CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-11-09-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen wonen RK 9 november 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag21.813 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ik heb gezocht, maar kon het niet vinden. Ik vroeg me af of die beschikbaar gesteld kan worden? Dank u wel. En zou u kunnen uitleggen hoe ik dat woord goed uitspreek? De voorzitter: Wethouder. U mag ook een cursus Nederlands of wat voor taal dan ook geven.

Pagina 15 van 34

De heer Van der Duijn Schouten: Nou, laat ik me daar niet aan wagen. Alleen ik denk dat u het financiële wel heel goed uitsprak. En daar zit het hem natuurlijk in. Kijk, je ziet dat juist die verhuizing soms tegen financiële aspecten aanloopt die wel eens een barrière kunnen zijn om de stap te maken. Dat kan bijvoorbeeld zijn een tijdelijke huurdemping, maar dat kan misschien ook een verhuiskostenvergoeding zijn. We zien in de breedte dat geld wel eens een belemmering kan zijn, laat ik het zeggen, voor een optimaal functioneren van onze huizen. Nou, als we daar aan de financiële kant iets kunnen doen. D kan dus, ik heb net een paar voorbeelden genoemd. Ik kan me zomaar voorstellen dat Wooncompas in zijn creativiteit nog met andere ideeën komt, maar juist om de bewoners die nu nog met zijn tweeën in een woning met vijf slaapkamers wonen naar die woning krijgen die eigenlijk wat beter bij ze past, om die mensen die nu met zijn zessen in dat tweekamerappartement naar het andere huis te verhuizen. Hoe dat er dan concreet uitziet niet, maar daar willen ze wel naar kijken of daar de financiële barrières in ieder geval weggenomen of verzacht kunnen worden. Of sociale koop wenselijk is? Nou in ieder geval niet in de vorm, zoals u hem net schets, met honderden huizen per jaar. Nee, dat zeker niet.

Tegelijkertijd zullen er ook situaties zijn dat het voor … En als u nu kijkt wat daar in de laatste jaren gebeurt dan zijn de woningen die per jaar verkocht worden, dan moet u aan tien denken, niet tientallen, maar tien, of acht, of twaalf, maar in die orde van grootte. Als Wooncompas vanuit hun expertise ziet dat dan bijdraagt aan een iets betere situatie op de woonmarkt, dan laat ik dat graag bij hen. Tegelijkertijd zie ik een enorm bedrijf om daar wat te doen voor onze woningzoekenden. Dat doen ze natuurlijk bij uitstek door goede huurwoningen beschikbaar te stellen. Daar moet de focus ook vooral blijven liggen. Het convenant. Dat wilt u hebben begrijp ik? Hebben we die? (Dhr. Steeman buiten de microfoon: tuurlijk … rest niet verstaanbaar) U krijgt het convenant. De voorzitter: Nou de heer Mijnders wordt vast helemaal blij. Wilt u nog verder reageren of vervolgvragen stellen? De heer Mijnders: Ik ben ontzettend blij. Ik vind wel jammer dat de wethouder dat betreffende woord ook niet wil uitspreken. Ik kan nog een vervolgvraag over die sociale koop. In de prestatieafspraak staat dat echt dat er een extra onderzoek wordt gedaan. Dus ik heb het gevoel dat Wooncompas opnieuw gaan kijken: hoe kunnen we daarmee omgaan om daar extra in te zetten? U geeft aan, dat klopt natuurlijk ook, Wooncompas heeft dat de afgelopen jaren al gedaan.

Niet honderdtallen, maar tientallen, soms zelfs minder dan tien. Wij vroegen ons af: wat wordt er nou precies bedoelt met wat er nu in de prestatieafspraken is opgenomen? Wat is dat dan nieuw vergeleken met de afgelopen jaren? Want wij kregen vanuit de prestatieafspraken echt het gevoel dat Wooncompas dat echt verder gaat onderzoeken om echt als een optie om meer van hun voorraad te gaan verkopen. Ze vroegen ons af wat het nou precies inhoudt? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ik laat die vraag even naar de heer Steeman, die heeft daar wat meer kijk op vanuit de gesprekken die hij op dat punt gevoerd heeft. De voorzitter: Mijnheer Steeman aan u het woord. De heer Steeman: Nee, zo gaat het goed. Het gaat daarbij vooral ook over dat je … Er zijn verschillende vormen van sociale koop denkbaar, daar heb je verschillende varianten op. Wat Wooncompas uit wil zoeken is: wat is nou het handigste. Sociale woningen verkopen, dat zei de wethouder al, dat zijn er misschien acht, tien, max. 12 per jaar. Het gaat er om, vervolgens welke financieringsvorm is daarvoor de koper ook handig bij? Dus is het is een onderzoek van hoe kunnen we dat nou zo regelen? Hoe kan Wooncompas, het gaat om Wooncompas die de woningen bouwt en verkoopt, hoe kan je dat nou zo goed mogelijk aanbieden aan de doelgroep?

Pagina 16 van 34

De voorzitter: Dank u wel. Dat is voldoende voor de heer Mijnders zie ik. Gaan we naar de heer Rijsdijk van de PvdA. Zeven vragen, of wat ervan over is. Maximaal drie per keer. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. Misschien zijn het er zes geworden en stel ik er eentje schriftelijk. Maar dat gaan we zien. In de stukken staat dat er netto tweehonderd sociale huurwoningen aan de voorraad worden toegevoegd. Wat ik me afvroeg: hoe hard is dat aantal? Daar bedoel ik mee: er zullen ook woningen verkocht worden, misschien beperkt. Tegelijkertijd lopend er ook woningen uit de voorraad doordat bijvoorbeeld de huur boven de grens van een sociale huurwoning komt. Is met die zaken bij dat bepalen van het aantal van tweehonderd rekening gehouden? Mijn tweede vraag is: er wordt ook aangegeven dat met die tweehonderd woningen een flink deel van de opgave van de driehonderd sociale huurwoningen, dus twee derde wordt ingevuld. Maar ik vraag mij dan wel af: hoe komen die andere honderd woningen er dan nog om op driehonderd uit te komen? Mijn derde vraag is: onder betaalbare woonlasten staat dat ernaar gestreefd wordt tot zeventig procent van de huurprijzen zich onder de tweede aftoppingsgrens bevindt. Maar er wordt in de prestatieafspraken niets gezegd over de eerste aftoppingsgrens. Dat is natuurlijk het meest betaalbare deel van de voorraad.

Ik vroeg me af of daar ook over gesproken is en wat het streven is voor het deel van de woningvoorraad onder de eerste aftoppingsgrens. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel voorzitter. Hoe hard zijn die aantallen? En is met het verdampen en dat soort zaken, is daar rekening mee houden? Ja, daar is rekening mee gehouden. U heeft ongetwijfeld gezien dat er op pagina acht van de prestatieafspraken is een tabel opgenomen met aantallen. Die zijn keihard. Is het niet vanuit de gemeente dan wel vanuit Wooncompas, want Wooncompas heeft daarin dat hele spectrum van die afspraken ook nog afgedwongen, dat als we op een van deze projecten de aantallen zoals we met elkaar afgesproken hebben niet gaan halen, we die ergens anders laten landen. Dat vinden wij dat natuurlijk ook prima. Maar deze aantallen gaan er komen. Hoogstwaarschijnlijk op de projecten zoals ze hier nu staan, maar u heeft er ook bezien, daar zit bijvoorbeeld een project in als Westdonck. Toch? Ja, Westdonck. Dat is nogal een pittige in aantallen en dat betekent dus dat wij ook in het gebied daar nog even goed moet kijken of dit kan landen. Tegelijkertijd hebben we dus wel met elkaar de afspraak gemaakt: als we deze aantallen niet halen, het worden er minder, dan komt dat minder ergens anders terecht. Dus in die zin zijn die aantallen heel hard en gaan die er ook komen.

