CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-03-27-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen wonen RK 27 maart 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag15.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woordelijk verslag vergadering commissie Samen wonen 27 maart 2025 1.

Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond. Hartelijk welkom bij de commissie Samen wonen van 27 maart 2025. U mag uw… U mag uw gesprekken centraal gaan voeren, nadat u van mij toestemming hebt gekregen om het woord te voeren. Er zijn twee fracties niet aanwezig. Dat is de fractie 18PLUS en dat is de fractie Burger op 1. Mogelijk dat die op enig moment nog binnenlopen, maar nu zijn ze er niet. Hartelijk welkom aan de pers op de publieke tribune, aan de mensen die meeluisteren, aan de ambtenaren op de publieke tribune die ook hun bijdrage gaan leveren, nou, alle commissieleden, burgerleden. Wij hebben een uitvoerige agenda, zal ik maar grappend zeggen. En ik wil vragen of u daar nog bezwaren tegen heeft? Dat is niet het geval. Dan is die bij deze vastgesteld.

2.

Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Gaan wij over naar agendapunt twee, spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er is niemand die zich heeft aangemeld.

3.

Vaststellen besluitenlijst commissie Samen wonen van 30 januari 2025 De voorzitter: Dus agendapunt drie, vaststellen besluitenlijst commissie Samen wonen van 30 januari 2025. Zijn er opmerkingen inhoudelijk of naar aanleiding van het verslag? Dat is niet het geval. Dan is het verslag bij deze vastgesteld en dan heten we ook hartelijk welkom mevrouw Van Nes-de Man van Burger op 1, waarmee deze fractie ook vertegenwoordigd is. En gaan we naar de acties van de besluitenlijst, actie vijf, zienswijze beleidsregel grote rivieren, dat is geagendeerd voor vanavond, is afgedaan. Uitvoeringsagenda verkeersveiligheid Ridderkerk. Er is geen gespreksnotitie van partij 18PLUS ontvangen. Dat wordt dan niet meer overgenomen, wordt dan niet meer opgenomen in het overzicht. Indienen kan altijd nog wel. Actie zeven, woonruimtebemiddeling, het antwoord is geplaatst bij de raadsvergadering van 13 februari. Is afgedaan. Actie acht, visie buitengebied ruimte voor ruimte, het antwoord is geplaatst bij commissievergadering 30 januari. Is afgedaan. Visie buitengebied actie negen, bussluis, vraag aan wethouder Van der Duijn Schouten, heeft u dit onder de aandacht van uw collega verkeer gebracht? Aan u het woord. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter. Ja, dat dat is gebeurd.

En ja, dan ga ik een beetje misschien uit het college klappen wat wellicht niet mag, maar in het college bespreken wij ook deze commissie voor en daar komt ook deze lijst voor. Dus afgelopen dinsdag is dat daar nog een keer herbevestigd. Dus het is meer… Ja, er is helaas niemand om dit nu vanavond weer te bevestigen. U zult me moeten geloven op mijn blauwe ogen. Maar het is ook afgelopen week nog een keer aan bod gekomen, dus de wethouder verkeer is hier volledig mee op de hoogte. De voorzitter: Dank u wel, wethouder en uw ondeugendheid wordt gewaardeerd.

4.

Nota Reserves en voorzieningen 2025-2028 De voorzitter: Agendapunt vier, de Nota reserves en voorzieningen 2025 tot 2028. De inzet is ter vaststelling, wat vindt de commissie daarvan? Ik zie dat... Ja, de heer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ik wil graag even de beantwoording van de vragen afwachten.

Pagina 1 van 23

De voorzitter: En gaan we dan even vaststelling vasthouden en kijken of het anders wordt? Of doen we het andersom? Het verschil is dat er geen meningen mogen worden gegeven. De heer Kooijman: Ja, als ik het debat wil, dan zal ik mijn mening straks in het debat geven. Maar het staat wat mij betreft anderen vrij om daar nu al een mening te geven. Dus ik laat het aan u, voorzitter, wat handig is. De voorzitter: Nou, dan houden we ter vaststelling en hebben we in het achterhoofd dat misschien verandert. Het woord is aan wethouder Van der Duijn Schouten voor een toelichting en als ambtenaar is aanwezig, de heer Leenderts. Aan u het woord, wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, de oude nota liep op een einde, letterlijk, qua datum. Dus daar is een nieuwe gemaakt en die is ook waar nodig even weer up-to-date gemaakt en daarin is één, en dan neem ik dat in de inleiding gelijk maar even mee, dan is dat als vraag ook straks gelijk beantwoord. Daar is één omissie ingeslopen, want deze wethouder ging ervan uit dat we al geen harde bovengrens meer hadden, want ik vind dat een beetje een rare. Maar bleek dat die er nog steeds was, want die is de vorige keer niet uit het stuk geamendeerd, maar de wijze waarop die grens bepaald, is de vorige keer geamendeerd vanuit de solvabiliteit in eerste instantie, naar twee keer de ondergrens.

Wij hebben ervoor gekozen om die harde bovengrens niet meer op te nemen en dat had dus ook bij de, bij de punten waar veranderingen zitten, had dat opgenomen moeten worden. Dat is abusievelijk niet gebeurd. Dus daar is een foutje ingeslopen. Maar dankzij de oplettendheid van de ChristenUnie, zijn wij daar vandaag ook weer eens even op attent geworden. En nou, het lijkt me goed u daar ook, maar vandaag gelijk even over te informeren. En voor de rest, voorzitter, denk ik dat het redelijk voor zich spreekt. De voorzitter: Dank u wel, wethouder en dan constateer ik dat vraag een en twee van de ChristenUnie daarmee is beantwoord en een vraag die nog openstaat. Ja, misschien heb ik niet goed geluisterd. Maar dat komt dan straks wel. Wie van de commissie wil het woord? De heer Kooijman van de ChristenUnie, de heer Kloos van… Hoeveel vragen heeft u… de heer Kooijman, vind ik dat dat met eerst het woord mag krijgen vanwege de vragen en dan doe ik het gewoon op volgorde deze keer. Begin ik met de heer Kooijman van de ChristenUnie. De heer Kooijman: Ik denk drie na het antwoord, maar ik kijk nog snel even na mijn vragen of anders worden het er vier.

De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, dan voor de luisteraars, zal ik ook de vragen nog even oplezen want anders blijven die in het ongewisse of wil de heer Kooijman ze nog een keer… De voorzitter: Die vrijheid geef ik aan de heer Kooijman even, want die is de vragensteller en u mag antwoorden, mijnheer de wethouder. Aan u het woord, mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Ik dacht dat u nog aan het inventariseren was. Maar dank u wel, voorzitter. Ja. Ik had inderdaad de vragen vanmorgen pas ingediend. Dus ik snap dat dat de antwoorden nog niet rondgestuurd konden worden. Maar ik dacht dan liggen ze alvast op de plek waar ze moeten liggen. Mijn eerste vraag is, in het voorstel staat dat er geen reden is om af te wijken van de ondergrens van 20 miljoen, maar dat er wel voor is gekozen om dat geen harde grens te laten zijn. En mijn vraag is, is dat laatste een wijziging ten opzichte van vigerende nota en zo ja, waarom wordt dan die wijziging doorgevoerd? En vraag twee kan ik laten vervallen, want daar heeft de wethouder net al antwoord op gegeven. Zal ik dan drie en vier ook nog doen, voorzitter? Dat kan wel hè? De voorzitter: Dat is goed, mijnheer Kooijman.

