2024-10-21 verslag-gemeenteraad-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Voorzitter, ik ben toch heel erg benieuwd of VVD ook niet vindt dat het COA betaald wordt door onze belastingcenten. Dat is één. En twee is, er wordt gesproken over een indicatief aantal, dat zou in dit geval ook negentig kunnen zijn, wat we al hebben. Als we dan ook nog de randvoorwaarden in die motie zouden zetten, zou VVD dan wel meegaan? De voorzitter: Mijnheer Borst. De heer Borst: Voorzitter, ik heb twee vragen gehoord. Waarvan die eerste vraag ik niet zo goed weet hoe ik daarop moet reageren, anders dan dat ik het met mevrouw Kayadoe eens ben dat het COA door belastinggeld wordt gefinancierd. En die tweede vraag, volgens mij heb ik al een keer of drie, vier aangegeven met wat voor motie, wat voor strekking van een motie wij eventueel wel mee zouden kunnen. Ja, en als het dan nu nog niet duidelijk is wat voor motie dat dan is, dan weet ik ook niet meer hoe ik dat duidelijk moet maken, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Westbroek. De heer Westbroek: Nee, voorzitter, dat is wat mij betreft wel duidelijk hoe de VVD erin staat. Maar toch voor de helderheid een vraag over de Spreidingswet.
Heeft de VVD nou echt het idee dat deze minister van de grootste partij, die alleen maar verder in de peilingen stijgt, die op dit onderwerp de verkiezingen heeft gewonnen, die wet zal gaan toepassen, precies bij Ridderkerk? Ondanks dat al die gemeenten hier in de regio niet aan die aantallen gaan voldoen. De voorzitter: Mijnheer Borst.
Pagina 19 van 37
De heer Borst: Ik begrijp de suggestie van de heer Westbroek niet zo goed. Volgens mij is de wet voorlopig gewoon de wet. En dan heb je je daartoe te verhouden. En dan maakt het niet uit van welke partij de minister is of hoe dat de wind waait. Voorlopig staat die wet er gewoon. En mevrouw Faber, ik heb het ook nog eens even opgezocht, heeft op verschillende momenten heel verschillende dingen gezegd. Dus ik heb geen idee op waar ik moet varen. Het enige wat heel knip en klaar is, is dat er een wet staat. En aan die wet hebben wij, juist wij, als lokale bestuurders, daar hebben we ons toe te verhouden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Mijnders, uw hand ging heel hoog. De heer Mijnders: Ja, ik wilde eigenlijk reageren op 18PLUS. De voorzitter: Ja, maar u heeft straks nog een eigen termijn, dus dat kunt u dan doen. De heer Mijnders: Ja, maar deze wil ik toch wel heel graag doen als het mag. De voorzitter: Ik ben het niet gewoon om een debat binnen de termijn van iemand anders te doen. Dat heb ik nu een paar keer aangegeven. Als u daar uiteindelijk anders in staat, dan hoor ik dat wel een keer op enig moment. En anders niet. Zo simpel is dat ook. Dus daarmee hebben we volgens mij de termijn van de VVD gehad. Dan gaan we naar de termijn van Burger op 1, mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter.
In het presidium hebben wij gesproken over het aanbod van het college aan het COA om een locatie beschikbaar te stellen voor het bouwen van een opvanglocatie voor 250 asielzoekers. Dan zou de locatie asielboot de Calypso opgeheven worden. Burger op 1 heeft al steeds aangegeven dat de 250 asielzoekers op één plek te veel vinden. De negentig volwassen mannen die nu op de boot verblijven zouden dan ook in het grote centrum terechtkomen waar mannen, vrouwen, gezinnen met kinderen bij elkaar opgevangen kunnen worden. Het gaat om mensen die in afwachting zijn van de behandeling van de aanvraag, die meestal nog maar net in Nederland gearriveerd zijn. Dit kunnen vluchtelingen zijn voor geweld en onderdrukking, maar het kunnen ook de zogenaamde gelukszoekers zijn die uiteindelijk geen kans hebben op een verblijfsvergunning in Nederland. Voor de alleenstaande minderjarige vreemdelingen ziet het college geen mogelijkheid binnen Ridderkerk. Zij moeten apart opgevangen worden. De locatie zal er voor minstens vijf jaar staan. De investering zal groot zijn, want er ligt nu nog zelfs vervuilde grond en er is nauwelijks infrastructuur aanwezig. De locatie is aan de Oudelande, op loopafstand van de woningen daar, van de Oostmolendijk, van Natuurpark Crezéepolder in de Gorzen en woonwijk Drievliet-‘t Zand. Ook grenst de locatie aan de P&R Oudelande.
Onze eerste gedachte was dat wij op het collegebesluit geen invloed zouden hebben en alleen randvoorwaarden mochten meegeven. Inmiddels lijkt het toch anders te zijn en dit zet ons voor een lastige keuze. We zijn immers zoals we heten, we zetten, waar dat kan, de burger op 1. Maak je dan als lokale partij een lokale keus of zet je indien nodig een landelijke pet op? Alles overwegend, met een extra opvang van 150 asielzoekers, maar ook met extra opvang in andere gemeenten, worden de centra in Ter Apel of Budel misschien voor een week ontlast en dan loopt het weer spaak. Er komen immers negenhonderd à duizend asielzoekers bij Ter Apel aan, per week. Hier moet structureel iets aan gedaan worden. Aan de ene kant zien wij dat Nederland vastloopt in de zorg, in het woningtekort, maar ook volloopt met nieuw geplande woningen, met wegen, met wind- en zonneparken. En zo'n groot land hebben we niet. Nederland is op Malta na het dichtstbijzijnde volk van Europa. Hoeveel kunnen we hier nog aan? We kunnen beter vanuit onze, nu nog sterke landelijke positie, helpen in gebieden waar de vluchtelingen vandaan komen. Waarbij we nadrukkelijk niet zeggen dat echte vluchtelingen van oorlog en geweld niet welkom zijn. Dit maakt de keus, wel of niet instemmen met de motie, zo lastig. Daar laat ik het even bij.
Pagina 20 van 37
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij nu naar de Partij van de Arbeid. Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. De Partij van de Arbeid Ridderkerk is positief verrast dat de burgemeester en wethouder bij omwonenden langs zijn geweest om over de mogelijke komst van een AZC te spreken. Dat is door hen gewaardeerd, ook al is lang niet iedereen het eens met het plan. Er zijn zorgen over druk op onze lokale voorzieningen en over mogelijke overlast en criminaliteit. Zeker naar de beelden uit Ter Apel. Dat wil niemand. Blijft Ridderkerk wel Ridderkerk? Tegelijkertijd vangt het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers, het COA, sinds eind 2021 honderd personen, uitsluitend mannen, tijdelijk op in de Ridderkerkse haven. Je hoort er nauwelijks iets over en er is geen gedoe. Dat is een compliment aan iedereen die bij de opvang is betrokken. De Spreidingswet is ondanks de onrust in de landelijke politiek nog steeds van kracht. Het college voert de wet uit met het bod dat het heeft gedaan om 150 extra asielzoekers op te vangen. Het is een bod onder tien voorwaarden, zodat het de vraag is of het COA zou kiezen voor een extra opvanglocatie in Ridderkerk. Als dat al het geval is, heeft de raad nog het laatste woord. Waarom dan nu een motie van een coalitiepartij? Het uitbrengen van het bod is een collegebesluit.