Waar ik die andere honderd vandaan haal, ik heb op dit moment nog geen idee. Dus dat dat is nog een uitdaging die we voor de komende jaren hebben, alleen dat is hierin niet geland, maar daar gaan we uiteraard mee aan de slag. Eerste tweede aftoppingsgrens die die u noemde. Tweede aftoppingsgrens tuurlijk met name voor gezinnen van twee of drie, uit mijn hoofd. De eerste aftoppingsgrens is voor de hele de hele kleine woningen voor een persoon. We hebben hier met name gefocust op die tweede aftoppingsgrens omdat we dus ook zien dat dat gewoon er veel meer zijn op dit moment in Ridderkerk. We hebben het er wel met elkaar uiteraard over gehad, maar het is uiteindelijk in de afspraken niet geland. Bijkomstigheid is ook nog een keer op dit punt dat in de regionale woondeals het ook uitsluitend gaat over de tweede aftoppingsgrens en het ons goed leek om ook daarbij aan te sluiten, zodat die afspraak ook synchroon blijven lopen. Dat is in het geheel der dingen ook wel zo praktisch. De voorzitter: Dank u wel. De volgende … Eerst wil de heer Mijnders van het CDA stapelen. De heer Mijnders: Dank u voorzitter. Stapel de heer Rijsdijk. Over die aantallen die keihard zijn. Hoe verhoudt zich dat? We maken prestatieafspraken, maar uiteindelijk komen al deze projecten nog richting de Raad. En uiteindelijk heeft denk ik de Raad de laatste keuze erin. Wat wij als Raad zeggen: we doen het niet.

We vinden een aantal goed, maar we zien op dit met geen locatie om dit te realiseren. Want er ook genoemd dat we binnen planning dan een alternatief moeten doen. Dat hoeft niet altijd mogelijk te zijn. Wat zou het gevolg zijn als we als Raad besluiten om binnen de planning niet een alternatief voor de aantallen doen? Wat zijn de gevolgen ervan? Pagina 17 van 34

De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Wat zou dat zijn? Ja kijk, op het moment dat wij deze aantallen niet halen, of op een project niet halen, zullen we als college onze uiterste best doen om die elders te laten landen. Als uw Raad daar uiteindelijk een ultimo op iedere plek nee tegen zegt, dan kan ik niet anders om terug te gaan naar Wooncompas om te zeggen dat ik helaas mijn afspraak op een punt niet na kan komen. Dat is het dan. Maar dit zijn afspraken waar wij voor gaan. Die aantallen zijn natuurlijk ook niet helemaal aus es blaue hinein gekomen, dus daar is echt wel een beetje naar gekeken. Tegelijkertijd zien we ook dat in de afspraken die wij in de regiodeal hebben gemaakt deze aantallen ook nodig zijn. Ook daar hebben we er afspraken over gemaakt, dus wij gaan er ons best doen om ze te laten landen. Uiteraard komen wij daarvoor bij u. Dus ik gaf het net ook gaan, het kan best zijn dat op een aantal projectjes er toch wat minder, misschien in een enkel geval ook wel wat meer, en wij hebben ons gecommitteerd richting Wooncompas en progressie dat als ergens deze aantallen niet gehaald worden, we er alles aan gaan doen om die op een ander plekje bij te plussen. Uiteraard in ultimo met de goedkeuring van uw Raad daarvoor, waar dat nodig is? Laat ik laat ik daar ook maar helder over zijn.

Want ik denk ook dat er op bepaalde plekken misschien sloop-nieuwbouw gerealiseerd kan worden, die gewoon binnen het bestemmingsplan past. Dan uiteraard informeren wij u daarover. Maar het is niet in alle gevallen, veel wel, maar ook niet altijd een bestemmingsplanwijziging nodig. De voorzitter: We zijn nu in de ronde van de heer Rijsdijk voor zijn laatste drie vragen. De heer Rijsdijk: Dank u voorzitter nog even een reactie op hetgeen de wethouder aangaf. Ik begrijp ook met de kanttekeningen die de heer Mijnders terecht schetste dat het aantal van tweehonderd, dat dat behoorlijk hard is. Tegelijkertijd had ik in mijn vraag ook gevraagd: wat gebeurt op het moment dat woningen uit de voorraad lopen? Want ik snap wel dat Wooncompaspas u dan aan die afspraak van die tweehonderd woningen zal proberen te houden. Maar op het moment dat bijvoorbeeld, ik noem maar iets: vijftig sociale huurwoningen uiteindelijk boven de liberalisatiegrens komen. Dan voegen we dat aantal niet toe aan de voorraad. Is daar ook over nagedacht. Dat als reactie op de antwoorden. Dan mijn andere drie vragen. Er worden best wel veel onderzoeken aangekondigd in de prestatieafspraak, onder andere ook naar het doorstromen van ouderen naar kleinere woningen, ook een punt uit de motie wat wij hadden ingebracht. Maar er zijn maar heel weinig … Eigenlijk wordt aan geen enkel onderzoek een einddatum gekoppeld.

Er wordt ook niet aangegeven of de bedoeling is dat het onderzoek nog in de tijd van deze prestatieafspraken wordt afgerond en uitgevoerd, of dat het alleen maar de bedoeling is om het onderzoek af te ronden. Kunt u daar nog iets over zeggen? Is er over een bepaalde prioritering en tijdpad gesproken? Mijn andere vraag die heeft ook betrekking op de betaalbaarheid. Er wordt heel concreet aangegeven dat voor de hogere inkomens de inkomensafhankelijke huurverhoging wordt toegepast. Daar weet iedereen wat ermee bedoeld wordt: een percentage wat het Rijk vaststelt vanaf een bepaald inkomen. Daarbij wordt dan aangegeven dat die opbrengst wordt ingezet om voor andere mensen de huren meer betaalbaar te houden. Maar dat wordt vervolgens dan niet concreet gemaakt voor welke groepen dat dan in het bijzonder gebeurt. Kunt u daar nog iets over zeggen? Dan betreft mijn volgende vraag en dan zit ik weer aan drie. Die heeft betrekking op het met voorrang toewijzen van woningen aan lokaal woningzoekenden. De kans op een woning om ... In paragraaf 2.5, daarin wordt gezegd dat bij nieuwbouwprojecten maximaal 25 procent op jaarbasis wordt toegewezen aan lokaal woningzoekenden. Nu is er een Barendrecht een project geweest aan de Thomasstraat met nieuwbouwwoningen waar 100 procent is toegewezen. Dat bleek te kunnen omdat ze gemiddeld wel onder die 25 procent blijven.

Wordt er over nagedacht om bijvoorbeeld bij bepaalde projecten in Ridderkerk die ook volledig toe te wijzen aan lokaal woningzoekenden en dat dan bijvoorbeeld ergens anders te compenseren. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder.

Pagina 18 van 34

De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel voorzitter. Naar aanleiding van de eerste vragen, antwoord vroeg u nog … Dat ging over … De voorzitter: Uit de voorraad lopen. De heer Van der Duijn Schouten: O ja, of daarover na was gedacht was uw vraag. Daar is over nagedacht en we zien dat dat bij Wooncompas ook met mondjesmaat gebeurt. De aantallen die genoemd zijn, zijn ook heel sterk. Die extra woningen die komen ook terug in die tabel. Dat zijn ook de zaken waar we mee aan de gang gaan en waar we ook concreet mee aan de gang kunnen gaan. Dat een woning eruit loopt is op een gegeven moment ook een constatering, maar laat ons juist ook focussen op die zaken waar we wel wat aan kunnen doen. U geeft aan: er staan een aantal onderzoeken in en of die kunnen prioriteren en een tijdpad op aan kunnen geven. Nee, dat kan ik op dit moment niet. Tegelijk het zo, we gaan deze onderzoeken … We hebben deze dingen benoemd omdat wij daar kansen zien, kansen om dingen beter of anders te doen. We schrijven dat niet op van laten we maar eens een aantal onderzoek hier en laten landen, dat is wel leuk. Dus we zien die in mogelijkheden. Die willen we zo snel mogelijk aan de gang mee. We pakken dit op zodra het zich daartoe leent. Uiteraard ja, dat zal wel ergens moeten landen binnen de tijdspanne van deze prestatieafspraken, want anders zouden we er ook geen afspraken over hoeven te maken.

Met voorrang toewijzen. Ja, wij doen het zoals opgeschreven. Dus maximaal 25 op een project. We hebben er niet over nagedacht of er projecten zijn die voor 100 procent toe willen wijzen aan inwoners. Wat ze in Barendrecht doen dat laat ik graag aan Barendrecht en daar ga ik hier vanavond geen dingen over zeggen, opmerkingen, laat staan van vinden. De voorzitter: Dank u wel wethouder. We zijn aan het einde van de vragenronde en er is … De heer Kooijman ChristenUnie. De heer Kooijman: Even een stapelende vraag naar aanleiding van het laatste antwoord wat de wethouder gaf. Wethouder geeft aan dat er wordt gekozen voor maximaal 25 procent per project. In de afspraken staat 25 procent op jaarbasis, dus klopt het dan dat je in principe in een project misschien best zou kunnen zeggen: voor dit project, kleinschalig project, kiezen we wel voor 100 procent omdat we weten dat we gemiddeld ieder jaar wel op of onder de 25 blijven. De voorzitter: De heer Rijsdijk wil ook nog reageren. De heer Rijsdijk: Ja, dank u voorzitter. Ik had ook nog de vraag gesteld over de betaalbare last. Dat het bedrag van de mensen die de inkomensafhankelijke huurverhoging krijgen, dat dat wordt ingezet om de huur voor andere groepen lager te houden. Of dat even wat concreter geduid kan worden. En wat het voorbeeld uit Barendrecht betreft.

