2024-10-23-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag commissie Samen leven 23 oktober 2024 1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Een hele goedenavond. Het is acht uur, dat betekent dat ik heel graag deze vergadering van de commissie Samen Leven wil openen. Alle aanwezigen wil ik ook graag welkom heten, raadsleden, burgerleden, wethouder, publieke tribune, de pers zit er niet, Maarten, dus die ga ik niet noemen, ambtenaren en natuurlijk luisteraars. Niet alle fracties zijn vertegenwoordigd. Partij 18PLUS is met kennisgeving afwezig. Kan ik de agenda zoals die voorlicht vaststellen? Dat is het geval.
2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Dan ga ik graag over naar agendapunt 2, spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er hebben zich geen sprekers aangemeld dus agendapunt 2 is behandeld.
3.
Presentatie ‘Hulpaanbod aan jeugdigen verwikkeld in een (v)echtscheiding’ De voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt 3 en dat is een presentatie over het hulpaanbod aan jeugdigen verwikkeld in een (v)echtscheiding. Ik ga het maar even zo zeggen zoals, of u heeft het ongetwijfeld in uw papieren ook kunnen lezen. Dan wil ik graag vragen om naar voren te komen mevrouw Kartiko, beleidsadviseur jeugd en passend onderwijs, mevrouw Van Es en mijnheer Molenaar van het wijkteam en mevrouw Boel en mevrouw Nisevic van CJG Rijnmond. Wethouder Piena, u mag van mij aan de zijlijn blijven zitten. Deze presentatie is informatief van aard, zal ongeveer twintig minuten duren waarin alle sprekers aan het woord komen. We hebben zoals het ook al aan u is aangegeven van tevoren na de presentatie is er gelegenheid om vragen te stellen. Dus tijdens de presentatie steken we geen handen op dus u moet uw vragen even voor u houden. Voor de luisteraars thuis, de presentatie staat bij de vergaderstukken, u kunt deze downloaden en openen. En tijdens de presentatie zal het nummer van de dia die getoond wordt genoemd worden zodat u weet waar wij naar kijken. Nou, alvorens wij overgaan tot de presentatie, wethouder Piena, heeft u nog wat aan te vullen? De heer Piena: Nee, niet veel, voorzitter, u heeft al heel veel verteld.
Voor de luisteraars, we kijken nu naar dia één, hulpaanbod aan jeugdigen verwikkeld in een echtscheiding c.q. vechtscheiding. Dank voor de grote opkomst en de belangstelling hier voor deze presentatie. Dat vinden de mensen die hier de presentatie geven denk ik wel heel prettig dat ze niet voor een lege zaal wat hoeven te vertellen. U heeft allemaal de stukken ontvangen waar het hier over gaat. En dan zou ik haast zeggen, ja, laten we van start gaan en luisteren naar de mooie presentatie van dit viertal hier. De voorzitter: Dat gaan we zeker doen. Dan geef ik graag als eerste het woord aan mevrouw Kartiko voor de presentatie. Mevrouw Kartiko: Dank u wel, voorzitter. Ja, we gaan meteen over naar dia twee om even kort in te zoomen op de aanleiding waarom wij hier zitten. Dat was de motie die ingediend is over hulpgeven aan kinderen die betrokken zijn bij een vechtscheiding. Daar is dit jaar ook een plan voor opgesteld hoe daaraan te werken en wat wij eigenlijk al, wat er al gedaan wordt. Een van de acties daarbinnen was het informeren van jullie raadsleden dus vandaar dat wij hier zitten. Dan wil ik het even kort over een vechtscheiding hebben, wanneer spreek je nou van een vechtscheiding? Ja, de v staat ook tussen haakjes dus echtscheiding spreekt denk ik voor Pagina 1 van 41
iedereen voor zich. En wanneer spreek je nou echt van een vechtscheiding? Als je niet op een goede manier uit elkaar gaat met conflicten hebben we het dan over of juist dat er helemaal geen contact is tussen ouders. Gevolgen voor kinderen zijn natuurlijk emotionele en praktische gevolgen. Ik wil ook wel benadrukken dat een vechtscheiding is eigenlijk niet de term die wij gebruiken maar eerder complexe scheiding. Dan ook nog heel eventjes wat data voordat hun wat meer gaan vertellen over wat we allemaal aan hulpaanbod hebben. In 2023, en dan spiek ik even op mijn blaadje, hadden wij 22.796 kinderen waarvan hun ouders uit elkaar zijn gegaan die wel echt een huwelijk hadden. Maar ook plusminus 20.000 kinderen in Nederland dan waar ouders uit elkaar zijn gegaan zonder dat ouders getrouwd zijn. Dus dat is eigenlijk wel een aardige, ja, een hele hoop. In 2021 even gewoon lokaal Ridderkerk zijn er zestig kinderen die waarvan hun ouders uit elkaar zijn gegaan. En om een beetje een beeld te geven van wat zegt dat, Rotterdam waren het er 911 en landelijk 24.334. Maar deze kinderen, dat zijn de kinderen die erbij zijn gekomen. Er zijn natuurlijk ook kinderen waar ouders al uit elkaar zijn. Dan het doel van de presentatie. Nou, mijnheer Piena zei het al, echt informeren over het huidige hulpaanbod. Ga ik naar de volgende dia, nummer drie.
Ja, er is een breed scala aan hulpaanbod al aanwezig zowel lokaal in Ridderkerk maar ook landelijk. Over het landelijke wil ik alvast een stukje vertellen voordat ik het woord geef aan mijn collega's. Dat is bij dia nummer vier gaan we over. Nou ja, vanuit eigen kracht beredeneerd dat ouders ook wel zelf een verantwoordelijkheid hebben kunnen zij via het landelijk aanbod al bij het NJI terecht, Villa Pinedo. Daar kunnen zij informatie ophalen over, wij gaan scheiden, hoe vertellen we het onze kinderen bijvoorbeeld? Daarnaast voor jongeren kunnen zij terecht bij Jonge Helden, wat jullie ook in het plan hebben kunnen lezen, en Vila Pinedo. Kinderen kunnen daar eigenlijk terecht met vragen over tips en adviezen van andere jongeren die daar ervaring met scheiding hebben of lezen over hoe je je eigen kan voelen en daar wat herkenning in kunnen vinden. Dus dat is eigenlijk al wat er landelijk sowieso beschikbaar is aan hulp. Dan geef ik het woord aan mijn collega's naast mij, dia vijf gaan we. De voorzitter: Even voor alle duidelijkheid, dat zijn mevrouw Van Es en mijnheer Molenaar van het wijkteam. Gaat uw gang. De heer Molenaar: Goedenavond, allemaal. Vanuit het wijkteam was aan ons gevraagd om ook wat met jullie te bespreken over wat wij vanuit het wijkteam doen voor de inwoners die te maken krijgen met de complexe echtscheidingen.
Op de sheet gaan we een beetje kriskras erdoorheen. Maar om te beginnen bij het bovenste puntje, een stukje over Bureau Sociaal Raadslieden. Eigenlijk op het moment dat mensen in een complexe echtscheiding zitten en daar juridische vragen over hebben verwijzen we vaak door naar het Bureau Sociaal Raadslieden. In sommige gevallen kunnen mensen ook advies inwinnen bij het Juridisch Loket, dat kan vaak telefonisch, maar Bureau Sociaal Raadslieden is echt juridisch advies. Die zitten hier op het gemeentehuis dus dan kunnen mensen ook lokaal naar het spreekuur komen, een afspraak te maken en daar wat adviezen voor te krijgen. Dus daar verwijzen we vaak mensen naartoe. Over verwijzen gesproken, verderop op de sheet staat ook het stukje doorverwijzen naar Veilig Thuis of de Raad van Kinderbescherming. Het zijn misschien wat heftige instanties om te horen maar kinderen die getuige zijn van een complexe echtscheiding of een vechtscheiding zoals we er ook over spreken, ja, dat is natuurlijk niet oké en dat kan ook vallen onder huiselijk geweld of kindermishandeling.
