2025-07-03-verslag-commissie-samen-leven-en-wonen-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven en Samen wonen Ridderkerk 3 juli 2025
1.
Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond, ik open de vergadering van de commissie Samen leven en Samen wonen. En op de valreep ook welkom aan mijnheer Ros van GroenLinks. Daarmee zijn alle fracties vertegenwoordigd, laat ik dat dan alvast maar zeggen. Alle aanwezigen hartelijk welkom. De commissieleden, alle mensen op de tribune, de mensen die thuis meeluisteren, het college, compleet aanwezig. In het bijzonder welkom aan mijnheer Van Vugt en de heer Aleman van … Die is er niet. Dan mijnheer Van Vugt van Deloitte Accountants. Er ligt een agenda voor. Kan die uw goedkeuring wegdragen? Dat is het geval, dan is die bij deze vastgesteld.
2. Spreekrecht De voorzitter: En gaan we naar het spreekrecht. Daar zijn geen aanmeldingen voor en gaan we gauw verder. 3. Toelichting accountant op zijn Accountantsverslag over de controle van de Jaarstukken 2024 De voorzitter: Toelichting accountant op zijn accountantsverslag over de controle van de jaarstukken 2024. De heer Van Vugt, onze accountant, is aanwezig voor de bespreking. Die zit hier voor mij. De reden voor de aanwezigheid van de heer Van Vugt is dat hij de door het college opgestelde jaarstukken grondig heeft gecontroleerd, daar een oordeel over heeft gegeven en daar verslag over heeft uitgebracht. Dit verslag met aanbevelingen brengt de accountant uit aan de gemeenteraad en is vandaag in definitieve vorm aan u aangeboden. De heer Van Vugt is aanwezig voor een toelichting op zijn verslag over de stukken van 2024. Ik geef zo dadelijk het woord aan de heer Van Vugt en ik weet uit ervaring dat de heer Van Vugt het niet bezwaarlijk vindt als u tussendoor vragen stelt. En ik zal opletten en reageren op uw signalen daartoe. Mijnheer Van Vugt, aan u het woord. De heer Van Vugt: Ja, dank u wel, voorzitter. Inderdaad, zoals door de voorzitter is aangegeven hebben wij de jaarrekening van 2024 van de gemeente Ridderkerk gecontroleerd.
Ik zal even stilstaan bij de aanpak, daarna bij wat bevindingen en ik zal kort nog iets over de financiële positie zeggen naar aanleiding van deze jaarrekening. In de eerste plaats, wij hebben de jaarrekeningcontrole gedaan op basis van een goedkeuringstolerantie die u als raad heeft vastgesteld. Dat is 1 procent van de totale lasten en dat is dus 2 miljoen voor fouten en 6 miljoen voor onzekerheden. Dat betekent dat als in deze jaarrekening fouten zouden zitten die 2 miljoen of hoger zijn, dan zouden we de jaarrekening niet meer kunnen goedkeuren. En dat geldt voor onzekerheden hetzelfde, maar dan gaat het om een bedrag als de onzekerheden boven de 6,15 miljoen zijn. Wij hebben bij de controle geen fouten en onzekerheden van deze omvang aangetroffen. Dus dat betekent, en dat is het belangrijkste, dat wij inderdaad vandaag, vanmorgen de goedkeurende verklaring hebben afgegeven bij deze stukken. Dus dat betekent dat het financiële wat in deze jaarrekening staat, de cijfers, het financiële beeld ook wat er gegeven wordt, dat dat klopt. Daarnaast staat er natuurlijk in de jaarrekening heel veel andere informatie, met name bij de programma's over het realiseren van doelstellingen en het uitvoeren van activiteiten. Ja, dat is uiteraard aan u ter beoordeling in deze commissie, maar ook later in de raad om daar uiteindelijk een oordeel over te hebben.
Als we naar de fouten kijken dan hebben we, zoals in ons rapport staat zijn er nog twee fouten achtergebleven in de jaarrekening die niet meer zijn gecorrigeerd. Pagina 1 van 33
Dat betreffen overigens twee fouten die een gevolg zijn van het heel laat aanleveren door verbonden partijen van de laatste jaarcijfers van die partijen. De eerste die noem ik even, dat is de afrekening van de Sport Service geweest. De bijdrage bleek achteraf gezien 420 duizend euro te laag te zijn in uw jaarrekening. Maar deze informatie kwam heel laat en was dus eigenlijk niet goed meer te verwerken. En dat gold ook voor de definitieve afrekening van de bijdrage aan de GRJR Rijnmond, Jeugdzorg Rijnmond, die is 243 duizend euro te hoog opgenomen. Dus als je deze met elkaar, als je deze tegen elkaar afzet dan betekent het uiteindelijk dat het resultaat in uw jaarrekening 177 duizend euro te hoog is gepresenteerd. Nou, de grens is 2 miljoen, dus dat blijft daar ver onder. Dus dat brengt tot slot de conclusie dat de jaarrekening gewoon een getrouw beeld geeft en dus gewoon klopt. Bij de onzekerheden, die hebben we feitelijk ieder jaar wel. Dat heeft er alles mee te maken dat met name in de jeugdzorg en in de Wmo niet altijd alle productieverantwoordingen van de zorgaanbieders op tijd bij de gemeente aanwezig zijn. In dit geval gaat het bij elkaar om een bedrag van 265 duizend euro voor de Wmo en voor 155 duizend euro bij de jeugdzorg. En uit vergelijking, als ik dat vergelijk met het verleden maar ook met andere gemeenten, zijn dit hele lage bedragen.
Dus hiervan kun je eigenlijk wel zeggen dat de meeste productieverantwoording, het overgrote deel, tijdig bij uw gemeente aanwezig is en ook tijdig kan worden verwerkt. Dat even ten aanzien van de conclusie, dat is natuurlijk de belangrijkste slotsom van de controlewerkzaamheden. Dan sta ik ook nog even stil bij de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording is voor het tweede jaar opgenomen in uw jaarrekening. Dat is in de eerste plaats staat die opgenomen op bladzijde 186. Maar de toelichting daarop, de uitgebreide toelichting daarop die staat vooral in de paragraaf bedrijfsvoering. Dat begint ongeveer bij bladzijde 101 van uw jaarstukken, daar vindt u eigenlijk de toelichting. In de kern staat daar het volgende, u heeft een verantwoordingsgrens afgesproken met het college van ook die 1 procent van de totale lasten, dus dat is in dit geval ook 2 miljoen euro. Het college die rapporteert in de rechtmatigheidsverantwoording voor 3,5 miljoen aan rechtmatigheidsafwijkingen. Dat zijn overigens vrijwel uitsluitend begrotingsrechtmatigheid afwijkingen. Dus daar is, daar zijn bedragen die dan afwijken van de budgetten die u als raad heeft toegekend. Dat is overigens een bedrag van 2,2 miljoen op de begroting, de normale exploitatiebegroting, en een bedrag van 1,3 miljoen aan investeringen. Nou, dat brengt dan bij elkaar die 3,5 miljoen.
En van die 3,5 miljoen is op basis van uw eigen financiële verordening, de spelregels die u met elkaar heeft afgesproken. Een van die spelregels is bijvoorbeeld, als er een afwijking ontstaat door een openeinderegeling, bijvoorbeeld bij de bijstand of bij de jeugdzorg of bij de Wmo, dat u zegt, ja, natuurlijk kunnen wij niet tegen een Ridderkerker zeggen op laten we even zeggen 15 december van, ja, u komt een uitkering aanvragen, maar het budget is op. De gemeenteraad heeft niet meer ter beschikking gesteld, dus u krijgt het niet. Dat kan niet, komt u maar terug op 2 januari. Dat kan niet. U moet dan gewoon die uitkering verstrekken, maar dat kan natuurlijk leiden tot afwijkingen, dat u meer uitkering verstrekt dan aan de voorkant misschien kon worden ingeschat. Nou, dat leidt dan tot een afwijking. Maar daar heeft u in de verordening met elkaar afgesproken, ja, maar in zo'n geval snappen wij dat, dat is logisch. Dat is gewoon het toepassen van wet- en regelgeving, dus dat vinden we dan in dat geval acceptabel, niet erg. Nou, dit soort afwijkingen van die 3,5 miljoen is 2,7 miljoen op basis van deze regels als acceptabel aangemerkt. Nou, dan kunt u met een eenvoudige rekensom dan zien dat dat alles bij elkaar een bedrag van laten we maar zeggen bij elkaar 8 ton als niet acceptabel is aangemerkt.
