CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-01-16-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 16 januari 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0: Besluitenlijst en verslag21.156 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Leidraad Visie op Bouwhoogte De voorzitter: En gaan wij naar agendapunt 5, leidraad visie op bouwhoogte. Ik nodig mevrouw Punter en mevrouw Batenburg uit om aan te sluiten, beide van onze ambtelijke organisatie. Mevrouw Batenburg die zal niet aanwezig zijn dus het is mevrouw Punter. Die heeft hier vaker gezeten dus die kent u. We gaan dit onderwerp in twee stappen behandelen. We gaan dit in twee stappen behandelen. U krijgt als commissieleden, één per fractie, gelegenheid om vragen te stellen en daarna komt er een rondje om de fracties langs te gaan. Ik zal alvast aankondigen dat ik dan de omgekeerde volgorde doe van daarstraks dus dan weet u wanneer u ongeveer aan de beurt bent. Het is belangrijk dat u de juiste vragen stelt en uw opmerkingen geeft omdat in mei de laatste versie van de visie op bouwhoogte wordt voorgelegd en dan moet u een definitief besluit nemen. Dus dit is uw laatste kans om wijzigingen erin te frommelen. Dan ga ik nu inventariseren wie vragen wil stellen en hoeveel. 18PLUS, één stuk, Leefbaar Ridderkerk, één, ChristenUnie, drie, GroenLinks, één, Burger op 1, twee stuks. Ik wist niet of ik uw pen moest meerekenen. CDA, één, Partij van de Arbeid, vier. Nou, dan bent u in ieder geval als laatste aan de beurt. Begin ik met 18PLUS, mijnheer Westbroek, één vraag. De heer Westbroek: Ja, dank u wel, voorzitter.

We hadden schriftelijk om een duidelijkere kaart gevraagd over waar nieuwe hoogbouw volgens het college wenselijk is. Als antwoord werd verwezen naar een bijlage. Die hadden we zelf ook gezien, maar juist die bijlage is niet duidelijk. Kan er een kaart komen waarop de straatnamen zichtbaar zijn? De voorzitter: De wethouder. Er wordt geantwoord, het kan. Maar de wethouder mag het echte antwoord geven. De heer Van der Duijn Schouten: Dat kan. Pagina 18 van 35

De voorzitter: Misschien was het u niet duidelijk, maar het kan. De heer Westbroek: Mogen we die ook ontvangen? De voorzitter: Dat is impliciet begrepen in dit antwoord. Gaan wij door naar Leefbaar Ridderkerk, mijnheer Hakemulder, ook één vraag. De heer Hakemulder: Ja, dank u wel, voorzitter. Het gaat over het toestaan van middenbouw tot zes bouwlagen langs de hoofdstructuur. En er zit in de bijlage, waar 18PLUS net naar verwees, zit inderdaad een kaartje met rode lijnen en ik denk dat ik daar de straten uit kan destilleren. Dat betekent dat dan bijvoorbeeld de Frans Halsstraat, de oversteek bij de Lagendijk, de Sint Jorisstraat, de Kievitsweg langs de Rotterdamseweg, dat daar middenbouw toegestaan is. Ik denk dat dat niet de bedoeling is, klopt dat? De voorzitter: U denkt dat er iets staat wat toegestaan is, maar dat het niet de bedoeling is. Wethouder, kan u hier helderheid over verschaffen? De heer Van der Duijn Schouten: Dat is in ieder geval op de plekken die mijnheer net noemt niet de bedoeling. De voorzitter: Dat is klip en klaar. Mijnheer Hakemulder. De heer Hakemulder: Ja, dan is er misschien een update van het kaartje nodig want zijn wel de straten die rood aangemerkt zijn in die bijlage. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. Er wordt driftig gebladerd naar het kaartje. Kunt u misschien zeggen waar dat kaartje staat want er wordt driftig gezocht.

Het bladzijnummer, document. De heer Hakemulder: Daar is in de brief die gericht is aan 18PLUS, daar zit een linkje naar bijlage 6. Op pagina 15 hoor ik van links. De voorzitter: Er wordt druk gestudeerd, dus voor de luisteraars thuis, er komt zo een antwoord. Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, onze eerste indicatie is dat het niet de wegen zijn die u net noemt, maar we zullen er hier ook eentje van met de namen van de wegen erbij zodat die onduidelijkheid weg is. Als een van de straten onverhoopt die u net noemde er wel een rode heeft dan halen we dat uiteraard weg want het is daar niet de bedoeling. De voorzitter: GroenLinks, mijnheer Ros. De beurt is aan u. De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. Wij zien in … Mevrouw Dirks zit daar. We zien in dit stuk en het vorige behandelpunt hoogbouw en visie eigenlijk een soort van contradictie en die zien we soms ook in andere beleidsdocumenten terugkomen. Daar zou ik graag een reflectie over hebben van de wethouder hoe die daartegen aankijkt? Want we zien enerzijds wordt er overal, nou, bijna gepocht met de prachtige groene oase die we zijn en het mooie landschap en de agrarische gronden. Tegelijk zie je dat de Geerpolder wordt volgepland en de Boomgaard plannen circuleren van 420 woningen, dat noem ik er geen paar. En daarnaast zie je ook dat er heel veel ambities zijn op het gebied van wonen.

Er staat overal, wonen, wonen, wonen is belangrijk, we willen echt zoveel mogelijk woningen bouwen. Maar dan zeg je ook weer, ja, onze agrarische gronden zijn belangrijk, die willen we ook behouden. En dan willen we ook niet te hoog bouwen. Dus dan op Pagina 19 van 35

een gegeven moment ben ik wel benieuwd waar je dan die woningen echt wel gaat bouwen? Ik heb een aantal dingen staan aangegeven en er staan ook nog een aantal rivieroevers bij die ook nog heel veel complicaties hebben dus er zijn zoveel onzekerheden. Leggen we ons dan niet te veel vast nu met een visie op hoogbouw waardoor we misschien al onze doelen niet gaan halen? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, wij onderschrijven dat het complex is en best lastig en dat de ruimte schaars. Maar juist met een visie op bouwhoogte, waar we het nu over hebben, maken we duidelijk waar eventueel welke hoogte kan zodat in ieder geval op dat punt er duidelijkheid is. Als je die visie op bouwhoogte niet maakt is die duidelijkheid er ook niet en ik denk dat dat op geen van de punten die u net schetst helpt. Ik bedoel, het wordt er dan denk ik niet makkelijker op, misschien ook niet moeilijker maar het gaat ook niet helpen als we geen visie op bouwhoogte hebben dat al dat soort vraagstukken die u net noemt opeens makkelijker zouden worden. Dus juist met deze visie op bouwhoogte proberen we een beetje richting te geven ook aan ontwikkelaars en initiatiefnemers dat ze weten, als ze op een plekje met iets komen, wat er dan kan.

Ik bedoel en deze visie op bouwhoogte gaat natuurlijk nadrukkelijk niet of een Boomgaard volgebouwd gaat worden of niet. Ik bedoel, daar gaan we apart een discussie over voeren denk ik als we het gaan hebben over agrarische gronden. Tegelijkertijd even los van wat eruit komt, als er wat gebeurt dan geeft die visie op bouwhoogte meer wat er kan. Ik denk dat het goed is dat we die duidelijkheid wel met elkaar gaan hebben over de plekjes in Ridderkerk waar we eventueel nog wat kunnen doen, nou, hoe hoog kunnen we dan gaan? De voorzitter: Mijnheer Ros. De heer Ros: Ja, voorzitter, een vervolgvraag daarop. Want volgens mij begint de visie met bij de inleiding van, ja, het is een richtlijn, we moeten vooral niet te strikt zijn. Anderzijds hoor je hier in de raad van, nou, dat zijn wel strikte hoogtes en dan weten projectontwikkelaars waar we aan toe zijn. En hebben we vorige keer gezien bij een project waar er één bouwlaagje af moest en waar een hele procedure opnieuw moest wat dat dus betekent. Dus je kan niet zeggen van, dit is een leidraad en we zijn niet zo strikt in het begin of je zegt van, dit is wel strikt en dit is per se in beton gegoten. Want anders weten projectontwikkelaars, zoals de vorige keer bleek, ook nog steeds niet waar ze aan toe zijn. Zou u daarop kunnen reflecteren? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten.

