CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-05-22-verslag-commissie-samen-leven-samen wonen.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 22 mei 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag18.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven en Samen wonen 22 mei 2025 1.

Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond, allemaal. En van harte welkom bij de extra commissievergadering van de commissie Samen leven en de commissie Samen wonen. Ik wil iedereen van harte welkom heten, in het bijzonder de commissieleden, de wethouder, de ambtelijke ondersteuning, de pers en de mensen op de publieke tribune. Allemaal van harte welkom en natuurlijk de luisteraars thuis. Uw vaste voorzitter, de heer Rottier, is jammer genoeg ziek. Vandaar dat ik hem vanavond mag vervangen en bij deze wensen we hem ook beterschap. Alle partijen op één na zijn vanavond aanwezig. 18PLUS heeft zich bij ons afgemeld voor vanavond. Ik wil nog drie punten aangeven voordat we gaan beginnen. De onderwerpen die we gaan bespreken. Het college heeft de concept Omgevingsvisie Ridderkerk ter inzage gelegd voor eenieder. Als raadscommissie bent u vandaag ook in de gelegenheid om uw bevindingen en opmerkingen te geven over de ontwerp Omgevingsvisie en het ontwerp Omgevingsrapport. Deze vergadering zullen we het waarschijnlijk meerdere malen aanduiden met het begrip OER. Naar verwachting wordt de definitieve Omgevingsvisie aan uw raad ter besluitvorming aangeboden in september 2025. Van ambtelijke zijde zijn aanwezig mevrouw Bos en de heer Kazen en van het bureau Witteveen en Bos zijn aanwezig mevrouw Hootmans en mevrouw Kesmer. Allereerst wil ik de agenda vaststellen.

Heeft iemand nog een opmerking over de agenda? Dat is niet het geval, dan is die bij deze vastgesteld.

2.

Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Agendapunt 2, spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er hebben geen insprekers zich aangemeld.

3.

Inleiding door wethouder Van der Duijn Schouten De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 3. Hierbij wil ik graag de wethouder gelegenheid geven een inleiding te geven over de concept Omgevingsvisie en het concept Omgevingsrapport. Wethouder, aan u het woord. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik ga het allemaal niet samenvatten, want dan zijn we een uur verder. Het is best een hoop leeswerk, zoals u waarschijnlijk heeft ervaren. Maar het leek ons goed om vanavond nog eens een keer met een commissievergadering bij u te kijken of dit nog vragen heeft opgeroepen. Nou, we hebben al een aantal vragen gekregen, maar ook zeker zo belangrijk, of er nog zaken zijn die u aan ons wil meegeven? Het ligt nu ter inzage, dus eenieder kan een reactie geven, een zienswijze. Maar we vinden het wel prettig om dat vanavond met uw raad nog eens een keer in deze samenstelling te doen, zodat eventuele opmerkingen van uw kant door ons nog meegenomen kunnen worden in het verdere proces. Daarbij is misschien wel even goed om op te merken dat we hebben het vanavond in eerste instantie over de concept en dan wel de Omgevingsvisie. Het is nadrukkelijk een visiedocument, dus daar hangen in dit stadium nog geen actieplannen onder. Het is ook geen update van acties op bestaand beleid. Ik bedoel, dat volgt natuurlijk in andere verbanden als we het daarover hebben.

Daar is vanavond nadrukkelijk geen sprake van. Het gaat echt over een visie, dus op sommige punten ook al best wat hoger over. Dus dat was het wat mij betreft, voorzitter. Ik ben benieuwd of er vragen zijn. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Pagina 1 van 31

4.

Reactie op ontwerp Omgevingsvisie De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 4, waarbij de commissie gelegenheid heeft om tot het stellen van vragen en ook later voor het geven van opmerkingen of hun mening op dit punt. De wethouder wordt ondersteund door mevrouw Bos en mevrouw Hootsmans. We behandelen dit agendapunt in twee stappen. Allereerst krijgt de commissie de gelegenheid om vragen te stellen over dit onderdeel. Nadat alle vragen zijn gesteld en beantwoord zal ik alle fracties nog even langsgaan, zodat u uw opmerkingen en uw meningen over het stuk kan geven. Allereerst de vraag, wie hebben er vragen bij dit stuk? Mevrouw Van Nieuwenhuizen, hoeveel? Drie. De Partij van de Arbeid, hoeveel vragen? Zeven? Mevrouw Van Nes-De Man, Burger op 1? Twaalf. Ik zet u alvast achteraan het rijtje. De heer Bontenbal, CDA, één. Dat zou best wel eens de eerste kunnen worden. De heer Hoogendijk, Echt voor Ridderkerk? Twee. De heer Borst, VVD, vier. De heer Knape, ChristenUnie, twee. En mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk, vijf. Waren dat ze allemaal? Dan geef ik allereerst het woord aan de heer Bontenbal, CDA, voor één vraag. De heer Bontenbal: Dank, voorzitter. In het stuk wordt een aantal keer gesproken over de beleidsregel grote rivieren vanuit het ministerie van IenW. Die heeft impact op zeg maar het gebied buitendijks, dus buitendijks bouwen.

Er is een zienswijze ingediend vanuit de gemeente en onze vraag is, is er inmiddels ook al een reactie vanuit het ministerie op die zienswijze gekomen en wat staat daarin? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van der Duijn Schouten. Mevrouw Bos. De heer Van der Duijn Schouten: Ik schuif hem even door, voorzitter. Mevrouw Bos: Ja, dank u wel. Ja, er is wel een reactie binnengekomen. We hebben niet officieel een brief daarover gehad, maar dat staat wel op de website. De reactie is, wij hebben natuurlijk, of het college heeft een reactie ingediend voor de begrenzing buitendijks van waar wel, niet de woningbouw, met name bij Huys ten Donck. De reactie van Rijkswaterstaat is dat ze zeg maar buitendijks rondom eiland IJsselmonde gaan kijken, beter bekijken naar die begrenzing. Dus en dat gaan ze dit jaar doen dat onderzoek, dus dan weten we daarna meer of dat er daadwerkelijk iets veranderd is. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bos. De heer Bontenbal, is hiermee uw vraag voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan gaan we over naar de fractie Echt voor Ridderkerk. Mijnheer Hoogendijk, u had twee vragen, u mag ze alle twee tegelijkertijd stellen. De heer Hoogendijk: Dank u wel, voorzitter. Allereerst heb ik een vraag. Op pagina 22, daar staat dat de gemeente streeft naar een aandeel, woningvoorraad aandeel van maximaal 30 procent sociale woningbouw bij nieuwbouw.

Ik snap het woord maximaal daarbij niet? Je kan ook minimaal zeggen, maar je kan het ook gewoon weglaten. Dus wat is de functie van het woord maximaal hierin? De voorzitter: En uw tweede vraag? De heer Hoogendijk: De tweede vraag is op bladzijde 33. En dat, ik moet er zelf even naartoe hoor, sorry. Dat gaat over parkeren. Het thema parkeren. Parkeren, het doel is het aantal parkeerplaatsen te laten aansluiten op de behoefte. Ja, dat zou ook kunnen betekenen dat er meer parkeerplaatsen komen dan in de nota parkeernormen is vastgesteld. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Hoogendijk. Wethouder Van der Duijn Schouten. Pagina 2 van 31

De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Ja, eerst maar even die pagina 22, die 30 procent maximaal. Zoals u weet hebben we in Ridderkerk op dit moment ongeveer 40 procent sociale woningvoorraad. Tegelijkertijd is er vanuit de provincie op dit moment een richtlijn dat bij nieuwbouw dat een derde, een derde, een derde moet zijn. We hebben in de regio en met elkaar afspraken naar een meer evenwicht scenario dat iedere gemeente richting 30 procent beweegt. Nou, die laatste vinden wij belangrijk en om als gemeente van ruim 40 naar 30 te bewegen moet je nooit meer dan 30 doen. Dus daarom zeggen wij bij nieuwbouwprojecten, en dat is natuurlijk uitgezonderd de projecten van Wooncompas. Waar Wooncompas sloopt en terugbouwt, daar komt in veel gevallen slopen ze sociaal, komt er ook sociaal terug. Maar in nieuwbouwprojecten anders dan dat vinden wij dus dat het niet meer dan die 30 procent moet zijn. In sommige gevallen mag dat misschien ook wel eentje minder zijn, om meer naar dat evenwicht binnen de regio te groeien op termijn. Wat betreft het parkeren, aan de parkeerbehoefte voldoen. Ja, het is natuurlijk in één zin genoemd met ook in lijn met de nota parkeernormen. Kijk, als we helemaal aan de behoefte voldoen, dan ... Nou, we hebben recent net een discussie gehad over buitengebied en hoogbouw, het is woekeren met de ruimte.

