2025-01-09-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag vergadering commissie Samen wonen 9 januari 2025 1.
Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond. Ik doorkruis uw geanimeerde gesprekken en ik open hiermee de commissievergadering Samen leven. Herstel, Samen wonen. Oorspronkelijk heette deze namelijk gecombineerd, maar het is alleen maar Samen wonen onderwerpen. Eerste bijeenkomst in het nieuwe jaar. U bent vast weer met nieuwe energie hier naartoe gekomen. Het is het laatste complete jaar voor de verkiezingen. Dus mooi een jaartje om te vlammen. Alle fracties zijn vertegenwoordigd. Ik heet ook iedereen welkom. En niet alleen de commissieleden, maar ook de wethouders, de mensen op de publieke tribune, de pers en ook de nieuwe pers. Wendy Harreman van De Combinatie, hartelijk welkom. Veel succes. Ook welkom aan de heer De Lange van de Rekenkamer. En ook een speciaal welkom voor Youri Ruinard, ons nieuwe burgerraadslid van de Partij van de Arbeid, die een van de volgende keren ook officieel beëdigd zal worden. Er ligt een agenda voor. Kan die uw goedkeuring wegdragen? Dat is het geval, dan is die bij deze vastgesteld.
2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: En gaan we naar agendapunt 2, spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. En we zullen het niet langer maken dan nodig is, er heeft zich niemand aangemeld.
3.
Vaststellen besluitenlijst commissie Samen wonen van 14 en 28 november 2024 De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 3, vaststellen besluitenlijsten commissie Samen wonen van 14 en 28 november 2024. Zijn er opmerkingen of vragen op en over het verslag van 14 november? Ik zie geen reacties, dat betekent dat die bij deze is vastgesteld. Zijn er opmerkingen of vragen over het verslag van 28 november? Ook niet? Ook vastgesteld. Dan gaan we naar de acties. En gebruiken daarbij de versie van 28 november. Actie nummer 4, ontwerpprogramma Geluid en Lucht. De vragen van de ChristenUnie en Leefbaar Ridderkerk zijn beantwoord en gevoegd bij de vergaderstukken van de raadsvergadering van 21 november onder agendapunt 7. Dus die is daarmee afgehandeld. Actie 5, gebruik toestel OKK in de Werf. Kan vanuit het college een streefdatum worden genoemd? Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dit is bij OZHW onder de aandacht gebracht, dus die kan afgedaan worden. Het is gebeurd. De voorzitter: Dan wordt die als gereed gemeld. Agendapunt, actiepunt 6 en 7. PP ‘t Ronde Sant en programma Lucht en Geluid. De vragen zijn schriftelijk beantwoord en bij de vergaderstukken voor de raad van 21 november geplaatst. Zijn dus afgedaan. En dan nummertje 7, en dat had 8 moeten zijn, tarieventabel afvalstoffenheffing.
De vraag is schriftelijk beantwoord en bij de vergaderstukken voor de raad van 12 december geplaatst. Is ook afgedaan. En dit agendapunt nu ook.
4.
Rapport Rekenkamer Ridderkerk Sturen op woondoelen De voorzitter: Agendapunt 4, rapport Rekenkamer Ridderkerk Sturen op woondoelen. En ik nodig de heer De Lange uit om hier voor mij plaats te nemen. De voorzitter van de Rekenkamer, de heer Démoed, is niet aanwezig vanavond. En in zijn plaats zal de heer De Lange de taken waarnemen. Ik zal eerst een rondje doen hoe we dit gaan aanvliegen. Dat is bij u allemaal bekend. En dan is het even voor iedereen helder. Eerst krijgt Pagina 1 van 34
het lid van de Rekenkamer gelegenheid om een inleiding en toelichting te geven op het rapport. Dan krijgen de commissieleden gelegenheid tot het stellen van vragen aan de Rekenkamer. Dat gaat per fractie, één spreker. Nadat alle vragen zijn gesteld, krijgt de Rekenkamer de gelegenheid om een aantal afrondende opmerkingen te maken die zij nog graag onder de aandacht van de raad wil brengen. In dit geval de commissie, maar ten behoeve van de raad. Dan, als de commissieleden daar behoefte toe hebben, dan kunnen ze vragen stellen aan de griffier. Ik heb vergeten te melden dat de griffier Van Straalen afwezig is vanwege ziekte en dat hij wordt waargenomen door de heer Slingerland. Die zal dus in dit geval bij dit punt ook optreden. Dan kunnen de vragen worden gesteld aan hem over het raadsvoorstel en het ontwerpraadsbesluit. En indien de griffier behoefte heeft, kan hij het voorstel nog toelichten. Dan krijgt wethouder Van der Duijn Schouten de gelegenheid om op het rapport en het raadsvoorstel te reageren. Dat is het. Dan beginnen we met het eerste punt. En dan geef ik het woord aan de lid van de Rekenkamer, de heer De Lange, om een inleiding en toelichting. te geven op het rapport. Aan u het woord. De heer De Lange: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het belang van wonen, daar hoeven we het denk ik niet over oneens te zijn.
In deze tijd is wonen een zeer actueel en een zeer kwetsbaar punt in Nederland. Het onderzoek initieel was gericht op grondbeleid, maar al snel bleek dat er aan grondbeleid niet zo heel veel nog is in Ridderkerk. De grondpositie van de gemeente is zeer beperkt. Daar heeft het onderzoek zich al vrij snel uitgebreid naar, wat zet de gemeente Ridderkerk in allemaal voor beleidsmiddelen voor wonen. Dat is toch wel echt de hoofdrichting van dit rapport geworden. Waar je denkt van, hoeveel woningen hebben, hoeveel mensen willen een woning, wat moeten we bouwen, hoe moeilijk kan het zijn, zie je dat dit een buitengewoon ingewikkeld beleidsterrein is met allerlei provinciale lijntjes, diverse verschillende gemeentelijke beleidstukken. En met name die complexiteit, die komt denk ik duidelijk in het rapport naar boven van, raad, waar vindt u nog in alles wat hier speelt, enigszins helder van, wat is nou de ambitie van de gemeente, wat is de plannen van de gemeente en wat zijn nou werkelijk de resultaat van de gemeente? En daar hebben we enigszins geprobeerd een tipje van de sluier op te lichten, maar zelfs de deskundige, we pakken als Rekenkamer een iets andere insteek tegenwoordig. We zijn ooit begonnen met vooral adviesbureaus, maar we proberen nu echt meer expertisebureaus in te huren voor dit soort onderzoeken.
Zelfs de echte deskundige had van, sommige stukken rapportage, sommige cijfers zijn zelfs voor mij als expert, zei die betreffende persoon, zijn naam weet ik niet meer, heel moeilijk te duiden. Dus dan is het voor jullie als raad denk ik nog een stuk moeilijker. Die samenhang en die concreetheid daar heeft denk ik zowel het college als de raad heeft daar baat bij om dat proberen duidelijker te krijgen. Dus gezamenlijk streven naar, en dat wordt er ook duidelijk als advies gegeven, naar iets van een dashboard-achtig gebeuren dat je echt duidelijk kan zien van, en ook naar de burgers toe trouwens, van, dit willen we, dit zijn ook wel afspraken die we bijvoorbeeld provinciaal hebben gemaakt. Hier zijn we nu mee bezig, dit zijn vaste plannen, dit zijn nog wat minder vaste plannen. En ja, dergelijke inzicht is denk ik voor alle partijen buitengewoon waardevol en dat is dan ook denk ik het belangrijkste advies wat de Rekenkamer hier geeft. Even verder kijken. De tweede, wat ook wel een belangrijke is die hier naar voren komt, is dat er nog best, en zeker met de nieuwe wet op de Wet ruimtelijke ordening, ja toch? Omgevingswet heet die tegenwoordig, dank u wel. Met de nieuwe Omgevingswet zijn die middelen verruimd, dat er meer beleidsmiddelen beschikbaar zijn dan nu toegepast worden.
