CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-06-23-verslag-commissie-Samen-leven-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 23 juni 2022, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0: Besluitenlijst en verslag14.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven en Samen wonen 23 juni 2022 1.

Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Goedenavond. Hartelijk welkom bij deze gecombineerde commissievergadering Samen Wonen en Samen Leven van 23 juni. U trotseert het prachtige weer en mijn waardering dat u hier allemaal bent. In het bijzonder welkom aan onze accountant, de heer Van Vugt en ook mijnheer De Winter van Deloitte. De vergadering is live en achteraf via de gemeentelijke website in audio te volgen. Alle fracties zijn vertegenwoordigd. Is er iemand die iets op te merken heeft over de agenda die voorligt? Dat is niet het geval, dan is die vastgesteld. U heeft een nieuwe voorzitter, maar de spelregels die zijn hetzelfde, dus netto hoeft u geen verandering te verwachten.

2.

Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Agendapunt 2, spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld. Er heeft zich niemand aangemeld.

3.

Toelichting accountant op zijn Accountantsverslag van de controle van de Jaarstukken 2021 De voorzitter: Dat brengt ons dan bij agendapunt 3, toelichting van de accountant op zijn accountantsverslag van de controle van de jaarstukken. Aangeschoven zijn mijnheer Vugt en mijnheer De Winter van Deloitte, die geeft een presentatie. Er mogen ook vragen worden gesteld over de management letter BAR en tijdens de presentatie kunnen vragen worden gesteld, als het een verduidelijkingsvraag is, over de sheet of als u een vraag heeft die direct te maken heeft met een onderwerp op die sheet. Aan het eind van de presentatie is er alsnog een rondje om alle vragen die u verder nog heeft te stellen. Het woord is aan mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan u dat ik deze uitnodiging heb gekregen om vanavond weer in uw midden te mogen zijn. Ik moet zeggen, daar ben ik wel heel blij mee na twee jaar hier niet gezeten te kunnen hebben. Dus het voelt wel enigszins onwennig maar ook eigenlijk wel weer ontzettend thuis in figuurlijke en ook letterlijke zin. Dus dank u wel daarvoor. Inderdaad, de controle van de jaarrekening 2021, dat blijft natuurlijk toch een heel bijzondere jaarrekening. Een jaarrekening die in een volledig COVID jaar in feite tot stand is gekomen. Dus u ziet er ook heel veel in de jaarstukken terugkomen over dat toch wel heel bijzondere COVID jaar.

Wij hebben inderdaad een presentatie gemaakt, daar wilde ik inderdaad de hoofdlijnen van de controle met u doornemen. U heeft een eind hout gekregen, maar uiteraard krijgt u hem volgens mij ook wel digitaal nog ter beschikking. Op de eerste bladzijde hebben we aangegeven de fases van de controle. Nou, het zal u uiteraard niet verbazen dat we in het slot van de controle zijn en we zijn voornemens om de komende maandag de controleverklaring in getekende versie naar u toe te sturen. Nou, vanavond dan met u het bespreken van de bevindingen van onze controle. Op de tweede bladzijde vindt u de goedkeuringstolerantie waarmee we uw jaarrekening hebben beoordeeld. U ziet daar staan één procent van de totale lasten, dat is een wettelijk voorschrift. Dat betekent dat als wij fouten in uw jaarrekening zouden aantreffen die hoger zijn dan ruim 1,9 miljoen, dan zouden we uw jaarrekening niet meer mogen goedkeuren, dan geeft uw jaarrekening geen goed beeld meer van de cijfers over 2021. En voor onzekerheden geldt een percentage van drie procent, dus dat is dan 5,9 miljoen, bijna. Onzekerheden, dat zijn overigens posten in de jaarrekening waarvan wij niet met behulp van documenten kunnen vaststellen dat zo’n post klopt. Dus het is niet goed, het is ook niet fout, maar we kunnen gewoon niet vaststellen dat het juist is. Nou, op de volgende sheet inderdaad de stand van zaken van de controle.

Nou, die is vrijwel afgerond. Het enige wat nog moet gebeuren is een handtekening zetten. Wij gaan een goedkeurende controleverklaring geven, zowel voor Pagina 1 van 23

getrouwheid, dus dat betekent dat de jaarrekening een goed beeld geeft van wat er op financieel terrein in 2021 is gebeurd binnen de gemeente Ridderkerk. Daarnaast geven we ook een goedkeurend oordeel over de rechtmatigheid en dat wil zeggen dat het college de financiële regelgeving op een juiste wijze heeft toegepast en dat we ook daar geen belangrijke fouten in hebben aangetroffen. Hier is nog wel belangrijk om bij te vermelden dat dit gaat veranderen. Op 31 mei heeft de Tweede Kamer een wet aangenomen waarbij de rechtmatigheidsverantwoording wordt ingevoerd met ingang van 2023 en dan gaat het college zelf verantwoording afleggen over het naleven van de financiële wet- en regelgeving. Nou, dat is op zichtzelf natuurlijk correct dat degene die er verantwoordelijk voor is, ook zelf verantwoording aflegt. Ik zeg wel eens, een wethouder heet niet voor niks wethouder, dat zit al in zijn naam, dat hij de wet wethouder, dus dan is het ook wel logisch dat hij daar zelf verantwoording over aflegt, het college, dat ze de financiële wetten en regels naleven. Maar u zult wel als raad kunnen zeggen, ja, maar ja, dat is wel de slager die zijn eigen vlees keurt, dus hoe weten we nou zeker dat die bewering van het college dan klopt.

Nou, daar heeft de wetgever ook in voorzien, want het is wel zo dat wij die bewering van het college, die het college dus vanaf ‘23 gaat doen, dat wij die wel moeten controleren. Dus u krijgt van ons wel het certificaatje erbij van dat wat het college beweert, stelt van wij hebben de financiële wetten nageleefd, dat die bewering dus juist is. Dan even naar de bevindingen. Wij hebben … Ik moet eerlijk zeggen, ik ben ontzettend trots over de controle 2021. Ik heb hier ook wel eens gezeten met bevindingen. Nou is dat gelukkig al een paar jaar geleden, maar dat is nu in feite niet aan de orde, want wij hebben bijvoorbeeld geen niet gecorrigeerde fouten aangetroffen. Dus dat wil zeggen dat alles in de jaarrekening goed zit en dat er dus geen fouten in de jaarcijfers op dit moment zitten. Dus dat is gewoon een bedrag van nul. Dus het getrouwe beeld, geen enkele fout. Als we naar de rechtmatigheid kijken, dus het naleven van financiële wet- en regelgeving, dan zitten er in de kern twee omissies in. In de eerste plaats is er een overschrijding op een investeringskrediet gesignaleerd van 229 duizend euro en er zijn ook op twee programma’s fouten aangetroffen, overschrijdingen van budgetten, van 204 duizend euro. Het is niet zo dat het geld niet goed is besteed, wat hier aan de hand is, is dat een budget is overschreden, een budget van uw raad is door het college overschreden.

Wel op een goede manier besteed, maar we vinden met elkaar dat dat eigenlijk te laat gemeld is aan uw raad. Dat dat eerder had gekund. Dus het zit hem vooral op het punt van het niet tijdig melden. Ik moet erbij zeggen, u bent een pilotgemeente die zelf al de rechtmatigheidsverantwoording, waar ik het zojuist even over had, van dat wordt vanaf ‘23 een verplichting, maar in uw jaarrekening, en u bent een van de weinige gemeenten, u heeft over 2021 al het lef getoond om dat zelf te gaan doen en de organisatie en het college hebben dus zelf ook deze onrechtmatigheden aan u gemeld in die rechtmatigheidsverantwoording. Dat deze posten dus eerder gemeld hadden kunnen worden aan uw raad. Wat ik ook echt vermeldenswaardig vindt voor u, is dat wij geen enkele Europese aanbesteding fout hebben aangetroffen. Dat was in het verleden ook wel anders en ik moet ook eerlijk zeggen dat is ook een beetje haaks op het landelijke beeld, want wij zien met name door corona dat er bij gemeenten eigenlijk een toename is van een Europese aanbestedingsfouten om allemaal logische redenen, op zichzelf. Maar daarom maakt het het des te bijzonder dat bij u er geen enkele Europese aanbestedingsfout is aangetroffen.

