CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Oosterpark (versie ter vaststelling).pdf

Gemeenteraad RK 14 oktober 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Vaststelling bestemmingsplan Oosterpark22.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

landelijke bestemmingsplannen gediend. Het bestemmingsplan is tevens afgestemd op de terminologie en regelgeving zoals opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De regeling is zo veel mogelijk afgestemd op het gemeentelijk handboek voor bestemmingsplannen en het vigerende bestemmingsplan 'Oosterpark en Gorzen' en beheersverordening 'Rijkswegen en het Oosterpark'.

5.2

Opbouw regels

De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen, die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan (zie paragraaf 5.3). Het derde hoofdstuk gaat in op de algemene bepalingen. De overgangs- en slotbepalingen maken onderdeel uit van het vierde hoofdstuk.

5.3

Bestemmingen

Bedrijf - Gasdrukmeet- en regelstation Deze gronden zijn bestemd voor het bestaande gasdrukmeet- en regelstation.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

56

Detailhandel Op deze locatie zit een tuincentrum met koffiehuis/lunchgelegenheid. Als hoofdbestemming is 'Detailhandel' opgenomen. Ook is er ondergeschikte vorm van horeca aanwezig behorend bij de bloemenwinkel. Het gaat om een koffiehuis/lunchroom. Deze is middels de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1' opgenomen. Groen Kenmerkende groenstroken binnen het plangebied zijn bestemd met de bestemming 'Groen'. Binnen deze bestemming zijn beplanting, geluidswerende voorzieningen en voet- en fietspaden toegestaan. Recreatie Voor het grootste deel van het park is gekozen voor de bestemming Recreatie. Het Oosterpark is een park waar de gehele familie kan recreëren. Binnen het bestemmingsvlak mogen gebouwen gebouwd worden tot een maximum van 20 m² en een goothoogte van 2,5 m, voor bijvoorbeeld een sanitaire voorziening. Er geldt een maximum bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde van 5 meter. Hiermee kunnen eventuele speelvoorzieningen mogelijk worden gemaakt. Aanduiding Kinderboerderij Binnen de bestemming 'Recreatie' is de aanduiding 'kinderboerderij' opgenomen voor de kinderboerderij en de uitbreidingsmogelijkheden voor dierenverblijven en een gebouw voor educatie/een natuurvereniging. Middels een bebouwingspercentage is een bepaalde mate van flexibiliteit ingebouwd om de nieuwe bebouwing binnen te realiseren.

Parkeerplaatsen De parkeerterreinen zijn opgenomen met een aanduiding 'parkeerterrein' binnen de bijbehorende bestemmingen (Sport en Recreatie). De aanduiding is ruim opgenomen om de huidige vakken gelegd om enige aanpassing mogelijk te maken. Geluidsscherm Op de aanduiding 'geluidscherm' mag een geluidsscherm worden gerealiseerd van maximaal 8 meter hoog. Met deze hoogte wordt een eventuele ophoging van het nu beoogde scherm van 6 meter direct mogelijk gemaakt. Horeca Deze bestemming is toegekend aan de pannenkoekboerderij. Door middel van bebouwingspercentage (55%) en goothoogte (3 m) zijn de bouwmogelijkheden aangegeven.

een

Sport De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor sportvelden en gebouwde sportvoorzieningen met verenigingsgebouwen en daarbij behorende ondergeschikte horeca (categorie 1b). Het sportcomplex in het Oosterpark huisvest een Tennis-, Midgetgolf- en Honk-/Softbalvereniging. Deze intensieve vorm van recreatie is op de verbeelding opgenomen als bestemming 'Sport' om in één oogopslag aan te geven dat er een verschil is met de rest van het park, wat bestaat uit extensieve recreatie. Er is per vereniging een bouwvlak opgenomen met een bijbehorend bebouwingspercentage voor het gehele vlak waar de club velden/gebouwen heeft of kan hebben. Ook is de maximum goothoogte aangegeven. Voor het sportcomplex zijn er beperkte uitbreidingsmogelijkheden toegekend. Bouwhoogtes tribunes/overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt 5 meter. De bouwhoogte van respectievelijk ballenvangers en lichtmasten bedraagt maximaal 10 en 25 meter.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

