2026-07-01-verslag-commissie-samen-leven-en-samen-wonen-ridderkerk
Tekst van het document
Pagina 1 van 22 Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven en Samen wonen Ridderkerk 1 juli 2026 1. Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Goedenavond, ik open de vergadering van deze gecombineerde commissie Samen leven, Samen wonen van woensdag 1 juli 2026. Ik heet de commissieleden, de leden van het college, de De heer van Vugt , de aanwezigen op de publieke tribune en de mensen die thuis meekijken van harte welkom. Deze vergadering staat in het teken van voorbereiding op de raadsvergadering van 9 juli. Vanavond bespreken we vooral de financiële stukken. Een bijzonder welkom aan de heer Van Vugt van Deloitte Accountants en zijn collega's. De heer Van Vugt is aanwezig voor de toelichting op het accountantsverslag bij de jaarstukk en 2025. Ik constateer dat alle fracties aanwezig zijn vanavond. Dan kan de commissie instemmen met de agenda die voorligt? Dat is het geval, dan is de agenda vastgesteld. 2. Spreekrecht De voorzitter: Agendapunt 2, spreekrecht. Er hebben vanavond geen mensen aangemeld voor in te spreken. 3. Toelichting accountant op zijn Accountantsverslag jaarstukken 2025 De voorzitter: Komen we bij agendapunt 3, toelichting accountant op zijn accountsverslag jaarstukken 2025. Ik zou graag de heer Van Vugt naar voren willen vragen. De accountant heeft de door het college opgestelde jaarstukken gecontroleerd en daarover een verslag uitgebracht.
Het doel van dit agendapunt is dat de commissie een toelichting krijgt op de belangrijkste bevindingen uit het accountantsverslag. Ook is er gelegenheid voor technische en verduidelijkingsvragen aan de accountant. Ik geef zo eerst het woord aan de heer Van Vugt voor zijn toelichting. Mijn voorstel is om na de toelichting de vragen te gaan stellen, zodat ik kan inventariseren hoeveel vragen er per fractie zijn. Mijnheer Van Vugt, wilt u een toelichting geven? Accountant heer van Vugt: Voorzitter, dank u wel voor de uitnodiging om ook vanavond de accountantscontrole op de jaarrekening 2025 met u te bespreken. Wat een beetje bijzonder is , dat is dat de controleverklaring, en die is ook goedkeurend, dat is ook tegelijkertijd de belangrijkste boodschap van vanavond, de goedkeurende controleverklaring, dat ik die vandaag heb afgegeven. Dat ik hem zelfs, en dat gebeurt helemaal weinig, bij me heb. Bij deze reik ik hem ook over aan de commissievoorzitter. Het is ook de laatste jaarrekening van dit college, wat dat betreft staat dat vol symboliek. Toelichting op de jaarrekening en de controleverklaring. In de eerste plaats, hij is goedkeurend.
Dat betekent dat de cijfers in deze jaarstukken een getrouwe weergave, u zou kunnen zeggen, het is een goede foto van wat er financieel, baten en lasten, maar ook wat betreft bezittingen en schulden en reserves, een goede weergave is, een goede foto is van wat er in 2025 financieel in Ridderkerk is gebeurd. Wij hebben deze controle uitgevoerd met een goedkeuringstolerantie van 2 procent. Dat is ook de wettelijke norm. Die is overigens wel aangepast in 2025, die was voorheen 1 procent, maar door regelgeving is dat percentage verhoogd. Ook de grondslag heeft een wat andere berekening. Maar het komt erop neer dat die goedkeuringstolerantie is nu 3,7 miljoen en dat wil zeggen dat als er een fout in uw jaarrekening zou zitten van 3,7 miljoen euro of hoger , dan zouden wij niet meer tot een goedkeurend oordeel kunnen komen. Dan is de foto in feite niet goed of onvoldoende scherp . Zoals uit het oordeel blijkt, is dat niet aan de orde. Sterker nog, wij hebben zelfs geen resterende fouten in deze jaarrekening. Die zijn ook allemaal aangepast. Het is in die zin een schone verklaring, zoals wij dat noemen. Wat is er in 2025, wil ik er even uitlichten, wat er goed gegaan is. Ik zal ook kort stilstaan bij wat Pagina 2 van 22 aandachtspunten. Dan zal ik als derde punt nog wat stilstaan bij de financiële positie van de gemeente Ridderkerk.
Tenslotte wil ik nog naar aanleiding van de controle u twee suggesties meegeven voor het komende jaar en misschien wel voor de komende raadsperiode. Allereerst, wat is positief? Wat ons betreft het meest positieve eraan is dat het controleproces echt heel plezierig is verlopen en goed is verlopen. Dat wil niet zeggen dat er niet hickups waren en af en toe moeilijke momenten in een controleproces. Maar als we dan zien wat uiteindelijk het resultaat is, maar ook hoe de samenwerking met de organisatie is, die is bij u echt enorm open. Dat valt op ten opzichte ook van anderen. Dat heb ik hier eerder gezegd , maar dat is nog steeds zo en dat blijft ook zo. Dat is echt heel fijn om te merken dat we over alle onderwerpen, ook soms dilemma's, bevindingen die we soms hebben, dat er echt een heel open gesprek plaatsvindt. Dat is heel plezierig. Het tweede wat ik wil noemen is dat de frauderisicoanalyse is intern afgerond. Dat is een belangrijk punt om ook bewustzijn rondom fraude te verhogen. Wij geven nog wel een advies om dat op een gegeven blik ook een keer met uw raad of een afvaardiging van uw raad bijvoorbeeld deze commissie een keer te bespreken, zodat u ook een idee hebt waar de organisatie mee bezig is en hoe zij ook fraudes proberen uiteraard te voorkomen met de aandacht daarvoor.
Wat ook een belangrijke stap ter verbetering is geweest, is de controle van de specifieke uitkeringen. Dat zijn de zogenaamde SiSa-bijlagen. Dat is die onleesbare tabel in de jaarrekening. Als ik u was, zou ik er ook nog niet al te veel tijd aan spenderen. Wij controleren die wel heel nauwgezet , maar dat is een lastige tabel. Dat is ook lastig om te maken. Heel veel gemeenten vinden dit heel moeilijk om te maken , omdat er heel veel verplichtingen aan zitten, heel veel regeltjes achter schuilgaan. Dat is een stuk beter gegaan dan voorgaand jaar. Vorig jaar hadden we daar best nog wel wat problemen mee. Dat is dit jaar echt beter gegaan. Is het nog op het niveau waar we uiteindelijk uit willen komen ? Dat nog niet. We gaan zeker ook wel met elkaar in gesprek om die laatste stappen op dit proces ook met elkaar te zetten. Maar de opgaande lijn is duidelijk te zien. Dan de aandachtspunten. Een aandachtspunt is de samenwerking m et De BedrijfsvoeringsPartner om die samenwerking op een aantal punten nog verder aan te scherpen. E r zitten hier en daar nog wel wat onduidelijkheden over wie nu precies waar over gaat, wie waar informatie verzamelt en archiveert? Dat vraagt nog wel om aandacht om op dat soort punten de afspraken nog verder aan te scherpen en ook de toepassing daarvan. Daar gaan we zeker ook mee in gesprek om dat komend jaar verder te realiseren.
ICT, in ons rapport ziet u daar ook een opmerking over. Het is een beetje een lastig onderwerp , ICT, omdat de eisen die eraan worden gesteld die zijn hoog. Het is ook zo dat die eisen iedere keer toenemen. We hebben nu bijvoorbeeld weer NIS2 wat eraan zit te komen. Dat is weer regelgeving overigens vanuit Europa vertaald naar de Nederlandse omgeving. Regelgeving die weer nadere eisen stelt rondom bijvoorbeeld het voorkomen van cyberaanvallen. Daar moet ook weer verantwoording over worden afgelegd door uw organisatie over het toepassen van die veiligheidsmaatregelen. Zo zie je dat de eisen die worden gesteld aan die digitale omgeving heel hoog zijn. Wij kunnen op dit moment nog niet 24 uur per dag, zeven dagen in de week, alle dagen van het jaar volledig steunen op die veiligheidsmaatregelen. Want dan moeten wij zeker weten dat er nooit eens iemand is die een geitenpaadje kan wandelen om via de achterdeur ergens een keer naar binnen te komen en bijvoorbeeld een factuur te autoriseren, terwijl die daar helemaal niet toe bevoegd is. Dat is best een hele strakke eis. Dat kunnen we nog niet, daar kunnen we nog niet op steunen. Is dat voor de controle erg? Nee, want we hebben voldoende andere controlemaatregelen wel om op te steunen. Die passen we dan ook toe.
