CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Electropark 17.pdf

Commissie Samen wonen RK 2 september 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan Electropark 1728.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting bestemmingsplan ‘Electropark 17’

Toelichting bestemmingsplan ‘Electropark 17’

Identificatiecode: NL.IMRO.0597.BPSLIK2020ELECTR17-VG01 Datum: 16-09-2021 Status: Vastgesteld Versie: 1.0

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

1

Inhoudsopgave 1 INLEIDING ..............................................................................................................2 1.1 Aanleiding ........................................................................................................2 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ..................................................................2 1.3 Vigerend bestemmingsplan .............................................................................3 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................4 2 BESTAANDE SITUATIE.........................................................................................5 2.1 Ruimtelijke structuur ........................................................................................5 2.2 Huidig gebruik ..................................................................................................5 3 PLANBESCHRIJVING ............................................................................................7 3.1 Plan..................................................................................................................7 3.2 Verkeer en parkeren ........................................................................................7 4 BELEIDSKADER

....................................................................................................9 4.1 Rijksbeleid .......................................................................................................9 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ........................................9 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ..............................9 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) .......................................................... 10 4.2 Provinciaal en regionaal beleid .................................................................... 11 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland ................................................................ 11 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland .................................................... 13 4.3.3 Gebiedsvisie Deltapoort 2025 ............................................................... 14 4.3 Gemeentelijk beleid ...................................................................................... 15 4.3.1 Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 .......................................................... 15 4.3.2 Cultuurhistorische waardenkaart Ridderkerk woongebieden ................ 15 4.3.3 Bestemmingsplan ‘Slikkerveer’ .............................................................

17 4.5 Conclusie ...................................................................................................... 18 5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING ................................................................. 19 5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.)...................................................... 19 5.2 Geluidhinder ................................................................................................. 20 5.3 Bedrijven en milieuzonering ......................................................................... 21 5.4 Bodem .......................................................................................................... 23 5.5 Archeologie en cultuurhistorie ...................................................................... 24 5.6 Watertoets .................................................................................................... 27 5.7 Flora en fauna .............................................................................................. 31 5.8 Luchtkwaliteit ................................................................................................ 34 5.9 Externe veiligheid ......................................................................................... 35 5.10 Kabels en leidingen ....................................................................................

37 5.11 Duurzaamheid ............................................................................................ 38 6 JURIDISCHE PLANOPZET................................................................................. 39 6.1 Inleiding ........................................................................................................ 39 6.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 39

6.3 Bestemmingen .............................................................................................. 39 6.4 Aanduidingen ................................................................................................ 39 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................. 40 8 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .................................................... 40 8.1 Participatie .................................................................................................... 40 8.2 Vooroverleg .................................................................................................. 40 8.3 Zienswijzen ................................................................................................... 40 Bijlage 1 2 3 4

5 6a

Omschrijving Tekeningen Akoestisch onderzoek Bodem onderzoek Verkennend archeologisch onderzoek Watertoets

6b

Ecologische quickscan Vleermuisonderzoek

7

Stikstof onderzoek

8 9

Verslag informatieavond Nota Vooroverleg

10

Nota Zienswijzen

Auteur 2802 Adromi b.v. DS milieu-consult bv ADC Archeoprojecten

Referentie S201914 19.10.167

Datum 22-09-2020 08-01-2021 17-12-2019

5161

18-01-2021

Waterschap Hollandse Delta Blom ecologie B.V. Blom ecologie B.V. Van den Heuvel Milieuadvies Herkon

20200124-39-22306

24-01-2019

BE/2019/685/r

18-12-2019

BE/2020/008

15-09-2020

-

08-01-2021

-

09-09-2020

Gemeente Ridderkerk Gemeente Ridderkerk

-

16-02-2021

-

08-06-2021

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

1

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding In Ridderkerk aan het Electropark 17-19 is thans de Irenekerk gelegen. Om na 2019 nog als kerkgemeenschap te kunnen blijven bestaan, is het kerkbestuur op zoek gegaan naar een koper voor het kerkgebouw. Het kerkbestuur denkt met de opbrengst nog ca. 5 jaar door te kunnen gaan als kerk. Het kerkgebouw wordt door de koper gesloopt zodra de kerk ophoudt te bestaan. Hiermee wordt voorkomen dat op termijn het kerkgebouw gedurende een onbekende periode leeg komt te staan. Het plan is om de Irenekerk op termijn te saneren en hiervoor in de plaats een vrijstaande woning en een twee-onder-een-kapper te realiseren (totaal drie wooneenheden). De staat van de kerk is helaas onvoldoende om woningen in te realiseren, sanering is noodzakelijk. Het plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan ‘Slikkerveer’, waarin het plangebied de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden’ heeft. Op gronden met deze bestemming is het niet toegestaan woningen te realiseren, een wijziging van het bestemmingsplan is noodzakelijk. Door de initiatiefnemer is een principeverzoek ingediend voor het onderhavige plan en heeft er vooroverleg plaatsgevonden met de gemeente Ridderkerk. De gemeente heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het onderhavige plan.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is kadastraal bekend als RDK01 - A – 8063 en is gelegen aan het Electropark 17 te Ridderkerk. Het plangebied is gelegen in de wijk Slikkerveer omringd door woningen, ten westen van het plangebied is het Electropark gelegen. Ten noordoosten zijn achter de dijk de haven en de rivieren de Nieuwe Maas en de Noord gelegen.

