2023-09-28-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag vergadering commissie Samen wonen 28 september 2023 1.
Opening en vaststelling agenda
De voorzitter: Goedenavond, hierbij open ik de Commissie Samen wonen, allemaal hartelijk welkom. Aan het geluidsvolume was te horen dat iedereen voelde dat het acht uur werd. Alle fracties zijn vertegenwoordigd, welkom aan de groep wethouders en ambtenaren die in grote getalen daar op de publieke tribune zitten, de pers en het publiek. Alle fracties zijn netjes vertegenwoordigd. Dan gaan we eerst naar de agenda en zo dadelijk komt de vraag of u daarmee kan instemmen. Maar ik ga eerst nog een verhaaltje vertellen over het laatste agendapunt, dat is het voorstel Kredietinventaris Museumschool Rijsoord. En u heeft ook een mail van mij bereikt via de griffie hierover, maar ik wil ook nog even in het openbaar zeggen hoe we met dat agendapunt willen omgaan. Bij dit agendapunt kunnen alle vragen gesteld worden en antwoorden gegeven worden die in de openbaarheid aan de orde kunnen komen. Als dat is afgerond, dan zal ik de commissie en de wethouder vragen of er nog iets is dat, gelet op de positie van de gemeente in deze rechtszaak, alleen in de beslotenheid aan de orde kan komen. Als dat het geval is, dan zal ik het publiek danken voor de aanwezigheid bij het openbare deel van de vergadering en vragen de zaal te verlaten en worden de deuren gesloten. Dan stel ik als voorzitter de commissie voor om in beslotenheid te vergaderen en moet de commissie daarover een besluit nemen.
Afhankelijk van de beslissing vergaderen we dan verder in de beslotenheid of sluit ik de vergadering. Vergaderen we in de beslotenheid, dan geldt van rechtswege geheimhouding op het besprokene volgens artikel 23 van de gemeentewet. Als er tijdens het openbare deel één vraag wordt gesteld waarop de wethouder naar zijn mening alleen achter gesloten deuren kan antwoorden, vanwege onze positie in een juridisch geschil, dan neem ik aan dat hij dat zal aangeven. Dan bij deze de vraag of u kan instemmen met de agenda. Dat is het geval, waarvoor dank. 2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld
De voorzitter: En gaan we naar agendapunt twee, spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er zijn geen aanmeldingen binnengekomen en zijn we aan het einde van dit agendapunt. 3.
Vaststellen besluitenlijst commissie Samen wonen van 31 augustus 2023
De voorzitter: Agendapunt drie, vaststellen besluitenlijst Commissie Samen Wonen van 31 augustus 2023, zijn er commentaar of opmerkingen of bladzijde één, bladzijde twee, bladzijde drie? Dan wordt de besluitenlijst vastgesteld zoals aan uw voorgelegd. Gaan we naar de acties, actiepunt twee, de raadsinformatiebrief Metropolitane Fietsroute, de fractie van de ChristenUnie heeft laten weten dat de raadsinformatiebrief niet geagendeerd hoeft te worden, actie vervalt. Actie vier, raadsinformatiebrief voorontwerp 't Ronde Sant, de kosten van het ondergronds parkeren. De vraag is beantwoord en is afgedaan en hetzelfde geldt voor actie vijf, wijziging bebouwde komgrens Noldijk, deze vraag is beantwoord en afgedaan. 4.
Startnotitie Transformatie Centrum Oost, planMER en gebiedsvisie
De voorzitter: Agendapunt vier, startnotitie transformatie Centrum Oost, planMER en gebiedsvisie, de inzet is ter debat, kan dat op instemming van de commissie rekenen? Ik zie geknik, dan betekent dat u technische inhoudelijke vragen kunt stellen en ik nodig Wethouder Van der Duijn Schouten en mevrouw Van Mill uit om plaats te nemen. Het woord is aan wethouder Van der Duijn Schouten als hij een toelichting wil geven op dat agendapunt.
Pagina 1 van 32
De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel voorzitter, dat wil ik wel even kort doen. Ons bereiken regelmatig initiatieven voor het gebied zoals in de startnotitie aangeduid als Centrum Oost. Er zitten ook wel wat plekjes in die best wat aandacht verdienen, alleen het lijkt ons verstandig om dat wel in de samenhang der dingen te zien. Dus niet het ene potje wel, het andere niet of ergens iets doen waarna het ook weer effect heeft op het andere deel in het gebied wat je dan niet meeneemt. Dus het leek ons verstandig, het is al eerder een aantal jaar terug hier een keer denk ik wel eens over gegaan, om een visie voor het hele gebied te maken. En met het hele gebied bedoel ik dan, in de startnotitie zit denk in een kaartje waarin het mooi is aangegeven. Dus dat is nu al een beetje een gemengd gebied, want er zitten winkels, wat bedrijventerreinen, er wordt ook gewoond. Dus wij willen daarmee aan de slag het komende jaar en voordat we daarmee aan de slag gaan hebben wij middels een startnotitie getracht u beetje een beeld te geven over hoe we dat proces zien en welke stappen we daarin willen zetten. Vandaar deze startnotitie en ik ben benieuwd of daar nog vragen over zijn. De voorzitter: Wie wil daarvan gebruik maken? Mijnheer Lapaer van Leefbaar Ridderkerk, hoeveel vragen heeft u? Eén vraag. Mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid, vier vragen. De heer Rijsdijk: Ik heb er zes.
De voorzitter: Zes. Mijnheer Knape, ChristenUnie. De heer Knape: Twee. De voorzitter: Mevrouw Dirks, één van GroenLinks. Mijnheer Borst van de VVD. De heer Borst: Drie. De voorzitter: Mijnheer Mijnders van het CDA. Dan beginnen we met mijnheer Lapaer van Leefbaar Ridderkerk voor uw ene vraag. De heer Lapaer: Dank u, voorzitter. Ik lees in het stuk over kleinschalige bedrijvigheid in wonen en mijn vraag is, misschien heb ik het niet goed terug kunnen vinden, maar is het de bedoeling dat er dan wonen gesitueerd wordt in een wooncomplex of is het met een bedrijfswoning? Weer in die hoedanigheid. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Het is in principe de bedoeling dat er gewoond wordt in woningen, al dan niet in een complex. Dus het is niet zo een woning bij een bedrijf maar echt meer gemengd in een gebied dus met echt wooncomplexen. De voorzitter: Mevrouw Dirks, GroenLinks. Mevrouw Dirks: Dank u, voorzitter. Eerder vanavond had ik nog een bericht gestuurd naar de commissieleden over het aanpassen van een regel in het voorstel, dit bleek technisch niet haalbaar te zijn blijkbaar. Vandaar dat ik nu even de vraag stel van, in de paragraaf duurzaamheid en ecologie staat de zin duurzaamheid hoeft een functionele inrichting niet altijd in de weg te staan.
Is dit dus een beetje een misplaatste zin, of is dit de ambitie van het college? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten.
Pagina 2 van 32
De heer Van der Duijn Schouten: U had iets naar de commissie gemaild, maar op de een of andere manier is die ook bij mij terechtgekomen en ik vond dat een prima suggestie om de tekst op deze manier aan te passen. Dus ik weet niet wie u gezegd heeft dat het technisch onmogelijk is, maar als het hier niet kan, dan rest u denk ik niet anders dan het stuk te amenderen. Maar als de commissie dat vanavond niet met die tekstvoorstel kan komen, dan zou ik een amendement ... ik ben het helemaal met u eens, doe het makkelijk, maar als het een amendement moet worden, is dit een amendement waar ik positief tegenover wil staan, ik denk dat het een aanvulling is voor het stuk. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik moet hier toch als voorzitter een kleine correctie op toepassen. Het gaat namelijk om een zinsnede in het voorstel en het voorstel is tekst van het college, dus dat is in principe zoals het college het geschreven heeft. U mag er iets van vinden, maar dat is niet iets wat we veranderen. Want wij nemen een besluit en we stellen de tekst van de startnotitie vast. Dus als u iets wil veranderen, dan kan het besluit veranderd worden in de tekst van de startnotitie. Maar het voorstel in die tekst, dat is gewoon wat er staat. Dan gaan we naar mijnheer Knape van de ChristenUnie, twee vragen.
