2023-05-10-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag vergadering commissie Samen wonen 10 mei 2023 1.
Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Goedenavond. Hartelijk welkom bij deze commissie Samen wonen, alle commissieleden, de portefeuillehouders, de ambtenaren, alle insprekers, de mensen die thuis meeluisteren of die dit later beluisteren. Alle fracties zijn vertegenwoordigd. We hebben een volle agenda. U heeft de vorige commissie bewezen dat u puntig vragen kunt stellen. Toen waren we op tijd klaar. Ik zou zeggen, volg het goede voorbeeld vanavond opnieuw. Dan gaan we naar de agenda. Zijn er nog opmerkingen over de agenda? Dat is niet het geval. Dan is die bij deze vastgesteld.
2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 2, het spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er zijn zeven insprekers over het agendapunt, het rapport van de Rekenkamercommissie Participatie en de Omgevingswet. Gezien het feit dat er zeven insprekers zijn, is de inspreektijd vierenhalve minuut. Daar gaan we ook strak ons aan houden. We beginnen met mevrouw Punselie. Succes met uw bijdrage. Mevrouw Punselie: Goedenavond, wij hebben kennisgenomen van het rapport van de Rekenkamer over participatie in Ridderkerk en voelen ons voor het eerst in lange tijd gekend, want ondanks dat wij niet betrokken zijn bij dit onderzoek, herkennen wij ons in de conclusie. Die is, de huidige invulling van participatie in Ridderkerk is zorgwekkend te noemen. De Rekenkamer stelt ook dat burgers zich eerder machteloos dan gehoord en betrokken voelen. Dat is nu precies hetgeen wij, bewoners van het cultuurhistorisch centrum, ondervinden. Ongeveer een jaar geleden hebben we ingesproken in de raad, vanwege het gebrek aan een participatietraject bij de totstandkoming van een nieuw te bouw appartementencomplex aan de Blaak.
We hebben onze verbazing geuit over het feit dat alle Ridderkerkse partijen het grote belang van burgerparticipatie onderschrijven, maar dat er desondanks, daar waar de gemeente om wat veel reden ook niet zo goed uitkomt, de denkkracht en betrokkenheid van burgers of bewoners helemaal niet zo op prijs wordt gesteld. Hemel en aarde hebben wij bewogen om te kunnen participeren. Zoals u weet tevergeefs. Helaas bleef het niet bij deze ene negatieve ervaring met burgerparticipatie in Ridderkerk. Vol enthousiasme zijn een aantal van ons gaan participeren in het wijkoverleg Centrum. Ten volle bereid om onze expertise en betrokkenheid ter beschikking te stellen voor zaken in onze directe woon- en leefomgeving. Geschrokken zijn we, niet alleen vanwege het feit dat onze inzet helemaal niet zo op prijs werd gesteld, maar vooral door de wijze waarop er van alles uit de kast werd gehaald om ons het participeren onmogelijk te maken. Met als klap op de vuurpijl het eenzijdig opheffen van het convenant door de gemeente. Dit zonder hoor of wederhoor en zonder hierbij fatsoenlijke tekst en uitleg te geven. Gelukkig is er nu de Wet openbaarheid overheid en hopen we via dit instrument informatie te verkrijgen die ons tot nu toe onthouden wordt. Een lange en hoogstwaarschijnlijk een gecensureerde weg, maar we blijven hoopvol.
Gesterkt door de maatschappelijke roep van een open en transparante overheid. Ook door de ophanden zijnde inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarbij het betrekken van inwoners bij een project of initiatief in de leefomgeving verplicht is gesteld. Hoe mooi is het dan om vandaag, midden in de internationale week van de open overheid, waar wereldwijd burgers in actie komen om een transparant participerend, inclusief en verantwoordelijk bestuur te bevorderen, voor u te mogen inspreken over burgerparticipatie in Ridderkerk. We leven in een democratie, waarin bestuurders behoorlijk dienen te besturen en aanspreekbaar dienen te zijn op hun beleid en acties. De gemeente is er immers voor haar bewoners. Maar hoe handelt onze eigen gemeente Ridderkerk feitelijk als zij andere belangen heeft of als de openbaarheid schuurt? Voorbeeld, in het geheim optrekken. In ons geval om Pagina 1 van 52
samen met Wooncompas een niet binnen het bestemmingsplan passende galerijflat te bouwen, niet of onjuist informeren van belanghebbende burgers en organisaties, participatie opnemen of niet serieus nemen, spreekrecht ontnemen, hebben wij ondervonden in de Welstandscommissie, informatie onder de pet houden, zoals recent is gebleken bij de geluidsschermen, de gang naar de rechter kiezen in plaats van participatie toelaten, toezeggingen niet naleven, onvolledig of onjuiste verslaglegging en gefundeerde kritiek ontkennen of bagatelliseren in plaats van ter harte te nemen, zoals het rapport Rekenkamer aangeeft. Het zou mooi zijn als onze gemeente in de week van de openbare overheid de heersende cultuur doorbreekt en daadwerkelijke burgerparticipatie nastreeft. Niet met mooie woorden in beleidsstuk of andere praatjes, maar met daden, ook als openheid en transparantie schuurt. Wij, belanghebbende burgers bij het cultuurhistorisch centrum, zijn nog steeds van harte bereid om ons in te zetten voor de nieuwe aan de Blaak. Niet tegen, maar samen met de gemeente. Het is nooit te laat om een besluit te herroepen omwille van een middels participatietraject verkregen gedragen plan, wat recht doet aan zowel de Woonvisie, het cultureel erfgoed, als aan belangen van omwonenden. De voorzitter: U heeft nog een halve minuut. Mevrouw Punselie: Dat gaat lukken, want ik praat heel snel.
De gemeente heeft in haar reactie op het Rekenkamerrapport benoemd, dat er al in de geest van de nieuwe Omgevingswet geoefend wordt met participatie bij woningbouwontwikkelingen. Een uitgelezen kans om hier te repareren wat zij niet heeft gedaan. Tot slot, totdat we een geaccepteerd niveau van burgerparticipatie bereikt hebben en een open en transparante bestuurscultuur is gerealiseerd, verzoeken wij ook kritisch te zijn. Vertrouwen is goed, maar controle is beter en het is nodig. De voorzitter: Uw tijd is om. Dank u wel, namens de hele commissie voor uw bijdrage. De publieke tribune wordt gevraagd om geen tekenen van instemming of afkeuring te laten tonen. Wie van de commissie wil een vraag stellen? Dat zijn drie mensen. Mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid, u als eerste. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor uw inspreekbijdrage. Ik heb twee vragen. U gaf aan ook in het Blaakdossier samen met de gemeente te willen optrekken, in het kader van participatie. Kunt u aangeven hoe u dat voor zich ziet? U schetste heel duidelijk uw participatie ervaringen met de gemeente. Er ligt een rapport van de Rekenkamer. Wat is nu volgens u de belangrijkste les voor de gemeente, waar eigenlijk gelijk mee aan de slag gegaan zou moeten worden als u het voor het zeggen had? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Punselie. Mevrouw Punselie: Dank u wel.
Zoals wij aangegeven hebben, is een participatietraject waarbij de verschillende belangen afgewogen worden rondom de nieuwbouwflat Blaak van essentieel belang. Dat dient zeker in samenhang met de andere ontwikkeling gezien te worden. Dit is het moment om een hernieuwd participatietraject plaats te vinden. Dat is niet gebeurd. Heeft de wethouder ook zijn excuus voor aangeboden, dat het niet op deze manier had gemoeten. Wij zijn als bewoners allemaal belanghebbenden in het gelijkgesteld door de bezwaarcommissie. Dan zou er een moment zijn om een besluit te herroepen, waardoor hernieuwd participatie plaats kon vinden. Dat is volgens mij de bedoeling van participatie, zoals de Rekenkamer het aangeeft, zoals uw raad het allemaal in uw eigen verkiezingsprogramma's, als u allemaal omarmt. Dit is een uitgelezen kans om de bevestigde en gemaakte fouten te herstellen en een goed participatietraject te laten plaatsvinden voor de gehele ontwikkeling aan de Blaak.
