2021-12-01-verslag-commissie-samen-leven.pdf
Tekst van het document
Dat gaat over dat … Nou, dan ben ik het helemaal … Ik ben nog steeds van mijn à propos, voorzitter. Dat gaat over dat vrij besteedbare budget. Maar dat hangt echt af van de antwoorden op de vragen die we krijgen. Die komen schriftelijk. Dus … De voorzitter: Dan houden we het even op debat. Als u daar nog over twijfelt. De heer Borst: Ja, graag. De voorzitter: De heer Overheid wil nog reageren en daarna kunt u allemaal uw handjes laten zakken. De heer Overheid: Wat CDA betreft kan het ook ter vaststelling. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb het idee dat niet … Ah, de heer Los wil reageren. Mijnheer Los. De heer Los: Ter vaststelling is ook prima voor ons. De voorzitter: Ik heb drie partijen ter vaststelling en in ieder geval de VVD wil het ter debat, omdat die zich nog niet kan uitspreken. Dus we hebben afgesproken dat als één het ter debat wil, dat we dat gaan doen. Ik hoorde wel opmerkingen over hele korte bijdrages. Welke spreektijd verwacht u te gaan, nodig te gaan hebben? Kan iemand mij daar een indicatie in geven? De heer, mevrouw Dirks? Mevrouw Dirks: Ja, twee, drie minuten. Zoiets? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Coule.
Pagina 17 van 28
De heer Coule: Wij zitten ook aan twee tot drie minuten ongeveer, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Ik zie wat hoofden knikken. Dan gaan we uit van twee, drie … Nee, ik zie twee vingers in de lucht gaan. Zullen we uitgaan van twee minuten? Ik zie nog meer, met een enkeling voor drie. Ik zie wel heel veel mensen reageren. Dus ik denk dat heel veel mensen wat gaan zeggen. Kunnen wij afspreken dat dit in drie kwartier afgehandeld wordt? Ja? Oké, wordt dit afgehandeld in drie kwartier. Dank jullie wel. 6.
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2022 De voorzitter: Gaan we door naar het volgende agendapunt. Dat is het agendapunt 6. Dat is de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk. Dit is ook ingestoken voor debat. Mocht u dat anders willen, dan horen wij dat graag. De portefeuillehouder is weer de heer Franzen, maar deze keer ondersteund door de heer Lekkerkerk. Mag ik eerst het woord geven aan de heer Franzen. De heer Franzen: Ja, ook hier is een vergelijkbaar betoog aan de orde. Nou, het IBSD is vastgesteld. We hebben de discussie, onder andere met de raad, gevoerd over de manier van aanbesteden. Voor die manier van aanbesteden moet ook de verordening worden aangepast, onder andere het belangrijkste is de manier van indiceren van huishoudelijke hulp. Dat gaan we op basis van uren doen en niet meer resultaatgebieden. Deze verordening is daar de basis voor. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vanuit de commissie vragen over dit onderwerp? Zo ja, hoeveel vragen wilt u daarover stellen? Ik zie de heer Nugteren. Hoeveel vragen wilt u stellen? De heer Nugteren: Drie vragen, voorzitter. De voorzitter: Drie? De heer Borst, hoeveel vragen heeft u? De heer Borst: Vier vragen, voorzitter. De voorzitter: Vier. De heer Coule. De heer Coule: Ik vrees dat ik er een stuk of negen heb.
De voorzitter: Negen, dan bent u waarschijnlijk niet het eerste aan de beurt. De heer Kranendonk. De heer Kranendonk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb twee aanvullende vragen op mijn schriftelijke vragen die ik al gesteld heb. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vanuit de commissie nog meer mensen die vragen willen stellen? Nee, u heeft … De SGP heeft inderdaad al schriftelijke vragen gesteld en de ChristenUnie ook. Die staan ook op de site voor de mensen die thuis meeluisteren. Mag ik eerst het woord geven dan aan de heer Kranendonk voor zijn twee aanvullende vragen. De heer Kranendonk: Ja, voorzitter, dat mag, maar dan brengt u mij een beetje in een lastig parket, want ik zit met mijn iPad en een scherm te wisselen tussen de verordening en de vragen die gesteld zijn. Ik ga het even proberen bij de eerste vraag en dan zoeken we ondertussen de tweede vraag even op, want dan moeten we even de extra bewoording vinden.