De heer Knape: Voorzitter, dank u wel en dank aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen die we hadden ingediend. Ik wil graag nog eventjes inzomen op vraag twee, dat gaat over de cultuurhistorische waarden. Ik heb daar twee vragen over. De eerste er is in de ... Ik moet het even goed zeggen, In het voorstel wordt, in het beleidskader wat wordt opgesomd, wordt cultuurhistorische waardenkaart van het centrum benoemd. Maar we hebben ook een cultuurhistorische waardenkaart van het buitengebied en juist daarin wordt ook de lintbebouwing van de Havenstraat als waardevol aangegeven. Mijn vraag is, wordt daar wel nog rekening mee gehouden bij het opstellen van het plan. De voorzitter: En uw tweede vraag is? De heer Knape: Tweede vraag is eigenlijk wel een vervolgvraag daarop. Er wordt nu aangegeven, er is één pand wat, moet ik het even goed zeggen, een gemeentelijk monument is. Daarnaast hebben we natuurlijk die waardenkaarten vastgesteld waarin wordt aangegeven wat hoog waardevol is en wat minder waardevol is voor de cultuurhistorie. Maar we hebben wel te maken met een gebied wat ook met de geschiedenis van Ridderkerk ... Wat te maken heeft met de historie van Ridderkerk, de haven lag daar vroeger, de oude haven van Ridderkerk die in 1910 gedempt is.
En wij zouden het heel mooi vinden als ChristenUnie als we in de planvorming van dit gebied ook daarnaar gaan kijken op welke manier dat we dit nu terug kunnen laten komen in dit gebied, zichtbaar kunnen maken. Wij zien nog niet helemaal voor ons hoe dat dan zou moeten, maar ons verzoek is wel om daar ook aandacht voor te hebben bij het opstellen van het plan De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Even op het eerste punt terug te komen, die lintbebouwing is inderdaad benoemd, maar niet als waardevol, maar als een aandachtspunt. Maar hoe het ook zij, we nemen dat mee. Ik bedoel de hele cultuurhistorie en vanaf de Singelkerk gezien is het hoog waardevol en ook daar zitten waardevolle elementen. Dat wordt allemaal meegenomen in het gebied en uiteraard met oog voor de historie. Die haven terugzien, we gaan geen haven graven, dat u hem terugziet, de doorstroming naar het centrum komt dat niet ten goede. Ik hoor wat u zegt, maar ik ben ook wel blij dat u zelf ook aangeeft, ik weet niet helemaal hoe dat dan moet, want ik zie dat nu ook niet voor me. Maar het is wel een punt wat we in die visie mee zullen nemen, want het is ook ons bekend dat daar vroeger inderdaad een haven ... Het heet niet voor niks de Havenstraat natuurlijk. Dus we nemen en er is absoluut aandacht voor de cultuurhistorie in de breedte van het gebied. Pagina 3 van 32
De heer Knape: Tevreden en blij dat dat er in ieder geval aandacht voor is en we gaan dat volgen. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik over het hoofd gezien om mevrouw Dirks gelegenheid te geven om nog te reageren op wat ik gezegd heb en de wethouder. Mevrouw Dirks, GroenLinks. Mevrouw Dirks: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog eigenlijk geen antwoord gekregen op mijn vraag. De voorzitter: En welke vraag bedoelt u? Mevrouw Dirks: Of die die zin een ongelukje was, een misplaatste zin, of dat het inderdaad de ambitie is van het college. De voorzitter: Ik meen de wethouder er iets over te horen hebben zeggen, maar dat mag hij zelf nog toelichten, wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: We willen daar uiteraard met duurzaamheid aan de slag, want dat vinden we belangrijk, ook in dit gebied en we hebben aangegeven dat dat ook kan omdat het functioneel niet in de weg hoeft te zitten. U had het liever wat positiever geformuleerd, maar zoals ik net al aangaf, de zinsnede zoals u hem schetst had wat mij betreft ook prima gekund. Ik had toen inderdaad nog even niet helder dat dit in ons voorstel zat en niet in de startnotitie, maar de essentie is dat we duurzaamheid belangrijk vinden en dat het een plekje krijgt in de visie waar we daarmee aan de slag gaan. De voorzitter: Waarvan akte. Gaan we naar mijnheer Mijnders, CDA. De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter.
Ik heb ook een vraag over het raadsvoorstel van het college, want onder het kopje Duurzaamheid en Ecologie staat het kopje Inclusiviteitstoets. En het college heeft aangegeven, niet van toepassing, maar ziet het college geen kansen om de inclusiviteit dus integrale toegankelijkheid juist te verbeteren in dit gebied? De voorzitter: En uw tweede vraag is? De heer Mijnders: Excuus, die was al gesteld door een andere partij. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten De heer Van der Duijn Schouten: Uiteraard nemen we dat mee, alleen in het kader van de visievorming zal dat heel erg op hoofdlijnen zijn, maar het is natuurlijk straks als we daar met plannen aan de slag gaan voor de werkelijke transformatie, dan zijn dat dingen die nadrukkelijk moeten landen in de uitwerking van het geheel. De visie zal toch hoofdzakelijk hoofdlijnen zijn en uiteraard is inclusiviteit dan ook belangrijk, maar we gaan niet in de visie aan de slag met een schuin stoepje hier en een stoeptegel daar. Ik bedoel, dat is veel te gedetailleerd en daar leent de visie zich ook niet voor. Dus we nemen het mee, want ik begrijp dat niet van toepassing ook wellicht niet de meest handige formulering is in deze. Dus het heeft daarin ...
Maar u hoopt dat u begrijpt dat het in de visie hoog over is en dat er straks in de uitwerking van gebouwen, winkels, toegankelijkheid van het gebied, allemaal uiteraard een veel duidelijkere plek zal krijgen dan het niet van toepassing wat nu hier staat. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Borst, VVD. Stelt u maar eerst de twee vragen.
Pagina 4 van 32
De heer Borst: Dat is goed, voorzitter. Dan ga ik dat doen. In de startnotitie wordt gesproken over transformatievarianten en ik vroeg me af wat er dan precies wordt verstaan onder een transformatievariant. Wat hoort daar allemaal bij, wat zit daarin, waar bestaat dat straks uit, wat krijgen we dan straks te zien? En de tweede vraag, bij de Gebiedsvisie over de Rivieroevers kwamen we uiteindelijk tot de conclusie dat eerst een mobiliteitsstrategie eigenlijk opgesteld moest worden voordat we gingen ontwikkelen. Omdat de verkeersafwikkeling kaderstellend bleek om die ontwikkelingen mogelijk te maken. Volgens mij de situatie op de Rijnsingel nu, in Bolnes, waar we afgelopen week een bijeenkomst over hebben gehad, die maakt dat opnieuw duidelijk volgens mij. Hoe gaan we nou straks die randvoorwaarden, die kaderstellende rol die mobiliteit heeft terug laten komen in deze startnotitie? Dat had ik nog niet gezien. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Als u het niet erg vindt, dan zal ik de vraag met de transformatievarianten straks even ... Ik hoop dat mevrouw Van Mill daar een antwoord op kan geven. Uiteraard is verkeer belangrijk, maar we zien nu ook al dat daar problemen zijn.
Ik noem alleen maar even het achteruit parkeren bij de Dirk van den Broek, wat de verkeersdoorstroming op de dijk nou niet echt bevorderd als die chauffeur dan aan het steken is. En ook die Havenstraat die overgaat in de Noordenweg, dus dat zijn allemaal ook verkeersaspecten die nu niet optimaal zijn en dat wordt straks meegenomen in onze visievorming. En uiteraard betekent dat als we het gebied anders gaan doen, wat andere verkeersintensiteiten met zich meebrengt, dat we dat ook mee moeten nemen in onze visievorming. Maar er zijn natuurlijk veel meer van dat soort aspecten die daar straks moeten landen. Maar ook verkeer is daar uiteraard heel belangrijk, maar ook nogmaals het parkeren om er eens eentje te noemen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Mill, aan u het woord. Mevrouw Van Mill: Dank u. Transformatiescenario's, wat verstaan we daaronder? Het is de bedoeling dat we eerst beginnen met wat grove schetsen. Je kan daarbij denken aan aandacht voor massa's, voor functie, structuur in het gebied. Een mix van functies waarbij je denkt bijvoorbeeld van, gaan we dichter richting het centrum, juist aansluiten op het centrum of gaan we daarom meteen wat meer de hoogte in? Hoe mixen we dat eigenlijk met een stukje wonen en behoud van bedrijvigheid, dus zo willen we eerst wat verschillende varianten op papier zien, op basis waarvan we die verder gaan onderzoeken in een planMER.