57

Tuin Op de gronden waar erfbebouwing niet wenselijk is, is de bestemming 'Tuin' opgenomen. Op de gronden met de bestemming Tuin zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Verkeer - verblijfsplaats Voor de uitrit van enkele parkeerplaatsen, het pad naar de woningen/nutsvoorziening en het tuincentrum. Deze bestemming is gericht op het verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de genoemde aangrenzende bestemmingen. Water De gronden die aangewezen zijn voor water zijn bestemd voor waterlopen ten behoeve van de waterhuishouding. Binnen deze bestemming mag alleen worden gebouwd indien dit noodzakelijk is voor bijvoorbeeld oeververbindingen, of ten behoeve van de kwantiteit en kwaliteit van het oppervlaktewater. Er geldt een maximum bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde van 5 meter. Hiermee kunnen eventuele speelvoorzieningen in de recreatieplas mogelijk worden gemaakt. Wonen De gronden die aangewezen zijn voor Wonen zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Daar waar van toepassing is het aantal woningen op de verbeelding aangegeven. Er geldt een maximum goothoogte van 4 meter. De diepte van nieuwe hoofdgebouwen is 12 meter. Leiding - Gas De voor Leiding - Gas aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een aardgasleiding met de daarbij behorende bouwwerken en andere werken.

De belangen van de dubbelbestemming zijn primair ten opzichte van de belangen van de ander daar voorkomende bestemmingen. Waarde - Archeologie 3 en 4 De archeologiebestemmingen zijn geheel overgenomen, zoals deze ook in de beheersverordening 'Rijkswegen en Oosterpark' stonden. Waterstaat - Waterstaatkundige functie In het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de belangen van de waterstaatkundige functie van bepaalde (hoofd-)watergangen. Deze functie is daarom vooropgesteld ten opzichte van de op deze gronden samenvallende functies. Regeling hoogtes Er is gekozen om alleen goothoogtes op te nemen voor gebouwen. De maximale bouwhoogte is de goothoogte +5 meter. De maximale bouwhoogte staat in de algemene bouwregels beschreven.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

58

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

59

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De gemeenteraad heeft budget beschikbaar gesteld voor de aanpassing van het sportpark en voor de bouw van het geluidsscherm. Voor de totale aanpak in het park loopt nog besluitvorming bij de gemeenteraad. Naar verwachting zal de raad in juli 2021 een besluit nemen om ook voor de aanpak van het park budget beschikbaar te stellen. Het doel van deze aanpak is om naast de twee grote ontwikkelingen ook het totaalbeeld voor het Oosterpark voor ogen te houden. Op die manier sluiten deze ontwikkelingen logisch aan op de rest van het bestaande park. Een belangrijk uitgangspunt voor de aanpak is handhaven wat al een goede kwaliteit heeft en ingrepen doen waar verbeteringen mogelijk en noodzakelijk zijn om het park toekomstbestendig te maken. We gaan naar een duurzaam bosbeheer waarin ruimte is voor duurzame houtsoorten, die ook de ruimte krijgen om te groeien en groot te worden.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De gemeente Ridderkerk is in het kader van de participatie in 2020 (voorafgaand aan het bestemmingsplantraject) en 2021 al verschillende keren met de ondernemers, omwonenden en gebruikers van het Oosterpark in gesprek gegaan. Er zijn gesprekken gevoerd over het huidige gebruik van het park en er is geïnventariseerd naar mogelijk toekomstige ontwikkelingen in het park. Op verschillende momenten daarna is met betrokkenen het ontwerp opnieuw besproken en aangepast. Uiteindelijk is een aanpak geformuleerd voor het hele Oosterpark. Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) op 24 maart 2021 toegezonden aan de volgende overlegpartners: 1. Provincie Zuid Holland 2. Waterschap Hollands Delta 3. Gasunie 4. Veiligheidsregio Rotterdam 5. Staatsbosbeheer 6. Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde (NRIJ) De bedrijven en instellingen onder 1 tot en met 4 hebben gereageerd op het plan. Hieronder staat hun reactie en het gemeentelijk antwoord daarop: Provincie Zuid-Holland Het voorontwerpbestemmingsplan is aangeboden aan de provincie Zuid-Holland via het e-formulier. Uit de ingevulde antwoorden bleek dat het plan niet opgestuurd hoeft te worden aan de provincie. Reactie gemeente De gemeente neemt dit bericht ter kennisgeving aan.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