Wethouders in andere gemeenten hebben een aantekening laten zetten wanneer zij het niet eens waren met dat besluit. In Ridderkerk heeft geen van de vijf wethouders dit gedaan. Aangenomen mag dus worden dat zij collectief achter het besluit staan. Bijzonder is het daarom dat een van de wethouders op Facebook een bericht heeft geliked tegen de mogelijke komst van het AZC. Spreekt het college nog wel met één mond? Voordat we ons standpunt over de motie definitief bepalen, heeft de Partij van de Arbeid Ridderkerk nog de volgende vragen. Aan de indiener van de motie. De vraag over de formulering van de motie hebben we al gesteld. Geen duidelijk antwoord op gekregen. Maar wat ons nog wel bezighoudt is, wat betekent het voor het voortbestaan van de coalitie als het college toch een overeenkomst sluit met het COA? En maakt het daarbij uit of de motie wel of niet wordt aangenomen? En we hebben ook vragen aan het college. Wat zijn de mogelijkheden om het bod in te trekken of aan te passen naar nul? En kan dat zonder gezichtsverlies voor de gemeente? En als de motie vanavond wordt aangenomen, gaat het college deze dan uitvoeren? En specifiek de burgemeester en de wethouder die hiervoor aan de lat staan. Of gaat u deze naar zich neerleggen? Dat kan immers met een motie. En wat betekent dat dan voor het voortbestaan van de coalitie? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Dan gaan we nu naar het CDA. Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Dat de instroom van asielzoekers leeft in Nederland en in de Ridderkerk is duidelijk. De verkiezingsuitslag van de Tweede Kamerverkiezingen hebben dit opnieuw duidelijk zichtbaar gemaakt. Het huidige kabinet en de landelijke coalitie hebben het oplossen van deze zogenoemde asielcrisis als speerpunt en heel Nederland kijkt naar Den Haag. Hoe willen en gaan ze deze problemen oplossen? Op dit moment geldt een Spreidingswet waar veel over te doen is, maar naar mening van onze fractie wel een wet met een goede gedachte erachter. Namelijk dat de instroom van asielzoekers eerlijk over Nederland worden verdeeld. Want terecht wordt er door sommigen aangegeven dat Ridderkerk de afgelopen jaren zijn bijdrage al heeft geleverd. Terwijl andere gemeenten dit niet hebben gedaan. Op deze manier wordt elke gemeente gedwongen tot het opvangen van asielzoekers. Zolang de Spreidingswet geldt wil onze fractie dat we hier ons ook aan houden. Want zolang de problemen op landelijk niveau nog niet zijn opgelost, vindt onze fractie dat we hen die opvang nodig hebben ook deze opvang moeten bieden. Ook wij als Ridderkerk zullen naar onze mening ons steentje hieraan moeten blijven bijdragen. We zijn daar ook benieuwd naar hoe er op het Ridderkerkse bod gereageerd wordt als de motie wordt aangenomen.
Maar we zijn ook zeker benieuwd hoe de landelijke overheid juist de instroom van asielzoekers die geen vluchtelingen zijn wil tegen gaan. We kijken hoopvol en met heel veel nieuwsgierigheid richting Den Haag. Als laatste, voorzitter, willen we oproepen om het gesprek over de mogelijke komst van een asielzoekerscentrum in Ridderkerk op een Pagina 21 van 37
nette manier te voeren. Want als je kijkt naar de afgelopen weken dan doet 99,9 procent het heel goed. Maar we horen ook verhalen van briefjes in Drievliet van, er wordt onrust gestookt van, de baggerdepot, ze zijn op dit moment al bezig. Maar dat bleek dus uiteindelijk de grond te zijn van het huidige COM-gebouw. Maar anderzijds lezen we ook artikelen in De Combinatie. En iedereen heeft de vrijheid om een artikel erin te schrijven. Maar om dan gelijk de tegenstanders van een asielzoekerscentrum ook met racistisch te gaan bestempelen, gaat ook het CDA-fractie te ver. We vragen dus ook van, hou deze gesprekken, hou deze discussie op een goede en nette toon. Dit soort dingen dragen namelijk niet aan bij. Hierbij is het ook zeker van belang om de zorgen van de Ridderkerkers serieus te nemen. En hierbij is het essentieel dat de zorgen ook goed geuit kunnen worden. Zo lijkt onze fractie onder andere een goed idee dat, mocht het asielzoekerscentrum er komen, er bijvoorbeeld een extra boa in dienst genomen wordt die als herkenbaar aanspreekpunt kan dienen en een goede contact kan onderhouden met de Ridderkerkers en de betrokken instanties en organisaties. Voorzitter, wij zullen als CDA-fractie de motie niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Interruptie van mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Voorzitter, dank u wel.
Toch ben ik nog eventjes benieuwd naar de reactie van het CDA op mijn volgende vraag. Je moest een indicatief aantal opgeven en het gros heeft minder opgegeven dan Ridderkerk. Als we gewoon het bij negentig houden, zou dat voor het CDA voldoende zijn? De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. En het antwoord daarop is nee. Omdat het idee van de Spreidingswet is dat we op dit moment een opgave hebben in heel Nederland. En sommigen hebben al Ter Apel en andere gemeenten genoemd. En dat gaan we niet oplossen als elke gemeente zegt van, we doen wel minder of we doen helemaal niks mee. Uiteindelijk is het idee ook van de Spreidingswet om die opgave zo goed mogelijk te gaan verdelen. Want het is terecht door Leefbaar Ridderkerk aangeven en door partij 18PLUS, we hebben als Ridderkerk ook ons steentje bijgedragen. Maar juist daarom zou die Spreidingswet ook goed zijn om bijvoorbeeld ook dorpen die steden die niet hebben bijgedragen of heel weinig hebben bijgedragen, toch, misschien is dwingen het verkeerde woord, maar te dwingen van, ga ook aan de slag. Jullie hebben ook een opgave. En op die manier zorgen we ervoor dat de opgave door alle gemeenten goed verspreid wordt. Dus nee, we zouden niet voor negentig gaan. De opgave voor Ridderkerk is naar onze mening 250. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe.
Mevrouw Kayadoe: Voorzitter, Ridderkerk vangt al sinds 2021 negentig mensen op. 2021 negentig mensen, ik zeg het wel goed. Dus Ridderkerk neemt haar verantwoordelijkheid al. De plaatsen Dordrecht, Vlaardingen, Albrandswaard, Sliedrecht, Alblasserdam en Hardinxveld-Giessendam, nul plaatsen. Als we dan nu over een indicatief aantal hebben, is negentig dan niet voldoende voor nu voor Ridderkerk? De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp heel goed de kant waar Leefbaar Ridderkerk naartoe wil. En ik snap ook echt wel een gedeelte van deze motie. Alleen, als we allemaal nee zeggen, of allemaal zeggen van nee, we doen minder, dan lossen we de problemen niet op. En wat voor het CDA ook meespeelt is, er zitten hier gewoon ook mensen achter. Er zijn op dit moment mensen in Nederland die op zoek zijn naar een verblijf überhaupt. En we kunnen wel zeggen, Ter Apel en de gemeenten in Groningen, lossen jullie het Pagina 22 van 37
allemaal maar op. Maar zo zit onze fractie niet in elkaar. Er zijn op dit moment problemen. Het is aan Den Haag om die problemen tegen te gaan. Daarvoor is ook gestemd. Er is nu ook een coalitie die juist dit ook als speerpunt heeft. Dus ik denk dat heel Nederland ook kijkt van, als er ooit een coalitie is geweest die deze problemen moet oplossen, dan zit die nu in Den Haag. Dus daar zijn we ook heel benieuwd naar. Alleen op dit moment zijn die problemen niet opgelost. Dus we hebben nog te maken met vluchtelingen, met asielzoekers die op dit moment opvang nodig hebben. En zolang wij de problemen aan de grens, om het zo te noemen, niet opgelost hebben, vinden wij als CDA-fractie dat we de mensen die op dit moment in Nederland zijn ook onderdak moeten bieden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Is het CDA van mening dat er iets opgelost wordt door nu extra mensen op te nemen, wij of ook in meerdere gemeenten, terwijl er wekelijks nog steeds negenhonderd à duizend mensen aan de deur kloppen in Ter Apel? Het is lullig gezegd, zo'n druppel op de gloeiende plaat stopt niet. De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Het is op dit moment dweilen met de kraan open, inderdaad.