Dus daarin werken we veel samen met bijvoorbeeld een Veilig Thuis of de Jeugdbescherming om te kijken naar, hoe kunnen we toch zo goed mogelijk zorgen dat het gezin en met name de kinderen er zo min mogelijk last van heeft? Dat doen we natuurlijk in intensieve samenwerking met die instanties maar ook gewoon intern vanuit het wijkteam. Wij voeren veel gesprekken met mensen in dergelijke positie en jullie zien hem staan op de sheet, het gaat dan over het parallel ouderschap. Dus op het moment dat er echt sprake is van een complexe echtscheiding, dan gaan we eeuwig kijken naar, oké, in het kader van het parallel ouderschap. Dus echt de ouderschapssituatie bij de ene ouder zelf en daarop te focussen, daar begeleiding op te bieden en zo te kunnen kijken of we de ouders kunnen helpen zo'n goed mogelijke situatie Pagina 2 van 41
voor het kind te creëren. Zonder al te veel te kijken naar de andere ouder en juist naar de eigen situatie en hoe het daar het beste voor het kind te creëren is. Ik denk dat hem vanaf hier doorgeef aan Marleen. Mevrouw Van Es: Ja, hij doet het. Goedenavond. Aanvullend op wat Remco zojuist heeft verteld is het misschien goed om toe te lichten dat we vanuit een preventief kader werken maar dat we eigenlijk binnen Ridderkerk wel zien dat de complexiteit van de hulpvragen wel een specialisme vraagt. Er zijn een aantal collega's die zich in bepaalde onderwerpen specialiseren, waaronder ook hoogconflictscheiding. Maar dat verschilt wel degelijk van het aanbod wat bijvoorbeeld vanuit een Enver of een Timon geboden wordt in ouderschap na scheiding of een aanbod als ouderschap blijft. Dat loopt via de Jeugdwet, daar hebben we een apart indicatieteam voor. En daardoor lopen ze echt een traject van A tot Z wat daar heel erg specifiek op gericht is. Dat zou ik wel willen aangeven dat dat in dergelijke gevallen als het echt heel complex is wel recht doet aan de hulpvraag en daarmee ook het eerder doorbreken van de situatie die is ontstaan, eventueel patronen huiselijk geweld zoals net genoemd is. Juist om te voorkomen dat je moet gaan schakelen met een Veilig Thuis of de Raad.
Neemt niet weg dat we natuurlijk ook hopen dat er mensen zich aanmelden die een scheiding aan zien komen of daar net in verwikkeld zijn maar nog best wel on speaking terms en daarvoor hebben we wel een preventief aanbod. Dat is onder andere voor de kinderen, op elke school in Ridderkerk zit een wijkteamcollega, we noemen dat een schoolcontactpersoon. Die schoolcontactpersoon kan ingezet worden middels de intern begeleider en er kunnen eigenlijk zo'n zevental kindgesprekjes gevoerd worden. Dat wordt ook voor andere doeleinden ingezet, bijvoorbeeld onrust in de klas of een kind wat niet lekker in zijn vel zit. Maar dat kan natuurlijk diverse redenen hebben, waaronder ook een kind wat in een situatie zit met gescheiden ouders of ouders die gaan scheiden. Dat is wel echt preventief. Wat die schoolcontactpersonen wel doen op het moment dat ze zien dat de vraag breder ligt is een aanmelding verzorgen bij het wijkteam met ouder zodat vanuit daar de wat intensievere hulp opgestart kan worden. Dan volgt onder andere een aanbod, wat mijn collega net zei, van het parallel ouderschap. Goed om daarbij te noemen is dat we ook daarin altijd nog wel proberen om beide ouders gewoon om tafel te krijgen. Dat is echt het eerste uitgangspunt. Je bent samen ouder, je blijft ook samen ouders, ongeacht wat er gebeurt.
Is niet altijd mogelijk, als dat niet meer mogelijk is dan kom ik eigenlijk op het stuk wat ik net zei, dan is het echt zorgvuldiger om op te schalen naar gewoon een partij die daar dag en nacht mee werkt. Even spieken. Ja, ik denk dat we daarmee een hoop hebben gezegd en er valt natuurlijk nog veel meer over te zeggen maar dat is wel echt het preventieve. En ik denk daarin wat goed is om te noemen dat we misschien nog wel wat dingen missen in een stukje expertise. Dat wilde ik nog zeggen. Bureau Sociale Raadslieden voor het juridisch advies en ouders komen best wel vaak met de vraag binnen bij het wijkteam of we een ouderschapsplan voor ze kunnen maken of kunnen opstellen. Uiteraard zijn we bereid om daarin adviezen te geven, naar websites te verwijzen en dergelijke maar wij stellen geen ouderschapsplan op. Zoals in Rotterdam hebben ze, als ik het goed zeg, volgens mij echt een loket waarin er echt heel erg op scheiding ingericht. Maar wij zeggen eigenlijk vanuit het wijkteam als er zo'n aanmelding binnenkomt, deels is Bureau Sociale Raadslieden, want mediation is altijd voorliggend. Omdat ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de keuzes die zij maken en vanuit mediation hoop je dat ze eruit komen. Lukt dat niet, dan wordt er vaak vanuit daar opgeschaald naar de rechtbank en dan wordt er echt een juridische klap op gegeven.
Maar wij zitten dus echt in de advisering, zo moet je het eigenlijk zien. Wij merken helaas wel dat dat een aanbod is wat vaak te laat bij ons binnenkomt waardoor je al veel meer in die complexe scheiding zit. En het best wel, nou ja, lastig is om daar nog op een goede manier richting aan te geven. Uiteraard hebben we ook succesverhalen maar goed, laten we ook de kritische noot niet vergeten te noemen. De voorzitter: Dan gaan we nu over naar mevrouw Boel. U gaat verder met de presentatie. Gaat uw gang.
Pagina 3 van 41
Mevrouw Boel: Dank u wel, voorzitter. Ik wil jullie even meenemen in het aanbod van het CJG. Zoals jullie mijn collega’s hiervoor al hebben kunnen horen is dit vooral ook hulp vanuit het wijkteam waar wij heel veel mee samenwerken. Eigenlijk is het aanbod vanuit het CJG daar nog voorliggend in dus wij zijn echt van de preventie. Wij richten ons sowieso op kinderen van 0 tot 18 en als het gaat om hulp in vechtscheidingen dan hebben wij cursusaanbod wat we aanbieden voor kinderen in een echtscheidingssituatie. Als het goed is staat die ook op de sheet. Ja. Daarom wil ik jullie even meenemen in wat dat inhoudt en hoe die kinderen binnenkomen bij ons, hoe we samenwerken met partijen in de wijk en hoe dat er een beetje uitziet en hoe dat eraan toegaat. We hebben cursussen voor kinderen van 4 tot 12 jaar en we hebben sowieso veel meer cursussen vanuit het CJG, wil ik hier ook eventjes noemen. Maar we hebben het nu even alleen over kinderen in echtscheidingssituaties dus daar beperk ik me toe. Als het gaat om kinderen in echtscheidingssituaties, dan wil je natuurlijk wel een cursus aanbieden waarvan je ook weet dat die effect heeft. Nou ja, daarin noemde Marissa het net al, alle cursussen bij ons die zijn getoetst en erkend door het Nederlands Jeugdinstituut. Dat betekent dat ze erkenning hebben gekregen, dat ze effectief bewezen zijn.
Waar zijn ze nou effectief op, is dat ze kinderen echt kunnen ontlasten in de echtscheidingssituatie in de vorm van dat ze vaardigheden aanleren waarmee ze met die stress en de spanning kunnen omgaan die er thuis is. Wij hebben de kiescursus die is van kinderen van 8 tot 12 jaar en daarnaast hebben we ook aanbod daarvoor, dat is de Dappere Dino, die is van 6 tot 8. Nou merken we dat voor de kiescursus het best lastig is voor ouders om aan te gelden omdat je eigenlijk van beide ouders toestemming moet hebben. En daar zit het manco soms, dat de ene ouder geen toestemming geeft voor de cursus en dan het kind niet in kan stromen. We hebben daarom ook twee andere cursussen en dat zijn Piep zei de muis en Billy Boem. Die cursussen die zijn zijdelings voor kinderen in echtscheiding maar die worden niet zo betiteld waardoor ze wat laagdrempeliger ingeschoten worden en het eigenlijk voornamelijk richting ouders gaat over spanning en stress thuis. Je kan je voorstellen dat dat voor ouders wat makkelijker is om daarvoor aan te melden. En eigenlijk is dat dezelfde inhoud en als we het hebben over de inhoud dan betekent dat dat kinderen eigenlijk met elkaar praten dus een stukje herkenning en erkenning.
