CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-06-27-verslag-commissie-samen-leven-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 27 juni 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0: Besluitenlijst en verslag18.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Nee, die staan er niet voor het eerst in maar je ziet wel dat een heel deel natuurlijk nu wel voor het eerst in onze eigen organisatie landt en we er ook concreet hier mee aan de slag kunnen. Wat ik net ook aangaf, ik kan nu niet per IT-tool aan gaan geven waar mogelijke verbeteringen zitten en wanneer we die willen implementeren. Maar wat ik eerder wel aangaf is dat ook wij het nut zien, één, voor onze verwerking in de processen dagdagelijks maar ook nadrukkelijk in het proces wat wij dan met een accountant moeten lopen, dat op het moment dat we steviger op onze IT-controls kunnen steunen, dat het leven voor iedereen een stuk makkelijker maakt. Dus er zit bij ons ook geen enkele winst of iets wat maar ook om dit niet op te pakken en daar goed mee aan de slag te gaan want het is winst voor iedereen. Maar nogmaals, als u me nu vraagt op al die honderden geautomatiseerde processen die wij nu hebben om daarin aan te gaan duiden waar de winstpunten heel specifiek te halen zijn. Ja, dat antwoord kan ik u gewoon nu niet geven. En ik betwijfel zelfs of we dat kunnen doen als die nog schriftelijk erachteraan komt want dat wordt een heel uitgebreid verhaal op tal van processen die wij hebben.

Maar nogmaals, er zit voor ons als college geen enkele meerwaarde in om dit niet serieus op te pakken en mee aan de slag te gaan want het is winst voor iedereen. De voorzitter: Gaan we terug naar mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Nou, dank voor de beantwoording. Toch wel terugkomend op het laatste antwoord. Er werd niet gevraagd of u het ermee eens bent want dat geeft u aan. Maar is er dan een plan voor al die regelingen, hebben jullie dan een plan of zijn jullie daarmee bezig? Want juist overal waar je ICT-systemen hebt, wat ga je het eerste oppakken? Wat zou het snelst geld kunnen opleveren of efficiënter of wat dan ook? Dat is de vraag, welk plan ligt daar dan voor? De voorzitter: Maar die vraag is net gesteld door mijnheer Alkema en ook beantwoord dus dat zou een herhaling worden. Mevrouw Van Vliet: Nee, ik ben het niet eens met u omdat het antwoord niet gegeven werd op de vraag over, is er een plan? Er werd alleen gezegd, ja, we vinden het, net als de accountant vinden we het belangrijk maar er zijn zoveel regelingen, dat gaat nu te ver om het te geven. Maar dat is de vraag niet. De vraag is, ligt er een plan? Heeft u een indicatie van, nou, het komend jaar gaan we zoveel regelingen doen. Deze regelingen die leveren veel meer op als we die als eerste pakken, ICT-systeem of dat.

Dat is eigenlijk de vraag die ik ook begreep van de ChristenUnie en die ik eigenlijk zelf ook had. De voorzitter: Wethouder, wilt u daar nog iets op zeggen? De heer Van der Duijn Schouten: Nou, voorzitter, misschien nogmaals, een concreet plan waarin we per proces uiteen hebben gezet waar en wanneer, dat is er niet. Maar tegelijkertijd ziet u ook dat we rond de ontvlechting van de BAR-organisatie juist tonnen extra beschikbaar hebben gesteld om juist op ICT-gebied die stappen vooruit te zetten. Dus ja, daar liggen plannen, daar zijn we continu bezig met de afdeling. Maar een matrixje waarin we, zoals u hem net schetst, nee, die heb ik niet. Dus als u daarnaar op zoek bent is het antwoord, nee. Als het is, zijn we daar planmatig mee bezig, maken we daar middelen voor beschikbaar, dan is het antwoord ja. Nogmaals, dat geld heeft u zelf beschikbaar gesteld en dat ging echt om vele tonnen geld juist op ICT-gebied. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet. Pagina 16 van 29

Mevrouw Van Vliet: Dank u wel voor de heldere beantwoording. Ja. De voorzitter: U mag uw volgende twee vragen stellen. Mevrouw Van Vliet: Ja, nou, vraag één van de volgende is op bladzijde 7, ook van hetzelfde document. Dat is op bladzijde 7 wordt er in de tweede alinea bij het overallbeeld interne beheersing en organisatieontwikkeling wordt gezegd, vooral voor de gemeente Albrandswaard zijn nog diverse kritieke posities niet ingevuld. Het ging dus over menskracht. Mijn vraag is, heeft dit nog consequenties voor Ridderkerk en/of de ambtenaren die wij voor Albrandswaard inzetten? Ik wou eigenlijk het hierbij laten want die andere vragen hebben allemaal op het subsidieonderwerp te maken. Als u het goed vindt, voorzitter. De voorzitter: Dan gaan we naar de wethouder voor deze vraag en daarna komt het volgende cluster. De heer Van der Duijn Schouten: Ik begrijp dat de laatste vraag ziet op de Managementletter van 2023. Ja, dat dat is nog voor de BAR-organisatie. En daarin is die ook natuurlijk in de breedte van de BAR-organisatie en is er dus een opmerking daar gemaakt over een specifieke situatie in Albrandswaard. Dat is een specifieke situatie in Albrandswaard die ik hier verder ook niet ga duiden maar die in ieder geval geen risico's met zich meebrengt voor de situatie in Ridderkerk. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, uw volgende twee vragen.

Mevrouw Van Vliet: Dat is bij de volgende bladzijde, de interne beheersing, en dat gaat dan over dat middelste stuk, de subsidieverstrekkingen en de vaststellingen. De allerlaatste lange regel, daarnaast merken we op dat uit de beoordeling van de VIC naar voren is gekomen dat er sprake is van zowel openstaande aanvragen voor 2023 die nog niet zijn afgehandeld als van subsidieverstrekkingen over 2022 die nu nog zijn vastgesteld. Hoe kan dit? Mijn vraag is, wie controleert dat dan? Wat zijn de consequenties tot nu toe? De voorzitter: Stelt u nu een vraag over het accountantsverslag? Mevrouw Van Vliet: Nee, over die BAR. De voorzitter: Nog steeds over de BAR. Mevrouw Van Vliet: Zelfde Managementletter BAR. Ja, staat op bladzijde 8, dan het middelste onderwerpje dus de interne beheersing subsidieverstrekkingen en daar van dat stuk de allerlaatste twee zinnen zeg maar. Daarnaast merken wij op, daar begint het mee. En dan wordt er gezegd over, nou ja, dingen zijn nog niet afgehandeld, subsidieverstrekkingen over 2022 zijn nog niet vastgesteld. Mijn vraag is, hoe komt dat? Wie controleert dit dan eigenlijk hè gedurende zo'n jaar? Wat zijn de consequenties geweest tot nu toe? En ja, ik heb er nog een paar vragen over maar misschien moet ik dat dan maar splitsen. De voorzitter: Wethouder, kunt u hierop ingaan? De heer Van der Duijn Schouten: Jazeker.