Pagina 2 van 23

De heer Kooijman: De genoemde bestemmingsreserves in de nota, die zijn allen voorzien van een beschrijving waarvoor deze reserves zijn bedoeld en de vraag is, hoeveel vrijheid heeft een college om daarvan af te wijken of de randjes ervan op te zoeken? Bijvoorbeeld de reserve innovatiefonds sociaal domein heeft als doel om leer- en experimenteerruimte te faciliteren. En stel het college gebruikt deze reserve ook voor tijdelijke inhuur om personeel van wachtlijsten Wmo weg te werken, kan dat? Of een experimenteerruimte bij bijvoorbeeld watermanagement toe te passen? Zit daar over een controlemechanisme dat dat niet mag of niet kan of ja, is dat aan ons als Raad om daar opmerkzaam op te blijven? En de laatste vraag. Het viel ons op dat nieuw in deze… Volgens deze nota is de reserve huisvesting Oekraïners, maar we kunnen deze reserve nog niet terugvinden in bijlage twee van de vastgestelde begroting 2025 die we in november hebben vastgesteld en onze vraag was, is deze reserve nog niet gevuld en stond die daarom nog niet in de begroting? De voorzitter: Dank u wel, de heer Kooijman. Het woord is aan wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Vraag een, de ondergrens, is het een wijziging ten opzichte van de vorige nota? Ja, tekstueel wel, want we hebben het woordje harde weggelaten, dat stond tussen haakjes, beleidsinhoudelijk niet.

Want bij de, in de vorige nota stond ook al dat we, dan hadden we een harde ondergrens en als daar onverhoopt een keer onder gekomen zou worden, dan zou het college met een plan van aanpak komen om zo snel mogelijk weer de algemene reserve in ieder geval op die ondergrens te brengen. Nou, dat harde hebben we eruit gelaten. Want ja, hard suggereert een beetje dat je er helemaal niet onder kan zakken, maar die mogelijkheid zat er wel in. Want het kan gebeuren dat je in gevallen nood gewoon in moet zetten. We hebben die reserve ter afdekking van de risico's. Als een van die risico's een keer voordoet, kunnen we niet zeggen we zetten de reserve niet in, want we hebben een ondergrens. Dan moet hij ingezet worden. Dus in die zin is het woord harder tussen haakjes eruit gelaten, maar op de inhoud is dat ongewijzigd gebleven. We sturen erop om ten alle tijden boven die 20 miljoen te blijven. Dat is ook waarom dit college er afgelopen jaar voor heeft gekozen om voor de steunberm Park Maasdonck, dat straks gewoon in de exploitatiekosten mee te nemen, daar geen afschrijvingsreserve voor te vormen, omdat we dan bang waren dat die ondergrens in zicht kwam. Dus daar maken we dan ook keuzes in om dat niet te doen.

Het kan zijn dat je op een gegeven moment een keer die keuze niet hebt en dan moet je wel, maar dan blijft er gewoon… Zo snel mogelijk komt er dan vanuit het college weer een plan om dat weer te herstellen. Dus eigenlijk is dat de enige wijziging. Het inzetten van die reserves, heeft het college de mogelijkheid om daarvan af te wijken, de randjes op te zoeken? Nee. Nou, het antwoord heel kort en bondig is nee, want u bent degene die bepaalt wanneer die reserves worden ingezet en niet het college. Het instellen en het aanwenden van een reserve is volledig een bevoegdheid van de Raad. Dus als we een keer dat randje opzoeken dan komt er vervolgens toch een voorstel naar u, waar u dan fiat aan geeft of dat niet doet. En als u denkt dat die over het randje gaat… Dus wij kunnen voorstellen doen, maar we hebben zelf niet de mogelijkheid om zonder uw toestemming die reserve in te zetten. Huisvesting Oekraïners, die heeft u in de jaarrekening niet gevonden. Dat klopt, want die is daarna ingesteld. Dat heeft u bij ja, volgordelijk zit het achter elkaar. Maar u heeft het min of meer tegelijk gedaan, want dat heeft u gedaan bij het vaststellen van de tweede tussenrapportage. Toen bleek dat wij over 2023 opeens nog meer geld van het rijk kregen voor die opvang.

En u heeft toen dat geld, 504.000 euro, in die reserve gestopt om straks als we de Oekraïners, die in bepaalde woningen lopen, misschien moeten verhuizen daar wat voor achter de hand hebben. Dus het is inderdaad daarna gebeurd. En dus is die in de begroting niet geland en er zit inmiddels ook 504.000 euro in, maar dat heeft u als raad daar ook zelf in gestopt. En dat waren volgens mij de vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, en al deze woorden gingen naar de heer Kooijman, via de voorzitter. De heer Kooijman, aan u het woord. De heer Kooijman: Ja. Dank voor de heldere beantwoording ook, met name de beantwoording van vraag een was voor ons wel van belang. En ik begrijp nu dus dat het eigenlijk meer een cosmetische aanpassing is, verduidelijking, zeg maar, en niet zozeer een beleidswijziging. Dus daar zijn we in gerustgesteld. En ten aanzien Pagina 3 van 23

van onze derde vraag over college kan niet bepalen wanneer reserve wordt ingezet, want als Raad besluiten we daar. Dat snap ik uiteindelijk, hè. Maar het is natuurlijk wel een college die een voorstel doet om iets uit een reserve te halen en dat kan als het een specifiek raadsvoorstel is, dan is dat natuurlijk heel duidelijk. En dan zien we het ook als beslispunt waarschijnlijk ergens in een voorstel staan. Maar als dat ergens in de begroting wordt opgenomen, of ergens een tussenrapportage is, misschien wat minder zichtbaar. Dus ik vroeg me wel nog af of de wethouder nog iets kan zeggen over ja, hoe gaat het college er zelf mee om na te denken over hè nou, we hebben ergens een uitdaging, we moeten ergens geld vandaan, ik zie nog een reserve, kunnen we die inzetten. Hoe flexibel kan het college daarin zijn met nou, het doen van interne voorstellen om uiteindelijk te komen tot een raadsvoorstel waarin de raad het besluit? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja. Nogmaals, kijk als wij dat dat doen, dan moeten we dat aan uw raad voorleggen. En tegelijkertijd als wij op een gegeven moment een bestemming of een reserve inzetten waar het niet voor bedoeld is, dan lopen we ook in onze controles gelijk tegen een onrechtmatigheid aan, want daar is hij dan niet voor bedoeld. En daar mag die dan ook niet voor ingezet worden.

En over het algemeen zijn die reserves natuurlijk naar hun aard wel vrij specifiek daar waarvoor ze bedoeld zijn. En goed, degene die u net noemt, innovatiefonds sociaal domein. Ja. Dan wordt het, kan het natuurlijk inderdaad wel eens een keer wat arbitrair worden. Want ja, wat is nou innovatie en het sociaal domein is breed. Maar goed dan nog, ieder jaar rapporteren wij aan u de verloop van de reserves ook, dus ook als het als ze ingezet zijn. Dus dan weet u het wel. Maar we maken het ook altijd aan de voorkant inzichtelijk. De voorzitter: Dank u wel. En is de heer Kooijman tevreden? Ik zie hem voorzichtigjes ja knikken. Dus daarmee zijn de vragen beantwoord en gaan we naar de heer Kloos, Echt voor Ridderkerk. Aan u het woord. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk meer een punt van nieuwsgierigheid, maar op pagina 13 van de nota onder punt 7.1.6. staat onderhoud graven 10, 20 jaar, en derden. Grappig is dat je juist bij dit, bij deze reserves nog wel steeds rente wordt toegerekend. De vraag is of de ervaring uit verleden en doortrekkende naar de toekomst in dit reservefonds voldoende fondsen zitten om de gewenste werkzaamheden uit te voeren, mede gelet op de kostenstijging van arbeid van de afgelopen paar jaar. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten.

