CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-05-22-verslag-commissie-samen-leven-samen wonen.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 22 mei 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag18.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De Populierenlaan, een stukje Burgemeester de Zeeuwstraat gaan op de schop voor het HOV, terwijl R-net deze dure aanpassingen niet vraagt. Hoe staat het met de rest van het HOV-traject richting Drievliet? Worden de ideeën van West daar toegepast of wordt daar Pagina 17 van 31

opnieuw naar gekeken indien nodig? En versterk verder de groene kraag waar dat nodig is en waar je kan verbinden. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Nes-De Man, voor uw uitgebreide bijdrage. Ik wil er nog wel even op attenderen, uw opmerkingen mogen natuurlijk, maar het gaat echt om de visie, het waren een hoop concrete punten. Ik zag vier handen omhooggaan, waar ik richting de heer Ros wil zeggen dat er maar één commissielid aan het woord mag. En mevrouw Dirks heeft al het woord gevoerd, dus u kan eventueel … Nee, ook dit valt onder één commissielid. Dus alleen mevrouw Dirks mag het woord voeren namens uw partij. Dus allereerst wil ik mevrouw Dirks zo het woord voeren. Wie wil er nog meer een vraag … De heer Knape van de ChristenUnie, de heer Kardol van de SGP en de heer Borst van de VVD. Mevrouw Dirks namens GroenLinks. Mevrouw Dirks: Ja, even een vraag, voorzitter. Want fijnstof wordt ook veroorzaakt juist vanwege elektrische auto's. Ik zou heel graag aan mevrouw Van Nes-De Man willen vragen waarom zij dat denkt? De voorzitter: Mevrouw Van Nes-De Man. Mevrouw Van Nes-De Man: Dat denk ik niet, dat is een feit. Elektrische auto's zijn veel zwaarder, waardoor de banden harder slijten, waardoor ze veel meer fijnstof afgeven. De voorzitter: Mijnheer Knape, ChristenUnie. De heer Knape: Ja, voorzitter, dank u wel.

Ja, ik moet zeggen dat ik toch een beetje in de war raakte van het verhaal van mevrouw Van Nes-De Man. Aan de ene kant geeft mevrouw Van Nes-De Man aan dat Ridderkerk vol is en aan de andere kant moeten we … Ja, dan vraag ik me af, moeten we dan nog wel woningen bouwen in Ridderkerk of moeten we daar dan mee stoppen als Ridderkerk vol is? En aan de andere kant hoor ik ook een opmerking over, ja, we moeten bouwen in Bolnes Zuid, terwijl we net een agrarische visie hebben vastgesteld. Ja, ik ben een beetje in de war, hoe moet ik dit nu zien? De voorzitter: Mevrouw Van Nes-De Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-De Man: Ja, dank u, voorzitter. Dat begrijp ik heel goed. Ik zit er zelf ook niet zo heel duidelijk in. Ridderkerk is vol, maar er wordt democratisch besloten dat er gebouwd moet worden. Ik denk, nou, dan moet je daar ook iets van zeggen. Dus dat is eigenlijk het idee. De voorzitter: Mijnheer Knape, ChristenUnie. De heer Knape: Maar … Oké. Dank u wel, voorzitter. Ik snap dat er democratisch besloten moet worden, maar ik hoor daar niet in echt een mening van u. U geeft wel aan dat Ridderkerk vol is, maar dat er aan de andere kant wel gebouwd moet worden. Maar ja, volgens mij kan het niet allebei, want bouwen heeft niet zo heel veel zin als Ridderkerk vol is. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-De Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-De Man: Dan probeer ik het nog een keer.

Wij vinden dat Ridderkerk vol is. Dat gaat niet om dat er niks meer bij kan of zoiets, maar je moet globaal kijken. Misschien wel ga je tot 50.000 inwoners en stop je dan en ga je niet naar die 51.500. Maar omdat het democratisch besloten is dat er gebouwd wordt, ik denk, ja, ik kan wel niks zeggen over bouwen wat je dan als het toch moet wil. Dus dan denk ik, ja, dan moet je daar ook een stukje invulling aan geven. Pagina 18 van 31

De voorzitter: De heer Kardol, SGP. De heer Kardol: Ja, dank, voorzitter. Als het in de ogen van mevrouw Van Nes-De Man dan toch moet, dan is het wel goed om gewoon aantallen te noemen. Waar denkt u dan aan als het gaat om Bolnes Zuid en als het gaat om De Boomgaard? De voorzitter: Mevrouw Van Nes-De Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-De Man: Dan zou ik zeggen, De Boomgaard niks en Bolnes Zuid misschien 200 of zo. De voorzitter: Geen reactie? De heer Borst, VVD. De heer Borst: Ja, dank, voorzitter. Ik had eigenlijk exact dezelfde opmerking als de heer Knape zo even. Ik heb me ook al verbaasd over het feit dat Ridderkerk vol is, maar dat we dan wel de polder langs de A38 vol kunnen bouwen. Ik wil mevrouw Van Nes-De Man er dan wel op wijzen dat deze raad unaniem heeft ingestemd met die motie destijds, dus dat vind ik allemaal heel bijzonder. Even los daarvan, voorzitter. Ik raakte ook in verwarring van dit betoog. Mijn enige vraag aan mevrouw Van Nes-De Man is, als u dit allemaal vindt, wat moet er dan anders aan deze omgevingsvisie? Want laten we dan wel een heldere opdracht formuleren voor de wethouder. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-De Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-De Man: Dank u, voorzitter. Ik denk dat mijn inhoud en, maar daar kwam ik net ook achter tijdens het stellen van de vragen voor de visie wat gedetailleerd is. Dus wat hier ligt, geef ik mee.

En volgens mij hebben heel veel dingen in eerdere beleidsstukken, ook al eens meegegeven. Dat in het centrumplan waar het over die metropolitane fietsroute gaat, dat zijn allemaal dingen die liggen er in feite. Maar het wordt benoemd in de visie en daarom had ik het idee van, nou, ik benoem het nu in een stukje wat je mee wil geven aan de wethouder. Ik heb natuurlijk absoluut niet gezegd dat we Bolnes Zuid volbouwen, dat zijn uw woorden. Wat ik gezegd heb is dat ik met mijn volle verstand weet dat ook ik de motie mede ingediend heb in januari 2024. Maar soms dan veranderen situaties. Als men dan zoveel waarde hecht aan, er moet gebouwd worden en u als VVD roept als geen ander bouwen, bouwen. En als dat moet in zo'n stukje als De Boomgaard dan denk ik, nou, als je in De Boomgaard wil bouwen, dan kan je net zo goed 200 huizen in Bolnes Zuid bouwen. En ik heb niet de indruk dat je met 200 huizen de polder volbouwt, maar dat je wel misschien een stukje financiële kosten dragen kan creëren. Waardoor je de polder verder wel als natuurgebied kan ontwikkelen, wat bij de Geerpolder ook gebeurt. De voorzitter: Helder. De heer Borst van de VVD. De heer Borst: Ja, voorzitter, ik kan alleen maar constateren dat ik geen enkel idee heb wat mevrouw Van NesDe Man dan met deze omgevingsvisie wil of wat dan nu de opdracht aan de wethouder is om op deze visie dan aan te vullen.

