CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-09-10-verslag-commissie-samen-leven-en-samen-wonen-ridderkerk

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 10 september 2026, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0: Besluitenlijst en verslag15.610 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Echt voor Ridderkerk, mevrouw Van Vliet, ook één vraag. Mevrouw Vergunst, ChristenUnie, twee vragen. Nog meer? Dat waren ze. Dan beginnen we bij mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Ga uw gang. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel, voorzitter. Ik heb inderdaad één vraag en die betreft artikel 19 lid 1. Waar er gebruikgemaakt wordt van uurtarieven, dan wordt er bepaalde voorgeschreven berekeningswijze gehanteerd. Kan de wethouder aangeven hoe die eruitziet? Is dat een standaard iets voor iedereen hetzelfde? Hoe ziet die eruit? Dat was mijn vraag. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Voorzitter, ik hoorde lid 1 en het artikelnummer net niet en de rest heb ik allemaal gehoord. Maar ik heb 19, maar daar zitten geen lidnummers bij, die zal het niet zijn. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk, nog één keer, alstublieft? Mevrouw Van Vliet: Er staat artikel 19, lid 1 noem ik het maar even, punt 1. Berekening van uurtarieven uniforme kostenbegrippen. Zit ik bij een verkeerd iets. We hebben het toch over de subsidieverordening? Bij mij staat artikel 19, berekening van uurtarieven uniforme kostenbegrippen. De voorzitter: Dank u. Dat staat bij mij ook, maar er staat geen lid 1. Vandaar dat ik even in verwarring was. Het is artikel 19 en dan gelijk het artikel eronder. Ga uw gang, wethouder.

De heer Van Os: De subsidieregeling, die urentoerekening staat in de programmabegroting. Dat zijn de uren die wij als ambtelijke organisatie gewoon … Het zijn niet de overheadkosten, maar het zijn de toerekenbare uren, noemen we dat. Die staan in de programmabegroting. Ik heb het exacte bedrag niet helder wat die is. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Van Vliet, heeft u een vervolgvraag? Dat is niet het geval. Dan gaan we door naar het CDA. Mijnheer Latupeirissa, u had één vraag. Ga uw gang. De heer Latupeirissa: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik heb een vraag even naar aanleiding van de antwoorden of een antwoord op schriftelijke vragen van de ChristenUnie . De vraag was even in het kort, hoe voorkomt het college dat waardevolle kleinschalige maatschappelijke initiatieven buiten de boot vallen , wanneer zij niet eenvoudig onder één bestaande beleidsdoelstelling zijn te brengen? Het antwoord daarop vond ik het tweede deel daarvan, van de ambtenaar, in ieder geval wat in het stuk gegeven is redelijk vaag, omdat ik daar toch wel wat beleidskaders miste. Mijn vraag aan de wethouder is, kunt u concreet aangeven aan de hand van welke criteria het college bepaalt of een initiatief in voldoende mate maatschappelijke bijdrage levert? En kunt u daarbij aangeven welke factoren of indicatoren daarbij worden meegewogen? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os.

De heer Van Os: Dank u, voorzitter. Misschien even goed nog om te vermelden aan nieuwe commissieleden is dat de antwoorden van het college komen die opgestuurd zijn allemaal. Uiteraard met wel gewaardeerde voorbereiding vanuit onze ambtelijke organisatie, maar het zijn de antwoorden van het college. Wij zullen nooit antwoorden van de ambtenaar hier in deze stukken zien, schriftelijke vragen. Er staat ook in dat de Pagina 20 van 28 programmabegroting ook behelst als beleidsdocument, de begroting die door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Wat ik in al mijn jaren heb geleerd, zeker met het grote aantal moties wat bij een programmabegroting wordt ingediend, dat ieder onderwerp onder de programma begroting hangt. En dat de beleidsdoelen van de programmabegroting heel breed zijn waar je van alles onder kan verzinnen en onder kan hangen. Wij hebben als college niet het idee dat er maatschappelijke initiatieven buiten de boot vallen , tenzij iemand het maatschappelijk initiatief heeft om met gemeenschapsgeld van Ridderkerk en de buurgemeenten wat te ontplooien, dan is de kans erg klein dat dat gehonoreerd wordt. Maar als het in Ridderkerk is en het voldoet aan de beleidsdoelstelling en het past binnen zo’n programmabegroting, beleidsdoelstelling, dan moet het passend zijn. Wij achten de kans heel klein dat er iemand buiten de boot valt.

