CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-11-28-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven RK 28 november 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag21.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven 28 november 2024 1.

Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Een hele goede avond, het is stipt 20.00 uur, dus ik zou heel graag de vergadering van de commissie Samen leven willen openen. Alle aanwezigen heet ik van harte welkom. Welkom raadsleden, burgerleden, college, publieke tribune, pers, ambtenaren en luisteraars, maar in het meest bijzondere, de heer Ringlever, want die mag weer een kaarsje extra uitblazen vandaag, van harte gefeliciteerd. Ik ga de luisteraars even vertellen dat wij een kleine traktatie hebben gehad en die was erg lekker, dank je wel. En op naar het volgende levensjaar, de heer Ringlever. Ik constateer daarnaast ook dat alle fracties vertegenwoordigd zijn en dan zou ik graag aan de commissie willen vragen of ik de agenda zoals die voor u ligt vast kan stellen. Dat is het geval, dan is de agenda bij deze vastgesteld.

2.

Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt 2, Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er hebben zich geen sprekers aangemeld.

3.

Vaststellen besluitenlijst commissie Samen leven 23 oktober 2024 De voorzitter: Dus wij kunnen gelijk over naar agendapunt 3, Vaststellen besluitenlijst commissie Samen leven 23 oktober 2024. Zijn er naar aanleiding van de besluitenlijst het verslag op- of aanmerking met betrekking tot de tekst of naar aanleiding van de inhoud? Dat is niet het geval. Dan is het besluitenlijst vastgesteld. Ten aanzien van de actie Samen leven, de actielijst is op 14 november behandeld in de commissievergadering, punt 5 tot en met 9 zijn inmiddels afgedaan. Actiepunt 4 wordt behandeld vanavond bij agendapunt 7.

4.

Plan van aanpak Jeugdhulp Ridderkerk 2025/2026 De voorzitter: Dan ga ik graag over naar agendapunt 4 en dan zou ik graag willen vragen of wethouder Piena, de heer de Regt en de heer Bom voor mij zouden willen komen zitten. Onderwerp is Plan van aanpak Jeugdhulp Ridderkerk 2025-2026. Het college heeft voor de lokale aanpak van de jeugdhulp een plan van aanpak opgesteld en de raad wordt voorgesteld ter uitvoering hiervan geld beschikbaar te stellen. De inzet is ter debat. Kunt u hiermee instemmen? Dat is het. Zegt u het maar, mevrouw Van Bennekom? Mevrouw Van Bennekom: Van Partij 18PLUS mag die ter vaststelling. De voorzitter: Vindt de commissie dat die ter vaststelling kan? Ik zie al handen van mevrouw Van der HeijdeKeijzer. U bent geen mevrouw, nee. CDA, zegt u het maar. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Wat ons betreft graag ter debat. De voorzitter: Dan gaat hij sowieso ter debat. Dat betekent dat u nu alleen maar technisch-inhoudelijke vragen kunt stellen. Wethouder Piena, heeft u nog iets toe te voegen? Wethouder Piena: Niet echt, voorzitter. In de eerste plaats wel dank voor alle gestelde vragen. Dat betekent dat iedereen zich toch wel heel mooi in dit onderwerp verdiept heeft, maar volgens mij is het plan van aanpak

Pagina 1 van 37

duidelijk en ook de achterliggende gedachte waarom we dit plan van aanpak vanavond presenteren. Ik wacht de verdere vragen rustig af. De voorzitter: Zijn er commissieleden die nog vragen willen stellen? ChristenUnie, hoeveel vragen heeft u? Zes. Hier voor de rest niet. VVD? Echt voor Ridderkerk? Eén. CDA? PvdA? En dat was het. Dan ga ik beginnen met Echt voor Ridderkerk, u heeft één vraag. Mevrouw Van Vliet. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel, voorzitter. Als eerste dank voor het beantwoorden van onze vragen. Er ligt een mooi plan voor. Mijn vraag betreft het antwoord wat ik heb gekregen op de schriftelijke vraag nummer 1 en dat ging over op welke momenten vindt er nou een terugkoppeling van de voortgang plaats aan college en vooral ook aan de raad? En er werd wel aangegeven wat er nou allemaal gebeurt, maar ik vroeg specifiek om de momenten en mijn vraag is, is dit om de twee, drie maanden, is het halfjaarlijks. Daar kon ik eigenlijk niet achter komen en ook in het antwoord zie ik dat nog niet terug. Dus ik zou graag verduidelijking daarover. Dank u. De voorzitter: Dan ga ik wethouder Piena vragen of hij deze vraag kan verduidelijken. Wethouder Piena: De vraag kan ik niet verduidelijken, ik hoop dat het antwoord ... De voorzitter: Het antwoord verduidelijken, excuus. Wethouder Piena: Het is heel lastig om data te geven waar wij met informatie terugkomen.

Het behelst natuurlijk een stuk onderzoek, het behelst ook op een gegeven moment bepaalde resultaten die bereikt worden. En vandaar dat het antwoord zo ingebed is, dat we aangeven op het moment dat er inderdaad een resultaat kenbaar is of dat stukje onderzoek is afgerond, dan komen we bij u terug. Zijn het kleine stukjes dan zal ik dat in deze commissie doen en anders komt daar een raadsinformatiebrief over. Ik kan niet specifieker zijn op welke moment of dat na een maand of na twee maanden of na zes maanden, daar ga ik mijn vingers op dit moment niet aan branden. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Dat is het geval, zie ik. Dan ga ik nu over naar PvdA, mevrouw Ripmeester, u had twee vragen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht ik ben een van de laatste die mijn hand heeft opgestoken, ik ben als laatste aan de beurt, maar ik heb inderdaad twee vragen nog open staan. Wij hebben een vraag gesteld over de koppeling met armoedebestrijding omdat armoedebestrijding, althans huizen waarin geen geldzorgen zijn, ook veel minder zorg naartoe gaat. Die vraag is wat ons betreft wat onduidelijk beantwoord.

Wij willen graag weten of daar ook een duidelijke link wordt gezien en of er ook echt wordt ingezet op het tegengaan, of nee, op een betere bestaanszekerheid in die huishoudens, zodat daardoor de zorgafname gerealiseerd kan worden? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is, omdat we gaan kijken naar data-analyses en gaan kijken naar hoe we kosten kunnen besparen, dat in relatie tot het toegenomen aantal jongeren met depressieve klachten en jongeren die eenzaam zijn, al dan niet omdat ze vallen op hetzelfde geslacht of omdat ze drugs gebruiken, houden we nog wel voldoende geld en capaciteit over om uitreikend te werken of gaan we ook kosten besparen door ons beetje achter in onze vesting terug te trekken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena, zou u beide vragen kunnen beantwoorden?

Pagina 2 van 37

Wethouder Piena: Jawel, voorzitter. Armoedebestrijding maakt geen onderdeel uit van dit plan van aanpak. Wij erkennen zeker als college dat armoedebestrijding belangrijk is, omdat het ingrijpt op vele gebieden in de samenleving. Echter, dit plan van aanpak is gericht op de jeugdzorg en om te bekijken op welke wijze we zo efficiënt en effectief mogelijk onze gelden kunnen inzetten. Daarmee maak ik gelijk even de link naar de tweede vraag, weliswaar kijken wij naar de mogelijkheden om kosten te besparen, maar dat wil niet zeggen dat wij de kwaliteit van de zorg uit het oog verliezen, ook daar kijken we naar. Maar het gaat er wel om dat we kijken, wat is nu echt jeugdzorg, wat valt er onder die jeugdzorg? En ook, welke eigen verantwoordelijkheid hebben mensen? Dus ja, we kijken naar kostenbesparing, maar we verliezen de kwaliteit niet uit het oog. En de scoop reikt niet verder dan echt de jeugdzorg waarbij we wel integraal rekening houden met alle andere deelgebieden, zoals armoedebestrijding, maar dat wil niet alleen met armoedebestrijding, daar willen we niet alleen bij laten, het is gewoon een integraal geheel. We kijken ook naar de schuldenproblematiek, eigenlijk wat we nu ook al doen. Maar het is niet een onderdeel van dit plan van aanpak sec.