Nou, zoals u zult zien, deze bedragen, die 200 bij elkaar, die 422 duizend euro blijft ver onder die 1,9 miljoen, dus dat is de reden dat we ook voor rechtmatigheid een goedkeurend oordeel kunnen geven. Als we naar het sociaal domein kijken, daar zien we, en dat past wel in het landelijke beeld, dat we nog niet altijd tijdig of overeenkomstig de afspraken, niet altijd een prestatieverklaring met een controleverklaring van zorgaanbieders aanwezig is. Dus dat je niet helemaal zeker weet of de prestaties voor dit bedrag geleverd is aan de inwoners van de gemeente Ridderkerk. Overigens zijn dit, is dit bedrag opgebouwd uit kleine zorgaanbieders waarbij u de afspraak heeft gemaakt om administratieve lastendruk niet onnodig groot te maken dat deze zorgaanbieders ook geen verantwoording hoeven af te leggen hierover. Maar dat betekent automatisch dan dat je ervoor kiest dat je voor dit beperkte bedrag niet helemaal zeker bent of die prestatie is geleverd. Dan moet u vooral steunen op bijvoorbeeld een klachtenregistratie van inwoners of andere signalen Pagina 2 van 23

dat hier iets misgaat. Nou, die zijn er niet, voor zover ons bekend, maar er wordt dus in de administratieve zin niet formeel vastgesteld dat door de zorgaanbieder deze prestatie is geleverd. Nou, dat is een bedrag wat ook ruim onder die bijna zes miljoen euro blijft, een klein bedrag waar die over gaat, gekozen om de administratieve lastendruk niet op te voeren, maar het blijft dus ruim onder die zes miljoen en dus op dit punt kunnen we ook goedkeuren. Nou, op de volgende sheet vindt u nog even die rechtmatigheidsverantwoording terug, met name die budgetoverschrijdingen, die hebben we hier nog wat nader toegelicht. U ziet dus dat dat met name op het programma 3 en 6 wordt gerapporteerd, die overschrijding. Dus dat niet tijdig melden. Dat zijn die bedragen die ik zojuist noemde. U ziet daarnaast hogere uitgaven op een vijftal programma’s, maar het overgrote deel daarvan is wel tijdig gemeld en past gewoon binnen het beleid van de gemeente Ridderkerk. Op de sheet daarachter hebben we nog even letterlijk de pilot afgedrukt en dat vooral om u daar gewoon op te wijzen dat u een van de weinige gemeenten bent die deze pilot al gedaan heeft en waarin die bedragen van dat te late melden in feite ook nog een keer door uzelf, door uw college zelf en door de organisatie zijn gerapporteerd.

Barendrecht en Albrandswaard hebben dit ook gedaan, dus het is in een gezamenlijkheid van de BAR-organisatie is het initiatief genomen om deze pilot met u te delen al. Dan nog het plaatje over de overige bevindingen. Met betrekking tot de IT audit is het zo dat wij nog niet steunen op de controles in de financiële systemen zelf. Dus dat betekent dat we heel veel gegevens gerichte werkzaamheden doen. Er is inmiddels wel een IT-rapportage door ons gemaakt, die is ook eind mei met de organisatie besproken. Het is ook zorgvuldig dat we dit eerst ook met u bestuurders bespreken in het kader ook van hoor en wederhoor. Daarna zult u ongetwijfeld ook kennis kunnen nemen van de bevindingen van de detailbevindingen op dit vlak. Ik zeg er wel bij dat ik dan nog wel ga bekijken welke bevindingen hiervan een vertrouwelijk karakter hebben, want als ik hier in het openbaar ga vertellen als er een omissie zit in bijvoorbeeld uw wachtwoorden, toegangsbeveiliging, beheer. Ja, dan hoort iedereen dat. Dus er kunnen best een paar aspecten in zitten die we op een andere vorm met u moeten delen. Dan nog iets over uw financiële resultaat. Ik heb u eerder wel eens aangespoord om vooral te investeren in de gemeente Ridderkerk. Niet dat ik er over ga, maar ik heb u daar wel eens toe aangezet van nou, het is goed dat u ook in de gemeente investeert.

Nou, wat je ziet, u bent een van de weinige gemeenten, daarom zeg ik dit ook maar, dat als we naar de werkelijke baten en de werkelijke lasten kijken, dan ziet u dat de werkelijke lasten 1,9 miljoen euro hoger zijn dan de werkelijke baten. Dus dat betekent dat uw eigen vermogen een heel klein beetje inteert. U heeft een heel klein beetje uw reserves aangesproken, voor 1,9 miljoen. Dat is op dit moment vrij zeldzaam. Bij heel veel gemeenten zie ik het tegenovergestelde beeld dat die veel geld overhouden en aan hun reserves toevoegen. Nou, hier blijkt dus eigenlijk uit dat u goed in staat bent geweest om de uitgaven toch te doen, ondanks dat het corona was, en heel veel dingen dus toch door te laten gaan. Wat wel zo is, en dat zit met name bij u in de lasten, dus u heeft wel een tikkeltje last van minder uitgaven. Want als we het vergelijken met de begroting, dan dacht u dat u ongeveer acht miljoen euro zou interen op de reserve positie, dus de reserve zou aanwenden, gebruiken. Nou, dat was niet helemaal nodig, want er is wel inderdaad wat minder uitgegeven, 156 miljoen ten opzichte van 162 miljoen. Nou, dat is een verschil dus van 6,1 miljoen euro ten opzichte van de begroting na wijziging. Nou, vervolgens ziet u dat u geld in de reserve stort, u haalt er ook geld uit. Per saldo haalt u er nog wat meer uit, 6,6 miljoen.

Dat voegt u als het ware toe aan de baten en daardoor komt u op een resultaat wat u presenteert van 4,8 miljoen euro. Nou, ik zei al even, u had toch wat minder lasten dan begroot. Nou, dat ziet u dus in het resultaat wel terug, want dat leidt uiteindelijk tot een verschil in het resultaat van 3,2 miljoen euro. Kortom, u bent eigenlijk best wel netjes binnen de begroting aan het kleuren geweest, om het zo te zeggen, en u heeft dus op de lasten een voordeel gehaald en daardoor heeft u minder uw reserves hoeven aan te spreken dan dat u bij de begroting dacht. Dat is in feite de kern van de financiële resultaten. Dan gaan we op de volgende sheet ook even naar dat resultaat en het vermogen, het effect op uw eigen vermogen en dan ziet u dat ook terug. U begint met een eigen vermogen van 95,6 miljoen. We zien u een saldo van baten en lasten had van 1,9 miljoen negatief. Dus u teert per saldo 1,9 miljoen in op Pagina 3 van 23

uw reserves. Dat betekent dat u dus een eigen vermogen heeft van uiteindelijk 93,7 miljoen. U gebruikt uw eigen vermogen dus voor 1,9 miljoen euro. Maar doordat u tussentijds 6,6 miljoen uit de reserves had gehaald, presenteer je dan een positief resultaat van 4,7 miljoen. Maar het belangrijkste van dit plaatje is dat u heel beperkt uw eigen vermogen hebt aangesproken. Nou, in tegenstelling tot 2020, daar staat 40,8 miljoen. Dat is wel een beetje een afwijkend getal, want daar zit de verkoop van de aandelen Eneco in en de winst die daarop is gemaakt. Dus toen zag u uw eigen vermogen in een keer flink groeien en u ziet eigenlijk vanaf 2018 dat u heel licht uw reserves aan het aanspreken bent voor doelen in de gemeente. Nou, landelijk worden ook de financiële prestatie in kengetallen uitgedrukt. Dat ziet u op het volgende plaatje. Dan kijk ik maar even naar dat onderste plaatje en dan de jaarrekening 2021. Dan ziet u staan, een schuldquote. Wat is nou de schuldquote, wat zegt dat nou? Dat zegt iets over de omvang van per saldo de schuld van de gemeente Ridderkerk. Dat heet een netto schuldquote omdat vorderingen en geld wat u op de bank heeft staan, dat wordt afgetrokken van de schulden en dat betekent het bedrag netto.

