CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-04-04-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven RK 4 april 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0: Besluitenlijst en verslag18.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven 4 april 2024 1.

Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Een hele goedenavond, ik wil graag de vergadering openen. Een hartelijk welkom aan jullie commissieleden, collegeleden publieke tribune en ook de volgers thuis en ook de ambtenaren, die staan er niet bij vermeld. Dat hoort wel hoor Maarten. We hebben ook een nieuw gezicht vanavond erbij Hanneke Emmerich, mevrouw Emmerich gaan we maar vanavond zeggen, welkom. Ik constateer dat alle fracties zijn vertegenwoordigd. Nog even voor alle duidelijkheid, we spreken via de voorzitter. Ik wil aan u vragen of u het eens bent met de agenda zoals die voorligt. Kan ik hem als zodanig vaststellen? Dat is aan de orde. Dan is de agenda vastgesteld.

2.

Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Dan ga ik graag over naar agendapunt 2, Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld om in te spreken. Over agendapunt 4, conceptnota Betrokken samenleving hebben zich gemeld: de heer Van der Staaij namens wijkoverleg Rijsoord, de heer P. Noot namens wijkoverleg West en mevrouw G. Noot namens wijkoverleg West idem. U weet dat u vijf minuten de tijd heeft om uw bijdrage uit te spreken. En als u daarna nog even wilt blijven staan, dan kunnen de commissieleden u vragen stellen. Mag ik als eerste de heer van der Staaij vragen om naar voren te komen? Mijnheer van de Staaij u weet dat er een knop onder het spreekgestoelte zit als u die aanzet, kunt u uw bijdrage beginnen, of erboven, sorry, erboven. Ja. En als u klaar bent wilt u dan dat knopje ook weer uitzetten. Dank u wel. Gaat uw gang. De heer Van der Staaij: Goedenavond allemaal. Mijn naam is Maarten van der Staaij. Ik ben voorzitter van het wijkoverleg Rijsoord. Dit is de derde keer dat ik inspreek over de toekomst van de wijkoverleggen. Zoals iedereen weet is de gemeentelijke ondersteuning voor de wijkoverleggen ad hoc stopgezet in december 2022, nu bijna vijftien maanden geleden. Wij moeten er blijkbaar genoegen meenemen dat nooit uitgesproken zou worden wat, wanneer en waar en door wie het fout is gegaan.

Gezien de beschuldigingen blijft dit voor wijkoverleggen een lastig punt. Vorige maand hebben we een gesprek gehad over de proeftuinwijkoverleg aan de hand van een nieuw convenant. Dit is een leidraad geworden, die is nog niet ondertekend uiteraard, want dat moet allemaal nog besproken worden. Dit convenant kan je op twee manieren uitleggen, is iedereen van goede wil, zou het niet veel verschillen met het oude convenant van 2016. Immers, leefbaarheid is een veelomvattend begrip en er wordt gesproken over informeren vanuit het wijkoverleg richting de gemeente en de gemeente zorgt voor goede en tijdige informatievoorziening naar alle inwoners en het wijkoverleg. De wijkregisseur informeert wijkoverleg binnen drie weken over een advies ontvangen vanuit het wijkoverleg. We hebben inmiddels kennisgenomen van de ervaringen van het wijkoverleg. Van een wijkoverleg wat al langer werkt met de proeftuin. Daar zijn wij behoorlijk van geschrokken. We hebben nog geen wijkoverleg proeftuin gehouden, dus wij hebben nog geen ervaring. Ja, dan kan het convenant invullen met goede wil en vertrouwen maar ook met een intentie alles met tegenzin te benaderen. Het lijkt erop dat vanuit de gemeente het laatste aan de orde is. Terugkoppeling in drie weken, ja. Maar stel dan geen eisen aan de beantwoording, zo lijkt het. In de wijkoverleggen zitten mensen uit diverse delen van de wijken.

Mensen sluiten aan bij een wijkoverleg omdat ze iets willen betekenen voor hun eigen wijk of bezoeken thematische vergaderingen de vaste groep wijkoverleggers zijn overkoepelend. Zij kunnen plannen combineren en vanuit historisch besef en kennis. Met een wisselende club van ambtenaren zou de gemeente hier toch ontzettend blij mee moeten zijn. Geheel belangeloos inzet van velen in alle wijken van Ridderkerk. Belangeloos want wij hebben niet gevraagd Pagina 1 van 31

om vijfduizend euro per wijk en dat per jaar, dat wordt dan extra gegeven buiten wat aan het wijk ideeteam gegeven wordt. Het tegenovergestelde lijkt nu realiteit te worden. Ik zeg nadrukkelijk lijkt, ik ben een optimistisch mens met vertrouwen in deze raad en in deze wethouder. Maar, dit wordt wel zeer zwaar op de proef gesteld. Neem deze nota betrokken samenleving met onder andere als basis een enquête met respons van 10 procent. Neem hier in de tabel op pagina 21, u weet waarschijnlijk welke ik bedoel. Dat is deze, dat mooie blauwe exemplaar. En hier staat op pagina 21 de participatie ladder en de wijze van inzetten van de gemeentelijke instrumenten. Wijkoverleg komt er niet in voor. De buurttent en straatpraat, de platforms mogen adviseren en klankbordgroep mag coproduceren, de enquête en sociaal media mag meebeslissen. Ziet u wat hier gebeurt? De voorzitter: Mijnheer van der Staaij, mag ik u erop wijzen dat u nog een minuut heeft. De heer Van der Staaij: Ja dat zal misschien. Dan moet ik misschien sneller gaan praten. Even kijken telt de klok nu door? Ziet u nu wat hier gebeurt? Dit heeft niets met samenleving te maken. Dit is allemaal individuele input van een kleine groep die ook nog anoniem blijft. Deze enquête is door slechts tien procent van de inwoners ingevuld.

Heeft deze uitkomst dan draagvlak in de gemeente? Hoe werkt sociaal media? In dit geval Twitter en Facebook berichten. Hoe wil je dan draagvlak creëren? Een mooi voorbeeld, een beweegbare, dus dure drempel heeft circa zes weken in de Pruimendijk gelegen. Op verzoek van één Facebook bericht aangebracht en op verzoek van één tweet weer verwijderd. Dat is een voorbeeld van de laatste maanden maar ze mogen wel meebeslissen, terwijl niemand overzicht heeft wat wie wil, laat staan draagvlak in de wijk of een dergelijke dure ingreep. De voorzitter: Mijnheer Van der Staaij, wilt afronden? De heer Van der Staaij: Ja mevrouw, ik ben aan het afronden. Coproduceren van een klankbordgroep. Een groepje betrokkenen bij één project wat hen direct raakt, waar blijft het zoeken naar draagvlak in de wijk en het historisch besef? Gaan we dan zo in vervolg met de burgerparticipatie om? Beste raadsleden, ik hoop dat u hier goed over nadenkt. Bij het vaststellen straks van de definitieve nota bedenkt wat u wordt aangeboden door betrokken inwoners en bedenk dan ook wat er dan van u eventueel definitief bij het oud vuil gezet gaat worden. Dat was het, het ware in totaal, 649 woorden dus het moest kunnen in vijf minuten. De voorzitter: Ik ga niet verklappen wat op mijn stopbord stond. Want daar bent u ver overheen gegaan. Maar het is gegund. Dank u wel voor uw bijdrage.

Zijn er vanuit de commissie vragen? Mijnheer van Staaij, wilt u nog heel even uw lampje uitdoen? De heer Van der Staaij: Ja, ik zal wat ik nu voorgelezen heb, morgen naar de griffie sturen en krijgt u het allemaal op uw bureau thuis. De voorzitter: Helemaal top. Ik zie dat er een vinger is van mevrouw Kramer-Blansjaar PVDA. Stelt u vraag maar. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Allereerst dank u wel voor het inspreken, mijnheer Van der Staaij. Als ik aan u mag vragen, hoe ziet u het voor zich dat het wijkoverleg voortgezet zou kunnen worden, wat zou uw voorkeur zijn over het voortzetten? De voorzitter: Even uw lampje aandoen.