Afbeelding 1: Plangebied

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

2

1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘Slikkerveer’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Slikkerveer’, vastgesteld op 25 november 2009 door de gemeente Ridderkerk. Het plangebied betreft de enkelbestemmingen: • Maatschappelijke doeleinden; • Verblijfsgebied; En de aanduidingen: • zonder gebouwen; • maximum goothoogte: 7 m; • maximum bouwhoogte: 2,5 m. Het plan is strijdig met het bestemmingsplan. Op gronden met de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden’ is het niet toegestaan woningen te realiseren, een wijziging van het bestemmingsplan is noodzakelijk voor woningbouw.

Afbeelding 2: Vigerende bestemmingsplankaart

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

3

1.4 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: -

Hoofdstuk 2: Bestaande situatie; Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; Hoofdstuk 4: Beleidskaders; Hoofdstuk 5: Onderzoek/verantwoording; Hoofdstuk 6: Juridische planopzet; Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid; Hoofdstuk 8: Overleg en zienswijzen.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

4

2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Ruimtelijke structuur Het plangebied is gelegen in de wijk Slikkerveer te Ridderkerk. De belangrijkste ruimtelijke kaders worden gevormd door het hoge dijklichaam van de Ringdijk, het ruime profiel van de Rotterdamseweg en het groene en relatief open landgoed van Huys ten Donck. Slikkerveer ligt relatief laag ten opzichte van de dijk. Deze lage ligging wordt met name aan de noord- en noordoostelijke zijde van Slikkerveer versterkt doordat daar de buitendijkse bebouwing hoog aan de dijk is gesitueerd en uitziet over de bebouwde polder. Binnen de genoemde ruimtelijke kaders vormen de Kievitsweg, de Willemstraat en de Oranjestraat de belangrijkste structuurassen. Veel wegen eindigen op de Kievitsweg, waarbij het ruimtelijk beeld wordt opgevangen door de markante bebouwing. De Kievitsweg vormt daardoor een strakke beëindiging van het rechte bebouwingspatroon van Slikkerveer. De assen van de Kievitsweg en de Willemstraat vormen een ruimtelijke scheiding tussen de ter weerszijden van de weg tot ontwikkeling gekomen woon- en centrumgebieden. Ten zuidoosten van de Willemstraat bestaat de bebouwing met name uit lange rijen van grondgebonden eengezinswoningen, ten noordwesten voor een belangrijk deel uit meergezinshuizen. Binnen de min of meer centraal gelegen meergezinshuizen heeft zich een klein centrumgebied ontwikkeld.

Het gebied ten noordoosten van de Kievitsweg vormde reeds lange tijd een dorpsgebied waarbinnen zich een zekere ruimtelijke samenhang heeft ontwikkeld. Het gebied ten zuidwesten van deze weg is lange tijd onbebouwd gebleven. Naast een paar historische boerderijen komt hier ook nog een oude waterloop met onder meer een karakteristieke beplanting van knotbomen voor. Deze wordt versterkt door het geluidsscherm aan de zijde van de Rotterdamseweg. De oorspronkelijke gefaseerde en planmatig ontwikkelde dorpsplattegrond van Slikkerveer is nog goed afleesbaar aan de hand van de bebouwingsstructuur, het wegenpatroon en de woningtypologie. In een groot deel van het plangebied is met betrekking tot de beleving van de ruimte en het straatbeeld sprake van een verschil in noord-zuid- en oostwestrichting. Het straatbeeld van een groot aantal noord-zuidgerichte wegen (met name ten oosten van de Willemstraat) wordt bepaald door het rechte wegenpatroon en de sterke wandvorming door de relatief dicht op de weg gebouwde en vaak eenduidig vormgegeven woningen. Dit beeld wordt op meerdere plaatsen doorsneden met relatief brede, oost-westgerichte en minder intensief bebouwde zones, waarbinnen het beeld van de straat wordt bepaald door de beleving van bredere en veelal ook groenere ruimten.

De belangrijkste (toegankelijke) groengebieden - binnen het plangebied - betreffen een centraal in Slikkerveer gelegen groen- en waterverbinding langs de Stadhouderslaan en de Reijerweg. Hieraan ligt ook het eigentijdse centrumgebied van Slikkerveer, het Electropark en de noordelijke groenzone langs de dijk vanaf de Reijerweg tot aan de Randweg.

2.2 Huidig gebruik Het plangebied is gelegen aan het relatief groene Electropark. Op het plangebied is thans een kerk gelegen welke tevens voor deze maatschappelijke functie in gebruik is. Om financiële redenen zal de kerk haar deuren gaan sluiten en leeg komen te staan.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

5

Afbeelding 3: Vooraanzicht Irenekerk (1)

Afbeelding 4: Vooraanzicht Irenekerk (2)

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

6

3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Plan Het plan betreft de sanering van de bestaande bebouwing, de Irenekerk. Hiervoor in de plaats worden een vrijstaande woning en een twee-onder-een-kapper gerealiseerd (totaal drie wooneenheden).

