2e Tussenrapportage 2022.pdf
Tekst van het document
7
Duurzame uitstroom Wij willen onze inwoners graag aan het werk helpen en hierbij ondersteuning bieden. Wat wij hierbij ook belangrijk vinden, is dat de inwoner voor langere tijd aan het werk is. Dit betekent in ieder geval een contract van 6 maanden met een inkomen boven het bijstandsniveau. Dit is zowel voor de inwoners als voor de gemeente een voordeel. Dit noemen we duurzame uitstroom. SRoI In het eerste halfjaar van 2022 is 1 persoon aan het werk gegaan door een plaatsing via een SRoI verplichting. Op dit moment wordt er intensief samengewerkt met aanbieders om onze kandidaten te plaatsen op een SRoI plek en de aanbieder te ondersteunen en adviseren bij het vervullen van de SRoI verplichting. Nadere toelichting In het eerste halfjaar hebben we de doelstelling gesteld om ervoor te zorgen dat in ieder geval 55% van de uitstroom naar werk duurzaam is. Dat betekent dat kandidaten die aan het werk zijn gegaan in ieder geval 6 maanden aan het werk zijn en blijven. Op dit moment is de duurzame uitstroom 95,6%. Dit betekent dat bijna alle personen die aan het werk gaan ook aan het werk blijven en duurzaam re-integreren op de arbeidsmarkt.
8
Segmentatie
Algemene toelichting Personen die een bijstandsuitkering ontvangen zijn verdeeld in 3 segmenten. Op deze manier kan de ontwikkeling goed gemonitord worden. Het gaat hierbij om het aantal personen dat wij in begeleiding hebben en niet om het aantal uitkeringsdossiers. De 3 segmenten zijn: - Werk: De verwachting is dat de klant binnen 0 tot 3 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn geen belemmeringen. - Re-integratie: De verwachting is dat de klant binnen 3 tot 18 maanden beschikbaar is voor en bemiddelbaar is naar werk. Er zijn belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van werknemersvaardigheden, werkervaring of Nederlandse taal. - Sociale activering: De klant is niet beschikbaar voor werk of re-integratie en de verwachting is dat hij dat ook niet binnen 18 maanden zal zijn. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. Begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij. Nadere toelichting In het overzicht is te zien dat het grootste gedeelte van de uitkeringsgerechtigden (55,77%) enige ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk. Voor 31,74% is het doen van vrijwilligerswerk het hoogst haalbare en voor 12,49% is het mogelijk direct aan het werk te gaan. Er is te zien dat het overgrote deel van de uitkeringsgerechtigden een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft.
Een oorzaak hiervoor is dat er meer tijd nodig is om mogelijke belemmeringen weg te nemen of werkgevers te vinden die ruimte hebben voor meer begeleiding op de werkvloer. Personen die direct aan het werk kunnen, stromen over het algemeen ook snel uit. Hierdoor is de uitstroom uit het segment werk groter dan de instroom in segment werk en is dit segment in verhouding klein.
9
Doorstroom segment re-integratie
Algemene Toelichting Voor een deel van de mensen met een uitkering is werken niet meteen mogelijk. Hier kunnen verschillende redenen voor zijn. Door deze mensen een passend traject aan te bieden, wil de gemeente ervoor zorgen dat deze groep ook weer aan de slag kan. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden uit het segment re-integratie door kunnen stromen naar het segment werk.
Nadere toelichting In 2022 willen wij voor meer doorstroom tussen de segmenten re-integratie en werk zorgen en meer kandidaten ‘jobready’ maken. Dit betekent dat er over 2022 een doorstroom van in ieder geval 20% moet zijn van de segmenten sociale activering en re-integratie naar werk. Over 2021 was de doorstroom naar segment werk 9,8%. Over het eerste halfjaar van 2022 19,0%. Wij hebben in 2022 tot op heden 14 personen een opleidingstraject kunnen aanbieden, 9 personen een werkervaringsplek en in ieder geval hebben 95 personen een traject gevolgd dat bijdraagt aan de ontwikkeling van de persoon, mogelijk richting de arbeidsmarkt. Hier kunnen zij werkervaring opdoen en werknemersvaardigheden aanleren.
