2023-03-30-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag commissie Samen leven Ridderkerk 30 maart 2023 1.
Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Een hele goedenavond. Het is klokslag acht uur en ik wil heel graag deze vergadering openen. De Commissie Samen leven. Even voor alle duidelijkheid voor de luisteraars, de Commissie Samen leven, Samen wonen vindt plaats in de trouwzaal. Ik wil graag iedereen hier aanwezig hartelijk welkom heten, commissieleden, collegeleden. We hebben niemand, ja, we hebben wel inderdaad mensen op de publieke tribune zitten. Ik wou jullie bijna over het hoofd zien. Volgers thuis, ambtelijke ondersteuning. Ik heb vastgesteld inmiddels dat alle partijen vertegenwoordigd zijn. Nog even voor alle duidelijkheid, we spreken via de voorzitter. Ik heb nog even een punt voor de agenda. Wethouder Van Os vervangt bij agendapunt 3 de burgemeester en wordt deze avond ook verwacht in de Commissie Samen wonen. Kunt u ermee instemmen om agendapunt 6 te behandelen direct na agendapunt 3? Ik zie geen handjes, dan stellen we de agenda gewijzigd vast.
2.
Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Agendapunt 2, spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er zijn geen sprekers aangemeld.
3.
Wensen en bedenkingen Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s (VRR) De voorzitter: Dan kunnen wij gelijk over naar agendapunt 3. Ik wil vragen of wethouder Van Os en mevrouw Tascilar voor mij plaats willen nemen. Onderwerp is de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's. Voordat de gemeenschappelijke regeling zoals de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond deelneemt aan de stichting kunnen de deelnemende gemeentes wensen en bedenkingen uiten. De Veiligheidsregio wil deelnemen aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's en het Waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid met andere veiligheidsregio's dragen van risico's in bijzondere gevallen. De raad wordt voorgesteld geen wensen en bedenkingen te uiten en daarvoor de bijgevoegde brief vast te stellen en aan de veiligheidsregio toe te sturen. De inzet is ter vaststelling in de gemeenteraad. Kunt u daarmee instemmen? Ik zie geen handjes, dus dan gaat hij ter vaststelling. Dus dat betekent dat u alle vragen mag stellen aan de wethouder die u wil. Wethouder Van Os heeft u nog aan datgene wat ik inmiddels al vermeld heb wat toe te voegen? De heer Van Os: Voorzitter, laten we hopen dat we er nooit gebruik van hoeven te maken. Dank u wel. De voorzitter: Dat is inderdaad de allerbeste toevoeging die je kan wensen. Zijn er vragen in de Commissie? Mevrouw Ripmeester, PvdA-GroenLinks, hoeveel vragen heeft u? Eén vraag.
Mevrouw Van Vliet, twee. Verder geen vragen? Mevrouw Ripmeester, dan mag u uw vraag stellen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik heb één vraag en dat is: Het wordt ingezet bij ingrijpende gebeurtenissen, aan welke gebeurtenissen wordt dan gedacht? Wat is nou zo'n ingrijpende gebeurtenis dat dit fonds nodig is? De voorzitter: Wethouder Van Os, zou u deze vraag willen beantwoorden? De heer Van Os: Ja, dank u wel, voorzitter. Het gaat echt om een dienstongeval.
Pagina 1 van 27
De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, is uw vraag hiermee voldoende beantwoord? Nee, ik zie u nee schudden. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel. Nee, het zal voor de intimi vast duidelijk zijn wat dan precies een dienstongeval is. Maar ik heb geen idee wat ik me daar dan bij voor moet stellen. De voorzitter: Wethouder Van Os, ik zie dat u het woord wil geven aan mevrouw Tascilar. Mevrouw Tascilar, zou u de vraag verder willen beantwoorden? Mevrouw Tascilar: Ja hoor. Dank u wel, voorzitter. Het gaat hierbij om een dienstongeval. Zoals we weten zitten er verschillende operationele diensten bij de veiligheidsregio, zoals de brandweer, de GOR. En als zij een dienstongeval hebben in hun eigen expertise of in hun vakgebied dan worden dus inderdaad schades afgewikkeld en verzekerd. Daarbij kan gedacht worden aan een dienstongeval waarbij eigenlijk zij worden aangevallen door mensen in de omgeving of dienstongevallen op het werk. Dus arbeidsongevallen kunnen in dit geval ook van toepassing zijn. Er is niet per se een specificatie gegeven wat er onder, wat het referentiekader van de veiligheidsregio is onder een dienstongeval. Maar wel weten we dat die tot nu toe niet verzekerd worden en zij willen juist arbeidsovereenkomst voor ook die medewerkers verbeteren.
De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, is uw vraag hiermee voldoende beantwoord? Ik zie dat u het prima vindt, dus dan ga ik over naar mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. U had twee vragen. Zijn dat er nog steeds twee? Mevrouw Van Vliet: Zijn er nog steeds twee, ja. De voorzitter: Wilt u ze tegelijk stellen? Mevrouw Van Vliet: Ja, het is puur een verduidelijking vraag. Omdat, u zei het daarnet al, de GOR. Dat kwam ik eigenlijk in het stukje even niet tegen. Omdat ze het hadden over Bestuurlijke Adviescommissie Brandweer was ik een beetje op het verkeerde been gebracht, want ik dacht dus en dat was mijn vraag: Welke professionals vallen nou onder deze regeling, is dat alleen de brandweer, of zijn het ook andere professionals? Zo welke? En wat ook niet duidelijk was, de deelnemers ja, die betalen de premie. Maar de deelnemers, zijn dat de deelnemende gemeenten of zijn dat de deelnemers, de personeelsleden? Laat ik het maar zo zeggen. Dus dat was even voor mij een verduidelijkings vraag. De voorzitter: Mevrouw Tascilar, zou u de vraag willen beantwoorden? Mevrouw Tascilar: Jazeker. In de brief staat vermeld dat het in dit geval gaat om de brandweer. Ik heb zojuist zelf ook GOR benoemd, omdat ik daar zelf ook van uitga aangezien zij voor de VR werken. Maar dat kan ik zelf nog even voor u achterhalen. Wat betreft uw tweede vraag.
Het Waarborgfonds, die wordt belegd door de deelnemende veiligheidsregio's. Het is zo ingedeeld dat wij met de vijfentwintig veiligheidsregio's ervoor zorgen dat we de risico’s spreiden. En dus niet door de pers, door personeel of door gemeente, nee door de vijfentwintig veiligheidsregio's. Dus Rotterdam-Rijnmond in dit geval. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, wilt u wel via uw microfoon spreken? Mevrouw Tascilar: Er staat ook bij … Mag ik? De voorzitter: Ja, ja, zeker. Maar mevrouw Van Vliet, die gaf een opmerking. En aangezien we het ook uitzenden wordt het erg onduidelijk als iemand zomaar wat gaat roepen. Pagina 2 van 27
Mevrouw Tascilar: Bij de sectie Financiën staat ook vermeld dat beoogd wordt om het Waarborgfonds kostenneutraal te financieren. Dat houdt in dat er incidenteel ruimte wordt gecreëerd binnen de VR om het Waarborgfonds te kunnen beleggen. En dat is dan ook wat zij beogen op dit moment. En daarom zien we ook geen directe invloed op deelnemende gemeenten. Dus het kan, het kan in ons voordeel werken. En daar zeg ik uitsluitend kan, omdat er natuurlijk altijd in de toekomst ontwikkelingen kunnen plaatsvinden waardoor ze wellicht op gemeenten dienen te leunen. Maar ik ga ervan uit van niet. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vliet, zijn daarmee uw beide vragen voldoende beantwoord? Mevrouw Van Vliet: Nee, want één vraag wordt nog uitgezocht. Dat is, of de medewerkers van de GOR er ook onder vallen en dat vind ik wel belangrijk. Dank u wel. De voorzitter: U had de toezegging gekregen dat u die alsnog kreeg. Dus in die zin zijn ze voor nu voldoende beantwoord. Blijft de Commissie van mening dat het ter vaststelling kan naar de raad? Ik zie geen handjes, dus dan gaat hij ter vaststelling. Mevrouw Tascilar, mag ik u hartelijk bedanken voor de goede toelichting? 6.
