CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-03-18 RIB Participatie en afdoening motie 2020-95 - participatieboekje.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 19 mei 2022, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 21: Ter afdoening: moties13.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

2

Input Evaluatie Participatie 2022 Voor u ligt de bijlage bij het boekwerkje Evaluatie Participatie Ridderkerk 2022. In dit boekje is de input verzameld uit de evaluatie participatie die is uitgevoerd naar aanleiding van de motie 95-2020 'Evaluatie Participatiebeleid'. Deze motie is aangenomen tijdens de begrotingsraad in november 2020. Voor de evaluatie zijn veel gesprekken gevoerd en veel vragenlijsten ingevuld. De opbrengst daarvan vormt de inhoud van dit boekje. Een woord van dank aan allen die hun input gegeven hebben is op zijn plaats.

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4.

Overzicht participatie-instrumenten Evaluatie participatieplatforms Evaluatie projecten Mindmap overheidsparticipatie

3

1. Overzicht Participatie instrumenten Ridderkerk In onderstaand overzicht worden alle participatie-instrumenten benoemd, die door de gemeente worden ingezet. Afdeling Communicatie

Instrument Website Ridderkerk App Enalyzer Blauwkai Social media: Facebook Twitter

Vorm Digitaal Digitaal Enquête -tool Krant Digitaal

Wie voert het uit? Gemeentelijke organisatie Gemeentelijke organisatie Gemeentelijke organisatie & Enalyzer Gemeentelijke organisatie Gemeentelijke organisatie

Online inzetbaar? ++ ++ ++ -++

Gemeenteraad

Burgerinitiatief

Verzoek aan gemeenteraad

Gemeenteraad / Griffier

+/-

Uitvoering

Meldsysteem openbare ruimte MOOR

Digitaal

Gemeentelijke organisatie

++

Maatschappelijke Zaken

Sociale kaart (Mijn Buurtje) Culturele kaart

Website (evt communicatie-tool) Website

Mijn Buurtje ??????

++

Wijkregie

Wijkspreekuren Wijkschouw Buurtent Mindmap

Spreekuur Schouw op locatie(s) Ontmoeting op locatie in de wijk

Gemeente & partners id wijk Gemeente & partners id wijk Gemeente & partners id wijk

+/-

BBO

Spreekuur college Ideeëndag

Spreekuur Inloopdag – Huiskamer

Gemeentelijke organisatie Gemeentelijke organisatie

+/-

Diverse afdelingen BARorganisatie

Bewonersavonden

Bijeenkomst

Gemeente (& partners (in de wijk))

+/-

Informatiebijeenkomsten (grote) projecten Participatie(bijeenkomsten) bij opstellen visies

Bijeenkomsten met bewoners

Gemeentelijke organisatie

+/-

Overleg met bewoners, ondernemers, raadsleden

Gemeentelijke organisatie

+/-

Wijkregie (via Facet)

4

2. Evaluatie participatieplatforms Ridderkerk Hieronder een overzicht van alle platforms die het college (en in sommige gevallen ook de gemeenteraad) adviseren over beleidsvoorstellen. Afdeling

Platform

Vorm

Ondersteuning

Maatschappelijke Zaken

Beleidsplatform Minima Ridderkerk (BMR) Maatschappelijk Burgerplatform Ridderkerk (MBR)

Platform (overleg)

Notulist en vergaderfaciliteiten georganiseerd door gemeente Contactpersoon gemeentelijke organisatie Notulist en vergaderfaciliteiten georganiseerd door gemeente Contactpersoon gemeentelijke organisatie

Beleidsplatform Natuur, Milieu & Duurzaamheid (NMD) Fairtrade werkgroep Duurzaamheidskring

Platform (overleg)

Ondernemersplatform

Platform (overleg) Platform (overleg)

Leefomgeving & Regio

BBO

Platform (overleg)

Werkgroep Platform

Jongerenraad

Wijkregie Wijkoverleggen

Convenant JA / NEE Ja

Online inzetbaar?

Ja

-

Notulist en vergaderfaciliteiten georganiseerd door gemeente Contactpersoon gemeentelijke organisatie Contactpersoon gemeentelijke organisatie Contactpersoon gemeentelijke organisatie

Nee

-

Nee Nee

+ / - Online minder respons dan offline

Contactpersoon gemeentelijke organisatie

Ja Ja

+/-

Ja Nee

+/-

-

Vergaderfaciliteiten georganiseerd door gemeente Contactpersoon gemeentelijke organisatie Facet jongerenwerk (advies) Platform (overleg) Vrijwilligerscommissie

Notulist en vergaderfaciliteiten georganiseerd door gemeente Contactpersoon gemeentelijke organisatie

5

Tijdens de evaluatie is gesproken met de meeste platforms. Dit is gedaan op basis van een vragenlijst en gesprekken met de voorzitters van de platforms. Hierna volgen de ingevulde vragenlijsten die uit deze evaluatie zijn voortgekomen. a. Wijkoverleggen Vraag Reactie wijkoverleggen Uit hoeveel leden bestaat het - Het ledenaantal is over het algemeen te weinig om te spreken van vertegenwoordiging van de wijk, bij wijkoverleg? vergaderingen aanwezige leden wisselen van 8-30 personen. Bij een ander wijkoverleg is het ledenaantal niet Hoe komt wijkoverleg aan duidelijk, omdat niet inzichtelijk is aan wie de mailing wordt verstuurd. Er wordt een tekort ervaren. Door het nieuwe aanwas/leden? digitaal vergaderen kan niet iedereen aansluiten. Is de bezetting voldoende? - Van de bestuursfuncties is alleen de voorzitter een actieve rol, bij de vertegenwoordigde wijkoverleggen is Zijn de benodigde deze functie vervuld. In twee wijkoverleggen is een vice-voorzitter, dit wordt als prettig ervaren. bestuursfuncties voldoende Wanneer er digitaal meer van het wijkoverleg verwacht wordt (eigen emailadres, platform), zou het wenselijk ingevuld (voorzitter, secretaris, zijn om een secretaris aan te stellen. penningmeester, etc.) indien - De wijkoverleggen zijn niet op alle vlakken representatief, de wens leeft over de hele breedte om een meer aanwezig? gemêleerd publiek te hebben.

Veel leden zijn ouder, daarnaast hebben veel leden een koopwoning. Wanneer Is het wijkoverleg representatief er sprake is van meerdere wijken bij een wijkoverleg, is de verdeling daarvan wel evenredig. Wens leeft dat er voor de doelgroep of het belang meer diversiteit is binnen de leden, om een wijkoverleg te zijn voor alle wijkbewoners is er input nodig van dat het wijkoverleg behartigd? diverse wijkbewoners. Jongeren en (jonge) gezinnen met een niet-Nederlandse achtergrond zijn niet vertegenwoordigd in het wijkoverleg. - Nieuwe leden werven wordt over het algemeen als moeilijk ervaren. Er zijn plannen om via het wijkcentrum mensen te werven en via Wooncompas. Er wordt gezien dat verschillende organisatie in dezelfde vijver vissen. Vrijwilligers moeten keuzes maken. Een voorzitter spreekt vaak mensen aan om bij het wijkoverleg aan te sluiten. Er wordt dan gevraagd wat het resultaat is van het wijkoverleg, dit wordt als nihil ervaren. Mensen haken daarop af. - Informatie delen vanuit de gemeente wordt bij wijkoverleg maar in een klein gezelschap gedaan, dat is jammer. Zeker bij bouwprojecten zou een groter publiek gewenst zijn. Het idee leeft om meer thematisch te gaan werken. Dat bepaalde thema’s aantrekkingskracht hebben, wordt herkend bij verschillende wijken. Wanneer er acties worden gevoerd, komen mensen daar op af.

