2025-07-03-verslag-commissie-samen-leven-en-wonen-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
aangeboden voor de grondexploitaties Het Zand, Cornelisland en Prunuslaan. Bij Het Zand is het verwachte resultaat negatief bijgesteld op basis van gewijzigde uitgangspunten, voor Cornelisland blijft het resultaat gelijk en bij de Prunuslaan is het resultaat positief bijgesteld. De raad wordt voorgesteld de prognose vast te stellen en de financiële gevolgen te verwerken in de begroting. Er zijn geen schriftelijke vragen vooraf gesteld en de inzet is dat het ter vaststelling wordt geagendeerd in de raadsvergadering. Is de commissie daarmee akkoord? Ik zie ja-geknik. Dat betekent dat u nu behalve vragen ook meningen mag geven. Maar eerst krijgt wethouder Van der Duijn Schouten gelegenheid voor een eventuele introductie namens het college. Aan u het woord. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, u heeft het goed samengevat denk ik. Ieder jaar doen we dit, omdat die grondposities ook een onderdeel van onze jaarstukken vormen. Het zijn er nog maar drie in Ridderkerk, waarvan er twee op een einde lopen. En eentje hebben we recent geopend, maar die zal ook geen 10 jaar lopen naar ik vermoed. Dus ik denk in deze ook een redelijk overzichtelijk overzicht, dus ik ben benieuwd of daar nog vragen over zijn. De voorzitter: Dank u wel. En de kwaliteit van de samenvatting die komt de griffier de eer van toe. Wie van de commissie heeft vragen? Het blijft opvallend stil.
Dan kon concludeer ik dat die vragen er niet zijn. En dan dank ik in ieder geval de wethouder en de ambtenaar voor het ter beschikking staan. 6.
Jaarstukken 2024 De voorzitter: En brengt ons dat bij de jaarstukken 2024. Waarbij wethouder Van der Duijn Schouten en de heer Leenders aanwezig zijn voor de bespreking. Het college heeft de jaarstukken 2024 aangeboden die door de accountant zijn gecontroleerd. Het jaar is afgesloten met een positief resultaat van 12,3 miljoen euro. De raad wordt voorgesteld het resultaat toe te voegen aan de algemene reserve, enkele bestemmingsreserves in te stellen of te wijzigen en voorzieningen en investeringskredieten af te sluiten of aan te passen. Over de jaarstukken, de tussenrapportage en de kaderbrief is een uitgebreide, en daar zet ik maar een streepje onder, een uitgebreide schriftelijke vragenronde gehouden. De antwoorden op de vragen staan bij de stukken. De inzet is dat het voorstel ter debat wordt geagendeerd in de raadsvergadering. Ik denk, ik kijk even en ik zie iemand nee schudden. Mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk. De heer Kloos: Toen ik, mijnheer de voorzitter, om half zes keek in de stukken heb ik nog niet de beantwoording van de EvR-vragen tegemoet kunnen zien. De voorzitter: Maar die beantwoording heeft inmiddels wel plaatsgevonden, nog voor deze vergadering begon. Ik merk er ook bij op dat de vragen gisteren zijn ingediend, dus dat de beantwoording ook snel is geweest.
De heer Kloos: De vragen zijn op tijd ingediend voor de daarvoor gewenste tijd, dus daar kunt u me niet op pakken. Maar wanneer zijn die vragen dan gedistribueerd? Want om half zes had ik het in ieder geval niet in mijn e-mailsysteem. De voorzitter: Het was niet mijn bedoeling om u ergens op te pakken, maar om vast te stellen dat als er al een enorme vragenronde is geweest en er op het laatst nog vragen worden gesteld, daar heeft u alle gelegenheid voor. Maar ik weet dat de organisatie zijn best heeft gedaan om die zo snel mogelijk te beantwoorden. En voordat deze vergadering begon, waren de antwoorden gepost. Ik kijk even naar de griffier. Om half acht. Dat is prima. Maar de vraag was ter debat, want daar zaten we bij. Doe maar, hoor ik zeggen. Ja, als er één iemand Pagina 16 van 33
is die zegt, doe maar, dan gaan we dat ook doen. Ik begrijp dat niet iedereen daar behoefte toe heeft. Maar dan beperken we ons nu tot de technisch-inhoudelijke vragen. Wie wil daar gebruik van maken? Ik stel, mijnheer Kloos, die heeft wat leestijd, die krijgt aan het einde nog een keer de kans. Mevrouw Van Nieuwenhuizen, Burger op 1, drie vragen. De Partij van de Arbeid, mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Voorzitter, mag ik wat vragen? Ik heb allemaal vragen naar aanleiding van de antwoorden op onze vragen. En ik ben nu als een gek aan het zoeken, hoort dat bij de jaarstukken, hoort dat bij … Waar hoort het ook alweer bij? Dus, nou, dan hoort het allemaal bij de jaarstukken. De voorzitter: Ja, dat is even, dat is aan u. Maar er staat in die lijst volgens mij een codering bij. Mevrouw Ripmeester: O, dit zijn de jaarstukken. De meesten zijn bij de jaarstukken. Sorry hoor, ik heb ze al. De voorzitter: Helder. Dat is opgelost. Mevrouw Ripmeester: Ik doe dit voor het eerst. De voorzitter: Kan u een inschatting doen of horen we straks hoeveel vragen u heeft? Een stuk of vier. ChristenUnie, mijnheer Kooijman. Exact vier. Nou, daar houden we u aan. En mijnheer Kloos krijgt straks nog een kans. Dan beginnen we met mevrouw Van Nieuwenhuizen, Burger op 1. En stelt u maar uw eerste twee vragen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter.
En inderdaad, we hebben vanavond de antwoorden op onze vragen ontvangen. Naar aanleiding van die antwoorden heb ik, ik zal de eerste vraag even stellen. Dat gaat over vraag twee. Er worden metingen gedaan, er zijn metingen gedaan op de Rijksstraatweg, maar die metingen geven niet aan of het om auto’s gaat, vrachtwagens, fietsers. En is het met het oog op de herinrichting van de Rijksstraatweg niet juist heel relevant om te zien hoeveel personenauto's, vrachtwagens en fietsers er over die weg rijden? Dat was mijn eerste vraag. Vraag drie, daar vragen we naar het conceptontwerp van Mobycon. Dat is er dus dan niet blijkbaar. Dat krijgen we dus niet. Maar in welk stadium is dat onderzoek van Mobycon? En waarom hangt het asfalteren van de Rijksstraatweg samen met de Noldijk? Daar is helemaal niets mee aan de hand, het ziet heel goed uit. En het asfalt van de Rijksstraatweg is echt abominabel, heel slecht. Dat zijn de eerste twee vragen. De voorzitter: Ik geef het woord aan wethouder Van der Duijn Schouten voor antwoorden. En mocht die van mening zijn dat een andere portefeuillehouder van het college dient te antwoorden, dan merk ik dat wel. Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, ik heb inderdaad vijf hulplijnen zitten daar. En volgens mij betreft dit twee keer een vraag die de portefeuillehouder verkeer beter kan beantwoorden.
Dus het lijkt me verstandig, voordat ik iets zeg waar hij het niet mee eens is, dat ik deze inderdaad aan die kant doorspeel. En mocht daar de mening zijn toegedaan dat het toch weer anders is, dan hoor ik het wel weer. De voorzitter: Ik zag aan de lach van wethouder Overheid dat hij de bui al aan voelde komen. Aan u het woord, wethouder Overheid. De heer Overheid: Ja, dank u wel, voorzitter. Wat betreft de uitkomsten, dat het handig is om te weten of het ook personenauto's dan wel vrachtauto’s zijn, ja, dat is gewoon niet gemeten, dus die gegevens hebben we
Pagina 17 van 33
ook gewoon daadwerkelijk niet. Of er van die metingen mogelijk zijn, weet ik ook niet, maar we hebben ze op dit moment gewoon niet. Dus dat. En ja, in eerste aanvang is het project Noldijk Rijksstraatweg al gecombineerd geweest omdat het één doorgaande weg zou moeten zijn. Door de vertraging die nu optreedt zeg maar in het kader van Barendrecht, want de Noldijk is gedeeltelijk eigendom van Barendrecht en een gedeelte Ridderkerk. We moeten eerst de wegen in eigendom krijgen van het waterschap, overgedragen krijgen voordat we ze kunnen aanpassen. We hadden gehoopt eigenlijk dat we daar een snellere slag in zouden kunnen maken, maar door die vertraging loopt ook de Rijksstraatweg nu de vertraging op. En dezelfde vraag die u heeft gesteld nu aan mij zeg maar heb ik in principe ook aan de ambtelijke organisatie gesteld van, ja, in hoeverre kunnen we dat ook nog eventueel lostrekken van elkaar? Maar daar heb ik nog geen duidelijk antwoord op, dus, maar ik ben er ook wel mee bezig om te kijken of we dat eventueel kunnen lostrekken. Dat was mijn antwoord, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Van Nieuwenhuizen, u mag doorvragen en ook uw laatste vraag stellen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Maar het gaat met name om de telling, buiten dan de personenauto's en de vrachtwagens, ook om de fietsers.
