CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-08-29-verslag-commissie-samen-leven-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 29 augustus 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag26.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Pagina 32 van 42

De voorzitter: De volgende twee vragen. Mevrouw Van Vliet. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel voorzitter. Ik wil toch nog even reageren op het eerste antwoord. Ik hoor u steeds meer zeggen dat de inwoners betrokken waren. En ik denk dat dat een betere verwoording is dan samenwerken, want een samenwerking zie ik meer als partnerniveau. Daardoor was ik eigenlijk een beetje in de war geraakt. Want dat ze betrokken zijn, dat snap ik wel. Dan ga ik naar slide op de pagina 20. Dat gaat over de lokale bewustwordingscampagne De Goede Nieuwe Tijd. Hoe krijgt dat nou precies vorm? Gaan we met posters werken? Hoe worden de mensen… Dat bewustzijn, hoe wordt dat dan verhoogd? En mijn laatste vraag is één slide verder op 21 en dat ging over de coalitie Kansrijke Start. Dat gaat met name over de eerste duizend dagen, vanaf - ja eigenlijk zelfs vóór de conceptie tot twee jaar. In die periode zie je ook heel vaak dat kindjes naar een kinderopvang gaan en die mis ik in dit geheel. Is dat weggevallen of zit die helemaal niet erin? Want ik dacht dat die ook bij de Kansrijke Start zaten. De voorzitter: Mijnheer Brandwijk. De heer Brandwijk: Ik zal ingaan op de vraag over de bewustwordingscampagne De Goede Nieuwe Tijd, hoe dat vorm krijgt. Goed om te weten is dat er in het vierde kwartaal van dit jaar lokaal een projectleider start om hier vorm en inhoud aan te geven.

Wel is er al enige tijd een regionale campagne bezig De Goede Nieuwe Tijd in ook de gemeente Goeree, gemeente Hoekse Waard en Voorne aan Zee en daar willen we als Ridderkerk graag op aanhaken. De doelstelling binnen de regio is om zoveel als mogelijk een gezamenlijke campagne te voeren om in heel de regio een soortgelijke boodschap uit te dragen. Dus dat hier langs de weg bijvoorbeeld inderdaad dezelfde borden staan als de inwoners van de Hoekse Waard een half uur later weer in de Hoekse Waard tegenkomen, om zo een krachtige boodschap te hebben met elkaar. En hoe die lokale doorvertaling in RIdderkerk precies plaatsvindt, dat volgt dus nog bij de uitwerking door de projectleider. De voorzitter: Wie beantwoordt de rest? Mijnheer Quist. De heer Quist: Kansrijke Start, coalitie, kinderopvang. Hij staat er niet bij, terecht punt. In principe is een coalitie Kansrijke Start een brede coalitie aan partners die in die keten een opgroeiend gezinnetje zien, signaleren. De vraag is, ik durf daar geen antwoord op te geven eventueel specifiek voor deze gemeente, of ze er al bij zitten, ja of nee. Maar feit is wel dat ze erbij horen. Dus ik zal even nagaan of dat al voldoende vertegenwoordigd is. Maar daar hebben ze met name vanuit de kinderopvang een wat meer signalerende rol dan dat ze natuurlijk echt een zorgondersteuning hebben.

Maar zeer belangrijk punt, dus ik ga het na even bij de lokale beleidsmedewerker hier. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Ze staan er nog niet bij, hè. Laatst is er volgens mij ook een artikel in De Blauwkai gepresenteerd over welke organisaties daaraan deelnemen. En het is natuurlijk ook met de kinderopvang zo, dat zijn verschillende organisaties, dus dat is ook wel weer lastig om ze allemaal te benaderen. Maar we zullen het inderdaad even meenemen. Er zijn ongetwijfeld wel dwarsverbanden en contacten mee, maar echt vanuit die cirkel van de mensen die daar bijna wekelijks bij wijze van spreken overleg over hebben, daar zitten ze niet bij. De voorzitter: Leefbaar Ridderkerk, nog steeds drie tot vier vragen? Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Ja, ik ga dat niet meer maken. Pagina 33 van 42