Wat ze ook doen in de inhoud van deze cursussen is dat ze heel erg leren benoemen, wat voel ik nou en wat gebeurt er nou bij mij? Dus ze leren eigenlijk woorden te geven aan wat ze voelen en je kan je voorstellen dat dat heel waardevol is in een echtscheidingssituatie omdat je dan met die woorden ook weer richting je ouders je behoefte of je verlangen of je wens kan uitspreken. Ze gaan het ook hebben over loyaliteitsconflict en wat dat betekent, hoe dat er voor hen uitziet en welke woorden je daaraan kan geven als je daar het lastig mee hebt. Dus dat is het stukje emoties waarin ze heel erg werken aan, hé, hoe ga ik daarmee om? En daarnaast leren ze ook vaardigheden om te gaan met de stress. Dus ze leren een copingstrategie eigenlijk om te dealen met, hé, als ik het lastig heb, hoe kan ik daar nou zo goed mogelijk mee omgaan? Als afsluiting maken ze dan in een van de laatste bijeenkomsten nog een hulpplan met, als ik het lastig heb, wie zij mijn steunfiguren, bij wie kan ik terecht en waar kan ik hulp vragen? Dus dat is even de inhoud van de cursussen. Je kan je voorstellen dat dat voor kinderen heel waardevol is, zeker in deze scheidingssituatie. Hoe komen deze kinderen nou bij ons binnen? Nou, mijn collega’s van het wijkteam zitten naast mij en dat zijn een belangrijke signaleringsbron voor ouders zodat zij doorverwijzen naar het cursusaanbod.
Maar daarnaast kunnen ouders ook zelf bij ons op de website terecht en eigenlijk zich inschrijven. Dus je hoeft niet een jeugdhulptraject of een wijkteamaanmelding, dat gaat eigenlijk heel simpel. Als je kijkt naar hoe vaak de cursussen worden bekeken is in, moet ik even uit mijn hoofd zeggen, 145 keer is het scheidingsaanbod bekeken op onze website in 2024. Het woord scheiding, het woord echtscheiding of in ieder geval de termen rondom scheiding die zijn gezocht in 2024 op onze website is 77 keer in Ridderkerk. Dus er is best wel wat animo voor dit aanbod en ik denk ook heel belangrijk omdat het echt kinderen verder helpt in deze situatie. Ik ga even spieken of ik nog iets ben vergeten. Nee, ik denk het niet. Ik denk dat wat we ... Ja.
Pagina 4 van 41
De voorzitter: Ja, dit was het einde van de presentatie. Dank jullie wel. Ongetwijfeld zijn er nog een hoop commissieleden die vragen willen stellen. Ik ga eerst even inventariseren hoeveel vragen iedereen heeft zodat ik daarna weet wie wanneer de beurt gaat krijgen. Ik zag de hand van Leefbaar Ridderkerk, hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Het is meer een advies en een aanvulling. De voorzitter: Oké. Advies. Mevrouw Horvath, GroenLinks. Dat zijn er vier. ChristenUnie, één. Mevrouw Emmerich. Nou, dat valt me mee. Drie? Ja, dat zag ik. SGP, mijnheer Van de Waerdt. De heer Van de Waerdt: Zes. De voorzitter: Ik dacht al dat er een overtreffende trap zou komen. PvdA, hoeveel? Vier. Ja, mevrouw Van Nesde Man één, Burger op 1. VVD, geen vragen? Nou, dan ga ik bij mevrouw Van Nes-de Man starten. U had één vraag. Mevrouw Van Nes-de Man: Nou, ik schrik ervan, overkomt me niet vaak. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar de relatie tussen het CJG, Centrum Jeugd en Gezin in Rijnmond en het wijkteam. Hoe werken jullie samen of hoe zit dat? De voorzitter: Wie mag ik daarvoor het woord geven? Mevrouw Boel, wilt u de vraag beantwoorden? Mevrouw Boel: Ja hoor, dat wil ik wel. Ja, wij werken heel veel samen.
Sterker nog, we hebben elkaar nodig en in die zin is het zo dat wij verwijzen naar het hulpaanbod van het wijkteam en zij verwijzen weer terug naar ons als het nodig is dat er een kindcursus ingezet moet worden. Bij ons komen vragen binnen van ouders die bij ons aanmelden en een vraag hebben, ik lig in scheiding, kan je met me meedenken? En uiteraard is daar ook een samenwerking met het wijkteam tussen dat kinderen volgen bij ons de cursus maar voor verdere begeleiding en hulp kunnen ze weer bij het wijkteam terecht. Dus we hebben elkaar heel erg nodig daarin. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik naar de heer Knape, ChristenUnie, u had één vraag. O, mevrouw Vergunst, dat mag ook. U had ook één vraag? Prima, gaat uw gang. Mevrouw Vergunst: Ja. U gaf net in uw presentatie aan dat u expertise miste met name rondom dat scheidingsplan. Is het dan vanuit u als organisatie de wens om dat nog op korte termijn aan te vullen, zijn daar plannen voor? Of hoe bereiken jullie die doelgroep op die manier? De voorzitter: Aan wie mag ik het woord geven? Ik zie mevrouw Van Es steekt haar hand op. Gaat uw gang. Mevrouw Van Es: Nou, of er een plan voorligt, daar moeten we denk ik bij beleid zijn dus daar gaat Marissa mogelijk op aanvullen. Maar ik denk zeker dat er een grote wens is om echt expertise te hebben op dit gebied.
De hulpvragen zijn zo breed binnen het wijkteam eigenlijk van 0 tot 100 of 110 als je dat mag worden. Dat het, we kunnen niet allemaal generalisten zijn. We doen wel ons best en dat lukt best aardig ook alleen ik denk dat als we het hebben over complexe echtscheidingssituaties, dat het echt heel wenselijk is om daar echt met experts te werken, al dan niet vanuit de ervaring of vanuit de professie. De voorzitter: Mevrouw Vergunst, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? O, mevrouw Kartiko, u wilde ook nog. Gaat uw gang. Pagina 5 van 41
Mevrouw Kartiko: Ja. Daarnaast zijn we ook, zoals u in het plan kon lezen, aan het onderzoeken of er een loket of iets, misschien niet een loket maar hoe die vormgegeven moet worden. Dus dat zou ook een toeleiding kunnen zijn naar die expertise bijvoorbeeld. De voorzitter: Dan ga ik de vraag alsnog stellen, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Ik heb de hand gezien van mijnheer Velthove van de VVD. U had een stapelende vraag hierop? De heer Velthove: Ja, dank u wel, voorzitter. De expertise inschakelen kan meer dingen betekenen. Is dat dan, ik kom bij het loket en ik vraag om advies hoe ik verder moet of gaat het echt over het leveren van een product als zijnde het plan? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Es, gaat uw gang. Mevrouw Van Es: Ik denk dat beide van toepassing is. Ik denk dat het altijd begint met dat als mensen de stap nemen voor hulp of advies, dat die weg ook wel gezocht wordt door bijvoorbeeld onze bereikbaarheidsdienst te bellen. En dan geven we ook advies door bijvoorbeeld naar Bureau Sociale Raadslieden te gaan of wanneer de situatie wat duidelijker is om vast te tippen op een cursus die het CJG aanbiedt. Maar als het gaat bijvoorbeeld om het maken en het opstellen van een ouderschapsplan dan heeft niet elke inwoner voldoende aan het verwijzen naar een website.
Daar kan bijvoorbeeld onderliggende problematiek spelen, psychiatrie, LVB, waardoor ze daar echt wel meer sturing in nodig hebben. En daarnaast is mediation echt voorliggend. Nou, en als dat dan allemaal is gedaan en ze komen eventueel bij de rechtbank dan is het nog wel wenselijk voor het bredere systeem als we kijken naar de bredere context om dan begeleiding aan te bieden. En wij kunnen vanuit het wijkteam daar best wel een stuk in opstarten maar zoals gezegd, wanneer het echt complex wordt is het echt heel helpend als je bij bijvoorbeeld een Enver of een Timon die nu toevallig het aanbod biedt, dat je binnenkomt. Je weet ook echt, ik kom met deze vraag binnen, ze hebben daar een methodiek voor van A tot Z die ze doorlopen waardoor je ook heel erg to the point blijft. Binnen het wijkteam merken we toch dat het vaak wat meer uitwaaiert waardoor je effect minder groot is. En dat is lastig waardoor het wenselijk zou zijn om dat aanbod dus uit te breiden. Ja? De voorzitter: Mevrouw of mijnheer Velthove, u kijkt nog een beetje vragend. Ja. Is de vraag voldoende beantwoord? De heer Velthove: Hij is ruim beantwoord. Ik begrijp dat vanuit de gemeente of vanuit wat u doet er behoefte is om van A tot Z van begin tot einde een volledig begeleidingstraject te kunnen aanbieden en te bekostigen vanuit de gemeente. Dat is wat ik hier uithaal, even platgeslagen en verpakt.