60

Waterschap Hollands Delta Het Waterschap heeft het volgende advies gegeven: In paragraaf 4.11 Water wordt gesproken over dempen en graven van watergangen. Verder wordt aangegeven dat er een (beperkte) toename is aan verhard oppervlak. Geadviseerd wordt om ook die toename aan verharding in cijfers aan te geven, zodat aantoonbaar is dat het graven van het extra water toereikend is. Verder is de gemeente nog in overleg met het waterschap over de nadere uitwerking van een aantal zaken, onder andere het realiseren van doorstroming van de vijver met hondenstrandje en de doorstroming van het westelijk deel van het Oosterpark. Ten aanzien van het geluidsscherm wordt meegegeven dat zoveel mogelijk is de beschermingszone van de naastgelegen watergang toegankelijk en vrij van beplanting moet blijven. Verder moet het onderhoud aan de watergang die onder het geluidsscherm en rijksweg loopt mogelijk blijven. Zoals in het plan wordt beschreven is een vergunning van het waterschap nodig voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem. Reactie gemeente: De toelichting is aangevuld met de meest actuele inzichten en cijfers ten aanzien van de toename aan open water en verharding. Daarmee is aangetoond dat sprake is van een toename van het "overschot" aan water dat eventueel kan worden benut voor ontwikkelingen elders binnen hetzelfde peilgebied.

De overige punten worden in goed overleg met het Waterschap opgepakt. Gasunie De Gasunie heeft per e-mail gevraagd te controleren of de gasleiding bij de Oosterparkweg goed is opgenomen op de Verbeelding. Hiervoor zijn de digitale leidinggegevens meegestuurd. Gevraagd wordt ook om te controleren of het Gasdrukmeet- en regelstation goed is opgenomen op de verbeelding en wordt verzocht de toegelaten bouwhoogte van bebouwing en erfafscheidingen (beperkt) te verhogen. Gevraagd wordt om de bestemming Bedrijf – Nutsvoorziening te wijzigen naar Bedrijf – Gasdrukmeet- en regelstation. Daarnaast wordt gevraagd om de aanduiding 'veiligheidszone – bedrijven' om te voorkomen dat binnen de uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 3.12, 6e lid) voortvloeiende veiligheidsafstanden, kwetsbare objecten en/of beperkt kwetsbare objecten gerealiseerd kunnen worden. Er geldt een veiligheidsafstand van 4 meter voor beperkt kwetsbare objecten en 15 meter voor kwetsbare objecten. Er zijn daarnaast ten aanzien van de planregels verschillende opmerkingen gemaakt. Gevraagd wordt om de bestemmingsomschrijving aan te passen, een voorrangsbepaling op te nemen voor de verschillende dubbelbestemmingen en andere aanpassingen te doen. Daarnaast is opgemerkt dat er onvoldoende aandacht is besteed aan het aspect externe veiligheid ten aanzien van de aardgastransportleiding.

Reactie gemeente In de voorontwerp versie van het bestemmingsplan was het onderzoek ten aanzien van externe veiligheid vanwege de gasleidingen nog niet opgenomen aangezien dat nog niet beschikbaar was. Dit onderzoek inclusief verantwoording is nu toegevoegd. Tevens zijn de regels en verbeelding naar aanleiding van de voorstellen van de Gasunie aangevuld en aangepast. Veiligheidsregio Rotterdam (VRR) De VRR heeft het volgende Advies gegeven:

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

61

Omgevingsmaatregelen 1. De VRR adviseert bij de ontwikkeling van het Oosterpark zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde 'Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR' biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven. Organisatorische maatregelen 2. Doordat het merendeel van de incidenten met transportleidingen wordt veroorzaakt door graafwerkzaamheden zal er met de eigenaren van de leidingen en overige partijen die in de nabijheid van de transportleidingen graafwerkzaamheden kunnen uitvoeren, afspraken gemaakt moeten worden over het tijdstip van de graafwerkzaamheden. Ten tijde van aanwezigheid van grote aantallen personen in het park is het niet wenselijk dat er graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. 3. Zorg dat de BHV-organisaties van de voorzieningen op de hoogte zijn van de mogelijkheid van het optreden van een incident en weten hoe er op dat moment gehandeld moet worden. Doorgaans is schuilen in het gebouw de beste optie; sluit ramen en deuren, schakel het ventilatiesysteem af, blijf weg bij ramen en schuil bij voorkeur in dat deel van het gebouw dat zo ver mogelijk van het incident af is gelegen. 4. Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit.