En dat vraagt misschien wel een iets andere insteek van de gemeente naar de partijen die bouwen, met name de private partijen. Maar het idee is toch wel dat dat de moeite waard is om daar naar te kijken en daar proberen een wat uitgebreider spectrum van die mogelijke beleidsmaatregelen om die in te zetten. En die liggen met name rondom het ruimtelijke spoor, rondom…Nou goed, dat heet tegenwoordig niet meer, nou ben ik het alweer kwijt. De nieuwe, het is de omgevingsplan nu, nee? De omgevingsvisie? Zou ik even moeten spieken. Dus in ieder geval die Omgevingswet, om die middelen beter te gaan inzetten, dat is echt wel het advies wat wij hier geven. Verder inhoudelijk ziet het er dus naar uit dat de ambitie die er ligt, dat die nog steeds wel haalbaar is. Pagina 2 van 34
Dat is toch wel het beeld, we hebben niet kunnen doorprikken van, we lopen echt ver achter. We zien wel die terugval in bepaalde, omdat er gesloopt wordt, terugval die later weer ingehaald moet worden. Dat is wel iets wat absoluut de moeite waard is om scherp op te zijn. Maar het is nog niet zo dat we hebben echt kunnen constateren van, we gaan de doelstellingen nooit halen. Maar het grote probleem ligt hier rondom, is het nou wel duidelijk of we die doelstellingen halen? Zijn die cijfers nu wel helder voor alle partijen die daarmee bezig zijn? En daar wou ik eerlijk gezegd mijn toelichting bij laten, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. En daarmee is bij ons weer gelijk het onderwerp opgefrist en komt alles terug in het geheugen. En dan is er nu gelegenheid om vragen te stellen. En ik inventariseer even de fracties die daarvan gebruik willen gaan maken. Vier vragen door de ChristenUnie. Twee vragen door Leefbaar Ridderkerk. Vijf vragen door het CDA. Vier vragen door de Partij van de Arbeid. Eenmaal, andermaal. Dan is het woord aan mevrouw Kayadoe van Leefbaar Ridderkerk om de twee vragen te stellen. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter. In het Rekenkamerrapport staat ook vermeld dat bij conclusie 5 nog niet alle instrumenten voor sturing op woondoelen worden gebruikt. Daar staat onder andere staan de startersleningen tussen.
Is de Rekenkamer niet geïnformeerd dat we daar wel beleid voor hebben? Dat we dat recentelijk nog geactualiseerd hebben? En met betrekking tot de informatievoorziening van de raad, krijgt de Rekenkamer ook al een raadsinformatiebrief te zien hoe we op de hoogte gehouden worden? Dat was het even voor nu. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Lange. De heer De Lange: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Startersleningen, ik weet niet als we die gemist hebben waarom we die gemist hebben. Ik weet niet hoe recent dat is. Het is nu ook een periode dat we naar gekeken hebben. Ik weet niet of dat in die periode speelde. Raadsinformatiebrieven, zover mij bekend hebben alle raadsinformatiebrieven zijn door de onderzoekers doorgenomen. De voorzitter: Mijnheer Mijnders, CDA, u wilt stapelen. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Stapelend op de tweede vraag van mevrouw Kayadoe. Als aanbeveling voor het college geeft de Rekenkamer aan dat het college de raad moet betrekken bij verschillende initiatieven. En ik denk ook dat mevrouw Kayadoe daarop doelde, we als raad inderdaad veel raadsinformatiebrieven krijgen over intentieovereenkomsten, wat er op dit moment gebeurt, hoeveel woningen er worden gebouwd.
En in die aanbeveling gaat u in het tweede gedeelte meer in op de inhoud, maar ik wil focussen op het eerste gedeelte, namelijk dat u aangeeft als Rekenkamer, betrek de raad meer bij dit soort initiatieven. Maar waar denkt de Rekenkamer aan? Want we krijgen inderdaad al best wel veel informatie vanuit het college en als we informatie tekort komen dan vragen we daar ook om als raad. Regelmatig ook in artikel 41 vragen. Dus ik vroeg me af, waar doelt de Rekenkamer op bij aanbeveling 4 richting het college? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer De Lange. De heer De Lange: Waar de Rekenkamer hier op doelt is dat de raad wel vaak geïnformeerd wordt, maar dat de raad dat informeren ervaart als, en het is al helemaal voldongen en we kunnen er niet meer op sturen. En de uitdaging die hier ligt is denk ik om de interactie tussen de raad en het college hier iets naar voren te halen, dat er geïnformeerd wordt in de fase dat de raad nog wel daadwerkelijk kan sturen op de plannen die er dan liggen. Pagina 3 van 34
De voorzitter: Dan zijn we klaar. De heer Mijnders van het CDA wil nog een keer stapelen. Gaat u verder. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp het antwoord en ik denk dat heel de raad ook echt wel aan het zoeken is van, wat is nou het juiste moment. Maar regelmatig als er een intentieovereenkomst is getekend door het college, dan wordt op zeer korte termijn worden we als raad op de hoogte gesteld door middel van de raadsinformatiebrief. Dus ik vroeg me af, aan welke eerdere momenten denkt dan de Rekenkamer waarop we dus, als er al iets duidelijk is, waar we als raad dan eerder op geïnformeerd zou kunnen worden door het college? De voorzitter: Mijnheer De Lange. De heer De Lange: Dat betekent dat in een eerder voortraject duidelijkere, scherpere kaders voor wat er in dat gebied zou moeten komen, gesteld moeten worden dan nu het geval is. En dan kom je bij die omgevingsplannen terecht. De voorzitter: Mijnheer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. Ik denk wel dat ik de verwarring een beetje begrijp. Want volgens mij ligt het erom dat we wel geïnformeerd worden, maar dat we niet aan de knoppen zitten.
Dus een informatieplicht vanuit het college is volgens mij niks mis ,maar moeten we nou onszelf kijken van, wat willen we met die informatie doen? En dan zou het bijvoorbeeld kunnen dat je zegt van, als er intentieovereenkomsten gesloten worden, zetten we die bijvoorbeeld standaard op de commissieagenda. En als er dan niks over is, dan kan je hem gewoon laten passeren, om het zo maar te zeggen. Maar daardoor heb je wel een moment dat je in ieder geval zegt van, dan zijn we iets meer in controle. Zou dat iets zijn? Dat is richting de commissie ook. De voorzitter: Mijnheer De Lange. De heer De Lange: Inderdaad, dat is waar jullie naar op zoek moeten. Een iets eerdere vorm om niet alleen maar geïnformeerd te worden, maar ook daadwerkelijk te kunnen sturen. Want dat is natuurlijk het vraagstuk wat hier ligt. De voorzitter: Misschien mag ik er als voorzitter van deze commissie op wijzen dat alle raadsinformatiebrieven op elke agenda staan en geagendeerd kunnen worden door middel van een gespreksnotitie. Dus de raad kan zelf ervoor kiezen om die knoppen te pakken. Dan zijn we door de vragenronde van mevrouw Kayadoe heen en gaan we naar de heer Kooijman, ChristenUnie. U heeft vier vragen, ik stel voor, twee om twee. Als het heel ingewikkeld is mag het ook met eentje los. De heer Kooijman: Nee, ik denk dat het twee om twee kan. Allereerst even over de twee casussen die zijn toegepast.