10
Ontwikkeling segment sociale activering
Algemene toelichting Voor personen die in het segment sociale activering vallen is de kans op het direct vinden van betaald werk klein. Dit komt door in de persoon gelegen factoren zoals fysieke of psychische problematiek die hem langdurig zullen beperken. De begeleiding is gericht op deelname aan de maatschappij. Nadere toelichting Voor het segment sociale activering hebben wij ook een aantal doelen gesteld. Ook al is het doel niet gericht op het vinden van betaald werk, ook voor deze doelgroep zijn er passende trajecten. Voor 2022 willen wij dat in ieder geval 150 personen vrijwilligerswerk verrichten. Momenteel hebben tussen de 84 personen een vrijwilligersplek. Op dit moment zijn wij de samenwerking met onze maatschappelijke partners aan het evalueren en intensiveren om ook voor deze doelgroep passende trajecten te vinden waar ontwikkeling mogelijk is. Daarbij streven wij er naar dat er maximaal 10% van het segment sociale activering is ontheven van alle verplichtingen. Dit percentage ligt nu op 24%. De ontheffingen worden door een onafhankelijk adviesbureau getoetst middels een medische keuring. Bij een ontheffing heeft een kandidaat geen re-integratie verplichten. Wij proberen wel regelmatig contact te houden om te kijken of wij op een ander vlak mogelijk wel ondersteuning kunnen bieden.
11
Ontwikkeling garantiebanen en nieuw beschut werk
Algemene toelichting Mensen die werken in een garantiebaan of in het kader van nieuw beschut werk zijn, vanaf de invoering van de Participatiewet een nieuwe doelgroep van gemeenten. Om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking toch kunnen werken regelt de Wet Banenafspraak dat werkgevers arbeidsplaatsen hiervoor beschikbaar te stellen. Gemeenten hebben als opdracht gekregen om ervoor te zorgen dat bedrijven in één arbeidsmarktregio op dezelfde wijze daarbij worden geholpen. Een van de voorzieningen is een loonkostensubsidie die de loonwaarde van de medewerker aanvult tot het wettelijk minimum loon. Deze wordt betaald uit de Wet Bundeling uitkeringen inkomensvoorzieningen gemeenten (Buig). Deze doelgroep viel voor de decentralisatie onder de Wajong en/of de Wsw-regeling. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: In het eerste halfjaar van 2022 hebben we 81 lopende garantiebanen en 8 nieuwe garantiebanen gerealiseerd. Hiermee voldoen we aan de doelstelling die voor 2022 is gesteld (65).
12
Klantgroepen en klantkenmerken Algemene toelichting In onderstaande grafieken zijn de geregistreerde kenmerken van klantengroepen weergegeven. Instelling Het aantal uitkeringsgerechtigden dat in een instelling verblijft is stabiel. Zij krijgen begeleiding vanuit de instelling zelf.
Leeftijd De verhoudingen voor wat betreft leeftijd zijn ongewijzigd. Er zijn relatief weinig jongeren die een beroep doen op een uitkering. Voor de ouderen is het relatief het moeilijkst om werk te vinden, ook als ze direct aan het werk kunnen.
13
Uitkeringsduur Hoe langer mensen een uitkering hebben, hoe groter de afstand tot de arbeidsmarkt. In het eerste halfjaar van 2022 is de verdeling van de uitkeringsduur stabiel. Wel zien we in het eerste halfjaar weer een stijging van het aantal personen korter dan 1 jaar in de uitkering. Dit kan te maken hebben met de instroom in de nieuwe regeling vereenvoudigde BBZ en de lockdown eind 2021.
Leefvorm Onder de leefvorm 'gehuwd' vallen ook gezinnen en samenwonende partners of personen die een gezamenlijke huishouding met elkaar voeren. De verhoudingen voor de leefvormen blijven ongewijzigd.
14
Uitkeringsbestand per wijk
Algemene toelichting Deze tabel geeft een overzicht weer van het aantal uitkeringsgerechtigden per wijk in de gemeente. Daar waar relatief veel sociale huurwoningen zijn, zullen over het algemeen ook meer bijstandsgerechtigden zijn. Dit komt onder meer doordat er in de bijstand een vermogensgrens is. Een koopwoning is vaak niet mogelijk. Daarnaast speelt de hoogte van de huur ook een rol. Tevens is de groep ‘Buiten Ridderkerk’ opgenomen. Het betreft hier personen waarvan de verblijfplaats (nog) niet was geregistreerd. Door de systemen steeds nauwkeuriger te vullen neemt het aantal cliënten in deze groep de laatste jaren flink af. Nadere toelichting Ten opzichte van voorgaande jaren hebben er in 2022 geen grote wijzigingen plaatsgevonden.
