CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

BDO-Benchmark-Nederlandse-Gemeenten-2026.pdf

Commissie Samen wonen RK 27 mei 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven27.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

Schijn bedriegt Positieve cijfers verhullen structurele uitdagingen

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2025

Interactief

INHOUD 3 Voorwoord 4 Bekijk en vergelijk de scores van gemeenten online 5 Feiten & cijfers 12 Conclusies & aanbevelingen 19  Rondetafeldiscussie ‘Het onzichtbare gevaar van grote achterstanden’

FINANCIËLE PERFORMANCE 26 Gemeenten met > 100.000 inwoners 34 Gemeenten met 50.000-100.000 inwoners 42 Gemeenten met 25.000-50.000 inwoners 54 Gemeenten met < 25.000 inwoners

9 ‘Er is weer een sluitende begroting’ Femke Halsema burgemeester Amsterdam

63 ‘We sparen niet, we investeren’ Peter Heijkoop burgemeester Leiden

65 Aanleiding, aanpak en verantwoording van het onderzoek 70 Branchegroep Overheid van BDO Deze publicatie is zorgvuldig voorbereid en tot stand gekomen, maar is in algemene bewoordingen gesteld en bevat alleen informatie van algemene aard. De in deze publicatie opgenomen informatie kan komen uit algemeen verkrijgbare bronnen, zodat wij niet kunnen instaan of verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor de juistheid, volledigheid en actualiteit van de gebruikte informatie en de wijze waarop deze informatie in de publicatie is verwerkt. Daarbij bevat deze publicatie geen advies voor concrete situaties, zodat uitdrukkelijk wordt afgeraden om zonder advies van een deskundige op basis van de informatie in deze publicatie te handelen, na te laten of besluiten te nemen. Voor het verkrijgen van een advies dat is toegesneden op uw concrete situatie, kunt u zich wenden tot BDO Accountants & Adviseurs of een van haar adviseurs. BDO Accountants & Adviseurs, de met haar gelieerde partijen en haar adviseurs aanvaarden geen aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van handelen, nalaten of het nemen van besluiten op basis van de informatie in deze publicatie. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op enige andere wijze, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

© BDO januari 2026

3

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

Houvast gezocht Gemeenten staan aan de vooravond van een nieuwe bestuursperiode, met onverminderd grote financiële uitdagingen. Op het eerste gezicht laten veel gemeentebegrotingen een gunstiger beeld zien dan vorig jaar. Tekorten lijken kleiner, het ravijn is ogenschijnlijk gedempt en de financiële armslag oogt ruimer. Maar achter deze cijfers gaat een andere werkelijkheid schuil. Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren weliswaar bezuinigingen doorgevoerd, maar de positieve resultaten zijn ook het gevolg van financieel-technische ingrepen in het gemeentefonds en gemeentebegrotingen. De grote opgaven blijven onverminderd bestaan: in het sociaal domein, bij maatschappelijk vastgoed, in de klimaatadaptatie en energietransitie en in de uitvoeringscapaciteit. Tijdens onze gesprekken met gemeenten, deskundigen en andere betrokken professionals viel op hoezeer iedereen zoekt naar houvast. Wat zeggen de cijfers werkelijk? Welke risico’s blijven onder de radar? En waar ligt de grens van wat gemeenten financieel kunnen dragen? Daarbij zien we patronen die al jaren bestaan: onderuitputting door beperkte uitvoeringskracht, uiteenlopende begrotingssystematiek die de vergelijkbaarheid bemoeilijkt en een stelsel waarin verantwoordelijkheden en middelen onvoldoende in balans zijn.

Ook de financiering van jeugdzorg blijft een weeffout, die niet wordt opgelost met de incidenteel toegezegde middelen. Onze benchmark brengt deze inzichten samen. We tonen waar de financiële druk zich daad­ werkelijk ophoopt, welke blinde vlekken begrotingen nog bevatten en welke risico’s voort­ komen uit keuzes die vooral op de korte termijn zijn gericht. Maar we kijken ook vooruit. Gemeenten beschikken over instrumenten, kennis en denkkracht om hun positie te versterken, maar dit vraagt wel om een betere verbinding tussen inzicht, uitvoering en financiële sturing. Ons doel is helderheid te bieden. Met onze analyses beogen wij gemeenten te ondersteunen bij het maken van eenduidige begrotingen en realistische investeringsagenda’s als basis voor gezonde publieke financiën. Alleen zo kunnen gemeenten blijven doen waar het uiteindelijk om draait: waarde creëren voor hun inwoners, nu én in de toekomst. Marc Steehouwer partner BDO Audit & Assurance voorzitter branchegroep Overheid

VOORWOORD

ONLINE & INTERACTIEF

Bekijk en vergelijk de scores van gemeenten Met de Financiële Gemeente Vergelijker brengt u de Financiële benchmark Nederlandse gemeenten van BDO nóg meer tot leven. Bekijk en vergelijk uw eigen resultaten met die van andere gemeenten, ontdek sterke en zwakke regio’s en nog veel meer.

VERGELIJK MET STREEKGENOTEN

VERGELIJK DE SCORES VAN ALLE GEMEENTEN

VERNIEUWDE METHODIEK

Vergelijk meerdere gemeenten tegelijk

VERGELIJK DE CIJFERS VAN 2019-2024

ONTDEK DE STIJGERS EN DALERS

ONTDEK STERKE EN ZWAKKE REGIO’S

FILTER OP GROOTTECATEGORIE, RAPPORTCIJFER EN RANKING NAAR DE TOOL

5

Overschot (in miljoenen)

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

Tekort (in miljoenen) FEITEN & CIJFERS

<5 5 - < 10

Som begrotingsresultaten 10 - < 25 per gemeente (voor mutaties 25 - < 50 reserves) 2025-2029

Structureel kwetsbaar

50 - < 75 75 - < 100 > 100

Klik hier voor tabel Som begrotingen naar groottecategorie

Het gemiddelde rapportcijfer loopt dit jaar op tot een 8,4. Dat is een toename van 1,6 punt ten opzichte van vorig jaar (6,8*). De helft van deze stijging is het gevolg van een verdere verfijning van onze rekensystematiek waarin we nu het meerjarig saldo corrigeren op de solvabiliteit in plaats van dit als absolute correctie door te voeren. Zo houden we meer rekening met de geplande inzet van reserves in de begroting. (Zie verdere toelichting op pagina 68.) De andere helft komt daadwerkelijk door een verbetering van de financiële positie van gemeenten. Dit is met name het gevolg van het overschot over 2024 van € 2 miljard. Meer positief nieuws: het aantal gemeenten met een onvoldoende is inmiddels afgenomen tot acht gemeenten. Maar er zijn ook schaduwkanten. De gezamenlijke gemeenten verwachten voor de komende vijf jaar nog een tekort van € 2 miljard. Voor bijna 70% van de gemeenten geldt dat zij per saldo een meerjarig tekort verwachten van in totaal € 3,4 miljard. De overwegend rode kaart laat dat goed zien. Kortom: het gemiddelde beeld is duidelijk verbeterd, maar de financiële uitdagingen blijven voor veel gemeenten onverminderd groot. En de versterkte financiële buffers nemen het spanningsveld tussen taken en middelen niet weg. De gemeentelijke financiën blijven daarmee kwetsbaar. * In het onderzoek van vorig jaar vermeldden wij een gemiddeld rapportcijfer van 6,8.

Door een verfijning van de rekensystematiek komt dit cijfer herrekend uit op een 7,6.