De voorzitter: Dan mag u ze nu stellen. Mevrouw Kayadoe: Als eerste pagina… Wat is het, ik kan het niet vinden. Mijn leesbril. Staat hij daar? Het gaat erom: we hebben 12.389 inwoners tussen 45 en 65 jaar. Dat zijn volwassenen en senioren. Wanneer ben je senior? Is dat als je volgende week 60 wordt? De voorzitter: U mag een paar vragen stellen. Deze, ik ga ze oplossen zo. Mevrouw Kayadoe: Dat is één. De heer Van de Waerdt had een terechte opmerking met betrekking tot bureaucratie naar de zorgmedewerkers. Maar als ik dit nu zo allemaal bekijk met al die ketenpartners. Wat hebben we nog meer? Themacoördinator. Is dit hele systeem niet enorm bureaucratisch? Dat is even... Dat waren de eerste twee dan. Goed, voorzitter? De voorzitter: Wie kan er licht scheppen over wanneer je senior bent? Mijnheer Quist. De heer Quist: Volgens het IZA en het GALA ben je dat bij 65-plus. Maar verschillende andere bronnen gebruiken daar andere… 60, 55. Daar kun je heel lang een discussie over voeren. Piena is het daar niet mee eens maar vanuit de akkoorden is het 65-plus. De voorzitter: En dan de bureaucratie, wethouder Piena. De heer Piena: De discussie over die 65 laten we maar even rusten, inderdaad, en 60 en 55. Bureaucratie. Het Integraal Zorgakkoord is een heel groot akkoord, wat bijna van de grond af aan opgebouwd moest worden.

En zeker ook met zeven gemeentes, om dat van start te krijgen, van wal te laten varen, daar heb je heel veel voor nodig om dat ook gewoon procedureel af te spreken. En ik ga onmiddellijk toegeven dat het ongelooflijk veel overleggen zijn en dat dat wel eens benauwend is, omdat je graag stappen wil maken. Maar je kan geen stappen maken als je niet eerst je organisatie op orde hebt. Daar is denk ik één tot anderhalf jaar – zeg ik dat goed? - hard aan gewerkt. Die organisatie staat nu en nu moet je dat gaan stroomlijnen en zorgen dat het inderdaad geen bureaucratisch geheel wordt. Dat vergt van alle partijen heel veel inspanningen om daar ook zorg voor te dragen. Wij als mensen zijn nu eenmaal genegen om veel te overleggen, dingen heel vaak nog eens een keer onder de loep te nemen. En in dit geval met IZA, waar echt de noodzaak wel is om een transformatie te laten plaatsvinden in de zorg, is het wenselijk dat we geen bureaucratische nieuwe organisatie in het leven hebben geroepen. Ik hoop dat dat voldoende antwoord is. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Zeker. De tweede vraag is uitstekend beantwoord. De eerste, daar ga ik nog wel eens denk ik een apart overleg met de wethouder voor aan. Ik zie ook twee ontzettend bevlogen medewerkers, dus ik zou het erg jammer vinden als die alleen maar een beetje suf gaan zitten te vergaderen en te verzanden in die bureaucratie.

Want die hebben we toch graag hier zo enthousiast bezig. De voorzitter: Bent u door uw vragen heen? Mevrouw Kayadoe: Nee, maar ik zie dat de wethouder wil antwoorden. Hij stak ook zijn hand op, dus ik denk dat u hem even de gelegenheid gaat geven. De voorzitter: Dat gaan we dan maar even doen. Wethouder Piena. Pagina 34 van 42

De heer Piena: Ja voorzitter, even inderdaad, want we maken er een beetje een geintje van, over die bureaucratie. Maar het is inderdaad heel belangrijk dat we het geld dat we besteden - en we hebben het net van de SGP ook gehoord - dat dat wel gebruikt wordt waarvoor we het willen gebruiken. En dat is dat we een betere zorg hebben, een efficiëntere zorg hebben en niet dat we allerlei bestuurlijk overleggen hebben die veel geld kosten. Dus 100 procent mee eens. De voorzitter: De laatste twee vragen. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel. We zaten nog heel eventjes hier te kauwen op dat welzijn op maat, dus dat mensen naar de huisarts gaan en eigenlijk alleen maar overbelast zijn, althans gevoelsmatig, qua mantelzorg of anderszins. Wellicht dat die dan naar Facet doorgestuurd zou worden. Maar stel nou dat dat de opmaat is om bij die huisarts te komen, maar dat het daadwerkelijke probleem echt een psychisch probleem is, of iets anders, zitten we dan niet in de knel met de AVG? Dus dat was even… Dan gaan we iets doorzetten terwijl dat eigenlijk alleen maar een opening was voor iemand om toch maar bij die huisarts binnen te komen. Want dat is voor sommige mensen echt een drempel. En mijn laatste is eigenlijk: ik zie ontzettend veel punten. Ketenaanpak Kind naar Gezonder Gewicht, Welzijn op Recept, valpreventie, enzovoort.