Stand van zaken ontwikkelingen ambtelijke organisatie De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 6, stand van zaken ontwikkelingen ambtelijke organisatie. Dit is een standaard agendapunt op verzoek van de raad. Wethouder Van Os, zijn er nog actuele ontwikkelingen? De heer Van Os: Jazeker, voorzitter. Laat ik beginnen net als de vorige keer, alle waardering uit te spreken voor al die medewerkers die nou, bijna inmiddels dag en nacht keihard werken aan de inrichting van de gemeentelijke organisatie. Maar ook de BAR-organisatie die straks de bedrijfsvoeringstaken voor de drie gemeenten gaat doen, het is echt ongelooflijk wat een werk er verzet gaat worden. We hebben in de Bestuurlijke Stuurgroep, hebben wij het concept Sociaal Plan deze week besproken. Daar is de werkgroep HRM mee bezig samen met de ondernemingsraad om daar het gesprek over aan te gaan met de vakbonden. Dus dat loopt ook volgens schema. De eerste gesprekken over de financiële afwikkelingen, die vinden ook plaats waarbij onze onafhankelijke gespreksleider een voorstel gaan doen aan de drie gemeenten hoe we aan een afwikkeling kunnen werken met elkaar. Dat heeft plaatsgevonden. En volgende week zit er in het college O&F-plannen, dus hoe komt onze organisatie eruit te zien. En gaat het college daarover een besluit nemen. Loopt ook allemaal volgens schema.
Daarnaast, en misschien heb ik dat al eerder een keer benoemd in de Commissie, onderzoeken we de mogelijkheid voor een samenwerking met de gemeente Albrandswaard waarbij de gemeente Ridderkerk als een centrumgemeente fungeert en wij dus de medewerkers die nu bij Albrandswaard voor een aantal clusters werken, in dienst nemen en met dienstverleningsovereenkomsten weer beschikbaar stellen voor Albrandswaard. Waarbij wij zoals gezegd als centrumgemeente fungeren en daartoe zijn we een intentieovereenkomst aan het afsluiten die ook volgende week in het college zit. Als de colleges van Albrandswaard en Ridderkerk daar akkoord op geven, dan gaan we dat verder verkennen en uitwerken. Aantal updates zover even, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Van Os. Zijn er vanuit de Commissie vragen? Zo ja … De heer Overheid en mevrouw De Wolff, heeft u allebei één vraag? De heer Overheid was als eerste dit keer, dus dan mag hij als eerste de vraag stellen. De heer Overheid: Dank u, voorzitter. U geeft aan dat er een soort samenwerking met Albrandswaard gaat plaatsvinden, een soort van centrumgemeente. Ik vraag me dan af, ik weet niet of dat ook een vraag voor u is, Pagina 3 van 27
maar ik ben wel benieuwd wat voor impact dat dan eventueel zou kunnen hebben op Ridderkerk, zowel financieel als organisatorisch? Ik heb geen idee namelijk waar we over praten. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, dank u, voorzitter. Goede vraag. De kwetsbaarheid die ontstaat door het inrichten van afzonderlijke gemeentelijke organisaties, die wordt minder voor de Ridderkerk en Albrandswaard. Doordat ik noem maar wat, een cluster Buitenruimte of een cluster Ruimte of een sociaal domein, die medewerkers zitten straks gewoon bij elkaar weer in één ruimte. Stel dat dat er tien zijn, dan werken er drie voor Albrandswaard en zeven voor Ridderkerk, maar ze zitten wel in één ruimte. Dus stel dat degene voor Albrandswaard nou, even geen werkzaamheden heeft en Ridderkerk loopt over in het werk, dan kunnen ze elkaar verstevigen. Dus onze kwetsbaarheid, die neemt af. Ja, daarnaast heb je natuurlijk een dienstverleningsovereenkomst en daar zit een prijs op en ook een bepaald risico. Op het moment dat je niet de vacature kan vervullen omdat iemand daar niet is, heb je dan ook de plicht als Ridderkerk om die vacature te gaan vervullen, te zoeken. Dus er zit ook wel een soort financieel risico opslag op waarbij Ridderkerk nou, in ieder geval er niet op achteruit gaat financieel. Laat ik het dan maar zo benoemen.
De voorzitter: Mijnheer Overheid, CDA, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? De heer Overheid: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw De Wolff, ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel, voorzitter. Wethouder Van Os sprak over een concept van het Sociaal Plan wat bijna klaar is. Ik kan me voorstellen dat er nog niet veel over gezegd kan worden. Gaat dit plan ook naar ons toe komen ter info en, of blijft dat echt in de organisatie? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Klopt inderdaad, voorzitter. Daar kannen we nu niks over zeggen, want de medewerkers zelf hebben er geen kennis van genomen en die moeten daar ook wat van kunnen vinden. En het is echt een bedrijfsvoeringszaak wat echt binnen ja, colleges blijft en de bedrijfsvoeringsorganisatie. Dus dat komt niet naar de raad toe, nee. De voorzitter: Mevrouw De Wolff, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Mevrouw De Wolff-ter Beek: Voor nu wel, ja. De voorzitter: Dank u wel. Verder geen vragen in de Commissie? Geen spijtoptanten? Dan dank ik wethouder Van Os en wens hem een hele goede avond bij de Commissie Samen wonen. Dat scheelt weer een keertje heen en weer lopen. 4.
Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (Voorne aan Zee) De voorzitter: Dan wil ik graag overgaan naar agendapunt 4, wijziging Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond, informatie uitwisseling. Het voorstel is om het ter vaststelling laten gaan. Ik wil vragen of wethouder Piena en mevrouw Lauwers voor mij plaats willen nemen. Onderwerp is de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Voordat de Gemeenschappelijke Regeling wordt gewijzigd, Pagina 4 van 27
kunnen de deelnemende gemeenten een zienswijze geven op de ontwerpwijziging. Als de regeling door het college is aangenomen, moet het college toestemming hebben van de raad om deze te wijzigen. De Gemeenschappelijke Regeling moet gewijzigd worden omdat drie deelnemers zijn gefuseerd tot één gemeente Voorne aan Zee. Dit is een administratieve wijziging. De raad wordt voorgesteld geen zienswijze te geven op de ontwerpwijziging en het college toestemming te geven voor deze wijziging. De inzet zoals ik net al zei, is ter vaststelling. Kan de Commissie hiermee instemmen? Ik zie geen handjes. Wethouder Piena, heeft u nog wat toe te voegen? De heer Piena: Voorzitter, nee. Het is slechts een technische wijziging, dus daarbij wil ik het laten. De voorzitter: Geen vragen van commissieleden? Nee. En nog steeds van mening ter vaststelling? Ik moet het u officieel vragen. Dan gaat deze ter vaststelling naar de raad. 5.
Gespreksnotitie over Gezondheidsmonitor Kinderen 2022 Ridderkerk op verzoek van de raadsleden R. van de Waerdt, E. de Wolff-ter Beek, T. Overheid, C. van Vliet en A. Ripmeester De voorzitter: Dan komen we aan bij agendapunt 5, gespreksnotitie over Gezondheidsmonitor Kinderen 2022 Ridderkerk op verzoek van de raadsleden Van de Waerdt, De Wolff-ter Beek, Overheid, Van Vliet en Ripmeester. Aanleiding voor dit agendapunt is de Gezondheidsmonitor Kinderen 2022. Enkele raadsleden hebben naar aanleiding van enkele ontwikkelingen die in de monitor worden weergegeven vragen. Het doel van de bespreking is om van de verschillende fracties te horen hoe zij tegen de geschetste ontwikkelingen aankijken. Daarnaast om van de portefeuillehouder nadere informatie te krijgen en eventueel suggesties te geven hoe met deze ontwikkeling om te gaan of op de hoogte te blijven. In de gespreksnotitie zijn ter voorbereiding een aantal bespreekpunten opgenomen. Ik zal zo vragen aan de opstellers of zij nog wat toe te voegen hebben of toe te lichten hebben aan wat is voorgelicht. Daarna zal ik een rondje langs de fractie maken om hun reacties op de bespreekpunten in de gespreksnotitie op te halen. En vervolgens wil ik graag de portefeuille woord, uh, portefeuillehouder het woord geven. Ik ben blij dat het juist en correct wordt weergegeven.
