CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-03-11 RIB Intentieovereenkomst Zorghoeve lAbri - Principeverzoek.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 19 mei 2022, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 18: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven14.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing ‘Ridderkerk, Benedenrijweg 69-69a’

Ruimtelijke onderbouwing ‘Ridderkerk, Benedenrijweg 69-69a’

Status: Concept Datum: 23-12-2021

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding .......................................................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding...................................................................................................... 2 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................. 2 1.3 Vigerend bestemmingsplan ............................................................................ 4 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................... 4 2. Planbeschrijving .......................................................................................................................... 5 2.1 Bestaande situatie .......................................................................................... 5 2.1.1 Ruimtelijke structuur................................................................................ 5 2.1.2 Huidig gebruik ......................................................................................... 6 2.2 Nieuwe situatie............................................................................................... 8 2.3 Verkeer en parkeren .....................................................................................

12 2.4 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing ................................................ 15 3. Beleidskader ............................................................................................................................... 20 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................... 20 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ........................................................... 20 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) .............................. 20 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ........................................................... 20 3.2 Provinciaal beleid ......................................................................................... 22 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland ................................................................. 22 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland...................................................... 26 3.3 Gemeentelijk beleid...................................................................................... 28 3.3.1 Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 ........................................................... 28 3.3.2 Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 ...........................................................

29 3.4 Conclusie ..................................................................................................... 30 4. Milieuaspecten .......................................................................................................................... 31 4.1 Milieueffectrapportage (vormvrije m.e.r.) ...................................................... 31 4.2 Geluid .......................................................................................................... 32 4.3 Bedrijven en milieuhinder ............................................................................. 33 4.4 Bodem.......................................................................................................... 35 4.5 Cultuurhistorie en archeologie ..................................................................... 36 4.6 Watertoets.................................................................................................... 40 4.7 Ecologie ....................................................................................................... 44 4.7.1 Soortenbescherming .............................................................................. 44 4.7.2 Gebiedsbescherming .............................................................................. 44 4.7.3 Stikstofdepositie ....................................................................................

46 4.8 Luchtkwaliteit ............................................................................................... 47

4.9 Externe veiligheid ......................................................................................... 49 4.10 Duurzaamheid en klimaatadaptatie ............................................................ 50 5. Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................ 51 6. Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................... 52 6.1 Participatie ................................................................................................... 52 6.2 Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro ....................................................................... 52 6.3 Ter inzage legging ontwerp .......................................................................... 52 6.4 Beroep ......................................................................................................... 52

1

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Drie jaar geleden is onder de leden van de Stichting L' Abri het idee ontstaan om in Ridderkerk een particulier kleinschalig woonzorginitiatief te ontwikkelen voor ouderen met een protestants christelijke leefsfeer. De grote, toenemende behoefte aan zorg voor ouderen en aan een passende plek om te wonen, gecombineerd met de passie voor deze doelgroep deed de gedachte uitgroeien tot een formeel project. In de zoektocht naar het vinden van een passende locatie om dit woonzorginitiatief uit te rollen is men uitgekomen bij het perceel Benedenrijweg 69-69a te Ridderkerk. Het perceel Benedenrijweg 69-69a te Ridderkerk betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn al geruime tijd beëindigd. Het perceel is gelegen in de bebouwde kom van Ridderkerk in de wijk Slikkerveer. Op het perceel is een Rijksmonumentale boerderij en een paardenstoeterij gelegen. De Stichting L' Abri is voornemens om het perceel te transformeren naar een kwalitatief hoogwaardig woonzorgconcept in de vorm van een boerenerf. De Rijksmonumentale boerderij blijft behouden. De Rijksmonumentale boerderij zal ondersteunend zijn aan het zorgconcept. De huidige paardenstoeterij, bestaande uit ca. 1790 m2 aan stallen en overige bebouwing, twee buitenrijbakken, twee longeercirkels, vier paddocks en een stapmolen, worden gesloopt/verwijderd.

Op het achtererfgebied van de Rijksmonumentale boerderij worden drie schuurvolumes gerealiseerd met in een boerenerfensemble passende agrarische uitstraling. In de drie schuurvolumes worden een zorgcomplex (18 eenheden), 16 aanleunappartementen en 6 aanleunwoningen gerealiseerd. De appartementen en woningen zullen worden verhuurd aan zorgbehoevende senioren. Het plan is in strijd met de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Slikkerveer’ (onherroepelijk op 25 november 2009). Het perceel heeft bestemming ‘Agrarische doeleinden’. Op deze gronden is het niet toegestaan om een zorgcomplex te realiseren. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van de nieuwe Omgevingswet zal voorafgaand aan de ruimtelijke procedure een rondetafelgesprek plaatsvinden. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing dient als basis voor het rondetafelgesprek. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het perceel Benedenrijweg 69-69a te Ridderkerk is gelegen in de bebouwde kom van Ridderkerk in de wijk Slikkerveer. Het plangebied grenst aan de oostzijde aan de Benedenrijweg. Aan de zuid- en noordzijde wordt het plangebied begrensd door een brede watergang en de perceelsgrenzen met de woonpercelen aan de Kievitsweg. Aan de westzijde grenst het plangebied aan een stuk open grasland wat behoort bij de stoeterij.

Een deel hiervan maakt onderdeel uit van het plangebied. Het plangebied is kadastraal bekend als Ridderkerk, sectie A, nummers 2130, 8267 (gedeeltelijk), 8268 en 8269.

2

Afbeelding 1: Ligging plangebied

Afbeelding 2: Begrenzing plangebied

3

1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘Slikkerveer’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘Slikkerveer’, vastgesteld op 25 november 2009 door de gemeente Ridderkerk. Het plangebied betreft de enkelbestemming: • Agrarische doeleinden; En de aanduidingen: • Zonder gebouwen; • Paardrijactiviteiten; • Monument; • Maximum goot- of boeibordhoogte van hoofdgebouwen (m): 4. Het plan is in strijd met de regels van het vigerende bestemmingsplan ‘Slikkerveer’ (onherroepelijk op 25 november 2009). Het perceel heeft bestemming ‘Agrarische doeleinden’. Op deze gronden is het niet toegestaan om een zorgcomplex te realiseren. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen.

Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Slikkerveer’

1.4 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven: -

Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Beleidskaders; Hoofdstuk 4: Milieuaspecten; Hoofdstuk 5: Economische uitvoerbaarheid; Hoofdstuk 6: Maatschappelijke uitvoerbaarheid. 4

2. Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ruimtelijke structuur Het plangebied is gelegen in de wijk Slikkerveer te Ridderkerk. Het oorspronkelijke buurtschap Slikkerveer ligt in het noordoosten van de gemeente Ridderkerk bij de driesprong van de Noord, de Nieuwe Maas en de Lek. Slikkerveer is de tweede helft van de 15e eeuw ontstaan als zelfstandige dorpsnederzetting. De bebouwing ontwikkelde zich in de vorm van een dijklint langs de in 1441 opgeworpen rivierdijk, de Ringdijk/Benedenrijweg, die de polders Oud- en Nieuw Reijerwaard beschermde tegen het rivierwater. De huizen langs de Benedenrijweg waren gelegen aan de kop van de kavels van het achtergelegen polderland, waarbij de in Slikkerveer wonende scheepstimmerlieden langs de Ringdijk waren gevestigd. Het hoge dijklichaam van de Ringdijk, het ruime profiel van de Rotterdamseweg en het groene en relatief open landgoed van Huys ten Donck zijn de belangrijkste ruimtelijke structuurelementen van de wijk Slikkerveer. Slikkerveer ligt relatief laag ten opzichte van de dijk. De Kievitsweg, de Willemstraat en de Oranjestraat zijn de belangrijkste structuurassen. Veel wegen eindigen op de Kievitsweg, waarbij het ruimtelijk beeld wordt opgevangen door de markante bebouwing. De Kievitsweg vormt een strakke beëindiging van het rechte bebouwingspatroon van Slikkerveer.

De assen van de Kievitsweg en de Willemstraat vormen een ruimtelijke scheiding tussen de ter weerszijden van de weg tot ontwikkeling gekomen woon- en centrumgebieden. Ten zuidoosten van de Willemstraat bestaat de bebouwing met name uit lange rijen van grondgebonden eengezinswoningen, ten noordwesten voor een belangrijk deel uit meergezinshuizen. Binnen de min of meer centraal gelegen meergezinshuizen heeft zich een klein centrumgebied ontwikkeld. Het gebied ten noordoosten van de Kievitsweg vormde reeds lange tijd een dorpsgebied waarbinnen zich een zekere ruimtelijke samenhang heeft ontwikkeld. Het gebied ten zuidwesten van deze weg is lange tijd onbebouwd gebleven. Naast een paar historische boerderijen komt hier ook nog een oude waterloop met onder meer een karakteristieke beplanting van knotbomen voor. De nog onbebouwde agrarische kavels met de centraal gelegen oude waterloop in het zuidwestelijk deel van Slikkerveer worden gezien als de meest opvallende groenelementen in het gebied. Het plangebied is gelegen in dit onbebouwde gebied en grenst aan de oude waterloop. Het plangebied betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Op de kop van het perceel, aan de Benedenrijweg, is een Rijksmonumentale boerderij gelegen.

5

Afbeelding 4: Ruimtelijke structuur

2.1.2 Huidig gebruik Het perceel Benedenrijweg 69-69a te Ridderkerk betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn al geruime tijd beëindigd. Op het perceel is een Rijksmonumentale boerderij en een paardenstoeterij gelegen. De voorgevel van de boerderij is nog in de oorspronkelijke staat. De rest van de boerderij en de overige stallen zijn herbouwd en/of dateren uit een latere periode.

Afbeelding 5: Bestaande situatie 6

Afbeelding 6: Rijksmonumentale boerderij Benedenrijweg 69 Ridderkerk

Afbeelding 7: Luchtfoto bestaande situatie

7

2.2 Nieuwe situatie Het plan is om het perceel Benedenrijweg 69-69a te Ridderkerk te transformeren naar een kwalitatief hoogwaardig woonzorgconcept in de vorm van een boerenerf. De Rijksmonumentale boerderij blijft behouden. De Rijksmonumentale boerderij zal ondersteunend zijn aan het zorgconcept. De huidige paardenstoeterij, bestaande uit ca. 1790 m2 aan stallen en overige bebouwing, twee buitenrijbakken, twee longeercirkels, vier paddocks en een stapmolen, worden gesloopt/verwijderd. Op het achtererfgebied van de Rijksmonumentale boerderij worden drie schuurvolumes gerealiseerd met in een boerenerfensemble passende agrarische uitstraling. In de drie schuurvolumes worden een zorgcomplex (18 eenheden), 16 aanleunappartementen en 6 aanleunwoningen gerealiseerd. De appartementen en woningen zullen worden verhuurd aan zorgbehoevende senioren. In de schuurvolumes zijn zorgbehoevende senioren woonachtig in diverse categorieën. Hiermee kunnen bewoners, zodra er sprake is van toenemende zorgvraag, in hun vertrouwde omgeving blijven wonen (afbeelding 9). Aanleunappartementen

Zorgcomplex L’Abri

Aanleunwoningen

Rijksmonumentale boerderij

Afbeelding 8: Schetsplan nieuwe situatie

Aanleunwoningen. In een aanleunwoning kunnen de bewoners zelfstandig en veilig wonen met een steuntje in de rug. De bewoners zijn onderdeel van de totale gemeenschap van de Zorghoeve. Ze worden in het oog gehouden door de gemeenschap. De woningen zijn geschikt voor echtparen waarvan 1 van de partners beginnende/ verwachte zorg nodig te zal hebben. Bewoners kunnen gebruiken maken van de sociale voorzieningen op het terrein. Aanleunappartementen In een aanleunwoning kunnen de bewoners zelfstandig en veilig wonen met zorg en dienstverlening dichtbij. Door de nabijheid van het woonzorgcentrum kan er eenvoudig gebruik gemaakt worden van de faciliteiten van het woonzorgcentrum, de zorg, ondersteuning en aanvullende diensten. De appartementen zijn ingericht 8

geschikt voor rolstoel toegankelijkheid en vanzelfsprekend bereikbaar met lift of gelijkvloers. Voorkeur voor bewoners met een zorgindicatie of een van de partners heeft een zorgindicatie.