Kunt u nog aangeven wat de overwegingen zijn geweest om juist voor die twee casussen te kiezen? Dus die van de Knarrenhof en de Blaak. En de tweede vraag is dat, die twee casussen zijn voorbeelden van voor de Omgevingswet. U had het er net ook al eventjes over. In uw aanbevelingen geeft u bijvoorbeeld aan om juist ook meer voor gebieds- en kavelpaspoorten op te laten stellen. Waar we ook als raad meer zeggenschap over kunnen hebben. En hoe past dat wat u betreft in de nieuwe manier van werken binnen de Omgevingswet? De casussen zijn van voor de Omgevingswet. U maakt op basis van die casussen conclusies, of aanbevelingen, eerst conclusies en dan aanbevelingen over, wat zouden we moeten doen om dat soort situaties te verbeteren. Maar inmiddels gaan we, vanaf dit jaar gaan we werken met, of vanaf vorig jaar is het
Pagina 4 van 34
al inmiddels, werken met de Omgevingswet en is de systematiek wat anders. En mijn vraag is, op welke wijze past uw aanbeveling dan in de nieuwe werkwijze in de Omgevingswet? De voorzitter: Mijnheer De Lange. De heer De Lange: De casussen zijn met name gekozen vanuit het oorspronkelijke plan van dit onderzoek om op basis van grondposities van de gemeente te kijken van hoe die gebruikt worden. Dus dit waren de projecten waar nog de gemeente iets over de grond van die betreffende casussen te zeggen hadden, zover ik weet. Ik zie grote vraagtekens op uw hoofd. Op die tweede, dat moet ik later even uitzoeken, dat heb ik niet paraat. Dus dat kunnen we later nog eventueel beantwoorden die vraag. De voorzitter: Dan stel ik voor dat die vraag schriftelijk wordt beantwoord achteraf. En dat die voor de raadsvergadering via de griffie wordt toegestuurd. Gaan we naar de volgende twee vragen van de heer Kooijman. De heer Kooijman: Even misschien nog een kleine toelichting op de frons vanuit het eerste antwoord. Ik denk dat de Knarrenhof daar was wel een grondpositie van de gemeente, maar voor de Blaak volgens mij niet, want dat was gewoon van de woningbouwcorporatie. Ik was even verbaasd over net uw opmerking toen u aangaf, enerzijds gaf u eerst aan dat de raad niet helemaal in controle kan zijn omdat de monitoring, dat dashboard ontbreekt.
Dat kan ik ook teruglezen uit het rapport, maar vervolgens geeft u nu ook aan van, nou maar, wel geruststellend, de ambities zijn nog steeds haalbaar. Het is nog niet zo dat we hebben kunnen constateren dat de ambities niet haalbaar zijn. Maar waar heeft u dat dan op gebaseerd? En, maar het is misschien ook wel een lastige vraag hoor, dus u moet maar kijken of en hoe u daarop kan reflecteren. Ik heb de reactie van het college gelezen op basis van de conclusies en de aanbevelingen. Als ik dan eventjes het geheel grofweg plat sla dan zeggen ze van, de aanbevelingen die u doet en de conclusies die u trekt, het valt allemaal met me mee. Dus de samenhang die is er wel degelijk, rapporteren doen we wel degelijk in de P&C-cyclus, in de raadsinformatiebrieven. Dus ik vind dat ze dat wel heel erg nuanceren en dat maakt het voor mij als raadslid ook wel erg lastig om nou te gaan wegen van, wat is nou de waarheid? En ik ben wel benieuwd of u kan reflecteren op de reactie van het college? Want ik heb natuurlijk wel een nawoord gelezen van de Rekenkamer, maar die gaat eigenlijk niet echt sec in op de reactie van het college. De voorzitter: Deze vragen aan u geleid ik door aan de heer De Lange. Aan u het woord. De heer De Lange: We hebben niet kunnen constateren dat de ambities niet haalbaar zijn. Dat hebben we niet hard kunnen doorprikken.
Dus zeker weten dat ze haalbaar zijn, dat kunnen wij niet zeggen. Dat heb ik geloof ik wel zorgvuldig geformuleerd daarstraks. Ik denk dat de crux met name zit rondom, welke type woningen worden nu waar gebouwd? En dat die sturing daarop dat die niet gegarandeerd kan worden in de setting zoals het nu plaatsvindt. Aantallen, het is met name die sturing van, wat gebeurt waar. En met name richting starterswoningen, richting seniorenwoningen, dat soort zie je dat we daar kwetsbaarheden zien die echt wel denk ik verbetering vragen. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Vraag aan de heer De Lange dan, op basis van uw laatste antwoord, ik begrijp wat de heer De Lange zegt, is het dan zo dat er een andere zienswijze is op hetgeen wat er aan de hand is? Dus dat het college er anders naartoe kijkt als dat de Rekenkamer er naartoe kijkt? Of zegt u, ik snap wel wat het college
Pagina 5 van 34
bedoelt, maar wij doelden op iets anders. Wij doelden namelijk op het type woningen bijvoorbeeld. Dus dat u op iets anders doelt dan waar het college op reageert. De voorzitter: Mijnheer De Lange. De heer De Lange: Nu moet ik even echt de reactie van het college opzoeken dan. De voorzitter: Ik zeg het even voor de luisteraars thuis, de heer De Lange vraagt…Neemt u maar even de microfoon. De heer De Lange: Welk punt precies van de reactie van het college is dit? Nu staat hij aan. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Dank u. Ik gaf aan, het is meer door de oogharen heen lezend, eigenlijk alle aanbevelingen waar het college eigenlijk stelselmatig zegt van, het valt wel mee, het is niet zo erg. En we rapporteren wel degelijk, er is wel degelijk samenhang. Dus eigenlijk op alle aanbevelingen 1 tot en met 5 wordt op die manier gereageerd, is mijn veronderstelling. De voorzitter: Mijnheer De Lange. De heer De Lange: Ik denk dat wij daar het beeld krijgen dat het college een iets meer geïnformeerde en ook iets meer in controle zijnde positie ten opzichte van dit vraagstuk heeft dan de raad.
En dat van daaruit het college inderdaad het beeld heeft van, we hebben dat best wel in de vingers, zij gaan ook al die overeenkomsten aan et cetera, terwijl wij juist op zoek zijn naar, wat is de rol en de positie van de raad in deze? En daar, en dat is ook uit die workshop gebleken, de raad vooral heeft van, we worden met voldongen feiten worden we gezet, we worden geïnformeerd, maar die sturing die is wel heel miniem vanuit de raad. En ik denk dat daar dat verschil in zit. De voorzitter: Het antwoord is helder voor de heer Kooijman. Dan is de heer Rijsdijk van de Partij van de Arbeid aan de beurt. Aan u het woord. Vier vragen, twee om twee. Als het complex is ook eentje mag. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het twee om twee doen. Er is een beperkt benchmarkonderzoek ook uitgevoerd en daarbij is er dan gekeken naar, ook naar Hendrik-Ido-Ambacht, Krimpen aan den IJssel en Capelle aan den IJssel. Onze vraag is, waarom specifiek deze drie gemeenten? En de tweede vraag, op een gegeven moment wordt aangegeven dat de gemeente stuurt op een maximum aantal woningen, maar dat je ook op een minimum aantal woningen zou kunnen sturen. Wat is het voordeel van het sturen op een minimum aantal? Kunt u dat iets meer concreet maken? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer De Lange. De heer De Lange: Dank u, mijnheer de voorzitter.
Benchmark is altijd zo vergelijkbaar mogelijke gemeenten in aantal inwoners, aantal oppervlak en dat soort zaken. En deze kwamen daar goed in de buurt. Ik denk ook dat ze heel leerzaam zijn geweest. Dus daar komt die keuze vandaan. Als je op een minimum aantal gaat zitten, dan kan je toch wel een beetje de grootte van de woningen beïnvloeden. Met een maximum aantal dan heb je heel gauw dat het eronder kan blijven en dat je relatief grote en dure woningen krijgt. Terwijl je via een minimum aantal natuurlijk wel echt kan sturen op wellicht minder dure en wat meer starterswoningen, et cetera. Er zijn nog andere manieren om dat te doen, maar die grijpen wel op elkaar in, al dat soort kaders die Pagina 6 van 34
je stelt voor dit soort ontwikkelingen. Dus vandaar dat dat sturen op een minimum aantal echt een interessant punt kan zijn. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Op het laatste antwoord nog even voortbordurend. U zegt, met een minimum aantal kun je makkelijker sturen op betaalbare woningen. Als ik het dan voor mezelf even concreet maak, stel je stuurt op een maximum aantal van 35 woningen, dan zegt u eigenlijk, dat kunnen dan 35 hele dure woningen worden, maar op het moment dat we zouden zeggen, minimaal 35 woningen, dan zou je dat nog met een aantal betaalbare woningen kunnen opplussen. Eigenlijk die gedachte. Kunt u daar, of ik dat zo voldoende concreet, kunt u daar nog even op reflecteren? Mijn andere vragen die betreffen, het ging net ook al, wanneer draait de raad nu aan de knoppen? Er wordt een opmerking gemaakt over, als het college de initiatiefovereenkomst al gesloten heeft. Maar er wordt voorgesteld over die programmatische en stedenbouwkundige kaders. En dadelijk onder de Omgevings, of nu onder de Omgevingswet is dat het omgevingsplan.