Heeft een van de indieners van de gespreksnotitie nog iets toe te voegen aan de gespreksnotitie? De heer Van de Waerdt, heeft u nog wat toe te voegen? De heer Van de Waerdt: Voorzitter, na een lange voorbereiding is het vanavond zover. Namens de SGP Ridderkerk kan ik u mededelen dat wij het broodnodig vinden om vanavond stil te staan bij de gebeurtenissen die impact hebben op het welzijn van het kind. Gebeurtenissen waar ze vaak niks aan kunnen doen, maar waar ze wel de gevolgen van dragen. Kinderen die te maken krijgen met een langdurige ziekte of handicap in een thuissituatie van een gezinslid of kinderen die gebukt gaan onder de gevolgen van een vechtscheiding in een thuissituatie. De zorgvraag rond vechtscheidingen heeft onze bijzondere aandacht, aangezien de impact op het jeugdzorggebruik groot is. Voorzitter, zo heeft, zoals u heeft kunnen lezen, wordt deze gespreksnotitie door een meerderheid van de gemeenteraad ingediend. Ik wil deze partijen daarvoor hartelijk bedanken. Het brede draagvlak geeft mij extra steun om door te gaan en om mij namens de SGP Ridderkerk in te zetten voor het belang van het kind. Tot slot voorzitter, we zijn benieuwd naar de beantwoording van de vragen en de inbreng van andere commissieleden naar aanleiding van de inhoud van de gespreksnotitie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van de Waerdt, SGP Ridderkerk.
Mevrouw De Wolff, heeft, ChristenUnie, heeft u nog wat toe te voegen? Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ja, dank u wel. We zijn blij dat we nu eindelijk deze gespreksnotitie voor ons hebben. We hebben daar inderdaad heel goed samengewerkt met de SGP. En ik was dat vanmiddag nog een Pagina 5 van 27
keer aan het lezen en ik ben dan toch elke keer wel onder de indruk hoeveel leed er is, ook bij kinderen. Dat die te maken hebben met vechtscheidingen en die op zo'n grote schaal beroep doen aan de jeugdzorg. Dat is het aller, allerbelangrijkste. Tegelijkertijd zocht ik ook op hoeveel geld daarmee gemoeid is en wat dan ten laste komt van het rijk en van de gemeente. En dan, dan zie je dat dat van achttienduizend tot zesenveertigduizend euro per kind bij een complexe scheiding kan oplopen. Dat zijn zulke enorme bedragen dat we dat we daar als gemeente ons heel bewust voor, van moeten zijn en daar ook echt in actie komen. Maar als eerste, voor de kinderen. De voorzitter: Dank u wel. De heer overheid, CDA, heeft u nog wat toe te voegen? De heer Overheid: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het is al veel gezegd door de SGP en ChristenUnie. En, CDA vindt het ook belangrijk dat dit eens een keertje goed besproken wordt. Weet je, het is vooral de kwaliteit van leven die de kinderen dan zeg maar willen hebben en wat hun aangedaan wordt tenminste, wat hun overkomt eigenlijk door de situatie waar ze dan ja, onbewust zeg maar in belanden.
Ongetwijfeld zal er links en rechts al genoeg georganiseerd zijn in de gemeente, maar ik denk dat het goed is om met mekaar eens te kijken van, kunnen we toch nog ergens dat stapje extra doen of te zorgen dat we die kinderen toch dat extra steuntje in de rug nog kunnen gaan geven. Ik denk dat dat ook het doel is van deze gespreksnotitie. Dus super dat we het hiermee op de agenda krijgen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk, heeft u nog wat toe te voegen? Mevrouw Van Vliet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, kinderen zijn, die hebben de toekomst. Dat zijn eigenlijk onze toekomst, is dat. Wij hebben een verantwoordelijkheid voor die kinderen. Ik heb het al eens eerder gezegd in deze raad: It takes a village to raise a child. Dat is ook in het geval van problematiek van kinderen, dat we met elkaar verantwoordelijk zijn om daar iets voor te doen. We moeten er ook voor klaarstaan. Tegelijkertijd realiseert Echt voor Ridderkerk zich ook dat daar een prijskaartje aan hangt, want het zijn altijd open einde regelingen. Maar we pleiten ervoor om juist aan de voorkant te zitten. Hoe eerder we er iets aan doen, hoe lager de kosten, maar met name ook hoe groter de beperking van de schade voor de kinderen. En daar gaat het om. Dank u wel en ook bedankt voor de samenwerking met alle partijen die dit hebben ingediend. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Ripmeester, PvdA-GroenLinks, heeft u nog wat toe te voegen? Mevrouw Ripmeester: Ja, graag, voorzitter. Ik dank de SGP voor de hoffelijkheid die mij getoond is dat ik later aan mocht sluiten. Ik vind het een, twee heel belangrijke onderwerpen. Sowieso om elk kind in de knel; dat is er één te veel. En ik zou heel graag nog één nuance willen aanbrengen bij mantelzorg voor jonge kinderen. Daar hebben we het natuurlijk al veel vaker over gehad, maar ik vind ook dat we als raad ons eens moeten, nog eens moeten buigen over wat wij van deze kinderen vragen, wat wij vinden vallen onder gebruikelijke zorg. Dat doen wij namelijk met een pennenstreek af, dat verwachten wij van kleine kinderen. En we hebben volgens mij niet in beeld wat wij precies van deze jonge mantelzorgers verwachten. Dus misschien dat we daar nog eens een keertje goed met zijn allen naar kunnen kijken: Wat vinden wij nou werkelijk dat een elfjarige moet doen in een huishouden als gebruikelijke zorg? En ik zou heel graag bij vechtscheidingen nog aan willen geven, dat heel veel reden of dat inderdaad, er wordt terecht in de notitie opgemerkt dat heel veel van de problemen, die beginnen bij de ouders. Dan zit er ook absoluut een inkomens- en een huisvestingscomponent bij. Dat hebben we zeker in coronatijd mee, gezien, hoeveel stress het oplevert als je niet goed behuisd bent.
Maar we weten ook hoeveel stress het oplevert als iemand onvoldoende inkomen heeft. En het CBS heeft recent nog iets naar buiten gebracht over welke hulpbronnen de kinderen dan missen, om om te gaan met de Pagina 6 van 27
maatschappij waarin ze leven en de risicofactoren die zich bij hen opstapelen waardoor zij een beroep moeten doen op jeugdzorg. Dus ik hoop van de Commissie dat we ons daar ook over kunnen buigen, dat we dat meenemen. Als we de kinderen gaan steunen, is er toch ook steun aan de ouders om te zorgen dat zij kunnen zorgen voor hun kinderen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat waren heel veel toevoegingen. Ik hoop dat de overige commissieleden het bij hebben kunnen houden. De partijen, de diverse partijen hebben in het kader een twee vragen gesteld. Delen de commissieleden de omschrijving en het doel van de gespreksnotitie? En twee, welke wensen, bedenkingen en vragen hebben de andere commissieleden nog meer bij dit onderwerp? Ik ga de overige fracties nu langs en ik wou starten bij mijnheer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Mijn bedenkingen en gedachtes hierbij zijn dat, op veel vlakken zijn er al instanties die helpen. Tuurlijk, er is een hele hoop druk op jeugdzorg. Helemaal mee eens, mevrouw De Wolff. Maar waar ik eigenlijk het grootste probleem zie, is vroeg signalering. De scholen die heel erg veel steun zouden kunnen gebruiken bij vroeg signalering en daar al kleine stapjes, met kleine stapjes al grote effecten kunnen hebben. Dat is mijn gedachte op dit moment, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Borst, VVD.
De heer Borst: Ja, dank u wel, voorzitter. Volgens mij een ontzettend belangrijk onderwerp, is ook al genoemd door de indieners van deze gespreksnotitie. Daar hebben we dus als fractie ook wel echt even over nagedacht. Ja, wat de VVD Ridderkerk betreft, verdient ieder kind gewoon een goede start van het leven. De meeste kinderen krijgen gelukkig al een goeie, een fijne opvoeding mee. Maar dat is gewoon niet overal het geval. Dus de probleemanalyse uit deze gespreksnotitie, die delen wij echt. Die onderschrijven we. En het negatieve effect van echtscheidingen van ouders op nou, op het gebruik van jeugdzorg en op kinderen zelf, mag evident zijn. Het is belangrijk dat we dat aanpakken. Volgens mij doen we al heel veel om hulp te bieden; er zijn heel veel verschillende voorzieningen in Ridderkerk die worden aangeboden door de gemeente zelf of door een van de vele andere organisaties die in Ridderkerk actief zijn. Dus wat ons betreft zijn extra voorzieningen dan in dit kader ook niet nodig, maar we zullen er wel naar moeten kijken hoe we ervoor zorgen dat al die ondersteuning die er is, toegankelijk maken voor iedereen die dat nodig heeft. Want we realiseerden ons namelijk ook toen we hierover in gesprek gingen, dat het voor veel ouders ontzettend lastig kan zijn nou ja, om aan die hulp te, om die hulp te vragen.