En wij hebben nu een nota parkeernormen en wij gaan ervan uit dat we met die nota aan de behoefte voldoen. En dat betekent ook soms dat er ook gewoon keuzes gemaakt moeten worden. Dus, nou, binnen de beschikbare ruimte aan de behoefte voldoen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Hoogendijk, zijn uw vragen hiermee voldoende beantwoord? De heer Hoogendijk: Jawel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik allereerst het woord aan mevrouw Van Nes-De Man van Burger op 1, die had een stapelende vraag. Mevrouw Van Nes-De Man. Mevrouw Van Nes-De Man: Ja, dank u, voorzitter. Dat stapelen gaat op die 30 procent sociale huurwoningen. In het stuk staat dat alleen gestreefd wordt naar 30 procent bij nieuwbouw. Wordt er niet gestreefd naar 30 procent over de totale voorraad, zodat je bij nieuwbouw misschien op 20 uitkomt en dat je in totaal op 30 procent uitkomt? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, dat is volgens mij wat ik net gezegd heb. We hebben in de regio een afspraak, een meer evenwicht scenario dat alle gemeenten op termijn toe zouden moeten groeien naar die 30 procent, dus dat is inderdaad het streven.

Tegelijkertijd met de huidige woningnood eist de provincie, en de provincie gaat daar in de gemeentes die het in het verleden heel goed hebben gedaan soms wat coulanter mee om, maar de algemene stelregel is even voor het gemak een derde, een derde, een derde. Een derde sociaal via de corporatie, een derde middenhuur en een derde mag duur zijn. Nou, een derde is 33,3 procent. Wij zeggen nu bij dit soort projecten, maximaal 30. Maar er zijn ook locaties waar wij op dit moment richting initiatiefnemers aangeven dat misschien ook wel 25 procent ook prima zou kunnen zijn. Juist om op termijnen dat toch wat meer naar dat evenwicht scenario toe te groeien. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Van Nes, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Mooi. Dan gaan we over naar de ChristenUnie. De heer Knape, heeft u nog steeds twee vragen? Mag u ze alle twee tegelijkertijd stellen. De heer Knape: Dank u wel, voorzitter. Als eerste dank voor de spoedige en uitgebreide beantwoording van onze schriftelijke vragen die we hebben ingediend. En we zijn ook blij dat uit die antwoorden gebleken is dat Pagina 3 van 31

er voor Centrum-Oost een commissieconsultatie ingepland gaat worden. Onze ervaring is dat dat ook bij de visie voor de Koninginneweg heel prettig verlopen is en ons ook weer veel inzichten gegeven heeft. Twee vragen. Naar aanleiding van de schriftelijke vraag negen die wij hebben gesteld over de transitie van Donkersloot. We krijgen op zich een helder antwoord, maar we vragen ons aanvullend nog wel af waar het college aan denkt als er voor Donkersloot-Noord wordt gekeken welke planologische instrumenten ingezet kunnen worden om ondermijning aan te pakken? Moeten we dan denken aan functies in relatie tot werken of ook aan een transformatie naar woningen? En de andere vraag die betreft een term en een norm die gebruikt wordt op pagina 44, 45. Daar gaat het over een terreinquotiënt. Daar wordt eerst gesproken over 30 werkzame personen per hectare en daarna over 62 werkzame personen per hectare. En wij vroegen ons af waar dat streefgetal van 62 vandaan komt? De voorzitter: Dank u wel, de heer Knape. Wethouder, aan u het woord. De heer Van der Duijn Schouten: Ik begin even met die laatste, want die is redelijk simpel. Die komt uit onze economische visie die u recent heeft vastgesteld. En Donkersloot, Donkersloot-Noord voor ons geen plannen voor wonen. Dat moet echt binnen de bedrijvigheid gebeuren.

Maar je ziet dat er nou, als u er komt, dan zult u ook zien, dat ervaart nou vaak zonder de goede ondernemers zeg maar iets ten nadele willen doen, op sommige plekken niet erg, niet echt als fijn. Nou, dat is iets wat wij ervaren, wat een hoop inwoners ook ervaren. Dus we willen kijken, welke ruimtelijke instrumenten hebben we nou om daar toch een keer de slag te maken? En dan kom ik weer ook waar ik een beetje in mijn inleiding begon, daar liggen nu nog geen concrete plannen voor. Maar dat is wel een visie die we voor ogen hebben, maar dat is wel een visie voor Donkersloot-Noord voor werken. Kijk, voor Centrum-Oost hebben we nadrukkelijk gezegd, daar willen we een combinatie van wonen en werken. Dat zien we voor Donkersloot-Noord nadrukkelijk niet voor ons. Dus echt binnen de werksfeer. De voorzitter: De heer Knape, zijn hiermee uw vragen beantwoord? Dat is het geval. Dan gaan we over naar de Fractie Van Nieuwenhuizen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen, u had drie vragen, is dat nog steeds zo? Twee, dan mag u ze alle twee tegelijkertijd stellen. Ga uw gang. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Op pagina 21, nee, op 19 op de visiekaart daar staat het zoekgebied voor de corridor 380 kV ingetekend.

Is daar al iets meer over bekend of die hier komt of wanneer we dat kunnen verwachten? De tweede vraag is, op pagina 21 wordt gesproken over onbeschermde buitendijkse gebieden waar bedrijven zijn en woningen. Heeft u een voorbeeld van zo'n onbeschermd gebied? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: De eerste, de 380 kV leiding. Nee, nee, als daar duidelijkheid over was, was ik allang bij u op de lijn gekomen. We hebben, het is nu mei, ik denk ergens in april een laatste bestuurlijk overleg gehad van alle gemeenten die in een zoekcorridor vallen. Dus dat is best een bont gezelschap dan, een grote zaal vol. En daar werd duidelijk dat er op een aantal tracés Natura 2000, Unesco Werelderfgoed. Nou, inmiddels is ook duidelijk dat bij Kijfhoek, waar al wat stroomkabels lopen, dat past ook niet zo lekker. Dus er zitten zoveel lastige punten in dat ze nog steeds bezig zijn met het onderzoek. En inmiddels is ook wel duidelijk dat we echt nog wel een jaar kunnen wachten voordat daar vanuit het ministerie een definitief besluit op genomen gaat worden. Dus dat gaat nog wel even duren. Onbeschermd buitendijks. Ja, dat is misschien een beetje een term die dubbel is, want buitendijks ben je onbeschermd. Dus we hebben natuurlijk best wat, nou, u weet wel ongeveer hoe de dijken in Ridderkerk lopen en er zijn best wat plekken waar huizen buitendijks

Pagina 4 van 31

staan of waar bedrijventerreinen buitendijks staan. Dat betekent niet dat je gelijk in het water staat, maar het is wel buiten de dijk en daarmee bij hoogwater geniet je niet de bescherming van de dijk. De voorzitter: Even wachten, mevrouw Van Nieuwenhuizen. Ik weet niet of de wethouder al klaar was met zijn antwoord. Mevrouw Van Nieuwenhuizen, aan u het woord. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Nee, maar ik bedoel bijvoorbeeld bij De Schans. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, bijvoorbeeld. Ja. De voorzitter: Het verzoek om toch de vragen via de voorzitter te laten lopen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen, heeft u nog, zijn uw vragen hiermee voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan gaan we over naar de VVDfractie. De heer Borst, u had vier vragen. Zijn het er nog steeds vier? De heer Borst: Ik denk, ja, ja, zoals ik nu even kijk, het zijn er nog steeds vier, voorzitter. De voorzitter: De eerste twee, alsjeblieft. De heer Borst: Jazeker. Nu hebben we in deze Omgevingsvisie naast die drie kernwaarden die we al langer hanteren, ook vijf zogenaamde leidende principes toegevoegd. Waaronder water en bodem sturend werken en een bijdrage aan brede welvaart. Wij denken dat dat heel goed is. Die principes worden eigenlijk gebruikt om een ontwikkeling dan aan te toetsen. Ik heb gezien dat in tabel 5.1 op pagina 18 een keurige beschrijving van die principes wordt gegeven.