De voorzitter: Mevrouw Van Nes-De Man, wilt u daar nog op reageren? Was u klaar met uw opmerking en uw bijdrage? Dan gaan we door naar de heer Bontenbal van het CDA. De heer Bontenbal: Dank, voorzitter. Ja, wij zijn blij met deze visie. Fijn dat die er ligt. Wij denken dat Ridderkerk hiermee de toekomst in kan. Dank u. Pagina 19 van 31

De voorzitter: Dank u wel. De heer Kardol, SGP. De heer Kardol: Ja, dank, voorzitter. Er ligt een goed ontwerp, we zijn goed op weg. Er is al een hoop werk verzet. Dank daarvoor. Ik denk dat de avond iets anders had verlopen als we nu bijvoorbeeld voor het eerst de visie op hoogte en de visie op buitengebied hadden gezien. Nou loopt er natuurlijk nog een inzagetermijn en in die zin kijken we ook wel uit naar de zienswijzen die dat wellicht oplevert. Dus kijken we in het algemeen uit naar het vervolg van het proces. Dank. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hoogendijk, Echt voor Ridderkerk. De heer Hoogendijk: Voorzitter, allereerst de complimenten natuurlijk naar alle ambtenaren, maar ook om complimenten naar alle burgerleden en raadsleden die deze stukken hebben moeten doornemen deze week. Veel is gesproken, gevraagd en gedebatteerd over onder andere het buitengebied, bouwen van woningen en de bouwhoogte hiervan. De toekomstbestendigheid, het klimaat en de natuur, kortom over hoe onze leefomgeving eruit zou moeten komen te zien in die toekomst. Het is een puzzel, een puzzel van de toekomst van Ridderkerk. De hoekjes en de randen ligger er zo goed al, langzamerhand wordt ook het midden gelegd. En wat de puzzel voorstelt is al aardig te zien, nu de laatste stukjes dus nog voor een toekomst van alle Ridderkerkers, jong en oud. De voorzitter: Dank u wel, de heer Hoogendijk.

U mag uw microfoon uitdoen, alstublieft. Dan is het woord aan de heer Borst van de VVD. De heer Borst: Ja, dank, voorzitter. Ook de VVD moet vanavond constateren dat er een mooie langetermijnvisie ligt voor Ridderkerk die gaat over onze gehele fysieke leefomgeving, waarmee we met elkaar richting geven aan de toekomst van Ridderkerk. In januari 2024 heb ik daarover gezegd dat we het liefst een visie zouden willen zien waarbij inwoners nu, maar vooral ook in de toekomst een omgeving bieden waar ze met plezier kunnen werken, wonen, recreëren en kunnen profiteren van onze welvaart, de technologische vooruitgang en onze vrijheid. En anno 22 mei 2025 constateer ik dat het behoorlijk is gelukt. Het betekent wel dat we keuzes moeten maken. Daar hebben we het zojuist ook al even in die vragenronde met elkaar over gehad. En dat we op zoek moeten naar balans. Nou, op zoek naar balans is iets wat u de VVD in deze raad wel vaker hoort zeggen. En in dit geval gaat het dan om balans tussen het beschermen en benutten van onze leefomgeving. Om er uiteindelijk voor te zorgen dat Ridderkerkers dan in de toekomst een fijne plek blijven hebben om te wonen en te werken. Over die keuze voor de fysieke leefomgeving hebben we mooie uitgangspunten voor opgenomen. Dat gaat in de eerste plaats om die drie kernwaarden.

Die gaan inmiddels wel even mee, maar die vinden we nog steeds relevant en we zijn tevreden met de actualisering die daarop heeft plaatsgevonden. De toevoeging van de leidende principes, die vinden we waardevol. Daar heb ik net zo zojuist ook al even iets over gezegd. En dat die kernwaarden en principes met elkaar botsen, dat is evident denk ik. Hoe dat dan in die visie uiteindelijk leidt tot het maken van keuzes in onze leefomgeving, dat is iets waar we nog mee worstelen. Maar daar zullen we ongetwijfeld nog een keer met elkaar van gedachten over wisselen. Verder moet ook gezegd worden dat we vinden dat deze visie een complete en een stevige indruk maakt. En ik sluit me in dat opzicht helemaal aan bij het betoog van EvR over de puzzel met de randen en dat we het midden aan het leggen zijn. Ik deel dat beeld. Ik constateer ook dat we zorgvuldig te werk zijn gegaan met die herziening in drie stappen. Dat is een mooi proces en volgens mij werpt dat zijn vruchten af. Ik heb al iets gezegd over de zorgen die we hebben straks in de uitvoering, want we zien echt wel een fikse opgave als het gaat om het maken van al die keuzes, de programma's die we uit moeten gaan voeren en het werken volgens het ‘ja, mits’-principe. Dat is een mooi principe, maar dat vraagt volgens mij ook extra inzet en een bepaalde manier van denken. Daar houden we dus aandacht voor.

En tot slot, en dat heb ik toen in januari ook Pagina 20 van 31

gezegd, onze leefomgeving die houdt niet op bij de gemeentegrens van Ridderkerk. De verantwoordelijkheden en omgevingsvisies van anderen, die maken ook deel uit van de context van onze omgevingsvisie. Dus goede samenwerkingen, afstemming en verbinding zoeken met al die medeoverheden, dat vinden we wel enorm belangrijk. Ik kan me dan ook vinden in wat de heer Kardol zojuist zei, dat we uitkijken naar de reacties op de terinzagelegging. Ik ben heel benieuwd wat daaruit komt. En dan kan ik niet anders dan vanaf deze plek nog een keer aandacht vragen dat we die regionale context, dat we daar aandacht voor blijven houden. Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Borst. Dan gaan we door naar mevrouw Dirks van GroenLinks. Excuus, mevrouw Van Nes-De Man met nog een vraag aan de heer Borst. Ga uw gang, mevrouw Van Nes-De Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-De Man: Ja, dank u. De VVD zegt dat fysieke leefomgeving, hoeveel zou … Dat is onze vraag, hoeveel zou Ridderkerk van de VVD mogen groeien? Als je kijkt, er zijn getallen genoemd in de visie. De voorzitter: De heer Borst, VVD. De heer Borst: Ik neem aan dat het dan gaat om het aantal inwoners? Ja, ik vind dat aantal wat genoemd is vind ik prima. Sterker nog, ik zou het daar niet bij willen laten.

