CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Electropark 17.pdf

Commissie Samen wonen RK 2 september 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan Electropark 1728.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het onderhoud en de toestand van de watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Onderzoek Voor het onderhavige plan is de digitale watertoets doorlopen (dossiercode 20200124-39-22306). De uitkomsten van de digitale watertoets zijn verder in dit hoofdstuk uitgewerkt. Watergangen Ten noordoosten van het plangebied zijn de watergangen T14123, T34551 & T49015 gelegen. Voor deze watergangen geldt een beschermingszone van 1 meter. Middels het onderhavige plan worden er geen ingrepen gedaan op de watergangen dan wel bebouwing gerealiseerd binnen de beschermingszone. Het

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

27

aanvragen van een watervergunning bij waterschap Hollandse Delta is niet noodzakelijk.

Plangebied

Afbeelding 11: Uitsnede Legger oppervlaktelichamen en kunstwerken

Waterberging en -compensatie Door een toename aan verharding kan hemelwater niet langer infiltreren in de bodem, maar stroomt dit versneld af naar het oppervlaktewatersysteem. Als gevolg van deze versnelde afvoer wordt het oppervlaktewatersysteem meer belast. Om deze belasting te reduceren moeten compenserende voorzieningen worden aangebracht. Voor een ideale dimensionering van oppervlaktewatersysteem moet rekening worden gehouden met veel verschillende factoren. Zo spelen de afmetingen, bodemgesteldheid en het grondgebruik van het betreffende peilgebied een rol. Maar ook is van belang de aan- en afvoernorm, het verhang in het watersysteem en de relatie met de aangrenzende peilgebieden. Rekening houdend met het bovenstaande maakt een eenduidige en praktische afweging voor plantoetsing en vergunningverlening onmogelijk. Dit heeft tot gevolg dat standaard een compensatie-eis voor de toename aan verharding is opgenomen. Minimaal 10% van het extra verhard oppervlak moet gecompenseerd worden met open water. In sommige gevallen is de eis tot compensatie zwaar ten opzichte van het te dienen waterstaatkundige doel. Om deze reden heeft het waterschap de verhardingstoename van maximaal 500 m2 in stedelijk gebied via een algemene regel vrijgesteld van compensatieplicht. Het onderhavige plan voorziet in een afname van verhard oppervlak binnen het plangebied (zie tabel 3; excl.

buitenruimte). Water compenserende maatregelen zijn derhalve niet noodzakelijk. Tabel 3: Oppervlaktebalans Type verharding

Oppervlakte Bestaande situatie 400 m2 15 m2 415 m2

Kerkgebouw Bijgebouw Totaal bestaande situatie Nieuwe situatie Vrijstaande woning (incl. garage) Twee-onder-een-kapper (incl. garages) Totaal nieuw situatie

100 m2 180 m2 280 m2 Afname 135 m2

Verschil Waterkeringen

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

28

Het onderhavige plangebied is niet gelegen in de kern- en/of beschermingszone van een primaire dan wel regionale waterkering. Waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied Ten westen van het plangebied bevind zich een waterwingebied. Rondom waterwingebieden bevinden zich grondwaterbeschermingsgebieden, waar een boringsvrije zone omheen is gelegen. Het plangebied ligt enkel binnen deze boringsvrije zone, onderdeel van het milieubeschermingsgebied voor grondwater zoals vastgesteld in de provinciale milieuverordening (zie afbeelding 12). Dit betekent dat er geen aanvullende eisen zijn ten opzichte van grondwater. Door de ligging in deze zone geldt wel dat er aan onder meer diepgaande (gravende) activiteiten regels zijn gebonden. Dit vertaalt zich bijvoorbeeld in het feit dat er geen warmte- en koude opslag (WKO) of aardwarmte installatie mag worden toegepast en ook geen grondwater mag worden opgepompt. De woningen zullen gebruik maken van een (lucht)warmtepomp. Verder kan het zijn dat er beperkende maatregelen zullen worden voorgeschreven voor bron of bouwputbemaling in de bouwfase.

Plangebied

Afbeelding 12: Plangebied t.o.v. waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied

De milieubeschermingsgebieden zijn aangewezen om het grondwater dat wordt gebruikt voor de drinkwaterbereiding te beschermen. Binnen het grondwaterbeschermingsgebied gelden specifieke eisen bij (bouw)activiteiten. Deze zijn vastgelegd in de Provinciale Milieuverordening Zuid-Holland. Aangezien deze regels reeds zijn vastgelegd in de voornoemde verordening en op basis daarvan afdoende kunnen worden gehandhaafd, heeft dit aspect geen verdere vertaling in de regels van dit plan gekregen. Ontsluiting Het plangebied is thans te bereiken via een toegangsweg op de Oranjestraat en een wandelontsluiting vanuit het noorden. In dit nieuwe situatie blijven deze ontsluitingen bestaan. Echter zullen er ter hoogte van het plangebied enkele wijzigingen worden aangebracht aan de toegangsweg en openbare ruimte ten behoeve van de inritten en parkeerplaatsen van de woningen. Hierbij wordt rekening gehouden met het groene karakter van het Electropark en zal deze waar mogelijk worden opgewaardeerd. Nabij de woningen wordt er voldoende manoeuvreerruimte gerealiseerd voor het keren van auto’s.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

29

Conclusie Het onderhavige plan heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem. Het aanvragen van een watervergunning bij het Waterschap Hollandse Delta is niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

30

5.7 Flora en fauna Beleidskader Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming kan volgen uit de aanwijzing van een gebied. Voor wat soortenbescherming betreft is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hier wordt onder andere de bescherming van plan- en diersoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Indien hiervan sprake is moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Onderzoek Het onderhavige plan betreft de sanering van het bestaande kerkgebouw en het realiseren van drie wooneenheden. Hiermee is sprake van werkzaamheden welke in het kader van flora en fauna nadelige gevolgen zouden kunnen hebben voor de verblijfsplaatsen van beschermde plant- en diersoorten en/of natuurwaarden. Door Blom ecologie is een ecologische quickscan uitgevoerd om de invloed van het plan op beschermde soorten en natuurgebieden in kaart te brengen. De conclusies uit de ecologische quickscan luiden: ‘Soortenbescherming De planlocatie heeft, behoudens mogelijk vleermuizen, geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. Er dient derhalve aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de volgende soorten of soortgroepen: vleermuizen.

De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland, een Belangrijk weidevogelgebied of de Strategische reservering natuur en er zijn geen karakteristieke landschapselementen aanwezig. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Er wordt geadviseerd om een AERIUS berekening uit te voeren. Een uitgebreide Voortoets en/of ‘nee, tenzij’-toets is niet noodzakelijk.