Pagina 2 van 31

De heer Van der Staaij: Wij wilden graag op de oude manier, zoals we het jaren gedaan hebben, weer doorgaan. En nu veranderen er een aantal zaken. We hebben er wat lang over gedaan om te beslissen van, zullen we hier nou in mee kunnen gaan ja of nee? Het antwoord is: Ja, we willen hierin meegaan. Dus, betekent dus, dat zoals het nu voorgeschreven is door de wethouder, zullen we het op gaan volgen en we zien het als een proefperiode. Dus als er in deze pilot goede berichten uitkomen dan kunnen we op die manier dus verder gaan om toch die wijkoverleggen weer gezicht te geven. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag ook de hand van mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel voorzitter. Ook mijnheer Van der Staaij, dank voor uw bijdrage bij het inspreken. Ik heb ook één vraag. Ik hoop dat ik het juist heb gehoord, zo niet, corrigeer me dan. Ik dacht dat u zei dat u geschrokken was van de ervaringen van een wijkoverleg dat al een proeftuinoverleg had gehad. Als ik dat goed heb gehoord, kunt u mij toelichten waarom u dan geschrokken was? De voorzitter: Mijnheer van de Staaij. U kunt uw lampje aandoen. Dan ga ik aan u even kort zeggen wat de vraag was. U had in uw bijdrage aangegeven dat u gehoord had van slechte ervaringen van een andere proeftuin en mevrouw Van Vliet van Echt voor Ridderkerk zou willen weten wat heeft u dan gehoord? Dat heb ik zo kort. Ja.

De heer Van der Staaij: Nou dat daar de werking aan de proeftuin niet goed gaat, heb ik zwart op wit gekregen, heb ik dus gezien. En ja dat is dan een signaal van uit een andere wijk vandaan, van dat het niet helemaal gaat zoals het zo moeten gaan. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vliet wil daar nog een aanvullende vraag over stellen? Mevrouw Van Vliet: Ja. Ik hoop dat ik door dichter bij de microfoon te praten wel beter verstaanbaar ben. Ja, er gaat iets niet goed. Maar het is misschien één overleg geweest. is dat iets waarvan u denkt dat dat structureel niet goed zal gaan, of is het gewoon kinderschoenen werk? De heer Van der Staaij: Dat kan ik dus niet goed beoordelen. Ik moet steeds aan dat knoppie denken. Ik kan het niet goed beoordelen, ik weet dus niet hoe effectief hun daarmee omgaan. En ik zal ervaren hoe dat het bij ons gaat. Er is mij wel gevraagd of wij ook Oostendam op sleeptouw willen nemen want ze kunnen daar geen voorzitter krijgen. Dus ik heb gezegd ik zal het één keer voordoen, dan moet je het zelf gaan doen. Dus we zullen kijken hoe dat het loopt. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Griep, partij 18PLUS, u had ook een vraag. Mevrouw Griep: Ja, dank u wel. Allereerst bedankt voor het inspreken. U geeft aan dat u eigenlijk die tien procent respondenten voor de enquête best wel laag vindt.

Maar als we een beetje rekenen dan zijn de wijkoverleggen ongeveer 0,1 procent van de Ridderkerkse, ja inwoners. Is dat dan niet te laag voor inspreken en een mening vormen? De heer Van der Staaij: Mevrouw, dat is net naar hoe dat je telt. Ik bedoel, er wordt gedacht dat wij niet zoveel mensen vertegenwoordigen maar kijk maar naar Rijsoord minstens de helft van de Rijsoordse bevolking die gebruikt ons als vraagbaak. Die komt op ons af. Dus die vertegenwoordig wij. Dat zal in de andere wijken niet anders zijn, denk ik. Dus het is geen goeie redenering om te zeggen van, er zitten daar maar tien mensen en

Pagina 3 van 31

die vertegenwoordigen dan dus al die andere mensen want daarom wijs ik ook op die tien procent van dat onderzoek wat er geweest is. Dat is ook een beetje aan de krappe kant. De voorzitter: Mevrouw Griep, u heeft nog een aanvullende vraag? Mevrouw Griep: Ja, ik zei niet tien personen maar tien procent. Maar dan dat is dan hetzelfde als wat in nu. Laat maar, het is zo voldoende. Dank u wel. De voorzitter: De vraag is voldoende beantwoord, mijnheer Van der Staaij. De heer Van der Staaij: We krijgen geen gevecht over het aantal procenten, neem ik aan. De voorzitter: Nou, zeker niet onder mijn voorzitterschap. Laten we daar even helder over zijn. Zijn er nog andere vragen vanuit de commissie? Nee? Dan wil ik u nogmaals bedanken mijnheer Van der Staaij. Dan mag u uw Mercedes weer mee terugnemen naar de tribune De heer Van der Staaij: Dank u wel dat u naar mij wilde luisteren en een goede vergadering verder. De voorzitter: Dan ga wil ik vragen de volgende inspreker om achter de spreekgestoelte plaatsnemen, de heer Noot. Mijnheer Noot, ook u heeft vijf minuten. Gaat uw gang. De heer Noot: Geachte voorzitter, geachte commissieleden, een goede avond. Ik ben Patrick Noot tweede voorzitter van het wijkoverleg West. Sinds december 22, zoals u nog wel weet, de dag dat de wijkoverleggen opgeschort zijn, om onduidelijke redenen, hebben wij zelf wijkoverleggen georganiseerd.

Waar wij de zaalhuur, de koffie en de thee nog steeds vergoed krijgen van de gemeente, na aandringen van deze raad. Het was lastig overleggen zonder notulist, input van de gemeente over plannen in de wijk, zonder politie en zonder Wooncompas. Op de website van de gemeente staan nog steeds alleen de namen van de wijkregisseur en secretariaat voor informatie over de wijkoverleggen. Dus ons als voorzitter benaderen kan lastig zijn. Wij zouden dit graag aangepast zien. Wij proberen nu zelf informatie te verzamelen en er denken gelukkig inwoners met ons mee, zodat we redelijk weten wat er speelt. Maar het kost veel tijd en een terugkoppeling van punten, die in het wijkoverleg benoemd worden, is er niet. We hadden juist in het najaar van 22 een werkgroep groen en natuur opgezet, die met een enthousiast gemeente ecoloog door wijk is gelopen en plannen hebben gemaakt. Ons wijkoverleg had altijd veel leden, 25 tot 30 man. Dat zijn er nu een stuk minder, veel van hen hebben afgehaakt omdat ze zich beledigd en geschoffeerd voelden om de onduidelijke reden voor de opschorting van het wijkoverleg. Wij vergaderen minder frequent omdat we nu alles zelf moeten regelen. Zoals overleg met de wethouder, met ambtenaren, enzovoort. Omdat terugkoppeling op of info ophalen niet meer gebeurt.

Wij zijn met de ingang van afgelopen dinsdag gestart met de proeftuinwijkoverleg met als basis nieuwconceptconvenant een convenant stel je op met twee partijen en instemming van beide. In dit geval is het opgesteld door de gemeente en mogen wij hiermee werken of niet. Aanpassen was niet aan de orde. Dat komt later het is immers een concept convenant. Eerder dit jaar hebben wij een gesprek gehad met wethouder Stip, waar ondertekenen van het conceptconvenant niet meer aan de orde was. Afgesproken hebben wij toen dat we notulisten via de gemeenten krijgen. De gemeente betaalt onze zaalhuur, koffie en thee en we krijgen vijfduizend euro voor een promotie van ons wijkoverleg. We moeten dan eerst een aanvraag insturen en dan wachten op toestemming van de gemeente. Maar ook nu moeten wij nog steeds zelf alles uitzoeken. Er staat ook in het wijkoverleg, de gemeente kan informeren. En dat de gemeente zorgt voor informatievoorziening die iedereen krijgt als inwoner en dit alles in het kader van de leefbaarheid. Nu is voor ons leefbaarheid heel breed dus ook een passende uitwerking van de HOV-route, bouwlocaties en de Pagina 4 van 31

luchtkwaliteit en geluidsbelasting in Ridderkerk west. We zijn afgelopen dinsdag gestart met de proeftuin in het gesprek met wethouder Stip is gezegd dat we zelf contact met de wijkregisseur op moeten nemen, circa drie weken voor het wijkoverleg, over wat speelt in de wijk. Dit kan dus niet meer automatisch doorgegeven worden De voorzitter: Mijnheer Noot, u heeft nog één minuut. De heer Noot: Het is de vraag of de politie en het woonkompas weer aanschuiven bij ons overleg. Dat deden ze namelijk in overleg met de gemeente en als partner van de gemeente. We zijn nu zelfstandig wijkoverleg en dus geen partner van de gemeente meer. We moeten nu na elke vergadering evaluatieformulier aanvullen. Ik ben er bijna. En dit ter bespreking voorleggen aan de wijkregisseur een wethouder. Waarom moet het allemaal zo ingewikkeld? We draaien een jarenlange wijkoverleg, dat liep best goed, het kon beter, zowel vanuit de wijkenoverleg als van de gemeente. De actieve informatieplicht vanuit de gemeente en de terugkoppeling was aan verbetering toe. Dat staat ook duidelijk in het evaluatie in het rekenkamerrapport maar, het was er wel. We willen door als wijkoverleg op basis van convenant 2016 met hooguit een enkele kleine aanpassing we hebben nooit om een financiële bijdrage gevraagd voor PR, wel om een vast Column in de Blauwkai, de nieuwe participatienota heet: Betrokken samenleving.