Klik hier voor tabel Ratio’s begrotings­saldo/ eigen vermogen naar grootte­ categorie Overschot (in miljoenen) <5 5 - < 10 10 - < 25 25 - < 50 50 - < 75 75 - < 100 > 100

Tekort (in miljoenen)

Klik hier voor tabel Ratio’s begrotingen naar groottecategorie

6

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

FEITEN & CIJFERS

Financieel gezond

Top 3 Financieel meest gezonde gemeenten

Overschot (in miljoenen)

Tekort

Top 3(in Financieel minst miljoenen) <5 gezonde gemeenten 5 - < 10

10 - < 25 25 - < 50

Groot >100.000

Groot >100.000

50 - < 75

1

Dordrecht

122.796

2

Tilburg

230.357

3

's-Hertogenbosch

161.530

Financieel zwak

75 - < 100

Groningen

244.441

2

Leiden

130.638

3

Leeuwarden

129.973

1

Middelgroot 50.000-100.000

> 100

Middelgroot 50.000-100.000

1

Hoeksche Waard

90.747

1

Kampen

56.547

2

Oosterhout

58.380

2

Rijswijk

60.717

3

Oss

95.239

3

Velsen

70.026

Financieel gezond

Middelklein 25.000-50.000

Overschot (in miljoenen)

Tekort (in miljoenen)

Middelklein 25.000-50.000

<5 5 - < 10

1

Epe

10 - < 25

33.469

1

Eijsden-Margraten

26.181

2

De Ronde Venen

45.921

3

Zuidplas

48.726

25 - < 50

2

Bernheze

3

Tholen

32.606

50 - < 75 Financieel zwak

26.942

75 - < 100 > 100

Klein < 25.000

Klein < 25.000

1

Staphorst

17.968

2

Noord-Beveland

8.046

3

Putten

7.943

Ranking 2026 De financiële gezondheid van de Nederlandse gemeenten over 2024 in één oogopslag. De kleuren op de kaart laten zien hoe elke gemeente scoort. Deze ranking is een optelsom van de resultaten 2024 en de begrotingen 2025-2029.

Resultaten 2024 Wanneer we de begrotingen buiten beschouwing laten en uitsluitend kijken naar de resultaten van de Nederlandse gemeenten over 2024, zien we een overwegend groen gekleurd landschap. Het totale resultaat over 2024 bedraagt € 1,9 miljard.

1

Urk

22.173

2

Renswoude

15.151

3

Eemnes

12.624

7

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

FEITEN & CIJFERS

Hoe scoren de Nederlandse gemeenten op de vijf financiële kengetallen? Wij onderzochten de jaarrekeningen 2024. Grafiek

Grafiek

Grafiek

Solvabiliteit Nederlandse gemeenten, Solvabiliteit Nederlandse gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2024)

Nettoschuldquote Nederlandse gemeenten,  ettoschuldquote N Nederlandse gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2024)

Solvabiliteit vs. Nettoschuldquote Nederlandse gemeenten, S  olvabiliteit Nettoschuldquote Nederlandse Gemiddeld en versus naar groottecategorie gemeenten, gemiddeld (2010–2024)

50%

100%

100%

80%

80%

60%

60%

40%

40%

40%

30%

20%

’10

’11

25.000

’12

’13

’14

25.000 - 50.000

’15

’16

’17

’18

50.000 - 100.000

’19

’20

’21 100.000

’22

’23

’24

Gemiddeld

Solvabiliteit De gemiddelde solvabiliteit van alle gemeenten in Nederland steeg licht ten opzichte van het jaar daarvoor: van 39,5% in 2023 naar 39,9% in 2024. De toename van de solvabiliteit is met name het gevolg van het overschot van € 1,9 miljard in de jaarrekeningen 2024.

20%

’10

’11

25.000

’12

’13

’14

25.000 - 50.000

’15

’16

’17

’18

50.000 - 100.000

’19

’20

’21 100.000

’22

’23

’24

Gemiddeld

Nettoschuldquote De nettoschuldquote van gemeenten daalde verder. Was deze in 2023 32,3%, in 2024 bedroeg de gemiddelde nettoschuldquote van alle gemeenten 31,0%. Overigens zien we grote verschillen tussen de inwonerscategorieën, variërend van 26,1% schuldquote (25.000 tot 50.000 inwoners) tot 43,9% (de grootste gemeenten).

20%

’10

’11

Solvabiliteit

’12

’13

’14

’15

’16

’17

’18

’19

’20

’21

’22

’23

’24

Nettoschuldquote

Solvabiliteit vs. Nettoschuldquote De gemiddelde solvabiliteit van gemeenten stijgt al enkele jaren op rij. Bij de gemiddelde nettoschuldquote zien wij een daling vanaf 2020. De verhouding tussen schulden en eigen vermogen is daarmee de afgelopen jaren gunstiger geworden. Dit lijkt mooi, maar is mede het gevolg van achterblijvende investeringen en de positieve saldi van de jaarrekeningen 2024. En geld op de bank brengt de burger geen nieuwe voorzieningen.

8

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

FEITEN & CIJFERS

Grafiek

Grafiek

Grafiek

Grondexploitatie (Grex) Nederlandse gemeenten, Grondexploitatie (Grex) Nederlandse gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie gemiddeld en naar groottecategorie (2010–2024)

Structurele exploitatieruimte Nederlandse gemeenten,  tructurele S Nederlandse gemeenten, gemiddeld enexploitatieruimte naar groottecategorie gemiddeld en naar groottecategorie (2014–2024)

Belastingcapaciteit Nederlandse gemeenten, B  elastingcapaciteit Nederlandse gemeenten, gemiddeld en naar groottecategorie gemiddeld en naar groottecategorie (2014–2024)

40%

6%

110%

5% 30%

4% 3%

20%

100% 2% 1%

10%

0% 0%

’10

’11

25.000

’12

’13

’14

25.000 - 50.000

’15

’16

’17

’18

50.000 - 100.000

’19

’20

’21 100.000

’22

’23

’24

Gemiddeld

Grex (grondexploitatie) De gemiddelde Grex-ratio is in 2024 opnieuw gedaald, van 5,7% in 2023 naar 5,2% in 2024, waarmee de dalende trend sinds 2013 doorzet. Deze afname wordt deels verklaard door de stijging van de totale gemeentelijke baten. Een hogere Grex-ratio zou wenselijk zijn, omdat dit wijst op een grotere actieve grondexploitatiepositie en daarmee op meer ruimte om de bouwopgave in Nederland te realiseren.

-1%

’14 25.000

’15

’16

’17

25.000 - 50.000

’18

’19

’20

50.000 - 100.000

’21

’22 100.000

’23

’24

Gemiddeld

Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte bedraagt in 2024 gemiddeld 3,0%, een lichte daling ten opzichte van 2023 (3,4%). Toch ligt de structurele exploitatieruimte van gemeenten dit jaar nog altijd ruim boven de 0%, wat volgens het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) als het minst risicovol wordt beschouwd. Deze relatief comfortabele ruimte is vooral het gevolg van de overschotten in 2024 en laat zien dat de overschotten ook betrekking hebben op de structurele baten en lasten.

90%

’14 25.000

’15

’16

’17

25.000 - 50.000

’18

’19

’20

50.000 - 100.000

’21

’22 100.000

’23

’24

Gemiddeld

Belastingcapaciteit De hoogste belastingdruk zien we bij gemeenten met minder dan 25.000 inwoners: gemiddeld 102,9%. De laagste belastingdruk ligt bij gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners, met gemiddeld 95,7%. De kleinste gemeenten (<25.000 inwoners) en de grootste gemeenten (>100.000 inwoners) laten een lichte stijging zien van ongeveer 1%.

FINANCIËLE BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN VAN BDO Klik hier voo r uitgebreide begrotingsanalyse

Totalen gemiddeld per groottecategorie

Begrotingsanalyse

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Grondexploitatie

Structurele exploitatieruimte

Belastingcapaciteit

Som van begrotingssaldi 2025 t/m 2029

Rapportcijfer

Solvabiliteitsratio

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Grondexploitatie

Structurele exploitatieruimte

Belastingcapaciteit

Correctie solvabiliteit

> 100.000

6.876.844

37

44

7

4

101

-21.531.080

8

28

30

14

9

3

-2

> 50.000 - 100.000

4.416.770

37

42

7

3

96

-10.496.798

8

27

29

14

9

4

-2

> 25.000 - 50.000

4.788.030

42

26

4

3

99

-2.490.146

9

31

30

15

9

3

-1

< 25.000

1.962.383

41

27

5

2

103

-2.400.834

8

29

29

15

8

3

-2

Totaal

18.044.027

40

31

5

3

100

-5.740.826

8

30

29

15

9

3

-2

Categorie

Solvabiliteitsratio

Opbouw cijfer

Inwonersaantal

Ratioanalyse jaarrekening 2024

Totaalscore Gemeenten scoren gemiddeld een 8 als rapportcijfer. Middelkleine gemeenten presteren het best met een 9.

10

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

Femke Halsema burgemeester Amsterdam

Investerings­plafonds houden schuldgroei in toom Amsterdam heeft orde op zaken gesteld en staat er financieel goed voor, maar wil dat ook voor de toekomst zo houden. Een gesprek met burgemeester Femke Halsema over de financiële koers van de hoofdstad. ‘Er is weer een sluitende begroting.’