Die staan overigens keurig netjes toegelicht, met name dus op die bladzijde vanaf 101. Ik zal de belangrijkste even noemen. Dat betreft voor 512 duizend euro een storting in de voorziening van de afvalstoffenheffing. Overigens is hier wel gewoon gehandeld conform externe wet- en regelgeving. Alleen het was, het college achtte het wat chiquer als daar tijdig de begroting op was aangepast. Maar deze verwerking moest zo plaatsvinden, dat kon niet anders. Een tweede is de begraafplaats, een overschrijding op geweest van 119 duizend euro. Daar zegt het college eigenlijk van, ja, daar vinden we dat we eerder daar de raad over hadden moeten informeren. En de derde die erin zit dat zijn de salarissen bij overhead, 127 duizend euro. Daar geldt in feite ook hetzelfde voor van, nou, daar hadden we beter eerder de begroting op kunnen aanpassen of eerder kunnen melden. En bij de Pagina 2 van 33
investeringen gaat het om een bedrag van 42 duizend euro en dat betreft een overschrijding op de investering bij het aanpassen van bushaltes en de doorsteek van de Geerlaan. Dat gaat om een bedrag van 42 duizend euro. Deze rechtmatigheidsverantwoording voldoet wat ons betreft aan de eisen die je daaraan kunt stellen. En ik vind eerlijk gezegd, maar dat is een beetje een persoonlijke smaak ook, ik vind wel dat u heeft een hele uitgebreide toelichting op de door het college gerapporteerde onrechtmatigheden. Dat kom ik wel eens summierder tegen, laat ik het zo zeggen. Dit is toch wel vrij uitvoerig toegelicht waar het in zit, welke afwijkingen er zijn. En wij hebben ook in het controleproces wel gemerkt dat het college of de ambtelijke organisatie die we hier heel veel over gesproken hebben, nou, die zijn inderdaad best wel streng, ook voor zichzelf. Dat wil ik wel meegeven aan cultuur. Dat vind ik natuurlijk op zich hartstikke goed, dat je gewoon kritisch bent naar jezelf met betrekking tot een stukje budgetbeheersing. En dat viel ons in het controleproces wel op. Even de meest opvallende vind ik die 512, die afvalstoffenheffing. Ja, de externe wetgeving zegt dat dat gewoon moet. Nou, en dan zegt uw college en uw ambtelijke organisatie die zegt, ja, maar toch vinden wij het chiquer geweest als we daar eerder de raad over hadden geïnformeerd.
Nou, dat vind ik wel een vorm van kritische reflectie ook naar van, nou, dat had beter gekund. De voorzitter: Mijnheer Kooijman van de ChristenUnie heeft een vraag. Aan u het woord. De heer Kooijman: Ja, helder. Ik vroeg me even af in dit licht hoe ik denk dat met name even vanuit de wetgevende kant of de BBV-kant bezien zeg maar. We kennen hier de methodiek dat op het moment, nou ja, het liefst heb je natuurlijk dat vooraf budget wordt aangevraagd voor plannen. Maar we hebben ook de methodiek als het college ergens zeg maar in december erachter komt dat een aantal dingen niet zijn gedaan, dat we in december nog zo'n zeg maar even een veegronde hebben met een aantal dingen die we dan als raad achteraf alsnog besluiten. En dat is eigenlijk vooruitlopend op de afronding van de jaarstukken. Dus in mijn optiek zijn er dan twee momenten waarin een college, nou, eerst kunnen ze het even repareren door zeg maar in december nog een besluit van de raad te vragen, en daarna is er nog een ruimte om in de rechtmatigheidsverklaring daar iets over te zeggen. Hoe is dat vanuit de wetgeving bezien dat die twee mogelijkheden erin zijn? Snap je mijn vraag? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Ja, dit is echt een geheel eigen keuze hoe u dat inricht.
Het is in Ridderkerk ooit ontstaan omdat er ook een aantal jaren zijn geweest dat er toch wat onplezierige verrassingen bleken in de budgetbeheersing aan het eind. Daar zijn toentertijd maatregelen op genomen en daar komt ook wel die strakke budgetbeheersing uit voort. Dus in die zin past deze systematiek prima bij de gemeente Ridderkerk en hoe je dat met elkaar wil. En de wetgever die laat zich daar eigenlijk, die geeft daar niet echt een richting aan van, zo moet het. Het is wel zo dat de wetgever wat lichte voorkeur heeft voor dat je in ieder geval tijdig zoveel mogelijk begrotingswijzigingen maakt. Dat doet u ook. Maar ja, je ontkomt er nooit helemaal aan dat afwijkingen die in november, december ontstaan en misschien in januari, februari aan het licht komen, ja, dat je die natuurlijk niet meer met een begrotingswijziging kunt doen en dat je dat inderdaad dan door middel van het informeren van de raad doet. Nou, dat is de systematiek die u toepast. Er is ook één gemeente die de begroting tussentijds nooit aanpast. Dat mag strikt formeel. Het heeft niet de voorkeur, zoals ik net al zei, maar het mag wel. Ja, u voelt wel aan als je dat doet, dan heb je een enorme hoeveelheid begrotingsafwijkingen in de jaarrekening. Dan krijg je nog een heel veel langere lijst en heel veel posten toe te lichten.
Ja, als dat wenselijk is en als je dat prettig vindt met elkaar om zo te werken, dan mag dat wel. Maar dat heeft niet de voorkeur, dus dat ga ik u niet adviseren om iets dergelijks te doen. Dan zou ik zeggen, blijf vooral bij de systematiek die u kent.
Pagina 3 van 33
De voorzitter: Ik zie dat het antwoord voldoende is, dus u mag uw betoog vervolgen, mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Ja, dank u wel, voorzitter. Het tweede waar ik … Eén was even de verklaring en ons oordeel daarbij. Het tweede is de controle. Ik heb vorig jaar ook al gezegd, de ontvlechting is natuurlijk iets ingrijpends. In die zin is de jaarrekening 2024 natuurlijk best een bijzondere jaarrekening, want dat is de eerste jaarrekening van laten we zeggen een weer 90, 95 procent zelfstandig Ridderkerk in die zin. Maar dat betekent tegelijkertijd dat het ook niet een makkelijk jaar was, ook niet in de organisatie. Je zelfstandigheid komt weer nadrukkelijk naar voren. Dat betekent veel voor de organisatie, voor processen, voor procedures. Betekent ook iets voor het hervinden van je eigen cultuur, noem ik dat maar even. En dat te midden natuurlijk ook van alles wat er gewoon moet gebeuren en de winkel die ook gewoon openblijft. En de samenwerking die met de bedrijfsvoeringspartners opnieuw moet worden vormgegeven. Nou, als je dat allemaal bij elkaar optelt, dan kunnen we zeggen dat de jaarrekeningcontrole eigenlijk heel soepel is verlopen. En dat we ook ten opzichte van vorig jaar verbeteringen hebben gezien. We hebben vooral verbeteringen gezien in de aanlevering, in de beantwoording van vragen.
In de Single information, Single audit, dus dat is die gekke kruisjeslijst die ook in de jaarstukken zit. Dat is heel veel werk, intensief werk. Daar hebben wij echt duidelijke verbeterstappen in gezien. We hebben ook aandacht gezien, veel aandacht voor fraude en integriteit. Frauderisicoanalyse, et cetera. Nou, dat zijn wat ons betreft goede stappen. Bent u er dan? Nou, ik heb vorig jaar ook gezegd, nee, dit gaat u echt een paar jaar kosten. Nou, dat is ook zo. Er zijn echt wel nog dingen te verbeteren en die zitten wat ons betreft vooral in het nog verder verbeteren van de SiSa, van die Single information en audit. En dan zit het daar met name op de interne controleslag daarop, voordat het bij ons wordt aangeleverd. En het zit vooral wel wat in het sociaal domein. Daar merkten we dat het nog altijd wel wat lastig was om de vragen op tijd beantwoord te krijgen, om aansluitingen direct op orde te hebben, et cetera. Dus dat zijn wat mij betreft even de belangrijkste speerpunten, huiswerkpunten voor de komende periode. Maar die passen wat mij betreft wel in het beeld wat we ook vorig jaar al hebben gedeeld met elkaar en passen wel wat mij betreft uitstekend in die positieve lijn. Nou, daarnaast hebben we nog iets opgemerkt over de grondexploitaties om daar met een uitgangspuntennotitie te komen.