Afbeelding 5: Nieuwe situatie

3.2 Verkeer en parkeren Ontsluiting Het plangebied is thans te bereiken via een toegangsweg op de Oranjestraat en een wandelontsluiting vanuit het noorden. In dit nieuwe situatie blijven deze ontsluitingen bestaan. Echter zullen er ter hoogte van het plangebied enkele wijzigingen worden aangebracht aan de toegangsweg en openbare ruimte ten behoeve van de inritten en parkeerplaatsen van de woningen. Hierbij wordt rekening gehouden met het groene karakter van het Electropark en zal deze waar mogelijk worden opgewaardeerd. Nabij de woningen wordt er voldoende manoeuvreerruimte gerealiseerd voor het keren van auto’s. Verkeer Gezien de herontwikkeling van een kerk naar de nieuwbouw van slecht drie wooneenheden zal het aantal verkeersbewegingen beperkt van aard zijn, gelijk blijven dan wel afnemen. De Oranjestraat en het Electropark beschikken over voldoende capaciteit om de verkeersgeneratie van de woningen op te vangen. Parkeren Voor vaststelling van de parkeernorm is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381. Uitgaande van het type ‘koop, vrijstaand’ en ‘koop, twee-onder-een-kap’ in het ‘schil centrum’ en ‘matig stedelijk gebied’ wordt uitgegaan van een gemiddelde parkeernorm van 5,5 parkeerplaatsen. Voor de vrijstaande woning 1,9 parkeerplaatsen en voor beide twee-onder-een-kapwoningen 1,8 parkeerplaatsen.

Bij de vrijstaande woning en de twee-onder-een-kapwoning met enkele oprit wordt er 1 parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd. Bij de twee-onder-een-kapwoning met dubbel oprit worden er 2 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd en in de openbare ruimte worden er 3 parkeerplaatsen gerealiseerd (voor de

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

7

tweekapper). Hiermee worden er in totaal 7 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarmee het plan voldoet aan de gestelde parkeernormering.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

8

4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het Rijk streeft naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Dit wil zij doen met een krachtige aanpak, die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om deze nieuwe aanpak vorm te geven. Daarnaast geven nieuwe politieke accenten, veranderende omstandigheden zoals een economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen aanleiding voor herziening van het rijksbeleid. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders.

Afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. Het Rijk geeft aan dat landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten identiteit geven aan een gebied en culturele voorzieningen en cultureel erfgoed bovendien van groeiend belang zijn voor de concurrentiekracht van Nederland. In de nieuwe structuurvisie is aangegeven dat het Rijk verantwoordelijk blijft voor het cultureel en natuurlijk UNESCO Werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en het maritieme erfgoed. Het beleid ten aanzien van landschap is echter niet langer een Rijksverantwoordelijkheid en laat het Rijk over aan de provincies. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen.

Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde rijksbelangen in het Barro.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

9

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie wel een beoordelingskader welke ontwikkelingen als ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ worden aangemerkt.

Uit jurisprudentie blijkt dat het in dit verband moet gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. ‘De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS: 2014:3929). De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRVS 18 december 2013, ECLI: NL:RVS:2013: 2471). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, Uitspraak 201608869/1/R3)’ In het onderhavige plan worden er drie wooneenheden gerealiseerd en per saldo toegevoegd aan de woningvoorraad.

Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing van het plan aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

10

4.2 Provinciaal en regionaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Per 1 april is het Omgevingsbeleid in werking getreden. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zes richtinggevende ambities voor de fysieke leefomgeving geformuleerd: • Naar een klimaatbestendige delta; • Naar een nieuwe economie: the next level; • Naar een levendige meerkernige metropool; • Energievernieuwing; • Best bereikbare provincie; • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het centrale doel van het provinciale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen.

Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Beter benutten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) De provincie Zuid-Holland zet in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de stedelijke agglomeratie, het systeem van kernen en linten en het logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leef kwaliteit van de bebouwde ruimte te verbeteren. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen BSD. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit.

Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het onderhavige plangebied valt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het plan sluit hiermee aan bij het provinciaal beleid om de verstedelijkingsopgave primair te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

11

Plangebied

Afbeelding 6: Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD)

Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Gezien het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen in Zuid-Holland, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang. Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De essentie van het ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten toevoegen aan het gebied en de samenleving. Het onderhavige plan betreft de sanering van een verouderd kerkgebouw welke op korte termijn leeg zal komen te staan. Middels deze sanering wordt toekomstige leegstand, verpaupering en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. De realisatie van drie woningen is een passende invulling gezien de ligging binnen het woongebied.

De woningen worden stedenbouwkundig en architectonisch op passende wijze vormgegeven en zorgen hiermee voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Kwaliteitskaart Het plangebied is gelegen binnen het gebied ‘rivierdeltalandschappen’ van de provinciale kwaliteitskaart. Een aantal Zuid-Hollandse eilanden kent nog steeds een eilandkarakter: omlijst door deltawateren met beperkte verbindingen met de andere eilanden of het vasteland. Ze zijn gelegen in de luwte van de Randstad en vormen landschappelijk een geheel met Zeeland. IJsselmonde en het Eiland van Dordrecht zijn daarentegen meer onderdeel van het stedelijk netwerk. De drie eilanden Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard en Voorne-Putten hebben elk een eigen karakter. Dit karakter wordt mede gevormd door de verschillen in afstand tot en de verbinding met het stedelijk gebied, de landschappelijke opbouw

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

12

van de eilanden zelf en de aard van het omringende water. Versterken van het deltakarakter en vergroten van de diversiteit van karakters van de eilanden draagt bij aan het behoud van diversiteit in de Delta. Een opgave is het om de recreatieve gebruikswaarde van de eilanden te vergroten in combinatie met een gebiedsspecifieke, in de omgeving passende inrichting. Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden dienen bij te dragen aan het versterken van het stoere deltakarakter en passen bij de maat en schaal van dijk en open wateren. Ontwikkelingen worden benaderd in het licht van het eiland als geheel, waarbij bijvoorbeeld in Voorne-Putten en Hoeksche Waard een duidelijk verschil zit tussen de ‘dynamische’ noordrand en het ‘luwe’ zuiden. Het onderhavige plan resulteert niet in negatieve gevolgen voor het rivierdeltalandschap gezien de liggen van het plangebied en de kleinschaligheid van het plan. Het plan is in overeenstemming met de richtpunten van de kwaliteitskaart. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd.