Dus wat heb je per saldo netto aan schuld, rekening houdend met in feite je vorderingen en banksaldi? Nou, dan ziet u een netto schuldquote van 0,3, dus zeg maar nul. Dus dat betekent in feite dat de gemeente Ridderkerk netto geen schuld heeft. Als u naar die balans kijkt, dan ziet u 52 miljoen aan schulden staan, maar aan de andere kant van de brand ziet u ook 52 miljoen aan geld staan wat u te vorderen hebt en wat u op een bankrekening hebt geparkeerd. De grootste bankrekening is het schatkistbankieren, daar staan in feite uw overtollige liquide middelen op, dus dat geld wat u echt gewoon aan liquide middelen, net als thuis, hebt. Alleen u wordt verplicht om dat bij de schatkist onder te brengen. Dat mag u niet op een eigen bankrekening zetten, daar krijg je Icesave affaires van. Dus dat was de Landsbanki, misschien herinnert u het zich nog van een jaar of veertien, vijftien geleden. Sinds die tijd moet u dat dus bij het Rijk parkeren. Dat is dus die post schatkist bankieren. Nou, dat is bij elkaar opgeteld ook 52 miljoen. Nou, als je dat dan op elkaar netto saldeert, komt u dus inderdaad op een netto schuldquote van nul en heeft u dus per saldo nul schuld. Dat is vrij uitzonderlijk. Het landelijk gemiddelde is 48 procent, dus dat betekent dat u duidelijk daaronder zit.

Nog misschien even van wat is dit percentage, waar wordt dat mee vergeleken? Nou, heel simpel, als u een netto schuldquote hebt van 50 procent, wil dat zeggen dat de helft van de omvang van de begroting, van de exploitatie, dat u dat ook aan schuld heeft. Dus dat zou in uw geval 50 procent, zou in uw geval 75 miljoen zijn, de helft van uw 160, 150 miljoen ongeveer van uw exploitatie. Dat zegt dit getal. Maar u heeft dus nul. De voorzitter: Mijnheer Ros. De heer Ros: Dank u wel. Even voor mijn beeldvorming, over die schulden en bezittingen. Zijn die schulden nou ook nul omdat we dat we dat geld van Eneco hebben, dat er dan tegenover staat? Dus anders zouden we, zeg maar, stel, je haalt dat er af, zouden we dan een veel grotere schuld hebben ten opzichte van ons eigen vermogen, of heb ik dat verkeerd begrepen? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Ja, dus als je naar de bruto schuld kijkt, dus als je het geld wat u op de bankrekening hebt staan en aan vorderingen hebt, niet aftrekt van de schuld, ja, dan heeft u voor 52 miljoen euro alles bij elkaar aan schulden. Ja, als je die 52 miljoen uitdrukt in een percentage van, laten we maar even zeggen, 150 miljoen, dan zou u op een schuldquote van rond de 30, 35 procent uitkomen. Ook nu nog steeds laag en onder het landelijk gemiddelde. Nou, dan hebben we nog een mooi kengetal, dat is de solvabiliteitsratio.

Die staat daaronder, die is bij u 58,6 procent. Wat is dit nu weer voor jargon? Nou, een solvabiliteitsratio zegt iets over de verhouding tussen schuld en eigen vermogen, reserves. Het komt er kortweg op neer dat als je alle bezittingen van de gemeente Ridderkerk optelt in wegen, straten, gebouwen, pleinen, scholen, of van de

Pagina 4 van 23

balans, en je telt het allemaal op, nou, welk deel is er dan door uw eigen vermogen, door uw reserves gefinancierd, door eigen geld? Dan is dat dus 58,6 procent en dat betekent tegelijkertijd dat er dus 41,4 procent van uw bezittingen gefinancierd is met schulden. Dat is dus die 52 miljoen waar ik het eerder over had. Nou, hier ziet u dat de VNG, die heeft ook hier een norm voor bepaald. Dat is overigens geen wettelijke norm, dat is een streefwaarde. Maar die zegt eigenlijk, als je boven de 50 procent zit met je solvabiliteit, dan zit je in de categorie goed. Ik moet u ook zeggen, dat komt niet heel veel voor. Het landelijke gemiddelde is een procent of 35, dus u zit daar toch zo’n beetje 23 procent boven. Dus conclusie, u heeft nul netto schuld en u heeft een hoge solvabiliteit, dus dat betekent dat u echt een heel sterke financiële positie heeft. Als ik dan ook nog meeneem dat u belastingcapaciteit duidelijk onder het landelijk gemiddelde ligt, dat betekent dat uw lokale heffingen, dan gaat het over onroerend zaken belasting, de afvalstoffenheffing en rioolrecht, dan zie je op dat totale mandje dat dat bij u ongeveer ook een euro of zestig lager is dan het landelijk gemiddelde. Dus dat betekent dat u ook relatief lage lokale lasten voor de burger heeft.

De ozb bij jullie is vrij laag, de onroerend zaken belasting is laag, rioolrecht is ook laag, afvalstoffen is iets duurder dan het landelijke gemiddelde. Even iets over die financiële positie nog. U heeft dus een heel sterke financiële positie, u heeft lage lokale lasten voor de burger. Dat wil niet zeggen dat het makkelijk is om in de toekomst ook de begroting sluitend te krijgen. Want wat is er landelijk aan de hand? Landelijk is wel aan de hand dat gemeenten best wel veel incidenteel geld hebben. Dat is bij u zeker het geval, want u hebt best wel incidenteel een sterke financiële positie, zoals ik zojuist zei. Ook de komende jaren ziet het er op incidenteel geld best wel gunstig uit, de jaren ’23 tot en met ’25. Daarna wordt het een stuk minder. Maar incidenteel geld is niet hetzelfde als dat u voldoende geld hebt om uw langjarige activiteiten, activiteiten die u langdurig wilt uitvoeren, dat daar dan voldoende opbrengsten tegenover staan. Dat is natuurlijk best een lastige discussie die u ongetwijfeld ook bij de begroting weer gaat zien, dus dat er aan de ene kant best een behoorlijke spaarrekening is, maar dat u aan de andere kant best wel een discussie met elkaar voert over van oké, hoe gaan wij eventuele structurele uitdagingen, structurele activiteiten, langjarige activiteiten, hoe gaan we die in de begroting van voldoende middelen, van voldoende geld voorzien.

Daar speelt zeker een rol bij, natuurlijk, dat we in een heel onzekere tijd leven met inflatie en een oorlog en wat dat allemaal dan betekent ook voor de economie. Ik zeg er ook maar bij, wat echt ook een heel belangrijke voor u als Ridderkerk is, dat als u, dat de omvang van het geld wat ze van het Rijk jaarlijks krijgt, dus die structurele opbrengst die u krijgt, die is natuurlijk wel heel erg afhankelijk ook van bijvoorbeeld het aantal inwoners wat uw gemeente heeft ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het komt er kortweg op neer dat als u relatief in inwoneraantal daalt ten opzichte van andere gemeenten in Nederland, dat u steeds minder geld krijgt van het Rijk. En dat u het dus steeds lastiger krijgt om het voorzieningenniveau wat u nu heeft, om dat natuurlijk in stand te houden. Dus wat een heel belangrijke opgave wordt, is om daar belangrijke keuzes in te maken van hoe gaan we daar nou met elkaar mee om? Hoe zorgen we dus dat we aan de ene kant die ambities, ook wellicht de ambities rondom inwoneraantal, samenstelling van ook de bevolking, hoe zich dat ten opzichte van het landelijke gemiddelde verhoudt, in relatie tot het voorzieningenniveau van onze mooie gemeente en uiteraard het niveau van de lokale heffingen wat u aan de burger vraagt. Dat is in mijn ogen de uitdaging waar u de komende raadsperiode vooral voor staat.