De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, vooralsnog gaan we er wel van uit, omdat die reserves worden… Sommigen kennen een doel en op een gegeven moment is het klaar en dan houdt het op. Er zijn er ook reserves die voor toekomstig, en die een veel langer verloop kennen en dan wordt met zekere regelmaat wordt gekeken of de stand van de reserve nog voldoet daar waar die voor bedoeld is, en als dat onverhoopt niet zo is, dan komen we ook weer bij u met een voorstel om daar of geld in te storten en in sommige gevallen kan daar ook wel eens een keer wat geld uit als het meevalt. Dus vooralsnog gaan wij er nu van uit dat het op dit moment afdoende is om datgene te doen wat we moeten doen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Zeker, voorzitter. Als ik het goed begrepen heb, worden bedragen in de meerjarenbegroting, meerjarenprognose worden niet geïndexeerd. Als ik, volgens mij heb ik dat zo geleerd in het klasje van de Leenderts en zijn collega's bij de werkgroep KAS. En nu hebben we een ondergrens vastgesteld van 20 miljoen en die hebben we in 2011 vastgesteld als ik me niet vergis, dat staat erin en inmiddels zijn de prijzen ongeveer 47,5 procent gestegen. Dus is onze ondergrens eigenlijk ja, stuk minder waard geworden. Uiteraard worden

Pagina 4 van 23

we altijd op de hoogte gehouden van de risico's en dat soort dingen, maar kunnen we niet… Zou het verstandig zijn om het, om dat bedrag iets hoger neer te zetten voor de komende tijd? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, ik denk ja of het verstandig is, ik denk op dit moment niet hè. Want met de jaren die we op ons aanzien komen, ook met de financiële uitdagingen, denk ik aan de ene kant dat het goed is dat we een robuuste reserve hebben, maar aan de andere kant dat we daar waar nodig hem ook in kunnen zetten. En je ziet nu dat onze weerstandsratio, met de risico's die we hebben, ik bedoel die zijn niet met 47 procent gestegen en die reserve is in basis natuurlijk bedoeld om die risico's af te dekken. En wij komen nu, ik meen de laatste keer nog uit op een weerstandsratio van acht, waarbij zeg maar de doelstellingen vanuit BBV en al dat soort mensen die er verstand van hebben zeggen nou, waar moet je op mikken, is boven de één. Dus die weerstandsratio van ons is nog dusdanig riant dat ik niet denk dat het nu verstandig is om die bijvoorbeeld naar 25 miljoen, waardoor je straks misschien bepaalde dingen in de afwegingen ongunstig moet inzetten, omdat je tegen je eigen grens aanloopt. Terwijl die grens op een niveau ligt, ja, die totaal niet nodig is.

Voor dit moment, misschien dat het over vier jaar anders is, maar het is… Ik denk niet dat dat ja, u vraagt is het verstandig? Is het onverstandig? Dat is misschien ook een groot woord, maar ik denk ook niet dat het nodig is. En ik denk dat we ons mee daar zelf, wellicht naar de toekomst toe in een iets wat lastig pakket kunnen manoeuvreren. En dat moet je sowieso niet doen. Maar zeker niet onnodig, denk ik dan. De voorzitter: De heer Ros. De heer Ros: Dat was een beetje antwoord wat ik verwacht had. Maar we mogen dit een klein beetje discussiëren toch, voorzitter, hadden we besloten? De voorzitter: Dat mag zeker. Dus gooit de knuppel maar in het hoenderhok. De heer Ros: Nou zo erg is het ook weer niet. Om nou over een weerstandsvermogen zo te gaan discussiëren. Maar kijk we gaan ernstige, we gaan bezuinigingen tegemoetzien, maar waarschijnlijk dat die 10 miljoen buffer die we hebben boven die 20 miljoen flink nodig zullen hebben. Dat is eigenlijk het kort samengevat antwoord. We staan nu op 30 miljoen. Maar ja, in hoeverre ze… Want je ziet die acht, die u schetst die zie je ook naar beneden gaan. Als ik me even uit mijn hoofd de meerjarenbegroting zie. Ja, ik doe het nu even uit mijn hoofd hè. Dus dat is wel eventjes even lastig.

Maar wat zou… Misschien moeten we op een ander tijdstip nog eens een keer nadenken op wat werkelijk het absolute minimum zou zijn en wat een veilig minimum is. Laten we het dan op die manier zeggen, waarbij je ingecalculeerd hebt dat we die ja, die 47 procent aan waardestijging mee calculeren. Want ja, het algemeen… Het vermogen is flink naar beneden… De prijzen zijn flink gestegen en de algemene reserve gaat flink naar beneden. En nou ja, ik zou dat toch ook nog misschien eens een keer apart debatteren over wat nou de risico is en tussen welke en welke marge we zouden kunnen komen. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, allereerst onze weerstandsratio was redelijk vlak. Nee, dit gaat ja, er zijn hele hoop weer, maar goed. De weerstandsratio is redelijk vlak. En terecht merk ik op, er zit op dit moment ruim 30 miljoen in. Tegelijkertijd hebben we met elkaar ook een proces afgesproken richting de bezuinigingen dat we een sluitende begroting toe gaan werken in ‘28 en ‘29, maar de extra tekorten in ‘26 en ‘27 uit onze algemene reserve dekken.

Dan als je nu die ondergrens hoger brengt en we zouden daar dus onder zakken, dan ga je, moet je daarna alsnog een herstelplan en dat betekent aanvullend bezuinigen, waar we nu juist dit proces hebben afgesproken, om niet nodeloos ons voorzieningenniveau af te Pagina 5 van 23

breken. Dus op het moment dat we hem nu veel hoger brengen en dan die twee jaar niet meer kunnen dekken, omdat we onder onze ondergrens of dan dekken we het en dan moeten we daarna gelijk weer met een aanvullend bezuinigingsplan komen. En dat proberen we nu juist in deze tijden richting ’28, ‘29 te voorkomen. Dat denk ik dat het ook wel gaat lukken. Maar dat is wel uitgaande dat er een ondergrens is van 20 miljoen en dat de gelden daarboven de komende jaren ook voor dat doel aangewend kunnen worden. Dus ik ben het met u eens, daar kan best nog eens een keer naar gekeken worden, maar ik denk dat het voor nu en 20 miljoen voldoende is. Uw Raad heeft, de vorige keer had college gesteld 15, heeft uw Raad er 20 van gemaakt. Het wordt een beetje een tendens dan om iedere keer er maar 5 bij te doen. Dat kan calculerend gedrag in de hand werken en dat wil ik ook voorkomen, want ik kan het college volgende keer 5 lager gaan zitten, want de Raad doet er weer 5 bij en dan komen we uit waar we willen zitten. Nou, dat moeten we denk ik niet doen, dus nou met dat alles overwegende, denk ik, en daar ben ik eigenlijk van overtuigd dat die 20 miljoen van nu ons in een hele veilige en ook riante financiële positie houdt.

De voorzitter: De heer Ros, wilt u nog verder discussiëren? De heer Ros: Nee, voorzitter behalve dat we daarvan uitgaan dat het vanaf ‘28 wel beter wordt en dat is natuurlijk een aanname. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog spijtoptanten die vragen willen stellen? Dat is niet het geval. Dan gaan we het hebben over de inzet. De heer Kooijman, kunt u uw visie daarop geven? De heer Kooijman: Ja, dankzij de beantwoording zijn wij gerustgesteld en ik denk dat dat hooguit een stemverklaring, maar hij kan ter vaststelling wat ons betreft. De voorzitter: Helder en is de rest van de commissie ook van mening dat we blijven bij ter vaststelling? Dat is het geval. Dan gaat hij ter vaststelling. 5.

Nota Activabeleid 2025-2028 De voorzitter: Het volgende agendapunt Nota activa beleid 2025 tot 2028. Ook de inzet ter vaststelling. Wat vindt de commissie daarvan? Ik zie dat dat een goed idee is. Dezelfde wethouder en ambtenaren zijn beschikbaar en de wethouder Van der Duijn Schouten krijgt het woord voor een toelichting. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter. Ik denk dat het voor zich spreekt, ook deze liep op zijn eind, hebben we herzien. Er zijn een paar marginale aanpassingen gedaan. Op basis van voortschrijdend inzicht zijn van sommige activa, de afschrijvingstermijnen aangepast of voor het eerst bedacht. De steunbermen komen er nu in voor met 90 jaar, nou, die hadden we daarvoor gewoon in die vorm niet. En de ondergrens om zaken te activeren, die hebben we naar 100.000 euro gebracht. En dat is ook gewoon een praktische afweging om een hele hoop administratieve rompslomp te voorkomen. En dat, dat is ook wel een grens die past bij een, de omvang van de financiële situatie van een gemeente als Ridderkerk. Dus dat zijn de twee eigenlijk ja, enige wijzigingen die zijn doorgevoerd, dus ik ben benieuwd of daar nog vragen over zijn. De voorzitter: Dank u wel. En de voorzitter is net zo benieuwd. Wie heeft er vragen? Partij van de Arbeid, drie. Echt voor Ridderkerk, één. De ChristenUnie, twee. De heer Hoogendijk, Echt voor Ridderkerk heeft het woord.