Pagina 2 van 52
De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk knikt dat hij tevreden is. Dan gaan we naar mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Mevrouw Punselie, een heldere inspraak, die ook wel duidelijk aangeeft dat er met de participatie nog heel veel stappen te zetten zijn. Dat ben ik best wel met u eens. U zegt van, we hopen nu op een hernieuwd participatietraject. Dat zou dan met de gemeente moet en samen met Wooncompas. Als dat niet gebeurt, welke stappen resten u daar nog als inwoner? Weet u dat? De voorzitter: Mevrouw Punselie. Mevrouw Punselie: Ja, dat weten wij. Door het hernieuwde besluit is er voor ons alleen nog de mogelijkheid van beroep bij de rechtbank open. Dat is best heel erg jammer, want dat is niet onze inzet geweest, maar daar zijn we nu toe gedwongen. De voorzitter: Dank u wel. Dan is er aan de linkerkant nog een vraag van, ik meen, mijnheer Mijnders, CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Eén vraag. Als ik u goed begreep, had u het erover dat u graag wilde meedenken bij het wijkoverleg en dat uw expertise en uw kennis daarbij niet gewaardeerd werd. Als ik het goed begrepen. Kan u dat toelichten voor mij? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Punselie. Mevrouw Punselie: Ja hoor, dat kan ik toelichten. Wij hebben geprobeerd met allerlei onderwerpen mee te denken, adviezen te geven, input te leveren.
Onze ervaring is dat we daar weleens iets niet van terugvonden in de notulen of dat de notulen sowieso niet correct waren. Dat wilden we dan aanvullen. Dan werd er door de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente gezegd, we kunnen niet alles notuleren en dat is te veel. Dan gaf de voorzitter aan, maar dit is essentieel. Dit is ingebracht. Dan moesten we een hele discussie wat er wel, al dan niet, in de notulen moest komen. Dat is al een vorm van censuur waarvan je zegt van, dat is onwenselijk. Maar dan neem je ook de mensen niet serieus die hun vrije tijd opofferen, zich verdiepen in stukken, goed voorbereid een vergadering ingaan. Dan wordt dat niet op prijs gesteld. Ik moet eerlijk zeggen, persoonlijk is mij niet eens te kennen gegeven, dat hebben wij via de voorzitter vernomen, dat het wijkoverleg eenzijdig opgezegd is. Ik heb me verder met dat traject niet bemoeid, maar ik vind het als Ridderkerkse burger toch wel heel ernstig dat hier op deze manier met alle, wat ik zeg, energie, kennis en kunde van al deze mensen op deze manier omgegaan wordt. Dat is ook een gemiste kans, want er zit heel veel kennis en expertise in. Natuurlijk kan er nog veel meer en kunnen de nieuwe vormen meegaan met de tijd, maar ik denk dat het wel heel essentieel is om iets wat je hebt niet weg te doen voordat je iets nieuws kan omarmen. Ik heb heel kort geprobeerd het uiteen te zetten.
De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Ik zie dat het voldoende is. Dan hartelijk dank en mag u plaatsmaken voor mijnheer Van der Staay. Misschien om wat tijd te winnen dat de volgende spreker alvast hier in de buurt gaat zitten, dan kan het iets sneller wisselen. Natuurlijk niet, mijnheer Van der Staay. De teller begint te lopen als u begint te spreken. Succes met uw inspreekbijdrage. U mag zelf de microfoon bedienen. Ook u heeft vierenhalve minuut. De heer Van der Staay: Voorzitter goedenavond. Goedenavond leden van de raad en alle andere mensen ook. Mijn naam is Maarten van der Staay. Ik ben sinds 2006 deelnemer en sinds 2016 voorzitter van het Wijkoverleg Rijsoord en het Wijk-Idee-Team Rijsoord. Ons wijkoverleg vertegenwoordigt veel inwoners. Op 16 Pagina 3 van 52
december 2022 kregen wij, de voorzitters van de wijkoverleggen, een brief van B&W. die luidt als volgt. “Het is de afgelopen maanden meermaals voorgekomen dat in meerdere wijkoverleggen geen sprake meer is van een constructieve samenwerking. Bij verschillende wijkoverleggen zijn onze medewerkers, bestuurders en/of partners onheus bejegend. We hebben om die reden besloten om de ambtelijke ondersteuning bij de wijkoverleggen per 1 januari 2023 op te schorten. Dat dit ten koste gaat van wijkoverleggen, waar wel sprake is van een prettige samenwerking, vinden we het jammer en we begrijpen dat deze boodschap voor deze wijkoverleggen onverwacht komt. Volgende maand gaan we een gesprek met onze gemeenteraad aan over de toekomst van wijkparticipatie. Na dit gesprek zullen wij met uw contact opnemen.” Tot zover de brief. Een kort en kil briefje. We zijn hevig geschrokken van deze boodschap. Zonder overleg, zonder participatie stonden wij voor een voldongen feit. Met de vraag, zijn wij nu een wijkoverleg waar de samenwerking wel constructief was of juist niet? Wie, wat of wanneer hebben de onheuse bejegeningen plaatsgevonden? Dat is ons nog steeds niet duidelijk. Wij vinden ons werk onvoldoende gerespecteerd nu we zomaar aan de kant worden gezet. Wij, de voorzitters en voormalig voorzitters van alle wijken van Ridderkerk, zijn direct in overleg getreden.
Alle deelnemers van de wijkoverleggen hebben de burgerparticipatie hoog in het vaandel staan. Het opgebouwde netwerk in diverse gremia maakt dat we veel gebiedskennis hebben. De ruim vijftig vaste deelnemers en de mensen die ad hoc aanhaakten, allemaal vrijwillig, hebben dit in de voorbije jaren met plezier opgepakt, samen voor een mooier Ridderkerk. De lijntjes waren kort en de gemeente wist wat speelde in de wijken. Meningsverschillen werden bediscussieerd en van beide zijden waren er soms tekortkomingen. Dat maakte wel dat deelnemers zich hebben teruggetrokken uit het wijkoverleg de afgelopen jaren. Een probleem was toch wel het langzame tempo waarin ideeën concreet werden uitgevoerd door de gemeente of uiteindelijk zelfs helemaal niet meer werden uitgevoerd. De intentie is nu op de oude voet doorgaan door de wijkoverleggen, conform het convenant van 2016 en onderzoeken of online participatie onderdeel uit kan maken van het fysieke wijkoverleg. De buurttenten, waarop de wethouder in wil zetten, deden we al en dat kan uiteraard gecontinueerd worden. Geef ons weer de ambtelijke ondersteuning van de wijkregisseur, de notulisten en het secretariaat met Wooncompas, Facet en politie als vaste partners bij ons overleg. Dit met naleving van het convenant, door beide partijen.
Na mij komen voorzitters van andere wijkoverleggen aan het woord, om zaken naar voren te brengen die we met elkaar uitvoerig besproken hebben de afgelopen maanden. Allen belichten we het deelnemen aan het wijkoverleg en het opschorten hiervan. Tot zover. De volgende sprekers zijn Patrick Noot, Gerrie Noot, Johan Kraaij, Linda van der Sluis en Hans Boots. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Ik zoek nog een beetje naar de relatie met het rapport, maar dat terzijde. Wie van de commissie wil hierop vragen stellen? Mijnheer Rijsdijk en mevrouw De Man. Mijnheer Rijsdijk was daarstraks als eerste. Krijgt nu mevrouw Van Nes-de Man van Burger op 1 als eerste het woord. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Naar De Man luister ik ook. Overigens zie ik de link weldegelijk met het Rekenkamerrapport. Daar wordt een aantal keren het wijkoverleg letterlijk benoemd en er wordt heel veel over participatie in de platforms gesproken. Wijkoverleg is een platform. Maar dat terzijde. Mijnheer Van der Staay, Maarten, ik heb een vraag aan u, want u heeft het over alle voorzitters van de wijkoverleggen en u noemt net een rijtje op.
Daaruit mis ik toch de voorzitter van Drievliet, mijnheer Van der Star, de voorzitter van Oost, mijnheer Eerland, als ik het goed zeg, en de voorzitter van Bolnes, wellicht misschien mijnheer Van Wijngaarden hoe zit dat? De voorzitter: Mijnheer Van der Staay, u krijgt het woord van de voorzitter. U heeft nu gelegenheid om het antwoord te geven.