We hebben juist allerlei visies en kaders opgesteld met elkaar, voorzitter, waarin we keuzes kunnen maken en afwegingen kunnen maken. Dus misschien wordt het net wat meer of net wat minder. Maar ik vind dat uitgangspunt, die stip op de horizon die vind ik prima. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we opnieuw naar mevrouw Dirks van GroenLinks. Mevrouw Dirks: Dank u, voorzitter. Ja, voor ons ligt een best wel overzichtelijk document. Complimenten daarvoor. We hebben natuurlijk nog wel wat aandachtspunten. De eerste daarvan is duurzaamheid. Er staan wel wat dingen benoemd, maar wat ons betreft kan dat veel ambitieuzer. Dus, nou ja, de tip om daar nog heel even extra naar te kijken. Hittestress hebben we het net over gehad. Bladzijde 25, energietransitie, daar wordt vooral gesproken over isolatie van woningen. Maar ja, duurzaamheid is wel, houdt wat meer in dan alleen maar isolatie, bijvoorbeeld energieneutraal bouwen. Dus graag dit ook nog uitbreiden. Dan bedrijfsterreinen. Wat ons betreft zetten we volop in het transformeren van bedrijven naar woningen waar mogelijk. En ik hoop dat het een beetje bij te houden is. Dan meer groen en bomenplant. Er ligt in principe een duidelijke ambitie, maar we zien ook misschien graag juist aantallen of oppervlakte, iets meetbaar, zodat we ons daaraan kunnen vasthouden. En dan als laatste mobiliteit.

We geven de prioriteit aan de fiets, OV en de voetganger. En het zou heel fijn zijn als de fietspaden, zeg maar het grote netwerk echt een aangesloten netwerk wordt en geen losse stukjes. Dus daar zouden we naar moeten streven. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Dirks. Dan gaan we door naar mijnheer Knape van de ChristenUnie. De heer Knape: Ja, voorzitter, dank. De voorzitter: Excuus, excuus. De heer Kardol van de SGP, u had nog een vraag aan mevrouw Dirks van GroenLinks. Ga uw gang.

Pagina 21 van 31

De heer Kardol: Ja, dank, voorzitter. Ik hoor mevrouw Dirks zeggen, bedrijventerreinen transformeren naar gebieden waar gewoond kan worden. En als dat natuurlijk gecompenseerd moet worden, moet dat dan gecompenseerd worden in het buitengebied? De voorzitter: Mevrouw Dirks, GroenLinks. Mevrouw Dirks: Ja, misschien moet mijnheer Kardol de hele raadsvergadering van afgelopen donderdag even opnieuw naluisteren. De voorzitter: De heer Knape, ChristenUnie. Ga uw gang. De heer Knape: Voorzitter, dank u wel. Vandaag bespreken we opnieuw de omgevingsvisie. Tot op heden ervaren wij het geheel als een boeiend proces. Boeiend omdat de omgevingsvisie raakt aan een groot scala aan maatschappelijke thema's en uitdagingen waar we met elkaar voor staan in de komende jaren. Tegelijk is het bij het doornemen van en de meningsvorming ten opzichte van die visie de kunst om strategisch en op hoofdlijnen te blijven kijken. Je kunt in zo'n visie overal iets van vinden en voor je het weet ontdek je overal kansen die bij de benutting ervan best eens heel goed zouden kunnen uitpakken voor Ridderkerk.

Waar hebben wij dan vooral naar gekeken bij het doornemen van de conceptvisie? Een stukje integraliteit, komen de onderwerpen die naar onze mening essentieel zijn terug in de visie? Ligt er een visie die in de komende jaren bruikbaar is om te bouwen in en aan een sterk, gezond, duurzaam, groen en veilig Ridderkerk? Is er voldoende aandacht voor de sociale aspecten van onze samenleving en de wijze waarop die een plek krijgen in het fysieke domein? En biedt de visie ook voldoende ruimte en aanknopingspunten om vanuit onze sociaalchristelijke idealen te blijven werken aan een leefbaar en rechtvaardig Ridderkerk waarin iedereen meetelt? Wat onze fractie betreft ligt er met deze conceptvisie een mooie, integrale visie die voor Ridderkerk een bruikbaar en realistisch perspectief biedt voor de komende jaren. Een perspectief dat ruimte biedt om het goede te zoeken voor Ridderkerk en het goede te doen in Ridderkerk. Als we het goed begrepen hebben, kunnen die onder andere uitgewerkt worden in thematische en gebiedsprogramma 's. Hoewel dit uitwerking is doen we daarvoor vanavond toch graag een aantal suggesties die naast woningbouw en klimaatadaptatie wat ons betreft de komende jaren echt de aandacht mogen krijgen in bijvoorbeeld een toekomstig omgevingsprogramma of wellicht op een andere wijze uitgewerkt.

Dan denken we bijvoorbeeld aan mobiliteit, verkeersveiligheid en bereikbaarheid in heel Ridderkerk. Er gaat op een aantal locaties veel gebouwd worden en dat heeft directe invloed op al deze thema 's. Warmtetransitie of warmteprogramma. We hebben gelezen dat er eind 2026 een programma moet liggen voor heel Ridderkerk, voor alle wijken. Gelukkig wordt eraan gewerkt, bleek ook uit de antwoorden die we gekregen hebben. Maar omdat het programma is een bevoegdheid van het college, maar onze fractie is daarbij wel van mening dat de raad hier actief bij betrokken en geconsulteerd moet worden. Het is echt, er worden belangrijke strategische keuzes in gemaakt en we komen hier op een later moment de komende tijd nog wel op terug. Een openbare ruimte die leefbaar is, sociale cohesie bevordert en die uitnodigt om te verblijven en te bewegen, daar moet aandacht voor zijn. En de nabijheid van voldoende voorzieningen in de wijken, omdat die een belangrijke bijdrage leveren aan leefbaarheid en het bestrijden van eenzaamheid. Voorzitter, we hebben de afgelopen commissieavonden en in onze schriftelijke vragen aandacht gevraagd voor de rol van de gemeente bij het actief versterken en verbinden van de groene kraag en de hoofdgroenstructuur.