De heer Hoogendijk: Dank u wel, voorzitter. Voor ons, voor ons hebben we een vraag en dat is meer misschien of dat u kunt uitleggen wat op pagina drie bij 10 bedoelt, de indirecte opbrengstwaarde is en de directe opbrengstwaarde wat bedoeld wordt. Wat wordt daarmee bedoeld? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. Pagina 6 van 23

De heer Van der Duijn Schouten: Ik ga even kijken of de heer Leenderts daar een adequaat antwoord op kan geven, voorzitter. De voorzitter: De heer Leenderts, aan u het woord. De heer Leenderts: Dank u, voorzitter. Even zien uitgangspunt 10-jaarlijks toetsen wij bij het opstellen van de jaarrekening de waarde van het vastgoed met een economische functie aan de hand van de indirecte opbrengstwaarde omdat wij de zaken niet rechtstreeks op de markt brengen en daarvan eerst een waardebepaling doen. Is die indirect… De voorzitter: De heer Hoogendijk knikt ja. Die is daarmee tevreden met het antwoord. Dan gaan we naar de heer Kooijman, ChristenUnie, twee vragen. De heer Kooijman: En ik begin dan met een opmerking, want dat was mijn eerste vraag, maar die had de wethouder in de beantwoording, of tenminste in zijn inleiding al aangegeven. Ik miste de reden om die ondergrens aan te passen, het zou wel prettig zijn als dat de volgende keer ook in het raadsvoorstel staat. Maar het is nu duidelijk toegelicht waarom het college daarvoor kiest. Maar daar toch over nog wel een vraag want in Ridderkerk is wel bekend dat wij hè, dat onze exploitatieruimte altijd wel heel beperkt is en dat juist met, zeker met een ruim algemeen reservebudget om investeringen te doen makkelijk is, maar exploitatieruimte is lastig.

En lopen we nou niet het risico doordat we meer investeringen zeg maar, die onder een ton zijn, nu in de exploitatieruimte gaan verdisconteren, dat we daar juist meer last van krijgen. Zou je niet juist moeten zeggen nou, we moeten zoveel mogelijk proberen als investering te doen. Dat is een vraag. Ik denk dat de wethouder het antwoord al weet. En de volgende vraag is, ik heb even zitten te kijken bij andere gemeenten en naar het verschil in de hoogte van die, van die ondergrens kwam ik ook tegen dat er onderscheid wordt gemaakt in de ondergrens voor investeringen met economisch nut en van investeringen met maatschappelijk nut en die laatste had vaak een veel hogere ondergrens. En heeft Ridderkerk daar ook naar gekeken om daar een verschil in aan te brengen en zo ja wat waren de gedachtes daarover en waarom is dat niet meegenomen? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, eerst die eerste even. Kijk, de ruimte op de exploitatie ontstaat alleen op moment dat wij bij een investering ook gelijk een kapitaalslastenreserve in het leven roepen. En die onttrekken we dan aan de algemene reserve en daarmee hebben we, eigenlijk pakken we dan de kosten in één keer. Maar we hebben ieder jaar de afschuiving en de kapitaalslasten. Maar we hebben gelijk een opbrengst uit de reserve, maar dat doen we niet voor iedere investering.

Dat hebben we in het verleden een paar keer gedaan omdat de ruimte er was en we die exploitatieruimte wat wilde vergroten, maar het gebruikelijke is dat zaken geïnvesteerd worden en vervolgens ieder jaar kapitaalslasten met zich meebrengen in de vorm van rente en afschrijving. En nu is het zo dat voor hele kleine bedragen en een investering van zeg maar 25.000… Nee, dat is niet zo'n fijn voorbeeld want dat rekent niet lekker. Een investering van 40.000 euro die je in vijf jaar afschrijft, brengt ieder jaar 8000 euro met zich mee. Maar als je daar op een gegeven moment van dat soort investeringen erin, over in de loop der jaren vijf doet, dan heb je ieder jaar vijf keer acht is 40.000 euro afschrijving. Dus met heel veel van die kleine investeringen maakt het voor de exploitatie uiteindelijk niet meer uit of je dat dan gewoon iedere keer in je exploitatie neemt of dat je het over een kortere periode over een aantal jaren pakt. Alleen dat brengt wel een hele hoop administratie met zich mee. En in die zin hebben we gezegd van laten we nou die kleine bedragen gewoon direct in de exploitatie pakken, want dat dat maakt het makkelijker en het doet niet zo heel veel in de exploitatieruimte.

Sterker nog die 40.000 euro die we nu helemaal pakken drukt het nu misschien, maar het feit dat we volgend jaar die 8000 euro afschrijving niet hebben, betekent dat we die jaren erop weer een beetje ruimte creëren. Dus in die zin is het ook voor kleine bedragen wel lood om oud ijzer, zeker omdat we daar best veel van doen. Ja. De Pagina 7 van 23

investering in een maatschappelijk en economisch nut, daar hebben wij geen onderscheid in willen maken. Ook weer omdat het dan lastig wordt. Sommige dingen van ja, is het nou economisch, is het maatschappelijk? Je hebt ook investeringen die zowel economisch als maatschappelijk een bijdrage leveren. Dan krijg je ook administratief hele lastige zaken van nou, de een wel, de ander niet, en daarom hebben we gezegd laten we hem nu gewoon op 100.000 euro zetten en daarvoor dan mee werken. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Kooijman. De heer Kooijman: Ja, nog even door op dat eerste deel. Ik kan de wethouder goed volgen en tegelijkertijd, een van die voorbeeldjes van die aanschaf van een paar keer 40.000 euro, kijk, als je ieder jaar iets aanschaft van 40.000 euro en dat steeds terug laat komen, dan snap ik dat. Maar als we het ene jaar vijf keer 40.000 moeten doen en dan daarna vier jaar niks, dan krijg je natuurlijk wel best wel schommelingen in je exploitatie. Het ene jaar heel veel en het andere jaar niks. Ik weet niet en misschien vanwege de grote hoeveelheden middelt dat wel enigszins uit. Misschien kan de wethouder daar nog iets over zeggen? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Nee. Wat u schetst, klopt hè.

Als je een jaar vijf keer 40 doet en dan vijf jaar niet, dan zou dat… Maar wij zien dus in de omvang van wat er allemaal in onze gemeente gebeurt dat die investeringen zich, het is natuurlijk niet ieder jaar exact gelijk, maar het middelt zich ongeveer uit. Nou en dan is het een hele hoop administratieve belasting om het op die manier te doen zoals we deden en hebben we gezegd nou, dan kunnen we dat ook beter niet doen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Het woord is aan de heer Ruinard van de Partij van de Arbeid. U heeft drie vragen. U mag de eerste twee stellen. De heer Ruinard: Dank u wel, voorzitter. In hoeverre worden gemeentelijke vastgoed activa, zoals leegstaande gebouwen, ingezet voor sociale woningbouw? En is hier een financiële reserve voor opgenomen om dit mogelijk te maken? En zijn er in het activabeleid maatregelen opgenomen om betaalbare woningen te realiseren zonder dat projectontwikkelaars vooral dure koopwoningen bouwen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Nee. Er worden op dit moment geen maatregelen getroffen om maatschappelijk vastgoed in te zetten voor sociale woningen. Aan de andere kant, u weet ook nu dat het proces loopt waarin de huishoudschool wat gemeentelijk vastgoed is, we kijken of we dat in kunnen zetten voor zorgwoningen.