Dit kan door middel van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand”. Op de website “www.rijnmondveilig.nl” vindt u meer informatie over wat te doen in geval van een incident. Reactie gemeente: Bovenstaand advies is opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan. Ter inzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 4 juni tot en met 15 juli 2021, ter inzage gelegen (artikel 3.8 Wro). Tijdens deze periode is aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Er zijn in totaal 32 zienswijzen binnen de termijn ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoordt in de Nota zienswijzen. De Nota zienswijzen is bijgevoegd als Bijlage 4. Er zijn in totaal twee wijzigingen doorgevoerd aan het bestemmingsplan naar aanleiding van de zienswijzen. De belemmeringenstrook van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' is teruggebracht van 10 naar 8 meter (4 meter aan weerszijden van de leiding) en de leiding W-530-07 is per abuis vergeten op te nemen. Deze omissie is hersteld. Daarnaast is nog een ambtshalve wijziging doorgevoerd doordat een nieuwe provinciale visie en verordening is vastgesteld. De beleidstoets in hoofdstuk 3 is hierop aangepast. Inhoudelijk leidt dit niet tot wijzigingen. Vaststelling De gemeenteraad is het bevoegd gezag voor de vaststelling van het plan.

Na vaststelling ligt het plan nog eenmaal gedurende zes weken ter inzage; de beroepstermijn.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

62

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Stikstofonderzoek

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

22 april 2021 20201868_0010 Twan Giesen M. Rienks

Bestemmingsplan Oosterpark Gemeente Ridderkerk

Aanleiding voor dit stikstofonderzoek is de gewenste herinrichting van het Oosterpark in Ridderkerk. De gemeente is voornemens om dit park toekomstbestendig te maken met meer natuur- en recreatiewaarde. Tussen 1975 en 1985 is het Oosterpark aangelegd en is één van de grotere parken in de omgeving van Ridderkerk. Inmiddels speelt er een aantal ruimtelijke ontwikkelingen in het Oosterpark die van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit. Het gaat om de reeds uitgevoerde essenkap (2018), maar ook om nog uit te voeren ontwikkelingen zoals de uitbreiding van het sportcomplex en de plaatsing van een geluidscherm langs de A15 voor de woningen in de wijk Drievliet. Het Oosterpark kan een grote bijdrage leveren aan de fysieke en mentale gezondheid van de gebruikers en omwonenden rondom het Oosterpark. De gemeente ziet in de genoemde ontwikkelingen een kans om met een integrale aanpak een kwaliteitsslag in het Oosterpark te maken te maken en zodoende een toekomstbestendig park neer te zetten met meer natuuren recreatiewaarde. Om dit te kunnen realiseren is het noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan op te stellen waar binnen de gewenste ontwikkelingen, zo nodig met een bepaalde mate van flexibiliteit, kunnen worden gerealiseerd.

In het kader van de beoogde ontwikkeling dient het plan te worden getoetst aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij onder andere de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Het plangebied ligt in het zuiden van de gemeente Ridderkerk en grenst in het zuiden aan de A15 en in het westen aan de A16. In het noorden wordt het plangebied begrenst door de Oosterparkweg en in het oosten door de Rotterdamseweg. De gronden zijn grotendeels in gebruik als park met daarbinnen o.a. een kinderboerderij en een sportcomplex. In figuur 1 is de ligging van het plangebied weergegeven op een luchtfoto en in figuur 2 is de ligging weergegeven ten opzichte van Natura 2000-gebied.

Figuur 1 - ligging plangebied (bron: Google Maps)

Figuur 2 - ligging plangebied (roze gebied) t.o.v. Natura 2000‐gebieden Niet alle Natura 2000‐gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Natura 2000‐gebieden Oude Maas en Boezems Kinderdijk. Het meest nabijgelegen gebied met verzuringsgevoelige habitats betreft het Natura 2000‐gebied Biesbosch. De afstand van dit Natura 2000‐gebied tot het plangebied bedraagt minimaal 9,5 kilometer. De andere Natura 2000‐gebieden met verzuringsgevoelige habitats liggen op (nog) grotere afstand. Met het rekenmodel Aerius (versie 2020_20210209_2f032ce1a2) zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij is zowel de gebruiksfase (na oplevering van de beoogde functies) als de aanlegfase beschouwd. In deze notitie wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer‐ en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in de bijlagen bij deze notitie.