Waarbij je daar dus eruit haalt met alle onderzoeken die daarbij komen, ten huize van verkeer, cultuurhistorie, bodem, duurzaamheid, de mix met wonen en bedrijven. Waar je dan op uithaalt wat de beste variant is en dat is de bedoeling dat die landt in de gebiedsvisie. Dus we beginnen eerst echt heel grof met verschillende modellen en dat verder uitzoeken. De voorzitter: Mijnheer Borst voor eventuele reactie en uw laatste vraag. De heer Borst: Dus als ik het goed begrijp, zijn die transformatievarianten in feite gewoon de scenario's, de opties waarin de verschillende mogelijkheden en ... Helder, dank. Mijn laatste vraag, we hebben een tijdje terug, ik had het er net al over, ook een gebiedsvisie opgesteld voor de Rivieroevers. Wat doen we dit keer nou echt anders bij het opstellen van deze gebiedsvisie ten opzichte van die vorige keer dat we een gebiedsvisie hebben gemaakt? De voorzitter: Wethouder.
Pagina 5 van 32
De heer Van der Duijn Schouten: Ik denk niet zo heel veel, het is alleen een ander gebied, maar het proces ... Toen hebben we gebiedsvisie voor dat deel gemaakt, nu gaan we met een gebiedsvisie voor dit deel van Ridderkerk aan de slag. Dus ik heb zo op mijn netvlies niet dat daar hele grote verschillen in de procedure in zitten. De voorzitter: Mijnheer Borst. De heer Borst: Heel kort dan nog een aanvullende vraag. Bij het uiteindelijke resultaat van die visie hebben een aantal partijen in het debat toen ook aangegeven dat we toch wat concrete kaders in die visie misten. Nu snap ik dat het een visie is en een visie blijft. Ziet de portefeuillehouder nou nog een andere manier van uitwerken van die visie voor zich ten opzichte van de vorige keer? De heer Van der Duijn Schouten: Goed, het uitwerken van de visie zal later en daar zal ook voor een deel wellicht bij marktpartijen komen te liggen, want natuurlijk zegt ... Er zitten daar ... De gemeente heeft nauwelijks of geen positie, wel een klein beetje, maar nauwelijks positie in het gebied. Maar we zien wel dat er een hele hoop initiatiefnemers met plannen komen en we willen nu ook een visie voor hun maken zodat zij en wij ook hun plannen kunnen toetsen naast de visie die u straks vaststelt.
In juni willen we ook een keer met een concept, met een plan naar uw raad komen en als u dan denkt dat er nog zaken concreter moet of anders, kunnen we dat uiteraard meenemen. Daarom is er daarna ook nog drie maanden de tijd om wat er in de commissie komt te verwerken. Maar goed, het is aan uw raad hoe gedetailleerd u met een visie aan de slag wil, maar dat moet wel een visie blijven denk ik. De voorzitter: Mijnheer Mijnders, CDA, wil stapelen. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Wij zitten wel een beetje met hetzelfde punt als de heer Borst van de VVD. Want richting de raad hadden wij ook zoiets, als we dan kijken naar de startnotitie wordt wel de woonvisie genoemd, maar eigenlijk voor de rest qua wonen wordt er niet over gesproken. En ik voel wel een beetje aan wat de heer Borst ook voelt richting verkeer van, er zijn heel veel dingen genoemd in de startnotitie, maar eigenlijk wil je er als raad wel dieper op ingaan. Dus ik vroeg me ook af, is bijvoorbeeld dan een mogelijkheid in die visie om bijvoorbeeld echt een specifieke kop te doen van wonen en dat het college dan kijkt welke richting of welke ambities ze daar hebben en ook qua verkeer? Dat je op die manier wat meer duiding geeft aan die vele raakvlakken die er in de startnotitie staan. De voorzitter: Wethouder.
De heer Van der Duijn Schouten: Dat kan en ik denk dat dat ook zal gebeuren, want wat ik nu zie is dat er met name initiatieven naar ons toe komen om te transformeren naar wonen. We kennen allemaal de situatie op de woningmarkt op dit moment, dus dat zijn best initiatieven waar wij positief tegenover staan. Maar waar we ook wel in deze visie een richting willen geven van, wat vinden we dan passend in dat gebied en op welke plek is dat dan passend en wat zijn de mogelijkheden in de rest van het gebied? Ik bedoel, de Havenstraat is al wonen. De visie moet nog komen, maar ik denk niet dat er uitkomt breek de Havenstraat af. Dus er blijft al een deel wonen en hoe maak je het andere deel hier nu passend in, met eventueel de bedrijvigheid die nog blijft? Dus ik denk dat juist op het aspect van wonen, er zijn een aantal beleidsstukken genoemd, maar wonen en verkeer zullen wel diegene zijn die, met name in die visie straks, een duidelijke visie moet komen wat we dan op dat punt in dat gebied willen?
Pagina 6 van 32
De voorzitter: Ik zie dat het antwoord helder is. Gaan we naar mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid. En u mag uw zes vragen in driemaal twee verdelen. De heer Rijsdijk: Dat is goed voorzitter. De wethouder gaf aan dat de visie ook wordt opgesteld om richting te geven aan de marktinitiatieven, hoeveel initiatieven zijn er? Moet ik dan bijvoorbeeld denken, zijn er drie, zijn het er meer? Hoeveel partijen hebben zich gemeld om iets in dit gebied te doen, dat is mijn eerste vraag. En mijn tweede vraag betreft de participatie, waarom wordt ervoor gekozen om dat uit te besteden aan een extern bureau en neemt de gemeente dat niet zelf ter hand? Dank u wel De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, hoeveel ... Er ligt formeel nog geen een initiatief, mensen melden zich en dan geven wij aan dat het op dit moment nog niet rijp is. En daarin zie je ook dat het fluïde is, de ene keer heeft iemand gesprek met twee eigenaren in de stadsinitiatief en een paar maanden later meldt iemand anders zich weer die met een andere eigenaar en weer iemand gesproken heeft. Dus we zien gewoon dat het beweegt in dat gebied, maar ik kan nu niet zeggen er zijn twee of drie initiatiefnemers, want de ene keer komt voor een heel groot deel en een andere keer is dat weer anders.
Participatie willen we graag goed doen en op dit moment ontbreekt intern de capaciteit, dus daarom hebben gezegd, laten we dat dan uitbesteden, want we willen het niet houtje-touwtje intern doen. Het is belangrijk, dus het moet goed gebeuren en daarom zetten we het in de markt. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, een eventuele reactie en uw volgende twee vragen. De heer Rijsdijk: Dank u, voorzitter. In reactie, het wordt dus uitbesteed, de participatie, vanwege een probleem nu met de interne capaciteit. Geeft de gemeente daar wel een kader in mee of wordt dat aan de externe partij echt vrijgelaten? Mijn volgende vragen die betreffen, het is bij de afbakening van een gebied natuurlijk ook altijd ... Daar worden ook keuzes gemaakt, soms wordt er dan nog een stukje bijgehaald, soms valt er een stukje af. Is er overwogen om ook Trelleborg mee te nemen, omdat je juist zou kunnen zeggen dat het ook een gebied is wat zich bij uitstek leent voor transformatie? Mijn andere vraag die betreft de kruising bij de Sint Jorisstraat, de Havenstraat. Daar is in het verleden ook wel over gesproken met de werkgroep Sint Jorisstraat, die wat breder is dan de naam van de werkgroep doet vermoeden. Op het moment dat die kruising bekeken gaat worden, aangepakt gaat worden, is het de bedoeling dat die werkgroep dan ook weer betrokken zal worden? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder.