En dan vindt die transformatie wel plaats, maar dan is het op dat moment ook straks geen gemeentelijk vastgoed meer, want dan zal het pand verkocht worden aan iemand die daar die woningen gaat exploiteren. Want wij hebben als gemeente geen woningen. Ja, een enkeling eens een keer omdat er wat aan de hand is, kopen wij een woning, maar in de basis hebben wij geen sociale woning als gemeente zelf. En dat is dan ook gelijk het antwoord op uw tweede vraag, als er sociale woningen ontwikkeld worden, dan is dat toch in eerste instantie aan de corporaties in Ridderkerk om dat te doen en daar denken wij in mee. Maar goed, dat maakt u regelmatig mee dat er van alles gebeurt, waar ook deze Raad regelmatig over praat, maar als gemeente zelf doen we dat niet. De voorzitter: Dank u wel, de heer Ruinard, u mag reageren op de eerste twee antwoorden en uw derde vraag stellen.

Pagina 8 van 23

De heer Ruinard: Dank u wel, voorzitter. Ja, mijn derde vraag vervalt hier eigenlijk een beetje mee. Ik heb nog wel een aanvullende vraag. Ja, kunt u een paar voorbeelden geven van hoe u dan samenwerkt met bijvoorbeeld Wooncompas om dat te realiseren? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja. Wij zitten hier nou, ik zou niet zeggen dagelijks, maar wekelijks met Wooncompas om tafel om met hun te praten over de projecten die zij in Ridderkerk doen, hè Westdonck, waar straks 180 woningen gesloopt worden, er 305 terugkomen. Dat zijn grote projecten voor hun, maar dat zijn ook grote projecten voor ons. Daar spreken we ook over stukjes grond van de gemeente die misschien bij moeten dragen om het plan te realiseren. Dat hebben we ook gedaan bij bijvoorbeeld ’t Ronde Sant, waar een stukje gemeentelijke grond wordt ingebracht, en het dan nou, uw Raad daar ook nog eens een keer wat van vindt over hoe hoog het dan precies moet. Dus over dat soort projecten vindt intensief contact plaats, maar dat zijn uiteindelijk wel, wordt dat activa wordt dat van Wooncompas. Die staan bij hun op de balans. Die investeren en die schrijven zij af en daar doet ons activa beleid, dus heeft daar geen relatie mee, want het is niet onze activa, maar we bemoeien ons er wel tegenaan ondanks dat het van hun is. Maar dat vraagt u ook van ons.

De voorzitter: Zijn de vragen daarmee voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan danken wij de wethouder Van der Duijn Schouten en de heer Leenderts. En de heer Leenderts mag naar de publieke tribune en mevrouw Bos, die mag aantreden. En dan zijn we daarmee aan het eind van dit punt en is de vraag aan de commissie of we blijven bij de inzet ter vaststelling. Dat is het geval, dan gaat hij ter vaststelling. 6.

Gespreksnotitie Buitendijks bouwen op verzoek van het raadslid Björn Ros De voorzitter: En is het volgende agendapunt de gespreksnotitie Buitendijks bouwen op verzoek van het raadslid Björn Ros en die is voor meningsvorming. Wethouder Van der Duijn Schouten en ambtenaar mevrouw Bos zullen het woord voeren namens het college. De raad heeft een raadsinformatiebrief ontvangen over de zienswijze die het college heeft ingediend over de beleidsregels grote rivieren van de minister van infrastructuur. De heer Ros heeft daarover vragen aan het college en uw commissie. Daartoe heeft hij een gespreksnotitie ingediend die we nu gaan bespreken. De behandeling gaat als volgt. Ik zal zo dadelijk eerst het woord geven aan de indiener van de gespreksnotitie of hij nog iets heeft toe te voegen. Een opsomming van wat in de gespreksnotitie staat is niet nodig. Daarna zal ik de portefeuillehouder vragen om in te gaan op de vragen die aan het college gesteld zijn in de notitie. Aan het einde van de beantwoording van de vragen zal ik de commissieleden gelegenheid geven om aanvullende vragen te stellen, ook met het oog op de beantwoording van de vragen aan de commissie. Daarna bespreken we de vragen aan de commissie en dan wordt u per vraag in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven.

Wanneer de commissieleden alle vragen hebben beantwoord, zal ik de portefeuillehouder gelegenheid geven om, als hij dat wenst, nog een opmerking te maken naar aanleiding van uw onderlinge discussie over de vragen aan de commissie. Ik neem aan dat dit helder is en dan gaan we nu over tot bespreking van de gespreksnotitie. Heeft de indiener, de heer Ros, nog een aanvulling? Aan u het woord. De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. Formeel is juist dat de heer Ros de indiener is. Hij is niet geheel door mij geschreven. In de ja, in de woningbouwopgave wordt natuurlijk nadrukkelijk gekeken naar locaties. Eigenlijk proberen we, houden we alles in beeld, want we hebben hard woningen nodig. En daar volgens mij, daar verschilt niemand van mening. En daar wordt dus ook gekeken naar locaties die buitendijks liggen wat ook logisch is, want daar zitten nog oude bedrijfsterreinen of misschien kun je daar wat herstructureren. Daarnaast hebben we ook te maken met klimaatverandering, extremer wordend weer, hoge rivieren, stijgende zeespiegel. Dus we worden eigenlijk nou vanuit Ridderkerk worden eigenlijk door het water van twee kanten aangevallen, vanuit de zeekant en vanuit de rivierkant, wat risico's met zich meebrengt. En daar Pagina 9 van 23

zijn we natuurlijk met zijn allen allang van bewust en de Crezéepolder is daar een heel mooi voorbeeld van hoe je ruimte geeft aan de rivier en de sloop van de pier moest daar… De pier moest er ook helaas aan geloven, juist om die ruimte te geven. Maar waar ik nou eens met de commissie, met de wethouder over gedachte van zouden willen wisselen is onder welke voorwaarden zouden we bijvoorbeeld wel of niet kunnen bouwen buiten de rivier? En hoeveel risico kunnen we nemen en gezien de verwachtingen van misschien wel steeds nou, niet misschien, de verwachting van steeds extremer wordend weer? Want we willen eigenlijk niet dat we over 10 jaar weer, dat we weer bij een aantal locaties terecht of niet weer, dat we dan bij een aantal locaties moeten zeggen ja, deze zijn misschien onbewoonbaar of we moeten tientallen miljoenen investeren om die locatie veilig te houden. Dus in dat licht hebben we deze notitie geschreven en willen we graag met de wethouder en met de commissie zeker eens van gedachten wisselen. En ik ben me ervan bewust, we gaan vanavond het antwoord niet 100 procent vinden, maar ik wil wel dat we hiervan bewust worden en dat we heel goed gaan nadenken wat we wel en niet gaan doen. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Dat is helder en dan gaan we naar wethouder Van der Duijn Schouten met de vraag of u kunt ingaan op de vragen in de gespreksnotitie en ik stel voor dat u de vraag dan voorleest, per vraag en het antwoord geeft. Aan u het woord. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag die in de gespreksnotitie gesteld wordt is zijn er risicoanalyses uitgevoerd voor buitendijkse projecten die voortvloeien uit de visie rivieroevers, specifiek met betrekking tot overstromingen? En ik ga ervan uit dat de vraag bedoeld wordt met projecten die mogelijk voortvloeien uit de visie rivieroevers. En dan is het antwoord nee, dat hebben we niet op voorhand gedaan. En dat heeft ook een reden omdat je op voorhand nog niet weet hoe een mogelijk project eruit gaat zien. Want als er een initiatiefnemer zich bij ons meldt met een project op een van die locaties, dan is het ook in het kader van de omgevingswet voor ons wel degelijk een verplichting om hem te wijzen op bepaalde aspecten die van belang zijn in het ontwikkelen van het project. En dat zou buitendijks natuurlijk zomaar water kunnen zijn.