De duidelijke antwoorden hebben ons zeer goed geholpen om helder te krijgen welke mogelijkheden en instrumenten er binnen de Omgevingswet zijn op dit gebied en hoe het college hiermee wil omgaan. Daar hebben we begrip voor. Omdat dit thema in de omgevingsvisie zo'n prominente plaats heeft en vanuit het belang ervan voor de gezondheid van onze inwoners en de leefbaarheid in Ridderkerk, willen we benadrukken dat we ons als fractie ervoor zullen blijven Pagina 22 van 31

inzetten dat passende initiatieven, die bij kunnen dragen aan het versterken van de groene kraag, actief worden ondersteund en gefaciliteerd door de gemeente Ridderkerk. Voor nu laat ik het hierbij. Ik realiseer me dat veel uit deze visie na maart 2026 door een volgend college opgepakt gaat worden. De komende tijd zien wij als fractie in ieder geval voldoende aanleiding en mogelijkheden om aan de hand van deze visie ons met energie in te zetten voor en te bouwen aan een sterk, duurzaam, groen, veilig en gezond Ridderkerk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Knape. Mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Kayadoe: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik miste nog even in de slotzin van de ChristenUnie ook dat we moeten gaan voor een leefbaar Ridderkerk, maar dat even geheel terzijde. Er wordt een reactie gevraagd op de ontwerp omgevingsvisie en op de ontwerp omgevingseffect. Wij hadden nog wat vragen en de beantwoording zijn … De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, betreft de Omgevingseffect rapportage is het volgende agendapunt. Mevrouw Kayadoe: O, excuus. Dan even alleen, o, nou ja, ik denk, ik doe twee dingen in één, gelijk makkelijk. In ieder geval de vragen die wij nog hadden, die hebben ons geen aanleiding gegeven om nog een extra advies aan de wethouder mee te geven. Dus we kijken uit naar zo meteen het definitieve stuk. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kayadoe.

Dan zijn we aan het einde gekomen van agendapunt 4. Dan wil ik mevrouw Bos en mevrouw Hootsmans hartelijk bedanken. 5.

Reactie op de ontwerp Omgevingseffect rapportage (OER) De voorzitter: En dan gaan we door naar agendapunt 5, reactie op het ontwerp Omgevingseffect rapportage, ook wel het OER genoemd. En daarvoor zullen de heer Kazen en mevrouw Kesmer aansluiten. En opnieuw zullen we in dezelfde volgorde doen, u krijgt allen eerst de gelegenheid om vragen te stellen en daarna zal ik een rondje maken langs alle fracties. En ik geef u vast mee dat ik het rondje dit keer andersom zal doen. Dan allereerst de vraag, zijn er vragen over het ontwerp Omgevingseffect rapportage, ook wel het OER genoemd? De heer Borst, hoeveel? Eén. De heer Ruinard, Partij van de Arbeid, ook één. De heer Knape, ChristenUnie, twee. Waren dat alle vragen? Dan beginnen we bij de heer Borst, VVD, met één vraag. Ga uw gang. De heer Borst: Voorzitter, dank. Ik merk wel meteen op dat ik het ja, ik ben er maar gewoon transparant over, ik vond het echt een behoorlijk karwei het lezen van die OER. 285 pagina's, ik kan niet zeggen dat ik iedere zin helemaal begrepen heb. Toch heb ik nog een vraag over pagina 14, daar staan hele overzichtelijke aanbevelingen naar aanleiding van die 285 pagina's. Ik vroeg me af, hoe gaan we daar nou mee om? Zijn die al deels verwerkt in onze omgevingsvisie, gaan we daar nog iets mee doen? Hoe moet ik dat lezen, hoe moet ik dat interpreteren? De voorzitter: Dank u wel, de heer Borst.

En ook gelijk de opmerking dat het opnieuw heel goed is als u de paginanummers vooraf noemt. Dat helpt mij als voorzitter en ik denk ook de wethouder. Wethouder, aan u het woord. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik denk dat het antwoord in de zin staat, het OER doet verschillende aanbevelingen voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Dus die zijn niet in

Pagina 23 van 31

deze omgevingsvisie, maar dit zijn adviezen die we straks mee gaan nemen als we dus met al die plannen en die uitwerkingen hiervan aan de slag gaan. Dus dat is even hoe u deze aanbevelingen moet zien. De voorzitter: De heer Knape, een stapelende vraag. De heer Knape: Ja, voorzitter, diezelfde paragraaf van aanbevelingen die bevat ook iets over monitoring van die verwachte effecten. Na de vaststelling van de omgevingsvisie kan de gemeente Ridderkerk ervoor kiezen om een definitief monitoringsplan op te stellen waarin de set aantal monitoren, indicatoren en bijvoorbeeld de monitoringsfrequentie wordt vastgelegd. Hoe vindt hier nou straks besluitvorming over plaats over het al dan niet toepassen van zo’n monitoringsplan? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, wij hebben nog geen ei gelegd of we met zo’n monitoringsplan aan de gang willen en daar dus voor u met een voorstel zullen komen. En wellicht is het ook goed, we gaan hier in september met elkaar het debat over voeren, om dan vooral ook daarin van uw raad te horen hoe u daarin staat en wat u dan vindt dat er zou terug moeten komen. In die zin is het wellicht goed om tegen die tijd ook nog eens een keer een aantal aandachtspunten die bij een vorig onderwerp meegegeven zijn waarvan we vinden dat er in de toekomst mee aan de gang gaat worden, ook op dat moment nog eens een keer goed te benoemen.