En dat is ook juist dat we dus, ik denk dat een groot gedeelte van de Nederlandse ook gestemd heeft voor partijen om die problemen op te lossen, landelijk in Den Haag. Alleen nogmaals, en dan herhaal ik hetgeen wat ik net heb gezegd, is zolang deze vluchtelingen, zolang deze asielzoekers, zolang spoedzoekers binnenkomen, dan moeten wij, vinden wij als CDA, ook deze mensen op een goede manier opvangen. Want zolang wij de problemen aan de grens niet hebben opgelost, verdienen deze mensen ook een locatie. En we kunnen ze niet allemaal overlaten aan de gemeenten Ter Apel en Groningen, van, lossen jullie alle problemen van het Rijk maar op. We gaan ze ook niet ‘s nachts en in de winter buiten laten slapen. Dus op dit moment willen wij als CDA ook zeggen, Ridderkerk, we dragen ons steentje bij van 250. Alleen, het is natuurlijk ontzettend frustrerend als je dus vandaag ook op het AD leest dat de ene na de andere gemeente zegt, we doen een onsje minder of we doen het toch niet. Daar lossen we het probleem niet mee op. Dat is gewoon ontzettend frustrerend. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan als laatste spreker…Mevrouw Van Vliet, wat wilt u ons vertellen? Oh, u wilt nog een interruptie plaatsen? Mevrouw Van Vliet: Mag ik nog een vraag stellen aan het CDA? Mijnheer Mijnders, mooi betoog van u. Ik heb even een vraagje.
Al die omliggende gemeenten die mevrouw Kayadoe net heeft opgenoemd, hoeveel van die gemeenten zat ook een CDA in en wat was hun mening? Weet u dat toevallig? De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Het zou toch wat zijn als ik daar nu gewoon panklaar een antwoord op zou hebben. Maar nee, dat heb ik niet. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar de…Mijnheer Westbroek, u was enigszins uit mijn beeld. Maar gaat uw gang.
Pagina 23 van 37
De heer Westbroek: Die vraag triggerde mij toch een beetje. Hoe zou het CDA erover denken als het CDA in een van die gemeenten zou zeggen, nee, doe maar wat minder dan die Spreidingswet? De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, fractie. Of dank u wel fractie. Ik hoor wat ingefluisterd. Dank u wel, voorzitter. Ik wil twee dingen. Nee, kijk, per CDA-fractie verschillen erin. En we zijn een partij die ook landelijk vertegenwoordigd is en Europees. Alleen hier heeft lokaal de CDA-fractie deze keuze gemaakt. En er zullen wellicht ook, hoe zeg je dat, fracties zijn die een hele andere keuze maken. En zoals bijvoorbeeld, wij zijn een van de laatste CDA-fracties in Nederland die nog voor de zondagsrust zijn. Dus ja, ik hoop dat andere fracties ons daarin gaan volgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan nu wel, mijnheer Kardol, SGP. De heer Kardol: Dank, voorzitter. Voorzitter, wat kan ik zeggen over een waardige man, vader van enkele kinderen, die in vuilnisbakken etensresten zoekt om zijn kinderen te geven? Wat kan ik zeggen over de talloze mensen die leven met de angst om te komen door een bom? Ze zijn alle hoop kwijt. Ze zijn alle vertrouwen kwijt. Dat maakt dat iedereen dit land wil verlaten. Dat is hun grote verlangen. Binnen gaan, vandaag in een ziekenhuis, vandaag in Syrië, betekent dat je al het geld dat je hebt moet neertellen.
Volstaat dat niet, dan ben je uitgenodigd om te sterven. Je krijgt dan niet de zorg die je nodig hebt. Hoe kan dat gebeuren? Hoe kunnen wij een wereld aanvaarden die niet (niet verstaanbaar), niet beweegt, bij het zien van al die misère, al dat kwaad? De tegenstrijdigheid tussen de wetenschappelijke vooruitgang en tegelijkertijd die misère in de wereld, is onbegrijpelijk. Voorzitter, deze woorden, uitgesproken in een interview in 2023, zijn van Jacques Mourad, aartsbisschop van Homs, in de Syrische katholieke kerk. Hij werd in 2015 door jihadisten ontvoerd en zat vier maanden gevangen samen met 250 van zijn parochianen. Ze leden honger en werden gefolterd. De SGP stelt vanavond de vraag centraal, waarom is de echte vluchteling slachtoffer van falend overheidsbeleid? Binnen de christelijke traditie is herbergzaamheid een groot goed. De Bijbel houdt ons voor dat aan het eind van ons leven niet de vraag telt, hoeveel heb ik verdiend of hoe goed heb ik voor mezelf gezorgd, maar bleek uit het dienen van je naasten dat je God lief hebt? College, het bod met de nodige randvoorwaarden is uitgebracht. Ons inziens heeft u gedaan wat u moest doen en de SGP steunt u daarin. Waar de landelijke overheid gebrek aan regie is te verwijten, heeft u er, net als met de komst van de asielboot, voor gekozen de regie te nemen.
Daarmee laat u opnieuw zien zorgvuldig en verantwoordelijk om te gaan met voor de samenleving ingrijpende opgaven. De motie vreemd aan de orde van de dag krijgt dan ook geen steun van de SGP. Een vraag tot slot, voorzitter. Bent u als college bereid kritisch naar de werkwijze van minister Faber te kijken inzake haar asielbeleid en haar waar nodig is aan te spreken op haar verantwoordelijkheid juist naar gemeenten? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kardol. Ik ga zo het woord geven aan wethouder Van der Duijn Schouten als portefeuillehouder. Het leek me goed om vanuit mijn rol twee opmerkingen te maken. De eerste is, en dat doe ik in reactie op de vragen vanuit de fractie van de Partij van de Arbeid. U mag ervan uitgaan dat er gewoon eenheid van college is in allerlei opzichten, maar ook in dit aspect. En dat dat college met één mond spreekt, ook vanavond. En misschien leidt dat wel tot vervolgvragen. Hoe kan het zo zijn dat, enzovoort, enzovoorts. Maar laat ik vooral dit onderstrepen en benadrukken. Tweede opmerking is de vraag ten aanzien van, wat doet het college als deze motie zou worden aangenomen? Het is geen goed gebruik om staande de vergadering dan als college te zeggen, we doen dit of dat. Dan neemt het college de uitslag van de motie en vanuit de beraadslaging mee. En dan komt het college daarop terug. Dat ook, denk ik, ter bevordering van duidelijkheid.
Dan geef ik nu het woord aan wethouder Van der Duijn Schouten. Pagina 24 van 37
De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Er is een hoop gezegd vanavond. Weinig vragen en de vragen die dan gesteld zijn, zijn volgens mij inmiddels beantwoord. Feit is dat we in Nederland te maken hebben met een instroom van asielzoekers. En die mensen hebben een plekje nodig. En die plekjes zijn er op dit moment niet, wat tot tal van schrijnende situaties leidt. Onze overheid heeft vorig jaar een Spreidingswet aangenomen die provincies verplicht om een aantal opvangplaatsen te regelen. Die aantallen liggen vast. En om daar een beetje sturing aan te geven, is een indicatie opgegeven hoe dat dan per gemeente uitpakt. Wij hebben als college gegeven de situatie gedacht dat het goed is om daar ook onze verantwoordelijkheid in te pakken. En een aanbod te doen voor het aantal plaatsen wat van ons gevraagd wordt, op een locatie die dat prima kan hebben. Er zou ook meer kunnen, maar dat is wat ons betreft niet verstandig voor nu. Bijkomend punt is dat op het moment dat we daar aan de gang gaan, wat ons betreft de boot, die door sommigen vanavond hier als fatsoenlijke opvang is benoemd. Ik denk, u moet eens aan boord gaan kijken waar twee mensen op zo'n kamertje. Het is fijn dat ze een plekje hebben, maar u zou daar absoluut niet zes maanden willen zitten op die manier. Dus als we dan toch wat gaan doen, laten we het dan goed doen was het idee. En hiermee stoppen.