Maar je wil elkaar natuurlijk ook scherp houden om deze eisen op een gegeven moment wel met elkaar te realiseren, zodat je nog meer ook op de digitale systemen en de veiligheid in die systemen kan gaan steunen. Sociaal domein. Bij het sociaal domein, dat is natuurlijk een hele grote post in uw jaarstukken. Vooral jeugd en de Wmo heeft ook landelijk heel veel aandacht. Wat we daar nog wel zien, is dat we bij elkaar ongeveer voor een bedrag van 1,2 miljoen euro aan onzekerheden hebben . Om precies te zijn, het is ongeveer 4 ton onzekerheden in de Wmo en ongeveer 5 ton onzekerheden in de jeugdzorg. Daarnaast zijn er nog voor een bedrag van 340 duizend euro, 3 ton aan onzekerheden die bij de GRJR vandaan komen. Wat zijn dit voor onzekerheden? Dat zijn onzekerheden dat er kosten zijn gemaakt voor jeugdzorg en W mo, Pagina 3 van 22 maar daar kunnen we niet van vaststellen en is ook niet van vastgesteld dat die prestatie ook is geleverd . Daar is een heel ingewikkeld proces voor om dat wel te doen. Dat zijn de zogenaamde productieverantwoordingen van zorgaanbieders die er dan moeten zijn op tijd. Daar zit vaak de tekortkoming dat die productieverantwoordingen waaruit blijkt dat die prestatie aan inwoners van Ridderkerk ook daadwerkelijk is geleverd te laat zijn of ontbreken. Dan blijf je met een onzekerheid zitten.
Waarom hebben we er nu wat meer aandacht aan besteed? Omdat die onzekerheid ten opzichte van voorgaand jaar wel wat oploopt . Hij is niet zorgwekkend. Als ik het vergelijk met andere gemeenten, dan is het niet zo dat ik denk, Ridderkerk valt op in negatieve zin. Maar het is wel zo dat u vorig jaar een stuk lager zat en dat het nu wat is toegenomen. D at willen we natuurlijk voor komend jaar met elkaar weer doorbreken, zodat die onzekerheid weer naar beneden gaat. Daarom hebben we daar voor de organisatie extra aandacht voor gevraagd om die onzekerheden verder weg te nemen. De rechtmatigheidsverantwoording heeft u wellicht ook gelezen? Daar legt het college verantwoording af in hoeverre de financiële wetten en regels zijn nageleefd. E en van de belangrijkste regels dat is natuurlijk de begrotingsspelregels tussen u als raad en het college. Hoe ga je om met het budgetrecht van de gemeenteraad? Daar wordt verantwoording onder andere over afgelegd . Wat daarin opvalt is, of waar verantwoording over wordt afgelegd, is dat er aan begrotingsonrechtmatigheden 7,1 miljoen euro wordt gerapporteerd. Die hebben wij ook gecontroleerd, dat bedrag klopt. Dat zijn bedragen waar het budgetrecht van de raad niet is nageleefd of niet kon worden nageleefd. Ik zeg heel nadrukkelijk ook dat laatste .
Want u moet zich voorstellen, stel dat er op 20 december iemand een bijstandsuitkering vraagt en het budget voor de bijstand is op, dan kunt u niet tegen de inwoner van de gemeente Ridderkerk zeggen van, jammer , het budget is op. We moeten eerst naar de gemeenteraad om aanvullend budget te vragen , komt u op 2 januari maar terug. Dat kan niet. U moet dan echt wel die wet uitvoeren, dat geld uitgeven. Maar in formele zin is daar dan geen budget voor vrijgegeven door uw raad en dat is dan een onrechtmatigheid in formele zin, omdat u die begrotingswijziging niet op tijd kon maken. Maar u zult met zijn allen begrijpen van , maar we snappen het wel dat dit gebeurt. Het is gewoon het toepassen van wetgeving en dit is daar het gevolg van . Dat heeft er dan ook toe geleid dat van die 7,1 miljoen, dat 5,2 miljoen euro door het college als acceptabel is aangemerkt. Dat wil zeggen dat er een logische verklaring voor is die ook valt binnen de spelregels die met uw raad is afgesproken, waaronder het voorbeeld van zojuist. Dat betekent dat er per saldo 1,9 miljoen aan niet acceptabele onrechtmatigheden waren, budgetafwijkingen. Die zijn voor uw raad natuurlijk het meest interessant om daar kennis van te nemen en daar eventueel in het politieke debat iets van te vinden. Daar is dit document voor bedoeld.
Mijn advies is, richt u zich vooral dan op die 1,9 miljoen als u daar iets mee zou willen doen richting het college. Wat het goede nieuws ook wel is, u bent een van de weinige gemeenten die met betrekking tot het naleven van de Europese aanbestedingsregels nul fouten hebt en dat is vrij uniek. W ij hebben intern, maar ook wij hebben geen overtreding van de aanbestedingsregels geconstateerd . Want anders had die ook in deze rechtmatigheidsverantwoording gestaan. Die staat terecht op nul. Dan iets over de financiële positie. In deze jaarrekening zien wij dat het saldo van baten en lasten 1,4 miljoen euro nadelig is. Wat wil dat zeggen? Dat wil zeggen dat uw lasten 1,4 miljoen euro hoger waren dan uw baten. Dat is op een bedrag van 188 miljoen natuurlijk niet zo heel veel. Het is wel zo dat het opvallend is ten opzichte van de landelijke trend, want je ziet hier dat de meeste gemeenten veel meer baten hebben dan lasten . Hun reserves enorm weer aan het verhogen zijn, aan het aanvullen zijn over 2025. Dat is overigens al de trend vanaf 2020 in gemeenteland. Daar wijkt u als Ridderkerk wel enigszins van af, want bij u worden juist de reserves 1,4 miljoen euro aangesproken. Uw eigen vermogen daalt met 1,4 miljoen. Overigens was dit ook begroot, daar kom ik straks nog even over, want u had in uw begroting ook al een daling van uw eigen vermogen begroo t. 1,4 miljoen nadelig.
Vervolgens is er tussentijds per saldo 9,5 miljoen euro uit de reserves gehaald. Dat is overigens ook conform besluit en van uw gemeenteraad, dat is conform de begroting, 9,5 miljoen aanwending vanuit de reserves. Dat betekent dat u uiteindelijk dan een resultaat presenteert van 8,1 miljoen positief onder de streep . Doordat de baten en de lasten 1,4 miljoen euro nadelig zijn, daalt uw eigen vermogen natuurlijk iets . Dat is waar ik ook even op wees. Pagina 4 van 22 Die gaat naar 101,5 miljoen. Hij was overigens bijna 103 miljoen vorig jaar. Dit gecombineerd met het feit dat u ook een gemeente bent die veel investeert, ga ik straks nog even iets over zeggen. En investeringen moet u bij de bank om geld te lenen. Dat betekent dat u aan de ene kant heel licht uw eigen vermogen laat dalen en aan de andere kant uw schulden toenemen, omdat u veel in wegen, straten, gebouwen, et cetera, investeert, zie je dat de kengetallen iets verslechteren. Die financiële positie neemt iets af. Evenals voorbeeld, de schuldquote dat is een verhoudingsgetal, dat is een getal dat iets zegt over de omvang van de schuld in relatie tot de baten van uw jaarrekening. Even heel simpel gezegd, een schuldquote van 100 procent wil zeggen dat de omvang van de schuld van de gemeente Ridderkerk net zo groot is als 189 miljoen euro ongeveer aan baten.