INTERVIEW FEMKE HALSEMA

11

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

Amsterdam spreekt in de begroting over een gezonde financiële positie. Welke strategieën hanteert de gemeente om die positie gezond te houden? ‘Het is belangrijk dat het huishoudboekje van de gemeente op orde is. Zo zorgen we ervoor dat we ook in de toekomst kunnen blijven doen wat nodig is. Aan het begin van deze bestuursperiode had Amsterdam mede door het ravijn en de coronapandemie geen sluitende begroting en waren de reserves niet op peil.

‘Onze opgaven en ambities zijn groot en helaas groter dan onze portemonnee’ Wethouder Van Buren heeft de afgelopen jaren orde op zaken gesteld, er is weer een sluitende begroting, de reserves zijn aangevuld en tegelijkertijd zijn er investeringen gedaan die nodig waren voor de toekomst. Mooi om te zien dat dit wordt gewaardeerd. De toch al dikke voldoende van een 8 wordt in het laatste bestuursjaar van dit college bekroond met een 9,5.’ Hoe kijkt u naar de aangekondigde kortingen op het gemeentefonds en het aflopen van de tijdelijke jeugdzorgmiddelen? ‘De kortingen vanuit het Rijk maken het er niet makkelijker op. Tegelijkertijd blijft het essentieel om te investeren in de stad. Om onze financiën gezond te houden, hebben we ervoor gekozen om gerichte bezuinigingen door te voeren en daarnaast de onroerendezaakbelasting (OZB) te verhogen. Voor de jeugdzorg hebben we tijdelijk extra middelen gekregen. Die gebruiken we om te voorkomen dat kinderen jeugdzorg nodig hebben, door te investeren in preventie en het versterken van de omgeving van

INTERVIEW FEMKE HALSEMA

het kind. Om deze aanpak tot een succes te maken, zijn extra structurele middelen vanuit het Rijk noodzakelijk.’

AMSTERDAM

Mocht het Rijk na 2027 geen aanvullende middelen beschikbaar stellen voor de jeugdzorg: welke concrete maatregelen heeft Amsterdam dan voorbereid en welke impact verwacht u daarvan op voorzieningen en inwoners? ‘Het is heel simpel: gemeenten moeten voldoende geld krijgen om hun wettelijke taken uit te kunnen voeren. Wij gaan er dus vanuit dat het Rijk gemeenten zal compenseren.’

48,0%

934.526

31,0%

5/32

naar de middelen die beschikbaar zijn. Onze opgaven en ambities zijn groot – en helaas groter dan onze portemonnee. Het college maakt op basis van actuele informatie keuzes over de inzet van de beschikbare middelen.’

De investeringsopgave van de stad is groot. Hoe waarborgt het college de betaalbaarheid -1,2% en financierbaarheid van de investeringen, gezien de oplopende schuld en rentelasten? 5,6% ‘Ook in Amsterdam investeren we fors in de stad. 95,0% Niet alleen om extra woningen te bouwen, maar juist ook in de bestaande stad, die vraagt om Klik voor Legenda vernieuwing en vervanging, renovatie en – niet onbelangrijk – het geschikt maken voor intenIn mei 2025 presenteerde de gemeente het siever gebruik. Daar komen de opgaven op het Plan van aanpak verbeteren voorspellende waarde van de gebied van klimaatadaptatie en de energietransitie bij, net als begroting. Welke wijzigingen zijn inmiddels doorgevoerd de noodzaak om de stad bereikbaar te houden. of worden binnenkort geïmplementeerd? En welke daarvan Maar het moet ook betaalbaar blijven, nu en in de toekomst. zou u andere gemeenten aanbevelen? Daarom heeft het college investeringsplafonds ingesteld om ‘In deze begroting hebben we voor een aantal onderdelen gede groei van de schuld binnen verantwoorde grenzen te houricht gekeken naar de wijze van begroten en naar de afwijkinden. De plafonds zijn vanuit verschillende invalshoeken vastgen uit het verleden. Op basis daarvan hebben we de begroting gesteld: financierbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid.

bijgesteld met actuele prognoses en verwachten we bij het Voor financierbaarheid betekent dit dat we langjarig sturen jaarverslag over 2026 minder grote afwijkingen in de cijfers. op de schuldquote.’ Ook hebben we het inzicht voor de raad vergroot door beter uit te leggen op welke wijze we inschattingen maken van de Heeft Amsterdam een maximale schuldpositie verwachte inkomsten of uitgaven.’ vastgesteld, en hoe staat de stad er nu voor? ‘We sturen op de schuldpositie op basis van de schuldquote. Wordt er in Amsterdam primair begroot op basis van maatOp deze wijze zorgen we voor een houdbare en financierbare schuld. De nettoschuldquote neemt de komende jaren toe, schappelijke doelen die gerealiseerd moeten worden, of is omdat we als stad blijven investeren. Voor de lange(re) terhet uitgangspunt: eerst kijken welke middelen beschikbaar zijn en vervolgens bepalen wat daarmee mogelijk is? mijn hanteren we een norm van 110 procent. In 2029 stijgt de nettoschuldquote naar 89 procent. Daarmee blijven we voor‘Wij hanteren geen strikt uitgangspunt bij het opstellen van de begroting. We kijken zowel naar wat de stad nodig heeft als alsnog ruim onder de streefwaarde.’ 93,0%

12

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

Staan er met het oog op de stijgende rente- en overheids­ uitgaven aanvullende bezuinigingen op stapel voor de komende jaren? ‘In onze begroting hebben we rekening gehouden met een verwachte renteontwikkeling. Ondanks de stijgende rente hebben we een sluitende begroting gepresenteerd. Een van de maatregelen die we daarbij genomen hebben, is een bezuiniging op de organisatie.’ In de begroting lijkt het ravijnjaar te zijn verschoven en is de acute druk afgenomen. Ervaart u inmiddels een betere balans en samenwerking tussen Rijk en gemeenten? ‘Voor de goede orde: het ravijnjaar is door het Rijk slechts deels opgelost. Gemeenten, en ook Amsterdam, hebben zelf maatre-

‘Als politicus in Den Haag zie je niet altijd welke gevolgen keuzes daad­ werkelijk hebben voor mensen. Lokaal merk je dat direct’ gelen genomen om de begroting weer in evenwicht te brengen, onder andere door bezuinigingen en het verhogen van belastingen. Voor ons is belangrijk dat we voldoende middelen van het Rijk krijgen om onze taken en gezamenlijke opgaven te realiseren. Dat evenwicht is er nog niet. Wel zie ik dat de samenwerking, bijvoorbeeld op het terrein van de jeugdzorg, is verbeterd.’ In hoeverre hebben de aankomende gemeenteraads­ verkiezingen invloed gehad op de totstandkoming van de begroting 2026? ‘Niet, die hebben geen invloed gehad op de begroting. De invloed was, zoals verwacht, wel zichtbaar in het raadsdebat en bij moties

en amendementen. Daarnaast hebben we een aantal tijdelijke budgetten uit het coalitieakkoord verlengd, zodat het nieuwe college voldoende tijd heeft om eigen afwegingen te maken over het voortzetten van dit beleid.’ Welke rol ziet u voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in de kabinetsformatie? ‘Als politicus in Den Haag zie je niet altijd welke gevolgen keuzes daadwerkelijk hebben voor mensen. Lokaal merk je dat direct. Bewoners komen naar het stadhuis of je ziet het in je eigen buurt. Juist daarom is het van groot belang dat de VNG er is om dat geluid in Den Haag te laten horen.’

Welk signaal zou Amsterdam willen meegeven aan het nieuwe kabinet? ‘Gemeenten zijn cruciaal bij het aanpakken van de grote vraagstukken in het land, of het nu gaat om wonen, kansenongelijkheid of migratie. Pak deze opgaven daarom samen met de gemeenten aan. En zorg voor een duidelijke en consistente koers.’ Waar haalt u de meeste energie uit in dit werk? ‘Door in de stad te zijn en met mensen in gesprek te gaan. Langs te gaan bij mensen die zich te weinig gehoord en gezien voelen. Dan merk je waar het echt om draait. De kracht van het lokale bestuur is dat je soms concreet verschil kunt maken voor mensen. En misschien haal ik wel de meeste energie uit de lintjesregen!’

CONCLUSIES & AANBEVELINGEN

14

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

CONCLUSIES

Conclusies BDO legde ook dit jaar weer alle gemeenten langs de meetlat. Wat blijkt? Over 2024 zijn de cijfers positief, maar de begrotingen laten een beduidend negatiever en gemengder beeld zien. Ongeveer tweederde van de gemeenten neemt in de begroting 2026 maatregelen om de tekorten te beperken.