Pagina 4 van 52
De heer Van der Staay: Mevrouw Van Nes, Petra, je vraag is correct, want het is zo dat Toto van der Star is een van de voorzitters. Die kon vanavond niet aanwezig zijn. René Eerland had vakantie. Van Bolnes is het zo dat Hans van Wijngaarden is vorig jaar gestopt met het voorzitterschap in Bolnes, omdat er geen deelnemers in Bolnes waren, uit de burgerij vandaan, die deel wilden nemen aan het wijkoverleg. Dat is op een heel laag pitje komen te staan. Maar hij is wel, op onze vraag of hij mee wilde denken, spontaan aanwezig geweest bij al onze vergaderingen die we nu gehad hebben vanaf december. Hij heeft ook een belangrijke inbreng daarin. Laten we met zijn allen hopen dat alles weer op zijn potjes terechtkomt. Dan kan Bolnes ook weer een wijkoverleg organiseren. Is dat voldoende voor u? De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Dan mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid-GroenLinks. De heer Rijsdijk: Dank u, voorzitter. Ik heb een vraag. U schetste een beeld van hoe het in het wijkoverleg ging. Een helder verhaal, denk ik. Mijn vraag aan u is, wat ziet u als het grootste verbeterpunt voor de gemeente op het gebied van participatie, ook in het licht van het rapport dat er ligt? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van der Staay. De heer Van der Staay: Een belangrijk punt is dat het convenant aangehouden wordt wat in 2016 gemaakt is.
Daar is de hand nogal eens een keertje mee gelicht. Een ander punt is, breng die wijkoverleggen weer in zijn oude toestand terug. Want de mensen hebben zoveel contact met hun achterban. Als ik in de wijken hoor en zelf meemaak in Rijsoord, als er wat is dan komen de mensen gewoon op bezoek als wij een vergadering hebben of we gaan er een aparte vergadering voor beleggen. We zijn altijd op de hoogte van dingen die in ons dorp gebeuren. Maar van de andere kant willen we ook van de gemeente horen, wat zijn de plannen met een wijk. Want dan kunnen we daarop inspelen. Dat missen we ook, de politie, Facet. Dat zijn allemaal dingen die we dan op een gegeven moment gaan missen. Wooncompas. Dat zijn mensen die we er graag weer bij willen hebben. Dat valt dan weg als je het op een andere manier gaat organiseren. Overigens willen we daar wel aan meewerken om het op een andere manier te organiseren, maar dan moeten we wel de kans krijgen en dan moet het niet gaan zoals het nu gegaan is. Dat je allerlei dingen ineens ziet veranderen en dat er geen activiteiten komen vanuit B&W om te zeggen, we zullen eens even spijkers met koppen slaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Staay. Uw vraag is naar tevredenheid beantwoord van de vraagsteller. Dan dank ik u nogmaals en is het woord aan mijnheer Noot. Aan u het woord.
De heer Noot: Geachte voorzitter, raadsleden en college, ik ben Patrick Noot, medevoorzitter Wijkoverleg West. Sinds vijftien jaar deelnemer Werkgroep Lucht en Geluid. Bij ons wijkoverleg zitten ongeveer twintig mensen aan tafel, naast wijkbewoners, wijkregisseur, notulisten, Wooncompas, politie en Facet. Er gebeurt veel in wijk West, onder andere op gebied van verkeer, nieuwbouw, renovatie, huurwoningen, herinrichting en straten, veiligheid en de slechte luchtkwaliteit en geluidsoverlast. De wijkoverleggen vergaderen vijf keer per jaar. In 2016 hebben alle wijkoverleggen een convenant getekend met de gemeente. De afspraken daarin zijn helder en goed, naar mijn idee. Het convenant heb ik u gestuurd. Ik haal er wat punten uit. Het doel van het convenant. De partijen waarborgen en verbeteren, ieder vanuit zijn rol, verantwoordelijkheid, de leefbaarheid van de wijk. De taak. Het wijkoverleg inspireert en informeert de gemeente, gevraagd en ongevraagd. Het gemeentebestuur inspireert, informeert en faciliteert daar voldoende en op tijd te informeren en uit te nodigen, mee te praten over thema's in de wijk. Mijn reactie hierop. Dit gebeurt eigenlijk het meest met wijkoverstijgende thema's als voor het groenbeleid en de hittestresstest, HOV, hoogspanningsleidingen, Siloah enzovoort zetten we zelf op de agenda. Verder citeer ik. “Besluit en adviezen.
Het gemeentebestuur maakt een startnotitie. Daarin staat of het wijkoverleg wordt betrokken of niet. Dit Pagina 5 van 52
wordt schriftelijk gecommuniceerd.” Mijn reactie hierop, is nog nooit gedaan. Informatievoorziening. De gemeente voorziet het wijkoverleg actief en adequaat van informatie. Mijn reactie, dit gebeurt mondjesmaat. Als wijkbewoners geïnformeerd worden hoort het wijkoverleg dit ook, want niet is elke straat vertegenwoordigd. Mijn reactie hierop, dat gebeurt mondjesmaat. Het is een goed convenant, wat er nu ligt. De gemeente legt de lat voor zichzelf erg hoog. Als dit convenant beter zou zijn nageleefd, hadden onze wijkoverleggen meer leden. Mensen zijn afgehaakt, omdat de communicatie met de gemeente en het opvolgen van de actiepunten doorgaans niet best is. De informatievoorziening vanuit de gemeente is nooit optimaal geweest, maar de laatste jaren verslechterd. Wij worden mondjesmaat actief geïnformeerd of regelmatig teruggekoppeld. We pakken daarom veel zelf op, zoals contact met ambtenaren en wethouders. Dit zou eigenlijk via de wijkregie moeten lopen. Wij hadden tweejaarlijks overleg met de wethouder participatie. Dit werd als een benen-op-tafelgesprek gezien. Verbeterpunten door de wijkoverleggen aangedragen, werden niet genoteerd. Daarvoor was het overleg niet bestemd. Onder andere het werk volgens het convenant is aangekaart toen. De eerste evaluatie door gemeente in 2018, 2019 is goed opgepakt. Daarin herkennen wijkoverleggen zich, maar het was op de plank blijven liggen.
Daar overheen kwam een te kort vragenlijstje, evaluatie 2022, wat niet met onze wijk en Oost is gedeeld. Hieruit worden nu verkeerde conclusies getrokken. De wijkoverleggen hebben volgens convenant gewerkt, aangegeven waar de actiepunten van de gemeente niet worden nageleefd, maar er is nooit iets mee gedaan. Eén artikel is er wel nageleefd. Dit convenant eindigt bij opzegging door een van de partijen. Bij vragen naar voorbeelden, kan niet zoiets zeggen. Neem nu de pilot ... De voorzitter: U heeft nog twintig seconden. De heer Noot: Neem de pilot containervervoer vanaf de Ridderhaven naar de Nieuwe Reijerwaard. Dat komt onze oren, maar wordt niet actief door de wijkregisseur gemeld. Vervolgens maken we afspraken met de wethouder van Dutch Fresh Port, voorheen Nieuwe Reijerwaard. Dat wordt dan door de wijkregisseur meegenomen en staat op de actielijst, maar nadere invulling zorgen we zelf voor. De voorzitter: Vierenhalve minuut. Dank u wel voor uw bijdrage. De heer Noot: Mag ik nog drie regeltjes? De voorzitter: Nee, we houden het bij vierenhalve minuut. De heer Noot: Fijn. Hartelijk dank, voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw bijdrage. Wie van de commissieleden wil een vraag stellen? Dan mijnheer Rijsdijk bent u weer als eerste aan de beurt, Partij van de Arbeid-GroenLinks. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. We wisselen elkaar zo af, mevrouw Van Nes-de Man en ik.
Ik heb twee vragen. U gaf aan dat de relatie een aantal jaren geleden met de gemeente beter was dan tegenwoordig. Kunt u aangeven waar hem dat in uw beleving in zit? U gaf ook aan, doordat zaken te wensen overlaten, laat ik het zo verwoorden, dat er ook mensen zijn afgehaakt. U zei, de groep is nu ongeveer twintig mensen. Kunt u aangeven hoe dat een aantal jaren geleden was? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Noot.