Dat vind ik zeker belangrijk, maar ik geef er gelijk maar bij dat als u een prioriteit moet stellen, dan zou ik die hier niet doen. Dan zou ik eerder meer aan het sociaal domein en aan de SiSa prioriteit geven. En dat heeft er alles mee te maken dat uw grondexploitaties natuurlijk redelijk beperkt zijn qua omvang. U heeft niet heel veel actieve grondexploitaties, met uitzondering van Nieuw Reijerwaard. Maar dat zit natuurlijk in een gemeenschappelijke regeling. Dus ja, die uitgangspunten is belangrijk, maar de post zelf is natuurlijk niet zo heel groot. En we hebben vooral veel aandacht gevraagd ook voor de ICT, voor de veiligheid van de systemen. Wat ik wel heel mooi vind in uw jaarstukken, dat is dat u de ENSIA-rapportage in de jaarstukken opneemt. Dat gebeurt niet overal, u doet dat wel. Daar geeft u dus wel een soort inkijkje of u aan de BIO voldoet, aan de regels die op dit moment gelden met betrekking tot bijvoorbeeld cybersecurity en veiligheidsmaatregelen in je ICT-omgeving. Dat wordt komend jaar, dit jaar, dat is net ingegaan overigens, 1 juli, NIS2, dat is een Europese richtlijn hierover. Die is weer een stuk strenger. Dat betekent wel dat het aandacht houden voor veiligheid rondom je ICT-systemen, zowel intern als naar buiten, cyberbedreigingen, ja, dat is wat ons betreft blijft dat wel een speerpunt ook voor de komende periode.
Nou, dit zijn wat mij betreft de belangrijkste bevindingen met betrekking tot de bedrijfsvoering. Roept dat vragen op of … Nee? De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. Een helder verhaal. En u stelt zelf al de vraag, roept het vragen op? Ik kijk. Ja, ik zie bij de Partij van de Arbeid drie vragen, bij Echt voor Ridderkerk twee vragen, bij de ChristenUnie twee vragen. Dan begin ik bij Echt voor Ridderkerk. En mijnheer Van Vugt, die wilde iets zeggen. Aan u het woord.
Pagina 4 van 33
De heer Van Vugt: Ja, ik vergeet één ding, dat is de financiële positie. Maar daar hebben we op 27 mei heel uitgebreid met elkaar bij stilgestaan. Overigens op een avond die, nou, ik vond het mooi, ik heb er juist een hele plezierige avond ervaren. Dus ik denk, nou, die vergeet ik bijna. Ik denk dat het niet zinvol is om dat nog eens een keer helemaal te herhalen. Dat ga ik ook niet doen. Maar ik ga nog wel een keer bevestigen de conclusie die ik toen getrokken heb, dat is dat de financiële positie van de gemeente Ridderkerk sterk is. U bent heel gezond, u heeft een hele gezonde reservepositie, een hele lage schuldpositie. En toen heb ik ook uitgesproken, mijn zorg zit het meest nog, of, nou, zorg, wat nog de meeste aandacht vraagt is, toen heb ik het misschien wat huiselijk gezegd, maar zorg vooral goed voor uw organisatie. Omdat wat waar de meeste spanning op zit, dat is de realisatie, de realisatie van uw investeringen. Dat zie je ook in deze jaarstukken terug. U neemt bijvoorbeeld voor om ongeveer 20 miljoen te investeren in 2024, er is ongeveer 13 miljoen gerealiseerd, dat is ongeveer twee derde. En daarnaast, en dat is wel uniek dit jaar, u had normaal gesproken al ieder jaar dat de baten en de lasten ongeveer in balans bleven. Ongeveer net zoveel geld werd uitgegeven als dat erin kwam. Dat was knap, want het Rijk heeft heel veel extra geld gegeven.
Dus u heeft heel veel extra activiteiten gedaan de afgelopen jaren en u bent in staat geweest om de onroerende zaakbelasting heel laag te houden. En zelfs relatief gezien ten opzichte van het landelijke gemiddelde nog verder te verlagen. Maar in 2024 zien we wel een opmerkelijke verandering ten opzichte van de voorgaande jaren, want daar zie je in één keer wel een behoorlijke afwijking tussen de realisatie en de begroting. Daar zit ongeveer 14 miljoen euro tussen en dat is 6 miljoen voordeel op de lasten en ongeveer 8 miljoen voordeel op de baten, meer baten dan begroot en minder lasten dan begroot. Nou, ook daar zie je natuurlijk wel een enkele indicatie. Met name die lasten, die 6 miljoen minder lasten, is 3 procent ongeveer, daar zie je natuurlijk wel een beeld, een indicatie van, ja, misschien staat daar ook wel de uitvoering en de realisatie wat onder druk. Dus dat heeft mij toen tot de conclusie gebracht van, ja, dat is wat mij betreft het belangrijkste punt. U bent de afgelopen jaren fors gaan investeren, fors activiteiten gaan doen in Ridderkerk. Hartstikke goed, want dat heb ik eerder weleens gezegd, doe dat vooral. Maar dat betekent wel dat u daar de organisatie voor nodig heeft. En daar zit dan wel het belangrijkste aandachtspunt van, ja, let op, zorg voor die ambtelijke organisatie dat ze die realisatiekracht blijven brengen die u in uw begroting graag ook ziet.
Dat is even de samenvatting van een toen best, nou, een paar uur denk ik dat we over dat financiële beeld gesproken hebben. De voorzitter: Dank u wel. De commissie is zeker die avond niet vergeten en daarom keken ze ook reikhalzend uit naar uw komst opnieuw. Dan gaan we nu verder met de vragen en ik merk wel als er nog nieuwe vragen zijn bijgekomen. Mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk, u had twee vragen, die mag u stellen. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. Twee op zich losse vragen die ik net zo goed aan het college had kunnen stellen als aan u, maar ik ben toch benieuwd naar uw visie. De eerste is meer in zijn algemeenheid, het concept accountantsrapport kwam ons pas afgelopen vrijdag binnen en het definitieve nu. Is dat gebruikelijk bij andere gemeentes dat dat allemaal op zeer korte termijn wordt aangeleverd? Want onze fractie vindt dat daar toch wel iets meer tijd tussenin had kunnen zitten om daar een beter oordeel over te vellen. De tweede vraag, in de inkomsten en uitgaven, waar het dus op een bepaald moment op die 7,1 miljoen uitkomt, geeft u aan dat in de domeinen verkeer, economie en sociaal domein 6,5 miljoen is overgehouden, dus meer inkomsten dan uitgaven daartegenover staan.
Is uw visie dat je dit inderdaad zo kan verantwoorden, omdat daar nog geen begrootte of verwachte uitgaven tegenover staan? Of zegt u, misschien hadden we iets in de voorzieningen moeten doen, omdat op het gebied van verkeer we toch al weten dat we volgend jaar, ik noem maar iets, een miljoen moeten uitgeven aan? Graag uw visie hierover. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt.
Pagina 5 van 33
De heer Van Vugt: Ja, dank u wel, voorzitter. Met betrekking tot dat eerste punt, ik ben het helemaal met u eens dat het mooi zou zijn als we weten te realiseren dat er meer tijd ontstaat tussen wanneer de stukken komen en wanneer u het vaststelt. Dus daar zijn we het helemaal met elkaar over eens. Is het gebruikelijk? Ja, we zien wel de laatste jaren dat het lastig is om inderdaad eerder die stukken aan te leveren. Dat heeft meerdere redenen. Dat heeft iets met capaciteit te maken, dat heeft iets met, nou, dat je altijd ook moeilijke posten in de controle tegenkomt. Dat heeft ook te maken met, nou, bijvoorbeeld het sociaal domein, dat je zit te wachten op die productieverantwoording of verantwoordingen van verbonden partijen, et cetera. Moeten we ons daarbij neerleggen? Nee. Ik denk dat wij het streven moeten hebben, en dat hebben we ook al met de organisatie uitgesproken, om op een gegeven ogenblik die termijnen weer naar voren te trekken. En de externe factoren die dit veroorzaken, om daar te kijken of je die kunt, nou, in ieder geval de risico's daarvan of de effecten daarvan kunt verkleinen. Dus dat is zeker waar. Dus het is niet wenselijk, het is wel gebruikelijk geworden, zeg ik wel eens, door allerlei redenen. Maar het is zeker wat mij betreft een uitdaging om het weer daar meer tijd in, meer tussenruimte te creëren. Ja. Tweede vraag.