Allereerst wil ik er even op wijzen dat de accountant hier verwijst een bevinding die naar voren is gekomen uit de VIC. De VIC is de verbijzondering van de interne controle. Dus dit is door de eigen organisatie opgemerkt als een tekortkoming. Nou, dat heeft natuurlijk onder andere te maken met het hele feit van die ontvlechting. Dat er best wel druk op de organisatie heeft gestaan en een aantal zaken niet de aandacht hebben gehad die ze nodig hadden. Ik hecht er wel om te zeggen dat we dit in onze eigen interne controle van de BAR-organisatie is dit naar voren gekomen en is hier gelijk intern ook op Pagina 17 van 29

geacteerd. Ook op wat u daar ergens kunt lezen, is dat soms er geen aansluiting werd gemaakt tussen betaling en de vaststelling van de subsidie. Ook dat zijn tekortkomingen, die zijn in die interne controle dus door de eigen organisatie in de controleprotocollen opgemerkt en is daar vervolgens ook op geacteerd. En zie je ook nog eens een keer dat dit dus in de BAR-organisatie kwetsbaarder was als dat wij nu zien dat het in onze eigen organisatie is. Omdat we kort erop kunnen zitten en dit soort bevindingen natuurlijk ook voor ons wel aanleiding waren om daar gelijk ook voor de organisatie maar ook bestuurlijk om hier kort op te zitten want dit zijn zaken die je niet wil. Dit moet binnen de termijnen en ook op een goede manier geregeld worden. Dus hoe het heeft kunnen gebeuren, ja, nou, daar heb ik iets over gezegd. Maar nogmaals, we hadden hem intern zelf ook al opgemerkt voordat die hier landde. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, wat wilt u verder nog vragen over dit onderwerp? Mevrouw Van Vliet: Nou, het antwoord was, daar worden twee vragen al mee beantwoord die ik nog zou stellen. Het geef mij echt wel een gerust beeld dat wij in de nieuwe organisatie er dichterbij opzitten dus die zorg die wordt weggenomen. Mijn laatste vraag zou dan zijn, welke subsidies over 2023 zijn nog niet afgehandeld? Heeft u daar een beeld van? De voorzitter: Wethouder.

De heer Van der Duijn Schouten: Nee, dat heb ik nu op dit moment niet, nee. De voorzitter: Dan zijn we daarmee aan het eind van de vragenbeantwoording. Dan dank ik de wethouder en ook mijnheer Leenders voor de beantwoording en de ondersteuning. U mag blijven zitten en mijnheer Van Beekom mag hier plaatsnemen voor het volgende agendapunt. 5.

Meerjarenprognose Grondexploitaties Ridderkerk 2024 De voorzitter: En dat is Meerjarenprognose Grondexploitaties Ridderkerk 2024. Het is ter vaststelling, is de commissie daarmee akkoord? Dat is het geval. Dan kunnen alle mogelijke vragen worden gesteld en intussen vinden ook wat wisselingen van de wacht plaats. We wachten even tot iedereen zijn plek heeft ingenomen. Wethouder Van der Duijn Schouten, wilt u nog een toelichting geven op dit agendapunt? De heer Van der Duijn Schouten: Nou, voorzitter, jaarlijks stellen we die Meerjaren Grondexploitatie vast ook omdat dat landt in onze Jaarrekening. Dus u bent er inmiddels mee bekend en ik denk ook dat het voor de rest in die zin weinig verrassend was. De voorzitter: Dan gaan we inventariseren of er nog verrassende vragen zijn. En tot onze verrassing wil niemand iets vragen. Dat betekent dat we aan het eind van dit agendapunt zijn en blijft u waarschijnlijk ook bij inzet ter vaststelling. Ook dat is het geval. Gaan we dat zo doen.

6.

Normenkader 2024, M&O beleid 2024, control jaarplan VIC 2024, Frauderisicoanalyse De voorzitter: Dan komt nu het volgende agendapunt en mag mijnheer Van der Waal plaatsnemen vanuit ambtelijke zijde. En ik zie wethouder Van Os, dat stond in mijn script anders maar hartelijk welkom. Nu ga ik een heel riedeltje voorlezen want het is een soort verzamelbak van allerlei regelingen die een beetje met elkaar verband houden. Ik moet even mijn beeldscherm uit zijn bevroren stand halen. Agendapunt 6, normenkader 2024, misbruik en oneigenlijk gebruik beleid 2024, control jaarplan verbijzonderde interne Pagina 18 van 29

controle 2024 en frauderisicoanalyse. De inzet is ter debat. Is dat akkoord voor de commissie of zijn de andere gedachten over? Mijnheer Kardol, SGP. De heer Kardol: Ja, dank u, voorzitter. Wat SGP betreft mag het ter vaststelling. De voorzitter: Ik zie de VVD en het CDA ja-knikken. Mevrouw Ripmeester wil iets zeggen. U wil het ter debat. Een echt debat of wilt u een uitgebreide stemverklaring? Mevrouw Ripmeester: Dat is afhankelijk van de antwoorden die ik straks ga krijgen. De voorzitter: Gaan we dat zien. Maar is het ter debat, dat betekent dat nu technisch inhoudelijke vragen kunnen worden gesteld en geen meningen gewenst zijn. Wethouder Van der Duijn Schouten. Sorry, wethouder Van Os. Ik moet voor me kijken en niet op mijn script. Wilt u nog een toelichting geven? De heer Van Os: Nou, kort, voorzitter. We stellen hier een aantal stukken voor die straks ook gebruikt worden voor de controle van de Jaarrekening 2024. Maar misschien ook goed om mee te geven is dat de VIC waar het net over ging met het terugkijken met het verslag van de accountant is dit het plan wat we over 2024 ter kennisgeving aan hebben geboden aan de gemeenteraad. En daar zien we ook dat we op de eigen organisatie op deze manier ook die verbijzonderde interne controle uit gaan voeren. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting.