Pagina 6 van 52
De heer Noot: Een aantal jaren geleden zaten wij met 30, 35 mensen om tafel. Daar zat ook veel jeugd bij. De vragen worden niet beantwoord, ze worden niet behandeld, die mensen blijven weg. Er zijn er 20 overgebleven. Dan vraag 1. Wij hadden vroeger een wijkregisseur. Die speelde echt alles door. Ik moet uitkijken wat ik zeg nu. Deze wijkregisseur, die we nu hebben, -regisseuse, het is een fijne vrouw, het is een goede vrouw, maar ze is niet voor ons, ze is voor de gemeente. Dat is mijn antwoord daarop. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Ik ben nog benieuwd naar die laatste drie minuten van uw inspraak, maar die hoor ik misschien te zijner tijd nog wel een keer. Dat komt wel. U neemt ook deel aan de Werkgroep Lucht en Geluid, gaf u aan, onderdeel van het Wijkoverleg West. Nou stond er recent in de krant best veel over dat er toch wel bezwaren zijn tegen dat stukje geluidswal wat recent dichtgemaakt is. Dat is onder andere door Lucht en Geluid geïnitieerd. Kunt u daarop reageren, hoe dat dat gelopen is als het over participatie gaat? De voorzitter: Mijnheer Noot. De heer Noot: Dank u. Wat moet ik daarvan zeggen? We liggen naast een zeventienbaans Rijksweg. Er is naar ons geluisterd door de gemeente. Wij hebben verzocht om een geluidswal. Die is er nu gekomen.
Wij hebben er erg veel baat bij qua geluid, fijnstof vooral. Er is geluisterd naar ons. De voorzitter: Dank u wel voor uw beantwoording, mijnheer Noot. Dan mag u plaatsmaken voor iemand met dezelfde achternaam, mevrouw Noot. Aan u het woord, mevrouw Noot. Succes met uw bijdrage. Mevrouw Noot: Geachte voorzitter, raadsleden en college, ik begin Gerrie Noot, voorzitter Wijkoverleg West, deelnemer Lucht en Geluid. 19 januari dit jaar hebben wij de themabijeenkomst wijkparticipatie bijgewoond. Dit omdat de wijkparticipatie ons na aan het hart ligt. Besproken is het herzien van de huidige overlegstructuren binnen de wijken naar aanleiding van evaluaties. Dit betreft de wijkoverleggen, maar lijkt mij vooral een herziening die ons wijkoverleggers is opgelegd. Maarten sprak hiervoor net over, de brief van 16 december betekent het einde van deze overlegstructuur. In deze presentatie komt prominent naar voren dat de wijkoverleggen geen representatieve vertegenwoordiging van de wijken zou zijn. We hebben nu circa vijftig deelnemers. We zouden dan ook volgens de presentatie en de wethouder slechts 0,1 procent van de Ridderkerkers vertegenwoordigen. Dat lijkt dan niet veel, maar de gemeenteraad vertegenwoordig met slechts 29 de gehele gemeente. Ik schets u hoe de wijkoverleggen functioneren. Gelukkig zie ik raadsleden die ook wijkoverleggen bezoeken. Zij kunnen mijn verhaal bevestigen.
Elk lid van het wijkoverleg heeft een eigen achterban, familie, vrienden en kent betrokken wijkbewoners, die geen vaste deelnemers willen zijn. Zij bevragen ons wel als lid van het wijkoverleg en we bespreken het als zij iets signaleren. Daarnaast haken mensen ad hoc aan als er iets in een buurt speelt. We hebben degelijk wel een brede spreiding in de wijken. Daarnaast hebben we de informatie die de wijkregisseur verstrekt of behoort te geven en die komt van de gemeente. Dit gebeurt niet altijd. Het komt dan ook voor dat wij van projecten horen en informatie aan de wijkregisseur vragen, zodat dit onderbouwd besproken kan worden. Wij praten over veiligheid, bouwprojecten, zoals de nieuwbouw van De Driemaster en Siloah, verkeersmaatregelen, als herinrichten van straten en HOV, het kappen van bomen enzovoort. Kapotte lantaarnpaal en scheef liggende stoeptegels gaan via de gemeente en niet via het wijkoverleg. Bijvoorbeeld de beoogde bouw tijdelijke huisvesting statushouders enige jaren geleden. Dan bezoeken veel bewoners het wijkoverleg en wordt de informatie in de wijk gedeeld. Wij hebben ook de Werkgroep Lucht en Geluid binnen onze overleg. Zij hebben hun eigen werkveld en koppelen altijd terug in het wijkoverleg. De wijkoverleggen functioneren als verzamelpunt voor Pagina 7 van 52
alles wat er gebeurt in de wijk. Wij overleggen fysiek, worden ondersteund door de wijkregisseur, de notulisten en het secretariaat. Dit al jaren. Dat willen wij graag zo blijven doen, maar dan wel volgens de regels van het convenant. Wij voelen ons nu door de gemeente afgedankt en aan de kant gezet, terwijl zij juist zo ontzettend blij zou moeten zijn met zoveel vrijwilligers en hun netwerk in de wijken. Burgerparticipatie is ontzettend belangrijk. De wethouder realiseert zich niet wat ze aan de kant zet, door de wijkoverleggen oude stijl vooralsnog niet te willen continueren. Op de website staat onder andere, iedere wijk heeft een wijkoverleg. Hierin zitten wijkbewoners die allemaal een verschillende deskundigheid hebben. Het wijkoverleg helpt de gemeente om voor de wijk betere plannen te maken en besluiten te nemen. Zij zijn de oren en ogen in de wijk. In het wijkoverleg wordt gewerkt aan het samen prettiger, leefbaar, veiliger en mooier maken van de wijk. De voorzitter: U heeft nog een halve minuut. Mevrouw Noot: Dit is een ontwikkeling die harder nodig is dan dat mensen niet alleen kijken naar de overheid, maar ook naar hun eigen verantwoordelijkheid. Ik had de legitimering van de wijkoverleggen zelf niet mooier kunnen verwoorden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage, mevrouw Noot, namens de hele commissie.
Wie wil er een vraag stellen? Dan begin ik met mevrouw De Wolff van de ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: U bent hier om in te spreken naar aanleiding van het Rekenkamerrapport. Die heeft u dan ook vast doorgenomen. Ik ben wel nieuwsgierig welke aanbevelingen ... Of er zijn aanbevelingen gedaan en welke aanbevelingen spreken u nu het meeste aan? De voorzitter: Mevrouw Noot. Mevrouw Noot: Dat heb ik even niet zo paraat. Mag ik daar later op terugkomen? De voorzitter: Zullen we nog wel de route ... Want het is gebruikelijk dat dan alle commissieleden worden geïnformeerd. Als u dat antwoord aan de griffier stuurt, zal hij dat verder verspreiden. Dan ga ik naar mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. U houdt een gloedvol betoog. U komt ook mooi uit de verf zo. Als ik het goed begrijp, dan is met 1 januari dit jaar de stekker uit de wijkoverleggen getrokken. Jullie hebben dan ook sinds 1 januari geen enkel overleg meer gehad met elkaar, of gaat dat toch nog een beetje hapsnap door? De voorzitter: Mevrouw Noot. Mevrouw Noot: Jawel, we zijn nog één keer gefaciliteerd om bij elkaar te komen. Maar ik denk dat het weinig zin heeft, want we hebben geen input meer van de gemeente. Er zit geen wijkregisseur bij, geen Wooncompas, geen politie, geen Facet, we hebben ook geen notulisten. Dan notuleren we zelf.
Dat kunnen we dan doorsturen naar de gemeente. Maar wat gebeurt daar dan mee? Dat is heel erg jammer. We weten niet hoe we verder moeten. We weten ook niet of het nog blijft gefaciliteerd worden dit jaar. Nog even. De voorzitter: Ik zie dat het antwoord helder overkomt. Dan mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid-GroenLinks.