Maar het punt is wel dat ouders en verzorgers natuurlijk uiteindelijk zelf verantwoordelijk daarvoor zijn hè, dus zij zullen zelf die handvaten moeten vinden. Even kijken. Ik dacht, ik doe dit uit mijn hoofd, dat lukt wel even. Maar dat dat gaat eigenlijk niet helemaal lekker. Nou, dus het mag duidelijk zijn dat wij vinden dat die drempel zoveel mogelijk weggenomen moet worden. Dan kom ik bij het stukje hè, er wordt gevraagd welke wensen en bedenkingen wij verder nog hebben bij dit onderwerp. Wij constateerden twee dingen. Het eerste punt is dus dat die ouders zelf verantwoordelijk zijn voor de opvoeding en de ontwikkeling van hun kind. En daar begint het dan ook wat ons betreft. Een tweede punt is dat de gemeente ja, maar beperkt invloed heeft op heel veel problemen bij die, die spelen bij gezinnen. En dat, ik vind dat we niet de suggestie moeten wekken dat we opeens een konijn uit de hoge gemeentelijke hoed kunnen toveren om al dat leed wat er is, te voorkomen. Dat is volgens mij een utopie. We delen de wens niet om de mogelijkheden te laten onderzoeken hoe de gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen of echtscheidingen op het welzijn van kinderen, beperkt kunnen worden. Dat komt niet omdat we het niet nodig vinden om dat te onderzoeken, maar dat komt omdat er al heel veel onderzoeken op dit gebied zijn gedaan.
En we vinden dat er eigenlijk eerst gekeken moet worden naar al die informatie die al voorhanden is, voordat
Pagina 7 van 27
we nu weer opnieuw gaan vragen om een aanvullend onderzoek. Dan heb ik volgens mij alle vragen uit de gespreksnotitie gehad, voorzitter. De voorzitter: U heeft het uitstekend gedaan, mijnheer Borst, zelfs uit uw hoofd. Maar ik zie dat mevrouw Ripmeester, PvdA, nog graag even op u zou willen reageren. Mevrouw Ripmeester: Ja, ank u wel, voorzitter. Nou ja, mijn eerste vraag was: Hoe vliegen we dit aan? Mag ik reageren, mag ik iets vragen? Dat was eigenlijk mijn eerste vraag. De voorzitter: Zolang u het binnen de perken houdt en u luistert naar de voorzitter, mag het. Mevrouw Ripmeester: Oeh, dat wordt moeilijk. Ik hoor de heer Borst zeggen dat die natuurlijk, dat er een negatief effect is van scheidingen. Maar goed, er zijn ook positieve effecten van scheidingen, alleen heel erg negatieve van vechtscheidingen. Dus ik wilde wel even dat wat inkaderen. En uiteraard zijn ouders zelf verantwoordelijk voor hun kind en voor zichzelf, dat is zo. En de gemeente heeft beperkt invloed op het welzijn van kinderen, maar dat wil niet zeggen dat de gemeente geen invloed heeft hè. Dat is weer iets anders.
En ik zou aan de heer Borst, aan de VVD willen vragen: Zou u alles willen doen om het welzijn van kinderen te verbeteren, voor zover dat in de macht van de gemeente zit? Zou u daaraan willen bijdragen? Nog, gewoon in zijn algemeenheid, nog … Wilt u daaraan werken, meewerken met de indieners van de notitie? De voorzitter: De heer Borst, VVD. De heer Borst: Ja, voorzitter, natuurlijk wil ik daaraan werken binnen de kaders die ja, die er zijn voor de gemeente. Uiteraard. De voorzitter: Dan wil ik de heer Borst … Mevrouw De Wolff, ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel, voorzitter, ik wilde ook even reageren op de reactie van mijnheer Borst. Ook met de indieners hebben wij ook nog wel lang gesproken over de eigen verantwoordelijkheid die er is en in hoeverre we daarin als gemeente wat moeten doen. En ik moest eigenlijk ook wel een beetje denken aan, wanneer ben je nu zelf verantwoordelijk? Als gemeente zijn we ook bezig met onderwerpen waar mensen zelf verantwoordelijk voor zijn. Er is overgewicht, we richten een werkgroep Vet Gezond op. Er is eenzaamheid, we wakkeren de coalitie Eenzaamheid weer aan. Er zijn schulden, we openen een loket. We zien dat jongeren of baby's al heel jong een niet zo goede start krijgen, we richten Kansrijke Start op.
Dat zijn allemaal dingen die we doen, omdat we zien dat dat ja, daar heb je een eigen verantwoordelijkheid, maar niet iedereen moet ik dat goed zeggen, kan wel die verantwoordelijkheid aan maar heeft, mensen hebben daar hulp bij nodig. Ik vind dat we daar als gemeente ook echt verantwoordelijk voor zijn. Dus ook rondom scheiden kun je zeggen ja, dat gebeurt achter de deur, eigen verantwoordelijkheid. Of je zegt: Verschrikkelijk, ik kan het niet voorkomen, maar we kunnen er wel alles aan doen om de mensen en de kinderen die dat overkomt, om die daarin te steunen zodat ze zonder schade door kunnen groeien. Dus daar zou ik toch wel een nuance bijplaatsen. De voorzitter: De heer Borst, VVD. De heer Borst: Ja, ik wil daar dan toch heel even kort op reageren, want daar ben ik het natuurlijk helemaal mee eens. Maar er wordt gevraagd om een aantal hè, kanttekeningen nog bij de punten die al opgeschreven zijn in deze notitie te geven. Dan merk ik op dat ook dit benoemd mag worden. En natuurlijk onderschrijf ik hetgeen wat mevrouw De Wolff aanhaalt, voorzitter, dat wij dan er alles aan moeten doen om die mensen die die hulp nodig hebben, die hulp te bieden. Want daar zijn we immers als gemeente voor.
Pagina 8 van 27
De voorzitter: Dank u wel. De heer Coule, Burger op 1, zag ik als eerste. En de heer Van de Waerdt, ik had uw hand inmiddels ook gezien. Mijnheer Coule. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Ik onderschrijf mevrouw De Wolff wel degelijk dat er problemen zijn voor kinderen in een vechtscheiding. Daarentegen, de rechtbank in Rotterdam heeft ook al een tool in werking op dit moment die heel erg let op vechtscheidingen. Die zorgt dan al automatisch dat een aantal instanties voor die deur bij die mensen gaan staan, met de vraag of zij hulp willen. Die gaan het in de gaten al houden, dus we moeten uitkijken dat we als gemeente niet op die stoel ook willen gaan zitten. Dat is het enigste wat ik even mee wilde geven hierbij. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van de Waerdt, SGP. De heer Van de Waerdt: Ja, voorzitter, ik heb een vraag aan de VVD. De heer Borst, u gaf aan dat er al heel veel onderzoeken waren. Er is onderzoek in de breedte, maar we zijn nu specifiek voor Ridderkerk bezig. Hoe ziet dan, hoe kijkt u naar bijvoorbeeld om zo’n onderzoek specifiek ook in Ridderkerk te doen? Juist voor onze lokale inwoners. De voorzitter: De heer Borst, VVD. De heer Borst: Zoals ik al eerder aangaf voorzitter, er is al heel veel onderzoek gedaan. Natuurlijk is er in sommige situaties, is er echt iets voor te zeggen om specifiek in Ridderkerk onderzoek te doen.