Want die gaan ook geen plekje krijgen in de visie nu, dus dat zijn ook dingen die wellicht daar nog eens een keer heel goed tot hun recht kunnen komen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Knape, ChristenUnie, is uw vraag voldoende beantwoord? De heer Borst, VVD, was uw vraag voldoende beantwoord? De heer Borst: Ja, eigenlijk met het tweede antwoord op de vraag van de heer Knape wel. Ook omdat ik constateer dat een aantal van die aanbevelingen, dat zijn best wel open deuren. Er zit natuurlijk in het rapport zelf nog een heleboel extra denkwerk bij. Maar het riep wel een beetje de vraag op van, ja, wat doen we daar nou mee, als je rekening moet houden met de sociale cohesie en gezondheid van inwoners? Ja, vind ik vrij evident. Dus ik ben vooral dan benieuwd, hoe hebben al die uitwerkingen in dat rapport dan uiteindelijk gevolg en gestalte gekregen elders? Maar dat volgt dus allemaal nog later, begrijp ik. De voorzitter: Wethouder, wilt u daar nog op reageren? De heer Van der Duijn Schouten: Nou, dat is denk ik een juiste conclusie. En u moet ook zien dat met dit OER brengen wij in beeld wat de effecten zijn van onze omgevingsvisie straks. Dus dit is eigenlijk een weergave van, als u met deze omgevingsvisie gas had, dan betekent dat dit.

En nou, en daar komen nog een aantal aandachtspunten uit in het OER die dan … Nou, maar soms zijn het inderdaad, als het er niet in had gestaan, hadden we natuurlijk ook rekening gehouden met de gezondheid van onze inwoners. Want dat vinden we belangrijk, of je het nou opschrijft of niet. En soms is het toch ook wel gewoon goed dat het er nog een keer klip-en-klaar staat. De voorzitter: De heer Borst, VVD. De heer Borst: Helder. Dus als ik het dan goed begrijp dan zou het dus zo kunnen zijn dat bij het definitief aanbieden van dit stuk aan de gemeenteraad er aanpassingen zijn gedaan op basis van wat hier stond?

Pagina 24 van 31

De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, niet in de visie. In de visie, maar dit zijn effecten waar we straks in de uitwerking als we er echt mee aan de slag gaan, nog een keer expliciet rekening mee moeten houden. Maar dat gaat niet concreet landen in de visie. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan gaan we naar de volgende vraagsteller en dat is de heer Ruinard van de Partij van de Arbeid. U had één vraag. Ga uw gang. De heer Ruinard: Dank u wel, voorzitter. Even een vraagje over het landelijk beleid drinkwater. Hoeveel invloed heeft de gemeente daarop? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, op landelijk beleid hebben wij ongeveer net zoveel invloed als u als u gaat stemmen denk ik. Ik bedoel, dat is beleid wat landelijk wordt gemaakt en daar wordt natuurlijk medeoverheden ook wel, worden gevraagd voor zienswijze. Dat zal op drinkwater niet heel specifiek zijn dat de Rijksoverheid bij Ridderkerk langskomt. Ik bedoel, dan zijn het vaak de waterbedrijven die daar geinterviewd worden. Dus onze invloed op landelijk beleid en dan specifiek drinkwater, die zal beperkt zijn. De voorzitter: Mijnheer Ruinard, Partij van de Arbeid, is uw vraag daarmee voldoende beantwoord? De heer Ruinard: Ik had nog een kleine vervolgvraag. Even kijken hoor.

Ja, hoe zit het met bodemverdroging in Ridderkerk? Is daar enig beeld van of is dat ook onderdeel van provincie of landelijk? Valt het ergens te vinden misschien? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Nog even op die vorige. Kijk, wij hebben geen invloed op het beleid, maar het beleid kan natuurlijk wel een stevige impact hebben op wat we hier in Ridderkerk doen. We zitten hier met een grondwaterwingebied. Nou, dat is heel belangrijk voor die watervoorziening. Dus in die zin hebben wij niet zoveel invloed op het beleid, maar kan het beleid wel heel veel invloed hebben op ons. En wat betreft de verdroging kijk ik even naar mijn buurman, of wij daar beeld bij hebben hoe het met de verdroging concreet zit? De voorzitter: De heer Kazen, ga uw gang. De heer Kazen: Ja, er wordt wel steeds meer beeld van duidelijk zeg maar. Er zijn een hoop landelijke kaarten die daar inzicht in geven. Die zijn nog wel grofkorrelig, grofmazig, dus we zijn voor Ridderkerk ook aan het kijken met verschillende meetsysteem en monitoringsystemen of dat we daar ook binnen Ridderkerk meer zicht op kunnen krijgen. Daar hebben we een grondwatermeetnet voor bijvoorbeeld. We zijn ook bezig met een monitoringsproject voor bodemdaling.

Dus bij een aantal panden aan het meten om te kijken van, wat gebeurt er nou daadwerkelijk in Ridderkerk op die bodemdaling? Een van de oorzaken van bodemdaling is onder andere die lage grondwaterstand. De voorzitter: Dank u wel, de heer Kazen. De heer Ruinard, is uw vraag daarmee voldoende beantwoord? De heer Ruinard: Hij is voldoende beantwoord. Ik heb nog een kleine vervolgvraag, als dat mag? Pagina 25 van 31

De voorzitter: Ga uw gang. De heer Ruinard: Nou, een droge bodem heeft natuurlijk ook veel effect op het drinkwater. Is er enig beeld, enig toekomstbeeld hoe dat drinkwater er in de komende jaren uit gaat zien? Aangezien het steeds droger wordt in Nederland. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, nee, qua drinkwater, ja, ik blijf maar uit mijn ervaringen wat ik allemaal doe. Ik was toevallig in dit geval dinsdag bij de aandeelhoudersvergadering van Oasen, degene die het drinkwater in Ridderkerk regelt en waar wij dan ook toevallig aandeelhouder van zijn. Ze keren overigens geen dividend uit, maar dat terzijde. Daar zie je dat in den lande is drinkwater wordt steeds uitdagender. En soms zijn de cijfers ook wel schokkend. Op dit moment gebruikt een gemiddeld gezin 130 liter per dag en dat moet terug naar 100. Dat is in die zin schokkend dat toen ik het aantal kuub dat wij op jaarbasis thuis verbruikten deelde door 365 dagen, die 130. Nou, ik ben degene die het gemiddelde wat omhoog brengt, maar dat komt misschien ook omdat we met zijn zessen zijn thuis. Maar daar zitten echt grote uitdagingen. Tegelijkertijd zie je wel dat voor het gebied hier Oasen het allemaal nog goed onder controle heeft. Heel hard werkt ook aan de kwaliteit van ons drinkwater. Waar niet geheel onbekend, ook PFAS een onderdeel van is. Daar hebben ze echt wel last van.