15
Taakstelling vergunninghouders
Algemene Toelichting De rode lijn geeft de halfjaarlijkse taakstelling weer voor de gemeente. Het staafdiagram geeft per half jaar cumulatief het aantal geplaatste vergunninghouders weer dat door de Rijksoverheid wordt gepubliceerd. Doordat er uitgegaan wordt van de cijfers van de Rijksoverheid zit er een vertraging in de gerapporteerde cijfers. De gerealiseerde taakstelling wordt bepaald door het resultaat van de voorafgaande periode en het aantal geplaatste statushouders in de betreffende periode. Als het staafdiagram boven de rode lijn komt, betekent dit dat er iets meer statushouders zijn geplaatst dan voor die specifieke periode zijn gevraagd te huisvesten. Alle gezinsleden tellen mee in het aantal gehuisveste statushouders. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling: Bij de huisvestingstaakstelling voor statushouders zien we ondanks de krapte op de woningmarkt genoeg plaatsingen van statushouders om te voldoen aan deze wettelijke taak. De op gang komende migratiestromen en de druk op de asielketen resulteert in meer druk op de huisvestingstaakstelling. Door goed samen te werken met de woningbouwverenigingen in Ridderkerk is de taakstelling voor 2021 behaald met +4 personen. De huisvestingstaakstelling voor de eerste helft van 2022 is 27. De voorsprong op 1 januari 2022 was 4. De huisvestingstaakstelling is dus 23. Op peildatum 31 maart zijn er 25 statushouders gehuisvest.
Dat betekent dat er halverwege de termijn reeds is voldaan aan de taakstelling.
16
Minimabeleidsvoorzieningen
Algemene Toelichting De verwachte stijging van het aantal minima ten gevolge de Corona-crisis blijft uit. We zien wel een andere ontwikkeling, namelijk de stijging van de vaste lasten ten gevolge van de inflatie. De minima hebben daarnaast te maken met de energiearmoede. We gaan de Energietoeslag verstrekken aan de minima via de categoriale bijzondere bijstand. Deze toeslag is mogelijk niet toereikend voor de gestegen energielasten. Het inkomen, waaronder de uitkering, is veelal niet meer toereikend voor de stijging van alle kosten levensonderhoud. Gemeentebreed is er ook een plan om de energiearmoede te beperken en om de leefsituatie te verduurzamen. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling Het eerste half jaar 2022 laat een stijging zien van alle minimaregelingen. Na twee jaar corona is het sociale leven weer terug. Dat is merkbaar bij de regeling Meedoen. Er wordt meer geld uitgegeven aan sport, uitjes, cultuur, school en zwemles. Bij de overige regelingen spelen wellicht de stijgende kosten van energie, brandstof, boodschappen etc. een rol bij de toename.
17
Schuldhulpverlening
Algemene Toelichting In de tabel kunt u zien hoeveel aanmeldingen wij ontvangen, alsmede doorgeleiden naar PLANgroep voor een minnelijk dan wel wettelijk traject (WSNP is de Wet Schuldhulpverlening Natuurlijke Personen). Het aantal schuldbemiddelingen geeft het aantal gestarte minnelijke trajecten aan. Ook staan in de tabel het aantal crisisinterventies. Nadere toelichting/trend/ontwikkeling De inflatie en stijging van de vaste lasten raakt veel inwoners. Dit raakt de bestaanszekerheid van steeds meer inwoners. Inwoners die financiële problemen ondervinden, melden zich niet meteen, maar na een paar jaar en dat is zorgelijk. Dit heeft er mee te maken dat het hebben van financiële problemen nog geen problematische schuldensituatie betreft. Ook ervaren inwoners schaamte en mogelijk een drempel. Ten opzichte van het 1e kwartaal, zien we een daling als het gaat om het aantal aanmeldingen. Deze trend zien we jaarlijks. Mogelijk dat de uitbetaling van vakantiegeld aan schulden worden besteed. Ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar (Q2 2021) zien we echter een stijging in het aantal aanmeldingen.
