CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord AZWA.pdf

Commissie Samen leven RK 8 januari 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 10: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven53.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

Verdeling € 2,8 mrd transformatiemiddelen (bedragen x € 1 mln)

6. Macrobeheersing en omgang met overschrijdingen Algemeen a. De afgesproken financiële kaders voor individuele sectoren zijn leidend. Indien onverhoopt het afgesproken financiële kader van een individuele sector wordt overschreden, treden partijen hierover in overleg, waarbij gekeken zal worden naar de aard en oorzaken van de overschrijding. b. Als op basis van de actualisatiecijfers blijkt dat er sprake is van een overschrijding van de kaders van de sectoren msz, ggz, wijkverpleging, huisartsenzorg en mdz gelden de normale begrotingsregels. Deze regels impliceren dat als deze situatie van overschrijding zich voordoet er in eerste instantie gekeken wordt naar de aard en oorsprong van de overschrijding en er een oplossing wordt gevonden binnen de geldende begrotingsregels. c. Bij een eventuele overschrijding in een sector kan worden bezien of aannemelijk is dat de overschrijding samenhangt met een onderschrijding in andere sectoren. Indien dat het geval is, kan dit aanleiding zijn voor VWS om geen maatregelen te nemen. d. Partijen nemen in overleg maatregelen die voorkomen dat overschrijdingen doorwerken in latere jaren. e. VWS kan op basis van haar wettelijke taken en instrumenten eenzijdig maatregelen nemen om een overschrijding in een sector te redresseren, waaronder via inzet van het macrobeheersinstrument. Hierbij kan VWS meewegen welke maatregelen andere partijen nemen.

Specifiek f. Voor de overschrijdingen van de kaders ggz, huisartsenzorg en mdz in de periode t/m 2024 wordt het macrobeheersinstrument niet ingezet. g. Het macrobeheersinstrument wordt in 2025 en 2026 niet ingezet voor de sectoren wijkverpleging en msz in geval van eventuele overschrijdingen in die jaren, zolang de uitgaven binnen het in IZA afgesproken kader blijven. Voor 2027 en 2028 gelden voor deze sectoren de kaders zoals opgenomen in onderdeel 5 van deze financiële paragraaf. 7. Actualiseren sectorale kaders a. De financiële kaders van de afzonderlijke sectoren worden verwerkt in de VWS-begroting 2026. b. VWS zal de budgettaire kaders van de afzonderlijke sectoren conform de reguliere begrotingssystematiek ingeval van onderschrijdingen meerjarig bijstellen op basis van de (verwachte) realisatiecijfers. In beginsel gebeurt dit jaarlijks bij de voorjaarsbesluitvorming op basis van de van het Zorginstituut te ontvangen Q4 cijfers van jaar t-1. Hierbij vindt een technische sectorale weging plaats. Ingeval van overschrijdingen blijven de afgesproken financiële kaders van kracht. c. Deze ramingsbijstellingen in de VWS-begroting laten onverlet de inzet op de inhoudelijke afspraken in dit akkoord. Voor de sectoren blijven de in dit akkoord afgesproken financiële kaders daarom het maximum van de toegestane uitgaven.

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 84

379 51 346 1.667

319

IZA-afspraken via VWS-begroting SPUK transformatiemiddelen AZWA-afspraken via VWS-begroting Via verzekeraars 2022-2024 via verzekeraars 2025-2028

b. Doorbraakmiddelen Conform de inhoudelijke afspraken in dit akkoord wordt een deel van de remgelden in 2027 en 2028 als doorbraakmiddelen beschikbaar gesteld voor impactvolle transformaties, aanvullend op de bestaande transformatiemiddelen uit het IZA. Voor de jaren 2027 en 2028 is hiervoor € 400 miljoen per jaar beschikbaar. Toelichting werkwijze doorbraakmiddelen Zorgverzekeraars zijn voor de doorbraakmiddelen niet risicodragend. De precieze governance wordt nog uitgewerkt en vastgesteld in een toekomstig BO IZA/AZWA. Hierbij wordt in ieder geval bezien welke spelregels er moeten gelden (anders dan ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’), zodat de meeste impact op de transitiedoelen wordt gerealiseerd. Op de bestaande governance vinden in ieder geval de volgende wijzigingen plaats: • Lat impact omhoog: De lat wanneer een doorbraak daadwerkelijk impactvol is wordt hoog. Daarbij moet de impact op fte (arbeidsbesparing) leidend zijn. Om deze verhoging van de lat te onderstrepen worden de nieuwe middelen doorbraakmiddelen genoemd. In het bestuurlijke gremium, zoals opgenomen in de werkinstructie bestaande uit ZN, NZa, NVZ, VWS, ActiZ, de Nederlandse GGZ en VNG wordt een voorstel voorbereid hoe de lat voor impactvol wordt verhoogd. Het BO IZA/AZWA neemt hier een besluit over.

Partijen spreken af dat de uitwerking van het verhogen van de lat niet leidt tot een verzwaring van de verantwoordingslasten voor zorgaanbieders. • De doorbraakmiddelen worden niet geoormerkt naar sectoren. • De doorbraakmiddelen in 2027 en 2028 worden ingezet voor arbeidsbesparende maatregelen zoals de inzet van AI, medische technologie en hulpmiddelen.

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 85

•

De NZa monitort en toetst of de bedragen van de aanvragen voor doorbraakmiddelen passen binnen het totaal aan beschikbare middelen, conform de huidige werkwijze. Bij de doorbraakmiddelen toetst de NZa op het bedrag dat per jaar beschikbaar is gesteld.

Het kabinet spreekt het politieke committent uit om structureel beleid te gaan voeren op de inzet van arbeidsbesparende technologie (AI, medische technologie en hulpmiddelen) in de zorg. Hiermee maken we de zorg toegankelijker en werken we aan het terugdringen van het arbeidsmarkttekort in de zorg. Dit is een proces van lange adem, waarbij perspectief – ook financieel – voor de sector nodig is. Samen met het veld werkt het kabinet aan plannen voor de (middel)lange termijn. Er is veel vertrouwen dat de inzet gaat werken. Er zal de komende jaren bewijs komen wat effectief is en wat niet. We gaan nu van de kant met een startpakket met financiering voor 2 jaar (2027 en 2028). Deze 2 jaar worden gebruikt om de concreet uit te werken en de effecten van het startpakket te evalueren. Bij een positieve evaluatie en op basis van uitgewerkte plannen loopt dit in 2028 mee in het reguliere begrotings­ proces, waarbij het uitgangspunt is dat de middelen structureel worden als dit past binnen de afgesproken financiële kaders. Voor de inzet van deze middelen die dan structureel worden is in dat geval ook geen aanvullende dekking nodig. c. Maatregelen medische preventie 1. Maatregelen op het gebied van preventie kunnen leiden tot lagere uitgaven in de Zvw.

Hiervoor is het volgende afgesproken: - Als er onder een maatregel op het gebied van preventie of op het snijvlak van sociaal en medisch terrein een business case ligt - waarbij de kosten en besparingen meerjarig in beeld zijn gebracht – dan kan volgens de begrotingssystematiek de besparing in de Zvw wordt ingeboekt en worden gebruikt als dekking om deze maatregel (deels) te financieren. - Bij de beoordeling kunnen verschillende maatregelen worden samengevoegd in één pakket. De beoordeling over de sluitendheid van de business case vindt dan plaats over het pakket als geheel. - Besluitvorming loopt via de reguliere begrotingsprocessen binnen het Kabinet en BO IZA/AZWA. - De kosten van deze (preventie)maatregelen worden volledig via de begroting gefinancierd (en dus betaald uit belastingen) en verantwoord, niet via verzekeraars. 2. Met het sluiten van dit akkoord spreken partijen af dat er in ieder geval zal worden geïnvesteerd in de volgende maatregelen: inzet AI bij bevolkingsonderzoek borstkanker, inzet MRI bij bevolkingsonderzoek borstkanker voor specifieke groepen, aanvullende seksuele gezondheidszorg en vaccinatie tegen gordelroos inclusief inhaalcampagne. Voor deze maatregelen is structureel € 68 miljoen beschikbaar. Een tabel met de individuele maatregelen en de meerjarig beschikbare bedragen is opgenomen in bijlage 2. 3.