De heer Van der Duijn Schouten: Dat ging de vorige keer denk ik mis omdat we die visie op hoogte niet hadden. Dus hij wist niet waar die aan toe was en met deze visie op hoogte zal volstrekt helder zijn wat wel kan. En het niet strikt, het niet strikt moet u zien naar beneden toe. Als we ergens tot zeshoog toestaan hoeft het niet allemaal zeshoog te worden, maar het betekent wel dat waar we zeshoog toestaan zeven of acht niet past. Dus er zit ruimte naar beneden, maar er zit absoluut geen ruimte naar boven. Tenzij u bij een landmark uitkomt omdat we daar het niet gedefinieerd hebben waar het eindigt. De voorzitter: De sky is the limit. Mijnheer Mijnders, CDA. De heer Ros: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Of wilt u nog iets zeggen, mijnheer Ros?

Pagina 20 van 35

De heer Ros: Ja, daarom zit ik hier. Nou ja, maar dan heb ik het in ieder geval verkeerd gelezen, laat ik het zo zeggen, die maximum bouwhoogte. Ik zal er nog even naar kijken en anders misschien een suggestie doen als dat niet duidelijk is. De voorzitter: Nou, zo ziet u hoe nuttig het stellen van vragen en beantwoorden is. Mijnheer Mijnders, u ziet af van uw vraag? Dat is mogelijk. Dan gaan we naar mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1, twee vragen. Wethouder Van der Duijn Schouten, u wil nog iets kwijt. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, ik vind het wel jammer dat de heer Mijnders geen vraag stelt want de heer Mijnders heeft in de vorige sessie een vraag gesteld over een aantal kleine perceeltjes waarom die niet meegenomen waren en daar zouden we nog schriftelijk op terugkomen. Maar nou wil het dat de ambtelijke ondersteuning die naast mij zit het antwoord op die vraag wel weet. Dus in het kader van de efficiency is het misschien een idee dat ik die vraag van daarnet alsnog beantwoordt, als u het goed vindt? De voorzitter: Mijnheer Mijnders, misschien kan u met ja of nee reageren? Het antwoord is ja. Wethouder.

De heer Van der Duijn Schouten: Nou, al die kleine perceeltjes die zijn niet meegenomen omdat ze over het algemeen dermate klein zijn dat ze zeg maar in het geheel van de visie geen wezenlijk verschil maken in wat er eventueel naar de toekomst toe met het aantal woningen en dergelijke gaat gebeuren. U gaf terecht aan, het zijn er 28 maar het is vaak marginaal en dat is de reden waarom ze er niet in staan. Als u een van die specifieke gebieden alsnog een plekje zou willen geven, dan is het misschien goed om dat alsnog even te melden. Dat mag eventueel onderhands. De voorzitter: Dan is uw niet-gestelde vraag op dit moment maar daarstraks wel gesteld beantwoord. En gaan we opnieuw naar mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Er wordt gesproken over bouwen in buitengebied ruimte voor ruimte. We weten natuurlijk allemaal wat dat is. Kan het bijvoorbeeld dan nog een keer gebeuren dat er een woonwijk à la Geerpolder gebouwd wordt op allemaal bouwtitels die vergaard zijn in ons omringende gemeenten door daar kassen op te kopen? Dat is één vraag. Mijn tweede vraag is, we hebben een commissie Ruimte. Wat voor criteria heeft die commissie Ruimte om op welke manier naar bouwkwaliteit te kijken? Maar als die lastig is mag die wel schriftelijk want dat snap ik dan wel. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten.

De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, ik zat nog even te overleggen over de ruimte voor ruimte. Ja, binnen de ruimte voor ruimte zijn afspraken gemaakt. Dus nu is het ook zo dat voor de Geerpolder, ik bedoel, daar hebben we binnen het Eiland IJsselmonde afspraken over gemaakt dus daar worden nu ook rechten van buiten Ridderkerk ingebracht om uiteindelijk alle rechten voor de Geerpolder en daar wordt het hele eiland dan per saldo mooier van. Maar nog een keer allemaal rechten gaan verzamelen voor een wijk à la de Geerpolder, nee, dat … Ja, misschien theoretisch wel, maar praktisch in ieder geval niet. Uw tweede vraag was, misschien kunt u die nog een keer herhalen? Want in mijn ambtelijk overleg ben ik daar even het spoor bijster geraakt. De voorzitter: Misschien kan u dat kort doen met een paar steekwoorden.

Pagina 21 van 35

Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en wat zijn de kaders die zij meekrijgen om naar onze ruimtelijke kwaliteit te kijken? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat is onze Welstandsnota en daar toetsen zij op. Recent heeft u een eigen beeldkwaliteitsplan voor het centrum vastgesteld en dat is dan voor dat gedeelte hun toetsingskader. De voorzitter: Vervolgens ChristenUnie, mijnheer Knape, heeft u nog steeds drie vragen en begint u met de eerste twee. De heer Knape: Ja. Eerste vraag. In de beantwoording op onze vragen voor de voorgaande commissievergadering over bouwhoogte heeft u de inschatting uitgesproken dat, heeft de wethouder de inschatting uitgesproken dat binnen de contouren van de hoogbouwvisie zoals die nu wordt opgesteld de aantallen van de woningbouwopgave realiseerbaar zijn. Op welke aannames of berekeningen is deze inschatting gebaseerd? En de tweede vraag. Bereikbaarheid wordt als een belangrijk argument aangevoerd of hoogbouw in een bepaalde locatie wenselijk is. Naar onze mening is dit afhankelijk van het mobiliteitsconcept wat wordt toegepast samen met het argument van groene en leefbare wijken een van de belangrijkste argumenten, we willen een bereikbaar Ridderkerk.

Wordt er in dit stadium waar we nu zijn met de Omgevingsvisie en ook de hoogbouwvisie al concreter nagedacht over die bereikbaarheid van die locaties waar we die grootschalige woningbouw in gedachten hebben? Maar misschien ook wel op het iets lager bouwen, weten we of wat we in de plannen opnemen of dat dat qua bereikbaarheid überhaupt inpasbaar is? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, de bouwopgaves nog steeds realiseerbaar zijn, dat zijn omdat wij met deze visie op hoogte en met een schuin oog kijken naar de plannen die erin zitten, zien dat op de plannen die nu leiden tot ons bod daar niet hele wezenlijke wijziging op zitten. En nogmaals, daar ligt geen berekening onder want als ik het had berekend had ik het niet in hoeven schatten. Ik bedoel, u kent inmiddels ook wel een beetje de projecten die er spelen. Ik noem ze nog maar een keer, Westdonck, aan de Rembrandtweg wordt wat gedaan, wellicht aan de Blaak nog eens een keer, we zijn met het Trelleborgterrein bezig. Nou, als je naar al dat soort projecten kijkt, wat zijn de aantallen waar we ongeveer rekening mee houden en wat doet onze visie op hoogbouw nu, zie je dat daar geen drastische mutaties uitkomen. Dus wij gaan er nog steeds van uit dat dat allemaal ongeveer wel past.

Er ligt vanavond voor een visie op hoogte waarbij we, en ik heb het al eerder gezegd vanavond, richting willen geven van waar kan nou welke hoogte? Dat is het en dat is geen heel brede studie. Of als een Trelleborgterrein wordt volgebouwd, wel straks wellicht hoe hoog kan het dan worden, maar in dit stadium in dit document niet. En wat doet het dan met vervoer of we hebben het vandaag gehad over voorzieningen, al dat soort aspecten, die spelen hier nu op dit moment niet mee. Visie op hoogte, sec bedoeld waar, hoe hoog? En dan hoe hoog maximaal, wat net al gezegd. Ik bedoel, dat is wat nu voorligt en dat is waar die visie op bouwhoogte straks duidelijkheid over hoeft te geven. Al die andere aspecten, ja, tuurlijk is dat relevant als we huizen bouwen. Ik bedoel, dan is lucht en geluid, bereikbaarheid, parkeren, nou, u kunt ze zelf ook allemaal bedenken, zijn dan weer. Natuurlijk worden die meegenomen als we met een project aan de gang gaan, maar niet in de visie op bouwhoogte, daar is dat gewoon niet de plek voor. De voorzitter: Mijnheer Knape, uw vraag drie.