De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, zijn uw vragen voldoende beantwoord? Mevrouw Ripmeester: Nog één verduidelijkingsvraag, als het mag. U zegt, we focussen niet alleen op de kosten, maar we kijken ook naar de kwaliteit. Die kwaliteit, die zien wij niet helemaal goed of duidelijk verwoord in het plan, maar wellicht dat dat op een later moment nog komt. En u zegt, we gaan vooral kijken welke eigen verantwoordelijkheid mensen hebben. Kunt u dan een concreet voorbeeld geven waarbij dat het geval zou kunnen zijn? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena. Wethouder Piena: Het gevaar van voorbeelden geven is altijd dat het nooit zo zwart-wit is. Maar om een makkelijk voorbeeld te geven, vroeger hadden we ook drukke kinderen in een klas en dat werden door de leerkrachten werd dat opgevangen, dat werd door de thuisfront opgevangen en nu zie je al heel vaak ook in het verlengde daarvan, met tentamenstress, dat wij dat een zorgelijke ontwikkeling voor de kinderen vinden en wij vinden dat daar jeugdhulp aan gekoppeld moet worden. Je zou die dingen ook kunnen normaliseren. Het is normaal dat kinderen examenstress hebben, daar moet men leren omgaan. Daarmee zou je kunnen zeggen, een eigen verantwoordelijkheid van ouders en kinderen daarbij behulpzaam zijn.

We hebben het er niet over mensen die suïcidale neigingen hebben, dat we daar eigen verantwoordelijkheid van ouders verlangen. Nee, natuurlijk niet, maar er zijn wel degelijk gradaties waarin we kunnen zeggen, dit behoort echt tot jeugdhulp zodat de kinderen die het echt nodig hebben kunnen blijven krijgen en de zaken die we echt wel vanuit de thuisfront ofwel vanuit scholen ofwel vanuit verenigingen ofwel vanuit de kerken met elkaar kunnen oplossen zonder dure hulp te moeten inschakelen. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, is daarmee ook uw aanvullende vraag voldoende beantwoord? Mevrouw Ripmeester: En ik heb weer vijf vragen erbij, maar ik laat het even hierbij. Het gaat voor debat, toch? De voorzitter: Zeker, dank u wel. Althans, daar gaat de commissie over, dat sluitrondje moet ik nog doen, maar als ik u zo hoort, dan weet ik al wat het antwoord gaat zijn. Dus dat is dan ook wel weer mooi. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, CDA, u had twee vragen, zou u die willen stellen, alstublieft? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Zeker, voorzitter, wil ik dat. In de beantwoording van een van onze vragen werd aangegeven dat de maatschappelijke organisaties et cetera geen gebruik dit jaar gemaakt hebben van het innovatiefonds. Is daar een aanwijsbare reden voor waarom dat niet gebeurd is of is het onbekend dat dat Pagina 3 van 37

fonds er is? Of nou noem maar op. En de tweede vraag, dan moet ik even mijn goede scherm voor pakken, we gaan dus met dit voorliggende plan kijken naar de ontwikkelopgave en de kostenbeheersing van de jeugdhulp. Nu zou het natuurlijk zo kunnen zijn dat daar allerlei zaken uitkomen die niet per se bij ons als gemeente de verantwoordelijkheid zijn, wat doen we daar dan mee als dat daar uitkomt en hoe kunnen we zorgen dat daar dan ook iets mee gedaan wordt zonder dat het alleen maar papier wordt wat we gaan zien? Dank, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena. Wethouder Piena: Met vraag 1 kan ik kort op zijn, geen idee wat de aanwijsbare reden is. Kan ik heel mooi verhaal over houden, maar ik denk niet dat iemand daar op zit te wachten. Wat doen we als het niet tot onze eigen verantwoordelijkheid behoort? Ik denk dat we als gemeente Ridderkerk al een aantal zaken hebben gedaan en dat zullen we ook voortzetten. Een van die zaken is bijvoorbeeld dat wij bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bij de algemene ledenvergadering een motie hebben ingediend, zoals u allemaal weet. Dat is een van de mogelijkheden om tegen het Rijk te zeggen, hé Rijk, als u wilt dat wij als gemeente ons werk goed kunnen doen, zorg dan voor voldoende financiën of zorg voor de juiste kaders, zodat wij ook ons werk goed kunnen doen.

Het tweede punt is dat we recentelijk een paar weken geleden ook al een ontbijtsessie hebben georganiseerd bij de Tweede Kamer vanuit de gemeenschappelijke regeling. Daar zijn een viertal wethouders, waaronder ik, zijn daar heen gegaan om met Tweede Kamerleden te praten, ook om onze zorgen te uiten. Niet alleen om geld te vragen, maar ook gewoon, waar lopen nu met zijn allen tegenaan? Hoe kunnen we elkaar helpen en hoe kunnen we nou zorgen dat de jeugdzorg en de jeugdhulp dat dat goed ingericht kan blijven? Dus dat soort zaken, daar moet u aan denken op het moment dat het buiten onze range valt, om dit op te tuigen. De voorzitter: Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, is daarmee uw vraag of zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval, zie ik. Dan ga ik nu graag over naar de VVD. De heer Velthove, u gaat beide vragen stellen? De heer Velthove: Dank u, voorzitter.

Ik zou graag willen vragen of de portefeuillehouder kan toelichten wat er gebeurt als we nu niet inzetten op meer grip, inzicht en regie in de jeugdhulp? Je zou kunnen zeggen, met andere woorden, wat is de nuloptie die we hebben? Is vraag één en de tweede vraag is, we delen het streven om meer inzicht te hebben in de kosten en meer regie te krijgen op de jeugdhulp en we hebben ook gelezen dat huisartsen een hele belangrijke partij zijn in de jeugdzorg als poortwachters van de zorg en daar zou de vraag zijn, ziet de portefeuillehouder hier kansen in de samenwerking met de huisartsen in relatie tot dit plan van aanpak om daar eventueel verbeterslagen in te kunnen maken en of die die dan ook zou kunnen toelichten, als hij die ziet? De voorzitter: We gaan het de portefeuillehouder vragen. Wethouder Piena, kunt u beide vragen beantwoorden? Wethouder Piena: Ja, dat kan. Ik heb ondersteuning naast me, maar ik kan het tot nu toe nog alleen af, dat is misschien wel fijn. Wat gebeurt er als er niets gebeurt? U heeft in het raadsvoorstel kunnen lezen nog drie andere opties waar u voor kunt kiezen, als u dit plan van aanpak niet wil. Maar ik kan het wel wat verhelderen. Stel als we niets doen, dan zullen de kostenstijgingen in de jeugdhulp zo gaan.

Er is geen beeld voor de luisteraars, maar die gaan gewoon echt steil omhoog en op een gegeven moment kunnen we dat met zijn allen niet meer bekostigen en dat zou betekenen dat de kinderen die echt hulp nodig hebben dat we die straks ook niet meer kunnen geven. En volgens mij willen we dat met zijn allen voorkomen. Dus de eerste opdracht aan ons allemaal is, en ook als gemeente, om te zorgen dat de kostenstijging gedempt wordt. En dat is Pagina 4 van 37

eigenlijk, dat is het antwoord wat ik kan geven als we niks doen, ziet u de kosten stijgen, hebben we op een gegeven moment geen geld meer voor en dan moeten we echt hele vervelende keuzes gaan maken, ben ik bang. Huisartsen, die zijn heel belangrijk op vele vlakken. Huisartsen hebben het ook heel druk. We proberen de huisarts daarmee te ontlasten, praktijkondersteuners, huisartsen op de ggz zetten we al bij een aantal praktijken in en we praten ook met de praktijken die dat nog niet hebben. Komt in februari meen ik ook een bijeenkomst met huisartsen en dan maken we dit soort onderwerpen bespreekbaar en hopen we dat zij in plaats van, het gebeurt nu ook al, dat ze naar de wijkteams verwijzen, maar dat ze niet rechtstreeks naar de dure specialisten jeugdhulp verwijzen, maar dat ze eerst richting of de POH gaan ofwel richting het wijkteam. POH is wel onderdeel van het wijkteam, zeg ik goed? Kijk even naar rechts, ja. En dat we daardoor ook integraal kunnen kijken welke problematiek erachter ligt en waardoor we misschien niet die dure specialistische jeugdhulp nodig hebben. Als we dat kunnen bewerkstelligen, dan hebben we al een deel van de wereld weer herwonnen, zou ik haast zeggen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Piena. Ik wil u nog wel even vragen of u POH even wil uitleggen voor de luisteraar? Wethouder Piena: Voorzitter, daar was ik mee begonnen.