Pagina 18 van 28
De voorzitter: U mag ook rustig na mijnheer Nugteren hoor, dat is … Ja? …. Mag ik eerst het woord geven aan de heer Nugteren, die heeft drie vragen. De heer Nugteren: Dank u wel, voorzitter. Ja, mijn eerste vraag over de laagdrempelige inloop spreekuur, hoe vaak wordt hier gebruik van gemaakt en is er, stapelend daarop, dus eigenlijk mijn tweede vraag, is er een significant verschil in de corona periode? Mijn derde vraag, komt het wijkteam ook nog op huisbezoek? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik het woord geven aan de heer Franzen. De heer Franzen: Ja, wat praktische vragen. Het inloopspreekuur is laagdrempelig. Dus het ene moment komen daar meer mensen dan op het andere moment. Sommige inwoners zijn bang voor corona, dus dat zien we nu over teruglopen. Met name in die eerste lockdown was het aantal aanvragen voor het inloopspreekuur beduidend minder. Het wijkteam gaat nog steeds op huisbezoek. Dat is eigenlijk altijd zo geweest. Alleen, waar het in de eerste lockdown echt alleen maar in hele ernstige gevallen was. De rest dat met videobellen kon worden opgelost of telefonisch, is op die manier opgelost. Dus er zitten wel schommelingen in, in de frequentie. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Zijn daarmee uw vragen beantwoord, de heer Nugteren? De heer Nugteren: Ja, zeker, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Mag ik dan het woord geven aan de heer Kranendonk. De heer Kranendonk: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank voor het meedenken. Even, allereerst dank voor de antwoorden die al gegeven zijn. Ook fijn dat het allemaal zo snel kan. Ook de antwoorden op de vragen van de ChristenUnie, die hebben ons ook al een stukje weer gerustgesteld. Als ik even ga naar het antwoord wat u geeft op vraag, op mijn eerste vraag, dan gaat het over het verwijderen van laat maar zeggen het verslag. Dat het niet meer geldt als aanvraag. Nu vroeg ik mijzelf af, als nou de mensen echt niet in staat zijn om zelf die aanvraag in te dienen, dan kon vroeger het verslag helpen daarbij. Nu is dat weg als basis. Hoe gaan we die mensen helpen? Dan de tweede vraag. Dat gaat over waar het pgb specifiek niet meer voor besteed mag worden. Ik kan mij ook weer voorstellen dat er ook voor sommige mensen specifiek, daarom heb ik die vraag ook gesteld, wat staat bij B en C bij artikel 19. Als het gaat over het voeren van de pgb administratie en de ondersteuning bij het aanvragen en het beheren van de pgb, dat dat voor sommige mensen ook lastig is. Dat mag nu niet meer. Kunt u aangeven hoe we dat gaan oplossen? Dat waren mijn twee vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik het woord geven aan de heer Franzen. De heer Franzen: Ja, om met dat eerste te beginnen.
Het verslag wordt nog steeds gemaakt, maar die zijn nog steeds aan elkaar verbonden. Het heet alleen niet meer verslag in de verordening. Juist omdat er onduidelijkheid over was. Dus ik denk dat onze beelden dichter bij elkaar liggen dan blijkt. Wat betreft dat tweede. Die pgb-richtlijnen, noem ik ze maar even, hebben we gewoon gekeken wat zijn de landelijke richtlijnen. Juist om problemen later te voorkomen. Die hebben we één op één in deze verordening ook gezet. De oplossing ligt er vooral in, in het gesprek met de inwoner zelf, om te kijken van waarom wil iemand pgb en als het niet lukt wat kan dan wel en hoe kan je het op een andere manier oplossen. Dus ik denk dat daar heel praktisch naar gekeken kan blijven worden en dat er nog steeds maatwerk mogelijk is in bijzondere gevallen.