Afbeelding 9: Woonzorgconcept

Zorgcomplex L’Abri L’Abri is een woongemeenschap voor ouderen met geheugenproblemen en/of dementie en/of een lichamelijke beperking, die niet meer zelfstandig willen of kunnen wonen. L’Abri biedt persoonsgerichte ondersteuning in zorg voor welbevinden, binnen een huiselijk dagritme. De bewoner voelt zich thuis, in een herkenbare Protestants Christelijke leefsfeer. De kernwaarden van L’Abri zijn: • Menselijke maat, de bewoner is in al ons handelen doel en vertrekpunt; • L’Abri is een thuis, vertrouwd, veilig en geborgen; • L’Abri vormt een woongemeenschap door bewoners; • De dagen kennen een vertrouwd ritme binnen een overzichtelijke omgeving; • Er is persoonlijke aandacht en oprechte interesse voor de bewoners; • Het leven is beschermwaardig; • Het huis heeft een protestants christelijke grondslag. L‘Abri onderscheidt zich in waardige zorg op maat in een woonomgeving waar de bewoners zich thuis voelen. L’Abri biedt professionele verzorging, begeleiding en verpleging aan ouderen met een geïndiceerde zorgvraag. Samen met bewoners en familie wordt gewerkt aan een sfeer die de beleving van thuis evenaart. De werkwijze wordt geïnspireerd vanuit doorleefde waarden en normen. De uitvoering ligt bij één of twee teams van professionals die affiniteit hebben met de doelgroep.

9

Zij weten wat de waarde van woongemeenschap is en kunnen een huiselijke sfeer creëren. De instelling richt zich op gelijkgestemde ouderen, bijvoorbeeld ouderen die dezelfde referenties delen en kiezen voor samen wonen. Voorafgaand aan de toelating van een bewoner wordt aandacht besteed aan kernwaarden van de instelling. De wooneenheden worden door de familie van de bewoner ingericht: door de eigen meubels, schilderijen, foto’s is de woonomgeving herkenbaar en vertrouwd. Bij L’Abri hebben (dementerende) ouderen de mogelijkheid om in een zo normaal mogelijke woonomgeving te wonen. De ouderen kunnen het hun-vertrouwde leven voortzetten. L’Abri is hun (t)huis. De nadruk ligt op: een gemeenschappelijk huis, een mooie woning waar het goed toeven is en ze lekker kunnen eten, op de omgang met betrokken medewerkers, op ruim voldoende persoonlijke aandacht en rust. Voor bewoners is er een veilige buitenruimte in een goed verzorgde en ruime tuin. Er wordt in groepen van acht tot tien bewoners samen gekookt en gegeten, en de activiteiten van het dagelijks leven vinden plaats in de woonkamer. Rijksmonumentale boerderij (boerderijhoeve) De boerderijhoeve blijft gehandhaafd als private woning. De monumentale waarde kan op deze wijze gewaarborgd worden. De relatie woning/ bewoners met het achterliggende terreinen is vergelijkbaar met de huidige situatie: betrokken maar werk/prive gescheiden.

De grote schuurgedeelte kan een mogelijkheid bieden voor het organiseren van gemeenschappelijke activiteiten of een maatschappelijk wenselijke dienstverlening (bijvoorbeeld een fysiopraktijk).

Afbeelding 10: Impressie aanzicht achterzijde plangebied nieuwe situatie

10

Afbeelding 11: Impressie aanzicht voorzijde plangebied nieuwe situatie

Afbeelding 12: Impressie nieuwe situatie

11

2.3 Verkeer en parkeren Ontsluiting Het plangebied wordt in de bestaande situatie ontsloten via de Benedenrijweg. Dit blijft in de nieuwe situatie ongewijzigd.

Afbeelding 13: Ontsluiting plangebied

Parkeren Voor de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018). In het CROW-beleid wordt uitgegaan van een bandbreedte van een minimale tot een maximale parkeernorm. In de parkeerberekening is uitgegaan van het gemiddelde. Het plangebied valt qua stedelijkheidsgraad in de categorie ‘matig stedelijk’. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom. Parkeerbehoefte Zorgcomplex L’abri Het zorgcomplex valt binnen de categorie ‘verpleeg- en verzorgingstehuis’ van het CROW-beleid. Voor deze categorie geldt in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘matig stedelijk’ gebied een gemiddelde parkeernorm van 0,6 parkeerplaatsen per wooneenheid. Het zorgcomplex bestaat uit 18 wooneenheden. Dit resulteert in een parkeerbehoefte van 10,8 parkeerplaatsen. Aanleunappartementen De aanleunappartementen vallen binnen de categorie ‘huur, appartement, midden/ goedkoop’ van het CROW-beleid. Voor deze categorie geldt in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘matig stedelijk’ gebied een gemiddelde parkeernorm van 1,4 parkeerplaatsen per woning. Het plan telt in totaal 16 appartementen. Dit resulteert in een parkeerbehoefte van 22,4 parkeerplaatsen.