Ik zit niet in de materie gelukkig dus ik ben er niet heel erg mee bekend. Maar voor wat ik ervan heb begrepen, en dan probeer ik, weerleg het alstublieft als het niet zo is, dan zijn dit ook taken die inderdaad bij een mediator gedaan moeten worden dus bij commerciële partijen. En dan is dus de wens van de gemeenteorganisatie om dat daar weg te halen en het zelf te gaan aanbieden? Ah, oké. De voorzitter: Mevrouw Van Es, het lampje is uit, u kunt antwoorden. Mevrouw Van Es: Ja, hij doet het. Nee, een mooie vraag, ik snap wel de verwarring. Ik denk dat mediation dat blijft maar wat er vaak gebeurt is dat dan het juridische stuk wel getackeld is, als dat getackeld is, maar dat er dan het punt komt, zorg is voorliggend. En dan heb je het ineens over de kinderen, over de spanning, over alle gevolgen die de scheiding met zich meebrengen en dan wordt er weer vaak naar ons gekeken. En in een aantal gevallen kunnen wij dat zeker bieden maar in de echte complexe gevallen is het dus verstandig dat we ook Pagina 6 van 41
vooral naar de ouders kijken. Want laten we ook niet vergeten dat de verandering zit bij ouders. Kinderen worden vaak aangemeld bij een wijkteam en daar zit ook nog wel een zoektocht in van, met wie ga je nu aan de slag en hoe geef je dat goed vorm? De voorzitter: Het is helder krijg ik door. Mevrouw Emmerich, ik zag uw hand maar u bent ook gelijk aan de beurt. U had drie vragen maar kennelijk is er nu ook een stapelende vraag bijgekomen. Maar ik wil u toch vragen om ze één voor één te stellen want we hebben hier vier fantastische mensen voor ons zitten. Ik ga ervan uit dat ze niet gewoon zijn om alle vragen bij te houden dus graag per vraag. Mevrouw Emmerich: Ga ik doen. Dank u wel, voorzitter. Nou, mijn eerste vraag was inderdaad een stapelende vraag hierop. Ik hoorde net mevrouw Kartiko het loket noemen, dat dat een wens is in de toekomst. Is dat dan ook zo dat het loket een regisseur wordt voor de verschillende aanbieders of ligt dat nu, of gaat dat naar het wijkteam? Hoe wordt dat vormgegeven? De voorzitter: Mevrouw Kartiko. Mevrouw Kartiko: Momenteel zijn we eigenlijk aan het onderzoeken van, waar liggen de behoeftes? Dus waar liggen de behoeftes van het wijkteam, waar ligt de behoefte van de inwoner? Dus die, ik kan daar nog geen antwoord op geven van hoe het vormgegeven gaat worden. Dus daar kom ik later nog als het ingericht is op terug.
De voorzitter: U heeft nog een antwoord tegoed op termijn. Wilt u uw volgende vraag stellen? Mevrouw Emmerich: Ja, dank u wel. Nou, ik ben heel benieuwd naar dat antwoord inderdaad. Van de cursussen die ik inderdaad nu nog heel mooi zie staan het aanbod op de PowerPointpresentatie, dat gaat maar tot en met 12 jaar. Wat gebeurt er met de kinderen die ouder zijn dan 12? Is daar via het CJG ook een hulptraject voor of een cursusaanbod of worden die doorverwezen? De voorzitter: Mevrouw Boel, ik denk dat de vraag voor u is om te antwoorden. Dank u wel. Mevrouw Boel: Dank je wel voor de vraag. Goede vraag. Inderdaad, de cursussen zijn tot 12 jaar. We hebben gemerkt dat er wel cursussen zijn die vanaf 12 jaar worden aangeboden maar daar hebben wij niet voor gekozen. Als het gaat om kinderen vanaf 12, dan worden ze inderdaad doorverwezen naar het wijkteam om daar gesprekken te hebben en niet meer in een groep de hulp te krijgen zoals nodig is. Maar goede vraag, het is er inderdaad niet. De voorzitter: Ik zie een hand van de heer Van de Waerdt van de SGP, u had een stapelende vraag hierop? Dan mag u hem stellen. Mevrouw Boel, wilt u heel even uw lampje uitdoen? Dank u wel. De heer Van de Waerdt: Ik heb een vraag hierover, ook over die cursussen die aangeboden worden dus die kan ik nu gelijk wel stellen.
In de motie die destijds unaniem is aangenomen staat duidelijk dat die cursussen voor kinderen zoals Dappere Dino, Stoere Schilpadden ook verzoeken ook echt in Ridderkerk aangeboden worden. Dus niet om die drempel om naar Barendrecht naar Rotterdam te moeten gaan weg te nemen, worden die cursussen momenteel ook in Ridderkerk zelf aangeboden? De voorzitter: Mevrouw Boel.
Pagina 7 van 41
Mevrouw Boel: Het wisselt af eerlijk gezegd. Dus ze worden zowel in Barendrecht als in Ridderkerk aangeboden. Ik weet dat er laatst op een school in Ridderkerk eentje is gegeven, de kiescursus. Dus ze zijn er wel degelijk in Ridderkerk. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Emmerich, als het goed is heeft u nog twee vragen staan? Eén nog. Kijk, dat gaat goed. Wilt u die vraag stellen alstublieft? Mevrouw Emmerich: Ja. Mijn derde vraag was mijn stapelende vraag van daarnet dus. Ik heb het plan door zitten lezen, de ondersteuning voor kinderen en jongeren. Daar valt mij wel in op, op pagina 8, dat er gesproken wordt over het MBR, het Maatschappelijk Burgerplatform en het Burgerplatform minima en dat is natuurlijk nu opgegaan in de Burgeradviesraad. Waarom is dat niet aangepast in het plan? De voorzitter: Ik geloof dat bijna de griffier wil antwoorden maar dat ga ik niet toestaan als voorzitter. Wethouder, wilt u daarop antwoorden of mevrouw Kartiko. Mevrouw Kartiko: Ja, ik weet niet of we hetzelfde antwoord hebben. Maar dat is eigenlijk toentertijd toen het geschreven werd was het toen nog in die vorm dus vandaar. Maar ja, want we hebben nu eigenlijk een vervolg op het plan, dit is de presentatie naar aanleiding van het plan. De voorzitter: Mevrouw Emmerich. Mevrouw Emmerich: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, maar op het plan staat heel duidelijk 2024 en de Burgeradviesraad is natuurlijk per 1 januari 2024 van start gegaan. De voorzitter: Ik denk dat het echt in een volgend plan staat het er heel goed in. Ik zie dat de wethouder dat helemaal met mij eens is. De heer Piena: Nou ja, voorzitter, het lijkt me duidelijk. Het plan is geschreven in 2023, toen was de verordening ook nog niet klaar voor de nieuwe Burgeradviesraad sociaal domein Ridderkerk en vandaar staat het erin. En we gaan natuurlijk niet tussentijds een plan wijzigen voor een naamswijziging dus mocht er in de toekomst een wijziging plaatsvinden in het plan, uiteraard zullen dit soort zaken dan aangepast worden. De voorzitter: Dank u wel. Ik neem aan dat de vraag daarmee voldoende is beantwoord. Dan ga ik nu over naar mevrouw Horvath, GroenLinks. U had vier vragen, zijn dat er nog steeds vier? Dan ga ik hetzelfde vragen als ik net met mevrouw Emmerich heb gedaan. Eén vraag tegelijk alstublieft. Mevrouw Emmerich: Dat komt goed, voorzitter. Ik ben heel erg benieuwd, lukt het om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk dezelfde persoon in contact is met de kinderen of de ouders waar het om gaat? De voorzitter: Nou, dan ben ik heel erg benieuwd wie daar gaat antwoorden. Net kon ik het redelijk gokken. Maar mevrouw Van Es die gaat de uitdaging aan. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Es: Ja, dat krijg je ervan als je maatschappelijk werk met jeugd en gezin combineert, dan ben ik veelal aan het woord. Ik vind het een mooie vraag. Ik denk dat het, ik ga een diplomatiek antwoord geven, ik denk dat het zeker het streven zou moeten zijn. Ik denk dat we helaas wel merken dat er binnen de jeugdhulpverlening in de breedste zin van het woord, dus echt niet alleen bij het wijkteam, dat er echt wel een verloop is. En binnen dat verloop doen we in ieder geval binnen het wijkteam ons best om tijdig iemand te laten meelopen op het moment dat een dossier niet afgesloten kan worden maar overgedragen moet worden. Pagina 8 van 41
Ik moet eerlijk zeggen, het gunstige is van complexe echtscheidingen, het bestaat, maar dat je met twee ouders werkt en je wilt meerzijdig partijdig zijn. Daar waar de ruimte het toelaat proberen we dus ook met twee collega's de zaak op te pakken zodat je die belangen veel beter kunt vertegenwoordigen en ouders daarin ook zich minder bedreigd voelen. In een heel enkel geval willen we zelfs nog wel eens een derde persoon erbij hebben, dat kan dus ook in de vorm zijn van een schoolcontactpersoon die echt de belangen van het kind vertegenwoordigt. Ik werk zelf vanuit Enver en binnen Enver hebben we bijvoorbeeld een JIMmethodiek. Die gaat ook heel erg in op dat zeker ook de kinderen, dat zij eigenlijk altijd een steunend figuur naast zich moeten hebben, ongeacht even de scheidingsproblematiek. Ik denk, als we veel meer met dat soort initiatieven werken, dat het ook beter behapbaar is en je ook sneller eigenlijk tot resultaat komt. De voorzitter: Volgens mij was dat niet alleen maar diplomatiek maar ook gewoon heel duidelijk. Compliment. Mevrouw Horvath, wilt u een volgende vraag stellen? Mevrouw Horvath: Jazeker. U noemde net de schoolcontactpersoon en daarstraks in de presentatie ook. En als ik het goed begreep heeft die schoolcontactpersoon tijd, geld om met zeven kinderen gesprekjes te kunnen voeren.