Het is ook nog eens een hele dure oplossing. U maakt zich ook bezorgd over de belastingcenten. Die boten zijn, ook voor het COA, heel duur. Om dan te gaan naar één plek waar we dan opvangen wat van ons gevraagd wordt. Ja, vanuit het Rijk worden we daarin op dit moment niet geholpen. De Spreidingswet wordt ingetrokken, maar de ene keer duurt dat een jaar, de andere keer duurt dat drie jaar. En tot die ingetrokken wordt is het wet waar we ons wat mij betreft aan te houden hebben. En wat wij ook zelf in één van de voorwaarden hebben meegegeven dat we dit doen onder het feit dat die wet er is. En ook als die wet er niet meer is, het Rijk kan de wet intrekken, dat lost helemaal niks op aan de probleemstelling die we met elkaar hebben, dat we niet willen dat mensen op straat slapen. Want let wel, als we mensen niet opvangen en ze zelf iets moeten gaan regelen is het risico voor ons veel groter als dat wij het organiseren en daar grip op hebben. We vinden het als college spijtig dat sommige gemeenten een bod van nul doen. Wat ons betreft onverantwoord en ook niet verkoopbaar. Er zijn gemeenten die bieden minder, maar die bieden wel binnen de mogelijkheden die ze hebben en op dat moment voorradig zijn wat ze kunnen. In een aantal gevallen is het tien, vijftien plaatsen minder. Er zijn er ook die structureel minder doen en ook dat zeggen wij, die zouden meer kunnen doen.
Dat kader wil ik nog wel even ingaan op de situatie van Rotterdam zoals die genoemd is. Want die zouden maar vijftienhonderd plaatsen aanbieden. Ook dat moet je wel in het licht van de gehele opvangcrisis. Want Rotterdam vangt ook tweeduizend statushouders op. Die zitten nog in de AZC's. Op dit moment zitten er landelijk negentienduizend statushouders in AZC's die plekken bezet houden, omdat gemeenten statushouders niet tijdig plaatsen. Ook Ridderkerk niet. Ook wij lopen daarin fors achter. En let wel, ook bij ons op de boot zitten statushouders die straks naar ons AZC verhuizen. Dus ook in Ridderkerk zitten er straks geen 250 vluchtelingen, als het doorgaat, zitten er een aantal vluchtelingen en zitten er een aantal statushouders. Daarbij herkennen wij de zorgen die leven. Tegelijkertijd zie ik ook vanavond weer dat er dingen gezegd worden die die zorgen alleen maar aanwakkeren. En die in sommige gevallen gewoon pertinent onjuist zijn. De eerstelijns zorg in het COA wordt geleverd door het COA. Daar gaan onze huisartsen dus helemaal niks van merken. En de druk op onze huisartsen gaan door die opvang in het AZC dus ook niet toenemen. Dat alles overwegend, voorzitter, ontraden wij als college deze motie. Dank u. De voorzitter: Interruptie van de heer Rijsdijk en daarna de heer Westbroek. Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter.
Wij hadden ook in onze termijn de vraag gesteld of het op dit moment nog mogelijk is om dat bod terug te trekken of aan te passen naar nul. Kan de wethouder, los van de vraag of hij dat wenselijk vindt, daar was hij vrij uitgesproken over, dat hij dat niet vindt, maar zou dat kunnen in theorie? Dank u wel, voorzitter. En hoe gaat dat dan in zijn werk? Stuurt u dan een tweede brief en kan daar wat van de inzicht in gegeven worden om de impact van deze motie beter te kunnen beoordelen? Dank u wel. Pagina 25 van 37
De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Het proces is dat we als dertien gemeenten in de regio Rijnmond in gezamenlijkheid onze biedingen bij elkaar hebben gebracht. En die zijn namens de regietafel bij de provincie neergelegd. Dat bod ligt er. En wij zijn als college vooralsnog niet voornemens om dat aan te passen. En ja, er kan wellicht altijd een briefje uit. Maar dat is nu niet…Ik bedoel, als alle gemeenten dat doen, dan is het eind en de structuur natuurlijk ook zoek. Dus wat mij betreft, nee, het bod is door het college gedaan en dat bod blijft staan. Wat onverlet laat, dat als deze motie vanavond wordt aangenomen, wij ons als college daar weer opnieuw op zullen beraden. En dat brengt dan ook een andere werkelijkheid met zich mee. Maar daar kan ik nu, de voorzitter heeft het eerder ook al aangegeven, daar zou ik op vooruit lopen. Omdat we dat beraad gewoon nog niet hebben gehad. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. De wethouder zei net iets in de trant van, meer is niet verstandig voor nu. Kan ik daar uithalen dat er de mogelijkheid is dat het AZC groter wordt dan voor 250 personen? Of dat er nog over andere plekken gedacht wordt? Of zegt het college wel, dit is echt de max voor Ridderkerk en absoluut niet meer dan 250? De voorzitter: Wethouder.
De heer Van der Duijn Schouten: Nee, al die suggesties kunt u daar niet uit opmaken inderdaad. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel. Ja, ik hoorde de wethouder daarnet ook zeggen dat op de boot voornamelijk, of dat daar zowel asielzoekers als statushouders zitten. Ons idee was toch dat daar voornamelijk asielzoekers zaten. Dus mijn vraag is, hoeveel statushouders zitten daar dan nu op de boot? En u zei ook, we lopen fors achter op het plaatsen van statushouders binnen Ridderkerk. Als ik het goed begrepen heb. Kunt u aangeven hoeveel dan dat we achterlopen? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Antwoord op de eerste vraag weet ik niet, want dat fluctueert van dag tot dag. Maar u kunt wel rekenen op enkele tientallen. Tenminste een goed tiental, tien tot twintig. We lopen op dit moment een kleine veertig plaatsingen achter. Eind van vorig jaar was dat nog vijftig, dus we lopen iets in, maar we hebben nog steeds een stevige achterstand. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man. Niet meer. Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Voorzitter, ik heb een vraag voor de wethouder, eigenlijk uit nieuwsgierigheid. Stel dat wij 250 vluchtelingen op zouden vangen en hun status zou wijzigen naar statushouder, moeten ze dan ook een woning in Ridderkerk krijgen? De voorzitter: Wethouder.
De heer Van der Duijn Schouten: Nee, want dat AZC staat los van de taakstelling die wij jaarlijks vanuit de Rijksoverheid krijgen. Die ligt steeds ongeveer op een kleine tachtig. Als je wat meer hebt gedaan gaat dat eraf Pagina 26 van 37
en als je te weinig hebt gedaan komt dat erbij. En die taakstelling is gebaseerd op landelijke aantal statushouders wat zich aandient en staat volledig los van een AZC binnen de gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man weet haar vraag. Komt u maar. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Er moeten nu nog veertig, naar aanleiding van, veertig statushouders een woning toegewezen krijgen, als ik het goed begrijp. Dit jaar, we zitten nu eind oktober. Dan heb je er drie kwart jaar lang veertig geplaatst. Gaat het u dan nog lukken en zitten er sancties op als dat niet lukt? De voorzitter: We dwalen een klein beetje af, maar... De heer Van der Duijn Schouten: We hebben er dit jaar niet veertig geplaatst. We hebben er dan dit jaar al ongeveer negentig geplaatst, want we hadden vorig jaar een achterstand van vijftig. Die zijn inmiddels ook wel, want de achterstand is nu nog maar die veertig. Op het moment dat je dat jaar op jaar niet haalt, dan heeft de provincie een zogeheten interventieladder. En in het begin is dat een goed gesprek en daarna nog steeds een goed gesprek. En op een gegeven moment, als je daar te veel landt, dan in het slechtste geval neemt de provincie de regie over. En gaan zij ze plaatsen op een manier die hun goed dunkt, maar wel binnen onze gemeente. Dat zie ik nog niet zo snel gebeuren, want we hebben nog steeds het goede gesprek.
