2021-12-02-verslag-commissie-samen-wonen.pdf
Tekst van het document
Nou, mijn vraag was: zouden we niet dan wel een fietspad juist aan de onderzijde van de dijk, dus aan de Gorzenkant? Zodat je wel een verbinding maakt, maar die dan niet in het zicht is van dat natuurgebied, dus eigenlijk op de rand van de dijk en de Gorzen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Oosterwijk, mag ik u het woord geven? De heer Oosterwijk: Ik denk dat ik zou kunnen zeggen van: goed idee of slecht idee of daar moeten we even naar kijken of anderszins. Ik stel vooral wel vast dat de betooglijn ook is geweest van: het is een relatief stiltegebied en voorkom nou zeg maar dat je daar altijd reuring veroorzaakt. Als dat dan opeens wel in de categorie acceptabel zou landen als je een paar meter naar beneden legt, is voor mij maar zeer de vraag. Ik denk dat we met elkaar wel bedoeld hebben om de notie die is uitgesproken ook wel gewoon te waarderen door af te zien van die doorsteek op die specifieke plek. We hebben aangegeven dat we op zoek gaan naar een andersoortige verbinding of opwaardering van een bestaande verbinding op een zodanige manier dat je in ieder geval die fietsmobiliteit goed dient. Laat ik het maar zo formuleren, in de meest brede benadering van dat vraagstuk zal uw suggestie in ieder geval ook worden meegenomen om te bezien of dat wellicht een stukje soelaas biedt. De voorzitter: Dank u wel.
Mijnheer Kooijman, ChristenUnie, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? De heer Kooijman: Ja hoor, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik graag over gaan naar de heer Mijnders, CDA Ridderkerk. U had aangegeven tien vragen te hebben. Hoeveel heeft u er nu? De heer Mijnders: Negen, voorzitter. Er is er een vanaf. De voorzitter: Dat is mooi. Zou u ze ook in gedeeltes willen stellen, zodat ze correct beantwoord kunnen worden? De heer Mijnders: Jazeker. Even kijken, de allereerste vraag, allereerst hartelijk bedankt voor de beantwoording van onze vragen. Daarop hebben we ook een paar vervolgvragen. U bent wel in gesprek gegaan onder andere met de watertaxi. Dat is ook regionaal, alleen ik merk dat er niet in gesprek wordt Pagina 33 van 55
gegaan rondom de RET bijvoorbeeld met de bussen, want we kunnen wel een OV-hub willen bijvoorbeeld in Bolnes, maar als daar geen bus langskomt dan heeft zo een OV-hub misschien weinig zin. In hoeverre wilt u, denkt u dat het toch echt haalbaar is dat daar zo een bus komt bij een OV-hub en in hoeverre bent u nou in gesprek met onder andere bijvoorbeeld de RET om te kijken of dat mogelijk is? De tweede vraag over de mobiliteitsstrategie, toch even terugkomend, volgens mij de heer Kooijman heeft er ook een beetje op gevraagd, maar waarom heeft u niet gekozen om dat op voorhand te doen? Want het is toch heel erg lastig om te zien van: oké, als we nu een keuze moeten maken en we hebben bijvoorbeeld een voorkeursalternatief gedaan. Als we nu kiezen voor een mix tussen wonen en bedrijven, in hoeverre kan u nou een keuze maken van: oké, dat is goed, ook als we kijken naar de verkeers- en mobiliteitsstrategie? Ik begrijp nog steeds niet waarom u dat niet van tevoren heeft gedaan om te kijken van: als we voor wonen gaan, dan is dit de impact. Als we voor bedrijven gaan, dan is dit de impact. Kunt u dat nog eens nader toelichten? En de derde vraag gaat over de hoogspanningsleidingen tussen de Gorzen en Oostendam.
Nou, het is dus zeker dat deze verwijderd wordt, geeft u aan onder andere ook volgens mij op de vragen van ons zelf en van de SGP, alleen de vergunning is nog niet verleend, dus hoe kan u dat zeker weten? En in een vervolgvraag daarop: welke impact heeft dat op de wijk Oostendam dat deze hoogspanningsleidingen worden weggehaald? Er staat al dat dat misschien in de tweede week van januari 2022 gaat gebeuren, maar is Oostendam al, de bewoners daarvan, op de hoogte gesteld daarvan? En dat zijn de eerste vier, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Oosterwijk, kan ik u vragen de beantwoording voor uw rekening te nemen? De heer Oosterwijk: Ja, ik ga dat in ieder geval proberen, voorzitter, maar ik ben ook wel een beetje creativiteit aan het afleggen bij mezelf om dat even allemaal altijd een beetje te kunnen vertalen. Ik ga nog een poging wagen. Als het gaat om de hoogspanningsleidingen en de stelligheid waarmee we hebben uitgesproken dat die gaat verdwijnen, ja, dat is vooral ook op basis van de gesprekken die we hebben gevoerd al langere tijd, bijvoorbeeld met de netbeheerder en daarbij is gewoon geconcludeerd dat deze hoogspanningsleidingen als zodanig geen functie meer heeft waardoor die ook kan verdwijnen.
Nou, dat is op zich natuurlijk heel mooi nieuws en we hebben daar volgens mij ook wel eens een keertje wat financiële middelen voor gereserveerd in bepaalde V&C-documenten. Hoe het precies zit in relatie tot de vergunning die daarmee samenhangt en het gevolg van: hoe informeer je Oostendam? En wat is überhaupt de relevantie of de impact van het verwijderen van zo een hoogspanningsleidingen? Dat moet ik eventjes op nagaan hoe dat precies zit en hoe het precies gaat. Het idee was in ieder geval uitgesproken door met name de partijen die er uiteindelijk over gaan, om dat in het eerste kwartaal ook zeg maar te laten plaatsvinden. Ik zeg even toe dat we daar even achteraangaan en concreet op terugkomen. Dat lijkt mij heel zinvol. De eerste vraag volgens mij die gesteld werd van: u heeft gesproken met watertaxi als het gaat om met name zeg ik maar even het kleinschalige vervoersconcept over het water heen. Dat klopt. Wij hebben ook in de beantwoording aangegeven dat dat ook in bredere zin natuurlijk in de regio een factor is die we steeds meer willen stimuleren dat je via het water ook ergens kan aanlanden.
Bijvoorbeeld bij Huys ten Donck is daar ook zo een mooie plek voor die juist daarvoor ook als zodanig ingericht is, maar hoe verhoudt zich dat dan nou zeg maar tot de gesprekken met de busexploitanten? Ja, we weten met elkaar aan de hand van alle gesprekken die met elkaar ook van de metropoolregio plaatsvinden en de vervoerders die daarmee samenhangen, dat dat natuurlijk een weerkerend element is om met elkaar dienstregelingen te bespreken en ook langs de lijn van allerlei besparingen die plaatsvinden, misschien wel van: het is goed voor Ridderkerk, maar wat is haalbaar binnen de Ridderkerkse grenzen om het openbaar vervoer te behouden dan wel uit te breiden. Ik stel vooral even vast, voorzitter, dat het in de toekomst als het gaat om het vaststellen van een mobiliteitsstrategie heel opportuun gaat zijn om juist deze gesprekken ook juist met onze RET’s en dergelijke te gaan voeren, juist om ook te Pagina 34 van 55
bezien in hoeverre er haalbaarheid bestaat, en dat gaat ook verder dan de RET, want dan moeten we ook de metropoolregio denk ik nadrukkelijk betrekken, hoe we de mobiliteit van de rivieroevers langs de lijn van openbaar vervoer handen en voeten kunnen geven en de resultante van dat gesprek zal ook een belangrijke plek in nemen wij die mobiliteitsstrategie die we moeten opstellen, dus dat gaat in die zin ook allemaal nog gebeuren en plaatsvinden. En nu al reeds daar het gesprek over voeren met busmaatschappijen zal ongetwijfeld een goed gesprek opleveren, maar of dat nou echt iets hard oplevert in deze fase is voor mij nog zeer de vraag. De andere vraag van: hoe zit het nou met de mix van wonen en bedrijven in relatie tot het alternatief dat is gekozen? Daar gaat de heer Porton eventjes op in. De voorzitter: Dank u wel. De heer Porton, mag ik u het woord geven? De heer Porton: Dank u wel voorzitter. Als ik het goed heb begrepen, gaat het met name over, als ik die vraag goed samenvat van de heer Mijnders gaat het er met name over van: goh, er wordt gekozen voor een mix van wonen en bedrijvigheid.