Afbeelding 13: Plangebied t.o.v. Natura 2000-gebied

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

31

Afbeelding 14: Plangebied t.o.v. Natuurnetwerk Nederland

Uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling leidt (met voorbehoud ten aanzien van vleermuizen en de AERIUSberekening) niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden en/of beschermde gebieden. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient met aanvullend onderzoek te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor vleermuizen. Mogelijk dient in het verlengde hiervan een ontheffing te worden aangevraagd. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen eventueel maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. De aanwezigheid van beschermde soorten en hun leefgebied vormen geen bezwaar voor de beoogde ontwikkeling (vrijstellingsbesluit). Gezien het voorgaande onderzoek is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden. Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt, mits er geen negatieve effecten blijken uit aanvullende onderzoek, AERIUS-berekening en er enkele algemene maatregelen worden getroffen ten aanzien van de Algemene zorgplicht en algemene broedvogels, niet tot overtreding van de Wet natuurbescherming.

De conclusie is dan ook dat de ontwikkeling aan het Electropark 17-19 te Ridderkerk uitvoerbaar is zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).’ Stikstofdepositie Uit de ecologische quickscan is gebleken dat een AERIUS berekening dient te worden uitgevoerd om vast te stellen of het plan eventuele gevolgen heeft voor de nabijgelegen Natura 2000-gebieden: ‘Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat binnen een beschermd gebied is gelegen op een afstand van circa 13,7 km tot een stikstofgevoelige habitat binnen het Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’. Het plangebied is tevens gelegen op een afstand van respectievelijk 1,1 km, 7,5 km en 8,6 km tot de Natura 2000-gebieden ‘Boezems Kinderdijk’, ‘Oude Maas’ en ‘Donkse Laagten’, maar binnen deze natuurgebieden zijn geen stikstofgevoelige habitats aanwezig.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

32

In het stikstofdepositieonderzoek is voor het plan de stikstofdepositie vanwege de aanleg- en gebruiksfase ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden berekend met behulp van de AERIUS Calculator 2020. Uit de berekening blijkt dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van de ontwikkeling niet voorzien in rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats Binnen Natura 2000-gebieden geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming in het kader van stikstofdepositie.’ Vleermuisonderzoek Uit de ecologische quickscan is gebleken dat een aanvullend vleermuisonderzoek dient te worden uitgevoerd om vast te stellen of de locatie een functie heeft voor vleermuizen of niet. Uit het onderzoek blijkt: ‘In de periode mei 2020 – september 2020 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen binnen het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Vleermuisprotocol (NGB, 2017). Tijdens het onderzoek zijn twee paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis vastgesteld buiten de begrenzing van de planlocatie. De planlocatie maakt geen onderdeel uit van het functioneel habitat als foerageergebied en/of essentiële vliegroute.

De beoogde ingreep leidt niet tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Mits de algemene Zorgplicht en de maatregelen die zijn beschreven in de quickscan rapportage (Visschers, 2019) in acht worden genomen zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk. We adviseren bij de ontwikkeling en nieuwe planinrichting rekening te houden met lichtverstrooiing richting het park. Een hoge lichtintensiteit heeft een negatief effect op vleermuizen.’ Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft ecologie en stikstofdepositie geen belemmeringen. In geval van werkzaamheden geldt te allen tijde de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

33

5.8 Luchtkwaliteit Beleidskader Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer moeten bij het nemen van dit besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit in acht worden genomen. De Europese Unie heeft luchtkwaliteitsnormen vastgesteld, die tot doel hebben mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging te beschermen. Nederland heeft deze luchtkwaliteitsnormen opgenomen in de nationale wetgeving. De Nederlandse wet- en regelgeving voor de luchtkwaliteit in de buitenlucht vloeit voort uit titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet heeft als doel dat bij toekomstige ontwikkelingen de grenswaarden zoals in de wet gesteld (grenswaarde voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen) niet worden overschreden. Voor de ruimtelijke ordening van onderhavig plan zijn met name stikstofdioxide en fijn stof relevant. De grenswaarden die de wet hieraan stelt, bedragen: Tabel 3: Grenswaarden luchtkwaliteit Stof Toetsing van Stikstofdioxide Jaargemiddelde (NO2) concentratie Fijnstof (PM10) Jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie Fijnstof (PM2,5) 24-uurgemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 μg/m3

Geldig Vanaf 2015

40 μg/m3

Vanaf 11 juni 2011

Max 35 keer p.j. meer dan 50 μg/m3 Max. 35 keer p.j. meer dan 50 μg/m3

Vanaf 11 juni 2011 Vanaf 11 juni 2011

Voor roet gelden thans nog geen grenswaarden.

Onderzoek Voor de omgeving van het plangebied geeft de Monitoring NSL (2018) het volgende overzicht: • Een stikstofconcentratie van 23,9 μg NO2/m3; • Een fijnstofconcentratie van 19,9 μg PM10/m3; • Een fijnstofconcentratie van 12,4 μg PM2,5/m3; Voor het plangebied kan dus worden geconstateerd dat ten aanzien van de luchtkwaliteit ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan. Besluit Niet in Betekenende Mate (NIBM) Om de toetsing van kleinschalige plannen ten aanzien van de luchtkwaliteit overzichtelijk te houden heeft de wetgever het Besluit niet in betekende mate vastgesteld. In dit besluit is vastgelegd in welke gevallen de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit Niet in Betekenende Mate (NIBM) en de bijbehorende regeling is bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij zijn twee situaties te onderscheiden: • Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; • Een project valt in de categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de Grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.

Conclusie Gezien de kleinschaligheid van het plan valt het plan in het besluit NIBM, waardoor kan worden gesteld dat het onderhavige plan geen tot nihil invloed heeft op de luchtkwaliteit en toetsing van de luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Het onderhavige plan ondervindt wat betreft het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

34

5.9 Externe veiligheid Beleidskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: • Bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; • Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon overlijdt door een ongeval met een risicobron, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) onbeschermd op een bepaalde plaats in de buurt van die risicobron zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Binnen de contour van PR=10-6 per jaar mogen zich geen kwetsbare objecten (objecten als gebouwen of terreinen waar zich veel mensen of waar zich beperkt zelfredzame mensen bevinden) en bij voorkeur ook geen beperkt kwetsbare objecten (objecten of terreinen waar zich een beperkt aantal mensen bevinden). Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal 10 personen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met een risicobron. Voor het groepsrisico geldt geen normering. Er is wel een zogenaamde oriëntatiewaarde vastgesteld.

Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. De regels voor externe veiligheid zijn voor inrichtingen vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen en voor het transport over weg, rail en water in het Besluit externe veiligheid transportroutes. De toetsing aan het plaatsgebonden risico is in al deze besluiten hetzelfde, voor de toetsing van het groepsrisico zijn er enkele (kleine) verschillen. Onderzoek Risicovolle inrichtingen Volgens de risicokaart bevinden zich in de omgeving van het plangebied geen Bevi-inrichtingen of inrichtingen waar opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en/of inrichtingen waar werkzaamheden met gevaarlijke stoffen plaatsvindt die een bedreiging kunnen vormen voor het plan. Buisleidingen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen voor de externe veiligheid relevante buisleidingen aanwezig. Transport gevaarlijke stoffen, Wegverkeer In de directe omgeving van het plangebied vindt geen voor de externe veiligheid relevant structureel transport van gevaarlijke stoffen over de weg plaats. Incidentele transporten van gevaarlijke stoffen over de omliggende wegen zijn echter niet uit te sluiten, maar deze vallen ruimschoots buiten het toetsingskader.

Hierdoor zijn geen relevante externe veiligheidsrisico’s door transport over de weg te verwachten. Transport gevaarlijke stoffen, Spoorverkeer In de directe omgeving van het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

35

Transport gevaarlijke stoffen, Vaarwegen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen voor de beroepsvaart relevante vaarwegen aanwezig.

Plangebied

Afbeelding 15: Externe

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plan voor wat betreft het aspect externe veiligheid geen belemmeringen ondervindt.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

36

5.10 Kabels en leidingen Beleidskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek In het plangebied of de directe omgeving ervan zijn voor zover bekend geen planologisch relevante leidingen zoals rioolpersleidingen, waterleidingen, hoogspanningslijnen of straalpaden gelegen. Er wordt derhalve geconcludeerd dat het aspect kabels en leidingen geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

37

5.11 Duurzaamheid De gemeente Ridderkerk heeft de ambitie om meer duurzaam te bouwen binnen de gemeente. De aanvrager is zich bewust van deze gemeentelijke ambitie. Het plan betreft de nieuwbouw van een vrijstaande woning en een twee-onder-eenkapper. De woningen worden gasloos en voorzien van een goede isolatie (conform de huidige bouweisen). De initiatiefnemer van dit plan doet nader onderzoek naar de mogelijkheden voor het toepassen van duurzame energiebronnen en/of energiebesparende maatregelen.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

38

6 JURIDISCHE PLANOPZET 6.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Ridderkerk, Electropark 17’ bestaat uit drie delen: de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan ‘Ridderkerk, Electropark 17’ is conform de landelijke RO-standaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.

6.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het bestemmingsplan ‘Ridderkerk, Electropark 17’ is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Slikkerveer’ van de gemeente Ridderkerk. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.

6.3 Bestemmingen Tuin Voor de voorgevel van de te realiseren woningen zal de grond de bestemming tuin verkrijgen zoals in het moederbestemmingsplan. Wonen Het plangebied zal de bestemming ‘wonen’ verkrijgen ten behoeve van de realisatie van de vrijstaande woning en een twee-onder-een-kapper. Waarde – Archeologie 3 Ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden in de bodem blijft de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ behouden.

6.4 Aanduidingen • • • •

Bouwvlak; Gebiedsaanduiding: geluidzonde – industrie; Maatvoeringsaanduiding: ‘maximum aantal wooneenheden: 2’; Maatvoeringsaanduiding: ‘maximum goothoogte (m): 6.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

39

7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het bouwplan, voor verantwoordelijkheid van de opdrachtgever, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ook de saneringskosten vormen geen risico voor de economische uitvoerbaarheid van het plan. Ter zekerheid voor de gemeente wordt er een anterieure vereenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele plankosten voor rekening van de initiatiefnemer komt. Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.

8 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Participatie In de (plan)vormingsfase voorgaand het ontwerpbestemmingsplan zijn de direct omwonenden van het plangebied geïnformeerd door de huidige eigenaar van het perceel (het kerkbestuur). In de fase voor de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan is een informatieavond georganiseerd voor direct omwonenden op de locatie van de Irenekerk (d.d. 09-09-2020). Tevens is het plan gepresenteerd in het Wijkoverleg Slikkerveer. Tijdens de informatieavond zijn de omwonenden op de hoogte gebracht van de plannen en is tevens de mogelijkheid geboden een reactie te geven op de plannen. Naar aanleiding van de informatieavond is het plan op enkele aspecten aangepast. De vrijstaande woning is gespiegeld en de garage/berging van de vrijstaande woning is verplaatst naar de zuidzijde van de kavel zodat meer ruimte ontstaat ten opzichte van de zuidelijke kavelgrens.

8.2 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat de gemeente Ridderkerk bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg is het plan voorgelegd aan de overlegpartners. In de bijlage is de Nota Vooroverleg bijgevoegd.

8.3 Zienswijzen Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan en bijbehorende stukken zijn gedurende zes weken ter inzage gelegd vanaf 23 april 2021 tot en met 3 juni 2021, waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Binnen de inzagetermijn is 1 zienswijze schriftelijk ingediend. In de bijlage is de Nota Zienswijzen bijgevoegd, waarin de zienswijze is samengevat, beoordeeld en beantwoord. Het bestemmingsplan is niet gewijzigd naar aanleiding van zienswijzen.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

40

13

14

15

1500

16

P

9785 10877

1500 P P

Perceel 1 Oppervlakte: Inhoud woning: Goothoogte: Nokhoogte:

239 m2 ca.550 m3 5760 mm 10300 mm

16a

1500

3850 1500

P

9670 15020

3200

P

8950 10889

P

1500 P

Perceel 2 278 m2 Oppervlakte: Inhoud woning: Goothoogte: Nokhoogte:

18

278 m2 ca.550 m3 5760 mm 10300 mm

20

22 Perceel 3 Oppervlakte: Inhoud woning: Goothoogte: Nokhoogte:

410 m2 ca.700 m3 5760 mm 10300 mm

1500

24

32

24a

30 28

26

24

22

Projectnr:

18.025 Getekend:

cs Project:

Schaal:

Herontwikkeling Irenekerk

1:100

Ridderkerk

Formaat:

20

A0 - liggend

Opdrachtgever:

Herkon

Status:

Fase:

DEFINITIEF

ONTWERP

Datum:

Onderwerp:

15-12-2020

Situatie

Wijziging:

Tekeningnummer:

OV-01 Hakgriend 4 3371KA Hardinxveld-Giessendam

email post@2802oa.nl telefoon 0183 - 20 30 11

www.2802oa.nl

A B C D E

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai en industrielawaai

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai en industrielawaai

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481

Projectnummer: Versie:

S201914 03

Datum:

8 januari 2021

Auteur: Gecontroleerd:

F. Erdem R. van de Bank / E. de Bruijn

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4

2.

Wettelijk kader ................................................................................................................................ 5

3.

4.

5.

6.

2.1.

Algemeen ................................................................................................................................. 5

2.2.

Industrielawaai ........................................................................................................................ 5

2.3.