De heer Van der Duijn Schouten: Om met het laatste te beginnen, aangepakt gaan worden. We gaan nu met een visie aan de slag en in de visie mag iedereen participeren die er belang heeft, dus ook juist Havenstraat, Sint Jorisstraat is denk ik belangrijk dat daarin geparticipeerd wordt waar het gaat over verkeer. Maar ik wil nu nog even wegblijven dat er überhaupt iets aangepakt gaat worden en hoe dat aanpakproces eruit gaat zien. We zitten nu in de visievorming en in die visievorming willen we breed participeren. Wat u net aangaf ook over die participatie, u besteed het uit, dat klopt, maar uiteraard houden we wel de regie. Het is niet zo dat we tegen een bureau zeggen, ga eens even lekker participeren. Er zullen aan de voorkant wel heel duidelijk de kaders en de randvoorwaarden en ook wat wij met die participatie willen bereiken, worden meegegeven. Trelleborg terrein willen we hier niet bij betrekken, ten eerste qua ontwikkelingen zijn die doorlooptijden waarschijnlijk niet gelijk, het gebied grenst hier ook niet aan. En dat kaartje, ik bedoel uiteindelijk, daar zit nog
Pagina 7 van 32
het een en ander tussen. En daarbij komt dat op de Trelleborg terrein op dit moment aan het nadenken is wat ze daarmee willen, dus we zien dat even los van dit gebied Centrum Oost nu. De voorzitter: En uw laatste twee vragen, mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter, mijn andere vragen die betreffen, in het stuk wordt gesproken dat de gemeente een faciliterende rol vervuld. Zou dan toch niet eigenlijk de wethouder beluisterende een coördinerende of een regisserende rol passender zijn dan een faciliterende rol. En mijn laatste vraag, er wordt nu voor dit gebied een gebiedsvisie opgesteld, ook ingegeven door de Omgevingswet, is het de bedoeling om ook voor andere gebieden een gebiedsvisie te gaan opstellen? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Zodra ik plannen heb om voor andere gebieden een visie op te gaan stellen, dan meld ik me bij u, ook weer met een startnotitie. Voor één gebied heb ik al gemeld dat daar nu over nagedacht wordt. Op de lijst stond dat u daar nog een RIB over krijgt, die komt als het goed is ... Zit hij morgen bij u bij de weekmail. Regie, faciliterend, kaderstellend, ik bedoel, wij gaan nu met een visie aan de slag en we gaan daar als gemeente college, u, raad, gaan wij met zijn allen daar een visie op vormen en daarmee min of meer bepalen wat we daar een gewenste ontwikkeling zien in dat gebied.
En dan kunnen vervolgens mensen die initiatieven hebben, kunnen die dat toetsen aan de visie die wij hebben. Ik denk dat we daarmee redelijk kaderstellend zijn, dat we ook redelijk aan de voorkant zitten. En uiteindelijk als iemand met iets komt wat een heel mooi plan is en wat pas binnen onze visie, dan gaan we dat vervolgens ook graag faciliteren. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk knikt dat de vragen voldoende beantwoord zijn. Dan zijn we aan het einde van de vragenronde. Een eerste vraag aan de commissie of u blijft bij inzet ter debat en zo ja, hoeveel minuten u wilt hebben in de eerste termijn? Ik zie een bod van twee, nog een bod van twee, één bod van drie, twee boden, het wordt dan drie minuten. Zijn er partijen die niet aan het debat denken deel te nemen, de meeste wel begrijp ik, gaan we even rekenen. Eerste termijn, 3 minuten, totale behandeltijd 75 minuten. Zaten te twijfelen tussen 60 en 75, dan gaan we voor 60 proef ik. Drie minuten met het aantal fracties en er is al een half uur kan erdoorheen zijn, daar moeten gewoon rekening mee houden. Het college wil reageren, we hebben tweede termijn, dus korter dan een uur kiezen we niet. En prima als het maar drie kwartier duurt, dan houden we een kwartier over. 5.
Memo Oeverconstructies Park Maasdonck
Agendapunt vijf, Memo Oeverconstructies Park Maasdonck en dank aan mevrouw Van Mill en u wordt opgevolgd bij dit agendapunt door mevrouw Bos, welkom. Memo Oeverconstructies Park Maasdonck, inzet der debat. Dat wil er wel in, zie ik. Dat betekent dat er technisch inhoudelijke vragen kunnen worden gesteld en is het woord aan wethouder Van der Duijn Schouten voor een toelichting. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel voorzitter. Afgelopen jaar is gebleken dat een van de damwanden in Park Maasdonck binnen twee à drie jaar vervangen moet worden. Daar ontstonden in de ... Wat voor de uitstroming van gronden en toen bleek dus dat de damwand niet meer doet wat hij moet doen. Dus daar hebben we op geacteerd, ook gekeken wat dat doet in de omgeving. En het blijkt dus dat dat het vervangen van die dam, wat een hele complexe operatie is, die ook veel impact kan hebben op de omgeving. En als college willen we dat nou met de grootste mate van zorgvuldigheid aanvliegen. En dat betekent dat we ook heel goed in beeld moeten brengen wat de consequenties van die vervanging mogelijk zijn. We hebben u daar Pagina 8 van 32
ook een memo over toegestuurd en we hebben ook nog even de juridische aspecten in beeld laten brengen, dat hebben we u ook doen toekomen. En daarmee hoop ik ook dat we een beetje een beeld geschapen hebben denk ik van de complexiteit van wat voorligt. Je kan er niet even een damwandje voor slaan, je kan er ook niet even een damwandje achter slaan, hem zomaar weghalen en dan een nieuwe kan ook niet. De ondergrond is ook complex, er ligt een ouwe scheepshelling er is in het verleden betonblokken gestort. Dus wat het is, het is heel complex. We willen het goed doen en om het goed te doen, moeten we aan de voorkant fors investeren om in beeld te brengen wat de consequenties van werkzaamheden in dat gebied zullen zijn voor de aanwezige bebouwing. En om dat goed te doen, is geld nodig. Dus vandaar nu ook dat er een voorstel voor ligt om daar de benodigde middelen voor beschikbaar te stellen, zodat we door kunnen gaan met de voorbereidingen daarvoor. Dat was het even op hoofdlijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Duidelijk verhaal, mooi beknopt. Wie wil vragen stellen? Mijnheer Mijnders, CDA, hoeveel? Eén vraag. Gaan we naar de andere kant, mijnheer Kooijman, ChristenUnie, drie vragen. Mijnheer Rijsdijk, eentje minder dan daarnet, vijf stuks. En mijnheer Coule, Burger op 1, één vraag. Beginnen we met mijnheer Mijnders, CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter.
De ChristenUnie had er ook al schriftelijke vragen over gesteld, we willen er toch even op doorgaan. Als het gaat om dat impact die het nu heeft, wat er nu gebeurt daar zo, dat dat geen impact zou hebben op de bouwconstructies en de constructies zelf van alle appartementen, gebouwen in de omgeving. Die begrepen we niet helemaal als CDA, want de gebouwen zouden op zichzelf moeten staan. Dus alles wat er gebeurt in de omgeving, dat heeft dan geen invloed, dat zou er niet mee te maken hebben. Terwijl, en dat is een technische vraag, is het niet juist zo dat juist de omgeving als er singels zijn, als de grond weggaat, dat dat juist wel impact kan hebben op de fundering van de gebouwen daar zo en dat dus wel met elkaar te maken heeft? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ik begrijp dat, ik begrijp die vraag en ik snap ook dat het lastig is, maar het is zo dat de gebouwen daar zijn onderheid. In principe moet die fundering het gebouw dragen, ook als daar geen grond naast zit. Die damwand is er om te zorgen dat in het buitengebied de straat ook op zijn plek blijft. Als daar de grond onderweg loopt en dat zie je nu ook gebeuren en dat stuk is dus ook afgezet, omdat dat nog steeds niet veilig is en dat moet ook nog even zo blijven.