Maar in hoeverre hebben we nou daadwerkelijk als gemeente echt gewoon praktisch gezien daar invloed op? De voorzitter: Mijnheer Quist. De heer Quist: Allereerst Welzijn op Recept. AVG-verhaal is een nauwe samenhang met het vraagstuk digitalisering, inderdaad, en de verbinding tussen het sociaal en het medisch domein, waar we natuurlijk ook wel, als je het hebt over bureaucratie, met name elkaar als zorgpartijen en sociaal domein-partijen elkaar ook wel moeten gaan vertrouwen op de kwaliteit van bijvoorbeeld een huisarts om de inschatting te maken: kan deze persoon, die nu al tien keer is gekomen met ‘ik ben een beetje moe en ik heb hoofdpijn’ misschien niet beter naar welzijnsaanbod, of moet ik die nu weer doorsturen naar een GGZ-professional, wat hele dure zorg is? Dus daar zit het spanningsveld. Maar dat sneed ik net al ook even aan: het is ook een leerproces, inderdaad. Soms wordt er wel eens verwezen, zie je ook in andere gemeentes en dan is het wel de zoektocht: hoe krijgen we diegene dan weer op het juiste pad en hoe zorgen we dat we die persoon niet verliezen in het gemeentelijk domein? Dat is een zeer terecht punt. En de overige ketenaanpakken: eigenlijk staan wij als gemeente primair aan de lat van die ketenaanpakken. Dus het is een gemeentelijke opgave, het Gezond en Actief Leven Akkoord. Die middelen en die opdracht ligt bij de gemeente.

Dus in theorie staan we aan de voorkant van de inrichting van de verschillende ketenaanpakken maar voor de uitvoering van de ketenaanpakken hebben we al die partijen in onze gemeente keihard nodig. Maar de inrichting, de visie daarop, de koppeling met de verschillende beleidsstukken die er al liggen, dat ligt echt bij de gemeente. De voorzitter: Voldoende, mevrouw Kayadoe? Mevrouw Kayadoe: Jazeker. Maar ik werd net al heel even benoemd bij het begin: fantastisch plaatje, die olifant. De voorzitter: Nog een compliment. Wij gaan nu naar de ChristenUnie, mijnheer Haan. En, niet richting u, maar richting de hele commissie: intussen is het half elf. De heer Haan: Dank u wel voorzitter. Dan hebben we nog even. Gelukkig is er één vraag afgevallen. Even voortbordurend op die transitie van lokaal naar regionaal. Dan gaf u net al een stukje uitleg over. Maar in hoeverre kunnen wij dan plaatselijk nog keuzes maken? Stel dat wij zeggen: we willen meer GLI-coaches Pagina 35 van 42

hebben en Barendrecht wil dat niet. Kunnen wij dat dan als gemeente wel gewoon beslissen? Dat is de eerste vraag. De tweede vraag ging over sheet 3, de inbedding IZA en GALA in het IBSD. Dat zijn vijf acties en bij de laatste twee punten wordt dan GALA aan IZA gezegd. Mijn vraag is: begrijp ik het goed dat dat GALA-akkoord en het IZA enkel op de laatste twee doelen van toepassing is, of zijn dat de twee hoofddoelen waar het op van toepassing is? Want ik heb het idee dat het eigenlijk op de andere drie integraal ook toegepast zou moeten worden en daar zien we niet zo heel veel van terug. Dat waren de eerste twee. De voorzitter: Mijnheer Quist. De heer Quist: Dank u wel voor de vragen. Allereerst: waar heeft de gemeente Ridderkerk nog grip op en waar kunnen we de besluiten over nemen? Nou, daar speel ik een grote rol in. Maar ook de wethouder, juist om de gemeentelijke context continu te blijven toetsen bij de regionale ontwikkelingen en zal er dus nooit een keuze gemaakt worden regionaal over bijvoorbeeld GLI-coaches die hier lokaal wel of niet mogen gaan werken.

Wat we dan wel bijvoorbeeld zouden doen, is dat ik lokaal de vraag ga ophalen: wat willen we hier met de GLIcoaches? Hoe ziet dat eruit? Kunnen we dat bekostigen of is daar regionaal wat voor te organiseren? Maar je hebt vanuit de verschillende ambtelijke en de bestuurlijke overleggen continu een voet in deze besluitvorming en daar hebben we onder andere de wethouder ook vaak voor nodig. En twee is eigenlijk de verbinding met het IBSD. Dat merk je scherp op. We hebben eigenlijk, om het enigszins nog duidelijk te maken, een keuze gemaakt: met name zien we dat het IZA en het GALA de laatste twee raakt. Maar het Integraal Zorgakkoord is zo ontzettend groot dat je eigenlijk… Die zou je bijna op alle pijlers uit kunnen smeren. Maar deze waren wel vrij concreet voor jullie als voorbeeld. De voorzitter: Mijnheer Haan. De heer Haan: Dank u wel voorzitter. De laatste twee vragen. We zien dat er, dat is volgens mij op pagina 9, dat er veel inzet is op kinderen en jongeren. Dat is uiteraard heel goed. Maar we zien ook dat de grootste doelgroep eigenlijk tussen de 45 en 59 is. Er valt dus zowel op welzijnsgebied als in kostenbesparing veel winst op te behalen. Maar waarom zien we in de grootste groep juist zo weinig actie? Bijvoorbeeld het GLI, daar zien we maar één actiepuntje staan.