Pagina 22 van 35

De heer Knape: Ja, we stellen nu of we gaan straks een visie op bouwhoogte vaststellen. Is het ook de bedoeling dat die straks in het omgevingsplan opgenomen gaat worden als echte regel of ja, als regel? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja. De voorzitter: De vraag stellen is hem beantwoorden. Tot slot de Partij van de Arbeid, mijnheer Rijsdijk, vier vragen. Als u die nog heeft, twee keer twee. De heer Rijsdijk: Het zijn er drie, voorzitter. In één keer? De voorzitter: Eerst maar twee. De heer Rijsdijk: Even over de participatie. Er zit ook een rib bij de stukken. Daarin wordt geschreven dat op 27 januari er een nieuwe inloopavond wordt georganiseerd voor geïnteresseerden over de visie op de hoogbouw. Vervolgens staat er, de leidraad ligt tot en met 30 januari 2025 ter inzage. Ik kan me best wel voorstellen als mensen dan geweest zijn dat ze daarop willen reageren en dan is drie dagen natuurlijk heel erg kort. Zit daar een bepaalde gedachte achter, klopt dat? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag die betreft, in de leidraad staat dat er soms ook afgeweken kan worden van de maximale bouwhoogte in de zin dat er dan hoger gebouwd kan worden. Daarvoor worden een aantal criteria genoemd maar die criteria zijn best wel algemeen geformuleerd.

Zo wordt er gesproken over geen onevenredige impact op de bezonning en privacy en er wordt bijvoorbeeld ook aangegeven wanneer uit het participatietraject wordt geconcludeerd dat hoge bouw op een bepaalde locatie niet leidt tot bezwaren vanuit de omgeving. Maar hoe gaat dat uiteindelijk getoetst worden? Is dat op de een of andere manier concreter te maken? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, u zegt, hoger mag wel. Kijk, misschien is het goed om nog even in de leidraad naar puntje zes te kijken. In de visie aangegeven maximale bouwhoogte is maatgevend voor gebouwen binnen het betreffende bouwhoogteniveau, hoger mag niet, lager wel. Dat is het uitgangspunt. Hoger mag niet. En u gaf aan dat het ook mogelijk is om af te wijken dat het wel hoger mag. Ik weet ... De voorzitter: Misschien mijnheer Rijsdijk waar u dat op baseert? De heer Rijsdijk: Het staat in, dat baseer ik op de derde alinea waarin staat, afwijken is alleen mogelijk wanneer het desbetreffende gebouwdeel, en dan wordt er een set criteria gegeven die in mijn optiek zal maken dat er dan een uitzondering wordt gemaakt op het principe van hoger mag niet, lager wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat is wellicht zo te interpreteren ja want anders heeft het niet zo'n zin om al die dingen op te nemen.

Nou goed, in ieder geval is de conclusie dan dat we eerst nog bij uw raad langskomen voordat we daarmee, dus de ultieme duiding daarop ligt uiteindelijk toch weer bij uw raad. Mocht u het als raad niet wenselijk vinden dan heeft u daar het laatste zeg in. De voorzitter: U kijkt met vraagtekens, maar ik zou zeggen, uitzonderingen bevestigen de regel. Wilt u daar nog iets op zeggen en anders mag u met uw vragenronde verder. Pagina 23 van 35

De heer Rijsdijk: Ja, dank u, voorzitter. Op zich was mij de procedure wel helder, ik vind alleen de criteria heel erg ruim geformuleerd. Je ziet bijvoorbeeld wel eens bij een beoordeling heb je het natuurlijk wel vaak meer over regelgeving maar dan worden er soms wel een aantal voorbeelden gegeven om dat iets nader in te vullen. Dan is dat niet uitputtend, maar dan heb je iets van richting. Ik vind bijvoorbeeld geen onevenredige impact zelf een lastig criterium. Hebben we het dan sec over de wettelijke normen of leggen we de lat bijvoorbeeld iets hoger dan die wettelijke normen om dat te bepalen? En dat vraag ik me dan bijvoorbeeld ook af bij bezwaren vanuit de omgeving, gaat dat dan, moet iedereen het ermee eens zijn of zit daar ook een bepaalde weging in? Daar ben ik eigenlijk naar op zoek of dat in het vervolg zeg maar iets concreter gemaakt zou kunnen worden? En dan volgens mij was mijn vraag over de participatie nog niet beantwoord. Zal ik dan ook gelijk mijn laatste vraag stellen? Laat ik dat ook maar doen. De voorzitter: Nee, dat gaan we even nog niet doen want mijnheer Verweij, SGP, wil stapelen. Ik stel voor dat die dat nu doet. De heer Verweij: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ik voel wel mee met wat de heer Rijsdijk net schetst en ik wilde daarom aan de wethouder vragen in hoeverre het voor hem bezwaarlijk zou zijn om die laatste afwijkingsmogelijkheid wellicht wat anders te formuleren? Want ik denk dat het spanningsveld wel is, waar stellen we hier nu een visie op hoogte voor vast als er vervolgens alsnog een pad naar de raad is waarbij de raad uiteindelijk toch weer eigenlijk in stemming zijn eigen hoogtevisie terzijde zou kunnen schuiven? Dus wellicht dat de wethouder daar wat over kan zeggen hoe die dat ziet? De voorzitter: Maar dan stel ik voor dat u dat als opmerking of mening meegeeft en dan kan de wethouder bepalen of die daar iets mee gaat doen. Want dat hoeft die nu niet heel, hij mag er wel iets op zeggen als die dat wil maar u kan zo uw suggesties allemaal meegeven. Wethouder, wilt u daar nog op reageren? De heer Van der Duijn Schouten: Kijk, mijn leraar Duits zei altijd, er is een uitzondering die de regel bevestigt. In dit kader, we stellen een visie op hoogbouw vast, dat is leidend, daar gaan we mee aan de slag. Alleen je kan natuurlijk nooit bedenken wat er straks een keer gebeurt ergens met, nou, zes of zeven net een keer. Daarmee zou je niet het hele beleid terzijde schuiven want nogmaals, we maken dit niet voor niks en dit is ook hoe wij denken dat het goed is.

Nou, die criteria kan nog een keer naar gekeken worden, maar ik denk dat het misschien ook goed is even om te kijken naar de laatste, wanneer uit de participatie wordt geconcludeerd dat hoogbouw op een bepaalde locatie niet leidt tot bezwaren. Dat betekent sec dat er geen bezwaar mag zijn dus met één bezwaar uit de omgeving zou het al van tafel gaan. Ik bedoel, zo eenvoudig is het. Daarmee denk ik dat het ook wel aangeeft dat de situatie, geen bezwaar op een bouwproject, is denk ik met de ervaring die ik nu een tijdje heb redelijk uitzonderlijk. Wat de participatie betreft, ja, het stuk komt al eerder ter inzage en dan is er tot de 30e de tijd om te reageren, waarbij men er al van tevoren kennis van kan nemen. En hebben we ook nog een keer een participatieavond voor mensen die het fijn vinden om het daar met ons over te hebben en te spreken en ook daar kan input geleverd worden. Dus ik denk dat die dingen prima op elkaar aansluiten. Men kan er nu aan de voorkant kennis van nemen. Men kan op de participatieavond komen, er dan iets van vinden. Maar mensen die het alleen maar schriftelijk willen doen hebben een iets ruimere tijd dan tot en met de participatieavond om er wat van te laten vinden. Dus daar zit geen verdere hogere gedachte achter. We denken dat we iedereen daar op een goede manier mee bedienen. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk.