Wij zijn de betrokken samenleving. Ik dank u voor het aanhoren. De voorzitter: Het is wat hè, die vijf minuten. mag ik u namens alle commissieleden bedanken voor uw bijdrage? Dus dat scheelt dan ook weer voor onze commissieleden. Om nogmaals te bedanken. Zijn er nog vragen vanuit de commissie? Mevrouw Kramer-Blansjaar PVDA. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Mijnheer Noot, nou ik hoef niet meer te bedanken want dat is al gebeurd. U zegt ik wil graag doorgaan als wijkoverleg op basis van het convenant uit 2016. Wat zijn voor u de voordelen in vergelijking met wat er nu voorligt met de proeftuin? zit dat alleen in de formulieren of ook de manier waarop een en ander opgesteld is in het convenant? De voorzitter: Mijnheer Noot.. De heer Noot: zoals het in het convenant opgesteld staat nu hebben wij in feite maar af te wachten wat de gemeente beslist. Zo is het. Wij hebben zelf geen inbreng. En in het ouwe convenant, daar hadden wij aardig wat inbreng nog. Dus dat is de reden denk ik. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Kramer-Blansjaar, uw vraag is voldoende beantwoord? Zijn er verder nog vragen vanuit de commissie? Ik zie mevrouw De Wolf ChristenUnie. Mevrouw De Wolf: dank u wel. Voorzitter. Een beetje doorgaand op de voorgestelde vraag. U gaf aan een het convenant met eventueel een kleine aanpassing. Waar zou die kleine aanpassing voor u in zitten? De voorzitter: Mijnheer Noot.

De heer Noot: Vroeger waren wij een volledige gesprekspartner van de gemeente. Wij deden ook veel met de gemeente en voor de gemeente en de gemeente voor ons. Dat is al op moment niet meer. En die dingen die willen wij behouden. Snapt u wat ik bedoel? De voorzitter: Mevrouw De Wolf. Pagina 5 van 31

De heer Noot: Dat staat dus niet nu in de convenant. De voorzitter: Mevrouw de wolf. Wilt u hierop reageren, kort? Mevrouw De Wolf: klopt het dus dat als het convenant blijft zoals die nu is, met de kleine aanpassing dat, nou ja de vraag is of het een kleine aanpassing is, dat er samengewerkt wordt tussen gemeente en u, dat u dan tevreden zou zijn. De voorzitter: Mijnheer Noot. De heer Noot: Zeer tevreden. Maar, het moet wel met alle wijkoverleggen beslist worden wat er dus geschrapt gaat worden eventueel, van die kleine dingen, en niet door één wijkoverleg. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag ook de hand van mevrouw Griep partij 18PLUS. Mevrouw Griep: Ja, dank u wel. U gaf aan dat het eerste proeftuin, of nieuwe vorm van het wijkoverleg, dinsdag is geweest. Dus dat is twee dagen geleden. Vindt u niet dat u wat vaker iets moet doen voordat je een duidelijke of een goeie evaluatie ergens van kunt geven? Want neem aan dat, de eerste keer fietsen gaat ook niet goed. De voorzitter: Mijnheer Noot. De heer Noot: Het ging vrij bijzonder goed zelfs. We hadden een stuk minder mensen, erg weinig mensen zelfs. Acht man of negen man, ik weet het niet meer precies. Maar, er kwamen wel aardig wat plannen boven de tafel. We hebben goede gesprekken gehad, dus wat dat betreft is wel bevredigend, ja. Dan ben je onder de mensen en je kijkt mekaar aan en je spreekt met mekaar. De voorzitter: ja.

Dank u wel, mijnheer Noot. Verder geen vragen vanuit de commissie? Dan verzoek ik u terug te gaan naar de tribune, dan ga ik de volgende spreekster aankondigen. Dank u wel nogmaals. Mevrouw Noot stond ook aangemeld als spreekster. Mag ik u verzoeken om achter het spreekgestoelte plaats te nemen? Mevrouw Noot, ook u heeft vijf minuten. Ik zal met vier minuten even aangeven dat we nog één minuut, zodat u niet. We gaan het zien, we gaan het zien. Gaat uw gang. Mevrouw Noot: Geachte voorzitter, geachte commissieleden, geacht college. Ik ben Gerry Noot, voorzitter van wijkoverleg West. Over de wijkoverleggen staat dit nog steeds op de website: “Wijkoverleg. Sommige wijken Ridderkerk hebben een wijkoverleg. Hierin zitten wijkbewoners die allemaal een verschillende deskundigheid hebben. Het wijkoverleg helpt de mensen, helpt de gemeente om voor de wijk betere plannen te maken en besluiten te nemen. Ze zijn de ogen en de oren van de wijk. In het wijkoverleg wordt gewerkt aan het samen prettiger, leefbaarder, veiliger en mooier maken van de wijk. Dat is een ontwikkeling die steeds harder nodig is, dat mensen niet alleen kijken naar de overheid, maar ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen.”. Wij zien dat als een compliment en erkenning van de gemeente voor ons werk in het wijkoverleg en delen dit dan ook van harte.

De wijken zijn Rijsoord, Oosterdam, Centrum, Drievliet-‘t Zand, Oost en West. Zes van die acht wijken hebben dus een wijkoverleg. Maar waarom zien we de wijkoverleggen dan zo weinig terug in deze conceptnota en enquêtevragen? In de conceptnota wordt het wijkoverleg alleen genoemd in het overzicht actuele platforms. Dat zijn de zenuwen hoor. In de enquête gelukkig iets meer. Uit de enquête blijkt dat 60 procent dus 1344 inwoners van de 2234 respondenten de wijkoverleggen kennen. In januari 2023, de laatste informatieavond over burgerparticipatie werd gezegd dat de wijkoverleggen zo'n vijftig inwoners Pagina 6 van 31

vertegenwoordigen. Volgens deze enquête hebben we er dus heel wat meer bekendheid. De vragen in de enquête zijn gestuurd, in de zin dat bijvoorbeeld bij de vraag: Manier waarop men in de toekomst mee wil denken, de wijkoverleggen niet benoemd worden maar vallen onder platform, wat verwarrend is. Platform wordt in de enquête toegelicht als maatschappelijk burgerplatform en buurtpreventie. Het platform wijkoverleg wordt dus niet als zodanig benoemd. Dit verklaart ook de top vijf in een conceptnota. Slechts 194 inwoners willen participeren via een platform. Ook dat staat in geheel contrast met de 1344 inwoners die de wijkoverleggen kennen. Daarom zie ik te vragen als gestuurd of ben ik nu erg negatief. in december 2022 zijn we aan de kant gezet. In een presentatie aan de raad over burgerparticipatie en doorontwikkeling in januari 2023 kwamen de wijkoverleggen in de eerste instantie al niet meer voor. We hebben het woonverzoek hierover gelezen en daaruit blijkt dat de plannen om van de wijkoverleggen af te komen al in de zomer van 2022 werden gemaakt. Het was alleen zoeken naar de vorm. De rest is jullie bekend. Dan nu, zestien maanden verder na herhaaldelijk inspreken hier, gesprekken met de fracties en met de wethouder ligt een concept convenant voor de wijkoverleggen voor, wat alleen nog spreekt over leefbaarheid en niet meer over meedenken bij beleid of wat zo ook.