Want dat, de situatie voor de fietsers op de Rijksstraatweg is heel gevaarlijk, mede door de vrachtwagens, maar sowieso altijd gevaarlijk. Dus juist dan is er een onderzoek naar de hoeveelheid fietsers heel belangrijk. En dat doe je niet met een draadje op de weg. Maar bijvoorbeeld, ik heb het gezien bij Greup, het deel Greup, dat is bij Oud-Beijerland. Daar hebben ze het gedaan door camera's te plaatsen aan het begin en aan het eind en daarmee werden die tellingen gedaan. Dus dat is niet kentekenregistratie, maar puur, wat komt er aan auto's, vrachtwagens en fietsers over een deel van een weg om dan een goede indruk te krijgen. Dus misschien is daar een mogelijkheid voor. Dat was mijn antwoord op mijn vraag naar aanleiding van uw antwoord. En mijn laatste vraag is vrij simpel. Als tekeningen van het fietspad over het viaduct gereed zijn, kan de raad die dan krijgen ter inzage? De voorzitter: Wethouder Overheid. De heer Overheid: Ik neem aan dat u het viaduct bedoelt bij de Populierenlaan, toch, neem ik aan? De voorzitter: Dat is het geval. De heer Overheid: Ja, oké. Dat we het over het goede viaduct hebben. Zodra die tekeningen beschikbaar zijn, dan is dat geen probleem om die te delen. De voorzitter: Dat is helder. En wilde u nog iets zeggen over de opmerking? Dat hoeft niet, maar dan helder. Dan bent u bediend, mevrouw Van Nieuwenhuizen.
En gaan we naar de ChristenUnie, mijnheer Kooijman. Twee om twee. De heer Kooijman: Ja, dank u wel. En allereerst uiteraard weer bedankt voor het beantwoorden van alle schriftelijke vragen. We hebben er deels wel wat aan gehad, maar de vragen die ik nu heb, ja, die gaan toch allemaal wel in op de antwoorden die we hebben gekregen. Want soms was het wel, nou ja, wat summier of gaf het antwoord geen antwoord op de vraag, maar was het iets anders. Zo ook bijvoorbeeld de eerste. We hadden bij vraag 20 een vraag gesteld over de centrumring. Want er stond in de jaarstukken, wat hebben we gedaan? Ja, we hebben een offerte uitgevraagd. En ik denk, ja, we hebben in juni als raad vastgesteld, de coalitiepartijen die allemaal zeiden, we willen wat anders. En vervolgens, ja, ik was benieuwd, wat is er dan in de tweede helft van 2024 gebeurd? En we hebben daarnaar gevraagd en dan krijgen we nu als reactie, we zijn Pagina 18 van 33
aan het schakelen met een onderzoeksbureau. Ja, dan denk ik, ja, dat ben je dan misschien nu aan het doen of zo, of iets. Maar ik was benieuwd, wat is nou de tweede helft van ‘24 gebeurd nadat een raad in juni zegt van, wij willen een bepaalde inrichting van de centrumring. Dus dat is vraag één. Dan de tweede, dat gaat over de Regio Deal. Daar hadden we het in de afgelopen commissie ook even over. En ik heb inmiddels tijd gehad om de raadsinformatiebrief van maart nog even terug te kijken. Daarin is naar aanleiding van de vragen van de PvdA wel het plan van aanpak of de aanvraag is meegezonden, dus die hebben we inderdaad inmiddels gehad ter bevestiging. Maar ik was benieuwd of een van de wethouders ook kan aangeven hoe het nu staat met de uitwerking tot een plan van aanpak. En er zou in mei, afgelopen mei ook een radenbijeenkomst komen. Dat is toegezegd en ik was even benieuwd hoever we daarmee stonden? De voorzitter: Dank u wel. En uw eerste vraag ging over CU-vraag nummer twee. Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik zit hier vanavond denk ik een beetje als doorgeefluik. Want ik denk dat de centrumring, hoewel u natuurlijk allemaal nog helder op het netvlies heeft dat ik dat hier ooit eens namens het college, maar dat was bij, ik noem maar even bij gebrek aan beter en we hebben inmiddels beter.
En de Regio Deal, ja, ook daar geef ik graag het woord aan een van mijn collega's. Dus ik denk de heer Overheid en de heer Van Os in die volgorde. En daar geldt wederom, als ze denken dat het anders is, dan hoor ik het wel weer. De voorzitter: Dan beginnen we met wethouder Overheid voor de centrumring. De heer Overheid: Ja, dank u wel, voorzitter. Het gaat over het aanvullend onderzoek wat moest plaatsvinden voor de centrumring. De vraag van de heer Kooijman is denk ik terecht, wat is er dan in de tweede helft van 2024 gebeurd? Ja, in principe is dit onderzoek als het goed is verder opgepakt. En totdat we de uitkomsten van dat onderzoek hebben, kunnen we ook pas verder met plannen maken voor de rest van de centrumring. Want dan weten we ook hoe dat gedeelte er op een gegeven moment uit moet gaan zien en dat heeft wel impact op de complete route die we daar dan willen gaan neerzetten. Dus we zijn echt nog steeds in afwachting van de uitkomsten van dat onderzoek. Ja, helaas kan ik op dit moment ook geen andere status daarop weergeven. Dank u, voorzitter. De voorzitter: En gaan we naar wethouder Van Os voor de Regio Deal. De heer Van Os: Ja, dank u wel, voorzitter. De laatste commissievergadering hebben we het hier ook met elkaar over gehad. Toen zijn er ook vragen gesteld om meer duiding te geven over de Regio Deal en de status daarvan.
Daar heb ik ook aangegeven dat het naar mijn beste inzicht gecommuniceerd is vanuit het college middels een raadsinformatiebrief en een bijlage erbij. Nou, dat is nu bevestigd inderdaad dat dat gedaan is. Desalniettemin heb ik daar ook toegezegd dat we in de fase waarin we nu zitten richting uiteindelijk die 100 procent accordering vanuit het ministerie, dat we daar ook gewoon een statusupdate over willen geven. Dus die toezegging over die raadsinformatiebrief die is gegeven in de commissie en die komt er ook aan. Daar gaan we ook hard mee aan de slag. We zitten wel in een soort sneltreinvaart met elkaar met de deelnemende gemeenten, met het bedrijfsleven om uiteindelijk die Regio Deal te complementeren richting de overheid, richting het ministerie. We zitten nu vorige keer op, dat hebben we de vorige keer als eens even, op een versie richting de 100 procent en daar moeten de colleges van de drie deelnemende gemeenten ook nog wat van vinden over de uitvoeringsonderwerpen onder die Regio Deal. Dus ik durf niet te zeggen wanneer een radenbijeenkomst exact in de planning zit. Het mooiste had geweest voor het zomerreces. Maar ik denk dat we daar in die raadsinformatiebrief zeker op terugkomen of dat nog in ieder geval in de planning zit om dat te Pagina 19 van 33
doen. Richting uiteindelijk, ja, de definitieve besluitvorming bij het ministerie om akkoord te gaan met de Regio Deal. Die is dan wel toegekend, dat we daarvoor moeten gaan, maar er zit nog een heel uitwerkingsprogramma aan vast voordat we überhaupt dat geld gaan krijgen. Dus op ... Nou, in de planning moet daar een moment gezocht worden om de raad daarover te informeren. De voorzitter: Mijnheer Kooijman, u mag doorvragen en u mag uw twee laatste vragen stellen. De heer Kooijman: Nou, voorzitter, ik wil toch nog even terug naar deze twee vragen. Ik begin even met het laatste. Ik begrijp dat snelkookpan en dat er spoed achter zit. Ik hoop wel dat we als raad ook het gesprek hierover aan kunnen gaan en mee kunnen denken. En niet alleen achteraf geïnformeerd worden wat het college heeft bedacht, maar dat we ook input kunnen leveren. Dus als daar nog ruimte voor zou zijn, dan graag. En anders, ja, had ik graag gewild dat dat net iets eerder was georganiseerd. En toch nog even over die centrumring. Ik hoor de wethouder nu zeggen van, ja, er moet natuurlijk eerst een analyse worden gedaan. Ik lees daarover in de jaarstukken niks over terug dat er al een opdracht is gegeven daarvoor. Er staat alleen, er is een offerte uitgevraagd.