Tegelijkertijd is het zo, als wij daar een nieuwe damwand in de grond gaan slaan, ik noem het maar even oneerbiedig, dan doet dat wel wat in het gebied met trillingen. En dat kan wel effect hebben op de gebouwen, gerelateerd aan de werkzaamheden die daar gebeuren. Dus de werkzaamheden voor de vervanging kunnen impact hebben op de gebouwen en dat willen we dus aan de voorkant heel goed inzichtelijk maken. Maar het functioneren van de bestaande damwand an sich heeft geen impact op het bestaande gebouw of zou dat in die trant niet mogen hebben en heeft het dus ook niet. Dat er andere dingen in het gebied gebeuren met een dijk die duwt en een rivier die zuigt, dat zijn allemaal externe factoren, maar dat zou ook zo zijn als die damwand daar niet lag. Dus het is een complex gebied, maar de damwand an sich, het gebouw zou ook zonder damwand moeten blijven staan, even los van het feit dat dan uiteindelijk alles wegspoelt en je niet meer buiten kan of naar binnen. Maar het zou geen impact mogen hebben op het gebouw zelf. De heer Mijnders: Dank.
Ik moet even nadenken over een vervolgvraag, maar staat het dan wel tekstueel goed verwoord? Want u geeft ook aan dat het in principe geen impact heeft en dat juist bij wijze van spreken onderhoud aan zo'n damwand wel impact kan hebben op de constructie, maar nu staat in de stukken dat hoe dan ook het onderhoud van die damwand geen impact heeft op de fundering van de gebouwen zelf. Pagina 9 van 32
De voorzitter: U had eigenlijk niet het woord, maar we zullen toch de vraag doorspelen aan de wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dan moet u meer denken aan de staat van onderhoud, die heeft daar geen impact op. Dus als wij hem niet laten ... Ik bedoel, een niet goede damwand, dus die niet goed onderhouden wordt, heeft geen consequenties voor de gebouwen. Het onderhoud zelf, het groot onderhoud aan zo'n damwand kan het wel hebben. En dan zie ik vervanging maar even als het ultieme grote onderhoud, omdat er dan ook wij als gemeente in dat gebied aan de slag moeten. Het is eigenlijk net zoiets als we hier aan de Blaak hebben, als we straks de flat gaan slopen, heeft dat effect op de gebouwen en dat moeten we monitoren. We gaan hier misschien een damwand uit de grond trekken, dat geeft trillingen en nieuwe ... Nogmaals, ik heb geen idee nog hoe die vervangen moet gaan worden, de experts met mij ook nog niet. Vandaar dat dat ook zo gruwelijk veel geld kost om in kaart te brengen hoe je dat moet gaan doen. Want als wethouder financiën vind ik het natuurlijk verre van fraai dit voorstel, maar goed, dat ter zijde. Om dat goed in beeld te brengen, we willen voorkomen dat die werkzaamheden straks wel effect hebben op de gebouwen, maar het gaat puur om het uitvoeren van werkzaamheden en niet om de damwand op zichzelf.
De voorzitter: Uw voorzitter werkt bij een aannemer en die kan dit verhaal begrijpen. Mijnheer Kooijman, u mag stapelen. De heer Kooijman: Nou weet ik weer waarom ik iets mis, omdat ik nog nooit bij een aannemer heb gewerkt. Ik probeer het toch te begrijpen, het is veel geld, dat geeft de wethouder aan en volgens mij heeft dat geld ook alles te maken ... We vinden het ontzettend belangrijk dat dit gebeurt, want stel dat die gebouwen er niet hadden geweest, dan hadden we misschien wel een opgave gehad om de damwand weer te herstellen, maar hadden we volgens mij nooit zoveel onderzoek en alle registers opengetrokken om nu te onderzoeken wat er precies aan de hand is. Dus, ik begrijp het niet. Maar ik heb niet in de aannemerij gezeten, dus misschien kunt u het nog een keertje behandelen. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ik ook niet in de aannemerij gezeten. Het onderzoek is niet meer in kaart brengen wat er aan de hand is, het onderzoek is in kaart brengen wat de consequenties zijn als wij die damwand gaan vervangen. We weten precies wat er op dit moment hoe de situatie daar is, daar is geen onderzoek meer voor nodig. Alleen vragen één is, hoe gaan we die damwand vervangen, dat is echt verre van helder op dit moment.
Twee is, wat gebeurt er in het gebied als we die damwand gaan vervangen, wat doet dat dan mogelijk, onze werkzaamheden, met het gebouw wat er staat? En als het wat doet, hoe kunnen we dan zorgen dat die gevolgen daarvan worden weggenomen of in ieder geval geminimaliseerd? Dus we zijn niet meer in kaart aan het brengen wat de huidige situatie is, we zijn in kaart aan het brengen wat ons handelen in dat gebied, wat we wel moeten doen tot gevolgen kan hebben en als die gevolgen er zijn, hoe we die dan mitigeren om maar eens een goed Nederlands woord te gebruiken. De voorzitter: Mijnheer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Dit was een duidelijke toelichting erop, dank u wel daarvoor. Ik had het misschien ook niet zozeer over de kosten die we nog moeten gaan maken of 1,4 miljoen, maar over de kosten die in het afgelopen jaar al inmiddels ... We hebben al een keertje een begrotingswijziging gehad en dat was ook fors. Er waren ook heel veel zorgen vanuit de bewoners van, wat gebeurt hier nou precies? Er zit beweging in dat gebouw, dus ik vind het terecht dat daar goed grondig onderzoek naar wordt gedaan. Maar ik was toch op zoek van, als ik dan nu hier hoor van, maar eigenlijk is er ... We kunnen die damwand ... Die zou bij wijze van Pagina 10 van 32
spreken helemaal weg kunnen rotten of je zou hem weg kunnen halen en dan gebeurt er nog niks. Dat is ... Je hebt geen buitenruimte meer dan misschien, dus mensen kunnen alleen niet meer naar buiten. Maar dat klinkt voor mij toch iets, alhoewel dat ook vervelend zouden kunnen zijn voor die mensen, maar iets minder ernstig dan wat mijn vermoeden was eigenlijk. De voorzitter: Ik hoor niet een vraag, maar als de wethouder daar nog op wilde reageren heeft hij het woord. De heer Van der Duijn Schouten: Dat begrijp ik en ik moet u zeggen dat wij ook als college ergens vandaan komen. De eerste signalen zijn we ook wel van geschrokken en er is heel veel tijd en energie en er zijn tal van experts bij betrokken geweest om de situatie te duiden. Dat heeft ons gebracht waar we nu staan en nogmaals het is heel veel geld. Ik was blij dat u het er nog even in wreef net, ook daarvoor al. Maar ik bedoel, wat ik net ietwat misschien kort door de bocht probeerde te schetsen, is dat die damwand geen effect heeft op het bestaan van het gebouw. Uiteraard moet er wel wat gebeuren, want het buitengebied is voor ons en voor de bewoners daar ook belangrijk. Dus we zijn er verantwoordelijk voor, die verantwoordelijkheid nemen we ook en we gaan ermee aan de slag. Maar we willen dat wel juist omdat er mensen wonen en er woningen staan en men zich daar bevindt, willen we dat uitermate zorgvuldig doen.
En daarvoor ligt dit voorstel dus voor, maar dat had ik denk ik helemaal begin ook al een keer gezegd. De voorzitter: Gaan we naar mijnheer Coule, Burger op 1, voor uw ene vraag. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Ik zou willen weten of er een samenwerkingsverband is en wat dan het samenwerkingsverband is met Rijkswaterstaat bij zo'n groot en, vooral voor u speciaal, duur project? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Uiteraard is daar samenwerking op dit moment met de Rijkswaterstaat, want die zijn eigenaar van het water. Daar moeten we ook aan de slag, dus er zijn tal van partijen hierbij betrokken. Het waterschap is eigenaar van de dijk, de staat is eigenaar van bepaalde percelen, Rijkswaterstaat is eigenaar van de rivier, wij zijn eigenaar van de Dam. Want we zijn ook continu in overleg en contact met de bewoners om die te informeren, er heeft gisteravond nog een informatieavond plaatsgevonden. Wat we terugkrijgen is dat ze heel blij zijn dat ze ook bij tijd en wijle meegenomen worden in wat er speelt. Dus dat overleg vindt continu plaats en we kunnen dit als gemeente natuurlijk ook niet alleen oplossen. Ik bedoel, daar zijn straks ook andere partijen bij nodig, al is het alleen maar om gebruik te maken van gebieden en en dingen die eigendom zijn van andere.