2/6

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: - Verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel‐ en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving. - Vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen. - Legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies.

Voor Natura 2000‐gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen. - De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. - Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. - Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol.

Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk. Beleidsregel intern en extern salderen Zuid‐Holland Eind 2019 heeft de provincie Zuid‐Holland de Beleidsregel intern en extern salderen vastgesteld. Bij intern salderen gaat het om het treffen van maatregelen binnen de begrenzing van één project of locatie waardoor uitbreidingsmogelijkheden / ontwikkelingsruimte wordt gecreëerd. Bij extern salderen wordt gesaldeerd met één of meer activiteiten buiten de begrenzing van één project of locatie ten behoeve van de verlening van een natuurvergunning. Aan zowel intern als extern salderen is in de Beleidsregel een aantal voorwaarden verbonden. Spoedwet aanpak stikstof Begin 2020 is de spoedwet aanpak stikstof in werking getreden. Deze spoedwet biedt mogelijkheden voor het invoeren van een drempelwaarde voor bepaalde categorieën projecten. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een stikstofregistratiesysteem in te stellen waarin depositieruimte wordt opgenomen die ontstaat door het treffen van bronmaatregelen. Deze ruimte kan vervolgens weer aan nieuwe activiteiten worden toebedeeld. Vanaf 24 maart 2020 kan een natuurvergunning worden aangevraagd op basis van het stikstofregistratiesysteem.

Dit geldt in eerste instantie voor de woningbouw en zeven MIRT projecten.

3/6

Door de recente kaalslag vanwege de essenkap is het Oosterpark niet meer het park, zoals de gemeente en haar inwoners dat voor ogen heeft. Het park wordt ervaren als kaal en onverzorgd. De gemeente wil door de (her)inrichting van het Oosterpark de recreatie- en natuurwaarden verhogen. Hiervoor worden enkele sloten gedempt en er worden mogelijkheden geboden om meer water te realiseren. De hoofdwatergangen zoals deze nu aanwezig zijn worden daarbij niet gewijzigd. Daarnaast zijn enkele overige ontwikkelingen in het park voorzien. De parkeervoorziening nabij de Pelikaan wordt gesaneerd en de parkeercapaciteit bij het sportcomplex en de kinderboerderij wordt uitgebreid. Per saldo wijzigt de totale parkeercapaciteit niet. De honk- en softbalvereniging Rowdies wil uitbreiden middels het verplaatsen van zijn velden en de bouw van een nieuw clubgebouw. Het sportcomplex wordt in zuidelijke richting uitgebreid. Op de locatie van het huidige noordoostelijke veld (softbalveld) komt de uitbreiding van de parkeerplaats te liggen. In het noordoosten komt dan het softbalveld te liggen en in het zuidoosten het honkbalveld. De kinderboerderij en het pannenkoekenhuis zijn in de toekomst voornemens om beperkt uit te breiden. In totaal wordt er circa 500 m2 extra uitbreidingsruimte geboden in het voorgenomen plan.

Tot slot is de gemeente voornemens een geluidscherm aan te leggen langs de A15 om de geluidsoverlast in de wijk Drievliet te verminderen.

Figuur 3 - mogelijke toekomstige inrichting Oosterpark

Aanlegfase Naar verwachting zal de aanlegfase enkele jaren in beslag gaan nemen (2022 tot 2024). In de berekening ten behoeve van de aanlegfase is er echter worst-case vanuit gegaan dat de beoogde ontwikkeling in 1 jaar gerealiseerd zal worden in het jaar 2022. Transportbewegingen ten behoeve van de aan en afvoer van materiaal en de inzet van werktuigen binnen het gebied leiden tot emissies en kunnen daarmee ook van invloed zijn op de stikstofdepositie binnen Natura 2000. Op dit moment zijn de uitgangspunten voor de aanlegfase nog niet bekend. Om deze reden is een analyse op hoofdlijnen uitgevoerd om de uitvoerbaarheid aan te tonen. Bij de verdere uitwerking van de plannen zullen meer gedetailleerde berekeningen noodzakelijk zijn om te onderbouwen dat op dit punt geen sprake is van strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Met verkennende berekeningen is eerst bekeken welke emissie mogelijk is vanuit het gebied voordat er een depositietoename binnen Natura 2000‐gebieden wordt berekend. Vervolgens is in beeld gebracht wat de daaruit volgende randvoorwaarden zijn voor de werkzaamheden tijdens de aanlegfase.