Uw schuldquote die is gestegen van vorig jaar nog 20 procent naar nu 32 procent . Dat is wel een toename van 12 procent, maar landelijk gemiddelde is het 39 procent. Daar zit u nog altijd onder . U heeft minder schuld dan het landelijke gemiddelde. De eerste kritische norm, wat een streefwaarde is, dat is geen wettelijke norm, het is een streefwaarde van de VNG, is 90 procent. Er wordt eigenlijk gezegd, zolang je schuldquote onder de 90 procent zit, zit je in de categorie goed en heb je gewoon een hele gezonde schuldpositie. Dat is ondanks die toename van uw schuld van 20 naar 32 procent is uw schuldquote nog altijd heel erg laag en heeft Ridderkerk weinig schuld. Ander kengetal is de solvabiliteit. Solvabiliteit is de verhouding tussen reserves, eigen vermogen en schuld. Simpelweg gezegd, als u een solvabiliteit heeft van 50 procent, dan wil dat zeggen dat de wegen, de straten, de gebouwen, de sportvelden, het zwembad, al die activa die u als Ridderkerk heeft voor de helft betaald is uit uw reserves en voor de andere helft door middel van leningen bij de bank. U zult begrijpen dat als de schuld toeneemt en het eigen vermogen een heel klein beetje afneemt met die 1,4 miljoen, dat die solvabiliteit natuurlijk ook iets verslechtert. Want die verhouding wordt iets minder goed tussen eigen vermogen en schulden.
Dat zie je in dat kengetal terug, want uw solvabiliteit die was vorig jaar nog 53 procent en die is nu 46 procent , die is 6 procentpunten gedaald. Landelijke gemiddelde hier is 40 procent, daar zit u boven. U hebt nog altijd meer reserves dan landelijk gemiddeld gemeenten hebben. De kritische norm is 20 procent. Dat wil zeggen, als je solvabiliteit onder de 20 procent komt, dan is er een indicatie dat je wat weinig reserves hebt, wat weinig eigen vermogen hebt om bijvoorbeeld risico's op te vangen. Daar zit u met 46 procent natuurlijk nog altijd ruim twee keer zo hoog boven. Kortom, uw financiële positie verslechtert wel wat, maar is nog altijd ook ten opzichte van andere gemeenten echt heel sterk. Dan twee punten die ik ten slotte wat meer beschouwend meegeef voor de komende, zijn suggesties ook. Als ik het hele jaar ‘25 overzie en dat ook een beetje in de context van het verleden plaatst, maar ook naar de toekomst toe, uw kadernota en het perspectief naar ’27, dan zijn er twee dingen die opvallen. Dat is in de eerste plaats de gemeente Ridderkerk is een gemeente, wat ik al even zei, die ten opzichte van andere gemeenten echt veel investeert. Investeert met name in de langdurige voorzieningen, zoals wegen, straten, riolen, gebouwen, scholen en dat soort dingen. Dat valt op. Even ter illustratie een enkel getal.
De investeringsquote dat is de omvang van de groei van wat u investeert in al die wegen, straten, pleinen en gebouwen weer afgezet ten opzichte van de baten van uw begroting. Dat is een kengetal wat het Rijk volgt. Die is voor de gemeenten landelijk om en nabij de 2 procent. Voor de gemeente Ridderkerk is die rond de 6 procent. Ik heb dat even voor de laatste vier jaar teruggekeken en u zat er eigenlijk altijd zo'n beetje twee tot drie keer ten opzichte van de landelijke norm boven. Ik ben daar blij mee, want ik heb ooit wel eens tegen u gezegd, Ridderkerk moet vooral gaan investeren en dat zie je terug in deze cijfers. U bent ook daadwerkelijk fors aan het investeren en dat zie je dan ook al terug in de toename van die schulden. D aar zit een logisch verband in. Dat is één. Die investeringsagenda ook naar de toekomst toe is best ook wel stevig . Ook in uw prognoses zie je dat de komende jaren fors geïnvesteerd blijft worden. Tegelijkertijd , en daar zit mijn, dan kom ik tot mijn aandachtspunt, zijn uw ambities misschien nog wel veel hoger dan wat u daadwerkelijk realiseert.
Dat kan misschien ook wel een beetje, en daar bent u niet uniek in, ik zeg dit bij veel gemeenten, het succes van de investeringen die u met elkaar bereikt, wordt toch een beetje overschaduwd door als je kijkt naar wat je van plan was aan ambities in de begroting en in je plannen en als je dat afzet tegen Pagina 5 van 22 wat er daadwerkelijk gebeurt, dan komt er wel een soort beeld van, we lopen op allerlei dingen achter, heel veel dingen vertragen, we realiseren lang niet alles. Bij jullie is dat bijvoorbeeld, jullie realisatie ten opzichte van je planning in 2025 op investeringen is ongeveer 62,5 procent. Dat betekent simpelweg dat je ook 37,5 procent van je investeringen doorschuift. Dat zie je ook in de jaarrekening terug. Je ziet best wel een behoorlijk bedrag, ongeveer 7 miljoen, weer doorschuiven naar 2026. Die investeringsagenda voor 2026 was al zo ambitieus met ongeveer 30 miljoen aan investeringen gepland. A an de ene kant hoop ik dat u toch ook heel blij bent met wat er wel wordt gerealiseerd. En tegelijkertijd met elkaar scherp blijft kijken op de ambities die we nu hebben, begroten we en plannen we dat nu helemaal goed? Dat is misschien wat techniek. Maar waar echt ook wel een aandachtspunt voor is, is uw ambtelijke organisatie.
Want u zult begrijpen dat als je zoveel taken erbij hebt gekregen de afgelopen jaren vanuit het Rijk met name, u heeft een hoge ambitie, met name ook in die investeringen, dan vraagt u echt ook heel veel van uw ambtelijke organisatie. Wij zien gelukkig dat in die bedrijfsvoering heel veel dingen goed gaan en zelfs beter gaan dan vorig jaar. Maar het is wel ieder jaar weer spannend. Ik hoop dat u met name ook naar die toekomst toe met de ambities die u ook deze raadsperiode ongetwijfeld heeft, en dat is ook goed, maar dat u ook wel de realisatiekracht van de organisatie steeds met elkaar wil blijven bespreken. Ik weet dat het hier al gebeurt , maar ik wil u toch ertoe oproepen om dat te blijven doen. En dan ook het realiteitsgehalte van de ambities en de planningen steeds goed vertalen naar de begroting. Als ik kijk overigens naar de gewone normale exploitatie, als ik dat even bekijk, dan zie je dat u ten opzichte van de begrote lasten 2,6 miljoen minder hebt uitgegeven dan begroot. Dat is maar 1,4 procent, dat vind ik weinig. Je zou wel kunnen zeggen dat de normale begroting, even in tegenstelling tot uw investeringsagenda, wat u daar aan taken en activiteiten en uitgaven plant, dat wordt ook eigenlijk vrijwel gerealiseerd. Want een lagere last van 2,6 miljoen dat vind ik ten opzichte van 188 miljoen beperkt.
Bij de batenkant heeft u afgelopen jaar 5,8 miljoen meer baten dan begroot . Dat is ongeveer 3 procent, 3,1 procent. Dat zit hem met name in bijvoorbeeld de hogere algemene uitkering die u heeft gekregen. Maar het zit hem ook in een stukje winstneming bij de grondexploitaties, met name van Cornelisland en Prunuslaan, dacht ik even uit mijn hoofd. Daar zitten ook wel wat incidentele meevallers in die wat hogere baten. De laatste opmerking waar ik dan een suggestie heb. Mijn eerste suggestie is, let op die ambities en die planning van de investeringen en de koppeling met de ambt elijke organisatie. Een tweede die ik u wil meegeven, u bent een gemeente die de afgelopen jaren heel veel extra geld van het R ijk, dat u dat vooral heeft ingezet in het realiseren van taken, u heeft uw financiële positie op peil gezond gehouden, maar u heeft ook de onroerendzaakbelasting relatief laag kunnen houden voor de inwoners van de gemeente Ridderkerk. Maar op dit moment bent u natuurlijk ook een gemeente die veel investeert, veel ook in de voorzieningen investeert. Het wordt voor de komende jaren, en ik begrijp dat u het kader of uw perspectief voor 2027 dat signaal ook al afgeeft, wel wat moeilijker. Ik denk dat de inkomsten van het Rijk zullen zeker niet zo enorm toenemen als de afgelopen zeven jaar, ik denk dat er daar wat meer voorzichtigheid gaat ontstaan.