We werken wel met een subsidieplafond volgens de Algemene subsidieverordening die de gemeenteraad vaststelt. Als het plafond is bereikt, dan is het geld ook op. Het woord plafond zegt het al en dan zal het jaar daarop moeten worden gekeken of er ruimte is. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Os. Mijnheer Latupeirissa, CDA, had u nog een vervolgvraag? De heer Latupeirissa: Nee, dank u wel. De voorzitter: Dat is niet het geval. Mevrouw Vergunst, ChristenUnie. Ga uw gang, stapelende vraag. Mevrouw Vergunst: Zeker. Dat gaat ook over deze alinea, want expliciet wordt er nu ten opzichte van de vorige verordening gezet, het wordt alleen verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan gemeentelijke beleidsdoelstellingen of de programmabegroting. De wethouder geeft nu aan, eigenlijk valt alles daaronder. Ik zou niet weten wat niet. Waarom is er dan voor gekozen om dit expliciet op te nemen als dit eigenlijk feitelijk niets verandert? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Als feitelijk niets verandert, kan het ook niet kwaad dat we het opnemen, denk ik dan maar weer aan de andere kant. Het is ook duidelijk, maar in de programmabegroting kunnen ook dingen staan wat we niet willen als gemeenschap. Er staan misschien zaken in wat we niet prettig vinden en dat is dan ook een beleidsdoel en daar kan dan ook aan getoetst worden.

De voorzitter: Mevrouw Vergunst, is uw stapelende vraag daarmee voldoende beantwoord? Mevrouw Vergunst: Niet helemaal. De voorzitter: Niet helemaal. Ga uw gang. Mevrouw Vergunst: Hij lokt een andere uit, laat ik het zo zeggen. Eerst wordt er gezegd in het antwoord op het CDA van, in feite valt er niks buiten de boot. Nu zegt u, stel dat we bepaalde dingen niet willen, dan gaan we die ook niet subsidiëren. Dus is het wel denk ik dan een beperkende voorwaarde geworden, gelinkt aan de programmabegroting. Begrijp ik hem zo goed dat het wel een beperking is in plaats van dat alles eigenlijk erbij mag horen? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Voorzitter, als dat zo gesteld wordt, dan klopt dat inderdaad. Als de gemeenteraad de programmabegroting vaststelt waar iets in staat wat ze niet willen, dan zullen we daar ook een subsidie voor Pagina 21 van 28 verstrekken als daar een aanvraag toe komt. Ik kan geen voorbeeld bedenken, mocht dat een vervolgvraag zijn. Wellicht ben ik u daarmee voor, maar dat klopt. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vergunst van de ChristenUnie. Dan gaan we naar de ene vraag van mijnheer Kardol, SGP. Ga uw gang. De heer Kardol: Dank, voorzitter.

De voorgestelde subsidieverordening geeft het college straks een zeer ruime bevoegdheidsgrondslag om subsidies tot vier jaar te verlenen, zonder in de verordening zelf onderscheid te maken naar subsidiebedrag en type activiteit, de aard van de subsidie en financiële omvang of positie van de subsidieontvanger. Die begrenzing die wordt dan volledig doorgeschoven naar de eventuele subsidieregeling. Feitelijk kan bij elk bedrag gekozen worden om een subsidie tot vier jaar t e verlengen, terwijl je in het land juist ziet dat het vaak pas structureel is als we het hebben over bedragen van tenminste 100 duizend per jaar. Wij hebben daar vraagtekens bij in hoeverre het nu wel wenselijk is wat nu wordt voorgesteld en je in de verordening toch niet gewoon bedragen moet opnemen? De voorzitter: U maakt het wel moeilijk met feitelijke en technische vragen of het wel of niet wenselijk is. Kan u uw vraag nog één keer concreet een technische vraag stellen en niet aan de hand van een mening? De heer Kardol: Ik zal het proberen, voorzitter. Kan de wethouder aangeven waarom gewoon feitelijk is losgelaten in het voorstel geen enkel bedrag op te nemen? Niet vanaf 10 duizend of vanaf 50 duizend of vanaf 100 duizend. Neem ons mee in die afweging? De voorzitter: Wethouder Van Os.