12

Aanleunwoningen De aanleunwoningen vallen binnen de categorie ‘huur, huis, sociale huur’ van het CROW-beleid. Voor deze categorie geldt in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘matig stedelijk’ gebied een gemiddelde parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per woning. Het plan telt in totaal 6 aanleunwoningen. Dit resulteert in een parkeerbehoefte van 9,6 parkeerplaatsen. Rijksmonumentale boerderij De Rijksmonumentale boerderij valt binnen de categorie ‘koop, vrijstaand’ van het CROW-beleid. Voor deze categorie geldt in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘matig stedelijk’ gebied een gemiddelde parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning. Dit resulteert in een parkeerbehoefte van 2,2 parkeerplaatsen. Totaal De parkeerbehoefte van het plan bedraagt in totaal afgerond 45 parkeerplaatsen. Parkeeroplossing De parkeerbehoefte wordt volledig op eigen terrein opgelost. Binnen het plangebied worden in totaal 56 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm. Passend in het boerenerfensemble worden de parkeerplaatsen achter de bebouwing gesitueerd dan wel groen ingepakt middels streekeigen erfbeplanting.

Afbeelding 14: Parkeren (56 parkeerplaatsen)

13

Verkeer Om er zeker van te zijn dat de verkeersbewegingen als gevolg van dit plan op een goede wijze kan worden afgewikkeld is in het kader van een goede ruimtelijke ordening tevens uitvoerig aandacht besteed aan het aspect verkeersgeneratie. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van dit plan is gebruikt gemaakt van de CROW-publicatie 381. Verkeersgeneratie In de verkeersgeneratieberekening is uitgegaan van het gemiddelde kencijfer, de stedelijkheidsgraad “matig stedelijk” en gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Zorgcomplex Het zorgcomplex valt binnen de categorie ‘verpleeg- en verzorgingstehuis’ van het CROW-beleid. Voor deze categorie, uitgaande van geen autobezit/-mobiliteit, is uitgegaan van 2 verkeersbewegingen per wooneenheid/per etmaal (voor bezoekers). Het zorgcomplex bestaat uit 18 wooneenheden. Dit resulteert in een verkeersgeneratie van 36 verkeersbewegingen. Aanleunappartementen De aanleunappartementen vallen binnen de categorie ‘huur, appartement, midden/ goedkoop’ van het CROW-beleid. Voor deze categorie geldt in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘matig stedelijk’ gebied een gemiddelde verkeersgeneratie van 3,6 verkeersbewegingen per woning. Het plan telt in totaal 16 appartementen. Dit resulteert in een verkeersgeneratie van 57,6 verkeersbewegingen. Aanleunwoningen De aanleunwoningen vallen binnen de categorie ‘huur, huis, sociale huur’ van het CROW-beleid.

Voor deze categorie geldt in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘matig stedelijk’ gebied een gemiddelde verkeersgeneratie van 4,85 verkeersbewegingen per woning. Het plan telt in totaal 6 aanleunwoningen. Dit resulteert in een verkeersgeneratie van 29,1 verkeersbewegingen. Boerderij De Rijksmonumentale boerderij valt binnen de categorie ‘koop, vrijstaand’ van het CROW-beleid. Voor deze categorie geldt in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘matig stedelijk’ gebied een gemiddelde verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per woning. Dit resulteert in een verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen. Totaal Het plan resulteert in een verkeersgeneratie van afgerond 131 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Een dergelijke intensiteit zal niet leiden tot negatieve effecten op het gebied van verkeersafwikkeling. Het aantal ontmoetingen tussen auto’s bij een dergelijke intensiteit is zeer gering. Daarbij dient opgemerkt te worden dat er in de bestaande situatie een paardenstoeterij met boerderij is gevestigd. Middels dit plan wordt de paardenactiviteiten met daaraan gerelateerde verkeersbewegingen weggenomen. De verkeersgeneratie als gevolg van dit plan is daarmee per saldo lager, waardoor het niet aannemelijk is dat het plan zal leiden tot negatieve effecten op het gebied van verkeersafwikkeling en -veiligheid.

De Benedenrijweg beschikt over voldoende capaciteit om de beperkte extra verkeersgeneratie als gevolg van dit plan af te wikkelen.

14

2.4 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing Gezien de mate van flexibiliteit in een bestemmingsplan is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening wenselijk om kaders op te stellen wat betreft het aspect beeldkwaliteit. Het doel hiervan is om ongewenste situaties te voorkomen en een toetsingskader te bieden voor de gemeente Ridderkerk voor de verdere planuitwerkingen van het plan. Deze beeldkwaliteitsparagraaf is geen hard toetsingskader, maar richtinggevend. Het geeft de beoogde sfeer en kwaliteit aan, maar is dermate flexibel dat de architect een eigen creatieve invulling kunnen geven aan de beeldkwaliteitseisen. Uitzonderingen op beeldkwaliteitseisen worden niet uitgesloten, maar leggen een bewijslast bij de architect. Hierdoor kan worden ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen, de markt en innovaties. Kenmerken omgeving Het plangebied is gelegen in de wijk Slikkerveer te Ridderkerk. Het hoge dijklichaam van de Ringdijk, het ruime profiel van de Rotterdamseweg en het groene en relatief open landgoed van Huys ten Donck zijn de belangrijkste ruimtelijke structuurelementen van de wijk Slikkerveer. Slikkerveer ligt relatief laag ten opzichte van de dijk. Slikkerveer wordt gekenmerkt door een relatief dichte bebouwingsstructuur maar bezit, door de veelheid aan groen in de randzones, een groene setting.

De assen van de Kievitsweg en de Willemstraat vormen een ruimtelijke scheiding tussen de ter weerszijden van de weg tot ontwikkeling gekomen woon- en centrumgebieden. Ten zuidoosten van de Willemstraat bestaat de bebouwing met name uit lange rijen van grondgebonden eengezinswoningen, ten noordwesten voor een belangrijk deel uit meergezinshuizen. Binnen de min of meer centraal gelegen meergezinshuizen heeft zich een klein centrumgebied ontwikkeld. De Kievitsweg, de Willemstraat en de Oranjestraat zijn de belangrijkste structuurassen. De Kievitsweg vormt aan de zuidwestzijde een strakke beëindiging van het rechte bebouwingspatroon van Slikkerveer. De eerste bebouwing ontwikkelde zich in de vorm van een dijklint langs de in 1441 opgeworpen rivierdijk, de Ringdijk/Benedenrijweg. Buiten de latere woon- en centrumgebieden van Slikkerveer ziet men nog overblijfselen van het verleden. In het dijklint ziet men een afwisseling van (grotere) historische (woon)boerderijen, voormalige arbeiderswoningen en vervangende vrijstaande nieuwbouwwoningen. In deze delen van het dijklint langs de Ringdijk/Benedenrijweg is sprake van luchtige stedenbouwkundige opzet. Wat betreft de architectuur van deze dijklintbebouwing ziet men hoofdzakelijk traditionele bouwstijlen. De historische boerderijen hebben veelal een monumentale status en zijn rijk gedetailleerd.