Waar het gaat over de kosten is het een ander verhaal, mocht u daar nog op terug ook enigszins op doelen. Die damwand is van de gemeente en wij staan aan de vervanging, het is dus ons eigendom. En we zijn blij dat andere partijen meedenken en ruimte beschikbaar stellen of de mogelijkheid om eraan te werken. Maar het is onze damwand en die zullen wij ook moeten bekostigen. Maar goed, daar komt in een later stadium als we een plan hebben uitgewerkt nog een keer een voorstel naar u. Dat geldt overigens niet voor de steiger die in het water staat, die is dan wel weer eigendom van Rijkswaterstaat. Voor het grootste deel, ook weer niet helemaal, dus ook dat. Goed, u heeft het allemaal kunnen lezen in het stuk, maar overleg met alle betrokkenen vindt continu plaats. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar mijnheer Kooijman, ChristenUnie. Heeft u nog steeds drie vragen? De heer Kooijman: Ja, voorzitter. De voorzitter: Dan mag u er eerst twee tellen. Pagina 11 van 32
De heer Kooijman: Eerst een praktische. Het ging net even over de steiger, ik las in het in het stuk dat de steiger is eigendom van Rijkswaterstaat, maar wij huren de steiger vervolgens. Ik was even benieuwd van, waarom huren wij hem, want als we hem niet zouden huren gaat Rijkswaterstaat daar dan een hek opzetten of zo? Ik was even benieuwd hoe dat allemaal in elkaar stak. Maar goed, dat was gewoon uit nieuwsgierigheid hoor. Het tweede, mijn eerste vermoeden was dat deze kosten te maken, dus de 1,4 miljoen die nu gevraagd wordt, dat die te maken hadden ook met uitvoeringskosten. Inmiddels uit de beantwoording begrijp ik dat dit vooral de onderzoekskosten zijn. Niet om uit te zoeken wat het is, maar om te uit te zoeken hoe we het kunnen gaan verhelpen. Fors bedrag, kunt u enige bandbreedte geven in de mogelijke uitvoeringskosten? Tussen de, dat zal ook miljoenen gaan kosten? Of is dat tonnen of zoiets? Ik mocht maar twee vragen doen, dus dan stop ik nu. De voorzitter: Wethouder, kunt u de nieuwsgierigheid van mijnheer Kooijman bevredigen? De heer Van der Duijn Schouten: Ik ga mijn best doen. Met die steiger, dat heb ik ook gevraagd. Van waarom huren wij dat ding eigenlijk en betalen we daar nog voor? Dat heb ik ook nog gevraagd als wethouder financiën en er wordt nog naar de huurovereenkomst gezocht op dit moment, dus ik kan u het antwoord niet geven.
Het zou kunnen zijn dat we dat hebben gedaan om hem inderdaad voor inwoners van Ridderkerk toegankelijk te houden, want als die van Rijkswaterstaat is, zouden ze op een gegeven moment kunnen zeggen, we sluiten hem af. En wij zien dat er door vissers zeer enthousiast gebruik gemaakt wordt van die steiger, want je bent in een keer halverwege de rivier. Als je iets heel groots vangt, heb je denk ik wel een probleem om het omhoog te takelen, maar dat zou het kunnen zijn. Als u erop staat, wil ik nog wel kijken of we het boven water krijgen, maar sommige dingen zijn al redelijk gedateerd. De bandbreedte, tonnen of miljoenen? Rekent u maar op het laatste, ik kan daar vanavond gewoon niks over zeggen. Ik bedoel, we moeten eerst al in kaart gaan brengen hoe we het moeten gaan doen. En alleen al het hoe kan een enorme variatie in kosten met zich meebrengen. Ik bedoel, dat kan al een hele complexe operatie worden en dan is het nog met materialen en werkzaamheden. Dus ik durf het niet te zeggen., volgens mij heeft u recent een begroting gekregen, daar zat denk ik een vervanging van een klein damwandje aan de Donckselaan. Kijkt u daar mee eens naar en dan heeft u denk ik een indicatie dat dit niet met tonnen geregeld gaat worden. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mijnheer Kooijman.
De heer Kooijman: Ik ben in ieder geval blij dat de nieuwsgierigheid die ik heb, dat de wethouder die deelt. En ik hoef niet echt formeel een antwoord te ontvangen, maar misschien een keertje in de wandelgangen of bij een borrel of wat dan ook, ben ik benieuwd of de wethouder erachter is gekomen. Laatste vraag, het ging over de andere partijen die erbij betrokken zijn, met name het waterschap Hollandse Delta en Rijkswaterstaat ook. Ik snap, er wordt mee gesproken, et cetera. En is er ook een soort van ... Ook al zijn wij verantwoordelijk uiteindelijk voor de kosten van dit probleem, is er wel een gezamenlijke verantwoordelijkheid om het gezamenlijk ook op te pakken? En ook inderdaad om ruimte beschikbaar te stellen of oplossingsrichtingen mogelijk te maken om met elkaar dit probleem op te lossen? Even los van de kosten dan of is het van, Ridderkerk, het is jullie probleem en als jullie ons nodig hebben dan gaan we eens een afspraakje maken. De voorzitter: Ik wil er eerst op wijzen als voorzitter dat vragen hier volledig worden beantwoord, dus dat dat niet onder de borrel hoeft te worden vervolgd. En vervolgens mag de wethouder antwoorden op de vraag. De heer Van der Duijn Schouten: Ik had vandaag naar aanleiding van het stuk ambtelijk nog een paar vragen gesteld. Ik ben benieuwd of die vandaag ook nog aan bod komen, maar dat ter zijde.
Kijk, waterschap en Rijkswaterstaat denken constructief mee en willen ook dit tot een oplossing brengen. De rol van Pagina 12 van 32
Rijkswaterstaat is een iets andere, want die zit ook klem in het gebied, maar ook het waterschap. Maar vergeet ook niet, dit is een waterwingebied, dus ook met een nieuw damwand ga je de grond roeren. Dus al dat soort aspect en alle partijen die erbij betrokken zijn, die hebben ook hun belangen, maar die denken ook graag mee om dit tot een goede oplossing te brengen. En daar zit zeker niet, zoek het uit en als het moet, dan kijken we mee. Dat is niet de houding die we op dit moment ervaren. De voorzitter: Antwoorden zijn voldoende zie ik. Gaan we naar mijnheer Rijsdijk, PvdA, vijf vragen per set van twee. De heer Rijsdijk: Het zijn er nog drie voorzitter, maar ik zal met twee dan beginnen en er dan nog eentje bewaren. Het is een vraag die ik nu heb, had ik misschien schriftelijk kunnen stellen. Maar daarvoor ontbrak de tijd, dus ik ga het gewoon proberen als er nu geen antwoord gegeven kan worden, dan zal ik het wel horen. In de stukken wordt een aantal keren gesproken over de reserveringen ten behoeve van grondwater. En wat ik mij afvroeg, wat is de rol van de gemeente ten aanzien van die grondwaterstanden? En hoe worden die verplichtingen ingevuld, omdat het natuurlijk bij die oeverconstructies, dat beheersen van het grondwaterpeil ook heel erg belangrijk is.