En er wordt ook hard aan gewerkt. Maar dat kan verkeerd lopen, ja. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee hebben we de eerste termijn gehad en wil ik maar gewoon even het rondje langs gaan voor een eventuele tweede termijn. Partij 18PLUS, mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de meeste partijen zich wel hebben uitgesproken hoe ze in de motie staan. De Partij van de Arbeid heeft wat vragen gesteld. Het college heeft er een aantal beantwoord. Ik heb er nog eentje openstaan die denk ik wel belangrijk is. Het college gaf het net ook al aan, we zullen ons beraden na deze motie wat we gaan doen. Ze hebben in hun eigen raadsinformatiebrief natuurlijk aangegeven, als de raad geen positief advies geeft over deze locatie voor 250 asielzoekers, dan houden we het bij de asielboot. Als deze motie het haalt, dan is het duidelijk dat het positief bindende advies er ook niet zal komen, t.z.t. En dat het dus bij de asielboot zal blijven volgens het college. Als ik het goed interpreteer. Vervolgens was er nog de vraag, de tekst in de motie volgens de Partij van de Arbeid. Hoe dat zit juridisch.
Wat ik al heb aangegeven, als daar bewegingsruimte is bij de Partij van de Arbeid, om daar wat aan te herschrijven en aan te passen, dan ben ik meer dan bereid om even met de mede-indieners ook te kijken of wij een strekking kunnen formuleren in de motie waarvan de Partij van de Arbeid zegt, dat dat heeft ons zegen. De voorzitter: Interruptie van de heer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Wat ik me dan toch afvraag, waarom er niet aan de voorkant al gekozen is voor het formuleren van een deugdelijke motie. U heeft ons goed gehoord, wat wij missen in het verzoek en hoe wij dat verzoek interpreteren. Aan de andere kant heb ik ook de heer Borst een aantal voorwaarden horen stellen. Waarom is dat allemaal geen aanleiding voor de indieners van de motie om te gaan kijken of die motie kan worden aangepast? De voorzitter: Mijnheer Westbroek.
Pagina 27 van 37
De heer Westbroek: Voorzitter, als de PvdA erop doelt dat wij in de motie opnemen dat we het college verzoeken om een nieuw bod te doen, of dit huidige bod in te trekken en een nieuw bod te doen van bijvoorbeeld nul of negentig, dan wil ik best even schorsen om die formulering aan te passen. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Voorzitter, ik weet niet of, het is natuurlijk lastig om hier als raad te gaan onderhandelen over aantallen. Het is door verschillende mensen al geopperd dat het hier wel over mensen gaat. Het begint voor ons aan de voorkant met een deugdelijke motie. Een motie die duidelijk maakt wat beoogd wordt. Een motie waarin staat, verzoekt het college om geen overeenkomst te sluiten, vinden wij in deze geen deugdelijke motie. Wat ons betreft zou dan in ieder geval in die motie moeten staan dat het college gevraagd wordt om het bod in te trekken of een ander bod te doen. Dat laatste zou dan zeker wel onze voorkeur hebben. We zijn niet voor geen opvang. En ik heb ook de heer Borst heel duidelijk gehoord met een aantal terechte voorwaarden. Het is even aan de indieners van de motie wat zij hier nu mee gaan doen en willen. Het is niet aan ons om dat nu aan de voorkant af te hechten. U heeft het gehoord. Dank u wel. De voorzitter: Als laatste opmerking van de heer Westbroek. De heer Westbroek: Voorzitter, dan wil ik vragen om een schorsing.
De voorzitter: Per nu al reeds of wachten wij even het vervolg af? De heer Westbroek: Nee, laten we nu dan maar gelijk even schorsen voordat we met elkaar heen en weer gaan. De voorzitter: Oké, dan gaan we dat wat mij betreft ook zo doen. Hoelang denkt u daarvoor nodig te hebben? De heer Westbroek: Dat is wel een gewetensvraag. In ieder geval een kwartiertje denk ik, maar misschien nog iets langer gezien de gevoeligheid van het onderwerp. De voorzitter: Zullen we dan maar kijken of we…Beginnen we even met een kwartiertje. En u doet uw uiterste best. Schors ik de vergadering voor een kwartier tot, laat ik het even ruim nemen, tien voor tien. Goed. Eén minuut voordat de schorsing zou aflopen zit iedereen weer op zijn plek. Dat is mooi. En dan geef ik het woord aan de heer Westbroek. De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. U bent natuurlijk nieuwsgierig wat de schorsing heeft opgeleverd. Het heeft opgeleverd dat we in ieder geval hebben kunnen constateren dat we toch te ver uit elkaar liggen wat betreft de strekking van de motie. Er volgen dan ook geen aanpassingen en wat ons betreft kunnen we snel gaan stemmen. De voorzitter: Maar niet voordat we nog alle andere partijen ook de gelegenheid hebben gegeven in tweede termijn om hun bijdrage te leveren. Ja, zo is dat dan ook wel weer.
Dan gaan we volgens mij, als ik het goed bijgehouden heb, naar de fractie van Leefbaar Ridderkerk, mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: We hebben voor de rest voor nu niks te melden. Behalve dan dat we voor onze inwoners teleurgesteld zijn dat de motie het wellicht niet zou kunnen gaan halen. De voorzitter: Dank u wel. Echt voor Ridderkerk, mevrouw Van Vliet. Pagina 28 van 37
Mevrouw Van Vliet: Dank u wel, voorzitter. Nee hoor, ik heb in de eerste termijn eigenlijk alles al gezegd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, mevrouw Dirks. U ziet er vanaf. Mijnheer Haan, ChristenUnie. De heer Haan: Dank u wel, voorzitter. Ik wil kort van deze gelegenheid gebruik maken om een dankwoord uit te brengen aan de burgemeester, aan u dus. Onze fractie heeft veel respect voor de wijze waarop u rond de aankondiging van het bericht over deze mogelijke nieuwe opvang zich openlijk heeft gemengd in de discussies op onder andere de social media. Eerlijk, open en de-escalerende opmerkingen en altijd met een vriendelijke handreiking om toenadering te zoeken tot diegenen die zijn zorgen daarover uiten. Een dikke pluim, ga ze door. De ander zien staan en ontmoeting met elkaar, dat siert Ridderkerk en niet deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de VVD, mijnheer Borst. De heer Borst: Voorzitter, ik vrees toch dat ik iets meer woorden nog nodig heb. Onze fractie herkent en begrijpt een heleboel van de overwegingen die in deze motie staan. En die hier in het debat ook vanavond zijn gewisseld. We hebben het al even gehad over het lastige parket waarin het kabinet gemeenten en provincies brengt. Dat andere gemeenten hun verantwoordelijkheid niet nemen. En dat zijn allemaal zaken die we te makkelijk en niet behoorlijk vinden.
Vervolgens hebben we dan ook nog die bestuurlijke onrust in Den Haag. En die voelen we ook. De landelijke politiek is nu eenmaal grillig. En er worden door het kabinet allerlei beloftes gedaan op het gebied van asiel en migratie. We hebben de tijdelijke Asielcrisiswet gehad. De uitzonderingsbepaling op de Vreemdelingenwet. En we weten ook allemaal, voorzitter, dat veel van die beloften tot nu toe niet zijn waargemaakt. Juist in tijden van die bestuurlijke onzekerheid, van onvoorspelbare stappen en uitspraken van landelijke bewindspersonen mogen de inwoners van Ridderkerk van hun lokale bestuurders iets anders verwachten. Dat ze moed tonen en met oplossingen komen voor echte problemen. En daar zit nou precies voor ons vanavond, voorzitter, de crux. Wij krijgen bij deze motie sterk het gevoel dat er geen oplossing wordt geboden. Maar een valse verwachting wordt gewekt. De verwachting dat de gemeenteraad of het college de bevoegdheid heeft om eenzijdig hier nu te bepalen dat er geen opvanglocatie komt in Ridderkerk. Dat we de wet naast ons neer kunnen leggen. En dat is wat ons betreft simpelweg niet waar. Voorzitter, we willen ons niet laten leiden door onzekerheden, door landelijk politiek gedoe. Maar onze verantwoordelijkheid nemen. En dat betekent in deze dat we open blijven staan voor samenwerking met het COA.