Pagina 8 van 52
De heer Rijsdijk: Dank u wel. Een helder verhaal. U had het over het wijkconvenant en u gaf aan dat dat van twee kanten goed nageleefd zou moeten worden. Wat is voor u het belangrijkste punt uit het wijkconvenant, kunt u dat aangeven, in de afspraken met de gemeente? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Noot. Mevrouw Noot: Het belangrijkste voor ons is dat de gemeente zijn afspraken nakomt van de actielijst die we gezamenlijk opstellen in het wijkoverleg en waar we eigenlijk weinig terug van horen. Het kan dikwijls een jaar staan en dan halen we het er maar van af, want er wordt toch nooit iets meegedaan. Het zou voor mij wel belangrijk zijn als die regels nageleefd zouden worden. De voorzitter: Dank u wel voor uw beantwoording. Mag u plaatsmaken voor mijnheer Kraaij? Mijnheer Kraaij, aan u het woord. De heer Kraaij: Dank u wel, voorzitter. Hartelijk dank ook voor het bieden van gelegenheid om hier in te spreken. Op de agenda staat de het Rekenkamerrapport Ridderkerk Participatie en Omgevingswet. Als oudvoorzitter van het Wijkoverleg Oostendam wil ik wat discussiestof aan u aanreiken. In de achterliggende jaren hebben veel wijkbewoners deelgenomen aan het wijkoverleg en zijn goede resultaten bereikt, zoals de wijze waarop de wijk, gemeente, politie, Facet en woningcorporatie samen konden werken. Dit vraagt om voortzetting. Jammer is dat de deelnemers afhaken.
Waarom, vraag je je dan af. Zeker om daar lering uit te trekken voor de toekomst. Veelal ligt de reden van afhaken in onvrede over lange proceduretijd om iets te bereiken. Dat kan zomaar een jaar duren. Wanneer er eindelijk een besluit wordt genomen over een te nemen maatregel, duurde het vaak weer erg lang voor de maatregel was uitgevoerd. Een voorbeeld. Indertijd was besloten om een probleemkruising Tarwestraat-Roggestraat op de Roggestraat over enkele meters een stopverbod in te stellen en dat kenbaar te maken inmiddels een gele streep op de trottoirband. Het duurde ruim zes maanden voor deze streep werd gezet. Een ander voorbeeld. Op de actielijst van het wijkoverleg stonden veel actiepunten. Uitvoering bleef te lang uit. Op enig moment werd er maar voorgesteld acties te schrappen, omdat ze toch niet meer actueel genoeg waren. Als je de mensen wil demotiveren, dan moet je dat doen. In feite werden de acties geschrapt, omdat er geen ambtelijke medewerking werd verleend. In mijn tijd als voorzitter heb ik jarenlang aandacht gevraagd voor een niet met naam te noemen probleem in de wijk Oostendam. Keer op keer kreeg ik antwoord op mijn vraag over voortgang, het komt eraan, we zijn ermee bezig, nog even geduld. Het probleem is vandaag nog niet opgelost. Dit is nu vijf jaar nadat ik de laatste keer een antwoord heb gehad. Dan waarom ik gestopt ben als voorzitter.
Ik noem u een van mijn redenen. In mijn laatste overleg met de voorzitters van de wijkoverleggen met de portefeuillehouder heeft er een uitgebreide discussie plaatsgevonden over het uitblijven van medewerking vanuit de ambtelijke organisatie en hoe deze zou moeten worden aangejaagd. In het verslag van deze bijeenkomst werd niets vermeld over deze discussie. Ook dit is al jaren bekend en hiervoor is zelfs in 2015 een overleg opgestart, de aanjaaggroep. Tenslotte dit. Het convenant met de wijkoverleggen is eenzijdig door de gemeente opgezegd. Reden, meermaals geuite bedreigingen tegen partners. Er was tweejaarlijks overleg met de voorzitters van de wijkoverleggen. Waarom is dit nimmer met hen besproken of beter, waarom zijn ze niet direct bijeengeroepen om te overleggen wat er heeft plaatsgevonden en wat te doen om herhaling te voorkomen? De voorzitters zijn hierin niet gehoord en ze hebben ook geen signalen opgevangen over onheuse bejegeningen. Het is onbegrijpelijk dat binnen de gemeentelijke organisatie niemand is opgestaan om aan te geven dat hier een stap is genomen, zonder te spreken met degenen die verantwoordelijk zijn over de orde in de vergadering van het wijkoverleg. Wat dit betekende voor de deelnemers van het wijkoverleg? Opnieuw een domper, maar dan wel eentje gelijk een mokerslag.
Jarenlang belangeloos ingezet voor een wijkoverleg en dan zo aan de kant worden gezet. Pagina 9 van 52
Onbegrijpelijk. U begrijpt misschien dat het moeilijk wordt om onze mensen te motiveren om het wijkoverleg straks weer op te pakken. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kraaij, dank u wel voor uw bijdrage. Wie wil er een vraag stellen? Ik geloof dat nu mijnheer Rijsdijk als eerste aan de beurt is, Partij van de Arbeid-GroenLinks. De heer Rijsdijk: Dank u, voorzitter. U gaf in uw bijdrage duidelijk aan dat, mijn woorden, één van de frustraties is dat zaken toch wel lang duren en een lange doorlooptijd kennen. Zou u ook een suggestie hebben hoe dat verbeterd zou kunnen worden? Ik heb de vraag ook aan sommige andere insprekers gesteld. Niet aan iedereen. Maar er ligt een kritisch rapport van de Rekenkamer. Wat is in uw beleving nu het eerste punt op het gebied van participatie wat aangepakt zou moeten worden? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kraaij. De heer Kraaij: Dank u wel, voorzitter. Even wat betreft die doorlooptijd. Weet u, dat is een verantwoordelijkheid binnen de gemeente. Als wijkoverleg of als voorzitter hebben wij niets te vertellen in wat er in de organisatie van de gemeente omgaat en wat daar gebeurt en welke prioriteiten worden gesteld. Om dan te vragen van wat mijn suggestie is om die doorlooptijd van acties te verkorten, dat is binnen de organisatie prioriteit geven aan degenen die opdrachten krijgen om vanuit het wijkoverleg iets te gaan doen.
Alleen ik heb zelf ook in die organisatie gewerkt en ik denk dat het moeilijk is, als iemand verantwoordelijk is voor de activiteiten in een afdeling, over openbare werken, ik noem maar even wat, en er komt iemand vanuit Sociale Zaken of ik weet niet wat en die gaat daar prioriteit stellen over acties die gedaan moeten worden, ik denk dat dat dan een bron van conflicten is binnen de organisatie. Maar dat mag de gemeente zelf organiseren. Dan uw andere vraag over een belangrijk punt uit het rapport wat uitgebracht is door de Rekenkamer. Laat ik het zo stellen, ik denk dat de gemeente zich het goed zal doen om burgers te horen en ook er naartoe te gaan, te luisteren naar datgene wat zij willen gaan brengen en wat zij willen helpen in dat beleid wat uitgezet moet gaan worden. Niet op de manier omgaan zoals ze nu gedaan hebben. Gewoon kappen en niet luisteren en doen. Luisteren eens naar die ... Geef ze ook een volwaardige plaats daarin. Laten we het zo houden. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Wolff, ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor dat u veel ervaring heeft op het gebied van participatie, ook van verschillende kanten. U heeft ook het rapport gelezen.