De heer Van Os: Dan wil ik hem ook graag wat duidelijker krijgen, want er staan wel degelijk bedragen in genoemd voor wat er verlangd wordt. Daarnaast is artikel 5 van de verordening van belang, namelijk het instellen van het subsidieplafond waarmee de gemeenteraad gewoon zegt van , dit is het maximale bedrag wat wij aan subsidies voor bepaalde, ik noem het maar even, beleidsterreinen willen verstrekken. Dat staat in de programmabegroting, die wordt vastgesteld door de gemeenteraad en dat is het plafond. H et is geen blanco cheque wat aan het college wordt gegeven in deze. Wij hebben gewoon binnen de kaders van de programmabegroting te acteren en die wordt door de gemeenteraad vastgesteld. De voorzitter: Mijnheer Kardol, SGP, heeft u een vervolgvraag? Dat is niet het geval. Dan gaan we door naar mevrouw Vergunst van de ChristenUnie. U had twee vragen, hoeveel zijn het er nog? Mevrouw Vergunst: Nog eentje. De voorzitter: Ga uw gang. Mevrouw Vergunst: Dat gaat over onze eerste vraag, over het woord, bij twijfel. Hier stond ook een stukje over in de vraag van de SGP. Is het niet wenselijk om dit woord bij twijfel in nadere regelgeving, hoe het verder uit te werken? Omdat bij twijfel voor ondernemers een heel grote onzekerheid kan zijn.

Want is een melding van mij over mijn buurman, is dat twijfel? Twijfel is naar mijn inzicht een vaag begrip in een verordening, zou dit niet beter specifieker uitgewerkt moeten worden ? De voorzitter: Wethouder Van Os. Pagina 22 van 28 De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. De vraag hebben we inderdaad gekregen en ik snap ook wat mevrouw Vergunst hierbij aangeeft. Twijfel, maar dat gaat echt om signalen. We gaan uit van vertrouwen. De subsidieontvanger doet iets moois voor de maatschappij met de ontvangen gelden die zij krijgen. D an gaat het uit van vertrouwen dat dat doelmatig en goed besteed wordt. Mochten we nu signalen krijgen of zelf twijfel hebben door waarnemingen dat er wellicht andere dingen mee gedaan worden dan waar de subsidie voor is bedoeld, dan is dit artikel van toepassing en kunnen we daarop acteren. Het college, ikzelf heb ook even geen ander woord of definitie zonder het heel concreet te maken. Als je het heel concreet maakt, sluit je ook weer andere dingen uit waar je op kan acteren bij een ontvanger. Het gaat echt om twijfel van, is dat geld nu goed besteed? Is die verantwoording die we vragen juist? Dat soort zaken, dat we door kunnen prikken. Mocht er vanuit de commissie dan wel vanuit de raad een suggestie komen die beter aansluit bij wat naar voren is gebracht, dan kijken we er graag naar als dat naar voren komt.

Maar op dit moment heb ik geen ander woord voor wat er nu staat. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Os. Zijn uw vragen daarmee voldoende beantwoord, mevrouw Vergunst? Dat is het geval. Zijn er nog overige vragen vanuit de commissie? Dat is niet het geval. Mijnheer Kardol, SGP, wilt u het onderwerp nog steeds ter debat? Ja. Hoeveel minuten zou u ervoor willen? Drie. Zijn er nog meer partijen die dit ter debat willen? Het CDA, twee. ChristenUnie, één. We stellen voor een termijn van twee minuten, in totaal een half uur. Wethouder Van Os, u wil nog iets reageren. Ga uw gang. Daarbij komt ook nog de vraag, en die ben ik inderdaad vergeten, of er nog partijen van plan zijn om met een motie of een amendement te komen? Dat weet de SGP nog niet. Dat kan altijd nog op een later moment . Wethouder Van Os. De heer Van Os: Toch, voorzitter, er zijn vragen gesteld door de SGP en het college heeft daar een suggestie gedaan voor de commissie. Die hoor ik niet naar voren komen en dat is uiteraard aan de commissie , maar ik breng hem toch even ter herinnering bij u naar voren. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Os. Ik heb vanuit de commissie er niks over gehoord. D e commissie heeft gevraagd twee minuten en een totale behandeltermijn van een half uur. Mijnheer Kardol, SGP. De heer Kardol: Dank, voorzitter.