Praktijkondersteuner huisartsen, die had ik al volledig uitgesproken. De voorzitter: Ja, maar misschien legt niet iedereen die link. De heer Kardol, u heeft nog een stapelende vraag? De heer Kardol: Dank, voorzitter. Even stapelend op die alternatieven, ik weet dat de gemeentes zijn die bewust hebben ingezet op budgetplafonds. Nou is daar wel iets toelichting op gegeven, maar kan daar nog iets uitgebreider worden ingegaan? Waarom daar niet voor te kiezen? De voorzitter: Wethouder Piena. Wethouder Piena: Voorzitter, kijk, budgetplafonds, dat betekent dat we een x-bedrag besteden aan die specialistische jeugdhulp of jeugdhulp in zijn geheel, is maar net hoe je het plafond inricht. En dat betekent dat het op een gegeven moment dat het op is, dat de jeugd die hulp nodig heeft, die krijgt het dan niet meer, want geld is op. En dat betekent dat de wachtlijsten langer worden, kinderen blijven langer op de wachtlijst staan en dat betekent dat hun klachten ook kunnen verergeren. Dus uiteindelijk zal dat denk ik tot hogere kosten leiden. Dus of budgetplafonds nu de oplossing zijn? Ik waag het te betwijfelen. De voorzitter: Dank u wel. Ik had ook nog de hand gezien van mevrouw Ripmeester, PvdA. De heer Velthove, ik kom zo bij u terug, één momentje. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik sloeg aan op het woord POH.

Er zijn steeds meer kinderen die niet lekker in hun vel zitten en daarvoor heb je een POH nodig die daar dus mee om kan gaan, maar heeft elke huisarts een POH en heeft elke huisarts een POH-GGZ? Want die heb je nodig en die zijn volgens mij heel schaars. De voorzitter: Wethouder Piena. Wethouder Piena: Voorzitter, kijk zo ook nog even naar rechts. Niet elke huisartsenpraktijk heeft op dit moment zo'n praktijkondersteuner ggz, een groot aantal wel. We zijn, wat ik al eerder dit verhaal gaf bij deze Pagina 5 van 37

commissie, dat we bezig zijn ook met de andere huisartsenpraktijken die hem nog niet hebben om daar ook overeenstemming over te krijgen om daar zo iemand te kunnen plaatsen. Maar ik kijk even naar rechts of mijn verhaal klopt. Ik zie er wordt gezegd dat het klopt. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ripmeester, u wilt daar nog even op reageren? Mevrouw Ripmeester: Iets preciezer, wat is een groot aantal van alles? Van hoeveel procent heeft dan wel? De voorzitter: Wethouder Piena, zou u die vraag kunnen beantwoorden? Wethouder Piena: Nee, ik kan een deel beantwoorden. We hebben een aantal grote praktijken die deelnemen en ik ga me daar even niet aan wagen de aantallen die niet deelnemen. Als u er echt op staat, wil ik het wel laten uitzoeken. Ik verwacht dat er twee of drie zijn, maar u mag het zeggen als u echt het antwoord op prijs stelt, dan komen we daar schriftelijk bij u op terug voor de raadsvergadering. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester? Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Nee, dat hoeft niet. Ik had inderdaad ook onthouden dat er maar twee of drie zijn in Ridderkerk. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik nu terug naar de heer Velthove, VVD. Zijn uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan heeft de ChristenUnie aangegeven zes vragen te hebben. Is dat nog steeds het geval? Zou u ze dan twee om twee kunnen stellen? De heer Haan: Dank u wel, voorzitter.

Eerste vraag is even verduidelijking van mij. Als ik het plan lees, trek ik dan de juiste conclusie dat die gericht is op het besparen en het effectief nemen van maatregelen, maar dat u tegelijkertijd zegt dat u niet verwacht dat deze inspanningen zullen leiden tot de kostendaling? En dan is mijn vraag voor effectieve werken en besparingen, is daarbij de medewerkers en teamleiders ook al nagevraagd en zijn die ideeën meegenomen in dit plan? Tweede vraag gaat over de bestemmingsreserves van het innovatie sociaal domein, volgens mij is deze bestemd voor innovaties, nieuwe initiatieven, voor de korte termijn om die te financieren. En we gaan nu deze pot leegtrekken voor een plan wat misschien noodzakelijk is, maar niet innovatief. Waarom wilt u hem uit deze reserve halen? En wat gebeurt er dan als er straks wel een verzoek gaat komen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Piena. Wethouder Piena: De eerste vraag was voor mij niet helemaal helder. Werd gevraagd besparing effectief werken, ik kijk even naar rechts of de vraag daar wel goed binnengekomen is? Kijk, de wijkteams en dergelijke worden straks ook ... Bij dit plan van aanpak zijn de wijkteams ook al, de teamleiders en de managers, zijn ook gewoon bij dit plan van aanpak betrokken, dus het is voor hen geen verrassing. En groot deel van dit plan, dat wordt ook al uitgevoerd door de wijkteams.

We werken al integraal, er wordt ook gekeken met doorverwijzingen et cetera, dus dat is niet nieuw voor die wijkteams en ze zijn zeker hier bij betrokken, als dat de zorgvraag was die aan uw kant leefde. Innovatiefonds, gezien het aantal aanvragen van de afgelopen jaren en het bedrag wat er is, hebben we dat ook niet nodig en het wil ook niet zeggen als we innovatieve subsidieaanvragen, laat ik ze dan zo noemen, dat die dan niet bekostigd kunnen worden. Dat is niet zo, maar dan zal die alleen niet meer uit dit innovatiefonds komen. We hebben voor 2025, hoewel de aanvraag al voor

Pagina 6 van 37

1 oktober ingediend hadden zijn, hebben wij ook nog een bedrag beschikbaar als dat mogelijk mocht zijn. Maar tot op heden zijn die aanvragen niet binnengekomen. De voorzitter: De heer Haan, ChristenUnie, zou u uw volgende twee vragen willen stellen? De heer Haan: Als antwoord op onze vraag 5, geeft u aan dat er mogelijk nagedacht kan worden over betekenisgeving van eigen kracht en gebruikelijke zorg. Kunt u een voorbeeld geven waar ik dan aan moet denken en het antwoord op vraag 6 bij van onze vragen, dat is eigenlijk niet het antwoord, onze vraag was, is het juist dat het principe goed is goed genoeg gehanteerd wordt om overbodige kosten te vermijden? En afhankelijk van dat antwoord heb ik een vervolgvraag. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Piena. Wethouder Piena: Vraag 1 schuif ik zo meteen door naar mijn rechterhand, voor de kijkers, mijn linkerhand, tenminste andersom, voor uw linkerhand. De vraag, even denken hoor, is goed goed genoeg? Professionals willen altijd heel graag het beste resultaat, het hoogste resultaat. Maar het kan ook zo zijn, als er een behandeling is waar mensen weer op de rit staan, dat dat voldoende is en dat je met een andere ondersteuningszorg dat je een kind weer verder kan helpen en dat kost minder dan dat je hem heel hoog in de specialistische hulp laat zitten. En dat bedoel ik ook een beetje met goed is goed genoeg.

Op een moment dat iemand een zes of een zeven heeft en weer zelfstandig verder kan met leven, dan kan je hem ook verder helpen op een lager zorgniveau. En dat is wat we bedoelen met goed is goed genoeg. Het hoeft niet allemaal een tien te zijn, met een zes of zeven kunnen we ook zelfstandig weer aan de samenleving deelnemen. En dat is een beetje globaal wat bedoelen met goed is goed genoeg. Het hoeft niet altijd een tien te zijn, hoeft op school tenslotte ook niet. De voorzitter: Volgens mij zou de eerste vraag nog even beantwoord worden door de heer Bom? De heer Bom: Gebruikelijke zorg en bovengebruikelijke zorg, dat is een toetsingscriteria die door onze onderzoekers wordt uitgezocht en wat daaronder verstaan wordt is, wat kan je van elke ouder redelijkerwijs verwachten in de opvoeding en de zorg voor de eigen kinderen en waar is het bovengebruikelijke zorg en eigenlijk voor ouders niet meer redelijkerwijs of zelf te doen of heeft een kind zorg nodig die afwijkt van de norm? Daarin wordt ook nog eens gecategoriseerd en ingeschaald op leeftijdsniveau. Bijvoorbeeld het zelfstandig tandenpoetsen, een kind van drie, mag je dat en kan je dat daar wel of niet van verwachten? Van een kind van acht mag je dat bij een normale ontwikkeling verwachten. En daarin kijken we, als een kind van acht dat dus niet kan, is het duidelijk dat het bovengebruikelijke zorg is.