De heer Rijsdijk: Ja, dank u, voorzitter. De laatste vraag die borduurt eigenlijk een beetje voort op de vraag die de heer Knape eerder ook stelde. De wethouder gaf aan dat de locaties die dan in beeld zijn, dat die dan Pagina 24 van 35

haalbaar worden geacht voor om het hoger te bouwen of veel hoger te bouwen. We hebben natuurlijk, nou ja, dat dat niet is uitgerekend maar dat het gevoel is dat het dan daar zou moeten kunnen zonder dat het onderzoek al heeft plaatsgevonden. We hebben natuurlijk eerder de situatie gehad met het sportpark Bolnes waar woningen ook haalbaar werden geacht, dat bleek uiteindelijk niet zo te zijn. Maar mag ik dan concluderen uit het antwoord van de wethouder dat er voor de locaties die dan nu in beeld zijn al wel intern een al wat indringender toets zeg maar heeft plaatsgevonden? Dat we dadelijk niet weer een situatie krijgen als bij het sportpark Bolnes. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Nee, voorzitter, dat is een onjuiste conclusie. Dat indringender onderzoek heeft niet, dat moet (niet verstaanbaar) bij die plekken gaan gebeuren. Wat ik heb gezegd is dat met het aannemen van deze visie op bouwhoogte op de plekken die we nu bedacht hebben de aantallen die daar op hoofdlijnen bedacht zijn ook gerealiseerd kunnen worden als het bouwproject doorgaat. Ik bedoel, u weet allemaal dat de Gemini-locatie voor de toekomst nog een keer in de pijplijn zit. Die visie op bouwhoogte maakt mogelijk wat we daar op hoofdlijnen denken dat mogelijk is.

Maar dan is er nog niet gekeken naar verkeer, parkeren, lucht en geluid, nou, heel het riedeltje, noem het maar op, dat aspect niet. Maar met deze visie op hoogte zitten we zeg maar ons bod voor het bouwen van woningen niet in de weg, niet wat de visie betreft. Er kunnen nog zat andere obstakels voorbijkomen die het straks wellicht wel lastig maken, maar deze visie doet dat niet. De voorzitter: Dat is voldoende qua beantwoording en daarmee zijn we ook door alle vragen heen. Dat betekent dat we naar het tweede blokje kunnen van dit agendapunt en dat is het geven van uw opmerkingen of mening op dit onderdeel. Ik ga nu alle fracties langs en ik begin met Leefbaar Ridderkerk, mijnheer Hakemulder. De heer Hakemulder: Ja, dank u wel, voorzitter. Goed dat er een visie ligt zeg maar voor de hoogbouw, bouwhoogte. Leefbaar Ridderkerk wil meegeven zeg maar dat er goed gekeken moet worden naar de historische bebouwing rond de centrumring, zoals ook net gevraagd in mijn vraag. Dank u wel. En de kaart misschien wat duidelijker kan? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Verweij, SGP. Mijnheer Mijnders, CDA, die wil hierop reageren. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ik had bij Leefbaar Ridderkerk ook bij het vorige onderwerp en dacht ik, ik stel de vraag niet.

Maar voorzitter, ik ben ook heel erg benieuwd, wat vindt Leefbaar Ridderkerk op dit moment van de grote lijnen van dit plan? En ook eigenlijk ook bij die vorige visie complimenten waren, nu een korte vraag. Maar het is ook het moment om mee te geven van, nou, ik wil niet hoger dan zes hier in Ridderkerk of nee, ik vind het een goed plan. Dus ik ben ook wel benieuwd wat Leefbaar Ridderkerk nou, hoe het nu een beetje voorligt, wat vinden jullie ervan? Via de voorzitter vraag ik dat, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Hakemulder, zou u ook via de voorzitter een antwoord willen geven? De heer Hakemulder: Ja, dank u wel, voorzitter. Moet ik even op terugkomen op het antwoord. De voorzitter: Ik neem aan dat u daarop terugkomt tijdens deze avond? De heer Hakemulder: Nee, dank u wel. Net als startend burgerlid kan ik deze nog niet beantwoorden. Excuses. Pagina 25 van 35

De voorzitter: Oké, maar het is wel het moment waarop de bedoeling is dat duidelijk wordt hoe u over deze dingen denkt. Dus het is juist hiervoor georganiseerd en het is ook niet onredelijk dat mijnheer Mijnders dit vraagt. Dus we verwachten dan wel een antwoord ook ter kennisgeving van de hele raad via de griffie. Mijnheer Verweij, SGP. De heer Verweij: Dank u, voorzitter. De SGP kan zich goed vinden in de definities van de verschillende bouwhoogten die nu voorliggen. Wij zouden nog wel graag zien dat bij laagbouw een kleine aanscherping plaatsvindt in die zin dat de hoogste van de drie etages dan uitsluitend met een schuin dakvlak uitgevoerd kan worden. Dat is voor nu even wat wij nog mee willen geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Westbroek, Partij 18PLUS. De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. Zoals bij het vorige agendapunt ook aangegeven is de Ridderkerkse bouwhoogte maximaal zes lagen wat Partij 18PLUS betreft. Het dorpse karakter willen we graag behouden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Verweij, SGP. De heer Verweij: Ja, dank u, voorzitter. Hier wil ik wel graag nog even een verhelderende vraag over stellen aan mijnheer Westbroek.

Want u zei net dat u het toekomstbeeld eigenlijk een prima document vindt maar een toekomstbeeld voorziet natuurlijk ook in een leidraad visie op bouwhoogte waarin ook andere definities van hoogte zijn gegeven zoals u net schetst, dan u net schetst. Dus begrijp ik eigenlijk, u vindt het toekomstbeeld goed met uitzondering van de visie op bouwhoogte want daarvan zegt u, we willen niet hoger dan zes bouwen. Dus al die overige definities, zoals bijvoorbeeld de landmark, die moeten dan de prullenbak in. Begrijp ik u dan goed? De voorzitter: Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Ik denk dat dat ook een stukje uitwerking is, maar ja, wat ons betreft is hoger dan zes bouwlagen niet wat past bij Ridderkerk. En hoe dat dan verder in zo'n stuk landt, ja. De voorzitter: Ja, ik denk dat logisch nadenken dat wel het antwoord geeft. Dus mijnheer Verweij, wilt u hier nog op reageren? De heer Verweij: Nou ja, ik weet niet of u hier een groot debat toestaat? Maar dan wil ik wel besluiten met dat wat de SGP betreft de nieuwe toekomstvisie het huidig voorliggend coalitieakkoord niet per se hoeft uit te sluiten. En dat wij ook wel vinden dat daar ook nog mee rekening gehouden moet worden. En dat wij daarin op zich wel ruimte zien om eventueel ook hogere in ieder geval nieuwbouwontwikkelingen te realiseren, zoals bijvoorbeeld op de Beverbol.

Wij roepen het college wel op om daar ook rekening mee te houden. De voorzitter: Wilt u hier nog op reageren, mijnheer Westbroek? Mijnheer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Voorzitter, ik heb een vraag aan de heer Westbroek. Hij wil of fractie 18PLUS wil niet hoger bouwen dan zes woonlagen. Kan de heer Westbroek aangeven waar die dan die toch ook bij de heer Westbroek aanwezige ambitieuze woondoelen wil hebben? Ik hoor 18PLUS heel vaak zeggen van, we moeten bouwen voor Ridderkerkers, we moeten meer Ridderkerkers huisvesten. Waar gaan we die dan precies

Pagina 26 van 35

huisvesten? Of kiest 18PLUS er dan voor om de agrarische gronden vol te bouwen? Want dat is de andere optie. De voorzitter: Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Nou, voorzitter, ik zou zeggen, laten we eerst eens beginnen met een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem voor onze inwoners. Dan hebben we de grootste slag al geslagen. De voorzitter: Mijnheer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Ja, bij welke … Of ze nou bij woningcorporatie a of b ingeschreven staan, dat maakt niet uit. Als we geen huizen hebben, kunnen ze nergens wonen. Dus nogmaals de vraag aan 18PLUS, waar gaan we die mensen bouwen? Gaan we zeggen van, nou, oké, we gaan het Oosterpark volbouwen. Sorry jongens, is prima, maar we hebben huizen nodig. En zeshoog is het maximale, dat hebben we eenmaal afgesproken. Of gaan we zeggen van, nou, op sommige plekken bijvoorbeeld langs de rivier, u kent die locatie volgens mij goed, daar is het best mogelijk om wat hoger te bouwen dan zeshoog. Dus ik wil graag een keuze van 18PLUS waar we dan woningen gaan bouwen? De voorzitter: Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Nou, voorzitter, wat ik zei, laten we starten met het lokaal woonruimtebemiddelingssysteem, dat is voor onze inwoners de grootste slag. En er zijn allerlei locaties in Ridderkerk waar je kan bouwen en daar komen we later nog wel een keer op. De voorzitter: Mijnheer Ros.