Ik opperde dat eigenlijk alleen als mogelijkheid, niet om daar een oordeel over uit te laten spreken. Ik begrijp dat er gekozen wordt omdat dan project op maximaal 25 procent houden. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dat laatste moet ik even corrigeren. In de afspraak staat: we doen 25 procent toewijzen op jaarbasis, dus dat is ook op jaarbasis. Wat ik net bedoelde dat wij op dit moment niet nadenken of er ... We hebben er gewoon nog niet over gesproken, dus ik sluit niet uit dat het ooit nog eens wel … Maar er zijn geen concrete plannen nu om op een locatie 100 procent toe te wijzen voor Ridderkerk. Dat daarnet over het corrigeren: het is niet zo dat ieder project … Wettelijke kaders zijn ook gewoon die 25 procent. Die hebben we opgenomen. Goed, u wees op het project van Barendrecht waar nu dan 100 procent wordt toegewezen. Die concrete plannen hebben wij op dit moment niet. Maar het kan natuurlijk best gebeuren dat het een leer 23 of 27 of iets heel anders wordt. Wat betreft het inzetten. Ja mijnheer Rijswijk, dit is nu precies wat u altijd zegt: de sterkste de schouders dragen de zware lasten. Dus degenen die het financieel kunnen Pagina 19 van 34

dragen die krijgen de maximale huurverhoging. Dat wordt ingezet om daar waar het minder goed gedragen is, die huurverhogingen te temperen. Dan kan ik eigenlijk uiteraard nu niet concreet maken op wie er nou een euro meer of minder gaat betalen. Maar dit instrument willen we inzetten om de woonlasten voor de groep die het nodig heeft betaalbaar te houden. U heeft gezien dat we in diezelfde lijn ook met ons coalitieakkoord, en wat u nu al twee jaar heeft gezien, nu ook als gemeente onze stinkende best doen om die woonlasten zo laag mogelijk te houden. Daar is met Wooncompas afspraken over gemaakt, dat met name voor de groep die het moeilijk heeft er gekeken wordt of er wat extra's gedaan kan worden. Uiteraard hebben die ook wel weer een bedrijfsvoering en het moet eind van de rit ook wel financieel kloppen en mogelijk te maken. Dus ja dat moeten ook wel weer ergens vandaan komen. De voorzitter: Dank u wel. Dit voorstel gaat voor zienswijzen naar de Raad. Door de griffier is aangegeven hoe daar in de commissie of in de Raad mee om kan worden gegaan. Ik neem aan dat dat voor iedereen duidelijk is. Omdat het een zienswijze is betekent ook dat het überhaupt ter debat gaat naar de Raad. Mijn vraag is: wie van u daar gebruik van denkt te maken en hoeveel minuten daarvoor nodig is? Dus ik moest peilen hoeveel mensen. Stuk of zes frac…, zeven fracties.

Ik zie drie minuten, één minuut, vier minuten, nog een keer vier minuten. Ja, dat betekent dat dat het behoorlijk gaat oplopen. De griffier gaat het woord voeren. De heer Van Straalen: U kunt per fractie in de raadsvergadering uw zienswijze geven. Ik mag aannemen, maar misschien zit ik er helemaal naast, dat u op dat moment verder geen vragen heeft aan het college, tenzij u een toezegging zou willen hebben. En ik kan me indenken, maar terwijl ik het zeg denk ik dat het toch niet juist is. Ik dacht dat we aan één termijn genoeg zouden hebben, maar het kan natuurlijk zijn dat u daar nog wil reageren op de bijdrage van de anderen in eerste termijn. Ik wil toch nog even iets naders zeggen, voorzitter als u mij toestaat, over het advies dat ik heb gegeven, want dat is gedeeltelijk achterhaald. In die zin dat college heeft laten weten u geen conceptzienswijze voor te leggen. Dus het verhaal over amenderen is natuurlijk helemaal niet aan de orde. Ik heb de wethouder net horen zeggen, ik hoop dat ik hem goed begrepen heb en anders hoor ik het wel, dat alles wat gezegd zal worden hij door zal geven aan Woonvisie. Maar het is natuurlijk wel sterker als blijkt dat meerdere van u iets vinden. Wat ik u als griffier in ieder geval meegeef: het is denk ik goed dat u ongeveer weet wat bijdragen zijn, vooraf van uw collega's, zodat u daar ook op kunt inspelen.

U maakt het sterker als u een motie indient. Maar ja, een motie kan ook verworpen worden. Dat is ook een risico en daarmee blijkt dat de Raad dat niet in meerderheid vindt. Maar ik geef u wel het advies toch wat af te stemmen van tevoren als u echt een punt zegt: wij het erg belangrijk dat u dat allemaal tijdens het rondje laat weten. De voorzitter: Ik heb gezien, vier minuten. Ik moet eerlijk zeggen denk ik denk eigenlijk niet dat er veel vragen zijn, dus de reactie van het college zal heel kort kunnen zijn. Die neemt kennis van de zienswijze en dat is het dus. Zullen we zestig gaan zitten? Zestig, kan presidium later nog op reageren. Ik stel voor vier minuten zestig. De heer Mijnders, CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ik weet niet of ik de gelegenheid mag nemen, maar om een vraag te stellen aan de commissieleden omtrent dit onderwerp. Voor het CDA was de motie eigenlijk al een duidelijke zienswijze vanuit onze kant. Wij zouden er dus ook mee weg kunnen, we stellen een zin op: we hebben het gezien en hiermee akkoord. Maar als er bij verschillende partijen iets is van we willen toch nog wat accenten leggen, dan lijkt het ons wel handig om iets vooraf, à la een motie proberen op te stellen. Ik ben benieuwd wat de partijen vinden en of ook partijen zijn die per sé bepaalde accenten in zienswijzen willen doorgeven. Dank u wel voorzitter.

De voorzitter: De heer Verweij, SGP. De heer Verweij: Dank u wel voorzitter. Ik wil daar wel even op reageren, op wat de heer Mijnders hier zegt. We hebben natuurlijk destijds al motie ingediend waarmee we de wethouder expliciet aan het werk hebben Pagina 20 van 34

gezet. Die motie is ook unaniem aangenomen. Ik denk dat het wel recht doet aan het akkoord wat er nu al ligt om niet nog een motie in te gaan dienen, want er is al een heel gemêleerd goed stuk met wensen van alles en iedereen voorhanden. Dus ik zou toch wel voor een bepaalde efficiëntie in het debat ook willen pleiten. Dank u. De voorzitter: De heer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ja, het één hoeft het ander niet uit te sluiten wat mij betreft. Vanuit de ChristenUnie hebben we in ieder geval de behoefte om onze zienswijze nog kenbaar te maken in het raadsdebat. Dat zullen we doen. Denk dat het eerlijk gezegd, dat het onbegonnen werk is om te proberen om daar dan een motie van te maken, die dan vervolgens ook nog eens door een meerderheid van de Raad wordt gesteund. Want dan ga je straks over details hebben van: ja die opmerking wil ik er dan uit hebben, of dat moet dan nadrukkelijker gaan worden. Volgens mij gaan we daar nooit uitkomen. Mijn voorstel zou zijn: we geven de zienswijze en de wethouder neemt de kennis van. Ik zal laten blijken als er een partij die een zienswijze geeft waar ik het absoluut niet mee eens heb, dan laat ik dat dan in het debat ook wel merken denk ik. Dan is het wat mij betreft aan de wethouder om met die hele stapel en informatie onder zijn arm weer op pad te gaan. Daar blijft het dan ook bij wat mij betreft.