Wegverkeerlawaai - geluidzone ............................................................................................... 5

2.4.

Wegverkeerlawaai - geluidgrenswaarden................................................................................ 6

2.5.

Hogere Waarden...................................................................................................................... 8

2.6.

Wettelijk kader in relatie tot het bouwplan (m.n. wegverkeer) ............................................... 9

Uitgangspunten ............................................................................................................................. 10 3.1.

Algemeen ............................................................................................................................... 10

3.2.

Algemene gegevens, verkeersgegevens, gegevens industrielawaai ...................................... 11

3.3.

Rekenmethode en rekenmodel ............................................................................................. 12

Resultaten en tussenbeoordeling industrielawaai ......................................................................... 14 4.1.

Industrieterrein ‘IJsselmonde – Noordrand’ .......................................................................... 14

4.2.

Tussenbeoordeling industrielawaai ....................................................................................... 14

Resultaten en tussenbeoordeling wegverkeerlawaai .................................................................... 15 5.1.

Berekende geluidbelasting vanwege relevante wegen .......................................................... 15

5.2.

Tussenbeoordeling wegverkeerlawaai ................................................................................... 16

Hogere waarden Wgh, goede ruimtelijke ordening, beoordeling.................................................. 17 6.1.

Geen hogere waarde noodzakelijk......................................................................................... 17

6.2.

Binnenwaarden en cumulatieve geluidbelasting ................................................................... 17

6.3.

Maatregelen .......................................................................................................................... 17

6.4.

Resumerend........................................................................................................................... 18

Bijlage 1

Informatie bouwplan

Bijlage 2

Verkeersdata

Bijlage 3

Invoergegevens rekenmodel (algemeen en specifiek wegverkeer)

Bijlage 4

Informatie IT ‘IJsselmonde – Noordrand’

Bijlage 5

Rekenresultaten wegverkeerlawaai waaronder cumulatie

Adromi B.V.

S201914

Pagina 3

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

1.

Inleiding

Door adviesbureau Adromi B.V. een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai en industrielawaai uitgevoerd voor een bouwplan aan het Electropark 17-19 te Ridderkerk. Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie het bestaande kerkgebouw te amoveren en een drietal nieuwbouwwoningen (een vrijstaande woning en een tweekapper) te realiseren. Voorstaande wordt hierna ook wel aangeduid als plan of bouwplan. Onderstaande figuur toont de globale ligging van de planlocatie.

Figuur 1: Plangebied Electropark 17 indicatief weergegeven (bron: Google Maps)

Om deze woningbouw mogelijk te maken dient een ruimtelijke ordeningsprocedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure dienen diverse onderzoeken, waaronder een geluidonderzoek, te worden uitgevoerd. Het bouwplan ligt binnen de geluidzones van wegen en een industrieterrein. De geluidbelasting vanwege wegverkeerlawaai en industrielawaai dient derhalve te worden bepaald en te worden getoetst aan de relevante geluidgrenswaarden zoals opgenomen in de Wet geluidhinder. Het plan is in ieder geval gelegen binnen de geluidzones van de wegen Benedenrijweg (relevant traject), Ringdijk (relevant traject), (formeel) De Schans en (formeel) Industrieweg (zie tevens paragraaf 2.6) en binnen de geluidzone van het in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein ‘IJsselmonde – Noordrand’. In de hierna volgende hoofdstukken worden achtereenvolgens het wettelijk kader, de uitgangspunten, de resultaten en de beoordeling beschreven.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 4

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

2.

Wettelijk kader

2.1. Algemeen In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn geluidgrenswaarden opgenomen met betrekking tot de maximaal toelaatbare geluidbelasting afkomstig van een spoorweg, industrieterrein of weg. Voor een spoorweg, een industrieterrein en een weg zijn verschillende hoofdstukken van de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen een conform deze wet geldende geluidzone. De geluidgrenswaarden uit de Wet geluidhinder zijn binnen deze geluidzone overigens alleen van toepassing op de gevel(s) van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en randen van geluidgevoelige terreinen (o.a. scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidsgebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen). 2.2. Industrielawaai In hoofdstuk V van de Wet geluidhinder (‘Zones rond industrieterreinen’) zijn de relevante artikelen met betrekking tot industrielawaai opgenomen. Zoals vermeld, valt de planlocatie binnen de vastgestelde geluidzone van het industrieterrein ‘IJsselmonde – Noordrand’ gelegen in de gemeentes Ridderkerk en Rotterdam. In artikel 44 van de Wet geluidhinder is vermeld dat de geluidbelasting voor nieuwe situaties, waar hiervan sprake is, ten hoogste 50 dB(A)-etmaalwaarde mag bedragen.

In artikel 45 van de Wet geluidhinder is vermeld dat een hogere waarde kan worden vastgesteld van maximaal 55 dB(A)etmaalwaarde onder de voorwaarde dat de gevelwering van de gevel(s) zodanig is dat een maximaal binnenniveau van 35 dB(A) kan worden gegarandeerd in de verblijfsruimten van de woning. 2.3. Wegverkeerlawaai - geluidzone In hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder (‘Zones langs wegen’) zijn de relevante artikelen met betrekking tot wegverkeerlawaai opgenomen. Zoals in paragraaf 2.1. is vermeld, is de Wet geluidhinder alleen van toepassing binnen een geluidzone. Voor wegen is de omvang van de geluidzones gereguleerd in artikel 74 van de Wet geluidhinder. Artikel 74 luidt: 1. Langs een weg bevindt zich een zone die aan weerszijden van de weg de volgende breedte heeft: a. In een stedelijk gebied: 1. Voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; 2. Voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b. In een buitenstedelijk gebied: 1. Voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; 2. Voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; 3. Voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 5

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk 2. Het eerste lid geldt niet met betrekking tot: a. Wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied;

b.

Wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt.

De omvang van de geluidzones is afhankelijk van de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied. De definities van stedelijk en buitenstedelijk zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Deze luiden: (artikel 1 Wgh) stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom (red.: bepaald door komgrensborden), doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg. buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.

Tot slot wordt in deze opgemerkt dat aan de uiteinden van een weg de geluidzone doorloopt over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De geluidzone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg. 2.4. Wegverkeerlawaai - geluidgrenswaarden Algemeen In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerlawaai onderscheid gemaakt in nieuwe en bestaande situaties en in reconstructies. Voor deze situaties zijn geluidgrenswaarden gereguleerd in verschillende ‘afdelingen’ van hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder. Onderhavig onderzoek gaat in op een nieuwe situatie, zodat afdeling 2 (artikelen 76 t/m 85) van toepassing is. Voorkeursgrenswaarde Op grond van artikel 82 Wgh bedraagt de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg 48 dB (de zogeheten voorkeursgrenswaarde van 48 dB). (art. 82 Wgh: Behoudens het in de artikelen 83, 100 en 100a bepaalde is de voor woningen binnen een zone ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de gevel, vanwege de weg, 48 dB.)