En dat we binnen de kaders van de wet blijven zoeken naar oplossingen die menselijk en rechtvaardig zijn. En dat betekent dat we de motie die hier vanavond voor ligt dus niet zullen steunen. De voorzitter: Interruptie van de heer Westbroek. De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. De VVD wijst erop dat we binnen de kaders van de wet moeten blijven. Zoals ik al eerder zei, het bod kan dus ook gewoon nul zijn. Het bod zou zelfs kunnen zijn, doe alleen de negentig van de asielboot op dit moment. Sterker nog, het college geeft in haar eigen brief aan, als de raad niet meegaat in een positief bindend advies voor de locatie van dit AZC, dan blijft het enkel en alleen de asielboot. Volgens mij blijkt daar ook uit dat dat ook gewoon wettelijk prima is. De heer Borst: Ja, bindend adviesrecht inderdaad. Maar dat is wel een heel stuk verder in het proces. En op dit moment zitten we in de fase waarin het college bij de regio dat bod heeft ingediend. Volgens mij moeten we daar nu gewoon niet meer aan tornen. Moeten we onze verantwoordelijkheid pakken. En dan verwijs ik toch ook maar weer even naar de rest van mijn tweede en mijn eerste termijn, voorzitter. En meer woorden wil ik er eigenlijk op dit moment niet meer aan vuil maken. Pagina 29 van 37
De voorzitter: Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Voorzitter, als ik de VVD nu goed begrijp dan zeggen zij, dit bod is eigenlijk, dit moeten we doen. Maar als dadelijk de raad geen positief bindend advies geeft, dan is dat ook prima. Want dan blijven we ook gewoon alsnog binnen die wet. Dat is toch wel heel opmerkelijk. Dan zou je toch zeggen, neem juist je verantwoordelijkheid en doe geen bod wat je niet kan waarmaken. De voorzitter: Mijnheer Borst. De heer Borst: Voorzitter, volgens mij is dat niet wat ik heb gezegd. Ik weet niet wat ik nu nog terug kan geven op de vraag van de heer Westbroek, als ik al überhaupt een vraag heb gehoord. Ik blijf bij mijn betoog en dat blijft staan. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nu naar Burger op 1, mevrouw Van Nes-de Man. U heeft geen bijdrage meer. Dank u wel. Dan gaan we naar de Partij van de Arbeid. Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben gekeken in de schorsing of we er toch nog met elkaar uit konden komen. Maar de verschillen, die waren toch wel erg groot. Want wij erkennen op onze beurt wel dat de wet de wet is en dat die ook uitgevoerd moet worden. Wij vinden ook dat Ridderkerk haar verantwoordelijkheid moet nemen. En we denken niet dat dat gedaan wordt met een bod van nul of het huidige aantal. Want dan doe je niks extra's.
En de problemen in Ter Apel zijn natuurlijk ook ontstaan, omdat heel veel gemeenten hun verantwoordelijkheid niet nemen. Dus in die zin ondersteunen we ook wel heel erg het pleidooi van de VVD om het college vooral ook op te roepen om andere gemeenten erop aan te spreken dat zij ook hun bijdrage leveren. Betekent dat uiteindelijk dat we, mocht het zover komen, en wij denken dat er echt nog wel heel wat water door de Waal moet stromen. Want en de Spreidingswet moet niet ingetrokken worden en het bod van Ridderkerk moet geaccepteerd worden. Zo'n aantrekkelijke locatie is het niet. Er moet gewoon heel veel werk verzet worden voordat die geschikt is. Dus we kunnen ons voorstellen dat het COA voor andere locaties zou kiezen. Als het dan zover komt, heeft de raad nog altijd het laatste woord. Dan hebben we ook zicht op het participatietraject onder de voorwaarden waaronder het gerealiseerd kan worden en op dat moment, in die volgorde, zullen we dan ook onze definitieve afweging maken. Voor nu constateer ik wel dat ook met name 18PLUS als hoofdindiener van de motie, het college met hun twee eigen wethouders erin, toch wel met een hele moeilijke boodschap en in een heel lastig parket brengt bij het vervolg van dit traject. Want het college, we hebben dat duidelijk gehoord van de burgemeester, staat hier als één man en vrouw achter, gaat dit vol overtuiging uitvoeren.
En u zegt eigenlijk tegen uw eigen college, wat ons betreft niet. Ik ben benieuwd of dat nog consequenties uiteindelijk heeft of dat het bij dit statement op dit moment blijft. Dat zegt dan ook iets, denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Voorzitter, statement. Ik bedoel, het spant erom vanavond. Het komt misschien op een enkele stem aan. Dus statement zou ik verre weg van blijven. Ik bedoel, als wij eruit waren gekomen en we hadden misschien op negentig uitgekomen wat we al jarenlang hebben gedaan zonder wettelijke verplichting, dan was het denk ik ook duidelijk. En dan had je sowieso geen raadsmeerderheid voor een compleet nieuw AZC voor 250 man. Het college heeft dan een bod gedaan, maar ze weten al, we kunnen het niet waar maken. Hebben ze in de RIB ook al rekening mee gehouden door aan te geven, dan blijft het gewoon de huidige asielboot die we al die jaren hebben gehad. En volgens mij is dat de situatie.
Pagina 30 van 37
De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Dat onderschrijf ik toch niet. Als ik de raadsinformatiebrief van het college goed begrepen heb, gaat het college nu dit traject starten. Dan zullen we uiteindelijk zien waar we uitkomen met alle onzekerheden die er zijn. Maar vraagt het college op het moment dat er zicht is op alle voorwaarden waaronder het gerealiseerd kan worden en er ook geparticipeerd is met burgers, het eindoordeel van de raad. Dat is iets heel anders dan dat nu, ver voor de troepen uit, deze motie voor ligt. Want het zou heel goed kunnen, mevrouw Kayadoe hintte het er ook al op, dat er misschien eind deze week al een no-go komt. En waarom kunnen we dan die paar dagen of iets langer niet gewoon wachten? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter. Ik ben toch erg blij dat ik PvdA Ridderkerk hoor zeggen dat we best wel met deze beslissing van het aanbod kunnen wachten tot na volgende week. Of heb ik dat verkeerd begrepen? De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Voorzitter, misschien kan mevrouw Kayadoe wat verhelderen wat ze bedoelde, want ik hoorde er geen vraag in en de opmerking snap ik eigenlijk ook niet zo goed. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, herhaalt u het nog eens.
Mevrouw Kayadoe: Ja, ik ga eens kijken of ik het nog eenvoudiger kan zeggen dan dat ik het net al deed. Volgens mij hoorde ik de heer Rijsdijk van PvdA zeggen dat ik het al benoemd had dat het eind van de week een beslissing gevallen gaat worden met, althans dat is wat er nu momenteel gezegd wordt, bij betrekking tot de Asielwet, asiel Spreidingswet. Dus in dat geval dan kan het toch gewoon met deze, de motie nu gewoon aangenomen worden, aanbod intrekken en dan na volgende week eens kijken hoe het ervoor staat. Dan is het nog steeds geen 1 november. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Maar dat is toch een hele rare gang van zaken. Op dit moment is de wet nog steeds de wet. Moeten we ons aan die wet houden. Op korte termijn zou misschien die werkelijkheid kunnen veranderen. Maar ik vraag me dan wel af, ook richting Leefbaar Ridderkerk, waarom u daar niet op kunt wachten? Of zit het misschien anders? Wilt u graag volgende week een stuk schrijven in de lokale krant, wij hebben het tegengehouden, in plaats van dat we de landelijke politiek het werk laten doen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik herinner u er nog even aan via de voorzitter te spreken. Mevrouw Kayadoe.