Wie wil er vragen stellen? Ik denk mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid. Hoeveel? Twee. Ik denk dat het daarmee, daarbij ook gaat blijven. Dan krijgt u nu het woord. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Toen ik de stukken las en de stukken waar het op betrekking heeft en die al bij elkaar gevoegd werden was het mij niet duidelijk of deze stukken nu vooral gericht zijn op de eigen organisatie of dat die ook gericht zijn op de inwoners die bijvoorbeeld een uitkering ontvangen of dat die ook gericht zijn op andere partijen die afhankelijk zijn van de gemeente? Subsidies of zo, dat kan ook wel. Maar mijn grootste vraag is, gaat het nu vooral over de eigen organisatie, hoe we daarmee omgaan, of gaan we ook over, heeft dit ook betrekking op over hoe we omgaan met inwoners? Mijn tweede vraag is, als het wel betrekking heeft op inwoners, hoe gaan we dan om met de inzichten van dat wetenschappelijke rapport weten maar niet doen? Dus dat het niet fraude is maar kleine, dat er gewoon, ja, eigenlijk bijna vergissingen, ja, of die gewoon het niet goed hebben ingevuld en die dan nagedragen worden, hoe gaan we daar dan mee om? Dat zijn mijn twee vragen voor nu. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, het was even zoeken op welke stukken het betrekking had maar ik denk dat het gaat over de stukken met betrekking tot fraude.

Want we hebben ook wel eens gezegd de verbijzonderde interne controle richting de raad gestuurd en dat gaat dus over de controle van de eigen organisatie. Eigenlijk de PDCA-cyclus zoals je dat bij bedrijven kent met een ISO 9001 kwaliteitssysteem normering van controleren van de processen die we met elkaar beschreven hebben, doe je dan wat je zegt en zeg je wat je doet? Dat is zo’n VIC en dat doen wij intern. Dat deed de BAR-organisatie voorheen voor de drie deelnemende gemeenten. Nu met de ontvlechting pakken we dat vanuit onze gemeentecontrol zelf op voor de processen waar we als gemeente zelf van zijn en gaat het dus om gemeentelijke processen. Maar ik zou van mevrouw Ripmeester graag de verduidelijking willen hebben over welk stuk dan deze vraag betrekking heeft? Want dat gaat bijvoorbeeld niet over de VIC denk ik dan.

Pagina 19 van 29

De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, op welk stuk heeft uw vraag specifiek betrekking? Mevrouw Ripmeester: Mijn vraag heeft onder meer betrekking op, even kijken hoe dit stuk heet, moet ik even naar boven scrollen, nota misbruik en oneigenlijk gebruik. Wanneer we dan kijken naar de bijlage dan zitten daar heel veel beleidsregels op het sociaal domein in. Mijn vraag is dan, hebben dan dit stuk dat we nu geschreven hebben, is dat dan gericht op de ambtenaar die het uitvoert of de organisatie die het uitvoert of is dit gericht op de klant die het betreft? De voorzitter: Wethouder. De heer Van Os: Ja, dank u wel. Ja, dit zijn door zowel de gemeenteraad als college of als door het college vastgestelde beleidsregels die gebruikt worden voor fraude door de ambtenaren zelf in het eigen proces. Maar ook inderdaad met de verstrekking van bijvoorbeeld uitkeringen dan wel subsidies om te kijken of dat niet oneigenlijk verstrekt is. En daar zijn deze beleidsregels in bijlage 1 voor bedoeld bij de nota misbruik en oneigenlijk gebruik om daarop te kunnen toetsen. De voorzitter: Kunt u dan ook gelijk de vraag beantwoorden over de kleine foutjes? Wethouder? Nou, mevrouw wethouder die stelde als tweede vraag over de kleine foutjes en toen vroeg u op welk stuk het betrekking had dus dat is nu bekend. De heer Van Os: Als de vraag nog één keer herhaald kan worden, heel graag.

Want ik zit bij de nota misbruik en oneigenlijk gebruik bij bijlage 1 en volgens mij de vraag die daarover gesteld werd heb ik antwoord op gegeven. Als ik een vraag gemist heb dan krijg ik die nog graag een keer te horen. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. In de hele nota wordt er gesproken over, wat gaan we doen als we fraude constateren en wat is fraude en wat zijn dan de maatregelen? Alleen er is ook een wetenschappelijk rapport geschreven over dat mensen soms fouten maken maar dat is niet direct fraude. In dit hele stuk lees ik niets over deze menselijke maat. Dus ik vroeg mij, daarvoor dacht ik eerst, als het over professionals in de ambtelijke organisatie gaat dan kan ik me daar nog iets bij voorstellen. Wanneer dit over mensen in een hulpverleningssituatie zitten vind ik de toon, zonder dat er ergens een uitzondering wordt gemaakt of iets genoemd wordt van maatwerk of, nou, noem verzachtende omstandigheden, vind ik hem nogal strak gezet. Dus en daarvoor was mijn vraag, op wie heeft dit betrekking, is dit alleen op de ambtenaren of gaan we ook op deze manier, deze zwart-wit manier naar de inwoners toe? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel. Ja, dan herhaal ik misschien hetgeen wat ik aan heb gegeven.

Maar wat hier staat, deze regelingen, deze verordeningen in die bijlage 1, die betrekken wij gewoon op de controles die wij uitvoeren. Dat lijkt heel zwart-wit. Natuurlijk hanteren wij ook gewoon de menselijke maat waar nodig maar wanneer er gewoon daadwerkelijk fraude wordt gepleegd en daar worden geen foutjes gemaakt, dan zijn we ook wel rechtlijnig om daarop te handhaven. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, zijn uw vragen daarmee beantwoord? Mevrouw Ripmeester: Ja, dank u wel. En graag voor het debat. Minidebatje maar (niet verstaanbaar). Pagina 20 van 29

De voorzitter: Ik begrijp een soort uitgebreide stemverklaring en dan een minuut of twee. Het voorstel is eerste termijn twee minuten, totaal tien. De Partij van de Arbeid die heeft zich aangemeld als spreker. Daarmee gaat het ter debat. Dan dank ik de wethouder en de ambtenaar voor zijn inzet. 7.