Hogere waarden Voor nieuwe woningen en nieuwe wegen kunnen, met name op grond van artikel 83, hogere waarden dan de voorkeursgrenswaarde worden vastgesteld mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. In de hierna volgende tabel (samenvatting van artikel 83 Wgh) volgt een overzicht.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 6

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk Tabel 2.1: Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting volgens artikel 83 Wgh Omschrijving van de situatie Woningen Weg

Maximale geluidbelasting

Art. en lid Wgh

In buitenstedelijk gebied In stedelijk gebied Nog niet geprojecteerd, in stedelijk gebied Aanwezig of in aanbouw, in stedelijk gebied

Aanwezig Aanwezig Aanwezig Nog niet geprojecteerd Nog niet geprojecteerd Aanwezig

53 dB 58 dB 63 dB 63 dB

art. 83 lid 1 art. 83 lid 1 art. 83 lid 2 art. 83 lid 3a

58 dB

art. 83 lid 3b

58 dB

art. 83 lid 4

Aanwezig

68 dB

art. 83 lid 5

Aanwezig

63 dB

art. 83 lid 6

Aanwezig

58 dB

art. 83 lid 7

Aanwezig of in aanbouw, in buitenstedelijk gebied Nog niet geprojecteerd, nog te bouwen, in buitenstedelijk gebied, voor agrarisch bedrijf Nog niet geprojecteerd, nog te bouwen, in stedelijk gebied, ter vervanging van bestaande woningen Nog niet geprojecteerd, nog te bouwen, in stedelijk gebied, ter vervanging van bestaande woningen. Binnen zone van autoweg / autosnelweg Nog niet geprojecteerd, nog te bouwen, buiten de bebouwde kom, ter vervanging van bestaande woningen.

Aftrek artikel 110 Wgh Bij toetsing van de berekende geluidbelasting aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB dan wel de maximaal toelaatbare geluidbelasting (zie tabel 2.1), mag op grond van artikel 110g Wgh, een reductie (in Wgh: aftrek) worden toegepast op de berekende waarde. Dit op grond van de verwachting dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen. De aftrek mag ten hoogste 5 dB bedragen. In het reken- en meetvoorschrift 2012 (artikel 3.4 hiervan) is de daadwerkelijke hoogte van de aftrek gereguleerd. Het betreffende artikel luidt: De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c.

2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 7

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

Dove gevel De geluidbelasting vanwege (in deze) wegverkeer en industrie wordt in eerste instantie berekend op de gevels van de woningen behorende tot het bouwplan. In artikel 1 Wgh wordt onder gevel verstaan: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. Onder een gevel in de zin van de Wet geluidhinder wordt niet verstaan: a. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede b. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Als een dergelijke gevel, zoals vermeld bij a. of b., aanwezig is, dan hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. 2.5. Hogere Waarden Algemeen Als de geluidbelasting vanwege wegverkeer hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar gelijk dan wel lager is dan de van toepassing zijnde maximale geluidbelasting zoals vermeld in met name artikel 83 Wgh dan dient een hogere waarde te worden aangevraagd.

Als de geluidbelasting vanwege industrielawaai hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A), maar gelijk dan wel lager is dan 55 dB(A)-etmaalwaarde, dan dient (eveneens) een hogere waarde te worden aangevraagd. In beginsel dient de hogere waarde te worden ingediend (‘verzocht’) bij de burgemeester en wethouders van de gemeente waarbinnen de planlocatie is gelegen. Hogere waardenbeleid gemeente Ridderkerk De planlocatie is gelegen binnen de gemeente Ridderkerk. Voor het (zo nodig) vaststellen van hogere waarden heeft de gemeente Ridderkerk geen specifiek geluidbeleid vastgesteld. Wel heeft de gemeente Ridderkerk in het Actieplan geluid 2019-2023 een beleidswaarde van 63 dB voor zowel wegverkeer- als industrielawaai vastgesteld. Indien nodig wordt in hoofdstuk 5 nader ingegaan op het aanvragen van een hogere waarde en de waarde zoals vermeld in het Actieplan geluid.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 8

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

2.6. Wettelijk kader in relatie tot het bouwplan (m.n. wegverkeer) De planlocatie bevindt zich binnen de bebouwde kom van Ridderkerk en bevindt zich derhalve in stedelijk gebied. In relatie tot het bouwplan zijn de volgende wegen relevant (het bouwplan ligt, al dan niet strikt formeel, binnen de geluidzone van deze wegen): − Benedenrijweg (traject met maximumsnelheid 50 km/uur, zonebreedte 200 meter); − Ringdijk (traject met maximumsnelheid 50 km/uur, zonebreedte 200 meter); − Industrieweg (maximumsnelheid 50 km/uur, zonebreedte 200 meter); − De Schans (maximumsnelheid 50 km/uur, zonebreedte 200 meter). Voor wat betreft De Schans is door de gemeente Ridderkerk aangegeven dat de maximumsnelheid van deze weg binnen een jaar zal worden verlaagd naar 30 km/uur. In onderhavig onderzoek is bij de berekeningen echter, als worst case benadering, een maximumsnelheid van 50 km/uur aangehouden. Alhoewel het bouwplan niet is gelegen binnen de geluidzone van de hiernavolgende wegen, (immers) allen met een maximum snelheid van 30 km/uur, zijn deze in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel bij de geluidberekeningen betrokken. Het betreft het Electropark (ontsluitingsweg van het bouwplan) en de op basis van de etmaalintensiteit (> 1.000 mvt/etmaal) de volgende relevante geachte 30 km/uur-wegen/trajecten: Benedenrijweg , Ringdijk, Oranjestraat en de Prins Bernardstraat.

Overige wegen zijn vanwege de afstand tot het bouwplan, de maximumsnelheid en de tussenliggende bebouwing dan wel een combinatie hiervan niet bij de geluidberekeningen betrokken. In relatie tot de Wet geluidhinder betreft het bouwplan een nieuwe situatie, waarvoor op de woningen behorende tot het bouwplan in eerste instantie een voorkeursgrenswaarde geldt van 48 dB. Gelet op de ligging van het bouwplan in stedelijk gebied bedraagt de maximale ontheffingswaarde vanwege De Schans, de Industrieweg, de Benedenrijweg (relevant traject) en de Ringdijk (relevant traject) 63 dB. Vanwege de maximumsnelheid op voornoemde wegen/trajecten (allen 50 km/uur) mag voor deze wegen/trajecten een aftrek op grond van de Wet geluidhinder worden toegepast van 5 dB. Voor de 30 km/uur-wegen gelden geen grenswaarden vanuit de Wet geluidhinder. Echter, indien ze wel als zodanig beschouwd zouden worden dan zou het volgende van toepassing zijn: − voorkeursgrenswaarde (per weg) van 48 dB; − maximale ontheffingswaarde (per weg) van 63 dB; − aftrek Wgh (per weg): 5 dB. Het bouwplan is vooralsnog niet voorzien van een dove gevel.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 9

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

3.