Kunt u iets vertellen over andere manieren waarop de scholen betrokken worden bij bijvoorbeeld de cursus of de inhoud van de cursus ook? De voorzitter: Mevrouw Van Es gaat de vraag beantwoorden zie ik. Mevrouw Van Es: Ja. Het zijn niet zeven kinderen met wie ze gesprekken kunnen voeren maar per kind kunnen ze ongeveer zeven gesprekjes voeren. Op het moment dat het langdurig is dan wordt er verwezen naar het wijkteam. De scholen signaleren zelf ook. Sommige scholen hebben zelf ook nog varianten van schoolmaatschappelijk werk binnen de school wat zij oppakken. Op het moment dat het wijkteam al betrokken is en er is toestemming van ouders en jeugdigen om samen te werken, dan doen we dat. Want ja, kinderen gaan veel al naar school dus zij hebben een hele grote signaleringsfunctie. Dus dat is eigenlijk de manier waarop wij met scholen samenwerken en het gebeurt ook wel dat de scholen signalen hebben en dat zij dus aanmelden bij het wijkteam. Ook wel eens voorbijgaand aan de schoolcontactpersoon, dat het eigenlijk gewoon heel duidelijk is dat er zorgen zijn. En waar die soms een beetje spannend is, we hebben allemaal een meldcode als professionals en op het moment dat een school iets signaleert verwijzen wij wel terug naar de school om zelf de meldcode te doorlopen op het moment dat er signalen zijn.
Maar in praktijk zien we dat er vaak geschakeld wordt met het wijkteam en dat eigenlijk dan de vraag is, willen jullie gaan melden? Nou, dat antwoord is altijd nee want je kan niet uit tweede hand zorgen melden. Maar proberen we uiteraard wel de samenwerking op te zoeken op het moment dat de juiste stappen doorlopen zijn. Ik weet niet of jij daar een aanvulling op hebt vanuit CJG? De voorzitter: Mevrouw Boel. Mevrouw Boel: Vanuit het CJG werk ik heel veel samen met mijn collega’s de jeugdverpleegkundigen. Zij hebben uiteraard ook een functie binnen de school of in ieder geval, iedere jeugdverpleegkundige is gekoppeld aan een school. Dus die relatie die gaat over en weer als het gaat om signalen, verwijzing maar ook aanbod wat er aangeboden wordt. Daarnaast is voor ons een hele belangrijke contactpersoon de IB'er waar we heel veel mee schakelen. We presenteren altijd ons aanbod aan alle IB'ers in Ridderkerk waarin we aanschuiven bij vergaderingen en we hebben een hele nauwe samenwerking met de scholen om signalen op te halen. Maar ook om het aanbod neer te leggen en in die zin zijn zij echt een belangrijke verwijzer ook voor ons.
Pagina 9 van 41
De voorzitter: Met een IB'er wordt neem ik aan interne begeleider bedoeld? De heer Piena: Ja, dat was mijn verzoek ook. Ik hoor heel veel afkortingen maar niet iedereen is bekend met de afkortingen. Vandaar graag (onverstaanbaar). De voorzitter: Ja, daarom dacht ik al, ik ben de wethouder gewoon voor. Is daarmee deze vraag voldoende beantwoord? U heeft er dan nog twee als het goed is. Wilt u de volgende stellen? Mevrouw Horvath: Ja, dat zal ik zeker doen. Ik ben blij te horen wat net het antwoord was. In de presentatie vertelde u ook volgens mij dat er regelmatig eigenlijk pas te laat een hulpvraag bij jullie komt. En dat jullie denk ik dan op dat moment de hulp ook niet meer kunnen bieden omdat je dan de expertise daarvoor mist of dat het al te groot is het probleem. Als ik dat niet goed heb gehoord dan hoor ik het zo wel. Wat zou er nodig zijn om dit te verbeteren of te doorbreken? De voorzitter: Nou, ga ik kijken wie de vraag beantwoordt. Ik gok mevrouw Van Es. Mevrouw Van Es: Ik durfde eigenlijk niet meer. Nee, ik vind het eigenlijk heel eerlijk gezegd een hele moeilijke vraag om te beantwoorden want de vraag is groot denk ik. Want ja, hoe doorbreek je iets wat maatschappelijk … De voorzitter: Even via de microfoon graag. Mevrouw Horvath.
Mevrouw Horvath: Of misschien hoe komt het dat het, als ik het goed hoorde daarnet, vaak te laat bij jullie pas terechtkomt? De voorzitter: Mevrouw Van Es. Mevrouw Van Es: Nou, als we denk ik kijken naar de echte echtscheidingsproblematiek, dat toch de meeste gezinnen er zelf eerst proberen uit te komen. Al dan niet met netwerk, ja, netwerk met name of samen. In veel gevallen gaat het de eerste periode, moeten jullie ook voorstellen, worden ouders maar ook kinderen, met name ouders, overspoeld door alle regelzaken die daar ineens bij komen kijken. Wat we veel ook wel zien is dat ouders eigenlijk gewoon mondeling het een en ander met elkaar afspreken. En zolang dat in goede harmonie gaat, is het prima, is er niks aan de hand. Wat vaak een kantelpunt is in die processen is op het moment dat er een nieuwe partner bijvoorbeeld verschijnt, als een van de voorbeelden. Dan gaat het schuren en dan is het wel afhankelijk van de draagkracht van de beide ouders of zij dat zelf zeg maar kunnen stroomlijnen. En ja, als er dus dan sprake is van psychiatrie of LVB of overbelasting, ja, dat kan van alles zijn. O, LVB moet ik natuurlijk even toelichten. Bedankt. Licht verstandelijke beperking. Ja, dan wordt het dus lastig en dan zie je dat ze of getipt worden door een school of door het CJG of door hun netwerk van, goh, meld maar aan bij het wijkteam.