Dus is er inmiddels in 2024 opdracht gegeven om die analyse uit te voeren of is dat pas later en nu inmiddels in ‘25 al wel gebeurd? Ik was … Ik wil wel echt even weten, wat hebben we in 2024 gedaan? Dat is mijn concrete vraag. Zal ik mijn twee aanvullende gelijk erbij stellen, voorzitter, of … De voorzitter: Nou, laten we dit eerst maar afhandelen. In diezelfde volgorde. Wethouder Van Os, wilt u daar nog iets op zeggen? Ik denk dat de wens helder verwoord is. De heer Van Os: Jazeker, en die is ook gewoon heel begrijpelijk, maar het moet wel gewoon in de planning passen. Want ja, we zitten ook gewoon met een deadline richting het ministerie en we willen zeker niet achter het net vissen voor die 8,3 miljoen euro die aan de voorkant toegezegd is. Dus wat past dat past, dat proberen we in te passen. En ja, wat niet past, de RegioDeal is ook gewoon cofinanciering op onder andere bestaand beleid van de drie gemeenten. Dus daardoor kunnen we gewoon veel meer extra's doen en dat is denk ik mooi. En niet zozeer om helemaal nieuw beleid alleen maar op te poetsen binnen de RegioDeal. Dus nogmaals, wat past dat past, maar een harde toezegging daarop kan ik gewoon echt niet doen, want we zitten gewoon echt met deadlines richting het ministerie. De voorzitter: Wethouder Overheid voor de centrumring. De heer Overheid: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ga mijn vingers hier niet aan branden.
Voor zover ik weet is het onderzoek uitgezet, maar ik ga het voor alle zekerheid even in de organisatie navragen en kom ik daar met een duidelijk antwoord op terug. De voorzitter: Dat brengt ons bij de twee laatste vragen van mijnheer Kooijman. Aan u het woord. De heer Kooijman: Ja, en ik gok dat ik twee andere portefeuillehouders aan het woord laat, maar dat laat ik graag aan het college over. Ik had nog een vraag over Welzijn op Recept, daar hadden we vragen over gesteld. Ik ben het nummer eventjes, heb ik nu niet genoteerd, maar dat weet de voorzitter vast wel. Wij vroegen ons af van, dus er wordt aangegeven dat er op dit moment vier huisartsenpraktijken meedoen aan het Welzijn op Recept. En wij vroegen ons af van, maar waarom doen ze niet allemaal mee of wat wordt er, wat is ervoor nodig om alle huisartsenpraktijken mee te laten doen aan dit concept? En de laatste vraag dat ging over de gebiedsvisies Gemini. We hebben gevraagd van, is het niet handiger om dat nu al op te starten, zodat op het moment dat er wel ontwikkelingen mogelijk zijn omdat er geen bezetting meer is, dat we dan gelijk door kunnen pakken? Want anders dan gaan we weer tijd verliezen. En ik snap uiteraard, ook net gehoord Pagina 20 van 33
hebbende de druk op de ambtelijke organisatie. Maar ik was even benieuwd van, is het college het met ons eens dat het eigenlijk wel ongewenst is en dat er wel daardoor vertraging wordt opgelopen. Of is het echt een verantwoorde en een bewuste keus om juist nog niks te doen? Daar was ik even benieuwd naar. De voorzitter: Dank u wel. En ik schat in dat de wethouder Van der Duijn Schouten zelf de vraag over het Gemini gaat beantwoorden en dat de andere vraag waarschijnlijk bij wethouder Piena terechtkomt. Wethouder Van der Duijn Schouten, u mag antwoord geven en al dan niet anders verdelen. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, ik ga het zeker niet anders verdelen, voorzitter, want ik kan me daar wel in vinden. En inderdaad, het Gemini, maar goed, u geeft zelf het antwoord al, als wij een visie voor dat gebied moeten vormen, dat is een proces wat waarschijnlijk twee jaar duurt. We zijn, nou, een externe partij is bezig met het Trelleborgterrein, omdat daar ook een externe eigenaar op is. Die zijn nu al een jaar bezig en dat begint vorm te krijgen. We zijn inmiddels een jaar bezig met een visie voor de Koninginneweg en, nou, daar loopt ook nog een heel proces achteraan. Daar gaat ontzettend veel ambtelijke capaciteit in zitten. En we hebben die ambtelijke capaciteit nu zo hard nodig voor de projecten die nu wel al lopen en actueel zijn.
Dus dan zouden we heel veel capaciteit vrij moeten maken voor een visie op een terrein, waarvan we weten dat we waarschijnlijk de komende drie jaar er niks gaan doen. En het is echt keuzes maken, als we daar capaciteit voor vrijmaken, moeten we andere dingen niet doen of stopzetten. Nou, het is wat ons betreft nu niet verstandig om hier heel veel capaciteit op in te zetten, andere dingen niet te doen. Terwijl we weten dat er de komende jaren, want er wordt echt nog wel een paar jaar door andere scholen gebruik van gemaakt, toch niks kan gebeuren. En daarbij je ook nog eens risico loopt dat in die drie jaar er andere ontwikkelingen zijn die maken dat je straks misschien toch weer net wat anders had bedacht. Dus, nou, wat u vraagt, is dat een bewuste keuze geweest? Ja, dat is een hele bewuste keuze wat ons betreft. Nou, om de redenen die ik net schetst en die u volgens mij zelf na alleen van wat er eerder vanavond is gedeeld ook wel op het netvlies had. En wat betreft de huisartsen, Welzijn op Recept. Ik begrijp dat u toch fout zat, voorzitter? Het doet me spijt om dat te moeten zeggen, maar ik geloof dat wethouder Stip het gaat beantwoorden. De voorzitter: Dat vind ik ook prima. Dat was een klip-en-klaar antwoord. Nu het woord aan wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ja, Welzijn op Recept is een paar jaar geleden gestart.
Nou ja, het is een nieuwe soort aanvliegroute, een hele mooie ook. Maar toen bij het startpunt is er eigenlijk al in de breedte gepraat met meerdere huisartsenpraktijken. En was het eerst wel eventjes zoeken van, wie wilt hier gelijk op aanhaken, wie wil het proberen? Dus toen is er gestart eigenlijk door één huisarts die daar enthousiast over was. En zo is het eigenlijk gaan groeien, groeien en hebben we dus ook al dit jaar wederom uitgebreid op Welzijn op Recept. Het aantal uren ook voor de welzijnscoach en willen we dat voort gaan zetten in 2026. En merk je dus dat ook gewoon andere huisartsen nu actief ook benaderen om daarop aan te sluiten. Facet heeft goede contacten met de huisartsen, met huisartsoverleggen ook. Dus daarin voeren we ook continu het gesprek, want het is een hele mooie aanvliegroute om op deze manier inwoners te kunnen helpen. En dat zien we nu ook steeds meer in de praktijk. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Ja, als we het dan hebben we over klip-en-klare antwoorden dan was deze er ook wel eentje, dus dank daarvoor. Toch nog heel even over de Gemini. Ik snap het antwoord en ik kan me daar ook grotendeels in vinden. Waar mijn zorg of waar onze zorg zit, is precies wat de wethouder ook aangeeft van, ja, zo'n gebiedsvisies opstellen, ja, dat kost wel een jaar of twee.