Naast deze specifieke maatregelen wordt in de jaren 2027 en 2028 € 45 miljoen gereserveerd voor maatregelen die nog nader onderbouwd moeten worden en daarmee op een ontwikkelagenda komen te staan. De ontwikkelagenda wordt jaarlijks aan de IZA-tafel besproken. d. Opleidingen Om bij te dragen aan de transitiedoelen zullen organisaties en professionals in zorg en welzijn anders moeten gaan werken. Dit vraagt om aandacht voor opleiding en scholing (leven lang leren) van (toekomstige) professionals, eerst en vooral waar tekorten het grootst zijn en waar de beweging naar de voorkant om vraagt. De toepassingen van technologische - (bijv. AI) en sociale innovaties (bijv. reablement) en passende zorg (bijv. samenwerking welzijn, palliatieve zorg, doelgericht indiceren en doelgestuurd behandelen) zijn majeure veranderingen. Ook is behoud van instroom in de opleidingen voor tekortberoepen, voldoende loopbaanmogelijkheden en het verminderen van de uitstroom van professionals van belang. Om het opleiden en scholen van medewerkers in zorg en welzijn ook buiten het ziekenhuis te borgen komen hiervoor middelen beschikbaar, oplopend tot € 185 miljoen structureel vanaf 2029. Als er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn indexeert VWS waar nodig de budgetten voor het opleiden van medewerkers in zorg en welzijn. e.

Sociaal domein Voor de benodigde investeringen en maatregelen in sociaal domein, conform de inhoudelijke afspraken in dit akkoord is structureel € 371 miljoen beschikbaar. Daarboven op is er voor de jaren 2027 en 2028 incidenteel in totaal € 196 miljoen beschikbaar. Een tabel met de individuele maatregelen en de meerjarig beschikbare bedragen is opgenomen in bijlage 2. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 86

Een deel van de middelen voor het sociaal domein wordt tijdelijk beschikbaar gesteld. Deze basisfunctionaliteiten zijn opgenomen in de ontwikkelagenda deel 1 (basisfunctionaliteiten incidenteel). Partijen gebruiken de komende jaren om nader te onderzoeken wat het effect van deze maatregelen is op de zorgvraag in de Zvw. De beschikbare middelen voor sociaal domein worden voor € 135 miljoen opgevangen met de structurele middelen van de huidige SPUK IZA. Verder dienen de structurele kosten in het sociaal domein als gevolg van transformatieplannen worden gedekt binnen deze beschikbare middelen. Op basis van de afspraken die in het akkoord staan, wordt ook een proces ingericht om tot een passende uitkeringsvorm te komen over hoe de middelen voor sociaal domein aan gemeenten zullen worden verstrekt. Uitgangspunt hierbij is dat de uitkeringsvorm passend is bij voorgestelde beleid. Bij dit proces worden fondsbeheerders en VNG betrokken. De afspraak onder 8.c.1. in deze financiële paragraaf geldt ook voor maatregelen op het snijvlak van het sociaal en medisch domein. f. Overige investeringen via begroting Er wordt een bedrag oplopend naar in totaal € 61 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor investeringen via de VWS-begroting die bijdragen aan het reduceren van de zorgvraag in de Zvw of randvoorwaardelijk zijn om de doelen van het AZWA te kunnen realiseren.

Ten aanzien van de doorbraakafspraak professionele richtlijnen zijn voor het verlengen van de verschillende kwaliteitsprogramma’s t/m 2028 middelen beschikbaar: € 12,5 miljoen in 2027 en € 29,3 miljoen in 2028. Binnen dit totaalbedrag zijn voor de looptijd van dit akkoord tevens middelen beschikbaar gesteld voor flankerend beleid vanuit VWS. Een tabel met de meerjarig beschikbare bedragen van individuele maatregelen is opgenomen in bijlage 2. g. Enveloppe gegevensuitwisseling Tussen 2022 en 2028 staat er in totaal circa € 878 miljoen op de VWS-begroting voor het realiseren van gegevensuitwisseling. Daarnaast staat er op de aanvullende post bij Financiën in totaal nog circa € 566 miljoen wat beschikbaar is voor gegevensuitwisseling. Over de middelen die op de aanvullende post staan zal naar verwachting bij voorjaarsbesluitvorming 2026 worden besloten. 9. Perspectief voor de toekomst De financiële afspraken van het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord lopen tot en met 2028. Dit sluit aan bij de periode waarvoor de sectorale groeipercentages zijn vastgelegd in het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet. Echter, de beweging die we hebben ingezet met het IZA, en die wordt versterkt door het AZWA, is er een van lange adem. Het is voor partijen daarom van belang om ook een perspectief te hebben op de ontwikkeling van de financiën in de periode na 2028.

Dat perspectief schetsen we in deze paragraaf. Het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord versterkt de beweging van het IZA en maakt het concreter. Het akkoord bevat concrete en dwingende afspraken hoe je ervoor zorgt dat interventies die zorgvraag voorkomen in elke regio worden ingezet, hoe partijen nog intensiever samen moeten werken om keuzes in het belang van de patiënt te maken. Tevens zijn er concrete afspraken gemaakt die ervoor zorgen dat professionals meer ruimte krijgen om hun werk te doen (bijvoorbeeld door het verdwijnen van regels, het inzetten van medische technologie en investeringen in opleidingen). De AZWA-partijen hebben er vertrouwen in dat met dit aanvullende akkoord we het tekort op de arbeidsmarkt kunnen voorkomen en de toegankelijkheid van de zorg kunnen verbeteren. Op die manier kunnen we de stijgende zorgvraag, mede als gevolg van het verlagen van het eigen risico, van een adequaat antwoord voorzien. Voor het opvangen van de extra zorgvraag zijn middelen beschikbaar, in totaal € 2,3 miljard structureel. In het AZWA maken we afspraken hoe we deze middelen inzetten. Dit valt grofweg uiteen in drie delen: • Middelen om de extra zorg te betalen. Deze worden verdeeld over de IZA- en niet-IZA sectoren. Deze middelen lopen via de contractering van zorgverzekeraars.

De inzet van deze middelen wordt in lijn gedaan met de doelen van het AZWA (afwenden arbeidsmarkttekort en toegankelijkere zorg).

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 87

•

•

Doorbraakmiddelen waarmee tijdelijke investeringen kunnen worden gedaan zodat de zorg een grotere vraag aankan bijvoorbeeld door slimmer te werken via de inzet van AI, medische technologie of hulpmiddelen. Deze middelen lopen via de verzekeraars (gelijkgericht). Middelen om de beweging naar de voorkant te stimuleren, bijvoorbeeld door medische preventie of het investeren in het sociaal domein en zo zorguitgaven te voorkomen. Deze middelen lopen via VWS-begroting.

De middelen ondersteunen de transitie die we de komende jaren ingaan. Die transitie zal niet vanzelf gaan. Partijen zullen over hun eigen schaduw heen moeten stappen. Volgen en bijsturen is daarom essentieel. Er zijn ook de nodige onzekerheden. Omdat er nooit eerder een zo grote verlaging van het eigen risico is geweest, is het onzeker hoe groot de extra zorgvraag per sector precies zal worden. En of het mogelijk is om in de verschillende sectoren die vraag op te vangen. Ook de methodiek van de doorbraakmiddelen is nog nieuw. Investeringsplannen voor bijvoorbeeld AI en medische technologie moeten nog gemaakt en geïmplementeerd worden. Hoewel we er veel vertrouwen in hebben dat de beweging naar de voorkant leidt tot een vermindering van de zorgvraag, zal de komende jaren bewijs moeten komen welke interventie effectief is in het voorkomen van zorgvraag en welke niet.

Bijlage 1 IZA-kaders 2026 t/m 2028 per sector (exclusief eventuele toekomstige mutaties zoals vastgelegd in de financiële paragraaf onderdelen 5b, 7 en 10).

msz50 Bedragen x € 1 miljoen

Naast structurele financiering via de contractering en via de VWS begroting (voor o.a. opleiden, sociaal domein en medische preventie) zal een deel van de middelen daarom tijdelijk worden ingezet (t/m 2028). In dit akkoord worden geen bindende afspraken gemaakt over de inzet van deze middelen na 2028. De komende jaren zullen we volgen: • Hoe de extra zorgvraag als gevolg van de verlaging van het eigen risico precies neerslaat in de verschillende sectoren. Voor elke sector zien we of er overschrijdingen of onderschrijdingen van het kader zijn. • De kwaliteit van de plannen die worden gemaakt in het kader van de doorbraakmiddelen. • In welke mate de beweging naar de voorkant de zorgvraag in de ZVW afbuigt. Op een later moment kan het kabinet besluiten over de inzet en verdeling van deze middelen (contractering, doorbraakmiddelen en begroting) na 2028.