Er wordt een visie neergelegd en daar zitten aardig wat mobiliteitskanten aan, waarom is het eigenlijk niet in detail al uitgezocht voordat je deze visie laat vaststellen? Dat heeft ermee te maken dat we eigenlijk eerst een primaire keuze wilden maken van: hoe gaat dit gebied eigenlijk functioneren? En hoe gaat dit ruimtelijk functioneren? En waar doen zich dan kansen voor? En waar zitten mogelijkheden? Op het moment dat wij nu al die mobiliteitsstrategie opgesteld zouden hebben, zouden we ook al keuzes hebben moeten maken over aantallen of we daar een aantal varianten voor hebben. Dat is eigenlijk een concretiseringslag waarvan wij vinden dat we eerst een beetje mandaat moeten hebben dat überhaupt deze visie ook draagvlak heeft, want anders ga je ook heel veel verwachtingen richting partijen al werken zonder dat er eigenlijk door iets van een mandaat van een raad ligt van: goh, in algemene zin kunnen we ons hierin vinden. Dus vandaar dat dat eigenlijk vooruitgeschoven is. Dat was het. De voorzitter: Prima. Dank u wel. Mijnheer Mijnders, kunt u uw vervolgvraag stellen? De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Dank aan de wethouder voor de beantwoording en ik kijk uit naar de beantwoording rondom de hoogspanningsleidingen. Richting mijnheer Porton, ik vind het ook even lastig, want ik moet even geen mening vormen.
Wat je vaak ziet bij visies is dat we eerst vaststellen hoeveel woningen of dat er woningen komen en daarna zien we pas wat een enorme impact dat heeft op het aantal verkeersdeelnemers in het gebied. Daarom is het ook nu lastig om te zien van: als we nu van woningen kiezen, bent u niet bang nu we gekozen of misschien gaan kiezen voor een mix tussen woningen en bedrijven, dat daar straks uit de mobiliteitsstrategie komt dat er zo ontzettend veel verkeersbewegingen komen dat het eigenlijk helemaal niet mogelijk is? En had het daarbij niet handiger geweest om, nou ja, bijvoorbeeld dat van tevoren te doen? Ik vind het toch lastig waarom die keuze zo gemaakt is, alleen ik moet oppassen dat ik niet te veel in het debat ga op dit punt. Volgende vragen over de vervuilde grond rond Huys ten Donck, kan u aangeven wanneer er voor het laatst een meting is geweest qua grondwater in hoeverre dat vervuild is? We hebben gezien bij het Gorzenpark dat dat al meer dan negen jaar geleden is. Ik ben benieuwd wanneer dit voor de laatste keer geweest is bij de grond voor Huys ten Donck.
De tweede vraag, vervolgvraag, u geeft aan dat u met alle bedrijven in de omgeving gesproken heeft en dat u daarmee ook verder gaat kijken straks of ze eventueel willen vertrekken, maar omdat u met al die bedrijven gesproken heeft, in hoeverre hebben sommige bedrijven al aangegeven dat ze überhaupt openstaan om daar te gaan vertrekken in dat gebied? Of heeft u heel vaak de reactie teruggekregen: nou, dat willen we eigenlijk niet? En de derde vervolgvraag, ook weer een beetje voortvarend op de vraag van de heer Kooijman, u geeft aan dat het aantal parkeerplaatsen eigenlijk in het gebied omlaag moet. Deelmobiliteit ziet u daar als oplossing. Nou, vraagtekens bij, maar daar gaat het nu niet om. Klopt het als u het aantal parkeerplaatsen omlaag wil, maar toch een X aantal woningen
Pagina 35 van 55
wil realiseren, dat u eigenlijk voor dit gebied in gedachten heeft om de parkeernormen een stuk lager te doen dan de rest van Ridderkerk? Want anders zou het toch niet haalbaar moeten zijn wat op dit moment in de visie stelt. Dat waren de vierde, vijfde en zesde vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat mevrouw Van Nes-de Man ook het handje opgestoken heeft. Ik neem aan voor een stapelende vraag. Dan zou die meteen meegenomen kunnen worden. Zou u hem even willen stellen, mevrouw Van Nes? Mevrouw Van Nes-de Man: Ja hoor, dat wil ik. Dank u. Mijnheer Mijnders geeft aan dat er is gesproken met bedrijven over een vertrek. Het is vaak zo dat als er vanuit de gemeente met de bedrijven wordt gesproken over vertrek, dan weet je wel hoe de vlag erbij hangt. Als je dan weer iets wil veranderen of een vergunning wil voor een uitbreiding of weet ik het wat, dan wordt dat geweigerd, want er wordt ingezet op vertrek, dus je wordt een beetje uitgerookt of weggepest zeg ik dan maar even heel onvriendelijk. Is dat aan de orde voor deze bedrijven? De voorzitter: Dank u wel. U wilt dus alleen als technisch inhoudelijke vragen weten of het al de bedoeling is dat er bedrijven uitgekocht gaan worden als ik het even kort samenvat? Nee? Mevrouw Van Nes-de Man: Nee, als je met bedrijven gaat praten … De voorzitter: Oh zo. Ik snap hem.
Ik denk dat wethouder Oosterwijk het goed ontvangen heeft. Wethouder Oosterwijk, zou u de vraag willen beantwoorden? De heer Oosterwijk: Ik zal het proberen. Laat een ding helder zijn en volgens mij is dat ook duidelijk in de gebiedsvisie naar voren gekomen, dat dit, je zou kunnen zeggen deze gebiedsvisie als zodanig een soort wenkend perspectief is of een uitnodiging is aan partijen om op die plekken die we hebben aangewezen als transformatiegebied, ik noem het maar zo, daar iets anders te gaan doen dan wat ze nu op dit moment doen. Nadrukkelijk niet moeten we dat verwarren met een soort, je zou kunnen zeggen een sterke overtuiging vanuit de gemeente dat dat vooral dan ook moet, dat we daar dan ook consequenties aan gaan verbinden. Nee, het is aan die bedrijven zelf of ze in de komende tien jaar of de komende twintig jaar op die plekken die zijn aangewezen, de plekken in Bolnes, de plekken bij Huys ten Donck, Schiepo en bij Bogenda of ze daar een andersoortige functie en invulling aan willen gaan geven. Doen ze dat niet, dan is ze dat het meest goede recht en is er ook wat dat betreft helemaal niets te vinden op dat punt vanuit de gemeente Ridderkerk. Dat betekent dus ook dat wij geenszins met elkaar een strategie van uit te roken of wegpesten zullen gaan gebruiken, want A, ik vind dat bestuurlijk apert onbehoorlijk. Dat zijn verhoudingen in gedrag zeg ik maar even.
En B, zo werkt dat ook niet in dit land, want een bedrijf bepaalt namelijk even zelf of ze ergens wil blijven of dat ze ergens een vergunning voor aanvragen en daar waar een vergunning wordt aangevraagd, is het niet het gevoelen van een gemeente om daar uiteindelijk wel of geen vergunning voor af te geven. Daar hebben we gewoon rechten en verplichtingen en wetten en regels waaraan getoetst wordt. Zo werkt het in dit land gelukkig. Past iets wel of niet binnen de geluidsruimte? Past iets wel qua activiteiten, enzovoorts, enzovoorts. Dat is de toets en niet een ambitie als zodanig van de overheid. Als het gaat om: hebben wij met bedrijven gesproken? Ja, wij hebben met alle bedrijven gesproken, want dat was nou ook juist de karakteristiek van binnen labs en de buiten labs. Dat zijn allemaal goede gesprekken geweest en ik denk dat ik helemaal niks raars zeg als al die bedrijven hebben aangegeven, want anders zouden ze zich misschien ook wel hebben gemeld, dat ze prima kunnen leven met een extra mogelijkheid op de vierkante meters die ze in hun gebied hebben anders dan bedrijvigheid, namelijk woningbouwrealisatie. Daarbij herhaal ik weer dat ik niemand op de schop stuur. Mensen kunnen hun bedrijf blijven uitoefenen tot de lengte van dagen als ze dat Pagina 36 van 55
willen al naargelang de wet- en regelgeving daar wel of niet de ruimte voor biedt en blijft bieden. Zo zit het. Ik ga echt niet hier in deze commissie als ik het al zou weten uitspraken doen van: nou, bedrijf X wil wel weg of bedrijf Y die wil wel blijven. Dat is niet aan mij. Daar zou ik ook bedrijfsbelangen mee kunnen schaden en dat is niet mijn doel. Wat wel gewoon openbaar en duidelijk is, is dat de locatie van Bogenda ook gewoon te koop gestaan heeft en dat die ook verkocht is aan een ontwikkelaar. Dat is geen geheim en dat is in die zin ook openbaar. Dat was het als het gaat om die vraag. Als het gaat om de methodieken rondom parkeerplaatsen omlaag en deelmobiliteit wat je wel of niet kunt vormgeven, nou, dat zijn allemaal zaken die natuurlijk in die mobiliteitsstrategie een plek gaan krijgen, maar duidelijk is natuurlijk wel, even los van hoe de parkeernormen er in de toekomst in het dorp uit gaan zien, er wordt ook aan gewerkt om dat in ieder geval daar opnieuw een plan voor te maken, dat er ook iets van communicerend vat elementen in zit. Op het moment dat je concepten zoals deelmobiliteit gewoon niet kunt laten vliegen met een bepaalde hardheid, ja, dan zou dat natuurlijk ook niet met zich mee kunnen brengen dat je opeens kunt gaan sleutelen aan parkeernormen.