En het zou toch ontzettend jammer zijn als we eerst wachten totdat de laatste persoon of school de Gemini verlaat en dat we dan zeggen, nou, nou hebben Pagina 21 van 33
we misschien tijd of nou, over een half jaar beginnen we tijd te hebben, en dat we dan nog twee jaar bezig zijn om een plan te ontwikkelen. Ik zie alweer een soort tweede huishoudschool voor me die staat te verpauperen en iedereen die zich afvraagt van, waarom gebeurt hier niks? Dus op welke manier zouden we toch dat soort scenario's, dat een pand heel lang leegstaat omdat we er nog niet aan toe zijn gekomen om een visie op te stellen wat we er nou eigenlijk mee willen, hoe zouden we dat kunnen voorkomen? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het goede nieuws is als je het vergelijkt met de huishoudschool is dat we hier de boel gewoon kunnen slopen. Bij het Gemini bedoel ik als het leeg is en niet dus tegen een verpaupering aanlopen of een pand wat je eigenlijk wil behouden. Ja, en dan is het een capaciteitsvraagstuk. Maar dan nog denk ik dat dat reëel is op het moment dat je redelijk zicht hebt wanneer die realisatie dan kan plaatsvinden. Dat zal toch naar het zich aanziet niet eerder dan ’28, misschien ‘29 zijn. Dan moeten er eerst nog wat opstallen verwijderd worden. Dat doe je ook niet in … Dus eer dat je daar kan gaan bouwen, tussen leegstand en gaan bouwen zit ook nog een stuk, even los van de visie.
Dus daar kan op een gegeven moment best wel wat dingen synchroon en parallel gaan lopen, maar dit moment is wat ons betreft toch echt te vroeg en zonde van de capaciteit. En dan komt het ook weer, wat ik net volgens mij ook richting mevrouw Ripmeester, we zijn continu bezig om onze capaciteit te plannen en prioriteiten te stellen. Ja, daarin is op dit moment het Gemini, nou, bungelt onderaan die lijstjes omdat dat gewoon nog niet actueel is. Die zal in de loop van de tijd vanzelf wel een keer op gaan schuiven en naar boven komen. En dan komt er een moment dat het wellicht wel zinvol is om vast aan een visie te beginnen. Want ik ben het met u eens, als we daar aan de slag kunnen zou je dat ook zo snel mogelijk moeten doen, maar voor nu zou het echt zonde van de capaciteit zijn. Wellicht dat dat over één of twee jaar anders is. De voorzitter: De heer Ros. En ik wil erop wijzen dat we het agendapunt jaarstukken 2024 is en dat we nu vele jaren verder aan het praten zijn. Dus ik geef het maar even mee. Mijnheer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Dat is mooi, ga ik terug naar het verleden, over 2024 en daarvoor. We hadden net een korte, had ik net een korte vraag over de capaciteit en daar wil ik even verder op inhaken.
En dan heb ik tijdens de schriftelijke vragenronde hebben wij specifiek, die noemde ik net al, vragen gesteld over het centrum, waarom dat zo lang duurt? En eigenlijk dezelfde vraag als de heer Kooijman zegt, wat is er nou eigenlijk de laatste jaren werkelijk gebeurd? Want we hebben drie jaar geleden een aantal plannen, een krediet beschikbaar gesteld voor het centrum en we krijgen nu als antwoord waarom er niks gebeurd is, ja, er komt een raadsinformatiebrief. Wij hebben niet gevraagd om een raadsinformatiebrief, we hebben gevraagd om een nieuw centrum en investeringen daarin. Dus ik zou heel graag toch concreter willen weten van de portefeuillehouder, wat is er nou werkelijk gebeurd en wat zijn nou … Want alleen capaciteit, dat vind ik een beetje lastig. Want dan hoor ik de wethouder hier weer zeggen van, ja, de Gemini heeft geen prioriteit, dus we hebben andere prioriteiten. Maar waar zit bijvoorbeeld dit project dan in de prioriteitenlijst? Misschien zijn er andere factoren, dus dat zou ik toch heel graag willen weten. De voorzitter: Wethouder Van Os gaat een antwoord dichten. De heer Van Os: Zeker, voorzitter, want volgens mij gingen de vragen in eerste ronde van de heer Ros van GroenLinks over deelgebied 1 en 2, het centrumplan.
En dat geeft mij ook wel een heel mooi moment gelijk even een haakje te maken dat ik de raad eraan wil herinneren dat we die in 2019 hebben vastgesteld met elkaar met een planning. Die we in die periode ook niet hebben gehaald en dat was nog de periode van de BAR-organisatie. Dus ook toen waren projecten uiteindelijk in een boeggolf terechtgekomen en heeft dat niet Pagina 22 van 33
zozeer te maken met de start van de nieuwe Ridderkerkse organisatie. Deelgebied 1, dat heeft meerdere oorzaken. We hebben de nutsbedrijven al eerder genoemd. We waren echt afhankelijk van Stedin, van een groot transformatorhuis bij waar de weekmarkt staat daar, dat die kabel verlegd ging worden. Nou, Stedin heeft hele andere prioriteiten dan een kabel verleggen voor het herinrichten van deelgebied 1 van de gemeente Ridderkerk, met alles wat er rond de energietransitie en netcongestie gebeurt. Daar zijn we heel erg van afhankelijk. We hebben een aantal projectleiders zien komen en gaan, ingehuurd zeg ik daarbij, die aan de slag zijn gegaan met deelgebied 1 en uiteindelijk het binnen hun tijdsbestek dat ze ingehuurd waren niet voor elkaar kregen. En dan kwam er een volgende en die ging van nul af aan beginnen. Nou, dat is natuurlijk niet handig in een overdracht, maar dat is wel gebeurd. Dat heeft voor vertraging gezorgd. Dus we hebben nu een definitieve planning gekregen, daar ben ik heel blij mee, vorige week. En daarom ook de referentie aan een raadsinformatiebrief waar we in dat ook duidelijk gaan maken, is dat het er nu naar uitziet dat we dit jaar van start kunnen gaan. Alleen het enige wat we nu nog willen is van de ondernemers horen of dat moment ook voor hun akkoord is.
Als ze zeggen, nee, die periode komt ons niet uit, dan moeten we het toch uitstellen, want we willen hun niet tot last zijn met deelgebied 1. En met betrekking tot deelgebied 2, dat is Sint Jorisplein, is de raad geïnformeerd over keuzes die ook door de vertraging gemaakt zijn door belanghebbenden in deze. En de belanghebbenden zijn onder andere de SER en de BIZ over waar ze de zomeravondconcerten willen houden. Dat heeft ook tot nieuwe inzichten geleid, dus de architect is opnieuw gaan tekenen met betrekking tot die nieuwe inzichten. Dat is inmiddels ook definitief geworden, dus daar kunnen we nu ook mee aan de slag gaan. Dus dat komt allebei samen deelgebied 1 en 2 in een raadsinformatiebrief en dan komt dat richting de raad met de definitieve planning. En tuurlijk hadden we daar in 2020 al mee van start willen gaan, maar dat is door meerdere omstandigheden gewoon niet gelukt. Maar de ambitie is nog steeds om daarmee aan de slag te gaan en daarom staat die ook heel hoog op die prioriteitenlijst waar net aan gerefereerd is. De voorzitter: Mijnheer Ros. De heer Ros: Dan uiteraard een hele logische vraag, wanneer zou het ongeveer kunnen gaan starten? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, zoals het er nu naar uitziet is het oktober, november dat het kan gaan starten. Maar goed, dat zijn de, november beginnen de drukke maanden voor de winkeliers.