Mevrouw Kayadoe: Voorzitter, Leefbaar Ridderkerk is niet voornemens een bericht te gaan plaatsen dat het Leefbaar Ridderkerk gelukt is om het een en ander tegen te houden. Het zijn dan de inwoners van Nederland die het gelukt is om tegen te houden, althans degenen die op de momenteel leidende partijen hebben gestemd. De voorzitter: Mijnheer Westbroek. Pagina 31 van 37
De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. Ja, als ik de Partij van de Arbeid goed hoor, dan staat het voor hen nog niet vast of dat zij een positief bindend advies zullen geven op het moment dat dat verzoek komt vanuit het college voor deze locatie. En het college zegt daarvan, als we dat niet krijgen, dan komt dit AZC, dat komt er ook niet. En de PvdA zegt, we kunnen nog wel even wachten totdat we op dat stadium zijn. Maar als die Spreidingswet nou nog steeds van kracht is en dat verzoek komt voor dat positief bindend advies. En het voldoet niet aan de voorwaarden van de Partij van de Arbeid en ze stemmen tegen. Hoe rijm je dat dan met voldoen aan de Spreidingswet? De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Op dat moment maakt de raad gebruik van het recht wat het heeft. Hebben we zicht op alle voorwaarden en die mogelijkheid om op dat moment nee te zeggen, die is er. Maar dat vind ik een wezenlijk andere situatie, en dan val ik in herhaling, dan nu ver voor de troepen uit te lopen en je al aan je wettelijke verplichtingen te onttrekken. Misschien kan het op een manier, als het zover komt, georganiseerd worden, dat dat acceptabel is voor de meerderheid in de raad, dat het acceptabel is voor onze inwoners. Dat weegt voor ons ook zwaar. Dat weten we op dit moment niet.
En laat ik het dan maar zeggen, we willen het college waarin Partij 18PLUS vertegenwoordigd is, dan maar aan de slag laten gaan. Om te kijken hoe de dingen zich ontwikkelen, als het zover komt, hoe het er dan uit komt te zien. En dan zullen we op dat moment uiteindelijk beoordelen hoe het college zijn werk heeft gedaan. We willen nu niet ze met de staart tussen de benen richting de provincie sturen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. Dan constateer ik dat er toch nog enigszins positief nieuws is en dat er nog een geitenpaadje is en dat de komst van het nieuwe AZC ongeveer in het eindstadium van dit traject met het bindend positief advies hoogstwaarschijnlijk van de Partij van de Arbeid zal afhangen. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, afsluitend. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. Een geitenpaadje zou ik het niet willen noemen als er op zich een heldere procedure is waarbij de raad het laatste woord heeft. Dat dat in het eindstadium is van het proces, daar kan ik niks aan doen. Dat hebben wij niet bedacht. Ik kan me ook voorstellen dat het voor partijen nu heel goed uitkomt om nu heel hard op de trom te slaan. Kijk eens, het is aan ons te danken als het er niet komt. Ik denk dat de landelijke ontwikkelingen ook even hun beloop moeten hebben.
Kijken hoe ver we uitkomen en onder welke voorwaarden het college dan realiseert. Maar ik heb nog wel een vraag terug, burgemeester, aan Partij 18PLUS. Daar maak ik u misschien niet blij mee, maar dat moet dan maar voor deze keer. Heb ik Partij 18PLUS dan wel goed begrepen dat de asielboot met die negentig mensen die nu gehuisvest zijn, dat dat gewoon in de haven kan blijven liggen en kan blijven doorgaan? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Onder de opmerking dat de burgemeester niet gaat over het blij zijn met wel of niet vragen, geef ik graag het woord aan de heer Westbroek. De heer Westbroek: Voorzitter, daar is gewoon een bestaande overeenkomst over op dit moment. En die loopt net na de verkiezingen af. En dan kan een nieuwe gemeenteraad een overweging maken en het college meegeven wat ze vervolgens zullen moeten afspreken of al dan niet moeten afspreken. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. Pagina 32 van 37
De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Begrijp ik het dan goed dat Partij 18PLUS wel achter die overeenkomst staat en die overeenkomst ook respecteert? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Voorzitter, zoals ik eerder aangaf, zullen we gewoon de wet moeten naleven. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, dan gaan we echt even proberen hier een einde aan te maken. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Dan concludeer ik toch dat de ene overeenkomst de andere niet is. En de ene wet blijkbaar de andere wet ook niet. Dat is dan ook wel weer bijzonder. Laten we de procedure dan maar eens een beloop laten hebben en kijken of het zover komt. En als het zover komt, ons besluit nemen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Westdijk, afrondend. De heer Westbroek: Westbroek. Ja, het wordt laat, voorzitter. De voorzitter: Ja, Westdijk is weer wat anders. Dat ben ik met u eens. Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Ik zei wet. Het is uiteindelijk een overeenkomst die het college heeft gesloten. Die loopt nog tot volgend jaar. Wat ons betreft is het prima dat hij, of tenminste volgend jaar, tot ongeveer halverwege 2026. Wat ons betreft is het prima dat hij blijft doorlopen. En de nieuwe gemeenteraad kan op dat moment bekijken wat ze daarmee willen doen. Waar we het nu over hebben is een Spreidingswet waar we een ander bod kunnen doen.
En waarvan we het college vragen, doe een ander bod dan wat je nu hebt gedaan. Dat is heel wat anders. De voorzitter: Dank u wel. Ik zou graag wel tot afronding komen als het gaat om uw debatje. Maar mevrouw Van Vliet wilde nog wat opmerken. Gaat uw gang. Mevrouw Van Vliet: Ik had een aanvullende vraag op een eerdere bijdrage van zijn tweede termijn. De voorzitter: Aan de heer Rijsdijk? Mevrouw Van Vliet: Aan de heer Rijsdijk. De voorzitter: Ik zou zeggen, probeer het eens. Mevrouw Van Vliet: Het ging de hele tijd over die twee, maar ik hoorde de heer Rijsdijk eerder zeggen dat hij zei van, als Partij 18PLUS deze motie indient, dat dat zo haaks staat tegen wat het college wil, terwijl er ook twee wethouders van Partij 18PLUS in het college zit. Het zou zelfs wel het voortbestaan van de coalitie naar aanleiding van de motie in gevaar brengen. Maar ik wilde vragen aan de heer Rijsdijk, kent u dan niet de term dualisme? De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Voorzitter, uiteraard ken ik die term en ik denk dat Echt voor Ridderkerk ook best wel weet dat ik die term ken. En u weet ook dat wij dualisme heel erg toejuichen. Maar voorzitter, dan wil ik toch ook Pagina 33 van 37
een wedervraag stellen. Is het zo'n gekke gedachte als het punt zo principieel is en je na aanloop in dit debat de afgelopen tien dagen zoveel muziek maakt, laat ik het zo maar zeggen, over dit onderwerp, dat bijna niemand het kan missen. Dat je er zelfs gesponsorde advertenties op Facebook aan wijdt om een zo groot mogelijk bereik te genereren, dat ik me dan afvraag hoe serieus het is en als het dan echt menens is of dan het voortbestaan van de coalitie in gevaar is. Want als het zo'n principieel punt is, dan laat je je eigen college dat toch niet uitvoeren. Dan zeg je, dit is voor ons de grens, tot hier en niet verder. Hoe ziet mevrouw Van Vliet dat? De voorzitter: Mevrouw Van Vliet. Mevrouw Van Vliet: Volgens mij is het niet je eigen college, maar het is ons aller college, als ik me niet vergis. Dat even als eerste. Hoe ik dat zie, dat maakt niet uit. Het gaat erom hoe Partij 18PLUS dat ziet of de anderen die in de coalitie zitten. In mijn beleving is dualisme, dualisme. En staat het elke raadsfractie vrij om een eigen mening te hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijsdijk, u wilt nog reageren. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Het staat natuurlijk ook iedere raadsfractie vrij om daar dan consequenties aan te verbinden. Dat is ook dualisme, dat je zegt, op een gegeven moment steunen we dit college dan niet meer, dan is het klaar.