Dat is de eerste vraag en mijn tweede vraag die betreft, in de stukken wordt gesproken over privaatrechtelijke aansprakelijkheden en daarnaast over verantwoordelijkheden en plichten. En kunnen voor mij die verantwoordelijkheden en die plichten wat verduidelijkt worden en hoe de gemeente daarbij dan de zorgplicht invult? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Om even met het grondwater te beginnen, ik geloof niet dat het grondwaterpeil in deze relevant is. Ik bedoel, we zitten naast de rivier, dus. Maar waar het over grondwater gaat, gaat het over dat het een waterwingebied is, dus dat in die zin de kwaliteit van het grondwater beschermd moet worden. En op het moment dat wij in damwand gaan slaan, zijn dat stalen platen die ook in ieder geval het grondwater kunnen bereiken en in die zin zit er een zorgvuldigheid op de kwaliteit van ons grondwater en daarmee ons drinkwater, omdat het een waterwingebied is. Rechten, plichten en hoe we daar invulling aan geven? Ik denk dat het voorstel wat nu voorligt daar de ultieme invulling aan is. Het is onze plicht om die damwand te herstellen en dat willen we zo zorgvuldig mogelijk doen. En daarom stellen wij nu voor om al deze kosten te maken. En een deel van die kosten zou je misschien strikt juridisch gezien ook achterwege kunnen laten, maar dat is niet hoe wij er op dit moment in zitten.
En daarnaast, u zal het waarschijnlijk refereren aan het juridisch memo en ik denk dat we in het juridisch memo ook hebben aangegeven, we hebben dat geprobeerd leesbaar te houden en niet te laten verworden tot een juridisch proefschrift. Dus ik kan me voorstellen dat voor een jurist dan ook wel eens is van, het is wel erg jip-en-janneke dit, een jurist zoals u. Maar de doelstelling was dat iedereen in de raad en commissie enigszins kon begrijpen wat er stond. Dus dat hebben we geprobeerd inzichtelijk te maken zonder daarbij heel erg diep in te gaan op wat definitiekwesties en over aansprakelijk of niet aansprakelijk of publiekrechtelijk, privaatrechtelijk. Ik weet dat de termen er een paar keer in voorkomen, maar wat wij op hoofdlijnen u hebben willen schetsen is, als zoiets zich aandient, roept dat altijd ook juridische vragen op. Bij ons, bij u, bij bewoners, bij van alles en iedereen. En we hebben dat geprobeerd met die juridische memo enigszins in kaart te brengen, hoe dat juridisch ligt. Maar nogmaals, ik kan me voorstellen dat als een jurist ernaar kijkt, dat hij denkt van, dat had ook anders gekund. Andere kant had waarschijnlijk dan behalve u niemand het begrepen. Ik ook niet, het is een compliment. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, uw laatste vraag en eventueel vervolgvraag.
Pagina 13 van 32
De heer Rijsdijk: Dank u wel. Dat laatste zou ik niet willen zeggen, wat de wethouder zei, dat ik het alleen dan begrepen zou hebben, misschien anderen ook wel. Ik sprak over het grondwaterpeil maar ik bedoelde eigenlijk de grondwaterstand. Ik weet niet of dat het antwoord van de wethouder op de eerste vraag nog anders maakt of dat dat hetzelfde blijft. En het juridische laat ik dan voor nu even, het is zo helder hoe het stuk bedoeld is. Mijn andere vraag die betreft, bewoners maken zich natuurlijk wel zorgen over wat er speelt in dit gebied. Op welke manier zijn zij hierbij betrokken en worden zij nog betrokken? Komt er bijvoorbeeld ook een informatieavond voor de uitkomsten van het onderzoek ook met omwonenden gedeeld? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Misschien dat de heer Rijsdijk de vraag over grondwaterstanden, peilen, even schriftelijk kan doen en dan ook even duiden waar dat dan uit het stuk komt. Want ik heb net even ambtelijk ook ... Maar we komen er niet uit, waar u precies met uw vraag op doelt. Dus dan is de kans dat het antwoord misslaat toch wat groter. Wellicht op die manier in de komen we er even schriftelijk bij op terug. Omwonenden, zeker, de verschillende vve's, daar zijn al een aantal keer informatieavonden voor geweest. We houden bewoners ook regelmatig op de hoogte middels brieven.
Ik denk dat we op dit moment, dat we recent brief zeven de deur uit hebben gedaan. En uiteraard, als er straks een plan van aanpak ligt, dan gaat dat wat doen in het gebied en dan gaan we daar, voordat er ook maar een spaak in de grond gaat, gaan we daar de buurt over informeren. Wat we gaan doen, hoe we het gaan doen, wat daar de gevolgen van zijn? Dus daar zitten we kort op. De voorzitter: De beantwoording is zo voldoende. En zijn we aan het eind van de vragenronde, blijft de commissie bij inzet ter debat? Dat is het geval. Dan is het weer biedtijd. Twee minuten, helder. Het bod is twee minuten en veertig minuten in totaal. Ik zie geen tegenstand, dan is dit wat we afspreken. Dan zijn we aan het einde van dit agendapunt en danken we de wethouder en mevrouw Bos. En nodig ik uit wethouder Meij en ambtenaar, mijnheer Lokollo. 6.
Openbare verlichting versneld naar led
De voorzitter: Agendapunt zes, Openbare verlichting versnelt naar led, inzet ter vaststelling, is dat akkoord? Dat is het geval, dan mogen behalve vragen ook meningen worden gegeven. En krijgt eerst wethouder Meij het woord voor een toelichting. De heer Meij: Dank u wel, voorzitter. Ik kan denk ik heel kort zijn, goede wijn behoeft geen krans. Dit is een hartstikke mooi voorstel, milieuvriendelijk, het is recyclebaar, het is financieel aantrekkelijk. Er zitten eigenlijk alleen maar voordelen aan. Dus ik ben heel benieuwd naar uw vragen. De voorzitter: Wie wil zijn licht opsteken met vragen? Mijnheer Mijnders, CDA, één vraag. En mijnheer Lapaer, Leefbaar Ridderkerk ook één vraag. Mijnheer Mijnders, CDA, aan u het woord. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Eén korte vraag. Er is de eerste paar jaar een flinke investering, we verdienen het wel weer terug zo te zien, ook aan minder geld kwijt zijn aan energiekosten. Maar ik vroeg me ook af, omdat we deze aankomende jaren extra investeren, betekent dat ook dat het bedrag van 280.200 euro na 2028 ook niet een stuk lager is, want het onderhoud aan de verlichting is toch ook een stuk minder omdat we juist de aankomende jaren extra gaan investeren? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Meij. Pagina 14 van 32
De heer Meij: Dat bedrag van 12.000 euro waar het mee begint, dat slaat op de energiebesparing per jaar. Maar daarnaast, dat hebben we niet omdat dit het grootste bedrag is, heb je natuurlijk ook nog een bepaalde besparing op arbeid omdat je minder hoeft te vervangen. Maar de grootste besparing zit in de energielasten die een stuk lager zijn vanaf 25, vanaf 24, want dan gaan we al beginnen. De voorzitter: U laat het hierbij, zei hij en hij keek lachend. Gaan we naar mijnheer Lapaer van Leefbaar Ridderkerk. De heer Lapaer: Dank u, voorzitter. Mooie stap, denk ik inderdaad, daar sluiten we ons helemaal bij aan. Het enige wat ik mis is eigenlijk het verschil tussen het eerste plan en het nieuwe voorstel wat er ligt in gelden. Want we gaan ook versneld afscheid nemen van armaturen en lampen. En hoe zit dat in het totaalpakket qua kosten? De voorzitter: Wethouder Meij. De heer Meij: Dank u, voorzitter. Ik zag mijnheer Mijnders net al een beetje kijken van, zal ik nog doorvragen? Hier komt weer een vraag, laat ik eerst even dan als u het goed vindt, voorzitter, het antwoord te geven aan de ambtenaar. De voorzitter: Mijnheer Lokollo. De heer Lokollo: Goedenavond, kunt u uw vraag nog een keer herhalen voor mij? De heer Lapaer: Dat ga ik inderdaad nog een keer proberen.