De gebruikte bouwmaterialen zijn overwegend traditioneel. De hoofdgebouwen (zowel traditioneel als nieuwbouw) zijn hoofdzakelijk opgebouwd uit bakstenen gevels met een gebakken pan of riet als dakbedekking. De gebruikte kleuren zijn ingetogen en in harmonie met de omgeving. De bijgebouwen hebben een ondergeschikte uitstraling ten opzichte van de hoofdgebouwen. De bijgebouwen zijn eveneens opgetrokken uit baksteen of potdekselwerk en hebben overwegend een donkerdere kleur dan de hoofdvolumes. Zowel de hoofd- als bijgebouwen worden overwegend gekenmerkt door een heldere eenduidige kap- vorm in de vorm van een zadeldak, een gebroken kapconstructie (mansardekap) of een afgeleide daarvan. De huizen langs de Benedenrijweg zijn van oudsher op de kop van de kavels gesitueerd.

15

Kenmerken plangebied Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van de Kievitsweg. Dit gebied is lange tijd onbebouwd gebleven. Het perceel is gelegen in de bebouwde kom van Ridderkerk in de wijk Slikkerveer. Op het perceel is een Rijksmonumentale boerderij en een paardenstoeterij gelegen. De paardenstoeterij bestaat uit ca. 1790 m2 aan stallen en overige bebouwing, twee buitenrijbakken, twee longeercirkels, vier paddocks en een stapmolen. Tenslotte is grenzend aan het perceel nog een oude waterloop met onder meer een karakteristieke beplanting van knotbomen gelegen.

Afbeelding 15: Waardevolle structuurelementen plangebied en omgeving

Beeldkwaliteitseisen Algemeen • De Rijksmonumentale boerderij betreft het representatieve hoofdgebouw van het perceel. De nieuwe woonvolumes dienen een ondergeschikte uitstraling te hebben ten opzichte van de Rijksmonumentale boerderij én dienen passend te zijn in het dijklint langs de Benedenrijweg (uitstraling van een boerenerf). Situering bebouwing • De nieuwe woonvolumes dienen achter de voorgevelrooilijn van de Rijksmonumentale boerderij te worden gesitueerd. • De situering van de nieuwe woonvolumes is evenwijdig aan het verkavelingspatroon/haaks op de Benedenrijweg. • De afstand van de nieuwe woonvolumes tot de karakteristieke oude waterloop dient minimaal 5 meter te bedragen. • De afstand van de nieuwe woonvolumes tot de zijdelingse perceelsgrens dient ten minste 3 meter te bedragen.

16

Bouwmassa • De nieuwe woonvolumes hebben een eenvoudig bouwvolume (zoals een kapschuur, hooiberg, stookhuisje of vergelijkbaar agrarisch bouwvolume). • De nieuwe woonvolumes bestaan uit maximaal twee bouwlagen met een kap. • Eventuele bijgebouwen bestaan uit maximaal één bouwlaag met een kap. • De nieuwe woonvolumes hebben een schuine dakvorm (zadeldak), een gebroken kapconstructie (mansardekap) of een afgeleide daarvan. Kleur- en materiaalgebruik • De bestaande boerderij en nieuwe woonvolumes dienen zich duidelijk van elkaar te onderscheiden, waarbij de nieuwe bebouwing een ondergeschikte uitstraling heeft ten opzichte van de bestaande boerderij. • Kleur- en materiaalgebruik is in onderlinge samenhang. • De gebruikte kleuren zijn ingetogen passend bij het karakter van het dijklint. • Er dient gebruik te worden gemaakt van traditionele (streekeigen) bouwmaterialen of hedendaagse stalen gevelbekleding, afhankelijk van de “tijdsgeest”, of een alternatief met een gelijkwaardige uitstraling. • Gevels van baksteen in kleurstelling: rood, donkerbruin, grijs of zwart (ingetogen), eventueel aangevuld met stucwerk, houten gevelbekleding (potdekselwerk) of metselwerk. • Zwarte, grijze (antracieten) of andere donkere kleur kozijnen. • Deuren en kozijnen van hout of aluminium.

• De dakbedekking van de kappen bestaat uit dakpannen, dakplaten, riet of een alternatief met een gelijkwaardige uitstraling. Landschappelijke inpassing • De bestaande karakteristieke oude waterloop aan de zuidwestzijde van het plangebied dient behouden te blijven. • Bestaande karakteristieke beplanting van knotbomen langs de oude watersloop dient behouden dan wel versterkt te worden. • Voor de landschappelijke inrichting dient gebruik te worden gemaakt van streekeigen beplanting. • Optioneel kan het agrarische karakter van het plangebied worden versterkt middels de realiseren van een boerenvoortuin of een boomgaard aan de straatzijde. • Voor de erafscheidingen dient gebruik te worden gemaakt van streekeigen beplanting. • Toepassen van natuurlijke materialen zoals gebakken klinkers, grind, split, gras en (inheemse) bomen. • Parkeren zoveel mogelijk aan het zicht onttrekken middels een groene inpassing bestaande uit streekeigen beplanting. Referentiebeelden Onderstaand een aantal referentiebeelden van de beoogde sfeer en kwaliteit voor de nadere uitwerking van het plan.

17

18

Toepassing plan Het plan is om het plangebied in te richten in de vorm van een traditioneel boerenerf. De bestaande karakteristieke elementen, de Rijksmonumentale boerderij en de oude waterloop, blijven behouden. Wat betreft de architectonische uitwerking van de nieuwe woonvolumes wordt aangesloten bij het bestaande dijklint. De woonvolumes krijgen een ondergeschikte uitstraling ten opzichte van de boerderij (schuurvolumes).