4/6

Gebruiksfase De berekening is uitgevoerd voor het rekenjaar 2022. Het voorgenomen plan heeft geen toename van de verkeersgeneratie tot gevolg. Derhalve is er in de gebruiksfase geen sprake van een toename van stikstofdepositie als gevolg van verkeer. Nieuwbouw ter plaatse van de kinderboerderij en het sportcomplex is mogelijk wel gasgestookt. Er is daarom een berekening gemaakt waarin de effecten van de bebouwingstoename in beeld zijn gebracht (tabel 1). Hierbij is uitgegaan van een worstcast inschatting van de bebouwingstoename. Tabel 1 NOx emissie beoogde situatie (bron: emissiewaarden Aerius 5 juli 2018)

bebouwingstoename (m2) 500

NOx (per m2)

NOx (kg/jr)

0,16 Totaal

80 80

Aanlegfase Uit de berekening in bijlage 1 bij deze notitie blijkt dat er door werkzaamheden tijdens de aanlegfase een emissie van circa 610 kg NOx en 1 kg NH3 per jaar mogelijk is (excl. vervoersbewegingen), voordat een depositietoename wordt berekend. Bij een emissie net daarboven is sprake van een depositiebijdrage van 0,01 mol/ha/jaar binnen het Natura 2000‐gebied Bies‐ bosch. De emissies door het in te zetten materieel (zoals graafmachines, bulldozers en kranen worden bepaald door een combinatie van het aantal draaiuren, het verbruik en de ouderdom van het materieel. In Aerius is bekeken hoeveel liter brandstof jaarlijks kan worden verbruikt binnen de voorgenoemde emissies (610 kg NOx en 1 kg NH3 per jaar). Wanneer sprake is van materieel uit 2014 of recenter (stageklasse IV 130 <= kW < 300) gaat het in totaal om ongeveer 129.000 liter per jaar. Met andere woorden: er kan jaarlijks tot 129.000 liter brandstof worden verbruikt binnen het plangebied zonder dat een depositietoename binnen Natura 2000‐gebieden optreedt. Uitgaande van een gemiddeld brandstofverbruik (19 liter per uur) betekent dit dat bij materieel uit stageklasse IV (129.044 liter per jaar) 6.791 draaiuren ofwel ruim 848 draaidagen. Hierbij is uitgegaan van het gemiddeld stationair draaien van mobiele werktuigen van 30%, hetgeen neerkomt op 2.025 uren.

Uitgaande van 200 werkbare dagen per jaar kunnen 4 tot 5 stuks zwaar materieel zoals kranen, shovels en graafmachines gelijktijdig en continu (8 uur per dag) in bedrijf kunnen zijn binnen het plangebied zonder dat een depositiebijdrage wordt berekend. De bouwwerkzaamheden van de individuele ontwikkelingen zullen in de praktijk niet gelijktijdig plaatsvinden. Met name de realisatie van het geluidscherm zal leiden tot veel verkeersbewegingen ten tijde van de aanlegfase. In de berekening is daarom ten behoeve van de aanlegfase (bijlage 1) een transportroute toegevoegd waarbij wordt uitgegaan van een worst-case inschatting van 100 vrachtwagenbewegingen en 100 personenautobewegingen per etmaal. Voor zwaar vrachtverkeer binnen het plangebied is een lijnbron opgenomen waarbij wordt uitgegaan van 100% stagnatie in verband met het stationair draaien tijdens het laden en lossen. Uit het voorgaande en de berekening zoals toegevoegd in bijlage 1 blijkt dat op basis van een worst-case invoer van de aanlegfase er geen depositiebijdrage binnen de maatgevende Natura 2000‐gebieden wordt berekend (geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar als gevolg van de aanlegfase). Hierbij is er worst-case vanuit gegaan dat alle functies binnen 1

5/6

jaar worden gerealiseerd. In de praktijk zal de aanlegfase langer duren hetgeen betekent dat de te verwachten stikstofdeposities nog lager zullen zijn. Er kan worden geconcludeerd dat het zonder meer mogelijk is om de beoogde plannen in het Oosterpark te ontwikkelen zonder dat sprake is van een toename van stikstofdepositie binnen Natura 2000. Afhankelijk van de fasering van de werkzaamheden is het wel van belang te kiezen voor zo veel mogelijk recent materieel. Met de voorgaande analyse en de onderliggende berekeningen is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op hoofdlijnen aangetoond. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal op basis van meer gedetailleerde informatie over de fasering en het in te zetten materieel een nadere onderbouwing noodzakelijk zijn. Gebruiksfase De Aerius‐uitvoer voor de gebruiksfase is opgenomen in bijlage 2 bij deze notitie. Uit de resultaten blijkt dat geen depositiebijdrage binnen de maatgevende Natura 2000‐gebieden berekend (geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar).