Maar zegt de Rekenkamer hier dan eigenlijk, ga als raad met het college in gesprek over het omgevingsplan? Of ziet u het nog voor zich dat het college het omgevingsplan presenteert en dat de raad daar dan op eventueel aanpassing op aanbrengt? Kunt u daar iets over zeggen? En mijn laatste vraag, die betreft de opmerking dat op een gegeven moment op bladzijde 7 wordt geconstateerd dat de gemeente zich wel afhankelijk vaak voelt van de initiatiefnemer van een woningbouwproject. Zeker ook als het particuliere grond betreft. Kunt u dat nog wat nader toelichten? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer De Lange. De heer De Lange: Dank u, mijnheer de voorzitter. Als je max 35 neemt, dan kunnen het ook drie hele grote worden. Om het maar even zo extreem neer te zetten. Want je hebt alleen maar een maximum gestuurd. Ja, ik chargeer nu even, ik trek het even, maar in die richting moet je het zoeken. Dat bij een max, dan kunnen partijen eronder gaan zitten. Terwijl als je een minimum stelt, dan kunnen ze daar in ieder geval niet onder gaan zitten. Dat is het idee achter die manier van er naar kijken. Wat betreft programmatisch stedenbouwplan en omgevingsplan. Ik denk überhaupt dat de raad met het college en het ambtelijke apparaat goed moet kijken van, hoe moet die Omgevingswet nu vorm krijgen in de sturing op het woningbouwvraagstuk? In het rapport geven wij daar wel wat handreiking aan.
Maar die hele implementatie van de Omgevingswet, dat is iets wat jullie zeer raakt. Wat de besturing van de gemeente zeer raakt. En daar gaan we niet op heel veel detail in. Maar dat is wel iets wat jullie heel actief met het college en ondersteund door ambtenaren eens goed moeten doornemen. Dat zou ik willen voorstellen. De afhankelijkheid van initiatiefnemers, we zien in de benchmark gemeenten die daar assertiever, actiever mee in touw zijn met proberen te sturen op die, met name de particuliere initiatiefnemers dan denk ik nu in Ridderkerk gebeurt. Veel gebeurt hier richting de woningcorporatie en that's it. En er zijn gemeenten die daar gewoon meer proberen ook particulieren, voor het karretje van de gemeente, zodanig te wijzen op maatschappelijke verantwoordelijkheid, et cetera. Dat niet alleen grote woningen gebouwd worden, maar dat die ook in het spectrum wat nodig is gebouwd wordt. Dat is een benadering. Er zijn andere benaderingen met natuurlijk gewoon de ruimtelijke inrichting die je kan bepalen, dus ook daar weer zijn verschillende benaderingen mogelijk, maar we zien daar wel dat dat iets steviger kan in Ridderkerk. De voorzitter: Wilt u daar nog op reageren? Dan krijgt mevrouw Kayadoe van Leefbaar Ridderkerk het woord om te stapelen.
Pagina 7 van 34
Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, stapelend. Als Rekenkamer heeft de twee casussen uitgebreid bestudeerd. Datgene wat u net ons vertelde, is dat sec op die twee casussen gestoeld? De voorzitter: Mijnheer De Lange. De heer De Lange: Dank u, mijnheer de voorzitter. Nee, dat is met name op de gesprekken met de ambtenaren en de gesprekken bij de betreffende ambtenaren van die andere gemeenten is dat gestoeld. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Mijnders, CDA. U heeft vijf vragen. Twee plus twee plus één is vijf. De heer Mijnders: Ja, en min drie zijn er twee. Dus ik heb nog twee vragen, voorzitter. Allereerst, de heer De Lange gaf aan dat de expert af en toe schrok. U gaf volgens mij een andere term, maar dat hij af en toe ook er niet meer uitkwam. Kan de heer De Lange specifiek uitleggen van wat voor dingen de expert nou echt schrok, waar hij nou echt niet uitkwam? Wat hij dacht van, dit doet de gemeente Ridderkerk echt op een verkeerde manier. En hoe zouden we dat dan beter kunnen doen? En mijn tweede vraag is, de Rekenkamer is ook op bezoek geweest of heeft gesproken met Capelle aan den IJssel. En daarin worden ook verschillende instrumenten aangegeven die Capelle aan den IJssel meer gebruikt of gebruikt, dat doen wij in Ridderkerk niet altijd. Er wordt onder andere over optoppen gesproken.
Zelfbewoningsplicht, maar die hebben we wel in Ridderkerk. En nog drie andere opties. En de Rekenkamer adviseert om ons als raad daarmee aan de slag te gaan, om daar iets mee te doen. Dat lijkt ons fractie wel interessant. Maar heeft de Rekenkamer ook doorgevraagd bij die gemeente of deze vijf instrumenten ook echt daadwerkelijk werken en ook echt daadwerkelijk resultaat hebben gehaald? Dus is het advies van de Rekenkamer meer van, die instrumenten gebruikt die gemeente, jullie nog niet, dus het zou een idee kunnen zijn. Of heeft de Rekenkamer ook echt ontdekt bij die gemeente van, ze hebben ook echt nut. Ze hebben echt een vooruitgang gebracht daar in die gemeente, Ridderkerk, jullie moeten dat ook doen. Dat waren de twee vragen, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer De Lange De heer De Lange: Dank u, mijnheer de voorzitter. De puzzel zat bij de expert met name rond de getallen, rond de definities van die getallen, welke woningtypen worden nu waar gebruikt en verschillen in rapportages. Bijvoorbeeld dat het percentage sociale woningen van het ene jaar naar het andere jaar veranderde wat we niet helemaal de herkomst van konden duiden. Dus daar zitten verschillende manieren van rekenen, verschillende manieren van modelleren van de totale, van alle woningen in Ridderkerk zitten daarachter, die we niet helemaal duidelijk konden krijgen.
Dus daar eenduidigheid in creëren is denk ik wel echt een voorwaarde om tot een goede rapportage of een goed dashboard voor woningbouw in Ridderkerk te komen. Zover ik weet zijn alle voorbeelden die door de referentie, door de benchmark gemeenten zijn genoemd, voorbeelden die daar goed werken. De precieze effecten en resultaten die hebben we niet in kaart gebracht. Maar dit vloeit voort uit de gesprekken met de betreffende ambtenaren bij die gemeenten. En die hebben niet naar voren gebracht, dit lijkt ons goed en dat lijkt ons een goed idee. Die hebben naar voren gebracht van, wij gebruiken dit, wij gebruiken dat en wij gebruiken dat succesvol. Maar de precieze getallen et cetera daarvan, die kan ik niet geven, die hebben we niet nagevraagd. De voorzitter: Is de vraag op beantwoording voldoende, mijnheer Mijnders? Dat is het geval. Zijn er nog spijtoptanten die alsnog een vraag willen stellen? Dat is niet het geval. Dan zijn we door de vragen heen. En dan krijgt de heer De Lange gelegenheid om, als hij dat wenst, een aantal afrondende opmerkingen te maken die u nog onder de aandacht wil brengen van de commissie. Pagina 8 van 34
De heer De Lange: Dank u, mijnheer de voorzitter. Wat mij het meest blijft hangen is het beeld van, misschien valt het wel mee bij de gemeente Ridderkerk. Misschien valt het wel mee bij de gemeente Ridderkerk. Ik denk niet dat het extreem zorgwekkend is. Het is wel een gemeente die natuurlijk in een situatie zit waar weinig mogelijkheden zijn, terwijl de ambitie, ook afgesproken met de provincie, toch best wel stevig is. Dus daar heeft de gemeente echt wel een uitdaging. En die ook daadwerkelijk mede gestuurd en gecontroleerd door de raad zien te realiseren, dat is denk ik wel iets waar jullie met zijn allen voor staan. En waar we hopelijk echt wel hier een aantal goede adviezen geven, goede inzichten en adviezen geven, om daar een tandje eventueel te kunnen bijzetten. Nogmaals, ik heb nu een zoon thuis wonen die ook op zoek is naar een woning, dus het komt mij na aan het hart wat hier gebeurt. Het is een stevig vraagstuk op het ogenblik in Nederland. En dat we hier iets aan kunnen bijdragen, dat hoop ik zeker met zijn allen. Dank u, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Dan dank ik u voor de toelichting en de beantwoording van de vragen en het reflecteren daarop. En dan mag u vanaf de publieke tribune dit agendapunt en de rest van de commissievergadering volgen.