Dat wordt allemaal onderzocht in samenwerking met eventueel betrokken specialisten en uiteraard de ouders. En dat wat nodig is bovengebruikelijke zorg wordt dan ook geleverd. De voorzitter: Dank u wel. Ik meende een hand gezien te hebben, maar dat is niet het geval? Mevrouw Ripmeester? Mevrouw Ripmeester: Ja, die zag u wel. Maar ik ben nog even aan het herkauwen op dit antwoord, dus die komt straks nog een keer. De voorzitter: Ongetwijfeld. De heer Haan, ChristenUnie.

Pagina 7 van 37

De heer Haan: Dank u wel, voorzitter. Nog even terug naar de wethouder met zijn antwoord op de vraag goed is goed genoeg. Ik begrijp dus dat dat niet ten koste gaat van onze kwetsbare jongeren. Zonder op details in te gaan en elke casus is apart, maar ik zit dan echt wel na te denken, wanneer hebben we nou als wijkteam echt het beste geleverd en wanneer zou dan ook goed genoeg zijn? Als u die, begrijpt u wat ik bedoel? Ik vind het wel interessant om te kijken waar dat verschil dan ligt. De voorzitter: Dit is tevens uw laatste vraag? De heer Haan: Nee, ik heb nog een paar. Zal ik er nog één stellen? De voorzitter: Ja, doet u er nog maar één. De heer Haan: Dat gaat naar aanleiding van de antwoorden op onze vragen 19 en 11. Even kijken, u antwoordt daar in het algemeen geldt dat alle project resultaten tot doel hebben om zorg en ondersteuning conform de regiovisie, nabij en passend, adequate en snel in te zetten.

Nu we toch de maatregelen gaan nemen, dan kan het toch niet anders dan dat effect gaat hebben op de jongeren? En kunt u dan niet één of twee voorbeelden geven, zodat ik ook daar een beeld van kan krijgen wat u daar nou mee bedoelt? De voorzitter: Wethouder Piena, zou u beide vragen willen beantwoorden? Wethouder Piena: Goed genoeg, voorbeelden, ga ik een beetje naar de praktijk maar kijken, die stuur ik even naar de heer Bom, als u het niet erg vindt, voorzitter, en naar de heer De Regt. Dan de tweede vraag, ik heb de hulplijnen ingezet. De voorzitter: De heer Bom, zou u als eerste de vraag willen beantwoorden? De heer Bom: Het is een complexe vraag, maar het komt veel voor dat ouders terechtkomen bij specialistische jeugdhulp. Dat is prima, dat is getoetst, daar horen de kinderen en die werken dan aan bepaalde doelen en als die doelen behaald zijn, dan is het zeer de vraag of de vervolgtraject eigenlijk naar, als je een cijfer zou zeggen, als je op een zeven geholpen bent, dan zou dat voldoende zijn. Maar gaandeweg ontstaan er vaak nieuwe doelen, nieuwe vraagstukken en zeker wanneer er ook een stukje vertrouwen is bij zo'n zorgaanbieder ontstaan, houden mensen graag vast aan die specialistische zorgaanbieder, wat ik kan begrijpen, één gezicht, één behandelaar. Maar dat vervolgstukje hulp, dat kunnen we ook heel prima vanuit het wijkteam zelf inrichten.

Daar zitten dezelfde bekwame medewerkers met dezelfde kwalificatie, die kunnen dat prima in staat doen, lokaal, dicht en voor heel veel minder. Nu maken we toch weleens de keus, vanwege die ene persoon en dat vertrouwen in die zorgverlener om dat dan daar te doen, terwijl het nieuwe doelen zijn die aanvankelijk er niet waren, maar ook minder specialistisch zijn. Dat is een keuze. Daar kun je, we denken dat dat wel wat zou kunnen opleveren als je dat dus dan toch dichterbij belegd of bij ons in het wijkteam zelf afschalen. Dus wil niet zeggen dat je dan stopt bij bepaalde zorg op een zeven, je kan altijd nog verder zorg verlenen. Maar hoe richt je dat in? De voorzitter: Dank u wel. Dan had de heer De Regt de eer gekregen om de andere vraag te beantwoorden. De heer De Regt: Voorzitter, dank u wel. De concrete impact is gevraagd, wat de actielijnen betreft. Is natuurlijk erg lastig als u de concrete impact vraagt. Ik wil een paar zaken langslopen. De wachtlijsten, dat is een van de acties, als je daar natuurlijk op inzet, dan betekent dat dat mensen niet hoeven te wachten, maar eerder geholpen worden. En dus wat de wethouder zei, als de wachtlijsten langer zijn, mensen langer moeten Pagina 8 van 37

wachten, de problemen alleen maar groter worden. Dus de impact is dat er eerder zorg is en het niet erger wordt. POH-GGZ is er eentje waar wordt bij de huisarts net al gezegd, uitbreidingen bij de andere huisartsenpraktijken, ook daar is natuurlijk is merkbaar dat er dus adequater wordt ingezet en op de kosten bespaard zou kunnen worden. Een andere is, de onderwijszorg, dus daar waar er geen wachtlijsten zijn in het onderwijs of waar het onderwijs inspeelt en goed samenwerkt met de gemeente was dus van plan zijn om afspraken te maken dat kinderen goed begeleid worden op school, zoals nu de pilot is op een speciaal onderwijs school en dat de zorg ook op school is. Als we dat soort zaken kunnen continueren, kunnen uitbouwen, dat zijn concrete zaken waar mensen iets aan hebben. De voorzitter: Dank u wel. Ik had nog net eventjes de hand van de heer Velthove gezien. VVD, u heeft nog een vraag, een stapelende vraag? De heer Velthove: Een verdiepende vraag op het antwoord wat zojuist is gegeven en ik begrijp dat het heel erg casusafhankelijk is. U sprak net over afschalen en andere doelen die worden gesteld en dan denk ik dat we dus casusafhankelijk gaan spreken.

Maar worden daar dan ook bijvoorbeeld de ouders weer meer in staat gesteld om deze doelen, om ook weer meer grip te krijgen en deze doelen te gaan behalen? En dus dat je het op die manier nog meer weg kan halen bij de zorg? De voorzitter: De heer Bom. De heer Bom: Dat is altijd het doel, om hulp te bieden zodat ouders geen hulp meer nodig hebben, weer zelfstandig zijn. Dus ja. De voorzitter: Dat antwoord is helder en duidelijk denk ik. De heer Haan, ChristenUnie, hoeveel vragen heeft u nog? Nog één. Zou u die dan willen stellen, alstublieft? De heer Haan: Jazeker, voorzitter. Dank u wel. Ik las ergens in de stukken dat er werd geschreven dat lokale zorg goedkoper is dan regionaal ingekochte zorg. In mijn hoofd is dat ... Leek me dat andersom. Kunt u uitleggen hoe dat zit? Want ik kan me voorstellen, als je het groot inkoopt dat het goedkoper is dan als je het lokaal moet regelen. Maar is dat afhankelijk van de zwaarte van de zorg? Of nou ja, misschien dat daar nog een korte toelichting op kan komen. De voorzitter: Wethouder Piena. Wethouder Piena: Voorzitter, het woord zegt al, specialistische hulp, specialismen zijn meestal duurder. Lokale hulp kan je ook weer op bepaalde manieren afschalen en het is gewoon een gegeven dat in de meeste gevallen lokale hulp goedkoper is dan specialistische hulp. Kan je gewoon aan de bedragen zien. De voorzitter: De heer Haan, ChristenUnie.