Ik denk dat de heer Van Os doelt op het woordje onafhankelijk wat er eigenlijk niet hoort te staan. Ik dacht, we kunnen het ook gewoon laten staan, maar we kunnen ook de commissie voorstellen om de raad te adviseren dat woordje te schrappen. Bij deze. De voorzitter: De afspraak binnen de commissie is dat als er een tekstueel voorstel is tijdens een commissie, dat die schriftelijk van tevoren ingediend moet worden. Het gaat om één woord , onafhankelijk. Ik laat het aan de commissie of zij ermee eens zijn en het voorstel van de heer Kardol, SGP, steunen? Laat ik het zo zeggen, welke partij is het er niet mee eens? Alle partijen zijn daarmee akkoord, de voorgestelde wijziging van de heer Kardol zal worden doorgevoerd. Is die voor de griffie helder? Dat is het geval. Dan staat opnieuw de vraag , de twee minuten voor de eerste termijn, totale behandeltijd van een half uur, is dat eens voor iedereen? Dat is zo, dan is dat bij deze besloten. Dan dank ik wethouder Van Os voor uw bijdrage. 6. Wensen en bedenkingen oprichting Stichting Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio's (VRR) De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 6. Dan vraag ik burgemeester Oosterwijk naar voren en vanuit ambtelijke zijde zal mevrouw Akerboom de burgemeester ondersteunen. Agendapunt 6 gaat over de wensen en bedenkingen van de oprichting Stichting Knooppunt Coördinatie Rijk en Regio VRR.

Een samenvatting is, sinds 2021 werken de Veiligheidsregio's en het ministerie van Justitie en Veiligheid samen aan Pagina 23 van 28 het Knooppunt Coördinatie Rijk en Regio voor landelijke operationele informatie- en crisiscoördinatie. De 25 Veiligheidsregio's en het ministerie willen de zogenoemde KCR2 onderbrengen in een stichting. De raad kan voor de oprichting van een stichting wensen en bedenkingen meegeven. Het college stelt voor geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Burgemeester Oosterwijk gaf net aan dat de ambtelijke ondersteuning, mevrouw Akerboom, niet aanwezig is. Burgemeester, aan u het woord voor een korte toelichting. Burgemeester Oosterwijk: Dank u wel. Voorzitter, ik denk dat op zich het voorstel heel veel duidelijk maakt, zelfs alle afkortingen eens even uiteenzet en dat zijn er niet weinig. Dit onderwerp is eigenlijk , je zou kunnen zeggen, een wat meer technisch onderwerp. Waarbij het vooral de bedoeling is een rechtspersoon op te richten op een laagdrempelige manier, zodanig dat in die rechtspersoon ook niet alleen medewerkers kunnen worden ondergebracht voor taken die nu al worden uitgevoerd, maar daar ook een governance op kan plaatsvinden, zodat er een toezicht op kan worden uitgeoefend.

D at diende volgens mij een redelijk doel, maar het is aan uw raad om daar ook de wensen en bedenkingen en het ontbreken daarvan vanuit het college gesuggereerd ook te beoordelen. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester Oosterwijk. Bedankt aan de partijen die vooraf schriftelijke vragen hebben gesteld. De eerste vraag aan de commissie is, het staat nu ter vaststelling, is de commissie daarmee akkoord? Dat is het geval. Dan mag er ook meningsvorming plaatsvinden. Zijn er vragen vanuit de commissie aan de burgemeester? Eén en u bent de enige. Mijnheer Latupeirissa van het CDA, ga uw gang. De heer Latupeirissa: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag gaat over het volgende. KCR2 wordt weliswaar vanuit Rijksmiddelen gefinancierd, heb ik gelezen, maar betekent de deelname van de VV R ook dat zij operationele capaciteiten, medewerkers of expertise beschikbaar moeten stellen? Als dat zo is, hoeveel en ten koste van welke bestaande inzet gebeurt dat? In het hoofd heb ik nog steeds de presentatie van de directeur van de VRR laatst, Arjen Littooij, die aangaf dat de operationele capaciteit inmiddels een ondergrens heeft bereikt. Dat is de aard van mijn vraag. De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk. Burgemeester Oosterwijk: Goede vraag, helder en duidelijk.