En in tabel 5.7 even verderop, pagina 40, daar worden een aantal van die ambities verder uitgewerkt. Wij zijn nog een beetje zoekende hoe we dat nou moeten toepassen als we een ontwikkeling ergens toe zouden willen staan? Dus kan de wethouder nog iets toelichten over hoe die leidende principes nou worden toegepast en hoe dat dan leidt tot keuzes die we maken ten aanzien van de inrichting van een gebied? En ik zeg er ook meteen maar even bij dat ik dat vraag, omdat we willen kunnen toetsen of dat die ambities die zijn opgenomen, of die nou een beetje compleet zijn. Verder zagen wij dat in paragraaf 3.1, daar worden een aantal trends en ontwikkelingen geschetst of daar wordt over gesproken en er wordt van gezegd dat het nieuwe trends zijn. Bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, de energietransitie en klimaatadaptatie. En misschien als ik die term al uitspreek dan doet dat vermoeden dat die niet helemaal nieuw zijn, want die hadden we in 2017 ook en die staan ook toen als zodanig in die visie. Wat is er nou precies veranderd ten opzichte van de vorige visie aan die trends? Want uit paragraaf 4.3 waar die trends dan worden geschetst, daar wordt mij niet duidelijk wat dan nu aan de opgave is veranderd. Of die zwaarder is geworden, kleiner is geworden, anders is geworden? Kan de portefeuillehouder daar nog op reflecteren? Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel, de heer Borst. Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, eerst maar even die leidende principes. Ja, misschien is het wel, kijk, niet ieder leidend principe komt natuurlijk overal even zwaar terug. Maar we hebben recent over een visie op hoogbouw gesproken en, nou ja, daar zie je bijvoorbeeld, daar hebben we nadrukkelijk de afstemming met de mobiliteit ook gemaakt. Een van onze leidende principes. Water en bodem sturend, ik bedoel, dat zijn zaken waar je nu gewoon rekening mee moet houden in het kader van klimaatadaptatie. Dat je, nou, met hevige buien, dus wat er in de bodem gebeurt. Ik bedoel, leidende principes betekent niet dat je dat nu concreet op ieder plaatje kan zeggen, dan moet je dit, het is dit of dat. Maar het zijn overal principes die nadrukkelijk aandacht moeten hebben op het moment dat we ergens mee aan de Pagina 5 van 31

gang gaan. Nou, en dan nogmaals, dan zijn het ook … Kijk, brede welvaart, ja, dat is op zich al een breed begrip. Maar je ziet wel dat, we vinden het belangrijk dat als we iets doen, dat het dan wel daar een bijdrage aan levert. Dus zo zullen we al die leidende principes mee moeten nemen op het moment dat we met een ontwikkeling aan de slag gaan. En je ziet ook dat in sommige gevallen dingen ook gewoon botsen met elkaar. Nou ja, dat zien we continu, ruimte is schaars. En je ziet in onze visie ook terug, ene kant willen we, vinden we belangrijk dat er veel groen komt, maar we willen ook allemaal dat er energie uit het stopcontact komt en dat betekent dat we transformatorhuisjes nodig hebben. Ja, dat gaat ergens of het één of het ander. Nou, dat moet je zo veel mogelijk zien te combineren en daar zijn dit voor ons belangrijke uitgangspunten die daarin een plaats moeten krijgen. En dan de trends, 4.3, wat is er anders geworden? Paragraaf 4.3 zei u hè? Ja, is het nou per definitie anders? Nou, kijk, laten we vooropstellen dat we doen een update van onze Omgevingsvisie. Maar ja, je kan tegelijkertijd niet ontkennen dat er bijvoorbeeld met inwoners en demografie dingen gebeuren. Niet alleen in Ridderkerk, maar in heel Nederland. En dat geldt ook voor klimaat.

Ik bedoel, toen we onze vorige visie maakten zeven jaar terug, wat we toen wisten over zeg maar de ontwikkeling van ons klimaat en waar we nu staan, ja, zijn we natuurlijk wel ergens anders als waar we zeven, acht jaar terug stonden. En energietransitie, idem dito. Als je mij vraagt, wat is er veranderd? Nou, acht jaar terug, als je een briefje naar Stedin stuurde had je volgende week je aansluiting. Als je nu een briefje naar Stedin stuurt dan zeggen ze van, nou, belt u voor een woning, dan willen we er nog over nadenken, komt u voor iets anders, bekijkt u het maar. Nou, dat zeggen ze natuurlijk niet hè, maar ik bedoel, dat is even hoe het op dit moment. Dus ik denk dat je op al dit soort dingen gewoon ziet dat er in … Dit zijn nog steeds zaken die op dit moment voor ons belangrijk zijn. Dat waren een aantal zaken zeven jaar terug ook, maar ze staan op dit moment allemaal wel in een veel, nou, in een ander daglicht als dat het toen stond. Nou, dat is even … En daarin zitten hier natuurlijk een aantal zaken die, nou, u ziet het, water en bodem sturend weer terugkomen, de gezonde leefomgeving. Het zijn wel zaken die op dit moment voor ons als gemeente en ook een hele hoop van onze inwoners natuurlijk bezighouden. Dus in die zin een aantal trends die, nou ja, daarvoor geldt, volgens mij is er geen een verrassend.

En als u er eentje mist, dan hoor ik het straks in de tweede sessie graag. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Borst, eventueel reageren op de antwoorden van de wethouder en uw volgende twee vragen, alstublieft. De heer Borst: Ja, dan constateer ik ten aanzien van die vraag over die trends dat het dus niet zozeer is dat het gaat om nieuwe opgaven, zoals in paragraaf 3.1 stond en in de rib, maar dat het gaat om en een verzwaring van opgaves die we al een tijdje zien aankomen. Zo vat ik de woorden van de wethouder dan maar even samen. Want ik kom zo snel ook niet, voorzitter, tot nieuwe ontwikkelingen, dus vandaar dat ik even getriggerd werd door dat woord. Als het gaat om die eerste vraag, kan ik het antwoord van de wethouder helemaal volgen. Ook over dat bepaalde belangen en bepaalde principes dan met elkaar botsen. Ik vraag me dan nog wel even af hoe we dan een afweging daarin maken? Ik neem dan aan dat we dan per deelgebied, per project, per ontwikkeling dan kijken wat voorrang heeft en niet dat bijvoorbeeld altijd water en bodem sturend daarin leidend is of de energietransitie. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Nou ja, dat laatste klopt. Dat betekent keuzes maken. En soms moet je keuzes maken waarbij het een ten koste gaat van het andere.

Mobiliteit vinden we belangrijk, maar mobiliteit en luchtkwaliteit, ja, zolang je de mobiliteit op de fiets doet is het best goed. Maar als die mobiliteit betekent dat je in de auto gaat en je auto wil parkeren, lijdt die daaronder. Dus zo zie je dat die dingen botsen. Maar dat betekent ook dat iedere keer als we met concrete plannen aan de slag gaan komen we bij u terug en zullen we Pagina 6 van 31

ook inzichtelijk maken welke keuzes er zijn gemaakt, hoe die zijn gewogen. En uiteindelijk is dan ook de vraag of uw raad dat ook zo ziet of dat u misschien andere afwegingen maakt? Maar dat zal van geval tot geval voorbijkomen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Borst, volgens mij had u nog twee vervolgvragen. Ga uw gang. De heer Borst: Ja, heldere antwoorden, dank. Dan nog een vraag over de uitvoering, daar wordt uitvoerig over geschreven in hoofdstuk 7. Heldere verbinding met de beleidscyclus, we gaan met een aantal programma's werken, die zijn ook gebiedsgericht las ik. Een aantal van die programma's die zijn vrijwillig, die hebben we zelf opgezet. Een aantal zijn ook verplicht en er komen misschien nog een aantal extra verplichte programma's bij. Daarnaast werken we nu meer dan voorheen met deze visie gebiedsgericht, ik denk een positieve ontwikkeling. Tegelijkertijd riep het wel bij ons de vraag op, hoe zijn we nu als organisatie gesteld op het uiteindelijk handen en voeten geven van al die extra programma's, werkwijzen, gebiedsgericht werken? Zijn we daar voldoende voor gesteld? En tot slotte terinzagelegging. Op het moment dat we hierover spreken, voorzitter, dan ligt die ook bij ketenpartners, las ik, voor ter inzage. Nou, supergoed.