Rapportcijfer stijgt Het gemiddelde rapportcijfer loopt dit jaar op tot een 8,4. Dat was vorig jaar nog beduidend lager: een 6,8*. De helft van deze stijging komt daadwerkelijk door een verbetering van de financiële positie van de gemeenten. De andere helft is het gevolg van een verdere verfijning van onze rekensystematiek waarin we nu het meerjarig saldo corrigeren op de solvabiliteit in plaats van dit als absolute correctie door te voeren. (Zie verdere toelichting op pagina 68.) Zo houden we meer rekening met de geplande inzet van reserves in de begroting. Gecorrigeerd voor deze verfijning stijgt het rapportcijfer met 0,8 punt naar een 7,6. Dat is nog altijd een mooie opwaartse beweging. En dat is niet verwonderlijk. In 2024 steeg de solvabiliteit licht en daalde de nettoschuldquote van gemeenten enigszins. Deze twee kengetallen hebben grote invloed op de financiële positie en wegen daardoor zwaar mee in het rapportcijfer. Tegelijkertijd laten de begrotingen voor de komende jaren een uiteenlopend beeld zien. Ruim een derde van de gemeenten begroot structurele overschotten. Dat betekent dat een kleine 70% van de gemeenten nog altijd uitgaat van tekorten. * In het onderzoek van vorig jaar vermeldden wij een gemiddeld rapportcijfer van 6,8. Door een verfijning van de rekensystematiek komt dit cijfer herrekend uit op een 7,6.

Versnippering blijft Het financiële landschap van gemeenten blijft versnipperd. Er zijn 109 gemeenten met overschotten, terwijl 233 gemeenten juist te maken hebben met – per saldo – een tekort voor de komende vijf jaren. Dat betekent overigens niet dat de ene groep structureel financieel gezond is en de andere niet. De verschillen worden vooral veroorzaakt door uiteenlopende begrotingskeuzes. Zo kiezen gemeenten verschillend voor het al dan niet opnemen van taakstellingen, het inzetten van reserves, het doorschuiven van investeringen of hanteren ze wisselende aannames voor indexatie en kapitaallasten. Dit maakt dat de prognose van de ontwikkeling van de financiele positie van gemeenten met

‘Het gemiddelde rapportcijfer loopt dit jaar op tot een 8,4’ de nodige nuance moet worden bekeken. Een gemeente met een overschot kan bijvoorbeeld investeringen en bijbehorende kapitaallasten nog niet hebben ingeboekt, terwijl een gemeente met een tekort dat mogelijk juist wel heeft ingeboekt en dus een realistischer raming toont. Deze versnippering maakt dat zowel het macrobeeld als het beeld van individuele gemeenten met de nodige nuance moeten worden bekeken.

Het ravijnjaar lijkt voorlopige gedempt, maar perspectief blijft onzeker Het ravijnjaar, dat jarenlang als een zwaard van Damocles boven gemeenten hing, blijkt in de praktijk minder diep dan aanvankelijk gedacht. Het Rijk heeft stap voor stap – incidentele – extra middelen aan het gemeentefonds toegevoegd, waardoor het gat geleidelijk kleiner is geworden. Terugkijkend zijn er enkele belangrijke besluiten genomen, waaronder het terugdraaien van de opschalingskorting. Over het geheel zien we vooral rekenkundige aanpassingen. In essentie is aan het onrustige financiële beeld structureel weinig veranderd. Niet voor niets is de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) kritisch op de werking van het gemeentefonds. De structurele spanning tussen taken en middelen blijft bestaan. Gemeenten worden nog altijd geconfronteerd met oplopende kosten en beperkte sturingsmogelijkheden, terwijl structurele oplossingen uitblijven. Hierdoor blijft het financiële perspectief voor de komende jaren onzeker.

Jeugdzorg blijft een structureel financieel risico De jeugdzorg vormt daarbij een van de grootste financiële risico’s. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor zowel de uitvoering als de dekking van tekorten, terwijl het Rijk via wet- en regelgeving bepaalt wat er moet gebeuren. Jeugdzorg is daarmee feitelijk een open-einderegeling:

15

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

iedere jongere die wordt aangemeld, moet worden geholpen, ongeacht de zwaarte van de zorg of de beschikbare financiële ruimte.Gemeenten kunnen slechts beperkt sturen via toegang en indicatiestelling en hebben nauwelijks invloed op de instroom of de inhoud van de zorg. Tegelijkertijd stijgen de kosten sneller dan de rijksbijdrage, mede door maatschappelijke ontwikkelingen, complexere casuïstiek en een bredere doelgroep dan oorspronkelijk voorzien. Het Rijk verwacht dat gemeenten via de Hervormingsagenda Jeugd besparingen gaan realiseren. Deze zijn al in de ramingen van het gemeentefonds verwerkt. Hoewel er ruimte is voor verbetering in preventieve maatregelen, regionale samenwerking en indicatiestelling, is het de vraag of gemeenten deze verbeteringen binnen hun beperkte sturingsruimte daadwerkelijk kunnen realiseren. Daarmee blijft de jeugdzorg een structureel ontwrichtend element binnen de gemeentelijke begrotingen.

Gemeenten grijpen in: van taakstellingen tot technische ‘workarounds’ Intussen hebben gemeenten zelf maatregelen moeten nemen. Wij hebben alle begrotingen onderzocht en 100 daarvan extra onder de loep genomen. Daaruit blijkt dat circa 70% daadwerkelijk maatregelen heeft genomen. In de begrotingen worden beleidsinhoudelijke maatregelen opgenomen, deels in de vorm van taakstellingen. Soms wordt gebruikgemaakt van financieel-technische ingrepen. Taakstellingen moeten zijn onderbouwd, de hardheid daarvan is niet altijd duidelijk en de realisatie vormt een risico voor de begroting. Tekorten worden daarnaast opgevangen met tijdelijke middelen, investeringen worden doorgeschoven, reserves aangesproken of afschrij-

CONCLUSIES

vingstermijnen aangepast. Ongeveer de helft van de gemeenten die maatregelen heeft getroffen, maakt gebruik van het inzetten van het surplus – het vrij besteedbare deel van de algemene reserve. Tegelijkertijd is er vooralsnog geen sprake van een brede, zichtbare kaalslag in voorzieningen. Wel zien we versobering die de dienstverlening en de bedrijfsvoering raken. Al deze maatregelen samen dempen het beeld zodanig dat

‘Wij zien een versobering die de dienstverlening en de bedrijfsvoering raken’ het ravijn in de cijfers nauwelijks nog zichtbaar is. Gemeenten hebben pijnlijke keuzes vooralsnog weten te vermijden, zo lijkt het. Met de nadruk op vooralsnog. Want dit betekent niet dat er geen financiële uitdagingen meer zijn.

Structurele beslissingen nog even uitgesteld Veel gemeenten hebben zich gericht op een structureel sluitende jaarschijf 2026, zo blijkt uit onze analyse. Het inzetten van het surplus speelt daarbij een belangrijke rol. Dit wordt door de toezichthouder als structureel aangemerkt en zo kunnen structurele beslissingen worden uitgesteld. Met de gemeenteraadsverkiezingen in het vooruitzicht hebben colleges er voor gekozen om geen ingrijpende of gevoelige keuzes te maken die een volgend bestuur zouden belasten. De vraag blijft in hoeverre de financiële positie daadwerkelijk houdbaar is zodra de ver-

kiezingsdynamiek verdwijnt en structurele knelpunten, in combinatie met nieuwe ambities, weer volledig zichtbaar worden.

Sturing is nog vooral financieel Gemeentebegrotingen worden traditioneel vooral gestuurd vanuit financiële kaders. Dat is ook niet zo vreemd, gemeenten worden immers primair beoordeeld op geld en in mindere mate op inhoud. De financiële kaders zijn dominant in het gesprek met de toezichthouder. De effectiviteit van de inzet van publieke middelen is daarbij ondergeschikt. Echte inhoudelijke afwegingen over maatschappelijke doelen blijven bij gemeenten achterwege en expliciete prioritering ontbreekt. Dit laatste leidt tot planningsoptimisme. Gemeenten nemen in hun meerjarenbegroting elk jaar forse investeringsvolumes op, inclusief oplopende schuldquotes en kapitaallasten. Maar in werkelijkheid krijgen ze die investeringen niet volledig uitgevoerd. De realisatie blijft elk jaar achter bij de plannen. Investeringen worden wel geraamd, maar blijken in de praktijk lastig te realiseren door beperkte uitvoeringskracht en juridische obstakels. Zo ontstaat een begrotingsbeeld met meer beloftes dan gemeenten waar kunnen maken. Zo ontstaat een begrotingsbeeld dat meer beloftes suggereert dan de uitvoering kan waarmaken. Dit vraagt om een andere wijze van sturing, die rekening houdt met haalbaarheid en betaalbaarheid van doelen, taken en ambities.