En wat ook, zoals verwoord in artikel 4 oude convenant 2016, als het gemeentebestuur projecten en plannen gaat ontwikkelen, maakt het vooraf een startnotitie. De voorzitter: U heeft nog één minuut. Mevrouw Noot: Oké, doe me best. In die startnotitie staat vermeld of en op welke manier het wijkoverleg betrokken wordt bij de ontwikkeling van project of plan, enzovoort. In de stukken voor vanavond staat dat inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen samen over een schat aan kennis en ervaring beschikken die voor ons een grote maatschappelijke meerwaarde heeft. Kennis en ervaring van inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen dragen bij aan de inhoudelijke kwaliteit van ons beleid, onze plannen en de uitvoeringen daarvan. Wij bieden onze kennis, gebiedskennis, historische kennis en ervaring aan in de vorm van een wijkoverleg. Een platform wat zich allang bewezen heeft. Dit participatie onderzoek is een goede nulmeting om van daaruit concrete stappen te zetten om het Ridderkerkse participatie beleid verder door te ontwikkelen. Uit de resultaten blijkt dat er ruimte voor verbetering is voor de gemeente Ridderkerk. Die verbetering zien wij in de rol van een gemeente, die actief en tijdig informeert en actief teruggekoppeld in organisatie van wat in de wijken speelt, bijvoorbeeld via het wijkoverleg. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, ook namens de hele gele commissie voor uw bijdragen. Zijn er vanuit de commissie nog vragen? Mevrouw Kramer-Blansjaar. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Mevrouw Noot. Ik hoor u zeggen dat u het belangrijk vindt dat u dat als wijkoverleg kunt aanbieden. Denkt u dat de kennis die u heeft in historische kennis, denkt u dat het niet meer mogelijk is vanuit de proeftuinen zoals dat nu wordt voorgesteld in het nieuwe convenant? De voorzitter: Mevrouw Noot. Mevrouw Noot: Nou, het staat niet beschreven in het nieuwe convenant, even zoeken waar het staat, even kijken hoor. Er staat niet meer bij dat de wijkoverleggen mee willen denken. En mee advies indienen. Dat staat er niet meer in, in het nieuwe convenant. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Kramer-Blansjaar. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Zou u de convenanten willen opsturen? De oude en het nieuwe, als u ze nog heeft? Pagina 7 van 31

De voorzitter: Die kunt u opsturen via de griffie. Is daarmee een vraag voldoende beantwoord? Mevrouw Kramer-Blansjaar: Nee. De voorzitter: Mevrouw Kramer-Blansjaar, PVDA. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Ik wil graag nog een aanvullende vraag. Ik begrijp uit uw antwoord dat u denkt, in de nieuwe opzetting proeftuin, dat u niet meer bij machte bent of niet in de gelegenheid gesteld wordt of niet voldoende in de gelegenheid gesteld wordt om uw kennis te delen, om een gelijkwaardige gesprekspartner te zijn of een serieuze gesprekspartner, is dat uw gevoel? De voorzitter: Mevrouw Noot. Mevrouw Noot: Om eerlijk te zijn weet ik dat dan niet. We hebben één wijkoverleg gehad maar het gaat mij erom dat het niet in het nieuwe convenant staat. Dus we blijven wel alle adviezen sturen en indienen. Dat zeg ik, we hebben één wijkoverleg gehad. Ik kan daar nog niet over oordelen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verder nog vragen vanuit de commissie? Mevrouw Griep, 18PLUS. Mevrouw Griep: Dank u wel. Ik denk dat ik wel begrijp wat u bedoeld. Maar, u gaf aan dat er heel de wijkoverleggen niet worden genoemd in de nota betrokken samenleving. Maar ze staan wel gewoon genoemd in de bijlages van de actuele, of de platforms die er nu zijn. En ik denk dat u doelt meer op de tabel bij 7.2, dat ze daar niet in genoemd worden.

Of begrijp ik u dan niet? De voorzitter: Wilt u even uw lampje aandoen? Mevrouw Noot: Maar daar kom ik dan later wel op terug. De voorzitter: U gaat nog wat sturen via de griffie? Er wordt nog wat nagezonden. Zijn er verder nog vragen? Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel, ook mevrouw Noot, voor uw bijdrage. Ik heb ook nog even een vraagje. In de nota betrokken samenleving wordt gesproken over structurele participatie en dat is het langdurig betrek van partijen uit samenleving met een vaste regelmaat en of samenstelling. En daar wordt gezegd er wordt gedacht aan klankbordgroepen of een platform en dan wordt verwezen naar de bijlage en daar worden al uw platforms van de wijkoverleggen gewoon genoemd. Dus als ik het goed lees, worden jullie gewoon telkens toch betrokken als klankbordgroep of in dit geval als platform dus ik begrijp niet helemaal goed het probleem. Bent u dan bang dat er in het convenant iets anders staat dan dat u wenst of dat er wat anders staat in de nota? Dat is voor mij even onduidelijk. De voorzitter: Mevrouw Noot, mag ik u het woord geven? Mevrouw Noot: Ja, dat zeg ik, ik heb die nota niet bij de hand, ik heb ik niet paraat. Ik zou het zo niet uit mijn hoofd kunnen zeggen. Ik moet dat even nakijken. Ik kom daar later op terug. De voorzitter: Er wordt op teruggekomen op een ander moment. Dank u wel, mevrouw Noot.

Zijn er verder nog vragen? Nee? Dan mag u uw lampje uitdoen en mag u weer lekker gaan zitten. Dank u wel.

Pagina 8 van 31

3.

Vaststellen besluitenlijst commissie Samen leven van 7 maart De voorzitter: Dan wil ik graag overgaan naar agendapunt 3, Vaststellen besluitenlijst commissie Samen leven van zeven maart zijn er opmerkingen over de besluitenlijst van zeven maart? Nee? Dan is deze vastgesteld. Ten aanzien van de actiepunten, ik laat actiepunten met een planning na de zomer even buiten beschouwing. Actiepunt vijf en zes naar aanleiding van de APV zijn afgedaan en informatie is ontvangen en op het raadsinformatiesysteem geplaatst.

4.

Concept Nota Betrokken Samenleving De voorzitter: Dan wil ik graag overgaan naar agenda punt vier. Wethouder Stip, wilt u voor mijn plaatsnemen en ook mevrouw Van Kruisen en de heer De Regt. Onderwerp is de conceptnota Betrokken samenleving. De raad heeft in een startnotitie het proces vastgesteld om te komen tot actuele kaders voor participatie en deze legt de raad vast in een nota Betrokken samenleving. Onderdeel van dit proces is bespreken van het tussentijds concept in de commissievergadering. Wethouder Stip heeft aangevraagd om even kort toe te lichten. Dus ik ga vragen of zij dat nu van mij over wil nemen. Mevrouw stip. Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, nog geen half jaar geleden is de startnotitie Betrokken samenleving vastgesteld daarna is door een zeer gedreven groep medewerkers van de gemeente gewerkt aan de voorliggende conceptnota. Ik ben dan ook erg verheugd de conceptnota vanavond met de commissie te bespreken. Als we de startnotitie erop naslaan, lezen we bij ‘Wie doet ermee?’ Het volgende: ‘Voorafgaand aan het opstellen van de nota wordt een uitvraag gedaan in de samenleving rondom de in te zetten huidige en nieuwe participatie instrumenten.’. Dat we dat groots hebben aangepakt, mag wel duidelijk zijn. Ruim 22 duizend adressen hebben een brief ontvangen van ons met het verzoek onze enquête in te vullen.

Daarnaast zijn er op locaties per wijk face-to-face interviews gehouden. Ook zijn al onze sociale mediakanalen en de Blauwkai ingezet om de enquête onder de aandacht te brengen. In Ridderkerk kon je er niet omheen. In totaal hebben 2234 bewoners deelgenomen aan het onderzoek, als we dat vergelijken met enquêteresultaten uit het verleden van andere onderzoeken, zoals: ‘Waar staat je gemeente?’, Dan is het een groot aantal respondenten. Daar zijn we zeer blij mee. Tegelijkertijd is het maar 10 procent van de Ridderkerkse huishoudens. Ondanks dat ieder huishouden een brief heeft ontvangen heeft 90 procent van de Ridderkerkse huishoudens geen behoefte om mee te denken over participatie overigens participeerde Ridderkerkers wel bij heel veel uiteenlopende onderwerpen. Daarom is een nieuw participatie nota meer dan welkom. De voorliggende nota geeft handvatten om het participatie proces zo optimaal mogelijk te laten verlopen, om heldere spelregels en verwachtingen van de participatie te stellen en waar de behoefte van instrumenten bij de Ridderkerkse samenleving ligt. Ik kijk dan ook erg uit naar de mening van de commissie of we met het voorliggende concept op de goede weg zijn. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel wethouder Stip. U krijgt nu de gelegenheid om vragen te stellen in de eerste ronde die we nu gaan doen.