Uitgangspunten

3.1. Algemeen Zoals vermeld in hoofdstuk 1 zal het bouwplan, bestaande uit drie woningen, worden gerealiseerd op de locatie aan het Electropark 17-19 te Ridderkerk. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee gebouwen, waaronder één twee-onder-eenkapwoning en een vrijstaande woning. Zie onderstaande figuur alsmede bijlage 1 voor overige informatie met betrekking tot het bouwplan.

Figuur 1: Situatietekening bouwplan Electropark 17 te Ridderkerk (bron: 2802 ontwerpt en adviseert bv)

Informatie omtrent de nokhoogtes van de woningen zijn aanvullend verstrekt door/namens de opdrachtgever. Voor de gehanteerde hoogtes wordt verwezen naar paragraaf 3.3. Voor beide gebouwen is uitgegaan van drie akoestisch relevante bouwlagen, derhalve bouwlagen waar zich achter een gevel geluidgevoelige ruimten, zoals woon- en slaapkamers, kunnen bevinden.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 10

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

3.2. Algemene gegevens, verkeersgegevens, gegevens industrielawaai Algemene gegevens In het kader van onderhavig onderzoek is gebruik gemaakt van onder meer de volgende relevante informatie: − door/namens de opdrachtgever verstrekte informatie van het bouwplan, waaronder kaartmateriaal; − digitaal kadastraal kaartmateriaal, luchtfoto’s (verschillende bronnen) en Google Earth/Streetview; − Verkeersgegeven (zie de volgende subparagraaf). Verkeersgegevens De Schans, Industrieweg, Beneden Rijweg en Ringdijk De bij de geluidberekeningen gehanteerde verkeersgegevens en overige informatie, waaronder informatie over de wegdekverhardingen en maximumsnelheden, van deze wegen zijn gebaseerd op informatie zoals aangeleverd door de gemeente Rotterdam (Stadsontwikkeling, afdeling Mobiliteit) voor het rekenjaar 2030. Bij deze verkeersgegevens worden de volgende opmerkingen gemaakt: − In de toegezonden verkeersdata is de Industrieweg abusievelijk als de Ringdijk vermeld. In de geluidmodellering is dit aangepast (trajectnummer 697969). − In de toegezonden verkeersdata is als wegdekverharding voor De Schans abusievelijk asfaltbeton vermeld. De wegdekverharding van De Schans betreft echter een elementenverharding in keperverband. In de geluidmodellering is dit aangepast.

− De Ringdijk, grofweg tussen Ringdijk 466 en de Drierivierenlaan, betreft thans een traject met een maximum snelheid van 30 km/uur (in plaats van een traject met een maximum snelheid van 50 km/uur). In de geluidmodellering is dit aangepast. Voor de overige trajecten van de Ringdijk, waarmee de geluidberekeningen zijn uitgevoerd, is een maximum snelheid van 50 km/uur aangehouden. − In Geomilieu is de modelmatige invoer van de verkeersgegevens gebaseerd op de in bijlage 1 opgenomen verkeersintensiteiten per uur per categorie per beoordelingsperiode (zoals aangeleverd door de gemeente Rotterdam). Verkeersgegevens Electropark, Oranjestraat en Prins Bernardstraat Etmaal-, verkeers- en uurintensiteiten voor de Oranjestraat en Prins Bernardstraat zijn afkomstig uit het RVMK voor het jaar 2027, zoals digitaal verstrekt door de gemeente Rotterdam voor een wegverkeerlawaai-onderzoek ten behoeve van een ander bouwplan binnen de gemeente Ridderkerk. De etmaalintensiteiten voor 2030 zijn verkregen via een aangehouden groeipercentage van 1,5%. Voor wat betreft het Electropark (traject naar en van het bouwplan) is de etmaalintensiteit gelijkgesteld aan de verkeersgeneratie ten gevolge van het bouwplan (zie de subparagraaf verkeersgeneratie bouwplan).

Dit gezien het feit dat dit traject in de beoogde situatie alleen wordt gebruikt door verkeer van en naar de woningen behorende tot het bouwplan. De verkeers- en uurintensiteiten van het Electropark zijn overeenkomstig het aangrenzende deel van de Oranjestraat. De aangehouden wegdekverhardingen alsmede de maximumsnelheden van de betreffende wegen zijn mede gebaseerd op Google Streetview.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 11

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

Verkeersgeneratie bouwplan Door de opdrachtgever is aangegeven dat voor de vrijstaande woning en de twee-onder-eenkapwoning rekening gehouden moet worden met respectievelijk 7,2 en (6,7 x 2 =) 13,4 extra verkeersbewegingen per etmaal. De verkeersgeneratie van het gehele bouwplan bedraagt derhalve (afgerond) 21 verkeersbewegingen per etmaal. De etmaalintensiteiten zoals aangehouden voor de bij de berekeningen betrokken wegen voor het rekenjaar 2030 zijn vermeerderd met dit aantal. Industrielawaai-gegevens Het zonebeheermodel van het geluidgezoneerde industrieterrein ‘IJsselmonde – Noordrand’ is door de zonebeheerder verstrekt d.d. 3 januari 2020. Het bouwplan en de bijbehorende rekenpunten zijn in dit zonebeheermodel ingevoerd. Zie verder paragraaf 3.3 en hoofdstuk 4. 3.3. Rekenmethode en rekenmodel Rekenmethode De geluidbelasting vanwege wegverkeerlawaai op het bouwplan is berekend volgens de standaardrekenmethode II, zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. De geluidbelasting vanwege industrielawaai op het bouwplan is berekend overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (1999). Rekenmodel industrielawaai De berekeningen naar de geluidbelasting op het bouwplan vanwege het industrieterrein ‘IJsselmonde – Noordrand’ zijn uitgevoerd met het zonebeheermodel zoals verstrekt door de zonebeheerder (DCMR) d.d. 3 januari 2020.

Voor de modellering van het bouwplan wordt verwezen naar de subparagraaf ‘Rekenmodel wegverkeerlawaai’. Rekenmodel wegverkeerlawaai Om de geluidbelasting op het bouwplan vanwege wegverkeerlawaai te bepalen is een akoestisch rekenmodel vervaardigd. Bij de modellering is met name gebruik gemaakt van de in paragraaf 3.2 vermelde (algemene) gegevens. In dit rekenmodel zijn de volgende invoergegevens opgenomen: wegen (rijlijnen), rekenpunten die het bouwplan vertegenwoordigen, bodemgebieden, hoogtelijnen en objecten. Hierna wordt kort op de diverse invoergegevens ingegaan. Wegen

Adromi B.V.