De voorzitter: De heer Borst, VVD. De heer Borst: Dank voorzitter. Ik sluit me aan bij de opmerking van de heer Verweij en wij hebben in het debat verder geen behoefte aan de zienswijze. Dank u wel. De voorzitter: Dan heeft iedereen zijn zegje gedaan. Dan blijven we dus bij het voorstel van vier minuten en zestig minuten totaal. We danken bedanken de wethouder en de heer Steeman voor de bijdrage. De wethouder zien we straks nog terug. Dan nodig ik de heer Meij, wethouder Meij, mevrouw Heijboer en de heer Van der Waal uit voor het volgende agendapunt. Ik wil wel even meegeven aan de commissie: we hebben nu vijf agendapunten gehad, het is halftien, we hebben er nog 10 te gaan. Dus ik zou willen voorstellen in de turbo stand verder te gaan. 6.

Beheerplan Wegen 2023-2027 De voorzitter: Agendapunt 6: beheerplan wegen 2023 tot en met 2027. De inzet is ter debat. Is dat de bedoeling? Dat is het geval. Dat betekent dat u technisch inhoudelijke vragen kunt stellen. En Krijgt wethouder Meij het woord voor een toelichting. De heer Meij: Ja, dank u wel voorzitter. U heeft het kunnen lezen: er is onvoldoende budget om de verharding komende jaren te onderhouden op B-niveau, het niveau wat we afgesproken een aantal jaren geleden. Dat heeft natuurlijk deels te maken met het feit dat de incidentele jaarlijkse bijdrage van drieënhalve ton vanaf volgend jaar wegvalt. Het heeft maken natuurlijk met prijsstijgingen. Het heeft te maken met toenemende mobiliteit. Het heeft te maken met zware materieel, waardoor een weg ook sneller slijt. U heeft ook kunnen lezen dat bij voetpaden, fietspaden er ook nog een achterstand is. Ik zag net even weer een plaatje, als je over die zes ton praat, vijfenhalf, zes ton, dan kan je zo'n areaal rondom de Schans verbeteren. Dan is zo'n bedrag eigenlijk ook alweer op. Dus het is een fors bedrag en tegelijkertijd kun je er in de openbare ruimte ook weer niet er heel veel meedoen. Misschien nog één toelichting. Het gaat over het staatje. Het is echt die die vijfenhalf, 5.36. Maar misschien wacht ik maar even af of u daar nog vragen over heeft. Het dus niet 1,2 miljoen, het is echt die 5.36.

Dat was het voorzitter.

Pagina 21 van 34

De voorzitter: Dank u wel wethouder. Wie wil er vragen stellen? VVD, de heer Borst, twee stuks. ChristenUnie, de heer Knape, twee stuks. Burger op 1, mevrouw Van Nes-de Man, vijf. Partij 18PLUS, mevrouw Griep, twee stuks. Dan beginnen we met de VVD, de heer Borst. De heer Borst: Dank u wel voorzitter. De wethouder refereerde er al even aan. In 2019 hebben inderdaad die afspraak gemaakt dat er minimaal één 5,6 gehaald dient te worden, op niveau B dan. Daar hebben we ook extra geld voor vrijgemaakt om die achterstanden in de periode 2019-2023 in te lopen. Toch viel het ons op dat er nog twee categorieën zijn waar we lager scoren dan dat niveau. Wij vroegen ons af: waarom hebben we nou voor die fietspaden en die wegen in verblijfsgebieden, heet die categorie, lager gescoord dan is afgesproken en wat gaan we nu met het huidige beheersplan dan anders doen om dat in de toekomst te voorkomen? De tweede vraag is: hoe wordt nou de Raad straks geïnformeerd over de voortgang die we boeken op dat beheerplan? De voorzitter: Wethouder Meij. De heer Meij: Dank u voorzitter. Twee concrete vragen in de Raad. Waarom de fietspaden verblijfsgebieden achtergelopen hebben afgelopen jaren. Collega's kunnen het misschien nog aanvullen. Mijn beleving van afgelopen vijf jaar is dat, en dat geld natuurlijk op veel terreinen, dat de wegen waar auto's oprijden eigenlijk altijd voorrang hebben gehad.

Daar werd natuurlijk heel erg op gelet. Je ziet dat, mede ook door corona, dat er ook veel meer gebruik wordt gemaakt van fietsen en ook van voetpaden, althans waar ze zijn, maar dat daar afgelopen jaar dus inderdaad niet de prioriteit lag. En dat we dat nu ook merken in lagere cijfers, lagere waarderingen, niet voldoende dus. Dat kun je ook gewoon zien. Die klachten hoor je ook regelmatig dat het daar allemaal nog niet inderdaad egaal is. Heeft deels te maken dat we wachten als er een bepaald project is, dat het daarop moet wachten. Bijvoorbeeld Donkerslootweg wacht op het feit dat als ze daar zo'n dubbel of een fietspad van aanleggen met twee richtingen … Dat als eerste. De vraag hoe gaan we de Raad informeren over de voortgang? Daar moet ik even over nadenken. Ik zou me zo kunnen … Ja, nee, dat weet ik eigenlijk niet. Ik kijk even naar ambtenaren wat daar misschien, voorzitter, mogelijk is. De voorzitter: Mevrouw Heijboer. Mevrouw Heijboer: Ja, ook even nadenken. Elke vijf jaar maken we sowieso een plan, maar dat duurt denk wel een beetje te lang. Misschien zouden we na twee jaar nog een tussenstand kunnen doen. Hoe dat we dan scoren en dat we nog eens laten doormeten zodat we een vergelijking hebben. De voorzitter: Wordt dit een toezegging van de wethouder? De heer Meij: Daar zat ik inderdaad even over na te denken.

Want je kunt natuurlijk pas de Raad informeren als je ook echt weer die cijfers hebt. Je kunt niet na een jaar zeggen: we hebben zoveel meter aangelegd. Dat gaat juist om die inspectierapporten. Ik wist dus even niet op welk moment de inspectierapporten allemaal gepubliceerd worden. Ik wil toezeggen dat we inderdaad elke twee jaar een update geven van wat we op dat moment gewoon weten wat we gedaan hebben. Ik weet dus niet precies wat we dan weten, maar wat weten schrijven op. De voorzitter: Helder. Daarmee zijn de vragen beantwoord. Maar de heer Borst wil nog een reactie geven. De heer Borst: Ja toch nog even heel kort voorzitter. Ik kan me ook voorstellen dat de wethouder misschien eerst nog even wil nadenken over wat hij dan precies nog wil teruggeven over twee jaar. Of misschien nog even kan uitzoeken waar hij dan precies mee terugkomt. Dus ik vind het ook goed dat hij daar later nog op terugkomt. Als dat betekent dat we een iets helderder antwoord krijgen over hoe we dan worden geïnformeerd over twee jaar. Ik wilde toch ook nog heel even kort terugkomen op mijn eerste vraag. Het Pagina 22 van 34

antwoord is helder, hoe dat dan komt met waar we de prioriteiten leggen. Hebben we er in dit beheersplan dan het zo ingestoken dat die oneffenheden niet meer voorkomen. Dat we eigenlijk, dat al die vakken, al die verschillende onderdelen dan voldoende aandacht geven dat we dat minimale niveau gewoon gaan halen. De voorzitter: Wethouder. De heer Meij: Ja, daar kan ik gewoon ja op antwoorden. Dat gaan we doen. De voorzitter: Dan, u krijgt de gelegenheid om een schriftelijk antwoord te geven op die vraag over die toezegging. Gaat u daar gebruik van maken wethouder? De heer Meij: Ja, ik vind en een nuttige wedervraag inderdaad. Want je weet na vijf jaar krijg je inderdaad die inspectierapporten. We gaan de komende weken gewoon even nadenken: op welk moment heb je iets reëels te bieden aan de Raad? Dat je echt een vergelijking kunt maken. Een mening gaat, gaat gaat het niet om. Het gaat echt om cijfers. De voorzitter: Dan is de vraag of u dat voor de raadsvergadering wil doen wethouder. De heer Meij: Ik denk dat dat niet gaat lukken. De voorzitter: Helder. Gaan we naar de ChristenUnie voor de twee vragen. De heer Knape. De heer Knape: Ja, ik ga even mijn buurman volgen die net ook van twee naar drie vragen gegaan is, met permissie. De eerste vraag … De voorzitter: Als dit een beetje gebruikt wordt, dan gaan we toch eerst naar iemand die echt twee vragen heeft.