De aanbevelingen die erin staan, als die zouden worden opgevolgd, zou dat volgens u helpen om dit moeizame proces weer vlot te trekken of is er meer voor nodig? De voorzitter: Mijnheer Kraaij. De heer Kraaij: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat er meer voor nodig is. Opvolgen op zich, maar naar mijn smaak heeft het college uitgesproken, maar ik heb het niet helemaal precies, om niet alle adviezen op te pakken. Maar ik weet niet. Er zal vertrouwen teruggebracht moeten worden bij de burgers, in ieder geval bij de wijkoverleggen, wat enorm geschonden is, waar de mensen een geweldige mokerslag te verwerken hebben, laat ik het even netjes zeggen, en om ze weer te gaan motiveren. De stap die eigenlijk, dat heb ik ook in een gesprek met de wethouder gezegd, de stap moet van de gemeente komen, want de gemeente heeft een stap genomen om het te stoppen. De gemeente zal terug moeten komen, om te proberen dit weer te helen. Pagina 10 van 52
De voorzitter: Dank u wel. Dan mijnheer Mijnders, wilt u stapelen? Mijnheer Mijnders, CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. De inspreker, mijnheer Kraaij, geeft aan dat de gemeente de eerste stap moet doen. Zou dan het houden aan het convenant ook weer de ondersteuning leveren bij de wijkoverleggen, de notulisten ... Is dat dan weer voldoende om het vertrouwen terug te winnen, om het zo maar even te zeggen, of is er dan meer voor nodig? De voorzitter: Mijnheer Kraaij. De heer Kraaij: Ik schat in dat er meer voor nodig is. Deze mensen hebben vijftien jaar belangeloos, zonder dat er iets aan hen gedaan is, zich ingezet ten behoeve van het wijkoverleg. Die worden in ene keer aan de kant gezet. Naar mijn smaak en op een, ik vind het, niet fatsoenlijke manier en ook niet een manier die goed gecommuniceerd is en waar hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden. Zelfs is het zo dat ik de term onbehoorlijk bestuur heb horen vallen, wat hier heeft plaatsgevonden. Wil je dat herstellen, wil je daar goed aan doen, dan zal er meer moeten komen dan alleen maar het herstellen van het convenant en dat we het in werking laten treden. Er zal iets naar mijn smaak gedaan moeten worden door de gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Dat maakt het wordt korter, want ik kan het ook stapelen.
Ziet u nog mogelijkheden om in Oostendam weer een wijkoverleg van de grond te krijgen? De voorzitter: Mijnheer Kraaij. De heer Kraaij: Ik weet het niet. Ik heb één keer de mensen bij elkaar kunnen roepen. Dat was via een hele omweg. Uiteindelijk zijn er vier gekomen van de tien, elf vaste deelnemers die er waren. De anderen zijn denk ik al afgehaakt. Ik heb er geen contact mee gehad, maar om het weer op te tuigen? Het was ook heel moeilijk, toen ik gestopt ben als voorzitter, om binnen Oostendam ook een voorzitter te krijgen. Ik weet het niet. Ik hou het in het midden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kraaij, voor de beantwoording van de vragen. Dan mag mevrouw Van der Sluis plaatsnemen. Aan u het woord. Mevrouw Van der Sluis: Dank u wel, voorzitter. Geacht aanwezigen, mijn naam is Linda van der Sluis. Ik ben voorzitter van Wijkoverleg Slikkerveer. Wij vertegenwoordigen een behoorlijk aantal inwoners in de wijk Slikkerveer. We staan er voor allemaal. Ik ben al sinds de oprichting lid van Wijkoverleg Slikkerveer en nu sinds anderhalf jaar voorzitter. Ik had net twee vergaderingen gedaan als voorzitter, toen we in december de brief kregen dat de ambtelijke ondersteuning werd opgeschort. Dat terwijl ik als beginnend voorzitter juist zo blij was met de goede ambtelijke ondersteuning die we hadden.
Ons wijkoverleg was met de wijkregisseur namelijk al in overleg over hoe we ons wijkoverleg konden veranderen en er bijvoorbeeld meer jongeren bij konden betrekken. Wij, als Wijkoverleg Slikkerveer, hebben besloten om door te gaan als wijkoverleg, maar zonder input vanuit de gemeente wordt het een stuk lastiger, maar we doen ons best. Wat alleen nu extra lastig is, is om mijn leden gemotiveerd te houden. In de wijken en bij veel ambtelijke overleggen hoor je zowel van de inwoners als van ambtenaren dat onze wijkoverleggen niet meer zouden bestaan. Dit komt omdat de gemeente deze indruk wekt. Het voelt als een schoffering voor ons wijkoverleg en onze deelnemers en deze vorm van burgerparticipatie in deze gemeente. Het is voor mij niet te bevatten dat ons vroeger zo mooie gemeente op deze manier met hun vrijwilligers omgaat. Mensen die zich soms al tientallen jaren met hart en Pagina 11 van 52
ziel hebben ingezet voor hun omgeving, hun wijk en hun gemeente. Ik ga als voorzitter voor mijn deelnemers van mijn wijkoverleg staan, want ik laat hen niet zo behandelen. Zij zijn in een brief, die wij in december van de gemeente hebben ontvangen, weggezet als een stel onbeschofte, vreselijke mensen. Het heeft onze deelnemers geraakt en enorm gekwetst. Het is voor mij nog steeds niet acceptabel dat het college dit heeft laten gebeuren en dat we nu wel verder moeten denken over een nieuwe vorm van wijkoverleg. Wat mijn deelnemers zouden willen, is dat we een half jaar terug zouden gaan in de tijd en dat we verder konden met ons oude wijkoverleg in de oude vorm, met de oude vorm van ambtelijke ondersteuning. Dan zijn wij als wijkoverleg Slikkerveer, ik weet zeker dat het ook voor alle andere wijkoverleggen geldt, zeker bereid om met deze wethouder en het college mee te denken over de ontwikkeling van het nieuwe wijkoverleg en eventueel aangevuld met andere vormen van participatie. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage, namens de hele commissie. Is er weer gelegenheid om vragen te stellen. Mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid-GroenLinks. De heer Rijsdijk: Dank u wel. U gaf aan dat er binnen het Wijkoverleg Slikkerveer al werd nagedacht over veranderingen. Dat u daar ook over in gesprek was. U noemde als voorbeeld het meer betrekken van jongeren.
Kunt u aangeven aan welke veranderingen u nog meer dacht? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van der Sluis. Mevrouw Van der Sluis: Dank u wel. We waren met onze wijkregisseur in gesprek. Mensen zouden een voortrekkersrol daarin hebben. We zouden eerst hun ontwikkelingsplan afwachten en daarna zouden wij verdergaan. Maar we waren al aan het denken over hoe we de jeugd meer konden benaderen, door middel van de buurttenten, kleinschalige projectgroepjes, eventueel meer via social media de jeugd te gaan benaderen. Dat soort dingen waren we over aan het nadenken. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Mijn vraag was vergelijkbaar met die van mijnheer Rijsdijk. Ik heb al een antwoord. Dank je. De voorzitter: Dank u wel voor de vragenbeantwoording. Mag u plaatsmaken voor mijnheer Boots? Mijnheer Boots, aan u het woord. De heer Boots: Dank u. Mijnheer de voorzitter, beste raads- en commissieleden, u heeft allen kennis kunnen nemen van het Rekenkamerrapport. Op het terrein van de participatie krijgt de gemeente daarin geen goed cijfer. Nu komt binnenkort de nieuwe Omgevingswet, waarin participatie nog meer nadruk krijgt. Participatie behelst dan minimaal het niveau van meebeslissen en niet het laagste niveau van alleen informeren.
Om goede participatie mogelijk te maken, is het noodzakelijk dat gremia tijdig en volledig van de noodzakelijke informatie worden voorzien. Burgers voor een voldongen feit stellen en dat participatie noemen, gaat niet meer werken. Een belangrijk probleem met het functioneren van de wij overleggen, waarvan onlangs de ambtelijke ondersteuning is stopgezet, dat weet u inmiddels, was het feit dat de gemeente de informatievoorziening niet goed naleefde. Belangrijke informatie kwam vaak laat en/of onvolledig. Hierdoor ontstond er juist vaker frictie en dat leverde ook verhitte discussies op. Wijkoverleggen zouden in mijn perceptie een ideaal platform kunnen zijn voor participatie in de nieuwe Omgevingswet. Dat blijkt ook wel uit het rapport van participatie wat de gemeente heeft geproduceerd in 2022. Als enige partij voor participatie waren de wijkoverleggen betrokken bij alle geëvalueerde projecten, als enige. Wijkoverleggen kunnen echt Pagina 12 van 52
alleen maar goed functioneren als ze adequaat en tijdig van alle benodigde informatie worden voorzien. Dat is ook een van de belangrijkste afspraken in het huidige, getekende en toch niet herroepen convenant van 2016. De gemeente moet het wijkoverleg inspireren, informeren en faciliteren, artikel 2.2. Ik als voorzitter van het Wijkoverleg Centrum, net als de overige voorzitters, zie nog steeds een belangrijke rol voor de wijkoverleggen in de nieuwe Omgevingswet. Tijdige en volledige informatie is dan wel vereist voor een goed functioneren. De participatievormen die het college nu voorstelt, missen de basis om tot een gestructureerd overleg te komen. Weerwoord is soms nodig voor een adequaat besluit. Enquêtes en dergelijke zijn zo in te richten dat je het gewenste antwoord krijgt en de oppositie daarmee beperkt blijft. Dat klinkt handig. Echter, oppositie is gezond en maakt je beter. Je moet grondiger nadenken over je besluiten en je krijgt inzichten over mogelijk ongewilde neveneffecten. Laten we het kind niet met het badwater weggooien. Geef de wijkoverleggen een belangrijke rol in de participatie in de nieuwe Omgevingswet. Het convenant uit 2016 zou hiervoor een prima leidraad kunnen zijn. Tot slot wil ik me nog even richten op artikel 8.2 van dit convenant.