En dan de wedervraag aan mevrouw Van Vliet, want u heeft toch ook een aantal stel-dat-vragen gesteld. Op het moment dat uw partij in het college had gezeten en u had deze motie ingediend, hoe serieus was het u dan geweest? Was het u dan een coalitiecrisis waard geweest of had u dan ook heel makkelijk gezegd, nou ja, het is dualisme. De meerderheid heeft het niet gehaald, nou ja, we drinken een glas, doen een plas en gaan weer naar huis. Dank u wel. De voorzitter: Dames en heren, volgens mij dobberen we enigszins weg van de essentie van dit debat als ik zo vrij mag zijn. Hele interessante vragen. Mevrouw Van Vliet, geeft u een kort antwoord en dan gaan we echt met elkaar naar de volgende fractie. Mevrouw Van Vliet: We zullen eerst maar eens moeten zien of wij in de coalitie komen in de volgende periode. En dan gaan we eens kijken hoe we dat oplossen. De voorzitter: Kijk, prima. Dan gaan we nu naar de fractie van het CDA. Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ik ben normaal niet zo'n coalitie-oppositie-denker. Maar ik vind het wel interessant dat de afgelopen grote debatten die we hebben gehad in de raad vaak oppositiepartijen ons heel veel zorgen maakte over de coalitie. Maar het gaat uitstekend hoor, tot nu toe. Dus dat, nee, een paar opmerkingen nog. Volgens mij heb ik in de eerste termijn aangegeven een beetje de worsteling die we als CDA hebben gehad.
Waarom we toch kiezen om dit bod, of deze motie niet te steunen en dus achter het bod staan van het college. We hebben als CDA ook aangegeven van, nogmaals, ik heb daar geen reactie van de wethouder op gehoord, dat snap ik. Maar van, weet je, neem ook zoiets als een extra boa, als het asielzoekerscentrum er komt, ook serieus. Dat mensen ook echt een aanspreekpunt hebben, een zichtbaar aanspreekpunt om, hoe zeg je dat, hun zorgen ook daar te kunnen uiten. En voor de rest hopen we als CDA dat, we hebben aangegeven, er is een keuze gemaakt, ook bij de Tweede Kamerverkiezingen. Er zitten vier partijen die het als speerpunt hebben om deze problemen op te lossen. Laten ze er ook alsjeblieft mee aan de slag gaan. En we zijn heel nieuwsgierig waarmee ze komen. Alleen, we hebben vanavond ook heel veel wat-als discussies gehoord. Ik kan me het artikel van 18PLUS van vorige week nog in De Combinatie herinneren. Daar Pagina 34 van 37
gaven ze inderdaad terecht aan, de Spreidingswet wordt pas over twee jaar opgeheven. En een week later is het al heel anders. De ene week komt er een bordje bij het AZC, de andere week komt er geen bordje bij het AZC. En wat normaal, wat nog meer opvallend was eigenlijk bij minister Faber, als je het dan hebt over de watals discussies, is dat minister Faber dan zegt, weet je, we willen wel de Spreidingswet gaan afschaffen. Maar daarnaast komt er dan wel als oplossing een provinciecarrousel. Waarbij dus elke maand één provincie, hoe zeg je dat, de verantwoordelijkheid heeft om asielzoekers te gaan plaatsen. Ja, dat is gewoon een verkapte Spreidingswet is dat. Maar uiteindelijk zijn we heel erg benieuwd waarmee Den Haag gaat komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Mijnders. Interruptie van mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik ben heel erg benieuwd. Het CDA roept nu al voor de tweede of misschien zelfs al derde keer dat er dan een extra boa zou moeten komen als er een AZC is. Dus dat betekent dat het CDA met Leefbaar eens is dat er een verhoogde druk op de veiligheid is. En het veiligheidsgevoel naar alle waarschijnlijk af gaat nemen, want anders zou je geen extra boa nodig hebben. Of is dat een foute veronderstelling? De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter.
Leefbaar Ridderkerk en 18PLUS hebben bepaalde punten in de motie opgenomen waarbij we, als het gaat om scholen, echt wel afvragen van, is het nou goed dat jullie het op die manier verwoord hebben. Maar inderdaad, jullie hebben wel terecht gedaan dat het inderdaad impact kan hebben op het veiligheidsgevoel. En daarbij zou dus iemand, het kan een boa kunnen zijn, ook iemand anders, goed zijn als je die speciaal daarop zou kunnen zetten, dat mensen echt een aanspreekpunt hebben. Maar het gaat niet alleen maar om het veiligheidsgevoel, maar uiteindelijk als er een asielzoekerscentrum zou komen in Ridderkerk met zoveel plaatsen, dan heeft dat ook een impact. Dan zijn sommige bewoners ook wel bezorgd, kunnen er ook heel veel vragen over komen en dan lijkt het onze CDA-fractie goed dat we één aanspreekpunt hebben waarbij de bewoners terecht kunnen. Maar ook één aanspreekpunt die contact heeft met alle instanties die erbij zijn betrokken. En dat zou enigszins kunnen zijn om het veiligheidsgevoel wat onder druk staat. En anderzijds ook gewoon één iemand met een gezicht waarbij je kan zeggen, daar kan ik terecht met al mijn zorgen, vragen en alles erop en eraan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Mijnders. Dan gaan wij naar de laatste spreker, SGP, de heer Kardol. Maar eerst constateer ik even dat de heer Ros weer in ons midden is. Welkom.
Dat betekent dat het, als het goed is, u straks in voltalligheid tot besluitvorming gaat komen. Mijnheer Kardol. De heer Kardol: Dank, voorzitter. We hebben in de eerste termijn onze oproep tot rechtvaardigheid en barmhartigheid gedaan en daar hebben wij niets aan toe te voegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Nog een enkele korte opmerking. De BOA/veiligheid, ik bedoel, een van de punten die wij nadrukkelijk hebben opgenomen is dat er speciale aandacht moet zijn voor participatie, veiligheid, ontsluiting van het gebied. Ook daarin is de veiligheid nadrukkelijk benoemd. Daar gaan we graag het gesprek over aan met het COA als het zover komt, zonder dat ik daar nu al op voorhand een invulling aan wil geven. Maar het heeft onze aandacht, omdat we ook wel terdege beseffen dat het wat doet met het veiligheidsgevoel, nog even los van de vraag of dat dan terecht is of niet. Ander punt wat ik nog even wil aanstippen, want die is vanavond ook een paar keer aan bod gekomen, is het positieve advies. Wij hebben Pagina 35 van 37
naar het COA ook in ons bod getracht daar gewoon helderheid over te geven en dingen waar je niet over gaat kan je ook niet beloven. Dus in die zin zijn we naar het COA ook helder geweest. En is die ook verwoord dat we uiteindelijk afhankelijk zijn dat gemeenteraad een positief bindend advies geeft over de benodigde omgevingsvergunning. Daar mag uw raad een benodigd bindend advies over uitbrengen. Die omgevingsvergunning is nodig om, als het zover komt, daar een AZC te laten landen. U heeft recent daar een uitgebreide avond over gehad. Hoe dat gaat met dat bindend advies en het al dan niet daarmee instemmen. Dus ik laat de details daarover voor nu maar rusten, omdat u daar inmiddels, mits u daar aanwezig was en anders was een deel van uw fractie dat wel, uitgebreid over bent geïnformeerd. Dat was het van mij betreft, voorzitter. De voorzitter: En nog een vraag van mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. De wethouder heeft het over de brief die naar het COA gestuurd is. Is het mogelijk dat die, al dan niet in de beslotenheid, met de raad gedeeld wordt of in het openbaar? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Er is geen brief. Wij hebben een bod gedaan richting de provincie via de tussenkomst van de RRT, waarin wij een aantal voorwaarden hebben geformuleerd. Ik heb dat wellicht net onterecht benoemd als een bod richting het COA.