18
Jeugdhulp en Wijkteams Leeftijdsverdeling
Algemene toelichting De verhouding jeugdigen in leeftijd in zorg bij de tweede lijn. Het betreft het aantal unieke cliënten met een beschikking in het eerste halfjaar van 2022 in het kader van een arrangement en/of PGB ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in 2020 en 2021. Het percentage toont het aandeel jeugdigen met een jeugdhulpindicatie t.o.v. het totaal aantal jeugdigen in een bepaalde leeftijdscategorie. Nadere toelichting In alle leeftijdscategorieën laat 2022 een lager percentage cliënten zien ten opzichte van de voorgaande jaren.
19
Unieke cliënten Per zorgvorm
Toelichting De bovenstaande tabel maakt het aantal unieke cliënten inzichtelijk per zorgvorm: Zorg In Natura (ZIN), Persoonsgebonden budget (PGB) en gecombineerd. In de eerste helft van 2022 is sprake van een stijging van het aantal ZIN-cliënten ten opzichte van het eerste half jaar van vorig jaar. In het tweede kwartaal van 2022 is sprake van een lichte daling van het aantal ZIN-cliënten ten opzichte van het eerste halfjaar van 2022. Het aantal cliënten dat gebruik maakt van een persoonsgebonden budget (PGB) is ten opzichte van vorig jaar licht gedaald, doordat een aantal cliënten is doorgestroomd naar de Wet Langdurige Zorg (WLZ). PGB’s worden zowel ingezet als alternatief voor lokale en regionale jeugdhulp. Ook het aantal cliënten dat gebruik maakt van zowel ZIN als PGB is licht gedaald.
Per contractvorm
Toelichting De bovenstaande tabel betreft het aantal unieke cliënten met een openstaande beschikking voor Zorg in Natura voor lokale jeugdhulp,
20
regionale jeugdhulp of een combinatie van beide. Dit betreft een voorlopig beeld omdat tot 40% van de toewijzingen met terugwerkende kracht wordt verwerkt.
Nadere toelichting De doelstelling om meer in te zetten op lokale jeugdhulp en minder op regionale jeugdhulp is terug te zien in de cijfers. In het eerste halfjaar van 2022 is er, ten opzichte van de eerste helft van 2021, sprake van een toename van het aantal cliënten dat gebruik maakt van lokaal gecontracteerde zorg. In het tweede kwartaal van 2022 is de inzet van lokale jeugdhulp wel iets afgenomen ten opzichte van het eerste kwartaal van dit jaar. De inzet van de regionaal ingekochte zorg en de gecombineerde zorg (zowel lokaal als regionaal) is ten opzichte van vorig jaar gedaald. De daling zet zich ook in het tweede kwartaal van 2022 voort.
Unieke cliënten per perceel
Algemene toelichting Bovenstaande grafiek geeft het aandeel cliënten weer per perceel. De linker grafiek geeft het aantal cliënten weer met lokaal gecontacteerde zorg. De rechter grafiek geeft het aantal cliënten weer voor regionale zorg. De donkerblauwe balk geeft het aantal cliënten van 2022 weer, en de lichtblauwe balk het aantal cliënten van 2021 in dezelfde periode. De zwarte lijn is het aantal cliënten aan het einde van vorig jaar. Nadere toelichting Wat betreft de lokaal gecontracteerde zorg is sprake van een stijging van het aantal cliënten in perceel 1 (Jeugdigen met een beperking) t.o.v. het eerste half jaar van 2021. Deze categorie cliënten heeft meer nadeel ervaren van de voorgaande coronacrisis. Of deze stijging zich door gaat zetten gedurende het jaar is moeilijk te voorspellen. Het gebruik van basis GGZ en dyslexie is vergelijkbaar met vorig jaar. Op regionaal niveau zien we dat er in de eerste helft van 2022 minder gebruik is gemaakt van pleegzorg. De inzet van ambulante hulpverlening is lager dan vorig jaar als gevolg van de aanpak van de wachtlijsten vanuit de GRJR.