2026

2027

2028

1

stand begroting 2025 (inclusief groei 2026 c.f. IZA)

30.460

30.460

30.460

2

tranche loon- en prijsbijstelling 2025

1.353

1.353

1.353

3

stand kader prijspeil 2025

31.813

31.813

31.813

4

aanpassing startniveau

-75

-75

-75

5

nieuwe basisstand

31.738

31.738

31.738

6

volumegroei totaal

0

0

w.v. groei 2027 (0%)

0

0

676

763

8

8

w.v. groei 2028 (0%) 7

remgeld

8

uitstel tranchering eigen risico 2026

9

bekostiging meedenkadvies

10

wijkklinieken

11

kader msz inclusief groei in prijspeil 2025

0 147 8 5

5

5

31.898

32.427

32.514

2026

2027

2028

5.553

5.322

5.322

283

272

272

-6

-6

-6

5.831

5.587

5.587

202

202

ggz Bedragen x € 1 miljoen

10. Slotbepaling De afspraken in dit akkoord die via de begroting worden gefinancierd zijn onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Beleidswijzigingen van het Kabinet of parlement op het gebied van de zorg kunnen het noodzakelijk maken dat VWS-bewindspersonen afwijken van de financiële afspraken in dit akkoord. De partijen zullen in dat geval in overleg treden over de gevolgen voor de andere afspraken in dit akkoord.

1

stand begroting 2025 (inclusief groei 2026 c.f. IZA)

2

tranche loon- en prijsbijstelling 2025

3

schuif Beschikbaarheidbijdrage psychotraumazorg

4

stand kader prijspeil 2025

5

aanpassing startniveau

6

nieuwe basisstand

5.789

5.789

7

volumegroei totaal

23

47

w.v. groei 2027 (0,4%)

23

23

5.831

23

w.v. groei 2028 (0,4%)

50

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 88

8

remgeld

9

uitstel tranchering eigen risico 2026

10

kader ggz inclusief groei in prijspeil 2025

123

139

5.935

5.974

26 5.857

Het MSZ-kader is exclusief de € 35 miljoen die beschikbaar is voor opschaling IC’s. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 89

Bijlage 2

Wijkverpleging Bedragen x € 1 miljoen

2026

2027

2028

3.904

4.009

3.956

199

205

202

1

stand begroting 2025 (inclusief groei 2026 c.f. IZA)

2

tranche loon- en prijsbijstelling 2025

3

stand kader prijspeil 2025

4.104

4.214

4.158

4

aanpassing startniveau

-312

-537

-534

5

nieuwe basisstand

3.792

3.677

3.624

6

volumegroei totaal

133

266

w.v. groei 2027 (3,5%)

133

133

remgeld

8

kader Wijkverpleging inclusief groei in prijspeil 2025

3.792

39

44

3.849

3.934

Huisartsenzorg Bedragen x € 1 miljoen

Bedragen x € 1 miljoen

2026

2027

2028

2029

2030

Struc.

A1

We ontlasten medewerkers door doorbraakprojecten die regeldruk verminderen op te schalen

2

2

2

0

0

0

B1

Domeinoverstijgend indiceren, waarbij de minste arbeidsinzet uitgangspunt is

10

10

0

0

0

0

B2

We bevorderen de passende inzet van arbeidsbesparende medische technologie 5

5

5

0

0

0

53

83

129

185

185

185

133

w.v. groei 2028 (3,5%) 7

Overzicht van afspraken die via de VWS-begroting lopen

Waarvan innovatieprogramma, regionale initiatieven, internationale samenwerking en opleiden & trainen B3

Versterken van de lerende omgeving: opleiden en ontwikkelen als vanzelfsprekendheid

B4

We ondersteunen medische preventie zoals vaccinaties als hiermee zorgvraag wordt voorkomen

2026

2027

2028

4.596

4.596

4.596

229

229

229

4.826

4.826

4.826

Reservering

0

45

45

0

0

0

0

0

0

Gordelroosvaccinatie

2

39

39

39

39

39

4.826

4.826

4.826

Gordelroos inhaalcampagne

0

8

8

8

14

0

1

stand begroting 2025 (inclusief groei 2026 c.f. IZA)

2

tranche loon- en prijsbijstelling 2025

3

stand kader prijspeil 2025

4

aanpassing startniveau

5

nieuwe basisstand

6

volumegroei totaal

169

344

Inzet AI bevolkingsonderzoek borstkanker

0

5

5

5

5

5

w.v. groei 2027 (3,5%)

169

169

Inzet MRI bevolkingsonderzoek borstkanker

0

2

2

2

17

17

175

Aanvullende seksuele gezondheidszorg

0

5

7

7

7

7

w.v. groei 2028 (3,5%) 7

remgeld

8

bekostiging meedenkadvies

-8

9

uitstel tranchering eigen risico 2026

21

10

kader Huisartsenzorg inclusief groei in prijspeil 2025

4.839

99

112

-8

-8

5.086

5.273

C2

Naar één landelijke voorziening voor alle vragen rondom toegang en gebruik van digitale zorg

3

6

9

0

0

0

D5

We versterken de samenwerking tussen partijen op het snijvlak (eerstelijns) zorgdomein en sociaal domein

20

133

204

263

168

173

Ketenaanpak overgewicht kind

10

17

24

31

35

0

Multidisciplinaire Zorg Bedragen x € 1 miljoen

Verkennend gesprek

0

20

35

32

0

0

2026

2027

2028

Ketenaanpak dementie

0

20

30

50

0

0

1

stand begroting 2025 (inclusief groei 2026 c.f. IZA)

987

980

980

Kansrijke start: Rookvrije start

0

2

4

8

0

0

2

tranche loon- en prijsbijstelling 2025

47

47

47

Multiproblematiek aanpak

0

15

21

25

0

0

3

stand kader prijspeil 2025

1.034

1.026

1.026

Nicotinevrij

0

3

5

7

0

0

4

aanpassing startniveau

7

7

GLI volwassenen

7

10

15

20

20

20

5

nieuwe basisstand

1.033

1.033

Kansrijke start: integrale gezinspoli

0

2

5

7

10

25

6

volumegroei totaal

52

106

Sociaal verwijzen

0

17

29

41

54

68

w.v. groei 2027 (5,0%)

52

52

Laagdrempelige steunpunten EPA

0

22

30

36

43

54

54

Nu niet zwanger

3

5

6

6

6

6

In het sociaal domein wordt een basisinfrastructuur ingericht ter ondersteuning van de basisfunctionaliteiten

30

103

128

154

173

198

Inloopvoorzieningen Sociaal&Gezond

0

40

50

60

67

75

Lokale teams hechte wijkverbanden

0

30

38

46

52

58

Coördinatie gemeenten

25

25

30

35

40

50

Mentale gezonde school

5

8

10

13

14

15

1.034

w.v. groei 2028 (5,0%) 7

remgeld

8

uitstel tranchering eigen risico 2026

9

kader mdz inclusief groei in prijspeil 2025

91

94

1.176

1.233

4 1.038

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 90

D6

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 91

Bedragen x € 1 miljoen

51

2026

2027

2028

2029

2030

Struc.

E3

We dragen met professionele richtlijnen bij aan passende zorg en de transitiedoelen51

0

13

29

10

10

10

E5

We verbeteren toegang tot bestaande geneesmiddelen voor patiënten

0

1,4

1,2

0,65

0,5

0,5

E6

We maken afspraken om fraude in de zorg te voorkomen, opsporen, stoppen en bestraffen

0

10

20

25

50

50

Flankerend beleid AZWA

0

2

2

0

0

0

Totaal via begroting VWS

125

472

635

698

668

684

Bijlage 3 Afspraken via contractering De volgende afspraken kunnen financiële gevolgen hebben. Het is aan zorgaanbieders en zorgverzekeraars om hier in de contractering afspraken over te maken, binnen de financiële kaders. Afspraken via contractering A1

We ontlasten medewerkers door doorbraakprojecten die regeldruk verminderen op te schalen

B2

We bevorderen de passende inzet van arbeidsbesparende medische technologie

C5

Thuisarts.nl wordt structureel geborgd

C8

Zorgverleners gaan vroegtijdig het gesprek aan met patiënten over de laatste fase van het leven

D2

De versterking van de eerstelijnszorg wordt structureel geborgd

D3

Huisartsen gaan standaard met een vaste patiëntenpopulatie werken

D4

Met (financieel) maatwerk in elke regio borgen we de duurzame continuïteit van de huisartsenzorg

D7

We zorgen voor voldoende participatie voor de invulling van avond-, nacht-, weekend- en crisisdiensten

Deze bedragen zijn inclusief de middelen voor het Kennisinstituut V&VN in 2027 en 2028.