Dan is er nu gelegenheid om vragen te stellen aan de griffier, en dat is in dit geval de plaatsvervangend griffier, over het raadsvoorstel en het ontwerpraadsbesluit. En eerst krijgt de heer Slingerland gelegenheid, als hij dat wil, om het voorstel toe te lichten. De heer Slingerland: Ik zal het even kort houden. Ik heb ook een aantal van u gisteren en eergisteren even aan de telefoon gehad. Waarbij, het is zo dat de Omgevingswet is dit jaar ingevoerd. Dat heeft een aantal gevolgen waar u in mee wordt genomen. Het is heel belangrijk, met name de omgevingsvisie, omdat u daar als raad richtinggevende kaders geeft. We hebben als griffie geprobeerd om de aanbevelingen van de Rekenkamer te vertalen in dat stelsel van die Omgevingswet. Bij beslispunt 3, de aanbevelingen 6 en 7, die zijn wat ons betreft met name om de raad inzicht te geven in de programma's voor gebieden die ontwikkeld gaan worden en duidelijkheid voor de raad van, wat komt eraan en hoe kunnen we daar invloed op hebben? Wij hebben proberen te beschrijven welke informatie wij dachten dat u daarbij nodig zou hebben. Teruglezend dacht ik, we hebben het wel heel erg concreet gemaakt. Maar dat is in ieder geval het doel van dat beslispunt 3. Om de juiste informatie te krijgen, zodat u sturing kunt geven.
En voor beslispunt 4, die aanbeveling over die instrumenten die in Ridderkerk nog minder of weinig of niet gebruikt worden, om die te overwegen. Daarvan hebben wij gezegd, neem dat nou mee bij een bijeenkomst die gaat over dat woonbeleid. En ook over toekomstige regelgeving. Zodat je daar op dat moment over kan praten. Dus in plaats van, dat het is van, overweeg dat, het idee van, overweeg dat op een specifiek moment. Als er vragen zijn zal ik proberen die zo goed mogelijk te beantwoorden. Ik ben benieuwd. De voorzitter: Welke commissieleden willen hiervan gebruikmaken? Mevrouw Van Nes-de Man, twee vragen. De heer Kooijman, ChristenUnie, ook twee vragen. Dan beginnen we met mevrouw Van Nes-de Man van Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Als het dan gaat over die aanbevelingen die jullie willen geven. Aanbeveling bij punt 7, geef het college opdracht te verkennen welke ontwikkelingsgebieden of bouwwerken, gebieds- of kavelspaspoorten kunnen worden vastgesteld. We hadden ooit een beeldkwaliteitsplan. Ik weet niet helemaal zeker of het zo heet, maar volgens mij wel. Voor heel Ridderkerk, wat gebieden aanwees, daar wordt terughoudend gebouwd, daar wordt het vrijgelaten, daar mag je eigenlijk bouwen wat je wil en daar moet het passen in de omgeving of klassiek of hoe je het noemen wil.
Bedoelen jullie daar iets dergelijks mee met die opmerking? En dan heb ik de tweede vraag, maar die is misschien straks ook aan de commissie. De heer Ros had het er net ook over. Die raadsinformatiebrieven, met name over die initiatiefvoorstellen, om die actief op de agenda te zetten. En jullie zetten erbij, of de griffie zet erbij als nota van, let op, dan kan er ook Pagina 9 van 34
worden ingesproken door inwoners. Dat is iets wat mij juist enorm aanspreekt. Dus hoe moeten we dat aanvliegen? Moeten we in de commissie bespreken of daar animo over is om die raadsinformatiebrieven actief op de agenda te zetten? Dus niet in het verzamelstaatje dat je een gespreksnotitie moet maken. Wat toch altijd een stukje omslachtiger is voor onze raadsleden. Of moet dat via een amendement of iets gedaan worden? Hoe pak ik dat aan? De voorzitter: Mijnheer Slingerland. De heer Slingerland: De eerste vraag over dat beeldkwaliteitsplan, even de aanbeveling 7, zoals die door de Rekenkamer gegeven is. Daarvan zeggen wij van, ga nou eerst kijken naar het systeem van de Omgevingswet, waarbij de omgevingsvisie eigenlijk de invulling van, eventuele invulling van gebieden, wat vroeger gebiedsvisies waren, dat zijn tegenwoordig programma's, waarvoor het college bevoegd is. Geef daar nou eens inzicht in, want dan kan de raad van tevoren zeggen van, als dat er aankomt, dan willen we daar graag bij betrokken worden. En hoe een beeldkwaliteitsplan past binnen het stelsel van de Omgevingswet, dat weet ik niet, maar dat was dus niet wat het advies is. Als u standaard dingen wilt agenderen voor de commissie, dan in principe kan de commissie daar zelf een afspraak over maken.
Dus dat zou een voorstel kunnen zijn richting de commissie, maar ik kan me in dit geval ook voorstellen dat men daar eventjes over na wil denken. Dus dat je dat dan in een volgende commissie bespreekt. De voorzitter: Voldoende, mevrouw Van Nes-de Man? Mevrouw Van Nes-de Man: Nee, vooral die laatste opmerking brengt me nu aan het twijfelen. We hebben het er nu over. Dan moet je, u zegt, erover nadenken, in de volgende commissie bespreken. Dus het is niet iets om te amenderen, begrijp ik dan. Ik ben gewoon zoekende, ik ben daar voorstander van, als die raadsinformatiebrieven actief op de agenda geplaatst worden, dat zal duidelijk zijn. Maar hoe vlieg ik dat dan aan? De voorzitter: Mijnheer Slingerland. De heer Slingerland: Ja, in principe is een amendement ook mogelijk. Als de raad uitspreekt door het toevoegen van een besluit om voortaan raadsinformatiebrieven over intentieovereenkomsten om die standaard te agenderen, dan is dat ook een mogelijkheid. De voorzitter: Mijnheer Van Zwienen, SGP. De heer Van Zwienen: Dank u wel, voorzitter. Ik zit er even over na te denken wat mevrouw Van Nes-de Man voorstelt, maar aan zomaar vulling voor een commissieagenda, dat is denk ik niet de bedoeling.
En als je natuurlijk iets belangrijk vindt, het staat nu al op de agenda, dan lijkt me het ook niet te veel werk om een paar zinnen op papier te zetten om het alsnog een keer apart te bespreken. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Mag ik daarop reageren? Oké. Wat u zegt, een paar zinnen en niet veel werk, dat deel ik dan niet met u, maar dat maakt niet uit. Maar er gaan allemaal zoveel weken overheen en je moet er wel allemaal erg in hebben. Want we hebben nu ook weer iets van 18 raadsinformatiebrieven op het lijstje staan. Soms ontglipt je er en als die nu actief op de agenda gezet worden, je hoeft er ook niks mee te doen. Als het allemaal goed is en het volstaat. Als je het idee hebt van, er is wat mee, dan staat het actief op de agenda. Pagina 10 van 34
Dan kan je er actief wat vragen over stellen direct aan de wethouder. En volgens mij is dat juist voor de raad een stap makkelijker. De voorzitter: Mijnheer Van Zwienen. De heer Van Zwienen: Ik begrijp dat op zich wel, maar nu hebben we het over de woondoelen. Een andere keer komt er weer een ander onderwerp ter sprake. Dat vinden we misschien ook belangrijk. En op een gegeven moment staan alle raadsinformatiebrieven op de agenda. Ik denk dat dat echt zijn doel voorbij gaat. Ik denk dat als iets zo belangrijk is om te agenderen, dat je dan op dit moment ook voldoende mogelijkheden hebt. De voorzitter: Misschien voordat we hier een hele discussie over hebben, dat mag best, maar in praktische zin is het misschien een idee om in het presidium eens van gedachten te wisselen hierover. En om dan zo nodig in het openbaar in de commissie, want de commissie gaat over zijn eigen agenda, om daar het gesprek te voeren. Ik ben ook best bereid om aan de griffie te vragen om er een keer een agendapunt voor in te ruimen om dit zo te bespreken. Mijnheer Ros, wilt u alsnog? Aan u het woord. De heer Ros: Ja, volgens mij hoort het hier wel thuis. Want we hebben het nu over de sturing en hoe we als raad in controle kunnen zijn op dit gebied. En zeker met de nieuwe Omgevingswet.