Zie je met elkaar daar wel heel nadrukkelijke mogelijkheden voor ons, stel je daar zelfs eisen voor, dan heb je daarmee ook een legitimatie om iets van een parkeernorm te vinden. Andersom, hoe openbaar vervoer wel of niet in een gebied kan komen al dan niet via het water dan wel via de weg is natuurlijk ook een factor die daarmee samenhangt. Kortom, dat hangt allemaal met elkaar samen en zal ook zijn plekje krijgen in de mobiliteitsstrategie. De vraag van de heer Mijnders ten aanzien van de bodem van Huys ten Donck, ik weet niet of dat een ingewikkelde vraag is. Ik stel wel even vast dat het een privaat terrein is, niet zijnde een openbaar gebied. Ik weet ook niet wat daar zeg maar aan verplichtingen van monitoring en bodemonderzoek aan de orde is. Ik zal wel even na willen gaan om te kijken of daar iets van te zeggen valt en misschien weet mevrouw Van Mil daar al wat meer duidelijkheid over te geven zo, straks. En de vragen rondom mobiliteit, in hoeverre is dat dan zeg maar faciliterend of juist beperkend voor toekomstige woningbouwmogelijkheden, die zou ik willen doorspelen naar de heer Porton. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Mil, kunt u als eerste antwoord geven? Mevrouw Van Mil: Ja, dank u wel. Ik kan daar wel iets kleins nog aan toevoegen sowieso. We hebben daar ook nog even over nagedacht naar aanleiding van de schriftelijke vragen en dat nagegaan.
In ieder geval, er lag een monitoringsplicht op vanuit de provincie. Dat is wel losgelaten, maar ja, de vraag of er recent nog gemonitord is en hoedanig de situatie is, ja, daar kunnen we op het moment geen antwoord geven, maar dat kan ik nog wel even nagaan wat daar nog nader van bekend is. Dank u in ieder geval voor de nadere vraag daarover. De voorzitter: Kijk, dat is helder. Dan wil ik nu nog graag de heer Porton de gelegenheid geven om een vraag te beantwoorden. De heer Porton: Dank u wel voorzitter. Als ik de heer Mijnders goed heb begrepen, zegt hij van: goh, wat is eigenlijk het risico dat uit de mobiliteitsstrategie blijkt dat eigenlijk dit plan niet realiseerbaar is? En dan had je dat toch niet van tevoren willen bepalen? Ook in het planMER is natuurlijk al aangegeven dat de mobiliteit, en dan gaat het niet alleen om direct in het gebied rivieroevers zelf, maar met name ook het onderliggende wegennet, dat daar wat capaciteitsproblemen kunnen ontstaan in combinatie met ontwikkelingen aan de rivieroevers.
En daarmee ontkom je er dus niet aan dat de mobiliteitstransitie of andere modaliteiten zoals dat zo mooi heet expliciet een rol moeten gaan spelen om dit mogelijk te maken, dus in traditionele vorm recht toe recht aan zul je dit niet makkelijk kunnen realiseren, omdat je dan ergens in Ridderkerk op het wegennet gaat vastlopen, dus in zoverre moet met name die mobiliteitsstrategie ook daar handen en voeten aangeven welke randvoorwaarden je aan mobiliteit moet stellen om überhaupt dit voor elkaar te gaan krijgen op de
Pagina 37 van 55
langere termijn, dus daar hebben we die mobiliteitstransitie hard bij nodig. Ik hoop dat ik daarmee de vraag beantwoord heb. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Mijnders, als ik het goed bijgehouden heb dan heeft u nog drie vragen. En kunt u gelijk aangeven of de vragen tot dusver voldoende zijn beantwoord? De heer Mijnders: Zeker. Die zijn voldoende beantwoord en dank daarvoor. Ik kijk uit naar het antwoord rondom de vervuilde grond. Nog drie vragen. Rondom de mobiliteitsstrategie, de vergunning rond Panattoni is nog niet helemaal gereed, maar het heeft wel als het er komt een enorme impact op de mobiliteit in de regio. Wordt de komst van Panattoni, het distributiecentrum, sowieso meegenomen in de mobiliteitsstrategie ondanks dat de vergunning wel of niet is verleend? De ondertussen achtste vraag, ja, meer ook een verzoek. De wethouder heeft aangegeven om nog even na te gaan in hoeverre een ander distributiecentrum op dit moment mogelijk is langs de rivieroevers.
Daar zie ik uw antwoord graag van tegemoet ook zeker in de lijn van volgens mij was het een vraag van de heer Kooijman, om te kijken van: in hoeverre kunnen wij als gemeente of als raad nog kijken dat we een soort van voorbesluit nog doen om dat even plat gezegd misschien tegen te houden? Nog een vraag, er wordt heel veel over groen gesproken, alleen als ik bijvoorbeeld kijk van Huys ten Donck zal er ook een stukje groen moeten verdwijnen, alleen ik lees nergens dat het groen gecompenseerd gaat worden. Zou u dit kunnen bevestigen? En als laatste vraag toch nog even over het gedeelte rondom de Gorzen en de Crezéepolder, die punten die wel opgeslagen zijn maar niet in het plan zijn gekomen, ik zou toch een verdere uitleg willen hebben van bijvoorbeeld het depot in de Gorzen op dit moment waarom daarvoor gekozen is om dat wel of niet of dus niet mee te nemen in het plan, omdat het heeft best wel een behoorlijke impact op de Gorzen. Het zou zeker de ambitie rondom het vergroenen een van het riviergebied zou het ten goede komen, alleen ik zou graag wel willen zien waarom het wel of niet of dus niet is meegenomen. Dat waren ze allemaal, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Ja, voorzitter, ik ga voor de derde ronde.
De beantwoording rondom de vraag ten aanzien van Panattoni, is die meegenomen of wat voor rol speelt die eigenlijk als het gaat om de verkeerscomponent daarbij? In de planMER hebben we zeg maar in de doorrekening wel de verkeersbewegingen zoals die zijn aangegeven rondom Panattoni al meegenomen. Daar waar het gaat om de mobiliteitsstrategie uiteindelijk zal het als het zo gaat zijn dat Panattoni er ook daadwerkelijk gaat komen natuurlijk gewoon een gegeven zijn dat dit een extra belasting op het verkeernetwerk, het wegennetwerk met zich meebrengt, dus dat is in die zin op die manier ook een factor die per definitie een rol speelt. Daar waar de opmerking van de heer Mijnders raakt aan het wel of niet moeten nemen en kunnen nemen van een ruimtelijk besluit bijvoorbeeld in het kader van een voorbereidend besluit voor een locatie ergens langs de rivieroevers ter voorkoming van, daar hebben we van aangegeven dat we dat ook eventjes inzichtelijk maken en bezien. Daar waar het gaat om de compensatie van groen van Huys ten Donck, ik noem dat maar even het essenbosje of bos, daar vloeit wel uit een methodiek voort, het plan heeft daar ook de vinger bijgelegd, dat Natuur Netwerk Nederland dat compensatie zou moeten plaatsvinden op het moment dat je daar ruimtelijke ontwikkeling vormgeeft die raakt aan datgene wat daar op die manier aan groen aanwezig is.