Wanneer dat doel is bereikt, haken mensen weer af (bijvoorbeeld HOV, Oosterpark, Erasmuslaan). In het thematisch werken wordt een bloeimogelijkheid te zien. Hierbij kan de structuur van het wijkoverleg worden losgelaten. Heeft het wijkoverleg een Het huidige convenant (18 mei 2016) is niet ondertekend. Het is niet zinvol om dat nu nog te laten ondertekenen, convenant met de gemeente? gezien de komende verkiezingsronde in mei 2022. Oproep is wel, om het convenant weer up to date te maken. Er Zo ja, zijn de afspraken duidelijk wordt opgemerkt dat er wel wat wijzigingen gewenst zijn. Hier ligt ook een taak voor het wijkoverleg. en actueel? Streven/uitgangspunt, het maken van afspraken die echt haalbaar en uitvoerbaar zijn voor iedereen. Geen loze woorden maar een werkbaar, actief convenant. 6

Artikel 3.2 (afspraken) 'leden van de gemeenteraad kunnen vergaderingen bijwonen en deelnemen aan de discussie...' Sommige wijkoverleggen zijn altijd op donderdag. Op donderdag zijn voor raads- en burgerleden vaak raad- of commissievergaderingen. Daardoor zit er bijna nooit, dan wel een heel enkele keer een raads- of burgerlid bij een vergadering van wijk Oost. Dit is dus een leuke en belangrijke afspraak met elkaar, maar niet voor alle wijken uitvoerbaar. N.a.v. artikelen 6.4 en 7.6 Dit gaat over het gebruik van de gemeentelijke website. O.a. staat daar dat 'de pagina’s met informatie over de wijkoverleggen actueel worden gehouden en er een archief is van agenda's en notulen tot 1 jaar terug blijven staan.' Er wordt geconstateerd dat het verslag is niet meer zichtbaar op de website, omdat uit data is gebleken dat het verslag nauwelijks wordt opgevraagd. Het is wel op te vragen bij de secretaresse. De suggestie wordt gedaan dat er een korte weergave (highlights) op de website komen. Aan die highlights kan dan een uitnodiging voor een thema-wijkoverleg gekoppeld. De verwachting is dat jongeren eerder de website raadplegen ipv vergadering bezoeken. In het convenant wordt ook genoemd dat het wijkoverleg in september suggesties en ideeën moeten inleveren voor het jaarplan. en in december het definitieve plan moet worden besproken. Maar in het najaar zijn er maar twee overleggen.

Daardoor zit er tussen de 'ideeën' en het definitieve plan bespreken met de wijk geen tussenoverleg. In bepaalde wijkoverleggen wordt een werkgroep gevormd die het WP vertaald naar een jaarplan. Dat jaarplan gaat dan in januari in maar vaak wordt deze pas in maart vastgesteld. En loop je dus eigenlijk altijd achter. Mogelijk is 6 vergaderingen per jaar toch passender gezien de eigen voorgestelde agenda (in het convenant) in het najaar.

Afbakening advisering: op welke terrein(en) adviseert het wijkoverleg?

Er wordt gezien dat er diverse mogelijkheden zijn om je te laten informeren over een bepaald onderwerp (Groenvisie, Rivieroevers). Vanuit Slikkerveer wordt opgemerkt dat er niet, incompleet of laat wordt gereageerd op vragen tijdens het proces van een bepaald onderwerp. Succeservaringen zijn er niet in alle wijken. Participatie komt vaak niet verder dan informeren, mensen haken daar op af. Er ligt een taak voor college, maar ook voor ambtenaren. Als je mee mag praten, maar wat er wordt ingebracht wordt niet serieus genomen, dan heeft het geen zin. - Veel dingen die bij het wijkoverleg worden gemeld, gaan over zaken die ook via de communicatiekanalen kunnen melden (bijvoorbeeld BuitenBeter-app). Wanneer er geen reactie komt op een melding, kan vanuit het wijkoverleg aan de juiste lijntjes worden getrokken. - Door de beperkte representatie, ontbreekt op sommige vlakken kennis binnen het wijkoverleg. Het is dan lastig om te adviseren. Bij thematische bijeenkomst kan een wijkoverleg ook belangrijke informatie ophalen. - Adviesvragen komen via de wijkregisseur bij het overleg terecht. Wanneer de gemeente besluit afwijkend van het advies, is een motivatie binnen een redelijke termijn key. Het wijkoverleg wil graag in een vroeg stadium betrokken worden, zodat er vanuit de wijk meegedacht kan worden. Het gevoel leeft, dat niet alle afdelingen 7

Aan wie adviseert het wijkoverleg? In welke fase van het beleidsproces wordt het wijkoverleg betrokken? Beleidsontwikkeling – beleidsuitvoering – beleidsevaluatie Maakt het wijkoverleg gebruik van externe deskundigheid: hoe komt wijkoverleg aan de externe deskundigheid?

Welke vorm gebruikt het wijkoverleg voor de advisering (brief/mail - notulen – mondeling - anders)?

van de gemeente evenveel zitten te wachten op input uit de wijk en/of de noodzaak voelt van terugkoppeling. Een correcte terugkoppling zou het saamhorigheidsgevoel en betrokkenheid vergroten. - Adviezen gaan over de harde leefomgeving, niet over hoe gaan mensen met elkaar om of privé situaties. Deze privé situaties kunnen wel naar een grotere context (harde leefomgeving) getrokken worden. Momenteel is niet altijd duidelijk wat een advies van het wijkoverleg is aan de gemeente of wat een suggestie is. Er wordt voorgesteld om dit duidelijker op te nemen in de notulen. - Naast het adviseren van de gemeente, wordt ook een adviserende rol richting wijkbewoners gezien. Het wijkoverleg wijst de weg Zowel aan college, als aan de buurtbewoner. Zie hierboven. Van de drie punten, wordt alleen beleidsontwikkeling herkend (Rivieroever, Woonvisie etc). Wijkoverleggen worden daarbij ook betrokken, dit spreekt het wijkoverleg ook erg aan. Beleidsevaluatie is meer projectevaluatie. Beleidsuitvoering, groot onderhoud, dat lijkt niet bij beleid te passen. Dat gaat meer over feitelijke projectuitvoering. De wens om gebruik te maken van een externe deskundige is er zeker. Bijvoorbeeld bij het voornemen om bij de ontwikkeling van het Gemini om wensen binnen budget te realiseren.

(Grondgebonden seniorenwoningen bijv.) Financiering is een uitdaging, maar zonder dat is het lastig om echt iets in te brengen. Dan krijg je als reactie op je opmerkingen vanuit de gemeente in de trant van: We hebben ernaar gekeken en het kan niet. Woonwensonderzoek van het wijkoverleg ziet er iets anders uit dan het woonwensonderzoek van de gemeente. Er wordt vanuit Drievliet opgemerkt dat er binnen de wijk ook veel deskundigheid is. Dit is gezien rond het project de Botterhof. Dit is gestart als een protestgroep, de gemeente stond niet negatief tegenover deze participatie. Deskundigheid vanuit de wijk heeft het gevaar dat er emoties meespelen, die zou ervoor pleiten om, waar nodig, budget beschikbaar te stellen voor een externe deskundige Binnen Drievliet worden nog twee projecten genoemd waar succesvol is geparticipeerd (Oosterpark <> 3VO Biotoop en Salem <> deskundige uit de wijk). Andere wijken lezen zich in, kijken of er bewoners zijn die er meer verstand van hebben maar de deskundigheid komt voor het merendeel bij de gemeente vandaan. Deze wordt dan voorgesteld door bijv. de wethouder of gevraagd vanuit het wijkoverleg. Advies aan college/raad schriftelijk, dan komt er reactie. Aan inwoners is het meestal mondeling. Tussenvariant: mondeling advisering tijdens proces. Voordeel daarvan is: mogelijk minder weerstand en niet verder schriftelijk uit te werken.

Nadeel: op basis van vertrouwen. Niet iedereen heeft hier goede ervaringen mee. Er wordt ook wel geadviseerd via de notulen. Niet voor alle wijkoverleggen is dit gebruikelijk, de suggestie wordt gedaan om in de notulen een apart kopje adviezen aanbrengen. Hierbij kan het verschil worden aangebracht tussen 8

In welke vorm ontvangt het wijkoverleg adviesaanvragen (brief/mail - notulen – mondeling - anders)? Hoe verloopt het proces van advisering en terugkoppeling? Zijn daar afspraken over? Voelt u zich voldoende gehoord?

Heeft u het idee dat uw adviseren bijdragen aan goede besluitvorming?