In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c.

Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Het onderhavige plan kan worden geschaard binnen de categorie ‘inpassen’. Het onderhavige plan is qua aard en schaal passend in het gebied en sluit aan op de richtpunten van de kwaliteitskaart.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

13

Stedelijke ontwikkeling In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: • De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; • Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) (paragraaf 4.2.1). Het onderhavige plan betreft geen ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ (paragraaf 4.1.3), waardoor toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk is. 4.3.3 Gebiedsvisie Deltapoort 2025 De samenwerkende partners in Deltapoort zijn eind 2010 gestart met het opstellen van een Gebiedsvisie voor Deltapoort (IJsselmonde-Oost). De ambitie van de stuurgroep is om de komende jaren te investeren in de ruimtelijke kwaliteit van Deltapoort om daarmee het economisch functioneren en de leefkwaliteit van het gebied te verbeteren.

Deze visie is geschreven met een tweeledige doelstelling namelijk het versterken van de economie in het gebied en het verbeteren van de leefbaarheid door het gebied recreatief aantrekkelijker, beter bereikbaar en toegankelijk te maken. Met de Gebiedsvisie beoogt de stuurgroep Deltapoort een stimulans te geven aan de economische ontwikkeling van Oost IJsselmonde. In de Gebiedsvisie is de uitkomst van lopende planvorming met betrekking tot nieuwe werk- of glastuinbouwgebieden veelal overgenomen. Een tweede doel betreft het recreatief aantrekkelijker, toegankelijker en bruikbaarder maken van het landschap. Het Gebiedsvisie-traject concentreert zich op verbetering van het landschap van Deltapoort. Het is nodig om de versnippering en verrommeling te stoppen en te werken aan een aantrekkelijke leefomgeving in dit deel van de Zuidvleugel. Dit vraagt om een heldere visie en concrete acties. Het plangebied Deltapoort omvat het buitengebied van de gemeenten Ridderkerk, Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Barendrecht, de voormalige Rijksbufferzone, alsook de stadsranden en stedelijke overgangsgebieden. Het onderhavige plangebied is niet gelegen in het buitengebied of in één van de themagebieden genoemd in de visie. Het onderhavige plan betreft de sanering van een verouderd kerkgebouw welke op korte termijn leeg zal komen te staan.

Middels deze sanering wordt toekomstige leegstand, verpaupering en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. Onderhavig plan zorgt voor een verbetering van de leefkwaliteit en leefbaarheid ter plaatse.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

14

4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 De gemeente Ridderkerk heeft veel verschillende wijken met allemaal een eigen karakter. Samen vormen ze een unieke gemeente om te leven en te werken. Om dit unieke karakter optimaal te benutten legt de gemeente de kaders van het beleid tot 2035 vast in een Omgevingsvisie, vastgesteld in 2017. Deze visie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen en laat ruimte voor initiatieven vanuit de Ridderkerkse samenleving. De visie is de basis voor alle (gemeentelijke) plannen. De identiteit, het karakter van Ridderkerk is aansluitend op de structuurvisie uit 2009, in drie kernwaarden samen te vatten: 1. Sterke wijken, goed verbonden; 2. Groen-blauwe oase; 3. Kloppend hart. Sterke wijken, goed verbonden De wijken van Ridderkerk, veelal ontstaan als dorpen, zijn een absolute kernwaarde van Ridderkerk. Veel mensen waarderen vooral de identiteit die de verschillende wijken kenmerkt: Slikkerveer met zijn typerende woningen uit de jaren 30, Rijsoord en Oostendam als typische dijkdorpen, Bolnes met de nog steeds aanwezige historische water gerelateerde bedrijvigheid en het centrum van Ridderkerk, centraal gelegen in de gemeente. De sociale cohesie binnen de wijken is sterk.

Dat uit zich in een sterk en hecht verenigingsleven en het feit dat nieuwe bewoners niet kiezen voor Ridderkerk, maar specifiek willen wonen in één van de wijken. De wijken Bolnes, Slikkerveer en Drievliet hebben een levendig wijkwinkelcentrum. Het onderhavige plangebied is gelegen in de wijk Slikkerveer. Middels het onderhavige plan worden er drie wooneenheden gerealiseerd, waarmee er meer aanbod ontstaat op de woningmarkt en meer ruimte voor (nieuwe) bewoners om zich te vestigen in Slikkerveer waar zij specifiek willen wonen. De woningen zullen aansluiten op het karakter van de wijk. Het onderhavige plan is in overeenstemming met de omgevingsvisie. Groen-blauwe oase De aanwezigheid van een rijke, stevige, groene infrastructuur, die de rand van Ridderkerk in een groene jas hult en de woon- en werkgebieden dooradert, is een belangrijke kernwaarde om te behouden en te versterken. Deze groene gebieden en het water dienen als buffer tegen de verstedelijkingsdruk van de regio Rotterdam en de regio Drechtsteden. Daarnaast dragen de groene gebieden en het water bij aan een aantrekkelijke gemeente om in te wonen, werken en recreëren en een aantrekkelijk leefklimaat.