De heer Knape: Oké De voorzitter: Gaan we eerst naar mevrouw Griep van partij 18PLUS. Mevrouw Griep: Ja dank u wel. Allereerst bedankt voor de beantwoording van onze vragen. Naar aanleiding daarvan hebben we nog twee vervolgvragen. In de beantwoording staat dat er liever asfalt, dat klinkt als een keuze. Waarom kiest men voor asfalt? Wat is daar de beweegreden voor? De tweede vraag is: de levensduur van, tussen haakjes, stille straatklinkers is langer dan die van niet stille c.q. die van asfalt. Dit zou dus financieel aantrekkelijker zijn. Of deelt het college deze constatering niet? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Meij: Ja, dank u, voorzitter. Antwoord op eerste vraag, waarom kiezen we voor asfalt? Dat is voor fietsen, natuurlijk de meest prettige ondergrond. En de tweede vraag wil ik even doorspelen. Als u het goed vindt, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Heijboer. Mevrouw Heijboer: Ja, dat is die vraag over stil asfalt, in vergelijking met stille straatklinkers. Ja, stil asfalt, dat wordt toegepast op wegen, waar nu al asfalt ligt. Als we daar, ja, dat zijn dan doorgaande wegen. Die hebben we ook het liefst in asfalt. Als we die gaan omvormen naar straatklinkers, dan moeten ze die hele asfaltlaag eruit, klinkers erin. Dan heb je een heel ander type weg. Vandaar ons antwoord, dat we het meer naast elkaar Pagina 23 van 34

zien, die maatregelen. Als een klinkerweg nu te veel geluid maakt, dan is het zeker te overwegen, om daar die stille klinkers toe te passen. De voorzitter: Voldoende, deze antwoorden? Mevrouw Griep. Mevrouw Griep: Ja. Ja, dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we alsnog naar mijnheer Knape, ChristenUnie, voor drie vragen. De heer Knape: Mijnheer Mijnders, dank u wel, u bent me voor. Maar het zijn er geen vier geworden. Eerste vraag, over de degeneratiekosten. Er wordt aangegeven dat we best, met het aanleggen van het glasvezelnetwerk, dat er best een heel bedrag aan degeneratiekosten terugkomt en dat deze naar de algemene middelen terugvloeien. Moet ik daar de algemene reserve van de gemeente, onder verstaan of is dat algemene middelen binnen het beheerplan? En, nou ja, zo ja, waarom wordt deze keuze dan zo gemaakt? Wat betreft de circulariteit. Wat we gevraagd hebben. Nou, er wordt een antwoord op gegeven, dat er gekeken wordt, naar zoveel mogelijk hergebruik van materialen, die vrijkomen. Hartstikke mooi. Maar kijken we nu ook naar het toepassen van materialen, die we over veertig of zestig jaar er weer een keer uit moeten halen en dat we dan nu goede keuzes maken? Waarbij we straks ook, nog meer kunnen hergebruiken. En mijn laatste vraag is, gaat over de fietspaden op de bedrijventerreinen.

In de beantwoording van de vragen wordt aangegeven, dat deze op een B-niveau beheerd worden. Terwijl pagina zestien in het beheerplan staat aangegeven dat de ambitie een C-niveau is. Dus ik vroeg me even af, waar dat verschil vandaan komt. De voorzitter: Wethouder. De heer Meij: Ja, dank u, voorzitter. Die tegendraadse kosten. Volgens mij, gaan ze naar de algemene reserve. De voorzitter: Het is een p&c-cyclus vraag, dus mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: De algemene middelen is eigenlijk, het saldo van de begroting of van de jaarrekening. Uiteindelijk zal dat met een rekening resultatenbestemming, over het algemeen, in de algemene reserve landen. De voorzitter: Wethouder, u kan beantwoording vervolgen. De heer Meij: Nou, met een stukje meer zelfvertrouwen, want het antwoord was goed. U vraagt, of we nu al de goede keuzes maken, voor het gebruikte materiaal hè? Wat, daar kan ik ook gewoon ja, op zeggen. Met de kennis van nu hè, want over vijf jaar is het natuurlijk weer anders. Met de kennis van nu, maken we die, kiezen we die materialen, die natuurlijk ook weer goed recyclebaar zijn. Ja. Uw derde vraag over de fietspaden. Bedrijventerreinen hebben de categorie C gekregen, maar de fietspaden die erdoorheen lopen, een B-niveau. Dus het verschil, op dat bedrijfsterrein geldt, voor alle andere verblijfsgebieden is het C en voor het fietspad is het B.

De voorzitter: Mijnheer Knape. En daarna mag mevrouw Van Nes-de Man stapelen. De heer Knape: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zie toch echt op pagina zestien, of ik moet het verkeerd zien, maar dat er staat aangegeven, dat de ambitie voor de fietspaden op de bedrijventerreinen, een C-niveau is. Dus terwijl de wethouder aangeeft, dat het om een B-niveau gaat. Pagina 24 van 34

De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u, voorzitter. Ik wilde nog stapelen op de vraag daarvoor, waar het ging over de, ik weet niet hoe het nou precies genoemd. Ik dacht, de duurzame middelen of dat we in ieder geval, goed bezig zijn. Houdt dat in, dat ze dan dus met afschot van werk, gaan werken, waar geen teer onder andere meer in zit? Wat ook, ergens in het stuk, wordt daarover gesproken. De voorzitter: Wethouder. De heer Meij: Ja, dat is al een hele technisch vraag. Misschien, voorzitter, kan mevrouw Heijboer het veranderen, beantwoorden. Ja, ik dacht, mijnheer Knape, dat ik het duidelijk had verteld. Voor het bedrijventerrein geldt C. Als geheel, de wegen. Maar voor de fietspaden door de bedrijventerreinen, is het standaardniveau, B. De voorzitter: Ja, wethouder, dat verhaal is duidelijk. Maar in die tabel, staat dus een C. Daar wijst mijnheer Knape op. Dus zijn vraag is eigenlijk, moet dat dan geen B worden? Mevrouw Heijboer krijgt het woord, voor het teerhoudend asfalt. Mevrouw Heijboer: Ja, teerhoudend asfalt, wordt niet meer gebruikt. Het kan wel eens voorkomen, dat een oude dijk bijvoorbeeld met oud asfalt, als dat eraf wordt gehaald, dat er wel nog teer in zit. Dat wordt dan op een ja, verantwoorde manier afgevoerd. Maar nieuw asfalt, bevat geen teer meer. De voorzitter: Dank u wel. Dan wat betreft, die C en die B.

Ja, de wethouder kan dus niks veranderen in die tabel, maar hij kan wel vragen voor een advies. Maar hij kan er ook voor kiezen, om het gewoon te laten staan, zoals het er staat. Dat laatste is het geval. Dan zijn daarmee … Mijnheer Knape wil nog reageren. De heer Knape: Ja, ik wil graag nog even reageren op het antwoord, op de vraag over de algemene reserve. Of de degeneratiekosten, die daarnaar teruggaan. Ik heb nog niet echt een antwoord gekregen, wat de reden dan is, dat die daarin terugvloeien. En waarom ze niet ingezet worden voor, nou ja, het beheer van onze wegen, zeg maar. Als ik het goed heb, worden die kosten of, die degeneratiekosten worden berekend, omdat nou, er wordt gegraven. Verharding gaat eruit en er is misschien herstel nodig. Of er is, de verharding gaat wat sneller achteruit. En dan zou ik zeggen van joh, waarom zet je ze dan daar niet voor in? Of, dat het daar direct toe, ten goede komt. De voorzitter: Wethouder. De heer Meij: Ik vind het interessante gedachte. Maar als u het goed vindt, voorzitter, kijk ik toch even naar de heer Jos. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Die keuze zit vooral in het feit, dat dit incidenteel geld binnen is. Wat we nou ja, in dit geval voor glasvezel, niet voorzien op het moment, dat we een beheerplan maken.