19

3. Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en worden er geen rijksbelangen geschaad.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke Rijksbelangen in het Barro.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van

20

het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Inmiddels biedt jurisprudentie een beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het plan is om het perceel Benedenrijweg 69-69a te Ridderkerk te transformeren naar een kwalitatief hoogwaardig woonzorgconcept in de vorm van een boerenerf. Op het achtererfgebied van de Rijksmonumentale boerderij worden drie schuurvolumes gerealiseerd. In de drie schuurvolumes worden een zorgcomplex (18 eenheden), 16 aanleunappartementen en 6 aanleunwoningen gerealiseerd.

Hiermee is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk is. Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Drie jaar geleden is onder de leden van de Stichting L' Abri het idee ontstaan om in Ridderkerk een particulier kleinschalig woonzorginitiatief te ontwikkelen voor ouderen met een protestants christelijke leefsfeer. De grote, toenemende behoefte aan zorg voor ouderen en aan een passende plek om te wonen, gecombineerd met de passie voor deze doelgroep deed de gedachte uitgroeien tot een formeel project. In de zoektocht naar het vinden van een passende locatie om dit woonzorginitiatief uit te rollen is men uitgekomen bij het perceel Benedenrijweg 69-69a te Ridderkerk. Het plan betreft een kleinschalig particulier woonzorginitiatief in de bebouwde kom van Ridderkerk (binnen bestaand stedelijk gebied (BSD). Het plan sluit aan bij het gemeentelijk woonbeleid van de gemeente Ridderkerk (Woonvisie Ridderkerk 20212026). Het plan speelt in op de kwantitatieve woningbouwopgave van minimaal 900 woningen van 2021 tot 2030. Met de regio Rotterdam is het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam gesloten voor de periode 2018-2030.

In dit akkoord maken de veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR) zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met ongeveer 54.000 uit te breiden. Het onderzoek dat is uitgevoerd voor de Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 heeft inzicht opgeleverd in de woonwensen en potentiële tekorten en overschotten op de woningmarkt van Ridderkerk (kwalitatieve vraag). Hieruit is geconcludeerd dat er ten eerste behoefte is aan meer kleine(re), levensloopbestendige woningen voor het toenemend aantal kleine huishoudens. Het plan voorziet in 16 aanleunappartementen en 6 aanleunwoningen die geschikt zijn voor senioren, alleenstaanden en overige kleine huishoudens. Daarnaast is er in Ridderkerk behoefte aan woon-zorgconcepten. Het plan speelt concreet in op deze bijzondere woon-zorgvraag. Het plan voorziet in een zorgcomplex in de vorm van een geclusterde woonvorm voor ouderen met geheugenproblemen en/of dementie en/of een lichamelijke beperking, die niet meer zelfstandig willen of kunnen wonen. Het plan voldoet aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. 21

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie ZuidHolland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie ZuidHolland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsvisie Zuid-Holland Koers 2020 gepubliceerd (ontwerpOmgevingsvisie Zuid-Holland - Koers 2020). De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5.

Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Stedelijke ontwikkelingen De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).

Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op BSD of in bebouwingslinten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten BSD dient de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden doorlopen en dient het plan te voldoen aan het provinciaal beleid voor ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten BSD dienen eerst door Provinciale Staten worden afgewogen en worden op de 22

kaart ‘woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen’ (ook wel genoemd: ‘3 ha kaart’) gezet. Het plangebied valt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het plan sluit hiermee aan bij het provinciaal beleid om de verstedelijkingsopgave primair te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied (BSD).

Afbeelding 16: Bestaand stads- en dorpsgebied (BSD)

Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit : een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit.

De provincie wil de kenmerken als de identiteit van de plek (historische, culturele, toeristische en ruimtelijke kenmerken), de geografische strategische ligging in het stedelijk netwerk en de aanwezige en nieuwe economische dragers van iedere stad en ieder centrum in het systeem beschermen. Iedere locatie betreft een unieke plek met een eigen (ruimtelijke) 23

karakteristiek. Een brede waaier aan woon- en werkmilieus is een belangrijke voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Als herstructurering, transformatie of verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. Het plangebied is gelegen in de gebieden ‘Steden en dorpen’ en ‘Rivierdeltalandschappen’ van de provinciale kwaliteitskaart.

Plangebied

Afbeelding 17: Uitsnede kwaliteitskaart (Laag van de stedelijke occupatie)

Steden en dorpen Voor ontwikkelingen in ‘steden en dorpen’ heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp; • Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur; • Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving; • Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur; • Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand (zie stadsen dorpsranden); • Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd; • Het eigen karakter van het historisch centrum wordt versterkt;

24

• •

Historische centra en kernen blijven ervaarbaar vanuit het omringende gebied; Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht.

Plangebied

Afbeelding 18: Uitsnede kwaliteitskaart (laag van de cultuur- en natuurlandschappen)

Rivierdeltalandschappen Een aantal Zuid-Hollandse eilanden kent nog steeds een eilandkarakter: omlijst door deltawateren met beperkte verbindingen met de andere eilanden of het vasteland. Ze zijn gelegen in de luwte van de Randstad en vormen landschappelijk een geheel met Zeeland. IJsselmonde en het Eiland van Dordrecht zijn daarentegen meer onderdeel van het stedelijk netwerk. De drie eilanden Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard en Voorne-Putten hebben elk een eigen karakter. Dit karakter wordt mede gevormd door de verschillen in afstand tot en de verbinding met het stedelijk gebied, de landschappelijke opbouw van de eilanden zelf en de aard van het omringende water. Versterken van het deltakarakter en vergroten van de diversiteit van karakters van de eilanden draagt bij aan het behoud van diversiteit in de Delta. Een opgave is het om de recreatieve gebruikswaarde van de eilanden te vergroten in combinatie met een gebiedsspecifieke, in de omgeving passende inrichting. Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden dienen bij te dragen aan het versterken van het stoere deltakarakter en passen bij de maat en schaal van dijk en open wateren. Ontwikkelingen worden benaderd in het licht van het eiland als geheel, waarbij bijvoorbeeld in Voorne-Putten en Hoeksche Waard een duidelijk verschil zit tussen de ‘dynamische’ noordrand en het ‘luwe’ zuiden.