Dat gecombineerd natuurlijk met het feit dat u flink aan het invester en bent in de voorzieningen. Dat brengt natuurlijk ook hogere lasten met zich mee, alleen al aan rente en afschrijving. Dat betekent dat u natuurlijk heel goed in de gaten moet houden dat u lasten en baten die bij u ongeveer rondom dat nulpunt cirkelen, net licht negatief zijn. Dat moet natuurlijk niet uit de bocht vliegen dat dat heel negatief wordt , want dan gaat u natuurlijk uw reserve financiële positie ondermijnen. Dan worden uw reserves op een gegeven moment aangetast. U kunt een stootje hebben. Het is niet zo als dat één of twee jaar gebeurt dat u gelijk in paniek moet raken. Maar ik voorspel wel dat de komende raadsperiode u met elkaar het debat gaat krijgen over die balans en het in balans houden van die lasten en die baten om ervoor te zorgen dat u niet tegen structurele tekorten gaat aanlopen. Dat is het tweede aandachtspunt wat ik u wil meegeven. Dat gaat echt in deze raadsperiode in die zin wat spannender worden dan de afgelopen periode. Dit zijn even de belangrijkste beschouwingen en bevindingen die ik naar aanleiding van de jaarrekening met u wilde delen. Pagina 6 van 22 De voorzitter: Bedankt voor uw toelichting. Zijn er nog vragen vanuit de commissie ? Dat is het geval. Hoeveel vragen heeft u? Dat was hem. Mag mijnheer Van Nes van de ChristenUnie beginnen.
De heer Van Nes: Voorzitter, ik had wel twee vragen. Ik denk, ik ben nog niet aan de beurt. Maar dank. Als accountant dan denk ik altijd van, je kijkt enerzijds terug van, is het netjes gebeurd? Anderzijds kijk je ook een beetje vooruit. In uw verantwoording hebt u al een aantal vragen van mij weggenomen die ik had, maar ik heb er nog twee over. Eigenlijk gaat dat over uw laatste opmerking over de hoeveelheid vermogen, de aantasting van je eigen vermogen, maar dat heeft ook te maken met je verdiencapaciteit. U noemde de winstnemingen in Cornelisland en de Prunuslaan, maar op een gegeven moment is Ridderkerk wel uitgebouwd. Ziet u daar risico's? Dat was de eerste. Moet ik ze allebei stellen? Dan scrol ik even door. De andere is ook een vraag over cijfers en trends. U hebt het gehad over sociaal domein en ook daar signaleerde u wat trends over onrechtmatigheden, maar ook waarschijnlijk over het uitgavenpatroon. Was te voorzien in ‘25 dat het uitgavenpatroon op sociaal domein zo uit de klauwen zou gaan lopen in de komende jaren? Dat waren mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer van Vugt: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de vragen. De eerste vraag is een hele mooie vraag, want daar hebben we in het college ook vrij uitgebreid over gesproken. U bent op een gegeven moment a ls Ridderkerk uitgebouwd, zoals u dat formuleert.
Zie je daar een risico in? Ja, daar zie ik een risico in. Alleen dat is wel een ingewikkeld risico. Staat u toe dat ik dat misschien kort toelicht? Ik probeer het eenvoudig te houden. Waar zit het grootste risico in? Dat als je uitgebouwd bent, dan heeft dat ongetwijfeld invloed op de groei van het aantal inwoners. Laat ik het even huiselijk zeggen zoals ik het ook zelf voel, je krijgt relatief minder Ridderkerkers. Nu is het zo dat de algemene uitkering, dat moet u zien als één grote taart van het Rijk. Die grote taart die wordt op een aantal criteria verdeeld onder de gemeenten . Een van de belangrijke criteria is het aantal inwoners. Als je als gemeente relatief daalt in het aantal inwoners ten opzichte van het landelijk gemiddelde van alle andere gemeenten, dan wordt jouw aandeel in de taart kleiner. Dat betekent dat je een risico loopt dat de inkomsten van het Rijk lager worden, omdat je minder groei hebt van het aantal inwoners, terwijl de buren bij wijze van spreken hard groeien. Dan krijg je minder inkomsten van het Rijk. Dat zet natuurlijk druk op het voorzieningenniveau van de gemeente in dit geval Ridderkerk. Dit is voor een aantal gemeenten, je ziet het bijvoorbeeld wel terug in de plattelandsgemeenten, in de krimpgemeente. Daar hebben we er niet zo heel veel van, maar die gemeenten krimpen.
Die niet alleen evenwichtig met het aantal inwoners groeien, maar die gewoon in het aantal inwoners dalen . Dat is eigenlijk, laat ik het maar even heel scherp zeggen, de grootste sluipmoordenaar voor je voorzieningenniveau in je gemeenschap. Het is inderdaad wel een punt om daar een visie op te hebben hoe je daarnaar kijkt . Want je kunt natuurlijk ook bewust kiezen om het inwoneraantal niet te laten groeien met het landelijk gemiddelde of gelijk te houden. Dat wil niet zeggen dat dat goed of fout is, maar het is wel goed om je natuurlijk te realiseren wat dat dan betekent in het geld wat je dan krijgt en wat dat dan wellicht betekent voor het in stand houden van je voorzieningenniveau. Ga je meer OZB vragen aan de inwoners of ga je voorzieningen stoppen? Dat zijn dan de vragen die heel concreet op je afkomen. Dat is een risico inderdaad van het feit dat je wellicht minder groei in inwoneraantal kan laten zien dan het landelijk gemiddelde. Ik hoop dat ik duidelijk ben geweest over dit toch wel complexe dingetje. De voorzitter: Dan een stapelende vraag van mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Een duidelijke uitleg. We hebben het hier vorig jaar, het jaar daarvoor volgens mij ook over gehad.
Waar ik benieuwd naar ben, u noemt het sluipmoordenaar, maar kan toelichten om wat voor bedragen het gaat? Ik snap dat het een lastige vraag is, maar is het gelijk dat je binnen tien jaar echt 10, | 20 miljo en minder krijgt of is het echt wa t u zegt een sluipmoordenaar, het is heel langzaam zal het aantal inkomsten die je | krijgt | als gem eente afn em e n? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer van Vugt: Dank u wel, voorzitter. Dat is niet goed uit te rekenen in een g etal, wan t je we et namelijk niet wat de gemiddelde groei van het aantal inwoners van het land zal zijn. Er zijn wel wat prognoses natuurlijk van het | Centraal Planbureau waarop je je zou kunnen baseren. En | dan is ook nog de omvang van de taart is natuurlijk een onzekere. De omvang is heel moeilijk te bepalen. Maar het laatste wat u zei dat is het, het is ieder jaar een paar ton iedere ke er mind er. Als dat een paar ton ieder jaar is | , maar dan is over vijf jaar praat je in één keer w el bij wij ze over een paar miljoen | . Dat bedoel ik eig enlijk een be etje met e en sluipmoordenaar, het gaat heel langzaam en e | er dat je het merkt denk je, | dat is een beet je het gevaar. Waar ik vooral voor wil waken, is als dit je keuzes zijn, dat je aan de voorkant met elkaar hierover nadenkt en dat je | h et je niet laat overvallen. Dat je denkt, nu hebben we in één keer vee l minder g eld van | het Rijk.
Nu moeten w e halsoverkop moeilijke discussies met elkaar voeren. Dan ku n je dat beter in tijden dat het goed met je gaat en dat is nu zo, over | dit soort dingen vast nadenken. H | oef je nog niet te besluiten, maar we l nadenken, zodat het je niet overvalt. Maar dat zeg ik tegelijkertijd in de context dat ik de komende vier jaar verwacht dat het financieel sow ieso wat scherp er gaat worden voor de gem e enten en zeker ook voor jullie. Ik denk dat deze raadsperiode, mijn laatste opmerking, wordt sowi eso een r aadsperiode waar de scherpte van het voorzieningenniveau in relatie tot bijvoorbeeld ook je OZB, m | aar ook zal ik maar zeggen wat je vanuit het R | ijk krijgt, die komt wel scherp er bij u langs als raad. Op de achtergrond kan deze me espelen | , als je weet dat dat zo is, dat het inwoneraantal op de langere termijn achterblijft ten opzichte van de groei van het | landelijke gemiddelde, dan weet je dat dit op de lange termijn ook op je afkomt en dat je dat met el kaar wel hebt | te bediscussiëren. De twe ede vr aag ging over s | ociaal Domein. Het is een landelijk beeld dat de kosten van het sociaal domein in 2025 hard zijn gestegen. Overig ens de jaren daarvoor steeg het niet zo hard. Dat wil ik ook wel daarbij gezegd hebben, want voordat er echt een | verkeerd beeld ontstaat.