Wij vroegen ons alleen nog even af, zijn nou alle opgaven waarmee we te maken hebben met gemeentes rondom ons en de provincie, is daar nou aan de voorkant ook al voldoende over afgestemd? In zoverre dat het dus geen verrassing zou moeten zijn wat er in die twee documenten liggen die nu ter inzage voorliggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Met dat laatste beginnen, met de provincie wel, met omliggende gemeenten niet. Dus ja, nou ja, dat is even wat het is. Over gesteld staan voor de programma's. Nou ja, kijk, de vrijwillige programma's die erin staan, dat zijn zaken waarvan we met elkaar hebben gezegd dat we het belangrijk vinden, dus daar gaan we mee aan de slag. Op het moment dat wij daarmee aan de slag gaan zorgen we ook dat er capaciteit is. Dat betekent als we in de toekomst voor andere vrijwillige programma's mee aan de gang willen, dan zullen we kijken of we daar capaciteit voor hebben. Zo niet en we willen het toch doen, zullen we die capaciteit moeten organiseren. In het geval dat dat geld kost, ja, dan komen we daarvoor weer bij de raad met een vraag voor. Staan we nu gesteld op voorhand om alle programma's te doen? Nee, dat zal vast niet.

Ik bedoel, dat is ook iets wat door de jaren heen en soms moet je ook daarin keuzes maken, dat je de één wat eerder doet en de andere wat later. Maar een aantal programma's die hier nu staan, en u weet programma Centrum Oost, nou, daar zijn we hard mee bezig. U wordt in september na het reces gaan we daar een keer met u over in gesprek. Maar een gebiedsprogramma voor de Bolnes polder, Slikkerveer, dat is wel iets wat de laatste tijd wat actueler wordt, ook in het kader van de NOVEX. Dus dat zit nu een beetje in een opstartende fase. Ja, dat kan best zijn dat we daar de komende tijd nog capaciteit voor bij moeten halen. Maar we werken samen met het waterschap, met de provincie, met de gemeente Rotterdam, dus dat zijn ook vaak … Nou, wellicht dat daar dan zaken geregeld kunnen worden. Dus nee, het is niet alles, maar we gaan er gedoseerd mee om. Dat waren ze volgens mij, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, wethouder. De heer Borst, zijn hiermee uw vragen voldoende beantwoord? De heer Borst knikt. Dan gaan we over naar Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Kayadoe, u had vijf vragen, zijn het er nog steeds vijf? Mevrouw Kayadoe: Nee, dat zijn er vier geworden, maar ik heb ook twee opmerkingen even vooraf.

Pagina 7 van 31

De voorzitter: Vooraf. Want hierna krijgen we ook nog een opmerkingenronde. Mevrouw Kayadoe: Dat klopt, maar dit zijn foutjes die in de visie staan. De voorzitter: Ga uw gang. De eerste twee opmerkingen. Mevrouw Kayadoe: Ja, dat is, er staat in paragraaf 4.2.1 dat in 1985 de Rotterdamseweg is aangelegd. Alleen die is op 3 juni 1982 al geopend, dus ik denk dat daar nog een correctie op moet komen. En in 4.2.2 staat, Drievliet is een typische bloemkoolwijk gebouwd na de aanleg van de Rotterdamseweg 1985. De straten Pelikaan en Rosmolen zijn in ieder geval van 1979, dus dat moet denk ik nog even gecorrigeerd worden in de visie. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kayadoe. Wethouder, ik denk dat u deze nog een keertje nacheckt? De heer Van der Duijn Schouten: Nou, we zullen ernaar kijken en als het anders moet, passen we het aan. Het goede nieuws is, het zal geen dramatisch effect op de visie hebben. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. En scherp, mevrouw Kayadoe. Uw volgende twee vragen, alsjeblieft. Mevrouw Kayadoe: Ja, nee, we verwachten ook niet dat het van invloed is op de visie, maar het is wel handig als het er correct staat.

Leefbaar is benieuwd of er een actuele analyse beschikbaar is van tekorten seniorenwoningen, starterswoningen en zorggeschikte woningen per wijk? Is dat mogelijk dat dat … Is dat helder, is dat bekend? En op welke locatie voorziet het college knelpunten in de klimaatbestendigheid van bestaande wijken? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Eén, nee, die is er niet per wijk. Ik bedoel, dat is ook geen statistisch of dat is natuurlijk een heel dynamisch gebeuren hè. Op het moment dat Driehoek Het Zand is opgeleverd zie je dat er vrij veel verhuisbewegingen vanuit … Driehoek Het Zand is opgeleverd, dat levert heel veel verhuisbewegingen op vanuit Drievliet. Dus ja, misschien dat voor die oplevering er wat tekorten waren voor bepaalde woningen, maar na die oplevering niet meer. Niet omdat er in Drievliet wat gebeurt, maar dat er in Het Zand wat is gebeurd. Dus we hebben natuurlijk bij het bod wat wij ooit eens hebben gedaan wel een totaalbeeld van de woningopgave gehad en ook met wat er dan nodig zou zijn voor Ridderkerk. Maar dat is niet uitgesplitst per wijk en zeker niet naar … Ja, goed, we hebben wel een Woonzorgvisie waarin we in beeld brengen hoeveel zorgwoningen en zo er nodig zijn, dus er wordt wel naar gekeken. Maar dat doen we wel voor Ridderkerk als geheel en ook weer niet voor alle doelgroepen.

En of er wijken zijn waar klimaat een specifiek … Ja, ook dat hé, we hebben een tijdje gehad dat wateradaptatie aan de Kerkweg echt wel een probleem was. Dat hebben we inmiddels opgelost. Maar aan bijvoorbeeld in de Willemstraat in Slikkerveer wil het bij een hevige regenbui nog wel eens best nat zijn. Ja, zo heeft iedere wijk natuurlijk wel iets waarbij je in het kader van de klimaatadaptatie soms merkt dat er dingen gebeuren. Dus is dat nu in de ene wijk erger als de andere? Nou, je ziet met name natuurlijk de wijken die erg versteend zijn en waar een grote mate van verdichting is, dat die problematiek vaak zich eerder aandient en dan ook wel wat heftiger kan zijn dan in gebieden waar het nog vrij landelijk is. Drievliet is natuurlijk heel erg versteend. Oost en West, dat zijn ook wijken waar bijvoorbeeld water weinig ruimte heeft en ja, daar eerder wat gebeurt als noem maar even de Geerpolder straks.

Pagina 8 van 31

De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Kayadoe, eventuele reactie op de antwoorden van de wethouder en uw volgende twee vragen, alstublieft. Mevrouw Kayadoe: Nou, die zijn vooralsnog voldoende beantwoord. Nog even over werk en economie. Hoeveel vierkante meter werklocatie gaat volgens de visie mogelijk verloren aan herontwikkeling naar woningbouw en is daar regionale compensatie voor nodig? En de laatste vraag is, welke delen van de visie zijn beleidsmatig richtinggevend en welke juridisch bindend, bijvoorbeeld voor het omgevingsplan? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kayadoe. Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, wat er aan werkruimte verloren gaat voor wonen? In basis is het zo dat, er is, moet bedrijfsruimte gecompenseerd worden. Daar zijn ook wel weer gradaties in, want soms moet je feitelijk compenseren, soms moet je compenseren dat gewoon de ruimte er blijft. En er zal wat bedrijfsruimte verloren gaan. Ik bedoel, als wij met ik noem maar even het Trelleborgterrein aan de gang gaan, dan is die bedrijfsruimte weg. Daar geldt feitelijke compensatie. Maar ja, die zijn ergens naar weet ik niet waar gegaan. De feitelijke compensatie hebben we in dit geval snel opgelost, ze zijn er niet meer.