Ik denk dat je het zo eigenlijk zou moeten bezien dat er momenteel al werkzaamheden plaatsvinden om juist die coördinatie, als het daarmee samenhangt, ook te laten plaatsvinden in casuïstiek, zoals het ook in het voorstel naar voren komt. Dat gaat met zoveel woorden niet veranderen, er wordt ook geen extra inzet vanuit de Veiligheidsregio met zoveel woorden beoogd. Het is puur het regelen van een juridische entiteit die ook het werkgeverschap en ook tegelijkertijd het toezicht mogelijk maakt. Ja, er wordt vanuit het ministerie al geleverd, ja, er wordt vanuit de Veiligheidsregio's al geleverd, maar dat gaat als zodanig niet veranderen door dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel, burgemeester Oosterwijk. Mijnheer Latupeirissa, CDA, is uw vraag daarmee voldoende beantwoord? De heer Latupeirissa: Ja, lijkt me een helder antwoord. Dank u wel. De voorzitter: Zijn er nog vragen vanuit de commissie? Dat is niet het geval. Is iedereen het ermee eens dat het nog steeds ter vaststelling gaat? Dat is ook het geval, bij deze besloten. En dan dank ik burgemeester Oosterwijk voor zijn aanwezigheid. Pagina 24 van 28 7. Vaststellen wijziging omgevingsplan Ridderkerk: Geur en Trillingen De voorzitter: Gaan we door naar agendapunt 7, het vaststellen wijziging omgevingsplan Ridderkerk en het gaat over geur en trillingen. Portefeuillehouder voor de eerste keer, wethouder Ros.

Hij wordt vanuit ambtelijke zijde ondersteund door mevrouw Van Kruijssen en de heer Kase. Van har te welkom. De korte samenvatting van het voorstel. In het omgevingsplan staan de regels voor de fysieke leefomgeving en vroeger stond dit in de bestemmingsplannen per gebied. De regels zijn op elkaar en het beleid afgestemd . Het college stelt de raad voor de regels op te nemen in het omgevingsplan. Het doel van deze omgevingsplanwijziging voor geur en trillingen is het zorgen voor een gezonde leefomgeving. De regels moeten zorgen voor een aanvaardbaar hinderniveau. Vanuit de commissie zijn er al vooraf schriftelijke vragen gesteld , daarvoor dank. Allereerst geef ik voor de eerste keer het woord voor een toelichting aan wethouder Ros. Ga u w gang. En excuus, wethouder Ros heeft mij van tevoren gevraagd of die iets langer een toelichting mag geven , want hij wil ook voor de nieuwe commissie- en raadsleden iets meer vertellen over de Omgevingswet. Dat kan ik alleen maar toejuichen. Ga uw gang, wethouder Ros. De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. Door uw inleiding zal die kort blijven. Maar even heel kort, de Omgevingswet is natuurlijk januari ‘24 ingevoerd. Het zijn 26 bestaande wetten die gaan over de fysieke leefomgeving, bodem, ruimte, water. In 2025 heeft uw raad de omgevingsvisie vastgesteld en dat is het beleid, de ambities en de doelen voor de lange termijn.

Onderliggend aan deze visie is het omgevingsplan, dat vertaalt die beleidskaders naar deze regels. Onder andere de regels die eerder vanuit het Rijk naar de gemeente zijn overgegaan. Dat is de zogenaamde bruidsschat waarover u gelezen heeft. Dat ligt precies vandaag voor. We gaan een setje van deze regels in ons plan zetten . Die zijn beleidsarm overgezet, zoals u zelf heeft verzocht. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Ros. Allereerst de vraag aan de commissie, het plan is om ter vaststelling naar de raad te gaan, is de commissie daarmee akkoord? Dat is het geval, mag er ook meningsvorming plaatsvinden. Zijn er vragen aan de wethouder vanuit de commissie? Mijnheer Kardol, hoeveel? Twee. Dat zijn de enige twee. Mijnheer Kardol, ga uw gang. De heer Kardol: Dank, voorzitter. Bedankt voor de beantwoording van onze schriftelijke vragen. Daarin is natuurlijk ook gezegd dat bij een volgende wijziging ook regels worden overgezet voor de activiteit niet- industriële voedselbereiding en voedingsmiddelenindustrie. En dat op dit moment wordt onderzocht of hier nog aanvullende regels mogelijk zijn die mogelijk ook de overlast bij bijvoorbeeld DeliBarn kunnen verminderen. Dan heb ik twee vragen. Wanneer is het onderzoek naar verwachting afgerond? De tweede, wanneer worden deze regels dan ook vervolgens toegevoegd aan het omgevingsplan? Dank u .