De jaren met nam e ‘ | 22 en ‘ | 23 zag je echt een hele nadrukkelijke afvlakking van de kosten van jeugdzorg en W | mo. Maar in ’ | 25, | dat klopt, zie je een enor me stijging en dat lijkt voor ‘ | 26 zich ook te voltrekken. Dat heeft landelijk m et twe e dingen te maken. Dat is de | eerste plaats de cao in de zorgsector. U zult zich ongetwijfeld ook de inflatie herinneren van het jaar ’ | 22, ’ | 23, een | beetje ‘2 4. Die inflati e is ook in de cao's van de zorgsector verwerkt. Dat was meer dan 10 procent, dat leidt natuurlijk tot hogere tarieven. Daar zie j e een forse kostenstijging terug komen. Het tw eede is, dat we in 2025 een hel e for se toename hebben gezi en van de complexe j eugdzorg. De i ngewikke lde gevallen, noem ik het maar even. Doe ik afbreuk aan de tragiek die er vaak achter zit. Maar d | ie is toegenomen, die omvang en dat leidt ook tot een forse toename van de kosten. Dit blijft ook landelijk wel een heikel punt om met nam e die hervorm ing sagenda die een hele belangr i jke rol speelt en waar diverse gem eenten overigens ook wel heel succesvol in zijn inmiddels | , om met name jeugdzorg ook daadwerkelijk te hervormen en ook iets meer grip te krij ge n op de kosten. Overigens moet ik er we l bij zeggen, ik heb gekeken naar, loopt u als gemeente Ridderkerk nu uit de pas ten opzichte van andere gemeenten? Dat is niet zo.
De omvang van de jeugdzorgkosten per inwoner die zijn in Ridderkerk niet afwijkend ten opzichte van gemeenten die qua omvang op u lijken. De voorzitter: Mijnheer Van Nes, zijn uw vragen beantwoord | ? Dat is het geval. Dan kome n we bij mijnheer Mijnders | van het CDA voor zijn twee vragen. Pagina 7 van 22 Pagina 8 van 22 De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Twee korte vragen denk ik. De eerste gaat over pagina 22, de frauderisicoanalyse. Ik weet niet of ik het heel goed begrepen heb dat in het stuk geeft u juist aan het advies om die te gaan actualiseren. Maar ik hoor u net zeggen dat u dat juist met het … Dat die geactualiseerde versie ook gekregen heeft binnen de organisatie. Ik vroeg me af, klopt het dat die geactualiseerd is? En zo niet, wat zouden dan nu, hoe zeg je dat, de belangrijkste punten zijn om op dat punt te actualiseren? De tweede en laatste vraag die we hadden, fijn dat er ook op dit punt aandacht is voor ICT, voor cybersecurity, voor digitale veiligheid. Daar geeft u een paar adviezen. Het liefst pakken we natuurlijk alle adviezen tegelijkertijd op, maar wat is uw meest dringende advies rondom dit punt? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer van Vugt: Dank u wel, voorzitter. De frauderisicoanalyse die is inderdaad begin ‘25 opnieuw vastgesteld.
Het is inderdaad wel, dat is ons advies ook, het is wel belangrijk om dat jaarlijks te updaten. Jaarlijks scherp te blijven, want er blijven altijd, er komen altijd weer nieuwe frauderisico 's, nieuwe inzichten. Helaas ook nieuwe praktijkgevallen die we soms uit de media halen. D an is wel de vraag, hoe is dat bij ons dan geregeld? Dat is onze oproep om die frauderisicoanalyse niet bij die ene keer te laten, maar inderdaad ieder jaar te actualiseren. Onze oproep daarbij is ook vooral om op zekere momenten een keer uw commissie daarover te informeren. Ik zeg er gelijk wel bij, doet u dat alsjeblieft in een besloten omgeving. Want als u gaat vertellen waar de gemeente Ridderkerk misschien kwetsbaarheden heeft en het ligt op straat, dan is dat ook niet zo handig. Dat is altijd wel even een spannende afweging, want liever natuurlijk niks in de beslotenheid, maar hier kunnen natuurlijk wel wat risico's worden besproken die je misschien even onderling wil delen zonder dat dat gelijk buiten ligt. Dat vraagt even goede afstemming tussen de organisatie en griffie en u om die frauderisicoanalyse een keer ook met u op hoofdlijnen door te nemen. De belangrijkste risico's met betrekking tot ICT, dat zit hem toch wel echt in de scherpte op de bevoegdheden.
Wie heeft welke bevoegdheden in het systeem? Worden bevoegdheden op het juiste moment ingetrokken? Als mensen van functie wijzigen, worden de juiste bevoegdheden weer toegekend en de oude bevoegdheden bijvoorbeeld ingetrokken? Een stukje wachtwoordenbeleid en beheer, dat zijn wat ons betreft even voor het financiële pakket de belangrijkste adviezen. Naar cyber, dat is niet echt ons vak, dat is natuurlijk een soort constante scherpte op, wie kan ons van buitenaf aanvallen? We hebben het laatst weer bij de gemeente Epe gezien. Dat kan toch heel vervelend zijn als iemand u gaat gijzelen door een cyberaanval. Dat is een soort constante aandacht die je moet hebben van, hoe veilig zijn wij aan de binnenkant voor aanvallen van de buitenkant? Die drie zou ik willen meegeven. De voorzitter: Dan komen we bij mijnheer Hakemulder van Leefbaar Ridderkerk. De heer Hakemulder: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag over de beoordeling van de structurele exploitatieruimte op pagina 14. De accountant meldt dat voor 2025 de structurele exploitatieruimte 2,3 procent negatief was, terwijl deze in de jaren ervoor nog positief was. Een negatief percentage betekent dat de structurele baten niet toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. I s dit zorgelijk en heeft de accountant suggesties hoe we dit kunnen verbeteren? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt.
De heer van Vugt: Voorzitter, dank u wel ook voor deze vraag. Dit raakt de laatste oproep die ik deed . Je ziet inderdaad bij jullie die exploitatieruimte negatief worden. Ik zei al even, dat is ten opzichte van het landelijke beeld wel wat bijzonder. De meeste gemeenten hebben nog over 2025 een positieve exploitatieruimte en dat komt, omdat daar de baten hoger zijn dan de lasten. Bij u is dat in 2024, zij het voor een beperkt bedrag, 1,4 Pagina 9 van 22 miljoen, is dat wel andersom, zijn de lasten hoger dan de baten. Als je dan ook nog kijkt naar de vaste lasten en naar de vaste baten, dan zie je inderdaad bij jullie dat de vaste lasten in 2025 hoger zijn dan de vaste baten. Dat is inderdaad een trend, op zichzelf is dat voor dat ene jaar niet zo zorgelijk, bovendien was dit ook begroot, u wist dit met elkaar dat dat zo was, maar dit is wel zo'n aandachtspunt voor de komende raadsperiode, dit moet je met elkaar ombuigen. Dit is de discussie die u ongetwijfeld gaat krijgen de komende vier jaar, hoe zit het met ons voorzieningenniveau en de bijhorende lasten, met name de vaste lasten? Hoe zit het met de vaste inkomsten, vaste baten? Zijn die in een juiste balans tot elkaar? Als dat niet zo is, welke keuzes gaan wij dan maken? Dat zijn dan keuzes in voorzieningen, dan moet je of voorzieningen versoberen of stoppen.
Of je zult naar de opbrengstenkant moeten kijken en dat is dan natuurlijk de belasting , OZB-belasting bijvoorbeeld. Die gaat u ongetwijfeld de komende raadsperiode een keer met elkaar bediscussiëren van , wat wensen wij dan met elkaar welke keuzes te maken? Want dit kun je wel voor een tijdje doen, maar dit kun je niet heel lang doen. De grens is een beetje vier jaar, zo kijkt de provincie er ook naar. Als je vier jaar lang een negatieve exploitatieruimte hebt, dan gaat de provincie wel zeggen, u moet keuzes gaan maken. Ik wil niet zeggen dat u nu direct onder preventief toezicht komt, want ik heb ook gezegd, uw financiële positie is heel sterk. Maar als u vier jaar lang dit beeld laat zien, dan gaat de provincie wel vragen stellen over , hoe krijgt u dit weer op orde? Dat zal dan voor het eerst voor ‘27 zijn. Lukt dat niet voor ’27, dan gaan ze die vraag ook stellen of u dat voor 2030 dan in ieder geval op orde hebt? De voorzitter: Is uw vraag voldoende beantwoord, mijnheer Hakemulder? De heer Hakemulder: Prima. Dank u wel. De voorzitter: Komen we bij mijnheer Hamoen van de SGP. De heer Hamoen: Dank u wel, voorzitter. Moet ik even mijn vraag tevoorschijn halen. Ik had het over de rechtmatigheidsgrens. Daar gaf u aan, 7,1 miljoen waarvoor 5,2 miljoen als acceptabel gezien wordt. Dat gaat vanuit de dekking van de raad, als ik het goed begrepen heb.