De heer Ros: Ja, voorzitter, ik concludeer dat dit geen antwoord op mijn vraag is, niet eens een begin van een antwoord op mijn vraag. Ik concludeer dat 18PLUS dus geen keuze durft te maken waar we dan wel gaan bouwen. Ik concludeer alleen maar dat 18PLUS zegt van, oké, we willen maximaal zeshoog dus, nou ja, dan zijn andere locaties in beeld. Daar komt het dus op neer. De voorzitter: Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Ja, voorzitter, ik weet welk antwoord GroenLinks graag wil, die willen flink de hoogte in en die hebben ook prioriteiten bij het bouwen voor mensen van buiten Ridderkerk. Wij leggen ze bij de inwoners van Ridderkerk. Plus, er zijn echt wel locaties waar we willen gaan bouwen, het Gemini College staat bijvoorbeeld genoemd en zo zijn er nog wel wat. De voorzitter: Mijnheer Ros. De heer Ros: Voorzitter, dat GroenLinks wil bouwen voor mensen van buiten Ridderkerk, ik weet niet precies waar die dat op gebaseerd heeft maar dat zijn niet woorden die ik heb gezegd en volgens mij mevrouw Dirks ook niet. We hebben het juist over het bouwen voor Ridderkerkers. Dus waar gaan we die bouwen? En het Gemini is in beeld, er zijn nog meer locaties in beeld. Maar er zijn ook locaties in beeld waar dus meer dan zes lagen nodig zijn om al onze Ridderkerkse inwoners een fatsoenlijk huis te bieden.

Dus de mensen die nu nog thuiswonen, onze senioren die straks een zorgwoning nodig hebben, waar gaan we die mensen huisvesten? Gaan we zeggen, we doen dat in parken, gaan we dat doen in … Ja, dus ik ben wel heel benieuwd en dat is de laatste keer dat ik het vraag, voorzitter. Pagina 27 van 35

De voorzitter: Mijnheer Westbroek, uw laatste kans. De heer Westbroek: Ja, voorzitter, ik val in herhaling. Zorg eerst dat die mensen in de beste positie zijn om een woning in Ridderkerk te bemachtigen en niet buiten Ridderkerk gedwongen zijn te gaan wonen. De voorzitter: Mijnheer Verweij, SGP. De heer Verweij: Ja, dank u, voorzitter. Ik denk dat mijnheer Westbroek en ik elkaar goed kunnen vinden op het vlak dat we moeten bouwen voor Ridderkerkers. Dat staat helemaal niet ter discussie. Maar concludeer ik dan wel dat mijnheer Westbroek van mening is dat we met pertinent niet hoger dan zes etages te bouwen voldoende kunnen bouwen om alle Ridderkerkers te huisvesten? Ook diegene van de jongere generatie die nu nog tegen hun wil in thuiswonen? De voorzitter: Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Ja, voorzitter, ik denk als er betere doorstroming is in Ridderkerk, in onze lokale woningmarkt, dat we echt een heel eind komen. De voorzitter: Mijnheer Verweij. De heer Verweij: Ja. Nou, ik ben blij met het antwoord van mijnheer Westbroek. Maar ik zou mijnheer Westbroek dan wel willen uitdagen om juist nu wat meer visie te geven op waar dan die woningen moeten komen, wat voor typologie woningen dat moeten zijn? Want nu is wel het moment om die visie met elkaar vast te stellen en ook toekomstig beleid te maken met elkaar.

Dus hoe ziet u dat? In welke segmenten moeten we bouwen, waar moeten we bouwen, wat voor soort woningen gaan we dan bouwen? Ik zou het fijn vinden als u daar nog wat op in kan gaan voor hier de raadsleden. De voorzitter: Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Nee, voorzitter, dat heb ik niet in zo'n detail hier voor me liggen. Wat ik net zei is denk ik duidelijk geweest, doorstroming voor onze eigen inwoners, die beter positioneren. En er zijn echt wel wat bouwlocaties waar we de komende jaren kunnen bouwen. De voorzitter: Dan ronden we dit af deze discussie. Ik ben even kwijt waar ik was. Volgens mij bij mijnheer Westbroek, die ging afronden en toen kwamen alle vragen. Dat betekent dat ik dan nu verder ga bij de ChristenUnie, mijnheer Knape. De heer Knape: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, wat ons betreft de leidraad een helder product dat duidelijk kaders en spelregels biedt. We hebben er als fractie wel vertrouwen in dat een dergelijk instrument houvast kan bieden bij nieuwe ontwikkelingen. In die zin zijn we positief. Een aantal punten. Nou, een bekende slogan zegt, de stok dat zijn wij, de lat bepaal jij. In de visie op bouwhoogte bepalen wij als raad zelf hoe hoog die lat komt te liggen. We blijven dan toch wel onze twijfels houden of die lat die nu aan de bovenkant wordt neergelegd op sommige locaties toch juist niet nog wat hoger zou moeten en kunnen.

Door op een groot aantal locaties nu het stuur voornamelijk alleen nog maar de kant op naar beneden te laten bewegen dreigt die maximale bouwhoogte op veel locaties toch een soort wet te worden en voelt het niet alsof we hier met een leidraad te maken hebben. Wat verder belangrijk is wat ons betreft is dat we in alle redelijkheid ons steentje in de regio en de provincie bij blijven dragen door te bouwen voor onze eigen inwoners. Pagina 28 van 35

De voorzitter: Mijnheer Mijnders wil interrumperen op uw verhaal. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie geeft aan dat het op sommige plekken wel wat hoger kan. Dat kan, dit is de avond om aan te geven waar dan. Dus de vraag aan de ChristenUnie, waar dan? De voorzitter: Mijnheer Knape. De heer Knape: Ja, voorzitter, ik heb geen concrete locaties in beeld waarvan ik zeg van, nou, daar zou het per se wel iets hoger worden. Dus dat antwoord moet ik u echt schuldig blijven. Waar het mij in dit geval vooral om gaat is dat we nu met een leidraad te maken hebben die ergens zegt van, het wil geen wet zijn, maar aan de andere kant toch wel ergens richting de bovenkant die lat heel erg neerlegt. Terwijl we, nou ja, we hebben met een visie op bouwhoogte te maken. Dus we hebben de wethouder vanavond ook gehoord dat het op hoofdlijnen is er bekeken van, kunnen we overal die woningen wel kwijt? Door nu die lat aan de bovenkant zo strak neer te leggen zijn wij er bang voor dat we straks toch bakzeil moeten halen en dat we toch ergens wat hoger moeten gaan bouwen. Ik heb inderdaad geen locaties zo voorhanden waarvan ik zeg, daar kan wel een laagje bij. De voorzitter: Maar dan even een opmerking van mijn kant als voorzitter. Als u dit stelt maar u geeft niet aan wat u dan hoger wil dan gebeurt er niks dus die uitspraak die heeft geen gevolg.

Dus als u dat echt vindt wat u zegt dan moet u ook concreet verbeterpunten indienen want dan kan het college overwegen om dat mee te nemen. Dus dat wou ik u nog meegeven. Als u dat nu niet kan noemen kan u dat ook nog nasturen. Maar door alleen dit te zeggen, dat is als het ware een loze kreet. Deze avond is juist bedoeld om concrete input op te halen. De heer Knape: Ja, voorzitter, ik constateer dan toch wel dat ik concreet inga hier op de leidraad. Ik wil verder niet in discussie hierover gaan wie er daarin gelijk heeft maar we hebben net een aantal antwoorden gehad die ook totaal niet concreet waren. Ik probeer concreet in te gaan op hoe deze leidraad als instrument wordt ingezet. De voorzitter: Ja, dat is prima en ik vind er verder niks van. Ik geef u alleen aan dat u een mogelijkheid laat voorbijgaan en wat u daarvan vindt is prima. U mag uw betoog vervolgen. De heer Knape: Ja, ik dacht toch ergens wel een bepaalde mening te horen. De voorzitter: Dat is dan onjuist want ik heb geen mening verkondigd, ik heb alleen geprobeerd het proces te begeleiden. De heer Knape: Dan heb ik dat wellicht verkeerd begrepen. Wat verder voor ons belangrijk is in redelijkheid ons steentje in de regio, provincie bij blijven dragen door te bouwen voor onze eigen en hopelijk ook ... Nou ja, nee, ik ben even mijn verhaal kwijt. Door te bouwen voor onze eigen inwoners in Ridderkerk.