Dus volgens mij is die methodiek helder. En het depot de vraag rondom de Gorzen die gaat mevrouw Van Mil even beantwoorden, maar ik wil nog wel even, voorzitter, met uw welnemen even terugkomen op de vraag die eerder werd gesteld rond om het amoveren van de hoogspanningsleidingen tussen de Gorzen en Oostendam en de betekenis daarvan. Ik krijg van de meest luisterende collega Japenga de opmerking mee, en dat helpt natuurlijk, dat er in januari een raadsvoorstel komt voor te liggen die op dat onderwerp ziet, die ook duidelijk zal maken wat daar de bedoeling is en wat de
Pagina 38 van 55
consequenties daarvan zijn en de heer Japenga geeft ook mee dat wij alles wat tot op heden zeg maar daarover is besproken en dergelijke, dat het wijkoverleg ook structureel wordt meegenomen. Dus dat is in ieder geval een deel van dat antwoord en ik stel voor met uw welnemen dat dat ook voldoende duidelijkheid op dit moment geeft en dat er nu niets nog een exercitie achteraan moet komen. Dat komt dan in januari ook op de tafel bij de commissie en de raad te liggen. En dan via u, voorzitter, het resterende deel van de vragen naar in ieder geval mevrouw Van Mil. De voorzitter: Dank u wel wethouder Oosterwijk. Mag ik mevrouw Van Mil het woord geven? Mevrouw Van Mil: Ja, dank u wel voorzitter. Over de Gorzen, de opslag van de Gorzen. Dat is een idee ook geweest op de prikkers van de kaart van de bewoners die dat idee naar voren hebben gebracht. Eerlijk gezegd is dat ook op tafel gekomen van de projectgroep in een werkgroep waar erover gesproken is. Het kan een kans sowieso zijn om dat mee te nemen als een ontwikkelplek voor meer natuur. Het is wel zo dat die locatie gebruikt wordt door drie gemeentes. We zijn natuurlijk onderdeel van BAR-organisatie.
Daar werk ik bij en daar is gemeente Ridderkerk natuurlijk actief in en deze plek wordt ook als opslag gebruikt door drie gemeentes, dus ja, dat betekent wel dat er ook wel een andere plek gezocht moet worden sowieso voor de activiteiten vanuit Ridderkerk, maar ook voor de samenwerking in de BAR. Maar het kan inderdaad een kans zijn om hem mee te nemen in het hele traject. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Mil: Ik hoop dat zo de vraag voldoende beantwoord is. De voorzitter: Dat ga ik even voor uw vragen. Mijnheer Mijnders, CDA, zijn uw vragen voldoende beantwoord? De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Nee, alle drie hartelijk bedankt voor het beantwoorden van de vragen en een speciale dank aan de wethouder die erover gaat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Blijft de commissie van mening dat dit onderwerp ter debat moet? Ik zie geknik. En hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? Ik zie drie minuten. De heer …: Ik denk wel vijf minuten, voorzitter. De voorzitter: Drie, drie, vijf. Moment. Mijnheer Ros, u wil wat zeggen zie ik. Dan moet … Ja? De heer Ros: Voorzitter, GroenLinks is van plan met een amendement en een motie te komen hierop, dus vandaar. De voorzitter: Dan zetten we hem op vijf minuten. Ik had mevrouw Van Nes-de Man ook al gezien dat ze vijf minuten wilde. Dat is de maximale tijd. Dan zetten we hem op vijf minuten.
Dan wordt de totale behandeltijd negentig minuten. Dan zouden wij over kunnen gaan naar agendapunt vijf, maar ik zou heel graag vijf minuten even willen schorsen. Dat betekent dat wij om 22:40, dus dat is dan zes minuten hier weer terugkomen. Dan zie ik u graag zo meteen. 5.
Vaststelling belastingverordeningen en -tarieven 2021 De voorzitter: Kunnen wij de vergadering voortzetten? Is iedereen weer aanwezig? Ik ga ervan uit van wel. Dan gaan wij over naar agendapunt vijf, vaststellen belastingverordeningen en -tarieven 2022. Is de commissie Pagina 39 van 55
van mening dat deze ter debat moet gaan? Ik vermoed van wel. Dan betekent het dat er nu alleen maar technische inhoudelijke vragen gesteld kunnen worden. Ik zou willen vragen de portefeuillehouder, wederom wethouder Oosterwijk, om die het woord te geven. Hij wordt bijgestaan door de heer Jody Kromo en de heer Suijkerbuijk. Wethouder Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Ja, dank u wel voorzitter. Er werd daarnet eventjes offline de werkafspraak gemaakt dat ik puntig en bondig zal zijn ook in het kader van de tijd die voortschrijdt vanavond, dus als ik een wat kort door de bocht antwoord geeft straks, dan is dat in ieder geval de resultante van een afspraak die wij gemaakt hebben en dan hoor ik wel van de commissie of dat een klein beetje nadere duiding behoeft, maar als het gaat om het voorstel dat hier voorligt. Ja, een negental verordeningen en tarieventabellen, variërend van karakter en anders dan vorige jaren wellicht zijn er toch echt wel een aantal zaken die wat nadrukkelijk in de spotlights zullen staan vanavond.
Ik noem het budgettaire effect van het niet invoeren van reclamebelasting en het daarmee samenhangende OZB-compensatie voor niet-woningen, tarieven voor de rioolheffingen waarvan ik mij wel zou kunnen voorstellen dat het daarover gaat, de methodiek van afvalstoffenheffing, hoewel dat natuurlijk op allerlei andere plekken ook al besproken en besloten is en de omgevingsvergunningen waarvan het plafond ook is verhoogd naar een hoger bedrag om aan te sluiten op het regionaal gemiddelde. Voorzitter, ik kijk uit naar de behandeling. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. U houdt zich inderdaad aan de werkafspraak. Eigenlijk krijg ik hierbij de schuld dat ik deze afspraak gemaakt heb, maar dat geeft niet. Dat neem ik van harte op mij. Zijn er commissieleden, ja mijnheer Piena, ik ga ook opschieten, zijn er commissieleden die vragen willen stellen? Dan zie ik graag handjes. Dan ga ik noteren hoeveel vragen men heeft. Mijnheer Ouwens, Leefbaar Ridderkerk, hoeveel vragen heeft u? De heer Ouwens: Een vraag en een opmerking. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Piena, VVD. De heer Piena: Waarschijnlijk vier, voorzitter. De voorzitter: Waarschijnlijk, u weet het niet zeker. Mijnheer Rijsdijk, PvdA. De heer Rijsdijk: Ik heb er vijf, voorzitter. De voorzitter: De heer Breeman, CDA. De heer Breeman: We houden het er bij een. De voorzitter: De heer Kooijman, ChristenUnie.
De heer Kooijman: Twee. De voorzitter: Dat zijn … Mevrouw Fräser, sorry. Hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Fräser: Een. De voorzitter: Een. Mevrouw Van Nes-de Man.
Pagina 40 van 55
Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, vijf, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan zou ook voor willen stellen om te beginnen met de vragen van mevrouw Van Nes, sorry, Fräser, D66. U heeft een vraag. Mevrouw Fräser: Dat klopt inderdaad. Dank u wel voorzitter. Mijn vraag gaat over de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Ridderkerk 2022. Een ontzettend belangrijke verordening denk ik omdat kwijtschelding ook heel erg belangrijk is. Toch heb ik een vraag over, ja, zeg maar wat wij hier mee bereiken? Dus in hoeverre, hoeveel … Hoort u mij goed? Want ik zie mensen wat moeilijk kijken of … Het gaat goed? Oké. Dus hoeveel mensen bereiken wij hier nu mee het afgelopen jaar en wat is de verwachting voor 2022? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Oosterwijk, mag ik van u de beantwoording van deze vraag? De heer Oosterwijk: Ik wil mevrouw Fräser complimenteren met een zeer technische vraag, maar het is ook wel een vraag die misschien best wel een beetje ingewikkeld is om nu precies te beantwoorden. Mij staat bij dat we eerder dit jaar op verzoek van de raad inzichtelijk hebben gevraagd wat de kwijtscheldingsmogelijkheden in de breedte zijn en wat het effect daarvan is. Ik heb ook nog wel ergens in mijn achterhoofd staan dat het ook iets gebaseerd is op aantallen keer bedragen, maar de heer Suijkerbuijk kan daar wellicht het verlossende antwoord op geven.