Dus we willen echt wel vanuit in ieder geval de BIZ akkoord hebben dat dat akkoord is om dan te gaan starten met deelgebied 1. En als ze zeggen van, nee, liever in januari, dan kunnen we in de aanbesteding daar rekening mee houden dat het januari wordt. Maar ja, dan trekken we het naar 2026 om mee te starten. Maar ik noem het maar even technisch ontwerp, uitvoeringsgereed ontwerp, zover is het inmiddels al. Om het in de aanbesteding te zetten, dat is allemaal klaar. De voorzitter: Dan krijgt mevrouw Ripmeester van de Partij van de Arbeid gelegenheid om haar vragen te stellen. Vier stuks genoemd. Begint u, misschien is het aantal veranderd, dan hoor ik het wel. Begint u er met twee. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag. We hebben bij de, gaat over de Boomgaard, we hebben bij de internetconsultatie tussen 6 en 24 maart al aangegeven dat we wilden gaan bebouwen. Wordt erbij dat aangeven alleen aangegeven dat we willen gaan bebouwen en later is ook aangegeven dat er een besluit is genomen, wordt dan ook de stemverhouding meegegeven? Of wordt alleen maar aangegeven dat er
Pagina 23 van 33
een besluit is genomen? Dat was trouwens dat besluit werd ruim na 24 maart genomen. Dat was de eerste vraag. De voorzitter: Kunt u aangeven aan welke vraag dit gekoppeld is? Mevrouw Ripmeester: O ja, natuurlijk. Dat is vraag 19 van de Partij van de Arbeid. De voorzitter: Helder. Mevrouw Ripmeester: Mijn volgende vraag is over vraag 26 van de Partij van de Arbeid. Dat gaat over het azc. De raad zal om een bindend advies gevraagd worden bij de behandeling van de BOPA. Heeft u enig idee, heeft u al meer idee over wanneer dat zal zijn? Is dat ook dit jaar nog of wordt dat volgend jaar? En dat zijn twee vragen. De voorzitter: Ik begin bij wethouder Van der Duijn Schouten en ik zie wel waar het eindigt. Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, ik ben bang dat het ook bij mij eindigt, voorzitter, wat deze twee vragen betreft. Ik begin even over de BOPA voor het azc. Dat kan ik u nog niet concreet zeggen, maar gaat u er maar van uit dat dat niet meer dit jaar wordt. En dan de andere vraag. Ja, ik heb eigenlijk geen idee wat … Misschien kunt u de vraag nog een keer herhalen, want dan kan ik er misschien een antwoord bij verzinnen, want het is mij een beetje ontgaan. De voorzitter: Het ging over de Boomgaard. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat was duidelijk.
De voorzitter: Maar inderdaad, omdat we niet wisten waar het aan gelinkt was, was het even een beetje moeilijk plaatsen. Kunt u nog heel kort samengevat uw vraag herhalen? Mevrouw Ripmeester: Vraag 19? Dat ging over de Boomgaard. U heeft bij de internetconsultatie aangegeven dat u wilde gaan bebouwen en later heeft u ook aangegeven dat er een besluit is genomen. En geeft u dan ook aan als er een besluit is genomen wat de stemverhouding is ten aanzien van de Boomgaard of geeft u alleen maar aan, dit was het besluit? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, wij hebben aangegeven dat er een besluit. Ik bedoel, aan wie hebben wij dat aangegeven? Ik ... De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Het probleem van de wethouder is dat u het over een besluit heeft, maar dat niet duidelijk is waar dat besluit genomen is. De heer Van der Duijn Schouten: Ja. Ik zal dus even de vraag en het antwoord aan elkaar moeten linken. Maar ... O, goed, u vraagt, hier is met de provincie en de gemeente Barendrecht over gesproken. En daarop hebben wij aangegeven, nee, dan geven wij niet aan wat de stemverhoudingen zijn. Wij mailen gewoon dat de raad een besluit heeft genomen. En volgens mij is het in zijn algemeenheid ook gewoon, de raad beslist en daarmee is een besluit genomen. Dus dat doen we niet. Nee.
Pagina 24 van 33
De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, u mag doorvragen en uw volgende twee vragen stellen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Kunt u aangeven, we hebben het net gehad met de accountant over de druk op bepaalde terreinen zeg maar. Wanneer we dan vraag 39 kijken en we praten over inhuur en we hebben het over de druk op het sociaal domein en over het aantrekken van nieuwe mensen, dan staat er inhuur bij ziekte of verloop kan snel leiden tot een budgetoverschrijding. Maar waar wordt dan de afweging gemaakt of we willen budget overschrijden of dat we de druk willen laten oplopen? Moeten dan niet onze inwoners voorgaan op de budgetoverschrijding? Dat is de derde vraag denk ik. En de vierde vraag is vraag 45, grofvuil. We gaan bij het ophalen van grofvuil moeten mensen geld voorschieten en dat staat er als antwoord, minima hoeven niet voor te schieten. Maar feitelijk kunnen ze niet verder op de site als ze niet voorschieten. Dus het is onmogelijk om een aanvraag voor het ophalen van grofvuil te doen zonder dat je voorschiet. Misschien kan de wethouder daar ook nog eens naar kijken. Dat waren ze voor nu. De voorzitter: Beginnen we met wethouder Piena en daarna wethouder Van Os schat ik in. Wethouder Piena.
De heer Piena: Ja, voorzitter, of dat echt een specifieke vraag voor het sociaal domein, zo ook voor andere domeinen, volgens mij geldt dat voor alle termijnen denk ik de vraag. Maar de systematiek is helder. We hebben een begroting waarin we een aantal personeelslasten hebben en waar we een aantal fte's voor inzetten om bepaalde zaken voor elkaar te kunnen krijgen. Daar zit een x-percentage ziekte in en dergelijke, maar je kan natuurlijk ook wel eens met meer ziekte van doen hebben. Je kan ook wel eens met een verloop van doen hebben waardoor je niet snel genoeg mensen weer uit de markt kan krijgen. Dus daar kan een gat ontstaan. Soms kan je dan, heb je een inhaalslag nodig. En dan zou je dus moeten kunnen kiezen of we huren extra in, dan kom je over je budget en dan moeten we naar de raad terug. Nou, dat is geen probleem als we vinden dat dat echt effect sorteert. Maar heel vaak is het ook zo dat het misschien een twee, drie maanden duurt voordat we wel weer de formatie op sterkte is. En dan heeft het ook geen nut om extra krachten in te huren op dat moment, want het kost je meer tijd om die mensen in te werken. En als ze dan ingewerkt zijn als externe in je organisatie, ja, dan kan je beter even, hoe vervelend het ook is, even twee maanden of drie maanden met minder personeel toe moeten.
Dat geeft wel druk op de overgebleven ambtenaren die het werk moeten uitvoeren, maar dat is op dat moment de keuze. En zoals collega Van der Duijn Schouten al heeft aangegeven, elke dag, dagdagelijks wordt gekeken wat de beste besluiten daarin zijn en dat doen we naar eer en geweten. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, voorzitter, ik kan het op mijn eigen portefeuille niet beter verwoorden dan dat mijn collega doet, dus dat is hartstikke mooi. En met betrekking tot grofvuil, het antwoord geeft aan dat minima kunnen bellen. En als er wordt gebeld met NV BAR Afvalbeheer en geven dat aan, is de systematiek wel degelijk dat ze gewoon gratis zonder voorschot het afval op kunnen laten halen twee keer per jaar. Dus dat is wellicht op de website dan niet zo ingeregeld. Dat gaat allemaal via DigiD en iDEAL, maar dat is wel als het telefonisch gaat en zo staat het ook in de beantwoording. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, bent u hiermee compleet of heeft u nog meer vragen? Mevrouw Ripmeester: Ik heb een antwoord ontvangen, dit staat niet goed op de site en dit is proefondervindelijk ook uitgetest, dit werkt nog niet helemaal dit grofvuil ophalen. Ik heb het antwoord ten aanzien van de budgetoverschrijdingen die heb ik gehoord. Heb ik nog één laatste vraag, dat is vraag 56 van de
Pagina 25 van 33
Partij van de Arbeid. Daar staat in het antwoord bij de opvang over dak- en thuislozen dat Centraal Onthaal volstaat. Mag ik vragen waarop dat gebaseerd is dat dat volstaat? Dank u wel. De voorzitter: U mag alles vragen en de wethouder gaat over zijn antwoord. Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, ik zou de vraag ook andersom kunnen stellen, waaruit blijkt dat het niet volstaat? Maar Centraal Onthaal is er voor de noodgevallen en voor de mensen ook vanuit Ridderkerk om daar opgevangen te worden. En ons zijn geen signalen bereikt dat dat niet voldoende is op dit moment. En zolang wij geen signalen krijgen dat onze Ridderkerkers daar niet terechtkunnen, ja, dan ga ik er wel even van uit dat het volstaat. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Zou de wethouder in contact willen gaan met Centraal Onthaal om te vragen of het volstaat? Want er worden Ridderkerkers weggestuurd omdat zij relatief gezien, de capaciteit bij Centraal Onthaal is niet groot genoeg en mensen worden daar weggestuurd. Dus ik hoop dat de wethouder of iemand met hen in contact wil om te kijken of het naar tevredenheid gaat? Misschien is dat wel zo, want de signalen bereiken de wethouder niet. Maar misschien kunt u ze actief ophalen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Voorzitter, ook bij Centraal Onthaal zit het wel eens vol.