En de laatste vraag is: op sheet 20, pagina 20, over de lokale Ridderkerkse activiteiten in relatie tot het IZA, geclusterd wonen en afweging woonzorginitiatieven. Daar zeggen we: we stimuleren de bouw van geclusterde ouderenwoningen waar ontmoeting en zorg dichtbij georganiseerd is. Ik weet niet of daar in de uitwerking ook al plannen voor zijn gemaakt, maar hoe ziet de wethouder dan bijvoorbeeld de discussie rond 't Ronde Sant en vallen de plannen, als die al gemaakt zijn, dan niet een beetje in het water? De voorzitter: Mijnheer Quist begint en ik hoor de naam wethouder, dus mijnheer Piena die krijgt daarna het woord. Mijnheer Quist. De heer Quist: Ik snap dat u denkt dat de verdeling iets meer op jeugd en jongeren is. Dat is het eigenlijk niet. Je ziet eigenlijk twee ketenaanpakken specifiek voor echt de jeugdigen en de opgroeiende kinderen. Dan heb je de GLI-interventie voor volwassenen. Welzijn op Recept is ook specifiek voor volwassenen. En dan heb je eigenlijk nog valpreventie, die is dan gericht op senioren. Dus eigenlijk is de verdeling redelijk gelijk als je het specifiek op de ketenaanpakken ziet. Als je hem breder in de context trekt, dan zeggen we natuurlijk met zijn allen wel vanuit het GALA: hoe eerder we aan preventie beginnen, hoe meer zorgkosten we gaan voorkomen.

En daar zie je wel een soort van shift, dat je wel inderdaad even iets meer focus aan de jeugdigen hebt, om juist daar al te beginnen met de startende gezinnen en de jeugdigen. Maar vanuit de ketenaanpakken valt dat wel mee. Pagina 36 van 42

De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Ja voorzitter. Woon-zorginitiatieven daar zijn we wel mee bezig, maar het zal iedereen wel bekend zijn dat iedereen om woningen zit te schreeuwen, dus dat ik als wethouder heel hard binnen het college moet strijden om ook dat voor elkaar te krijgen. De huishoudschool staat er, dat zou een mooi initiatief kunnen zijn. Maar zo zijn er nog wel meer initiatieven die men naar voren brengt en die worden goed bekeken hoe dat in te passen valt. Dus ik verwacht zeker deze collegeperiode nog wel één of twee, hopelijk, initiatieven naar voren te mogen brengen of in ieder geval via een raadsinformatie brief onder uw aandacht te brengen. Daar doe ik in ieder geval heel erg mijn best voor. 't Ronde Sant noemt u. Ja, natuurlijk, als wethouder die met zorg zit, had heel graag gewild dat daar gebouwd kon worden op basis van het voorstel wat het college heeft voorgelegd. Uw raad heeft anders besloten. Daar moet ik het mee doen. U vormt ook een onderdeel van die raad. Dus ik hoop dat er nog vervolgplannen komen van de initiatiefnemers om het alsnog te kunnen realiseren. Want voor mezelf als wethouder op dit gebied vind ik het heel belangrijk dat het daar komt. Ja absoluut. De voorzitter: Dank u wel. Voldoende mijnheer Haan? De heer Haan: Ja, dank u wel. De voorzitter: Dan tot slot, de Partij van de Arbeid, tien vragen. Ik stel voor per drie.

Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Als het even meezit, zijn het er minder. Maar daar was ik net naar aan het kijken. Ik vond het… Bedankt voor de presentatie. Het is goed om te zien hoe complex het is, met hoeveel partners en de interessante ideeën die erbij zitten, zoals Kansrijke Start. Meer Knarrenhof-achtigen vind ik ook fantastisch. En meer integraliteit. Dat vind ik mooi. We gaan aan de slag met preventie vanuit een brede blik. Maar het is vooral ook bedoeld om de stijgende zorgkosten in de hand te houden. Dus het is niet een visie, maar meer een noodzaak. Dan kom ik op mijn eerste vraag: hoe zorgen we ervoor dat de kwaliteit en onze doelen voorop blijven staan en niet het budget leidend wordt? Dat we niet onze portemonnee laten bepalen wat onze ambities zijn. Dat is mijn eerste vraag. Mijn andere vragen die richten zich voor een groot deel op de lokale doorvertaling van al deze akkoorden. Ik mis heel erg de verbinding met het inkomen. Mensen aan de onderkant van de samenleving leven zeven jaar korter en vijftien jaar in mindere gezondheid. U zei: hoe eerder we aan preventie beginnen, hoe meer zorgkosten we kunnen voorkomen. Dan moet die koppeling zeker lokaal gemaakt worden. En dan maak ik me zorgen over lokale bezuiniging op het sociale domein bij de begroting. Dus als we dit nu vertellen, dan moeten we dus ook wel reëel kijken.