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 92

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 93

5 Monitoring AZWA

Om zicht te houden op resultaten die geboekt worden of juist uitblijven en om te bepalen waar meer, minder of andere inzet nodig is, willen partijen gezamenlijk een beeld hebben over de geboekte voortgang. De AZWAafspraken bouwen voort op de meerjarige beweging die is ingezet met het IZA. Voor het IZA is een uitgebreide monitor opgebouwd. Deze blijft behouden en wordt doorontwikkeld aan de hand van de afspraken gemaakt in dit akkoord. Het is daarbij goed om steeds te realiseren dat onderdelen van deze beweging en een grote transformatie in zorg en welzijn, niet altijd op korte termijn tot meetbare resultaten zullen leiden.

5 Monitoring

Eerder is in het IZA afgesproken om voortgang op drie niveaus te volgen: 1. proces (input), 2. beweging (output) en 3. doelgroepen (outcome). 1. Het proces en uitvoeringsinformatie staat in de kwartaalrapportages van het IZA en bevat potentiële stuurinformatie voor tijdens de bestuurlijke overleggen. 2. Partijen en onderzoekpartners hebben veel energie gestopt in het opbouwen van een monitor van de ‘beweging’. Deze monitor is doorlopend, halverwege 2025 wordt de 1-meting gepresenteerd, volgend op de 0-meting van medio 2024. 3. Het Zorginstituut Nederland brengt de effecten van het IZA voor specifieke doelgroepen patiënten in kaart. Hierbij geldt dat er geen één op één relatie te leggen is tussen het realiseren van een afzonderlijke afspraak en de uitkomst van een specifieke indicator.52 De ontwikkeling van de uitkomsten van deze set aan indicatoren geven echter wel een beeld of de inzet van partijen resultaat oplevert of dat bijgestuurd moet worden. Voor dit aanvullende akkoord zijn de gemaakte monitoringsafspraken in het IZA de basis, waarbij we gebruik blijven maken van de reeds opgebouwde instrumenten. Waar nodig en mogelijk zullen we in overleg met de ondertekenende partijen en in overleg met de monitoringsmakers deze instrumenten aanvullen zodat ook de aanvullende afspraken in dit akkoord kunnen worden gemonitord.

Daarbij krijgen huidige afspraken, zoals die over transparantie van uitkomsten van zorg, ook voldoende aandacht in de monitoringsrapportages. In de monitoring baseren we ons zoveel als mogelijk op bestaande gegevens om administratieve lasten te beperken. Het is daarbij wel van belang dat partijen transparantie nastreven in het openbaar maken van (kwaliteits)gegevens volgens staande afspraken. Specifiek voor de transitiedoelen op het vlak van 1) arbeidsmarkt en 2) toegankelijkheid, kijken we wat nodig is bij de doorontwikkeling van de lopende monitoring, namelijk: 1) Omtrent de monitoring van arbeidsmarkt en ontzorgen zorgprofessionals zijn in onderdeel H op pagina 91 specifieke afspraken gemaakt in het IZA.53 Gezien transitiedoel 1 is het van belang om te beoordelen of een specifieke aanpassing of aanvulling van het onderdeel over arbeidsmarkt van de kwartaalrapportage – of een van de andere monitors – nodig is54. 2) Voor wat betreft transitiedoel 2 zal ook worden bekeken of hiervoor genoeg informatie is opgenomen in de ‘inzichten rondom toegankelijkheid van zorg’ van de kwartaalrapportage. En of aanpassingen/toevoeging wenselijk, passend en mogelijk zijn binnen dit (of een ander) onderdeel van de monitor. Een werkafspraak omtrent de monitoring van de transitiedoelstellingen zal vóór eind 2025 worden vastgesteld tijdens een bestuurlijk overleg.

Want we vinden het belangrijk om goed zicht te houden of we met elkaar voldoende impact realiseren op de transitiedoelen. Een voorstel hiervoor zal met partijen worden uitgewerkt. Het bestuurlijk overleg AZWA is opdrachtgever van de monitors, VWS is trekker van de monitor. Daarnaast is afgesproken dat administratieve lasten en regeldruk onderdeel van de monitor worden.

52 53

54

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 94

Met uitzondering van de (proces) voortgangsmonitor voor wat betreft het overzicht van de status van specifieke acties. Specifiek: 1. Het uitstroompercentage uit de sector zorg en welzijn exclusief pensionering, 2. ontwikkeling van het aandeel zzp’ers werkzaam in zorg en welzijn, 3. ziekteverzuim, 4. vacaturegraad, 5. werktevredenheid, 6. deeltijdfactor. 7. indicatoren in het kader van de monitor zeggenschap, 8. aansluiting opleidingsinspanningen op de ramingen van het Capaciteitsorgaan. Daarbij zal ook gekeken worden naar de mogelijkheden om de uitkomsten van het prognosemodel hierbij te betrekken. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 95

Onderstaand is in een Bijlage: Toelichting opgebouwde monitoringsonderdelen en doorontwikkeling een uitgebreidere toelichting opgenomen van de reeds opgebouwde monitoringsinstrument en de aandachtspunten voor de doorontwikkeling op basis van de aanvullende afspraken. Mid-Term Review (MTR) 2.0 De looptijd van het IZA was tot en met 2026 en wordt nu verlengd tot en met 2028. Samen zetten we nu dus weer een volgende stap. De partijen zetten zich maximaal in om de doelen en plannen te realiseren en bespreken regulier elk kwartaal de voortgang in het BO IZA/AZWA. Daarnaast willen we ook zien of de eerdere en nu aanvullende afspraak blijven bijdragen aan de transitie die is ingezet. Partijen spreken daarom met elkaar af dat er begin 2027 een tussentijds evaluatiemoment plaatsvindt (mid-term review) van het lopende IZA en de aanvullende afspraken. Bij de evaluatie worden naast de onderdelen van de reguliere monitor bij de MTR de volgende onderdelen minimaal betrokken: • Financiële realisatiecijfers;55 • Een beeld in hoeverre de afspraken worden nagekomen en randvoorwaarden zijn ingevuld; • Een overzicht van welke concrete doorbraak- en transformatieplannen zijn ingediend en gehonoreerd voor respectievelijk de doorbraak- en transformatiemiddelen.

Als blijkt dat de gewenste transitie niet voldoende plaats vindt dan wordt ingezet op a) het alsnog verder aanscherpen en intensiveren van inhoudelijke afspraken in het AZWA en b) gewijzigde inzet van middelen. We zetten erop in om met deze twee opties eventueel benodigde aanpassingen af te spreken. Als terugvaloptie kan ook bezien worden of er c) verschuiving van de groeiruimte tussen sectoren (macro-budget-neutraal) moet plaats vinden en d) of er aanpassingen van het basisniveau per 2028 (bij significant afwijkend beeld op basis van realisatiecijfers) nodig zijn. Overleg en besluitvorming vindt plaats voor 1 juli 2027 betreffende 2028. Hierbij is ook aandacht voor eventuele substitutie effecten van afspraken uit het AZWA op de Wmo en eerste lijn. Indien hier sprake van blijkt, worden hierover nadere bestuurlijke afspraken gemaakt. Over de verdere precieze vormgeving van de evaluatie zullen partijen nadere afspraken maken en vastleggen in het bestuurlijk overleg. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de ervaring en governance van de eerder uitgevoerde MTR. Bijsturing van de gemaakte afspraken gebeurt gedurende gehele looptijd van het akkoord. De MTR is vooral van belang voor een meer grondige vaststelling van de stand van zaken en ter voorbereiding op het einde van de looptijd van deze afspraken en hoe daarmee om te gaan (na 2028).