Hoe kijkt u naar het voortbestaan van het wijkoverleg in de toekomst? Op welke manier ziet u het wijkoverleg de komende jaren ontwikkelen (samenstelling, manier van adviseren of adviesvragen krijgen, etc.)? Voldoet de huidige manier van participeren of is ontwikkeling nodig richting toekomst? Op welke trede van de participatieladder bevindt het wijkoverleg zich en welke trede vindt u wenselijk voor het wijkoverleg?

besluit en advies. ADVIES: Alle wijkoverleggen maken in de notulen een apart kopje waaronder adviezen en besluiten worden beschreven. Adviesaanvragen komen mondeling (via wijkregisseur bij wijkoverleg) of schriftelijk via ambtenaar bij het wijkoverleg terecht. Het loopt soms wat stroperig bij het ambtelijk apparaat, met de wijkregisseur wordt geen belemmering ervaren. De vraag wordt neergelegd of de wijkregisseur voldoende ambtelijk ondersteund wordt? De afspraken zijn tussen wijkoverleg en wijkregisseur duidelijk. Ambtelijk stroopt het wel eens. Dit wordt door de wijkregisseur erkent, dat 80% goed gaat. Vanuit het wijkoverleg wordt het meer ervaren als 50/50. Vanuit de geschiedenis wordt aangehaald dat deze gesprekken doorheen de jaren vergelijkbaar blijven. Het is een voortdurend probleem. Er worden goede ervaringen aangehaald, waarbij het wijkoverleg goed werd meegenomen in het proces. Dit was het geval bij het beleidsstuk Lucht&geluid en de plannen van het Oosterpark. Het is niet allemaal geworden wat een ieder wilde, maar in de stukken was terug te zien wat er gezegd is op de inspraakavonden. Bij beleidsnota Lucht&geluid stond de inbreng van elk wijkoverleg in de stukken mét de antwoorden op deze adviezen. Heel open en transparant. Dat is dé manier hoe het zou moeten zijn, zodat ook de raadsleden en het college de inbreng van de burgers kunnen lezen.

Het wijkoverleg is nu erg afhankelijk van de gemeente. Voor de informatiestroom, de betaling vergaderruimte en communicatie met wijkgenoten. Bij meerdere wijkoverleggen leeft de wens van een zelfstandig wijkoverleg, meer los van de gemeente. Met een gekozen bestuur, niet betalende leden en een eigen geldstroom. Zodat eventuele expertise ook kan worden ingehuurd extern. Zo zijn onze 'partners' ook echt partner. Ook de gemeente. Dit geluid wordt door meerdere wijkbewoners gedragen. Het is dan wel heel belangrijk dat er goed wordt gecommuniceerd én vastgelegd, wie welke rol op zich neemt, wat de verwachtingen en mogelijkheden zijn en wie waar verantwoordelijk voor is. De wens is natuurlijk dat het wijkoverleg zich gaat ontwikkelen qua leden met meer diversiteit. Adviezen geven via mail is een prima middel. Ook advies vragen via mail zijn goed. Mits ze in een vergadering met alle leden besproken kunnen worden. Advies vragen via de mail, zonder dat er kort daarna een vergadering is, blijven liggen. Daarbij kan de voorzitter niet zien wie er op de mail gereageerd heeft, dus ligt het verzamelen van eventuele reacties geheel bij de wijkregisseur. Die adviezen zijn dan individueel en niet wijkbreed gedragen. Daarnaast leeft de wensen om te stijgen op de participatieladder.

Wenselijk zou zijn dat er op sommige dossiers meebeslist zou mogen worden, zeker bij dingen die echt het hart van de wijk raken. Het serieus adviseren samen met raadplegen en informeren zou het uitgangspunt moeten zijn.

9

Lastig om nieuwe leden te werven, om wat voor reden dan ook. Mensen kijken vooral naar hun eigen stukje, niet naar het grote geheel. Mensen willen zich niet voor langere tijd verbinden. Verwachting is dat het wijkoverleg op houdt met bestaan. Er wordt gevraagd hoe de gemeente kijkt naar de toekomst van de wijkoverleggen. Participatie wordt belangrijk gevonden, maar als het niet leeft bij de bevolking is dat lastig. Daarom deze zoektocht naar hoe mensen getriggerd kunnen worden. Mogelijk helpt het om thematisch te werken. Nadenken hoe de achterban het beste bereikt kan worden. Dit kan worden vastgelegd in het wijkprogramma. Mogelijk kan het veranderen van de methode helpen, meer digitale middelen. Niet direct Teams, maar bijv. een digitale enquête. Een digitale enquête mobiliseer je de wijk en haal je meer info op. Geeft wel tijdelijk resultaat. Uitzetten kan via de krant, aanwezig zijn op winkelcentrum met tablet om enquête in te vullen, (gemeentelijke) website of via (persoonlijke) netwerk. Participatiegraad hangt af van soort project. Idealiter zou de participatiegraad minimaal tussen raadplegen/adviseren zijn, op sommige onderwerpen coproduceren/meebeslissen. Bij de Botterhof is het de hoogste twee treden geweest. Een onderwerp leent zich soms, vanwege wettelijke kaders, alleen voor informeren.

Het is belangrijk dat aan de voorkant van een project duidelijk is op welke trede van de ladder het wijkoverleg staat. Participatie begint met juiste verwachtingen en doelstelling. De suggestie wordt gedaan dat bij een Startnotitie participanten worden weergegeven, hierbij ook participatietrede aangeven. Bij het vaststellen van de participatiegraad wordt het wijkoverleg graag betrokken, zodat het wijkoverleg in een stadium wordt betrokken dat er nog inspraak mogelijk is. Dit kan dan worden opgenomen in het jaarplan.

Wijkregie: maatwerk per wijk In het algemeen is de conclusie getrokken om de inzet van deze instrumenten per wijk te bespreken en vast te leggen in het jaarplan en op die manier maatwerk per wijk te leveren. Wijkoverleggen Alle wijken hebben een wijkoverleg. In de ene wijk heeft het wijkoverleg meer deelnemers dan in andere wijken en de samenstelling varieert per wijk. Samen met de wijkoverleggen moet nagedacht worden over de functie en rol van de wijkoverleggen in de toekomst. Meer de spin in het web in de wijk of eventueel rol in een sociaal wijkteam? Per wijk bespreken de wijkregisseurs wat de beste vorm is om meer maatwerk per wijk te leveren. Themagericht of op de huidige manier. 10

De wijkoverleggen zijn een belangrijke pijler in de participatie op wijkniveau. Maak participatie een vast onderdeel van de agenda bij het wijkoverleg. Hierdoor kan per kwartaal gepeild worden of de participatie beter geïntegreerd wordt in de werkzaamheden. Waardoor per wijk bijgestuurd kan worden. Om wijkoverleggen voor meer bewoners aantrekkelijk te maken is een mogelijkheid informatieavonden over bijvoorbeeld projecten voor bewoners te combineren met een wijkoverleg. Hierdoor worden de avonden meer themagericht en kan een groter gedeelte van de inwoners bereikt worden. Bewoners vinden informatie over wat er in hun wijk speelt belangrijk. We onderzoeken of een vorm van een (digitale) wijkgids voor en door de wijk gewenst is. Mogelijk kan er aangesloten worden op de doorontwikkeling van de sociale kaart. Binnen de wijkoverleggen kunnen nieuwe initiatieven meer gestimuleerd worden. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de reeds bestaande mindmap Overheidsparticipatie. Wijkideeteams Elke wijk heeft een wijkideeteam dat een budget beheert om activiteiten in het kader van sociale participatie te bevorderen. Niet elke inwoner weet van het bestaan van de wijkideeteams en deze budgetten af. Het is goed om meer transparantie en bekendheid te geven aan de wijkideeteams.

In de convenanten met de wijkoverleggen is bepaald dat een lid van het wijkideeteam het wijkideeteam vertegenwoordigd tijdens een vergadering van het wijkoverleg. Het wijkoverleg kan een wijkideeteam adviseren over de activiteiten die het wijkideeteam ondersteunt, maar het wijkideeteam beslist uiteindelijk zelf. Soms leidt dit tot discussies over de relatie wijkideeteam – wijkoverleg. We willen een duidelijkere koppeling aanbrengen tussen het wijkideeteam en het wijkoverleg. Dit wordt meegenomen in het nieuw op te stellen convenant met de wijkoverleggen. De kaders hiervoor zullen in overleg met de voorzitters van de wijken en de wijkideeteams gezamenlijk worden bepaald.