Maar de mensen die deze mensen begeleiden die vanuit Ridderkerk bij Centraal Onthaal opgevangen zouden moeten worden en als er dan op dat moment geen plek is, dat betekent niet dat die mensen op straat komen te staan, dan worden ze doorverwezen naar andere mogelijkheden. Maar Centraal Onthaal is het centrale punt waar de mensen zich toe kunnen richten. En is daar geen plek, dan worden ze wel degelijk doorverwezen naar andere mogelijkheden. Dus in dat opzicht blijft het in mijn optiek nog steeds voldoen. Centraal Onthaal is de centrale eerste opvangplek. Mocht daar door omstandigheden niet voldoende plek zijn, dan wordt er gekeken naar andere mogelijkheden om de mensen in nood op te vangen. En voorzitter, ons ambtelijk apparaat is altijd als deze casussen bij ons komen, als mensen daar opgevangen moeten worden, dan kennen wij deze mensen in de meeste gevallen, dus worden ze ook daarin begeleid en worden ze gemonitord. De voorzitter: Dank u wel. De vragenronde is daarmee compleet. Ik kijk nog even voor de zekerheid rond. Is de inzet nog steeds ter debat? Dat is het geval. Wie denkt de meeste tijd nodig te hebben? Wie denkt er deel te nemen aan het debat en wie denkt de meeste tijd nodig te hebben? Ja, ik zie drie minuten en twee minuten. Eentje, dat wordt wel heel verschillend. Ik heb ook een keer vijf langs zien komen.
Mijnheer Kooijman wil graag vier minuten, dus dan gaan we, en de Partij van de Arbeid ook. Wij gaan even rekenen. Ik zie ook een paar van twee. Het bod van de griffier is totaal de tijd zestig minuten en een eerste termijn van vier minuten. Moet echt wel kunnen, denk ik. Dan gaan we dat zo doen, tenzij het presidium anders besluit. Het is inmiddels kwart voor tien. De commissie Samen wonen is zo'n lange vergadering niet meer gewend. Voor degenen die de grap niet snappen, twee vergaderingen terug, die duurde achttien minuten en de volgende veertig minuten. Is er behoefte aan een korte pauze? Mijnheer Kooijman zegt van ja. Vijf minuten? Dan gaan wij over ongeveer vijf minuten verder en schors ik nu de vergadering. De voorzitter: Ik heropen de vergadering en ik hoop dat de wethouders ook hun plaatsen innemen.
Pagina 26 van 33
7. 1e Tussenrapportage 2025 De voorzitter: Agendapunt 7, de eerste tussenrapportage 2025. Wethouder Van der Duijn Schouten en de heer Leenders zijn aanwezig voor de bespreking, die nemen nu plaats. Opnieuw welkom terug. Het college heeft de eerste tussenrapportage 2025 aangeboden als een afwijkingenrapportage op de begroting. De raad wordt voorgesteld de rapportage voor kennisgeving aan te nemen, financiële bijstellingen vast te stellen en kennis te nemen van de brief van de provincie, onze toezichthouder. Dat is de korte samenvatting. De inzet is dat het voorstel ter debat wordt geagendeerd. Is dat akkoord voor de commissie? De heer Kardol, SGP. De heer Kardol: Ja, dank, voorzitter. Ik had nog niks gezegd, maar wat ons betreft mag het ter vaststelling. De voorzitter: Is er iemand van de commissie die het daar niet mee eens is? Mevrouw Griep, Partij 18PLUS. Mevrouw Griep: Nee, ik was iets te snel. Voor ons mag die ook ter vaststelling. De voorzitter: Dan concludeer ik dat iedereen het ter vaststelling wil. Mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid. Mevrouw Ripmeester: Graag ter debat voor één minuut. De voorzitter: De tijd zullen we het straks over hebben. Maar u bent dan de enige die … Dat is prima. Dat betekent dat we het nu houden bij technisch-inhoudelijke vragen.
Wethouder Van der Duijn Schouten, wilt u nog een introductie geven? De heer Van der Duijn Schouten: Eigenlijk niet, voorzitter. De voorzitter: Dat is prima. Wie wil vragen stellen? Er zijn geen vragen. Nou, dan kunnen wij naar de inzet. Is het nog steeds … Het is dus ter debat. De Partij van de Arbeid zegt één minuut, de burgemeester zegt altijd, dat is niet te handhaven, dus dat worden er dan twee. Ik denk ... Burgemeester, ik zeg iets waar u het niet mee eens bent geloof ik. Burgemeester Oosterwijk: Nee hoor, ik vind het helemaal prima, maar daag me niet uit. De voorzitter: Het voorstel is om totaaltijd vijf minuten. Mevrouw Ripmeester steekt haar handen in de lucht, maar de rest van de commissie die ziet dat wel zitten geloof ik. Mocht het iets langer zijn, is ook geen probleem. Vijf minuten agenderen we. 8.
Kaderbrief 2026 De voorzitter: Dat brengt ons bij het volgende agendapunt en dat is de kaderbrief 2026. We danken mijnheer Leenders en in zijn plaats komt mijnheer Kolf. Welkom. En dat is weer samen met wethouder Van der Duijn Schouten. De korte samenvatting van dit agendapunt. Het college heeft de kaderbrief 2026 aangeboden als vertrekpunt voor de opstelling van de programmabegroting 2026-2029. De brief bevat financiële kaders en een overzicht van mogelijke ombuigingen. De raad wordt voorgesteld de kaderbrief voor kennisgeving aan te nemen en als uitgangspunt te gebruiken bij het opstellen van de begroting. Er zijn in aanloop naar de besluitvorming al verschillende moties en een amendement door fracties aangekondigd. De inzet is dan ook dat het voorstel ter debat wordt geagendeerd in de raadsvergadering. En ik zie geknik. Dan is het woord aan
Pagina 27 van 33
wethouder Van der Duijn Schouten, dan gaan we kijken of hij nu al dan niet daar gebruik van maakt voor een introductie. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, een kadernota als opmaak of een kaderbrief, wat hadden we ervan gemaakt, als opmaak richting de begroting. Daarmee schetsen wij u een financieel beeld bij de situatie zoals die was toen we dit aan u deden toekomen. Nou, we hebben al jaren met elkaar gesproken over het ravijnjaar wat eraan zit te komen en dat leek een vrij donker scenario. Daar heeft het Rijk inmiddels ook wel enigszins op geacteerd en dat maakte dat toen wij dit naar u toe stuurden wij een mooi sluitend perspectief hadden voor ’26-’27. Een klein tekortje nog voor ‘28 met het voorstel om dat vooralsnog maar uit de algemene reserve te dekken. En weer een net sluitende, 7 ton over op een begroting van 200 miljoen bijna, nou, dat halen we net niet, maar is 7 ton natuurlijk, er hoeft maar dit te gebeuren of ook dat is weer weg, maar ook dat was een sluitend perspectief. En met dit perspectief gaan wij ook richting werken aan de begroting. Inmiddels heeft u van ons een raadsinformatiebrief gehad over de meicirculaire waar wij op voorhand wel een inschatting hadden gemaakt op basis van de voorjaarsnota van het Rijk.