De wegen waarmee de geluidberekeningen zijn uitgevoerd, zijn onder andere op basis van de door de gemeente Rotterdam verstrekte informatie in het rekenmodel ingevoerd (deels via inlezen van shapebestanden).

S201914

Pagina 12

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

Bodemgebieden

Objecten en afschermingen

Kruising en rotonde

Bouwplan: Objecten en rekenpunten

Algemeen

In het rekenmodel is een standaard bodemfactor van Bf = 0,0 aangehouden. Aparte bodemgebieden in het rekenmodel zijn in beginsel afkomstig uit een 3D-databestand van DGMR. De ligging van de bestaande gebouwen en afschermingen zijn gebaseerd op een 3D-databestand van DGMR. In dit databestand zijn onder meer gebouwhoogtes en hoogtelijnen binnen het onderzoeksgebied opgenomen. In het onderzoeksgebied zijn geen relevante (geregelde) kruisingen noch rotondes aanwezig. Kruisingen en rotondes zijn dan ook niet ingevoerd in het rekenmodel. Voor de hoogte en de ligging van het bouwplan is uitgegaan van de informatie zoals verstrekt door de opdrachtgever en de informatie zoals opgenomen in paragraaf 3.1. Voor de twee-onder-een-kapwoning en de vrijstaande woning zijn (nok)hoogtes gehanteerd van respectievelijk 10,3 meter en 10,2 meter. De rekenpunten die de woningen behorende tot het bouwplan vertegenwoordigen hebben een beoordelingshoogte van circa 1,5 meter, 4,5 meter en 7,5 meter (3 relevante bouwlagen). De rekenpunten zijn aan de objecten die het bouwplan vertegenwoordigen gekoppeld (berekende geluidbelasting derhalve exclusief de bijdrage van reflecties in de achterliggende gevel). Hoogteverschillen in het onderzoeksgebied zijn door middel van hoogtelijnen uit een 3D-databestand van DGMR in het rekenmodel opgenomen.

Eén of meerdere plattegrondtekeningen alsmede een overzicht met de invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 3. Vanwege het grote aantal items (objecten, bodemgebieden, hoogtelijnen) is in bijlage 3 een selectie opgenomen met de meest relevante invoergegevens voor wat betreft bodemgebieden en objecten (hierbij zijn invoergegevens met hoogtelijnen achterwege gelaten). De industrielawaaiberekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het DGMR rekenprogramma Geomilieu, versie 4.41 (module industrielawaai). De wegverkeerslawaaiberekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma Geomilieu, versie 5.10 (module wegverkeerlawaai).

Adromi B.V.

S201914

Pagina 13

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

4.

Resultaten en tussenbeoordeling industrielawaai

4.1. Industrieterrein ‘IJsselmonde – Noordrand’ Het bouwplan (zie tevens de afbeelding in paragraaf 3.1) is ingevoerd in het geluidzonebeheermodel van industrieterrein ‘IJsselmonde – Noordrand’ zoals verstrekt door de zonebeheerder (d.d. 3 januari 2020). Vervolgens is de geluidimmissie vanwege het industrieterrein op het bouwplan berekend. In tabel 4.1 zijn de berekende geluidbelastingen vanwege industrieterrein ‘IJsselmonde – Noordrand’ op het bouwplan vermeld. Het betreft hier een selectie van de meest maatgevende toetspunten. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar bijlage 4. Tabel 4.1: Geluidbelasting op bouwplan vanwege industrieterrein ‘IJsselmonde – Noordrand’ Naam Omschrijving Hoogte Dag Avond Nacht (m) dB(A) dB(A) dB(A) tp-03 Bouwplan Electropark 17 - N 7,50 47,2 42,4 38,0 tp-04 Bouwplan Electropark 17 - O 7,50 47,9 43,0 37,7 tp-14 Bouwplan Electropark 19 - O 7,50 47,8 42,9 37,6 tp-02 Bouwplan Electropark 17 - N 7,50 46,9 42,1 37,8 tp-22 Bouwplan Electropark 21 - N 7,50 46,5 41,8 37,7 tp-03 Bouwplan Electropark 17 - N 4,50 46,6 41,9 37,5

Etmaal (dB(A) 48,0 48,0 47,9 47,8 47,7 47,5

4.2. Tussenbeoordeling industrielawaai De geluidbelasting van het gezoneerd industrieterrein ‘IJsselmonde – Noordrand’ op het bouwplan bedraagt ten hoogste 48 dB(A)-etmaalwaarde. Indien deze geluidbelasting wordt vermeerderd met een marge van 1,5 dB(A), vanwege eventuele toekomstige ontwikkelingen van de bedrijven op het industrieterrein, dan wordt de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A)-etmaalwaarde nog steeds niet overschreden. Op basis van voorstaande is het vaststellen van hogere waarden vanwege industrielawaai derhalve niet noodzakelijk.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 14

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

5.

Resultaten en tussenbeoordeling wegverkeerlawaai

5.1. Berekende geluidbelasting vanwege relevante wegen De berekende geluidbelasting van de beschouwde wegen is opgenomen in bijlage 5. Hierna wordt kort ingegaan op de berekende geluidbelasting vanwege de individuele wegen. Gezoneerde wegen Benedenrijweg (traject met maximumsnelheid van 50 km/uur) De geluidbelasting (incl. aftrek Wgh) vanwege de Benedenrijweg op het bouwplan bedraagt ten hoogste 34 dB. Het vaststellen van een hogere waarde is derhalve niet noodzakelijk. Ringdijk (traject met maximumsnelheid van 50 km/uur) De geluidbelasting (incl. aftrek Wgh) vanwege de Ringdijk op het bouwplan bedraagt ten hoogste 39 dB. Het vaststellen van een hogere waarde is derhalve niet noodzakelijk. Industrieweg (maximumsnelheid: 50 km/uur) De geluidbelasting (incl. aftrek Wgh) vanwege de Industrieweg op het bouwplan bedraagt ten hoogste 33 dB. Het vaststellen van een hogere waarde is derhalve niet noodzakelijk. De Schans (maximumsnelheid: 50 km/uur) De geluidbelasting (incl. aftrek Wgh) vanwege De Schans op het bouwplan bedraagt ten hoogste 33 dB. Het vaststellen van een hogere waarde is derhalve niet noodzakelijk. Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur Benedenrijweg De geluidbelasting (excl. aftrek Wgh) vanwege de Benedenrijweg op het bouwplan bedraagt ten hoogste 26 dB.