21
Aantal unieke cliënten per wijk
Algemene toelichting De bovenstaande tabellen maken het aantal unieke clienten jeugdhulp per wijk inzichtelijk. De bovenste tabel laat dit zien voor lokale jeugdhulp en de onderste tabel voor regionale jeugdhulp. Nadere toelichting Er is inzichtelijk gemaakt hoe het zorggebruik per wijk is opgebouwd. In alle wijken is een daling van het aantal unieke cliënten te zien t.o.v. het jaar er voor. Net als vorig jaar wonen de meeste cliënten met een indicatie voor jeugdhulp in de wijken Slikkerveer, Bolnes, Centrum en Oost. In deze wijken staan in verhouding meer sociale huurwoningen en/of wonen er in de wijken in verhouding meer gezinnen met kinderen, hetgeen kan verklaren dat in die wijken meer gebruik wordt gemaakt van jeugdhulp. Het doel om het zorggebruik per wijk in beeld te brengen past bij de ontwikkeling om meer wijkgericht interventies te kunnen plegen om o.a. meer thuisnabij preventieve ondersteuning te organiseren. De aantallen die zichtbaar zijn in de tabellen betreffen een voorlopig beeld omdat toewijzingen met terugwerkende kracht worden verwerkt.
22
Verwijzers Lokale jeugdhulp
Toelichting Bovenstaande tabel maakt de verwijzers lokale jeugdhulp inzichtelijk. Over het algemeen worden de meeste verwijzingen naar lokale jeugdhulp gedaan door het wijkteam (gemeente). Daarnaast is de huisarts ook een belangrijke verwijzer. Het verschilt per maand door wie de meeste verwijzingen worden gedaan. Er zijn in het tweede kwartaal van 2022 echter geen opvallende veranderingen in de verwijzingen. Regionale jeugdhulp
Toelichting Bovenstaande tabel maakt de verwijzers naar regionale jeugdhulp inzichtelijk. De huisarts is daarbij, naast de gemeente en de Gecertificeerde Instelling, de belangrijkste verwijzer. Het verschilt per maand door wie de meeste verwijzingen worden gedaan. In april 2022 zijn er in verhouding meer verwijzingen gedaan vanuit de Gecertificeerde Instelling ten opzichte van de gemeente en de huisartsen. Dit is mogelijk te verklaren door een groter aantal jeugdigen waar het CIT van JBRR bij betrokken is geweest. Huisartsen verwijzen voornamelijk naar ambulante specialistische jeugdhulp en de Gecertificeerde Instellingen verwijzen met name naar jeugdhulp met verblijf.
23
Toelichting Bovenstaande tabel laat zien hoeveel verwijzingen er naar lokale jeugdhulp en naar regionale jeugdhulp hebben plaatsgevonden. Nadere toelichting Uit de tabel kunnen we opmaken dat er meer wordt doorverwezen naar lokale jeugdhulp, dan naar regionale jeugdhulp. Dit is in de lijn van de doelstelling om meer in te zetten op lokale jeugdhulp en minder op regionale jeugdhulp.
24
Wachttijd
Toelichting De bovenstaande tabellen maken de wachttijd voor zorg in natura voor lokale en regionale jeugdhulp op basis van de gewenste startdatum versus daadwerkelijke startdatum inzichtelijk. Er worden echter nog regelmatig correcties gedaan met betrekking tot de wachttijd. Het komt namelijk ook regelmatig voor dat een zorgaanbieder een toewijzing met terugwerkende kracht aanvraagt. Of dat arrangementen vaak later binnenkomen bij de backoffice. De wachttijden laten per maand een ander beeld zien. Hoe langer je terug kijkt, des te meer de daadwerkelijke wachttijden inzichtelijk zijn gemaakt. Hier zijn geen bijzondere stijgingen of dalingen in te zien. De wachtlijsten op lokale jeugdhulp zijn doorgaans lager dan die op regionale jeugdhulp.