Er zijn ook zaken waar bijvoorbeeld als we wat zouden willen gaan doen langs de Rivieroevers waar watergebonden bedrijvigheid zit, dat de provincie daarvan nog steeds verlangt dat dat een-op-een gecompenseerd gaat worden. Dus dat varieert van geval tot geval. Maar er zal in een aantal gevallen … Centrum Oost, waar we naar wat meer wonen, werken willen, daar hebben we recent ook een presentatie voor gegeven. Nou, daar zie je op de kaartjes wel dat er best wel wat plekjes waar nu eigenlijk uitsluitend bedrijvigheid zit straks ook wat wonen mogelijk wordt. Maar hoeveel dat precies is, ja, dat heb ik op dit moment echt niet helder. Daarbij komt dat, dit zijn allemaal ontwikkelingen die zijn nog in de visievorming, de planvorming, het is echt nog niet concreet hoe dat er uiteindelijk uit komt te zien. Dat had ik opgeschreven. Wat verplicht is en wat wettelijk? Nou, op het moment dat wij deze visie vaststellen is die voor ons als gemeente bindend. En daar is geen onderscheid in, dit is dan onze visie en daar hebben we ons aan te houden. Dat geldt overigens ook voor straks een visie op hoogbouw en visie buitengebied, die zijn zelfbindend. En die worden op het moment dat ze onderdeel worden van onze omgevingsvisie straks ook bindend voor, nou, eenieder die wat wil. De voorzitter: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Van Nes-De Man, Burger op 1, stapelend.

Mevrouw Van Nes-De Man: Ja, dank u, voorzitter. In de Leeswijzer staat dat deze omgevingsvisie is kaderstellend en zelfbindend. In mijn beleving is dat niet allebei hetzelfde, hoe moet ik dat dan lezen? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, hij is kaderstellend, dus dit zijn de kaders waarbinnen iemand moet opereren. Ja, ik weet niet wat voor naam u eraan wil geven, maar dat ... Dit zijn de kaders. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-De Man. Mevrouw Van Nes-De Man: Dank u. Dan zijn die kaders dus eigenlijk keihard bindend? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, ik weet niet of het woord bindend is. Maar nogmaals, ja, kaders zijn kaders. We maken ook geen visie waarvan we vervolgens zeggen, en nou, wie wil, doe maar wat anders. Ik Pagina 9 van 31

bedoel, dit is een visie en dat is waar we heen willen. En dat vragen we dus dat als iemand met een initiatief komt, dat dat meebeweegt in die visie met het doel wat wij voor ogen hebben. Als dat daarin niet past, ja, dan is het wat ons betreft ook een niet-wenselijke ontwikkeling, omdat het niet bijdraagt aan onze visie. Dus ja, zo hard is die uiteindelijk wel. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Van Nes-De Man, nog één keer stapelen. Mevrouw Van Nes-De Man: Ja, ik zit een beetje te zoeken. U zegt dan, is dat niet wenselijk, maar aan de andere kant zegt u van, het is hard. Dus als je zegt, het past niet in de visie, dan kan je tegen iemand die met een initiatief komt niet meer zeggen, het is niet wenselijk. Dan zou je zoals ik het nu lees of hoor moeten zeggen van, het kan niet, punt. Daar zoek ik een beetje naar. En ook dat er een stukje achteraf handhaafbaarheid op zou zitten. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, van handhaafbaarheid is in deze zin natuurlijk geen sprake. Dit is een visiedocument. Er wordt gehandhaafd als iemand iets doet wat vergunningstechnisch en dergelijke niet klopt. Maar ja, u heeft gelijk, dit is de visie en daar verwachten we dat initiatieven aan bijdragen.

Ja, en dan kan je spreken met woorden als verplicht of bij … Die kant bewegen we op en deze visie geeft ons ook de mogelijkheid om initiatieven die daar niet aan bijdragen dus nee tegen te zeggen. De voorzitter: Is uw vraag hiermee voldoende beantwoord, mevrouw Van Nes-De Man? Ik zie ja-knikken. Mevrouw Kayadoe, u had twee vragen gesteld, zijn die voldoende beantwoord? Dank u wel. Dan gaan we over naar de Partij van de Arbeid, die hadden zeven vragen. Mijnheer Ruinard, zijn het er nog steeds zeven? De heer Ruinard: Dat zijn er zes geworden. De voorzitter: Zes. Kijk. De eerste twee, alstublieft. De heer Ruinard: Dank u wel, voorzitter. Het thema wonen, op pagina 22 staat dat er vooral op de doelgroepen starters, ouderen en nog eentje, weet ik even niet helemaal. Maar worden starters ook gezien als jongeren? Want een gemiddelde starterswoning kost op dit moment ongeveer drie ton, dat is voor jongeren natuurlijk niet betaalbaar. Dus geldt dat onder dezelfde kap? En mijn tweede vraag is, op welke manier zorgen flexwoningen ervoor dat het omkijken naar elkaar wordt gestimuleerd? Dat staat ook op pagina 22. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Ik kijk even naar, nou ja, zijn starters jongeren? Meestal wel. En u ziet ook, maar niet altijd hè. Iemand kan natuurlijk ook op een later moment.

Tegelijkertijd zie je wel dat wij bijvoorbeeld onze startersleningen zit wel ook weer een leeftijdsgrens aan gekoppeld, want iemand die 65 is krijgt geen starterslening meer. Die leeftijd ligt ook niet bij 18, uit mijn hoofd zeg ik iets van 35 of zo. Maar over het algemeen zal je wel zien dat een starter, in veel gevallen zal het een jongere zijn. Dat die terminologie van voor een starterswoning en die financiering die eraan hangt, ja, dat ben ik met u eens. Maar dat zijn ook wel bedragen die worden, ik bedoel, dat is niet alleen voor Ridderkerk. Dezelfde bedragen gelden in andere gemeenten, die worden ook in regionaal verband vastgesteld. Maar ja, betaalbaar zit op dit moment op ik geloof 405.000 euro. Ja, voor wie is dat nog betaalbaar? Ik bedoel, moet je met zijn tweeën toch Pagina 10 van 31

wel aardig wat verdienen om dat nog te kunnen financieren. Dus ik ben het met u eens dat die betaalbaarheid soms wel een beetje een raar begrip is. Dan hoe flexwonen bijdraagt aan het omzien naar elkaar. De voorzitter: Zal ik mevrouw Bos het woord geven, wethouder? De heer Van der Duijn Schouten: Ja. Nou ja, goed, soms staan er dingen in, en dat is ook waarom we dit doen, waar we nog eens even naar moeten kijken. Want wat we hier hebben opgeschreven is dat flexwonen verschillende groepen bij elkaar komen. Maar of dat nou specifiek het omzien naar elkaar anders doet als in waar permanent gebouwd wordt, ja, dat zal. Dus het zal eerder de samenstelling van de woningen of van de bewoners zijn, als dat het nu de flexwoning of de permanent gebouwde woning is die dat bevordert. Dus dit is een stukje tekst waar we nog eens een keer even voordat we hem definitief maken goed naar zullen kijken, als u het goed vindt. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Als u het niet goed vindt, doen we dat trouwens ook. De voorzitter: Dat kan maar duidelijk zijn. Mijnheer Ruinard, eventueel reactie op de twee antwoorden van de wethouder en uw volgende twee vragen, alstublieft.