Jaarstukken 2023 De voorzitter: En gaan we naar de Jaarstukken 2023. Wethouder Van der Duijn Schouten en mijnheer Leenders, u mag weer terugkomen. Het is goed bevallen de vorige keer. De inzet is ter debat. Ik schat zomaar in dat de commissie daar nog steeds achter staat. Dan is het woord aan wethouder Van der Duijn Schouten of u een toelichting wil geven. Ook hiermee zijn we vertrouwd maar u heeft alle vrijheid om daar iets over te zeggen. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, de Jaarrekening heeft u ontvangen. Ik denk dat de accountant een toelichting op zijn controle maar ook wel een mooi beeld heeft geschetst van hoe we er als gemeente financieel voorstaan. Daarnaast is de Jaarrekening natuurlijk altijd een moment van terugkijken. Tussenrapportages hebben dat ook maar zeker de Jaarrekening waarbij we een jaar afsluiten. Nou, dat hebben we getracht u in een beeld te schetsen maar ja, dat zijn wel weer bij elkaar zo'n 200 pagina’s geworden. Dus het lijkt me niet verstandig als ik dat nog ga proberen hier vanavond even samen te vatten. Wat wel misschien nog even genoemd kan worden is een mooi resultaat. Dat mooie resultaat dat blijft staan, ook na de ongecorrigeerde fout die geconstateerd is. De accountant heeft daar vanavond denk ik vrij uitgebreid bij stilgestaan.

Misschien is het ook wel even goed om maar gewoon vast hier te melden dat we gaan die fout in 2024 corrigeren dus dat gaat het rekeningresultaat van dit jaar raken. Naar ik heb begrepen is dit een stuk die over meerdere jaren loopt en wordt het dus pas eind 2025 duidelijk of er onderuitputting op de pot zit en we dus eventueel nog wat over gaan houden. Dat zou dan eind ‘25 worden, dan heb je waarschijnlijk in ‘26 de centen pas. Dus vooralsnog gaan we de fout volledig corrigeren en mocht er eind van de rit toch nog een keer wat komen, zien we dat op dat moment wel weer als een meevaller. Het goede nieuws is misschien wel dat in de jaren wanneer het dan komt we het waarschijnlijk beter kunnen gebruiken als dat we het voor dit jaar nodig hebben. Maar goed, dat is natuurlijk niet waar we op sturen maar nou, tegen die tijd misschien wel weer een meevaller. Dus dat nog even op dat punt, voorzitter, want dat is natuurlijk wel een hele bijzondere in dit proces en ook eentje die we zelf liever niet gewild hadden. Maar goed, ik denk dat de accountant helder is geweest in de uitleg hoe dit ook is ontstaan. Dus ik ben benieuwd of er voor de rest nog vragen zijn na de vragen die u al schriftelijk heeft gesteld, al dan niet in één of twee termijnen. De voorzitter: Dank u wel.

En als een commissielid verder wil bouwen op een vraag die gesteld is, is het handig als u even het nummer noemt, dan weten we waar het over gaat. Wie van de commissieleden wil een vraag stellen aan de wethouder? Mijnheer Alkema, ChristenUnie, twee vragen en mevrouw, één vraag voor Burger op 1, mevrouw Van Nes-de Man en mevrouw Ripmeester, vijf vragen, Partij van de Arbeid. Dat is het? Nou, zoals gebruikelijk gaan we van het minst aantal vragen naar het meeste. Beginnen we met mevrouw Van Nesde Man van Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Is toch weer eens iets anders om te beginnen. Ik wil een vervolgvraag stellen op de vragen die wij later ingediend hebben, die zitten niet in die hele P&C-cyclus maar er wordt wel verwezen in een antwoord naar die P&C-cyclus. We hebben namelijk gevraagd hoeveel rechtszaken er in 2023 gelopen hebben en afgerond zijn in dat jaar, dus waar een uitspraak over gedaan is, en hoeveel zaken er opgestart zijn of die nu nog lopen? Daarin werd verwezen naar Partij van de Arbeid vraag 41 op pagina 15 maar het antwoord daar heeft betrekking op de kosten die gemaakt zijn. Wij willen graag een Pagina 21 van 29

overzicht van het aantal rechtszaken en wat voor soort rechtszaken dat dan zijn? Dus nogmaals graag daar een antwoord op. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, dat antwoord heb ik nu natuurlijk niet. Ik bedoel, er lopen met een grote regelmaat rechtszaken. Ik bedoel Oosterpark, de Blaak, noem maar op. Ik heb nu echt niet paraat hoeveel rechtszaken er in ‘23 gelopen, welke er over zijn gekomen uit ’22 en in ‘23 zijn afgerond, welke in ‘23 zijn opgestart, nu nog doorgaan. Ik bedoel, ja, dat weet ik nu niet. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u, voorzitter. Ik kan me goed voorstellen dat de wethouder dat niet in zijn hoofd heeft maar ik zou daar wel graag een schriftelijke reactie op krijgen. En echt de vraag zoals ik hem gesteld heb en ik heb niet naar kosten of dingen gevraagd. Dus dat nog achteraf. De voorzitter: De wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, dat snap ik maar dat betekent dat hier heel veel ambtelijke capaciteit in moet gaan zitten om dat nu allemaal uit te zoeken. Als u het wil doen we het maar dat antwoord zal er echt niet zijn voor de behandeling in de raad van volgende week donderdag. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter.

Ik wil dat antwoord graag hebben maar ik vraag niet naar de kosten die gemaakt zijn, ik vraag puur naar het aantal rechtszaken wat is, wat loopt. U zegt zelf, er lopen veel rechtszaken. Nou, dan is het niet zo raar dat wij daar nieuwsgierig naar zijn. De voorzitter: Ik denk dat de wethouder die vraag begrepen heeft. En richting u is gezegd dat het antwoord komt maar waarschijnlijk na de raad. De heer Van der Duijn Schouten: Nou, niet waarschijnlijk. Ik zeg ook niet dat het een rare vraag is of raar is dat het gevraagd wordt, ik geef alleen aan dat het heel veel ambtelijke capaciteit kost om nu ook van de rechtszaken die inmiddels zijn afgerond, die gearchiveerd zijn, dit zit niet allemaal bij één afdeling, om dat allemaal in kaart te gaan brengen. Nogmaals, dan, ja, goed, gaat dat ten koste, om het nog maar even zo te benoemen, ten opzichte van de realisatiekracht van de dingen die moeten gebeuren in de uitvoering. Maar als u het wil gaan we het doen alleen het is er met zekerheid niet voor volgende week donderdag. De voorzitter: De griffier gaat ook een aanvulling geven. Mijnheer Van Straalen. De heer Van Straalen: Even graag een verduidelijking van mevrouw Van Nes-de Man. U heeft het over rechtszaken maar de raad ontvangt jaarlijks het verslag van de bezwarencommissie, dat kunt u typeren als rechtszaken.