De ‘groen-blauwe kraag’ van Ridderkerk is samengesteld uit de bestaande grotere groengebieden Oosterpark, Reyerpark, Donckse Bos en Donckse velden, de Gorzen, de Grienden en het Waalbos en uit de rivieren de Noord, de Nieuwe Maas en de Waal. Recent heeft de nieuwe inrichting van de Crezéepolder als getijdepark die groene omhulling versterkt. Kloppend hart Ridderkerk is uniek vanwege de centrale ligging van bedrijventerrein Donkersloot. Ongeveer de helft van het aantal werknemers in Donkersloot woont ook in Ridderkerk. Daarnaast kenmerkt de Ridderkerker zich door een hoge arbeidsethos. Ridderkerk heeft een werkend en kloppend hart, waar een grote diversiteit aan bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en winkels aanwezig is. 4.3.2 Cultuurhistorische waardenkaart Ridderkerk woongebieden Ridderkerk beschikt met de Kerksingel, de dijkprofielen, de Kerkweg en de restanten van het voormalig agrarisch landschap over een cultuurhistorisch waardevolle kern. In 2018 is een Cultuurhistorische Waardenkaart voor de woongebieden van Ridderkerk vastgesteld. De waardering van cultuurhistorische elementen is gebaseerd op de criteria zoals opgesteld door de Rijksdienst voor het

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

15

Cultureel Erfgoed. Voorbeelden van criteria zijn zeldzaamheid, representativiteit, conservering en gaafheid. Als er gesproken wordt over cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ordening wordt vaak een onderscheid gemaakt in historische geografie en historische bouwkunst. Historische geografie gaat over landschappelijke en stedenbouwkundige elementen en structuren zoals dijken, slotenpatronen, stratenpatronen en verkavelingen. Historische bouwkunst heeft betrekking op bebouwing en architectuur. Voor zowel de geografie als de bouwkunst zijn aparte waardenkaarten gemaakt. De historische structuren in de woongebieden van Ridderkerk worden onderverdeeld in zeer hoge, hoog en redelijk hoog gewaardeerde structuren. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met hoge historisch geografische waarden, zie afbeelding 9. Binnen het plangebied zijn geen panden en/of bouwwerken gelegen welke van historisch bouwkundige waarde zijn. Het Electropark is in 1950 aangelegd door Smit Slikkerveer in landschapsstijl met een waterpartij waarlangs treurwilgen zijn geplant. Enkele taxusbomen, monumentale platanen en linden geven het park karakter. Tot 1960 bevond zich in het park een muziekkapel welke is afgebroken. In het park aan de Prins Bernhardstraat nr. 2 bevindt zich een trafohuisje uit 1950.

Plangebied

Afbeelding 7: Waardenkaart: historische geografie

Het Electropark heeft deze hoge waarde gekregen door de ontstaansgeschiedenis van de eerste vroeg 20ste eeuwse woongebieden van Slikkerveer, door de relatie en samenhang met het ontginningspatroon, door de bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit door het groene karakter en de zichtbaarheid van de verschillende en afwisselende historische bouwstijlen uit de 20ste eeuw. Middels onderhavig plan wordt de cultuurhistorische waarden in en nabij het Electropark behouden. De beschermde en monumentale bomen in het Electropark blijven behouden. De nieuwe woningen komen op de plek van een verouderd kerkgebouw en volgen de ruimtelijke structuur van het gebied doordat de woningen opgaan in het reeds aanwezige ‘blok’ woningen. Tevens sluiten de nieuwe

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

16

woningen in het karakter aan op de directe omgeving. Met dit alles blijft het groene karakter van het nabij het plangebied behouden. 4.3.3 Bestemmingsplan ‘Slikkerveer’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Slikkerveer’, vastgesteld op 25 november 2009 door de gemeente Ridderkerk. Het plangebied betreft de enkelbestemmingen: • Maatschappelijke doeleinden; • Verblijfsgebied; En de aanduidingen: • zonder gebouwen; • maximum goothoogte: 7 m; • maximum bouwhoogte: 2,5 m. Het plan is strijdig met het bestemmingsplan. Op gronden met de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden’ is het niet toegestaan woningen te realiseren, een wijziging van het bestemmingsplan is noodzakelijk voor woningbouw.

Afbeelding 8: Vigerende bestemmingsplankaart

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

17

4.5 Conclusie Op basis van hoofdstuk 4 ‘Beleidskaders’ kan worden geconcludeerd dat: • Het onderhavige plan past binnen de rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders; • Het onderhavige plan is strijdig met het vigerende bestemmingsplan; • In het onderhavige plan is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is daarmee niet van toepassing; • Het onderhavige plan voorkomt toekomstige leegstand, verpaupering en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit; • Het onderhavige plan zorgt voor extra woningaanbod van goede kwaliteit.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

18

5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING 5.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) Beleidskader In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die wel genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting tot het vaststellen op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling of sprake is van geen m.e.r.-beoordelingsplicht in het ruimtelijk plan. Onderzoek De activiteit, het realiseren van woningen, wordt genoemd in de bijlage onderdeel D 11.2 van het besluit m.e.r. Het plan betreft hier enkel een kleinschalige woningbouwontwikkeling bestaande uit drie woningen. Er is geen directe m.e.rplicht voor het opstellen van milieueffectrapportage of m.e.r.-beoordeling. Bij dit aantal van drie woningen, onder de grenswaarde van 2.000 woningen waarvoor een direct m.e.r-plicht geldt, geldt wel de vergewisplicht. Voor de vergewisplicht dient voor de voorgenomen activiteit te worden beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Het onderhavige plan betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied.