Wijkspreekuren De wijkspreekuren zijn gestart om bewoners in de gelegenheid te stellen individuele vragen te stellen aan medewerkers van de organisaties in het leefbaarheidsteam, politie – Wooncompas – Facet Ridderkerk – gemeente. De bezoekersaantallen per wijk variëren. De vraag rijst dan welke behoefte er is om een wijkspreekuur te organiseren. We willen het initiatief voor het organiseren van wijkspreekuren meer bij het wijkoverleg leggen. In overleg met het wijkoverleg wordt dan bepaald of het houden van een wijkspreekuur voor die betreffende wijk meerwaarde heeft en welke partners meedoen aan het wiijkoverleg. Om de functie van het wijkspreekuur te verbeteren is het sowieso goed om duidelijker te communiceren wat het doel van het wijkspreekuur is. Een mogelijkheid is de wijkspreekuren te benutten om nieuwe leden voor de wijkoverleggen te werven. Daarom willen we de wijkoverleggen betrekken bij de wijkspreekuren.

11

Wijkschouwen De wijkschouwen werden georganiseerd om met een groep bewoners de staat van het onderhoud van de openbare ruimte te beoordelen. Geconstateerd is dat voor het beoordelen van de kwaliteit van het onderhoud de toegevoegde waarde van de wijkschouw gering is. De animo vanuit de wijken voor de wijkschouw verschilt per wijk. Het voornemen is de wijkschouwen, naar behoefte van de wijk, samen met het wijkoverleg te organiseren. Om de animo en de opbrengst van de wijkschouw te vergroten is een mogelijkheid een wijkschouw op thema te organiseren afhankelijk wat er in een wijk speelt. Wijkprogramma’s/Jaarplannen Per wijk worden wijkprogramma’s en jaarplannen gemaakt, samen met de partners in de wijken. Dit is ook vastgelegd in het samenwerkingsconvenant met de leefbaarheidspartners. Om de wijk er meer bij te betrekken worden wijkprogramma’s en jaarplannen een constant terugkomend agendapunt tijdens de wijkoverleggen. Het doel is de jaarplannen concreet te maken en af te stemmen met de betrokken partners in de wijken en onze organisatie. Wijkregisseurs De wijkregisseurs zijn de ogen en oren voor het gemeentebestuur in de wijken. Kennen en gekend worden is een belangrijk aspect hierin. Grotere zichtbaarheid van de wijkregisseurs in de wijken, in samenwerking met partners in de wijken. De wijkregisseurs staan op de sociale kaart.

Communiceren wat de taken van de wijkregisseurs zijn.

b. Platform NMD Vraag Uit hoeveel leden bestaat het platform? Hoe komt platform aan nieuwe aanwas/leden?

Reactie platform Het Beleidsplatform Natuur, Milieu en Duurzaamheid (BPNMD) bestaat uit 10 leden, waaronder 3 roulerend. Door te bevragen bij maatschappelijke organisaties en individuele burgers met relevante deskundigheid. Wat relevante deskundigheid is, is een belangrijke vraag. Aangetrokken leden werden geselecteerd om de vragen van het college op een bepaald gebied te kunnen beantwoorden. Eerst alleen natuur, maar later kwam duurzaamheid erbij (in 2006). Dat is een breed begrip. Bijv. Milieu, externe veiligheid, lucht en geluid, bodem, water, leefbaarheid, financiële aspecten. Zo’n 15 jaar terug, waren er deelnemers van verschillende insteek. Toen was er weinig andere vormen van participatie, er was toen weinig moeite om deskundigen te werven. Woonvisie ontvangt notulen en worden zo geïnformeerd.

12

In het verleden is bij commerciële instanties aangeklopt om hun kennis te delen en te participeren, vanwege kosten/uren was dit ingewikkeld. Door de groei van allerlei participatie (bijv. wijkoverleggen) is het moeilijker om allerlei deskundigheid in huis te halen. Bijv. bodem(daling), wonen, water, financiën kennis. Doordat deelnemers wat ouder zijn, ziek zijn, is kennis niet altijd actueel of niet aanwezig. Op het gebied van biodiversiteit is wel ruim vertegenwoordigd. Door de aanschaf van literatuur, wordt geprobeerd om de kennis op peil te houden. Idealiter zouden alle sub-duurzaamheidspartijen samen aan tafel moeten krijgen, om deskundigheid te bundelen (ruimtelijke ontwikkeling, energie, etc.) en goed kunnen adviseren. Het voordeel van een lid met deskundigheid, voorkomt dat er gewerkt wordt op microniveau, dat is niet de houding tot nu toe van het platform. Bij de wijkoverleggen wordt dit vaak gedaan, maar dat past niet bij het beleidsplatform. Het beleidsplatform wil op macro en meso niveau werken. Daarnaast wordt er gezien dat er ad hoc geparticipeerd wordt, het is lastig om beide werelden te verbinden. Om meer leden te werven, is de vraag neergelegd bij actiegroepen, bijvoorbeeld Wijk West en 3VO biotoop, om aan te sluiten bij het beleidsplatform. Dit vanuit het oogpunt om samenwerking te zoeken, i.p.v. dingen af te dwingen via acties etc.

De suggestie wordt gedaan om het verzoek aan het einde van een proces, dat mensen aan het einde van zo’n actie geneigd zijn om breder mee te kijken. De versnippering van participatie is ook bij wethouder Japenga neergelegd, de suggestie is gedaan dat de wethouder afgevaardigden in een stuurgroep uitgenodigd. De ervaring leert, dat jongeren een aantal jaar aansluiten, dat is dan goed voor hun CV, daarna vertrekken ze weer. Die groep zit vol met deskundigheid, maar is lastig vast te houden. Bij ouderen gaat de kennis achteruit. Dilemma hoe jongeren betrekken (35-55)? In het verleden is contact geweest met de jongerenraad, het is bij een kennismaking gebleven. Er wordt geadviseerd aan het College. Er is afgesproken om niet aan de Raad te adviseren. Het beantwoorden van vragen van de Raad gaan op persoonlijke titel. In het verleden sloten wethouders of burgemeester regelmatig even aan, bijvoorbeeld als er een kadernota besproken werd. Dit gaf een mooie wisselwerking op de betrokkenheid, gevoel van gehoord worden en waardering. Dat de huidige burgemeester dit delegeerde, heeft bij verschillende leden gestoken. Er wordt gezegd door het College dat ze het belangrijk vinden, maar waar blijkt dat uit? Er wordt gesproken over het inzetten andere middelen, behalve vergaderingen. Social media is qua kennis lastig te organiseren voor het beleidsplatform.

De suggestie wordt gedaan om een lid aan te trekken, die kan helpen om een 13

Is de bezetting voldoende? Zijn de benodigde bestuursfuncties voldoende ingevuld (voorzitter, secretaris, penningmeester, etc.) indien nodig? Is het platform representatief voor de doelgroep of het belang dat het platform behartigd? Hoe is de ondersteuning van het platform geregeld? Heeft het platform een convenant met de gemeente? Zo ja, zijn de afspraken duidelijk en actueel? Afbakening advisering: op welke terrein(en) adviseert het platform? Aan wie adviseert het platform? In welke fase van het beleidsproces wordt het platform betrokken? Beleidsontwikkeling – beleidsuitvoering – beleidsevaluatie Maakt het platform gebruik van externe deskundigheid: hoe komt platform aan de externe deskundigheid? Welke vorm gebruikt het platform voor de advisering (brief/mail - notulen – mondeling - anders)?

andere doelgroep aan te boren. Het digitaal vergaderen wordt ook niet als een belemmering gezien. Nee, ten gevolge van langdurige ziekte enkele leden. Nee, voorzittersfunctie is vacant Ja

Secretariële ondersteuning verzorgd door gemeente Ja, convenant uit 2009.

Natuur, Milieu en Duurzaamheid, waaronder Biodiversiteit, Bodemkwaliteit, Energie, Externe veiligheid, Groen, Leefbaarheid, Lucht&Geluid, Ruimtelijke ontwikkeling, Waterhuishouding, College, gevraagd en ongevraagd Beleidsontwikkeling

Leden hebben specifieke sectorkennis. Deskundigheid wordt aangevuld met aanschaf relevante boeken.

Notulen en korte sub adviezen Via desbetreffende ambtenaren

14

In welke vorm ontvangt het platform adviesaanvragen (brief/mail - notulen – mondeling - anders)? Hoe verloopt het proces van advisering en terugkoppeling? Zijn daar afspraken over?