Mag ik die zo interpreteren dat u zegt, ja, daar hebben we voordelen gerealiseerd bij die programma's noem ik het maar even? En zouden die niet in een voorziening moeten worden opgenomen omdat we ze volgend jaar gaan besteden. Is dat de vraag? Ja, nou, de wijze zoals dat hier wordt verantwoord, dat is de wijze die het Rijk wil, die ook in de regels is opgenomen. Dat is in de praktijk inderdaad roept dat nog wel eens wat vragen op, maar dat komt omdat het Rijk … Eigenlijk moet ik het zo zeggen, dat de Gemeentewet zit zo in elkaar dat het budgetrecht van de gemeenteraad is heel belangrijk. U geeft in een jaar opdracht voor het doen van bepaalde activiteiten en bepaalde doelen te realiseren en u geeft daar een bepaalde zak met geld bij, een budget bij. Nou zegt het Rijk eigenlijk heel simpel van, nou, als er dan op zo'n budget geld wordt overgehouden doordat er of dingen niet zijn gedaan of omdat je efficiënter hebt gewerkt of omdat je meer opbrengsten hebt gekregen van het Rijk bijvoorbeeld voor zo’n product, ja, dan mag je dat niet al van tevoren in een potje stoppen. Nee, dat moet dan keurig netjes weer langs de raad via of een apart besluit of via de jaarrekening, in het resultaat van de jaarrekening.
Zodat u, u krijgt nu een resultaat gepresenteerd van 12 miljoen, daar zitten dit soort voordelen in, zodat u als raad kunt besluiten, wat doen we daarmee? En dan kunt u alsnog weer besluiten om dat in een potje te stoppen, noem ik het maar even, omdat u ook in ‘25 en ‘26 misschien nog allerlei dingen wil doen. Maar de regelgeving is wel heel strak dat dat keurig netjes wel eerst via de jaarrekening, dan wel een afzonderlijk besluit eerst langs uw raad moet. En dat je dat niet aan de voorkant al, bijvoorbeeld in deze jaarrekening, in een potje mag stoppen en mag verwerken. Dat is de achtergrond. De voorzitter: Bent u tevreden met deze beantwoording? Dat is heel mooi. Dan gaan we naar de ChristenUnie. Mijnheer Kooijman, ook twee vragen. De heer Kooijman: Ja. Ik had mijn eerste vraag, dat ging even over de laatste toelichting met betrekking tot de doorgeschoven prestaties en de organisatie, et cetera.
Kan u nog wat reflecteren op de situatie nu, wat er in 2024 naar 2025 is doorgeschoven? En met name ook, er zitten hier diverse fracties die nu allemaal druk bezig zijn denk ik of de partijen met verkiezingsprogramma’s schrijven, het steeds meer doorschuiven van prestaties, wat vergt dat voor de ambtelijke organisatie? En kunnen we daarmee gewoon door blijven gaan met nieuwe plannen bedenken en ondertussen wordt die bult voor ons steeds hoger of moeten we daar als raad ook goed over nadenken, ja, hoe gaan we daarmee om en moeten we misschien eerst afmaken waar we ooit aan begonnen zijn? Misschien dat u daarop kan reflecteren? En mijn tweede vraag, dat betreft de managementletter. We waren natuurlijk gewend de afgelopen jaren dat het vooral ging over de BARorganisatie en, nou, misschien een heel klein deeltje gemeente Ridderkerk. Nu is dat eigenlijk andersom, het is vooral gemeente Ridderkerk en een stukje bedrijfsvoeringspartner. En ik was benieuwd of wij daar nou als raad daardoor ook op een andere manier naar de managementletter zouden moeten kijken of kunnen kijken? Pagina 6 van 33
Of dat het eigenlijk niet uitmaakt waar het personeel zich bevindt, in een GR of in een andere organisatie of gewoon binnen de eigen organisatie, of daar nog verschil in zit hoe wij daarnaar kunnen kijken of moeten kijken? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Ja, dank u wel, voorzitter. De eerste vraag die is, uiteraard heeft die ook een heel groot politiek karakter. Dat moet u ook vooral zo laten, daar moet u zich vooral niks van de accountant aantrekken in die zin, dat moet u vooral zelf doen. Maar wel iets wat ik wil reflecteren. En ik vind het wel een beetje een dilemma, laat ik dat ook maar eerlijk zeggen. Omdat stel dat ik zou zeggen van, Ridderkerk, wees u wat, remt u wat in uw in uw ambities. Dan zou dat wel wat strijdig zijn met wat ik jaren geleden heb gezegd, Ridderkerk, geef eens wat gas. Dus voor je het weet remt u weer en zeggen we over drie, vier jaar misschien, nou, hadden we dat maar niet gedaan. Dus ik ben daar wat voorzichtig mee. Dus ik zou zeker niet nu, als ik echt zou vinden dat u zich overeet, laat ik het maar even zo zeggen, dan mag u van mij verwachten dat ik dat zeg. Maar in de context van het verleden ben ik eerlijk gezegd wel blij dat er veel in Ridderkerk gebeurt. En dat u, ja, ook wel een beetje op stoom begint te komen in die zin, in allerlei, zal ik maar zeggen, plannen en de uitvoering daarvan.
Anderzijds, ik ben het wel met u eens dat u daar continu met elkaar aandacht voor moet hebben van, zijn wij die boeggolf, zijn we die niet aan het vergroten en is datgene wat we in onze begroting plannen en aan ambities hebben, is dat nog wel enigszins realistisch te realiseren? En als dat niet zo is, dan komt de vraag wel boven van, nou ja, moeten we dan misschien wat vertragen? Of, en dat zou misschien nog wel fraaier zijn, moeten we misschien niet juist verder investeren in die realisatiekracht van de organisatie om onze ambities waar te maken? En financieel gezien kunt u dat hebben. Ik heb wel gezegd dat op langere termijn krijgt u een keer de discussie met elkaar over het voorzieningenniveau in relatie tot je onroerende zaakbelasting niveau. Maar dat krijgt u echt niet op korte termijn. Op termijn krijgt u die wel een keer, omdat u gewoon steeds goedkoper bent geworden. Dus dat is op zich natuurlijk voor de burger heel plezierig, maar als je je voorzieningenniveau gaat laten stijgen, waar u op dit moment mee bezig bent, krijg je op een gegeven moment wel een keer het vraagstuk, hé, en wat is daar een gezonde onroerende zaakbelasting niveau bij? Dus die komt op termijn wel, maar op de korte termijn zou ik zeggen, is het veel meer kijken van, hoe kunnen we inderdaad datgene wat we met elkaar ambiëren, dat we dat ook uitvoeren.
En signalen vanuit de organisatie serieus nemen om daar misschien dan dat verder te stutten en te verstevigen. Ja, blijkt dat niet mogelijk? Ja, dan is het wel goed om met elkaar realistisch de discussie te voeren van, ja, moeten we dan ons ambitieniveau, ik zou niet zeggen afzwakken, maar eerder zou ik zeggen, vertragen, faseren, focussen. Nou, een stukje reflectie van mijn kant, maar u moet er vooral niks mee doen. Of wel, maar dat is uiteraard ook aan u. Want ik noem maar even wat u wil aan ambities en welke ambities u heeft, ja, dat is natuurlijk echt heel erg pure politiek. Dat zal ook van fractie tot fractie kunnen verschillen of zal dat ook verschillen. De managementletter. Het is heel, het is inderdaad opmerkelijk dat dit jaar natuurlijk dat er is weer echt een managementletter van de gemeente Ridderkerk. Die hebben we vele jaren niet gehad. Dus dat betekent inderdaad dat die wat mij betreft meer uw aandacht heeft, maar misschien ook zou moeten krijgen. Ik ben dus ook blij dat die in die zin dat u hem ook even noemt. Daar zou ik zeker naar de toekomst toe in het totaal van de controle zou ik die steeds wel een plek blijven geven.