25
Hulpverlening vanuit de wijkteams Per 1 januari 2022 is er in het kader van de doorontwikkeling van de wijkteams gestart met een nieuwe werkwijze. Deze nieuwe werkwijze vloeit voor uit de aanbesteding Inzet Wijkteams, welke in 2021 is doorlopen. Er zijn twee belangrijke wijzigingen ten opzichte van de situatie van voor 2022, waarbij de wijkteammedewerkers preventie en ondersteuning de taak hebben om inwoners te ondersteunen en hulp te bieden bij hun vraag. Daarnaast ligt de focus op het outreachend en preventief werken, door nauw samen te werken met onder andere scholen, kinderopvang, huisartsen en de jeugdgezondheidszorg. De wijkteammedewerkers Toegang hebben de taak om de aanvragen voor jeugdhulp, zoals bedoeld in de Jeugdwet, in behandeling te nemen. Zij onderzoeken de hulpvraag, beschrijven de bevindingen en hun conclusie na onderzoek en stellen aan de hand van een onderzoeksrapport een beschikking op. De Wijkteammedewerkers Zorg en Veilig zijn vanaf dit jaar verantwoordelijk voor de Intensief vrijwillige hulpverlening (voormalige drangtrajecten die uitgevoerd werden door de Jeugdbescherming). Dit wordt ingezet naar aanleiding van een jeugdbeschermingstafel in gezinnen waar onveiligheid speelt en of sprake is van ernstige bedreiging van de ontwikkelingskansen van kinderen en er onvoldoende draagvlak lijkt van betrokkenen om hulpverlening te accepteren.
Intensief vrijwillige hulpverlening is weliswaar vrijwillig maar niet vrijblijvend. Door de splitsing van taken is de wijze van registreren gewijzigd en wordt in verschillende systemen geregistreerd. Op dit moment wordt aandacht besteed aan het verzamelen van data uit de 2 systemen, zodat nieuwe, passendere tabellen met data gegenereerd kunnen worden.
Nadere toelichting In het afgelopen half jaar is sprake van een toename van het aantal vragen. Deze vragen komen niet alleen van inwoners die al bij ons bekend zijn, maar ook veel nieuwe vragen. Dit zorgt voor een hoge werkvoorraad binnen de wijkteams, vooral bij de medewerkers in de toegang. De hoge instroom en werkvoorraad is een zorgpunt. Om de vragen te kunnen beantwoorden worden extra wijkteammedewerkers Toegang ingezet.
26
Wmo en doelgroepenvervoer Leeswijzer De rapportages die volgen gaan in op de Wmo cliënten en dienstverlening die de gemeente vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verzorgt. Achtereenvolgens komen de volgende rapportages aan bod: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Trends en ontwikkelingen Wmo Wmo cliënten per wijk Leeftijdsverdeling Wmo Zorgstapeling Wmo Wmo beschikkingen Doelgroepenvervoer
Trends en ontwikkelingen Lokaal en landelijk is het de verwachting dat in de toekomst meer inwoners, vaker en intensiever een beroep (gaan) doen op Wmo voorzieningen. Dit is te verklaren uit de volgende drie maatschappelijke trends en ontwikkelingen: 1. Abonnementstarief Wmo Een landelijk bevestigd beeld is dat door de invoering van het abonnementstarief in 2018 de groei van het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening extra toeneemt. Vooral door extra instroom vanuit de hogere inkomensklassen en bij 65-plussers. De genoemde trendbreuk is vooral waarneembaar bij de voorziening Hulp bij het Huishouden1. Het nieuwe kabinet wil voor specifiek de huishoudelijke hulp naar een ‘eerlijkere eigen bijdrage’, met landelijke normen en met oog voor betaalbaarheid van lage- en middeninkomens.2 Deze ontwikkelingen volgen we op de voet. 2. De (dubbele) vergrijzing Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de bevolking (o.a. als gevolg van de babyboom na de Tweede Wereldoorlog), maar dat ook de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen. Op twee manieren neemt de vergrijzing daardoor toe. In de periode 2020 – 2050 wordt een toename van 66% verwacht van het aantal 80-plussers. Tot 2035 bedraagt die verwachte toename zo’n 33%3.
Naast dat er dus meer (oudere) ouderen zullen zijn, blijven deze ouderen bovendien langer thuis wonen. Hierdoor maken zij (langer) gebruik van Wmo voorzieningen voordat zij doorstromen naar de Wlz. 3. De ambulantisering van de zorg Hulp en ondersteuning worden steeds vaker in de eigen wijk geboden (ambulantisering). Voor inwoners met psychiatrische problematiek is het bijvoorbeeld sinds de invoering van de wet Verplichte GGZ mogelijk om thuis behandeling en begeleiding te krijgen in plaats van een opname in een instelling. Hierdoor wordt de doelgroep voor de Wmo vergroot.