De heer Ruinard: Ja, nog even terugkomend op mijn eerste vraag, hoe kijkt u ertegenaan, hoe kijkt het college ertegenaan om bijvoorbeeld een aparte doelgroep erbij te doen? Jongeren zeg maar bij die andere doelgroepen? En even kijken, ja, ziet het college bij het bouwen van flexwoningen juist meer kansen om die sociale cohesie te verbeteren? De voorzitter: Ik neem aan dat dit een reactie is op de eerste twee antwoorden van de wethouder? De heer Ruinard: Ja, eigenlijk twee stiekeme vragen nog erbij, maar … De voorzitter: Prima. Wethouder, aan u het woord. De heer Van der Duijn Schouten: Nou goed, kijk, de eerste vraag is, ziet u kans om nog een doelgroep toe te voegen? Ik voeg die maar even in de opmerking die in … Straks kunt u zienswijzen geven en ik hoor u eigenlijk een suggestie doen van, kijk eens of die doelgroep nog toegevoegd kan worden. Die suggestie zullen we meenemen in, nou, naar de definitieve versie. Dat was de eerste. De tweede, ja, nogmaals, ik denk dat we dat niet een-op-een aan flexwoningen … We gaan nu op een plek in Ridderkerk aan de gang met flexwoningen, maar het grootste voordeel van de flexwoning is dat we hier procedureel snel mee kunnen schakelen.

Ik denk dat sociale cohesie niet zozeer aan flexwoningen gekoppeld zal zijn, maar ergens anders waar we met woningen aan de gang gaan bij Wooncompas is dat veel meer afhankelijk van, wie betrekken die woningen? Ik bedoel met Westdonck gaan we nu ook aan de gang. Je ziet dat daar sociaal wordt gesloopt, dat komt in dezelfde mate terug. En tegelijkertijd hebben we samen met Wooncompas geconstateerd dat de uitbreiding daar eigenlijk voor het geheel van de wijk beter middenhuur kan zijn. Nou is dat niet misschien iets wat in de sociale cohesie doet, maar je ziet wel dat voor de leefbaarheid daar afwegingen in worden gemaakt van, hoe kan dat het beste? En dat is niet zozeer geschikt op van, is het nou flex of is het permanent? Maar meer, wat bouwen we, voor wie en wie komen daar dan te wonen? Dus ik zou dat echt denk ik, maar dat heb ik net al gezegd, we moeten nog eens even kijken of we dit wel moeten koppelen aan het flexwonen an sich of dat we dat in een iets ander verband moeten plaatsen tekstueel gezien. Pagina 11 van 31

De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer Ruinard, uw derde en vierde vraag, alstublieft. De heer Ruinard: Dank u wel. Mijn derde vraag gaat over het thema gezondheid. Er is in Nederland natuurlijk een groot huisartsentekort. Ziet u, ziet het college ook kansen om het aantrekkelijker te maken om hiernaartoe te komen als huisartsenpraktijk? En mijn vierde vraag gaat over de OV-ambities. Ik lees veel over de ambities van en naar Ridderkerk, maar hoe zit het met de ambities binnen Ridderkerk zelf? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Specifiek aantrekkelijk maken voor huisartsen, dat lijkt me in deze visie geen … Ik bedoel, wordt die heel specifiek. We hebben het natuurlijk wel over het vestigingsklimaat en dat er hier de ruimte voor is. Maar we gaan hier, nogmaals, het is een visiedocument en dit wordt geen actieplan, haal de huisarts naar Ridderkerk. Dus dat is niet wat mij betreft voor deze visie, want dan zouden we ook datzelfde kunnen doen voor de leraren en de tandarts. En, nou, als je lekkage hebt is een loodgieter ook erg belangrijk, dus in die zin niet in onze omgevingsvisie. Het vervoer binnen Ridderkerk. Ja. Nou, die geef ik even aan mevrouw Bos. De voorzitter: Mevrouw Bos.

Mevrouw Bos: Ja, in het mobiliteitsplan wat we hebben en wat is doorvertaald ook in de omgevingsvisie staat op welke wijze we daar binnen Ridderkerk, dus meer voor langzaam verkeer mogelijkheden, we de ontbrekende schakels voor fietspaden, dat soort dingen, willen opnemen. Dus dat is wat we binnen Ridderkerk doen om zeg maar het verkeer mogelijkheid te geven. En het ging over OV, zit ik nou net te bedenken. Sorry. Nee. Ja, daar zijn de buurtbussen een voorbeeld van zeg maar. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Bos. Mijnheer Ruinard, eventueel een reactie op de antwoorden en uw volgende twee vragen, alstublieft. De heer Ruinard: Ja, nog even een reactie op de eerste vraag. Ik vroeg naar de huisarts, omdat in de visie staat dat gezondheid wordt gezien als integraal onderdeel van het beleid. Dus daarom de vraag. En ziet het college dan ook kansen voor de buurtbus om die extra te stimuleren door meer vrijwilligers en meerdere bussen te laten rijden? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, op dit moment denk ik niet. Het is al een hele toer om de huidige buurtbussen te laten opereren zoals als we doen. We zien dat het in een behoefte voorziet, dat vinden we belangrijk, dus daar hebben we een hele hoop effort in gestoken om die te laten rijden. Maar ik denk dat op dit moment uitbreiding niet opportuun is.

We doen ons best om het in ieder geval dat wat er is te behouden en dat is al een hele uitdaging voor mijn collega van verkeer. De voorzitter: Dan had de heer Ruinard ook nog een vraag over de huisartsen. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, ik zag hem meer als een opmerking in het kader van gezondheid, de huisarts. Maar nogmaals, de tandarts is ook belangrijk voor je gezondheid en een fysiotherapeut ook. Dus nogmaals, dit is een visiedocument waarin we geven dat gezondheid … Maar gezondheid is zoveel meer dan alleen de huisarts. We zien ook dat gezondheid hier in Ridderkerk onder druk staat op luchtkwaliteit en op Pagina 12 van 31

geluid. Ja, en ook huisartsen is lastig. Maar nogmaals, er zitten heel veel uitdagingen en deze omgevingsvisie is bedoeld om aan te geven waar we een visie zien, maar nadrukkelijk niet als een actieplan voor huisartsen. Ik bedoel, dan gaan we veel te veel de uitwerking en de programma's en de plannen in en het moet wel een visiedocument blijven. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer Ruinard, uw laatste twee vragen, alstublieft. De heer Ruinard: Het is er nog eentje geworden. Dat gaat over het groen. Hoe kijkt het college ertegenaan om, voor zover dat mogelijk is dan, alle groenstroken rondom Ridderkerk te verbinden, zodat je echt een groene kraag kan creëren? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat is volgens mij de ambitie die we uitgesproken hebben en ook in de visie buitengebied is opgenomen dat, wij hebben inderdaad, als een visie zien we voor ons dat al die groengebieden met elkaar verbonden zijn. Maar daar zal best nog een hele hoop voor moeten gebeuren voordat we dat ook, die visie ook tot werkelijkheid hebben gebracht. Maar dat is wel de visie die voorligt. De voorzitter: Mijnheer Ruinard, zijn hiermee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan gaan we over naar de laatste partij met vragen, Burger op 1.

Mevrouw Van Nes-De Man, u had nog twaalf vragen, zijn het er nog steeds twaalf? Mevrouw Van Nes-De Man: Ik zit geloof ik aan de zes. De voorzitter: Zes. Kijk, dat is een meevaller. Mevrouw Van Nes-De Man: Ja. Het systeem werkt. De voorzitter: De eerste twee, alstublieft, mevrouw Van Nes-De Man. Mevrouw Van Nes-De Man: Ja. De visiekaart heb ik erbij gepakt. Op de visiekaart staat de Boomgaard al ingetekend als zijnde potentiële of ontwikkellocaties wonen. Nou weten we dat de provincie daar geen voorstander van is. We zetten hem in die visiekaart als zijnde een ontwikkel of een, hoe zei ik het nou weer, ontwikkellocatie wonen, maar er ligt een enorme hobbel te nemen. In hoeverre is het dan eerlijk als je dit in een visie zet? Mensen slaan hem open en zeggen, o leuk, ontwikkellocatie, daar ga ik iets proberen. In hoeverre moet de provincie hier dan iets van zeggen? Of zegt u van, daar hebben we lak aan, we laten dit zo staan en vertellen het achteraf? Dat is één vraag. Tweede vraag is van andere orde, die komt uit het … Ja, misschien eerst deze? Die andere kwam uit het document. De voorzitter: Prima. Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Een enorme hobbel, ja, maar er zitten meer dingen in de visie die nog forse hobbels zullen opleveren voordat ze gerealiseerd zijn.