Kan ik me heel goed voorstellen. Maar ik constateer tegelijkertijd ook, dat er op dit gebied en ik heb natuurlijk zelf ook nog even gezocht he, ik heb dit niet zomaar gezegd. Ik heb natuurlijk ook zelf even gezocht of dat er al onderzoeken zijn en er zijn gewoon een heleboel gerenommeerde instituten die door het hele land steekproefsgewijs valide onderzoeken hiernaar doen, waaronder ook hoe kinderen in onveilige thuissituaties beschermd kunnen worden. Waarin casussen worden behandeld van gezinnen in, met een vechtscheiding. Dat ook dan praktische aanbevelingen doet, hoe een gemeente en andere ketenpartners daarin kunnen handelen. En dan vind ik het natuurlijk heel goed dat we in sommige situaties echt specifiek onderzoek doen naar de Ridderkerkse situatie, maar ik denk dat dat prima is dat die bredere onderzoeken er zijn. Die ja, het sociaal domein, dat bevindt zich natuurlijk in heel Nederland en niet alleen in Ridderkerk. En die problemen bevinden zich niet alleen binnen onze gemeentegrenzen. Dus in dit geval nee, ga ik daar niet in mee en denk ik dat het goed is om eerst te kijken om die bronnen die we nu hebben, om die eerst uit te putten. De voorzitter: Dank u wel. Ik geloof dat de heer Borst, VVD, ontzettend stellig is. Dus ik ga nu eerst even over naar Partij 18PLUS., mevrouw De Vormer. Mevrouw De Vormer: Dank u wel, voorzitter.
Partij 18PLUS is blij dat deze gespreksnotitie voorligt, want de problematiek is groter dan we wellicht beseffen. Binnen onze fractie is een intern begeleider van een van de grootste basisscholen van Ridderkerk actief. Zij staat in contact met vele IB’ers, andere IB'ers in Ridderkerk. Een aantal aandachtspunten die we van haar hebben meegekregen, zijn de volgende. Er zijn al veel onderzoeksresultaten over dit onderwerp bekend. Het is niet nodig om een verder onderzoek uit te voeren, gezien de toenemende zorgen rondom deze problematiek. Zo zou in plaats daarvan al een plan van aanpak opgesteld kunnen worden. Is het college hier al mee bezig of van plan om dit op korte termijn op te pakken? Het is bewezen effectief om vroegtijdig interventies in te zetten, dan om achteraf passende zorg te bieden. Aan de voorkant zou er informatiemateriaal beschikbaar gesteld kunnen worden over de impact van dergelijke gebeurtenissen op kinderen. Zorg dat dit materiaal beschikbaar is bij verschillende instanties, echtscheidingsadvocaten, uitvaartondernemers, de balie van de gemeente en op social media. Is dit materiaal beschikbaar en is het college bereid naar deze mogelijkheden te kijken? Op dit moment is er op iedere school een school contactpersoon vanuit het wijkteam aanwezig om gesprekken met leerlingen te voeren.
Gezien de toenemende problematiek zijn meer uren voor de school contactpersoon wenselijk. Is het college van plan om Pagina 9 van 27
hier extra op in te zetten? En dan de laatste. Niet alleen op scholen, maar ook bijvoorbeeld sportverenigingen kunnen kinderen signalen afgeven met betrekking tot conflicten, ruzies of andere ingrijpende situaties binnen het gezin. Is er bij iedere sportvereniging of vereniging een aandachtsfunctionaris aanwezig? Zou dit overweeg, overwogen kunnen worden? Dat waren onze kanttekeningen bij de gespreksnotitie. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb de vragen meegeschreven. Dus wethouder Piena, ik hoop u daarmee ook te kunnen helpen. In ieder geval de laatste vraag: Is er bij elke sportvereniging een aandachtsfunctionaris? Daar kan ik van zeggen dat dat niet aan de orde is, tenminste niet bij elke vereniging. In ieder geval niet bij de hockey. Ja, toevallig weet ik die. Mevrouw Roelofs, Leefbaar Ridderkerk, mag ik u het woord geven.? Mevrouw Roelofs: Ja, dank je wel, voorzitter. Ik gaat ook net als mijnheer Borst, redelijk uit het hoofd doen. Nou, de allereerste kanttekening die Leefbaar Ridderkerk al heeft, het onderzoek van de Gezondheidsmonitor, die richt zich op kinderen van nul tot en met elf jaar. Wij vroegen ons af of deze gespreksnotitie zich ook alleen op deze groep richt of dat men het breder trekt. Omdat jeugdzorg geldt tot achttien jaar en kan met vijf jaar verlengd worden tot drieëntwintig jaar. Dus dat was de eerste ja, kanttekening die we hadden.
Daarnaast ja, is het ook zo dat, in het verhaal worden met name drie groepen jongeren benoemd: de jongeren die inderdaad een langdurig ziek of gehandicapt gezinslid hebben, de echtscheiding meemaken of de vechtscheiding meemaken of een andere ingrijpende gebeurtenis. Een beetje onduidelijk wat er onder ingrijpende gebeurtenis valt, want nou ja, er zijn meer jongeren die heel veel gebruik maken van jeugdzorg waaronder ook nou ja, veel jongeren uit eenoudergezinnen of gezinnen die anders zijn samengesteld na de geboorte van het kind. Maar ook kinderen waarvan de ouders ook gebruik maken of hebben gemaakt van specialistische GGZ zorg. Dus of dat onder die ingrijpende gebeurtenissen valt, maar ik zou het in ieder geval wel breder willen trekken dan die drie doelgroepen. En daarnaast wordt er inderdaad ook al genoemd en dat kwam bij 18PLUS natuurlijk ook al een beetje terug, de invloed die scholen kunnen hebben. Er wordt nou ja, die wordt ook hierin genoemd. Het blijft natuurlijk lastig als jongeren niet aan durven te geven wanneer ze iets ingrijpends hebben meegemaakt, kunnen scholen natuurlijk en ook nou ja, sportverenigingen en andere mensen die daar met die jongeren te maken hebben, niet specifiek op deze zaken signaleren als die jongeren dat niet aangeven.
Plus dat nou ja, hè wanneer die jongeren wel signalen afgeven kunnen die natuurlijk ook altijd wel verkeerd gelezen worden. Dus nou ja, dat in ieder geval. Daarnaast inderdaad ook ja, wat en in hoeverre kan en moet de overheid ja, op preventie van complexe scheidingen inzetten of ja, moet er vooral ingezet gaan worden op de de-escalatie van scheidingen? Dus inderdaad vooraf ja, wat meer inzetten daarop. Even kijken of ik dan alles heb gehad, ik had een heleboel aantekeningen. Ja, en daarnaast was er ook nog wel inderdaad de vraag, er wordt inderdaad gezegd dat er ja, jongeren veel last hebben van die scheidingen. Maar uit het onderzoek van CBS blijkt ook dat bij tachtig procent van de gevallen het na twee jaar alweer beter gaat, dat het eigenlijk alweer goed gaat. Dus het gaat inderdaad om een bepaald percentage. De vraag is ook: Hoe verhoudt zich dat dan tot de referentiegroep van kinderen die, waarvan de ouders bij elkaar gebleven zijn en die ook gebruik maken van de jeugdzorg? Dus dat waren de vragen. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er commissieleden van de instellers, van de indieners die hierop willen reageren? Mevrouw De Wolff, ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ja, een paar dingetjes. Ik praat even voor mezelf, dus ik kijk ook gelijk de andere indieners aan. Zeker gaat het voor alle groepen die vallen onder jeugdzorg. Dat zou mijn eerste opmerking zij.
En de tweede groep, opmerking: Hoe groot is het referentiekader inderdaad? Ik weet niet of dat nou echt de belangrijkste vraag is. Het gaat erom dat de jeugdzorg overbelast is en dat er een groep is – hoe groot die ook is, maar hij is groot - die ernstig last heeft van onder andere een vechtscheiding. En dat wij daar mogelijk preventief of curatief of daarna, iets kunnen doen. En daar ligt onze verantwoordelijkheid wat ons betreft. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA-GroenLinks. Pagina 10 van 27
Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Toch een vraag aan mevrouw De Wolff. Natuurlijk is het zo dat de jeugdzorg overbelast is en dat er voor een deel komt door vechtscheidingen, maar ook de vechtscheidingen hebben een oorzaak. Dus daar kunnen we wat aan doen, daar kunnen we als gemeente wat aan doen. Ik heb twee dingen genoemd hè. Inkomen en huisvesting, dat zijn risicofactoren. Maar ik ben het ook wel eens met Echt voor, nee, met Leefbaar Ridderkerk, dat oeps, sorry. Dat als we inzoomen op het welzijn van onze kinderen dat we dan ook alle kinderen moeten doen en niet één groepje eruit moeten halen zeg maar. Dus dat we inderdaad dan breed moeten kijken naar alle kinderen. Daarom was ik, wilde ik net reageren op de heer De Waerdt, want hij zei, het onderzoek dat. Toen dacht ik; Maar mijnheer De Waerdt, wat wordt dan onze onderzoeksvraag? Gaan we nu een, echt een onderzoek doen of gaan we het in kaart brengen en kijken wat we kunnen doen? Is dat het onderzoek? Want wat is uw onderzoeksvraag met die losse elementen die we nu in de notitie hebben? De voorzitter: De heer De Waerdt, SGP. Van de Waerdt, excuus. De heer Van de Waerdt: Ja, het is trouwens Van de Waerdt, maar ik zal niet moeilijk doen om mijn achternaam. Nee joh, geeft niks. Nee, terecht. Maar ik vind, het is belangrijk dat er onderzoek wordt gedaan ook naar van, ten eerste wat de rol is van de gemeente.