Zo niet, dan zullen we dat proberen eventjes boven water te toveren. De voorzitter: Dank u wel voor deze puntige beantwoording. Mijnheer Oosterwijk, ik geef graag even het woord aan de heer Suijkerbuijk. De heer Suijkerbuijk: Wat de heer Oosterwijk aangeeft klopt inderdaad. We hebben eerder dit jaar een raadsinformatiebrief gestuurd waarin die aantallen precies staan benoemd. Met alle plezier wil ik die voor u opzoeken, maar daar heb ik wel even een aantal minuten voor nodig, dus dan kan ik later erop terugkomen of kunt u hem zelf raadplegen? De voorzitter: Wellicht zou die anders na vanavond toegezonden kunnen worden. Ik denk dat … Want het is voor u ook al aardig laat. Dat wil ik u niet aandoen. Mevrouw Fräser, dat is wat u betreft voldoende. Ik zie uw knikken. Mevrouw Fräser: Ja hoor. Akkoord. De voorzitter: Dan ga ik gelijk door naar de heer Breeman, CDA Ridderkerk, want u heeft een vraag. De heer Breeman: Ja, dank u wel voorzitter. Belasting is sowieso niemands vriend, laten we daar duidelijk over zijn en dat gaat eigenlijk even over de regeling van de rioolheffing naar de WOZ. Daar zien we natuurlijk toch wel wat verandering dat bepaalde instellingen, scholen en ook het bedrijfsleven, detailhandel toch plotseling geconfronteerd worden met hoge onverwachte tarieven die betaald moeten worden.
Veel bedrijven zullen op dit moment al aan het budgetteren zijn voor 2021, dus de vraag is eigenlijk: hoe gaan we er straks mee om? Het zijn wel enorme bedragen die plotseling op je afkomen en stel dat bedrijven dit niet kunnen betalen, hoe gaan we daarmee om? Hebben we bepaalde regelingen die we daarvoor kunnen treffen? De voorzitter: Prima. Dank u wel. Mijnheer Oosterwijk, wilt u daarop antwoorden?
Pagina 41 van 55
De heer Oosterwijk: Ik antwoord even heel staccato langs een aantal spreekwoordelijke bullets. A, de methodiek zoals die nu voorligt is natuurlijk gebaseerd en voortkomend uit de motie die is aangenomen in uw raad. Wij hebben als college vertaald wat de consequentie daarvan is en datgene wat dat is dat ligt nu voor. Er is ook een stukje duiding gegeven inderdaad in de bijlage hoe dat zeg maar uitwerkt op je zou kunnen zeggen WOZ-bedragen enerzijds en voor bepaalde typologieën en categorieën. Dat dat aan de ene kant betekent dat bewoners het bedrag per jaar in mindering krijgen en bijgevolg ook omdat het zeg maar qua volume in stand moet blijven een effect heeft dat fors kan uitpakken voor bedrijven. Schriftelijke vragen waren daar ook al op gericht. Ja, dat kan geen verrassing zijn en dat is simpelweg de consequentie van datgene wat in de motie is voorgesteld om te doen. Dat dat kort dag is richting het volgend jaar dat realiseer ik mij ook, maar dat is wel inherent aan datgene wat u het college heeft verzocht uit te werken en toe te passen. Hoe dat precies uitwerkt voor bedrijven die op enig moment met zodanige problemen worden geconfronteerd dat ze het niet kunnen betalen, daar gaat de heer Suijkerbuijk een goed antwoord op geven ongetwijfeld met zoveel woorden zou ik dan ook even mijn reactie willen afronden. De voorzitter: Prima. Dank u wel.
De heer Breeman, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? De heer Breeman: Ik begrijp het zover. Dank u wel. De voorzitter: Prima, dank u wel. Dan ga ik nu over naar de heer Ouwens van Leefbaar Ridderkerk. De heer Ouwens: Ja, dank u wel voorzitter. Onze vraag, de vraag van Leefbaar gaat even over de tarieven van de afvalstoffenheffing. Als we naar het overzichtje kijken met de tarieven en dan met name de vaste tarieven van 2021 en 2022 dan waren de vaste tarieven in 2021 inclusief de ledigingen van de minicontainers en voor 2022 zijn de vaste tarieven exclusief de ledigingen van de minicontainers en dat vinden wij behoorlijk verwarrend. Dat heeft met variabel aanbieden te maken. Het lijkt nu goedkoper. Het vaste tarief is namelijk iets lager nu dan in 2021, maar achteraf komt in het slechtste geval nog 78 euro erbij als men hem 26 keer aanbiedt. Dus onze vraag is: waarom kiezen we niet voor een vast tarief en brengen we het variabele tarief in mindering? In de Combinatie vandaag staat ook een uitleg over het vaste tarief en variabelen, alleen nergens staat dat je die bedragen bij elkaar op moet gaan tellen en zeker nu die bedragen zo dicht bij elkaar lijken te liggen, vinden wij het behoorlijk verwarrend, dus de vraag eigenlijk is: waarom is hiervoor gekozen? En ja, wij zouden eigenlijk aanbevelen om dat wel ook anders te communiceren. De voorzitter: Dank u wel.
Ik zie de heer Rijsdijk, PvdA. U heeft nog een aanvullende vraag of een stapelende vraag. De heer Rijsdijk: Ja, dank u wel voorzitter, een stapelende vraag naar aanleiding van de vraag van de heer Ouwens. Ik ben het wel eens met wat hij zegt. De stijging van de lokale lasten is nu beperkter, maar inwoners krijgen dan met deze systematiek volgend jaar een naheffing. Dan zullen de lokale lasten veel forser stijgen. Geeft dit dan nu wel een zuiver beeld? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Piena, VVD Ridderkerk. U heeft ook een stapelende vraag. De heer Piena: Ja, dank u wel voorzitter. De vraag is: waarom is er van de oorspronkelijke systematiek afgestapt dat we gewoon al 26 ledigingen per jaar betalen? Dat dat bij dat vast recht komt en dat er achteraf gekeken wordt of mensen meer of minder ledigingen hebben gedaan of meer of minder vuilniszakken in de ondergrondse container, want dan hebben we in principe een redelijk egaal beeld en worden de mensen niet geconfronteerd met een grote prijsverhoging. Dank u. Pagina 42 van 55
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man, u heeft ook nog een stapelende vraag. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u. Dit was natuurlijk ook een van mijn punten bij de begrotingsraad en ik ben wel heel blij met de reacties die ik nu van collega’s krijg, want er is gewoon in 2019 door de raad vastgesteld, hetgeen de heer Piena zegt, we hadden een variabel tarief, dat is inclusief twee klepbewegingen of een keer ledigen in de twee weken en wanneer is dat beleid gewijzigd? Dat is voor ons niet duidelijk, dus graag een antwoord. De voorzitter: De vraag is helder. Mijnheer Oosterwijk, u heeft een vraag van mijnheer Ouwens, Leefbaar Ridderkerk, en stapelende vragen van drie collega’s. Kunt u ze beantwoorden. De heer Oosterwijk: Nou, ik ga het proberen, want dit is wel even ingewikkeld, mensen. Maar goed, zo gaat dat. Ik ga mij niet helemaal laten verleiden, dat woord gebruikelijk ook even bewust, om met elkaar een hele afvalstoffeninzamelingdiscussie en de tarifering daarvan eventjes over moeten gaan doen. U heeft volgens mij op allerlei momenten en daarover het gesprek met het college gevoerd met collega-wethouder Japenga. En daarbij zijn de thematiek zoals die naar voren is gekomen volgens mij ook gevoeglijk gewisseld en komt het er uiteindelijk denk ik gewoon op neer of u het ermee eens bent of niet. Dat is een.
Twee is als het gaat om tarifering daar kan ik wel even methodiek iets van zeggen. Het is volgens mij ook gewisseld in al die verschillende RIB’s die zijn ontvangen en gesprekken die zijn gevoerd dat even los van hoe je zeg maar variabel tarief en constant tarief of hoe noem je dat, variabel tarief en vaste tarief, hoe je dat als matig ziet, dat er natuurlijk ook gewoon ik noem het maar even exogene factoren zijn die als zodanig leiden tot een factor meer kosten bij afvalinzameling. Ik zeg maar even zo verbrandingstarieven die omhoog gaan, inzamelingskosten die stijgen, enzovoorts, enzovoorts, dat gaat allemaal in de tarifering van afvalstoffen uiteindelijk zijn plekje krijgen. Dus het is niet alleen een kwestie van het oude tarief alleen maar uitlijnen langs hoe was het toen en hoe het zit nu? En hoe is die variabele vaste differentiatie aangebracht? Het gaat er ook om dat je met elkaar meerekent en meeweegt dat er gewoon kostenstijgingsfactoren zijn. Nou, dat heeft u ook allemaal, en dat weet ik heel zeker, op allerlei plekken al een keertje voorgerekend en meegekregen. Want ik kan me nog echt wel de RIB’s en ook datgene wat in de P&C-documenten staat voor ogen halen, dus dat kunt u ook zelf nog wel eens even nalezen. Het derde punt is de manier waarop je zeg maar de belasting organiseert richting de inwoners.