De heer Haan: Maar daarmee zegt u dus ook eigenlijk dat dat dan ook voldoende is, die lokale hulp. Dus dat wat we zelf kunnen doen is goedkoper dan als we het regionaal uitbesteden, als ik dat goed begrijp. De voorzitter: Wethouder Piena. Wethouder Piena: Voorzitter, volgens mij heeft de heer Bom net uitgelegd hoe het werkt. En ja, het antwoord is ja en ook met de afschalingsmogelijkheden, dat zien we daar ook, van regionaal naar lokaal, naar wijkteams. Dat kan in een groot aantal gevallen kostenbesparing opleveren. Pagina 9 van 37

De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn al uw vragen gesteld neem ik aan? Mevrouw Ripmeester, PvdA, is er nog een vraag naar boven gekomen of zegt u voor nu ben ik voldoende geïnformeerd? Mevrouw Ripmeester: Nee hoor, ik wacht dat ik in kan haken op de volgende sprekers. Komt goed. De voorzitter: Kijk eens aan. Dan heb ik nog een vraag. Ik hoor net dat er gezegd wordt dat uw kans voorbij is, maar gezien we inmiddels twee jarigen in ons midden hebben, dan krijgt u van mij die ruimte nog even. Mevrouw Ripmeester: Dank je wel, het is een feestje vandaag. Ik wil nog even inhaken dan toch op de wachtlijsten en het afschalen. Eén ding is, we hebben nu op de wachtlijst hebben we herbeoordeling, zijn die aan het einde van traject zijn gekomen. Ik dacht, waarom staan die op de wachtlijst, want dat is toch gewoon normaal? Dat is toch gewoon normaal dat je aan het eind van het dossier iets afsluit of waarom moet dat op een wachtlijst? En u zegt, we gaan nu afschalen en we gaan dan, nee, we gaan kijken waar we minder specialistische hulp kunnen inzetten en meer naar wat algemene, wat lokalere hulp. Maar ik blijf worstelen met de vraag over de positie van de ouders of die wel sterk genoeg zijn om dan ook nog steeds hun zorgen en wensen kenbaar te maken.

En ik hoorde het net, dacht ik ook al een beetje bij de VVD, hoe gaan we dan die ouders daarin betrekken? Want als zij niet dezelfde blijdschap en vertrouwen uitstralen, dan heeft dat ook weer een negatief effect op niet de kwaliteit, maar de effectiviteit van de zorg. Dus hoe gaat u de ouders meenemen? De voorzitter: Wethouder Piena. Wethouder Piena: Voorzitter, er worden trajecten afgesproken met jeugdige om ze te helpen op de rit te krijgen en soms blijkt dat er langere trajecten nodig zijn. Stel dat de zorg voor zes maanden wordt afgesproken, maar dat gaandeweg het traject blijkt dat kinderen misschien nog drie maanden of zes maanden langer nodig hebben, dan moet daar een herbeschikking van komen en dat zijn de herbeoordelingen volgens mij die plaatsvinden en daarom zeggen wij ook, die kinderen, die zorg die wordt gecontinueerd. Het enige nadeel daaraan is, dat is met de facturatie, maar dat is weer een heel ander verhaal, de facturatie kan pas komen naar beschikking en dat zit dan weer tussen gemeenten en de zorgverleners. Maar voor het kind maakt het daar niet uit, maar voor de wachtlijsten komt zo iemand wel op, want die moet nog een beschikking krijgen.

Hoe worden ouders meegenomen? We behandelen hier alleen het plan van aanpak voor de jeugdhulp, maar ook in onze wijkteams wordt integraal gewerkt, daar worden ouders ook in meegenomen en wordt er ook op andere leefgebieden gekeken waar ondersteuning nodig is. Dus in dit geval, als een jeugdige dus jeugdhulp krijgt, wordt er ook breder gekeken door de wijkteams wat er nodig is, dus ouders maken daar een onderdeel van uit. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Mevrouw Ripmeester: Dank u wel. Ik heb antwoord gekregen, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Geen spijtoptant meer? Dat is niet het geval. Is de commissie van mening nog steeds dat het ter debat moet? En hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? We gaan voor de eerste termijn van drie minuten, dus dan zitten we op een totaal ... Gaan we het redden binnen een half uur? Denkt u? Half uur of drie kwartier, zegt u het maar? Drie kwartier. Voordat ik overga naar agendapunt 5, wil ik nog even, want ik had net al gezegd, we hebben inmiddels twee jarigen in de zaal. Dat klopt ook, want de heer Ros is ook aanwezig in de zaal en ook die mag een extra kaarsje aansteken vanaf vandaag. Van harte gefeliciteerd. We zien de traktatie nog wel op enig moment tegemoet, denk ik. Pagina 10 van 37

5.

Integraal Veiligheidsbeleid 2025-2028 en Uitvoeringsplan Veiligheid 2025 De voorzitter: Agendapunt 5. Wethouder Piena, de heer De Regt en de heer Bom, dank u wel voor uw bijdrage. Agendapunt 5, ik wil graag burgemeester Oosterwijk en de heer Denijn uitnodigen hier voor mij te komen zitten. Onderwerp is het Integraal Veiligheidsbeleid 2025-2028 gemeente Ridderkerk en het Uitvoeringsplan Veiligheid 2025. De raad stelt elke vier jaar de kaders van het veiligheidsbeleid vast en daarin benoemt de raad de prioriteiten ten aanzien van veiligheid. In meerdere stappen is de raad meegenomen in het tot stand komen van het voorliggend beleid. De raad wordt voorgesteld het beleid vast te stellen, kennis te nemen van het uitvoeringsplan en extra geld beschikbaar te stellen. De inzet is ter debat. Kunt u daarmee instemmen? Dat is het geval. Burgemeester Oosterwijk, heeft u nog iets toe te voegen? Burgemeester Oosterwijk: Niet zozeer toe te voegen, maar ik vind het wel heel fijn om weer in het midden van de commissie te zijn.

3 oktober, toen we daar laatst met elkaar over spraken, dat voelt eigenlijk nog als de dag van gisteren en tegelijkertijd is er tussen de dag van gisteren en vandaag weer de nodige zaken verder uitgewerkt waardoor u niet alleen een Integraal Veiligheidsbeleid als definitief concept voor hebt liggen, maar ook een Uitvoeringsplan Veiligheid 2025 en daarin hebben we zo goed als mogelijk geprobeerd om zaken ook concreet een gezicht te geven. Ik ben benieuwd hoe daar de commissie naar kijkt en over denkt. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vragen vanuit de commissie? PvdA, hoeveel vragen heeft u? VVD heeft er vier. Echt voor Ridderkerk? Eén. SGP? Eén. GroenLinks? Eén. Dat was het? Dan ga ik gelijk bij GroenLinks beginnen. Mevrouw Horvath. Mevrouw Horvath: Dank u wel, voorzitter. Allereerst vonden wij het heel prettig om inderdaad wat de portefeuillehouder net ook zei, terug te zien in het Integraal Veiligheidsplan, maar ook in het Uitvoeringsplan. Gewoon een aantal dingen die we met elkaar als commissie hebben benoemd en besproken. Heel erg fijn, waaronder bijvoorbeeld sociale cohesie. En nou hadden wij in het uitvoeringsplan, hadden wij eigenlijk verwacht dat we ook iets terug zouden zien over het aanmoedigen van de inwoners van wijken om elkaar te ontmoeten en elkaar te helpen.

Kunt u daar misschien iets over zeggen en toelichten waarom dit niet in het plan is gekomen? De voorzitter: We gaan het vragen aan de portefeuillehouder, in dit geval burgemeester Oosterwijk. Kunt u deze vraag beantwoorden? Burgemeester Oosterwijk: Het is goed om met elkaar hier de vinger bij te leggen, want sociale kwaliteit is niet voor niks een onderwerp, wat ook in de bespreking van 3 oktober ruim de aandacht heeft gehad. Misschien is het korte antwoord wel tweeledig. Het eerste, ik denk dat we allemaal snappen, begrijpen en bedoelen, dat juist op dit vlak de winst feitelijk geboekt moet worden, maar dat we tegelijkertijd ook zien dat er op allerlei plekken plaats ook al goede invulling aan wordt gegeven. As we speak nu, vanavond, in het theater is er een bijeenkomst onder de kerkers met het Facet en de politie en andere partijen over Doeslief voor je buren. Heel mooi omdat daar op die manier te hebben. Ik heb net eventjes naar gekeken, ruim honderd mensen uit Ridderkerk die daar komen en dat is zo'n voorbeeld wat eigenlijk aangeeft dat we daar eigenlijk gewoon een continu doorlopende inzet op hebben. En het andere element van mijn antwoord is, het is een jaarplan 2025 en tegelijkertijd beoogt dat IVB een langere looptijd, namelijk vier jaar en het zou zo maar kunnen zijn dat we in 2026 daar een vervolg op maken, waardoor dat wat meer concreet gezicht krijgt.