Diezelfde koppeling zien we inderdaad met lucht en geluid. PFAS en vooral fijnstof heeft een enorm effect op onze gezondheid. Dus ook dat zullen we meer integraal moeten aanpakken. Want ik ben nu bang dat we allemaal weer op eilanden gaan zitten sturen. Maar misschien ziet u dat anders. Zijn dit twee vragen, voorzitter? De voorzitter: Ja. Deze gaan we eerst voorleggen. De eerste vraag ging over geld: wethouder Piena. Ik schat in dat u daar iets over wil zeggen. De heer Piena: Natuurlijk, ik wil er altijd wel wat over zeggen. Hoe wordt er rekening gehouden mensen met een smalle beurs in dit geheel? Die wordt niet expliciet in het IZA benoemd, maar uiteraard wordt daar wel rekening mee gehouden. Want ook die groep moet natuurlijk een langer en gezond leven krijgen. Dus ja, die nemen we mee. Daarbij gaf u onmiddellijk de opmerking: hoe doen we dat als er op het sociaal domein in de begroting van Ridderkerk bezuinigd wordt? Ik heb net voor mezelf dat wij de begroting door moeten nemen 2025. Ik weet niet waar u vandaan haalt dat er op het sociaal domein bezuinigd wordt. Mocht dat wel zo zijn, Pagina 37 van 42

dan ga ik dat nog lezen, denk ik. Dat was de relatie met de mensen met een smalle beurs, dat was vraag twee. En hoe zorgen we ervoor dat het budget niet leidend wordt? Ik vind dat het uitgangspunt moet zijn de zorg voor mensen. Echter we kunnen er natuurlijk niet aan voorbij dat zorg op de manier zoals wij het nu hebben in Nederland, uiteindelijk onbetaalbaar wordt. Dus we zullen keuzes moeten maken. Dus ik ga hier... De financiën moeten niet in eerste instantie leidend zijn, maar de financiën hebben wel gevolgen voor de keuzes die we maken. En mooier kan ik het niet maken. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel. Het is geen debat, dus ik reageer hier op een ander moment op. Ik ben blij dat er aandacht is voor de groep minima, want die groep moet langer en gezond leven. Dat is waar. Het is niet zozeer een groep. Maar wat ik vooral wilde aanstippen was de integraliteit met de andere domeinen. Ook de schimmelwoningen en ook als wij tandartskosten niet vergoeden vanuit de bijzondere bijstand of wat dan ook, komen ze ook niet in aanmerking voor een kunstknie, komen ze ook niet in aanmerking voor een baan. Alles hangt met elkaar samen, dus ik zou heel graag willen dat juist die inkomenscomponent veel meer aandacht krijgt in eigenlijk alle stukken.

En misschien is het dan ook wel mogelijk dat je veel beter je budgetten specificeert naar de zorggebruikers die het meest gebaat zijn bij die gerichte steun en misschien wel om preventie te koppelen aan de grootste risicodoelgroep. Of aan de zes gebieden. En mijn vraag is dan ook: kunnen we dat doen? Kunnen we gewoon duidelijker en gerichter, effectiever, zoals de wethouder graag zegt, die gelden inzetten en ook daarmee dus ook duidelijker doelen stellen en resultaten willen gaan behalen? Mijn volgende punt gaat erover... Het is heel groot aan de bovenkant. Heel veel partijen zijn erbij betrokken. Maar het is ook heel groot aan de onderkant, daar zijn ook heel veel partijen bij betrokken. Waar ik heel graag een lans voor zou willen breken, is voor alle partijen die daarmee bezig zijn. Ik mis bij eenzaamheid en bij welzijn en bij het tegengaan van depressie en wachtlijsten, mis ik de aandacht voor LHBTI, die aantoonbaar daar invloed op heeft. Dat mis ik. Ik mis bij het tegengaan van eenzaamheid nieuwe projecten die oppoppen in de gemeente om juist weer een bepaalde groep, juist welzijnsgroep, op te vangen. Dus we staren soms ook een beetje naar onze organisatorische leemlaag, terwijl ons draagvlak veel groter is. Dus hoe houden wij de nieuwe partijen in beeld en een beetje brede blik naar de andere terreinen? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena.