Ook daar is wel eens een keer een woord over gewisseld en wij hebben ervoor gekozen om de inwoner niet te belasten met de voorfinanciering. Met andere woorden, alles maar eventjes generiek aan de voorkant in rekening brengen en achteraf kijken of iemand dat dan zeg maar heeft opgesoupeerd qua aantal klepbewegingen of kliko-aanbiedingen. Nee, nadrukkelijk. We hebben ervoor gekozen, arbitrair wellicht, maar toch denk ik echt wel met een goede motivatie, om onze inwoners niet eventjes als een financieringsvehikel te gebruiken aan de voorkant. Met andere woorden, gewoon simpelweg achteraf te belasten omdat het daar overtuiging van heel veel mensen ook de goede prikkel erin houdt. Als je toch al betaald hebt, nou ja, zal een deel van de samenleving denken, dan is het misschien wel zo dat je … Dan heb je in ieder geval niet de ultieme prikkel daarvoor. Het voorfinancieringselement daarvoor niet hebben willen kiezen, is vooral hetgeen wat hier voorligt. Hoe het allemaal destijds afgesproken was, hoe het uiteindelijk is geworden, daar moet u even niet bij de wethouder van financiën voor zijn. Daar heeft u zaken mee gewisseld met de portefeuillehouder zelf en dit is slechts de vertaling daarvan uiteindelijk een belastingsmethodiek. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, uw heeft een handje opgestoken.
U heeft nog een aanvullende vraag hierover? Mevrouw Van Nes-de man: Ja, ik vind uw antwoord een beetje bijzonder. Ik vind het wel bijzonder dat de wethouder het wegschuift. Enigszins begrijp ik het wel, maar daar kunnen wij niks mee. De raad heeft gewoon Pagina 43 van 55
vastgesteld dat het variabel tarief inclusief twee klepbewegingen en een lediging in de twee weken zou zijn. Wanneer is dat gewijzigd naar het niet voorfinancieren wat de wethouder zegt? Normaal is de belastingverordening een gevolg van of uitvoering van beleid en dit is gewoon nieuw beleid en dat is waar mijn vraag over gaat en daar ben ik heel benieuwd naar. De voorzitter: Wethouder Oosterwijk. De heer Oosterwijk; Voorzitter, ik denk dat we ook een klein beetje op het punt gaan uitkomen agree to disagree. Wat beleidsmatig is vastgesteld, is vastgesteld. Dat u daar wellicht nog een verschil van mening over heeft met het college dat kan zo zijn. Als het gaat om dat type vraag die raakt aan de beleidskant, ga ik u toch echt verwijzen naar de portefeuillehouder rondom afvalstoffeninzameling, de heer Japenga, en u bent zelf prima bij machten om dat dan nog eens een keertje met hem gevoeglijk te wisselen, maar ik kan mij toch echt wel voorstellen dat het al een paar keer over tafel gegaan is en daar wil ik het ook graag even bij laten. De voorzitter: Prima. Dank u wel wethouder Oosterwijk. Dan wil ik graag overgaan naar de heer Kooijman, ChristenUnie. U had twee vragen. De heer Kooijman: Ja, klopt. De voorzitter: Excuus, ik zie het handje van de heer Ouwens, Leefbaar Ridderkerk.
Mag ik die nog heel even voor laten gaan? Want ik neem aan dat die stapelend is op de vorige vraagstelling. De heer Ouwens: Dank u. Nou, meestal vraagt u of de vraag voldoende beantwoord is aangezien ik hem heb gesteld. Dat heeft u niet meer gedaan, dus bij deze wil ik nog even wat meegeven dat, nou, het is Leefbaar niet bekend dat die wijziging heeft plaatsgevonden, maar goed, dat kunnen we dan de volgende keer bespreken. De voorfinanciering … De voorzitter: Uw microfoon staat uit. De heer Ouwens: Excuus. Daar ben ik weer. Er geen iets niet goed. Zal ik hem maar even opnieuw? Nou, Leefbaar herkent deze wijziging dus ook niet, dus daar zullen we dan ook op terugkomen zo meteen tijdens de raadsvergadering. In 2021 hebben we ook dan de zogenaamde voorfinanciering al gehad waar mijnheer Oosterwijk over spreekt, dus daar wijzigt ook niks aan en wij denken, maar ook dat zullen we dan aangeven, want ja, in 2021 was het vaste tarief al inclusief de klepbewegingen en nu komt die er variabel bij en wij willen waken voor de uitgestelde teleurstelling, want zeg maar alsnog rekening krijgen in 2023 vindt Leefbaar erger dan het vaste tarief ophogen en in mindering brengen. Dat is even mijn ingeving. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ouwens. U kunt dit meegeven in uw bijdrage in de raad. Dan ga ik nu graag wel door naar de heer Kooijman, ChristenUnie. Twee vragen.
De heer Kooijman: Ja, dat klopt. Ik schakel even over naar de rioolheffing. Ik had al een aantal vragen erover ingediend en daar heb ik netjes antwoord voor gekregen waarvoor dank. Ik had daarop nog twee aanvullende vragen. Allereerst over panden die in eigendom zijn van de gemeente en onderverhuurd worden aan derden, daar wordt aangegeven dat die niet vrijgesteld zijn van rioolheffing. Moet ik het dus zo zien dat de bibliotheek op dit moment dus ook dan rioolheffing betaalt? En dan vroeg ik me af: hoe zit dat dan? Hoe gaat dat dan in zijn werk? Hoe wordt dan bepaald het deel dat de bibliotheek straks moet betalen? Omdat ze in een gezamenlijk pand zitten waar ook de gemeente gebruik van maakt. En de tweede vraag is, ja, ik snap ten Pagina 44 van 55
aanzien van ondernemers, daar maak ik mijn ook nog wel zorgen over en dat werd in deze tabel niet echt duidelijk behalve dan dat het natuurlijk wel duidelijk is van: je hoeft maar de WOZ-waarde te weten en dan weet je uiteindelijk wat het bedrag is dat iemand moet betalen, maar nou vind ik het zelf altijd wel lastig, en ik ben niet echt bekend in de huizenmarkt of de gebouwenmarkt, maar van een woning kan ik me er nog iets bij voorstellen wat de WOZ-waarde van een rijtjeshuis zou kunnen zijn of een vrijstaand huis of wat dan ook, maar voor een kledingwinkel in het Jorishof, ik heb daar totaal geen gevoel bij wat dan een WOZ-waarde zou moeten zijn van dat pand, dus wat dan een kledingwinkel straks moet gaan betalen. Dus hoe kan ik daar nou om een eerlijk oordeel te gaan vellen, kan ik daar nou enig gevoel bij krijgen? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Voorzitter, de eerste vraag rondom de bibliotheek die wil ik graag wel even doorspelen naar de heer Suijkerbuijk. Ik weet niet precies hoe op detailniveau met je zou kunnen zeggen gesplitst gebruikerschap dat uitwerkt of doorwerkt. Ik kan me voorstellen dat daar wel afspraken over zijn, maar hoe dat precies werkt dat weet ik niet. Dus dat is voor de heer Suijkerbuijk.