En ja, laat één bouwlaag meer niet te gemakkelijk een argument zijn om niet aan onze opgave te kunnen of hoeven voldoen. Behoud van leefbare wijken, groenere wijken en een bereikbaar Ridderkerk zijn wat ons betreft veel sterkere argumenten om kritisch mee te wegen. De voorzitter: Dank u wel. Echt voor Ridderkerk, mijnheer Hoogendijk of mijnheer Kloos.

Pagina 29 van 35

De heer Kloos: Ja, voorzitter, dank u wel. Echt voor Ridderkerk die sluit ook hoogbouw niet uit op de daarvoor geschikt bevonden locaties. En dan met name waarvan we de voorbeelden hebben gezien, getrapte gevels zodat er aan de voorkant niet echt een gebouw oprijst vanuit het niets. Dat kan dan best zeven of achthoog zijn en dat kan best bijvoorbeeld in gebieden waarbij de omgeving ook al drie of vierhoog is. Je moet daar wel de ruimte hebben. Maar als je nou concreet kijkt naar bijvoorbeeld het Trelleborgterrein, de omgeving, de directe omgeving is daar ook drie of vierhoog. Als je daar getrapte gevels zou kunnen creëren een gebouw dan mag dat voor mij best zeven of achthoog worden, maar het moet in de omgeving passen. Dat is een beetje de inbreng. De voorzitter: Dank u wel. VVD, mijnheer Ringlever. De heer Ringlever: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij staan positief tegenover de visie bouwhoogte. Wij waarderen de balans die wordt gezocht tussen ruimtegebrek en de noodzaak om kwalitatief hoogwaardige woningen te realiseren. We vinden het positief dat maatwerk een centrale rol speelt in deze visie en dat er aandacht is voor aspecten zoals ruimtelijke inpassing. Daarom vinden we dat deze visie duidelijke handvatten biedt voor toekomstige ontwikkelingen. Daar hou ik het even bij. Dank u wel. De voorzitter: Bedankt. Mijnheer Ros, GroenLinks. U schrikt ervan. Het is nu uw kans.

De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. We waren nog even kleine dingetjes aan het opzoeken. Even kijken hoor. Voor GroenLinks is het eigenlijk simpel, voor ons is groen in de wijken essentieel. Dat is essentieel ook voor de leefbaarheid. Daarnaast is de groene kraag heel belangrijk en de agrarische en open gebieden, dat zijn voor ons de essentiële dingen. Dus wij kiezen ervoor en wij zouden hier ook voor pleiten om de plekken die nu open en groen zijn, ook open en groen te houden. Dat komt de leefbaarheid volgens ons het meest ten goede. Wat wij dan wel willen is dat er voldoende woningen komen voor onze Ridderkerkers. Dus om door te stromen de jongeren die nu nog thuiswonen of inmiddels geen jongeren meer zijn maar middelbare leeftijd bijna, die nog steeds bij hun ouders moeten wonen of de senioren die geen zorgflat kunnen krijgen, die willen we heel graag bedienen. Naast natuurlijk gewoon dat er voldoende gebouwd wordt. Wat je daarmee krijgt is dat je enerzijds dus zegt van, we willen die groene gebieden openhouden, anderzijds, we willen voldoende woningen. Dan komen wij tot de conclusie dat je niet anders kan dan op sommige plekken wat hoger bouwen. Dat is wat anders dan dat je het als doel stelt. Het is een middel om onze Ridderkerkers te huisvesten. Dus tot die conclusie zijn wij gekomen.

Wat ons betreft limiteren we ons hier met deze visie te veel op, nou, per se zes lagen, per se acht lagen, per se tien daar of drie daar. Dus je mag best daar wat niet rigide mee omgaan. Nou ja, locaties die je daarbij kan bedenken zijn, we moeten kijken bijvoorbeeld naar Gemini, bijvoorbeeld in het centrum, het niet-historische centrum waar de P.C. Hooftpark, misschien kan je daar wel wat nog een paar keer flink wat hoger bouwen. Nou ja, dat zijn maar wat suggesties maar ik denk dat we daar niet te rigide mee om moeten gaan en dat we daar projectontwikkelaars wat vrijheid moeten geven om met goede plannen te komen. Een van de punten is bijvoorbeeld dat wij, dat hebben we eerder aangegeven, dat we inderdaad die Boomgaard dus bijvoorbeeld niet willen volbouwen maar dat heeft wel de consequentie dat we dus ergens anders in Ridderkerk woningbouwlocaties moeten vinden. Ik heb nog wel een paar concrete puntjes, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Mijnders wil stapelen. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Even voor de zekerheid, ik hoorde mevrouw Dirks zeggen dat ze de Boomgaard groen wil houden. Ik hoor de heer Ros zeggen dat de Boomgaard, dat we het niet helemaal vol moeten bouwen. Mogen er wel woningen komen of voor de zekerheid of moet het helemaal groen blijven? Pagina 30 van 35

De voorzitter: Mijnheer Ros. De heer Ros: Voorzitter, ik wil mijn allereerste zinnen nog wel herhalen, maar ik heb juist heel erg duidelijk geschetst dat GroenLinks kiest om wat nu groen is en wat nu open is of agrarisch, om dat niet te bebouwen. En volgens mij hoeven we het dan niet over specifieke locaties te hebben, dat is gewoon een algemeen uitgangspunt wat wij hanteren maar dat is onze maatlat. Wat wij dan zeggen van, dat betekent dus dat we op sommige plaatsen dus wel iets hoger moeten bouwen dan bijvoorbeeld zes lagen, drie lagen, nou ja, wat er genoemd wordt. En daar leggen we de Boomgaard dus ook langs maar dat geldt voor alle locaties, voorzitter. Ik had nog een paar concrete puntjes, voorzitter. De eerste is, als er hier in de raad al heel veel onduidelijk is over de bouwhoogte en waarbij er uitzonderingen mogelijk zijn. En als je het inderdaad heel goed weer doorleest met het antwoord van de wethouder zijn die uitzonderingen inderdaad zo moeilijk en zo lastig dat je eigenlijk misschien wel verkeerde verwachtingen wekt. Dus ja, aan het college de tip, het is niet mijn standpunt maar haal dat dan er gewoon helemaal uit want dan wek je ook geen verkeerde verwachtingen. Want als er één iemand al bezwaar aantekent tegen een bouwlaag hoger, dan moet het hele project dadelijk opnieuw en dan kan je het er beter helemaal uithalen wat mij betreft.

Landmarks heb ik het over gehad. Ja, er staat op een gegeven moment hoe op welke manier hogere bebouwing mogelijk is. Dan wordt er gesproken over moderne vormen van hoogbouw met aandacht voor de menselijke schaal en dergelijke. Wat ons betreft wordt daar ook aandacht voor bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen aan toegevoegd. Bij de uitstraling, een klein stukje verder, de wethouder weet waar het over gaat, daar staan een aantal criteria. Dan zouden wij zeggen van, nou, zorg bij die uitstraling bij nieuwbouwprojecten ook dat je daar groen gewoon concreet noemt omdat het gewoon heel belangrijk is voor de prettige leefomgeving. Volgens mij heb ik mijn punten genoemd. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank danken we u daarvoor en is mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1, aan de beurt. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Pas beperkt hoogbouw toe, cluster dat bijvoorbeeld in het P.C. Hooftpark en op het Trelleborgterrein en niet daarbuiten. Landmarks hoeft wat ons betreft niet, die zijn er al langs de rivier en laat dat daarbij want dan zijn we toch het dorp aan de rivier. Ja, daar zit je in te schipperen. Verder, kies voor middenbouw en laagbouw. Wij onderschrijven wat de SGP zegt bij laagbouw, laat de derde verdieping dat schuine dak zijn. Zoek naar een gezonde balans tussen groen en bouwen. GroenLinks benoemt het net ook.