Want die vraag wordt een paar keer gesteld als het gaat om preventie. Maar ook van: Hoe kan de gemeente juist die kinderen helpen? En ga je, gaat om specifiek, gaat om drie groepen en ook om kinderen die ernstige gebeurtenissen hebben meegemaakt. Wat valt daar allemaal onder? Nou dat is, dat kunnen wij hier niet zomaar die stempel om drukken; een kind ervaart zelf wat een ernstige gebeurtenis is. Simpel, en u heeft het ook over de rol van de scholen en ook het benadrukken. Daar ben ik blij om, dat dat gezegd wordt. Een simpel praktijkvoorbeeld is dat er was een, uit de praktijk weet ik daar was dus gezinssituatie, beide ouders zeiden van, het kind heeft er geen last van. En maar blijkt wel, het kind elke keer zat te huilen op school. Omdat er goed contact was vanuit de gemeente en de scholen kon het kind geholpen worden. En dan heb ik het hier nu niet over een scheiden of iets dergelijks, maar daarom is het goed dat jullie het ook over de scholen hebben. Maar ook gewoon dat algemeen gekeken kan worden: Hoe kan de gemeente kinderen helpen die in de problemen zitten? Daarbij trek ik het heel breed inderdaad. De voorzitter: De heer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Ik denk dat mijnheer Van de Waerdt als ik het goed heb, ja? De voorzitter: U zegt het uitstekend. De heer Coule: Ja, fantastisch. Ik denk dat u het zelf heel goed aangeeft: de scholen.
Daar, die kunnen het zien, die kunnen het vroegtijdig signaleren, die zouden de kinderen moeten kennen op het moment dat zij daar wat langer mee omgaan. Zij zijn degenen die kunnen signaleren of kinderen in problemen zijn, ja of nee. Wij kunnen niet afhankelijk zijn van op het moment dat een vechtscheiding aangevraagd wordt. De school kan het vaak al van tevoren aanzien dat er problemen zijn, dus ik denk dat we het daar vooral die kant op moeten zoeken. De voorzitter: Ik zag als eerste … Ja, dat begrijp ik, mijnheer Van de Waerdt. Maar mevrouw De Wolff was toch echt vóór, ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ga eerst nog eventjes in op mevrouw Ripmeester van de PvdA. Die vroeg van: Moeten we ook niet bij de ouders zijn en bij inkomens en huisvesting? Ja. Alleen, daar gaat het nu eventjes niet om. Dus we kunnen daar niet nu mee beginnen. Volgens mij heeft u ooit de opmerking tegen mij gemaakt: Je moet pleisters plakken als het bloedt. En dit is de pleister wat mij betreft. En dat we daarna nog verder op andere momenten gaan kijken, helemaal mee eens. Hoe groot het onderzoek moet zijn? Ik denk dat
Pagina 11 van 27
we daarom juist ook hier bij elkaar zitten. Ik ben dan ook nog nieuwsgierig naar de reactie van de wethouder. En dan als laatste. U geeft aan … Sorry. De voorzitter: Mevrouw De Wolff, we spreken wel via de voorzitter. Ik wou net al … Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ik merkte het al toen ik het zei. En als laatste opmerking werd gezegd van, dat is de rol van de scholen. Jongens, laten we alsjeblieft, of mensen, laten we alsjeblieft oppassen. Scholen zijn er om Nederlands, rekenen, geschiedenis en nou ja, alle vakken te geven. Je kan die niet blijven belasten met allerlei andere dingen hè en dan tegelijkertijd over een paar jaar weer gaan klagen dat alle resultaten van school naar beneden gaan, dus. Nou, dat moest nog even van mijn hart. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van de Wolff. Nu is echt de heer Van de Waerdt, SGP, als eerste aan de beurt. De heer Van de Waerdt: Ja, voorzitter, bedankt. Ik sluit me aan bij mevrouw De Wolff. En daarnaast ook nog, ik denk dat het heel belangrijk is dat eens een keer goed inzichtelijk wordt gemaakt: Wat kan de gemeente nou onze inwoners aanbieden en juist onze kwetsbare ja, onvolwassen is verkeerd gezegd, onze kleine kinderen die kwetsbaar zijn? Ik ben zelf gaan zoeken en ik zal me dus ook niet tot de slimste Ridderkerkers scharen, maar ik weet wel hoe een website werkt.
En dan, als ik dan op een website kijk als van de wijkteams en Facet, daar zie ik, moet ik echt lang zoeken voordat ik iets vind. Denk van, daar zou wat ons betreft echt veel meer prioriteit in moeten liggen, van maak het goed inzichtelijk. De voorzitter: Dank u wel. Ik neem dan ook aan dat u bedoelt dat het inzichtelijk moet worden ook voor kinderen, want daar hebben we het ook over. Ik vul u graag even aan. Mevrouw Ripmeester, PvdAGroenLinks. Mijnheer Coule, ik heb uw hand gezien, hoor. Ik ben u niet, ik ga u niet vergeten. Ja, u mag eerst. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde even reageren op mevrouw De Wolff. Want we gaan natuurlijk kijken naar wat we het beste, wat, hoe we onze kinderen het beste kunnen versterken, weerbaarder maken voor de toekomst zeg maar. Wat we kunnen doen om hen te helpen. Dan is het terecht dat we kijken wat we als gemeente kunnen doen. Waar ik me alleen wel tegen wil verzetten is, dat we voordat we nee, ik nee, wat ik echt wil is een open blik. Waar zitten de kinderen in de knel? Ik hou er niet van om dan op voorhand al een selectie te maken van, we gaan dus alleen kijken naar de vechtscheiding kinderen in de knel en de mantelzorg kinderen in de knel en de trauma kinderen in de knel. Laten we dan een open blik hebben naar alle kinderen.
Kijken, waar zitten ze in de knel en wat is dan de reden ervan? En als we vanaf nou, dan hebben we daar in ieder geval een open blik en niet een, nu al zelf als raad – niet deskundig - een voorkeur daarvoor uitspreken. Dus dat wilde ik in ieder geval doen. Dan is het dus inderdaad geen pleisters plakken. Je moet pleisters plakken als het bloedt, maar we hebben nu dit heel lang al laten bloeden. We gaan het nu in kaart brengen en kijken wat wij praktisch gezien, wat de quick wins zijn en wat er, wat we op lange termijn moeten doen. Maar laten we dan ook bekijken hoe het bloedt en niet beginnen met lukraak pleisters plakken. Eerst even kijken wat er aan de hand is. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, mag ik u even erop wijzen dat dit een gespreksnotitie is en dat er niet gelijk nu een beslissing genomen gaat worden of een onderzoek plaats gaat vinden? Eventjes ter aanvulling. Mijnheer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Ik wil nog even op mijnheer Van de Waerdt reageren. Mijnheer Van de Waerdt geeft aan dat er iets van een onderzoek zou moeten komen om de kinderen te kunnen bereiken. En u noemt zelf van, dat ze een website kunnen openen of wat dan ook. Maar ik lees ook heel duidelijk in het document, kinderen van nul tot vier. Die zie ik nog niet echt achter internet of een brochure in de hand hebben.