Maar voor het drinkwater, Oasen is een van de bedrijven waar de zorgen zeg maar zeker niet zo groot zijn als die bij sommige andere drinkwaterbedrijven zijn. Dus daar wordt hard aan gewerkt dagdagelijks om daar de juiste kwaliteit te geven. En dat is zeker niet, dat gaat echt niet meer vanzelf. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer Ruinard, Partij van de Arbeid, zijn uw vragen daarmee voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan gaan we over naar de heer Knape van de ChristenUnie. U had twee vragen, zijn het er nog steeds twee? Eentje? Ga uw gang. De heer Knape: Ja, voorzitter, dank u wel. De heer Kardol sprak er net ook al over, de commissie MER die gaat straks haar bevindingen uiten naar aanleiding van de OER die er ligt. Ik neem aan dat daar straks iets van een rapportage van komt en dat daar dan ook een reactie van het college op komt. Komen die stukken pas tot ons op het moment dat ook de omgevingsvisie helemaal af is en bij ons op tafel ligt? Of wordt dat al in een eerdere fase bij ons onder de aandacht gebracht, zodat we daar ook kennis van kunnen nemen? En ook kunnen lezen wat het college voor reactie heeft gegeven op de bevindingen vanuit de commissie plan MER? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, die commissie MER gaat morgen aan de slag. We doen morgen een aftrap met ze en die zullen inderdaad uiteindelijk een rapport opleveren.

Maar wat u heeft geconstateerd, het is 285 pagina's, dat hebben zij ook gezien. Inmiddels, want we hebben van hen al de nodige vragen binnengekregen in aanloop naar, dus daar zal een rapportage uitkomen. Maar inmiddels is het mei, zij gaan nu beginnen, ze zullen daar best wat tijd voor nodig hebben. Het is nu gepland dat we in september met een definitieve omgevingsvisie, dus ik denk dat die gewoon straks met de definitieve meekomt. Dan zal … En nogmaals, als wij op basis van de rapportage aanpassingen moeten doen, dan zullen we die ook doen. Maar ik denk dat tegen die tijd u het hele complete pakket in één keer aangeboden krijgt. En dat er ook gewoon gezien de tijd geen ruimte meer is om daar nog een tussenstap voor in te bouwen. Want, nou ja, voor je het weet is het september, daar zit ook nog een zomerreces van een zes weken tussen, dus het is allemaal al in de tijd gewoon best uitdagend. Het gaat wel lukken zoals het er nu naar uitziet, maar daar nog een extra, dat past daarin niet. Pagina 26 van 31

De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Knape, is uw vraag daarmee voldoende beantwoord? Niet. Ga uw gang. De heer Knape: Nou, ik doelde in die zin ook niet zozeer op een extra commissieavond of iets dergelijks hoor. Maar ja, soms is het ook gewoon kort dag om al die stukken door te nemen en dan weer te lezen wat het college daar uiteindelijk weer mee gedaan heeft. Maar wat mij een beetje opviel is dat u zegt dat de zaken die de commissie aangeeft, dat die ook verwerkt moeten worden in de omgevingsvisie. Zijn dat bindende conclusies die de commissie MER geeft, of kan het college daar ook van afwijken? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Nee, die zijn niet bindend. Maar goed, het is een onafhankelijk bureau. Wij schrijven daar een organisatie voor aan en die zoekt er de specialisten bij. En die stellen zich aan ons voor dat aan de voorkant even gekeken dat er geen binding is, onafhankelijkheid en dat. Maar als dat het is, dan is dat het ook. Maar ergens begrijp ik wel dat u denkt van, ja, moet ik straks die 285 pagina's weer door. Dus we kunnen misschien wel kijken of we ergens ten opzichte van als het tot wijzigingen leidt, dat we in ieder geval even bijhouden dat we u uitsluitend met zeg maar het commentaar van de commissie MER.

En dat we daar even bij doen op welke wijze wij dat dan, als we het verwerkt hebben, hoe dat dan verwerkt is. Want nogmaals, ik snap, ik ben ook wel eens raadslid geweest en om straks nou die 285 pagina’s nog een keer door te worstelen van op zoek naar de verschillen, nou, dat is misschien niet het meest praktisch. Dus we zullen kijken of we daar in enige manier vorm aan kunnen geven om u daarin te faciliteren. En ik ga ervan uit dat we dat voor de omgevingsvisie zelf niet doen, omdat u die graag nog een keer doorleest straks. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Knape, had u nog een vervolgvraag? De heer Knape: Ja, dank aan de wethouder voor het aanbod. En ik heb met plezier de omgevingsvisie gelezen en als er niet al te veel wijzigt, dan hoef ik hem niet nog een keer te lezen. De voorzitter: Dank u wel. Is er nog een spijtoptant met een vraag? Dat is niet het geval. Dan gaan we door naar het tweede stukje. U krijgt allen de gelegenheid om opmerkingen of uw mening te geven over dit onderdeel. En zoals aangekondigd ga ik het rijtje nu andersom af. Dus ik begin bij de fractie van Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Kayadoe, kan ik u het woord geven? Mevrouw Kayadoe: Ja, dat mag. Leefbaar heeft voor de rest geen op- of aanmerkingen. Nou ja, wel één opmerking. Er staat bij de wijk Rijsoord gebouwd in de jaren 60 en 70.

Misschien kan daar nog even naar gekeken worden? Ik had eigenlijk gedacht dat daar andere Rijsoordenaren mee zouden komen. Voor de rest hebben we daar niks over. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kayadoe. U bent scherp met de jaartallen vanavond. Ik was nog vergeten te zeggen dat u ook onderling mag reageren op hetgene wat gezegd is. Niet specifiek op wat nou mevrouw Kayadoe heeft gezegd, maar … De ChristenUnie, de heer Knape. Ga uw gang. De heer Knape: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, voor ons ligt een Omgevingseffect rapportage die spreekt over sterke, zwakke punten, doelbereik, omgevingseffecten, onzekerheden, mitigerende maatregelen. Alles bij elkaar een veelomvattend document. Ik wil onze waardering en bewondering uitspreken voor de adviseurs en de ambtenaren die aan dit stuk hebben gewerkt en uit die hele brei van maatschappelijke opgaven deze conceptdocumenten hebben weten te destilleren. Ook bij dit agendapunt hecht ik eraan om aan te geven dat Pagina 27 van 31