Dat andere element, ja, het blijft natuurlijk altijd een beetje lastig omdat je dan eigenlijk naam en rugnummer wil verbinden en daar vervolgens een WOZ-waarde van wil weten om vervolgens te kunnen bepalen hoe dat uitwerkt. Ik zou eigenlijk de heer Kooijman willen uitnodigen, dat kan prima, om eens in twee of drie je zou kunnen zeggen alle adressen of panden of voorbeelden te willen noemen. Dat kan ook gewoon ambtelijk desgewenst worden afgestemd, waar u dan aan denkt, zodat u er ook een beetje een beeld bij krijgt waar u uiteindelijk een besluit over neemt. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kooijman, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Nee. Oh, excuus, de heer Suijkerbuijk. De heer Suijkerbuijk: Dank u wel. Even een aanvullend inderdaad. Op het moment dat er een gebruikers zit in een pand, dat kan een pand van de gemeente zijn, maar dat kunnen natuurlijk ook andere verzamelgebouwen zijn, dan werken wij met het fenomeen objectafbakening binnen de WOZ-systematiek en dat betekent ook dat we hebben in gemeente op basis van het aantal vierkante meters dat in gebruik is, wat dan de verhouding is die dan van de WOZ-waarde moet worden doorberekend. Dus op die manier wordt straks ook de rioolheffing voor de niet-woningen aan die gebruikers doorberekend.
En als ik dan nog heel even mag, wij hebben 681 van de 2000 niet-woningen die straks op het minimale tarief uitkomen en daar zitten dus ook wel behoorlijk wat kleine winkeliers tussen, even voor de discussie. Uiteraard de uitnodiging die mijnheer Oosterwijk heeft gegeven die staat als u nog een aantal aanvullende informatie wil. Dan kunnen we dat natuurlijk uitzoeken voor u. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Ik denk dat ik zeker van dat aanbod gebruik gaan maken. Dank u wel. De voorzitter: Helemaal mooi. Dan ga ik nu over naar de heer Piena, VVD Ridderkerk. De heer Piena: Dank u wel voorzitter. Het waren nogal een groot aantal veroordelingen, dus neem mij niet kwalijk als ik misschien iets gemist heb daarin, maar we krijgen geen reclamebelasting. In de begroting is daar een X bedrag, iets van 150.000 euro uit mijn hoofd zeg ik nu voor opgenomen en die wordt nu bij de nietwoningen bij de onroerend zaakbelasting gebracht. Ik kan eigenlijk nergens terugvinden wat nu de basis is waarop die onroerend zaakbelasting opgehoogd wordt met die reclamebelasting en ik kan ook nergens in een Pagina 45 van 55
verordening vinden waar die 150.000 euro, en vergeef me als het geen 150.000 is, maar dat is een voorbeeld, waar die nu ergens in de Aldi folder weer terugkomt. Dus hoe gaan we dat nu bepalen? De tweede vraag is daaraan gekoppeld. We hebben nu voor de reclamebelasting die er dus niet komt, maar in de begroting een X bedrag opgenomen, maar wat is de basis voor dat begrote bedrag? En hoe gaan we dat de komende jaren doen? En hoe gaan we dat dan weer verrekenen met de onroerendzaakbelasting? De derde vraag gaat over de afvalstoffenverordening, artikel vijf daar wordt gerept over een aantal vrijstellingen met voor medisch gebruik. Echter, er wordt op geen enkele manier gezegd hoe we dat nu gaan bepalen en wie daarvoor in aanmerking komt en hoe dat geregeld wordt. Op welke wijze gaan we dat dan inzichtelijk maken? Daar laat ik het even bij, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat betekent dat u nu drie vragen … Ik heb er nu drie genoteerd in plaats van u had aangegeven vier. De heer Piena: Ja, daarom gaf ik net aan: ik verwacht er vier te hebben en dat zijn er drie geworden. Begrijpt u? De voorzitter: Ja, inmiddels wel. Ja, het duurt soms wat langer. Wethouder Oosterwijk.
De heer Oosterwijk: Ja, voorzitter op een reactie op de vraag van de heer Piena, en de heer Suijkerbuijk zal hier ongetwijfeld nog even wat over aanvullen, kan ik zeggen dat als het gaat om de reclamebelasting, die begroten we volgens mij op 114.700 euro, om het maar even concreet aan te geven, dat het volgens mij gewoon integraal in het OZB plaatje niet-woningen is opgenomen. Dus de volumekant is opgehoogd en dat is vervolgens weer vertaald met een percentage. Dat zit daar gewoon in en is niet zeg maar specifiek herleidbaar. Dat is gewoon in de totale methodiek meegenomen dat bedrag. Als het anders zit, dan hoor ik het wel. Het tweede punt, hoe werkt dat nou de komende jaren uit? Je kunt je voorstellen dat naarmate de reclame zeg maar op enig moment zou veranderen dat dat dan ook zelf veronderstellend weer effecten hebben op de OZB-kant. Ik weet niet of dat zo precies werkt. Ik denk het haast niet. Ik denk dat we vooralsnog gewoon uitgaan van dit bedrag en dat ook meerjarig op die manier gewoon vertalen. Maar ook daarvoor geldt: de heer Suijkerbuijk weet daar ongetwijfeld het precieze antwoord van. En artikel 50 geeft u ook een eerste schot voor de boeg mee.
Zonder dat ik even precies de verordening voor mijn neus heb, maar ik kan mij herinneren dat wij bijvoorbeeld als het gaat om medische aangelegenheden die zouden moeten leiden tot een bepaalde vorm van vrijstelling dat vooral hebben gezocht in de kant van klepbewegingen in de sfeer van: u betaalt gewoon in beginsel reguleer voor het aantal klepbewegingen wat je aanbiedt tot volgens mij even uit mijn hoofd, ik zat even met het getal 26 in mijn hoofd in ieder geval, het zal het aantal kliko-aanbiedingen zijn, maar in ieder geval dat normaliter gemiddelde aantal bewegingen van kliko’s en klepbewegingen en daar waar het zeg maar het aantal klepbewegingen te boven gaat, zou daar dan op basis van aanmelden en beoordelen dan ook een vrijstelling of een korting voor kunnen worden aangemerkt. Dat eventjes voor dit moment. De voorzitter: Dank u wel. De heer Suijkerbuijk, wilt u nog het een en ander aanvullen? De heer Suijkerbuijk: Jazeker. Wat de heer Oosterwijk heeft aangegeven, dat klopt. Ten aanzien van de OZB hebben wij 12,5 miljoen totaal aan opbrengsten en daar komt die 114.000 euro … De heer Suijkerbuijk: En nou daar komt die 114.000 euro van reclamebelasting gewoon bovenop. Vervolgens is het tarief berekend. En dat zal ook zo voor de toekomst de werkwijze blijven. Ten aanzien van medisch afval is het zo dat nu staat er in de verordening dat er een vrijstelling mogelijk is.
Vervolgens zal er op de nou ja de gebruikelijke kanalen ook aandacht aan worden besteed waarbij mensen die medisch afval hebben ook een Pagina 46 van 55
aanvraag daartoe kunnen doen. En het college zal daar nog nadere beleidsregels voorstellen. Dat is gewoon uitvoering van beleid. En die regels zijn nog niet gesteld. Maar die zijn wel in de maak op dit moment. En die worden uiteraard voor de aanslagoplegging door het college behandeld. De voorzitter: Dank u wel. De heer Piena, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? De heer Piena: Ze zijn beantwoord maar niet voldoende. Ik zit nog met die waardebepaling van die WOZ van de niet-woningen. Die worden vanuit de markt bepaald? En dan zeggen we dan gooien we er wat op. En nogmaals ik kan dat in de verordening niet teruglezen waar die 115.000 of 114.500 euro nou daar opgelegd worden. Daar moeten we toch ergens iets voor vastleggen. We kunnen toch niet zomaar zeggen dit is de waarde van het onroerend zaak. Daar zetten we een tarief op. En nu knallen we er nog eens 115.000 euro over het geheel op. Ik zou dat ergens in de verordening willen terugzien. Lijkt me wel zo netjes. En wat de beleidsregels betreft van die vrijstellingen heeft de raad daar niets over te vertellen? Wordt dat een collegebevoegdheid? Want ik kan me herinneren dat we daar hele grote discussies over hebben gevoerd, wie komt er nou voor in aanmerking, wanneer kom je in aanmerking? Hoe moet dat bepaald worden? Ook daar zien we dus niks van terug. Dat zijn mijn twee aanvullende vragen voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Oosterwijk, wilt u als eerste reageren? De heer Oosterwijk: Als het gaat om zeg maar je zou kunnen zeggen de methodiekvraag van de heer Piena van hoe werkt dat nou uit voor reclamebelasting invoegen op het OZB-volume niet-woningen et cetera stel ik mij gewon ook even voor dat we dat gewoon eventjes netjes op een rijtje voor u zetten, dat de overwegingen er zijn geweest om het te doen zoals het nu voorligt dan wel of het misschien toch een goede suggestie zou zijn om daar nog aan de methodiek iets nader over op te schrijven. Dat neem ik ook gewoon graag even mee de heer Suijkerbuijk om daar ook op terug te komen tijdig. Tweede punt, ik denk dat we toch echt hier op het vlak zitten van een collegebevoegdheid. Maar volgens goed gebruik is het ook zo dat u als raad daar ook uiteindelijk dan ook over wordt geïnformeerd wat dat die nadere beleidsregels met zoveel woorden zijn. Dus ik stel me zo voor dat we het zo doen zoals we het gebruikelijk ook doen. En dat u dat dan agendeert als u daar vervolgens wat van vindt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Piena, nog iets hieraan toe te voegen? De heer Piena: Nee helemaal goed, dank u wel. De voorzitter: Kijk, helemaal mooi. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Rijsdijk, PvdA Ridderkerk. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. Nog even over het tarief voor de afvalstoffenheffing.