Dus we willen, ik denk dat we het met zijn allen eens zijn dat we niet helemaal achteraf alleen tekenen bij het kruisje als de woningen al verkocht zijn. En we worden keurig netjes geïnformeerd door het college. Dat ben ik mee eens. Maar daarmee zijn we nog niet dat we daar actief iets mee doen. En daar, volgens mij ziet dit op dat we actief, en alleen als de intentieovereenkomst bijvoorbeeld getekend is op dat moment of een ander moment. Maar dat je die raadsinformatiebrief, dat zijn er misschien, zullen er twee per jaar zijn. Misschien iets meer. Het gaat natuurlijk ook pas om de raadsinformatiebrief in de projecten die meer dan 11 woningen betreffen en meer dan zoveel vierkante meter. De voorzitter: De heer Mijnders van het CDA was goed in tellen, dus misschien dat hij u nog wat kan helpen met het aantal brieven. De heer Slingerland, die wil reageren. De heer Slingerland: Ik keek ook nog even naar het geadviseerde besluit 3.2.2, waarbij eigenlijk ook is aangegeven dat deze discussie misschien gevoerd kan worden in de bijeenkomst die dan in het najaar gepland wordt. Dus ik weet niet of dat voldoende is of dat u inderdaad, ik zie mevrouw Van Nes al nee schudden. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u.
Nee, het lijkt mij beter om dit, of dan, ik moet misschien een amendement maken, moet ik even over nadenken, of dat we in de commissie daartoe besluiten, want als ik het goed lees, zou dat ook mogen. Vooropgesteld natuurlijk dat er een meerderheid voor is, dat is logisch, maar om dat nu te doen, en dan kunnen we het juist in het najaar evalueren, dat je dan misschien zegt, we worden nou, de agenda puilt nou helemaal uit van de commissie, laten we met elkaar besluiten dat dit een stap te ver is geweest. Maar liever zo, als dat je achteraf zegt van, alles blijft hangen en we zijn allemaal zoekend. Dus als wij wat makkelijker bediend worden, is het voor ons ook iets eenvoudiger te behappen, denk ik. De voorzitter: Ik zie drie handen omhoog die willen reageren. Ik begin met de heer Mijnders, CDA.
Pagina 11 van 34
De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, ik begrijp de worsteling ook wel die mevrouw Van Nes en de heer Ros aangeven. Daar worstelen wij als CDA-fractie ook wel mee. Wat is nou het juiste moment om als raadslid een keer vragen te stellen over een intentieovereenkomst, over een project? Want we hebben regelmatig het gevoel gehad dat je net iets aan de vroege kant bent of net iets aan de late kant. Daar worstelen wij als CDA-fractie ook mee. Maar het is ook meerdere keren aangegeven, we hebben ook wel de middelen ervoor om dat aan te kaarten. Dat is ook een actie die we als CDA-fractie binnenkort ook gaan oppakken. We gaan ook proberen te kijken hoe dat werkt. We zullen binnenkort ook met een gespreksnotitie komen over het gebied van Trelleborg om te kijken, is dit nou het juiste moment om ook die vragen te stellen? Om de tweede vraag van mevrouw Van Nes te beantwoorden, of het altijd gelijk op de agenda moet komen, zullen wij als fractie nee tegen zeggen. Want ik denk dat de heer Van Zwienen het wel terecht aangeeft dat ondanks dat we het alleen maar over woningen onderwerpen zouden hebben, qua raadsinformatiebrieven, zou het nog eventueel behapbaar zijn. Maar er zitten nog veel meer raadsinformatiebrieven tussen op dit moment op de agenda, die wij als CDA-fractie ook reuze interessant vinden om te bespreken.
Alleen als wij dat zouden willen, dan moeten we dat zelf agenderen, is onze mening. En anders wordt de agenda gewoon veel te vol. Dus naar onze mening hoeft het niet dat een raadsinformatiebrief altijd meteen op de agenda komt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik begrijp dat de heer Kooijman nu hierop wil reageren. En dan krijgt u eerst het woord, want de heer Rijsdijk heeft zich ook gemeld. De heer Kooijman: Ja, maar eigenlijk is het hetzelfde als mijn reactie die ik al eerder had willen geven, want het begint aardig op een debatje te lijken. Wij waren als fractie van plan om, juist ook al als een van de onderdelen, dit punt ook in het debat te willen bespreken met de raad van, hoe willen wij nu als raad in controle zijn? Doen we dat via de commissie? Doen we dat via de huidige instrumenten die we hebben? Willen we daar op een andere manier mee omgaan? Dus mijn voorstel zou zijn om ook dit onderwerp gewoon te betrekken in het raadsdebat. De voorzitter: Dat is helder en dan zien we dat tegemoet. Mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik denk ook wel dat we gewoon goed geïnformeerd worden. Ik denk alleen dat we allemaal ook op zoek zijn op een gegeven moment naar iets van dialoog. En wat ik zelf wel charmant zou vinden is, we hebben nu het proces met de hoogtevisie en de visie op de agrarische gronden.
En daar wordt de commissie eigenlijk heel erg bij betrokken. En ook in fases kun je dan meedenken. Vervolgens gaat het college dan een stapje verder en kun je daar weer op reageren. Zoiets zou ik me bij bepaalde grote initiatieven ook wel voor kunnen stellen. Wij zouden daar eigenlijk wel graag het gesprek tijdens zo'n bijeenkomst ook over willen voeren met het college tijdens een van die bijeenkomsten die georganiseerd zou gaan worden. En ik zou daar dadelijk ook wel de mening van de wethouder over willen horen. Omdat de hele raad toch worstelt met het moment, wanneer kun je nu nog aan de knoppen zitten? Wat zou dan passend zijn? En wij vinden op zich dat proces, hoe dat loopt met die hoogtevisie dat je dat misschien wel vaker zou kunnen doen. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter. Ik werd even net getriggerd door de heer Mijnders van het CDA. Een aankondiging voor een gespreksnotitie, hartstikke leuk. Maar is dan ook de bedoeling dat dan de routing ook gelijk besproken wordt van, waar heb je als raad wel of geen invloed op? Is dat een beetje de insteek dan van een gespreksnotitie wellicht? Pagina 12 van 34
De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Goede vraag. Dat zou er best wel eens in kunnen zitten, ja. De voorzitter: Heeft u zo voldoende denkstof gekregen om te besluiten hoe u zich in het debat op moet stellen? En daar mag ik misschien als voorzitter nog aan toevoegen dat mij ook voorstellen hebben bereikt om de agenda juist te ontlasten en iets naar een andere commissie over te hevelen. Dus ik zou u willen aanraden om dat aspect ook mee te nemen. Dan ben ik even…Mijnheer Kooijman, u heeft ook nog vragen. Mijnheer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ik ben ook aan de beurt nu dan? Ik had ook inderdaad twee vragen, even en praktische, bij 3.1 en bij 3.2, daar wordt gezegd, het college te verzoeken. Normaal gesproken zijn we gewend, als we een motie bijvoorbeeld aannemen, dan wordt het college geacht om daar wel invulling aan te geven, maar die kunnen dat naast zich neerleggen, een amendement is het altijd verplicht om dat uit te voeren. Hoe moeten we dit lezen, dat is college te verzoeken, moeten ze daar dan invulling aan geven, bedankt voor het verzoek, maar we doen het niet. Dat was de ene vraag. En het andere, onze fractie worstelt toch wel heel erg met de inhoudelijke en misschien wel juridische kloppende uitwerking van punt 3, met allemaal sub-sub-subonderwerpen, maar we vinden het toch best wel lastig te doorgronden.
