, zoals de Buizerd, en een categorie voor vogels die afhankelijk zijn van nesten van andere vogelsoorten, zoals de Boomvalk. Voor een vijfde categorie van jaarrond beschermde soorten is alleen om zwaarwegende ecologische redenen een ontheffing nodig. Deze soorten zijn honkvast, maar voldoende flexibel om in individuele gevallen een nieuw nest te bouwen op een andere plek. Als de werkzaamheden een negatief effect op de staat van instandhouding van de soort hebben dan is sprake van zwaarwegende ecologische reden. In dat geval dient wel een ontheffing aangevraagd te worden. De soorten uit deze vijfde categorie, die in het Oosterpark (mogelijk) broeden, zijn weergegeven in Tabel 1. Tabel l. Overzicht van de soorten uit categorie van jaarrond beschermde soorten die in het Oosterpark (mogelijk) broeden (bron: NDFF).

Blauwe reiger Ardea cinerea Bosuil Strix aluco Grote bonte specht Dendrocopos major Groene specht Pieus viridis IJsvogel Alcedo atthis Koolmees Parus maior

Pimpelmees Cyanistes caeruleus Boomkruiper Certhia brachydactyla Spreeuw Sturnus vulgaris Ekster Pica pica Zwarte kraai Corvus corone

Vogels - overige soorten Naast de jaarrond beschermde soorten herbergt het Oosterpark een diversiteit aan broedvogels. Het gaat voornamelijk om algemene zangvogels, zoals Houtduif Columba palumbus, Merel Turdus merula, Tjiftjaf Phylloscopus collybita, Zwartkop Sylvia atricapilla en Winterkoning Troglodytes troglodytes. De aantallen en dichtheden verschillen per bosvak. Dit hangt af van de vegetatiesamenstelling en voorkeuren van de broedvogels. Langs de oevers van de recreatieplas en in de watergangen broeden watervogels als Nijlgans Alopochen aegyptiaca, Wilde eend Anas platyrhynchos, Kuifeend Aythya fuligula, Fuut Podiceps cristatus, Meerkoet Fulica atra en Waterhoen Gallinula chloropus.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

7 / 27

!! Bureau Stadsnatuur Zoogdieren De Europese Habitatrichtlijn vormt de basis voor de lijst van strikt beschermde zoogdieren in de Wet natuurbescherming (zie Wettelijk kader in de bijlage). Voor de meeste zoogdieren van deze lijst is het Oosterpark ongeschikt als leefgebied. Alleen vleermuizen komen wel in het park voor. Op de Natuurwaardenkaart van de BAR-gemeenten staat het park aangemerkt als een van de belangrijke foerageergebieden in Ridderkerk (Elzerman 2015). In de database van de NDFF staan slechts 14 waarnemingen in de afgelopen tien jaar, maar dat is een gevolg van een gebrek aan waarnemers. Alle soorten vleermuizen zijn strikt beschermd. Niet alleen de dieren zelf, maar ook enkele gebiedsfuncties zijn strikt beschermd door de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij om verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden. Afhankelijk van de tijd van het jaar en de soort maken vleermuizen gebruik van gebouwen en bomen als verblijfplaatsen (Limpens et al. 1997). Grote bomen met holtes, spleten of loshangende schors kunnen door vleermuizen gebruikt worden als verblijfplaats. De dieren hebben wel een vrije aanvliegroute nodig om het verblijf te bereiken. Wanneer takken of bladeren de toegang versperren dan maken vleermuizen hier geen gebruik van.

In hoeverre boomverblijfplaatsen in het park aanwezig zijn is onbekend, maar bij grote vrijstaande populieren, abelen en wilgen zijn wel verblijfplaatsen te verwachten. Andere potentiële plekken vormen de bomen aan de rand van een bosvak. Midden in de bosvakken zijn niet zo snel verblijfplaatsen te verwachten, omdat het hier te dicht begroeid is. Bovendien zijn verblijfplaatsen van typerende bossoorten in Ridderkerk niet bekend (Elzerman 2015). Ook bij de gebouwen in het park moet rekening gehouden worden met mogelijke aanwezigheid van een verblijfplaats. De algemeenste vleermuis in Nederland is de Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus (Broekhuizen et al. 2016). Deze soort komt ook in heel Ridderkerk voor (Elzerman 2015). De meeste waarnemingen in het park hebben betrekking op deze vleermuissoort (NDFF 2020). De kans op een verblijfplaats van deze soort in de gebouwen is reëel, maar afhankelijk van de bouwstijl. Het gebouw moet een geschikte binnenruimte bieden die toegankelijk is voor een vleermuis. In het geval van de Gewone dwergvleermuis is een open spouwmuur met stootvoegen al voldoende om als verblijf te dienen. Vleermuizen gebruiken soms vaste vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebied.

Opgaande landschapselementen, zoals bomenrijen of gebouwen, en rechtlijnige structuren, zoals watergangen of dijken, kunnen hierbij een begeleidende functie hebben (Limpens et al. 1989). In het park liggen enkele bomenlanen. Daarnaast vormen de contouren van het park lijnvormige landschapsstructuren van opgaande begroeiing. Het is goed mogelijk dat zich in het park een of meerdere vliegroutes bevinden, maar het park wordt ook gebruikt als foerageergebied. Daarmee is het gebied zelf ook eindbestemming van vliegroutes. De derde beschermde gebiedsfunctie geldt voor essentiële foerageergebieden. Een foerageergebied is essentieel als de locatie door een groot aantal vleermuizen gebruikt wordt om voedsel te verzamelen, maar ook als het een specifieke waarde heeft voor een bepaalde soort. Dan hoeft niet eens een groot aantal individuen gebruik te maken van het gebied. Als er geen alternatieve foerageerplekken van dezelfde omvang en/of dezelfde kwaliteit in de omgeving zijn dan kan het gebied al een essentiële functie hebben. Het wegvallen van een dergelijk gebied kan een (groot) negatief effect hebben op de instandhouding van de soort. In welke situatie sprake is van een essentieel foerageergebied hangt dus af van het gebiedsgebruik door vleermuizen in het onderzoeksgebied en de omgeving.