Pagina 19 van 28
De voorzitter: Dank u wel. Zijn daarmee uw vragen beantwoord, de heer Kranendonk? De heer Kranendonk: Ik ben redelijk gerustgesteld, voorzitter. De voorzitter: Dat is fijn. Mag ik dan het woord geven aan de heer Borst. De heer Borst: Ja, dank u wel, voorzitter. Het zijn er nog steeds vier bij mij. Hulp bij het huishouden wordt in deze nieuwe verordening inspanningsverplichting in plaats van resultaatverplichting geïndiceerd. Wat is de reden om van een resultaatverplichting naar een inspanningsverplichting te gaan? Mijn tweede vraag ligt in het verlengde van die eerste. Wat is het gevolg als deze inspanningsverplichting niet leidt tot de doelstelling van nou bijvoorbeeld een schoon en leefbaar huis? Wat gebeurt er dan? Mijn derde vraag. Bij artikel 19, lid twee zijn veel eisen opgenomen voor het aanvragen van een pgb. Waarom stelt u deze eisen voor mensen die een pgb aanvragen en niet voor een aanvraag zorg in natura. Zorgt er dan ook niet indirect voor dat een aanvraag voor pgb hierdoor ontmoedigd wordt? Dan mijn laatste vraag. In artikel 19, lid vier is expliciet opgenomen dat er geen vrij besteedbaar deel is binnen het pgb. Dat was in de voorgaande regeling overigens ook niet het geval, maar wat is dan de beoogde beleidsmatig effect om nu expliciet wel op te nemen dat er geen vrij besteedbaar deel is voor dat pgb? Dat waren mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Mag ik het woord geven aan de heer Franzen. De heer Franzen: Ja, ik heb even moeten bijschrijven. Wat is de reden, allereerst, dat we naar uren gaan. Dat is toch de ontwikkeling in de jurisprudentie, waarin gewoon wordt aangegeven dat het inhuren moet. Dan uw vervolgvraag. Wat als die inspanning niet leidt tot het beoogde resultaat? Als dat niet blijkt te … Niet helpt tot het gewenste resultaat kunnen verschillende zaken aan de orde zijn. Bijvoorbeeld het aantal uren is niet hoog genoeg, maar het kan ook zijn dat de kwaliteit die geboden is niet goed is geweest. Dus er zal altijd nader onderzoek moeten plaatsvinden wat er nou echt aan de hand is om tot een oplossing te komen. Dan die eisen met betrekking tot pgb’s en die zijn niet voor ZIN gesteld. Pgb wordt door de inwoner zelf aangevraagd en beheerd. Dus daar moet je van tevoren aan meegeven wat is het kader. Bij ZIN is het niet zo dat er geen eisen voor zijn, die eisen zijn er wel. Alleen die staan van in mindere mate in de verordening en in meerdere mate in de werkinstructie die de medewerkers hebben, want die medewerker geacht wordt juist te toetsen of iemand recht heeft op zorg. Wat betreft dat vrij besteedbare, dan kijk ik even de ambtelijke ondersteuning aan, de heer Lekkerkerk. De heer Lekkerkerk: Ja, dank voor het woord. De voorzitter: Spreekt u verder. Ja.
De heer Lekkerkerk: Ja, voorzitter, ik wacht even tot … De voorzitter: De heer Lekkerkerk, spreekt u verder. De heer Lekkerkerk: Ja, ik wacht even tot de microfoon van de portefeuillehouder uitstaat. Dan … De voorzitter: Die staat uit. De heer Lekkerkerk: Ja, dan horen we geen galm. Waarom hebben we nou dat expliciet erin gezet. Dat het vrij besteedbare deel … Er geen vrij besteedbaar deel is. Dat heeft te maken dat we graag willen dat geld uit het pgb besteed wordt aan zorg en dat dat ook duidelijk benoemd is in het budgetplan. Op deze manier zorgen we Pagina 20 van 28
daarvoor. Ze kunnen het geld goed oormerken en we weten waar dat aan besteed wordt, zodat we doelmatigheid en rechtmatigheid kunnen waarborgen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Lekkerkerk. Zijn uw vragen daarmee beantwoord, de heer Borst? De heer Borst: Dat is voldoende voor nu, voorzitter, ja. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik het woord geven aan de heer Coule. U had negen vragen. Heeft u nog steeds negen en als het er nog zoveel zijn, wilt u ze dan in blokjes van drie, vier opknippen? De heer Coule: Dat wil ik zeker, mevrouw de voorzitter. Ik zal ze in stukjes aanbieden. Wat betreft … Bent u het met het MBR eens dat de toegang tussen zorg met en zonder beschikking meer samenhang moet krijgen? Komt het pgb-vervoer terug? Vraag nummer 3 is inwoners zijn soms ontevreden over het verslag, maar het verslag wordt nooit aangepast. Komt daar verandering in? Gaat dat opgenomen worden ergens? En vraag nummer vier, op welke punten wordt de rechtspositie van de inwoner door deze verordening versterkt? Dat zijn mijn eerste vier vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Coule. Mag ik het woord geven aan de heer Franzen. De heer Franzen? Mag ik u het woord geven? De heer Franzen: Ja, ik kijk even voor de eerste vraag de ondersteuning aan. De voorzitter: De heer Lekkerkerk, mag u het woord. De heer Lekkerkerk: Dank voor het woord, voorzitter.