Voelt u zich voldoende gehoord? Heeft u het idee dat uw adviseren bijdragen aan goede besluitvorming? Hoe kijkt u naar het voortbestaan van het platform in de toekomst? Op welke manier ziet u het platform de komende jaren ontwikkelen (samenstelling, manier van adviseren of adviesvragen krijgen, etc.)? Voldoet de huidige manier van participeren of is ontwikkeling nodig richting toekomst?

Via desbetreffende ambtenaren, via directe terugkoppeling (fysiek / online). Betreffende ambtenaar sluit aan om toe te lichten, dit werkt naar tevredenheid. Het platform geeft advies of gaat nog aanvullend het gesprek aan. In de verslaglegging komt een terugkoppeling van het advies, soms wordt het platform bij name genoemd, soms niet. Dat hoeft ook niet. Het platform loopt niet te koop met behaalde resultaten. Er wordt vanuit de gemeente meegegeven dat het vieren van successen belangrijk is. Ongeveer 50% van de adviezen wordt overgenomen, over 25% wordt nog gesproken en 25% wordt niet overgenomen. Als voorbeeld wordt genoemd de Energietransitie, toen is €50.000 op de begroting gezet en de suggestie gedaan om elk jaar 5% bomen aan te planten. Dat is afgewezen. Met €50.000 wordt de Energietransitie niet bereikt. De suggestie is gedaan om een presentatie van het BPNMD te tonen op het gemeentehuis, om zo meer bekendheid te creëren. Berichten in de Combinatie bereiken jongeren niet. Ja, door de desbetreffende ambtenaren. Nee door het college. Adviseren draag direct bij voor 50%, 25% na aanvullend advies en 25% vindt om politieke of financiële reden (nog) geen vervolg.

Na ruim 20 jaar is een review van het platform gewenst. Door spin-off van het platform op het gebied van duurzaamheid is het de vraag of deskundigheid voor langere periode aan het platform kan worden gebonden. De voorzitter spreekt zijn zorgen uit over de toekomst, dat wanneer er geen leden bijkomen, komt de houdbaarheid van kennis en leeftijd in het gedrang. Het platform zal mensen aan moeten trekken of de gemeente moet de verschillende groepjes van participanten bundelen. Mogelijk meer zichtbaar maken, betrokkenheid vanuit het college laten zien, leden aantrekken vanuit de Raad. We zijn een sparringspartner voor de ambtenaren, maar het mag zichtbaarder zijn dat het platform dat ook is voor het college. De verwachting is, dat mensen dan eerder bereid zijn deel te nemen. Nee, het college is niet (meer) zichtbaar voor het platform. De vraag is of het platform nog gewenst is in zijn huidige vorm Ja, maar nieuwe aanwas is wel nodig. Eventueel andere disciplines op dit taakveld aanhaken? De wethouder waardeert het advies en ambtenaren geven graag een presentatie in et platform, omdat ze weten dat er kennis en deskundigheid is. Wel behoefte aan een nieuwe vorm. Meedenken hoe het platform versterken. Adviseren, trede 3. 15

Op welke trede van de participatieladder bevindt het platform zich en welke trede vindt u wenselijk voor het platform?

c. Jongerenraad Vraag Uit hoeveel leden bestaat het platform? Hoe komt platform aan nieuwe aanwas/leden? Is de bezetting voldoende? Zijn de benodigde bestuursfuncties voldoende ingevuld (voorzitter, secretaris, penningmeester, etc.) indien nodig? Is het platform representatief voor de doelgroep of het belang dat het platform behartigd?

Reactie platform De JRR is vanaf de start een enthousiaste groep geweest. De leeftijd van de leden varieert van 15 tot 25 jaar. Er is geen harde leeftijdsgrens vastgesteld. Soms schuiven oud-leden wel eens aan bij vergaderingen. De laatste jaren loopt het ledenaantal van de JRR terug. Het kost steeds meer moeite om nieuwe jongeren enthousiast te krijgen voor deelname aan de JRR. Dit kan verschillende oorzaken hebben. De leden van de JRR zijn vaak studerend, steeds vaker ook wonend buiten Ridderkerk. De binding met Ridderkerk vervaagd dan langzaam aan. Misschien is ook de vorm niet meer aantrekkelijk voor jongeren, een raad met een bestuur die elke maand een bijeenkomst heeft. De JRR heeft een “informeel” bestuur bestaande uit een voorzitter, een vice-voorzitter, een secretaris, een notulist en een penningmeester. Dat lijken veel functies voor een raad, maar dit was bedoeld om de werkdruk voor de individuele bestuursleden te beperken.

Hoe is de ondersteuning van het De JRR heeft een ambtelijk contactpersoon bij Bureau Bestuursondersteuning Ridderkerk als aanspreekpunt. Deze platform geregeld? contactpersoon is bij de vergaderingen van de JRR aanwezig en is ook tussentijds beschikbaar voor advies en ondersteuning. Via de contactpersoon krijgt de JRR informatie over gemeentelijk beleid en komen ook de adviesaanvragen bij de JRR terecht. Over de adviesaanvragen vindt indien nodig overleg plaats tussen de JRR en de inhoudelijk betrokken medewerkers van de gemeente. Heeft het platform een De JRR heeft een convenant met het gemeentebestuur. De JRR adviseert het gemeentebestuur gevraagd en convenant met de gemeente? ongevraagd over allerlei zaken die de jeugd in Ridderkerk aan gaan. Zo ja, zijn de afspraken duidelijk en actueel?

16

Afbakening advisering: op welke terrein(en) adviseert het platform?

Aan wie adviseert het platform? In welke fase van het beleidsproces wordt het platform betrokken? Beleidsontwikkeling – beleidsuitvoering – beleidsevaluatie Maakt het platform gebruik van externe deskundigheid: hoe komt platform aan de externe deskundigheid? Welke vorm gebruikt het platform voor de advisering (brief/mail - notulen – mondeling - anders)? In welke vorm ontvangt het platform adviesaanvragen (brief/mail - notulen – mondeling - anders)? Hoe verloopt het proces van advisering en terugkoppeling? Zijn daar afspraken over? Voelt u zich voldoende gehoord? Heeft u het idee dat uw adviseren bijdragen aan goede besluitvorming?

De JRR heeft een belangrijke rol gespeeld bij het tot stand komen van het jongerencentrum de Loods met name als groot pleitbezorger voor een dergelijke voorziening zodat de Ridderkerkse jeugd (veilig) kon uitgaan in Ridderkerk. De JRR was ook vast vertegenwoordigd in de programmaraad van de Loods. In de loop der jaren heeft de JRR diverse adviezen uitgebracht over oa. de buurtsportlocatie in de Driehoek (WiFiprullenbak), het Ontwikkelperspectief Centrum, het jongerenfeest op het Koningsplein, de aanpak van jeugdoverlast en de gebiedsvisie PC Hooftparck (pleidooi voor behoud jongerencentrum). De JRR heeft meerdere malen bij de gemeenteraadsverkiezingen een verkiezingsdebat voor de jeugd van Ridderkerk georganiseerd. Vanuit alle politieke partijen nam er een kandidaat-raadslid deel an deze debatten. De JRR adviseert zowel het college van Burgemeester en Wethouders als met de gemeenteraad Met name bij beleidsvoorbereiding.

Het jongerenwerk van Facet ondersteunt de JRR. Soms krijgt de JRR ook informatie etc aangereikt via beleidsmedewerkers van de gemeente.

De adviezen worden vaak schriftelijk in briefvorm gegeven, maar ook tijdens de vergaderingen met de gemeente.

De JRR maakt zelf zijn adviezen. Deze adviezen worden via de contactambtenaar aan het college en de raad toegezonden. De reacties op de adviezen komen ook via de contactambtenaar terug bij de JRR. Soms sluiten leden van het college aan bij de vergaderingen van de JRR om de adviezen te bespreken.

17

Hoe kijkt u naar het voortbestaan van het platform in de toekomst? Op welke manier ziet u het platform de komende jaren ontwikkelen (samenstelling, manier van adviseren of adviesvragen krijgen, etc.)? Voldoet de huidige manier van participeren of is ontwikkeling nodig richting toekomst? Op welke trede van de participatieladder bevindt het platform zich en welke trede vindt u wenselijk voor het platform?