Een jaar is maar 365 dagen en een beetje focus aan brengen is denk ik ook wel de kern van wat hier voorligt.

Pagina 11 van 37

De voorzitter: Mevrouw Horvath, GroenLinks, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik nu graag over naar de heer Kardol, SGP. De heer Kardol: Dank, voorzitter. De vraag gaat over het instellen van een veiligheidsrisicogebied. Ik heb de beantwoording op de vragen van 18PLUS gelezen, tegelijkertijd heb ik ook kennisgenomen van het nieuwsartikel dat Rotterdam hun veiligheidsrisicogebied verlengt met zes maanden, waarbij als je inzoomt op die verschillende kaartjes, het ook gaat over IJsselmonde en er staat geen hek tussen IJsselmonde en bijvoorbeeld Bolnes, dus in hoeverre is er ook overleg geweest met die driehoek, bijvoorbeeld is het niet noodzakelijk om dat gebied te vergroten? Dus ook op Ridderkerks grondgebied een veiligheidsrisicogebied aan te wijzen, want de problematiek is er natuurlijk wel degelijk. De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk, wilt u deze vraag beantwoorden? Burgemeester Oosterwijk: Ik snap de vraag wel. Er is ook in de schriftelijke vragenronde al door Partij 18PLUS een aantal vragen over gesteld. Ik denk dat we moeten beginnen met Rotterdam is Rotterdam en Ridderkerk is Ridderkerk.

Als het gaat om Ridderkerk hebben we met elkaar vastgesteld dat de inzet die in Ridderkerk is gepleegd in de eerste periode waarin we veiligheidsrisicogebieden hebben aangewezen, ook concrete aanleiding gaf op het Ridderkerkse grondgebied waartoe we op het Ridderkerkse grondgebied ook die veiligheidsrisicogebieden hebben ingesteld bij gevolg waarvan uiteindelijk dus ook preventief fouilleren mogelijk was. Daaropvolgend hebben we met elkaar natuurlijk ook gekeken, wat heeft het opgeleverd en wat is de stand van zaken per heden? En daar hebben we met elkaar simpelweg geconcludeerd dat de concrete aanleiding die er was, er op dit moment niet is. En je zult uiteindelijk ook moeten motiveren op basis van politiecijfers en dergelijke, dat je dan wel tot verlenging wilt overgaan, dan wel dat dat niet mogelijk is. Wat ik daaraan toevoeg is dat wij dus niet met het Rotterdamse hebben overlegd, hoewel politiediensten natuurlijk wel degelijk over de gemeentegrenzen heen hierover spreken. Maar je kunt niet zeggen, in IJsselmonde is er iets aan de hand en dus breiden we ook iets uit in Ridderkerk als er op het Ridderkerkse grondgebied niet concreet iets is wat aanleiding geeft. Laat ik er wel dit bij zeggen.

Met de driehoek heb ik ook besproken en afgesproken dat we natuurlijk wel bovenop zitten, als het gaat om het Ridderkerkse en als er ook weer concrete aanleiding is om de methodiek die we hadden weer opnieuw van stal te halen, dat we daar ook allemaal verantwoordelijkheid voor willen dragen en nemen. Maar proportionaliteit onder andere is wel een belangrijk wegens criterium. En we hebben ook afgesproken dat we gaan bezien of we bij het wegvallen van de mogelijkheid van preventief fouilleren kunnen bezien hoe we in samenspraak met de scholen alternatieve zaken kunnen benoemen en doen, die ook kunnen helpen om het ongewenst hebben van wapens bijvoorbeeld ook de kop in te drukken waar mogelijk, en dan kunt u bij denken aan bijvoorbeeld kluisjescontroles, maar meer dan dat. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag nog even de hand van de heer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. U had het over Rotterdammer is Rotterdam, Ridderkerk is Ridderkerk. Maar u heeft ook herhaaldelijk eerder al aangegeven dat het waterbedeffect wel degelijk zichtbaar is vanuit Rotterdam en Ridderkerk. Dus ik ben nieuwsgierig, in hoeverre is het waterbedeffect op uw netvlies en in dit document verwerkt? De voorzitter: Ik denk dat u die vraag aan de portefeuillehouder stelt en niet aan de voorzitter. Burgemeester Oosterwijk.

Pagina 12 van 37

Burgemeester Oosterwijk: Misschien moet ik wel zeggen dat het fenomeen waterbedeffect al zo lang bestaat als de weg van Kralingen, om het maar even op zijn Rotterdams te zeggen, dat we met elkaar daar ook op gericht zijn, alert op zijn. En als het zo is, dat al of niet door een waterbed uit Rotterdam dan wel vanuit een andere omliggende gemeente problematiek in Ridderkerk oppopt daar waar die eerst buiten de gemeentegrens aan de orde was, dan hebben we dus simpelweg die vis aan de haak die ons opnieuw in staat zou kunnen stellen om bijvoorbeeld opnieuw tot het inrichten van veiligheidsrisicogebieden over te gaan. Maar dat zal ook moeten blijken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kardol, SGP, is uw vraag voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik nu graag over ... Echt voor Ridderkerk laat de vraag vervallen, dat is helemaal prima. Dan ga ik nu over naar een PvdA, u had twee vragen, mevrouw Kramer-Blansjaar? Zou u ze allebei willen stellen? Mevrouw Kramer-Blansjaar: Dat wil ik. Dank u wel, voorzitter. Allereerst willen wij nogmaals de portefeuillehouder complimenteren met het Integraal Veiligheidsbeleid. Tevens willen wij de portefeuillehouder bedanken voor het opnemen van al onze input die wij op 3 oktober geleverd hebben.

Door die verwerking van onze input is bij hoofdstuk 4 bij de bullet Maatschappelijke ongenoegen polarisatie en radicalisering, heeft deze wijziging gezorgd voor een heel slecht leesbare zin, naar mijn persoonlijke mening dan. Wat wilt u nu precies zeggen bij deze bullet? Dat is vraag 1. Mag ik gelijk doorgaan, voorzitter? De voorzitter: Ik zie de portefeuillehouder zo driftig zoeken dat ik maar eigenlijk eventjes hem de tijd wil gunnen om deze vragen gelijk te beantwoorden. Want, ja, ik ben echt heel aardig vandaag. Is alleen vandaag. Burgemeester Oosterwijk heeft hem gevonden? Burgemeester Oosterwijk: Ik denk dat ik het gevonden heb, voorzitter. Pagina 21 van het IVB, bedoelt u denk ik? En dan het kopje Maatschappelijk ongenoegen, polarisatie en radicalisering. Ik denk dat daar vooral bedoeld is dat we met elkaar moeten onderkennen dat dit een thema is waar we ons toe zullen moeten verhouden. Dat er simpelweg en kijkt om u heen of laten wij om ons heen kijken, dat er natuurlijk sprake is van een toenemende mate van polarisering, radicalisering, maatschappelijk ongenoegen en dat dat is wat wij onderkennen en waartoe wij ook zullen moeten bezien of we daar concreet ook perspectief aan kunnen verbinden. Dat kun je heel plat slaan door bijvoorbeeld een linkje te maken naar de verkiezingen in 2026.

Als in Ridderkerk meer dan vijftig procent niet naar de stembus gaat als het gaat om gemeenteraadsverkiezingen, dan vind ik daar wat van. En dat zou zomaar te maken kunnen hebben dat er een vorm van maatschappelijk ongenoegen is, waar niet het gevolg van is. Maar je kunt er ook andere gezichten bij bedenken daar waar het ongenoegen over de straat loopt, rent, rolt en wat hele lelijke dingen met zich meebrengt waardoor de samenleving zoals we die in Ridderkerk volgens mij kennen en willen houden, ook onder druk zou kunnen komen te staan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kramer-Blansjaar, is deze vraag voldoende beantwoord? Ik dacht het al te zien, want volgens mij was de vraag of de zin wel helemaal klopt zo? Mevrouw Kramer-Blansjaar: Mag ik de portefeuillehouder dan uitnodigen of u de zin nogmaals wilt lezen? En ik denk dat u het dan met mij eens bent dat wat ons net verteld heeft, niet helemaal duidelijk wordt uit de zin zoals hij nu geschreven is. Dus mag ik u voorstellen, portefeuillehouder, dat hij de zin iets anders opstelt, waardoor duidelijker wordt wat u wilt zeggen? De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk.