Even voor alle duidelijkheid vanavond kunt u het wel hebben over de positie van structurele participatie op wijkniveau gericht op de toekomst. Waar u het niet over kunt hebben, is wat het tot nu toe in proces met wijkoverleg is gebeurd. Dat is u ook al per mail toegezonden, ik wil het nog graag even benadrukken. Eén momentje graag. dus als eerste nu een ronde met vragen over de conceptnota zoals die voorligt. En daarna krijgen we nog een ronde, dat u nog uw mening kunt geven of een reactie erop. Zijn er vragen vanuit de commissie? Mevrouw Van Nes-de Man, u heeft een vraag of wilde nu een opmerking plaatsen?

Pagina 9 van 31

Mevrouw Van Nes-de Man: Ik wilde graag even reageren op het feit dat er over de proeftuinen wijkoverleggen niet gesproken mag worden. We hebben dat natuurlijk via de mail al doorgekregen. Dit is wat ontzettend leeft, daar spreken mensen over in, ik ben er zelf natuurlijk ook actief in. Ik heb een stukje in de krant gezet wat vandaag geplaatst is. Ik vind het heel bijzonder dat juist over de proeftuinen wijkoverleg die ieder geval in mijn beleving enorm onderdeel van de participatie zijn, verwoord in die betrokken samenleving nu, dat die er niet bij betrokken mag worden. Mijn vraag is waarom niet? De voorzitter: Elke vraag die u over de toekomst met betrekking tot de betrokken samenleving, die mag u stellen, maar niet wat er nu eventueel gebeurd is. We hebben het nu over een conceptnota die voorligt en daar kunt u de vraag over stellen. Zijn er vragen vanuit de commissie? VVD hoeveel vragen heeft u? vijf. SGP? Eén. PVDA? Twee. CDA? Drie. Vijf, Burger op 1? Vijftien. GroenLinks? Eén. Echt voor Ridderkerk? Twee. ChristenUnie er heeft twee. Leefbaar heeft er twee. En dan heb ik zo iedereen gehad. Niemand over heeft gezien? Nee, dan wil ik vragen aan GroenLinks, u heeft een vraag mevrouw Horvath, zou de willen stellen? Mevrouw Horváth: Dat zal ik doen. Dank u wel.

Wij hebben een aanvullende vraag naar aanleiding van een antwoord op één van onze schriftelijke vragen en dat is het volgende. Het college geeft aan dat het besluitvormend orgaan transparant zal zijn over de opbrengsten van elk participatietraject. Kan de wethouder aangeven op welke manier dan vorm wordt gegeven aan die transparantie? De voorzitter: Wethouder Stip mag ik u het woord geven? Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Dat zal ook middels een raadsvoorstel staan, bijvoorbeeld onder de coparticipatie . Of met een bijlage dat ligt aan het onderwerp, dat kan een participatie boekje zijn. Dat is per onderwerp afhankelijk, kan het college dat aan bijvoorbeeld een raadsvoorstel toevoegen. De voorzitter: Mevrouw Horvath, GroenLinks, is daarmee een vraag voldoende beantwoord? Mevrouw Horváth: Nog niet helemaal. Ik bedoel ook, hoe worden bijvoorbeeld inwoners die deelnemen aan een enquête of allerlei andere participanten geïnformeerd over de opbrengsten van het Participatietraject? En niet per se wij hier? De voorzitter: Mevrouw Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Zo had ik hem even niet geïnterpreteerd. Nou, dat is op verschillende manieren. Kijk bijvoorbeeld met een enquête, wat we nu ook al aan het testen zijn is dat we bijvoorbeeld met een infographic informeren van dit is opgehaald. En dan ligt het er ook aan op welke manier we bijvoorbeeld geparticipeerd hebben.

Als dat via een enquête is, kunnen we dat bijvoorbeeld via een infographic terugkoppelen. Als dat meer een-op-een is met een inwoner, dan wordt het misschien wel een-op-een teruggekoppeld. Dus dat is per instrument afhankelijk, hoe we dat gaan terugkoppelen. Daar zullen wij ook meer aandacht gaan besteden. Wat we ook in de nota aangeven op communicatiegebied, dus meer integraler op de website, maar ook in de Blauwkai en de sociale mediakanalen. De voorzitter: Is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Zo te zien niet. Mevrouw Horvath. Mevrouw Horváth: Mag ik nog één vervolgvraag daarbij? Gaat u dat ook nog beschrijven? Die manier die u net noemt?

Pagina 10 van 31

De voorzitter: Mevrouw Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Nou ja, dit zijn mooie dingen denk ik om vanavond ook met elkaar op te halen. De nota ligt ter consultatie. Dus, als GroenLinks daarin aangeeft een behoefte te hebben, denk ik dat het mooi is om mee te geven. De voorzitter: Ik zou u dan adviseren om dat in de tweede ronde nogmaals te doen. Dan halen we alles in één keer op. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Kardol. U had één vraag. De heer Kardol: Ja, dank u voorzitter. het gaat eigenlijk over de spelregels in 4.2. Bij de die twee, dan wordt er gezegd in het gesprek helpt de contactfunctionaris initiatief nemen met het opzetten van het participatie traject. En ik kan daar zelf nog wat lastig een beeld bij vormen, van hoe gaat dat precies? En waarom vind ik dat ook belangrijk? Dat is, we moeten doen natuurlijk aan verwachtingsmanagement en juist als burgers met een initiatief komen is het denk ik zaak om als gemeente heel goed te spiegelen richting de inwoner van, wat zijn nou struikelblokken die je kan tegenkomen. En dan zie je bij hoofdstuk 5, daar worden die regels wat verder uitgewerkt en daar zie je eigenlijk zaken in terugkomen dat ik denk, die zijn bij hoofdstuk 4 misschien wel net zo van belang maar goed wellicht kan daarop toegelicht worden. De voorzitter: Mevrouw Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter.

Inderdaad hebben we beschreven dat contactfunctionaris de initiatiefnemer in gesprek meegaat en daarover het participatietraject kan informeren. Dat ligt er ook heel erg aan natuurlijk, met wat voor initiatief een inwoner komt. Ook al om aan te kunnen geven van, past het binnen gemeentelijke kaders en wettelijke kaders ook en zo zijn er voorbeelden in de praktijk. Zoals de buurtmoestuin, daar was ook een initiatief van een maatschappelijke instelling die ook onder valt. En daar is uiteindelijk ook de contactfunctionaris bij betrokken en die heeft hij bijvoorbeeld ook een buurttent aan gewijd. Dus op die manier zou dat kunnen maar dat is wel heel afhankelijk, wat het initiatief zogezegd is. En, in 5 staat dat ook iets gedetailleerder uitgelegd, omdat dat er in die zin een andere lijn is. De voorzitter: Mijnheer Kardol, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Of u gaat misschien in de tweede termijn nog een suggestie meegeven. Ik voelde hem bijna aankomen. PVDA, Mevrouw KramerBlansjaar, u had twee vragen dat zijn er nog steeds twee, wilt u ze tegelijk stellen? Mevrouw Kramer-Blansjaar: Dat wil ik voorzitter. Het kwam net bij de insprekers ook al naar voren en ook wij hadden dat gevoel een beetje. De enquêtevragen lijken zo nu en dan gestuurd. Als je alleen maar kunt kiezen uit slecht, nog slechter of heel veel slechter. Om een voorbeeld te geven. Ik zeg niet dat dat er stond.