Dus het gaat mij erom die kinderen, die moeten we op een bepaalde manier op scholen al kunnen Pagina 12 van 27
signaleren. Daar gaat het niet om dat zij moeten weten welke richtlijnen ze moeten gaan, die kinderen van zeven ook nog niet. Daar zouden in principe al een groep mensen moeten zijn die het kunnen signaleren. Dat is allerbelangrijkste. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Ja, ik wil even reageren op mijnheer Coule. Ik denk dat we ons niet moeten beperken tot alleen scholen, omdat er veel meer instanties zijn, instituten zijn die de kinderen zien. Denk aan een huisarts, een sportvereniging, denk aan het kind centrum hè waar ze gewogen worden enzovoort. Want we hebben het vanaf nul tot vier, maar ook tot elf en ook achttien. Daarom zei ik daarnet al: It takes a village to raise a child. Maar is ook in het signaleren van problemen. En Partij 18PLUS gaf, noemde dat al op, neem ook de sportverenigingen erin mee. Ja, ik vind dat een goed voorstel. Maar alles wat, waar kinderen komen kunnen signalen opvangen. En ik denk dat we gewoon heel breed moeten kijken. Dan met betrekking tot wat er door de andere partijen eerder is gezegd. In de conclusie van die monitor staat dat de echte behoefte aan de deskundige hulp met vijftig procent hè, van tien naar vijftien procent is toegenomen. Dat betekent heel wat. Niet alleen die percentages maar ook de kinderen die erachter zitten, ook het geld wat daarmee gemoeid is.
En hoe later je daaraan begint, hoe groter de problemen zijn en daardoor ook de kosten op gaan lopen. En nogmaals, het zijn open eind regelingen. Wij zullen daar als gemeente altijd de portemonnee voor moeten trekken. Dus hoe eerder wij hier iets aan gaan doen, hoe beter het is voor de kinderen. Ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn. Alleen zoeken we nu denk ik, met elkaar de juiste manier om daar te komen. En dat was ook het doel van deze gespreksnotitie en ik ben ook heel benieuwd naar de reactie van onze wethouder hierop. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Vliet, dat u ook het gras voor mijn voeten als voorzitter wegmaait. Want ik zou nu heel graag een reactie willen vragen van wethouder Piena. De heer Piena: Nou, voorzitter, ik ga geen reactie geven op het mooie over en weer spel dat hier heeft plaatsgevonden binnen de Commissie. Ik denk dat daar ook een gespreksnotitie voor bedoeld is, dus wat dat betreft mijn complimenten aan jullie allemaal. Dus ik stel voor dat ik zo goed mogelijk de vragen probeer te beantwoorden; ik heb geprobeerd ze zo uitgebreid mogelijk te beantwoorden. En ik zou willen verzoeken om niet gelijk na elk antwoord weer een vervolgvraag te stellen, want ja, die kan ik zelf ook bedenken, namelijk op de antwoorden die ik geef. En zeker in dit nou ja, bijna kwetsbare gebeuren zou ik haast zeggen, ontkom, het is onontkoombaar.
En heel sowieso al uw mening ja, elk geval waar een kind leed is, is er één te veel. Bedoel, ik heb zelf ook kinderen. Die wil je ook zo goed mogelijk op laten groeien, het beste geven en dat gun je elk kind. Dus volgens mij verschillen we daar niet van mening. Voorzitter, met uw goed vinden ga ik de vragen beantwoorden. Wel een vraag aan u: Wilt u dat ik ook de vraag eerst voorlees, is dat misschien wel het handigste voor de luisteraars? De voorzitter: Wethouder Piena, u heeft inderdaad toestemming om de vragen te gaan beantwoorden. Altijd al zitten wachten tot ik dit een keer mocht zeggen. En misschien is het wel handig inderdaad, dat u als eerst even de vraag kort benoemt en ook beknopt en helder antwoordt. De heer Piena: Goed, voorzitter, ik ga mijn best doen. De eerste vraag die in de gespreksnotitie naar voren komt is: Hoe zorgt de gemeente ervoor dat deze kinderen in beeld komen en blijven bij de hulpverlening? En dan gaat het om de kinderen die leven in gezinnen waarbij de ouders langdurig met een ziekte geconfronteerd worden of geconfronteerd zijn. Het antwoord daar is op, dat onze wijkteams nauw samenwerken met de ketenpartners. U heeft zelf ook al genoemd, dat zijn onder andere scholen, maar ook een Centrum voor Jeugd en Gezin Rijnmond en Facet Ridderkerk.
Wanneer er signalen zijn, dan kunnen de professionals contact opnemen met de wijkteams en kan contact gezocht worden met het kind en het gezin. Misschien wat technisch maar de uitleg komt erna, de wijkteams werken vanuit een systematische benadering. En wat Pagina 13 van 27
verstaan we daaronder? Dit betekent dat de wijkteam medewerkers samen met het kind en met de ouders, met het informele netwerk en met collega's samenwerken. Er is daarbij niet alleen aandacht voor de vraag van het kind zelf, maar ook voor het gezin en de omgeving waarin het kind opgroeit. Het is casus afhankelijk hoe wijkteam medewerkers op de vraag, vragen van het kind en het gezin inspelen. Afhankelijk van de vraag van het kind en de ondersteuningsbehoefte van het gezin kunnen de wijkteam medewerkers zelf hulp en ondersteuning bieden, maar zij kunnen ook een van onze ketenpartners inschakelen. Zo biedt Facet Ridderkerk bijvoorbeeld ondersteuning aan jonge mantelzorgers. De tweede vraag: Welke vorm van begeleiding wordt er aan deze kinderen gegeven? Nou, we hebben het er net ook al een beetje over gehad. De wijkteams kunnen zelf hulp en ondersteuning bieden vanuit verschillende expertises. Hier valt te denken aan jeugd- en opvoedhulp, jeugd GGZ, hulp en ondersteuning voor inwoners met een beperking. En zo zijn er natuurlijk nog een aantal vlakken waarop dat kan. Wanneer andere vormen van ondersteuning nodig zijn, dan kan jeugdhulp, zoals persoonlijke verzorging, specialistische begeleiding, vak therapie, logeren of dagbehandeling, ingezet worden vanuit aanbieders die lokaal of regionaal zijn ingekocht. En de aanbestedingen zijn er; daar bent u van op de hoogte gesteld.
Begin dit jaar zijn die afgerond en kunnen we mooi inzetten. Conflicten of ruzies binnen het gezin tussen haakjes ooit. Is bekend hoeveel respondenten hebben aangegeven zowel conflicten of ruzies binnen het gezin en echtscheiding te hebben meegemaakt? Zo ja, wat zijn de aantallen? Daar kan ik u niet echt mee verblijden. Deze gegevens hebben we gewoon niet beschikbaar, er is niet bekend hoe de respondenten hierop geantwoord hebben. Dus het antwoord is redelijk kort. Vraag vier: Hoe wordt op dit moment omgegaan met signalen van kinderen die aangegeven, die aangeven sorry, te maken hebben met conflicten of ruzies binnen het gezin? Nou de werkteams werken en ik heb dat bij vraag één ook al aangegeven, vanuit een systematische benadering en indien nodig bieden zij passende ondersteuning of leiden zij toe naar passende hulpverlening. Hierbij kan gedacht worden aan jeugden opvoedhulp, kinderen in echtscheidingstrainingen - zogenaamde KIES training - of weerbaarheidstrainingen. Dan komt er een heel inleidend verhaal, voorzitter. Daar zal ik niemand mee vermoeien, want anders wordt het wel heel langdradig.
Vraag vijf: Hoe wordt op dit moment omgegaan met signalen van kinderen die in meerdere opzichten klem komen te zitten doordat zij te maken hebben met een echt- slash vechtscheiding? De mogelijkheid bestaat om gescheiden ouders begeleiding te bieden waarbij de volwassene ouder weer inzicht krijgt op de veiligheid en sociaal-emotionele balans van de kinderen en er gewerkt wordt vanuit een gezamenlijke opvoeding waardoor het welbevinden van de kinderen toeneemt. Vraag zes: In hoeverre geven de hulpverleners die in Ridderkerk werken aan dat zij zich daadwerkelijk voldoende toegerust voelen om goed rekening te houden met deze complexe context van de jeugdige? De wijkteam medewerkers voelen zich voldoende toegerust, heeft navraag geleerd. Zij worden geschoold in hun kennis en competenties. Dit gebeurt door het volgen van trainingen en daarnaast krijgen wijkteam medewerkers inhoudelijke begeleiding en ondersteuning van gedragsdeskundigen, kunnen zij complexere vraagstukken terecht bij collega's van Zorg en Veilig en wordt er ingezet op intervisie, dus het spiegelen zeg maar van elkaar met wat ze doen. Vraag zeven: In hoeverre geven de ouders en de kinderen aan dat de hulpverleners die in Ridderkerk werken voldoende toegerust zijn om hen te ondersteunen? Dit is een aspect dat niet specifiek wordt uitgevraagd.