Maar gelukkig wel vertrekkend vanuit een gezonde, zelfs, wat mij betreft, sterke financiële positie. In het volgende plaatje nog iets over het weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit. Nou, het belangrijkste is dat u daar ziet dat u voldoende buffers achter de hand heeft, dat is de donkergroene lijn, de bovenste lijn, dat u voldoende buffers heeft om eventuele risico’s in de gemeente op te vangen. Dan nog iets over de grondexploitaties. Dit heeft ook direct wel te maken met mijn opmerking over inwoneraantal. Want wat je bij jullie wel ziet is dat jullie grondexploitaties, dat zijn er niet zoveel meer. Dus u heeft relatief weinig mogelijkheden om een de toekomst even op basis van deze plannen om te ontwikkelen, de woningbouw, bedrijventerreinen te ontwikkelen. Vooral even woningbouw leg ik dan het accent op. Het zand is bijna vol. Ja, dus je krijgt echt wat, je moet echt naar andere locaties dan kijken, als je met je inwoneraantal wat wil. Dan Pagina 5 van 23

kijk je natuurlijk ook naar inbreilocaties, et cetera. Dus dat wordt dan wel de opgave van hé, waar zitten onze ontwikkelmogelijkheden dan omdat je uit dit plaatje heel duidelijk afgeleid dat de grondexploitatie wel allemaal een beetje op zijn eind lopen. Bij Wonen Op ‘t Zand vind ik het nog wel goed om erop te wijzen, bovenin, dat is een grondexploitatie met een verwacht tekort van 640 duizend euro. Ik heb in de controle geleerd dat dat voor een deel ook met een raadsbesluit te maken heeft met een knarrenweide. Nou, ik heb in ieder geval begrepen dat als ik wat ouder wordt, dat ik me daar kan voegen. Knorren. Knarren. Het knarrenhof. Ik moet zeggen, mijn dag was alweer direct goed, toen, want ik heb iets geleerd dat ik nog niet wist. Op het oude HAK-terrein, begreep ik dat dat is. Dus wellicht dat ik daar dan zeker nog naartoe kan. Maar goed, dat tekort is wel afgedekt in uw begroting, dat verlies is genomen, dus dat is in de cijfers verwerkt. Cornelis Land is de verwachting dat dat in 2022, misschien ‘23 wordt afgesloten. Daar zit nog wel een winstverwachting op van ongeveer 2,8 miljoen euro als dat wordt afgesloten. Maar ook dit is er incidenteel geld. Daar kunt u dus in structurele uitgaven, structurele activiteiten en plannen wat minder mee. Dan is het eigenlijk, dan hebben we nog eentje die is afgesloten, de Anjerstraat-Bloemstraat.

Dus in feite heeft u nog maar één actieve grondexploitatie, in de woningbouw, en eentje actief en bedrijventerreinen en beide zitten in een soort afrondend stadium. Nou, u bent nog wel een enorm bezig met de Nieuw Reijerwaard, de gemeenschappelijke regeling, op de volgende sheet. Dat is natuurlijk een bedrijventerrein wat goed loopt op dit moment. Wij zijn er ook in het kader van onze controle wezen kijken. We hebben daar ook gesproken met de gemeenschappelijke regeling, best wel diepgaand ook, om ook gevoel te krijgen bij de cijfers. Dus er zijn heel veel positieve dingen over te melden, over de ontwikkeling en het tempo waarin dat gaat. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel een exploitatie waar nog heel veel ook moet gebeuren. Even voor het beeld, u moet daar nog voor ongeveer 79,4 miljoen uitgeven aan investeringen. Daar is natuurlijk bijvoorbeeld de IJsselmondse Knoop die nu wordt beetgepakt een grote in. Maar er moet ook nog voor 187 miljoen euro daadwerkelijk worden verkocht. Er zijn wel op een groot aantal allerlei afspraken en gesprekken gaande, maar de daadwerkelijke verkoop moet nog plaatsvinden. Nou, daar zit natuurlijk zeker een bepaald risicoprofiel aan vast. Dus het is wel goed om hier alert op te blijven. De SiSa, Single information, Single audit, ook weer een jargon. U heeft het ongetwijfeld gezien in uw jaarstukken, dat is die onleesbare tabel achterin.

Als ik u een advies mag geven, verdiept u er maar ook niet te veel in – u mag op mij vertrouwen, hoeft niet, maar dat mag u wel doen – dat als daar iets mee aan de hand is, dan zal ik het u zeggen. Dit is namelijk een verantwoording van de gemeente Ridderkerk aan het Rijk met betrekking tot de besteding van de doeluitkeringen. Of u op een goede manier de doeluitkeringen hebt ingezet. Daar hebben wij geen opmerkingen over, dus dat betekent dat dat wat ons betreft zo is, dus dat u aan de regelgeving heeft voldaan. Nou, ik denk dat dat het belangrijkste is voor u ook als raad. Wat wel opmerkelijk is, is dat het aantal regelingen ook bij jullie is verdrievoudigd in twee jaar tijd, van zes naar achttien. Dit is een landelijk probleem. Want alle gemeenten worstelen hiermee, want dit geeft namelijk een enorme belasting voor de organisatie om dit allemaal op te stellen, uit de organisatie te halen, te verantwoorden en dat betekent ook voor ons heel veel en we zitten er niet op te wachten, dit werk. Want dit is heel, ik zou bijna zeggen, geestdodend werk om te doen, maar het moet allemaal wel gecontroleerd worden, daar hebben we ook best wel veel extra tijd aan moeten besteden, zeker de ambtelijke organisatie, maar het geldt ook voor ons, om dit te doen. Dit is ook de VNG, daar wordt een motie … Ik weet niet of die al aangenomen is of besproken wordt.

Ik denk besproken en ik was vanmiddag bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en ik begreep daar dat er wetgeving in voorbereiding is dat de administratieve last die in twee jaar tijd geëxplodeerd is, in de richting van 2024 dan weer zal verminderen. Dus dan zouden we er in 2022 en 2023 nog last van hebben, maar dan zou het wel op termijn ook wel weer moeten dalen. Tot slot de BAR organisatie. Daar hebben wij ook een goedkeurende controleverklaring afgegeven bij de gemeenschappelijke regeling en ook dit jaar hebben we daar een heel soepel controleproces gehad en voor het eerst hadden we ook geen fouten in bijvoorbeeld de Europese aanbestedingen. Dat is daar ook wel eens anders geweest, zoals u … Nou, zeker een aantal raadsleden die de vorige periode hier zaten, die weten dat. Pagina 6 van 23

Dus dat is ook een schone verklaring van onze kant geweest. Op de volgende sheet vindt u nog een aantal opmerkingen over de BAR-organisatie. Nou, met name dat inkopen en aanbesteding is duidelijk beter. Wij zien ook dat er een enorme verbeterslag is gemaakt in de interne controle bij de gemeenschappelijke regeling en dat heeft het ook mogelijk gemaakt dat u de pilot rechtmatigheidsverantwoording heeft gekregen in uw jaarstukken en uiteraard in de management letter hebben we ook wel wat aanbevelingen nog gegeven over het … Nou, IT is er dus eentje van, komen we nog dus op terug bij jullie. We hebben ook wel wat opmerkingen gemaakt over het documenteren van bijvoorbeeld memoriaalboekingen, handmatige journaalposten. Tot slot het resultaat van de BAR-organisatie. Ik zeg er altijd maar bij, dit is op verzoek van de gemeente Barendrecht, maar gelijke monniken, gelijke kappen. Dus we presenteren dit ook altijd aan jullie. Maar hier ziet u vanaf 2014 nog het resultaat van de gemeenschappelijke regeling, 345 duizend euro op een exploitatie van 82,78 miljoen, dus dat betekent 0,42 procent. Dus dat is heel marginaal, maar wel een klein positief resultaat in de gemeenschappelijke regeling. Nou, ik hoop dat ik duidelijk was en nu op deze manier ook door ons rapport heb kunnen leiden. De voorzitter: Dank u wel voor de heldere presentatie.

Wie heeft er nog vragen? Mijnheer Kloos, hoeveel vragen heeft u? Mijnheer Bontenbal. Mijnheer Kooijman. Mijnheer Bontenbal, aan u het woord. De heer Bontenbal: Wij vroegen ons af wat de reactie van de BAR-organisatie is op de aanbevelingen van de accountant. Die schijnen te worden verwerkt in de rapportage verbijzonderde interne controle en de vraag is, is het college bereid deze rapportage te delen met de raad? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Ik denk dat dit een vraag voor de wethouder of voor het college is. De voorzitter: Die kan u bij het volgende agendapunt stellen. Dat was mijnheer Bontenbal van het CDA, dat had ik er vergeten bij te zeggen. Mijnheer Kooijman van de ChristenUnie. De heer Kooijman: Ja, voorzitter, ik heb er nog een vraag bij gevonden. Mag ik die ook nog stellen of moet ik dan weer achteraan in de rij aansluiten? De voorzitter: Dat mag. U mag gelijk door. De heer Kooijman: Goed zo, dank u wel. Allereerst dank voor de heldere uitleg wederom. Fijn om alles weer even terug te luisteren op die manier en daar leer je iedere keer weer van. De eerste vraag ging over de verantwoording sociaal domein waar die onzekerheid in zat. Met name de kleine bedrijven en die facturen.