De heer Piena: Voorzitter. Het Integraal Zorgakkoord is wel even ook een stuk grotelijnenakkoord. En we gaan nu al heel erg de diepte in. Eerst moeten we er zorg voor dragen: hoe gaan we er met zijn allen zorg voor dragen dat we voldoende mensen hebben die zorg kunnen verlenen? Hoe gaan we er zorg voor dragen dat financiën niet uit de hand lopen zodat we nog steeds ook het betaalbaar hebben om al die mensen zorg te kunnen verlenen? Dus om hier nu specifiek naar groepen te kijken... Dat wordt ongetwijfeld meegenomen door de verschillende partijen die aan tafel zitten, maar het zijn niet aparte speerpunten op dit moment. Ik denk dat die zorgen daarvoor te groot zijn om dat nu helemaal in die diepte uit te werken. Mocht dat niet zo zijn, ik kijk even naar links, als men daar al wel mee bezig is, maar volgens mij is dat een vervolgstap. Er zijn heel veel partijen mee bezig en dat is natuurlijk ook een beetje de crux. We zijn met zoveel zorgpartijen, het zijn zoveel belanghebbenden, we hebben allemaal een belang. En dat moeten we bij elkaar gaan brengen, dat moeten we efficiënter maken, dat moeten we zorgen dat we gaan samenwerken. Dus al die partijen, bijna alle partijen zitten aan tafel tot zorgverzekeraars, zorgpartijen, gemeentes, u heeft ze allemaal kunnen zien op de sheet. Daar zullen we het nu mee moeten doen.

Die partijen moeten tot elkaar komen, moeten tot een goede uitwijking van het Integraal Zorgakkoord moeten komen. Ook hier is het weer zo: ik kan het niet makkelijker

Pagina 38 van 42

maken. We zullen het met elkaar moeten doen. En heel veel partijen zullen ook wel eens hun eigen belang opzij moeten schuiven. Er is dus nog heel veel werk aan de winkel. We staan pas aan het begin, zou ik zeggen. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, uw laatste vragen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Preventie begint met oog hebben van de oorzaken. Dus ik breek nogmaals die lans. Ik vind dat echt niet stap twee. Ik vind dat stap één. Open ogen. Mijn laatste vraag is eigenlijk: gaan wij in het vervolg ook meer toezien op de representativiteit van onderzoeken? Want we worden soms resultaten getoond en verkocht die op basis van een heel smalle basis… Een heel smalle basis hebben, niet representatief zijn. Is daar oog voor? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Voorzitter, onderzoeken. Dat is wel een heel breed begrip. Uw raad vraagt er velen mee, als ik zo de afgelopen jaren heb gekeken. Onderzoeken moeten ergens toe leiden en die moeten goed uitgevoerd worden. Dat betekent ook: hoe ziet de onderzoeksopdracht eruit? Hoe dat in het integraal zorgakkoord vorm gaat geven? Daar hebben ook onderzoeken plaatsgevonden. Neem alleen maar: hoe komen we tot het regiobeeld? Ja, dan zal je wat moeten onderzoeken. Zul je moeten weten: wat gebeurt er nou in die regio? Daar ontkomen we niet aan. Dus ik vind het heel lastig om de vraag te beantwoorden.

Hoe efficiënt is de onderzoeksopdracht? Wie geeft hem en wat hebben we wel of niet nodig? Ook hier geldt: efficiënt omgaan met het geld en het onderzoek moet ergens toe leiden, het moet een doel dienen en we moeten geen onderzoeken doen en ook geen onderzoeken vragen als we er niet echt een doel mee hebben. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. De wethouder begrijpt mijn vraag denk ik niet. Als er resultaten getoond worden, kan dat dan op basis van een representatieve steekproef zijn geweest met representatieve resultaten? Misschien is dat beter geformuleerd. Snapt u dan mijn zorg? De heer Piena: Ja, ik snap uw zorg wel, maar er zijn zoveel onderzoeken dat ik hier niet à la minute een antwoord op kan geven. Ja, als je een onderzoek doet, moet het wel representatief zijn. Maar dat is volgens mij het kenmerk van een onderzoek dat je ervoor zorgt dat het resultaat dat je oplevert, gebaseerd is op de juiste onderzoeksresultaten. En dus representatief moet zijn: ja. Maar als ik een onderzoek houd naar: hoeveel mensen gaan er met de bus en hoe oud zijn ze? Dan is dat een andere onderzoeksvraag dan: hoeveel mensen maken er gebruik van de zorg en wat wil ik met dat antwoord? Dus ik begrijp uw vraag wel, ik vind het alleen heel lastig om er een antwoord op te geven. Laat me het dan anders stellen.

Als u zegt, het moet representatief zijn als je een onderzoek verricht, dan is denk ik het antwoord: ja. En volgens mij is dat voor elke onderzoeker een uitgangspunt. De voorzitter: Ik denk dat het goed is dat we richting afronding gaan. We hebben heel veel informatie gehad. Er zijn een hoop vragen gesteld, antwoorden op gegeven. Hartelijk bedankt voor alles. Als jullie willen, mogen jullie hier blijven zitten. Want er zijn een heleboel agendapunten, maar er komt niet echt meer een wethouder met ambtenaar aan te pas. Het volgende agendapunt, en we gaan nu een beetje in de turbostand, want mijnheer Haan heeft alle tijd, maar een deel van de commissie wil toch naar huis.