Gelet op deze waarde en het feit dat deze weg (relevant traject) geen gezoneerde geluidbron betreft, is het vaststellen van een hogere waarde sowieso niet aan de orde. Ringdijk De geluidbelasting (excl. aftrek Wgh) vanwege de Ringdijk op het bouwplan bedraagt ten hoogste 24 dB. Gelet op deze waarde en het feit dat deze weg (relevant traject) geen gezoneerde geluidbron betreft, is het vaststellen van een hogere waarde sowieso niet aan de orde. Electropark De geluidbelasting (excl. aftrek Wgh) vanwege het Electropark op het bouwplan bedraagt ten hoogste 44 dB. Gelet op deze waarde en het feit dat deze weg (relevant traject) geen gezoneerde geluidbron betreft, is het vaststellen van een hogere waarde sowieso niet aan de orde. Oranjestraat (maximumsnelheid: 30 km/uur) De geluidbelasting (excl. aftrek Wgh) vanwege de Oranjestraat op het bouwplan bedraagt ten hoogste 47 dB. Gelet op deze waarde en het feit dat deze weg geen gezoneerde geluidbron betreft, is het vaststellen van een hogere waarde sowieso niet aan de orde.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 15

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

Prins Bernardstraat De geluidbelasting (excl. aftrek Wgh) vanwege de Prins Bernardstraat op het bouwplan bedraagt ten hoogste 44 dB. Gelet op deze waarde en het feit dat deze weg (relevant traject) geen gezoneerde geluidbron betreft, is het vaststellen van een hogere waarde sowieso niet aan de orde. Cumulatie geluidbelasting vanwege wegverkeer In de afbeelding hierna is de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeer (excl. aftrek Wgh) op het bouwplan weergegeven.

Figuur 2: Overzicht gecumuleerde geluidbelasting relevante wegen (excl. aftrek Wgh)

5.2. Tussenbeoordeling wegverkeerlawaai Op basis van hetgeen in paragraaf 5.1 is opgenomen is het vaststellen van hogere waarden vanwege wegverkeerlawaai niet noodzakelijk.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 16

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

6.

Hogere waarden Wgh, goede ruimtelijke ordening, beoordeling

6.1. Geen hogere waarde noodzakelijk Zoals volgt uit de paragrafen 4.2 en 5.2, is het aanvragen van hogere waarden voor respectievelijk industrielawaai en wegverkeerlawaai niet noodzakelijk. Dit enerzijds omdat de berekende geluidbelastingen niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarden van 50 dB(A)-etmaalwaarde voor industrielawaai en 48 dB voor wegverkeerlawaai en anderzijds (tevens) omdat in het geval van wegverkeerlawaai diverse wegen geen gezoneerde geluidbronnen betreffen. 6.2. Binnenwaarden en cumulatieve geluidbelasting De hoogst berekende gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeer (excl. aftrek Wgh) bedraagt 50 dB (zie figuur 2). De hoogst berekende geluidbelasting vanwege industrielawaai bedraagt 48,0 dB(A)-etmaalwaarde, met inbegrip van een veiligheidsmarge van 1,5 dB(A) is dit 49,5 dB(A)-etmaalwaarde. De cumulatieve geluidbelasting vanwege industrie- en wegverkeerlawaai kan theoretisch ten hoogste 53 dB bedragen. Hierbij geldt wel dat de hoogst belaste gevels vanwege wegverkeerlawaai en industrielawaai niet per se dezelfde gevels zijn. Voornoemde cumulatieve geluidbelasting betreft derhalve een worst-case geluidbelasting op het bouwplan. De akoestische omgevingskwaliteit van het bouwplan kan, mede gelet op deze cumulatieve geluidbelasting, worden aangemerkt als redelijk tot goed.

Voor wat betreft binnenniveaus en geluidwering wordt opgemerkt dat uitgaande van een ruimtelijk aanvaardbaar binnengeluidniveau van 33 dB de gevelwering derhalve minimaal 20 dB dient te bedragen. De eis vanuit het Bouwbesluit is een geluidwering van ten minste 20 dB. 6.3. Maatregelen De geluidbelasting vanwege de bij de berekeningen betrokken geluidgezoneerde wegen is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Gelet hierop is onderzoek naar maatregelen dan ook niet aan de orde. Als de geluidbelasting vanwege de 30 km/uur-wegen op het bouwplan zouden worden getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder (nog zonder aftrek Wet geluidhinder) dan blijven die onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Ook voor deze wegen is onderzoek naar maatregelen niet aan de orde. Voor het aspect industrielawaai geldt eveneens dat een maatregelenonderzoek niet aan de orde is gezien het feit dat de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A)-etmaalwaarde niet wordt overschreden. In het kader van onderhavig onderzoek wordt hier dan ook niet verder op ingegaan.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 17

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

6.4. Resumerend Ten gevolge van industrielawaai alsmede ten gevolge van wegverkeerlawaai behoeven geen hogere waarden te worden verleend. De akoestische omgevingskwaliteit van het bouwplan kan, onder andere gelet op de cumulatieve geluidbelasting, worden aangemerkt als redelijk tot goed. Mede gelet hierop is in het kader van een goede ruimtelijke ordening derhalve sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect geluid (wegverkeerslawaai en industrielawaai) staat de realisatie van het bouwplan dan ook niet in de weg.

Adromi B.V.

S201914

Pagina 18

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

Bijlage 1

Adromi B.V.

Informatie bouwplan

S201914

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

Bron kaarmateriaal: 2802 ontwerpt en adviseert bv

Adromi B.V.

S201914

Bouwplan Electropark 17-19 te Ridderkerk

Bijlage 2

Adromi B.V.

Verkeersdata

S201914

LINKNR 3070 3109 3119 3120 3121 17733 17735 663224 663226 697963 697964 697965 697967 697968 697969 697970 697971 697972 697973 697974 697975 697976 697977 697978 697979 697980

A 13907 13946 13957 13959 13908 13957 13959 13955 13947 34733 34734 99990120 99990118 34734 13971 34733 99990122 99990122 99990123 99990124 99990125 99990126 99990128 99990129 99990130 99990131

B NAAM 13908 Benedenrijweg 13947 Benedenrijweg 13958 Benedenrijweg 13960 Ringdijk 13960 Ringdijk 13959 Benedenrijweg 34734 Ringdijk 13958 Benedenrijweg 13962 Benedenrijweg 99990121 Ringdijk 99990121 Ringdijk 99990121 De Schans 99990119 De Schans 99990118 De Schans 99990127 Ringdijk 99990127 Ringdijk 99990127 Ringdijk 99990123 Ringdijk 99990124 Ringdijk 99990125 Ringdijk 99990126 Ringdijk 99990128 Ringdijk 99990129 Ringdijk 99990130 Ringdijk 99990131 Ringdijk 99990132 Ringdijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/773/documents/29635