16

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

‘Gemeenten beschikken eind 2024 gezamenlijk over ruim € 43 miljard aan eigen vermogen’ Gemeenten investeren in sturing Gemeenten hebben nu de mogelijkheid om in hun begroting een stelpost op te nemen die rekening houdt met onderuitputting van (kapitaal)lasten. Hiermee kunnen zij het effect van planningsoptimisme dempen. Dit helpt bij een realistischer financieel beeld, echter verandert er niets qua sturing op inhoud en prioriteiten. En juist daar zien wij een uitdaging in de wijze van begroten. Gemeenten worden zich daar, gedreven door het ravijn en de beperkingen in uitvoeringskracht, ook in toenemende mate van bewust. Trajecten als realistisch ramen en zero-based begroten, die door gemeenten zijn of worden uitgevoerd, hebben in de praktijk nog vaak een financiële insteek, maar steeds meer ontdekken gemeenten het belang van het sturen vanuit inhoud. In de voorbereidingen op de komende verkiezingen zien wij dan ook dat gemeenten meer dan voorheen in beeld brengen waar en hoe zij kunnen sturen op doelen, taken en ambities. Deze investering willen zij meenemen in de wijze van begroten voor 2027, gebaseerd op het nieuwe coalitieakkoord.

Reservepositie lost niet alles op Gemeenten beschikken eind 2024 gezamenlijk over ruim € 43 miljard aan eigen vermogen. Dat is circa € 2 miljard meer dan in 2023. Dat lijkt comfort te bieden, maar suggereert al snel meer financiële ruimte dan er in werkelijkheid is. Een groot

CONCLUSIES

deel van dit vermogen ligt vast: het is gereserveerd voor toekomstige uitgaven, lopende investeringen en projecten, of voor het afdekken van kapitaallasten. Bovendien is dit vermogen niet direct liquide. In de praktijk is het vaak zo dat gemeenten voor grote uitgaven extra moeten lenen, met bijbehorende kosten. Van het totale eigen vermogen bestaat eind 2024 ongeveer € 11,5 miljard – zo’n kwart – uit de algemene reserve, het deel dat vrijer inzetbaar is. Die reserve fungeert vooral als buffer tegen risico’s, maar kan onder strikte voorwaarden ook tijdelijk worden benut om tekorten op te vangen, via de surplusregeling. Van de € 31,5 miljard aan bestemmingsreserves ligt circa € 6 miljard vast in reserves die structurele kapitaallasten dekken.

Onzichtbare investeringsopgave maatschappelijk vastgoed Gemeenten staan bovendien voor een investeringsopgave die naar verwachting aanzienlijk groter is dan de begrotingscijfers suggereren. Niet alle maatschappelijke voorzieningen staan op de balans. Veel maatschappelijk vastgoed is in het verleden namelijk gebouwd met eenmalige middelen: grondexploitaties, verkoop van aandelen, of incidentele meevallers. Daardoor hebben die voorzieningen geen (of nauwelijks) boekwaarde. Bovendien hoefden deze investeringen in het verleden niet verplicht geactiveerd te worden, maar mochten deze ook in een keer ten laste van het resultaat gebracht worden. Maar ze vragen wel groot onderhoud, vervanging en verduurzaming. Zo ontstaat een structurele blinde vlek: deze staat veelal niet in de begroting. Voor de investeringen die wel een boekwaarde hebben geldt dat de kapitaallasten op basis van de historische

kostprijs bij lange na niet meer dekkend zijn voor toekomstige investeringen. En waar gemeenten de kapitaallasten dekken uit een bestemmingsreserve, krijgen zij er op termijn mee te maken dat deze reserve uitgeput raakt. Kortom, hier ligt een grote financiële opgave die in veel begrotingen onvoldoende zichtbaar is en waarvoor bij veel gemeenten nog geen scherp langetermijnbeleid bestaat.

Gemeentebegrotingen verschillen van elkaar De ene begroting is de andere niet. Dat werd eens te meer duidelijk bij het doornemen van de gemeentelijke begrotingen. Gemeenten hanteren uiteenlopende aannames, methoden en technische keuzes. De ene verwerkt taakstellingen expliciet, de ander verstopt ze in programma’s. De ene verwerkt taakstellingen expliciet, de ander verstopt ze in programma’s; bovendien indexeert de ene gemeente meer dan de andere. Sommige gemeenten ramen investeringen volledig door, anderen doen dat slechts deels. Ook het inzetten van reserves, het opnemen van structurele risico’s en de wijze waarop onderuitputting wordt verwerkt, verschillen aanzienlijk. Hierdoor ontstaat een versnipperd beeld dat soms meer zegt over de boekhoudkundige keuzes van een gemeente dan over de feitelijke financiële gezondheid. Dat is jammer. Als begrotingen niet een­ duidig zijn opgebouwd, kunnen gemeenteraden, provincies én het Rijk immers niet goed beoordelen hoe gemeenten er werkelijk voor staan. Het belemmert ook de echte sturing en bemoeilijkt het voeren van een inhoudelijk gesprek over taken, investeringen en financiële draagkracht.

17

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

AANBEVELINGEN

Aanbevelingen De dreiging van het ravijnjaar, structurele jaarlijkse overschotten en omvangrijke langetermijnopgaven maken duidelijk dat een louter financieel-technische benadering van de begroting niet meer volstaat. Gemeenten moeten meer grip krijgen op de samenhang tussen hun wettelijke en maatschappelijke opgaven en de beschikbare middelen, met daarbij een sterkere focus op de lange termijn. Meer stabiliteit en voorspelbaarheid in de verhouding tussen het gemeentefonds en het gemeentelijke takenpakket kan daarbij helpen. De begrotingsdialoog gaat vrijwel uitsluitend over het financieel kader, tekorten, taakstellingen en maatregelenpakketten. In weinig gemeenten staat centraal wat de gemeente wil bereiken en hoe publieke middelen daaraan bijdragen. Wat ook nog onvoldoende gebeurt, is het verbinden van keuzes aan een langetermijnvisie. Juist dat bredere perspectief is belangrijk bij het kiezen van prioriteiten. Zonder doordenking van de effecten op de langere termijn bestaat immers het risico dat maatregelen nu verlichting bieden, maar later een zwaardere druk veroorzaken. Wij adviseren gemeenten daarom om de komende collegeperiode te gebruiken om doelgericht te herijken.

Dat begint met inzicht: welke taken voert de gemeente uit en waarom? Welke wettelijke verplichtingen gelden, welke autonome ambities heeft de gemeente en welke maatschappelijke effecten worden nagestreefd? Een producten- en dienstencatalogus (PDC) en een opgavenprofiel kunnen helpen om het geheel aan taken en opgaven scherper

in beeld te brengen. Niet alles kan tegelijk. Bovendien zal niet al het beleid nog altijd relevant zijn. Door doelen centraal te stellen, kunnen gemeenten keuzes maken die logisch en uitlegbaar zijn. De begroting wordt dan het sluitstuk van beleid, in plaats van het vertrekpunt.

Breng uitvoering en financiën weer bij elkaar Gemeenten maken vaak meer plannen dan zij kunnen uitvoeren. Daardoor blijven middelen op de plank liggen en worden overschotten gerapporteerd in de jaarrekening. Een van de oorzaken hiervan is dat financiën en uitvoering in gescheiden werelden opereren. Het opnieuw verbinden van uitvoering en financiën vraagt om een andere wijze van sturen dan thans gebruikelijk is. Denk aan prioritering vanuit inhoudelijke doelen en haalbaarheid en realistische fasering van plannen. Door die keuzes ook in de tijd te faseren, ontstaat ruimte om bij te sturen en meer realisme toe te voegen aan de begroting. Daarbij kan de vorming van nieuwe coalities als een natuurlijk kantelpunt fungeren. Dat is tenslotte een uitgelezen moment om prioriteiten opnieuw te bepalen, tijdpaden vast te leggen en financiële kaders expliciet te koppelen aan beleidsdoelen. Het college uitvoeringsprogramma is hiervoor een uitstekend instrument. Nu is dan ook hét moment voor gemeenten om hun sturingskracht te versterken en uitvoering en financiën weer bij elkaar te brengen.