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kardol. Wethouder Ros. De heer Ros: Voorzitter, voor ik de technische vraag even doorgeef, die regels worden nu in voorbereiding gebracht, die zullen naar verwachting medio volgend jaar naar de raad komen. Misschien kan je op de eerste vraag antwoorden? De voorzitter: Mevrouw Van Kruijssen. Ambtelijke ondersteuning: Kunt u de eerste vraag nog eens voor mij herhalen? De voorzitter: Mijnheer Kardol, SGP. Pagina 25 van 28 De heer Kardol: De eerste vraag was, wanneer is het onderzoek naar verwachting afgerond? De tweede, wanneer worden deze regels dan vervolgens ook toegevoegd aan het omgevingsplan? De voorzitter: Toch mijnheer Kase, ga uw gang. Ambtelijke ondersteuning: Dank u, voorzitter. Het onderzoek hangt ook wel samen met DeliBarn natuurlijk, maar ook met de wijziging van het omgevingsplan. DCMR is op dit moment ook onderzoek aan het uitvoeren bij dat bedrijf, dat is echt even locatie specifiek. Het kan zijn dat dat leidt tot nieuwe regels in het omgevingsplan en dan nemen we dat mee bij de wijziging van mbh’s die eraan zitten te komen. Dat is ergens in de loop van volgend jaar. Het onderzoek kan maken dat we dan de wijziging voor mbh’s ook gaan aanpassen daarop. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kase. Mijnheer Kardol, SGP, zijn uw vragen daarmee voldoende beantwoord? Ik zie u ja-knikken.

Zijn er nog overige vragen vanuit de commissie? Dat is niet het geval. De inzet is ter vaststelling, is de commissie het er nog steeds mee eens? Dat is ook het geval. Dan gaat het ter vaststelling richting de raad. Dan wil ik de beide ambtenaren, mevrouw Van Kruijssen en de heer Kase bedanken. En de heer Ros voor zijn eerste keer in de commissie, ook hartelijk bedankt. 8. Mandaatbesluit mer-beoordeling Omgevingswet De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 8, mandaatbesluit mer-beoordeling Omgevingswet. Portefeuillehouder wethouder Van Os schuift aan en vanuit ambtelijke zijde is het mevrouw Van Kruijssen. Van harte welkom. De samenvatting. Bij de beoordeling van het besluit over de ruimte in de gemeente worden ook de gevolgen voor het milieu beoordeeld. Als het oordeel is dat deze groot zijn, moet er een milieueffectrapportage, kortweg MER, worden opgesteld. Omdat de gemeenteraad de omgevingsvisie en het omgevingsplan vaststelt, is alleen de raad bevoegd om bij elke wijziging een beoordeling te doen. Bij mandaat van deze bevoegdheid aan het college, kan het college onder voorwaarde deze beoordeling uitvoeren in naam van de raad. Dit sluit aan bij de taak van het college om besluiten van de raad voor te bereiden. Het college stelt de raad voor om voor deze bevoegdheid het college een mandaat te verlenen. Vooraf zijn er ook schriftelijke vragen gesteld en beantwoord.

Daarvoor dank. Wethouder Van Os, aan u het woord voor een korte toelichting. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Dit betreft echt de beoordeling of een milieueffectrapportage nodig is bij een initiatiefproject. Dat wordt gemandateerd aan het college als dit besluit wordt aangenomen en daardoor zorgen we ervoor dat iets niet drie maanden of langer kan duren, omdat de raad die beoordeling moet doen of iets milieu, of de MER-procedure noodzakelijk is. Als een MER-procedure gewoon conform Omgevingswet, bijlage 5 is dat volgens mij van de omgevingsrichtlijnen, MER-plichtig is, dan gaat het college er uiteraard een besluit over nemen. Als het mandaat wordt gegeven, zal er uitvoering worden aan gegeven en dan komt de MER-rapportage ook naar de raad toe. Alleen zo verspoedigen we het proces door dit mandaatbesluit te nemen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Os. De inzet is ter vaststelling. Is de commissie akkoord ? Dat is geval. Zijn er vragen vanuit de commissie? Eentje. Mijnheer Groen, Echt voor Ridderkerk. Eén vraag? Ga uw gang. Pagina 26 van 28 De heer Groen: Dank u wel, voorzitter. Eén vraag. Kan het college toezeggen dat de gemeenteraad ondanks de mandatering van de MER-beoordeling tijdig wordt geïnformeerd over besluiten, afwegingen en mogelijke milieugevolgen, zodat de raad zijn controlerende rol kan blijven vervullen ? De voorzitter: Wethouder Van Os.