Kijk, de vraag is van mijn kant uit van, er is een plan geweest met het afschrijven over een termijn van 20 jaar van lampen en dat soort dingen meer. We gaan nu versneld afscheid nemen van lampen en armaturen en dat soort zaken meer. Wat is het verschil in geldelijke zin dan tussen het eerste pakket wat er ligt en het huidige voorstel wat er dan eigenlijk gaat komen? De voorzitter: Mijnheer Lokollo. De heer Lokollo: Mijnheer voorzitter, op dit moment is het zo dat als je de armaturen zou laten staan, dan ben je met 2041 nog niet klaar. En die onderdelen zijn er niet meer, maar je gaat wel betalen, dus dan krijg je dat dat je meer kosten gaat maken. Als je dit nu versnelt doet in een goed plan waar wat goed is over nagedacht, ben je goedkoper uit. De voorzitter: Mijnheer Lapaer. De heer Lapaer: Dat laatste, daar twijfel ik zeker niet aan, maar zit er een geldelijk verschil in het vorige pakket wat we hebben afgesproken, het versneld afschrijven en het nieuwe wat we nu voor ons hebben liggen? Daar heb ik niet helemaal een duidelijk antwoord op, ik snap dat het inderdaad een hele goede stap is, maar zit daar geldelijk verschil in? Want we schrijven toch snel armaturen en lampen af en is dat allemaal doorberekenend dan in het nieuwe wat voor ons ligt? De voorzitter: Mijnheer Lokollo. De heer Lokollo: Hoe moet je dat uitleggen.
Je kosten van je onderhoud, die worden ook meer als een VSA stuk is en je moet hem betalen, dan ben je duurder uit als je tijdelijk een andere soort lampje instopt die misschien iets langer meegaat. Dan moet je die investering doen en dan kom je erachter dat die niet tien jaar Pagina 15 van 32
meegaat maar acht jaar of hij gaat in storing. Dan meer geld, dus over de hele cyclus betaal je dan twee keer. Dat geeft gewoon veel meer kosten, dus het is niet alleen in je planmatig onderhoud, maar ook in je dagelijks onderhoud maak je dan meer kosten en is het gewoon duurder. De voorzitter: Mijnheer Lapaer. De heer Lapaer: Ik had gehoopt dat we een schatting hadden kunnen krijgen van, het verschil tussen het een en het ander is 50.000 euro. Maar het is goedkoper blijkt en ik denk dat we het daarbij moeten laten dan. Dank je wel. De voorzitter: Prima, dan zijn we door de vragen heen. Blijft de commissie bij inzet ter vaststelling? Dat is het geval, bij deze besloten. Agendapunt zeven en ik zit even te kijken of wethouder van Os al aanwezig is, dat is niet het geval. Dan zetten we deze even in de week. 8.
Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Ridderkerk 2023
De voorzitter: En gaan we naar agendapunt acht, de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Ridderkerk 2023, de inzet is ter vaststelling. Dat is akkoord, we hebben hier geen portefeuillehouder maar dat is de griffier, dus de griffier krijgt eerst het woord om een eventuele toelichting te geven en hij zal ook de vragen die er eventueel zijn beantwoorden. Er komt geen toelichting, zijn er vragen? Geen vragen, blijft de commissie bij inzet. Er is wel een vraag, mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk. Het rechterknopje. De heer Kloos: Is de andere kant. Dank u wel, voorzitter. In het uitwerking van de artikelen wordt meegenomen dat aan het einde van iedere raadsperiode, zoals in het verleden ook gebruikelijk was, de computers en de laptops weer moesten worden ingeleverd. Ik meen me te herinneren dat er een discussie gaande is binnen de gemeente om mogelijkerwijze, dat men naar een vierjarige periode de laptops zou mogen behouden, maar dat die discussie op een later tijdstip nog een keer wordt gevoerd. Ben ik hier juist geïnformeerd? De voorzitter: Mijnheer Van Straalen. De heer Van Straalen: De heer Kloos heeft gelijk. Van rijkswege is bekendgemaakt dat er een mogelijkheid is dat de iPads behouden kunnen blijven, onder voorwaarden zoals geregeld is, de discussie daarover is afgesproken in het presidium. Zal een jaar voor ...
Dus 2025 worden gevoerd en daar krijgt u dan ook als raad uiteraard iets over te horen. Dus dat wordt nader onderzocht, welke voorwaarden dat formeel zijn en wat dat zou betekenen en de afweging wordt gemaakt om aan het eind van deze periode u gelegenheid te geven of om hem te behouden tegen eventueel een zekere betaling. Of dat die hoe dan ook, zoals nu vastligt, geregeld is, moeten worden ingeleverd. Dus de discussie komt nog. De voorzitter: Het antwoord is voldoende, blijft de commissie bij inzet ter vaststelling? Dat is het geval, we zijn nu in domein van de griffier. 9.
Personeelshandboek van toepassing verklaren op griffie(medewerkers) gemeente Ridderkerk
De voorzitter: Dan gaan we ook maar agendapunt negen doen, Personeelshandboek van toepassing verklaren op griffie(medewerkers) gemeente Ridderkerk, inzet ter vaststelling, is dat akkoord? Dat is het geval, wil de griffier hier wel een toelichting geven? Dat is niet het geval. Zijn er vragen voor de griffier? Geen vragen, blijft Pagina 16 van 32
de commissie bij inzet ter vaststelling? Dat is het geval, dan gaat deze ter vaststelling naar de raad. Wethouder Van Os is inmiddels bij ons aangeland en ik nodig hem uit om hier plaats te nemen, samen met mijnheer Rietveld, welkom bij deze commissie. 7.
Krediet ten behoeve van aankoop Dillenburgplein 50
De voorzitter: En wij zijn toe aan agendapunt zeven, Krediet ten behoeve van aankoop Dillenburgplein 50, inzet ter vaststelling. Is dat akkoord voor de commissie? Mevrouw Van Nes-de Man, u wilt het derde bod? Dan betekent dat dat we nu technisch inhoudelijke vragen kunnen stellen. En krijgt eerst wethouder Van Os het woord voor een eventuele toelichting. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Ik moet ook even digitaal schakelen tussen de verschillende commissies, dus als u maar even een paar seconden geeft dan heb ik ook de documenten voor me als er straks nog vragen zijn. Die heb ik inmiddels. Voorzitter, een aantal raadsleden hebben weleens een proactieve houding van het college gevraagd als het gaat om ontwikkeling in de openbare ruimten en aankoop van panden. Zoals de raad vraagt, zo draaien wij. Dus wij hebben een voorstel gemaakt met betrekking tot de aankoop van de kiosk op Dillenburgplein, omdat wij een optimale invulling van de herinrichting van het Dillenburgplein voor ons zien. En daar moeten we de kiosk voor verwerpen en daar doen wij graag een voorstel voor aan de raad. En ik ben benieuwd welke vragen daarover leven bij de commissie? De voorzitter: En die kunnen nu gesteld worden, wie wil daar gebruik van maken? Mijnheer Van Zwienen, SGP, één vraag. Mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk, drie vragen. Mijnheer Mijnders, CDA, één vraag.
Mijnheer Kooijman, mijnheer Ros, ook twee vragen. Mevrouw Van Nes-de Man, twee vragen. Beginnen we met mijnheer van Zwienen, SGP. De heer Van Zwienen: Dank u wel, voorzitter. In het raadsvoorstel, daar staat dat de eigenaar van de kiosk een hoger bod dan het getaxeerde waarde heeft ontvangen, maar dat hij er toch voor kiest om het aan de gemeente te verkopen. Ik vroeg me eigenlijk af, is bekend wat de hoogte van het andere bod is geweest en wat voor activiteiten daar dan zouden gaan plaatsvinden? De voorzitter: Wethouder. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Mooi dat de Ridderkerkse samenleving ook uit mensen bestaan die niet altijd voor het geld willen gaan. Wat wij hebben vernomen, is dat er een bod lag van 210.000 euro, dus dat is aanzienlijk hoger voor een activiteit die geschaard kan worden onder dienstverlening. De voorzitter: Mijnheer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Mag ik daar een vervolgvraag op stellen? Dat was gelijk mijn eerste vraag, wat als die eigenaar toch verkiest morgen om het aan de marktpartij te verkopen voor een ander bod? Hebben we die garantie dat de gemeente kan wachten tot het raadsbesluit is genomen of hoeft dat niet? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja zeker, voorzitter. Want zonder krediet van de raad hebben wij niks aan te kopen als college.