18

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

AANBEVELINGEN

Investeer in sturingskracht om tot meer uitvoeringskracht te komen

Kwaliteit en eenduidigheid van begrotingen moeten omhoog

Het dichter bij elkaar brengen van financiën en uitvoering moet leiden tot een betere prioritering. Vervolgens moeten gemeenten dit ook gaan omzetten in realisatie. Dit alles in een uitdagende omgeving waarin de context nog wel eens wil veranderen. Doelen, prioriteiten en zelfs het takenpakket staan niet stil. Die zijn voortdurend in beweging. Daarom is leiderschap gevraagd, van bestuurders en de ambtelijke top. Leiderschap om tot duidelijke prioriteiten te komen – ook als de context verandert en leiderschap om de organisatie hierlangs aan te sturen. En leiderschap om expliciet te sturen op het feit dat bepaalde zaken tijdelijk geen prioriteit hebben. Daarom adviseren wij gemeenten om naast de P&C cyclus een kortcyclische sturingswijze te hanteren waarin de voortgang en actualiteit van de doelen wordt geëvalueerd en bijgestuurd. De huidige planning-en-controlcyclus (P&C-cyclus) is namelijk niet wendbaar genoeg om tijdig te kunnen bijsturen: begrotingen worden ruim van tevoren vastgesteld en afwijkingen worden pas laat zichtbaar in rapportages. Daardoor ontstaat het risico dat gemeenten pas reageren wanneer de ruimte al sterk is ingeperkt. Wanneer die sturingskracht als gevolg van daadkrachtig leiderschap en flexibele sturing toeneemt, neemt ook de uitvoeringskracht toe.

Daardoor wordt immers sneller duidelijk wat wel en geen prioriteit heeft en wat op enig moment wel of niet kan worden gerealiseerd met de schaarse capaciteit en middelen die voorhanden zijn.

De informatiewaarde van gemeentebegrotingen varieert behoorlijk. Ons advies is dat er een veel duidelijker en uniformer begrotingskader komt voor gemeenten. Dat begint bij het verplicht opnemen van alle relevante financiële uitgangspunten: welke indexaties zijn er gebruikt? Welke taakstellingen zijn verwerkt? Welke investeringen zijn structureel doorgerekend? Welk realisatiepercentage wordt verwacht? Hoe wordt omgegaan met onderuitputting, reserves en kapitaallasten? En welke activa staan níet op de balans, terwijl ze wel onderhouden moeten worden?

‘De informatiewaarde van gemeentebegrotingen varieert behoorlijk’ Door deze elementen verplicht in de begroting op te nemen, kunnen gemeenteraden beter beoordelen wat er echt speelt en kunnen provincies en het Rijk risico’s scherper in beeld brengen. Zo wordt ook zichtbaar wanneer begrotingen te optimistisch zijn of belangrijke kostenposten buiten beeld blijven. Zo ontstaat een solide basis voor een realistischer financieel gesprek, zowel lokaal als landelijk. Provincies zouden hier een

19

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

rol in kunnen spelen door kritischer toezicht te houden op de begroting, terwijl de VNG samen met gemeenten kan toewerken naar een meer uniform begrotingskader.

‘De huidige planning-en-controlcyclus is te traag om tijdig te kunnen bijsturen’ Maak registers om de vervangings- en investeringsopgave van maatschappelijk vastgoed structureel zichtbaar te krijgen in de begroting Een van de onderwerpen die wat ons betreft prominent thuishoort in de begroting is de langjarige investeringsopgave. Sommige gemeenten hebben grote delen van hun maatschappelijk vastgoed – zwembaden, sporthallen, ontmoetingscentra, scholen, culturele voorzieningen – niet op de balans staan, omdat deze ooit met eenmalige middelen zijn gefinancierd. Daardoor blijven de toekomstige vervangingskosten bij veel gemeenten volledig buiten beeld in de begroting. Voor een goed financieel inzicht is het noodzakelijk dat gemeenten hun langetermijnopgaven systematisch in kaart brengen, bijvoorbeeld met behulp van registers. Deze geven inzicht in investeringen en vervangingsopgaven voor de komende tien tot twintig jaar. Daarbij

AANBEVELINGEN

moeten gemeenten niet alleen kijken naar de beschikbare begrotingsruimte, maar ook rekening houden met inflatie en toekomstige kapitaallasten. Het gaat bovendien niet alleen om dekking in begrotingstermen, maar ook om de vraag hoe investeringen worden gefinancierd en wat dat betekent voor schuld, de schuldquote en kapitaallasten. Alleen met dit integrale inzicht kunnen gemeenten zien wat financieel nodig is voor de instandhouding van de maatschappelijke voorzieningen. Op basis daarvan kunnen zij dan houdbare en uitlegbare keuzes maken. Het lijkt ons raadzaam dat de VNG en toezichthouders hier eenduidige kaders voor opstellen.

Herzie werking van het gemeentefonds op onderdelen De huidige verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk en gemeenten werkt onvoldoende, zo blijkt ook uit de publicatie van de ROB, getiteld ‘Rot in het fundament van het gemeentefonds’. Taken, middelen en beleidsvrijheid zijn volgens de ROB uit balans geraakt, waardoor sturing en verantwoording tekortschieten. In januari 2026 heeft de minister reactie gegeven waarin hij enerzijds de tekortkomingen in de financiële verhoudingen erkent en aangeeft dat gemeenten voor sommige taken een uitvoeringsloket van het Rijk lijken. Anderzijds geeft hij aan de aanbevelingen van de ROB niet over te nemen. Wij stellen een tussenweg voor. Waar wij gemeenten adviseren om een betere relatie tussen doelen en middelen te leggen, geldt dat wat ons betreft ook

voor de middelen die in het gemeentefonds zijn opgenomen. De uitvoerbaarheidstoets blijft daarvoor wat ons betreft een goed instrument. Niet alleen voor nieuw beleid, maar ook voor periodieke evaluatie van de financiering van bestaand beleid. Dit als verdieping op het periodieke onderhoud van het gemeentefonds. Wat wel voorkomen moet worden is het streven naar een sterke 1 op 1 koppeling tussen taken en middelen in het gemeentefonds. Dit kan de beleidsvrijheid van gemeenten verder inperken en kan leiden tot nog meer spreadsheet discussies over het gemeentefonds. Daarnaast vinden wij ook dat het tijd is om het stelsel breder te overwegen. Vooral dat risico’s beter worden belegd, op basis van stuurbaarheid. Het belangrijkste voorbeeld is de jeugdzorg. Horen gemeenten verantwoordelijk te zijn voor uitzonderlijk dure casussen als zij daar niet op kunnen sturen? Is er in het stelsel ruimte te vinden voor het centraal organiseren en bekostigen van voorzieningen?

20 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

RONDETAFELDISCUSSIE

Michiel Dijkstra Clustercoördinator BZK

Het onzichtbare gevaar van grote achterstanden

Peter van Zoest Teamleider gemeentefinanciën VNG

Dennis van der Graaf Concerncontroller gemeente Alphen aan den Rijn

Rob Klok Concerncontroller gemeente Assen Adriaan van der Wulp Wethouder gemeente Hoeksche Waard Victor Frequin Wethouder gemeente Ouder-Amstel Walter Huith Strategisch adviseur programma Venster ICTU

Frank Maas Concernstrateeg financiën gemeente Venlo

BDO bracht vertegenwoordigers van gemeenten, het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) samen voor een rondetafelgesprek over de gemeentelijke financiën. Dat leverde een geanimeerde discussie op: over de noodzaak van duidelijke prioriteiten en realisme, en over de groeiende mismatch tussen uitvoering en financiën.