Hoe kunnen we daar als raad beter op sturen dat die verlaagd wordt die 7,2 miljoen? Kan dat eventueel, als ik het goed begrepen heb, in die tussentijdse rapportages die we ontvangen, dat we dan het budget verhogen van de eventuele uitgaven als we dat zien aankomen of zie ik dat verkeerd? Als ik dat goed zie, hoe ziet u hoe vaak het gewenst is om een tussentijdse rapportage richting de raad te krijgen om dat budgetrecht in verhouding goed te krijgen? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer van Vugt: Voorzitter, dank u wel. Buitengewoon scherpe vraag. Dit is ook een onderwerp wat landelijk best wel veel discussie in zich heeft. De vraag is van, kunt u dit nog scherper ramen? Dat is dan even de vraag. Ik ben van mening dat u gezien de afwijkingen die ik net formuleerde, dat u maar 2,6 miljoen op de lasten en in zijn totaliteit, dat u op zich best scherp op die ramingen zit. Kan het niet beter? Ja, het zal ongetwijfeld hier en daar nog wel wat aangescherpt kunnen worden. Ik heb bijvoorbeeld een investering gezien die wordt eerst afgeraamd en dan later blijkt, volgens mij ging dat om de geluidsschermen als ik het even goed herinner, er toch weer een overschrijding te zijn. Dat is natuurlijk niet zo'n goed voorbeeld van op het juiste moment de budgetten in de begroting zetten. Er is zeker ruimte om dit, je kunt het altijd aanscherpen. Zeker op bepaalde onderdelen kan dat scherper.
Om het maar even heel simpel te zeggen, die 1,9 miljoen aan niet acceptabele onrechtmatigheden, begrotingsonrechtmatigheden, daar zou je eigenlijk van af willen. Als je afwijkingen hebt, dan is dat op zich nog niet zo erg als dat allemaal past binnen de spelregels die je met elkaar hebt afgesproken. Dat is die 5,2 miljoen, die valt gewoon binnen de spelregels die wel met u zijn afgesproken. Dat zijn afwijkingen die nog niet zo heel erg zijn. Maar die 1,9 miljoen, daar zou je eigenlijk van af willen. Daar kan die Pagina 10 van 22 wellicht nog een tandje scherper. Waar ik zelf niet zo'n voorstander van ben, er zijn gemeenten die dat wel doen, die maken een zogenaamde slotwijziging heel sterk. Die gaan bij wijze van spreken op 30 december als raad bij elkaar komen en ik zeg het maar een beetje ondeugend, dan maken ze de begroting kloppend met de jaarrekening. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld. Ik heb liever dat u dan afwijkingen heeft en dat het college goed uitlegt waar de afwijkingen vandaan komen. Vind ik meer recht doen aan ook de democratische rol en toezichthoudende rol die u als raad heeft, dan dat u op het laatste moment de begroting kloppend maakt. Want dan komt het een beetje over als boekhouden, een hele technische discussie, terwijl ik liever heb dat er dan in de rechtmatigheidsverantwoording de afwijkingen worden gerapporteerd.
Dat u daar kennis van kunt nemen, dat het college daar zorgvuldig toelicht wat er aan de hand is en dat u daar het zuivere debat over kunt voeren als u dat wil. Al met al vind ik, even los van wat incidenten die u ongetwijfeld ook als raad kent van dingen die echt wel beter hadden gekund, vind ik overal gezien dat u een toereikend systeem hebt , mechanisme hebt van begrotingsrechtmatigheid. Wat in mijn ogen ook goed wordt afgesloten met de rechtmatigheidsverantwoording waar deze afwijkingen worden toegelicht. Het streven moet wat mij betreft niet zozeer zijn om die 7,1 miljoen te verlagen. Want als dat veel hoger is, is dat ook niet erg, mits het maar het liefst acceptabel is. Want die 1,9 miljoen vind ik wel, daar kunt u het wel met elkaar over hebben. Als u maar het goede debat erover heeft. Dat vind ik eigenlijk veel belangrijker dan dat het klopt. De voorzitter: Is uw vraag daarmee voldoende beantwoord? Dan komen we bij de laatste vraag van mijnheer Ruinard van de PvdA. De heer Ruinard: Dank u wel. Als ik mij goed herinner, heeft u in de commissie van vorig jaar de suggestie gedaan om die OZB geleidelijk te verhogen. Zou u die suggestie nog steeds doen of zegt u , gezien de financiële situatie moeten we misschien een sprongetje maken door in één jaar wat hoger e OZB te vragen en dan weer geleidelijk door te zetten? Dat was mijn vraag. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt.
De heer van Vugt: Dank u wel, voorzitter. Dit is wel een politieke vraag en ik ben geen lid van uw raad , gelukkig gaat u daarover. Kijk, of u de OZB gaat verhogen, dat is afhankelijk eigenlijk ook van de vraag hoe u aankijkt tegen het voorzieningenniveau? Ik heb toen heel nadrukkelijk gezegd, als u als raad ervoor kiest om het voorzieningenniveau en de ambities die u heeft in de investeringsagenda bijvoorbeeld, als u zegt, die willen we handhaven, die willen we op een gelijk niveau houden, daar willen we niet in versoberen of bezuinigen of mee stoppen, dan kom je op een punt dat op een gegeven moment de OZB moet gaan verhogen als het Rijk met minder inkomsten komt. Dan is het wijzer, en die suggestie heb ik wel gegeven, om dat geleidelijk te doen in plaats van in één keer een hele grote klap. Want dan betekent het dat je eigenlijk in control bent rondom je inkomsten. Dan weet je wat je aan het doen bent en dan weet je dat je je inkomsten geleidelijk laat stijgen. In plaats van dat je in één keer wordt overvallen door een groot gat en dat in één keer moet dichten met in één keer een hele forse sprong. In die context blijf ik bij mijn opmerking, dan kun je dat beter geleidelijk doen.
Maar daar gaat wel de discussie aan vooraf die ik al eerder noemde, die wel in deze raadsperiode echt een rol gaat spelen, dat is die balans tussen het voorzieningenniveau en de bijhorende lasten, d e inkomsten daartegenover en hoe dat zich verhoudt tot de onroerendzaakbelasting. Die discussie moet je wel eerst met elkaar voeren voordat je een conclusie kunt trekken over wat er met de OZB zou moeten gebeuren of kunnen gebeuren. Maar hij komt wel op u af in de debatten. Dat hoeft nog niet per se met ‘27 te zijn, maar dat komt wel al … 2028 is het kleine ravijnjaar, daar zie je duidelijk een dip van de algemene uitkering. De meicirculaire was voor ‘29 en ‘30 ook niet rooskleurig. Je ziet heel nadrukkelijk het Rijk afremmen in de omvang van de Pagina 11 van 22 algemene uitkering naar u. Dan moet u een keuze gaan maken. Een keuze in het voorzieningenniveau en de balans met uw onroerendzaakbelasting of andere belastingen. De voorzitter: Is uw vraag daarmee voldoende beantwoord? Dan wil ik mijnheer Van Vugt bedanken voor de toelichting en de beantwoording van de vragen. Dan komen we bij een afronding van dit agendapunt. 4. Stellen van vragen aan het college over het Accountantsverslag jaarstukken 2025 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 4. Stellen van vragen aan het college over het accountantsverslag jaarstukken 2025.