Er vinden op de locatie geen productiewerkzaamheden plaats. Er is geen sprake van de productie van afvalstoffen, anders dan regulier huisafval. Behoudens de standaard toegestane aan-huis-gebonden beroepen/bedrijven zullen er geen bedrijfsactiviteiten meer plaatsvinden. Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000, Beschermd natuurmonument, Wetland, Nationaal Park, Nationaal Landschap en het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van 1,2 km ten oosten van het plangebied is het Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk gelegen. Het plangebied ligt op een afstand van 600 m ten zuiden van een Natuurnetwerk Nederland. Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zal het aantal verkeersbewegingen niet onevenredig toenemen ten opzichte van de huidige juridisch-planologische situatie (kantoorlocatie). Gezien de kleinschaligheid van het plan zullen er geen toenames leiden tot significante negatieve effecten op het milieu. In het kader van de vormvrije m.e.r. heeft een beoordeling plaats gevonden van diverse milieuaspecten. In de volgende hoofdstukken worden de verschillende milieuaspecten nader onderbouwd. Er is hiermee afdoende aangetoond dat hier geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zoals omschreven in artikel 17.7 van de Wet milieubeheer.

Conclusie Het onderhavige plan betreft geen ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, zoals bedoeld in activiteit D 11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r. Op basis hiervan hoeft geen m.e.r.-beoordelingsprocedure te worden gevolgd.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

19

5.2 Geluidhinder Beleidskader In het kader van de Wet geluidhinder dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: 1. Woningen, 2. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal), 3. Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. De Wet Geluidhinder (Wgh) stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige functies en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen.

Cumulatie geluidsbronnen Wanneer voor een geluidgevoelige bestemming die in de zone van meerdere geluidsbronnen (wegverkeer, spoorwegverkeer of industrielawaai) ligt en waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld, dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe hoog de gecumuleerde geluidbelasting is. De gecumuleerde geluidbelasting wordt berekend met de rekenmethode die in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is vastgelegd, rekening houdend met de dosiseffect relaties van de verschillende bronsoorten. Het bevoegd gezag moet dan een oordeel vellen over de hoogte van deze geluidbelasting. Een wettelijke toetsing aan een grenswaarde voor deze gecumuleerde geluidbelasting is niet aan de orde. Onderzoek Het plangebied is gelegen binnen de invloedssfeer van enkele voor de Wgh relevante wegen en een industrieterrein. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van een spoorwegtraject of aanvliegroute van luchtverkeer, waardoor deze geluidsbron achterwege gelaten kan worden. Het onderhavige plan betreft de realisatie van een vrijstaande woning en een tweeonder-een-kapper. In het kader van de Wgh is hiermee sprake van de toevoeging van geluidsgevoelige objecten. Door Adromi b.v. is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai uitgevoerd.

De conclusies van het onderzoek luiden: ‘Ten gevolge van industrielawaai alsmede ten gevolge van wegverkeerlawaai behoeven geen hogere waarden te worden verleend. De akoestische omgevingskwaliteit van het bouwplan kan, onder andere gelet op de cumulatieve geluidbelasting, worden aangemerkt als redelijk tot goed. Mede gelet hierop is in het kader van een goede ruimtelijke ordening derhalve sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect geluid (wegverkeerslawaai en industrielawaai) staat de realisatie van het bouwplan dan ook niet in de weg.’ Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect geluidhinder geen belemmeringen.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

20

5.3 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader De Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat overheden bij het vaststellen van bestemmingsplannen moeten aantonen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (Wro artikel 3.1 lid 1). Onderdeel hiervan is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient er op toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven), en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). In de praktijk wordt gebruik gemaakt van de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG, editie 2009). Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een afstand aan tot woningen of andere 'kwetsbare' functies. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder is van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). In de onderstaande tabel zijn de afstanden weergeven.

Tabel 1: Richtafstanden per milieucategorie (bron: VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering) Milieucategorie Rustige woonwijk Gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m 5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m Onderzoek Het onderhavige plan betreft de realisatie van drie wooneenheden, hiermee is sprake van het toevoegen van milieugevoelige objecten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient gekeken te worden naar de eventuele beperking van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven als gevolg van het onderhavige plan. Het plan is getoetst aan de richtafstanden van het VNG-handboek bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Tabel 2: Inrichtingen Adres Functie Benedenweg Prinses Beatrixstraat 16a Oranjestraat Nassaustraat 35/37 Sophiastraat 17 De Schans (diversen) Donkerslootsedijk (diversen) Donkerslootsedijk (diversen) Bourgondischelaan 1