De vraag ging over hoe we voorliggende voorzieningen en maatwerk voorziening, hoe we die integraliteit daartussen waarborgen. Nou, dat vindt plaats in de onderzoeksfase na de melding. Daarin wordt het gesprek gevoerd met de inwoner en wordt gekeken wat de ondersteuningsbehoefte is en daarin wordt gekeken naar het hele zorglandschap hoe in die ondersteuningsbehoefte kan worden voorzien. Als dat kan met voorliggende voorzieningen, of eerstelijns zorg zoals we dat noemen, dan doen we dat. Als daar zwaardere zorg voor nodig is, dan wordt dat in de aanvraagfase van het proces ingezet. En ook in de andere vragen van mij, voorzitter. De voorzitter: Oké, ja, graag, mijnheer Franzen. De heer Franzen: Het pgb-vervoer betreft. De hoofdregel is wat betreft het pgb-vervoer. De hoofdregel is dat er collectief vervoer is. Dus dat is het voorliggend en dat betekent ook dat er in principe geen pgb mogelijk is, behoudens uitzonderingen. Wat betreft, als een inwoner het niet eens is met het verslag. In het verslag zelf is altijd ruimte om opmerkingen te maken, door de inwoner zelf of diens, diegene die hem of haar bijstaat. Daar wordt dan ook vaak gebruik van gemaakt en ook die passage wordt uiteindelijk meegenomen in het te nemen besluit. De rechtspositie van de inwoner was goed volgens de oude verordening en in de nieuwe verordening blijft dat hetzelfde.
Nog steeds is het mogelijk om rechtsmiddelen aan te wenden als een inwoner het niet eens is met de beslissing van de gemeente. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. De heer Coule, het volgende deel van uw vragen? De heer Coule: Ja, ik ga gelijk door. Ik moet zo meteen nog even … Waarom gaat u niet in op de klachtenregeling die juist gaat over de rechtspositie van de inwoner in de verordening? Vraag zes is, bij artikel 14.2 a praat u over collectief vervoer. Wat is daar precies de definitie van? Vraag zeven is, wat wordt verstaan Pagina 21 van 28
onder hulpmiddelen voor de korte en middellange afstand te overbruggen? Wat moet ik mij daar precies bij voorstellen? Er wordt in dat stuk ook gesproken over scootmobielen en handbike, maar in hoeverre kunnen we dan praten ook over een elektrische driewieler, waar dan ook het onderhoud en verzekeringen uiteraard bij zit. Dat zie ik niet terugkomen. Vraag negen, pgb gebruik voor eigen auto. Op dit moment wordt er heel erg gestuurd naar het vervoer van collectief, gebruik makend van collectief vervoer. Terwijl er mensen zijn met een aangepaste auto, die best een eigen auto nog kunnen rijden, maar daar wel een enige vergoeding graag in zien. Dit zien wij niet terug. We zien zelfs dat mensen die vrijheid kwijtraken door deze verordening. Dus dat zijn mijn vragen op dit moment, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Coule. Mag ik het woord geven aan de heer Franzen. De heer Franzen: Ja, wat betreft de klachten. Er is een klachtenregeling sociaal domein vastgesteld. We zijn ook aangesloten bij de Nationale Ombudsman, die gewoon een heel scala aan medewerkers heeft zitten als iemand het niet eens is met onze beslissingen. Nou ja, zoals eerder genoemd hebben we ook de bezwaarschriftencommissie die onafhankelijk kan kijken naar bezwaren die inwoners hebben.
Wat betreft collectief vervoer en ook … Collectief vervoer, artikel 14.2a, die geef ik straks even door aan de ambtelijke ondersteuning. Ik ga even door met de andere twee vragen. De hulpmiddelen, ja, daar vallen scootmobielen en handbikes onder. Dus dat zit erin. Dat is inbegrepen en wat betreft collectief vervoer of je dat dan om kan zetten in een pgb voor de eigen auto. Dat is één van de uitzonderingen waar ik het net over had. Ik denk dat het handig is als ik daar schriftelijk even op terugkom, om die uitzonderingsmogelijkheden op een rijtje te zetten voor u. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Heeft u ook de antwoord of die hulpmiddelen, of dat ook iets anders kan zijn dan de genoemde hulpmiddelen? Ik heb genoteerd een elektrische driewieler? De heer Franzen: Ja, ja, die vallen daaronder. De voorzitter: Dank u wel. De heer Coule, zijn dan uw vragen beantwoord? De heer Coule: Ja, dan zijn ze beantwoord, maar omdat in de verordening specifiek vermeld staat onder de hulpmiddelen de scootmobiel en de handbike, maar voor de rest niks, dacht ik dat het misschien beter was om die daar wel in te laten vermelden. De voorzitter: Wil de heer Franzen daarop reageren? Of … De heer Franzen: Ja, ik begrijp de opmerking van de heer Coule, maar wij interpreteren die definitie heel ruim, omdat als we daar limitatief iets moeten gaan opsommen.