En u moet, of u moet, het is ook belangrijk dat op het moment dat ik een signaal zou afgeven dat iets helemaal niet goed gaat ergens, ja, dan is het ook het momentum meer dan in het verleden dat je daar als raad natuurlijk ook aan het college vragen over kunt stellen. In het verleden kon u die vraag aan de wethouder stellen, maar dan moest de wethouder er weer mee naar de BAR-organisatie, dus dan zat er een schakel tussen. Nu is het in feite gewoon een rechtstreekse vraag aan uw college van, nou, de accountant schrijft dit, hij geeft ook nog aan dat het serieus is, hoe gaan we dit aanpakken of oplossen? Dus in die zin wat extra aandacht daarvoor, zeker als de signalen wat steviger zijn, is Pagina 7 van 33
denk ik wel belangrijk. Dat is op dit moment overigens niet aan de orde, maar dat zult u uit mijn toelichting begrepen hebben. De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord en dat is voldoende voor mijnheer Kooijman. Hij wil toch nog iets zeggen. Aan u het woord, mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Ja, het was zeker voldoende, maar ik wou inderdaad nog wel even bevestigen dat ik niet uit was op een politieke uitspraak, maar de financiële onderbouwing is in ieder geval voor onze fractie altijd wel weer handig en bruikbaar. Dank u. De heer Van Vugt: Ik hoop dat ik binnen de lijntjes ben gebleven. De voorzitter: Mijnheer Kloos, u wilt stapelen. De heer Kloos: Ik wilde inderdaad stapelen op het antwoord van de heer Van Vugt, want die heeft het over een gezonde OZB. Wanneer is die belastingheffing gezond volgens uw mening in Ridderkerk? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Ja, die vraag is niet heel eenvoudig te beantwoorden, want anders had ik daar een bedrag aan gekoppeld. Maar een gezond OZB, dat heeft te maken met dat je op een gegeven ogenblik je voorzieningenniveau en de lasten die je daarbij hebt, dat je die afzet tegenover je zal ik maar zeggen onroerende zaakbelasting niveau.
En wat is dan de eerste indicator? Stel dat je op een gegeven blik daadwerkelijk tekorten gaat hebben, dus dat je gaat zien dat de structurele lasten van dat voorzieningenniveau waar je dan met elkaar zuinig op bent of die je met elkaar belangrijk vindt, als je gaat zien dat dat niet meer structureel wordt goedgemaakt door de baten, dan heeft u een hele reële indicatie van, wacht even, maar nou is de onroerende zaakbelasting vermoedelijk niet meer in balans met de voorzieningen. En dan krijgt u de discussie van, ja, moeten we dan misschien in de voorzieningen wat terug? Dat kan. Of zegt u dan met elkaar, nee, die voorzieningen willen we eigenlijk wel houden. Daar zijn we … Dat vinden we Ridderkerk, dat hoort bij ons als Ridderkerk, dat willen we ook bieden aan de Ridderkerker. Ja, dan betekent dat natuurlijk een verhoging van de onroerende zaakbelasting voor de deur staat. Dus dat vraagt, en dat is niet een getal, maar dat vraagt dus een beschouwing bij een begroting die een keer komt. De voorzitter: Mijnheer Kloos. De heer Kloos: Mijnheer de voorzitter, ik begrijp het antwoord wel wat die zegt, maar ik vind het erg cryptisch. Het geeft mij nog geen handen en voeten waar ik iets mee kan. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Eén gemeente die heel concreet hier in de buurt.
Die gemeente die worstelt al drie jaar achter elkaar met een tekort in niet alleen bij de begroting, maar ook in de jaarrekening. Dus die 12 miljoen van u, dat is daar een tekort. En diezelfde gemeente die heeft als plan om een nieuw zwembad te bouwen. Dus die zeggen eigenlijk, als raad zeggen die met elkaar, het huidige voorzieningenniveau, daar zijn we tevreden mee. Daar willen we eigenlijk geen afbreuk aan doen. We willen niet bezuinigen in het sociaal domein, we willen ook niet bezuinigen op sport of cultuur. Nee, we zijn eigenlijk wel tevreden met het profiel wat het nu is. We hoeven echt niet meer te investeren, dat hoeft ook niet. Maar we hebben wel een hele
Pagina 8 van 33
nadrukkelijke wens met elkaar voor een zwembad. Nou, dan wordt er uitgerekend wat daar dan de structurele extra last van is. Ja, en u voelt hem aankomen, dat kan eigenlijk dus niet. Want je hebt nu al een tekort in je jaarrekening, dan plus je deze lasten van het zwembad er nog bij. Je doet er niks van af. Ja, dan zul je met elkaar het debat moeten voeren, vinden wij dat nieuwe zwembad belangrijker, zal ik maar zeggen, dan het nadeel van het verhogen van de onroerende zaakbelasting? Nou, deze gemeente heeft uiteindelijk gezegd, nou, dat zwembad vinden we belangrijker om die faciliteit aan onze burgers te bieden. Maar dat betekent wel in dit geval dat twee jaar achter elkaar de OZB 10 procent extra omhoog moet, bovenop de inflatie, om weer de lasten in balans te brengen met de opbrengsten. Nou, dat is dan heel nadrukkelijk de politieke keus en dat is ook uitgerekend iets wat in deze arena het leuk maakt en ook soms spannend kan maken. De voorzitter: Mijnheer Kloos. De heer Kloos: Mijnheer de voorzitter, dank voor dit antwoord. Het geeft nu iets meer handen en voeten. De voorzitter: Nou, dat is een gezonde ontwikkeling, zal ik maar zeggen. Mevrouw Ripmeester van de Partij van de Arbeid, u heeft drie vragen. U mag er twee stellen en daarna die ene. Mevrouw Ripmeester: De eerste vraag is helemaal vanaf het begin.
We hebben een, even kijken hoor, onzekerheidsmarge van 6 miljoen en eentje van, een foutpercentage van 2 miljoen. Is dit in lijn met landelijk of kan dit ook lager? Dat was mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is, de controle … Ik heb niet zulke ingewikkelde vragen hoor, dus. Mijn tweede vraag is, controle op het sociaal domein verliep stroef, staat in een van de stukken. Kunt u ook aangeven waarom? Mijn derde vraag doe ik straks. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Dank u wel, voorzitter. Dat percentage dat is een landelijk wettelijk percentage, dus dat geldt voor alle gemeenten, provincies en waterschappen. U mag dat als gemeenteraad lager vaststellen, maar dat komt eigenlijk de laatste 15 jaar niet meer voor in het land dat dat gebeurt. U helpt me wel aan een bruggetje, want dit percentage dat gaat vanaf 2025, dat is al veranderd. Want nu hebben we dus inderdaad nog 1 procent voor fouten, 3 procent voor onzekerheden, dus dat is die 2 miljoen en die 6 miljoen. Dat onderscheid vervalt, fouten en onzekerheden. Dat wordt voortaan op één hoop gegooid, noem ik het maar even huiselijk. En we krijgen een nieuw goedkeuringstolerantiepercentage ervoor terug en dat is 2 procent. Dus volgend jaar is die goedkeuringstolerantie 2 procent voor zowel fouten als onzekerheden bij elkaar opgeteld. En dat geldt al vanaf de jaarrekening 2025.