En dat gebeurt ook al, want in dit kader en ja, ik weet dat het sommigen van u een doorn in het oog is, maar vanwege deze dingen die wij onder de aandacht moeten brengen, is bijvoorbeeld Panattoni uiteindelijk als gebouw een meter hoger gesitueerd als dat de initiatiefnemers in eerste instantie bedacht hadden. Dus daar wordt naar gekeken, maar dat doen we pas op het moment dat een project ook daar is. Wat is de motivatie… De tweede vraag uit de gespreksnotitie is wat is de motivatie van het college om buitendijks bouwen toe te staan? Die motivatie van dit college is dat uw Raad dat bij de gebiedsvisies rivieroevers mogelijk heeft gemaakt. En dus gaan wij daar dan zoals het een goed college betaamt in mee. En dan komt weer hetzelfde dat als iemand met een plan komt, dan wordt die toets echt wel gedaan. En dan kijken we niet alleen nu maar ook naar wat we op termijn kunnen verwachten, want ik bedoel die meter Panattoni, we hebben het over zeespiegelstijging in millimeters, dat is een meter omhoog gegaan. De voorzitter: Nou, de bedoeling is dat de wethouder eerst de vragen beantwoordt en u komt straks aan bod. Wethouder, u mag uw betoog vervolgen. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter.

Ja, voorzitter de derde vraag is sluiten beleidsregels grote rivieren zoals genoemd in de RIB toekomstig buitendijks bouwen langs de grote rivieren volledig uit? En het antwoord daarop is nee. Ik had gehoopt dat we daarin in de RIB duidelijk zouden zijn. Maar als dat onverhoopt toch niet is gebeurd en op basis van de vraag moet ik dat maar even concluderen. Als we heel concreet kijken naar wat Rijkswaterstaat nu in die beleidsregels heeft vastgelegd, betekent dat voor Ridderkerk concreet dat mogelijke plannen in het voortuin van Huys ten Donck, niet meer kunnen en dat het dempen van de haven bij Bogenda, dat Bogenda pand, daar zijn wel eens ideeën geweest om dat te transformeren naar woningen. En dan was het idee om daar ook de haven bij te pakken dat het dempen van die haven met deze beleidsregel ook niet meer kan. En dat zijn per saldo de enige twee wijzigingen die zich op dit moment voordoen door die beleidsregel grote rivier. En dat is ook de reden waarom wij een zienswijze hebben ingediend bij Rijkswaterstaat, omdat dat twee plannetjes waren die wat ons betreft toch best nog wel Pagina 10 van 23

aardig uit hadden kunnen pakken. En op het indienen van die zienswijze hebben wij per saldo nu nog geen reactie gehad. Dus we weten niet in hoeverre dat tot veranderingen bij Rijkswaterstaat of andere inzichten gaat leiden. En daarmee heb ik denk ik de drie vragen beantwoord, voorzitter. De voorzitter: Ik denk het ook. Dank u wel. Dan gaan we nu naar de commissieleden en dan krijgt eerst de heer Ros van GroenLinks het woord om te reageren en daarna mevrouw Van Nes – de Man van Burger op 1, die daarstraks de hand opstak en daarna zal ik inventariseren wie verder het woord wil. De heer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Ja, voorzitter, dank u wel. En dank aan de wethouder voor de heldere en uitgebreide beantwoording. Wordt zeker gewaardeerd. Een opmerking die triggerde me, dat de wethouder zegt dat ja, de zeespiegelstijging gaat in millimeters. Dat is feitelijk waar, maar het gaat niet hier om de zeespiegelstijging. Het gaat voornamelijk om extreme weersomstandigheden die ons bedreigen. Dus het gaat om overstromingen, zowel vanuit de rivierkant, als de combinatie van bijvoorbeeld heel hoog water aan de zeekant, waardoor het water niet weg kan en dus waar hier in een soort ja, een soort dal komen waar het water opbouwt in extreme gevallen. En het gaat juist om die extreme gevallen.

Dus het gaat niet om de millimeters van de Poolkap die smelten, maar het gaat daar om en dat wilde ik wel even rechtzetten dat dat de intentie was van deze vraag. Dank u wel. De voorzitter: Samen met uw armgebaren was het helemaal duidelijk mevrouw Van Nes – de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes - de Man: Ja. Dank u, voorzitter. Een beetje voortbordurend op gebiedsvisie rivieroevers. Ik hoor, die van 2021, ik hoor de wethouder net zeggen van de enige impact die de brief van het ministerie heeft op dat plan gaat over de grond voor Huys ten Donck en over, wat was het, Bogenda. Dus alle andere ideeën voor woningbouw buitendijks in die gebiedsvisie rivieroevers, die worden niet belemmerd of beïnvloed door die brief van het ministerie, die RIB. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Ik begin even met de laatste. Het antwoord daarop is ja, dat heeft u… Nou, ik denk dat u helder samengevat heeft, wat ik net getracht heb voor het voetlicht te brengen. Het gaat overigens niet over het pand van Bogenda, maar het gaat over de insteekhaven die daarachter ligt. De heer Ros. Ja. De heer Ros, ik denk dat we hetzelfde bedoelden. Wat ik bedoelde aan te geven is dat wij dan niet een pand, zeg maar doen met tien centimeter hoger, maar dat gaat gelijk een meter omhoog.

En ook in de oude situatie was het waarschijnlijk allemaal nog prima gegaan. En dan toch voor de veiligheid gaan we nog een keer een meter omhoog. Juist omdat… En initiatiefnemers willen dat ook. Niemand zit te wachten dat op een gegeven moment een keer een slechte dag hebt en je bedrijfshal volstaat. Dus in die zin was dat ook niet waar we dringend op aan moesten dringen of hard voor moesten vechten. Ik bedoel men ziet het en men probeert natuurlijk aan alle kanten ook die risico's zo veel mogelijk te mitigeren, waar mogelijk. Waarbij we wel helaas overal in de wereld zien dat er soms situaties zijn waar gewoon geen rekening mee te houden is. Nou, we hebben recent in Spanje ook weer gezien dat gewoon hele dorpen met zwaar onder water komen te staan. Ja, maar dat dan hebben we ook binnendijks gewoon echt een probleem en niet alleen buitendijks. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes – de Man, is het zo voldoende of heeft u nog andere vragen? Dan mag u die nu stellen. Mevrouw Van Nes - de Man: Dank u, voorzitter. Waar ik benieuwd aan ben of er een kaart een overzicht of zoiets is van al onze buitendijken. Dan heb ik het niet over de binnendijken, hoewel ik er ook wel nieuwsgierig Pagina 11 van 23

ben, maar dat is een ander verhaal. De buitendijken hoe ze lopen, hoeveel grond er buitendijks is, want de ene keer is dat veel breder, die strook, dan de andere keer. En de hoogte van die dijken en de staat van onderhoud van die dijken, want ik denk dat dat ook wel relevant is voor deze gespreksnotitie. En daar hou ik het even bij. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Die zaken zijn er bij ons niet de voorzitter. Alleen al omdat het onderhoud van de dijken, de dijken zijn en geen eigendom en het onderhoud ligt ook niet bij ons. Dus wij hebben ook die gegevens waar u nu om vraagt hebben wij hier niet. De voorzitter: Maar ik acht mevrouw Van Nes – de Man in staat met haar cv om wel een plek te vinden waar dat wel te halen is. Mevrouw Van Nes - de Man. Mevrouw Van Nes - de Man: Met dat in het achterhoofd heb ik ook de vraag gesteld, maar het bevreemdt mij wel, als wij praten over buitendijks bouwen, die gegevens zijn door de wethouder net zo makkelijk binnen te halen dan door mij. Of heel misschien wel menig ander. Waarom wij die gegevens dan niet hebben hier, want dat is toch best wel relevant. De voorzitter: De heer Bakker wil daar op stapelen en daarna krijgt de wethouder het woord. De heer Bakker, VVD. De heer Bakker: Ja, dank u wel.