Pagina 39 van 42

7.

Verordening Rekenkamer Ridderkerk 2024 De voorzitter: Verordening Rekenkamer Ridderkerk 2024. De inzet is ter vaststelling. Is er iemand die dat anders wil zien? Dat is niet het geval. Dan kunnen er nu alle mogelijke opmerkingen worden gemaakt. Het voorstel komt van de griffie. Die denkt dat een toelichting niet nodig is, want het voorstel spreekt voor zich. Is er iemand van de commissie die een vraag wil stellen? Dat is niet het geval. Dan schat ik in dat het ook ter vaststelling blijft. Gaan we dat ook zo doen.

8.

Vervulling vacatures gemeenschappelijke regelingen De voorzitter: De volgende. Vervulling vacatures gemeenschappelijke regelingen. Ook ter vaststelling. Is dat akkoord? Dat is het geval. Komt ook van de griffie, spreekt ook voor zich. Wie wil er een vraag stellen? Niemand. Dan blijft deze ook ter vaststelling. Dat is het geval.

9.

Mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen, agendapunt 9. Zijn er vanuit het college of de commissie mededelingen? Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, op woensdag 4 september vindt er een drieradenbijeenkomst plaats in de keet op Nieuw Reijerwaard. Er is een uitnodiging gegaan naar de raden van Ridderkerk, Barendrecht en Rotterdam. Een goede bijeenkomst denk ik, waar tot op heden vanuit de drie raden gezamenlijk totaal drie mensen zich voor hebben aangemeld. En als voorzitter van Nieuw Reijerwaard heb ik aangegeven dat als er maandag niet minimaal tien mensen zijn, dat dan de avond geannuleerd gaat worden. Dus hierbij nog een oproep aan raads- en burgerleden om zich aan te melden als ze gebruik willen maken van de bijeenkomst in Nieuw Reijerwaard. De voorzitter: Dat is een heldere oproep. Zijn er nog andere mededelingen? Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel voorzitter. Er is gisteren een adviescommissie geweest van de MRDH van het economisch vestigingsklimaat. Daarbij zijn met name de werkzaamheden van de InnovationQuarter belicht. Vervolgens is er ook nog een gemeenschappelijke adviescommissie geweest met de Vervoersautoriteit en daar is met name de bestuursrapportage en nog de... Ik moet mijn leesbril opzetten. Ik word senior.

Wie zei dat hardop? En de fase twee van de tussenevaluatie is verder nog belicht. Dus daar komt nog een vervolg op, als ik het goed zeg uit mijn hoofd op de vergadering van 12 september. Maar kijk mijn medevoorzitter aan, volgens mij klopt dat wat ik zeg. Dus dat met betrekking tot de MRDH. De voorzitter: De datum weet ik niet precies uit mijn hoofd, maar in ieder geval is het begin september. Misschien even ter aanvulling: er is dus een evaluatie geweest van de MRDH en er is een rapport geschreven door Berenschot. Dat is echt een lezenswaardig rapport. Dat heeft onderzoek gedaan wat er terecht is gekomen van de doelstellingen van de MRDH. En het begint met de zin: uit de evaluatie komt naar voren dat de samenwerking binnen de MRDH bestaanswaarde en meerwaarde heeft. Dus dat is een heel positief rapport voor de MRDH. Er is natuurlijk wat te verbeteren en daar kan door ons als raadsleden ook input voor worden gegeven. Er zijn ook regionale bijeenkomsten voor. Gisteravond was de eerste in Delft, aansluitend aan de andere bijeenkomst. Ik ben daar geweest en dat was erg leuk. Daar konden we input geven in groepjes en er werd vervolgens een plaatje in AI gemaakt. Dat ging over de mobiliteit, moet ik zeggen, dus dat is wat anders. Maar daar kon je zien van: hoe kun je dat dan ruimtelijk zien? We herkenden niet allemaal wat we als Pagina 40 van 42