In 2019 is een traject gestart om de JRR te vernieuwen. Met het jongerenwerk, stichting Open Limonade en enkele oud-leden van de JRR is, samen met enkele nieuwe leden, besproken hoe verder te gaan. Dat heeft geleid tot een nieuw format waarbij meer wordt ingezet op het gebruik van social media met name Instagram en Facebook. Een klein team van actieve leden vormt in dit format de kern van de JRR en via de social media moet een groep volgers gaan groeien. Met dit format is een aanzet gemaakt, begeleidt door het jongerenwerk van Facet. Het Instagram-account is bijgewerkt, gemoderniseerd en gepromoot. Dat heeft geleid tot een groep van ruim 300 volgers op Instagram. Er is een aantal posts en polls geplaatst waar ook reactie op kwam. Voor een vervolg is het actief beheren Instagram-account JRR met nieuws en polls die voor de jeugd in Ridderkerk interessant zijn noodzakelijk. Als dit leidt tot actieve volgers proberen deze volgers bij het beheren van het account te betrekken. Hierdoor wordt het account weer meer van de jeugd zelf. Eventueel een participatie-event organiseren om jongeren voor de JRR te enthousiasmeren. Voor de verbinding met het gemeentebestuur is contact van de JRR met de wethouder Jeugd en de gemeenteraad belangrijk.

d. Ondernemersplatform Vraag Uit hoeveel leden bestaat het platform? Hoe komt platform aan nieuwe aanwas/leden? Is de bezetting voldoende? Zijn de benodigde bestuursfuncties voldoende ingevuld (voorzitter, secretaris, penningmeester, etc.) indien nodig? Is het platform representatief voor de doelgroep of het belang dat het platform behartigd? Hoe is de ondersteuning van het platform geregeld?

Reactie platform 6 leden Op verzoek vanuit het platform i.c.m. aanmeldingen. Ja, maar er is nog wens voor vertegenwoordiging uit de AGF-sector. De wethouder Economie zit het platform voor. Ja, het platform beoogt een doorsnede te zijn van het Ondernemerschap in Ridderkerk.

Heeft het platform een convenant met de gemeente? Zo ja, zijn de afspraken duidelijk en actueel? Afbakening advisering: op welke terrein(en) adviseert het platform?

De bedrijfscontactfunctionarissen maken de agenda en de notulen. Het bestuurssecretariaat van de gemeente plant de vergadering in. Ja. Ja. Primair op economisch terrein en t.a.v. het vestigingsklimaat.

Aan wie adviseert het platform?

Aan de wethouder en afdeling Economie.

18

In welke fase van het beleidsproces wordt het platform betrokken? Beleidsontwikkeling – beleidsuitvoering – beleidsevaluatie Maakt het platform gebruik van externe deskundigheid: hoe komt platform aan de externe deskundigheid?

In alle fases.

Welke vorm gebruikt het platform voor de advisering (brief/mail notulen – mondeling - anders)? In welke vorm ontvangt het platform adviesaanvragen (brief/mail notulen – mondeling - anders)?

Mondeling overleg met notulen. Schriftelijk ter voorbereiding op het periodiek overleg.

Hoe verloopt het proces van advisering en terugkoppeling? Zijn daar afspraken over? Voelt u zich voldoende gehoord? Heeft u het idee dat uw adviseren bijdragen aan goede besluitvorming? Hoe kijkt u naar het voortbestaan van het platform in de toekomst? Op welke manier ziet u het platform de komende jaren ontwikkelen (samenstelling, manier van adviseren of adviesvragen krijgen, etc.)? Voldoet de huidige manier van participeren of is ontwikkeling nodig richting toekomst? Op welke trede van de participatieladder bevindt het platform zich en welke trede vindt u wenselijk voor het platform?

E.e.a. wordt met notulen en actiepunten vastgelegd.

De deelnemers van het platform zijn ondernemers en hebben hun netwerk binnen ondernemend Ridderkerk o.a. Rondo.

Het Ondernemersplatform zal in de huidige vorm worden doorgezet. Vooralsnog voldoet de huidige opzet en samenstelling. Het Ondernemersplatform is actief op de trede ‘adviseren’.

e. MBR – BMR Met een vertegenwoordiging van MBR – BMR zijn meerdere gesprekken gevoerd. Deze platforms hebben 2 notities ingebracht: 1) “Van cliëntparticipatie naar burgerparticipatie” en 2) “Notities(3) in kader van de evaluatie participatie gemeente Ridderkerk”. Deze notities zijn hierna toegevoegd. Deze notities zijn in dit Participatieboekje opgenomen.

Van cliëntparticipatie naar burgerparticipatie Herijking van de positie en functie van de burgerplatforms De burgerplatforms MBR en BMR zijn autonome en onafhankelijke gesprekspartners van de gemeente Ridderkerk met betrekking tot de ontwikkeling en uitvoering van het gemeentelijk beleid in het sociale domein. De visie de burgerplatforms is: de mens centraal. De burgerplatforms stellen zich de vraag of

19

het gemeentelijk zorgbeleid en – uitvoering is afgestemd op de persoon, zijn/haar gezin en zijn/haar naasten. De focus is niet de wet- en regelgeving noch de gemeentelijke organisatie of het aanbod van de zorgaanbieders. De criteria zijn: maatwerk, effectief, integraal, betrouwbaar, helder en veilig. Tevens: zo vroeg als mogelijk (preventie), zo beperkt als het verantwoord kan (eerste lijn zorg), zo intensief als noodzakelijk (gespecialiseerde tweede lijn zorg). En goed afgestemd met (zorg)aanbieders die niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen, maar wel van belang zijn voor betrokkenen, zoals de huisartsen, scholen, verenigingen, werk, e.d. De burgerplatforms richten zich primair op het gemeentelijk sociale domein, namelijk de jeugdwet, de wet maatschappelijke ondersteuning (inclusief de leefbaarheid in wijken), de participatiewet, het minimabeleid, de schuldhulpverlening en de inclusieve samenleving. Secundair kunnen de platforms ook op eigen initiatief een advies uitbrengen op andere domeinen. Dit veronderstelt wel afstemming met de andere bestaande formele participatiegremia. Deze afstemming geldt ook voor participatietrajecten waarover de gemeente de burgerplatforms heeft geïnformeerd. Een goede dialoog tussen de gemeente en de burgerplatforms is essentieel voor een participatietraject en het bereiken van resultaten.

Een dialoog is alleen mogelijk tussen gelijkwaardige partners, ook al hebben ze verschillende posities en verantwoordelijkheden Een advies is een eindstation van een gesprek, waarbij men zich wederzijds heeft verdiept in feiten, achtergronden en onderliggende motieven en waarbij over en weer standpunten zijn uitgewisseld. Het streven is consensus en een gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat. Een goed participatieproces verloopt via diverse fases, namelijk een ideeënfase, een ontwerpfase en een beslissingsfase. Daarna volgt de uitvoering en nog later de evaluatie. Op deze wijze ontstaat een co--productie van beleid, de op één na de hoogste trede van de participatieladder. Het gemeentebestuur beslist. De inbreng van de burgerplatforms is in iedere fase belangrijk ten aanzien van de kwaliteit van het beleid en de uitvoering in relatie tot de burger. De leden van de burgerplatforms komen uit of werken in de Ridderkerkse samenleving. Ze zijn onafhankelijk t.o.v. het gemeentebestuur, politieke partijen en zorgaanbieders. Ze zijn maatschappelijk betrokken vanuit een intrinsieke of sociale drijfveer. Hun kracht vloeit voort uit, hetzij hun ervaringskennis, hetzij hun materiedeskundigheid, hetzij dat ze in algemene zin goed contact hebben met de gebruikers van de gemeentelijk zorg.