we als fractie het liefst zouden zien dat natuurlijk al die zwaktes die geconstateerd zijn, dat die worden opgelost en die sterke punten en kansen worden omarmd in een nieuwe omgevingsvisie. Maar tegelijk realiseren we ons dat dit niet kan en dat er keuzes gemaakt moeten worden. En met het vaststellen van deze Omgevingseffect rapportage en de visie worden die keuzes gemaakt als een vertrekpunt richting de toekomst. Wat we voor deze rapportage nog mee willen geven, wat voor ons weegt is, dat zijn drie dingen. Dat is, hoe het college uiteindelijk omgaat met die aandachtspunten en aanbevelingen die gedaan worden vanuit de commissie. Daarnaast, ja, die samenwerking waar de VVD ook al over sprak, die komt veelvuldig voor in het document, ook in het stukje aanbevelingen. Dat gaat om samenwerking, zowel lokaal als regionaal, als nationaal. Wat ons betreft een essentieel onderdeel van het succes van de ambities uit deze omgevingsvisie, want samen kom je tenslotte veel verder. De aanbeveling tot het monitoren, dat is het derde en laatste punt, voorzitter. De aanbeveling tot het monitoren van de ambities en doelen. Niet als doel op zich, maar als middel om te sturen. Sturen door het college, bij te sturen door de raad en transparant inzage te geven aan inwoners. Met als uiteindelijk doel dat er meer draagvlak komt voor het ingezette beleid en voor nieuwe initiatieven.

En daarnaast, dat er op een heldere en transparante manier gecommuniceerd en onderbouwd kan worden bij de keuzes die worden gemaakt voor onze inwoners. Tot slot, voorzitter, we kijken uit naar de afronding van het proces en de besluitvorming in de raad in september. De voorzitter: Dank u wel, de heer Knape, van de ChristenUnie. De volgende fractie is GroenLinks. De heer Ros, nu mag u wel. Ga uw gang. De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. De meest wijze woorden waren denk ik van de heer Borst die daarmee begon dat dit een ongelofelijk lijvig en pittig document is. We hebben er een paar puntjes uitgefilterd die ons belangrijk vonden. Dus er wordt bij groen genoemd over groenste gemeente, natuur en leefomgeving, groene kraag en eetbaar. Daar missen we eigenlijk dat het belangrijk is om in de toekomst te werken naar inheemse soorten. Je hebt nu veel exotische soorten die ook overnemen, dus we zouden dat graag toegevoegd willen. Hetzelfde puntje als bij de vorige, op bladzijde 28 staat er isolatie, maar er is dus wat we net hebben uitgegeven meer dan alleen isolatie. Energieneutraal bouwen, nul op de meter, nou, allerlei … Voorzitter, hittestress is in dit document 61 keer genoemd, maar niet de hittestresstool. Dus daar zouden we nog wel een reflectie op willen of dat misschien toch opgenomen kan worden? Voorzitter, we hebben het al eerder gehad over die scenario's.

En je hebt dan scenario 1 en scenario 2 die, ja, volgens mij die natuurlijk ver uit elkaar liggen. Maar ja, het is soms moeilijk om te denken van, joh, welk scenario kan je nou het beste bij vinden zeg maar. En ja, je gaat dat natuurlijk allemaal mengen en stukjes daaruit en stukjes daaruit, dus daar kan je niet makkelijk een keuze natuurlijk in maken. Voor de rest, voorzitter, dank voor al het werk wat hierin zit. De voorzitter: Dank u wel, de heer Ros, van GroenLinks. Dan gaan we door naar de heer Borst van de VVD. Gaat uw gang. De heer Borst: Ik denk dat ik net naar eenieders mening lang genoeg van stof ben geweest, dus ik hou het kort. Wij zijn in ieder geval heel blij dat die 285 pagina's hier vanavond voorliggen. We herkennen ons in een heleboel van die pluspunten en ook een heleboel van die knelpunten. Die snappen we, die begrijpen we. We willen nog wel één opmerking maken over die twee scenario's. De heer Ros refereerde er net al even aan, die liggen natuurlijk heel ver uit elkaar. Dat klopt. Dat is tegelijkertijd natuurlijk ook de kracht van die scenario's. Want dan kan je een beetje vergelijken van, nou, als we dit doen dan gebeurt er dat en als we het zo doen dan gebeurt er zo. Tegelijkertijd vind ik het dan wel weer bijzonder, in scenario één daar gaan we ervan uit dat we de snelwegen op twee plekken, twee plekken voorzitter, gaan overkappen en dat dan voor 2050.

Nou, ik zie het niet gebeuren. Je moet blijven dromen, want dat zou natuurlijk fantastisch zijn als dat zou kunnen Pagina 28 van 31

gebeuren. Maar dat dan vervolgens bij het doelbereik wordt geconstateerd dat scenario één er dan voor zorgt dat het groener wordt en robuuster wordt dat groenblauwe raamwerk dat we hebben. Dan denk ik, ja, dat snap ik. En dat komt natuurlijk in grote mate door die overkapping, maar wat zegt het dan over de rest van het scenario? Dus wij vonden scenario één ten opzichte van scenario twee wel lastig met elkaar te rijmen als je ervan uitgaat dat in principe die snelweg gewoon blijft liggen waar die ligt en voor 2050 niet is overkapt. Dus dat is het enige wat we nog wilden meegeven. En ja, dat was het. De voorzitter: Dank u wel, de heer Borst, VVD. De heer Hoogendijk, Echt voor Ridderkerk. De heer Hoogendijk: Dank u wel, voorzitter. Allereerst ben ik het met mijnheer Ros eens dat het een bijzonder lijvig en moeilijk te lezen stuk is. Ook ik vond pagina 9 buitengewoon interessant, omdat dat dan enigszins herkenbaar is waarin je keuzes kan maken. Verder hoop ik of denk ik dat het een goed stuk is als leidraad bij de verdere ontwikkeling van visie en plannen. En voor de rest wil ik het daarbij laten. De voorzitter: Dank u wel, de heer Hoogendijk, Echt voor Ridderkerk. Met het verzoek uw lampje uit te doen, dank u wel. De heer Kardol, SGP. De heer Kardol: Ja, dank, voorzitter.