Het effect van de ruimtelijke ontwikkeling moet dan ook in deze context worden geanalyseerd om te bepalen of een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig is. De overige zoogdieren vallen onder de 'nationaal beschermde/andere soorten' van art. 3.10. Elke provincie kan deze soorten middels verordeningen vrijstellen van de ontheffingsplicht. In Zuid-Holland zijn nagenoeg alle overige zoogdieren vrijgesteld van een ontheffing (Provinciale Staten van Zuid-Holland 2016). De Steenmarter Martes foina staat niet op de vrijstellingslijst en is daarom strikt beschermd, maar van deze soort zijn geen waarnemingen uit het Oosterpark bekend In Tabel 2 staat een overzicht van de zoogdieren die op de vrijstellingslijst staan en waargenomen zijn in het Oosterpark. Voor deze soorten geldt dat een ontheffing alleen nodig is indien de activiteit een negatief effect kan hebben op de staat van instandhouding van de soort. Op basis van het algemene voorkomen van de soorten in Tabel 2 zal dit over het algemeen niet het geval zijn, maar voor Konijn Oryctolagus cuniculus, Haas Lepus europaeus, Egel Erinaceus europaeus en Bunzing Mustela putorius dient hier wel aandacht aan besteed

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

8 / 27

!! Bureau Stadsnatuur te worden. Konijn en Haas staan op de huidige Rode Lijst aangemerkt als 'Gevoelig' en Bunzing staat in een categorie hoger ingedeeld als 'Kwetsbaar' (Van Norren et al. 2020). De Egel is 'thans niet bedreigd', maar de landelijke verspreiding is in de afgelopen jaren wel matig afgenomen. De Zorgplicht (art. 1 .11 uit de Wnb) blijft voor al deze soorten altijd onverminderd van kracht. Tabel 2. Overzicht van de zoogdieren van art. 3. l O uit de Wnb die de afgelopen tien jaar zijn waargenomen in het Oosterpark (bron :

NDFF). Woelrat Arvicola amphibius Bosmuis Apodemus syfvaticus Bruine rat Rattus norvegicus Haas Lepus europaeus

Konijn Oryctolagus cuniculus

Egel Erinaceus europaeus Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Bunzing Mustela putorius

Een ander zoogdier, dat in het Oosterpark leeft, is de Mol To/pa europaea. Voor deze soort geldt echter een landelijke vrijstelling, omdat deze soort niet in de Wet natuurbescherming wordt genoemd. De Zorgplicht geldt wel voor de Mol.

Vaatplanten Het park is geheel aangelegd en ingericht door mensen. Het beheer en onderhoud is als een recreatiegebied/stadspark. De randen van bosvakken worden jaarlijks gesnoeid of geklepeld. De grasvegetatie wordt grotendeels als gazon onderhouden. Dit betekent dat het meerdere keren per jaar gemaaid wordt. Bovendien wordt gemaaid tot aan de struiken, waardoor weinig wilde planten hier een kans krijgen. Binnen de bosvakken wordt weinig onderhoud gepleegd. Periodiek worden de bosvakken gedund. Dit heeft als doel om het bos te verjongen, onderbegroeiing een nieuw kans te geven en de diversiteit aan bomen te vergroten. Bij de twee recente grootschalige kapwerkzaamheden zijn weer nieuwe, jonge bomen aangeplant. Bij de aanleg van het park is vrijwel uitsluitend gebruik gemaakt van boomsoorten en struiken die het goed doen op de voedselrijke kleigrond. Het bomenbestand bestaat voornamelijk uit esdoorns Acer spec., populieren/abelen Populus spec. (Figuur 8), eiken Quercus spec., essen Fraxinus spec. en Beuken Fagus sylvaticus. Een aantal bosvakken bestaat vrijwel geheel uit één boomsoort. Bij de recente dunningen is het aantal elzen Alnus spec. en populieren de afgelopen jaren verminderd. De essen zijn bijna geheel verdwenen, omdat de bomen (preventief) gekapt zijn wegens de essentaksterfte. De struiklaag bestaat voornamelijk uit meidoorn Crataegus spec., vlier Sambucus spec.

en Hazelaar Corylus avellana. De bosvakken, waar de afgelopen jaren gedund is, hebben een dichte begroeiing van jonge bomen, struiken en ruigtekruiden (Figuur 3). De oudere bosvakken zijn meer open. Het dichte bladerdek geeft de onderbegroeiing minder kans om zich te ontwikkelen. Langs alle watergangen in het park liggen onderhoudspaden. Dit zijn paden waar een grasvegetatie in stand wordt gehouden door het regelmatig te maaien. Op de paden, waar buiten het slootonderhoud geen betreding plaatsvindt, ontstaat een ruige vegetatie met als dominante soorten Gewone berenklauw Heracleum sphondylium, Fluitenkruid Anthriscus sylvestris en Grote brandnetel Urtica dioica. Dit komt doordat het slib met plantenresten bij het schonen van de sloten op de kant gelegd wordt. Dit zorgt voor een verrijking met voedingsstoffen. Langs de bredere watergangen is een rijke oevervegetatie met o.a. Riet Phragmites australis, Gele lis Iris pseudacorus, Grote kattenstaart Lythrum salicaria en Grote lisdodde Typha latifolia. Op diverse plekken groeien waterlelies, maar in sommige delen van het park is wateroppervlak 's zomers bedekt met kroos. Uit het Oosterpark zijn geen groeiplaatsen van beschermde vaatplanten van de Wet natuurbescherming bekend.