Dat meldt: “Dit convenant wordt alleen gewijzigd op verzoek van één van de partijen en dat beide partijen met de wijziging hebben ingestemd.” Opschorten van de ambtelijke ondersteuning is eigenlijk een wijziging van dit convenant. Dat dat nu eenzijdig is gebeurd, is volledig in strijd met dit convenant en getuigt naar mijn mening van onbehoorlijk bestuur. Dank u voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage, namens de hele commissie. Wie wil er een vraag stellen? Mijnheer Mijnders van het CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Eén vraag. De Omgevingswet komt er inderdaad aan, hopelijk 1 januari 2024. Daarin hoort een hele grote rol voor de participatie bij de initiatiefnemer. Dat wordt echt een uitdaging. U geeft een paar keer aan dat het wijkoverleg er ook een belangrijke rol in kan spelen. Kan u dat toelichten welk idee u daarbij heeft? Dank u wel. De heer Boots: De wijkoverleggen zijn eigenlijk het enige platform binnen de huidige participatievormen die de gemeente voorstelt waar een duidelijke discussie mogelijk is, hoor en wederhoor, ideeën aandragen, tegen ideeën krijgen of bepaalde conflicten uit die ideeën opmerken. De andere is eigenlijk alleen maar informatie ophalen. Ik denk dat daarmee die wijkoverleggen een ideaal platform kunnen zijn om echt een discussie op gang te brengen in het meebeslissen voor bepaalde projecten.
Dat kan natuurlijk alleen maar functioneren als de informatie op tijd komt. Niet als er al een project bedacht is, maar op moment dat men een project gaat ontwikkelen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Wolff, ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel, voorzitter. Ook aan u weer de vraag over de aanbevelingen die ik bij meerderen heb gesteld. Ik heb een hoop aanbeveling horen terugkomen in uw verhaal. Eentje wil ik er even uitlichten. Er staat vernieuwde gereedschapskist voor participatie. U gaf net al aan, de vormen die worden voorgesteld zijn volgens mij niet passend genoeg. Zo'n soort zin gebruikte u. Kunt u aangeven welke vormen u wel passend zou vinden. De voorzitter: Mijnheer Boots. De heer Boots: Als men een bepaald project wil ontwikkelen en men heeft totaal zelf geen idee, dan lijkt het me slim om enquêtes en dat soort dingen op te zetten om ideeën op te doen. Als er een bepaald idee al is voor een project, dan heeft het weinig zin om nieuwe ideeën te gaan ophalen, want die is er al. Dan is het belangrijk om te kijken of het idee wat men heeft een basis vindt binnen de burgerij, de bevolking. Dan zou Pagina 13 van 52
zo’n platform, waar men ideeën kan uitwisselen, de meest geschikte vorm zijn om die participatie naar het niveau van meebeslissen meer cachet te geven. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. U geeft prachtig aan dat er ook wel nieuwe vormen eventueel aan het oude wijkoverleg toegevoegd kunnen worden. Het oude wijkoverleg, voor mijn begrip, dat is het wijkoverleg faciliteert, zoals anderen dat ook al zeiden, door de wijkregisseur, de notulisten en secretariële ondersteuning en dan die partners. Maar die partners kunnen misschien eventueel toch wel in overleg met u. Volgens het convenant is dat een mogelijkheid om het Wijkoverleg Centrum te continueren of ze een doorstart te geven, als er weer voldaan kan worden. De voorzitter: Mijnheer Boots. De heer Boots: Ook ik heb te maken met demotivatie doordat mensen niet gehoord werden of met de informatie die aangedragen werd, vanuit het wijkoverleg, we het gevoel kregen dat er weinig mee gedaan werd. Heb ik ook te maken met leegloop en demotivatie. Ik denk dat de wijkoverleggen wel een doorstart kunnen maken, ook het Wijkoverleg Centrum. Ik heb erg gemotiveerde mensen in de wijk die, mits gefaciliteerd worden, wel bereid zijn tot een doorstart. We zullen wel meer reclame moeten maken voor het wijkoverleg.
Ik zie het met name zo dat nu, als er een wijkoverleg gepland staat, dan staan er drie regeltjes in De Blauwkai, half acht Wijkoverleg Centrum. Maar daar blijkt niet uit, wat is een wijkoverleg, welke onderwerpen staan op de agenda, wat kan men verwachten? Ik denk als men daar veel meer informatie van tevoren al aandraagt, dat men mensen meer gemotiveerder naar die wijkoverleggen krijgt. Dat men daarmee ook meer mensen motiveert om mee te gaan denken en mee gaan beslissen over projecten die dan in de wijk spelen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Dan is het meer een opmerking. Volgens mij staat iets dergelijks ook vermeld in het convenant. U geeft ook aan, leef het convenant na, dan zien we toekomst. Dank u. De voorzitter: Ik hoor daar inderdaad geen vraag. Dan gaan we naar mijnheer Rijsdijk van de Partij van de Arbeid-GroenLinks. De heer Rijsdijk: Dank u, voorzitter. Ik had vergelijkbare vragen als mevrouw De Wolff en mevrouw Van Nes-de Man. Die zijn beantwoord. Dank u. De voorzitter: Duidelijk. Dan betekent dat we aan het einde zijn van deze inspreker agendapunt. Dan danken we nogmaals alle insprekers voor hun bijdrage en voor de beantwoording van de vragen. 3.
Vaststellen besluitenlijst commissie Samen leven en Samen wonen 9 maart en Samen wonen 30 maart 2023 De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 3, vaststellen besluitenlijst Samen leven en Samen wonen van 9 maart en Samen wonen 30 maart 2023. We nemen het bladzij voor bladzij door. Als u een opmerking heeft of een vraag wil stellen over die bladzij kan dat. Gaan we naar het verslag van 9 maart. Bladzij 1. Bladzij 2. Bladzij 3. Bladzij 4. Bladzij 5. Dan is het bij deze vastgesteld. Gaan we naar het verslag van 30 maart. Bladzij 1. Bladzij 2. Bladzij 3. Mijnheer Van Zwienen, SGP. Pagina 14 van 52
De heer Van Zwienen: Over bladzij drie heb ik nog even een verzoek. Daar staat bij puntje 5 ... De voorzitter: De agendapunten, de actiepunten komen zo dadelijk. Als u een tekstueel voorstel heeft, dan is dat nu de bedoeling. De inhoud komt hierna. De heer Van Zwienen: Dan komt het zo meteen. De voorzitter: Dan gaan we naar de lijst met toezeggingen en actiepunten van de commissie Samen wonen. Dat doen we vanuit het verslag van 30 maart. Punt 3, de visie ecologie. Is de commissie het eens met het voorstel van het college deze toezegging van de lijst te halen? Ik zie dat dat het geval is. Dan is dat bij deze geregeld. Punt 4, evaluatie stimuleringsregeling. Die is beantwoord voor de raadsvergadering en is afgedaan. Punt 5, de startnotitie Recreatiecentrum De Fakkel. Is de informatie opgenomen in de RIB van vrijdag jongstleden? Dat is de vraag. Mijnheer Van Zwienen, SGP. De heer Van Zwienen: Daar had ik nog even een opmerking over inderdaad. Wij hebben als fractie nog niet bekeken of we nu ook echt alle gevraagde informatie hebben ontvangen, zoals gevraagd in de motie. De vraag is eigenlijk, zou hij nog een keer erop mogen blijven staan? De voorzitter: Dan zullen wij deze nog vergadering laat staan. Punt 7, herstel, punt 6, startnotitie De Fakkel. De vraag is voor de raadsvergadering beantwoord en is daarmee afgedaan. Punt 7, de muziekschool.