Kijk waar je bouwt, of het verkeer nog op een goede manier afgewikkeld kan worden. Dat hebben anderen ook al gezegd. Kijk ook naar behoud nogmaals van groen, kies voor de mobiliteit en laat dat ook criteria zijn als dat nodig is om eventueel minder te bouwen. Ja, hou open en groen wat nu groen is, wat GroenLinks net ook zei, en hou dus ook de Boomgaard groen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ros, GroenLinks, wil nog reageren. De heer Ros: Zeker, voorzitter. Want mevrouw Van Nes-de Man van Burger op 1 die zegt eigenlijk, nou, eigenlijk komt daar dezelfde vraag uit als richting 18PLUS van, waar zou Burger op 1 dan wel willen bouwen? Als zij zeggen van, nou, wij kiezen voor drie, zeshoog maximaal en we kiezen voor, en mevrouw Van Nes-de Man is daar wel helder over, we kiezen ervoor om de agrarische open gebieden groen te houden. Maar waar gaan we dan wel bouwen voor onze inwoners? De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Ik heb aangegeven dat beperkte hoogbouw wat ons betreft zou mogen bij het P.C. Hooftpark en bij Trelleborg, dus in het centrum en verder niet. Ik heb ook gezegd, mocht Pagina 31 van 35

dat zo zijn, dan moet je op een gegeven moment misschien maar minder bouwen. Het gaat, je moet een leefkwaliteit houden in Ridderkerk om het gezond te houden en daar ligt een balans. En dat kan, ja, als het niet kan dan kan het niet. De voorzitter: Mijnheer Ros. De heer Ros: Dat is goed, voorzitter, maar dan moet u dadelijk in de verkiezingen ook eerlijk zijn en zeggen van, nou, voor een aantal Ridderkerkers is hier dus in de toekomst geen plaats meer. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dus eigenlijk een verkiezingsdebat. Wij hebben altijd gezegd, het kan ook genoeg zijn, vol kan ook vol zijn. De voorzitter: Tot zover. Mijnheer Mijnders, CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ja, op dit soort avonden merk ik toch altijd wel dat we als CDA toch echt wel een middenpartij zijn. We gaan niet mee met het verhaal van 18PLUS dat het maximaal zeshoog moet worden. Het idee dat een lokaal woonruimtebemiddelingssysteem de heilige graal is, de oplossing voor ons Ridderkerk en voor de woningbehoeftigen, die delen wij als christendemocraten in Ridderkerk ook niet. Maar we hopen wel dat het voor een gedeelte gaat bijdragen. Maar ook het idee van de GroenLinksfractie van dat er op veel meer plekken hoogbouw moet zijn, die delen we ook niet volledig. We vinden ook wel dat Ridderkerk ook wel een dorp mag blijven.

En daar vallen landmarks bijvoorbeeld midden in het centrum van vijftien- of twintighoog naar onze mening niet onder dus daarom zullen we daar ook geen voorstander van zijn. De voorzitter: Daar wil mijnheer Ros van GroenLinks op reageren. De heer Ros: Ja, ik heb helemaal niet gezegd dat er op veel meer plekken hoogbouw, ik heb gezegd dat we er niet te rigide mee moeten omgaan om onze wijken groen te houden. Dus soms een laagje erbij, soms kan zes ook zeven zijn of acht, zo bedoelde ik het. De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Nee, dat begrijp ik en dat kunnen we voor een groot gedeelte ook wel delen. Want ook wij als CDA zullen ook op bepaalde plekken echt wel hoger staan dan drie dus zes is prima. Maar ook bijvoorbeeld een Beverbollocatie, de heer Verweij had het er ook al over, lijkt ons echt wel een uitstekende locatie om een stuk hoger te bouwen. Nou, dat is ook de reden dat we samen met de Partij van de Arbeid juist voor die locatie een motie hebben ingediend voor starterswoningen want we denken dat we daar op die locatie heel veel starterswoningen kunnen realiseren. Maar als CDA-fractie vinden we dit mooi, dit voorstel wat er nu ligt, het idee, het kaartje met alle opties juist ook echt een middenweg en wij kunnen ons als CDA-fractie er zeker in vinden.

We hebben daarbij nog wel twee opmerkingen wat we lastig vinden, en dan wil ik even specifiek kijken naar de wijk Slikkerveer. Volgens mij had de heer Rijsdijk het er net ook al over. We zitten nog te wachten op een mobiliteitsstrategie Slikkerveer, dus kijken van hoeveel voertuigbewegingen kan die wijk nou eigenlijk aan? Dus dan vinden wij het als CDA-fractie wel heel lastig om te zeggen dat dit huis, dat gebied, nou, het ging dan volgens mij over de Ringdijk 236 bij de Schans daar zo, dat er eventueel al tienhoog gebouwd zou kunnen worden. Dat vinden wij als CDA-fractie best wel lastig om daar ja tegen te Pagina 32 van 35

zeggen want we hebben geen idee of de wijk Slikkerveer en juist op dat gedeelte vlakbij Panattonni, wat geen Panattoni meer is, of dat het überhaupt wel aankan. Dus daarom proberen wij wel als CDA-fractie de balans in te vinden en kijken we ook wel echt uit naar die mobiliteitsstrategie van, oké, we zeggen in deze hoogbouwvisie van, nou, daar zou eventueel naar onze mening wel tien hoog gebouwd kunnen worden, maar als die mobiliteitsstrategie en die visie ervan van Slikkerveer uitwijzen van, ja, dat kan wel gebeuren maar net zoals bij sportpark Bolnes, dat wordt veel te druk, dat zet de leefbaarheid ontzettend onder druk, dan zullen wij als CDA-fractie ook op een gegeven moment wel de keuze maken, dan geen tien hoog maar dan bij wijze van spreken vijf of zes. En het punt van de agrarische gronden, ik denk dat iedereen wel gehoord heeft hoe wij als CDA-fractie erin staan, dat wij echt de agrariërs en de tuinders is, hoe weinig het er ook nog zijn in Ridderkerk maar ze zijn er nog zeker, waarderen. Maar als op een gegeven moment blijkt dat een agrariër of een tuinder zegt van, ik zie geen toekomst meer en dat stuk grond zou eventueel geschikt kunnen zijn voor een woningbouwlocatie, dan zullen wij daar als CDA-fractie niet per se op tegen zijn.

Alleen nogmaals, om het maar voor de zekerheid gezegd te hebben, wij willen graag dat onze agrariërs en onze tuinders ook echt een toekomst hebben in Ridderkerk. En we zitten als fractie zeker niet te azen op hun grond om daar een compleet woningbouwproject te gaan realiseren. Dat was het in het kort, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Knape voor ChristenUnie wil reageren. De heer Knape: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik hoor de heer Mijnders net zeggen dat als blijkt bijvoorbeeld uit een mobiliteitsprobleem dat tienhoog of elfhoog bouwen aan de rivieroevers niet mogelijk is, nou ja, dan moeten we misschien wat lager bouwen want dan gaan daar wat minder mensen landen en hebben we misschien dat mobiliteitsprobleem niet. Dat betekent wel dat als we hetzelfde aantal woningen willen bouwen dat we ergens anders wel die woningen toe moeten voegen. En dat zou misschien wel kunnen betekenen dat we, ik noem maar wat, hier aan de Koninginneweg dat we een laagje erbij zouden moeten zetten ten opzichte van de visie die we nu hebben liggen om toch die aantallen te kunnen halen. Maar dat maakt de leidraad die nu voorligt eigenlijk bijna onmogelijk. Hoe kijkt u daar dan naar? De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de heer Knape doelt op het woningbod. We hebben het er net ook over gehad, dat is 2.710 woningen.