Er groeien wel een aantal soorten die beschermd waren onder de voormalige Flora- en faunawet, zoals Brede wespenorchis Epipactis helleborine helleborine, maar die zijn onder de huidige wetgeving niet meer beschermd. Hierbij moet wel de kanttekening geplaatst worden dat in de NDFF slechts 45 waarnemingen van vaatplanten staan uit de afgelopen tien jaar. Dit beeld zal dus onvolledig zijn. De omstandigheden in het park zijn echter niet geschikt voor de strikt beschermde soorten. Het park kenmerkt zich door een voedselrijke en stikstofrijke kleibodem. De bosvakken zijn schaduwrijk. En de open delen in het park worden intensief onderhouden. Hierdoor krijgen wilde planten weinig kansen om zich te vestigen. De

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

9 / 27

!! Bureau Stadsnatuur beschermde soorten zijn kritisch met betrekking tot hun habitateisen. Het voorkomen van beschermde vaatplanten kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.

Figuur 9. Centraal in het Oosterpark ligt een grote recreatieplas met eiland.

Figuur 8. Langs de zuidrand van het park groeien veel populieren/abelen. Deze grote bomen vormen geschikte broedplekken voor Buizerd en Boomvalk. Vleermuizen kunnen gebruikmaken van holtes om in te verblijven.

Amfibieën De meeste soorten amfibieën kunnen op basis van de landelijke verspreiding en het biotoop worden uitgesloten (RAVON 2020). Beschermde soorten komen niet voor in de gemeente Ridderkerk (Elzerman 2015). De beschermde Rugstreeppad Epidalea calamita staat bekend om zijn zwerfgedrag (Creemers & van Delft 2009). Rugstreeppadden kunnen kilometers afleggen en plotseling verschijnen op bouwterreinen. De dichtstbijzijnde leefgebieden van de soort liggen echter in de Alblasserwaard (RAYON 2020). De grote afstand, de rivier, infrastructuur en tussenliggende bebouwing vormen echter dermate grote barrières dat het voorkomen in het park kan worden uitgesloten. In het park leven wel enkele amfibieën, die vallen onder de lijst van 'nationaal beschermde/overige soorten' van art. 3.10. Het gaat om de Bruine kikker Rana temporaria, 'Groene kikker-complex' (Meerkikker/Bastaard kikker) Pelophylax esculentus synklepton, Gewone pad Bufo bufo en Kleine watersalamander Triturus vulgaris. Al deze soorten staan op de provinciale vrijstellingslijst (Provinciale Staten van Zuid-Holland 2016).

Reptielen Op basis van de landelijke verspreidingsgegevens en het ontbreken aan geschikt biotoop in het Oosterpark kunnen beschermde reptielen worden uitgesloten (RAVON 2020, Elzerman 2015). In het park leven wel enkele Roodwangschildpadden Trachemys scripta elegans. Dit zijn echter uitheemse soorten die afkomstig zijn uit gevangenschap. Ze zijn losgelaten/gedumpt door hun eigenaar of mogelijk ontsnapt bij de kinderboerderij.

Vissen De waterkwaliteit is al jaren een zorgenkindje in het park. Met name in de grote recreatieplas/zwemvijver (Figuur 9) treedt geregeld blauwalg op. Gegevens over het visbestand in het park zijn schaars. Recente waarnemingen ontbreken in de NDFF. Uit eind jaren negentig zijn wel de nodige waarnemingen voorhanden. Deze waarnemingen zijn grotendeels afkomstig van Sportvisserij Nederland. Destijds zijn geen beschermde

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

10 / 27

!! Bureau Stadsnatuur vissoorten vastgesteld. Bittervoorn Rhodeus amarus is tweemaal waargenomen. Deze vis was onder de voormalige Flora- en faunawet nog wel beschermd, maar is nu alleen nog beschermd in Natura 2000gebieden waar dit een doelsoort is. Verder zijn voornamelijk karperachtigen waargenomen. De waterkwaliteit en het type watergangen maken het gebied ongeschikt voor beschermde soorten.

Insecten en ongewervelden

In het Oosterpark komen diverse soorten libellen, vlinders, kevers en andere insecten voor. Op basis van de biotoopeisen en het areaal van de strikt beschermde insecten kunnen deze worden uitgesloten (o.a. Bos et al. 2006). Het Oosterpark heeft geen geschikt leefgebied voor deze soorten.

Weekdieren

Op basis van de landelijke verspreidingsgegevens en het ontbreken aan geschikt biotoop in het Oosterpark kunnen beschermde weekdieren worden uitgesloten (o.a. Boesveld & Gmelig Meyling 2011 ).

Gebiedsbescherming Ten noorden van het Oosterpark ligt het Natura 2000-gebied 'Boezems Kinderdijk' (Figuur 10). Dit is het dichtstbijzijnde beschermde natuurgebied op een afstand van meer dan twee kilometer. Op grotere afstand ligt nog een ander Natura 2000-gebied, te weten de 'Oude Maas'. De afstand tot dit natuurgebied bedraagt zes kilometer. Gezien de grote afstand tot de Natura 2000-gebieden en de geplande ruimtelijke ontwikkelingen kunnen negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van het beschermde natuurgebied redelijkerwijs uitgesloten worden. Het reduceren van de stikstofdepositie heeft landelijk veel aandacht gekregen vanwege de negatieve effecten die het heeft op (beschermde) natuurgebieden (BIJ 12 2020). Bij de geplande ruimtelijke ontwikkelingen zal ook stikstof vrijkomen. De hoeveelheid stikstof, die vrijkomt bij de aanleg en het toekomstig gebruik van de sportvelden en het geluidsscherm, kan berekend worden aan de hand van het AERIUS-rekenmodel. Het gemeentelijke beleid vereist een berekening van de stikstofdepositie bij elke ruimtelijke ontwikkeling. De geplande ruimtelijke ontwikkelingen hebben geen direct effect op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het ontneemt geen terrein aan het natuurnetwerk. De kortste afstand van het Oosterpark tot een onderdeel van het NNN is de Crezéepolder op iets meer dan 600 meter (Figuur 10).