Mag u die als raad lager vaststellen? Ja, ook dat mag. Dus u mag ook 1 procent vasthouden als u dat wil. Ik zeg er wel gelijk bij, ja, dan moet je eigenlijk reden voor hebben dat je denkt dat er in de bedrijfsvoering zodanig dingen misgaan dat je gewoon die controles strakker wil hebben. Nou, u mag van mij verwachten dat als ik denk dat dat toegevoegde waarde heeft, dan zal ik u dat zeggen. Maar anders leidt dat natuurlijk ook wel tot heel veel extra lasten en extra controledruk in de organisatie. Ja, dat moet je ook niet zomaar toepassen. Daar moet je vind ik wel echt een reden voor hebben om dat te doen. De voorzitter: En de tweede vraag ging over het sociaal domein. De heer Van Vugt: Ja. Ja, dat stroevere, dat heeft vooral te maken met dat we soms lang moesten wachten op de beantwoording van vragen. Dat we soms ook lang moesten wachten op specificaties en onderbouwingen en bijvoorbeeld aansluitingen. Dat liep gewoon moeizaam. En dat is van oudsher binnen de BAR-organisatie was dat ook al een kwetsbare plek. Je ziet dat dit eigenlijk de komende jaren, dat dat nog niet echt een hele Pagina 9 van 33
grote stap heeft gemaakt. En daarom vragen we daar aandacht voor om daar met name vanaf ‘25 en verder wel verder op te investeren. Om dit proces, nu het helemaal weer wat meer nog in eigen huis weer is, om dit verder sterker te maken. De voorzitter: U mag erop reageren of doorvragen en uw derde vraag stellen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel. Nee, ik begrijp wat er gezegd wordt. Mijn derde vraag ging over uw opmerking dat we eigenlijk wat meer realisatiekracht zouden moeten hebben en dus iets meer capaciteit zouden moeten, kracht of capaciteitskracht, u had er een mooi woord voor. En tegelijkertijd staat ook in de managementsamenvatting dat we te maken hebben met verlies van historische kennis en veel jong onervaren personeel. Als we natuurlijk meer capaciteit gaan aantrekken dan wordt dat eigenlijk groter. Is het dan juist beter om nog iets rustiger te doen of juist wel nu in te zetten op … Laat de hele organisatie nog wat verder te laten rijpen of nu juist wel al in te zetten op meer kracht? Dat was eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, voor mij geldt hier de opmerking die ik ook maakte, dat het grootste aandachtspunt is de zorg voor de organisatie. Maar dat wil voor mij niet zeggen dat beide niet tegelijkertijd kunnen.
Dus in die zin vind ik aandacht zowel voor het laat ik maar even zeggen het verder beklijven van die organisatie, ook de nieuwe cultuur, de nieuwe manier van werken, nieuwe mensen die ingewerkt moeten worden, onervarenheid die er misschien hier en daar ook zit. Zeker, dat vraagt veel aandacht, dus heb daar ook met elkaar aandacht voor. En tegelijkertijd zou ik ook wel nadenken over, ja, maar op welke plekken moet die organisatie juist worden versterkt om dit punt misschien ook te verzachten, maar ook om onze ambities en onze doelen, onze investeringen te realiseren? En dat kan in mijn ogen tegelijkertijd. Ik ben niet bang in Ridderkerk dat u te snel in die zin te hard groeit. Dat kan ook, dat een organisatie te hard groeit. Maar ik zeg er wel bij van, die groei die u met elkaar meedoet omdat u veel ontwikkelt, veel ambitie met elkaar heeft en ook aan het uitvoeren bent, ja, dan is die aandacht voor de bedrijfsvoering wel een belangrijke. Let daar vooral op. De voorzitter: Is dat voldoende voor u? Mevrouw Ripmeester, u heeft het woord. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Nee, nog één verduidelijking. Ik denk altijd bij realisatiekracht vooral aan het ruimtelijk domein. Maar denkt u ook aan het sociaal domein dan of denkt u vooral aan de ambities in de ruimtelijke zin? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ik denk, kijk, je ziet het het meest natuurlijk terug in dat fysieke domein, want daar zie je heel concreet 20 miljoen investeringen geraamd, 13 miljoen. Nou, daar zie je het het sterkste terug. Maar tegelijkertijd in het sociaal domein liggen natuurlijk ook forse uitdagingen. Sowieso, nou, de verbeterstappen waar we het zojuist even over hadden. Maar ook bijvoorbeeld de Hervormingsagenda Jeugd is natuurlijk ook een thema. Ja, dat vraagt innovatie, dat vraagt kracht ook van de organisatie. Dus wat mij betreft zit het in de breedte. En dan wil ik zeker ook niet vergeten de bedrijfsvoering. Want de bedrijfsvoering moet natuurlijk die kracht wel ook meemaken. Dan denk ik aan de financiën, personeelszaken, juridische zaken, inkopers. Ja, dat als de organisatie groeit, dus de activiteiten groeien, ja, dan moeten dat soort afdelingen natuurlijk ook op de juiste manier meegroeien, mee ontwikkelen, ook in kennis en deskundigheid. Dus wat dat, wat mij betreft zit dat echt wel in de breedte. Pagina 10 van 33
De voorzitter: Dank u wel. Is er intussen bij iemand anders nog een vraag ontstaan? Als dat niet het geval is, dan ga ik mijnheer Van Vugt bedanken voor de heldere beantwoording. En u weet net als op andere jaren, u bent vrij om te gaan en te staan waar u wil en de publieke tribune is ook een optie. Hartelijk dank voor al het werk wat u heeft gedaan en de toelichting. 4. Bevraging college over Accountantsverslag over de controle van de Jaarstukken 2024 De voorzitter: En gaan wij naar het volgende agendapunt, dat is de bevraging van het college over het accountantsverslag over de controle van de Jaarstukken 2024. Ik nodig wethouder Van der Duijn Schouten en de heer Leenders en Van der Waal uit om plaats te nemen. En dan gaan we ... Dank u wel. Nou, de gezichten zijn bekend voor u. Links van wethouder Van der Duijn Schouten zit de heer Leenders en nog meer links de heer Van der Waal. Krijgt u nieuwe ronde, nieuwe kansen om opnieuw allerlei vragen te stellen. Maar eerst krijgt de wethouder het woord en eventueel ook de ambtenaren om een toelichting te geven, als u iets wil zeggen. Niets is verplicht, maar het kan wel. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, voorzitter, na de toelichting van de accountant op zijn verslag ga ik me er eigenlijk niet aan wagen om daar te proberen dat nog een keer over te doen.
Dus ik ben benieuwd of er nog vragen richting het college over zijn? De voorzitter: Dan gaan we dat gelijk inventariseren. Wie heeft er vragen? De Partij van de Arbeid, vier stuks. De VVD, één. Echt voor Ridderkerk, twee. ChristenUnie, één. Dan begin ik deze keer bij de ChristenUnie. Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Ja, hartelijk dank, voorzitter. Ik weet niet of ik me moet richten tot wethouder Van der Duijn Schouten. Ik heb een vraag over de managementletter. Ik was benieuwd of er een reflectie kon komen vanuit de organisatie hoe er naar deze, de bevindingen wordt gekeken en welke acties en met welke prioriteit gaat worden opgepakt? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Dat is een goede vraag. Kijk, zoals u weet nemen wij die managementletter altijd serieus en pakken wij de aanbevelingen die de accountant doet allemaal op in onze ambtelijke organisatie om daar zo veel mogelijk verbetering aan te geven. Tegelijkertijd zie je ook, dat hoorden we de accountant net ook zeggen, dat zit dan meer op het verslag, dat sommige dingen belangrijker zijn dan anderen. Maar in basis gaan wij met al die aanbevelingen aan de slag om die zo veel mogelijk op te pakken en te implementeren, zodat die bij een volgende interimcontrole van het lijstje geschrapt kunnen worden. De ervaring leert dat het ook niet altijd lukt.
Maar als u mij nu vraagt van, wat gaat u nu als eerste doen of wat heeft u al gedaan? En hoe gaat u daar ook die dingen prioriteren en wat is één tot en met? Ja, dat dat antwoord moet ik u voor dit moment echt schuldig blijven. We pakken die integraal op en proberen zo veel mogelijk zaken zo snel mogelijk een plekje te geven. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Ja, misschien een begrijpelijk maar toch wel enigszins teleurstellend antwoord. Ik weet niet of ik het mag vragen, maar zou de wethouder verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering daar misschien nog iets extra over kunnen duiden, of blijft het antwoord dan hetzelfde?
Pagina 11 van 33
De voorzitter: Wethouder Van Os, wilt u daar iets op zeggen? De heer Van Os: Jazeker, voorzitter. En dat antwoord blijft hetzelfde, maar hooguit een aanvulling daarop. Managementletter is natuurlijk ook al eerder richting de commissie en raad gestuurd met een raadsinformatiebrief en daar is die verder in commissieverband niet besproken. En wat mijn collega de heer Van der Duijn Schouten aangeeft is dat wij de aanbeveling van de accountant inderdaad serieus opnemen en oppakken. Er zijn natuurlijk wel een aantal zaken die nog des gemeente zijn nu met de nieuwe organisatie, maar ook des De Bedrijfsvoeringspartner. Als je kijkt naar inkoop en aanbesteding, contractbeheer aan die zijde van de contracten die daar lopen, contractbeheer aan de zijde van de gemeente Ridderkerk. Als we kijken naar de bijzondere interne controle die voorheen helemaal bij de BAR-organisatie, nu De Bedrijfsvoeringspartner zat. Wat nu ook hier bij concern control van de gemeente Ridderkerk zit. Dus die verwevenheid is nu een stuk groter dan die voorheen was. Dus die aanbevelingen van de accountant die hier gedaan zijn, maar die we ook in de managementletter voor De Bedrijfsvoeringspartner hebben, die pakken we altijd voortvarend op. En wat mijn collega, de heer Van der Duijn Schouten aangeeft is dat, nou, niet alles lukt, maar er wel zoveel mogelijk wordt opgepakt.