De heer Van Os: Voorzitter, wat ik in de inleiding heb aan proberen te geven, is dat het nu sec over de beoordeling gaat of zo’n MER-procedure nodig is. Als er een MER-procedure nodig is, en dat is gewoon op richtlijn. Als we een nieuw industrieterrein gaan aanleggen, zegt bijlage 5 van die richtlijn gewoon , MER- procedure doen, punt. Als je een veehouderij in Ridderkerk gaat beginnen, MER-procedure. Dat zal niet snel aan de orde zijn meer verwacht ik hier in het dorp, maar het zou kunnen theoretisch. Dan moeten we dat doen, dan wordt dat gemandateerd en dan komt daar een MER-beoordeling uit, rapportage en daar wordt de raad over geïnformeerd. Als een MER niet noodzakelijk is, dan laten we dat de raad ook weten. Er komen hier BOPA’s voorbij waar dan in staat ergens in de kanttekening of op een ander segment dat een MER -procedure niet noodzakelijk is. De raad wordt altijd geïnformeerd als die niet noodzakelijk is. Als die wel noodzakelijk is, ligt die beoordeling bij het college en gaan we daar akkoord mee dat dat moet gebeuren zo ’n plan-MER. Als die plan-MER is opgesteld, komt die altijd nog naar de raad. De raad wordt ten alle tijd geïnformeerd of die wel of niet nodig is. En de uitkomst, als die nodig is, gaat altijd naar de raad. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Os. Mijnheer Groen, heeft u nog een vervolgvraag? Dat is niet het geval.

Zijn er nog andere vragen vanuit de commissie? Dat is niet het geval. De inzet is nog steeds ter vaststelling, is de commissie daarmee akkoord? Mijnheer Hulhoven, CDA. De heer Hulhoven: Heel even ter verduidelijking, hij staat nog ter vaststelling, je mag ook meningsvorming doen? De voorzitter: Dat mag, mijnheer Hulhoven. Gaat uw gang. De heer Hulhoven: Dan was mijn vraag eigenlijk nog stapelend op de vorige vraag. Kan een beslissing van het college over het niet doen van een MER-onderzoek multi-interpretabel zijn? Oftewel, kan zo'n onderzoek dan toch nog gedaan moeten worden, terwijl het college heeft gezegd, het is niet nodig? De voorzitter: Dit is gewoon een technische vraag, dat mag. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ik ga ervan uit, als het college … Nogmaals, ik heb hier bijlage 5 van het omgevingsbesluit voor mij en dat is echt een ellenlange lijst. Zoek hem eens op en zie maar eens hoe breed dat gaat met betrekking tot wanneer de MER noodzakelijk is. Als het college daar een inschattingsfout maakt, dan ga ik ervan uit dat we daar, mocht de omgeving dat vinden, de provincie misschien daar iets van vinden, dat we daar echt wel op onze vingers getikt worden. Die mogelijkheid zal altijd blijven bestaan, verwacht ik.

Inderdaad, het klopt helemaal dat mocht de gemeenteraad tot de conclusie komen dat we een plan -MER-beoordeling nalatig hebben gedaan als college, dan mag de raad daar ook wat van vinden bij het uiteindelijke besluit wat hier voorligt. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Os. Is uw vraag daarmee voldoende beantwoord, mijnheer Hulhoven? De heer Hulhoven: Ja hoor, dank u. Pagina 27 van 28 De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hulhoven, van het CDA. Is de commissie het nog steeds eens dat de inzet ter vaststelling is? Dat is het geval en dan gaat het ter vaststelling naar de raad. Dan wil ik wethouder Van Os en mevrouw Van Kruijssen hartelijk bedanken. 9. Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 9, ter kennisneming: raadsinformatiebrieven. De commissie heeft een lijst van raadsinformatie brieven gehad. Die staan ook allemaal bij agendapunt 9. I s er een commissielid die een raadsinformatiebrief wil agenderen voor een eerstvolgende co mmissievergadering? Dat is niet het geval. 10. Ter afdoening: motie/toezegging De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 10, ter afdoening: motie en toezegging. Het college heeft een toezegging en een motie uitgevoerd en beschouwt deze als afgedaan.