We gaan als college hobbels ook niet uit de weg als we denken dat het waardevol is voor Ridderkerk. En daarbij komt dat dit nu in lijn is met de door uw raad vastgestelde visie buitengebied. Nou, het is wel zaak dat dingen ook op een gegeven moment synchroon lopen. Wij hebben geen lak aan de provincie, zeker niet. Want we overleggen op tal van dossiers veel en op een hele prettige manier met de provincie en tegelijkertijd zie je soms dat de visies uiteenlopen. Pagina 13 van 31

Maar dat neemt niet weg dat wij staan voor onze visie en de provincie laat daar in zienswijzen dan ook iets van weten waar wij altijd met veel interesse kennis van nemen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Van-Nes De Man, eventuele reactie op het antwoord van de wethouder en uw volgende twee vragen, alstublieft. Mevrouw Van Nes-De Man: Nee hoor, het antwoord is wel duidelijk. Dan kom ik in het document uit en dan heb ik er paginanummers bijgezet. Misschien is dat makkelijk, misschien overbodig. Maar in ieder geval, het zit op pagina 16 en dan gaat het over de energietransitie. Er zijn particuliere initiatieven of in ieder geval geweest of opgezet over thermische energie van particulieren in Bolnes, die zijn eraan bezig geweest. Dit soort dingen wordt totaal niet in de visie opgenomen. Is daar ruimte voor, voor particuliere initiatieven? En wordt, ja, ik bedoel ruimte, je kan zelf wat ontwikkelen, maar je krijgt graag wel een stukje steun van de gemeente op een gegeven moment als je dat opzet. En dan heb ik een vraag ook van hele andere orde. Op pagina 22, daar staat de opmerking, internationale medewerkers. Ik wil graag weten wat daarmee bedoeld wordt? Dat zijn dan de eerste twee. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Nes-De Man. Ik kan u zeggen dat uw voorzitter heel blij is als u paginanummers vertelt. Wethouder, aan u het woord.

De heer Van der Duijn Schouten: Ja, wij zijn er ook erg blij mee. Energietransitie, is er ruimte voor particuliere initiatieven? Jazeker, alleen niet in ons visiedocument. Ik bedoel, hier beschrijven we waar we naartoe willen. Maar tegelijkertijd als daar in de toekomst, dat hebben we ook in, ja, misschien in iets andere vorm, de vragen van de ChristenUnie als het gaat van, hoe ga je dit nu straks ook waarmaken? Ja, dat gaan we doen met andere partijen, maar onder andere onze inwoners. En als die particuliere initiatieven hebben die bijdragen aan die energietransitie in welke vorm dan ook, ja, dan werken we daar graag mee samen. Maar dan komen we alweer snel in, daarom zijn er ook straks programma's, actieplannen voor de energietransitie, klimaatadaptatie, warmte, dus dat komt later in de uitwerking. De andere vraag ging over internationale medewerkers. In het verleden heeft u die misschien in documenten van mij gehoord als arbeidsmigranten, maar wij vonden internationale medewerker wat leuker klinken. Wat vriendelijker ook. Dus, maar daar moet u dan vooral aan denken. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Van Nes, eventuele reactie en uw vierde en vijfde vraag, alstublieft. Uw microfoon, alstublieft. Mevrouw Van Nes-De Man: De antwoorden volstaan. Kom ik op pagina 26, dan gaat het over hittestress. Ja, daar moeten we iets mee, dat snappen we allemaal.

Maar dan vraag ik me af in welke vorm? En wordt dan ook ingezet, ja, meer bomen, die is misschien erg voor de hand liggend, maar wil ik toch even vragen. Maar wordt er ook ingezet, actief ingezet op groene daken en groene gevels? En dan op pagina 27 wordt gesproken over nieuwe risicobronnen. Wat zijn dat en valt Kijfhoek nog altijd onder een risicobron of niet? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Hittestress, kijk, in onze visie geven we aan dat hittestress in een aantal gevallen een punt is waar je wat mee moet. De dingen die u nu schetst, dat zijn allemaal maatregelen die straks een bijdrage kunnen leveren. Dus die zullen allemaal wellicht een keer, maar de één hier en de ander daar, in een uitwerking een plekje krijgen. Want bijvoorbeeld die boom is natuurlijk belangrijk. Ik was pas bij de TU Delft en die hebben daar onderzoek naar gedaan. Die zien een omgeving van bomen of helemaal Pagina 14 van 31

versteend, kan het op een warme dag zomaar 6 graden schelen in de feitelijke temperatuur. Nou, dat zijn dingen, dus die bomen zijn daarvoor heel waardevol, maar er zijn ook andere zaken. Alleen hoe dat dan concreet vorm krijgt? Ja, dat zal op een later moment … Dat was de hittestress. De andere vraag ben ik even kwijt. De voorzitter: Risicogebieden. De heer Van der Duijn Schouten: Risicogebieden. De voorzitter: Even wachten. Uw microfoon, alstublieft, mevrouw Van Nes-De Man. U zegt, pagina 27. Nog ... Mevrouw Van Nes-De Man: Ja, nu doet die het wel. Pagina 27 staat iets over de nieuwe risicobronnen. Ik ben benieuwd wat dan nieuwe risicobronnen zijn? En is Kijfhoek nog altijd een risicobron of risicogebied contour, hoe je het noemen wil? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dat laatste, Kijfhoek is nog steeds een risicocontour voor een deel, niet heel Ridderkerk, maar wel voor een deel van Ridderkerk wat eraan grenst. Deze risicobron op pagina 27 in het kader van de energietransitie. Ik bedoel, we hebben, tien jaar terug is er nog nooit een auto in de fik gevlogen, omdat de accu … Maar tegenwoordig hebben we wel eens dat er ergens een accu aan de oplader staat en dat opeens de hele garage uitbrandt. Nou, dat is een nieuwe risicobron.

En zo zie je met ook thuisbatterijen die steeds meer in opkomst komen, maar zo'n batterij kan ook best wel risico's met zich meebrengen. Zo zie je dat in die energietransitie dingen veranderen. Er wordt nu gewerkt, ja, ik ben pas bij de TU geweest. U vraagt erom, ik vond het erg leuk daar. Daar waren ze met waterstof bezig, maar die waterstof om in een woning te voldoen, die wordt opgeslagen in cilinders onder 300 bar. Nou, dat is best wel, 300 bar is een hoop. Dus ergens is dat een risico, maar het biedt ook wel weer de kansen. Zo zie je dat er aan de energietransitie kant dingen bedacht worden, maar ja, dat soms hele nieuwe risico's met zich meebrengt. Dat hebben we hier ook even benoemd. De voorzitter: Klinkt als een interessant bezoek, wethouder. Mevrouw Dirks, GroenLinks, stapelende vraag. Mevrouw Dirks: Ja, inderdaad stapelend, voorzitter. Nog even terugkomend op de hittestress op pagina 24 waar mevrouw Van Nes-De Man het ook over had. Een paar jaar geleden, toen werd er heel erg lovend gesproken over hittestresstool, of in ieder geval apparatuur daarvoor. Wordt dat nog gebruikt en is dat gebruikt voor het maken van deze omgevingsvisie? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Hij is niet gebruikt voor het maken van deze visie. Dat ... Nou ja, goed, daar was die tool destijds ook niet voor bedoeld.

Dat was meer om te kijken wat er in bepaalde omstandigheden ergens gebeurt in het kader van hittestress. Ik bedoel, dat is voor die visie niet [onverstaanbaar]. Of die nog heel actueel en gebruikt is, weet ik niet. Maar misschien kunnen we straks bij het OER nog een keer vragen als er hier iemand zit die wat meer aan de milieukant zit, dan heb ik daar wellicht een antwoord op, maar nu weet ik dat niet of we die nog gebruiken.