1 DERDE MONITOR ABONNEMENTSTARIEF WMO – 2021 pag. 24-32 2 Ministerie van VWS, Hoofdlijnenbrief toekomst Wmo, 28 maart 2022, p. 9. 3 Nota Integraal Beleid Sociaal Domein gemeente Ridderkerk, pag. 70.
27
Wmo cliënten per wijk
Toelichting In de grafiek is een weergave te zien van het aantal cliënten in zorg in de jaren 2020 tot en met 2022. Omdat het meetjaar 2022 nog niet is afgerond zijn deze cijfers nog niet te gebruiken voor een analyse. Voor 2020 en 2021 zien we over het algemeen dat het aantal cliënten in zorg per wijk toe neemt. Dit is in lijn met de lange termijn verwachting. Een stijging wordt ook in 2022 verwacht. In verschillende wijken is de stijging al waarneembaar (Bolnes en Slikkerveer). Daarnaast is logischerwijs te zien dat de wijken met een groter aantal inwoners relatief meer cliënten in zorg heeft. Tevens is de groep ‘Buiten Ridderkerk’ opgenomen. Dit betreft personen die ondersteuning hebben ontvangen, maar inmiddels zijn verhuist naar een andere gemeente. Dit verklaart ook waarom het aantal hoger is, wanneer het een jaar betreft dat verder in het verleden ligt.
28
Leeftijdsopbouw Wmo
Toelichting Het gestapelde staafdiagram laat de verdeling van het aantal unieke cliënten verdeeld naar leeftijdsgroep zien. In de periode januari 2022– mrt 2022 is het aantal cliënten licht gestegen met 18 cliënten. In de periode april – juni 2022 bleef het aantal cliënten nagenoeg gelijk. In december 2021 heeft door het wegwerken van de toenmalige wachtlijst een grote stijging plaatsgevonden. Ook in 2022 is verreweg de grootste groep de 75-plussers en daarna de 60-plussers. De groep 60- en 75-plussers doet over het algemeen een beroep op de Wmo vanuit ouderdom gerelateerde klachten zoals somatische en/of psychogeriatrische klachten. Hierbij passen maatwerkvoorzieningen zoals collectief vervoer, Hulpmiddelen, Hulp bij het Huishouden en (minder vaak voorkomend) dagbesteding. De groepen Wmo cliënten onder de 60 jaar zijn minder groot. Deze groepen cliënten doen vaak een beroep op de Wmo om de volgende redenen: een beperking of handicap; hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen hulpmiddelen, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; GGZ gerelateerde hulpvragen; hierbij zijn vaak de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang, dagbesteding en/of individuele begeleiding passend; hulpvragen naar aanleiding van een ingrijpende levensgebeurtenis (zoals echtscheiding en/of problematische schulden); hierbij is vaak individuele begeleiding passend.
29
Zorgstapeling Wmo
Toelichting Legenda: HM = Hulpmiddelen, bestaande uit Rolstoelvoorzieningen, Vervoersvoorzieningen en Woonvoorzieningen. Cliënten met een enkel een vervoersvoorziening Collectief vervoer zijn niet in deze weergave opgenomen omdat dit geen hulpmiddel betreft. HH = Hulp bij het Huishouden, bestaande uit de algemene- en de maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening. BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding. Toelichting ontwikkeling zorgstapeling: Het gestapelde staafdiagram ‘zorgstapeling Wmo’ laat het aantal unieke cliënten in zorg met één of meer individuele Wmo maatwerk voorzieningen zien. In het 2e kwartaal is het aantal cliënten met een voorziening (HH, BG en/of HM), ook in vergelijking met het eerste halfjaar, nagenoeg stabiel gebleven. De over de langere termijn zichtbare lichte stijging komt vooral door de instroom van cliënten die gebruik maken van Hulp bij het Huishouden. Wat verder opvalt is dat een meerderheid van de cliënten bestaat uit cliënten met één enkele voorziening (alléén HH, HM óf BG). Een minderheid maakt gebruik van twee of zelfs alle drie de soorten voorzieningen.