Of heeft u hier het oog op civiele rechtszaken? Wat denk ik veel minder is en u krijgt jaarlijks een verslag over de bezwaren. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man.

Pagina 22 van 29

Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, sorry, dank u. Dat heeft u keurig gesplitst. Inderdaad, wat we als stukken krijgen die hebben we, dat weet ik. Dus het gaat over de civiele rechtszaken in dit geval. De voorzitter: Maar er komt nog een keer de vraag van de wethouder want u heeft het dus niet voor de raadsbehandeling dus voor uw standpunt en wat u allemaal te berde wil brengen heeft u er niks aan. En dan is de vraag van de wethouder eigenlijk of u het waard vindt dat al die moeite aan ambtelijke capaciteit erin wordt gestopt terwijl het voor het debat niks gaat opleveren. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, ik wil ze wel graag hebben die antwoorden. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, ik heb de vraag gehoord, ik heb het antwoord gegeven. Ik bedoel, wij gaan voor mevrouw Van Nes alle civiele rechtszaken op een rijtje zetten. En nogmaals, daar wordt om gevraagd, dan gaan we het doen. Ik heb ook gegeven dat dat heel veel ambtelijke capaciteit kost want het zijn er echt wel meer dan een paar. Het is wat het is. Ik, ja, kan mezelf blijven herhalen maar dat heeft ook niet zoveel zin. De voorzitter: Is daarmee uw vraag beantwoord? Vervolgens mijnheer Alkema, ChristenUnie, twee vragen. De heer Alkema: Ja, twee vragen. De verwijzing is bij de eerste CU 02, dat gaat over de geluidsschermen, de vraag ging over het sociale veiligheidsstuk.

Daar zou samen met de bewoners naar gekeken worden. Volgens ons is er een toezegging en de vraag wat is gedaan maar er staat als antwoord van, we gaan het evalueren en dan gaan we ook daarnaar kijken. Maar de vraag is, wat is gedaan? Dus hopelijk kan de wethouder daar een antwoord op geven. De tweede vraag is CU 20, dat gaat over de pumptrackbaan. Dit gaat over de verlichting die daar, de intentie is om daar te gaan aanleggen. We hebben daar een vraag over gesteld en de vervolgvraag is van, weet u wel zeker dat u dat zou willen, is daar wel behoefte aan? We begrijpen dat we het willen stimuleren maar zitten er mensen op te wachten om daar 's avonds als het koud is om daar op de pumptrackbaan te staan of te spelen? Hoe moet je zoiets zeggen, te gebruiken. En is misschien een andere optie om een voorbereiding voor de verlichting alleen aan te leggen een betere optie? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Om vraag één over het scherm, de concrete vraag, wat is er al gedaan? Ja, nog niets want we nemen het, zoals aangegeven, we nemen het mee, in die beoordeling van het scherm pakken we dat ook beet. Dat is nog niet gestart dus op dat punt is er dus ook nu nog niets gebeurd. Wat betreft de pumptrackbaan kijk ik even, want voorzitter, ja, dat heeft ook met de andere vragen gezien, die raken tal van beleidsdomeinen.

En nou zit die pumptrackbaan nou net even niet in mijn portefeuille. Kijk, als u vraagt, wilt u dit echt? Dan kan ik bijna zeggen, ja, want anders hadden we het niet gedaan. Maar ik denk dat u wat meer duiding wil ook op de vraag. Dus ik kijk even voorzichtig opzij bij wie inmiddels de pumptrackbaan? Nou, wethouder Van Os gaat dat denk ik beantwoorden, voorzitter. De voorzitter: Ik zag het aan de beweging van wethouder Van Os dat die een antwoord wil gaan geven. Daar krijgt u nu de kans voor. De heer Van Os: Ja, voorzitter. Dank u wel, voorzitter. Een soort van sportieve beweging was dat ook want we vinden het natuurlijk belangrijk tot onze Ridderkerkse samenleving kan sporten, georganiseerd en Pagina 23 van 29

ongeorganiseerd, en daardoor wordt ook een schitterend mooie pumptrackbaan aangelegd. Die is al zo goed als klaar en hopelijk vindt de opening daarvan plaats na het zomerreces. Wij vinden het ook gewoon belangrijk dat ook in de donkere maanden van het jaar om vijf uur ‘s middags of zes uur ‘s avonds of half zes kinderen nog de mogelijkheid hebben om ongeorganiseerd te sporten. En daar is toch echt op zo'n moment in het jaar verlichting voor nodig dus wij achten dat noodzakelijk. Het is niet dat die wat ons betreft 24 uur per dag gaat branden die verlichting. De voorzitter: En dat antwoord en het vorige antwoord is voldoende voor mijnheer Alkema. Dan mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid, u heeft vijf vragen. Per twee stel ik voor. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eerst een vraag naar aanleiding van het antwoord op onze vraag 10 en daarna een vraag naar aanleiding van het antwoord op vraag 20. Bij vraag 10 vragen wij, wat waren de belangrijkste uitkomsten van deze tellingen en geven deze aanleiding tot het nemen van verkeersmaatregelen? Als dat zo is, welke maatregelen zijn dat dan en om welke locaties het gaat? En we krijgen een algemeen antwoord terug. Wij zouden graag antwoord willen hebben op die vragen.

Bij vraag 20 wordt er gesteld, wordt er gevraagd, is er voldoende capaciteit in het sociaal domein? En er wordt geantwoord, in theorie is er voldoende formatie. Wij vragen ons af of er ... Wat dan het effect is op de dienstverlening als het in theorie is, hoe zit dat dan in de praktijk en moet daar niet iets bij? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. Wilt u uw lampje uitdoen? De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik denk dat het antwoord op vraag 20 straks van rechts komt. En antwoord op vraag 10 over de verkeerstellingen, ja, wat wij in het antwoord hebben aangegeven, die tellingen zijn niet gericht op zozeer een specifieke situatie of een geval, die zijn ook met name, we doen het regelmatig maar dat is ook bedoeld om te kijken of de gegevens waar wij van uitgaan met betrekking tot de verkeersstromen nog accuraat zijn. En om je IST en Soll te vergelijken, om het zo maar eens te zeggen, moet je ook gewoon bij tijd en wijle een keer tellen van, klopt het nu dat dit soort aantallen daar voorbijkomen? Als daar hele rare bevindingen uitkomen gaat dat in eerste instantie landen in onze modellen maar dit is niet bedoeld om bepaalde verkeerssituaties te veranderen of daar ingrepen in te doen. En voor de vraag over uw vraag 20, sociaal domein Wmo, denk ik dat wethouder Piena die oppakt.