Bijlage Monitoring Toelichting opgebouwde monitoringsonderdelen en doorontwikkeling

Hieronder wordt de inzet en aandachtspunten van de verschillende monitoringsonderdelen in meer detail toegelicht. Het uitgangspunt blijft dat de verschillende monitoringsmakers autonomie behouden voor de definitieve inrichting van monitoringsinstrumenten ten behoeve van kwaliteitsborging en onafhankelijkheid van de onderzoeksinstituten. Kwartaalrapportages Het doel is zicht houden op de voortgang van planvorming en uitvoering van de gemaakte afspraken en plannen. De rapportage wordt samengesteld onder regie van VWS door een vormgever, op basis van bestaande bronnen en informatie van experts. Onderdeel hiervan is in ieder geval: • Zicht houden op de afgesproken acties; • Monitoring van de uitputting van de financiële kaders; • Monitoring van de transformatieplannen en -middelen; • Monitoring van de ontwikkelingen op het gebied van de arbeidsmarkt; en • Inzicht in de toegankelijkheid van zorg. Aandachtspunten voor de doorontwikkeling zijn: 1. Het afvoeren van acties die vanuit het IZA reeds zijn afgerond en het toevoegen van aanvullende afspraken uit het voorliggende akkoord. 2. Op basis van de werkafspraken omtrent de transitiedoelen de monitor consistent aanpassen voor de reeds opgenomen inhoud. Monitoring van de beweging Met het monitoren van de beweging willen we zicht krijgen op de cruciale veranderingen in de zorg.

Bij deze monitor ligt de focus op wat inspanningen (output) in de praktijk opleveren en in hoeverre deze inspanningen ons dichter bij onze (lange termijn-) doelen brengen. Dit is anders dan de kwartaalrapportage die meer toeziet op input monitoring en de doelgroepenmonitor die zicht geeft op uitkomsten voor patiëntengroepen. Voor de monitoring van de beweging zijn vier thema’s 56 geselecteerd die gemonitord worden in goed overleg door verschillende onderzoekspartijen, te weten: a) Passende zorg als norm (Zorginstituut Nederland); b) Meer regionale samenwerking (RIVM); c) Meer hybride zorg (RIVM); en d) Sterkere eerste lijn (NIVEL). Samenhang tussen de ’bewegingsthema’s De deelmonitor ‘Passende Zorg als norm’ hangt als een paraplu boven de andere deelmonitors en geeft inzicht in de voornaamste trends en veranderingen aan de hand van de principes van Passende Zorg. De trends en veranderingen vanuit passende zorg beslaan de volle breedte van de zorg. De effecten hiervan vertalen zich door op regionaal niveau. Het versterken en verbeteren van regionale samenwerking is hierbij cruciaal. Dit wordt inzichtelijk gemaakt in de deelmonitor ‘Regionale samenwerking’. De deelmonitor ‘Hybride zorg’ zoomt in op een instrument om de beweging naar passende zorg als norm te versnellen. Deze ontwikkeling is van belang om passende zorg goed invulling te kunnen geven.

Het laatste stukje van de puzzel, om de korte-termijn veranderingen te monitoren, ligt bij de deelmonitor ‘Sterkere eerste lijn’. Het belang van deze sector in de transitie naar passende zorg is zeer groot en daarom is ervoor gekozen om hier een aparte deelmonitor op in te zetten. Hierin zullen, toegespitst op de eerste lijn, alle onderwerpen uit de vier andere deelmonitors terugkomen.

55

We onderzoeken de mogelijkheden om inzicht te krijgen in de substitutie effecten tussen sectoren en domeinen i.r.t. de financiële uitputting. Zodat we, indien nodig en mogelijk, afspraken kunnen maken over (de gevolgen van) deze effecten. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 96

56

Eerder was er een vijfde onderdeel op het vlak van concentratie en spreiding, gezien inhoudelijke ontwikkelingen is dit onderdeel voor nu geen onderdeel van de bewegingsmonitor. Indien opportuun kan dit op een later moment nog worden toegevoegd. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 97

Voortgang en gebruik monitor van de bewegingsmonitor In de looptijd van het IZA zijn per thema voorstellen uitgewerkt in afstemming met de betrokken partijen. De 1-meting van de bewegingsmonitor zal halverwege 2025 worden opgeleverd. De monitoring van de beweging moet adaptief blijven aan de ontwikkelingen en zal daarom in de loop van de tijd doorgroeien. Daarbij maakt deze monitor de belangrijkste bewegingen in het zorg- en welzijnsveld inzichtelijk.

AZWA

Aandachtspunten doorontwikkeling: 1. Na de oplevering van de 1-meting vragen we de betrokken onderzoekers om advies over de verdere doorontwikkeling van de monitor van de beweging op hun onderdelen, gezien de aanvullende afspraken in dit akkoord. In het bijzonder de betrokkenheid van het sociaal domein en de beweging naar de voorkant, ook gezien het onderzoek naar substitutie tussen sectoren en domeinen in de MTR. 2. We bouwen voort op de expertise en geleerde lessen worden gebruikt voor vervolgstappen over de eisen aan deze monitoring. We zullen onder regie van de monitoringstafel en in overleg met de betrokken thematafel per beweging deze monitor verder ontwikkelen in een cyclisch proces richting de nieuwe jaarrapportages. 3. Waar nieuwe AZWA-afspraken al gemonitord worden door betrokken partijen/tafels zal in de output monitoring daar een verwijzing naar worden gemaakt. Monitor Doelgroepen We onderstrepen het belang en de wenselijkheid van de doelgroepenmonitor, zoals overeengekomen in het IZA. De monitor wordt beheerd door Zorginstituut Nederland en is te vinden op: https://www.regiobeeld.nl/monitordoelgroepen-iza. We verlengen de doelgroepenmonitor voor de looptijd van de aanvullende afspraken. Met de doelgroepenmonitor volgen we wat de effecten op toegankelijkheid en kwaliteit zijn van alle inspanningen.

Dit doen we aan de hand van het volgen van 5 specifieke doelgroepen die in het IZA worden genoemd: • Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden; • Mensen met psychische klachten; • Mensen met (risico op) kanker; • Mensen met (risico op) hart- en vaatziekten; en • Ouderen met een kwetsbare gezondheid.

Bijlagen

Aandachtspunten doorontwikkeling: 1. We blijven deze monitor verder opbouwen en ontwikkelen conform de afspraken die daarover reeds zijn gemaakt. 2. Ook voor het HLO wordt gebruik gemaakt van de monitor Doelgroepen om de effecten van deze afspraken op de kwaliteit en toegankelijkheid te volgen. Hiertoe wordt de doelgroep ‘Ouderen met een kwetsbare gezondheid’ verder uitgebouwd met meer aandacht voor cliënten in de Wet langdurige zorg. Hierbij wordt nadrukkelijk ook afstemming gezocht met de al bestaande monitoring van het WOZO.

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 98

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 99

Bijlage D5 Basisfunctionaliteiten samenwerking zorgdomein en sociaal domein Inleiding Zowel de rollen en de waarde van het zorgdomein als die van het sociaal domein reiken verder dan de uitwerking van de afspraken die zorgverzekeraars en gemeenten met elkaar willen maken over de domeinoverstijgende samenwerking op het grensvlak zorg-sociaal domein. De uitwerking van de domeinoverstijgende samenwerking zorg-sociaal moet gezien worden in dat brede perspectief. Immers, inwoners kunnen alleen werken aan hun gezondheid en daarmee minder beroep doen op de zorg, als zij vanuit een stevig geëquipeerd sociaal domein kunnen leven in een omgeving die uitnodigt om te bewegen, gezond te eten, te sporten en samenkomen en waarbij zij ondersteund worden in vragen die ontstaan. Het IZA/GALA/AZWA legt de basis onder een beweging van zorg naar gezondheid en welbevinden. Een beweging die ook leidt tot minder vraag naar zorg. Omdat de houdbaarheid van het zorgstelsel onder druk staat, wordt gezocht naar manieren om de zorg ook in de toekomst toegankelijk en beschikbaar te houden voor mensen die dat nodig hebben. In het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord wordt afgesproken dat we de samenwerking versterken tussen het zorg en het sociaal domein zodat mensen de zorg en ondersteuning krijgen die zij daadwerkelijk nodig hebben. Dit doen we door landelijke afspraken te maken tussen o.a.