Hier wil ik naar voren vragen de wethouder Van der Duijn Schouten en de heer Leenders en de heer Van der Waal als ondersteuning. Wethouder Van der Duijn Schouten, wilt u nog een korte toelichting geven? De heer Van der Duijn Schouten: Dat is misschien wel goed. Die toelichting doe ik dan in één keer voor agendapunt 4 tot en met 8. Ik ga de stukken niet nog een keer samenvatten, maar daarbij heb ik eigenlijk twee opmerkingen. Eén, deze stukken, het accountantsverslag, de jaarrekening, de kaderbrief, de tussenrapportage en in mindere mate ook de grondexploitaties, u heeft daar al vragen over kunnen stellen en u ziet dat ook heel veel beleidsterreinen geraakt worden op die punten. Dat betekent dat u nog steeds vrij bent om allerlei vragen te stellen vanavond, maar dat als het iets is wat niet mijn portefeuille raakt, ik de hulptroepen, de rechterhand van mij zal inschakelen. Dan komt die ongetwijfeld ergens terecht bij een portefeuillehouder waar het wel thuishoort. Dat is punt één. Punt twee, u bent van mij gewend dat ik de afgelopen vier jaar, voor u wat langer, maar dat ik erg terughoudend ben geweest met toezeggingen. Mocht u vanavond behoefte hebben, kan ik daar wel eens wat coulanter mee omgaan. Dat was het wat mij betreft, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan de vraag aan de commissie, zijn er nog vragen vanuit de commissie? Dat is het geval.
Hoeveel vragen, mijnheer Mijnders? Ook één. Mijnheer Kardol van de SGP. De heer Kardol: Dank, voorzitter. De accountant legt nog een keer de vinger bij een aandachtspunt als het gaat om het ontbreken van gecontroleerde productieverantwoordingen bij het sociaal domein. I n het stuk is dan ook te lezen dat de gemeente wordt geadviseerd om te onderzoeken of het mogelijk is om af te stappen van de afhankelijkheid, tussen haakjes staat dat, van productieverantwoordingen en de prestatielevering op alternatieve wijze vast te stellen. Heeft een dergelijk onderzoek al eens plaatsgehad en is daar ook al over gesproken om dat te gaan doen? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dit is een van die vragen die aansluit bij mijn eerste opmerking. Het lijkt mij verstandig dat de wethouder sociaal domein, de heer Piena, daar even op reflecteert. De voorzitter: Mijnheer Piena. De heer Piena: Voorzitter, die productieverantwoording en dergelijke kennen een bepaald systeem. Wij maken onderdeel uit van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdzorg Rijnmond. De uitvoeringsorganisatie heeft tot ik meen vorig jaar, ik kijk gelijk even naar de accountant, al deze verantwoordingen gecombineerd, gekoppeld en nagekeken. Daarvan kregen wij de informatie. Die hebben wij weer doorgegeven hier intern en eens naar gekeken.
Nu is het zo dat de verantwoording ligt bij de gemeente zelf. D e gemeenten zelf hebben hier nog niet denk ik nader onderzoek naar gedaan hoe dat verbeterd kan worden . Er wordt wel naar gekeken, Pagina 12 van 22 maar er is niet echt een onderzoek gedaan waarnaar u refereert, denk ik. Kan het beter? Jazeker. Kan het anders? Ongetwijfeld. Het zal meegenomen worden ook in de nieuwe aanbesteding hoe we dat gaan doen met de inkoop en de verantwoording, et cetera. Die nieuwe aankoop gaat in 1 januari 2029, meen ik uit mijn hoofd. Daar zal dit zeker een onderdeel van zijn. Het is ook heel belangrijk dat wij dit wel onder controle krijgen, zodat ook met rechtmatigheid en dergelijke het steeds beter gaat. Maar de kernvraag , is er al een diepgaand onderzoek hiernaar gedaan vanuit de gemeente zelf of vanuit diverse andere gemeenten in deze regio, is het antwoord volgens mij nee. De voorzitter: Dank u wel. Is uw vraag voldoende beantwoord? Dat is het geval. Komen we bij mijnheer Mijnders van het CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Eén vraag en één verzoek om toezegging. Ik wil graag beginnen met het makkelijkste. We hebben het gehad over de frauderisicoanalyse. Als het goed is, komt er hopelijk ook een avond rondom meer informatie over wat te doen bij een hack? Die zal waarschijnlijk vertrouwelijk zijn.
Of ook het bespreken van de frauderisicoanalyse dan tegelijkertijd meegenomen zou kunnen worden? De tweede vraag die ik had. De accountant heeft best wel wat punten neergezet rondom De BedrijfsvoeringsPartner dat dat beter kan. Nu is het bekend dat wij als CDA het soms lastig vinden om daar de controle op te houden, De BedrijfsvoeringsPartner, omdat je daar natuurlijk met vier organisaties werkt. Herkent het college ook wel de kritische noot daar bij de opmerkingen? De accountant heeft gezegd, we gaan ermee aan de slag. Gaat het college dat ook doen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dit is dan een vraag die toch heel sterk raakt aan de bedrijfsvoering. Ik denk dat het goed is dat wethouder Van Os die vraag beantwoordt. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Zeker. Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, de aanbeveling van de accountant met betrekking tot frauderisico, dat gaan we tegen het licht houden en we gaan ook bezien hoe we dat met elkaar kunnen bespreken. Want we hebben het vandaag ook in de media kunnen lezen, eerder heb ik de quote aangehaald met betrekking tot, wat doen we als we gehackt worden? Volgens mij waren er ook vragen van de heer Mijnders, gaan we dan betalen of niet? Dat wil je niet in de openbaarheid met elkaar bespreken.
Ook dit is een onderdeel, de accountant heeft het al aangegeven, wat we in beslotenheid met elkaar of een afvaardiging vanuit de raad met elkaar gaan bespreken. Dat is één toezegging, die durf ik zelf wel te doen in deze. En twee, de signalen vanuit de accountant over De BedrijfsvoeringsPartner zijn bekend. Daar wordt ook actief vanuit de gemeente, vanuit het college op geacteerd richting De BedrijfsvoeringsPartner. Ook dat is natuurlijk een organisatie in ontwikkeling. Ook in 2024 gestart. Wel met een hoop taken die ze al deden voor 2024, maar dan toch ineens drie afzonderlijke gemeenten bedienen en zelf als organisatie. D aar voeren we echt wel goede gesprekken over met De BedrijfsvoeringsPartner. Dat doen we samen met Barendrecht en Albrandswaard , want die ervaren datzelfde. We verwachten ook van De BedrijfsvoeringsPartner nu ruim twee jaar verder ook wel de professionele groei naar de toekomst toe om ons ook van een kwalitatieve dienstverlening te blijven voorzien die wij verwachten bij De BedrijfsvoeringsPartner. De voorzitter: Is uw vraag voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan komen we bij mijnheer Hakemulder van Leefbaar Ridderkerk. Pagina 13 van 22 De heer Hakemulder: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan het college inzake Nieuw Reijerwaard.
In het accountantsverslag staat op bladzijde 21 dat voor Nieuw Reijerwaard nog te verwachten kosten 64,2 miljoen zijn en de opbrengsten van 52,7 miljoen. De grondexploitatie sluit momenteel op een negatief saldo van 11,5 miljoen. De accountant constateert dat er nog steeds voldoende ruimte is om maatregelen te treffen wanneer er bepaalde situaties of financiële tegenvallers zich voordoen . Heeft het college inzichtelijk welke maatregelen getroffen kunnen worden om deze grondexploitatie uiteindelijk nog positief te kunnen afsluiten ? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Over de grex Nieuw Reijerwaard denk ik dat het ook weer in deze verstandig is dat wethouder Van Os die vraag voor u beantwoordt. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. De grondexploitatie van Nieuw Reijerwaard die sluit niet met het bedrag wat ik zojuist hoorde. Volgens mij sluit die met een minnetje van zo 2 tot 3 ton uit mijn hoofd gezegd . Daar ben ik eigenlijk wel zeker van dat die daarop uitkomt. Dat risico zien we niet voor dat bedrag. De kavels die er zijn die gaan nog steeds als zoete broodjes over de toonbank. H et college ziet echt 0,0 risico als het gaat om de grondexploitatie Nieuw Reijerwaard op dit moment. De voorzitter: Is uw vraag voldoende beantwoord, mijnheer Hakemulder? De heer Hakemulder: Even verdiepend.