25

Toepassing plan Bij de uitwerking van het plan wordt zorgvuldig rekening gehouden met de identiteit van de omgeving waarbinnen het plangebied ligt. Het plan is om het plangebied te transformeren naar een hoogwaardig en duurzaam woonzorgconcept in de vorm van een boerenerf. De cultuurhistorisch waardevolle elementen, waaronder de Rijksmonumentale boerderij en de oude waterloop, blijven behouden. Het plan sluit aan bij de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Op 10 oktober 2020 is een herziening van de Omgevingsverordening gepubliceerd (ontwerp-Omgevingsverordening Zuid-Holland - Koers 2020). Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie.

Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. Als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: ▪ zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen; c.

Als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: ▪ Een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en ▪ Het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: • Een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid;

26

•

Hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen.

Inpassen In dit licht kan het plan kan worden geschaard in de categorie ‘inpassen’. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. Bij het plan veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. Gebiedsidentiteit De gebiedsidentiteit is de aard of karakteristiek van een gebied dat is ontstaan in de loop der jaren. In die tijd zijn gemeenschappelijke kernwaarden in het gebied ontstaan die gekoppeld zijn aan gebruik en de verschijningsvorm. De gebiedsidentiteit van een plek is verbonden met de mensen die er wonen, werken en er zich thuis voelen. Een gebiedsidentiteit is meestal van grote omvang. Het plan betreft een kleinschalig particulier woonzorginitiatief in de bebouwde kom van Ridderkerk. Er vinden geen wijziging plaats in de landschapsstructuur, de leefbaarheid van het gebied en/of de waterstructuren. Het plan is passend binnen de gebiedsidentiteit. Gebiedseigen De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. Het plan betreft een gebiedseigen ontwikkeling of functie dat naadloos aansluit op de bestaande kenmerken en gebruikswaarden van het gebied.

Een gebiedseigen ontwikkeling draagt bij aan behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en heeft daarmee geen negatieve invloed op de (kenmerken) van de omgeving. Stedelijke ontwikkelingen (Ladder voor duurzame verstedelijking) In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan betreft een kleinschalig particulier woonzorginitiatief in de bebouwde kom van Ridderkerk (binnen bestaand stedelijk gebied (BSD). Het plan speelt in op de kwantitatieve woningbouwopgave van minimaal 900 woningen van 2021 tot 2030. Het plan speelt concreet in op de behoefte aan kleine(re), levensloopbestendige woningen voor het toenemend aantal kleine huishoudens.

Het plan voorziet in 16 aanleunappartementen en 6 aanleunwoningen die geschikt zijn voor senioren, alleenstaanden en overige kleine huishoudens. Daarnaast is er in Ridderkerk behoefte aan woon-zorgconcepten. Het plan speelt concreet in op deze bijzondere woon-zorgvraag. Het plan voorziet in een zorgcomplex in de vorm van een geclusterde woonvorm voor ouderen met geheugenproblemen en/of dementie

27

en/of een lichamelijke beperking, die niet meer zelfstandig willen of kunnen wonen. Het plan voldoet aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 De gemeente Ridderkerk heeft veel verschillende wijken met allemaal een eigen karakter. Samen vormen ze een unieke gemeente om te leven en te werken. Om dit unieke karakter optimaal te benutten legt de gemeente de kaders van het beleid tot 2035 vast in een Omgevingsvisie, vastgesteld in 2017. Deze visie geeft richting aan toekomstige ontwikkelingen en laat ruimte voor initiatieven vanuit de Ridderkerkse samenleving. De visie is de basis voor alle (gemeentelijke) plannen. De identiteit, het karakter van Ridderkerk is in drie kernwaarden samen te vatten: 1. Sterke wijken, goed verbonden; 2. Groen-blauwe oase; 3. Kloppend hart. Sterke wijken, goed verbonden De wijken van Ridderkerk, veelal ontstaan als dorpen, zijn een absolute kernwaarde van Ridderkerk. Veel mensen waarderen vooral de identiteit die de verschillende wijken kenmerkt: Slikkerveer met zijn typerende woningen uit de jaren 30, Rijsoord en Oostendam als typische dijkdorpen, Bolnes met de nog steeds aanwezige historische water gerelateerde bedrijvigheid en het centrum van Ridderkerk, centraal gelegen in de gemeente. De sociale cohesie binnen de wijken is sterk.

Dat uit zich in een sterk en hecht verenigingsleven en het feit dat nieuwe bewoners niet kiezen voor Ridderkerk, maar specifiek willen wonen in één van de wijken. De wijken Bolnes, Slikkerveer en Drievliet hebben een levendig wijkwinkelcentrum. Groen-blauwe oase De aanwezigheid van een rijke, stevige, groene infrastructuur, die de rand van Ridderkerk in een groene jas hult en de woon- en werkgebieden dooradert, is een belangrijke kernwaarde om te behouden en te versterken. Deze groene gebieden en het water dienen als buffer tegen de verstedelijkingsdruk van de regio Rotterdam en de regio Drechtsteden. Daarnaast dragen de groene gebieden en het water bij aan een aantrekkelijke gemeente om in te wonen, werken en recreëren en een aantrekkelijk leefklimaat. De ‘groen-blauwe kraag’ van Ridderkerk is samengesteld uit de bestaande grotere groengebieden Oosterpark, Reyerpark, Donckse Bos en Donckse velden, de Gorzen, de Grienden en het Waalbos en uit de rivieren de Noord, de Nieuwe Maas en de Waal. Recent heeft de nieuwe inrichting van de Crezéepolder als getijdepark die groene omhulling versterkt. Kloppend hart Ridderkerk is uniek vanwege de centrale ligging van bedrijventerrein Donkersloot. Ongeveer de helft van het aantal werknemers in Donkersloot woont ook in Ridderkerk. Daarnaast kenmerkt de Ridderkerker zich door een hoge arbeidsethos.