Ik denk dat het heel goed is dat we daar ook zeker voor die organisatie daar soepel mee omgaan, maar ik was benieuwd, zijn er nog elders in het land andere werkwijzen waardoor we er toch financieel gezien een verbetering zouden aan kunnen brengen, zonder dat we die administratieve lasten omhoog brengen? Ik was benieuwd of u daar nog ideeën over had. De tweede vraag, mag ik ze gelijk door stellen, voorzitter? Ja? Tweede vraag, de opmerking dat als we als Ridderkerk relatief minder inwoners krijgen dan de rest van Nederland, dat we dan misschien ook minder geld krijgen vanuit het Rijk. Ik vroeg me af hoe zich dat verhoudt tot de herijking van de rijksgelden waar er op dit moment over nagedacht wordt. De derde vraag gaat over de grondexploitaties. We hebben de afgelopen jaren hebben we steeds meerdere grondexploitaties gehad en we haalden daar ook steeds ook winstnemingen uit, het waren ook positieve grondexploitaties over het algemeen. Nu dat op gaat drogen, lopen we dan ook gelijk meer een risico, ongeacht gewijzigd beleid, zeg maar eventjes. Dus lopen we gelijk nu al meer risico, of is het alleen van nou, hou er rekening mee dat je niet Pagina 7 van 23

een aanwas hebt van je algemene reserve of zo. De laatste vraag was, u geeft terecht denk ik weer aan dat ondanks onze stevige financiële huishouding, dat het toch lastig wordt om onze begroting sluitend te krijgen. Die opmerking hoorde ik vier jaar geleden ook en misschien acht jaar geleden zelfs ook wel hier in de raad roepen. Als u nu terugkijkt naar de afgelopen periode, hoe zijn we dan gevaren in die periode. Zijn we langzaam toch aan het interen en wordt het steeds ingewikkelder of doen we het eigenlijk steeds beter dan een periode geleden? Kunt u daar iets over zeggen? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Ja, dank u wel. Even dat sociaal domein, nee, daar zijn op dit moment geen alternatieven voor. Er wordt wel nagedacht over is die hele keten die we natuurlijk hebben, want het is best een ingewikkelde keten van zorgaanbieders en gemeenten en uiteraard uw inwoners. Dus er wordt wel nagedacht over kan de keten en de wijze waarop wordt verantwoord niet eenvoudiger? Dat zou er wellicht toe kunnen leiden, daar helpt digitalisering natuurlijk ook wel bij, dan zou het op termijn wel kunnen zijn dat je ook bij kleine zorgaanbieders makkelijker kan vaststellen dat de prestaties zijn geleverd. Maar ik moet u eerlijk zeggen, voor dit bedrag, zeker als ik dat vergelijk met het landelijke beeld, dan is dat beperkt.

In het kader van de algemene uitkering, het is goed om de herijking was los te koppelen van dat inwoneraantal. Kijk, het inwoneraantal speelt best een belangrijke rol in het totale bedrag wat u krijgt, dus als u relatief achteruit gaat met het inwoneraantal ten opzichte van andere gemeenten gemiddeld, die pot wordt niet zozeer groter, dus dan gaat u daar relatief wat op achteruit en dat gaat een beetje sluipende weg. Dus dat is altijd een beetje het gevaarlijke daarvan, want dat is ieder jaar een heel klein beetje, als het ware. En dan aan het eind dan denk je, goh, wat zijn we ineens achteruit gegaan. Daarnaast loopt de herijking, die is ook in feite al vastgesteld. Dat is overigens nog los van allerlei uitdagingen die in 2026 op u afkomen rondom de algemene uitkering, maar de herijking is doorgevoerd en daar zijn behoorlijk wat gemeenten voordeelgemeenten in geworden, omdat alle … Want die algemene uitkering bestaat uit enorm veel indicatoren die bepalen hoeveel dat je krijgt, waarbij inwoneraantal een heel belangrijke is, maar ook allerlei fysieke en sociale kenmerken. Ja, dan zie je dat jullie volgens mij een voordeelgemeente zijn en je ziet bijvoorbeeld jullie buren nadeelgemeente zijn. Dat heeft alles te maken met je sociale profiel, want inderdaad, Barendrecht krijgt al jaren veel minder algemene uitkering dan jullie en dat verschil wordt alleen maar groter.

Dat is een effect dus doordat er anders naar de weging van die indicatoren wordt gekeken. Dus dat staat wel los. Het zou wel elkaar wat kunnen compenseren. Stel even dat jullie minder inwoners krijgen, relatief, en je krijgt wel wat meer vanwege de herijking, dan zit er natuurlijk een soort dempend effect, als het ware, natuurlijk voor jullie wel in. 2026 is een heel ander verhaal. In 2026, ik vind dat je niet naïef moet zijn over ’26 want in ’26 is er namelijk heel veel onzeker over wat het Rijk aan de gemeente gaat uitkeren. Dat heeft in de kern drie oorzaken. Ik vind aan de ene kant dat je er niet naïef over moet zijn en je moet ontzettend goed de ontwikkelingen in de gaten houden en blijven lobbyen om zekerheid te krijgen. Overigens heeft het Rijk toegezegd voor de zomer ook zekerheid te geven en ik heb begrepen dat er volgende week een brief te verwachten is op dit vlak, over dat beruchte jaar 2026. Maar dat zit hem echt in, hoe gaat het verder met de jeugdzorg. Wat gebeurt er met de opschorting van de opschalingskorting in de algemene uitkering? Die is tot en met 2025 opgeschort, maar hoe gaat het dan daarna verder? Gaat die korting toch gebeuren of niet? In de derde plaats heeft dat te maken met de wens die er leeft om ingezetenenbelasting in te gaan voeren bij gemeenten.

Dat betekent dat de algemene uitkering wat naar beneden gaat, uw ingezetenenbelasting bepaalt u zelf, dus dat zou weer tot extra opbrengsten kunnen leiden en dat zou dan tot een lagere inkomstenbelasting, of zo, kunnen leiden. Nou, dat zijn gigantische onzekerheden, dat zijn bedragen die kunt u niet oplossen, als gemeente Ridderkerk, maar die kan geen enkele gemeente oplossen. Dus het is wel heel goed om niet heeft zijn, maar tegelijkertijd je ook niet te laten verlammen. Blijf vooral vanuit je eigen visie en koers waar je met de gemeente Ridderkerk naartoe wil, Pagina 8 van 23

hoe je wil ontwikkelen, hoe je eruit wil zien over vijf, tien, vijftien jaar. Dat is wel mijn overtuiging, probeert daaraan vast te houden. Want in 2018, zei u al terecht even, had denk ik niemand van ons durven voorspellen, was het ook heel moeilijk hoe het er in 2022 uit zou zien. Nu, is het ingewikkelder geworden? Het is wel ingewikkelder geworden in die zin dat de omvang van de incidentele middelen, ook die het Rijk geeft, die is enorm toegenomen en dat verhoudt zich niet zo goed tot, zal ik maar zeggen, de structurele uitdagingen waar u als gemeente voor staat. Dus het is niet een nieuw probleem, maar je ziet wel dat het probleem steeds groter wordt, omdat het incidentele geld eigenlijk een beetje tegen de plinten aanklotst in het land en gemeenten dat nauwelijks krijgen weggezet, ook door een moeilijke arbeidsmarkt. Maar als we dan structureel echt forse investeringen in de gemeenschappelijk willen doen met lasten die twintig, dertig, veertig jaar met zich meedragen, dan zie je dat het lastig is om daar dan voldoende opbrengsten tegenover te hebben en die kloof die lijkt, die lijkt, die wordt wel steeds groter. Dat is dus wel ingewikkelder geworden.