Een wezenlijk negatief effect op het NNN kan worden uitgesloten vanwege deze grote afstand.

'!lri',Mt,<'1'..-!WIQtOtO

..

■ ~ .....,.,.,.hocfe:n

Figuur l 0. De ligging van het Oosterpark (rood omlijnd) ten opzichte van N2000-gebieden (gestreept) en het Natuurnetwerk Nederland (gekleurde gebieden) (bron: provincie Zuid-Holland).

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

11 / 27

!! Bureau Stadsnatuur Beschermde houtopstanden Het Oosterpark valt binnen de bebouwde kom-grens (Gemeente Ridderkerk 2018). Hierdoor vallen de bomen onder afdeling 3 van de APV van de gemeente Ridderkerk en niet binnen de Wet natuurbescherming. Op de Groene Kaart staan de bomen niet aangegeven als vergunningplichtig. Ongeacht het feit of de bomen gekapt worden zijn ten aanzien van de beschermde houtopstanden geen aandachtspunten.

Te verwachten effecten van de ruimteliike ontwikkelingen op beschermde soorten Er staan vier ruimtelijke ontwikkelingen gepland die effect kunnen hebben op de natuurwaarden in het Oosterpark (Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.): 1. 2. 3.

Uitbreiding sportvelden Aanleg geluidsscherm Aanleg plek natuurlijk spelen

Uitbreiding sportvelden De wens voor een tweede honkbal/softbal-veld is concreet, maar vormt mogelijk de aanleiding voor meer aanpassingen bij de sportfaciliteiten. Er zijn een aantal schetsontwerpen opgesteld, waarbij het zoekgebied voor de nieuwe velden ten zuiden en oosten van de huidige sportvelden. Het uitgangspunt is om de sportverenigingen te concentreren, zodat een groter deel van het park aaneengesloten blijft. De voorkeursvarianten, waar ten tijde van deze quick scan aan gedacht werd, is weergegeven in Figuur 4 en Figuur 5 . Langs de sportvelden blijft een bosrand behouden, zodat bezoekers langs de ringsloot om de sportvelden kunnen wandelen. De tennisbanen verplaatsen naar het bestaande honkbal/softbal-veld is een optie, maar de voorkeur gaat uit om ze op de huidige plek te behouden. Die kunnen dan eventueel nog uitbreiden met extra tennisbanen. Het bestaande softbalveld wordt bij de oostelijke variant ingezet om parkeergelegenheid te creëren. De bestaande parkeervakken langs de Oosterparkweg worden dan opgeheven. Bij de zuidelijke variant blijven de parkeergelegenheid beperkt tot de Oosterparkweg. Aangezien ten tijde van de quick scan nog geen definitief besluit genomen was over de positionering van de nieuwe sportvelden, wordt bij de effectenanalyse gekeken naar het gehele gebied waar de velden kunnen komen te liggen.

In algemene zin gaat de uitbreiding van de sportvelden ten koste van een oppervlak aan bosvakken met voornamelijk jonge bomen. Als gevolg van de dunningen uit de afgelopen jaren kennen deze vakken een relatief dichte begroeiing. De bosvakken direct ten zuiden van het huidige softbalveld is echter van slechte kwaliteit. Dit betekent dat de soorten, die in dit type biotoop voorkomen, een deel van hun leefgebied verliezen. Elders in het park is wel vergelijkbaar biotoop aanwezig, zoals de bosvakken ten westen van de sportvelden. De uitbreiding van de sportvelden heeft voornamelijk een lokaal effect. Een negatief effect op de biodiversiteit in het centrale of westelijke deel van het park valt niet te verwachten. Voor de beleving van de bezoeker zal het oostelijke deel door de clustering van sportactiviteiten meer het karakter van een sportpark krijgen dan nu het geval is. In de bosvakken broeden diverse soorten vogels. Voorheen broedde hier de Sperwer, maar sinds de dunning in de winter van 2011-2012 is hier geen broedgeval meer vastgesteld (Elzerman 2015). Vervolgens zijn in 2018 weer veel bomen verdwenen door werkzaamheden. De grootschalige bomenkap heeft de meeste bosvakken ongeschikt gemaakt voor jaarrond beschermde vogels. Na de bomenkap waren de bosvakken de eerste jaren te open.

Inmiddels zijn de open plekken van de eerste grootschalige dunning grotendeels opgevuld met nieuwe bomen en struiken, die zich door de extra lichtval konden ontwikkelen. Het ontbreekt

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

12 / 27

!! Bureau Stadsnatuur echter nog steeds aan geschikte nestplekken voor de jaarrond beschermde Buizerd, Sperwer en Boomvalk. Als de bomen in de komende jaren ouder worden en de bosvakken zich verder ontwikkelen dan kan dit deel van het park wel weer geschikt worden. Wellicht dat de huidige dichte begroeiing nestgelegenheid biedt voor een Ransuil. De soort wordt af en toe in het park waargenomen, maar concrete aanwijzingen voor een broedgeval ontbreken. In het kader van de uitbreiding van de sportvelden is het nodig om een nestlocatie met zekerheid uit te sluiten. De buitenranden van het park, waar veel grote bomen staan, worden niet direct getroffen door de uitbreiding van de sportvelden. Het buizerdnest langs de snelweg wordt niet aangetast door deze ontwikkeling (Figuur 7; zie ook bespreking aanleg geluidswal). De aanleg van de sportvelden zorgt wel dat dit deel van het park een stuk opener wordt. Tijdens wedstrijden en trainingen treedt meer verstoring op door geluid en licht dan in de huidige situatie. Er blijft een bosrand behouden dat de sportvelden moet afschermen van de buitenrand van het park. Een brede watergang vormt op dit moment de scheiding tussen het park en buitenrand met grote populieren. Dit wordt ervaren als natuurlijke barrière, waardoor de Buizerd zich veilig voelt.