Figuur 4 Berekeningsresultaten

Op basis van de resultaten van uitgevoerde Aerius‐berekeningen wordt geconcludeerd dat de realisatie van de beoogde plannen binnen het Oosterpark te niet leiden tot een depositietoename op verzuringsgevoelige habitats binnen Natura 2000. De berekende depositie bedraagt in de gebruiksfase 0,00 mol/ha/jaar. Voor de uitvoeringsfase is op basis van een analyse op hoofdlijnen aangetoond dat het zonder meer mogelijk is om het Oosterpark te herontwikkelen zonder dat sprake is van een toename van stikstofdepositie binnen Natura 2000. Significante negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Bijlagen: 1. Aerius‐berekening aanlegfase 2. Aerius‐berekening gebruiksfase

6/6

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RvEc14QCtgEM (29 april 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Ridderkerk

-, - -

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Bestemmingplan Oosterpark

RvEc14QCtgEM

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

29 april 2021, 19:53

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

1.231,17 kg/j

NH3

17,44 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Aanlegfase

Resultaten

Aanlegfase

RvEc14QCtgEM (29 april 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Aanlegfase

Emissie Aanlegfase

Resultaten

Bron Sector

Aanlegfase

Emissie NH3

Emissie NOx

plangebied Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

1,08 kg/j

609,54 kg/j

onsluiting worst-case Wegverkeer | Buitenwegen

9,93 kg/j

347,44 kg/j

stagnerend bouwverkeer Wegverkeer | Buitenwegen

6,44 kg/j

274,19 kg/j

RvEc14QCtgEM (29 april 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

plangebied 101668, 430261 609,54 kg/j 1,08 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Aanlegfase

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

129.044

2.025

11,0 NOx NH3

609,54 kg/j 1,08 kg/j

STAGE IV, 130 <= mobiele werktuigen kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

100,0 / etmaal NOx NH3

325,46 kg/j 7,64 kg/j

Standaard

Licht verkeer

100,0 / etmaal NOx NH3

21,98 kg/j 2,29 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

onsluiting worst-case 101978, 430422 347,44 kg/j 9,93 kg/j

stagnerend bouwverkeer 101625, 430275 274,19 kg/j 6,44 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

100,0 / etmaal NOx NH3

274,19 kg/j 6,44 kg/j

Aanlegfase

RvEc14QCtgEM (29 april 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Aanlegfase

RvEc14QCtgEM (29 april 2021) pagina 5/5

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RXtmSa8C3R1r (29 april 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Ridderkerk

-, - -

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Bestemmingplan Oosterpark

RXtmSa8C3R1r

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

29 april 2021, 20:32

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

436,75 kg/j

NH3

34,53 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Gebruiksfase

Resultaten

Gebruiksfase

RXtmSa8C3R1r (29 april 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Gebruiksfase

Emissie Gebruiksfase

Bron Sector

plangebied Wonen en Werken | Recreatie

onsluiting worst-case Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

-

80,00 kg/j

34,53 kg/j

356,75 kg/j

RXtmSa8C3R1r (29 april 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Gebruiksfase

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

plangebied 101668, 430261 1,0 m 64,0 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie 80,00 kg/j onsluiting worst-case 101978, 430422 356,75 kg/j 34,53 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

10,0 / etmaal NOx NH3

32,55 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Licht verkeer

1.475,0 / etmaal NOx NH3

324,21 kg/j 33,77 kg/j

Gebruiksfase

RXtmSa8C3R1r (29 april 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Gebruiksfase

RXtmSa8C3R1r (29 april 2021) pagina 5/5

Bijlage 2 Quickscan Flora en Fauna

Rho adviseurs voor leefruimte

20201388

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/781/documents/29911