De voorzitter: En dat antwoord komt van rechts en dat wordt bedoeld in ruimtelijke zin. Wethouder Piena, u heeft het woord. De heer Piena: Ja, de vraag is even of er meer ambtelijke capaciteit nodig is. Dat antwoord kan niet zo zwartwit gegeven worden. Natuurlijk kan je allerlei processen volstoppen met mensen en dan gaat alles heel snel, als de mensen in elk geval te vinden zijn want dat is in deze arbeidsmarkt ook nog wel eens lastig. In principe hebben we voldoende capaciteit. Echter, dat staat ook al in het antwoord, dan moet iedereen wel beter zijn moeten er niet te veel vacatures ontstaan door verloop en dat is helaas wel het geval. Dan heb ik niet over normaal ziekteverzuim maar over langdurig ziekteverzuim en daardoor ontstaan achterstanden. Nou, we hebben in het verleden gezien, ik denk al zelfs in een vorig college toen ik zelf ook in de raad zat, dat we met extra middelen extra mensen hebben ingezet om de wachtlijsten terug te brengen of wel even stabiel te houden. Ja, dat kunnen we natuurlijk steeds blijven doen maar dat is niet de bedoeling. Dus nu zijn we bezig om gewoon structureel te kijken hoe we dat voor elkaar krijgen. Een van de maatregelen is, en volgens mij staat die ook in het antwoord, een beslisboom waardoor zaken gewoon sneller afgehandeld kunnen worden waardoor er meer zaken per persoon afgehandeld kunnen worden.

Dat zal een positieve invloed hebben op Pagina 24 van 29

de wachtlijsten. Ja, dus op dit moment proberen we het door efficiënter te werken, de vacatures zo snel mogelijk in te vullen, het met de huidige capaciteit te doen. Mocht de komende maanden blijken dat het echt niet lukt, ja, dan zal ik weer bij uw raad terug moeten komen met het verzoek voor extra mensen maar dat is niet onze insteek. Onze insteek is met de huidige capaciteit het te bewerkstelligen dat we netjes op de wettelijke norm zitten en nog mooier, het liefst eronder. De voorzitter: Dank u wel. En u mag reageren en u mag uw volgende twee vragen stellen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Eerst een reactie op het antwoord. Natuurlijk is het niet de bedoeling om het systeem vol te stoppen met mensen, dat was ook niet mijn vraag. Onze vraag was, wat is het effect op de dienstverlening en begrijp ik uit uw antwoord dat u alleen de wachttijden meet of meet u ook andere effecten op de dienstverlening? We zien uiteraard graag hoe u de kwaliteit meet en hoe u dat in de toekomst gaat borgen en bestendigen als er veel zieken zijn? Dat zien we natuurlijk graag tegemoet. Wilt u eerst het antwoord van de wethouder laten geven of wilt u eerst dat ik mijn andere vragen stel, voorzitter? De voorzitter: In dit geval maar eerst even het antwoord van de wethouder.

De heer Piena: Ja, voorzitter, volgens mij wordt er elk jaar een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd dus zo dan meten wij de kwaliteit al. En natuurlijk kijken wij ook hoe onze dienstverlening is. Het is geen afraffelwerk, het is mensenwerk. Daardoor hebben we ook wel eens meer tijd nodig om zaken af te handelen. Volgens mij beantwoord ik daarmee uw vraag, niet alleen maar de wachtlijsten zijn van belang, uiteraard de kwaliteit van dienstverlening ook. En je probeert een zo goed mogelijke manier te vinden dat beide kanten goed uitgevoerd kunnen worden en tot resultaat leiden. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, uw volgende twee vragen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Mijn volgende vraag gaat over vraag 23 en over vraag 29. In vraag 23 wordt gevraagd wat wij doen met Ridderkerkers die op een tijdelijk contract in Ridderkerk wonen of die verder geholpen worden? En daarop wordt niet geantwoord. Dus we zouden graag willen weten, wat wordt er gedaan met mensen die nu in de te slopen woningen wonen die hier al lang wonen, Ridderkerkers die er allang wonen, wat doen wij met deze Ridderkerkers als we daadwerkelijk overgaan tot sloop en renovatie? Dat is mijn vraag 23. Dan mijn vraag 29 moet ik even ...

O ja, hoeveel Ridderkerkse jongeren met een suïcide drang wachten op een passende behandeling? Jongeren gebruiken we twee definities voor, tot en met 27 jaar, tot en met 18 jaar. Hier wordt logischerwijs gebruikgemaakt van de knip van 18 jaar maar wij zouden graag willen weten hoeveel jongeren in de ruimere definitie tot 27 jaar op deze zorg rekenen van het wachten of van het wijkteam. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder, in mijn lijst staat wel degelijk een antwoord op vraag 23 maar aan u het woord. Er stond, mevrouw Ripmeester zei namelijk dat er geen antwoord was gegeven. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, in woningen die gesloopt worden, mensen die daar al langer in wonen, dat hoorde ik zeggen, mensen die al lang daarin wonen, die worden door Wooncompas keurig uitgeplaatst en in een nieuwe woning. En hebben vaak ook nog een keer een terugkeergarantie op de woningen die daarna in plaats van de te slopen woningen komen. Daarnaast zie je dat een aantal woningen dan in het proces richting sloop leeg komen te staan en soms ook nog aangeboden voor tijdelijke verhuur, het zogenaamde leegstandsverhuur. En die bewoners wordt aan de voorkant heel duidelijk aangegeven, u kunt hier nog een aantal maanden maar we gaan slopen dus na die paar maanden moet u weer weg. En die zijn Pagina 25 van 29