input hadden gegeven, maar dat terzijde. Er komt ook binnenkort een commissiebijeenkomst over die evaluatie, over het vervolg van die evaluatie en hoe de MRDH zich dus in de toekomst kan verbeteren. In de commissie Vervoersautoriteit, die parallel liep aan economie, is gesproken over knelpunten van het wegennet. Dan is met name het metropolitane wegennet, dat zijn de rijkswegen en belangrijke provinciale wegen. Er is een overzicht van waar de meeste files staan en welke plannen er zijn. En er is gepresenteerd wat het onderzoek heeft opgeleverd naar de arbeids- - ik zoek even naar het woord - er is gekeken bij het ov… De arbeidsmarkt. Er is een tekort aan chauffeurs en de MRDH heeft zelf een onderzoek gedaan van wat er aan de hand te zijn, wat daar verbeterd kan worden. Daar is uit naar voren gekomen, ook door Berenschot dat de concessiehouders, dus de vervoersbedrijven, goed bezig zijn, maar dat er ook een paar dingen anders en beter kunnen. En daar wordt voor samengewerkt. Ik laat het even bij deze abstracte term, maar weet dat er in ieder geval goed aan gewerkt wordt om daar ook wat aan te doen. Dat wil niet zeggen dat het morgen opgelost is, maar er worden echt wel stappen gezet. Dit even om het plaatje compleet te maken, omdat een deel van vervoer en economie parallel liep. Dat waren dan de mededelingen over de gemeenschappelijke regelingen. 10.

Mededelingen college De voorzitter: Dan het volgende agendapunt is Mededelingen college. Die zijn er niet. 11. Rondvraag leden De voorzitter: Rondvraag leden. Hebben de leden vragen aan elkaar? Ook niet. 12. Ter kennisneming raadsinformatiebrieven De voorzitter: Agendapunt 12, ter kennisneming een aantal raadsinformatiebrieven. Is er iemand die een raadsinformatiebrief wil agenderen? Dan begin ik bij Echt voor Ridderkerk, mijnheer Hoogendijk. Welke wilt u agenderen? De heer Hoogendijk: Voorzitter, dank u. Wij zouden graag het punt willen agenderen Huisvesting arbeidsmigranten Nieuw Reijerwaard op Dutch Fresh Port. Nieuw Reijerwaard. De voorzitter: Helder. Dat is ‘m? De heer Hoogendijk: Nou, wij zouden hiertoe een gespreksnotitie willen schrijven. De voorzitter: Dat is dan inderdaad de manier waarop dat gebeurt. Helder. Mijnheer Coule, Burger op 1. Waarover wilt u een gespreksnotitie schrijven? De heer Coule: Dank u wel, voorzitter, ik hou het kort. Cliëntenervaringsonderzoek Wmo, Jeugdwet en Participatiewet 2023 willen we graag agenderen. De voorzitter: Helder. En dan zag ik op de achterste rij nog iemand zijn vinger opsteken. Mevrouw Ripmeester: Nu die twee vergeven zijn, dan doen wij graag de stand van zaken proeftuin Wijkoverleg.

Pagina 41 van 42

De voorzitter: Dat wordt een drukke tijd. Als u hem op 20 september inlevert of eerder, dan kan die op 3 oktober in de commissie aan bod komen. En voor die van 14 november moet hij uiterlijk 28 oktober worden ingeleverd en eerder inleveren wordt op prijs gesteld. Dus we zullen zien wie de eerste is. 13. Ter kennisneming: overige stukken De voorzitter: Ter kennisneming overige stukken, agendapunt 13. Dezelfde vraag: is er iemand die iets wil agenderen? Dat is niet het geval. Dan sluiten we dit punt. 14. Ter afdoening: moties De voorzitter: Komen we bij 14, ter afdoening een aantal moties. Het zijn er vier stuks en ik ga ze één voor éen langs en dan horen we of die afgedaan is. Is motie 2023 nummer 42, Tegengaan rioolvreemd water, afgedaan? Mijnheer Alkema, ChristenUnie. De heer Alkema: Ja. Ik was eerder aan de beurt dan ik dacht. Maar dat is weer het vakantiegevoel aan wat ik hier vasthoud. De voorzitter: Bij de volgende commissie is uw vakantie voorbij. Dus dit is de laatste keer dat u dat mag aanvoeren. De heer Alkema: Hij is zeker afgedaan en ik wil bij dezen ook richting college zeggen dat ze er echt goed werk van gemaakt hebben. Wij zijn tevreden als ChristenUnie. De voorzitter: Het college luistert mee, dus het compliment is aangekomen. Is motie 2023 nummer 62, Afvalcampagne afgedaan? Ook daar wordt ja geknikt, vanuit het CDA, die hem had ingediend.

Is motie 2023 nummer 69, Inzet ervaringskennis, afgedaan? Dat is het geval. Is motie 2023 nummer 70, Ridderkerk trakteert, afgedaan? Ook dat is het geval. Zijn ze allemaal afgedaan. 15. Ter afdoening: raadstoezegging De voorzitter: Nummer 15. Ter afdoening raadstoezegging. Is raadstoezegging 3511, Leerlingenvervoer, afgedaan? Ook dat is het geval, dan is die bij dezen afgedaan. Dan rest mij om de vergadering te sluiten. Ik dank u voor uw aanwezigheid, voor uw bijdragen en ik wens u nog voor de rest van de avond een fijne tijd.

Pagina 42 van 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1142/documents/38873