Ridderkerk heeft een werkend en kloppend hart, waar een grote diversiteit aan bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en winkels aanwezig is. Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van de Kievitsweg. Dit gebied is lange tijd onbebouwd gebleven. Het perceel is gelegen in de bebouwde kom van Ridderkerk in de wijk Slikkerveer. Op het perceel is een Rijksmonumentale boerderij en een paardenstoeterij gelegen. De cultuurhistorisch waardevolle elementen, waaronder de Rijksmonumentale boerderij en de oude waterloop (groen element), blijven behouden. Het plan levert een bijdrage aan het vergroten van de differentiatie 28

in woningtypen en woonvormen. Het plan draagt bij aan het behoud dan wel versterken van de kernwaarden van de wijk Slikkerveer. 3.3.2 Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 Op 30 april 2021 heeft de gemeente Ridderkerk de Woonvisie Ridderkerk 20212026 vastgesteld. De visie van de gemeente Ridderkerk op het gebied van wonen in de toekomst is uitgewerkt in vijf thema’s: Thema 1: Voldoende woningen Voor de gemeente Ridderkerk ligt er een kwantitatieve woningbouwopgave van minimaal 900 woningen van 2021 tot 2030. Met de regio Rotterdam is het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam gesloten voor de periode 2018-2030. In dit akkoord maken de veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR) zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met ongeveer 54.000 uit te breiden. Thema 2: Meer variatie, de juiste woningen De gemeente Ridderkerk heeft de ambitie om te zorgen voor de juiste woningen op de juiste plek, voor de juiste doelgroepen. Het onderzoek dat is uitgevoerd voor de Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 heeft inzicht opgeleverd in de woonwensen en potentiële tekorten en overschotten op de woningmarkt van Ridderkerk (kwalitatieve vraag). Hieruit is geconcludeerd dat er ten eerste behoefte is aan meer kleine(re), levensloopbestendige woningen voor het toenemend aantal kleine huishoudens.

Verder ligt het accent van de woningbouwopgave op de koopsector. En dan vooral op de goedkopere koop. Waarbij zowel behoefte is aan grondgebonden woningen als appartementen. Deze woningen zijn belangrijk om starters/jongeren voor Ridderkerk te behouden. Thema 3: Duurzame woningvoorraad De ambitie is om in 2050 ongeveer 20.000 woningen aardgasvrij te hebben gemaakt. Dit noemt men de warmtetransitie. Er ligt dus een belangrijke opgave voor de aanpak van de bestaande woningvoorraad in Ridderkerk: het verlagen van het energieverbruik, het isoleren van woningen, het plaatsen van zonnepanelen, naar aardgasvrij wonen. Thema 4: Wonen en zorg In Ridderkerk is er behoefte aan woon-zorgconcepten. De gemeente wil dat alle inwoners in een veilige thuissituatie kunnen leven. Mensen met een zorgvraag kunnen op de plek waar zij een (sociale) binding mee hebben lang zelfstandig thuis wonen. De ambitie is om in alle wijken een naar zorgdoelgroepen gevarieerd woonaanbod te hebben. Thema 5: Leefbare wijken Slikkerveer is een wijk met veel voorzieningen. De woningvoorraad is divers, en heeft een redelijk goede kwaliteit. In Slikkerveer is sprake van saamhorigheid en gezelligheid. Het behoud van het dorpse karakter en leefbaarheid is van groot belang voor de inwoners. Slikkerveer moet een levensloopbestendige wijk worden, waar zowel jongeren, gezinnen als ouderen naar tevredenheid wonen.

29

Het plan is om het perceel Benedenrijweg 69-69a te Ridderkerk te transformeren naar een kwalitatief hoogwaardig woonzorgconcept in de vorm van een boerenerf. Op het achtererfgebied van de Rijksmonumentale boerderij worden drie schuurvolumes gerealiseerd met in een boerenerfensemble passende agrarische uitstraling. In de drie schuurvolumes worden een zorgcomplex (18 eenheden), 16 aanleunappartementen en 6 aanleunwoningen gerealiseerd. De appartementen en woningen zullen worden verhuurd aan zorgbehoevende senioren met geheugenproblemen en/of dementie en/of een lichamelijke beperking, die niet meer zelfstandig willen of kunnen wonen. In de schuurvolumes zijn zorgbehoevende senioren woonachtig in diverse categorieën. Hiermee kunnen bewoners, zodra er sprake is van toenemende zorgvraag, in hun vertrouwde omgeving blijven wonen. In Ridderkerk er specifiek behoefte aan dergelijke woon-zorgconcepten. Het plan sluit aan bij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningvraag in de gemeente Ridderkerk. De woonvolumes worden gebouwd conform de meest actuele normen uit het Bouwbesluit. Deze normen schrijven een zeer hoge kwaliteit voor met betrekking tot energiezuinige bouwwerken en duurzame materialen. De woonvolumes worden gebouwd volgens de nieuwste eisen en technieken. Het plan zal conform de BENG-norm gerealiseerd worden.

Deze eis wordt gehaald met zo veel mogelijk permanente oplossingen, zoals isolatie en kierdichting, en gebruiksvriendelijke installaties. De toegepaste materialen zijn duurzaam en voor hergebruik geschikt. De woonvolumes wordt zonder gasaansluitingen gerealiseerd. De energievraag wordt ingevuld met warmtepompsystemen al dan niet in combinatie met zonneenergie. Het plan sluit aan bij het gemeentelijk woonbeleid van de gemeente Ridderkerk (Woonvisie Ridderkerk 2021-2026). 3.4 Conclusie Op basis van hoofdstuk 3 ‘Beleidskader’ kan worden geconcludeerd dat: • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/894/documents/32010