Ik moet zeggen in de volksmond is het wijkteam, ga maar naar het wijkteam is een veel gehoorde. Dat maakt het voor ons ook lastig. We hebben gelukkig een aanmeldteam en een bereikbaarheidsdienst waarin we al het een en ander afvangen. Maar dan is er vaak al een soort van spoed want er moet morgen iets geregeld worden want een ouder heeft een kind al heel lang niet gezien of een ouder vertrouwt het niet. Ja, en een plan heb je ook niet binnen een week geregeld. Vaak belt één ouder. Nou, is de andere ouder dan akkoord, wat is de situatie? En dan heb je ook wel ermee te maken dat er helaas maar waar wachtlijsten zijn. Wij screenen wel op urgentie en daarin brengen we eigenlijk in kaart, hoe is de draagkracht en de draaglast? En hoe meer factoren natuurlijk er zijn, hoe eerder het wordt opgepakt. Maar ja, dan is het de vraag, waar stap je in? En ja, op het moment dat dat redelijk gunstig is dan kan je nog bijsturen Pagina 10 van 41
en in het beste geval beide ouders om tafel krijgen en de juiste route uitzetten en ze daarin mee aan de hand nemen want dat is vaak heel helpend. Maar als dat er dus niet is, ja, dan is het voor ons ook wel heel lastig om daar nog de juiste handen en voeten aan te geven. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Horvath, u heeft nog één vraag denk ik? Mevrouw Horvath: Die laat ik even gaan. Dank u wel. De voorzitter: Kijk eens aan. Dan ga ik naar PvdA. De heer Rijsdijk, u had vier vragen, zijn dat er nog steeds vier? De heer Rijsdijk: Het zijn er drie, voorzitter. De voorzitter: Kijk. Wilt u ook ze één voor één stellen alstublieft? De heer Rijsdijk: Dat is prima. Er werd aangegeven dat het wijkteam nu voornamelijk uit generalisten bestaat en dat er nog wel wat expertise ontbreekt, dat ouderschapsplan werd als voorbeeld aangehaald. Maar is er nog meer expertise waarvan u zou zeggen, nou, dat zou toch wel waardevol zijn op het moment dat we daar ook de beschikking over hadden. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Es. Mevrouw Van Es: Misschien goed om toe te lichten is dat wij wel diverse expertise binnen het wijkteam hebben. Wij noemen dat onze moederorganisatie, dat is MEEVivenz. MEE staat dan voor de licht verstandelijke beperking en Vivenz voor het maatschappelijk werk. Enver voor de jeugdhulp. We hebben Youz voor de jeugd-GGZ, we hebben Antes voor de volwassenen-GGZ.
En daarnaast hebben we natuurlijk gedragsdeskundigen en dergelijke. Ook dit vind ik een vrij brede vraag want ik denk dat er altijd expertise mist. Ik denk dat wij heel veel wel hebben alleen je ziet ook in de maatschappij dat er een ontwikkeling is. En elke keer wanneer er een ontwikkeling is moet je eigenlijk met elkaar de vraag stellen, hebben wij nog het juiste aanbod? Binnen Ridderkerk heb je best wel wat specifiek, huiselijk geweld komt bijvoorbeeld veel voor, psychiatrie zien we veel voorkomen, scheiding komt ook veel voor. Dus natuurlijk volgen wij cursussen, trainingen om onze professie op orde te houden zeg maar alleen is dat wel weer een cursus. En ik denk dat op het moment dat je het hebt over complexe materie in welke variant dan ook, dat het heel helpend is op het moment dat je echt een expert wordt op een bepaald onderwerp. Zelf ben ik bijvoorbeeld systemisch onderlegd, heb ik een aanvulling daarin gedaan. En ik denk wel dat dat een hele belangrijke is in je basishouding om echt vanuit de brede context te werken en te kijken. Zodat je niet de pleisters eraf trekt en plakt maar dat je echt gaat afpellen naar de kern zoals je dat ook met een ui doet, zoals wij dat dan zeggen.
En ik denk dat daar nog wel meer aandacht voor mag zijn want ja, wij werken allemaal systemische maar het verschil tussen systemisch werken en echt een systeemopleiding gedaan hebben, daar zit nog wel een groot verschil in. En dat zou, als je het mij vraagt, een mooie aanvulling zijn in je basis zodat je vanuit daar ook een breder aanbod kan creëren. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijsdijk. O, er is nog een hand van mevrouw Vergunst, ChristenUnie. Mevrouw Vergunst: Ja, ik wil nog een stapelende vraag stellen. Jij had het net over de moederorganisaties. Hoe zit die link nou precies tussen de moederorganisaties en het wijkteam? Ben jij bij allebei werkzaam of ...
Pagina 11 van 41
De voorzitter: Mevrouw Van Es. Mevrouw Van Es: Ik zeg het altijd heel plat, de moederorganisatie betaalt mijn salaris en mijn werk bevindt zich binnen de gemeente. De binding zit hem echt in het wijkteam met elkaar en daar bouwen we. Alleen de zakelijke kant is als we het hebben dus over bijscholing, dan kijk ik wel in mijn geval naar Enver, naar mijn moederorganisatie. Die creëert aanbod en die zorgt er ook voor dat ik mij als professional kan blijven ontwikkelen en het juiste doe. Ook met wat zij hebben afgesproken met wat zij aan de gemeente moeten en kunnen leveren en dat geldt ook voor de andere disciplines uiteraard. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijsdijk, wilt u uw volgende vraag stellen? De heer Rijsdijk: Dank u, voorzitter. Er zijn al wat vragen gesteld over het loket, ook in relatie tot het ouderschapsplan. Ik begrijp dat het nu wordt onderzocht. Wat ik mij nog wel afvroeg, kan al iets meer geduid worden hoe het staat zeg maar met het onderzoek, hoever dat gevorderd is? En wat het tijdspad is wat gevolgd wordt zeg maar om het ingeregeld te hebben? Dank u wel. De voorzitter: Wie mag ik daarvoor het woord geven? Ik zie mevrouw Kartiko, gaat uw gang. Mevrouw Kartiko: Ja, momenteel zijn wij naast het loket ook bezig met de website dus hoe mensen binnenkomen, zeg maar inwoners op het gebied van jeugd en jeugdhulp.
Dus dat is eigenlijk even gezamenlijk gepakt om te kijken, oké, want daar gaan we ook weer inwoners spreken om te kijken, oké, wat is er nou nodig? Daar qua planning, maar dit doe ik even uit mijn hoofd, zijn we nu dit komende kwartaal daar nog mee bezig en zal denk ik in de loop van 25 Q1 of Q2 die website ook vernieuwd worden of ieder geval anders ingericht worden. En daarmee samen ook of er een loket komt of hoe dat ingericht wordt dus in de loop van ‘25. Ja? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijsdijk, wilt u dan uw laatste vraag stellen? De heer Rijsdijk: Dat is prima, voorzitter. En dat gaat eigenlijk over het cursusaanbod voor kinderen die met ouders in een vechtscheiding te maken hebben. Er worden verschillende cursussen aangeboden in verschillende leeftijdscategorieën. Mist er nog iets in het aanbod op dit moment of dat u zegt, dat zou bijvoorbeeld ook een toegevoegde waarde hebben? Ik begrijp dat het in ieder geval een bewuste keus is geweest om kinderen vanaf een bepaalde leeftijd niet meer aan een cursus deel te laten nemen. Maar wellicht voor de lagere leeftijdscategorieën, ja, ontbreekt er nog iets. Kunt u daar iets over zeggen? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Boel, mag ik u het woord geven? Mevrouw Boel: Dank u wel.
Waar zal ik beginnen? Ik hoor twee vragen, leeftijdscategorie en wat er nog mist? Ik ga even beginnen met de leeftijdscategorie want wat wij hebben gemerkt is dat het voor kinderen vrij lastig is om op hele jonge leeftijd in gesprek te gaan in een groep. Vandaar dat we echt beginnen vanaf 4 jaar. Nee, ik zeg het niet goed, 6 jaar. De piep zei de muis is wel vanaf 4 jaar dus dat is fijn. En eerder denk ik niet dat je kinderen in een groep, dat daar echt heel veel effectiviteit valt te behalen in wat je eruit kan halen als in doelen. En hij zit ook niet in de NJI qua aanbod dus er is ook echt geen interventie voor jongere kinderen als het gaat om cursusaanbod. Daarnaast is jouw vraag ook, wat mist er? Wat ik opgenoemd heb zijn kindcursussen en ik denk dat het waardevol zou zijn als er een oude cursus is van, hoe ga je om met kinderen in een echtscheiding? En dan nog niet eens een vechtscheiding maar hoe communiceer je, hoe zorg je, ga je om met de spanning en de stress thuis? Dus datgene wat ze eigenlijk krijgen in de ouderbijeenkomst die hoort Pagina 12 van 41
bij een kindcursus, dat zou fijn zijn als daar een oudercursus voor zou zijn. Die zijn er ook maar dan is het even qua budget kijken, waar ligt voor ons de nadruk op? Die ligt nu op de kinderen omdat wij ook van de preventie zijn maar het zou waardevol zijn als daar ook een oudercursus, als je het mij vraagt, aan gekoppeld wordt. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik graag over naar de heer Van de Waerdt, u had zes vragen. U had net ook een stapelende dus ik heb een stille hoop dat er inmiddels vijf zijn. Maar ik kan mis hebben, ik ga het even na. De heer Van de Waerdt: Kan ik u geruststellen als ik zeg dat er nog drie over zijn? De voorzitter: U maakt mij blij. Zou u ze ook één voor één willen stellen, alstublieft? De heer Van de Waerdt: Ja. Allereerst wil ik een compliment aan jullie uitdelen voor jullie betrokkenheid. Ik vind het mooi om te zien dat jullie echt vanaf de werkvloer ook echt hier zitten om die presentatie te zien. Zie ik jullie als (onverstaanbaar) en jullie bevlogenheid en een groot compliment allereerst daarvoor. Er is al even gesproken over de schoolcontactpersoon en die neemt een belangrijke plaats, een belangrijke rol in dat moeten we niet onderschatten.