Er zijn heel veel verschillende vervoersmiddelen, zoals ik net al zei, de scootmobiel, de handbike, de elektrische driewieler. Dat valt er allemaal onder. U kunt van mij aannemen dat we dat heel ruim interpreteren. De voorzitter: Oké, dank u wel. Het onderwerp staat ter debat. Is iedereen het daar nog mee eens? Ja. Ik zie in ieder geval een paar knikkende gezichten. Hoeveel minuten denkt u nodig te hebben? Ik geef eerst het woord aan mevrouw Stip, die heeft haar hand opgestoken. Mevrouw Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Wat ons betreft mag het stuk ter vaststelling.
Pagina 22 van 28
De voorzitter: Dank u wel. U kunt uw hand weer laten zakken, maar er zijn wel heel veel mensen die hun hand opgestoken … Of geknikt hebben net toen het voor debat ging. Dus ik denk dat we hier geen meerderheid voor gaan halen om het ter vaststelling te doen. Hoeveel minuten denkt u nodig te hebben voor het debat? Mag ik daarvoor het woord geven aan de heer Coule? De heer Coule: Wij zitten zelf ongeveer drie minuten te denken, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel en de heer Borst? De heer Borst: De VVD heeft aan twee voldoende. De voorzitter: Twee genoeg. De heer Los. De heer Los: Eén minuut, voorzitter. De voorzitter: Eén minuut. Mevrouw Dirks. Mevrouw Dirks: Doe ons ook maar drie minuten. De voorzitter: Begrijp ik goed dat een deel twee, drie minuten doet en een deel heel kort gaat reageren? Denken wij dan aan een behandeltermijn van drie minuten, of een spreektijd van drie minuten, maar een korte behandeltijd, omdat niet iedereen iets gaat zeggen? Dus dat we alsnog zeg maar binnen een half uur, max 45 minuten klaar zijn? De heer Kranendonk: Ja, voorzitter, ben ik het wel mee eens hoor, want we moeten ons ook een beetje beperken gezien alle agendapunten die op de website staan. De voorzitter: We moeten ons zeker beperken, maar ik durf eigenlijk niet dertig minuten te zeggen, want ik vrees dat dat net één slag te kort is.
Dus … De heer Kranendonk: Zelfbeperking zou ons sieren in dit geval. De voorzitter: Enige beknoptheid siert ons altijd. Maar goed, u weet hoe dat gaat. We stellen het in op veertig minuten. Dank u wel. Gaat het voor debat. 7.
Verantwoording Fractiegelden 2020 De voorzitter: Gaan we door naar het volgende agendapunt. Het volgende agendapunt is de verantwoording fractiegelden 2020, is agendapunt 7. Dit is informatie-uitwisseling en het gaat ter vaststelling naar de raad. Althans, dat is het voorstel. Als u zich daarin kunt vinden, dan hoor ik dat graag. Zijn er nog vragen over dit onderwerp? Ik zie geen handjes, dan gaat het ter vaststelling naar de raad. Ik neem aan dat we hier heel kort over doen. Zo te zien nog geen vijf minuten. Dank u wel.
8.
Ontheffing vereiste ingezetenschap wethouder L.J. Franzen De voorzitter: Gaan we door naar het volgende agendapunt en dat is agendapunt 8. Dat is de ontheffing vereiste ingezetenschap van wethouder Franzen. Dit is als voorstel gaat het ter debat naar de raad. Mocht iemand dat anders zien, dan horen we dat graag. Ik zou eigenlijk niet weten … Oh, de heer, de griffier. Het Pagina 23 van 28
voorstel is van de griffier, maar ik neem aan dat hij niet het woord hoeft te krijgen, want het voorstel is op zich heel duidelijk. Zijn er mensen die … De heer Franzen is bereid om vragen te beantwoorden. Partij 18PLUS heeft al schriftelijke vragen gesteld en die zijn inmiddels ook beantwoord. Zijn er nog meer vragen over dit onderwerp? Ik zie de hand van mevrouw Stip. Zijn er nog meer vragen? En de heer Ros en de heer … Oh, jongens. Mevrouw Stip, hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Stip: Eén vraag. De voorzitter: Eén vraag. De heer Ros. De heer Ros, zou misschien de microfoon aan kunnen doen? De heer Ros: Sorry, één vraagje, maar ik zou willen voorstellen dat mevrouw Stip eerst gaat. De voorzitter: Dank u wel. De heer Overheid? De heer Overheid: Eén vraag, voorzitter. De voorzitter: De heer Overheid en de heer Los. De heer Los: Eén vraag aan de griffier. De voorzitter: Eén vraag aan de griffier. Mevrouw Stip, aan wie heeft u een vraag. U kunt uw handen weer laten zakken allemaal. Mevrouw Stip: Ik heb een vraag aan de heer Franzen. Ja, mag ik? De voorzitter: Ja, u bent als … U heeft het woord. Mevrouw Stip: Partij 18PLUS heeft voorafgaand aan deze vergadering al schriftelijke vragen gesteld, die vandaag allemaal per mail zijn beantwoord. Waarvoor dank. De vragen en antwoorden staan op raad.ridderkerk.nl, dus die hoef ik niet allemaal te herhalen. Op één na.