Pagina 13 van 37

Burgemeester Oosterwijk: Dan zou ik toch wel echt een hele concrete suggestie willen vernemen, want volgens mij staat hier, als je kijkt naar de opbouw van dit hoofdstuk, prima benoemd waar het over gaat en als het zou moeten leiden tot een wijziging dan is het volgens mij ook aan uw commissie om daar een concreet voorstel over te doen. De voorzitter: Klopt inderdaad. Als u zegt, er moet een andere zin komen, dan moet u een voorstel doen, dan moet de commissie daar ook nog mee eens zijn. Dus dat is voor nu de werkwijze. Zegt u het maar, mevrouw Kramer-Blansjaar. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Dank u wel, voorzitter. Mag ik zo vrij zijn dan voor te lezen wat er staat? De voorzitter: Als het goed is hebben we allemaal kunnen lezen wat er staat, maar u zegt dat u een andere tekst daar zou willen zien? Wat zou uw tekstvoorstel dan zijn? Mevrouw Kramer-Blansjaar: Er staat nu, het gaat om inwoners die ontevreden zijn over het handelen van de overheid en zich expliciet tegen afzetten, diverse vormen van extremisme, polarisering en radicalisering. In mijn beleving is niet duidelijk wat er nu bedoeld wordt. Ik denk dat ze zich expliciet afzetten tegen de overheid, dat dat bedoeld wordt, dus ik denk dat de zin iets anders opgebouwd zou moeten worden, maar misschien begrijp ik het niet. Dan is het antwoord van de portefeuillehouder ...

De voorzitter: U bent duidelijk, maar wij moeten dan als commissie een tekstvoorstel ... Maar ik zie dat burgemeester Oosterwijk ook zijn hand opsteekt. Dus ik ga hem even het woord geven. Burgemeester Oosterwijk: Volgens mij gaat het over een tekstueel dingetje, als ik het zo mag zeggen. En als het zo zou moeten zijn dat het beter leesbaar wordt als het woord er ertussen plaatsen, dan gaat het volgens mij helemaal goed. Dan gaat het namelijk over inwoners die ontevreden zijn over het handelen van de overheid en er zich expliciet tegen afzetten. Dan hebben we een volgens mij Nederlands verantwoorde zin gevonden en het is natuurlijk aan de commissie hoe ze daarmee omgaan. De voorzitter: Is de commissie van mening dat het woordje er ertussen moet? Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Als je het woordje er tussen zet, dan loopt nog steeds de zin niet, want dan hou je over en er zich expliciet tegen afzetten, dat klopt, maar dan krijg je daarna diverse vormen van extremisme, polarisering en radicalisering. Dat is niet het gevolg van het eerste deel van die zin. Ik denk dat het woordje eruit moet en dat je zegt, en zich expliciet afzetten tegen diverse. Dat wordt misschien bedoeld. De voorzitter: Wellicht zullen we anders ... En nu gaat het een klein beetje onduidelijk worden voor een ieder, denk ik.

Als we deze vraag even tot als laatste even parkeren, dan behandelen we eerst even de andere vragen, dan gaan we ons daarna even tekstueel over dit stukje buigen. Mevrouw Kramer-Blansjaar, u had twee vragen. U heeft er dan nu nog één begrijp ik? Zou u die willen stellen? Mevrouw Kramer-Blansjaar: Dank u wel, voorzitter. Sorry voor de verwarring, maar ik heb graag dat zo'n belangrijk stuk duidelijk leesbaar is en voor iedereen de bedoeling duidelijk, dus vandaar mijn opmerking. Dan heb ik nog een vraag aan de portefeuillehouder. Ik zie dat er niet helemaal consistent woordgebruik is geweest en een woord niet helemaal correct is geschreven. Vindt u het goed als ik die opmerkingen mail zodat dat aangepast kan worden? Of moet dat hier hardop? Pagina 14 van 37

De voorzitter: Dat moet hier ook weer hardop, want het is nu in de commissie en dus ik moet het nu weten. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Ik mis bij een woord een accent grave, ik zal even kijken waar dat was. Bij de barrière strategie en de ene keer wordt er buurtwijken ... De voorzitter: Mag ik even, welke bladzijde? Want de rest van de commissie moet meekijken want zij moet het ermee eens zijn dat het gewijzigd gaat worden. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Bij Aanpak ondermijning in wijken, daar wordt het woord barrière strategie gebruikt en barrière is mijns inziens met een ... De voorzitter: Maar het gaat even over welke pagina? Mevrouw Kramer-Blansjaar: 16 werd er ... De voorzitter: 16. En dan was er nog een tekstuele correctie dat u plaats wilt vinden. Ik heb net even een klein beetje overleg gehad met mijn rechterhand. Wellicht is het handig, zeker ook gezien de vorige vraag, dat u tekstvoorstellen eventjes rondmailt bij de fracties en dat die het daarna accorderen zodat ... Mailen naar de griffier en de griffier gaat zorgen dat het in orde komt, althans de andere partijen langsgaat. Ik denk dat dat voor nu het makkelijkste gaat zijn. Dus u mailt het even naar de griffier? Mevrouw Van Vliet, u wilt daar toch nog een ... ? U mag een vraag stellen. Mevrouw Van Vliet: Het lijkt me niet nuttig om in een commissie allerlei typefoutje en dergelijke doen.

Want als dat zo is dan heb ik nog wel een uur, want er zitten heel veel foutjes, tekstfoutjes, taalfoutjes in alle voorstellen. Dus als we dat allemaal willen corrigeren, nee, niet alleen vandaag, nee, maar als we dat soort dingen ook in deze commissies gaan behandelen, jongens, dan kan ik nog wel een uurtje langer voor een commissie uittrekken. Mijn voorstel is, als je daaraan stoort en wij doen dat ook nog wel eens, stuur dan een mailtje naar of via de griffier en buiten deze vergadering om. Dat zou mijn voorstel zijn en ik hoor graag hoe de anderen er over denken. De voorzitter: Mevrouw Horvath, GroenLinks. Mevrouw Horvath: Ik kan me daar helemaal in vinden en ik kan me ook niet echt goed voorstellen waarom wij het eens zouden moeten zijn met spellingsregels die gewoon zijn opgesteld. De voorzitter: Als er echt een tekstuele wijziging plaats moet vinden, moeten we dat als commissie accorderen. Maar goed. De heer Kardol, SGP, u wilt ook wat zeggen? De heer Kardol: Ja, voorzitter. We moeten nog opletten dat we ons niet schuldig maken aan extremisme. De voorzitter: Vindt u het heel erg goed als ik in dit geval even hier niet op reageer, tenzij ik opeens nog een heel leuk spreekwoord dat me nu te binnen schiet, want daar hebben we ook al een paar van gehad vanavond.

Dat waren verder uw vragen neem ik aan, PvdA, mevrouw Kramer-Blansjaar? Dan ga ik nu over naar VVD, meneer, jarige job, Ringlever. U had vier vragen? Twee om twee graag. De heer Ringlever: Dank u wel, voorzitter. Ik zal het ook wel algemener houden dan spelfouten, dus dan weet u alvast. We willen ook de portefeuillehouder bedanken. Fijn om terug te zien wat de commissie heeft meegegeven. Ik had nog wat aanvullende vragen, ook voor onze eigen meningsvorming voor straks. Er wordt Pagina 15 van 37

maar twee keer sportverenigingen genoemd, bijvoorbeeld in de Integraal Veiligheidsbeleid. Ziet de portefeuillehouder een rol voor de sportvereniging en zo ja, hoe zal dit concreet er uitzien? Wat we ook goed vinden, is dat er aandacht is voor gemeente overstijgende criminaliteit. Kan de portefeuillehouder toelichten hoe de samenwerking anders of beter gaat naar aanleiding van de IVB of Integraal Veiligheidsbeleid? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Burgemeester Oosterwijk. Burgemeester Oosterwijk: Altijd leuk, die vragen, zeker als ze door een jarige worden gesteld. En dan realiseer ik me af en toe als ik die vraag zo hoor, misschien ben ik nog wel niet jarig, want een vraag is één, een antwoord is twee. Ik denk dat het zo is dat allerlei partijen, groepen tot op individu niveau wat mij betreft een hele belangrijke rol hebben bij de veiligheid en het bevorderen van de veiligheid in Ridderkerk. En dat is ook wel in de aanvliegroute die we gekozen hebben, denk ik gebleken, want u ziet in het stuk dat er tal van partijen hebben bijgedragen aan het tot stand komen van het Integraal Veiligheidsbeleid en dat is wat mij betreft ook, laat ik het nog maar een keer gezegd hebben, absolute meerwaarde. Want het gaat niet alleen over cijfers, het gaat ook over ervaringen.