Aangezien de bosrand en brede watergang in tact blijven, zal de Buizerd het gebruik van de sportvelden ook niet direct ervaren als verstoring. Het geluid en de verlichting komen van een vaste verstoringsbron op gezette tijden, dus daar kan de roofvogel aan wennen. Bovendien blijft een bosrand met mantelzoom langs de watergang in tact, wat voor afscherming zorgt. Bij de zuidelijke variant is die bosrand echter wel smaller dan bij de oostelijke variant. Buiten de jaarrond beschermde vogels, verdwijnt leefgebied voor overige vogelsoorten. Het gaat met name om zangvogels die leven in dichte, jonge bossen met veel struweel zoals Houtduif, Zwartkop, Winterkoning, Heggenmus Prune/la modularis, Tjiftjaf, Staartmees Aegithalos caudatus en Vink Fringilla coelebs. Het zorgt echter niet voor een negatief effect op de staat van instandhouding van soorten. Het zijn algemeen voorkomende soorten en de ruimtelijke ontwikkeling is relatief klein. Bovendien kan een deel van de vogels uitwijken naar andere delen van het Oosterpark met vergelijkbaar biotoop. Wat het effect op beschermde zoogdieren is, is onbekend. Met name het effect op vleermuizen moet nader onderzocht worden. Het ontbreekt aan informatie over het gebiedsgebruik door vleermuizen. Hierdoor kan geen goede inschatting gemaakt worden van de waarde als foerageergebied dat zal verdwijnen.

Het gaat hierbij zowel om het fysiek verdwijnen, doordat bosvakken gekapt worden, als ook het negatieve effect van de extra verlichting. Verder is het niet geheel uitgesloten dat zich in de bomen verblijfplaatsen bevinden. De uitbreiding van de sportvelden gaat gepaard met een verplaatsing van de kantine en kleedkamers. De huidige gebouwen zullen waarschijnlijk verdwijnen. In dat geval moeten ook de gebouwen onderzocht worden op de potenties voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Tot slot, bevindt zich een fietspad met bomenrij die vanaf de woonwijk het park in loopt. Dit kan door vleermuizen gebruikt worden als vaste vliegroute. Hetzelfde geldt voor de watergang met rietkraag en bosrand aan de buitenzijde van de bosvakken. Voor de zoogdieren, van de lijst nationaal beschermde/overige soorten (art. 3.10), geldt dezelfde redenatie als bij de (niet-jaarrond beschermde) broedvogels. Het verdwijnen van het bos ontneemt leefgebied van o.a. Egel, Bosmuis, Bunzing en Gewone bosspitsmuis. Het leidt echter niet tot een negatief effect op de staat van instandhouding. In combinatie met de aanleg van geluidswering (zie volgende paragraaf) is het oppervlak aan beplanting dat verloren gaat echter wel groot. Dit cumulatieve negatieve effect moet verkleind worden door elders in het park verbeteringen voor deze soorten aan te brengen.

Voor de overige soortgroepen zijn geen beschermde soorten in het zoekgebied voor uitbreiding van de sportvelden bekend. Het park biedt ook geen geschikt biotoop voor die soorten. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient wel altijd de Zorgplicht in acht genomen te worden. Met name ten aanzien van de amfibieën van de provinciale vrijstellingslijst (Provinciale Staten van Zuid-Holland 2016). Na de grootschalige dunning heeft hier buiten het reguliere maaien van de paden en bosranden nauwelijks onderhoud plaatsgevonden. Hierdoor kon de vegetatie zich hier spontaan ontwikkelen. In de dichtbegroeide bosvakken leven allerlei kleine dieren. Het is onbekend in hoeverre zich hier specifieke soorten gevestigd hebben die gebonden zijn aan dit type biotoop.

Aanleg geluidsscherm Om de overlast door geluid en uitlaatgassen van de snelweg naar de woonwijk Drievliet te verminderen is het plan om een geluidswerende maatregelen te nemen in de vorm van een geluidsscherm. Er is gekozen voor een

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

13 / 27

!! Bureau Stadsnatuur afscherming van zes meter hoog, met de optie om dit tot acht meter te verhogen. Het moet geplaatst worden op Ridderkerks beheergebied. Dit betekent dat de schermen ten noorden van de afwatering langs de snelweg aan de zuidkant van het park gerealiseerd wordt. Ten zuiden van de sloot is de grond in beheer van Rijkswaterstaat. De geluidswering komt daarmee voor een groot deel langs het bestaande wandelpad te liggen (Figuur 6). De betonnen platen worden aan de zijde van het park aan het zicht onttrokken door een 'groene aankleding'. Dit kan op verschillende manieren, zoals een rij bomen en struiken aanplanten of begroeiing met klimop. De keuze wordt nog nader uitgewerkt. Er wordt nog onderzocht of het zinvol is om ook langs de Rotterdamseweg in noordelijke richting geluidsschermen te plaatsen. Verder wordt de optie onderzocht om zonnepanelen te plaatsen op of bij het geluidsscherm. In algemene zin heeft de plaatsing van een geluidswering langs vrijwel de gehele zuidrand van het Oosterpark een groot effect op het karakter van het park. Voor de aanleg van de geluidswering moeten langs de gehele rand van het park van de Rotterdamseweg tot aan het knooppunt Ridderkerk-Zuid veel bomen gekapt worden. Het merendeel van de grote bomen in het park bevinden zich nu langs de zuidrand. Een groot deel van deze bomen zal verdwijnen door de aanleg van een geluidswering.