Op onze laatste vraag of deze casus ook is voorgelegd aan het ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties, kwam vandaag een reactie van ditzelfde ministerie. Namelijk dat uit zowel de wetsgeschiedenis, als de systematiek van de gemeentewet blijkt dat de situatie niet is beoogd en de wetgever niet in een dergelijke mogelijkheid tot ontheffing heeft willen voorzien. De mogelijkheid tot ontheffing is bedoeld voor de situatie dat een wethouder van buiten de gemeente komt en niet omgekeerd. Onze vraag aan de wethouder is, wat hij nu gaat doen met zijn verzoek, nu blijkt dat dit niet volgens de wet is? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, voorzitter. Dit onderwerp gaat voor debat naar de raad. Wil de heer Franzen er op antwoorden? Of … De heer Franzen: Nee, voorzitter, ik heb het verzoek gedaan, dus het verzoek blijft staan. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan gaat het verder ter debat in de raad. Mag ik dan het woord geven aan de heer Ros. De heer Ros: Ja, ik zou eigenlijk bijna dezelfde vraag willen stellen in andere bewoordingen. Is de heer Franzen bereid zijn verzoek op één of andere manier terug te trekken om toch op een andere manier een oplossing te vinden? Door bijvoorbeeld nog even in Ridderkerk te blijven wonen. Pagina 24 van 28
De voorzitter: Die vraag is al beantwoord, denk ik. Of wil de heer Franzen nog iets aanvullen? Zo te zien niet. De heer Franzen: Ja, voorzitter, ik heb dat verzoek gedaan, ook omdat de verhuizing aanstaande is. Ik ben niet bereid om die verhuizing uit te stellen met een drietal maanden bijvoorbeeld. De ruimte die ik heb, zit in één of twee weken, maar echt niet meer. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik het woord geven aan de heer Los, die een vraag heeft aan de griffier. De heer Los: Ja, voorzitter, dank u wel. Voorzitter, ik heb net mevrouw Stip gehoord over het is niet volgens de wet. Ik heb navraag gedaan bij, niet bij de melkboer, maar een hoogleraar staatsrecht en die ziet geen enkel verschil tussen de status van wethouder Oosterwijk en de status van wethouder Franzen als het gaat over het verzoek tot ontheffing. Dus nou is mijn vraag aan de griffier, moet deze hoogleraar bij u op cursus komen? Of moeten we zijn statement naar de prullenbak verwijzen. Ik zou dat toch wel graag uitgediept antwoord hebben van de griffier. De voorzitter: Wil de … Ja, daar wil de griffier op antwoorden. Dat doet hij vanaf een afstandje in de microfoon. Dank u wel. De heer Los: Oké. De heer Van Straalen: … Aan de orde. De situatie rond wethouder Oosterwijk is ook heel anders. Het gaat daar niet om een verlening van een vergunning, een ontheffing, sorry, maar om een verlenging van een ontheffing.
Daar speelt dat het gaat om een wethouder die naar de gemeente toe zou moeten verhuizen. Dus de situatie is wat dat betreft echt verschillend. Dat is mijn korte reactie. De heer Los: Voorzitter … De voorzitter: Dank u wel. Ik hoor de heer Los reageren. Mag ik het woord geven aan de heer Los. De heer Los: Ja, voorzitter, dat heb ik ook wel gezien, maar een hoogleraar staatsrecht ziet geen enkel verschil. Dus ik denk dat de griffier nog maar eens zijn oor te luisteren moet gaan leggen, want zijn verhaal klopt niet. Er komt nog debat, dus daar zullen we het dan inderdaad maar een keer over hebben. De voorzitter: Dank u wel. Het is inderdaad ter debat, dus daar zullen we het verder laten. Ik zie de hand opgestoken van de heer Ros. Wilt u reageren op wat al gezegd is? Want anders zou ik graag eerst het woord willen geven aan de heer Overheid. De heer Ros: Ik zou willen vragen of de heer Los voor het, voor de komende raadsvergadering dat advies van deze hoogleraar aan ons toe zou kunnen komen, zodat we het allemaal kunnen zien. De voorzitter: Dank u wel. Heeft de heer Los het verzoek gehoord en wil hij daaraan voldoen? De heer Los: Ik heb het gehoord. Ik zie uit naar het debat. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik dan het woord geven aan de heer Overheid. De heer Overheid: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb ook een vraag aan de griffier.