En juist als je daar en en voor ogen houdt, dan kom je volgens mij een stuk beter en dichterbij de echte belangrijke dingen. En dat geldt natuurlijk dan ook voor sportverenigingen. En u komt ze twee keer tegen, ik geef het u na. Ik heb dat niet precies scherp op mijn netvlies, maar het zou zomaar kunnen zijn en het aardige is, en dat herhaal ik dan weer een klein beetje, dat als we met elkaar hier mee aan de slag zijn en er komen kansen voorbij waartoe we ook andere verenigingen, bijvoorbeeld sportverenigingen, maar laten we culturele verenigingen eigenlijk in één adem er achteraan noemen, dan zullen wij niet aarzelen om daarop in te stappen. Want kansen die langskomen moet je ook gewoon pakken. En ik denk dat sportverenigingen bijvoorbeeld een hele belangrijke rol kunnen spelen bij jeugdvraagstukken. En ik gebruik per se het woord problematiek niet per se om daarbij gelijk ook een voorbeeld van te geven, ik heb deze week nog gesproken met het ministerie van Justitie en Veiligheid om te bezien of we voor een x-aantal Ridderkerkse jongeren die een beetje bovenaan het verkeerde lijstje staan, als we een lijstje zouden hebben, of daar sport een passende interventie zou kunnen zijn en dan niet eventjes maar veel langer. En er zijn hele mooie trajecten in dit land die ook vanuit het ministerie ook gerealiseerd worden, Laureus project bijvoorbeeld.

En ik ben in gesprek om te kijken of we dat op deze manier kunnen doen. Dit landt niet heel expliciet dan in 2025 in het plan van aanpak, ook omdat de praktijk zich, als wij daarover spreken ook alweer verder ontwikkeld en daarom is het ook niet per se een document wat helemaal in beton gegoten is, want ik neem aan dat u mij ook wel de vrijheid gunt en u zult het ook lezen in de evaluatie later weer over 2025, om ook wendbaarheid aan de dag te leggen en als wij met elkaar extra stappen kunnen zetten op een vlak wat we niet per se van tevoren geïdentificeerd hebben, dan zullen we het niet nalaten om te doen. Dat is één. Gemeente overstijgende, u gebruikte volgens mij het woord criminaliteit? En uw vraag was eigenlijk in hoeverre dit IVB er op deze manier aan gaat bijdragen en met name het bestrijden ervan? Dat gaat op allerlei manieren. Als je het hebt bijvoorbeeld over partijen die ook bijgedragen hebben aan de totstandkoming van het Integraal Veiligheidsbeleid, dan hebben we bijvoorbeeld over het RIEC, het RIEC, belangrijke partij om gemeentegrens overstijgende criminaliteit ook in de gezamenlijkheid van diverse rollen en functies ook het hoofd te bieden. Als we het hebben over jeugdproblematiek, dan zal het niet anders zo zijn dan dat we daar met elkaar in de regio ook het gesprek over voeren.

Dat kan ook bij destructief veiligheidsoverleg van de politie zijn wat ik vanmiddag heb bijgewoond, dat kan op het vlak zijn van bijvoorbeeld jeugdzorg gerelateerde aanpak, dat is ook een Integraal Veiligheidsbeleid en zo noem ik maar even twee voorbeelden. Ik zou dat denk ik zo, als u een uurtje heeft, een aantal achteraan kunnen plakken, maar dit geeft volgens mij indicatief aan waar je het over zou kunnen hebben.

Pagina 16 van 37

De voorzitter: Dat uurtje, dat hebben we niet hoor, burgemeester Oostenrijk. De heer Ringlever, VVD. De heer Ringlever: Ik zal dan ook geen extra vragen stellen, voorzitter, want ik vind het heel interessant en dank voor de antwoorden en ik ben blij om te horen dat inderdaad sportvereniging inderdaad een rol of sport een rol kan spelen omdat het natuurlijk ook zorgt voor sociale controle of waar de eerste signalen worden opgemerkt bijvoorbeeld door trainers of iets anders dus. Dank u wel voor het antwoord. De derde vraag, we zien dat jongeren steeds op jongere leeftijd misdaden begaan en jongeren in het algemeen, is een hele algemene vraag, maar kan de portefeuillehouder reflecteren waarom dat gebeurt en wat we daartegen kunnen doen en waarom is deze groep nu steeds kwetsbaarder? En als laatste vraag is, deze week is Orange the World een wereldwijde campagne gestart tegen geweld tegen vrouwen en meisjes, waarvan ook huiselijk geweld en je ziet daar een hele verborgen onderstroom van vrouwen die niks melden. Nou zie je in Ridderkerk dat de objectieve meldingen vijftig zijn en vijftig zijn gebleven. Maar heeft u ook zicht op de trend eronder, heeft u daar signalen van gekregen zo van vrouwen die zich niet durven te melden of is dat ook zichtbaar voor de gemeente? En daar bovenop, welke stappen onderneemt de gemeente nu al om deze verborgen politiek aan te pakken? Dank u wel.

De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk. Burgemeester Oosterwijk: Dat zijn vragen met subvragen daaraan verbonden, dus ik probeer, ik heb heel snel meegeschreven, maar in ieder geval iets daarop te reflecteren. Ik heb het al meer gezegd volgens mij, er is sprake van een situatie en dat is niet in Ridderkerk per se, dat zie je wel door het hele land heen, dat jongeren eerder in de criminaliteit getrokken kunnen worden en tegelijkertijd dat het carrièrepad binnen die jeugdcriminaliteit steiler is overheen, oftewel men heeft sneller positie enzovoorts. Ik denk dat dat niet per se zomaar iets zegt van de jongeren, laat ik daar maar eens even mee beginnen, want ik denk dat het veel meer zegt van de samenleving en de maatschappij. Want waarneembaar is dat, ik zal maar even criminele elementen, het juist op steeds jongere jongeren hebben voorzien om hele lelijke, slechte dingen te doen. Dat heeft met een aantal zaken te maken, daar is het Openbaar Ministerie ook duidelijk over. Als je jonge kinderen inzet voor slechte dingen, dan heeft dat bijvoorbeeld twee elementen. A. doordenken van waar ben ik nou mee bezig? Is in de breinontwikkeling een factor die nou niet echt per se helpt en twee ook als het gaat om het jeugdstrafrecht, dat is eigenlijk een soort slechte escape geworden voor steeds hardere criminaliteit. Het is wat het is. En ook in Ridderkerk hebben we daar voorbeelden van.

Hoe dat precies zit qua achtergronden en de grote waaromvraag, hebben we eerder met elkaar het Verwey-Jonker Instituut rapport besproken en daar zie je natuurlijk wel een aantal elementen in langskomen die een slechte voedingsbodem zouden kunnen opleveren. Een belangrijke factor daarbij is, en ik ga ze niet allemaal verhandelen, is de sociaal-economische status, dat armoede ook een factor is, waardoor jongeren kwetsbaarder zijn dan gemiddeld. Daar kunnen we met elkaar nooit het stickertje opplakken van, zie je wel, want dat zou volgens mij de slechtste reactie kunnen zijn die wij als politiek ook aannemen, maar dat ontkennen en het niet benoemen daarvan zou ook net zo slecht zijn. Want we hebben bijvoorbeeld dan te meer een extra verantwoordelijkheid om daar ook aandacht voor te hebben. Daarom is het ook goed dat we met elkaar aan de hand van dat Verwey-Jonker Instituut rapport ook een brede groep medewerkers bij elkaar hebben gezet, zonder schotjes, wel vanuit alle domeinen bij elkaar, om een gelegenheidsteam, om daar met name ook naar te kijken en dat ziet u ook vervolgens in dit IVB en het jaarplan daaraan verbonden ook terugkomen. Dat even als een korte reflectie op de eerste vraag. Tweede element als het gaat om femicide, want daar duidt het dan vooral denk ik op, dat is een onderwerp wat maatschappelijk denk ik en heel terecht ook steeds meer aandacht krijgt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1093/documents/39776