De tekening is ter beschikking gesteld. Is afgedaan. Punt 8, de subsidieverordening Energiezuinig Cornelisland. De vraag is voor de raadsvergadering beantwoord. Is afgedaan. Zijn we daarmee aan het eind van dit agendapunt gekomen. 4.
Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Woning Waalweg nabij 1 De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 4. Dan mag de portefeuillehouder, wethouder Van der Duijn Schouten en mijnheer Rienks plaatsnemen. Agendapunt 4, ontwerpverklaring van geen bedenkingen woning Waalweg nabij 1. De inzet is ter vaststelling. Kan de commissie daarmee instemmen? Dat is het geval. Dat betekent dat er technisch inhoudelijke vragen ... Dat betekent dat alle mogelijke vragen en opmerkingen mogen worden gemaakt. Dan is eerst het woord aan wethouder Van der Duijn Schouten, om een toelichting te geven op het agendapunt. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het voorstel voor zich spreekt. We willen op die locatie, op verzoek, een woning toestaan. Daarmee wordt de mogelijkheid om daar een bedrijfsbestemming en een gebouw neer te zetten eraf gehaald, zodat we een bedrijf inwisselen voor een woning, wat, wat ons betreft, een mooie kwaliteitswinst is op dat plekje. De voorzitter: Dank u wel. Wie van de commissieleden heeft een vraag? Er is een vragensteller. Mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid-GroenLinks, hoeveel vragen heeft u? De heer Rijsdijk: Ik heb er drie, voorzitter. De voorzitter: Dan mag u ze alle drie tegelijk stellen? De heer Rijsdijk: Dank u. In de stukken staat, er is een bedrijf naast dat stukje grond gevestigd.
In de stukken staat dat het bedrijf niet onevenredig geschaad wordt. Het bedrijf had er wat zorgen over. Dat staat er dan zo, niet onevenredig. Is er wel sprake van dat het bedrijf op de een of andere manier geraakt wordt? Of dat toch Pagina 15 van 52
verduidelijkt kan worden. Een andere vraag die ik had is, wij begrepen uit de stukken dat er al grond bouwrijp gemaakt is. Wij vroegen ons af of dat klopte? Als dat zo is, of daar dan toestemming voor gegeven is? De laatste vraag, er wordt aangegeven dat als daar een woning komt, dat het een enorme ruimtelijke verbetering is, omdat er nu een bedrijfsloods zou kunnen komen van 320 vierkante meter. Dat vindt de gemeente niet wenselijk, om allerlei redenen. Terecht, denk ik. Maar als we dat zo onwenselijk vonden, is er ook over nagedacht om die bestemming er al eerder af te halen, of doet de gelegenheid zich nu voor en is dit het argument? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Wordt het bedrijf geraakt? Er gaan nu activiteiten naast hun plaatsvinden waar niets gebeurt. In die zin zullen ze er enigszins door geraakt worden van niets naar wel iets, maar ze zouden ook geraakt worden als daar weer een en ander bedrijf zich had gevestigd. Op het moment dat daar een eigenaar besluit om een hele tijd geen activiteiten te doen en dan wel iets gaat doen, dan raakt het uiteraard de omgeving wel, in zekere zin van, er ontstaat geen bedrijvigheid, maar wel reuring van er gaan mensen wonen. De grond bouwrijp gemaakt, dat ga ik straks even vragen of de heer Rienks die vraag wil beantwoorden.
Enorme ruimtelijke verbetering en/of eerder? De kans deed zich nu voor. Als je die loods niet wil, dan was eerder de optie geweest om de loods weg te bestemmen, maar dat raakt natuurlijk de eigenaar wellicht ook negatief. De vraag is welke bestemming je er dan aan wil geven. Maar u merkt terecht op, het verzoek van de eigenaar kwam en dat leek ons ook een mooie kans om hier nu een goede invulling aan te geven. Die kans hebben we samen met eigenaar aangegrepen. Wellicht dat de Rienks nog iets over het bouwrijp maken kan zeggen. De voorzitter: Mijnheer Rienks. De heer Rienks: Goedenavond. In het bestemmingsplan Waalbos zit er geen verbod op het bouwrijp maken van de grond. Dat is al toegestaan. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid-GroenLinks. De heer Rijsdijk: Eén aanvullende vraag nog. Ik begrijp uiteraard, als er nu geen activiteiten zijn en er komt een bedrijf, dan ga je daar iets van merken. Maar op het moment dat die woning daar komt, brengt dat dan nog beperkingen in de bedrijfsvoering met zich mee of kan het bedrijf gewoon door blijven gaan zoals het nu is? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Het bedrijf wordt in die zin in zijn bedrijfsvoering niet geraakt. Ze kunnen gewoon doorgaan met wat ze altijd al deden en wat ze ook nog hopelijk vele jaren in de toekomst zullen doen.
De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn wij aan het einde van het vragenstellen. Blijft de commissie instemmen met ter vaststelling? Dat is dan bij deze het geval. 5.
Huisvestingsplan onderwijs en integrale kindcentra 2023-2026 De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 5. Mag de portefeuillehouder, wethouder Stip en mevrouw Zijlstra plaatsnemen. Agendapunt 5, Huisvestingsplan onderwijs en integrale kindcentra 2023-2026. De inzet is ter Pagina 16 van 52
debat. Kan de commissie daarmee instemmen? Dat is het geval. Dat betekent dat er technisch inhoudelijke vragen kunnen worden gesteld. Eerst krijgt wethouder Stip het woord om een toelichting te geven op het voorstel. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, vanavond ligt het voorstel Huisvestingsplan onderwijs en integrale kindcentra voor. Met dit meerjarige integraal plan geven we de raad een vooruitblik op wat de komende jaren de plannen zijn op het gebied van onderwijshuisvesting. Dit plan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Veel van de in dit plan opgenomen ontwikkelingen zijn al eerder door de gemeenteraad geaccordeerd en van budget voorzien. Helaas komen daardoor de gestegen bouwprijzen er niet meer mee uit. Maar daar komen separate raadsvoorstel voor, die om aanvullend krediet zullen vragen. Wat we met dit voorstel wel mogelijk willen maken, zijn extra vierkante meters voor passend onderwijs en voor extra begeleiding van leerlingen. De ondersteuning op de scholen is gegroeid. Daarnaast blijven, vanwege het passend onderwijs, meer kinderen op de basisschool. Zijn gaan minder snel naar speciaal basisonderwijs. Deze kinderen draaien mee in de klas, maar hebben wel extra ondersteuning nodig. Ook voor hen is extra ruimte zeer welkom.
Het is mooi om te constateren dat er zo’n mooi aanbod aan onderwijs in Ridderkerk is. Dat dit onderwijs straks in veel nieuwe gebouwen plaats zal vinden, maakt het alleen maar mooier. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wie van de commissieleden wil een vraag stellen? Mijnheer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk, hoeveel vragen heeft u? De heer Swarttouw: Twee. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid-GroenLinks, drie vragen. Wie is de volgende? Mijnheer Mijnders, CDA, vier vragen. Mijnheer Borst, VVD, één vraag. Beginnen we met mijnheer Swarttouw van Leefbaar Ridderkerk. De heer Swarttouw: Dank u wel, voorzitter. Als eerste, dat plan gelezen, het ziet er natuurlijk mooi uit. Ik ben zelf ook werkzaam in het onderwijs, dus ondersteun alleen maar verbeteringen, zal ik maar zeggen, in gebouwen zeker. Met name als dat frisser moet worden en gezonder. Maar daar even een vraagje over, want eigenlijk twee dingen. In die nieuwbouw, daar is ook wat over gelezen, over de inrichting van de scholen en waar we dan op moeten letten. Maar wat natuurlijk een keer uitgesteld is, dat een school geen budget genoeg had voor de inrichting.