Daar zijn gelukkig ook wel wat bewegingen gaande van, zou je dan toch niet wat meer incidenteel geld structureel mogen inzetten? Maar ja, dat is tot dusverre nog niet iets waar je vanuit mag gaan, maar dat is wel waar nadrukkelijk ook landelijk over nagedacht wordt. Want hoe ga je dit ingewikkelde vraagstuk, wat u thuis ook niet kunt uitleggen, dat je bij de begroting misschien een voorziening moet sluiten en bij de jaarrekening zegt u allemaal weer met elkaar: ja, nou houden we weer geld over, bij wijze van spreken. Dat is natuurlijk lastig naar de burgers, maar ook lastig in uw raad uit te leggen. Dat vraagstuk wordt wel steeds ingewikkelder. Grondexploitaties, dat leidt niet tot extra risico’s, zeker niet, want het zijn incidentele middelen, verliezen of winsten. Nou, nu per saldo wat winst. Het zegt natuurlijk wel iets over de mogelijkheden die u heeft om woningbouw of bedrijventerreinen. Nou, bedrijventerreinen wat minder, omdat u Nieuw Reijerwaard heeft, maar met name op het gebied van woningbouw geeft het wel aan dat het natuurlijk lastiger is om locaties met elkaar te vinden of aan te wijzen waarin je eventueel woningbouw met elkaar pleegt. Dus op dat punt ontwikkelt. Dat vraagt extra aandacht. Willen we dat en als we het willen, waar en hoe dan? De voorzitter: Zijn uw vragen voldoende beantwoord? Mijnheer Kooijman.

De heer Kooijman: Het was zeer duidelijk allemaal en het is inderdaad soms lastig uit te leggen thuis, ook hoe dat nou in elkaar steekt, dus bedankt weer voor deze toelichting. Ten aanzien van de woningbouwopgave, we kunnen natuurlijk ook gebruik maken van de particuliere initiatieven en dat zijn natuurlijk allemaal mogelijkheden die er zijn. De voorzitter: Mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk. U kunt uw vragen stellen. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van uw presentatie is er toch ook nog steeds het punt van dat we een hele hoop kosten hebben die onder de categorie open einde uitkeringen vallen. Dus dat zijn bestedingen waar we als gemeente geen greep op hebben en waarvan ik het vermoeden heb dat we te weinig ondersteuning van het Rijk krijgen. Hoe ziet u die ontwikkeling de komende jaren zich ontwikkelen? Want dat is een punt van zorg. Wat betreft mij. Het tweede punt haal ik uit uw managementbrief en dat zijn de bevindingen over het mandaatbesluit. Terecht stelt u dat er inkoopcontracten waren aangegaan door onbevoegde functionarissen, echter, die zijn dan achteraf wel gecorrigeerd.

Kunt u aangeven waarom het daar fout ging in die BAR-organisatie? In het tweede punt van uw management heeft u het over grondexploitaties en daar stelt u dat u twijfel heeft over de juistheid en rechtmatigheid van grondtransacties en u vindt dat eigenlijk voorafgaand daar een opinie van het concern control dient aan de voorkant daarbij betrokken te worden. Zegt u dit nu voor de eerste keer? Ten slotte heeft u het nog over een frauderisico analyse. U geeft aan dat u nog een risicoanalyse van de gemeente verwacht voorafgaand aan de jaarrekeningcontrole van

Pagina 9 van 23

2021. Heeft u die gekregen en zo ja, zijn daar punten uit voorgekomen waarvan u zegt: daar zou de gemeenteraad nog eens wat aandacht aan kunnen besteden? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Ja, dank u wel. Nog even als laatste de heer Kooijman nog even. U heeft er helemaal gelijk in dat u niet iedere grondexploitatie natuurlijk zelf hoeft te doen. Je hebt ook zogenaamde faciliterende grondexploitaties, dan ontwikkelt een ander en u rekent de kosten door. Met name de omgevingswet is daarin dan cruciaal. Zeker de nieuwe omgevingswet. Mijnheer Kloos, dank ook voor uw vragen. Bij de open einde regelingen, wat je daar ziet is dat met name de open einde regeling op het gebied van de Wmo en van de jeugdzorg, daar kun je twijfel hebben of daar voldoende middelen vanuit het Rijk voor zijn gegeven. Wat wij landelijk zien is dat het met name op de Wmo en de jeugdzorg wel wat afvlakt, dat zien we wel, de kosten. Dat was eerst een enorm stijgende lijn en je ziet het het laatste jaar iets afvlakken. Maar het is zeker zo dat natuurlijk de commissie, de arbitragecommissie, die heeft natuurlijk niet voor niets geconstateerd dat de gemeente 1,6 miljard op dit vlak tekort komt en dat dat ook door het Rijk is bijgepast. Dus op dit moment lijkt het erop dat met die 1,6 miljard, dat dat toereikend is. Maar ja, die 1,6 miljard, daar zit natuurlijk wel een eindigheid aan.

Daar wordt nog steeds over gesproken en gediscussieerd van ja, hoe gaat dat nou verder in de toekomst? Daar speelt wel het punt van 2026 in mee, de zogenaamde hervormingsagenda jeugd, die u wellicht kent. De hervormingsagenda jeugd 2022-2028. Daarbij is ook de brief van de minister van volksgezondheid VWS aan de Tweede Kamer van 13 mei cruciaal, want daar schetst de minister eigenlijk het contour hoe jeugdzorg er in de toekomst, naar de mening van het ministerie, uit moet gaan zien. Het komt er kortweg op neer dat de complexe jeugdzorg bij de gemeente weggaat en dat u als gemeente vooral de dicht bij huis jeugdzorg overhoudt. Dan komt er natuurlijk wel weer een nieuwe situatie van ja, hebben we dan daar voldoende middelen voor om die taak met elkaar te blijven uitvoeren. Hoe gaat het Rijk met die 1,6 miljard om naar de toekomst toe? Dus daar zitten wel wat onzekerheden in. Maar met die 1,6 miljard die voor een bepaalde periode is toegekend, hebben wij op dit moment geen indicaties dat dat nou heel erg scheef loopt. Nou zal dat wel van gemeente tot gemeente natuurlijk wat kunnen verschillen. Dat moeten we ook onderkennen, dat … Je zult maar een paar hele moeilijke gevallen in de gemeente hebben. Ja, dan heb je er natuurlijk niet voldoende aan. Bij de andere open einde regelingen is dat wat minder aan de orde. Bijstand bijvoorbeeld, is ook een bekende.

Nou, dat wordt eigenlijk gewoon een op een vergoed, in feite. Dat geldt ook voor de TOZO regeling, de tijdelijke ondersteuning zelfstandig in het kader van COVID. Daar zie dat gemeenten per saldo er wat aan hebben overgehouden. We moeten ook eerlijk zijn dat het Rijk in de coronavergoedingen, compensatie van corona, is het Rijk eigenlijk best wel ruimhartig geweest, ook naar de gemeente toe. Daar hebben de meeste gemeenten best wel geld aan overgehouden. Het mandaat, waarom dat dat fout is gegaan, dat weet ik niet. Meestal gaan dit soort dingen, omdat iemand dat gewoon niet weet, dat die daar niet toe bevoegd is, dat dan doet, dat wordt dan gesignaleerd in de interne controle of door ons en ja, dan wordt het gecorrigeerd, dus dat zijn vaak gewoon vergissingen. Maar goed, als u zegt van, ik wil zeker weten, dan pakken we daar even nog het dossier bij. Bij de grondexploitaties, daar speelt dat de interne, dat punt van de interne controle, dan gaat het er niet om dat wij denken dat dat fout gaat, want wij controleren dat gegevensgericht, dus wij hebben ook geconstateerd dat dat goed gaat. Alleen onze controle is altijd achteraf en wij zeggen van joh, het is nog sterker als je in de interne organisatie het zo organiseert dat ook iemand aan de voorkant al meekijkt. Want dan voorkom je aan voorkant al dat het eventueel verkeerd gaat en dat je dan achteraf het moet corrigeren.