Nou, die inschatting bleek redelijk accuraat, want de effecten van de meicirculaire waren uiteindelijk zo dat het totaalbeeld van de kadernota niet wezenlijk anders is geworden. We hebben u daar recent met een raadsinformatiebrief over geïnformeerd. Dus ja, ook dit hebben we getracht een beeld te schetsen voor dat moment. Het zijn natuurlijk altijd momentopnamen, maar ik ben wel benieuwd of daar voor dit moment nog vragen over zijn. De voorzitter: Wie wil daar gebruik van maken? ChristenUnie, één vraag. Echt voor Ridderkerk, één vraag. Burger op 1, twee vragen. Partij van de Arbeid, twee vragen. Beginnen we met mijnheer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ja, voorzitter, zowel het CDA als de ChristenUnie hadden vragen gesteld over de door het college gezien noodzakelijke aanpassing van de gemeentelijke organisatie. 120 duizend euro wordt daarvoor benodigd structureel. Uit het antwoord van het CDA, dat is nummer 19, geeft het college aan, ja, dat is eigenlijk de noodzakelijke bijstelling ook van het loongebouw.
Wij vroegen ons af, moeten we dan zien dat er met name voor in combinatie met wat er nog meer in de beantwoording staat, dat het dus met name topfuncties zijn die daar, die zwaarder zijn ingeschaald, waardoor we nu dus extra geld nodig hebben? En zou daar dan een reflectie op kunnen komen, ook mede in relatie tot wat we net van de accountant hebben gehoord dat het met name ook de uitvoeringskracht en realisatiekracht van de organisatie, als we ergens in moeten investeren, zou het juist aan die kant moeten zijn. Hoe ziet het college dat? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten, gaat u dat zelf doen? De heer Van der Duijn Schouten: Nou. De voorzitter: Of moet ik naar rechts kijken? De heer Van der Duijn Schouten: Deze vraag erg bedrijfsvoering gericht is, dus ik vermoed dat wethouder Van Os dit erg graag wil beantwoorden. De voorzitter: Dat voelde ik zomaar aankomen. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, beide is waar wat de heer Kooijman aangeeft. Dus qua inschaling zijn er aanpassingen op geweest, maar ook de organisatiestructuur hebben we versterkt. Het cluster bedrijfsvoering in organisatie is 1 juli jongsleden ook gestart om ook die organisatiekrachten te vergroten. Dus Pagina 28 van 33
beide klopt inderdaad, aantrekken van nieuwe collega's, maar ook een iets wat hogere inschaling voor andere collega 's. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: En dat richt zich nu al concreet op de bedrijfsvoeringskant en niet op de uitvoeringskant? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Nee, het zit wel binnen de gemeentelijke organisatie dit onderdeel, dus het heeft niks van doen met De Bedrijfsvoeringspartner. We hebben het cluster bedrijfsvoering organisatie ingericht onder andere juist om de organisatieontwikkeling nog meer kracht te geven. Dus uiteindelijk heeft dat juist profijt straks ook voor de medewerkers in de hele organisatie, omdat juist het team vanuit bedrijfsvoering en organisatie mee gaat werken aan de organisatieontwikkeling of doorontwikkeling moet ik zeggen. En daarnaast ook gewoon de liaison is richting De Bedrijfsvoeringspartner, wat ook broodnodig is voor de bedrijfsvoeringstaken. Dus ik denk zeker wel dat die organisatie doorontwikkeling met de mensen die nou op bedrijfsvoering van de organisatie zitten, dat die versterkt worden en verbeterd worden. Dus het werkt echt wel door in de eigenlijke, in de eigen gemeentelijke organisatie. De voorzitter: Dat is voldoende zie ik. Echt voor Ridderkerk, mijnheer Kloos. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. Ik verwijs naar pagina 7 van de kaderbrief.
Daar staat boven de algemene uitkering uit het gemeentefonds het kopje beschermd wonen. Is er nog steeds geen enkele indicatie wat de opbrengsten en lasten zullen gaan worden? Want dat is, dat wordt op deze paragraaf nog opengehouden. En waarom zijn al die Nederlandse wethouders toch zo dol op om dit soort activiteiten van de landelijke overheid over te nemen? Je zou zeggen, dat is weer een vervolg op wat andere taken die de door landelijke overheid blijkbaar op het bordje van de gemeenten wordt neergelegd. Waar begint het en waar eindigt het? Maar het antwoord daar is misschien meer een politieke vraag. Op dit moment zeggen we, daar zijn we niet echt blij mee. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: In ieder geval eindigt hier de vraag en begint het antwoord. Wethouder Piena. De heer Piena: Ik moet zeggen, voorzitter, baten en lasten, ik heb even niet zo snel de kaderbrief voor me. Maar de eerste, de tweede vraag kan ik wel beantwoorden, waarom zijn wethouders zo dol op het overnemen van taken van het Rijk? Nou, volgens mij heb ik nog nooit een wethouder horen zeggen dat die dol is op het overnemen van een taak van het Rijk en zeker in het sociaal domein kunnen we daar onze vraagtekens wel eens bijzetten. Dus ja, ik ga de aanname die EvR hier doet, die ondersteun ik zeker niet. Sterker nog, soms, het wordt gewoon opgelegd.
Het Rijk bepaalt dat de gemeenten een aantal taken dienen uit te voeren en dan dienen we ze uit te voeren. Staat er los van of ik er dol op ben of dat ik er niet dol op ben. De voorzitter: Mijnheer Kloos. De heer Kloos: Ik begrijp uw antwoord. Maar ook binnen de VNG hoor je toch bij tijd en wijle ook wel eens verhalen dat men zegt, jongens, blijven we op deze manier doorgaan? En ik kan mij voorstellen dat je binnen VNG-verband toch eens probeert neer te leggen, hoe hoog leg je de lat van het maar constant deponeren van activiteiten binnen het lokale circuit? Dank u, voorzitter.
Pagina 29 van 33
De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, voorzitter, ik hoor niet echt een vraag. Maar natuurlijk wordt er ook binnen de VNG, maar ook bij wethouders onderling natuurlijk gesproken over de taken die we hebben, of we daar voldoende geld voor hebben. U zult weten dat ook Ridderkerk daar een motie een jaar geleden op het VNG voor heeft ingediend. Nogmaals, we kunnen daarover praten. Maar als de taken naar beneden worden gedelegeerd, geattribueerd, noem ze maar op alle termen die daarvoor gelden, dan dienen wij dat uit te voeren. En dat is, daar gaan wij niet over. Daar kunnen we misschien wel tegen ageren, kunnen we van alles van vinden, maar het is nu eenmaal de wet die je dient uit te voeren. Dus ik ben even zoekende. Ja, we kunnen als VNG dan kunnen we daar stelling innemen, wordt ook een aantal keren wel gedaan. Maar verder houdt het denk ik wel even op bij dat punt. Tenzij u voorstellen heeft daarin, dan hoor ik ze graag. De voorzitter: Dank u wel. Dat brengt ons bij Burger op 1, mevrouw Van Nes-De Man, twee vragen. Mevrouw Van Nes-De Man: Ik zit dan bij ombuigingsmaatregelen die dan eigenlijk niet benut zouden gaan worden. Maar ik vind het wel bijzonder zoals het omschreven staat. Er staat bij nummer 24 bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking, jaarlijks blijkt dit algemeen budget onbenut, is een niet-wettelijke taak.
Daar kan je van zeggen, als het al jaarlijks onbenut is, waarom staat het dan jaarlijks nog op de begroting? En bij punt 27, dat is op pagina 13 allebei, meetpunt lucht en geluid aan de Rijksstraatweg. In de praktijk is er weinig toegevoegde waarde en zijn gegevens weinig bruikbaar. Wat voegt het apparaat dan toe? Dat is eigenlijk vraag één. En vraag twee is, hoe kan het dat die van weinig waarde is en dat die gegevens weinig bruikbaar zijn? Want die is in nauw overleg met DCMR destijds op die plek gezet. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten, ik ben even bij de eerste vraag even de draad kwijt geweest voor wie die was. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, de ontwikkelingssamenwerking. Ja, u zegt hij wordt niet gebruikt, waarom staat die er nog in? Ja, dat hebben wij ons ook afgevraagd en daarom stellen we nu voor om hem dus eruit te halen, omdat die niet gebruikt wordt. Dus uw opmerking, waarom staat die er nog in? Ik denk dat dat een hele terechte vraag is en onze suggestie is dus om hem er niet meer in te laten staan, zodat … Ja, lucht en geluid, wellicht goed, ik kijk even naar wethouder Overheid. De voorzitter: Wethouder Overheid. Aan u het woord, wethouder Overheid. De heer Overheid: Ja, we hebben op basis van de eerdere metingen gedaan gekeken naar dit punt zeg maar. In principe wordt het gedekt door andere punten.