21

BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

De financiële positie van gemeenten staat al jaren onder spanning. Opgaven groeien sneller dan middelen, het sociaal domein blijft grillig, en de politieke onvoorspelbaarheid is voor vele gemeenten een voortdurende zorg. De eerste stelling gaat dan ook over het feit dat er een verkiezingsjaar aankomt en dat daardoor, afgezien van de meicirculaire, in de begroting niet veel is veranderd. Sommige gemeenten hebben in 2025 inderdaad bewust ‘rust gehouden’: geen nieuw beleid, geen grote koerswijzigingen en vooral technische bijstellingen. ‘Je legt geen nieuwe ambities vast vlak voor een wisseling van de wacht’, aldus Victor Frequin, wethouder in de gemeente Ouder-Amstel. Frank Maas, concernstrateeg financiën in Venlo, herkent dat de begroting in

‘Je legt geen nieuwe ambities vast vlak voor een wisseling van de wacht’ Victor Frequin wethouder gemeente Ouder-Amstel

De GOUDEN TIP van Victor Frequin ‘We moeten zorgen dat uitvoering voorop komt te staan. Strak sturen, minder beleid, betere uitvoering. Daar winnen inwoners én gemeenten het meest bij.’

aanloop naar de verkiezingen bewust sober is gehouden: ‘Er zijn nauwelijks ambities of nieuw beleid toegevoegd. We richten ons vooral op het afmaken van lopend beleid. Maar de middelen uit de meicirculaire hebben we wél hard nodig om de autonome ontwikkelingen die gewoon doorgaan het hoofd te kunnen bieden.’ Een vloek en een zegen Anderen herkennen zich minder in de stelling. Assen en Alphen aan den Rijn namen juist een aantal belangrijke structurele maatregelen. Rob Klok, concerncontroller bij de gemeente Assen, vertelt dat zijn gemeente een aantal grote investeringsopgaven in gang heeft gezet, simpelweg omdat dit het juiste moment was om knopen door te hakken. Alphen aan den

RONDETAFELDISCUSSIE

Rijn geeft een vergelijkbaar beeld. Concerncontroller Dennis van der Graaf: ‘We moesten nog concrete plannen uitwerken voor een aantal taakstellingen uit de begroting 2025–2028. Daarnaast moesten we in de begroting 2026 een realistische

‘We hebben bewust een aantal grote investerings­opgaven in gang gezet’ Rob Klok concerncontroller gemeente Assen raming van de jeugdkosten opnemen en een verhoging van de OZB doorvoeren. Omdat de begroting 2026 niet structureel sluitend was, moesten we aannemelijk maken dat de begroting vanaf 2029 wel weer structureel in evenwicht zou zijn. Dan kun je niet zeggen: we wachten tot na de verkiezingen.’ Maas benadrukt nog dat het verkiezingsjaar het beeld enigszins dempt: ‘Als dit géén verkiezingsjaar was geweest, was de opgave voor gemeenten veel groter geweest. De autonome kostenontwikkeling loopt immers gewoon door, net als de inves-

‘De verkiezingen leken een vloek, maar blijken een zegen’ Peter van Zoest teamleider gemeentefinanciën VNG teringsopgaven. Op termijn lopen we daar echt op leeg.’ Peter van Zoest, teamleider gemeentefinanciën bij de VNG beaamt dit: ‘De verkiezingen leken een vloek maar blijken een zegen. Er is weinig nieuw beleid. Anders waren de tekorten aanzienlijk groter geweest.’

De GOUDEN TIP van Rob Klok ‘Durf veel meer focus aan te brengen. We doen nu te veel dingen tegelijk, waardoor we niet overal de juiste kwaliteit kunnen leveren. Dan lopen zaken uit in tijd en budget. Meer focus leidt tot meer resultaat in kortere tijd. Kies wat echt werkt en doe dat goed.’

22 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

Onzichtbaar gevaar Tijd voor de tweede stelling: ‘Op het probleem van de jeugdzorg na hebben we in de begroting eigenlijk geen probleem meer.’ De tafel is het unaniem oneens met deze stelling. De jeugdzorg is een groot en urgent probleem, maar het is zeker niet het enige. Onder

‘Veel gemeenten zitten nog in het oude denken dat investeringen wel worden gedekt door subsidies of grondopbrengsten - die tijd is voorbij’ Walter Huith strategisch adviseur programma Venster (ICTU)

de begroting ligt een veel grotere, vaak onzichtbare laag van risico’s, achterstanden en structurele druk die nog niet in de cijfers tot uiting komt. Van der Graaf legt uit dat de toekomstige vervanging van bestaande gebouwen en de openbare ruimte op termijn leidt tot aanzienlijke kostenstijgingen. In het verleden zijn deze kosten in één keer genomen: de eerste aanleg van de openbare ruimte werd gedekt uit de grondexploitatie en investeringen met maatschappelijk nut werden in het jaar van investeren volledig als last geboekt of gedekt uit reserves. ‘Hierdoor hebben deze bezittingen nu geen boekwaarde en zijn er geen kapitaallasten voor deze activa in de begroting verwerkt’, vervolgt hij. Dit betreft mogelijk meer dan de helft van het bezit. Bij vervanging volgt echter alsnog de rekening, waardoor de toekomstige kapitaallasten tientallen miljoenen hoger kunnen uitvallen dan het huidige niveau in de begroting 2026-2029. ‘Voor riolering wordt in een gemeentelijk plan nog zestig jaar vooruitgekeken, maar voor maatschappelijk vastgoed in de begroting vaak maar vier jaar. Het gevolg: panden met een

RONDETAFELDISCUSSIE

boekwaarde van nul, maar een vervangingsopgave van miljoenen,’ aldus Van der Graaf. Walter Huith, strategisch adviseur programma Venster bij het ICTU benadrukt het onzichtbare gevaar van grote achterstanden. ‘Veel gemeenten zitten nog in het oude denken dat investeringen wel worden gedekt door subsidies of grondopbrengsten. Die tijd is voorbij. En in tal van domeinen – wegen, bruggen, riolering, maatschappelijk vastgoed – zijn gemeenten vooral bezig grote achterstanden weg te werken, terwijl de uitvoeringskracht structureel tekortschiet. Daar word ik wel zenuwachtig van.’ Uitvoering is niet bij te benen Maas schetst hoe gemeenten op de middellange termijn worden teruggedrongen in hun slagkracht. ‘De maatschappelijke opgaven en verwachtingen van het Rijk blijven onverminderd staan, maar zonder een volledig (financieel) arrangement. Daardoor wordt de uitvoering moeilijker, gefragmenteerd en op de (middel)lange termijn financieel vrijwel onhoudbaar.’ Frequin verwoordt het heel duidelijk: ‘Het lukt gewoon niet om de taken uit te voeren.’

‘We dekken structurele lasten met incidenteel geld, terwijl het gemeentefonds niet meegroeit’ Adriaan van der Wulp wethouder financiën gemeente Hoeksche Waard

Gemeenten die snel groeien hebben hier als eerste mee te maken. Adriaan van der Wulp, wethouder financiën, noemt het voorbeeld van Hoeksche Waard, waar 2.500 woningen worden gebouwd. ‘Dat betekent 10.000 m² maatschappelijk vastgoed, duizenden nieuwe inwoners en binnen enkele jaren forse uitbreidingen van

De GOUDEN TIP van Adriaan van der Wulp ‘Doorbreek de reflex om altijd maar door te gaan. Eerst wegwerken wat al op tafel ligt, dan ontstaat er lucht en kun je nieuwe dingen oppakken. Echte prioritering vraagt lef: niet alles kán, niet alles hoeft.’

23 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

De GOUDEN TIP van Peter van Zoest ‘Gemeenten en Rijk moeten eindelijk het fundamentele gesprek voeren over taken, middelen en risico’s. Alleen met een helder stelsel krijg je stabiliteit. Het ravijnjaar is gedempt, maar de echte oplossing zit in een structureel, toereikend gemeentefonds.’

voorzieningen waarvan de kapitaallasten nog niet zijn doorgerekend. Vaak worden nieuwe accommodaties tijdelijk gefinancierd uit reserves, maar daarmee worden structurele lasten gedekt met incidenteel geld. En het gemeentefonds groeit niet in hetzelfde tempo mee.’ Huith vult nog aan dat inzichten over vervanging en vertragingen alleen waarde hebben als ze tussen afdelingen worden gedeeld, en dat gemeenten geen vier maar tien tot twintig jaar vooruit moeten kunnen kijken. Van Zoest waarschuwt nog dat het frame van ‘alleen jeugdzorg is een probleem’ gevaarlijk is: ‘Dan doe je alsof het stelsel verder gezond is en dat er geen fundamentele onzekerheid bestaat over het gemeentefonds. Beide zijn helaas niet waar.’ Tijdelijke opluchting Tijd om de verhoudingen tussen Rijk en gemeenten te polsen. De derde stelling luidt dan ook dat na de Voorjaarsnota 2025 de kou tussen Rijk en gemeenten wel uit de lucht is. De tafel signaleert dat de sfeer tussen beide partijen weliswaar is verbeterd, maar niemand vindt dat de kou écht verdwenen is. Van Zoest benadrukt dat het