zorgverzekeraars, gemeenten en VWS (in afstemming met BO IZA/AZWA) over concrete basisfunctionaliteiten op het snijvlak van het sociaal en medisch domein. Zorgverzekeraars, gemeenten en aanbieders van zorg en ondersteuning hebben elkaar nodig om voor specifieke groepen passende zorg te bieden. Ze hebben echter ook elk een eigen rol en verantwoordelijkheid. Zorgverzekeraars zorgen dat mensen die ziek zijn de zorg krijgen die zij nodig hebben. Gemeenten zorgen voor een omgeving waarin inwoners kunnen werken aan hun gezondheid. Met beweging, sport, gezond eten en sociale contacten, en ondersteuning als ze niet zelfstandig kunnen participeren. Waar de zorg uitblinkt in goed omschreven behandelingen die op grote patiëntgroepen getest zijn, zit de kracht van het sociaal domein juist in contextgericht werken en inspelen op initiatieven die ontstaan bij de cliënt of de omgeving. Deze benaderingen zijn complementair aan elkaar en zijn beide nodig. Een goede invulling van beide benaderingen is een randvoorwaarde voor het slagen van deze afspraken. De afspraken moeten dan ook gezien worden in breder perspectief. Als de sociale basis in gemeenten te kwetsbaar wordt of er geen huisartsen beschikbaar zijn, gaan deze afspraken het verschil niet maken. In dat geval moeten daar mogelijk aanvullende afspraken over gemaakt worden.

Tegelijkertijd moeten beide partijen hun verantwoordelijkheden op een eigen manier kunnen invullen, zodat de waarde van beide domeinen behouden blijft. De afspraken hebben echter alleen betrekking op specifieke domeinoverstijgende samenwerking op het grensvlak van de zorg en het sociaal domein. Op dat grensvlak moeten beide domeinen een stap in elkaars richting doen om de samenwerking te laten slagen. Landelijke afspraken met aanspreekbaarheid Alle betrokken partijen zien dat er een impuls gegeven moet worden aan de samenwerking tussen de zorg en het sociaal domein. Dit doen we door landelijke afspraken te maken die regionaal en lokaal vertaald worden. De landelijke afspraken worden gemaakt door de koepels, zoals Zorgverzekeraars Nederland (ZN), Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), brancheorganisaties van aanbieders en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), in afstemming met het Bestuurlijk Overleg van het Integraal Zorgakkoord (BO IZA/ AZWA. In de regio committeren zorgverzekeraars, gemeenten en aanbieders in zowel zorg als sociaal domein zich hieraan in de inkoop en uitvoering en zij zijn hierop aanspreekbaar.

Dit document In dit document wordt achtereenvolgens uitgewerkt: • Het mechanisme op hoofdlijnen; • De definitie van een basisfunctionaliteit en de gereedschapskist die erbij hoort; • De ontwikkelagenda, om blijvend met elkaar te ontwikkelen en zo nodig; basisfunctionaliteiten toe te voegen of te veranderen; • Monitoring en governance, om bij te sturen waar nodig; • Een voorstel voor basisfunctionaliteiten die al op korte termijn geïmplementeerd worden. Het mechanisme op hoofdlijnen De details van de afspraken zijn later in dit document uitgewerkt. Op hoofdlijnen werkt het mechanisme als volgt. De afspraken die gemaakt worden, gaan over basisfunctionaliteiten. Deze zijn gebaseerd op afspraken waarin zorg en sociaal domein samenwerken om de gezondheid van specifieke groepen inwoners te verbeteren en de zorg te ontlasten. Per basisfunctionaliteit spreken partijen met elkaar af wat zij bijdragen en wat zij van elkaar verwachten. De basisfunctionaliteiten kunnen op regionaal niveau op verschillende manieren ingevuld worden. Daarvoor wordt landelijk een gereedschapskist ontwikkeld. Daarin zitten interventies die op regionaal en lokaal niveau ingezet kunnen worden om uitvoering te geven aan de basisfunctionaliteit 57. De samenwerking tussen zorg en sociaal domein is nog volop in ontwikkeling. Het is dan ook niet mogelijk om alle relevante basisfunctionaliteiten te definiëren.

Daarom wordt gewerkt met een ontwikkelagenda. Ideeën voor toekomstige basisfunctionaliteiten kunnen op de ontwikkelagenda geplaatst worden, waarna gekeken wordt of ze uitgewerkt kunnen worden tot een basisfunctionaliteit. Het mechanisme en de uitwerking van de afspraken wordt gemonitord, zodat er indien nodig bijgestuurd kan worden. Ofwel door partijen aan te spreken op de manier waarop zij afspraken uitvoeren, ofwel door afspraken te herijken. Wederkerigheid De afspraken zijn wederkerig. Dat betekent dat zowel zorg als sociaal domein nodig zijn om de uitvoering tot een succes te maken. Afspraken waarbij zorg of sociaal domein iets nodig heeft van het andere domein maar hier zelf geen rol in heeft, vallen dus buiten de scope van deze afspraken en van de basisfunctionaliteiten. Aanspreekbaarheid De afspraken zijn in eerste instantie niet wettelijk vastgelegd, maar partijen zijn er wel aanspreekbaar op. Dat geldt niet alleen voor VNG en ZN, maar ook voor brancheorganisaties van aanbieders die de landelijke afspraken ondertekenen. Aanspreekbaarheid werkt zowel op lokaal als regionaal niveau (waar de afspraken geïmplementeerd worden) als op landelijk niveau, waarbij van de koepels verwacht wordt dat zij hun leden erop aanspreken als zij onvoldoende uitvoering geven aan de afspraken. Basisfunctionaliteiten Basisfunctionaliteiten vormen de kern van de afspraken.

Onderstaand bespreken we de definitie, de uitwerking die nodig is op landelijk niveau en de implementatie in de regio.

De afspraken gaan over concrete basisfunctionaliteiten op het snijvlak van het sociaal domein en het zorgdomein. Daarmee wordt de samenwerking tussen de zorg en het sociaal domein lokaal en in de regio versterkt. Deze basisfunctionaliteiten worden in alle regio’s ingevuld en uitgevoerd zodat ze beschikbaar zijn voor alle inwoners.

57

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 100

Hiervoor wordt ook geput uit de databank bewezen effectieve interventies uit het loket Gezond Leven van RIVM en andere relevante databanken zoals van Movisie en NJI .

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 101

De definitie van een basisfunctionaliteit Basisfunctionaliteiten zijn ingedeeld naar leefgebieden en beschrijven de afspraken waar partijen in alle regio’s ten minste op aanspreekbaar zijn. Leidende principes voor basisfunctionaliteiten zijn: a) De basisfunctionaliteiten zijn herkenbaar voor de grote actuele opgaven en gaan daarom over de volgende leefgebieden: - Kansrijk opgroeien; - Gezonde leefstijl; - Mentale gezondheid; - Vitaal ouder worden; - Gezondheidsachterstanden verminderen & vergroten zelfredzaamheid als rode draad in de 4 thema’s. b) De basisfunctionaliteiten gaan over wederkerige samenwerking op het snijvlak van zorg en sociaal domein (en bevatten in ieder geval de in het IZA en GALA afgesproken ketenaanpakken). c) De basisfunctionaliteiten ontlasten in ieder geval de zorg en zorgen netto voor minder inzet (hetzij financieel, hetzij van personeel) in de combinatie van het sociaal domein, Zvw en Wlz. d) Voor de basisfunctionaliteiten is helder omschreven welke rollen, taken en verantwoordelijkheden de betrokken partijen hebben. - Deze omschrijving is vastgelegd in een landelijk nog nader uit te werken concrete handreiking, leidraad of beschrijving anderszins, die duidelijk maakt wat alle partijen moeten doen. Zo wordt voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat of dat regio’s onnodig veel tijd kwijt zijn aan uitzoeken wat zij gaan doen.