Het gaat om grote populieren/abelen van ca. 30 tot 50 jaar oud. Hiermee verdwijnt de hoogste en oudste groene leeflaag in de parkstructuur. De variatie in het Oosterpark wordt daarmee kleiner. De waarde van deze bomen zit hem vooral in de variatie die ze bieden aan het park als geheel. De biodiversiteit in het gebied hangt samen met de variatie aan biotopen, vegetatiestructuur, landschapselementen en abiotische factoren. Daarnaast vormen de bomen in de huidige situatie een natuurlijke 'geluidswering' tegen het verkeer van de snelwegen. Dit geldt niet alleen voor mensen, maar ook dieren in het gebied profiteren van de geluiddempende werking van de bomen. De bomen spelen ook een rol in het afvangen van vervuilende uitlaatgassen, waardoor bepaalde planten en (korst)mossen kunnen groeien. De vraag is in hoeverre deze functies verdwijnen als de bomen vervangen worden door een geluidsscherm. Bij het geluidsscherm worden wel nieuwe bomen gepland, maar het kost weer circa 30-40 jaar voordat deze bomen eenzelfde omvang hebben. Hetzelfde geldt indien de bomen elders in het park gecompenseerd worden. Dat maakt oude bomen ook zo waardevol. Bovendien is het nog afwachten of de bomen een vergelijkbare omvang mogen behalen in relatie tot de geluidswering. Het aantal te kappen bomen zal nog groter worden als gekozen wordt voor zonnepanelen.

Ten zuiden van het beoogde tracé staan langs de snelweg bomen. Deze moeten gekapt worden als ze voor schaduw zorgen op de zonnepanelen. Bij het Knooppunt Ridderkerk-Zuid gaat het om grote populieren. Het beoogde tracé voor de aanleg van een geluidsscherm is een smalle strook van het park. In de huidige situatie bestaat dit uit enkele bomenrijen met onderbegroeiing. De onderbegroeiing heeft geen specifieke meerwaarde ten opzichte van andere delen in het park. Het is een smalle strook dat doorkruist wordt door een wandelpad en ruiterpad. De recreatiedruk is hierdoor relatief groot. Dieren, die veel rust nodig hebben, hebben hier te weinig dekking. Wat betreft de beschermde soorten heeft de bomenkap een direct effect op een buizerdnest (Figuur 7). De horst zal verdwijnen door de aanleg. Voor het verwijderen van de nestboom is een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig. Daarnaast dienen de te kappen bomen onderzocht te worden op aanwezigheid van een nest van Boomvalk. Op dit moment is onvoldoende informatie voorhanden om uit te sluiten dat deze jaarrond beschermde soort in één van de te kappen bomen broedt. Alle hoge bomen langs de rand van het park zijn hiervoor geschikt. Naast de nestplek zelf wordt hierdoor ook het aantal alternatieve nestbomen verminderd. Verder dient bij alle bomen rekening gehouden te worden met de broedtijd van andere vogels.

Zoals eerder al beschreven, is ook hier een vleermuisonderzoek nodig om een beter beeld te krijgen van de aanwezigheid van beschermde functies. De bomen kunnen holtes bevatten waarin vleermuizen kunnen verblijven en de bomenrij als geheel kan een vliegroute vormen. Afhankelijk van de exacte plaatsing van het geluidsscherm zal een hoeveelheid onderbegroeiing verdwijnen. Hiermee verdwijnen schuil- en foerageermogelijkheden voor grondgebonden zoogdieren. Dit kan deels gecompenseerd worden door in de nieuwe situatie tegen de achterzijde van het geluidsscherm bomen en struiken te planten. Van de overige soortgroepen zijn geen beschermde locaties bekend op het tracé van de geluidswering. Deze zuidrand van het park wordt gekenmerkt door een dichte bosstrook van voornamelijk populieren/abelen en

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

14 / 27

!! Bureau Stadsnatuur een dubbele bomenrij met ruigtekruiden als onderbegroeiing. Dit biotoop is ongeschikt voor beschermde soorten van de overige soortgroepen.

Aanleg plek natuurlijk spelen Naast de kinderboerderij staan een aantal speeltoestellen. Het plan is om dit uit te breiden met natuurlijk spelen. Dit concept gaat uit van speeltoestellen van natuurlijke elementen, zoals boomstammen, modder en water. Om het bosvak geschikt te maken worden enkele bomen en struiken verwijderd. Boomstammen en mogelijk andere elementen worden aangebracht. Het bosvak, waar het natuurlijk spelen beoogd wordt, ligt naast een broedterritorium van Sperwer (Figuur 7). Deze jaarrond beschermde roofvogel heeft in het beukenvak en een perceel westelijker gebroed. Het omvormen van het bosvak tot speelplek hoeft geen negatief effect te hebben op de Sperwers. In de huidige situatie worden al regelmatig hutten gebouwd binnen het territorium. Tot voor kort leek dit geen probleem te zijn. In 2018 is daar nog succesvol gebroed; de status in 2019 is onbekend. In 2020 is echter geen aanwijzing verkregen voor een broedgeval (pers. obs.). Mogelijk dat de activiteiten toch tot te veel verstoring hebben geleid in combinatie met het feit dat de dekking verminderd is door de bomenkap in 2018. Om te voorkomen dat het natuurlijk spelen tot een negatief effect leidt, is het van belang dat het sperwerterritorium aan de westzijde wordt uitgebreid met geschikt broedbiotoop.