De toeslagenaffaire, de toenemende individualisering, de verandering in de samenleving, de groeiende afstand tussen burgers en overheid – soms zelfs wantrouwen - stellen zowel het gemeentebestuur als de Ridderkerkse gemeenschap voor een nieuwe uitdaging. De burgerplatforms kunnen en willen een waardevolle bijdrage leveren om een brug te slaan tussen het gemeentebestuur en de Ridderkerkse samenleving. In die zin is het onontbeerlijk dat de burgerplatforms betrokken worden in de jaarlijkse rapportage over klachtenafhandeling . Er is nu circa zes jaar ervaring met het werk van burgerplatforms. In het begin van de decentralisatie van de drie wetten in het sociale domein is op de eerste plaats ingezoomd op de wettelijk gemeentelijke verantwoordelijkheid, nl. om cliënten en ingezetenen de gelegenheid te geven mee te denken over de voorzieningen die voor hun van belang zijn en het te voeren beleid. Echter, door het accent te leggen op cliëntparticipatie, wordt impliciet doorgeborduurd op de hiërarchische verhouding tussen de financier van de zorg en de gebruiker van de zorg. Een cliënt bevindt zich feitelijk in een vragende en daardoor 20

afhankelijke positie. Deze situatie bleek de afgelopen jaren in grote mate bepalend voor de ‘ruimte' – of beter het gebrek aan ruimte - voor de burgerplatforms om buiten de kaders te treden van eerder gemaakte politieke keuzes. De burgerplatforms hebben onder hun leden een evaluatie uitgevoerd (zie bijlage), en hieruit blijkt dat in essentie wordt getwijfeld of het nog wel zinvol is om adviezen uit te brengen, omdat gebleken is dat de meeste adviezen, vaak zonder duidelijke motivering, worden afgewezen. Selectief worden er die aspecten uitgehaald die alleen passen binnen het gedachtengoed van de gemeente. Er worden veel te weinig resultaten geboekt. Daarentegen blijken de platforms nogal eens – vanuit hun perspectief - de behoefte te hebben om buiten de vastgestelde politieke kaders te treden, omdat – volgens de burgerplatforms - de behoefte in de samenleving anders ligt. Het probleem was dat een gesprek over die verschillende zienswijzen niet van de grond kwam, soms door tijdgebrek, soms omdat – in de ervaring van de burgerplatforms – er bij de gemeente geen behoefte was om te onderzoeken of er een meerwaarde zou kunnen ontstaan om buiten de kaders te treden. Bijlage Notitie interne evaluatie 2021 MBR en BMR

21

BIJLAGE Notitie Interne Evaluatie 2021 Burgerplatform Minima Ridderkerk en Maatschappelijk Burgerplatform Ridderkerk

1. Aanleiding In november 2020 is in de gemeenteraad een motie aangenomen om het ‘participatiebeleid’ te evalueren. De motie was ook bedoeld om i.v.m. Covid-19 een e-participatie (verder) te ontwikkelen. De platforms BMR (Burgerplatform Minima Ridderkerk) en MBR (Maatschappelijk Burgerplatform werden pas eind mei 2021 geïnformeerd en gevraagd binnen ca. tien dagen een vragenlijst in te vullen, zodat voor de zomervakantie een voorstel zou worden gedaan aan de Raad. De platforms voelden zich overrompeld en hebben om een gesprek gevraagd om e.e.a. te verduidelijken, echter door agendaproblemen is het nog niet gelukt om een afspraak te maken. Uit contact met raadsleden is gebleken dat – vooral de oppositie – niet erg te spreken is hoe het College omgaat met participatie. Een goede evaluatie van het participatiebeleid is zonder meer nuttig zijn om de participatiepraktijk via onze burgerplatforms te verbeteren. In onderling overleg tussen Ger Scholtens, Miriam Renzen, Riet Bolink en Eddie Rondelez, is er voorgesteld om ook zelf het participatiebeleid te evalueren, tevens te benutten voor de positie, de functie en het effect van het BMR en MBR te verbeteren. En ook om de organisatorische (ambtelijke) ondersteuning door de gemeente te vergroten en daarmee het functioneren van onze organisatie te versterken. Kortom dat we meer kunnen bereiken dan thans het geval is.

Voorafgaand aan de invulling van de vragenlijst en het gesprek met de gemeente is eind juni 2021 intern een vragenlijst1 uitgezet voor een blik naar binnen. De vragenlijst is uitgezet naar 19 leden (4 leden van het BMR en 15 leden van het MBR). 11 leden hebben een schriftelijke reactie gestuurd. De voorzitter van het MBR heeft telefonisch de overige leden gesproken. Hieruit bleek dat mondeling is onderstreept wat eerder uit de schriftelijke reacties naar voren is gekomen.

2. Persoonlijke beweegredenen Uit de enquête komt een prachtige lijst met persoonlijke beweegredenen om lid te worden van één van de burgerplatformen. De meest voorkomende reden om deel te nemen is opkomen voor kwetsbare groepen in de samenleving. Door invloed uit te oefenen op besluitvorming, inhoudelijk kennisnemen van regelgeving en besluitvorming wil men Ridderkerk verbeteren. Dit kan vanuit maatschappelijke betrokkenheid zijn, door ervaringen in de werkomgeving, maar ook vanuit persoonlijke ervaring i.v.m. een beperking. Vanuit deze verschillende achtergronden wordt ook de kennis gevoed, leden hebben (werk)ervaring in Schuldhulpverlening, het overheidsapparaat, een kerkelijke gemeente en patiëntenvereniging.

1

Vragenlijst toegevoegd als bijlage.

22

3. Interne organisatie In de basis is de organisatie goed. Op een aantal punten zou de organisatie versterkt kunnen worden. Hierbij valt te denken aan de volgende punten: a. Uitbreiding met een aantal actieve en deskundige leden zodat de posities op de verschillende onderwerpen versterkt worden, c.q. te minder op de schouders van een beperkt aantal mensen terechtkomt. Ook nieuwe mensen voor nieuwe probleemvelden (bijvoorbeeld beschermd wonen, maatschappelijk opvang, verwarde personen). Een gerichte wervingsactie en extra aandacht voor inwerken van nieuwe leden is van belang. Daarnaast zou het fijn zijn als er middelen beschikbaar komen en constructieve input voor het (gezamenlijk) volgen van opleidingen/trainingen. b. Voor de huidige leden is het onmisbaar dat er, in de gezamenlijkheid, goed geluisterd wordt naar wat er leeft over de huidige gang van zaken. Zo heeft bijvoorbeeld iemand aangegeven dat de huidige vorm van vergadering ineffectief en energievretend is, dit zou een reden zijn voor afhaken. Om leden aan boord te houden, moet hierover het gesprek gevoerd worden. c. Een goed functionerende website, niet alleen technisch, maar ook een vaste content beheerder. Voorstel is om dit content beheer toe te vertrouwen aan de secretariële ondersteuning. d.

Meer gerichte publiciteit om herkenbaar te zijn voor de Ridderkerkers, waarbij mogelijk ondersteuning kan worden gegeven door de afdeling Communicatie van de BAR organisatie. e. Tussen de Ridderkerkse beleidsplatformen wordt samengewerkt, dit wordt als constructief en zinvol ervaren. f. Er kan voor kennisdeling en gezamenlijk beleid meer afgestemd worden met vergelijkbare beleidsplatformen (WMO raden) in de andere twee BAR gemeenten. 4. De samenwerking met de gemeente Als eerste willen we benadrukken dat er veel zaken goed lopen, onder andere de basis zoals vastgelegd in de Participatieverordening en het Convenant, de periodieke overleggen met het gemeentebestuur, de ambtelijke contactpersoon voor informatievoorziening, de secretariële ondersteuning etc. Er zijn verschillende mooie voorbeelden van goede samenwerking, helaas is dit niet het overheersende beeld. Het totaalbeeld is toch ondermaats. Of de gemeente dit ook zo ervaart is niet bekend; de wethouder heeft een aantal keren gezegd zeer tevreden te zijn met de inbreng van de burgerplatforms. Er is echter veel aan gelegen om in goed overleg met de gemeente tot een substantiële verbetering te komen, o.a. op de volgende punten. -

-

Geen dialoog: Er komt geen echte dialoog tussen de ambtenaren en de platforms op gang, er worden geen ervaringen opgehaald, er wordt vooraf weinig informatie gedeeld. De communicatie van de gemeente is vooral gericht op ‘zenden’, niet op ‘ontvangen’. Uit de enquêterespons groeit de indruk dat dit een ontwikkeling is van de laatste jaren, dat er eerder meer openheid was. De wens om terug te gaan naar die situatie, en om uitgebreider en eerder meegenomen te worden in het proces, leeft sterk bij de platforms. De beleidsplatforms scoren nu te laag op de participatieladder. Hoewel er op papier sprake is van advisering, komt er vaak geen overleg tot stand en lijkt het engagement voor het vervolgtraject niet te bestaan. Het is noodzakelijk dat de platforms stijgen op de participatieladder. Onduidelijk motivering: De platforms zijn zich er van bewust dat het politieke standpunt en het menselijke standpunt zullen blijven schuren; de platforms willen pleiten voor meer open-minded houding. Ongeveer driekwart van de adviezen wordt zonder motivering terzijde te worden geschoven, adviezen worden gepareerd, niet omarmd. Alsof de platforms een oppositie partij zijn. Wat opvalt is dat vaak niet wordt ingegaan op de door het MBR 23