30
Beschikkingen Wmo
Toelichting Legenda: AVS = Hulp bij het Huishouden: algemene voorziening schoonmaakondersteuning; BG = Wmo Begeleiding, bestaande uit: reguliere- en specialistische individuele begeleiding, reguliere- en specialistische dagbesteding, en vervoer naar dagbesteding; HH = Hulp bij het Huishouden: maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning en de maatwerkvoorziening persoonlijke dienstverlening; RO = Rolstoelvoorziening: rolstoelen en toebehoren VV = Vervoersvoorziening: zoals een scootmobiel, aangepaste fiets of een collectiefvervoerspas; WV = Woonvoorziening: zoals een deurdranger, traplift of woningaanpassing; Toelichting ontwikkeling ‘Beschikkingen Wmo’ Het gestapelde staafdiagram ‘beschikkingen Wmo’ laat het aantal nieuwe en openstaande beschikkingen Wmo zien. In de periode december 2021 – maart 2022 is het aantal openstaande beschikkingen licht gestegen (+59 beschikkingen). De grootste toename is te zien bij de AVS en WV. Door het wegwerken van de wachtlijst in december is in december 2021 en januari 2022 een hogere stijging dan in de achterliggende periode te zien. Het grote aantal nieuwe beschikkingen in januari heeft verder te maken met de administratieve herindicatie van de begeleidingsindicaties en het ingaan van de PGB’s voor 2022. Ook in de periode april 2022 – juni 2022 zien we ten opzichte van de periode december 2021 – maart 2022 een lichte stijging.
Hier is eveneens de grootste toename te zien bij de HH en WV. Deze ontwikkelingen zijn in lijn met de genoemde landelijke en lokale ontwikkelingen. De toename van HH in het 2e kwartaal wordt veroorzaakt door her-indicering. Vanaf mei 2022 wordt AVS niet meer geïndiceerd. Dit zorgt voor een flinke afname bij AVS en een flinke toename bij HH.
31
Doelgroepenvervoer
Toelichting KPI’s Doelgroepenvervoer Het volume Doelgroepenvervoer is de laatste jaren sterk beïnvloed door de gevolgen van de coronamaatregelen. Tijdelijke sluiting van het onderwijs, het invoeren van verschillende coronamaatregelen en lockdown-periodes hebben een duidelijke impact op het gebruik van het Doelgroepenvervoer. Voor het eerste halfjaar 2022 betekenden de herinvoering van verschillende coronaregels per 12 november 2021 en de lockdown per 19 december 2021 een daling in het aantal ritten in de periode november ’21 tot en met januari ’22. Na de opheffing van de lockdown in januari ’22 is het gebruik van het Wmo vervoer weer toegenomen tot 2983 ritten in mei ’22. Ten opzichte van december ’19 (voor corona) is de bezettingsgraad in mei ’22 circa 79%. Sinds de scholen weer open zijn (januari 2021) is de bezettingsgraad van het leerlingenvervoer weer volledig genormaliseerd. Landelijk en in onze regio is het beeld dat het gebruik van het leerlingen en jeugdwetvervoer toeneemt. In het eerste halfjaar is het aantal leerlingen en jeugdigen dat gebruik maakt van vervangend vervoer toegenomen met circa 4%. De verwachting is dat zonder coronamaatregelen in het najaar het Wmo-vervoer door de vergrijzing een lichte autonome stijging laat zien van het aantal gereden ritten. Het jeugd- en leerlingenvervoer zal naar alle waarschijnlijkheid verder stijgen.
32
Toelichting klachtenrapportage Doelgroepenvervoer Het aantal klachten dat binnen het eerste halfjaar is geuit is laag en beneden de gestelde marge van 0.3% van het aantal gereden ritten gebleven. Bij het Wmo vervoer zijn de meeste (gegronde) klachten geuit over de tijdigheid van de rit en het gedrag van de medewerker. De klachten zijn vooral veroorzaakt door de onder druk staande beschikbare capaciteit en door (het gedrag van) de chauffeurs. In samenwerking met onze Wmo-vervoerder is gezocht naar oplossingen voor de capaciteit. De vervoerder heeft aangegeven dat deze per juni 2022 weer op orde is. Bij het Leerlingen- en Jeugdhulp en schakelklasvervoer zijn de meeste klachten geuit over communicatie en tijdigheid. De klachten zijn vooral veroorzaakt door de vervoerscentrale en (het gedrag) van de chauffeur. Ook speelt de beschikbare capaciteit een rol. In overleg met onze vervoerder wordt actief ingezet op het vergroten van de capaciteit door onder andere bemiddeling vanuit het gemeentelijke uitkeringenbestand en een wervingscampagne in de lokale media.
33