Dat is eigenlijk ons advies geweest van nou, versterk dat punt nou in je interne controle, in de BAR-organisatie, om in feite zeker te weten dat je geen vergissing maakt die je achteraf dus moet rechtzetten. Dat is ons adviespunt geweest. Nou, we gaan er even vanuit, de BARorganisatie inmiddels kennend, dat ze deze punten ten harte nemen en opvolging aan geven. Ten slotte, ik Pagina 10 van 23

vind het wel mooi dat u frauderisico nog even noemt. Dat is inderdaad een analyse die wij jaarlijks bij de gemeente opvragen als actualisatie. Dus die krijgen wij ook van jullie gemeente, inderdaad. Maar u triggerde me wel op één punt en dat is wel iets wat voor uw raad ook van belang is, dat vanaf 2022 gaan wij als accountant nog nadrukkelijker rapporteren in ons verslag, dat is de nieuwe wetgeving, wat organisaties, ook gemeenten dus, doen aan fraudepreventie en hoe ze omgaan met fraudesignalen. Wat je ook ziet, dat is een tweede lijn, dat in de regelgeving er nadrukkelijke aandacht komt om ook als gemeente zelf nadrukkelijker te gaan rapporteren over fraude en misbruik en oneigenlijk gebruik. Dat moet in 2023 al gaan gebeuren. Gelijk met de rechtmatigheidsverantwoording die wordt ingevoerd, moet je als gemeente in de paragraaf bedrijfsvoering nadrukkelijker vertellen wat je doet aan het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik, maar ook wat je sanctiebeleid is. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de toeslagenaffaire, dat het Rijk daarmee wil voorkomen dat je als gemeente je eigen toeslagenaffaire hebt. Dus dat je als raad ook alert bent op he, welk sanctiebeleid hebben wij eigenlijk bij misbruik en is dat wel redelijk in het licht van wat iemand eventueel verkeerd doet bij het gebruik maken van regelingen.

Dat geldt ook voor fraude, dat je als gemeente iets meer verantwoording moet gaan afleggen over van wat doen wij nou aan fraudepreventie? Nou, daar is dit een soort voorschot op, dus mij gaan zeker met u, en daar gaat het college ook met u, hier nadrukkelijker bij stilstaan van ja, hoe gaan wij daar binnen de gemeente Ridderkerk met elkaar mee om? Dus dat heeft de aandacht en gaat zeker ook nadrukkelijk op uw tafel aandacht krijgen. De voorzitter: Mijnheer Kloos, wilt u hier nog op reageren? De heer Kloos: Nee, dank u wel voor deze heldere uitleg van die vragen uiteraard. Die fraudecontrolestukken wil ik bij gelegenheid, lijkt mij voor de raad interessant genoeg om daar inzage in te krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Heel goed dat u dat zegt. Ik plaats er een kanttekening gelijk bij, dat is dezelfde als die ik bij IT heb gemaakt, hier moet je wel even goed met elkaar over nadenken hoe je dat behandeld. Want stel dat u zegt: nou, daar maken we openbaar kennis van, ja, dan hebben we ook altijd wel slimme boefjes die denken, he, hier hebben we de frauderisicoanalyse van Ridderkerk, ze signaleren zelf hun kwetsbaarheid op een bepaald proces, nou, dat gaan we dan maar eens testen of dat echt zo is.

Dus dat is wel verstandig om daar ook even over na te denken met elkaar van … Want ik vind het heel goed dat u daar met elkaar over nadenkt, maar dan moet je er wel over nadenken de wijze waarop. Ik vind het ook belangrijk dat je uitkijkt als raad dat je niet op ieder individuele frauderisico ingaat, want dat kunnen er heel veel zijn, maar dat u vooral als raad oplet van hoe zit dat nou in het proces, in de procedures bij de gemeente in elkaar. Wat doen ze er intern aan, hoe zit het in de cultuur, is er in de cultuur aandacht voor, welke maatregelen zijn er in de processen genomen, hoe gaat het met een melding? Wat gebeurt er als iemand iets meldt, welke procedures gelden dan? Dat soort aspecten dat is voor uw raad zeker belangrijk om daar kennis van te nemen. De voorzitter: Mijnheer Kloos, wilt u daar nog iets op zeggen? De heer Kloos: Ik denk dat dit antwoord duidelijk is, we moeten alleen even binnen de commissie en de raad bekijken hoe we dit gaan aanpakken. Het zou eventueel ook via de commissie KAS kunnen, maar dat zullen we op een later tijdstip vastleggen. Dank u wel. De voorzitter: Dan dank ik mijnheer Van Vugt voor de presentatie, nogmaals, en voor de beantwoording van de vragen. Ik zie geen vragen meer in de commissie.

U wordt uitgenodigd om plaats te nemen op de publieke tribune om het volgende punt ook te beluisteren, maar die keuze is aan u of u daar gebruik van maakt. Pagina 11 van 23

Richting de commissieleden wil ik nog zeggen dat de presentatie ook bij de stukken staat op het raadsinformatiesysteem. Dus het is ook digitaal terug te vinden. Bedankt, mijnheer De Winter. 4.

Bevraging college over Accountantsverslag van de controle van de Jaarstukken 2021 De voorzitter: Dat brengt ons bij agendapunt 4, bevraging college over accountantsverslag van de controle van de jaarstukken 2021 en ik nodig wethouder Van der Duijn Schouten uit om hier plaats te nemen en van ambtelijke zijde de heer Leenderts. Wethouder, wilt u nog een toelichting geven? De heer Van der Duijn Schouten: Dat zou alleen maar afbreuk doen aan hetgeen we net gehoord hebben, voorzitter. De voorzitter: Dan is er gelegenheid aan de commissieleden om vragen te stellen. Dat kan dus ook over de managementletter BAR gaan. Mijnheer Bontenbal, heeft u nog meer vragen dan de ene? Duidelijk. Mijnheer Ros. Ook één. Siri wordt ook actief. Mijnheer Bontenbal, CDA. De heer Bontenbal: Ja, ik ga een tweede poging wagen. De reactie van de BAR-organisatie op de aanbevelingen van de accountant worden verwerkt in de rapportage verbijzonderde interne controle en is het college bereid deze rapportage te delen met de raad? Dat is onze vraag. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, zoals de heer Bontenbal terecht opmerkt, dat is een rapportage van de BAR-organisatie, dus wij zullen die vraag dan even bij de BAR-organisatie neerleggen of wij die namens hen met deze raad kunnen delen.

En als zij daar geen bezwaar tegen hebben, wat ik op voorhand niet kan bedenken, dan zullen we dat doen. De voorzitter: Mijnheer Bontenbal. De heer Bontenbal: Prima antwoord, wat ons betreft. De voorzitter: Dan gaan we door naar mijnheer Ros. De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. Ik heb en vraag over de financiële positie en dan vooral over de structurele exploitatieruimte. Deze hele jaarstukken zijn natuurlijk van het vorige jaar en toen zag de wereld er heel anders uit, financieel gezien en economisch gezien. Er is een compleet nieuwe situatie, geld kost weer geld. De rentes stijgen, inflatie. Ja, en de begroting dat is eigenlijk ook richting de begroting gelijk van, hoe groot acht het college of acht deze wethouder nou het risico wanneer we het met deze nieuwe situatie, met deze nieuwe economische en financiële situatie, bij het beleid en het beleid gelijk houden, dus wanneer we niks zouden veranderen. Zouden we dan bijvoorbeeld de structurele exploitatieruimte, zou die dan nog verder in de knel kunnen komen? De voorzitter: De wethouder. De heer Van Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Dat is een interessante vraag, want we zien natuurlijk op dat punt landelijk, plaatselijk, maar ook wereldwijd een enorme ontwikkeling. Tegelijkertijd hebben we recent een nieuwe meicirculaire gehad die ook weer een heel ander beeld laat zien aan de inkomstenkant van de gemeente.