Door beheer en onderhoud af te stemmen op de eisen van de Sperwer én met aanplant van nieuwe, potentiële nestbomen kan dit gerealiseerd worden. Bij de kinderboerderij en het pannenkoekenhuis broedt mogelijk de Huismus. Deze jaarrond beschermde soort is gebonden aan de gebouwen voor het broeden. Voedsel kunnen de Huismussen halen op het terras van het restaurant en bij de kinderboerderij. Het omvormen van het bosvak heeft geen effect op het leefgebied van de Huismussen. Sterker nog, als hier meer gezinnen komen recreëren dat kan dit een nieuwe voedselbron vormen. Buiten de Sperwer en Huismus zijn geen beschermde soorten bekend in (de directe omgeving van) het bosvak. De ontwikkeling van één bosvak tot natuurlijke speelplek is dermate klein in verhouding tot de rest van het park dat dit nauwelijks leefgebied ontneemt aan planten en dieren. Een extern effect op beschermde natuurgebieden in de omgeving kan ook worden uitgesloten.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

15 / 27

!! Bureau Stadsnatuur Conclusies De gemeente Ridderkerk is in 2020 gestart met het opstellen van een plan voor de aanpak van de herinrichting van het Oosterpark. Er zijn plannen voor de plaatsing van een 5G-zendmast, uitbreiding van sportvelden, de aanleg van een geluidswal of -scherm langs de snelweg en aanleg van een plek voor natuurlijk spelen. Daar staat tegenover dat de gemeente op zoek is naar mogelijkheden om het gebied te verbeteren voor de biodiversiteit. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) is middels een quick scan onderzocht wat de (potentiële) effecten van de ruimtelijke ontwikkelingen op de (beschermde) natuurwaarden zijn. Deze notitie doet hier verslag van. In een afzonderlijke notitie worden de mogelijke verbeteringen voor de natuurwaarden beschreven (Elzerman 2020). De quick scan is een verkennend onderzoek naar effecten van de ruimtelijke ontwikkelingen op beschermde soorten, natuurgebieden en houtopstanden. De gegevens uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF), Natuurwaarden kaart van de BAR-organisatie (Elzerman 2015 met aanvullingen uit 2016-2018), landelijke verspreidingsgegevens en gebiedskennis van Bureau Stadsnatuur zijn gebruikt om het voorkomen van beschermde soorten in kaart te brengen. De ruimtelijke ontwikkelingen waren ten tijde van de quick scan nog niet in detail uitgewerkt.

In het najaar van 2020 is besloten om geen 5G-zendmast in het park te plaatsen en in december 2020 heeft de politiek gekozen voor een 6-meter hoog geluidsscherm als geluidswerende maatregel (Figuur 6). Voor de uitbreiding van de sportvelden zijn twee varianten (Figuur 4 en Figuur 5). De plek voor natuurlijk spelen was wel definitief vastgesteld. Bij de effectenanalyse van de ruimtelijke ontwikkelingen is uitgegaan van het voorkomen van beschermde flora en fauna in algemene zin. Indien de plannen effect hebben op specifieke beschermde locaties dan is dit apart uitgelicht. Per project moet met de volgende zaken rekening gehouden worden:

Uitbreiding sportvelden  Het zoekgebied voor de uitbreiding van de sportvelden is ten zuiden (Figuur 5) en oosten (Figuur 4) 

 

van de bestaande sportvelden in het oostelijke deel van het park. Indien gekozen wordt voor de aanleg van twee nieuwe honkbal-/softbalvelden in oostelijke richting dan biedt dit ruimte om de tennisbanen te verplaatsen of een parkeerterrein aan te leggen. De parkeervakken langs de Oosterparkweg kunnen dan een groene invulling krijgen. Bij de zuidelijke variant blijft de parkeergelegenheid langs de Oosterparkweg behouden. Langs de buitenrand van de nieuwe sportvelden blijft in beide varianten een bosrand met mantelzoom behouden, maar die is in de oostelijke variant breder dan bij een uitbreiding in zuidelijke richting. In algemene zin verdwijnt door de uitbreiding van de sportvelden leefgebied voor diverse soorten planten en dieren. Het aantal exemplaren van deze soorten, die in het park kunnen leven, neemt af of moet uitwijken naar andere delen van het park. Het effect van de ruimtelijke ontwikkeling is lokaal. Op andere delen van het park heeft het geen effect. Voor zover bekend leven geen specifieke soorten in deze bossvakken, die elders in het park niet te vinden zijn. Compensatie van het biotoop in andere delen van het park is mogelijk als open grasvelden beplant worden met bomen. Wat betreft de beschermde soorten is niet geheel uit te sluiten dat de beoogde uitbreidingslocatie gebruikt wordt als broedplek door de jaarrond beschermde Ransuil.

Tot nu toe ontbreken concrete aanwijzingen voor een broedgeval, maar soortgericht onderzoek wordt aangeraden om hier zekerheid over te krijgen. De bosvakken zijn in de huidige situatie voor de overige jaarrond beschermde vogels niet geschikt als broedplek. In de bomenrij langs de snelweg is een nestplek van een Buizerd (Figuur 7). Deze roofvogel is jaarrond beschermd. De nieuwe inrichting en het toekomstige gebruik van de sportvelden leidt tot meer (periodes met) geluid en verlichting. De afstand tot de nestlocatie met een tussenliggende watergang en afscherming door bosschages maken het waarschijnlijk dat de nestplaats kan blijven functioneren. Bij de oostelijke variant blijft de afstand tot het jaarrond beschermde nest groter dan bij de zuidelijke variant. Aandachtspunt voor de zuidelijke variant is om voldoende afscherming te behouden.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

16 / 27

!! Bureau Stadsnatuur  

  

 