En volgens mij hebben we de accountant ook horen zeggen dat het heel bijzonder is wat er neer is gezet aan prestatie vanuit de ambtelijke organisatie na ontvlechting en opstart van de nieuwe organisatie. En dan toch tijdig stukken aanleveren voor de controle van de jaarrekening, dan denk ik dat we voortvarend in ‘24 aan de slag zijn gegaan met de nieuwe organisatie en dat de aanbevelingen in ‘25 zeker opgepakt gaan worden. De voorzitter: Dit zijn de antwoorden. En u mag daar uw mening over geven, maar dan in een debat. Mijnheer Ros, GroenLinks, u wil stapelen. De heer Ros: Ja, eigenlijk in het vervolg hierop, voorzitter. Zou de wethouder misschien, wethouder Van Os of dat moet u zelf weten uiteraard binnen het college, wat meer kunnen duiden waar het nou knelt in de organisatie? Want we hebben bijvoorbeeld, nou, ik noem een voorbeeld, dat heb ik ook in de vragen genoemd, rond het centrum, daar hebben we helemaal in het begin van deze periode een aantal besluiten over genomen. Hebben we als raad budget vrijgemaakt zoals dat heet of beschikbaar gesteld. En eigenlijk blijft dat heel erg lopen, blijft maar uitgesteld worden, uitgesteld worden. Kan de wethouder iets meer geven of dat nou komt door de nieuwe organisatie die gewoon nog opgezet moet worden, of dat er externe factoren daar belangrijker voor zijn? De voorzitter: Ik begin bij wethouder Van der Duijn Schouten.
De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter. Maar, kijk, het centrum is één. In zijn algemeenheid moet je stellen, en volgens mij heeft de accountant dat ook nog een keer gezegd, dat het moeilijk is om alles te realiseren wat we gedaan hebben. Dat is niet iets van de laatste drie, vier jaar. Ik bedoel, ik ben ongeveer 15 jaar terug in deze raad gekomen en toen hadden we een boeggolf. Nou, die boeggolf is er al die tijd geweest. We schuiven continu wat voor ons uit. Dat was toen zo, dat is nu nog steeds zo. Dat maakt wel dat we als organisatie nu nadrukkelijk kijken van, hoe kunnen we hier op een reëlere manier mee omgaan? Want je ziet ook dat we in tussenrapportages ieder jaar eigenlijk stevige voordelen hebben op de kapitaalslasten, omdat die gewoon niet komen omdat de investeringen niet gedaan zijn. Daar zie je specifiek dat in ‘24 we een ontvlechting hadden. Die heeft daar natuurlijk niet in positieve zin aan bijgedragen, wel in positieve zin dat onze organisatie bestaat en er hard aan gewerkt is. Maar dat heeft natuurlijk in de realisatiekracht, nou, ik bedoel, die nieuwe organisatie moest naast het andere werk allemaal gebeuren en dat heeft ook tijd en aandacht gevraagd voor bepaalde investeringen.
Nou, u heeft in de jaarstukken kunnen zien, we schuiven ruim 2 miljoen aan investeringen door naar volgend jaar en er zijn ook een aantal zaken die we gewoon in de Pagina 12 van 33
uitvoering niet hebben kunnen doen. Nou, die gaan ook volgend jaar niet nog een keer dubbel gebeuren. Wat dit jaar niet is geveegd, gaan we volgend jaar niet twee keer vegen of dit jaar dan. Dus daar zit ook gewoon een eenmalig voordeel. Dat is iets wat continu de aandacht heeft, hoe hou je de mensen binnen, hoe trek je de juiste capaciteit aan? En tegelijkertijd, hoe plannen we nu onze projecten op een reële manier? En dat is lastig, want een aantal dingen bedenken wij zelf. Maar er zijn ook heel veel marktinitiatieven die op ons afkomen, die bedenken wij niet, maar daar heb je ook wel mee te dealen. Dat zijn partijen die ook een stukje capaciteit van ons verwachten. Dus dat is continu een puzzel en die puzzel is eigenlijk nooit klaar, die ben je continu opnieuw aan het leggen. En dat is een lastige. En daar zijn we nu heel druk mee bezig, hoe kunnen we dat nu op een manier doen dat we er wat meer grip op krijgen? Gaat dat dan volgend jaar in één keer geen boeggolf meer zijn? Nou, dat denk ik niet, want we hadden ook in de stukken voor ‘25 natuurlijk best weer ambitieuze investeringen staan, maar dat is wel iets waar continu de aandacht voor is. En dan blijf ik even weg van dat ieder project weer zijn eigen onhebbelijkheden kent zeg ik maar even, waar iets kan gebeuren waardoor het in de vertraging komt.
Maar dan zou je de hele lijst … Nou, ik heb hem vandaag toevallig nog een keer onder ogen gehad wat we hebben lopen. Het is een Excelbestand van honderden regels aan projecten wat er loopt. Ik hoop dat u het me niet kwalijk neemt als we dat vanavond maar even niet doen. Alleen omdat ik weet dat ik ook niet met alle details altijd op de hoogte ben. De voorzitter: Mijnheer Ros die vindt het voldoende zo. Dat brengt ons bij de VVD, mijnheer Velthove. De heer Velthove: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag is al beantwoord. De voorzitter: Dat is heel mooi. En dan gaan we naar de buren. Echt voor Ridderkerk. Mijnheer Kloos, u heeft twee vragen. U heeft nu de kans. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk kom ik dus op dezelfde vragen terug. Gaan wij een kans zien om de verschijning van het accountantsrapport iets eerder te kunnen laten plaatsvinden dan het op dit moment gebeurt? Want ook vanavond bleek dat er altijd wel wat last-minutedingen zijn die nog nakomen. U zou de raadsleden toch wel plezieren met een iets vroegtijdige toezending van alle stukken. Ziet u daar kans toe? Een tweede vraag, die 6,5 miljoen. Het antwoord van de heer Van Vugt was wat mij betreft duidelijk. Zijn dat nou … Zitten daar nou nog posten in die we alsnog in 2025 dienen uit te voeren? Zo ja, zitten ze al in de bestaande begroting of krijgen we dan nog een tik na in de P&C-cyclus? Dank u wel.
De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat eerder. Ja, ik kan het antwoord van de accountant nog een keer herhalen. Ook onze voorkeur heeft het om dat nog wat eerder te doen. Heel platgeslagen, als we het allemaal een maandje eerder hadden gestuurd, hadden we nu niet twee ongecorrigeerde fouten gehad. Want die zijn pas in het laatste moment van het proces gekomen. Hadden we er een maand eerder een klap op gegeven, dan was het gewoon een verschilletje in 2025 geworden. En dan was het niet meer in deze stukken beland, want dan waren ze al klaar geweest. Dus ook ons streven heeft dat. Tegelijkertijd is het een proces wat zowel aan onze kant als dat van de accountants kant zorgvuldig gelopen moet worden. En nou, dan gaat zorgvuldigheid wat mij betreft nog steeds boven snelheid. Maar we doen ons best om het zo snel mogelijk allemaal af te ronden en uw kant op te komen. Zit er in die 6,5 miljoen nog zaken die volgend jaar moeten gebeuren? Ja, een aantal zaken wel. Maar net wat ik zeg, er zitten ook zaken in die afgelopen jaar niet gebeurd zijn, om wat voor redenen dan ook, waarvan het gewoon geen zin heeft om het nog een keer te doen.