Een raadsinformatiebrief met betrekking tot die meicirculaire is op dit moment in de maak en die Pagina 12 van 23

komt naar uw raad toe en die schetst dan in ieder geval een beeld hoe de situatie er op dit moment aan inkomsten en kostenkant uitziet, maar ook laat zien wat de inkomstenkant met name doet de komende tijd. Dus wellicht dat het goed is om, als die bij u is nog eens te kijken of daarmee uw vraag beantwoord wordt. Als het er op aan komt, met wat ik daarvan heb gezien, denk ik dat we nog steeds onze exploitatie sluitend kunnen houden met de zaken die we nu doen, gegeven de informatie die we op dit moment hebben. Maar let wel, we weten allemaal dat de ene circulaire na de andere het beeld er ook weer totaal anders uit kan zien. De voorzitter: Mijnheer Ros, wilt u daar nog op reageren? De heer Ros: Ja, ik wacht deze wel met heel veel belangstelling af, want ik denk dat dit wel een onderwerp is wat heel belangrijk gaat worden de komende periode natuurlijk. Ik was nog vergeten dat ik … Ik hoorde de accountant over het inwoneraantal en dat hij zich daar zorgen maakt. Dus ik ben wel heel benieuwd naar de toekomstige hoogbouwnota’s van dit college. De voorzitter: Wethouder. De heer Van Duijn Schouten: Ja, daar ben ik ook heel benieuwd naar. De voorzitter: Dat zijn dan de vragen uit de commissie. 5.

Jaarstukken 2021 De voorzitter: Dat betekent dat we doorkunnen naar het volgende agendapunt met dezelfde wethouder en ambtelijke ondersteuning, agendapunt 5, de jaarstukken 2021. De inzet is ter debat. Is dat akkoord voor de commissie? Mijnheer Kardol. De heer Kardol: Dank u, voorzitter. Wat de SGP betreft kan het ter vaststelling. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Dat geldt ook voor onze fractie, ter vaststelling. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Ook voor Leefbaar Ridderkerk kan het ter vaststelling. De voorzitter: En mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Ook voor ons ter vaststelling, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Voorzitter, ik hoorde bij het wisselen van plaatsen dat wij hem graag ter debat willen. Dat kan heel kort, twee minuutjes ofzo. De voorzitter: De inzet zullen we het straks over hebben, maar in ieder geval gaat hij dan ter debat. Dus dat betekent dat er nu feitelijke en technische vragen gesteld kunnen worden. Wie mag ik … Wie heeft er vragen?

Pagina 13 van 23

Mevrouw Van Vliet, hoeveel vragen heeft u? Anders gaan we naar mijnheer Kooijman, die heeft één vraag, begrijp ik. En mijnheer Rijsdijk? De heer Rijsdijk: Ik heb er twee. De voorzitter: Ik begrijp dat u meer dan twee vragen heeft, mevrouw Van Vliet. Dan beginnen we mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Ja, allereerst dank voor de beantwoording van alle vragen, schriftelijke vragen. Daar is weer veel tijd en zorg aan besteed. Ik had nog een vraag naar aanleiding van een antwoord. We hadden een vraag gesteld over Sport Service Ridderkerk, hoe het daar nu gaat en of het nou goed gaat in vergelijking tot hoe we het ooit hadden georganiseerd met SNW. Ik was eigenlijk benieuwd van, zou het mogelijk zijn om een keertje een informatieavond te krijgen van Sport Service Ridderkerk? De vraag is dan even hoe we dat konden organiseren, of dat vanuit het college kan of dat we dat als commissie zelf moeten vragen, dat weet ik eigenlijk niet. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, mijn collega’s zitten er allemaal ook en wethouder Van Os gaat over Sport Service Ridderkerk, dus ik dat die deze vraag gaat beantwoorden, om dat ook maar zuiver te houden. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter.

Sport Service Ridderkerk wil zich heel graag presenteren aan de raad en aan de commissieleden, dus ik denk dat we dat samen met de griffie in moeten gaan plannen. We hadden ook nog een verzoek in de artikel 40 vragen of 41 vragen tegenwoordig, om een keer langs te gaan bij het zwembad. Misschien kunnen we het dan ook wel mooi combineren met elkaar. Daar komen we op terug. De voorzitter: Mijnheer Kooijman, bent u tevreden? De heer Kooijman: Zeker, dank u. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Rijsdijk van de PvdA-GroenLinks. De heer Rijsdijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen, ik denk ook voor andere wethouders. De eerste vraag die betreft de vraag die wij gesteld hebben over wanneer er begonnen wordt met de ontwikkeling van het eerste deelgebied in het centrum. Daar is op geantwoord dat er na de zomer een raadsinformatiebrief komt. Dat is natuurlijk een heel rekbaar antwoord, na de zomer. Maar wat ik me afvroeg, wanneer gaat er concreet begonnen worden? Valt daar iets over te zeggen? Gebeurt dat nog dit jaar? Is de verwachting dat dat in de eerste helft van 2023 gebeurt? Kan daar iets meer duiding worden gegeven? En mijn tweede vraag dat betreft het geluidsscherm in het Oosterpark waar PvdA-GroenLinks, zoals bekend, een voorstander van is.

Er wordt in het antwoord op onze vraag aangegeven dat het geluidsscherm onderdeel is van de heroverweging van de plannen van het Oosterpark. Betekent dat ook dat de plaatsing van het geluidsscherm heroverwogen wordt, of staat dat vast? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Meij, is dat een vraag op uw gebied, de eerste vraag? Herstel, het is wethouder Van Os. Pagina 14 van 23

De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Er zijn een aantal ontwikkelingen gaande naar aanleiding van het ontwikkelperspectief centrum 2035. Deelgebied 1 is het eerste wat we aan willen pakken, daar is een participatietraject doorlopen met een voorlopig ontwerp dat is afgestemd met in ieder geval de BIZ en de omliggende winkeliers. Daar is richting een definitief ontwerp gewerkt, dus nu gaan we het aanbestedingstraject in. De verwachting is echt wel dat er dit jaar een schop in de grond moet gaan, er is ook inzicht gemaakt in waar de kabels-leidingen en dergelijke lopen, dus dat project wordt voortgetrokken en het participatieproces is daarmee afgerond en kan ook de uitvoering in, ik verwacht 2022. De voorzitter: En de vraag over het geluidsscherm, gaat u die ook beantwoorden? Wethouder Meij. De heer Meij: Dank u, voorzitter. U heeft het kunnen lezen, het geluidsscherm wordt fors duurder en dat betekent dat inderdaad ook het geluidsscherm onderdeel is van heroverweging. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Ik heb nog één aanvullende vraag, voorzitter. We hadden inderdaad ook gevraagd van hoeveel duurder wordt het geluidsscherm nu, gelet op alle ontwikkelingen? Er is alleen aangegeven dat het fors duurder wordt. Is daar een indicatie van te geven? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Meij. De heer Meij: Dank u, voorzitter.

Fors duurder, dat weten we nu wel zeker, maar we gaan nu de komende tijd dat nog een keer hercalculeren omdat we eigenlijk denken, ook gezien alle prijsstijgingen mede door de oorlog, dat het waarschijnlijk nog duurder wordt, dus we willen pas eigenlijk een percentage noemen als we dat zeker weten. Dus het zal, denk ik, in het najaar zijn. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, stapelend. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel, voorzitter. Ja, inderdaad stapelend. U zegt, ja, het zal fors duurder komen. Er zijn wel meer projecten die in heroverweging of die duurder zijn geworden dan begroot. Dan werd er uit de algemene reserve het een en ander qua financiën getrokken. Waarom wordt er dan nu echt heroverwogen? Er zijn zoveel mensen die dat geluidscherm willen en wensen, er is heel veel over te doen geweest en nu wordt het weer heroverwogen. Waarom niet gewoon kijken van, we halen dat geld uit de algemene reserve? De voorzitter: Wethouder Meij. Waarbij ik tegelijkertijd meegeef dat we hier geen debat gaan voeren over het geluidscherm. Dus een feitelijk antwoord. De heer Meij: Ja. Wat ik net al aangaf, het is echt fors duurder, dat weten we nu al. Fors duurder. Dat betekent echt miljoenen duurder. Dan hebben we in het coalitieakkoord afgesproken dat we het gaan heroverwegen. Gewoon gezien de enorme prijsstijging die er nu plaatsvindt.

Natuurlijk gebeurt dat ook voor anderen, de aanbestedingen worden duurder, maar dat zijn zaken dit natuurlijk ook dan meegenomen gaan worden van wat gaan we dan wel doen, wat gaan we niet doen. Maar u heeft het nu specifiek over het Oosterpark en dat nemen we dus in de heroverweging mee. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, het waren uw vragen. Zijn deze voldoende beantwoord? Mevrouw Van Vliet, hoeveel vragen heeft u nog? Echt voor Ridderkerk, gaat uw gang. Ik stel voor dat u eerst drie vragen stelt en daarna twee.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/896/documents/32451