Pagina 15 van 31

De voorzitter: En als we het hebben over het OER, dan hebben we het over het Omgevingseffect rapport. Mevrouw Dirks, is uw vraag hiermee voldoende antwoord? Dan ga ik naar mevrouw Van Nes-De Man, zijn uw vragen voldoende beantwoord? Mevrouw Van Nes-De Man: Ja. Nee, ik had over die nieuwe risicobronnen ook nog een vraag. Er zijn bijvoorbeeld in Nieuw Reijerwaard volop in ontwikkeling ammoniakopslagtanks en dat soort dingen, vallen die ook nog onder de nieuwe risicobronnen? Of is het niet meer nieuw en is dat inherent aan Nieuw Reijerwaard? En dan heb ik als laatste vraag nog, maar dat is meer een opmerking, bij de bedrijventerreinen daar mis ik de bedrijven langs de Nieuwe Maas. Eigenlijk de buitendijkse bedrijventerreinen die misschien niet allemaal onder een bedrijventerrein naam vallen. En ik mis ook bedrijventerrein Woude, maar ik weet niet of die ook ergens anders onder valt? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, dat laatste zullen we meenemen in de update naar … Nogmaals, met de opmerkingen die we vanavond ophalen gaan we aan de slag, daar zullen we dit ook in meenemen. Of ammoniak, nou, volgens mij slaan we al jaren ammoniak op. De tekst in pagina 27 was natuurlijk met name gekoppeld aan de energietransitie. Ik heb nog, volgens mij is ammoniak daar nog geen oplossing voor iets, dus dat zit niet zozeer in de energietransitie.

Maar tegelijkertijd zie je dat er een aantal zaken, die risico's waren er al jaren natuurlijk. Ik bedoel, er loopt al jaren ook een hogedruk NATO-gasleiding hier door de polder. Ja, die brengt ook risicocontouren met zich mee. Die zijn we niet uit beeld. Tegelijkertijd zien we met name op de energietransitie dat er ontwikkelingen zijn die echt wel andere risico's met zich meebrengen. En die zullen er op andere vlakken wellicht ook zijn, maar daar is het wel heel nadrukkelijk aanwezig. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Van Nes-De Man, zijn uw vragen daarmee voldoende beantwoord? Mevrouw Van Nes-De Man: Mijn vragen wel, maar heb ik nog één opmerking van wat ik dan ook mis. Het Wevershoevepark kom ik helemaal nergens tegen als bij de groene kraag groengebied. Daarvoor ligt er ook een deel in de gemeente Ridderkerk. De voorzitter: Uw opmerking kan u ook in de volgende ronde meegeven, maar de wethouder, wilt u hier nog op reageren? De heer Van der Duijn Schouten: Nou ja, goed, dit is ook een opmerking, als u hem mist, dan zullen we er nog eens naar kijken of die … Ik bedoel, ook dit, dit is een visiedocument wat best een, nou, u ziet het, het is een kaartje A4, daar moet heel Ridderkerk ingeplakt worden. Dat betekent soms dat dingen zo klein worden dat het dan ook weer lastig wordt om het daarin te verwerken.

Maar de opmerking over het Wevershoevepark nemen we in ieder geval mee. De voorzitter: Dank u wel. Zijn alle vragen hiermee voldoende beantwoord vanuit de commissie? Dan gaan we over naar het tweede punt van dit agendapunt, is namelijk de gelegenheid voor elke fractie om opmerkingen of meningen te geven over dit onderdeel. Ik ga alle fracties langs en ik wil beginnen met de Partij van de Arbeid. Mijnheer Ruinard, gaat uw gang. De heer Ruinard: Ja, wij denken dat er een mooie visie ligt. Dat we nog wel moeten letten op de haalbaarheid. En dat het hitteplan, dat we daar echt de nadruk moeten leggen voor onze ouderen. Dank u wel. Pagina 16 van 31

De voorzitter: Dank u wel. En ben ik nog vergeten om mee te delen dat u ook op elkaars meningen of opmerkingen eventueel zou mogen reageren. Dan gaan we door naar de volgende fractie, de Fractie van Nieuwenhuizen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Het is een mooie, ambitieuze visie en het is inderdaad een visie. En we weten niet wat er allemaal in de toekomst op ons afkomt met die 380 kV corridor eventueel. Dus, maar ik heb het al meer aangegeven, mijn complimenten voor de mensen die hier allemaal zo hard aan hebben gewerkt. Dus dank u daarvoor. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Nieuwenhuizen. Dan is mevrouw Van Nes-De Man van Burger op 1 aan de beurt. Mevrouw Van Nes-De Man: Dank u. Ik heb wel best wel een heel verhaal. Maar het is nog vroeg. Het inzetten op behoud te versterken van de kwaliteit van de leefomgeving spreekt ons enorm aan. Of de groei van het aantal inwoners naar 51.500 wenselijk is, betwijfelen wij. Doe dit vooral voor de wijken en de gebieden in Ridderkerk, nadrukkelijk versterken van de kwaliteit op leefomgeving bedoel ik dan. En nadrukkelijk ook voor Rijsoord-West wat nu vergeten lijkt te worden, mede door de ontwikkeling op het gebied van woningbouw bij de buurgemeente Barendrecht die wel grenst aan Rijsoord-West.

Laten we voor ontwikkelingen ook de bereikbaarheid, maar bijvoorbeeld ook de luchtkwaliteit een afwegingsfactor zijn. Bij files wordt, van files wordt niemand blij, geeft veel geluidsoverlast, ook een slechte luchtkwaliteit. En geluid geeft al een beperking aan sommige gebieden waar het over bouwen gaat. Durf ook te zeggen dat Ridderkerk vol is. Zet vooral in op bomen. Er zijn nog zoveel lege ruimten, met name langs de A15 aan de zijde Rijsoord, Oostendam. Daar zou aan gewerkt worden, ik hoop dat dat gebeurt. De hittekaartjes geven aan dat Rijsoord West, Dutch Fresh Port Nieuw Reijerwaard rood kleuren. Daar wordt intensief gebouwd en dat geeft een zeer intensieve verkeersstroom, met name van vrachtwagens. In het kwetsbaar, wordt dit een kwetsbaar gebied. Hoe borgen we daar leefkwaliteit? Voor die inwoners wordt een prettige fysieke leefomgeving in ieder geval niet door de gemeente gedragen, maar wordt hun fysieke leefomgeving bepaald en ingevuld door AGF-bedrijven. Hetgeen niet veel met prettig wonen te maken heeft, zeker in de toekomst. Dat straalt dan ook af op Ridderkerk en Ridderkerk West. Ridderkerk West grenst daaraan. Ridderkerk is naar het idee van Burger op 1 te veel gefocust op economische groei. Zie de bedrijven grenzend aan de buffer achter de Rijksstraatweg waarvan de impact op de bewoners groot is, mede omdat dit meer is dan toegezegd boven de buffer uitkomt.

Er wordt niet gecompenseerd met groene mosdaken wat in het beeldkwaliteitsplan stond. Denk verder ook na over Bolnes Zuid. Ik weet echt, wij hebben bewust in januari 2024 de motie mede ingediend. Maar als je nou ook gaat kiezen voor bouwen in die Boomgaard, kijk dan ook of dat je een klein stukje van Bolnes Zuid misschien kan bebouwen als kostendrager voor de natuurontwikkeling van de rest van de polder. Bij de Geerpolder wordt iets dergelijks gedaan. Wees verder terughoudend bij de overleggen over de Regio Deal, want daar las ik ook iets over, en overleg dit graag vooraf met de raad. Maak gebiedsontsluitingswegen als de Oostparkweg geen fietsstraat, maar leg dan een vrij fietspad aan langs de weg. Daar is ruimte genoeg. De Vlietlaan … O, want het is naast de Vlietlaan de enige ontsluiting voor heel Drievliet. Maak geen metropolitane fietspad door de Sint Jorisstraat langs het winkelcentrum, maar trek hem bijvoorbeeld door over de Ringdijk Kievitsweg richting Bolnes, Rotterdam. Wij denken dat de hoeveelheid fijnstof gewoon weer toeneemt, niet met name door de houtstook, maar ook door de toename van elektrische auto's. Hittestress, in hoeverre worden opmerkingen gemaakt bij de presentatie over boomkroonvolume verwerkt strakjes? Maar daar hebben we het al even over gehad. Openbaarvervoerverbindingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1216/documents/41156