daarna ook zelf weer verantwoordelijk voor het vinden van eigen huisvesting. Maar daar zijn ze zich volledig van bewust op het moment dat ze die paar maanden daar gebruik van maken. Dus voor die bewoners is het bekend en vindt er uit Wooncompas ook geen opnieuw inspanning meer voor een herhuisvesting. Maar nogmaals, de mensen die daar al jaren wonen worden allemaal keurig uitgeplaatst met een terugkeergarantie. En wat betreft de suïcide tussen 18 en 27 denk ik dat ik weer bij een van mijn collega's ter rechterzijde in ruimtelijke zin uitkom. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, definitie over jongeren. In dit geval is de definitie wel degelijk 18 jaar, dat heeft ook met de zorg te maken. GGZ hebben we volwassenen is vanaf 18 en daarvoor zitten we op de jeugdgezondheidszorg. Er wordt hier duidelijk gevraagd naar de suïcidale jongeren en dat is tot 18 jaar, vandaar dit antwoord. En ik kan u het, voorzitter, ik kan mevrouw Ripmeester het antwoord niet geven hoeveel jongeren tot 27 jaar. Want nogmaals, dat is een andere categorie en die cijfers heb ik absoluut niet paraat. En dat zou ook nog eens betekenen dat we vanaf 18 jaar nog eens een splitsing moeten gaan maken van alle mensen die daarmee te maken hebben. En ik denk dat die cijfers ook niet overal één, twee, drie op te halen zijn.

De voorzitter: Dat is het antwoord waar u het mee moet doen denk ik en mag u uw laatste vraag stellen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Allereerst nog even teruggaan op uw opmerking eerder dat er geen antwoord was gegeven op mijn vraag. Dat had op de inhoud, niet op het feit dat het vakje gevuld was met letters. De tweede was dat het logisch is inderdaad dat die knip bij 18 jaar is in dit geval, dat had ik, die vraag had ik anders moeten stellen. Er zijn wel jongeren inderdaad tussen de 18 en de 27 en ik vroeg mij af of de gemeente die in beeld had? Blijkbaar niet maar ik zal hem op een ander moment nog een keer stellen. Mijn laatste vraag betreft dan, o ja, vraag 36 over de Ridderkerkse boa's. De Ridderkerkse boa's hebben een aantal bevoegdheden en een aantal bevoegdheden niet. Kunt u aangeven waarom deze bevoegdheden niet aan de boa’s zijn toegekend en of u er bezwaar tegen zou hebben als dat wel zou gebeuren? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten, gaat u zelf dat antwoord geven of gaat u de boa wethouder? De heer Van der Duijn Schouten: Ik denk dat u het antwoord op die vraag wel weet, voorzitter. De voorzitter: Dan geven we direct het woord aan wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u wel, voorzitter.

Ja, wij zijn van mening dat de boa's die vallen in domein 1 ook binnen de overgrote deel van onze APV gewoon ook actief kunnen zijn. Maar er zijn ook bijvoorbeeld boa's zoals boswachters, dat zijn ook boa's, die zijn in een ander domein actief. Ja, we kunnen uiteraard de boa’s het bos in sturen of het Oosterpark, wij zien gewoon echt geen noodzaak om dat soort domeinen toe te kennen aan onze boa's. Onze boa’s hebben wel specialisaties op jeugd, op horeca, op ondermijning zijn we aan het zoeken maar dat past allemaal prima binnen domein 1. Op dit moment zien wij gewoon echt geen noodzaak om binnen andere domeinen te opereren voor de boa’s. De voorzitter: Zijn daarmee uw vragen beantwoord, mevrouw Ripmeester? Mevrouw Ripmeester: Ja, dank u wel. Pagina 26 van 29

De voorzitter: Dan zijn we daarmee ook aan het einde van de vragenronde. Als ik niemand heb overgeslagen. Blijft de commissie bij het debat, dat is het … Mijnheer Kardol, SGP. De heer Kardol: Ja, dank u, voorzitter. Meer een vraag als het ter debat gaat. We hebben straks ook nog een ander agendapunt waar wellicht ook nog over iets of er partijen zijn die daar ook nog iets over willen zeggen. Maar dan zou ik het liever willen aanvliegen als één gezamenlijk punt waar dan over gedebatteerd kan worden en wel apart besloten uiteraard. En wat ons betreft als SGP bij de Jaarstukken mag dat ter vaststelling. De voorzitter: Ik zie geknik. Even voor de helderheid richting de commissie, in voorgaande jaren maakten we er één punt van, van de Jaarstukken, de Tussenrapportage en de Kaderbrief. Op verzoek van het presidium is dat nu gesplitst in drie aparte agendapunten. U heeft zeg maar drie kansen om ergens iets in kwijt te kunnen en hier wordt voorgesteld om dit ter vaststelling te doen. En ik ga nog een keer rondkijken, als er één iemand is die dat niet wil dan gaat het ter debat. Mijnheer Alkema, ChristenUnie. De heer Alkema: Wij willen het zo laten, voorzitter. Dus apart behandelen. De voorzitter: En kunt u dan ook gelijk aangeven hoeveel minuten? En dan kijk ik ook naar de andere mensen die hun handen opstaken.

De heer Alkema: Nou, we hebben maandag een fractievergadering, misschien dat ik het dan pas precies weet. Maar wij moeten wel een aantal dingen nog bespreken dus ik kan u niet gelijk geven hoeveel minuten. De voorzitter: Dat u uw fractievergadering maandag heeft, dat zal vast zo zijn maar we stellen altijd in de commissie het aantal minuten vast en het kan in het presidium altijd nog aangepast worden. Dus ik zie een voorstel voor twee minuten. De heer Alkema: U heeft het over de Jaarrekening? De voorzitter: Over de Jaarrekening, ja. De heer Alkema: O ja, twee minuten is goed hoor. De voorzitter: Oké, dat is een snelle wending. Past bij de wendbaarheid waar de accountant het over had denk ik. Twee minuten. Mevrouw Ripmeester: Wij hebben drie nodig. De voorzitter: Ik zie ook drie. Nou, dan gaan we naar drie minuten en we gaan even rekenen. Het voorstel is drie minuten eerste termijn. Ik zag vier handen en rekenen met de griffier levert op 45 minuten totaaltijd. Er wordt een beetje nee geschud dus ik … Mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Kayadoe: Wat Leefbaar betreft kan zeker de Jaarstukken ook ter vaststelling. Dus ik weet niet of we zoveel tijd nodig hebben voor het hele, voor de Jaarstukken. De voorzitter: We zakken naar beneden, dertig minuten totaal. Nou, dit was ook de discussie hier achter de tafel dus u heeft de slinger de andere kant op doen gaan.

Pagina 27 van 29

8.