Vervolgens gaan we inspecties doen, er komt een nieuw beheerplan en daar is dan extra geld voor nodig. Dan zou je kunnen zeggen, we gaan eerst al dat geld, dat we de afgelopen jaren hebben, apart zetten. Dan gaan we daarna, na zoveel jaar eens kijken, hebben we dat allemaal nodig, ja of nee? Nu laten we het terugvallen in ons begrotingsresultaat, gaat het terug naar de algemeen reserve. Wordt er een, inspecties gedaan, komen er Pagina 25 van 34

herzieningen van beheerplannen, van de buitenruimte. Dan weten we ook precies, wat we nodig hebben. Anders gaan we allemaal geld apart zetten, waar we eigenlijk nog niet weten, wanneer we dat nodig hebben en in welke mate. Dat is een beetje de hoofdlijn. Die krijgt, ja, degeneratie is heel grillig in wat je binnenkrijgt. En de afschrijvingsniveau, weet je eigenlijk niet op voorhand, wanneer je dat dan nodig hebt. De voorzitter: Gaan we door naar Burger op 1, mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u, voorzitter. De voorzitter: Begint u maar met drie vragen. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja. Ik, aan de tabel op pagina vijf van het, even kijken … Zal je altijd zien, kan ik hem zelf ook niet vinden. Van het … De voorzitter: Er zijn pagina's van de pdf en er zijn pagina's van documenten. Misschien, dat het verschil daarin zit. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dat klopt, daar zit het hem in. Pagina vijf van het document, er staat een tabel over de verhardingsfuncties. En daar staan, links staan daar getallen van één komma twee miljoen. Ik vraag me af, wat het voor getalletjes zijn. En ik vraag me af, wat er bij de meest rechtse kolom overig, wat daar dan mee bedoeld word? Als het gaat over de kwaliteit wegen, kwaliteit. Wanneer, hoe lang ongeveer, begrijp uiteraard, dat dat heel globaal is.

Hoe lang ongeveer heeft een weg, CRW-norm kwaliteit A en hoe lang kwaliteit B? Dus in, na hoeveel jaar gaat hij naar C? Dat er dus gewoon echt, actie ondernomen moet worden. Dat zijn de eerste twee vragen. De voorzitter: Wethouder. De heer Meij: Dank u, voorzitter. Om even met uw tweede vraag te beginnen. Een weg wordt in dertig jaar afgeschreven, technisch. Dat betekent nog niet, dat hij dan helemaal op is. Maar of dat dertig jaar is of langer of korter, dat heeft ook heel erg met het gebruik te maken. Als we nu bijvoorbeeld, even naar de Brienenoord kijken. De nieuwe brug, tenminste het nieuwe deel, wat in 1990 is aangelegd. Die was voor vijftig jaar bedoeld, maar wordt nu na dertig vervangen. Omdat, het wordt enorm gebruikt. De mobiliteit neemt toe. Maar ook, vooral het materieel, wat veel en veel zwaarder is. Dus daar heeft het natuurlijk heel erg mee te maken, of het korter of langer is. Uw eerste vraag, dat is ook weer een technische vraag, wil ik graag doorspelen aan mevrouw Heijboer. De voorzitter: Mevrouw Heijboer. Mevrouw Heijboer: Sorry, was de eerste vraag, wat die één procent inhoudt, of was het een andere vraag? De voorzitter: Want u had het over een tabel, maar ik zie daarin een taart met taartpunten dus. Daar staan geen getallen bij, daaronder. Ja, de y-as, daar staan de bedragen. Mevrouw Heijboer: Dat zijn de vierkante meters. De voorzitter: Uw volgende vragen.

Pagina 26 van 34

Mevrouw Van Nes-de Man: Nou, ik heb nog geen antwoord gehad. Want de wethouder geeft een antwoord, van die wegafschrijving, dertig jaar. Dat was niet mijn vraag. Doe ik zo nog wel een keer. In diezelfde staafdiagram, staat ook nog … De voorzitter: Nou, daar kan ik misschien bij helpen. Het antwoord was, dat het afhangt van het gebruik van de weg, de hoeveelheid en de zwaarte van het verkeer. Dus dat, daar is geen exact antwoord op te geven. Het gaat langer of korter mee, aan de hand van het gebruik. En u mag gerust vervolgvragen stellen, straks. Mevrouw Van Nes-de Man: Nou ja, ik ben ook wel heel eigenwijs, dus ik wil daar nog wel even op ingaan. Maar in het staafdiagrammetje, datzelfde staafdiagrammetje, staat ook een kolommetje, overig. En dat is ook ingevuld. Dus ik ben benieuwd, wat dat is. En mijn vraag is, ik heb enige ervaring in, hoe dat je in theorie dan, met wegen om kan gaan. Kwaliteit A, dat is vrij kort. En kwaliteit B, dat kan drie, vijf of veel meer jaren zijn, voordat hij naar C gaat. Dat het afhangt van gebruik, begrijp ik. Maar moet je dan gemiddeld aan drie jaar denken, dat die categorie B, heeft? Of moet je dan aan vijf of zes jaar denken? Voordat je in die categorie C komt, van die CRW-norm en je dus weer aan onderhoud toe bent. Dat is mijn vraag. De voorzitter: Wethouder.

De heer Meij: Die vraag over overig, wil ik graag even doorspelen naar mevrouw Heijboer. Uw vraag. Kijk, wij, dat staat er ook allemaal in hè. Je hebt natuurlijk dagelijks onderhoud hè, dus dat zijn kleine reparaties. Je hebt groot onderhoud hè. Dat is, waar het hier om gaat. En je hebt natuurlijk op een gegeven moment, na dertig of veertig of vijfentwintig jaar, dat een weg totaal vervangen moet worden. En ja, wat u zegt van drie of vier jaar, dat herken ik gewoon niet hè. Dus het zijn, het is natuurlijk wel zo, naarmate je het goed onderhoudt, die dagelijks onderhoud, maar ook dat planmatig onderhoud, het groot onderhoud. Als je dat goed doet, dan kan een weg natuurlijk veel langer mee. Als je het een beetje op zijn beloop laat, omdat er nou, door bezuinigingen, dan krijg je daarna natuurlijk toch uiteindelijk, de rekening gepresenteerd. Dus goed onderhoud betekent, dat je in die buurt van die dertig jaar gaat komen. De voorzitter: Mevrouw Heijboer. Mevrouw Heijboer: Ja, die één procent, dat zijn de halfverhardingen en stukjes onverhard. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Waren dit uw vragen of heeft u nog iets? Mevrouw Van Nes-de Man: Voorzitter, ik moest eventjes, nee, ik heb er nog twee. Hoeveel kilometer weg hebben we, heeft het waterschap nog in ons gebied, in onderhoud? Is één vraag.

En, onderhoud van wegen, vallen daar ook kleine herinrichtingen onder? Zoals dan bijvoorbeeld aan de Erasmuslaan gepland is, valt dat dan op een gegeven moment onder onderhoud? Of wordt dat gewoon een nieuw plan of een herinrichting, of hoe je het noemen wil? De voorzitter: Wethouder, kunt u antwoord geven op de vraag, aan het waterschap? En de andere vraag. De heer Meij: Ja, dank u. Nee, daar kan ik echt geen antwoord op geven. Benieuwd of … Nee. Dat kunnen we nog voor de raadsvergadering, aan u toe laten komen. U vraagt over die Erasmuslaan. Nee, dat zit niet in dit programma. Erasmuslaan betekent echt, daar heeft de raad geld voor beschikbaar gesteld, om het als een dertig kilometer, GO1 dertig kilometer weg, in te richten. Dus daar is apart budget voor nodig.

Pagina 27 van 34

De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we rond. De inzet, ter debat. Blijft de commissie daarbij? Ik zie sommige mensen nee knikken, mijnheer Knape, ChristenUnie. De heer Knape: Wat ons betreft, mag die ter vaststelling. De voorzitter: Mijnheer Verweij, SGP? De heer Verweij: Wij sluiten ons daar graag bij aan. De voorzitter: Is er iemand, die het daar niet mee eens is? Mevrouw Griep, Partij 18PLUS. Mevrouw Griep: Ja, wij zouden hem graag ter debat willen en dan voor twee minuutjes. De voorzitter: Bedoelt u dan een uitgebreide stemverklaring? Mevrouw Griep: Ja, het is niet mijn punt, moet ik heel eerlijk toegeven. Maar ja, misschien, dat mijn, dat dat wel lukt. De voorzitter: Dan stel ik voor, dat we gaan voor een eerste termijn, van twee minuten. Waarbij 18PLUS als enige partij spreker is en de totale behandeltijd van tien minuten. Dat is akkoord, bij deze vastgesteld. Dank u wel, aan de ambtelijke zijde. En mijnheer Van Waal blijft aan onze zijde. En als wethouder, komt mijnheer Van der Duijn Schouten terug. Maar ik zie hem even … Ja, ik zie hem daar zitten. U mag weer vooraan komen zitten. Ja, ik zag u zo hard wegrennen, dat ik dacht van nou, die, komt die nog wel terug? 7.