En wij wachten natuurlijk ook wel even af wat het college straks gaat zeggen, ook met name op dit aspect, of dit nou de juiste vraagstelling is. Maar stel nu dat het college straks zegt, nee, dat zouden we niet adviseren, want zo werkt dat helemaal niet, of het is niet kloppend. Hoe moeten we daar als raad dan invulling aan geven? Moet ik dan zeggen, nee, we gaan dit toch wel besluiten, of we nou het college gehoord hebben, dan moeten we dit voorstel gaan amenderen en punt 3 aanpassen of eruit halen. Ik worstel daar op voorhand erg mee. Maar misschien als het college straks zegt, fantastisch, dit is helemaal wat wij kunnen en willen en dat is de juiste invulling, dan wordt het misschien makkelijker. Maar ik was toch benieuwd of de griffier daar een antwoord op kon geven. En misschien daarbij ook in zijn algemeenheid de vraag of dit ook vooraf besproken is met de ambtelijke ondersteuning, met het college? De voorzitter: Mijnheer Slingerland. De heer Slingerland: Ik moet zeggen dat ik niet meer precies weet waarom wij gekozen hebben voor het woord verzoeken. Als u dat echt wilt weten, dan kan ik dat misschien nog wel nagaan. Maar het is inderdaad zo dat op het moment dat je het college verzoekt, dan is er de ruimte om te zeggen, dat doen we niet.
Aan de andere kant denk ik, in zijn algemeenheid, als de raad in meerderheid het college iets verzoekt, zal het college dat niet snel weigeren. Dus dat is meer een keuze, dat je zegt, daarmee maak je het iets vriendelijker dan dat je denkt dat het een of het andere meer effect heeft. College opdracht geven zou op zich ook kunnen, maar in onze ervaring worden de verzoeken van de raad meestal wel uitgevoerd. Wij hebben wat hier staat, hebben we wel besproken met de ambtenaar. Niet met het college. Wat dat betreft is het ook gewoon een onafhankelijk advies, voorstel, van de griffie. Wij zijn van mening dat wat hier staat dat dat past en dat dit inderdaad de informatie is die u zou moeten willen hebben. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Kooijman? Dat is het geval. Zijn er nog spijtoptanten met vragen aan de griffier? Dan dank ik de heer Slingerland voor de beantwoording. En nodig ik wethouder Van der Duijn Schouten uit om plaats te nemen. En van ambtelijke zijde de heer Van Beekom. Er is nu gelegenheid voor de commissie om vragen te stellen aan de wethouder. En daarna mag de wethouder reageren op het voorstel. Ja, daarna. Wilt u vooraf ook iets zeggen? Dat mag wat mij betreft. U heeft het woord. Ik was net ook in twijfel, dus ik had even ruggespraak hier. Ik kreeg het omgekeerde advies, maar als u dat wenst gaan we dat zo doen. Pagina 13 van 34
De heer Van der Duijn Schouten: Dat lijkt me op zich wel goed, want wij als college herkennen wel de worsteling. Ik heb ook een aantal jaren in uw raad gezeten, dus ik weet een beetje hoe dat gaat. Hoe krijg je nou grip op wat we in het verleden hadden, bestemmingsplannen, die kwamen aan het eind. En dan had de raad eigenlijk het idee van, je kan voor of tegen stemmen, maar heel veel anders kan je niet. We hebben dat recent met een BOPA-procedure natuurlijk ook gehad, dus ik herken dat wat u schetst wel. Tegelijkertijd denk ik ook dat uw raad ook veel bewuster daarmee omgaat dan ze misschien zelf zich realiseren, ook wat de onderzoekers hebben gerealiseerd. Want u stuurt wel degelijk. Ik bedoel, volgens mij hebben we het afgelopen jaar, naar aanleiding van ‘t Ronde Sant hier met elkaar, en heeft een van uw raadsleden of een groepje een gespreksnotitie geschreven, en hebben we met elkaar nadrukkelijk het gesprek gevoerd over wat u wenselijk vond op die locatie. Hetzelfde is in deze raadsperiode gebeurd over de ontwikkelingen aan de Blaak. Ook voordat daar bestemmingsplannen, zijn daar gespreksnotities geweest, is het gesprek over gevoerd. Het gesprek ging over van alles, niet over zeven of elf woningen. Dus mijn voorzichtige conclusie is dat u op dat moment andere dingen belangrijker vond dan dat aspect. Maar u doet het wel op momenten dat u iets belangrijk vindt.
De twee casussen die de Rekenkamer heeft uitgezocht, ‘t Ronde, de Blaak en de Knarrenhof, ook daarvan, u heeft van tevoren de intentieovereenkomst nadat die getekend was, en van ons een raadsinformatiebrief gehad. De onderzoekers geven ook aan, die intentieovereenkomst is nog niet juridisch bindend, dus we kunnen nog alle kanten op. En in die raadsinformatiebrieven informeren wij u over wat er gaat gebeuren, waarom we het wenselijk vinden, dat is met name bij de Knarrenhof nadrukkelijk, uiteengezet, het aantal woningen, tot op de laatste woning nauwkeurig, het type woning, dus al dat soort informatie komt in die raadsinformatiebrief op dat moment naar u toe. Dan het rapport zelf. Je moet denk ik ook concluderen dat sommige waarnemingen bij de onderzoekers tot een andere conclusie leiden dan tot ons als college. Zo wordt, en dan moet u mij even de vrijheid geven om te citeren, aangegeven dat op een gegeven moment rond de prestatieafspraken met Wooncompas, het proces hoe dat loopt, en uiteindelijk concludeert de onderzoekers dat het toch niet goed loopt, omdat de raad met een motie komt. Onze conclusie was dat dat proces juist heel goed liep, omdat uw raad met een motie kwam.
Want door die motie hebben we aan de voorkant het gesprek gevoerd, voorkwamen we dat als er al een concept ligt, u in een zienswijze procedure nog alles moet gaan sturen, en heeft u dat juist aan de voorkant gedaan. En daarmee is dat volgens mij ook weer een situatie waar u als raad het initiatief heeft gepakt, aan de voorkant bent gaan zitten, en waar het proces dus juist heel goed is gelopen, waar de onderzoekers concluderen dat het proces dus juist niet loopt. U ziet, ze constateren exact hetzelfde als dat wij doen, maar we verbinden daar wel wat verschillende conclusies aan. Ten slotte zag ik ook dat de onderzoekers nog concluderen dat als we wat meer over die zeven grondgebonden woningen aan de Blaak het gesprek hadden gevoerd, het proces daar wellicht veel soepeler zou zijn verlopen. Dan denk ik, dan zijn ze blijkbaar niet gehinderd door enige kennis van het proces wat daar allemaal speelt, want dat was daar echt niet soepeler van gegaan. Dat proces is moeizaam, daar weet u alles van, maar dat heeft weinig te maken met het feit dat daar een aantal woningen minder terugkomen. Dan, voorzitter, met betrekking tot het raadsvoorstel. Daar kunnen wij als college ons op hoofdlijnen wel in vinden.