Hoe hoog is daarbij de werkdruk? Hebben ze een wachtlijst, hebben ze voldoende uren? Dat is eigenlijk meer de vraag van, wordt die voldoende gefaciliteerd vanuit de gemeente of merk je heel erg bij scholen van, ja, alsjeblieft, we zouden vaker een schoolcontactpersoon over de vloer willen hebben? De voorzitter: Wie mag ik daarvoor het woord geven? Mevrouw Van Es voor de verandering. Mevrouw Van Es: Ik denk dat het schoolcontactpersoonschap best wel goed is ingeregeld. Er is, en dan moet ik even Marissa aankijken of zij dat weet of niet, ik weet dat er uitbreiding is geweest. Dat eerder was het één uurtje per week op de scholen, dat bleek absoluut onvoldoende, dus de scholen zijn best wel breed vertegenwoordigd. Ik denk als je het aan de scholen zou vragen en kijkt naar wat er allemaal gebeurt, dat ze het liefst zouden zien dat we er de hele week zijn, dat je altijd kan schakelen. Nou, zo is het niet ingeregeld. En ik moet ook eerlijk zeggen, doordat wij dit aanbod hebben vanuit het wijkteam betekent dat ook iets voor het werk wat wij vanuit het wijkteam ook aanbieden want je kan niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Dus daar zit zeker nog een wens tot uitbreiding op welk vlak dan ook zodat dat veel makkelijker geborgd is.
Want wat je nu ook ziet, los van dat we de kindgesprekken voeren, denken we ook mee met de scholen bij ondersteuningsoverleggen op het moment dat er zorgen zijn zodat je daar ook weer die verbinding hebt. Is denk ik een goede om voor de toekomst over na te denken wat daarin belangrijk is en Marissa wil daar een aanvulling op geven. De voorzitter: Dat kan natuurlijk. Mevrouw Kartiko. Mevrouw Kartiko: Qua verdeling is het nu, want je had het over één uur, Marleen, is het nu per school een dagdeel. En de uitbreiding sloeg op het VO want daar is met NPO-middelen natuurlijk extra geld naartoe gegaan. En daarvan hebben we gezegd, die moet structureel ingezet worden door de behoefte en de vraag van de VO-scholen. Dus dat is nu de huidige stand. De voorzitter: Voortgezet onderwijs, even aanvullend. Mevrouw Emmerich, u heeft een stapelende vraag?
Pagina 13 van 41
Mevrouw Emmerich: Ja, voorzitter, dank u wel. We hebben het inderdaad over de basisscholen en het voortgezet onderwijs maar geldt dat ook dan voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs? De voorzitter: Er wordt driftig geknikt dus het antwoord is ja. Mevrouw Van der Heijde, CDA. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Ja, ook stapelend op het stukje hiervoor over de schoolcontactpersoon. Jullie gaven eerder aan dat ook schoolmaatschappelijk werk daarbij, nou ja, een combinatie kan zijn als ik het goed begrepen heb. Hoe moet ik dat dan zien? Gaat eerst het kind naar schoolmaatschappelijk werk en komt dan in contact met de schoolcontactpersoon of is de ladder anders? Heeft iedere basisschool hier en iedere voortgezet onderwijs school schoolmaatschappelijk werk? Nou, neem me eens mee, alsjeblieft? De voorzitter: De vraag is helder denk ik. Wie gaat hem beantwoorden? Mevrouw Van Es. Mevrouw Van Es: Een goede vraag. Nee, de schoolcontactpersoon is echt veelal op de basisscholen en je ziet in het voortgezet onderwijs dat er vaak ook nog een maatschappelijk werker gekoppeld is. En wat je daarin dan ook weer ziet is dat het vaak begint bij de schoolcontactpersoon, het preventieve, het laagdrempelige.
Is dat niet voldoende heeft vaak de schoolmaatschappelijk werker, die is dan echt verbonden aan de school, die heeft net weer wat meer mogelijkheden langdurig met name om iets in te zetten. Is dat niet voldoende dan komt het bij het wijkteam. En daarin hebben we dan ook weer de splitsing, is het dan wijkteam of is het specialistisch? En als het specialistisch is, is het een aanvraag jeugdhulp. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de vraag voldoende beantwoord is. Dan ga ik nu weer terug naar de heer Van de Waerdt, SGP. De heer Van de Waerdt: Bedankt. CJG Rijnmond heeft een beleidsnota geschreven met als titel, scheidingsproblemen bij jeugdigen. En dan hebben ze per gemeente van Rijnmond hebben daar een specifiek rapport over gemaakt. In het voorwoord staat dat CJG Rijnmond graag ook individueel gesprekken wil voeren met alle gemeenten die in CJG Rijnmond vallen. Heeft dat gesprek op ambtenarenniveau al plaatsgevonden? De voorzitter: Mevrouw Kartiko. Mevrouw Kartiko: We hebben eigenlijk, of ja, dertien gemeenten zitten in een Raad voor het Publiek Belang. Daar zit onder andere de wethouder Piena in. En daarnaast hebben we een ambtelijk overleg en hebben we dus eigenlijk sowieso vier keer per jaar overleg in die vorm, met echt de hele CJG Rijnmond en hebben we het over zulk soort onderwerpen. En daarnaast zijn er ook accountgesprekken echt met de locatie hier in Ridderkerk.
De voorzitter: Mijnheer Van de Waerdt. De heer Van de Waerdt: Ja, toch nog even een vervolgvraag hierop. Ze hebben namelijk een heel duidelijk beleidsadviesnota geschreven en daar ook een presentatie aan gekoppeld. Heeft die ook al plaatsgevonden? De voorzitter: Mevrouw Kartiko maar het kan ook zijn dat wethouder Piena hem beantwoordt hoor. Zegt u het maar wie er wil? Mijnheer Piena, u mag de vraag beantwoorden. De heer Piena: Voorzitter, ik heb minimaal één keer per jaar individueel gesprek met de directeur van het CJG. Dit is niet specifiek aan de orde gekomen maar de begaanbare weg is ook wel eerst dat het ambtelijk Pagina 14 van 41
besproken wordt, dan komt die uiteindelijk eventueel in een tweegesprek tussen mij en de directeur van het CJG. Maar we proberen ook altijd wel in dit verband met alle gemeenten een beetje gelijk op te trekken want voor het CJG is het ook wel heel lastig om met elke gemeente afzonderlijk afspraken te maken. Maar op de vraag beantwoord, heeft het gesprek één op één specifiek op dit onderwerp plaatsgevonden, is nee. De voorzitter: Dat is in ieder geval een helder en duidelijk antwoord. De heer Piena: En nog wel even een toevoeging. Het CJG heeft een nieuwe directeur, die is nu nog driekwart jaar meen ik uit mijn hoofd. Dus ook die moeten we een beetje tijd gunnen om zich het werkveld eigen te maken en haar weg te vinden. Dus het gesprek zal echt wel gevoerd gaan worden maar ook eventjes een beetje clementie met de nieuwe directeur om haar haar weg te laten vinden. De voorzitter: Mijnheer Van de Waerdt. De heer Van de Waerdt: Ja, bedankt voor het antwoord. Er werd gezegd, volgens mij was het mevrouw Van Es, was er best wel behoefte van ouders om bij het wijkteam een ouderschapsplan op te stellen. U haalde toen het voorbeeld aan van een loket in Rotterdam. Maar hebben we eigenlijk wel een loket nodig om zoiets op te kunnen stellen? Wat is jullie idee, mening daarover? De voorzitter: Mevrouw Van Es.