-

-

-

-

aangedragen onderbouwing van de adviezen, en dat met fraaie volzinnen het eerder ingenomen standpunt van de gemeente wordt herhaald of het bestaand beleid wordt herbevestigd. In enkele gevallen ontvingen de platforms helemaal geen reactie op een (in)direct advies. Zo ook wanneer er in contact met een ambtenaar of wethouder wordt gezegd: ‘we nemen het mee’ of ‘daar komen we later op terug’. Dit wekt ergernis bij de leden en werkt demotiverend voor de vrijwilligers. (G)een adviesverzoek: Een aantal keer heeft de gemeente bepaald om het MBR zonder meer geen advies te vragen, terwijl dit volgens het MBR wel is vereist op grond van Participatieverordening 2016 en het daarmee samenhangende convenant. Een gesprek hierover bleek niet goed mogelijk. De gemeente beargumenteerde dit onder andere door te stellen dat het onderwerp niet tot het sociale domein behoort (hetgeen hoogst merkwaardig is omdat juist door dwarsverbanden aan te brengen tussen de 3D wetten en de aanverwante gemeentelijke voorzieningen tot effectiever beleid en besparingen kunnen leiden), hetzij omdat de gemeente de burgerplatforms bepaalde dat het burgerplatform gebruik kon maken van een algemene inspraakprocedure met belanghebbende aanbieders.

Door het gelijkschakelen van de burgerplatforms aan de zorgaanbieders, ontneemt de gemeente de burgerraden de mogelijkheid om een onafhankelijk advies uit te brengen, onder andere ook over de inbreng en inzet van die belanghebbende aanbieders. In eerdere gesprekken met ambtenaren is aangedragen dat het vooraf afstemmen van de verwachtingen rond de graad en vorm van participatie onderdeel moet zijn van het traject van totstandkoming van een nieuwe verordening, beleid etc. De platforms zien deze afspraak graag verder uitgewerkt en geborgd. Tijdsdruk: De burgerplatforms zijn enkele keren geconfronteerd met een niet realistisch tijdpad of meerdere adviezen worden tegelijkertijd voorgelegd tijdens de vakantieperiode. Hierdoor konden de platforms geen of geen volwaardig advies uitbrengen, maar kon wel een schijn worden gewekt dat een bepaalde maatregel met instemming van het MBR had plaatsgevonden. In de gemeentelijke planning moet voldoende ruimte zijn voor een adviestraject, ook om vragen te kunnen stellen, bijvoorbeeld om de impact van een maatregel helder te krijgen. Nu lijkt het platform soms onmachtig of onwillig, dit is niet het geval. Door de krappe tijdsplanning, worden uitgebrachte adviezen pas laat ter kennis gebracht van de raad, vlak voor de commissiebehandeling.

Dit doet volgens de platforms geen recht aan de adviezen, er is te weinig tijd voor raadsleden om in gesprek te gaan met de burgerplatforms en de adviezen uit te diepen. Op deze beide punten willen de platforms graag in gesprek gaan om de mogelijkheden te onderzoeken en afspraken vast te leggen. Meer samenwerking met het college en raadsleden Onafhankelijkheid: De onafhankelijkheid betreft niet alleen de zorgaanbieders, maar ook de politiek. Dit gaat over de essentie van de burgerplatforms. Met onafhankelijkheid t.o.v. de politiek bedoelen we zowel de politieke partijen, maar ook het college die een coalitieakkoord uitvoert en de oppositie die probeert het college tot andere standpunten te bewegen. De burgerplatforms staan daar los van. Terugblikkend op de Participatieverordening en het daaraan verbonden convenant, dienen ons inziens op dit punt deze documenten te worden aangepast. In feite kunnen de burgerplatforms nu alleen adviseren binnen de kaders van het op dat moment geldend coalitieakkoord en collegeprogramma, terwijl een frisse en onafhankelijke kijk vanuit de samenleving nieuwe inzichten met zich mee kan brengen. De toeslagenaffaire en ook het onbehagen over de afstand (weinig vertrouwen) tussen burger en overheid, vereist op dit cruciale punt een heroriëntatie op de huidige Participatieverordening en het convenant.

Burgerplatforms en klachten van burgers: Het gesprek over de rol de burgerplatforms in geval van klachten door burgers over beleid en praktijk is eigenlijk niet goed op gang gekomen, terwijl ook dit aspect raakt aan de essentie van de burgerplatforms. Zoals bekend zijn de leden van de 24

burgerplatforms geen (gekozen) vertegenwoordigers van de burgers, maar worden de leden van het burgerplatform geacht op grond van ervaring en/of materiekennis op te komen voor van belang is voor de (potentiele) gebruikers van voorzieningen in het sociale domein. Om die reden verdiepen de burgerplatforms zich in wat er leeft in de samenleving. Daarom is het van belang dat de burgerplatforms kennis kunnen nemen van klachten van burgers en hun beroep op een ombudsfunctie. Voor de burgers is het van belang wat de burgerplatforms voor de burgers kunnen betekenen c.q. dat de burgers weten en er op kunnen vertrouwen dat de burgerplatforms hun zorgen en noden aan de orde kunnen stellen bij de gemeente. Dit aspect van de burgerplatforms verdient meer aandacht. 5. Toekomst en nieuwe uitdagingen: Voor het voortbestaan van de platforms is het werven en behouden van leden van belang, verschillende suggesties zijn daarvoor de revue gepasseerd. Daarnaast is zingeving van het vrijwilligerswerk onmisbaar. Met het wegvallen van identiteitszuilen en daarop gebaseerde organisatiestructuren is het maatschappelijk middenveld verzwakt. Burgers voelen zich minder thuis en minder gehoord en zoeken soms een uitweg voor het ongeremd uiten van ongenoegen via sociale media e.d. De burgerplatforms kunnen de ontstane leemte opvullen met burgerwijsheid en burgerkracht.

Wat de platforms voorstellen aan veranderingen, zouden de platforms graag geborgd zien in een gemeentelijke beleidsnotitie, vastgesteld door de Raad, waarin o.a. de participatie wordt herijkt. Mede gelet op de leerpunten n.a.v. de toeslagenaffaire is zo’n beleidsnotitie naar het inzicht van de burgerplatforms noodzakelijk geworden. Overigens is er wel een actuele beleidsnotitie voor de participatie via de wijkoverleggen, maar geen dergelijke beleidsnotitie over participatie via de burgerplatforms. Uiteraard werken de burgerplatforms graag mee aan het tot stand komen van zo’n beleidsnotitie. September 2021

25

BIJLAGE Vragen bij een eigen evaluatie MBR/BMR 1. Je missie Wat motiveert je om te werken voor het MBR en BMR, voor wie of voor wat doe je dit, wat verwacht je te bereiken, met welk resultaat ben je tevreden? 2. Je voeding en voeling Wat is je affiniteit met de groepen/onderwerpen waarvoor je je inzet? Vanuit welke (eventuele persoonlijke) achtergrond heb je kennis en/of ervaring opgedaan hebt met de onderwerpen waarover we adviseren of inbreng hebben? Hoe houd je die kennis en/of ervaring op peil? Heb je hierbij nog wensen? 3. De samenwerking met de gemeente Het MBR/BMR is een zogenaamd gemeentelijk participatie instrument dat functioneert op basis van de Participatieverordering 2016 en een Convenant tussen de gemeente en burgerplatforms. Hoe ervaar je de samenwerking en communicatie met de gemeente (ambtenaren, college, raad)? Zijn je ervaringen overwegend positief, negatief of neutraal? Kun je dat toelichten? Zou er iets moeten veranderen, en zo ja wat? Is dit urgent? Is er nu sprake van een helder gemeentelijk burgerparticipatiebeleid in het sociaal domein? Wat zijn volgens jou de kernpunten van zo’n beleid? Welke win – win situatie kunnen we creëren? 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/894/documents/32034