Dan wordt de uitkomst gekleurd. In plaats van dat er meerdere keuzes zijn. Is dit een bewuste keuze geweest? Wie maakt deze enquêtes? En denkt u niet dat het anders gesteld kan worden, waardoor de antwoorden ook een ander beeld geven? En mijn tweede vraag is wat is precies nu het doel of de intentie van dit hele stuk? Is dit om echt met alle bewoners van Ridderkerk te participeren, of is dit vooral om te voldoen aan de wettelijke eis in de omgevingswet en het valideren van gewenst collegebeleid. De voorzitter: Wethouder Stip. Mag ik u het woord geven? Mevrouw Stip: Ja, dank u wel voorzitter. De enquête is door een extern bureau Labyrinth opgesteld, zij hebben expertise op heel veel vlakken van het afnemen van enquête op participatiegebied. Tuurlijk zijn er heel veel opties om een enquête op te stellen. En daarom hebben we ook juist gebruik van hun expertise om tot deze Pagina 11 van 31

enquête te komen. De intentie van het stuk is om natuurlijk een op up to date participatie beleid te hebben waar we ook nou ja veel participatie in willen zetten. Maar ook vooral het belang wat steeds terugkomt waar duidelijkheid geschept wordt, wat van elkaar verwacht mag worden, de doelen van participatieprojecten, maar ook de doelgroepen van de participatietrajecten, welke instrumenten er worden ingezet hoe dit teruggekoppeld wordt. Zo willen we op heel veel vlakken verbeterslagen maken en zo participatie en een stuk verder brengen. De voorzitter: Mevrouw Kramer-Blansjaar, zijn daarmee vragen voldoende beantwoord? Dat is aan de orde. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Emmerich, Echt voor Ridderkerk. U had twee vragen dat zij nog steeds twee vragen. Wilt u die tegelijk stellen? Mevrouw Emmerich: Zal ik doen voorzitter, dank u wel. Eerste vraag, de conceptnota Betrokken samenleving is gebaseerd op de uitkomsten van de enquête van Labyrinth en zij schrijven in uw conclusie op pagina 24 dat dat onderzoek een goede nulmeting is voor Ridderkerk. Maar, in de uitgesplitste cijfers blijkt dat bijna 70 procent van de respondenten van een leeftijd van vijftig plus is en bijna de helft uit twee van de negen wijken komt.

Is dit dan een goede representatie van de samenleving, onderschrijft de gemeente deze conclusie en wat gaat de gemeente er aan doen om de andere doelgroepen meer te laten participeren? En de tweede vraag op welke termijn deze conceptnota geëvalueerd gaat worden en op welke manier dat gedaan zal worden. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Stip mag ik u het woord geven? Mevrouw Stip: Ja, dank u wel voorzitter. Er is hard gewerkt om representativiteit bij de enquête te bereiken. Zoals in de inleiding ook aangeven, is zelfs live bijgehouden uit hoeveel wijken de reacties komen, van welke leeftijdsgroepen om ook specifiek in te kunnen zetten van hoe kunnen we vanuit deze doelgroep nog meer respons krijgen? Zo zie je inderdaad dat uit bepaalde wijken het meeste komt. Maar wat dus heel mooi is, als je gaat kijken naar figuur 3, ‘Verdeling over de wijken in Ridderkerk’, zie je bijvoorbeeld Drievliet-‘t Zand, waar 25 procent vandaan komt. En 24,4 procent van de inwoners zit daar daadwerkelijk in Drievliet-‘t Zand. Dus als je die cijfers erbij haalt, de cijfers van hoeveel inwoners procentueel in die wijk wonen zitten we daar eigenlijk overal maximaal twee procentjes naast dus zitten we eigenlijk heel dichtbij de daadwerkelijke verdeling van de inwoners over de wijken. Alleen is de hele jonge doelgroep iets minder bereikt.

En daar zijn wij nu ook al mee aan het proberen, maar zetten we ook juist vooral maatschappelijke instellingen daarvoor in, die die doelgroepen bereiken maar ook bijvoorbeeld het onderwijs in het vervolg. En dan de tweede punt van de evaluatie, dat zullen wij ook in het raadsvoorstel opnemen, hoe deze nota geëvalueerd gaat worden. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Emmerich, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is aan de orde. Dan ga ik nu graag over naar mevrouw De Wolff, ChristenUnie. Het zijn er drie geworden. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ik had drie, maar u zag er maar twee. De voorzitter: Nou ja, ik kijk even want eigenlijk zou dan Leefbaar Ridderkerk nu mogen. Maar dat ga ik dan toch maar doen. Ja, eerlijk is eerlijk. Leefbaar Ridderkerk u had twee vragen. Zijn dat er nog steeds twee? De heer Swarttouw: Niet helemaal. Dank u wel. Ja, het zijn er geen 15 maar. Ik wil aansluiten op de vraag van Echt voor Ridderkerk, dat ze toch ook die doelgroep die nu dus eigenlijk niet voldoende respons gegeven heeft. Volgens mij is dat zo'n beetje 50 jaar en jonger ongeveer. Ik zou toch wel graag echt concreet willen weten, wat zou daar nou volgens de gemeente volgens de wethouder aan gedaan kan worden. Maar dat is Pagina 12 van 31

natuurlijk in zijn algemeenheid zo. En de tweede vraag, wij hebben een motie ingediend in november 2022 die aangenomen is. Over dat concept, LikeJeWijk en dat zien we niet terug in de conceptnota, terwijl het toch een goed platform is volgens onze mening. Nou ja om in ieder geval ook heel veel inwoners te bereiken. En de vraag is eigenlijk in welke vorm denkt de wethouder dit alsnog een plek te kunnen geven binnen deze nota? Dank u wel. De voorzitter: U heeft mazzel, u bent binnen de twee vragen gebleven. Wethouder Stip, mag ik u het woord geven? Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Met de enquêtes inderdaad niet op minderjarige gefocust, wel praten wij ook met maatschappelijke instellingen zoals Facet en dergelijke die ook beeld hebben op deze doelgroepen. Dus kijken wij daar ook naar. Sociale media werkt daar onder andere goed. Maar je hebt natuurlijk ook heel fijn, op die leeftijd, de ingang van de scholen om te participeren, dus daar wordt ook veelvuldig gebruik van gemaakt. De motie Like Je Wijk die zoals conform in de raadsinformatiebrief besproken, nemen we die mee in het raadsvoorstel. Hoe dat is verwerkt, dat is ook een motie die in die zin overstijgend is die niet alleen in deze nota participatie terugkomt, maar ook bijvoorbeeld in de nieuwe uitagenda en de nieuwe gemeente app. Dus daar zullen wij de verwerking van de motie meenemen.

De voorzitter: Heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk, zijn daarmee vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan wil ik nu graag het woord geven aan mevrouw de Wolff, ChristenUnie. U heeft drie vragen, dat zijn er nog steeds drie. Zijn het dusdanige vragen dat dat in één keer zou kunnen? Mevrouw De Wolff: Ik denk het wel en, anders roept de wethouder maar ho. De voorzitter: Ik schrijf ook mee hoor. Dus, gaat uw gang. Mevrouw De Wolff: Vraag 1, een reactie op een van de antwoorden. U geeft aan dat de platforms niet worden genoemd. Niet apart worden genoemd, maar meegenomen worden als onderdeel van de inwoners. Er had ook anders gekozen kunnen worden. Ik ben echt wel nieuwsgierig naar wat is nou de reden dat u een platform en inwoners gelijkstelt? 2, u gaf net aan bij de antwoorden bij een van mijn collega's dat u participatie een stuk verder wil brengen. Maar, als ik dan de antwoorden lees waarbij staat liever niet hoger op de ladder, ik ben benieuwd naar uw reactie daarop. En 3, vanavond wordt er niet gesproken over de wijkoverleggen en wat daarin is gebeurd. Maar ik ben wel nieuwsgierig, wanneer komt nou de doorontwikkeling van de wijkoverleg wel op de raadsagenda? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter.