Als eerste, zijn er fracties die bezwaar hebben tegen de afdoening van motie 153, inzicht in drugsgebruik? Is dat het geval? Dan is deze bij deze afgedaan. Als tweede, zijn er fracties die bezwaar hebben tegen de afdoening van raad stoezegging ID- 3844, OV-laadpunten en RET? Is er iemand van de commissie van mening dat het niet is afgedaan? Dat is niet het geval, dan zijn ze beide afgedaan. 11. Mededelingen gemeenschappelijke regelingen De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 11, mededelingen gemeenschappelijke regelingen. Mijnheer Knape van de ChristenUnie heeft mij vooraf laten weten een korte mededeling te hebben vanuit de Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde. Mijnheer Knape, ChristenUnie, ga uw gang. De heer Knape: Voorzitter, dank. Ik ben van plan om met enige regelmaat, als daar aanleiding toe is, vanuit het AB hier wat te vertellen in de commissie. De heer Ros heeft mij gevraagd om daarbij te be noemen dat hij ditzelfde zal doen vanuit het DB wanneer daar aanleiding toe is. Binnen het NRIJ wordt op dit moment hard gewerkt aan het versterken van de bestuurlijke financiële grip. Daarbij gaat het onder andere om de samenwerking met Staatsbosbeheer en de financiële transparantie en de verdere ontwikkeling van een toekomstbestendig NRIJ.

In dat kader is het goed om te vermelden dat het AB gisteravond de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer heeft vastgesteld en daarmee is een positieve stap gezet richting een toekomstbestendig NRIJ. De lijn van deze overeenkomst is dat het NRIJ nadrukkelijker als opdrachtgever kan sturen op welke dienstverlening er wordt afgenomen en tegen welke kosten en binnen welke bestuurlijke kaders. De financiële opgave die er ligt binnen het NRIJ blijft een grote opgave, maar door de nieuwe overeenkomst komt het AB en daarmee ook de raden beter in positie om te sturen richting een daadwerkelijk toekomstbestendig NRIJ. Gisterenavond is daarnaast naar aanleiding van een vraag die vanuit Ridderkerk gesteld is door de voorzitter van het AB aangegeven dat er toegewerkt wordt naar een informatieve bijeenkomst in 2027 waar alle aangesloten raden voor uitgenodigd zullen worden. De voorzitter: Mijnheer Knape, ChristenUnie, hartelijk bedankt voor uw toelichting. Zijn er vragen aan de heer Knape? Dat is niet het geval. Zijn er nog leden die overige mededeling en hebben uit andere gemeenschappelijke regelingen? Dat is ook niet het geval. Pagina 28 van 28 12. Mededelingen college De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 12, mededelingen college. Zijn er vanuit het college mededelingen? Wethouder Van Os, ga uw gang.

De heer Van Os: Voorzitter, de commissie is weer even geleden, ik had eigenlijk bij het vorige agendapunt nog even mijn hand op moeten steken. Maar dan in de rebound bij mededelingen college. We gaan op Nieuw Reijerwaard als college zoeken of er een bedrijf is die de raad graag wil ontvangen. Daar staat iets over in de besluitenlijst, alleen dat zal breder zijn dan arbeidsmigranten. We gaan kijken of er gewoon een heel mooi groot bedrijf is die dat segment, maar ook laat zien wat ze allemaal op Nieuw Reijerwaard doen. Daar komen wij op terug bij de griffie. De voorzitter: Dank u wel. Nog meer mededelingen vanuit het college? Dat is niet het geval. 13. Rondvraag leden De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 13, rondvraag leden. Hebben leden nog vragen aan elkaar? Dat is niet het geval. 14. Ter kennisneming: overige stukken De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 14, ter kennisneming: overige stukken. Er zijn een drietal overige stukken binnengekomen, namelijk de nieuwsbrief van Ondernemend Ridderkerk. Zijn daar nog vragen over of willen commissieleden die nog bespreken? Dat is ook niet het geval. 15. Sluiting De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 15 en dat is een makkelijke, namelijk de sluiting. Ik wil de commissie hartelijk bedanken voor vanavond en ik wens u nog een hele fijne avond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1450/documents/43689