Nou, misschien om mevrouw Van Nes – de Man te helpen, dat staat in de legger van Rijkswaterstaat en die is digitaal beschikbaar en die kan iedereen online inzien en daar staat het precies op alle gegevens die u vraagt. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ik ben soms erg blij met de vakkennis die sommige raads- of commissieleden hebben en hoe, op welke manier men elkaar ook een beetje vooruit kan helpen, voorzitter. Dus dat dat doet me deugd. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1, heeft u nog meer vragen? Helder. Dan inventariseer ik wie er verder nog vragen heeft. Ja, ik heb ze in beeld, mijnheer Kooijman, ChristenUnie. Ik ga gewoon de rijtjes langs. De heer Kooijman: Ja, ik had één vraag. Nou, GroenLinks, die schetst een risico, het is trouwens wel de avond risico's bij GroenLinks, merk ik zo, hè? Maar ik kan me voorstellen dat we, en ik heb de klimaatvisie er even niet bijgepakt, hè, maar dat er in het kader van de klimaatvisie ook in dit huis wordt nagedacht over wat zijn nou de risico's die op ons afkomen? En nou, de waterstand is, denk ik daar een van. Ik was even benieuwd of er bijvoorbeeld vanuit de klimaatvisie ook berekeningen, simulatiestudies worden gedaan, hoe groot hè, hoe groot is deze kans nu? En wat komt er op ons af? En dat we dat weer meenemen richting andere opgaves rond woningbouw.

Kan de wethouder daar iets over zeggen? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten? De heer Van der Duijn Schouten: Nee, maar dat dat gebeurt natuurlijk continu. Ik bedoel, klimaatadaptatie is een belangrijk aspect en ook met name de waterberging erin, maar dat zit echt niet alleen op het buitendijks. Dat is ook met name ook binnendijks een heel belangrijk iets en dat is ook een van de redenen dat bijvoorbeeld nou, NOVEX Zuidelijke Randstad, daar komt ook Ridderkerk weer in beeld, om met waterberging te kijken hoe we dat op een goede manier kunnen doen. En dat is ook de reden dat bijvoorbeeld een waterschap continu bezig is met verbreden van watergangen, aanleggen van zwaardere gemalen, maar dan is Pagina 12 van 23

het wel de bedoeling om van binnendijks dat water waar nodig weer buitendijks te krijgen, zodat we binnendijks droge voeten houden. En dat soort aspecten over klimaatadaptatie en water, dat is als er een buitendijks project komt natuurlijk allemaal net zo relevant en moet dat meegenomen worden omdat we ook gewoon willen, dat als we daar iets gaan doen, en nou u weet net zo goed als ik wel in de commissie dat de laatste jaren is dat natuurlijk ook maar heel sporadisch tot niet, dat dit soort dingen wel een heel belangrijk aspect zijn en soms misschien ook wel zaken naar de toekomst toe lastiger en in een enkel geval misschien ook wel onmogelijk gaan maken. Maar dat zijn aspecten die, wat ik net ook aangaf, niet op voorhand overal in kaart gaan brengen want dat is een beetje zonde van het werk als er vervolgens niks gebeurt, maar als een project zich aandient, komt dat allemaal aan bod. De voorzitter: Voldoende mijnheer Kooijman? Mevrouw Van Nes – de Man, Burger op 1 wil stapelen. Mevrouw Van Nes - de Man: Ja. Dank u, voorzitter. Bij nieuwbouwprojecten binnendijks, buitendijks heb je een wateropgave. Zoveel verstening geeft zoveel procent, dat je een wateropvang moet creëren. Hoeveel procent is dat van de verstening in gebied? Dat was ooit iets van tien. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dat weet ik niet, voorzitter.

De voorzitter: De wethouder moet u het antwoord schuldig blijven. Nou de vorige vraag is beantwoord. Deze blijft inderdaad open. De heer Verweij, SGP. De heer Verweij: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik had een ietwat algemene vraag, eigenlijk aan de wethouder en aan de indiener. Collega Ros schrijft bij doel bespreking dat het doel van bespreking is om met de commissie een mening te vormen over hoe wij als gemeente tegen buitendijks bouwen aankijken, met name in het licht van risico's en duurzaam ruimtelijk beleid. Dan ben ik geneigd te zeggen nou ja, raadpleegt u de gebiedsvisies, rivieroevers en u heeft het antwoord. Zegt u daarmee nou eigenlijk dat deze visie die wij nu hebben dan niet meer voldoet? De voorzitter: Eerst krijgt de wethouder het woord, want dat zie de wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Nee, voorzitter. Ik zeg niet dat… Ik heb net drie antwoorden gegeven. Volgens mij heb ik nergens door laten schemeren dat in mijn optiek de visie niet meer voldoet. Dus nee, dit is in ieder geval niet mijn, wat ik probeer hier neer te leggen. Nee, zeker niet. De voorzitter: Dat is helder. Dan gaan we eens kijken wat de heer Ros van GroenLinks daarvan vindt. De heer Ros: Dank u wel. Voorzitter. SGP vraagt of de visie niet meer voldoet. Dat is niet zozeer de insteek.

Het is meer de insteek om te blijven aandacht te blijven vragen en goed na te denken of en waar we buitendijks kunnen bouwen en dat nogmaals te heroverwegen, want we zien gewoon dat die klimaatverandering, die gaat hard. En we zien, de wethouder gaf net al een paar voorbeelden van extremer weer, we zien gewoon dat dat steeds vaker voorkomt en nou ja, misschien is het wel dat we niet alleen hier, zeg maar een nieuw beleid willen vormen, maar ook gewoon dat we met zijn allen willen bedenken van waar kunnen we het wel en waar kunnen we het niet doen? Dat is meer het en hoe kunnen we het dan, als het moet, hoe kunnen we het dan wel doen? Laten we daar vooral bewust van zijn. De voorzitter: De heer Verweij, wilt u hier nog op reageren? Dat is niet het geval. Gaan we naar de heer Hoogendijk, Echt voor Ridderkerk.

Pagina 13 van 23

De heer Hoogendijk: Dank u wel, voorzitter. Ik zit, ik vraag me eigen af, ik heb een beetje probleem met het begrip buitendijks. Wat is buitendijks? Ik kan me voorstellen dat als je ter, als je het dijkvlak neemt, dus het hoogste punt van de dijk als je dat twee- of driehonderd meter breed maakt, dus dat betekent dat aan de rivier kant je het land opspuit of zodanig op zodanig niveau brengt, dan kun je daar volgens mij gewoon op bouwen. Is dat dan nog buitendijks of is dat… Het gaat natuurlijk om de hoogte van wat je gaat bouwen. Kijk, onze dijken zijn nog niet zo gek lang geleden behoorlijk verhoogd, ook juist met oog op de toekomst. Nou, ik kan me voorstellen als ik nou op de dijk kijk bij Huys ten Donck, dan is de grond waar wij op willen bouwen niet eens zoveel lager als de top van de dijk. En dan denk ik van ja, als je daar wat zand op spuit, dan kan het zelfs nog wel eens hoger zijn als de dijk. De voorzitter: Wethouder, u kunt uw voorstellingsvermogen laten gaan en een antwoord geven. Ik ben benieuwd of er nog veel overblijft van de rivier. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, dat is ook een beetje waar ik mee zit. Als we die dijk driehonderd meter breed maken, dan is het inderdaad wel de vraag wat is dan binnen- en buitendijks? Want dan is de rivier weg. Kijk, dit is denk ik redelijk eenvoudig.