Bij deze uitwerking worden de landelijke partijen betrokken waarvan de achterban een rol heeft in de uitvoering van de basisfunctionaliteit. - Er zijn voldoende interventies en aanpakken uitgewerkt om de basisfunctionaliteit daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. - Voor inzet vanuit de zorg geldt dat in ieder geval dat de aanspraak duidelijk 58 is en een betaaltitel aanwezig is. - Voor zorgprofessionals moet voorafgaand duidelijk zijn wie de zorg mag uitvoeren en welke opleiding of registratie hiervoor nodig is. e) Er is landelijk commitment bij alle betrokken partijen voor de rol die zij en hun achterban hebben in de uitvoering van de basisfunctionaliteit. Zowel landelijke als regionale en lokale partijen zijn daarop aanspreekbaar. f) Er worden middelen gekoppeld aan de afspraken over basisfunctionaliteiten en ontwikkelagenda om de aanpakken en maatregelen op lokaal en regionaal niveau te financieren. g) Wat betreft de financiering geldt dat de Zvw-besparing structureel kan worden ingezet in het sociaal domein als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1) voldoende bewijslast over de verwachte besparing; 2) de besparing wordt gerealiseerd door een intensivering van een bestaande of een nieuwe maatregel; 3) dekking voor de gehele looptijd van de maatregel; 4) een kabinetsbesluit over de maatregel.

•

Implementatie in de regio Partijen zorg en sociaal domein in de regio werken bestuurlijke afspraken uit over hoe de samenwerking op de basisfunctionaliteiten en het mechanisme daaronder in hun regio vorm krijgt en welke (gezondheids)doelen op elk leefgebied bereikt moeten worden. Deze afspraken worden waar nodig een aanvulling op het regioplan (bijvoorbeeld via een addendum) en kunnen meelopen in de reguliere evaluatie en monitoring van het regioplan.

Het beheer moet een optimale gereedschapskist opleveren. Dat betekent dat er voldoende keuze uit aanpakken en interventies moet zijn om effectief aan te sluiten bij de lokale context, maar ook dat interventies uit de gereedschapskist worden verwijderd als blijkt dat zij onvoldoende van waarde zijn of als er duidelijk betere alternatieven voorhanden zijn. Uiteraard moet er in dergelijke gevallen een overgangsperiode zijn waarin regio’s kunnen overstappen op betere interventies.

Voortdurende verbetering van de afspraken Uit monitoring en evaluatie kan blijken dat een basisfunctionaliteit en/of het mechanisme niet werkt zoals beoogd. In dat geval wordt onderzocht wat de oorzaak hiervan is, en worden de bestuurlijke afspraken aangepast.

Een ander onderdeel van het beheer van de gereedschapskist is om informatie toegankelijk te maken voor regio’s. Denk aan het inzichtelijk maken van verschillen in kosten, effectiviteit op diverse gezondheidsdoelen, of kostenbesparingen. Zo worden partijen op regionaal niveau gefaciliteerd om een onderbouwde keuze te maken voor de interventies die zij inzetten.

Bijvoorbeeld: • Het is denkbaar dat de basisfunctionaliteit niet wordt uitgevoerd omdat de bestuurlijke afspraken niet volstaan. In dat geval wordt onderzocht of de afspraken aangescherpt kunnen worden zodat de basisfunctionaliteit wel wordt uitgevoerd. Als optie wordt verkend of de basisfunctionaliteiten moeten worden verankerd in wet- en regelgeving.

58

•

Het is ook mogelijk dat de basisfunctionaliteit wel goed uitgevoerd wordt, maar inhoudelijk minder succesvol blijkt dan verwacht. Bijvoorbeeld als een gezonde leefstijl de zorg minder ontlast dan verwacht. In dat geval moet op basis van nieuwe inzichten opnieuw een afweging over de betreffende basisfunctionaliteit gemaakt worden. Een andere optie is dat de basisfunctionaliteit minder goed werkt dan beoogd omdat de instrumenten uit de gereedschapskist onvoldoende effectief zijn. Ook dit kan aanleiding zijn om te stoppen met de basisfunctionaliteit. In dat geval moet uiteraard wel scherp gekeken moet worden naar de ontwikkeling in het vakgebied en de potentie van interventies die in ontwikkeling zijn.

Gereedschapskist Om de doelen te bereiken, beschikken partijen in de regio over een gereedschapskist aan (kosten)effectieve en onderbouwde aanpakken en interventies op het snijvlak zorg en sociaal. De gereedschapskist biedt vrijheid voor de regio om aanpakken en interventies uit te voeren die passen bij de regionale en lokale context. De gereedschapskist is ook bedoeld om het effect van interventies en aanpakken door middel van een lerende aanpak te onderzoeken/onderbouwen en aanpakken en interventies die hun impact bewezen hebben verder te brengen. Criteria voor de gereedschapskist Om te bepalen welke interventies in de gereedschapskist kunnen landen worden er criteria opgesteld. Hierbij moet de impact van de interventie of aanpak duidelijk zijn evenals de opschaalbaarheid in verschillende regio’s. Tegelijk moet het niet enkel om bewezen effectieve interventies gaan, maar moet het wel gaan om interventies die op enige manier hun impact op het beperken van zorgkosten en opschaalbaarheid bewezen hebben. Er wordt een koppeling gemaakt tussen de criteria van de gereedschapskist en het investeringsmodel preventie. Ontwikkeling van de gereedschapskist De gereedschapskist kent een dynamisch karakter. We willen immers kennis doorontwikkelen om de inzet steeds effectiever te maken.

Dat betekent dat het voor regio’s mogelijk moet zijn om met aanpakken en interventies te werken die nog in ontwikkeling zijn. Het effect en de waarde van deze interventies en aanpakken worden met een lerende aanpak te onderzocht, zodat ze uiteindelijk kunnen landen in de gereedschapskist. Er wordt een procedure ontwikkeld voor regio’s om interventies aan te melden voor een ‘voorportaal’ van de gereedschapskist om dit mogelijk te maken. Uitvoering van onderdelen van een transformatieplan kan zo’n lerende aanpak zijn. Beheer van de gereedschapskist Het beheer van de gereedschapskist wordt onder verantwoordelijkheid van ZN, VNG en VWS uitgewerkt, waarbij een landelijke partij eerste aanspreekpunt wordt. Deze partij werkt samen met (andere) kennispartijen voor advisering over effectiviteit en impact van interventies en aanpakken, zoals bijvoorbeeld het Zorginstituut, GGD GHOR Nederland, SWN, Trimbos, RIVM, Movisie en NJi. Hierbij wordt nadrukkelijk de koppeling gemaakt met de kennisinfrastructuur uit het GALA.

Ontwikkelagenda Zoals uit voorgaande al duidelijk is, wordt er nog volop kennis ontwikkeld. Voor een goed zorgstelsel is het ook nodig om continu te ontwikkelen. Dit moet niet alleen op het niveau van de gereedschapskist (zoals in de vorige paragraaf is besproken), maar ook op het niveau van de basisfunctionaliteiten zelf. De basisfunctionaliteiten worden daarom periodiek geactualiseerd. Basisfunctionaliteiten kunnen worden toegevoegd als blijkt dat zij bijdragen aan het ontlasten van de zorg (hetzij financieel, hetzij op inzet van zorgpersoneel) of wanneer er een positief besluit is vanuit het investeringsmodel preventie. Voor deze lerende aanpak maken we een ontwikkelagenda.

indien nodig wordt er een duiding gedaan Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 102

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 103

Samenstelling van de ontwikkelagenda Suggesties voor basisfunctionaliteiten voor de ontwikkelagenda kunnen op verschillende manieren tot stand komen, zoals: • Vanuit een transformatieplan; • Vanuit landelijke partijen die betrokken zijn bij de bestuurlijke afspraken; • Vanuit kennisinstituten. De ingebrachte basisfunctionaliteiten worden getoetst aan de definitie van een basisfunctionaliteit,. Voor plaatsing op de ontwikkelagenda hoeft dus nog geen handreiking ontwikkeld te zijn, maar er moet wel een uitwerking zijn van de wederkerigheid en een beeld van het mechanisme. Uitwerking van onderwerpen op de ontwikkelagenda Onderwerpen op de ontwikkelagenda worden uitgewerkt volgens de criteria voor basisfunctionaliteiten. Dit gebeurt door VNG, ZN en VWS, samen met betrokken partijen en passend binnen het mechanisme. De prioritering binnen de ontwikkelagenda wordt bepaald door VNG, ZN en VWS. Als de basisfunctionaliteit voldoende is uitgewerkt om aan de definitie te voldoen, wordt hij voorgelegd aan het BO IZA/AZWA. Bij akkoord wordt nader uitgewerkt (zie punt d onder ‘Definitie van een basisfunctionaliteit’ bij de beschrijving van de basisfunctionaliteiten), zodat hij efficiënt geïmplementeerd kan worden in de regio’s, binnen het mechanisme van de basisfunctionaliteiten.