Mevrouw Van Es: Ik weet niet of we een loket nodig hebben, dat is denk ik aan de gemeente om daarover na te denken of ze dat wel of niet willen. Wat ik zelf merk in het werk is dat ik het ouders, gezinnen in echtscheidingssituaties zou gunnen dat ze op één plek terechtkunnen waar dus expertise is en waarin ze dus niet weer worden doorgestuurd van organisatie naar organisatie. Voor dit stukje moet je bij het Juridisch Loket zijn, voor dit stukje moet je bij het wijkteam zijn. O, nee, de problematiek is te zwaar, we gaan u weer doorverwijzen. O, u moet wel eerst even op de wachtlijst voor een indicatie. Daar gaat heel veel tijd overheen en ik denk dat we winst kunnen behalen door sneller aan te kunnen sluiten en ook daadwerkelijk het juiste te kunnen aanbieden. En op het moment dat je daar dus misschien wel een mediator hebt zitten in dienst van, die dat proces gewoon in basis kan opstellen. En natuurlijk ga je dan uit van eigen kracht van ouders waarin je ze misschien eerst een document meegeeft en, ga dit eens met elkaar proberen in te vullen, zeker als ze nog on speaking terms zijn. Ja, en kom dan weer eens terug. Ik ken ook gemeentes dat ze dat vanuit het Centrum Jeugd en Gezin organiseren omdat het anders is ingericht. En ik denk dat het in Ridderkerk mijn visie nog te veel versnipperd is en dat we vanuit het wijkteam in ieder geval onvoldoende daarop ingericht zijn.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van de Waerdt, zijn uw vragen daarmee gesteld of heb ik er nog één gemist? De heer Van de Waerdt: Ik heb eigenlijk toch nog eentje. Dat is de laatste dan. Ik wil hem toch even gaan stellen. We hebben het al even kort over gehad dat het gaat over het steunfiguur voor het kind, dus één steunfiguur voor het kind. Wordt dat nu ook echt in de gemeente Ridderkerk echt actief aangeboden als een kind niet terug kan vallen op een sociaal netwerk of zo? Is voor ieder kind zal ik maar zeggen de mogelijkheid om een steunfiguur aangereikt te worden? De voorzitter: Mevrouw Van Es.
Pagina 15 van 41
Mevrouw Van Es: Is een brede vraag want wij zien niet alle gezinnen natuurlijk bij het wijkteam. Ik denk wat we, ik kan alleen vanuit Enver spreken want, nou ja, wij volgen ook die cursus, in ieder geval, we kunnen die cursus volgen, laat ik het zo zeggen. Binnen ons werk, op het moment dat wij een intake doen kijken wij in de brede context van wat speelt er allemaal? Daarin is netwerkanalyse, moet ertussen zitten. Van wie is er betrokken, wie is helpend? Maar niet alle gezinnen hebben een breed netwerk en daarin zijn we wel bezig een sociale netwerk versterking om ook te kijken, de buurman, de wijk. Want als je de vraag stelt aan gezinnen is het antwoord veelal, nee, ik heb geen netwerk. Terwijl als je er echt goed op doorgaat, dat er best wel wat mensen zijn die toch betrokken zijn. Maar ook dit is wel weer een vaardigheid en een expertise waar je eigenlijk veel mee moet werken. Hetzelfde als bijvoorbeeld een netwerkberaad organiseren, dat schud je niet even uit je losse pols. En dat is een beetje het kijken van, wat is de hulpvraag en wat is nodig? En daarin denk ik dat we ons nog veel meer kunnen ontwikkelen maar dat dit wel een van de vragen zou moeten zijn bij de start om er echt veel meer aandacht voor te hebben. Dus veel meer dat kopje thee en in het begin die brede investering dan gelijk eigenlijk willen oplossen. De voorzitter: Het is voldoende beantwoord zie ik.
Dan heb ik nu nog op mijn lijstje staan mevrouw Van Nieuwenhuizen, Leefbaar Ridderkerk. U had één advies en een opmerking als ik het goed genoteerd had. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben tot mijn pensionering in juli, afgelopen juli, ben ik mediator scheidingsbemiddelaar geweest dus ik weet waar ik het over heb. Wat ik eigenlijk mis, kijk, ik weet als mediator, ik heb honderden echtscheidingen gedaan, de grootste spanning begint door de financiën. Er is altijd één die de beslissing neemt om te gaan scheiden, de ander moet zich daar maar bij neerleggen want je kan er niks aan doen. Maar dan krijg je altijd het probleem, hoe kom ik rond, wat gaat er met het huis gebeuren, waar haal ik de financiën vandaan? Vaak is het nog steeds in ons zeer geëmancipeerde landje de vrouw die zorgt voor de kinderen en daardoor vaak een parttimebaan heeft of geen baan heeft. Wat ik dan mis is, probeer, bijvoorbeeld het zou een mooie taak misschien zijn voor Facet, je zou hier een loket moeten hebben of in ieder geval een contactpunt moeten hebben in Ridderkerk waar ouders of degene die denkt van, hoe moet ik dit allemaal doen, puur naartoe kan van, hoe zien mijn financiën eruit na de scheiding? En dat is heel makkelijk uit te rekenen natuurlijk dus dat is niet zo heel erg moeilijk. Dat zou mijn advies zijn.
En in aanvulling even over wat de heer Van de Waerdt ook vroeg over dat ouderschapsplan, ik denk dat je dat echt moet overlaten aan de experts. Ik ging zelf uit, hoe raar dat ook klinkt, van the worst case scenario. Jullie kunnen het goed bedoelen, jullie willen het beste maar o wee als er een ander in het spel komt want dan komen de problemen. Dus een ouderschapsplan moet dichtgetimmerd zijn. Kom je er niet uit met vakanties gaat de omgangsregeling is bindend, daar kan je niet meer onderuit. Kom je er niet uit, gaat gewoon de omgangsregeling door. Zonder dan drie weken met papa mee en zijn nieuwe vriendin, als dat niet uitkomt. Dus dat is sowieso het advies, doe het daarbij. Maar pak inderdaad de voorkant aan, de financiën, want dat is het grootste probleem en daar komt de stress door. De voorzitter: Ik denk dat het helder is. Wil er nog iemand op reageren? Mevrouw Kartiko. Mevrouw Kartiko: Ja, een waardevolle aanvulling. Dank u wel. Ja, ik wou zeggen, ik … Ja. De voorzitter: Volgens mij hebben we iedereen zo onze eigen taak denk ik. Wethouder Piena, wilt u nog even reageren op datgene wat er aan de orde is geweest? De heer Piena: Voorzitter, dat ik zoveel ruimte van u krijg, ben ik niet van u gewend. De voorzitter: Die ruimte is beperkt tot honderd woorden. Pagina 16 van 41
De heer Piena: Dan gaat me dat goed lukken. Nee, mijn dank is groot aan de vier mensen die hier de presentatie hebben gegeven. De mooie vragen die gesteld zijn nemen we ook weer mee met onze bevindingen en onze overleggen tussen de verschillende organisaties. Ik hoop dat iedereen er wat aan gehad heeft met deze presentatie, dat er meer duidelijkheid verschaft is wat er allemaal achter de schermen gebeurt. Wat natuurlijk niet vaak naar buiten komt en ja, ook wel weer vragen oproept. Dus dank voor de presentatie en ik hoop, als er nog vragen mochten zijn, jullie weten mijn kantoor te vinden. En ik schuif de vragen gewoon weer door naar de mensen die hier zitten. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Es, u wilde graag nog heel even het woord. Mevrouw Van Es: Ja, ik wil graag afsluiten met de titel, vechtscheiding. Hij is in het begin door Marissa genoemd en mijn hulpverlenershart die bloedt daar een beetje van. Dus daar wil ik echt mee afronden, laten we alsjeblieft wij met elkaar, we zitten niet voor niets aan tafel, we verstaan elkaar denk ik door echt de term complexe scheiding te gebruiken. Want als wij al uitgaan van vechten, wat verwachten we dan van de ouders die in een complexe situatie zitten? Niemand, ik geloof daarin, kiest ervoor om vechtend kinderen groot te brengen en, nou, het steeds slechter te laten vergaan.