We hebben door het hele land, maar ook in Ridderkerk, we hebben dijken liggen en die zijn bedoeld om het rivierwater buiten te houden. En wat aan de ene kant van de dijk ligt is binnendijks. En wat de andere kant van de dijk ligt is buitendijks en wat op de dijk ligt, ligt op de dijk. En ik denk dat als je even pakt bij de Ringdijk, waar ik wel eens overheen fiets, dan heb je huis aan de ene kant en aan de andere kant staan ze wel een beetje in op de dijk. Maar dan is dat aan de rivierkant is het dus buitendijks. En als we een dijk driehonderd ja, ik bedoel het is nu al… Sommige dijken moeten verhoogd worden, maar dat is het verhogen, dat is makkelijk. Maar op moment dat je met een metertje omhoog gaat, moet je vele meters breder worden om dat op te vangen en daar staan vaak al huizen, dus dat is heel uitdagend. Maar ik denk dat dat we binnen-, buitendijks niet nodeloos mogelijk moeten maken. Aan de ene kant is er binnen, de andere kant is er buiten en in sommige plekken is buitendijks best breed. Ik bedoel, als we kijken de ankerplaats, ja, die staat helemaal, je zou misschien door het gebied niet zeggen, maar die staat helemaal buitendijks omdat de Dijk daar dan langsloopt. En er zijn plekjes, daar loopt de dijk eigenlijk klem langs de rivier. Dus dat is buitendijks heel smal.

Bij Huys ten Donck zit er inderdaad een redelijk stuk voortuin en wat u net schetst, hadden we ooit eens met de rivier, visie rivier ook bedacht, daar zou best wel mooi wonen kunnen landen. Nou dat kan dus nu met de beleidsterrein van Rijkswaterstaat niet meer, omdat dat stuk, dat mag niet meer. Maar buitendijks de dijk tweehonderd meter breed maken om dan op de dijk… Dat is, wordt, denk ik toch in heel veel gevallen wel lastig omdat we ook gewoon die ruimte niet hebben. De voorzitter: De heer Hoogendijk. De heer Hoogendijk: U geeft nu net het voorbeeld aan waar gebouwd is op grond, wat even hoog is aan de dijk. Daar kun je het verschil tussen de dijk en het buitendijkse niet meer onderscheiden. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Nou vaak kan je dat wel onderscheiden. Alleen ligt dat dan net iets verder, want die huizen die op de dijk lijken te staan, die hebben vaak een achtertuin die alweer veel lager ligt. En je ziet dat daar die tuinen ook regelmatig te laat te maken hebben met wateroverlast. Omdat daar het water dat ligt buitendijks en het huis is dan wat hoger gebouwd, maar de tuin wordt wel eens nat. De voorzitter: De heer Hoogendijk. De heer Hoogendijk: Ik geef het voorbeeld van de huizen die nu bij die pier staan. Nou, die grond, die ligt even hoog als de dijk.

Ik ga daar nergens, kom ik naar die huizen toe of naar die parkeergarage toe, wat dan ook dat

Pagina 14 van 23

ik de dijk af moet naar beneden. Daar op dat punt is die dijk gewoon misschien wel honderdvijftig, tweehonderd meter breed, de totale hoogte van de Dijk. Nou, en dat en dat bedoel ik dus. De heer Van der Duijn Schouten: Ik kan me voorstellen dat dat optisch zo lijkt, maar het daalt wel degelijk aan de kant waar je daar richting de rivier in de Werfkade gaat. En daar is ook de daar… Maar daar is de afstand van de dijk tot het water is dan weer veel groter als elders. En omdat die afstand zo groot is, maakt dat misschien ook dat optisch het verval er niet lijkt te zijn, maar het is er wel. En dat omhoog brengen is juist ook nu waar Rijkswaterstaat van zegt dat willen we niet, want die voortuin van Huys ten Donck ligt nu laag. Dus bij hoogwater heeft de rivier de mogelijkheid om daarin te stromen. Op het moment dat we dat net zo hoog maken als de dijk dan kan het water daar niet heen en dan gaat het water elders zijn weg zoeken en dan komt het misschien ergens weer wel naar binnen waar we het niet willen. Dus dit soort gebieden, die lager liggen, daar wil men juist niet van dat het opgehoogd wordt, omdat we daarmee de ruimte voor het water wegnemen. En Rijkswaterstaat is erg op zoek waar in gevallen van hoogwater er wel ruimte voor water is. Datzelfde geldt voor die insteekhaven, daar kan nu water instromen.

Op moment dat we dempen gaat dat niet meer en dan gaat dat water elders een weg zoeken. En dat is dus waarom Rijkswaterstaat zegt daar nu even niet, want als we daar aan de gang zouden moeten, zouden we het inderdaad allemaal op moeten hogen. De voorzitter: Dat was een college civiele techniek van de wethouder. De heer Mijnders, CDA aan u het woord. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Een korte vraag. Misschien had mevrouw Van Nes hem al enigszins gesteld, maar de Schiepo locatie mag het in de nieuwe, of nieuwe voorstellen wel of niet daar gebouwd worden? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Met deze beleidslijn nog wel. De voorzitter: Dan zijn we door de reacties van de commissie heen. Dan gaan we naar de vragen aan de commissie en ik ga dat per vraag doen. En ik ga elke keer op een andere manier door de zaal heen en dan merk ik wel wie er wie er het woord wil voeren. Ik ga dat per rijtje doen en ik begin deze keer bij het middelste rij aan mijn kant en dat zal ik ook bij de andere rij doen. Eerst naar links en dan naar rechts vanuit mijn gezichtspunt gezien. De eerste vraag hoe groot acht de commissie de risico's van buitendijks bouwen? Wie wil daar iets over zeggen? De heer Bakker, VVD. De heer Bakker: Ja, dank u wel.

Misschien ook een stukje algemeen, en het werd net ook al genoemd, maar wij zien de dringende behoefte aan woningbouw en dat ondersteunt natuurlijk het optimaal gebruik van de beschikbare ruimte die wij hebben. En als VVD zeggen we dat we daar pragmatisch mee om moeten gaan. En geloven in innovatieve en verantwoord omgaan met die risico's. Tegelijkertijd staat veiligheid natuurlijk voorop en besluiten over buitendijks bouwen moeten natuurlijk daarmee vergezeld gaan van een gedegen risicoanalyse en kosten-batenafweging. Buitendijks bouwen blijft wat ons betreft dus bespreekbaar mits dat dus past binnen een toekomstgericht en veilig en economisch houdbaar beleid. En dan specifiek op vraag één, ja, ik zei het net al, wij erkennen dat buitendijks bouwen ook wel risico's met zich meebrengt, maar wij denken dat deze risico's beheersbaar zijn op het moment dat er juiste maatregelen genomen worden en we hebben er vertrouwen in dat technische innovaties zoals waterbestendig bouwen en klimaatbestendig bouwen, deze risico's kunnen wegnemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan mevrouw Van Nieuwenhuizen van de Fractie Van Nieuwenhuizen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk een verhaaltje waarmee ik eigenlijk alle vragen beantwoord. Maar ik doe het even per, zoals u dat wil. Pagina 15 van 23

De voorzitter: Ja, die keus is aan u. Want de heer Bakker, die heeft naar mijn gevoel ook op het hele rijtje antwoord gegeven. Dus u mag zelf kiezen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Nou, dan zal ik het, want dit beantwoordt eigenlijk alle vragen. Als we kijken hoe extreem het weer tegenwoordig is, moet je er heel goed over nadenken of je de risico's van buitendijks bouwen wil nemen. Ik heb de afgelopen week geluisterd naar BNR radio waar Alex Hekman, dat is directeur van een adviesbureau Sweco, een van de grootste architectenbureaus met heel veel expertise op het gebied van waterbouw en klimaatadaptatie. Het onderwerp was buitendijks bouwen. Zijn advies was om niets meer buitendijks te bouwen. Door de klimaatverandering wordt verwacht dat watersystemen in de toekomst moet worden aangepast. En als daar buitendijks wordt gebouwd, dan kan je daar niets meer doen op die plek en dat zou grote risico’s geven. En er is ook een nieuwe trend onder de verzekeraars. Heel veel verzekeringsmaatschappijen willen woningen die buitendijks gebouwd zijn niet meer verzekeren tegen wateroverlast. Dus je moet, we moeten verstandig zijn en uitsluitend buitendijks bouwen als er de veiligheid ook in de toekomst kan worden gewaarborgd, want je bouwt een huis niet voor 20 jaar, maar 60, 70, 80, 100 jaar. Dus hoe staan we daar over 100 jaar bij. Maken wij niet meer mee.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1170/documents/40446