Onder advies besluit 2, het is een hele nummering, 3.2.1.2 waar wordt aangegeven bij de evaluatie te betrekken het moment waarop de raad wordt voorgenomen plan en BOPA-procedures wordt geïnformeerd nu met een raadsinformatiebrief na het aangaan van de intentieovereenkomst. Dat suggereert een beetje dat wij u helemaal niet informeren dan pas op het moment van een intentieovereenkomst en ik denk dat dat ook niet helemaal terecht is, althans niet het beeld wat daaruit ontstaat. Er wordt dit moment een visie gevormd voor de Koninginneweg, daarover informeren wij u met zekere regelmaat wat het participatieproces oplevert en u wordt iedere keer nadrukkelijk voor dat participatieproces uitgenodigd. Dus daar wordt u bij betrokken. U wordt uitgenodigd om erbij te betrokken zijn en u heeft dus al mogelijkheden om te reageren en u wordt wel degelijk geïnformeerd en we zijn nog lang niet bij een intentieovereenkomst. Hetzelfde gebeurt voor het Trelleborg terrein, er is al een keer een informatiebijeenkomst geweest, daar was u voor uitgenodigd. We Pagina 14 van 34
gaan u binnenkort weer een update geven vanuit de ontwikkelaar waar ze nu staan met de visie, dan komt er weer een participatieavond waar u wordt uitgenodigd, of een middag of een ochtend, ik weet dat nog niet precies. Maar er zit toch ook wel informatievertrekking naar uw raad voordat die intentieovereenkomst er is. Maar het neemt niet weg dat het advies wij ons in dat besluit prima kunnen vinden zoals het hier staat. Puntje 4 wordt gevraagd om een bijeenkomst te organiseren in de tweede helft van het jaar om u te informeren over de Wet versterking regie volkshuisvesting. Dat lijkt me prima, maar dan moet hij er wel zijn. Dat ligt op dit moment al een maandje of acht bij de Tweede Kamer en dan zijn we er nog niet in dit land. Dus als die er tegen die tijd is is dan hebben wij natuurlijk ook wel tijd nodig om ons daar zelf in te verdiepen, de ins en outs en te kijken wat dat doet. Dus als die, nou ergens in het eerste, tweede kwartaal van dit jaar komt dan kunnen we dat de tweede helft van het jaar doen, maar als onze landelijke regering daar iets meer tijd voor nodig gaat hebben dan wordt dat natuurlijk voor ons ook lastig. Dan, voorzitter, ten slotte nog een wat meer hoog over opmerking, ik heb ook nog het advies van de griffie gezien bij advies 6 en 7 of de uitwerking daarvan. Ik snap dat en ik lees wat er staat en ik begrijp dat ook op veel punten wel.
Tegelijkertijd is het misschien ook nog wel goed om hier even te benoemen dat de Omgevingswet bedoeld is om zaken te vereenvoudigen en te versnellen. We hebben op dit moment nog als iemand een initiatief hier neerlegt, daar hebben wij geen invloed op, als iemand besluit om een initiatief in te dienen dan doet hij dat, nog een termijn van acht weken om daarover te beslissen. We hebben een aantal keer al met elkaar gesproken over die Omgevingswet en alles wat doet en aangegeven dat die termijnen best krap zijn, dus ik denk dat we er ook voor moeten waken dat we op tal van punten in plaats van in de versnelling die zo nodig is allerlei vertragingen in gaan bouwen, waardoor we die termijnen al helemaal in de verste verte nooit meer kunnen halen. Gewoon een algemene opmerking wat goed is, denk ik, u dat u dat aspect ook meeneemt in uw afwegingen en waar we ongetwijfeld de komende tijd nog met elkaar over te spreken komen. Voorzitter, dat, u bent het van mij meestal niet gewend bij zo’n onderwerp, maar toch maar even ook nog een kleine inkijk vanuit onze kant. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik heb er alle begrip voor dat u op dit dossier waar u zo actief in bent ook uitvoerig wilt reageren, dus dat was toegestaan. En is het nu toegestaan aan de commissieleden om vragen te stellen aan de wethouder.
Wie wil dat doen? De heer Kooijman, ChristenUnie, mevrouw, vier stuks, Leefbaar Ridderkerk, twee stuks, Partij van de Arbeid, vijf. Dan beginnen we met mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Kayadoe: Ik ga voortaan ook maar zeggen dat ik meer vragen heb, dan kom ik ook eens achteraan. Eigenlijk hoor ik de wethouder zeggen ten aanzien van het raadsvoorstel, punt 4 is overbodig. Eigenlijk, maar goed, interpreteer ik dat juist, als vraag. En dan met punt 3, kennis te nemen van de aanbevelingen. Ook daar hoor ik wat overbodigheden. Interpreteer ik dat juist of denk ik nu iets te gemakkelijk? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ik weet niet of dat makkelijk is, voorzitter, maar bij 4 wordt voorgesteld om in de tweede helft van het jaar een keer te kijken, wat doet nou die Wet regie volkshuisvesting. En dan ook eens te kijken naar instrumenten als splitsen van woningen, opkoopbescherming, zelfbewoningsplicht, kamergewijze verhuur. En ik denk dat het prima is als die nieuwe wet er is, daar een keer met elkaar het gesprek over te voeren. Maar wij moeten wel de tijd hebben om dat ook uit te diepen, te kijken wat het doet.
En dan kunnen die andere onderwerpen prima daar natuurlijk een plekje in krijgen om daar met elkaar een keer het gesprek over te voeren van, wat willen we, wat willen we niet? En een deel daarvan zal wellicht ook al landen in de omgevingsvisie straks, hoewel die wat meer als visie hoog over, dus die hele gedetailleerdheid zal er niet in zitten. Maar het is wat ons betreft prima om een keer zo'n bijeenkomst te organiseren in de tweede Pagina 15 van 34
helft van het jaar, mits die wet er is. En bij punt drie heb ik aangegeven dat het besluit nu zegt dat uw raad slechts geïnformeerd wordt bij de intentieovereenkomst. En ik heb dat willen nuanceren, omdat wij juist de laatste tijd proberen om u mee te nemen en aan de voorkant bij het proces te betrekken door ook, wat ik al zei, die participatieavonden te organiseren. U daar nadrukkelijk voor uit te nodigen. Dat geven we ook aan alle initiatiefnemers mee. Nodig de omgeving uit, nodig de raad uit, zodat u in ieder geval de gelegenheid hebt. En ik zie dat een aantal van u er ook gebruik van maakt. Er was pas een participatieavond over de Koninginneweg, daar zijn raadsleden. De Aldi heeft wat plannen, daar zag ik raadsleden. Dus u wordt er voor uitgenodigd en een deel van u maakt daar ook enthousiast gebruik van. En dat vinden we fijn. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Meer dan voldoende beantwoord voor nu. Dank u wel. Mijnheer Kooijman, ChristenUnie, twee vragen. De heer Kooijman: Ja, en misschien dat we als commissie ook het voorstel kunnen doen dat mevrouw Kayadoe voortaan altijd als laatste aan de beurt komt als ze dat op prijs stelt. Misschien kunnen we dat als commissie ook besluiten. Ik had vier vragen aan de wethouder. Ik zal ze per twee denk ik doen.
Ik gaf net richting de Rekenkamer, als ik het interpreteer, dan lijkt het college van alle conclusies wel enigszins af te zwakken. Of te zeggen, het valt allemaal wel mee, dat doen we wel degelijk. Ik heb daar al deels de wethouder al over horen zeggen, vertellen in zijn inleiding hoe hij daar tegenaan kijkt. Dus die snap ik wel. Mijn vraag nog wel is, trekt het college wel leerpunten uit dit onderzoek? En zo ja, welke zijn dat dan? En er stond in het rapport ook iets over de monitoring vanuit Wooncompas, die tot 2021 wel was gegaan, maar daarna is het gestopt, hebben ze het niet meer terug kunnen vinden. En mijn vraag is, weet het college wat daarvan de reden is en worden in de nieuwe prestatieafspraken, wordt er dan wel weer jaarlijks gerapporteerd? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Zitten hier voor het college leerpunten? Ja, ik denk een aantal leerpunten die we al zonder het rapport hadden opgepakt. En wat ik zeg, wij proberen uw raad bij dit soort dingen met name aan de voorkant te betrekken. En tegelijkertijd zit er, het college heeft bepaalde verantwoordelijkheden taken en uw raad heeft die. Dus het is daarin ook wel een beetje zoeken waar die liggen. Maar we wij doen ons uiterste best, maar dat deden we zonder het rapport al en dat hadden we met het rapport wellicht ook opgepakt, om u te betrekken waar nodig.