De platforms zijn in die zin zo conform startnotitie genoemd in het beleid en zo hebben we dat in de bijlage opgenomen en hebben wij er niet voor gekozen om die los te noemen bijrollen maar als onderdeel van de Ridderkerkse samenleving samen met allerlei maatschappelijke instellingen en dergelijke die daar dan ook onder vallen. Maar, wat ik vanavond ook al zei dit is vanavond ook een consultatie dus wellicht is het er eentje voor ronde twee. Dat we participatie verder willen brengen, dat noemde ik ook op welke gebieden we daar heel veel aandacht aan willen besteden. Met het verwachtingsmanagement, de doelgroepen, de terugkoppeling en dergelijke en zoals in de beantwoording van de vraag is ook opgenomen dat het niet een doel op zich is om overal hoger op de treden van de ladder te komen, maar om zorgvuldig participatietrajecten te doorlopen, waarbij het dus geen doel op zich is om altijd

Pagina 13 van 31

bijvoorbeeld voor de hoogste trede te kiezen. En wanneer de doorontwikkeling van de wijkoverleggen op de agenda komt, ik had voornemens om binnenkort een Raad informatie brief te sturen over de proeftuin. De voorzitter: Dank u wel. Zijn daarmee een vragen voldoende beantwoord? Ik zie dat lampje weer aandoet, dus heeft nog een vraag. Mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff: Klopt. Ik wil nog eventjes ingaan op het niet hoger op de participatieladder als doel op zich te zien. Dat kan en tegelijkertijd is ook wel bewezen hoe hoger een gemeente scoort op de participatieladder, hoe meer gelukkig Ridderkerkers zijn. Als ik dan kijk naar de kernwaarden, persoonlijk, modern, dan zou wat mij betreft dat we daar wel bij passen. En, daar ben ik wel nieuwsgierig naar. De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel. Voorzitter. Dat het geen doel op zich is, betekent natuurlijk zeker niet dat we naar juist alle treden van de ladder kijken. Zo was denk ik een mooi voorbeeld onlangs dat de gemeenteapp ook als een meebeslissende vorm, is neergelegd bij inwoners. Dus we brengen zeker wel participatietrajecten op verschillende treden van de ladder alleen het is dus geen doel op zich, maar het betekent zeker dat we ook de hoge treden belangrijk vinden. De voorzitter: Mevrouw Kramer-Blansjaar, u heeft een stapelende vraag? gaat uw gang. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Ja.

Ik hoor de wethouder antwoorden, voorzitter, dat de gemeenteapp meetelt. Nou werk ik toevallig in de luchtvaart en ik weet niet of u bekend is dat er klagers zijn over vliegtuigherrie. Er zijn mensen die weten een app van de gemeente of de overheid dan zo goed te vinden dat zij continu blijven reageren. Dus hoe gaat die participatie via die app dan regelen en weet u dan ook of het een bewoner is die als hobby heeft de gemeenteapp benaderen of weet u dan echt dat hij participeert en dat alle inwoners reageren? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Ik had wellicht iets volledig moeten zijn. De nieuwe gemeente app is in ontwikkeling en we hebben de inwoners een ANB-versie voorgelegd. Dat is meebeslissen dus dat bedoelde ik als voorbeeld, dat we dat als traject hebben uitgezet. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. U heeft een stapelende vraag? Mevrouw Van Nes-de Man: ja. Anders wordt het straks zestien. Nou, ik wil graag wel een toelichting op het verhaal wat de wethouder nu net zegt, in de gemeente hebben we inwoners een A en B versie voorgelegd om mee te beslissen. Hoe moeten we dat zien? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Nou bijvoorbeeld is op social media een Pool openbaar gesteld waar inwoners voor A of B kunnen kiezen met twee filmpjes hoe de ene app eruitziet en hoe de andere app er uitziet.

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Wolff heeft verder geen vraag meer. Dan ga ik nu graag over naar CDA. De heer Overheid. U had twee, vijf vragen zijn dat er nog steeds vijf? Pagina 14 van 31

De heer Overheid: Dat klopt, voorzitter. De voorzitter: Wilt u dan de eerste twee stellen? De heer Overheid: Dat kan. De eerste gaat over de inleiding van een nota bij optimaal proces. Daar wordt genoemd: “Voor alle betrokken partijen moet vroegtijdig in het proces duidelijk zijn wat van elkaar verwacht mag worden.”. Vroegtijdig in het proces, klinkt alsof er voor ieder onderwerp een apart proces wordt opgestart. Een participatie moet volgens mij een continu proces zijn. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. Op pagina 6 er staat bij 2.1 de definitie. In de definitie mis ik de mogelijkheid om op eigen initiatief een voorstel of idee in te kunnen brengen. Het komt nu erg over als reactief en niet als proactief. Ik ben benieuwd wat de mening van de wethouder daarvan is. De voorzitter: Wethouder Stip, mag ik u het woord geven? Mevrouw Stip: Ja, dank u wel voorzitter. Ik was nog heel hard aan het meeschrijven, dus ik hoop dat ik hem helemaal heb. Bij de inleiding hebben we inderdaad aandacht gegeven aan vroegtijdig in het proces, van het participatietraject, om daar de verwachting te schetsen wat het doel is van de participatie en dergelijke. Dat betekent zeker dat we ook in de loop van het participatietraject zoals benoemd bij de spelregels, ook communiceren.

Dus niet alleen vooraf maar wel ook op tijd starten en dan constant verschillende communicatiemomenten tussendoor hebben afhankelijk van hoe het participatietraject er helemaal uitziet. En dan werd verwezen naar de definitie denk ik in 2.1 wordt aangegeven en daar mist het CDA dat daar ook het proactieve gedeelte in zit. Wij hebben deze definitie gebaseerd op de nieuwe landelijke wetgeving. Dus wellicht ter consultatie moeten we die dan wat breder brengen. Maar misschien is dit ook wel gewoon een goed punt om mee te geven. We hebben nu ter consultatie dus dan kunnen wij hem wellicht eventjes mee terugnemen om te kijken wat we daarmee kunnen. De voorzitter: Onthoudt u hem even voor ronde twee mijnheer Overheid. U had nog drie vragen. Zijn ze dusdanig dat ze in een keer gedaan kunnen worden? Of moeten we het knippen? De heer Overheid: Ik denk dat wellicht. De eerste is, in pagina 10 bij 3.5, daar worden gepraat over contactfunctionarissen. Nou hartstikke mooi, zijn heel veel contactfunctionarissen. Alleen de vraag is, wordt ook duidelijk gemaakt hoe onze inwoners deze contactfunctionaris kunnen benaderen? Dat is denk ik even het belangrijkste. Dan de volgende, dat is op pagina 11 daar bij 4.1 betreft initiatieven, wordt over initiatieven gesproken en ik ben even benieuwd hoe de gemeente omgaat om onze inwoners enthousiast te maken om met initiatieven te komen.

Eén individu vindt het vaak lastiger om een initiatief op te pakken en verder te brengen als een groep en wordt hierbij misschien ook gedacht aan een overleg waarbij initiatieven kunnen worden gedeeld. Want samen kom je toch soms met meer ideeën en betere ideeën. En als laatste, dat gaat over de participatie ladder. Dat is pagina 21, als ik hem goed heb. Voor de grootste mate van invloed, dat is namelijk het meebeslissen wat daar benoemd wordt, zijn maar twee instrumenten van toepassing. De enquête en sociale media bij een enquête wil er nog wel eens een drempel zijn om mee te doen en sociale media is een instrument waar niet alle bevolkingsgroepen even gemakkelijk gebruik van maken. Hoe zorgt de wethouder ervoor dat ook hier een hoge mate van inclusiviteit kan worden gewaarborgd? Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik wethouder Stip vragen om de vragen te beantwoorden. Mevrouw Stip: Ja, dank u wel voorzitter. Om bij de eerste te komen, de bekendheid van de contactfunctionarissen. Daar gaan wij mee aan de slag om die ook nu staan de wijkcontactfunctionarissen Pagina 15 van 31

benoemt in de Blauwkai. Maar we willen ook breder onze contactfunctionarissen aan de samenleving gaan voorstellen en daar ook op verschillende plekken aandacht aan geven. Dus zowel de Blauwkai maar ook de website en dergelijke. En dat zal ook meegenomen worden in die verbetering van communicatie. Ook juist dus waar zit eigenlijk het aanspreekpunt en wie zijn dat? Het enthousiast maken van initiatieven in de samenleving. Ja, er zijn dan verschillende manieren. Ook voor de wijkcontactfunctionaris zijn bijvoorbeeld ook heel erg in de wijk die loopt bijvoorbeeld ook in wijkcentra rond om het een en ander op te vangen. De wijk ideeteams waar we bijvoorbeeld bekendheid aangeven om daar bij je activiteit en dergelijke te organiseren. En een buurtent kan dat bijvoorbeeld ook, daar doen we ook vaak een ideeën bus weer neerzetten. Dus zo proberen wij dat op verschillende manieren ook de samenleving in te trekken. Bij meebeslissen, voorzitter, ik zat net te bedenken dat ik als mee beslisser ook het voorbeeld heb, bijvoorbeeld het Moluks monument. Die kon ook niet gelijk scharen onder de enquête en sociale media. Dus ik denk dat dit ook wel een gelijk een goeie is om mee te nemen van, nou hoe zit zo'n voorbeeld nou eigenlijk binnen deze instrumenten? Zo is ook de buitensport locatie van Het Zand is ook als meebeslissen bijvoorbeeld uitgezet.