We hebben als CDA-fractie ook meerdere keren artikel 41 vragen erover gesteld omdat we het dus jammer vinden dat dat woningbod dus nooit is besproken hier in de commissie, dat we daar onze mening op kunnen geven. Wij als CDA-fractie hebben de afgelopen jaren altijd gezegd, de aantallen van de huidige Woonvisie, dat zijn er uit mijn hoofd 1250 in totaal, die zeggen wij, vinden wij als CDA-fractie realistisch. Wij streven ernaar als CDA-fractie om het woningbod wat het college een tijdje geleden heeft gedaan ook te gaan realiseren. Alleen het zou best kunnen dat we die niet op alle plekken gaan halen, dus voor ons is dat aantal van 2.710 ook niet een heilige graal of echt een punt, dat moeten we per se realiseren. Want volgens mij gaf mevrouw Van Nes het ook aan, ook wel de heer Ros van, ja, weet je, als het alleen maar ten koste gaat van groen dat te realiseren of ten koste van leefbaarheid, dan moeten we denk ik de keuze maken om niet 2.710 woningen te gaan realiseren, maar misschien wel 2.500 of 2.400. We willen het wel graag als CDA-fractie maar je moet ook realistisch blijven. Het heeft geen zin om tien of vijftienhoog bij de Schans te gaan bouwen als de leefbaarheid van de inwoners daarzo, ja, hoe zeg je dat, een stuk omlaaggaat. Dat moet je niet willen en dan halen we het woningbod maar net niet. Maar in ieder geval het streven van de CDA-fractie is het wel.

En het wordt iets langer, voorzitter, maar het wordt al ontzettend lastig voor ons Ridderkerk omdat we natuurlijk in het woningbod ook een paar locaties hebben aangegeven die in het buitengebied zitten buitendijks. Wij zien nu dat dat best lastig is, enorme uitdagingen met zich meebrengt, Pagina 33 van 35

enorme kosten op dit moment met zich meebrengt. Dus het wordt sowieso al heel lastig om dat woningbod van 2.710 te gaan halen. Dus ik stel in ieder geval voor dat we als raad daar ons niet aan vast gaan bijten want het wordt echt een uitdaging om dat te gaan halen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En u maakte tussentijds een opmerking van, ik vind het jammer dat hier iets niet geagendeerd is. Ik wijs erop dat u altijd een voorstel kan doen om iets te agenderen want deze commissie gaat over zijn eigen agenda. Mijnheer Rijsdijk, PvdA. De heer Rijsdijk: Dank u, voorzitter. Ik zal het kort houden. We vinden het goed dat deze visie er ligt. We kunnen ons er ook goed in vinden. Ik wil daar nog drie opmerkingen bij maken. De eerste opmerking is om dat kader rond de afwijkingsmogelijkheden toch nog wat te verduidelijken ten opzichte van wat er nu staat. De opmerking met betrekking tot de Boomgaard heb ik ook wel gemaakt bij de toekomstvisie. Die zou wat ons betreft groen moeten blijven. De laatste opmerking is dat we wat de heer Mijnders ook aangaf over het bouwen aan de rivieroevers en het belang zeg maar van de mobiliteitsvisie, dat we dat volledig onderschrijven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Ik dank heel de commissie voor het aandragen van punten en de ordelijkheid waarmee dat gebeurd is.

Ik had geen termijnen voor afgesteld, maar dat is goed verlopen. Wil er iemand nog iets zeggen? Ik zie soms nog een beetje armen bewegen. Ja, u krijgt zo dadelijk gelegenheid, wethouder, bij het volgende agendapunt. Dan dank ik mevrouw Punter voor het beantwoorden van vragen en ondersteunen van de wethouder. En dan gaan wij naar, en u mag blijven zitten, we zijn bijna klaar. 6.

Reactie wethouder C. van der Duijn Schouten op wat is besproken De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 6, reactie wethouder Van der Duijn Schouten op wat is besproken. U heeft het woord, wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, ik wil toch even met name op de opmerkingen die rond de visie op bouwhoogte zijn gemaakt nog een enkele opmerking maken. Een aantal partijen heeft aangegeven dat ze vindt dat de Boomgaard onbebouwd moet blijven. Dat snap ik maar dat is voor de visie op bouwhoogte even niet relevant. Ik bedoel, die zegt niks over al dan niet bouwen in de Boomgaard. Uiteraard wat de heer Ros aangeeft zegt bouwen in hoogte in relatie tot de totale bouwopgave, ik bedoel, komt het niet uit de lengte dan moet het uit de breedte komen dus dat aspect is helder. Maar met deze visie op bouwhoogte, als u daar straks ja tegen zegt, zegt u helemaal niets over het al dan niet mogelijk maken van woningen in de Boomgaard. Ik wil dat wel even helder hebben. Dan noemde de heer Mijnders nog een opmerking over met name Bogenda, dat dat dan lastig is om die tien toe te staan. Ook daarvoor wil ik zeggen, met deze visie op bouwhoogte geeft u aan dat het daar ruimtelijk wat ons betreft zou passen. Dat wil niet zeggen dat het verkeerstechnisch ook past of dat het milieutechnisch past.

Dus al die andere aspecten, ik bedoel, de initiatiefnemer, het staat ook in het stuk, moet straks van al dat soort aspecten nog gaan aantonen dat die hoogte ook realiseerbaar is. Dus op het moment dat u hier ja tegen zegt, zegt u niet dat er bij Bogenda een woontoren van tien komt. U geeft aan dat het ruimtelijk gezien op die plek zou kunnen, maar of het ook kan is daarmee absoluut nog niet gezegd omdat er tal van andere aspecten zijn die bij woningbouw relevant zijn. Wat we hiermee doen is feitelijk de kaders meegeven zodat je ook een discussie zoals we bij ’t Ronde Sand hebben gehad want ook daar kon zevenhoog kon parkeertechnisch prima. Ik bedoel, het voorstel wat er eerst lag was aan alle kanten ook in te passen en uiteindelijk komen er net zoveel woningen terug in de breedte. Dus hiermee geven we aan welke hoogte u als raad op welke locatie passend vindt. Maar daarmee zeggen we over al die andere uitdagende onderwerpen bij een nieuwbouwproject, ik bedoel, daar doet u hiermee geen Pagina 34 van 35

uitspraak over. En die blijven natuurlijk net zo relevant en die gaan net zo hard meewegen op het moment dat we uiteindelijk toch ergens aan de slag willen. Ja, voorzitter, en volgens mij zijn de overige opmerkingen die gemaakt zijn helder. Ook daarvan zal straks blijken welke wij nog wel hebben meegenomen en welke niet. En zo niet, dan zijn we denk ik ook nog wel bereid om aan te geven waarom we dat niet hebben gedaan. Dat was het wat mij betreft, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer Ros, wilt u nog een vraag stellen aan de wethouder of een opmerking maken? De heer Ros: Zeker. Mevrouw Van Nes-de Man en ik die kwamen, we zaten een beetje te sparren want we hadden het over de Boomgaard. Hij wordt op een iets andere manier wel genoemd in het type opgave. Voor de zuiverheid van de discussie in de raad later is het misschien een suggestie aan het college om gewoon die helemaal misschien wel niet te noemen zodat die ook niet hierbij betrokken wordt over de bouwhoogte zodat je hem ... ja, het is ….. De voorzitter: De suggestie is helder en ik denk het antwoord van de wethouder ook. Dus over de inhoud is er dan geen discussie en of dat dan wel of niet vermeld wordt, dat is een keuze aan het college. Dan sluit ik dit agendapunt af, als er verder niemand nog iets wil zeggen.

Het was ook juist de bedoeling dat de wethouder nadat u alles gezegd had wat u wilde zeggen nog iets kon zeggen. 7.

Mededelingen college De voorzitter: Agendapunt 7, mededelingen college. Zijn er vanuit het college mededelingen te doen? Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Nee, voorzitter, niet. De voorzitter: Dat is een helder antwoord.

8.

Rondvraag leden De voorzitter: Rondvraag leden. Hebben de leden vragen aan elkaar? Dat is niet het geval. Dan heb ik nog een vraag aan u en dat is of u uw eigendommen wil meenemen zo dadelijk en huiswaarts wil gaan. Sluiting De voorzitter: En dan sluit ik nu de vergadering onder dankzegging voor uw aanwezigheid en input.

Pagina 35 van 35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1198/documents/40113