Timmerfabriek

Milieucat. Cat. 2.0 Cat. 3.2

Richtafstand 30 m 100 m

Afstand tot plangebied 75 m 160 m

Loodgieter Autobedrijf

Cat. 2.0 Cat. 3.1

30 m 50 m

140 m 100 m

Autobedrijf Diversen

Cat. 2.0 Cat. 3.1

30 m 50 m

160 m Min. 140 m

Diversen

Cat. 3.2

100 m

Min. 280 m

Diversen

Cat. 4.1

200 m

Min. 400 m

Kerk

Cat. 2.0

30 m

180 m

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

21

Autobedrijf Kerk

Cat. 2.0 Cat. 3.1 Timmerfabriek

Cat. 3.2

Loodgieter

Autobedrijf Cat. 4.1

Afbeelding 9: Plangebied t.o.v. omliggende (bedrijfs)functies

De omgeving van het plangebied is aan te merken als rustige woonwijk. In de directe omgeving van het plangebied zijn de bovenstaande bedrijven gelegen. Op basis van het vorenstaand kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en dat geen bedrijven/instellingen in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Conclusie Het onderhavige plan ondervindt voor wat betreft bedrijf- en milieuhinder (milieuzonering) geen belemmeringen.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

22

5.4 Bodem Beleidskader Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Hiervoor is het bij nieuwe ontwikkelingen verplicht een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen tenminste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Om de kwaliteit van de bodem voor het toekomstige gebruik ‘wonen’ in kaart te brengen is door DS milieu-consult een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek luiden: Op basis van de beschikbare gegevens, als historische informatie, de zintuiglijke waarnemingen tijdens het veldwerk en de verkregen analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters, kan het volgende worden geconcludeerd: • Op het zuidelijk deel van de locatie is de bovengrond over een oppervlakte van circa 150 m2 sterk verontreinigd met koper, lood en zink en licht verontreinigd met cadmium, kobalt, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK).

De sterk verhoogde gehalten aan koper worden tot 0,8 meter minus maaiveld (m-mv) aangetroffen; • Op het resterende deel van de locatie is de bovengrond licht verontreinigd met koper, lood, nikkel en zink; • Op het maaiveld noch in het vrijgekomen bodemmateriaal zijn asbestverdacht materialen aangetroffen; • Het grondwater is licht verontreinigd met barium. De hypothese dat de locatie verdacht is van het voorkomen van verontreinigingen, dient op basis van de voorliggende onderzoeksresultaten te worden bevestigd. De oorzaak van de sterk verhoogde gehalten aan zware metalen is zeer waarschijnlijk toe te schrijven aan de in de bodem aangetroffen slakken (sintels). Het totale volume aan sterk verontreinigde grond wordt geschat op 75 à 120 m3. In het kader van de Wet bodembescherming is er derhalve sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het licht verhoogde gehalte aan barium in grondwater kent vermoedelijk een natuurlijke oorzaak en behoeft geen nader onderzoek. Om de locatie geschikt te maken voor de bestemming wonen met tuin dient de bodem gesaneerd te worden. Conclusie Gelet op de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is er een BUS-melding dan wel een saneringsplan nodig. Hetgeen wordt als voorwaarde opgenomen in de omgevingsvergunning.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

23

5.5 Archeologie en cultuurhistorie Beleidskader Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden in Nederland dient er volgens de Erfgoedwet, sinds 1 juli 2016 van kracht, bij nieuwe ontwikkelingen te worden gekeken naar de aanwezige waarden. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Archeologische Waarden- en Beleidskaart gemeente Ridderkerk Met de Archeologische Waardenkaart streeft de gemeente Ridderkerk ernaar bij te dragen aan een vlotte en ongehinderde totstandkoming van ruimtelijke plannen, terwijl tegelijkertijd recht gedaan wordt aan de archeologische geschiedenis van Ridderkerk. De Archeologische Waarden- en Beleidskaart toont voor het gehele gemeentelijke grondgebied van Ridderkerk de bekende archeologische waarden en verwachtingen Tevens geeft de kaart aan welk archeologisch beleid er geldt voor de verschillende gebieden en wanneer bouw- en ontwikkelingsplannen moeten worden getoetst op de noodzaak van het uitvoeren van archeologisch (voor)onderzoek. Onderzoek Op de archeologische waarden- en beleidskaart is te zien dat het plangebied is gelegen op gronden met een redelijk hoge archeologische verwachting, zie afbeelding 12.

Voor gebieden met een redelijk hoge archeologische verwachting (3.1) geldt dat grondwerkzaamheden (inclusief heien) die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m² en tevens dieper reiken dan respectievelijk 50 cm beneden het maaiveld dienen te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek.

Plangebied

Afbeelding 10: Archeologische waarden- en beleidskaart Ridderkerk

De afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam (BOOR) heeft de eventuele noodzaak van het uitvoeren van een archeologisch (voor) onderzoek in het kader van de voorgenomen grondwerkzaamheden ter plaatse van Electropark 17 te Ridderkerk beoordeeld.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

24

‘Op basis van de archeologische verwachtingswaarde van het gebied en de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden wordt het uitvoeren van een archeologisch vooronderzoek op de planlocatie noodzakelijk geacht. (…) De marges van toegestane verstoringsoppervlakte en -diepte zullen worden overschreden. Het BOOR adviseert om in het plangebied een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende) uit te voeren.’ Door het BOOR is daarom een inventariserend bureauonderzoek uitgevoerd en een Programma van Eisen (PvE) opgesteld. Het advies hierin is: ‘Op grond van gemeentelijk beleid, de archeologische verwachting van het gebied, alsmede de bodemverstorende aard van de werkzaamheden die in het kader van de toekomstige ontwikkeling van het plangebied zullen worden uitgevoerd, is een verkennend inventariserend veldonderzoek noodzakelijk naar de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Romeinse tijd en Late Middeleeuwen A en B.’ Op basis hiervan en het opgestelde PvE door het BOOR is aan ADC Archeoprojecten gevraagd het archeologisch booronderzoek uit te gaan voeren. De conclusies uit dit onderzoek luiden: •

‘Wat is de geomorfologische situatie en de geologische en bodemkundige opbouw van het plangebied? De ondergrond van het plangebied bestaat uit mineraalarm bosveen, dit wordt tot het Hollandveen Laagpakket gerekend. De top van het veen ligt op een diepte variërend van 220 tot 300 cm –mv. Het wordt afgedekt door een laag venige klei (waarschijnlijk lagunaire of estuariene afzettingen) en een laag sterk siltige klei. De laag sterk siltige klei bestaat uit oeverafzettingen van de Merwede.