Ik weet dat er dit soort situaties ook in het land hebben gespeeld en dat op ditzelfde artikel zeg maar een beroep is gedaan en dat dat Pagina 25 van 28
zeg maar wel gehonoreerd is. Dan vraag ik mij af van hoe rechtmatig is dat dan? En, nou ja, hoe staat dat dan in verhouding tot de stelling die hier dus net ingenomen is dat dit eigenlijk niet kan worden toegepast wat in den lande eigenlijk wel gebeurt. Dat vind ik dan heel vreemd. De voorzitter: De griffier heeft het slecht gehoord. Dus ik ga het proberen uw vraag te herhalen. In het land heeft dezelfde situatie ook gespeeld en daar is het wel gehonoreerd en hoe ziet u dat dan ten opzichte van de situatie hier, waarin er gesproken wordt om het niet te honoreren. Heb ik dat goed verwoord, de heer Overheid? De heer Overheid: Ja, prima. De voorzitter: Dank u wel. Griffier. De heer Van Straalen: Mij zijn ook gemeenten bekend waar soortgelijke verzoeken zijn gehonoreerd, dus de raad heeft besloten om wel ontheffing te verlenen. Er zijn zelfs gemeenten waar wij zelfs een aantal maanden die ontheffing is verlengd. Dus daar heeft de raad een standpunt over genomen. Het verzoek van de desbetreffende wethouder gehonoreerd. De voorzitter: Heeft u het allemaal goed kunnen verstaan? Ja? Dank u wel. Het onderwerp gaat ter debat. Uw vragen zijn gesteld. Hoe lang denkt u daarover te kunnen spreken? Ik zie de hand van mevrouw Stip. Mevrouw Stip: Ja, voorzitter, ik wilde aangeven dat het wat ons betreft ter vaststelling kan. De voorzitter: Het kan wat u betreft ter vaststelling.
Zijn er meer mensen die dit ter vaststelling zouden willen gaan? Dat zie ik niet. Mevrouw Van Nes. Wat is … Mevrouw Van Nes-de Man: Ter debat. De voorzitter: Ter debat. Zijn er … Hoe lang wilt u daarover spreken? Wat is de eerste termijn? Twee minuten? Is twee minuten de termijn? Ik zie een heleboel mensen kijken alsof het korter kan. Zullen we afspreken een maximale termijn van twee minuten met een totale behandeltijd van een half uur, omdat niet iedereen wat gaat zeggen? Mevrouw Van Nes-de Man: Ik wil graag drie, liever nog vier, maar ik wil terug naar drie minuten. Dan zal ik mij beperken. De voorzitter: Oké. Mevrouw Van Nes-de Man: Maar zeker drie minuten. De voorzitter: Zeker één, zeker drie minuten. Ik zie heel veel twee minuten. Kunnen we dan nog steeds afspreken dat we het binnen een half uur afhandelen. Als niet iedereen het zo uitgebreid doet en sommigen zelfs alleen een stemverklaring. Ja, dan houden we maximale spreektijd van drie minuten, maar doet u dat vooral niet en een behandeltijd van een half uur, want we hebben nog veel meer agendapunten op de staan met ons in aanmerking, of werden we op attent gemaakt. Dank u wel. U kunt uw hand laten zakken, mevrouw Van Nes. U heeft dat al gedaan.
Pagina 26 van 28
9.
Mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Gaan we door naar het volgende agendapunt en dat is de mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen. Mag ik vragen aan de wethouders of er nog mededelingen zijn vanuit deze regeling? Vanuit de Regelingen. Ik zie schuddende hoofden. Dus er zijn geen mededelingen. Mag ik aan de vertegenwoordigers van de, in de adviescommissie economisch vestigingsklimaat, MRDH, de heer Overheid vragen of daar nog, of u nog mededelingen heeft? De heer Overheid: Nee, geen mededelingen. De voorzitter: Geen mededelingen. Dank u wel.