Misschien bedoelde de heer Ros het net bij de scenario's zo dat je natuurlijk overal gewoon gemotiveerd moet kunnen afwijken, maar dat weet ik niet zeker. In ieder geval, we hebben kennisgenomen van de rapportage en het is een lijvig document, maar zeker niet oersaai. De voorzitter: Dank u wel, de heer Kardol, van de SGP. De heer Bontenbal van het CDA. De heer Bontenbal: Ja, dank, voorzitter. Nou, een lijvig document. Ja, verder prima. Weinig op- en aanmerkingen en we kijken uit naar de reactie van de commissie MER. Dank. De voorzitter: Dank u wel, de heer Bontenbal van het CDA. Mevrouw Van Nes-De Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-De Man: Ja, dank u. Ik hou het maar kort. Het is eigenlijk al gezegd, lijvig document. Maar goed, misschien moet je het allemaal maar benoemen. En het is ook zeker niet saai en het geeft ons heel veel informatie en dat vind ik wel boeiend. En wat mijnheer Knape van de ChristenUnie zei, kijk toch vooral hoe dat je zo goed mogelijk je inwoners meeneemt in het hele traject en participatietraject. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Nes-De Man, Burger op 1. Dan is het woord aan mevrouw Van Nieuwenhuizen. Ik ben heel erg benieuwd of zij het ook een lijvig document vond? Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Nee, ik heb het echt twee keer gelezen. Helemaal geen probleem. Nee, ja, ik had niks te doen.

Dus nee, ik vind het een heel interessant rapport. Dat meen ik echt, want je ziet inderdaad de effecten van, je kan zoveel plannen maken, maar wat heeft het voor effect op de omgeving? Dus het is goed dat deze twee rapporten naast elkaar liggen, of de omgevingsvisie en dit. En prima. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Nieuwenhuizen van Fractie van Nieuwenhuizen. En als laatste mijnheer Ruinard van de Partij van de Arbeid. Ga uw gang. De heer Ruinard: Dank u wel. Ja, we vonden het net zoals mevrouw Van Nieuwenhuizen ook wel een interessant document. Nog een compliment naar de ambtenaren. Het geeft denk ik een goed beeld van de sterktes en opgaves die Ridderkerk tegemoet gaat. Dank u wel. Pagina 29 van 31

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ruinard, van de Partij van de Arbeid. Dan wil ik bij deze de heer Kazen en mevrouw Kesmer hartelijk bedanken voor uw bijdrage. 6.

Reactie wethouder Van der Duijn Schouten op wat is besproken De voorzitter: En dan gaan we door naar reactie of agendapunt 6 en daar mag de wethouder een reactie geven op hetgene wat door u allen gezegd is. Wethouder, heeft u daar nog behoefte aan? De heer Van der Duijn Schouten: Nou, een enkele opmerking. Dan doe ik het even van achter naar voren. Opmerkingen OER vanavond gemaakt, nou, die zijn helder. U weet dat deze wethouder altijd zijn uiterste best doet om de documenten zo beknopt mogelijk te houden. Het altijd streven is ook om de jaarrekening onderdeel … Maar goed, dat is in dit geval gewoon niet gelukt, omdat het allemaal zo belangrijk is. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat toen hij voor de eerste termijn in het PHO landde ik ook wel even moest slikken. En daar een laatste opmerking bij, het OER berekent vanuit die twee scenario's de effecten. Tegelijkertijd zie je wel dat er natuurlijk voor sommige dingen in de omgevingsvisie gewoon keuzes gemaakt worden. Want wat de VVD noemde over die overkapping, dat zit wel in de OER omdat het in die scenario's zit. Maar de oplettende lezer zal zien dat die in onze omgevingsvisie niet meer is teruggekomen, omdat die, nou, om tal van redenen gewoon inderdaad niet realistisch is.

Alleen hij zit wel in de scenario's, dus er is wel in de berekening meegekeken van, wat doet het dan? Maar vanuit dat OER zijn ook wel keuzes gemaakt en die keuzes zijn uiteindelijk geland in de omgevingsvisie. Dus het eerste stuk is al een heel stuk keuzes gemaakt op basis van de uitkomsten van het OER. Want let wel, als die overkapping van die rijkswegen prima had gekund en de uitkomst was geweest, nou, dat kunt u voor een paar euro goed regelen, dan was het natuurlijk best een interessante geweest. Maar er zit ook een stuk realisme in. Dat even wat betreft het OER. Bij de omgevingsvisie zelf zijn best een hele hoop zaken meegegeven. Voor sommige bijdrages is het goed dat dit allemaal opgenomen wordt, zodat we het nog eens terug kunnen luisteren. Eén ding, vanuit de ChristenUnie werd aangegeven dat straks ook zaken gaan landen in programma's die dan inderdaad een bevoegdheid van het college zijn en hoe u daarin meegenomen wordt. Nou, ik denk dat wij als college de afgelopen jaren wel hebben gezien dat ook daar waar het programma's betreft uw raad eigenlijk in alle gevallen vaak in consultaties of in ieder geval in commissiebesprekingen daarin meenemen. En ook in die programma’s waarvan, nou, pak het programma lucht en geluid, volgens mij bent u daar uitgebreid in meegenomen voordat we hem als college uiteindelijk definitief hebben vastgesteld.

Dus ik denk dat we wel hebben laten zien hoe we daarmee omgaan en dat zullen … Ik bedoel, geen enkele intentie om daar in de toekomst op een andere manier mee om te gaan. Dus dat op die manier. En voor de rest, er zijn best een hele hoop opmerkingen gemaakt. Maar ik heb daar daarnet ook al even een zijdelingse opmerking gemaakt bij het OER met betrekking tot die omgevingsvisie. Een hele hoop van die zaken gaan nu echt niet meer landen in deze visie, maar kunnen best wel heel relevant zijn voor de uitwerking van de omgevingsvisie op een later moment. Dus ik wil u ook vooral oproepen om die zaken wellicht nog eens een keer op een moment dat we het debat voeren over de uiteindelijke visie, nog eens een keer mee te nemen en voor het voetlicht te brengen, zodat ze ook een plekje kunnen krijgen in het vervolg. Dus wees niet al te zeer teleurgesteld als die uitwerkingsstukken straks in de visie niet landen, maar het wil niet zeggen dat ze voor de stappen daarna niet prima tot hun recht kunnen komen. Dat was het voor nu wat mij betreft even, voorzitter. En omdat we de vorige keer over de raadsvergadering acht uur hebben gedaan ben ik blij dat we het nu binnen de twee uur lijken te kunnen houden. De voorzitter: Helemaal eens met die laatste opmerking, wethouder. En dank voor uw laatste opmerkingen.

Pagina 30 van 31

7.

Sluiting De voorzitter: Dan zijn we aan het einde gekomen van de gecombineerde commissie Samen wonen en Samen leven. Wil ik alle aanwezigen hier, maar ook de luisteraars thuis, hartelijk bedanken. En jullie allemaal nog een fijne avond wensen.

Pagina 31 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1216/documents/41156