•

Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De top van het Hollandveen is niet veraard en de oorspronkelijke top is waarschijnlijk verspoeld geraakt en daarom niet meer aanwezig. De top van de oeverafzettingen van de Merwede is tot een diepte variërend van 40 tot 100 cm –mv omgewerkt. Waarschijnlijk is door de bouw van de Irenekerk de bovengrond verstoord geraakt.

•

Zijn er archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen aanwezig in het plangebied? De top van het Hollandveen is waarschijnlijk door verspoeling niet meer aanwezig en wordt daarom niet als een potentieel archeologisch niveau beschouwd. Het pakket met oeverafzettingen van de Merwede is kalkrijk, ongerijpt tot bijna gerijpt en bevat geen humeuze en/of ontkalkte lagen. In dit pakket zijn daarom geen potentiële archeologische lagen aangetroffen. De bovengrond is recent verstoord en daarom worden in de bovengrond geen archeologische waarden verwacht.

•

Zo ja, op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP? In het plangebied worden geen archeologisch relevante geo(morfo)logische eenheden of lagen verwacht.

•

Alhoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, zijn er desondanks toch archeologische indicatoren aangetroffen? Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. De overige deelvragen zijn daarom niet van toepassing. Zo ja: o

Op welke diepte ten opzichte van maaiveld en NAP zijn deze archeologische indicatoren aangetroffen?

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

25

o o

Niet van toepassing. Wat is de horizontaal ruimtelijke spreiding van deze archeologische indicatoren? Niet van toepassing. Wat is de aard en ouderdom van deze indicatoren? Niet van toepassing.

•

In welk opzicht kan op basis van het veldonderzoek de archeologische verwachting worden bijgesteld? Op basis van het booronderzoek kan de middelgrote kans op archeologische waarden uit de Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen herzien worden tot een lage kans op archeologische waarden.

•

In hoeverre worden de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden bedreigd door toekomstige planontwikkeling? In het plangebied worden geen archeologische waarden verwacht en daarom zullen tijdens de uitvoering van de plannen geen archeologische waarden bedreigd worden.

•

Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? Het plangebied is inmiddels voldoende onderzocht.

Aanbeveling ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is nooit volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.’ Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect archeologie de uitvoering van het onderhavige plan niet in de weg staat. Ter bescherming van de eventueel aanwezige archeologische waarden zal de passende dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ in het onderhavige bestemmingsplan worden opgenomen.

Bestemmingsplan ‘Electropark 17’

26

5.6 Watertoets Beleidskader In het plangebied is Waterschap Hollandse Delta de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder, de vaarwegbeheerder, de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen, beheerder van de rioolwaterzuiveringsinstallaties en wegbeheerder van de wegen buiten de bebouwde kom, niet zijnde rijks- of provinciale wegen. De watertoets heeft als doel het voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Waterschapsbeleid De strategie en het beleid van Waterschap Hollandse Delta is gericht op: • Het bieden van veiligheid tegen wateroverlast; • Veilige (vaar)wegen; • Voldoende en schoon oppervlaktewater. Daarnaast werkt het Waterschap ook actief aan de ruimtelijke inbedding van "water", met oog voor de ecologie en het landschap en dat water mee bepalend wordt voor de gewenste ruimtelijk economische ontwikkelingen. Hierbij werkt het Waterschap nauw samen met anderen, zowel met medeoverheden als met belangenorganisaties en andere gebruikers van ruimte. Door een actieve instelling en open houding kunnen belangen tegen elkaar worden afgewogen en kunnen keuzes worden gemaakt, die mogen rekenen op voldoende steun en draagvlak. Gemeentelijk beleid Vanuit onder andere het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), is bepaald dat voor alle gemeenten in Nederland een stedelijk waterplan opgesteld moet worden.

Om aan deze eis te kunnen voldoen heeft de gemeente Ridderkerk het Waterplan 2 opgesteld. Het waterplan heeft als doel: een goed beheersbaar en aantrekkelijk watersysteem, met helder water van voldoende kwaliteit en gevarieerde en veilige oevers, dat op de gewenste gebruiksfunctie is afgestemd. Het waterplan moet leiden tot een brede en integrale visie op het watersysteem. In het waterplan zijn maatregelen voor het openwatersysteem benoemd, die zowel de waterkwaliteit, de waterbergingsopgave als de beleving/gebruik van water ten goede komen. Verordening ‘de Keur’ Het Waterschap Hollandse Delta heeft als regelgeving haar verordening ‘de Keur’. Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging. In de Keur is geregeld dat voor de verschillende typen watergangen een beschermingszone in acht dient te worden genomen. Dit houdt in dat binnen de beschermingszone van de watergangen niet zonder toestemming van het Waterschap Hollandse Delta werkzaamheden mogen plaatsvinden die schade kunnen aanbrengen aan de watergang. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast, de aan- en/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de Keur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/773/documents/29635