Controleverordening Ridderkerk 2023

De voorzitter: Agendapunt zeven, Controleverordening Ridderkerk 2023. Inzet, ter debat. Blijft de commissie daarbij? Ik zie iemand nee schudden. En mijnheer Verweij, SGP steekt zijn hand op. De heer Verweij: Ja, voorzitter. Ik wil eigenlijk wel de suggestie doen, om dat gewoon ter vaststelling af te doen. Als de commissie daarmee kan leven. De voorzitter: Is er iemand, die daar niet mee kan leven in de commissie? Dat is niet het geval. Dan gaat hij ter vaststelling en mogen nu alle mogelijke vragen en meningen worden gegeven. Wethouder, aan u het woord voor een toelichting. De heer Van der Duijn Schouten: Ik ben benieuwd of er vragen zijn. De voorzitter: De voorzitter ook, dat gaan we nu zien. Mijnheer Schop, Echt voor Ridderkerk. De heer Schop: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb één vraag, namens Jim. Die kon er gewoon helaas niet bij zijn, vanavond. Zijn vraag was, wat zijn de extra accountantskosten voor dit onderdeel? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: In principe, geen. Wordt mij zojuist ingefluisterd. Dus dit pakt hij erbij, in zijn proces.

Pagina 28 van 34

De voorzitter: Dus dit antwoord kan u overbrengen aan mijnheer Kloos. Dan zijn we aan het eind van de vragenronde. Blijven we bij, inzet ter vaststelling? Dat is het geval. 8.

Verordening Nadeelcompensatie Ridderkerk 2024

De voorzitter: Kunnen we naar het volgende agendapunt, Verordening Nadeelcompensatie Ridderkerk 2024. Inzet, ter vaststelling. Mijnheer Verweij, SGP. De heer Verweij: Ja, voorzitter. Ik ben in een zeer bevoorrechte positie. Want VVD en CDA hebben mij gevraagd, om mede namens de SGP, toch vooral even met klem te benadrukken, dat het ter vaststelling moet. De voorzitter: Ja, dat is ook het voorstel. Dus u zet daar nog een streep onder. Mijnheer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ja, dat, dan word ik wel een beetje recalcitrant, uiteraard. Maar ik wil toch straks, nog een vraag stellen. En afhankelijk van het antwoord, nou, toch de optie openhouden, dat het debat moet. Maar wie weet, verrast de wethouder me. Daar hoop ik eigenlijk op. De voorzitter: Dat houden we in ons achterhoofd. En gaan we naar mijnheer Van der Duijn Schouten, wethouder, voor een eventuele toelichting. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, vanaf 1 januari treedt de Omgevingswet in werking, zoals u ongetwijfeld weet. Derhalve gaan we over van een planschadeverordening naar de verordening nadeelcompensatie. En dat voorstel ligt nu, voor u voor. Die gaat dus iets verder, dan alleen planschade. Maar goed, dat heeft u kunnen lezen. De voorzitter: Wie wil er een vraag stellen? Behalve mijnheer Kooijman. Dan beginnen we met mijnheer Schop, Echt voor Ridderkerk.

En daarna komt mijnheer Kooijman, ChristenUnie. De heer Schop: Ja, dank u wel, voorzitter. Na het lezen van het artikel, geldt het alleen voor bedrijven of geldt het ook voor particuliere privé personen? Bij artikel vier, bij verordening. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dat geldt voor iedereen, die op wat voor wijze ook maar denkt, dat die door het handelen van de gemeente, schade ondervindt. Dus bedrijven en personen, ja. De voorzitter: Voldoende? Of heeft u een vervolgvraag? De heer Schop: Heb ik een kleine vervolgvraag. Zou artikel vier kunnen aangepast worden? Want er staat hier, en, en, en. Maar het begint met een bedrijf, formulering. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, ik denk, als de heer Schop het wil aanpassen, dat die het voorstel zal moeten amenderen. De voorzitter: De griffier wil graag een toelichting geven. Mijnheer Van Straalen. Pagina 29 van 34

De heer Van Straalen: In het tweede lid staat wel heel duidelijk, als het gaat om schade. Dus dat betekent niet, dat het altijd, maar als het gaat om schade, dan en, en, en. De voorzitter: Mijnheer Schop. De heer Schop: Ja, Ik neem hem even over. De voorzitter: Dat zijn we niet gewend eigenlijk. Dus misschien kan u zachtjes fluisteren, dat mijnheer Schop het uitspreekt. De heer Schop: Sorry, voorzitter. Op de manier, hoe het hier nu staat, dan moet de privé persoon, ook een jaarrekening aanleveren. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Maar gaat het om een verlies aan winst. Ook een privé persoon, die winst verliest, zal ergens winst maken. En als je winst maakt, doe je dat vaak in een bedrijfsvoeringssituatie en heb je aan het eind van het jaar, een jaarrekening waaruit blijkt, wat je winst was en welke winst je verloren hebt. Dus in die zin, moet de schade gewoon aangetoond kunnen worden. Bij een verlies aan winst of inkomsten, wordt dat, wordt de schade aangetoond, met de drie dingen, die hier gevraagd worden. De voorzitter: Mijnheer Schop, misschien is het iets, om nog eens verder over na te denken. En als u tot de conclusie komt, dat het toch veranderd moet worden, dan is de route daarvoor gewezen. Heeft u nog wel een meerderheid nodig in de raad, maar dat is wat mogelijk is. Gaan we naar mijnheer Kooijman, ChristenUnie.

De heer Kooijman: Ja, dank u wel. Ik had een vraag over artikel, moet ik even scrollen, zeven en acht. Want daar zijn, in de toelichting staat ook, dat er iets extra is toegevoegd, namelijk een termijnbepaling. Binnen vierentwintig weken na benoeming van de adviescommissie, wordt er een advies uitgebracht aan het bestuursorgaan. In artikel acht wordt gesteld, bestuursorgaan beslist binnen acht weken na ontvangst, op de aanvraag. Maar daar staat nog een woordje voor. Ik denk, dat als u meegelezen heeft, heeft u het al gezien. Er staat beide keren, in principe. En als je in de verordening iets aangeeft van, in principe binnen vierentwintig weken, of in principe binnen acht weken, dan denk ik ja, wat kan daar iemand dan zeg maar, aanspraak op maken op het moment, dat het niet gehaald wordt die termijn. Dus ik, misschien dat de wethouder eerst kan toelichten, waarom die tweede woordjes, in principe erbij zijn gekomen. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dat kan ik niet. Ik ga ervan uit, dat dit conform de modelverordening is. Maar dat is een aanname, die ik hier nu doe. Tegelijkertijd, we stellen hier termijnen. Daar willen we ook ons aan houden. Maar ik kan me altijd voor, dat er situaties zijn die net weer even maken, dat dat niet gehaald wordt.

Maar in principe betekent gewoon, dit zijn de termijnen en we doen er alles aan, om het binnen die termijnen af te wikkelen. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Ja, die principes, die snap ik wel en die waardeer ik ook wel. Tegelijkertijd denk ik ook, als ik zeg maar als bedrijf of als privépersoon denk, nou ja, iets in te dienen, dan wil ik ook weten, waar ik aan toe ben. Als ik dan na vierentwintig weken nog niet heb begrepen, dat er een advies is opgesteld. En als ik dan na Pagina 30 van 34

acht weken nog eens een keertje wachten, ook nog geen reactie heb gehad, dan denk ik, daar gaat iets niet goed. Als ik dan ga klagen, dan is het ja, maar daar staat ook, in principe. En in dit geval, het was even druk of wat dan ook, wat voor reden, het is nu niet gelukt. Maar in principe, doen we dat wel altijd. Ik denk, dat we hier als raad ook met elkaar wel moeten zeggen van, joh, volgens mij moeten we gewoon termijn afspreken. En als er een gegronde reden is om ja, daarvan af te wijken door wat dan ook, ja, dan gaan we op dat moment maar uitleggen, dat het, dat we ons dit keer niet aan de, onze verordening hebben gehouden. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Nou ja, ik denk, dat het helder is hoe de heer Kooijman erover denkt. Ja, nogmaals, daar kan ik, ja, wat moet ik daar verder van … Ik heb ook geen vraag gehoord, toch of vergis ik me? De voorzitter: Dat klopt, maar u mocht erop reageren. Ja, er staat, in principe acht weken. U kan u ook afvragen, als u die acht weg zou laten, wat je dan moet denken dus. Misschien dat u op deze manier, er nog eens over na kunt denken. Blijven we bij in, mijnheer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ja, ik snap nu even, het principe van uw reactie niet, als we de acht weghalen. Maar … De voorzitter: Nou, ik zat na te denken over, dat u misschien iets ter debat wil sturen.