Bij het bepalen van de tijdlijnen wordt rekening gehouden met de inkoopprocessen van gemeenten en zorgverzekeraars. Monitoring De mechanisme van basisfunctionaliteiten is nieuw en ook de gereedschapskist is nog volop in ontwikkeling. Dat betekent dat goede monitoring nodig is om het mechanisme en de voortgang te volgen en waar nodig bij te sturen. Deze monitoring vindt plaats op verschillende niveaus. Dit wordt nog verder uitgewerkt, we denken daarbij in ieder geval aan de niveaus of afspraken uitgevoerd worden als beoogd, (kosten) effectiviteit van interventies en evaluatie van de basisfunctionaliteiten en het mechanisme. Governance Om landelijke afspraken te realiseren en door te ontwikkelen, is het belangrijk om in bestuurlijk verband een cyclus af te spreken waarin de voortgang wordt gemonitord en vervolgafspraken worden gemaakt. De exacte governance wordt nog uitgewerkt. De afspraken vallen onder het BO IZA/AZWA en worden daar afgestemd. VNG, ZN en VWS zijn de trekkers op dit dossier en betrekken de andere AZWA-partijen die een rol hebben bij de uitvoering van de basisfunctionaliteit, in dit proces.

Bijlage – Werkagenda team Rijksoverheid Regie op de richting, ruimte voor oplossingen en ondersteuning om aan de slag te gaan59. De beweging naar passende zorg en inzetten op gezondheid is noodzakelijk en wenselijk. Noodzakelijk, omdat we als we niets doen afstevenen op een onbeheersbaar arbeidsmarkttekort. En wenselijk, omdat passende zorg ook een kans is om de zorg mensgerichter en duurzamer te maken. We zien dat er de afgelopen jaren veel gedaan is, onder meer in de uitvoering van de afspraken uit het Integraal Zorgakkoord (IZA), maar we zijn er nog niet. Om de beweging minder vrijblijvend te maken, maken we in dit Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) afspraken over transitiedoelen. En om de stappen, die al gemaakt zijn, te bestendigen en richting en vaart te geven aan het vervolg komen daar doorbraakafspraken bij. We vragen meer van zorgaanbieders en zorgverzekeraars en vooral van hun onderlinge samenwerking. Door de gemeenten beter in positie te brengen versterken we de relatie tussen zorg en sociaal domein. En we betrekken degenen om wie het gaat – als zorgvrager, burger, premiebetaler – op alle niveaus meer. We verwachten van alle partijen meer – dus ook van de rijksoverheidspartijen. We hebben daarin een eigen verantwoordelijkheid, maar willen ook transparant maken hoe we bijdragen als samenwerkende rijksoverheidspartijen.

Naast de inzet van de rijksoverheidspartijen in de doorbraakafspraken, betekent dat dat we ook transparant zullen zijn in de activiteiten die we doen als onderdeel van onze onafhankelijke rollen als rijksoverheidspartijen. Deze partijen – VWS, NZa, ZIN en IGJ – zorgen daarom samen en ieder vanuit zijn eigen rol, voor regie op de richting, met ruimte voor de oplossingen en ondersteuning voor partijen om te kunnen transformeren. We zullen eind Q3 van 2025 komen met een planning voor de inzet van de activiteiten uit de werkagenda rijksoverheidspartijen. Dit stuk vormt een bijlage op het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord. Richting Er zijn grote opgaven in de zorg: een arbeidsmarkttekort, de toegang tot zorg en groeiende gezondheids­ verschillen. De genoemde rijksoverheidspartijen nemen de verantwoordelijkheid om richting te geven op de maatschappelijke opgave. We gaan sturen op de transitiedoelen en daarmee de richting van het zorgstelsel. Zodat alle partijen aan de slag gaan met de belangrijkste maatschappelijke opgave in de zorg. Ruimte Er wordt nu onvoldoende ruimte ervaren om zelf uit te vinden en vanuit intrinsieke motivatie of gevoed door signalen uit de praktijk aan de slag te gaan. We moeten zorg meer richten op gezondheid en welzijn, de huidige financiële prikkels en kaders geven hier onvoldoende ruimte voor.

Een groot aandeel van de patiënten krijgt onnodige zorg, kan eerder in het sociaal domein of eerste lijn geholpen worden of had geen patiënt hoeven worden als goed ingezet werd op preventie. Daarom gaan we zorgen voor ruimte. Ondersteuning Transformaties ontstaan niet van de ene op de andere dag en vragen veel inspanning van betrokken partijen. Als overheid sturen we hierop, maar willen we ook naast partijen gaan staan en hen het gevoel geven dat ze er niet alleen voor staan. Het bieden van ondersteuning is daarom cruciaal. Staatscommissie In aanvulling hierop speelt dat in het kader van de Motie Krul (kamerstuk nummer: TK, 29389-nr. 138) door het kabinet een staatscommissie wordt ingericht ten behoeve van onderzoek naar een toekomstbestendige en weerbare inrichting van het zorgstelsel. Een staatscommissie is een onafhankelijke commissie in opdracht van het Kabinet. VWS zal bij de opdrachtverlening aan deze staatscommissie de veldpartijen en andere overheidspartijen betrekken. In het kader van het IZA en het AZWA zal VWS bij de voorbereidingen van de staatscommissie uiteraard ook nadrukkelijk aandacht hebben voor de afspraken die daarin gemaakt worden.

59

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 104

De werkagenda team Rijksoverheid is een uitgifte van: ministerie VWS, IGJ, NZa, Zorginstituut Nederland. Stand van zake van de werkagenda wordt besproken aan de bestuurlijke tafel met IZA/AZWA partijen. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 105

Vanuit onze rol in het AZWA: 1. We verbeteren normen voor maximaal aanvaardbare wachttijden (C4) 2. We zorgen voor inzicht in de wachtlijsten voor patiënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars (C3) 3. We zorgen voor transparantie van kwaliteitsinformatie voor patiënten (E1) 4. We er als overheid op sturen dat alle partijen in de regio bijdragen aan de regio-opgave (D1, E4) 5. Domeinoverstijgend samenwerken en de beweging van zorg richting gezondheid een plaats te geven in financiering en bekostiging (D2, D5) 6. We verminderen administratieve lasten en regeldruk, in samenwerking met het veld. (A1-A4) 7. Elektronische gegevensuitwisseling als standaard in de zorg wordt versneld geïmplementeerd (A5) Vanuit de onafhankelijke rol van de overheid 1. We verduidelijken de zorgplicht: Inwoners moeten kunnen rekenen op tijdige toegang tot passende ondersteuning en/of zorg als dat nodig is. Zorgverzekeraars hebben vanuit hun zorgplicht een verantwoordelijkheid om die tijdige toegang tot passende zorg te borgen. Dit kunnen zij niet alleen. De toenemende schaarste vraagt om een goed samenspel tussen zorgverzekeraars, zorgaanbieders, overheidspartijen en het sociaal domein.

We verduidelijken en scherpen waar noodzakelijk aan wat van de zorgverzekeraars en zorgaanbieders op het gebied van toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid vanuit wet- en regelgeving inclusief veldnormen wordt verwacht. Het gaat hierbij om de inspanningsverplichtingen van alle partijen, inclusief de overheid, in relatie tot de zorgplicht, de invulling van het begrip overmacht en het toezicht op de zorgplicht door de overheid. Dit geeft duidelijkheid voor de zorgverzekeraars, de verzekerden, de aanbieders en geeft daarmee rust. De NZa ziet erop toe dat zorgverzekeraars alles doen wat binnen hun mogelijkheden ligt om te komen tot tijdige en passende zorg. Daarbij houdt de NZa in het toezicht redelijkerwijs rekening met wat verwacht / mogelijk geacht kan worden van de zorgverzekeraars in relatie tot de stijgende zorgvraag en de situatie op de arbeidsmarkt. 2. We monitoren de beweging naar passende zorg: het Zorginstituut monitort en rapporteert jaarlijks de stand van de transitie op de 4 pijlers van passende zorg. Het is daarnaast van belang dat er op de transitiedoelen, zoals geformuleerd in het AZWA, gemonitord wordt en het is relevant dat we daar vanuit de rijksoverheid een rol in spelen. De rijksoverheidspartijen komen aan de hand van de monitor met aanbevelingen aan het BO IZA/AZWA voor bijsturing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1235/documents/42493