10. Mededelingen college De voorzitter: Dan zijn we alweer aangekomen bij het agendapunt 10. Dat is mededelingen college. Zijn er dan wel mededelingen vanuit het college? Ik kijk de collegeleden aan. Nee. Ik zie schuddende hoofden. Nee, geen mededelingen. 11. Rondvraag leden De voorzitter: Dan gaan we naar rondvraag voor de leden. Zijn er nog vragen aan elkaar. Ik zie twee handen. De heer Borst heeft een vraag aan u en de heer Los heeft een vraag aan u. Geef ik eerst het woord aan de heer Borst. De heer Borst: Dank u wel, voorzitter. Het is een beetje aan de late kant, maar ik zat zo te denken. Ik hoorde net de griffier zeggen dat er voorbeelden waren vanuit Utrecht, meen ik, over agendapunt 8 gaat dit. Ik zou eigenlijk dan die voorbeelden wel willen hebben. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dat genoteerd. Ja, de griffier kinkt. Mag ik dan het woord geven aan de heer Los. De heer Los: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan 18PLUS. Er is een aantal keren het verzoek van de heer Oosterwijk langsgekomen voor ontheffing. Ik heb geen vraag gehoord, geen vraag gezien van 18PLUS. Nu ineens een lijstje vol. Mijn vraag is, waarom nu wel en toen niet. De voorzitter: Dank u wel. Interessante vraag, maar die horen bij het debat bij agendapunt 8 en we zijn nu bij agendapunt 11 rondvraag aan de leden van de commissie.
Dus, sorry, mijnheer Los, die vraag kunt u de volgende keer in het debat stellen. De heer Los: Nou, dan weten ze vast wat eraan komt, voorzitter. De voorzitter: Nou, dat is altijd fijn. 12. Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven De voorzitter: Gaan we door naar agendapunt 12. Dat zijn de raadsinformatiebrieven, die ter kennisgeving zijn gekomen. Mijnheer Borst, heeft u daar een vraag over of wilt u uw hand laten zakken? Oké.
Pagina 27 van 28
De heer Borst: Sorry, dat was abusievelijk. De voorzitter: Geen probleem. Zijn er vragen over de raadsinformatiebrief van de naamgeving gemeentehuis, hebben we generiek interbestuurlijk toezicht, de gr bar-organisatie, de tweede tussenrapportage, de Nederlandse hulproute. Nee, ik zie geen handjes of … Dus dan kunnen we daar aan door. 13. Ter kennisneming: overige stukken De voorzitter: Bij agendapunt 13 komen de overige stukken ter kennisgeving, ter kennisneming aan en dat is onder andere een nieuwsbrief van ondernemend Ridderkerk en van Jeugdzorg Nederland in relatie met de arbeidsmarkt. Als daar vragen over zijn, dan kan dat ook geagendeerd worden, maar ik zie daar niemand op reageren. 14. Ter afdoening: motie De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 14. Dat is ter afdoening van de motie. Dat is de motie 2019 nummer 51, bevorderen opkomst verkiezingen. Is die wel of niet afgedaan? Wat vindt u als commissie? Ik zie veel mensen positief knikken. Dat deze is afgedaan. Mijnheer Westbroek, wilt u daar nog op reageren? De heer Westbroek: Ja, voorzitter. Ik wil daar nog even wat over zeggen. Wij zijn positief dat deze motie heeft bijgedragen aan de inzet van de zogenaamde trotters bij de aankomende verkiezingen.
We betreuren het wel dat er niets terug te vinden is betreft het mobiele stembureau, de mobiele stembureaus, die zich toch wel bewezen hebben in andere gemeentes in Nederland. Partij 18PLUS heeft getwijfeld of deze motie is afgedaan naar tevredenheid, maar met de nieuwe verkiezingen voor de deur is het voor ons nu voldoende. In een nieuwe periode zullen we zeker verder gaan op dit onderwerp, voorzitter. De voorzitter: Oké. Dank u wel, de heer Westbroek. Dan hoeft deze … Kunnen we deze motie voor nu als afgedaan beschouwen en hoeft die niet geagendeerd te worden voor de volgende raadsvergadering. 15. Ter afdoening: raadstoezegging De voorzitter: Dan gaan we toe naar de volgende agendapunt. Dat is agendapunt 15. Dat is ter afdoening de raadstoezeggingen. Dat is de toezegging 2716, de voortgang kinderopvang toeslagaffaire. Is die naar uw mening voldoende afgedaan? Ik zie daar knikkende hoofden. Dus ik denk dat die ook voldoende is afgedaan en dan kan die naar … Hoeft die ook niet te worden geagendeerd bij de volgende vergadering. Dan hebben we toch zo weer vijf minuten gewonnen op de volgende vergadering. Sluiting De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij het laatste agendapunt, of bij het einde van de vergadering. Ik wil u allemaal hartelijk danken voor uw aanwezigheid en uw inzet. Ik zie u graag bij de volgende raadsvergadering weer terug. Dank u wel.
Pagina 28 van 28