Klopt het dan niet wat er in het accountantsverslag staat of is dat dan niet actueel? De voorzitter: Mijnheer Van Os. De heer Van Os: Voorzitter, het is natuurlijk lastig om een besloten grondexploitatie hier in de openbare commissievergadering met elkaar te bespreken. Daar hebben we ook een besloten AB -vergadering van de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard voor. Maar de raad is geïnformeerd meermaals over de grondexploitatie Nieuw Reijerwaard dat die een negatief eindresultaat van zo'n 2, 3 ton heeft. Daar schommelt het al 10 jaar tussen. Het bedrag wat genoemd is, dat is niet het negatieve eindresultaat. De voorzitter: Mijnheer Hakemulder. De heer Hakemulder: Dank u wel. De voorzitter: Dan komen we bij mijnheer Groen van Echt voor Ridderkerk. De heer Groen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen vragen meer. Ik had twee vragen, maar die zijn reeds gesteld. De voorzitter: Dat is mooi. Dan komen we bij een afronding van dit agendapunt. Dan wil ik mijnheer Leenders en mijnheer Van der Waal bedanken en de wethouder blijft zitten. Pagina 14 van 22 5. Meerjarenprognose Grondexploitaties Ridderkerk 2026 De voorzitter: Komen we bij agendapunt 5. Meerjarenprognose Grondexploitaties Ridderkerk 2026. Dan wil ik ook de heer Van Beekom naar voren vragen. De inzet van dit voorstel is de vaststelling van behandeling in de raad. Is de commissie het daarmee eens? Dat is het geval.
De wethouder heeft al een toelichting gegeven, dan komen we uit bij vragen vanuit de commissie. Zijn er vragen vanuit de commissie? Dat is niet het geval. Dan is dit agendapunt ook afgerond. Dan neem ik aan dat die ook ter vaststelling naar de raad kan? 6. Jaarstukken 2026 De voorzitter: Komen we bij agendapunt 6, jaarstukken 2025. Dan mijnheer Leenders mag dan weer naar voren komen. De inzet is ter debat. Kan de commissie daar zich in vinden? Dat is het geval. Met de jaarstukken legt het college verantwoording af over het jaar 2025. Het jaar sluit met een positief resultaat van ruim 8,1 miljoen euro. De raad wordt gevraagd de jaarstukken vast te stellen en positieve resultaten te bestemmen. Daarbij gaat het onder meer om stortingen in de reserves, het doorschuiven van niet -gerealiseerde prestaties en het afsluiten of doorschuiven van investeringen. Voor de jaarstukken, de tussenrapportage en de kaderbrief is vooraf een uitgebreide vragenronde gehouden. De beantwoording vindt u bij de stukken. De wethouder heeft al een toelichting gegeven. Zijn er dan nog vragen vanuit de commissie? Dat is het geval. Dat is één vraag. Mijnheer Mijnders, hoeveel vragen had je? Vijf, zes. Mag mijnheer Knape van de ChristenUnie beginnen. De heer Knape: Voorzitter, dank u wel.
Ik wil eigenlijk een soort stapelende vraag op een vraag die de SGP gesteld heeft in de schriftelijke vragen over de storting die gedaan wordt in de voorziening voor het zwemwater De Fakkel of de SSR. Daar wordt natuurlijk een aantal miljoenen weer ingestort om eindelijk die kosten af te dekken. Als ik het antwoord lees, dan snap ik dat dit gebeurt en ik denk dat het ook nodig is. Toch denk ik zelf dat daar best nog wel aardig wat risico's zit als je kijkt naar het zwembad dat nog gemaakt moet worden, hoelang gaat dat nu echt nog duren? Er wordt nu over vijf jaar gesproken. Maar aan de andere kant vraag ik me ook af, hoe wordt daar nu op gestuurd om die kosten die best wel fors zijn jaarlijks die we moeten bijleggen, om die zo laag mogelijk te houden? Kunt u daar iets over zeggen? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ik kijk even of wethouder Van Os dat als portefeuillehouder wellicht het leuk vindt om te doen. De voorzitter: Dan komt die bij wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Dat vind ik zeker leuk om te doen. Tegelijkertijd is het ook heel veel geld wat ernaartoe gaat. Dat weten we. We hebben, tenminste we, enigszins wel nog op dit moment, maar de gemeenteraad heeft krediet beschikbaar gesteld voor de bouw van een nieuw recreatiecentrum, een zwembad, buitenbad, turnhal, sporthal.
Daarvoor is een aanbesteding doorlopen. Dat gaat allemaal de goede kant op die aanbesteding. Die termijnen worden ook allemaal gehaald, die planning die we hebben afgegeven, lijkt ook vooralsnog haalbaar. Daar wordt ook de raad hoogstwaarschijnlijk, als die aanbesteding en de gunning allemaal is geweest, op korte termijn over geïnformeerd wat eruit komt. Tegelijkertijd hebben we gewoon nog het huidige zwembad De Fakkel en dat is gedateerd. Eigenlijk is de opdracht richting SSR met ducttape aan elkaar houden, om het maar even oneerbiedig te zetten, want we willen er eigenlijk geen geld meer in investeren. Tegelijkertijd weten we, als we de verwarming aanzetten, dat de warmte gewoon door het Pagina 15 van 22 dak ergens naartoe gaat, maar niet in het zwembad blijft hangen. Moet je dan voor een paar jaar nog allemaal energetische maatregelen gaan nemen in dat zwembad om de warmte binnen te houden of moeten we accepteren met elkaar dat die heel veel energie vreet. We weten ook wat de energieprijzen hebben gedaan de laatste jaren, waardoor er gewoon jaarlijks veel meer geld naar de exploitatie van het zwembad gaat dan voorheen voorzien. Maar veel geld is het wel en natuurlijk willen we zo snel mogelijk dat dat nieu we zwembad er staat. Maar ook daar hebben we processen te doorlopen van een aanbesteding tot aan bouw , et cetera.
Waardoor we deze datering in de reserve weer moeten doen om het ook wel betaalbaar te houden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Knape, is uw vraag voldoende beantwoord? De heer Knape: Dank, voorzitter. Deels wel. We snappen ook echt dat het nodig is en dat het goed is om daarin duidelijkheid te bieden aan SSR. Aan de andere kant voelt het ergens wel een beetje alsof de prikkel een beetje ontbreekt door nu in één keer weer zoveel geld beschikbaar te stellen. Het geld is er, we gaan gewoon aan de slag. Ik zeg niet dat het zo gebeurt en we vinden het ook belangrijk dat het zwembad gewoon kan blijven draaien, maar hoe kijkt de wethouder daarnaar? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Voorzitter, dat onderschrijven we echt ten zeerste, want wij zitten daar als bestuurders, als aandeelhouders ook aan tafel met SSR met de opdracht van, het is geen blanco cheque dat wij een dotering doen in onze reserve en geef het maar uit aan leuke spielerei, om het zo maar te zeggen. Het is echt instandhouding van het huidige zwembad en de huidige sporthal, die is ook natuurlijk vrij oud, en het uit zien te zingen totdat er een nieuw recreatiecentrum staat. Die opdracht die wordt echt meegegeven. Natuurlijk wordt er ook geïnvesteerd. We zien ook met de warme dagen nu dat er veel meer bezoekers komen dan de jaren ervoor.
Ze investeren ook wel een beetje in marketing en ze hebben een leuk pakket voor de kinderen die zwemlessen volgen voor zwemdiploma A en opvolgend B en C met een leuke actie waarmee ze hopelijk meer inkomsten kunnen genereren. Maar een zwembad kost t en alle tijden geld. Ook meer inkomsten genereren, meer zwemles geven, zal ten alle tijden geld kosten. Alleen dat vinden we denk ik met elkaar a ls samenleving ook belangrijk dat onze kinderen zwemonderwijs krijgen. We zitten erbovenop. Het moet sober en doelmatig zijn, maar het blijft een hele bak met geld. De voorzitter: Dan komen we bij mijnheer Groen van Echt voor Ridderkerk. De heer Groen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een stapelende vraag op een schriftelijke vraag van de VVD, vraag twee over de onderuitputting. Was de vraag, welke lessen hieruit worden getrokken om ervoor te zorgen dat door de raad vastgestelde plannen tijdig worden uitgevoerd? Dan is mijn vraag, welke concrete keuzes maakt het college om realistischer te plannen en welke ambities op projecten krijgen daardoor prioriteit of worden juist later uitgevoerd? Bijvoorbeeld het nieuwe zwembad De Fakkel of de renovatie van de Havenstraat 53. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten of gaat die naar wethouder Van Os. De heer Van der Duijn Schouten: Ik zal deze wel doen, want deze vraag is natuurlijk de vorige commissie ook al gesteld door de VVD.