Dus volgens ons kan die dan in principe komen te vervallen zonder dat we echt informatie verliezen op dat punt. Dus dat is de reden waarom wij hier hebben opgenomen. De voorzitter: Helder antwoord. Mevrouw Van Nes-De Man. Mevrouw Van Nes-De Man: Ik vind het iets minder helder, eerlijk gezegd. Maar hij is, dat toestel of dat apparaat is daar gekomen in nadrukkelijk nauwkeurig goed overleg met de DCMR om te kijken van, wordt daar gemeten en aan de overkant wordt gemeten. Toen is er gezegd van, nou, hij heeft de gemeente altijd een hoop geld gekost. Dus als je dat doet, doe het dan goed. Hoe kan het dan nu zijn dat die door punten overgenomen is? Ik vind het een beetje een apart antwoord. De voorzitter: Wethouder Overheid. Pagina 30 van 33
De heer Overheid: Ja, hoe kan dat? We hebben in Ridderkerk zeg maar ook een soort landelijk netwerk waar gebruik van maken. En de punten die zeg maar, de informatie die we uit dit specifieke meetpunt halen wijken daar niet veel van af. Dus dan denk ik van, ja, waarom hebben we hem dan nog nodig voor de punten die we echt willen meten zeg maar? Dus dat is de reden waarom we zeggen van, dan is die in principe overbodig. Dank u. De voorzitter: Het antwoord is helder. Misschien mag ik herinneren aan het debat wat ooit hierover gevoerd is. Misschien interessant om nog eens terug te luisteren. Voldoende antwoorden zo. De Partij van de Arbeid, mevrouw Ripmeester, twee vragen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik werd net opmerkzaam gemaakt dat mijn vraag over Centraal Onthaal bij de kadernota had gemoeten. We liepen een beetje op de zaken vooruit. Maar goed, die vraag zal ik niet meer stellen. Ik heb nog wel een vraag naar aanleiding van nummer 58. Daar staat, dat is een vraag naar aanleiding van de posten scherper ramen. Wij hebben gevraagd, hoeveel jaren wordt er dan al veel geld op overgehouden? En dat was niet beschikbaar. En dat verbaast ons een beetje, want dat zou toch uit de jaarverslagen te halen moeten zijn hoeveel jaren daar al op die posten ruimte zou zijn.
Dus mijn vraag is, nee, graag een toelichting op het antwoord? En mijn tweede vraag is, het gaat over de spanning tussen de OZB en het voorzieningenniveau en hoe we dat gaan monitoren dat dat nog een beetje in balans blijft. En dan staat er, dit wordt zichtbaar wanneer een tekort op de begroting dreigt te ontstaan. Maar ik dacht dat we dat in ‘28 ook gingen doen en dat we daar toch regelmatig een waarschuwing voor kregen. Dus gaan we daar nu wel of niet serieus naar kijken? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, bij vraag 58 is niet dat we het niet hebben, maar we hebben aangegeven dat in het tijdsbestek wat er tussen het indienen van de vragen en het moment dat die weer bij u komen, en daar zit best wel wat tijd tussen, maar er zit ook heel veel procesmatig achter dat het niet lukt. Want het is natuurlijk niet één post die wij in het lijstje op hebben genomen die op scherper ramen, dat zijn best nog een aantal posten waar uiteindelijk blijkt dat het met scherper ramen nog wel wat ruimte zit. Dus het gaat erover dat in het korte tijdperk voor al die posten over meerder jaren dat nog een keer uitzoeken niet lukte. En dat is ook wat het antwoord aangeeft. Wat betreft de OZB. Ja, in 58 hebben we nog een tekortje in de kaderbrief, maar u ziet ook dat in ‘29 we dat al niet meer hebben.
En één jaar incidenteel een tekort is voor ons geen reden om nu aan de OZB-knoppen te gaan draaien. Tegelijkertijd is dat wel iets waar we continu naar kijken, want zoals u heeft gezien hebben we in de lijst met ombuigingsmaatregelen staat gewoon de OZB ook als optie benoemd voor zowel woningen als niet-woningen. Dus dat zijn zaken waar we in het hele proces ook wel nadrukkelijk naar hebben gekeken. Tegelijkertijd nu in het licht van ook een coalitieakkoord waarin staat dat we dat wat ons betreft als het even kan niet doen, zien wij dat, nou, wat de accountant net ook gaf, dat die discussie zag die wel aankomen maar ook wel in de wat verdere toekomst, dat die voor nu voor Ridderkerk nog niet actueel is. Zien wij op dit moment geen noodzaak om aan die knop te gaan draaien. Maar nogmaals, uit het lijf blijkt dat we hebben het inzichtelijk gemaakt wat er kan, dus we hebben hem ook niet buiten beschouwing gelaten en ook wel naar gekeken. Maar doen wij op dit moment geen voorstel om daaraan te gaan draaien, omdat die noodzaak er op dit moment niet is. Maar goed, u heeft vanavond ook het voorbeeld gehoord van een zwembad. Nou, dat is ook een scenario wat in Ridderkerk speelt. Dus het is niet uit te sluiten dat dat in de toekomst wel een keer moet. Daar kijken we continu naar.
We hebben er nu ook naar gekeken, maar we gaan het nu wat ons betreft niet doen, omdat die noodzaak er echt niet is. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Pagina 31 van 33
Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Een groot deel van die lijst van die bezuinigingsvoorstellen of ombuigingsvoorstellen die gaan we niet doen. Waar onze zorg zit, is het feit dat er nu misschien geld over is, maar als dat eenmalig geld over is en niet structureel geld over is, dan vragen we ons af of dat wel, of we ons niet rijk rekenen zeg maar die ene keer. En of we het jaar daarop eigenlijk weer de krapte ingaan, omdat we iets meer aan preventie moeten doen of wat dan ook en dan komen we weer budget tekort. Dus daarvoor ons verzoek of er op een wat langere termijn inderdaad geld over was dat we eigenlijk drie jaar geleden al scherper hadden moeten ramen. Dus ik hoop dat als u deze maatregelen wel wil inzetten, dat u daar ook wat meer beeld bij geeft. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: En dat waren vragen via de voorzitter aan wethouder Van der Duijn Schouten. Aan u het woord. De heer Van der Duijn Schouten: De posten van scherper ramen zijn posten waar wij structureel ruimte zien. Dus niet één keer, want wij gaan niet over één nacht ijs. Dus dat zijn echt posten waar wij nu structureel ruimte zien.
En tegelijkertijd hebben we dat bij heel veel posten ook aangegeven, daarmee als we het zouden doen, want nu een aantal zullen we misschien, maar goed, dat ziet u bij de begroting wel, want er zitten natuurlijk ook een aantal in het lijstje die min of meer een no-brainer zijn om niet in de jaarrekening op te nemen, maar goed, dat is voor later, als we dat doen, dan één, doen we dat op basis van meerjarig inzicht dat die ruimte er zou zijn. En tegelijkertijd hebben we ook bij heel veel posten aangegeven dat we ons ook bewust zijn dat je daar een zeker risico mee loopt, dat het een keer tot een overschrijding van een budget kan leiden. Dus daar steken we ook onze kop niet voor in het zand, dat kan. We verwachten het niet, maar je kan het ook niet uitsluiten. Aan de andere kant, als je ziet dat je structurele posten over hebt, dan is het ook in het kader van scherper ramen en ook misschien niet eens scherper, maar ook wat meer realistisch, nou ja, dan heb je op een postje een keer over en dat kan het ook gebeuren dat je op een postje een keer wat tekortkomt. Maar dat is als je rond nul begroot, ja, dan kan het twee kanten op afwijken. De voorzitter: Zullen we de vragenronde hiermee afsluiten? Dat is akkoord zie ik. Dan gaat dit ter debat naar de raad, want er zijn ook moties en een amendement. Ik ga deze keer zelf een voorstel doen.