1e Tussenrapportage 2024 De voorzitter: Agendapunt 8 met dezelfde bemensing. 1e Tussenrapportage 2024. De inzet is ter debat. Daar blijft u ook bij? Wethouder Van der Duijn Schouten, wilt u hier nog iets over zeggen? De heer Van der Duijn Schouten: Nou, nee hoor, voorzitter, het lijkt me duidelijk allemaal dus ik ben benieuwd of er nog vragen zijn. De voorzitter: Gaan we direct dat inventariseren. Wie wil er een vraag stellen? Mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid. Hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Ripmeester: O nee, o nee, ik dacht nog, sorry, nee, ik dacht dat we al bezig waren hoeveel minuten. Sorry. Ik heb geen vragen over dit stuk. De voorzitter: U heeft geen vragen maar u wil wel een debat en hoeveel minuten zou u daarvoor willen hebben? Zijn er meer partijen die daar behoefte aan hebben? Dan bent u de enige. Gaan we weer even rekenen. Nou, ik wil wel duidelijk maken dat één keer twee, twee is maar u loopt kans dat er andere partijen worden getriggerd en daarop willen reageren. Dus we stellen voor tien minuten totaal. Dat is hem dan.

9.

Kaderbrief begroting 2025 De voorzitter: Het volgende agendapunt, Kaderbrief begroting 2025 Ridderkerk. Ook ter debat als inzet. En u bent vasthoudend, u blijft daarbij zie ik. Wethouder, wilt u hier iets over zeggen? En ik zie even, want ik kijk even naar mijn script en naar de ambtenaar, ik zie wat geschud. Mijnheer Kolf, komt u ook hier zitten? Mijnheer Leenders mag best blijven zitten. U kiest er toch voor om weg te gaan. Voor de notulen is dus wethouder Van der Duijn Schouten en mijnheer Kolf. Wethouder, aan u het woord. De heer Van der Dijn Schouten: Ja, voorzitter, de Kaderbrief raakt natuurlijk wel heel erg aan de discussie die al een aantal jaren loopt ook met het Rijk over het ravijnjaar wat komt. Daar heeft wel wat beweging ingezeten waardoor het ravijn, ja, het lijkt bijna op een woningbouwproject wat we eerder hebben gehad, het ravijn wordt iets minder diep maar wel wat breder. Want ook in ‘25 zie je nu de tekorten ontstaan door de aanpassingen die het Rijk heeft gedaan. Tegelijkertijd gaf de meicirculaire voor de gemeente Ridderkerk toch wel weer een redelijk positief beeld. Daar hebben we u per raadsinformatiebrief over geïnformeerd om ook te zorgen dat u voor vanavond maar ook voor volgende week donderdag daar het meest actuele beeld heeft.

Dat betekent dat we nog steeds met tekorten worden geconfronteerd die verder gaan dan maar even administratief ergens nog wat lucht uithalen. We hebben in deze Kaderbrief voor u nadrukkelijk willen schetsen welk proces wij daar met u mee willen lopen. Er is eerder vanavond al een vraag over gesteld naar aanleiding van de accountant en zijn toelichting. Ik denk dat dat toch voor dit moment wel het belangrijkste element is uit die Kaderbrief, hoe wij dat met u willen lopen en hoe wij dat proces zien. Daarin maken we natuurlijk ook wel wat afwegingen die in die zin nieuw zijn, dat we ook incidenteel tekorten gaan dekken uit onze algemene reserve. Die reserve heeft daar de ruimte voor, die is robuust. En wat ons betreft moet je hem dan ook op die momenten dat het nodig is ook in durven zetten. Om daarmee, wat ik al eerder heb gezegd, te voorkomen dat we bezuinigingen door gaan voeren die verder gaan dan strikt nodig is waarbij we bepaalde voorzieningen gaan afbreken die je vaak ook weer niet zomaar op het niveau heb gebracht waar ze nu op zijn. We willen voorkomen dat het nodeloos gebeurt, daarom incidenteel die inzet in zowel ’25, ‘26 als ’27. Inmiddels is natuurlijk met de laatste Kaderbrief wel of met de laatste raadsinformatiebrief duidelijk geworden dat waarschijnlijk die inzet van de algemene reserve in ‘25 al niet meer nodig is. Omdat wij, nou, ook wel op Pagina 28 van 29

zoek zijn gegaan, waar zit nog lucht in onze begroting? Hoe doen we dat zo reëel mogelijk? Daar gaan we u met de begroting van ‘25 natuurlijk het hele exacte beeld mee schetsen. Maar vooralsnog lijkt dat voor die jaren niet meer nodig te zijn maar voor ‘26 en ‘27 echt nog wel, naast dan nog een structurele bezuinigingsslag die gemaakt moet worden. Dus dat even als, ja, kort kan ik het bijna niet meer noemen maar als toelichting toch nog even op onze Kaderbrief. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting. Wie o wie wil vragen stellen? Het enthousiasme daalt naarmate de avond langer duurt. Geen vragen. Dan zijn we direct toe of u erbij blijft dat het ter debat gaat? Dat is het geval. En er zijn ook wat moties in aantocht en ik geef eerst het woord aan de griffier voordat we de biedingenstrijd gaan doen. De heer Van Straalen: Als er moties worden ingediend, en er zijn er in ieder geval twee bekend bij de griffie waar dat speelt, die zijn gericht op 2025 en volgende, die zullen dus bij dit agendapunt worden behandeld. Dus als u tijden aangeeft, houdt u dan rekening met de behandeling van moties. De voorzitter: Hoeveel minuten? Ik zie een bod van drie, vier. Vaker drie, keer twee. Ik zie één keer vier en ik zie veel drieën. Mevrouw Ripmeester.

Mevrouw Ripmeester: Als we ons allemaal aan onze tijden houden dan is dat geen probleem toch? De voorzitter: Dan wordt de eerste termijn vier minuten en totaaltijd wordt voorgesteld op zestig minuten. Ik zie instemming, dan gaan we het zo doen. Dat was agendapunt 9. Hartelijk dank aan wethouder Van der Duijn Schouten en Van Os en alle ambtenaren die hebben bijgedragen. 10. Rondvraag leden De voorzitter: En dan gaan we nog een rondvraag doen aan de leden. Zijn er vragen? Dat is niet het geval. Sluiting De voorzitter: Dan gaan we de vergadering sluiten en danken wij u voor de constructieve wijze van werken.

Pagina 29 van 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1131/documents/38551