Die tarieven zeg maar voor het restafval die zijn bepaald op 75 cent per zak of 3 euro per keer dat je de container aanbiedt. Wat ik me afvroeg, hoe zijn die tarieven bepaald? Is er gekeken naar andere gemeenten en zitten we ten opzichte van de andere gemeenten dan hoog, laag of in het midden? Wellicht dat daar iets over gezegd kan worden? Mijn tweede vraag is, er wordt minima die krijgen het nou ja het vaste tarief dat wordt kwijtgescholden. Dat ligt voor minima natuurlijk ook lager. Het variabeltarief zou dan wel betaald moeten worden. Dat wordt dan een soort naheffing. Dat kan natuurlijk voor mensen... dat is voor mensen natuurlijk best wel een hoop geld als dat 78 euro is. Is er bijvoorbeeld een mogelijkheid om dat gespreid te betalen? Is daar al over nagedacht? Mijn derde vraag die betreft de rioolheffing. Ik herken wel een beetje de worsteling die de heer Kooijman ook aangaf te maken. Misschien dat ik het uit de stukken had kunnen halen hoor. Dat geef ik gelijk toe. Maar mijn vraag is, waar komt nu zeg maar met die lastenverschuiving voor ja zeg maar voor Pagina 47 van 55
ondernemers het kantelpunt te liggen? Dat ondernemers zeg maar nou ja de pijn voelen van die verschuiving van lasten, dat ze meer kwijt zijn dan ten opzichte van de situatie hoe die was. En mijn laatste vraag, mijn vierde vraag, was een vraag afgevallen. Die heeft betrekking op ondernemers. Er is recent ook een rapport verschenen van het Centraal Cultureel Planbureau. Daaruit bleek dat ja zzp'ers het toch erg moeilijk hebben. Ja wat zijn de mogelijkheden voor kwijtschelding voor deze groep? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Oosterwijk, mag ik u als eerste het woord geven? De heer Oosterwijk: Ja zeker voorzitter. Als het gaat om de vraag rondom gespreid betalen voor ik noem dat maar even bij het variabele deel wat in de vorm van twee plus één uiteindelijk in rekening wordt gebracht bij de bewoners. Ik weet dat hij in algemene zin daar volgens mij ook gewoon regelingen voor hebben. Maar de heer Suijkerbuijk kent die allemaal uit zijn hoofd. En ik weet dat slechts in zijn algemeenheid. Daar komt meneer Suijkerbuijk even op terug. Als het gaat om het kantelpunt voor ondernemers, wanneer ga je nou feitelijk meer betalen dan dat je tot op heden betaalt? Ik weet zeker dat dat ook in de bespreking met Van der Bos zoals we dat hebben gehad ook aan de orde is geweest, dat dat ook inzichtelijk is gemaakt.
Ik denk zelfs ook dat het ergens in stukken staat maar daar moet ik echt even bij geholpen worden. Ik snap de vraag in ieder geval. Ik weet dat die al eerder is een keer langsgekomen. Dus het antwoord moet op zijn minst niet moeilijk te vinden zijn voor ons. Of we kunne het zo vertellen of het komt even later er nog aan. En het derde punt, zzp'ers, hoe werkt dat nou uit? Omdat zzp'ers het in zijn algemeenheid al niet altijd even gemakkelijk hebben. Ik stel mij denk ik zo voor dat het gros van de zzp'ers gewoon ook vanuit huis werkt en dan op die manier daar in ieder geval niet onder categorie van niet-woningen te scharen is. Er zullen ongetwijfeld ook andere voorbeelden zijn waarbij dat net even wat anders is. Maar normaliter zou dat denk ik ook aan de veilige kant zou je kunnen zeggen kunnen zitten, misschien uitzonderingen daargelaten van het verkrijgen van extra meerkosten. Ik denk dat dat enorm meevalt. Vanwege nou denk maar ook even de kleinschaligheid die met zzp'ers zijn vaak samenhangt. Maar ook daarvoor geldt de heer Suijkerbuijk die nodig ik graag via de voorzitter uit om daar nog wat op aan te vullen. De voorzitter: Natuurlijk. Meneer Suijkerbuijk, mag ik u het woord geven? De heer Suijkerbuijk: Dank u wel. Ja de volgorde gaat een beetje door elkaar. Maar vergeeft u mij.
Ten aanzien van hoe het tarief bepaald is rondom afvalstoffenheffing en dan met name de variabele het variabel tarief dat is berekend op basis van het gemiddeld aantal ledigingen wat ingeschat is. Vervolgens is natuurlijk een vast tarief bepaald en is het variabele deel bepaald. En zo zijn we dus op die 3 euro en die 75 cent uitgekomen. Ja daar is inderdaad al heel veel over gesproken dus daar gaan we... wij zitten vooral aan de uitvoeringskant. Dus vandaar dat wij gewoon nu in de verordening op die 3 euro en die 75 cent dat hebben opgenomen. Ten aanzien van gespreide betaling terecht dat de heer Oosterwijk zegt dat dat kan altijd. Gespreide betaling kan altijd worden aangevraagd door onze inwoners. Voor de ondernemers voor niet-woningen is het wel op aanvraag. Bij woningen is het eigenlijk standaard dat er in tien termijnen kan worden betaald. Dan was er nog een vraag over waar het kantelpunt ligt of het omslagpunt. En dat is bij 155.000 euro WOZ-waarde kom je op een rioolheffing van 80 euro uit. En die 80 euro dat is ook straks het tarief wat voor de woningen gehanteerd gaat worden. Dus bij een WOZ-waarde bij een niet-woning van 155.000 euro kom je ook op 80 euro uit per jaar. En een WOZ-waarde die hoger ligt kom je dus ook mondjesmaat hoger uit. Even kijken mis ik dan nog een vraag? Ja er was nog iets over kwijtschelding. En dat kan.
Zzp'ers komen ook voor kwijtschelding in aanmerking zolang het gaat over privé nou ja schulden privébetalingen. En dat is dan hier ook aan de orde. De voorzitter: Dank u wel. Meneer Rijsdijk, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord?
Pagina 48 van 55
De heer Rijsdijk: Jazeker voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik graag over naar mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. U had vijf vragen. Zijn dat er nog steeds vijf? Mevrouw Van Nes: Nee er is al wat van af. Want ja die ene die moet ik aan meneer Japenga stellen dat heb ik net al digitaal gelijk maar gedaan. Andere vraag wil ik misschien ook wel naar meneer Japenga dan. Maar ik weet niet of misschien meneer Suijkerbuijk daar een reactie op heeft. Wij zijn benieuwd hoeveel extra minicontainers voor restafval zijn er nou inmiddels verstrekt? En dat heeft er natuurlijk mee te maken van in hoeverre gaan mensen straks dan gewoon meer betalen dan alleen een lediging want dan kan je dus twee keer in de twee weken ledigen. Verder hebben wij toch een vraag over die vrijstelling in het geval van chronische ziekte of handicap. Ik begrijp dat er nog een uitwerking van komt, maar het is toch wel aardig als wij die natuurlijk krijgen die uitwerking voordat we die deze heffing vaststellen. Want er staat in de stukken dat de afvalstoffen van substantiële omvang moeten zijn als gevolg van chronische ziekte of handicap. Wie bepaalt wat substantieel is en wanneer is substantieel? Daarbij vind ik ook wel zoals het er nu staat van we kunnen bij aanvragen aanspraak maken op vermindering. Het gaat erom dat je op aanvraag minder gaat betalen.