Jaarlijks vindt er wel een cliënt ervaringsonderzoek plaats, maar ondanks alle inspanningen die we daarvoor doen en de jeugdigen en ouders erop wijzen hè, dat ze hier reactie op kunnen geven en ons van informatie kunnen voorzien, is de respons helaas heel erg laag. En ja, dan zijn de resultaten ook niet echt te plaatsen. Dus daar hebben we op dit moment niet zoveel aan. Vraag acht, dat is een hele lange vraag. Bij een deel van de jeugdhulp die momenteel wordt ingezet, kan volgens de monitor worden afgevraagd of de kern van het probleem niet bij de ouders ligt. Hoe effectief is de inzet op de jeugdige in die gevallen? En als de kern van de problematiek bij de ouders ligt, wie is aan zet om met deze problematiek aan de slag te gaan? De voorzitter: Een momentje, wethouder Piena. Mevrouw Van Vliet, is de vraag zo prangend om hem nu meteen te stellen of wilt u even wachten tot de wethouder alle vragen heeft beantwoord? Ik denk dat dat voor nu het handigste is. Wethouder Piena, wilt u de beantwoording vervolgen?
Pagina 14 van 27
De heer Piena: Ja, dat wil ik best. Eens even kijken. We waren bij acht gebleven, net voorgelezen, daar komt het antwoord. Zoals aangegeven bij vraag één, dat gaat weer over dat, de vorm van werken. Werkende wijkteams vanuit een systematische benadering. Sorry, systemische benadering. Niet alleen de vraag van het kind is belangrijk en leidend, maar ook van het gezin. U heeft het er zelf ook over gehad daarnet, het gaat niet alleen om het kind, het gaat om die hele situatie. Dan is een integrale aanpak, is gewoon heel belangrijk. En dat ziet u ook terug in de beantwoording van deze vraag. Regelmatig zien de wijkteams dat de vraag van het kind te relateren is aan de problemen die bij de ouders liggen. Dat is gewoon echt een constatering. De vraag of het probleem wordt dan in zijn geheel opgepakt. Dit kan onder andere doordat wijkteam medewerkers met verschillende expertises met elkaar samenwerken, zoals een jeugd- en opvoedcoach en een maatschappelijk werker. In duo’s werken de wijkteam medewerkers met het gezin samen om de problemen aan te pakken. Daarnaast kan ook begeleiding van ouders bij complexe scheidingen ingezet worden. Hierover is er op vraag vijf al het antwoord gegeven, hoe en wat en dat kunt u dan wel weer terugluisteren of teruglezen wat u wilt.
Vraag negen: Bent u naar aanleiding van deze vraagstellingen van plan nader onderzoek te doen om zodoende tot een meer aansluitende aanpak te komen en hierover het gesprek met de raad te voeren? Nou, gesprek met de raad voeren ben ik altijd toe bereid. Alleen wat dit onderzoek betreft, het volgende. Naar onze mening is aanvullend onderzoek niet nodig. Zoals hierboven beschreven zijn er verschillende mogelijkheden om de kinderen en gezinnen hulp en ondersteuning te bieden vanuit de gemeente of door een van onze partners. Daarnaast volgen we de trends en ontwikkelingen en op basis daarvan zetten we in op samenwerking met, sorry, zetten we in, in samenwerking met de moederorganisaties en vanuit het principe van duaal leiderschap specifieke scholing in, bijvoorbeeld als het gaat om huiselijk geweld en om kindermishandeling. Vraag tien: Is er contact met de scholen waar de Ridderkerkse kinderen onderwijs volgen om te achterhalen wat de effecten zijn op de cognitieve en emotionele ontwikkelingen? Sinds 2018 werken er verschillende wijkteam medewerkers ofwel school contacten personen op zowel de basisscholen als het voortgezet onderwijs in Ridderkerk. De school contactpersonen zorgen voor een verbinding met de wijkteams.
Door de samenwerking met leerkrachten en intern begeleiders, zorg coördinatoren en de jeugd verpleegkundige die op de school werkzaam is kan sneller gesignaleerd worden, waardoor vragen van kinderen eerder opgepakt kunnen worden en de kinderen en hun ouders wanneer ze dat willen, geholpen kunnen worden. Hulpverlening wordt niet alleen geboden vanuit de wijkteams en gecontracteerde jeugdhulp aanbieders, maar ook vanuit bijvoorbeeld het Centrum voor Jeugd en Gezin of de welzijnsorganisaties. Het is echter wel het gezin zelf om openheid in de vragen te geven, zodat de wijkteams en andere partijen hierop kunnen acteren. Dit, vanwege het vrijwillige karakter van de hulp en de ondersteuning. Vraag elf. Ik denk dat dat de laatste, nee, er komt er nog eentje na. Vraag elf, even kijken. Het inleidende stuk sla ik even over. De vraag is: Hoe zorgt de gemeente ervoor dat de scholen de signalen actief oppakken en doorgeven aan de daarvoor bestaande instanties? Nou, eigenlijk heb ik in de vorige vraag al het antwoord gegeven hierop, dus ik zal hem niet herhalen. Ik kan wel melden dat de samenwerking vanuit de driehoek en school contactpersonen van hè, dus slash wijkteams, scholen en het Welzijn CJG hieraan goed bijdraagt. En dan ja, echt waar, de laatste vraag. Oh nou, op de vorige vraag wil ik nog wel iets toevoegen overigens. Dat is denk ik wel een hele belangrijke ook.
Het is wel de verantwoordelijkheid van professionals die met kinderen en jongeren werken om de stappen vanuit de Meldcode Huishoudelijk geweld en kindermishandeling te volgen. Indien hieruit een melding bij Veilig Thuis volgt, is dit de aangewezen organisatie die hierin verantwoordelijkheid neemt. Ik denk dat dat wel een heel belangrijke is. Je ziet ook heel vaak dat dit gebeurt, ook met uithuisplaatsingen et cetera, et cetera. Dus het is heel belangrijk dat die meldcode gevolgd wordt. En ik zie sommige mensen al denken, ja, scholen moeten daar weer op letten en iedereen. Maar in principe geldt het voor alle organisaties, alle professionals in het werkveld die hiermee in aanraking komen, dus niet alleen de scholen. Is er hierover structureel overleg tussen de gemeente en de scholen? Casus afhankelijk en met toestemming van ouders vindt onderling overleg en afstemming plaats. Zover even zo goed mogelijk uw vragen beantwoord hebbende, wacht ik de vervolgvragen rustig af.
Pagina 15 van 27
De voorzitter: Er was in ieder geval al één hand gesignaleerd, dus ik ga even, ik ga gewoon alle partijen even langs. Ik denk dat dat voor nu even het handigste is. Dan begin ik met de hoofd indiener de heer Van de Waerdt, SGP. Heeft u naar aanleiding van de beantwoording van de vragen van wethouder Piena nog vragen? De heer Van de Waerdt: Ja, bedankt, voorzitter. De wethouder ook bedankt voor zijn beantwoording. Toen ik net raadslid was heb ik van de griffier geleerd, probeer altijd toezeggingen te vragen aan de wethouder om iets voor elkaar te krijgen. Dus dat ga ik dan nu ook doen. Kan de wethouder toezegging doen dat het beschikbare hulpaanbod inzichtelijk in kaart kan worden gebracht en duidelijk terug te vinden is op bijvoorbeeld de website van de gemeente, wijkteams en Facet? De voorzitter: Wethouder Piena, er wordt aan u een toezegging gevraagd. Gaat u die doen? De heer Piena: Voorzitter, zoals dit raadslid weet, is deze wethouder niet zo happig om het geven van toezeggingen. Inzichtelijk maken van alles wat er is. Volgens mij is dat al redelijk inzichtelijk; je, er is van alles te vinden. We hebben echter wel een nieuwe website gelanceerd bij Ridderkerk. En, als u het als een toezegging wil opvatten dan mag dat, maar daar gaan we zeker naar kijken even of, hoe de website nu werkt en wat eraan ontbreekt.