Of wat ik net al noemde het voorbeeld van het vegen, als je iedere maand ergens veegt en het is vorig jaar een keer twee maandjes niet gebeurd, heeft het geen zin om het dit jaar maar om de twee weken te gaan doen om het Pagina 13 van 33
geld nog maar op te maken. Dus daar waar het nodig is wel en in sommige gevallen is het ook een keer niet gebeurd. En ja, is dat een incidenteel voordeel en blijft dat een incidenteel voordeel. En tegelijkertijd heeft u daar ook gezien dat we voor 2,5 miljoen investeringen doorschuiven. Waarvan we u straks ook weer voorstellen om die dit jaar vanuit de algemene reserve dan ook weer te betalen. Dus daarom zit er ook een raadsvoorstel bij waar we eenmalig geld in de algemene reserve storten, maar tegelijk ook wel weer voorstellen dit jaar doen om daar weer geld uit te trekken om zaken in dit jaar dan ook mogelijk te maken. De voorzitter: Heeft u nog vervolgvragen, mijnheer Kloos? Dat is niet het geval. Dan gaan wij naar mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid. U zei vier vragen te hebben, begint u er met twee. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel. Nou, ik heb er nog maar één en twee opmerkingen. Eén is, de eerste opmerking is dat ik heel blij was met het compliment van de accountant naar onze afdeling financiën die alles zo goed in de gaten houden en zo netjes de regels volgen. Ik denk dat dat heel, niet altijd makkelijk is, dus dat wilde ik in ieder geval even benoemen. Net zoals ik wil benoemen dat we het nu steeds hebben over de boeggolf en alles wat we niet doen.
Maar dat er ook gezegd is dat we eigenlijk gezien onze capaciteit meer doen dan andere gemeentes met dezelfde capaciteit. Dus dat vind ik dan ook wel weer heel erg knap. Maar dan kom ik dus bij mijn laatste vraag en dat gaat wel over de mensen. De voorzitter: Ja, want u mag dit soort opmerkingen ook in het debat maken, want u bent een beetje uw mening aan het geven. Maar gaat u verder met uw vragen. Mevrouw Ripmeester: Nou ja, complimenten heb ik niet altijd tijd voor in debat. Dus ik dacht, ik wil ze toch een keertje maken, dus dan doe ik dat nu. Over mijn laatste vraag is nog steeds over de organisatie en over de realisatiekracht die we hebben en de ambities die we hebben die we in balans moeten brengen. De accountant geeft aan, daar zit een zorg. We zouden eigenlijk, dat zou moeten kunnen versterken, zowel in het fysieke als in het sociale domein. Tegelijkertijd horen we ook heel vaak, er is geen personeel beschikbaar. Dus ook al willen we dat wel, dat kunnen we niet. Kan de wethouder dan zeggen hoe realistisch het is om onze ambities op dit niveau te houden of denkt hij wel dat dat mogelijk is? Ik weet niet welke route we nu zouden moeten lopen. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, de complimenten zullen we in ieder geval van u voor vanavond en wellicht dan van volgende week donderdag van de rest van de raad nog een keer wel bij de ambtelijke organisatie laten landen. Want daar wordt inderdaad heel hard aan gewerkt. Ik bedoel, dit, u ziet een eindproduct. Maar, nou ja, ik durf wel te zeggen, u heeft geen idee wat daar aan de achterkant allemaal aan werk wordt verzet om tot dit product in deze mate ook met de kwaliteit daaraan gekoppeld, want de accountant heeft ook wat gezegd over de stukken en hoe het is aangeleverd en hoe het in elkaar zat, hoeveel tijd en energie daar in gaat zitten. En dan heb ik het nog niet eens over de beantwoording van alle vragen die daar dan weer achteraankomen. Dus die complimenten zullen we doorgeven. En ja, wat die realisatiekracht betreft is het inderdaad continu een puzzel. Voor sommige ruimtelijke projecten wordt nu ook gekeken of je sommige zaken misschien niet extern wat meer mensen moet betrekken incidenteel. De arbeidsmarkt is lastig. Dat is niet alleen voor de gemeente Ridderkerk zo, dat is in heel Nederland en misschien daarbuiten. Dus het is continu een puzzel en dat betekent ook wel het maken van keuzes. En dat betekent ook dat we in alle ambities die we hebben soms tot de conclusie komen dat zaken nu even niet kunnen.
En dan is het een hele lastige vraag iedere keer, wat doe je dan nu wel en wat moet je van zeggen, nou, dat komt wat later. Maar dat gesprek hebben wij nu ook regelmatig als mensen bij ons komen met, ik noem het maar even het Pagina 14 van 33
marktinitiatief, wat dichter bij mijn portefeuille. Sommige initiatieven zijn mooi en dan moeten we tegen de initiatiefnemer zeggen, dat is een goed idee, daar willen we graag mee samenwerken. Maar u bent echt pas volgend jaar aan de beurt en dat wordt vaak niet altijd gewaardeerd, men wil met zijn of haar idee direct aan de slag. Maar de duidelijkheid, nou, die waardeert men dan weer wel. Want iets boven de markt laten hangen wordt over het algemeen als zeer onprettig ervaren. Maar het is keuzes maken en dat is eigenlijk continu het geval. Want het liefst zouden we al die dingen die we ook bij u voorleggen en waar u uiteindelijk vaak met veel enthousiasme dan ook een besluit over neemt, zo snel mogelijk oppakken en doen. Want we leggen het niet voor om het vervolgens in de wachtstand te zetten. Alleen, ja, net gezegd, soms loop je ertegenaan dat het soms iets te veel is. En zaken moeten soms ook, dus daar is dan geen ontkomen aan. Maar zeg maar de puzzel die u signaleert, die zien wij dagdagelijks en dat is continu keuzes maken. En in sommige gevallen moeten we dan ook met keuzes bij u terugkomen en dan doen we dat ook. De voorzitter: Dank u wel. Kan ik daarmee … Nee, dat kan ik niet vaststellen. U wil nog doorvragen? Dat kan. Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Oké. Dank u wel, voorzitter. Nog één verduidelijkende vraag.
Het is een moeilijke arbeidsmarkt, dus alleen een zak geld zal het niet zijn om mensen in te huren, er moeten ook mensen beschikbaar zijn. Want hoe realistisch is het volgens het college om nu heel veel goede mensen op korte termijn aan te trekken, om die realisatiekracht op peil te brengen? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, als u zegt van, hoe snel is het realistisch? Kijk, één, om die organisatiekracht op peil te brengen, ik denk dat onze organisatie er gewoon op dit moment goed voor staat voor de omvang van een gemeente als Ridderkerk. Daar wordt continu aan gewerkt. En tegelijkertijd zie je dat het continu werk aan de winkel blijft. Het is net zoals in ieder bedrijf, mensen komen en mensen gaan. En zeker in de omstandigheden nu dat bij grotere gemeenten en bijvoorbeeld ook het Rijk, die ervaren hetzelfde. Nou, we zien dat er soms een Rijk gewoon voor een bepaalde functie dan twee schalen meer betaalt en dan vertrekken mensen wel eens. En dan gaan we hier weer hurry up aan de slag om andere mensen te vinden. Tegelijkertijd zie je ook dat hier in Ridderkerk, zeker sinds dit jaar, een organisatie staat waar mensen graag werken, waar een goede sfeer heerst. Waar het management continu bezig is om niet alleen te sturen op resultaat, maar ook op de omstandigheden waarin mensen hun werk kunnen doen.
Gaat dat altijd goed? Nou ja, we hebben een organisatie van driehonderd man en iedereen weet dat dat dan wel eens natuurlijk een keer iets … Maar daar is wel continu aandacht voor en focus, zowel vanuit het college als vanuit de directie. Want die realiseren zich allemaal dat de mensen, de ambtenaren het uiteindelijk zijn die Ridderkerk maken. We kunnen als college en raad van alles bedenken, maar die ambtelijke organisatie moet het uitvoeren. Dus die is daarin ontzettend belangrijk en dat realiseren we ons allemaal meer dan een beetje. De voorzitter: Dat was dan de bevraging van het college over het accountantsverslag met dank aan de wethouder en de ambtenaren. Wat mij betreft kan mijnheer Leenders blijven zitten, want die is één agendapunt verder weer aan de beurt. En mijnheer Van der Waal, u mag op de publieke tribune. 5. Meerjarenprognose Grondexploitaties Ridderkerk 2025 De voorzitter: En dan nodig ik mijnheer Van Beekom uit voor het volgende agendapunt en dat is de Meerjarenprognose Grondexploitaties Ridderkerk 2025. Dan zijn dus wethouder Van der Duijn Schouten en de heer Van Beekom aanwezig om vragen te beantwoorden. Het college heeft een geactualiseerde prognose Pagina 15 van 33