Hetzelfde geldt voor een eventuele nestlocatie van de Boomvalk. Die is niet bekend uit deze hoek van het park, maar de grote bomen langs de rand van het park zijn hier wel geschikt voor. Het effect van het verdwijnen van de bosvakken ten behoeve van de sportvelden op vleermuizen is nog niet voldoende in te schatten. Bovendien kan de toevoeging van sportverlichting tot extra lichthinder leiden. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden naar het gebiedsgebruik door vleermuizen. Alle soorten vleermuizen zijn beschermd. Naast de dieren zelf zijn ook gebiedsfuncties als verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en essentiële foerageergebieden beschermd door de Wnb. Zowel bomen in het park als de gebouwen van de sportclubs kunnen onderdak bieden aan verblijfplaatsen van vleermuizen. Verblijfplaatsen mogen niet zonder ontheffing aangetast worden. De waarde als foerageergebied van dit deel van het park is onbekend. Onderzocht moet worden hoe zich dat verhoudt tot andere delen van het park. Indien sprake is van een essentiële waarde dan is ook een ontheffing nodig. Tot slot, loopt langs de huidige sportvelden een fietspad met bomenlaan vanaf de woonwijk het park in. Dit kan mogelijk dienen als beschermde vaste vliegroute. Hetzelfde geldt voor de buitencontour van de bosvakken. Groeiplaatsen van beschermde vaatplanten zijn hier niet bekend.

Op basis van het biotoop en het beheer van de afgelopen jaren kunnen deze redelijkerwijs worden uitgesloten. Beschermde soorten van andere soortgroepen, waarvoor een ontheffing nodig is, zijn niet bekend uit dit deel van het park. In het zoekgebied voor de uitbreiding van de sportvelden leven diverse soorten kleine zoogdieren en amfibieën die vallen in de categorie 'nationaal beschermde/overige soorten' (art. 3.10) uit de Wnb. Al deze soorten staan op de provinciale vrijstellingslijst. Een effect op de staat van instandhouding is door de ruimtelijke ontwikkeling niet te verwachten. Een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, maar de Zorgplicht is wel van toepassing. Een direct effect op beschermde Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland, zoals het ontnemen van terrein, lichtvervuiling of geluidsoverlast, kan worden uitgesloten. Het Oosterpark ligt binnen de bebouwde kom-grens. Hierdoor zijn de artikelen van de Wnb voor beschermde houtopstanden niet van toepassing, maar geldt de APV van de gemeente Ridderkerk voor de bomenkap.

Aanleg geluidswal of geluidsscherm langs snelweg  Het plan is om langs de gehele zuidrand van het Oosterpark tussen de Rotterdamseweg en het

knooppunt Ridderkerk-Zuid (A 15/A 16) een geluidswerende maatregel te nemen. Het geluidsscherm moet op beheergebied van de gemeente Ridderkerk geplaatst worden. Ten tijde van de quick scan werd nog onderzocht of een uitbreiding van het geluidsscherm langs de Rotterdamseweg van toegevoegde waarde is en of het mogelijk is om zonnepanelen op/bij het geluidsscherm te plaatsen. In algemene zin heeft dit een groot negatief effect op de natuurwaarden in het park. Door de aanleg van de geluidswering verdwijnt een boomlaag van de oudste en grootste bomen. Dit is ook niet op korte termijn te compenseren. Het duurt weer tientallen jaren voordat bomen van een dergelijke omvang zich ontwikkeld hebben. Het betekent een verlies aan variatie in landschapsstructuur van het park. Het aanbrengen van beplanting achter het geluidsscherm geeft flora en fauna wel weer nieuwe kansen, maar voor de soorten die afhankelijk zijn van grote, oude bomen verdwijnt een belangrijk deel van hun leefgebied. Bovendien verdwijnt in de hoogte een deel van de afscherming van de snelweg. De aanleg van de geluidswering heeft een direct effect op twee nestlocaties van de Buizerd (Figuur 7). Bovendien wordt het aantal uitwijkmogelijkheden gereduceerd. Deze roofvogel is jaarrond beschermd, dus het verwijderen of aantasten van de nestplek (ook buiten het broedseizoen) is ontheffi ngsplichtig.

Op het tracé van het geluidsscherm staan veel grote bomen. Deze bomen vormen potentiële broedplekken voor de Boomvalk. Dit is ook een jaarrond beschermde soort. Aangezien niet op voorhand kan worden uitgesloten dat zich een nest in één van de te kappen bomen bevindt, moet dit onderzocht worden. Ook voor deze roofvogel geldt dat het aantal alternatieve nestplekken verkleind wordt door de bomenkap.

bSR-notitie 2348 - Quick scan herinrichting Oosterpark Ridderkerk

17 / 27

!! Bureau Stadsnatuur 

   

De bomen hebben mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Bovendien vormen ze in rij als begeleiding voor een potentiële vaste vliegroute voor vleermuizen. Dit vormen beschermde gebiedsfuncties die onderzocht moeten worden met een vleermuisonderzoek. De beschermde soorten van overige soorten kunnen op basis van het voorkomen en de biotoop redelijkerwijs worden uitgesloten. Bij de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen van vogels en moet de Zorgplicht in acht genomen worden. Een direct effect op beschermde Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland, zoals het ontnemen van terrein, lichtvervuiling of geluidsoverlast, kan worden uitgesloten. Het Oosterpark ligt binnen de bebouwde kom-grens. Hierdoor zijn de artikelen van de Wnb voor beschermde houtopstanden niet van toepassing, maar geldt de APV van de gemeente Ridderkerk voor de bomenkap. Indien gekozen wordt voor het verlengen van het geluidsscherm langs de Rotterdamseweg dan worden nog meer bomen gekapt. De bomen langs dit deel van het park zijn jonger dan langs de zuidrand. Het aantal alternatieve nestplekken voor de jaarrond beschermde Buizerd en Boomvalk neemt hierdoor verder af. Indien gekozen wordt voor het plaatsen van zonnepanelen op of naast het geluidsscherm dan moeten de bomen langs de snelweg waarschijnlijk gekapt worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1064/documents/38091