Maar dat is ook met een brief naar inwoners toe dus dan is het een enquête die beschikbaar is weer via de brief. Dus in die zin is dat een goed punt om ook nog eventjes naar te kijken, naar de volledigheid. De voorzitter: Mijnheer Overheid zijn uw vragen voldoende beantwoord? De heer Overheid: Ja. De voorzitter: Dat is het geval. Dan wil ik nu graag het woord geven aan VVD, de heer Ringlever. U had vijf vragen, dat zijn er inmiddels vier. Dat is leuk. Wilt u ze per twee stellen? De heer Ringlever: Zeker voorzitter, dank u wel. Er wordt gesproken over de impact van het onderwerp van het participatieproject op de omgeving en er worden hierbij vier punten genoemd: de invloed op de omgeving, de maatschappelijke aandacht, de meerwaarde voor de samenleving en/of ruimtelijke kwaliteit en de mate verhinderen voor deze omgeving. Mijn vraag is eigenlijk hoe worden deze punten getoetst door de gemeente? zijn daar concrete voorbeelden voor? Daarnaast, welke instrumenten zijn er nog meer overwogen en zit specifiek bij deze overweging het right to challenge? De voorzitter: Right to challenge. Ja, Ik hoorde hem niet goed. Het kan aan mijn gehoorapparaat liggen. Wethouder stip mag ik u het woord geven? Wethouder Stip: Dank u wel.

Ik zoek nog heel eventjes naar de laatste vraag over de instrumenten, inderdaad of right to challenge daarbij hoort en dan is het met betrekking tot de totale instrumenten overzicht? De heer Ringlever: Ja. Mevrouw Stip: De nieuwe wetgeving is ook in de maak natuurlijk van de eerste kamer, waar ook het uitdagingrecht in meegenomen wordt. Wij hebben ook deze wetgeving al tenminste in de visie meegenomen, maar die wetgeving die kan ertoe leiden dat uiteindelijk de inspraak verordening moet worden aangepast. Dus de ontwikkelingen daarvan, hij ligt nog ter besluitvorming, moet hij nog naar de eerste kamer. Maar, dat is nu allemaal een beetje vertraagd. Maar, gaan wij in het raadsvoorstel meenemen wat wij naar aanleiding van die wetgeving gaan doen. En voor de eerste vraag op het gebied van de omgevingswet kijk ik eventjes naar rechts. De voorzitter: Mevrouw Van Kruijssen.

Pagina 16 van 31

Mevrouw Van Kruijssen: Ja, dank u wel. Het bepalen van de mate van impact, dat is natuurlijk wel iets lastigs, want hoe doe je dat nou precies? Nou, we hebben in ieder geval geprobeerd om vier aspect te benoemen die verschillend kunnen zijn per initiatief. Als ik dan even begin bij de omvang, dan hebben we gekeken, een soort scorelijst gemaakt. Dat is ook iets waar we gewoon mee gaan proberen te werken om te kijken van nou hoe werkt dat nou als je initiatieven voorgelegd krijgt en past dat dan in dat schema? En nou moet je denken, een heel klein initiatief van omvang dat is bijvoorbeeld in en om het huis. Een heel groot initiatief is dan een herstructurering van een gebied met forse sloop en nieuwbouw. Daar zit nog van alles tussen. Bijvoorbeeld als je gaat transformeren. Dus, je hebt een pand staan dat wil je een andere functie geven of je hebt een locatie waar al gebouwen staan die je wil gaan verdichten. Dus zo scoren we de omvang. Dan hebben we het belang, maakt een initiatief een positieve invloed. Dat kun je zeggen van dat heeft helemaal geen positieve invloed tot heel erg veel en alles wat daartussen zit. Het effect op de omgeving. Kijk, het kan natuurlijk zo zijn dat de omgeving na realisatie helemaal niks merkt van het initiatief dan is de hinder of de gevolgen voor omgeving zijn er niet. Maar als je gaat herstructureren en daar gaat heel veel bebouwing bijkomen.

Dan kun je zeggen ja dat heeft heel veel gevolgen voor de omgeving. Dus dan scoort het heel hoog. En de aandacht, krijgt het initiatief heel veel aandacht in de politiek, in de pers of in de sociale media. Want soms heb je een klein plan maar hij heeft dat wel heel veel aandacht omdat mensen er omdat het een locatie is die heel gevoelig is of omdat er heel veel dingen in de omgeving spelen. Dus dan scoort het ook niet heel laag of zeer veel, heel hoog. En op die manier proberen we daar een beetje vorm aan te geven. Eigenlijk omdat de omgevingswet ook niet zo, die geeft eigenlijk weinig richting aan wat is nou voldoende participatie dus daar moet je, als overheid, eigenlijk zelf vorm aan gaan geven. De voorzitter: Mijnheer Ringlever. Dan ga ik nog heel even mevrouw Klamer-Blansjaar het woord geen. Want, u heeft een stapelende vraag. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Ja voorzitter. Ik hoor mevrouw Kruijssen, als ik het goed zeg, net zeggen dat die waarden allemaal meegenomen worden. Welke van die waarde gaat dan prevaleren en ligt dat bij voorbaat vast of hangt dat af van wat de uitkomsten zijn? De voorzitter: Mevrouw Van Kruijssen mag ik u ook vragen om heel even iets dichter bij de microfoon te praten? Want het wordt ook uitgezonden. Er luisteren mensen mee. Mevrouw Van Kruijssen: Nee, de waarden die die zijn niet ten opzichte van mekaar scorend.

Alleen het zijn verschillende elementen op basis waarvan je de impact kunt beoordelen. Dus het is niet zo dat de één belangrijker is als de ander. Het ene initiatief zal op een ander aspect hoger scoren, bijvoorbeeld op de omvang en weinig op de aandacht die het krijgt en een volgend initiatief scoort heel hoog op de aandacht en minder op de omvang. Maar, de impact van het initiatief is van invloed op de participatie die erbij past. Dus een initiatief wat redelijk tot grote impact heeft op de omgeving op basis van die vier aspecten zou ook een daarbij passend participatietraject moeten doorlopen. De voorzitter: Ik zie instemmend geknik door mevrouw Kramer-Blansjaar. Dus dan wil ik vragen aan de heer Ringlever, u heeft als goed is nog twee vragen. Zou u die willen stellen? De heer Ringlever: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal geen Engelse woorden meer gebruiken, want dan ben ik niet te verstaan, blijkbaar. Kan er een verbinding gemaakt worden tussen het proces dat wordt doorlopen en welke instrumenten in welke fase worden ingezet? En het sluit aan, een beetje, bij mijn tweede vraag. Kunnen deze processtappen en de bijbehorende instrumenten en de inzet hiervan worden uitgewerkt in tijdlijnen?

Pagina 17 van 31

Dus denk aan dat je op de site kan zien waar in het proces staan we nu, wat het inzichtelijk maakt voor de inwoners. De voorzitter: Wellicht dat de laatste vragen misschien ook een suggestie voor de laatste ronde zou kunnen zijn. Maar, ik ga eerst even aan wethouder Stip vraag wat zij erop wil antwoorden. Mevrouw Stip: Ja voorzitter. ik vind toch al leuk om daar ook nog even op te antwoorden, is dat we dat toevallig al aan het testen zijn. We hebben nu verschillende project pagina's van bijvoorbeeld de Noord die maar ook De Fakkel maar ook deze nota participatie waar we dus zo'n tijdlijn van boven naar beneden maken van, in welke fase zitten we nu. En dat willen we nog beter tot zijn recht laten komen op de website zodat je daar ook een integraal beeld bij krijgt? De voorzitter: zijn daarmee uw laatste twee vragen voldoende beantwoord? Mijnheer Ringlever, VVD. De heer Ringlever: Nou, het is geen vraag, maar ik ben heel blij om dat te horen. De voorzitter: Ik ga hier niks op zeggen, dat lijkt me beter. Dan wil ik graag het woord geven aan mevrouw Van Nes-de Man. U had vijftien vragen zijn dat er nog steeds vijftien? Mevrouw Van Nes-de Man: Nee daar zijn er een drietal vanaf. De voorzitter: Zou u ze per twee willen stellen? Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, vraag één is eigenlijk een hele simpele. In de nota Betrokken samenleving bespreken we het conceptvoorstel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1081/documents/37467