‘Belangrijke dossiers blijven liggen: te lage prijscompensaties, onzekerheid over structurele middelen en bovenal een jeugdstelsel dat nog steeds niet is opgelost’ Peter van Zoest teamleider gemeentefinanciën VNG

zogenoemde ravijnjaar weliswaar is gedempt, maar dat dit hooguit een tijdelijke opluchting vormt. ‘Belangrijke dossiers blijven liggen: te lage prijscompensaties, onzekerheid over structurele middelen

RONDETAFELDISCUSSIE

en bovenal een jeugdstelsel dat nog steeds niet is opgelost. En dan staat er nog een lijst open van toezeggingen en ‘spuks’ die later hun financiële beslag krijgen. Ook de herijking van het gemeentefonds is een onzekere factor voor gemeenten.’ Vorst in de grond ‘De kou is uit de lucht, maar de vorst zit nog in de grond’, reageert Van der Wulp droogjes. Klok geeft de bestuurlijke realiteit weer: ‘Mijn wethouder ervaart de kou nog wel degelijk. Ons probleem is niet opgelost. De hete aardappel is weer vooruitgeschoven. Er is nog steeds geen balans tussen wat we krijgen en wat we moeten doen.’ Andere deelnemers delen die zorg. Michiel Dijkstra, clustercoördinator BZK benadrukt dat jeugd het grootste probleem blijft in de

‘Het kabinet heeft gemeenten hard nodig, en omgekeerd. We moeten in gesprek blijven’ Michiel Dijkstra cluster­coördinator BZK

begroting en dat dit alleen in gezamenlijkheid kan worden opgelost. ‘Het kabinet heeft gemeenten hard nodig, en omgekeerd. We moeten in gesprek blijven’, aldus Dijkstra. Te weinig aandacht voor de wereld achter de cijfers Een van de deelnemers vraagt aan de VNG of er nu structureel iets verandert aan de financiering. Van Zoest: ‘Vanaf 2028 of 2029 gaat een deel van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugd waarschijnlijk naar een bijzondere fondsuitkering. Die wordt dan uit de algemene uitkering gehaald; dat geeft rust. Maar de

De GOUDEN TIP van Michiel Dijkstra ‘We moeten veel consequenter uitgaan van uitvoerbaarheid. Past een maatregel, wat kost het, en kunnen we het waarmaken? Praat met de mensen in de uitvoering. Dáár zie je wat er kan met de middelen die we hebben.’

24 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

kernvraag blijft: wat zijn precies de taken van gemeenten, welke middelen horen daarbij en hoe worden de risico’s verdeeld?’ Van der Graaf vult aan dat gemeenten nog worstelen met de koppeling tussen beleid en financiën. ‘Het gaat niet alleen over geld. Geld is slechts een middel om maatschappelijke doelen te realiseren. Het

‘Gemeenten worstelen met de koppeling tussen beleid en financiën’ D  ennis van der Graaf concerncontroller gemeente Alphen aan den Rijn

De GOUDEN TIP van Dennis van der Graaf ‘Ga weg van het denken in geld alleen. Werk aan een gedeelde, langetermijnvisie met raad, college, organisatie én de samenleving en vertaal die naar kortetermijnresultaten. Stuur op maatschappelijke opgaven: de leefwereld eerst, de cijfers daarna.’

gaat over de leefwereld achter de cijfers: hoe ontwikkelen jeugdigen zich, welke doelen stellen we, en hoeveel verantwoordelijkheid leggen we bij gemeenten?’ Het is een probleem dat ook de anderen herkennen. Cijfers staan vaak op zich en hebben nauwelijks of geen relatie met de ‘echte wereld’, de inhoud. Niet groeien, maar uitvoeren De vierde stelling roept veel herkenning op aan tafel: ‘Het loopt bij gemeenten helemaal uit de hand met opgaven, ambities, nieuw beleid, groei formatie. Het is niet meer beheersbaar.’ Huith steekt van wal: ‘Als je alleen al kijkt naar de toename van de bevolkingsgroei, en het feit dat één op de zeven jongeren nu in de jeugdzorg zit, dan maak ik me grote zorgen. We innoveren niet genoeg en het grootste deel van de formatiegroei zit in beleidsmakers. Wat nu als we eens níet verder groeien, maar vooral gaan uitvoeren?’ Maas ziet dat nieuw beleid vaak als bedreiging wordt gezien, terwijl het vooral zou moeten draaien om effectiviteit: ‘Het gaat niet om het stapelen van nieuwe ideeën, maar om de vraag: draagt dit bij aan onze doelstellingen? Zo nee, dan niet. Dat biedt ook ruimte om te innoveren.’

RONDETAFELDISCUSSIE

Er is geen stopknop Toch lukt het gemeenten nauwelijks om zaken die niet bijdragen te stoppen. Huith: ‘Als een gemeente eenmaal een project begint, is het bijna onmogelijk om de stopknop in te drukken.’ Voor Frequin zit het probleem vooral in de uitvoering: ‘We krijgen het daar gewoon niet bij elkaar. Ook ik ben voor minder beleid en betere uitvoering. Kleinere gemeenten kunnen de opgaven en ambities steeds moeilijker bijbenen. Tegelijkertijd zitten grotere gemeenten met het tegenovergestelde dilemma: Ze moeten groter worden omdat het anders niet meer kan, maar dan sta je ook verder af van je inwoners.’ Klok vindt de stelling te negatief: ‘Er gaat ook heel veel goed bij gemeenten. Tachtig tot negentig procent loopt

‘Het gaat niet om het stapelen van nieuwe ideeën, maar om de vraag: draagt dit bij aan onze doel­stellingen?’ Frank Maas concernstrateeg financiën gemeente Venlo

gewoon in de pas. We moeten alleen uitkijken dat we niet te veel op ons bordje nemen.’ Bijval komt van Dijkstra, die erkent dat gemeenten veel leveren, maar ‘óók nog veel ambities en taken hebben waar ze niet geheel aan toekomen.’ Scherpere keuzes maken en bijsturen Terug naar de politiek. De laatste stelling gaat erover dat de komende coalitievorming een kans biedt om echt prioriteiten te stellen en zaken te benoemen die gemeenten in de ijskast gaan zetten omdat ze die toch niet kunnen waarmaken. De deelnemers zijn het erover eens dat de nieuwe coalitievorming een unieke kans biedt om scherpere keuzes te maken, maar niemand gelooft dat dit

De GOUDEN TIP van Frank Maas ‘We moeten af van het keurslijf aan de voorkant. Laat inhoud, doeltreffendheid en doelmatigheid leidend zijn, met flexibele kaders en betere effectrapportages. Koppel middelen aan doelen en effecten - dan wordt beslissen makkelijker, transparanter en beter uitlegbaar.’

25 BDO-BENCHMARK NEDERLANDSE GEMEENTEN 2026

De GOUDEN TIP van Walter Huith ‘Durf het grote gesprek te voeren: wat als we de zwaarste onderdelen van de jeugdzorg uit het gemeentelijk domein halen? Dat maakt het stelsel overzichtelijker en financierbaar. En laten we geldtekorten en -overschotten veel beter met elkaar verbinden.’

vanzelf gebeurt. De VNG zegt dat zij de vrees hadden dat de financiële druk gemeenten in de afgelopen jaren tot veel pijnlijke keuzes zou dwingen. ‘Maar in de praktijk is het gelukt dit te beperken, onder meer doordat er toch meer middelen beschikbaar kwamen’, zegt Van Zoest. ‘Daarnaast hebben gemeenten veel geparkeerd, vooruitgeschoven of met technische ingrepen gedempt.’ Van der Graaf pleit voor meer aandacht voor de eerste twee W-vragen in de beleidsbegroting: ‘Wat willen we bereiken?’ en ‘Wat gaan we daarvoor doen?’ Daarbij hoort volgens hem ook scherp prioriteren hoe tijd, capaciteit en middelen op de korte termijn zo effectief mogelijk worden ingezet voor de lange termijnambities. ‘Dat

‘De jaarrekening wordt nauwelijks gebruikt als sturings­instrument. Dat is een structurele tekortkoming’ Walter Huith strategisch adviseur programma Venster (ICTU)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1289/documents/42965