En u vroeg van ja, als er in principe staat, dan zegt die acht weken niks. Ik gaf u in overweging om te bedenken, als je die acht weken weg zou laten, dan staat er toch echt iets anders. Precies. Dat was de stille hint. Blijven we bij, inzet ter vaststelling. Waarbij ik even zit, met de situatie van mijnheer Schop. Maar dat kan altijd via het presidium, alsnog veranderd worden. Dus dan moet u wel voor het presidium, tot het inzicht komen, dat u een motie wil. Maar ik zou willen, mijnheer Kooijman, ChristenUnie, wil iets zeggen. De heer Kooijman: Ja, ik denk, dat wij dit toch willen laten aanpassen, als daar een meerderheid voor te vinden is. Dus dat is, dat we dan met een amendement moeten doen, denk ik, voorzitter. Dus dan gaat het ter debat, wat ons betreft. De voorzitter: Ik begrijp, dat u in principe, met een amendement komt. Dus dan zullen we dit, ter debat opvoeren. Hoeveel minuten wilt u hebben? De heer Kooijman: Ik kan in principe, met één a twee minuten akkoord gaan, voorzitter. De voorzitter: Nou, u weet, dat het geen in principe is, maar dat er een strikte termijn is. Twee minuten in eerste termijn, vijftien totaal. 9.

Wensen en bedenkingen deelname Staat in aandelenbelang Stedin

De voorzitter: Gaan wij naar agendapunt negen, Wensen en bedenkingen deelname Staat in aandelenbelang Stedin. De inzet is, ter debat. Het is ter debat, omdat met het debat, wensen en bedenkingen worden geuit. Dus dat kan ik niet mooier maken. U kunt zo dadelijk vragen stellen, nadat de wethouder een, even toelichting heeft gegeven. Maar ik wijs erop, dat u vragen kunt stellen over de openbare stukken. Ik vraag ook aan de wethouder, om op toe te zien, als er vragen worden gesteld of dat in de openbaarheid kan. Dan krijgt nu wethouder Van der Duijn Schouten het woord voor een toelichting. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter. Ik hoop, dat iedereen daar zelf ook een beetje naar kijkt. Want u heeft gezien, hoeveel stukken erbij zaten. En ik hoop niet, dat u het me niet kwalijk neemt, als ik van al die Pagina 31 van 34

stukken nog even uit mijn hoofd weet, wat nou vertrouwelijk en ter vaststelling was. Maar goed, dat gezegd hebbende, maak ik het misschien goed, als ik even tot de kern … De voorzitter: Mijnheer Van Duijn, u zult u toch moeten houden, aan de vertrouwelijkheid. Dus we gaan er wel vanuit, dat u dat besef hebt. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat doen, maar dat geldt voor de vragenstellers ook, voorzitter. In dat kader is het misschien goed, als ik het wat voorligt, even afpel. Er is maanden onderhandeld met de staat, over toetreding tot Stedin. Dat is een zeer uitputtend en intensief proces geweest. Maar het heeft er inmiddels tot geleid, dat de staat voor vijfhonderd miljoen, wil toetreden tot Stedin. Dat betekent, dat er een aandeelhouder bij komt. En dat betekent, dat het aandeelbezit van de huidige aandeelhouders in absolute zin, natuurlijk gelijk blijft, maar in relatieve zin, ietsje kleiner wordt. Dat betekent dus ook, dat de toekomstige winsten, met iets meer aandeelhouders verdeeld moeten kunnen worden. De vragen, die nu voorliggen, is één, bent u het ermee eens, dat de staat aandeelhouder wordt? Nou, daar kunt u het mee eens zijn, of niet. Ik denk, dat het redelijk eenvoudig, afgepeld kan worden. En twee is, als college stellen wij u voor, om wat we noemen, de verwatering van ons aandeel. We hebben nu één komma dertien procent van de aandelen.

En op moment, dat de staat toetreedt is, zakt ons percentage naar één procent. Het college stelt voor, om dat maar te laten gebeuren. En als u dat niet wil, dus als u zegt, nou, het moet die één komma dertien blijven. Dat betekent, dat u ongeveer een nou ja, pin me niet vast op een eurootje meer of minder, maar zo’n twee miljoen euro bij moet storten. Wij dachten als college op dit moment van nou, we kunnen dat geld ook beter aan andere zaken gebruiken. Het goede nieuws is, dat er ramingen zijn gemaakt, over de toekomstige dividendinkomsten. Ik weet even niet meer, of die nou vertrouwelijk waren of niet. Dus ik ga niet in de details treden met u. Maar de conclusie is wel, dat wij onze ramingen voor onze dividendinkomsten, voor de komende jaren ook niet aan hoeven te passen, als we de verwatering laten gebeuren. Want we hebben altijd aan de voorzichtige kant gezeten. Dus dat heeft op onze begrotingsresultaten of ons begrotingssaldo, geen negatieve impact. Nou ja, dan heb ik denk ik alweer, eigenlijk meer gezegd, als dat er aan vragen voorligt, per saldo. De voorzitter: Dank u wel, wethouder, voor deze ruimhartige toelichting. Wie van de commissieleden wil een vraag stellen? Het blijft heel stil. Dat is dus niet het geval. Dat betekent, dat we kunnen gaan nadenken over de behandeltijd. Want de inzet is, ter debat.

Wie van de fracties, denkt daarvan gebruik te gaan maken en voor hoeveel minuten? Niemand. Elf keer nul, is nul. Maar we zullen toch zeker, tijd moeten doen. Dus ik stel voor, dat we dan maar een … Vijf minuten? Ja, we moeten een tijd noemen. Het is al, het zal heel snel gaan. Dat kan niet, ter vaststelling. Een eerste termijn van, we zullen toch een termijn moeten vaststellen. Dus dan kiezen we voor één minuut en totaaltijd vijf minuten. En als niemand daarvan gebruik maakt, is dat ook helder. Dan is de conclusie, dat het geen zienswijze is. 10. Instemming 2e wijziging Gemeenschappelijke Regeling SVHW De voorzitter: Gaan we naar agendapunt tien, Instemming tweede wijziging Gemeenschappelijke Regeling SVHW. Voor degene, die niet uit zijn hoofd kan zeggen, wat dat betekent. Dat is het Samenwerkingsverband Vastgoed, Informatieheffing en Waardebepaling. De inzet is, ter vaststelling. Ik zie, dat dat akkoord is. De portefeuillehouder is wederom, wethouder Van der Duijn Schouten. Wilt u een toelichting geven? De heer Van der Duijn Schouten: Nou, voorzitter. De gemeente Drimmelen heeft gezien, hoe succes het was bij Ridderkerk, dat we over zijn gegaan. Dus die dachten, laten we dat ook doen. Die hebben een verzoek gedaan, om deelnemer te worden en in dat kader, moet de regeling aangepast worden. Pagina 32 van 34

De voorzitter: Dank u wel, voorzitter. Is er iemand van de commissieleden, die hierover nog een vraag wil stellen? Mevrouw Dirks, GroenLinks. Mevrouw Dirks: Dank u wel, voorzitter. Als ik het goed begrijp, we hebben dit op 31 augustus ook al behandeld in de raad, ook voor de gemeente Drimmelen. Dus het is, lijkt ons zo dubbel. Is het niet makkelijker, om als er een gemeente toe- of aftreedt, om dat een keer te combineren? De voorzitter: Misschien gaat, is een procedurele vraag, dat ik die even als voorzitter beantwoord. De vraag is al eerder gesteld. Dit heeft te maken met het feit, dat het een Gemeenschappelijke Regeling is. En dat daar wettelijk bepaald is, hoe je invloed kan uitoefenen en dat is onlangs verruimd. Dus dit is een verplicht nummer. Dat is juist, om meer democratische invloed uit te kunnen oefenen, op Gemeenschappelijke Regelingen. En als de behoefte er niet is, dan kan de beurt voorbij laten gaan. Wethouder, wilt u daar nog op aanvullen? De heer Van der Duijn Schouten: Nou, ik ben het met mevrouw Dirks eens, dat dit een, wat dubbel overkomt. Maar als u het anders wil, moet u bij de minister vragen, om de Wet op de gemeenschappelijke regelingen, weer aan te passen. De voorzitter: Dan zijn we aan het einde van deze vragenronde. De inzet is, ter vaststelling. Blijft u daarbij? Dat is het geval. 11.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/954/documents/36371