CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-12-01-verslag-commissie-samen-leven.pdf

Commissie Samen leven RK 1 december 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag16.177 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woordelijk verslag vergadering commissie Samen leven 1 december 2021 1.

Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond mensen. Welkom bij de commissie Samen Leven van 1 december. Ik zie dat alle fracties vertegenwoordigd zijn, behalve de fractie van D66. Kunt u mij horen allemaal? Dat hoop ik. Zo niet, laat het even weten. Dit is de eerste keer dat ik deze commissie digitaal voorzit, dus mocht er ergens iets haperen, heb geduld met de voorzitter, die doet haar best. We beginnen met de opening van de … De opening heb ik net gehad, maar de vaststelling van de agenda. Zijn daar nog op- en aanmerkingen? Nee. Vanwege het nog even voor de mensen thuis, vanwege het coronasituatie is het dringende advies dat we anderhalve meter afstand houden en vandaar dat we vanavond digitaal de commissie doen. De commissie wordt live uitgezonden, dus iedereen kan meeluisteren en kan het ook achteraf nog terugkijken. Vriendelijk verzoek om pas te gaan praten als de voorzitter het woord heeft gegeven. Dat is ook heel overzichtelijk voor de voorzitter.

2.

Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: We gaan door naar agendapunt 2, naar het spreekrecht, maar daar hebben geen mensen zich voor aangemeld.

3.

Vaststellen besluitenlijst commissie Samen leven van 10 november De voorzitter: Dus we kunnen meteen door naar agendapunt 3. Dat is het vaststellen van de besluitenlijst van Samen Leven van 10 november 2021. Zijn daar nog op- of aanmerkingen over de tekst? Nee. Kunnen we dan door naar de actiepunten en de toezeggingen? Er wordt namelijk, in ieder geval een actiepunt aan toegevoegd en dat is dat in de vorige vergadering een gespreksnotitie is aangekondigd door Leefbaar Ridderkerk en Partij 18PLUS over de rib toezicht en handhaving. Met de bijlage van de boa, het jaarverslag van de boa. Dus dat komt er nog bij. Er staat nog een tweede toezegging. Dat is de vraag over instroom de Noord, maar die vraag is beantwoord. Dus die kunnen we als afgedaan beschouwen. Bent u het daarmee eens? Ja, dank u wel. Dan kunnen we denk ik de besluitenlijst zo vaststellen.

4.

Stand van zaken Visie wonen en zorg De voorzitter: Gaan we door naar het volgende agendapunt. Dat is de stand van zaken Visie wonen en zorg. Dat is een informatie-uitwisseling. Het is een presentatie. Meningsvormend, dus u kunt uw vragen stellen, maar we gaan eerst even kijken naar de presentatie die gegeven gaat worden. Het heeft samenhang met het integraal beleid sociaal domein. Het college gaat een korte presentatie geven. Daarbij worden ze geholpen door de deskundig ambtenaren, zodat wij inzicht krijgen in de belangrijkste maatschappelijke woonzorg opgaven, die wij tegemoet moeten zien. Er is een woonzorg-analyse gemaakt en die wordt ook gepresenteerd. Wij kunnen na de presentatie, vooral na de presentatie, vragen stellen en mocht het heel dringen zijn, kan het natuurlijk tussendoor. Mocht u thuis meekijken en later de presentatie terug willen zien. Die wordt bij de vergaderstukken toegevoegd. Dus u kunt hem thuis altijd nog een keertje nakijken. De portefeuillehouder is de heer Franzen, die is aanwezig. Hij wordt bijgestaan door de ambtenaren de heer Lekkerkerk en de heer Kamstra van Compaan. Zie ik iedereen? Ja. Wie mag ik het woord geven. Eerst maar de heer Franzen voor een introductie? De heer Franzen: Ja, dank u wel, voorzitter. Er is al veel gezegd.

Het is, wij vinden het fijn om de analyse met de commissie te delen, ook even te toetsen of wat onze bevindingen zijn ook overeenkomt met het beeld van Pagina 1 van 28

de raad. Er zijn drie belangrijke aandachtspunten. We hebben de woonzorg analyse gedaan. We hebben gekeken van hoe gaat het met de ouderen in onze gemeente? Wat hebben zij voor behoefte? Maar ook lichamelijk beperkten, verstandelijk beperkten. Als laatste, onze inwoners die beschermd wonen nodig hebben. Voor de resultaten kijk ik even de heer, aan Companen. Die heeft een hele mooie, uitgebreide presentatie klaargezet. Ik zie nog niks beginnen. De voorzitter: Dank u wel. Nee, ik zou ook nog graag even het woord willen geven aan de heer Oosterwijk, die was ik net vergeten te melden, maar die is natuurlijk net zo betrokken bij dit onderwerp. Ik weet niet of hij nog iets wil toevoegen? De heer Oosterwijk: Nee, dank u wel hoor. Ik zit hier een beetje op de achterbank, maar ik wil ook wel op deze manier bij betrokken blijven vanuit de dimensie wonen. De heer Laurens Franzen is als eerste portefeuillehouder vanavond aan zet. De voorzitter: Dank u wel, de heer Oosterwijk. Mag ik het woord geven aan de heer Kamstra? De heer Kamstra: Ja, graag, dank u wel. De voorzitter: Alstublieft. De heer Kamstra: Ik zal proberen om mijn scherm even te delen. Als het goed is kunt u dat nu zien. De voorzitter: Ja, wij kunnen het zien. Nu nog beter. De heer Kamstra: Ja, dank u wel. Dank voor de inleiding.

Wij zijn inderdaad als bureau gevraagd om voor de gemeente Ridderkerk een woonzorg analyse te doen en ook de gesprekken te begeleiden in het vertalen van die woonzorg analyse naar een actieplan wonen en zorg. We staan nu zo’n beetje, nou ja zeg maar halverwege. De analyse is afgerond. De eerste bijeenkomst over het actieplan is geweest. Er volgen nog meer bijeenkomsten. Dit leek een goed moment om u als raad bij te praten over de stand van zaak tot nu toe. Dus ik loop gewoon even door de presentatie. Het is ongeveer dertig sheets. Ik kan geen handjes zien of iets dergelijks. Dus ik ga gewoon door totdat ik hoor dat er iemand tussentijds een vraag wil stellen. Of doen we dat aan het eind? Maakt mij niet zoveel uit. De voorzitter: Als het dringend is, kan het tussendoor. Als het kan wachten, graag aan het eind en wat geclusterd. Het zijn dertig sheets, dus wellicht dat u uw informatie kort en krachtig aan ons kunt overbrengen? De heer Kamstra: Zeker. Dan ga ik er in één keer doorheen. Kijk, het actieplan wonen en zorg gaat dus over de combinatie van wonen en zorg. Zorg is een complex domein, waarin veel spelers zijn betrokken en waar meer speelt dan alleen wonen, maar de huisvestingsopgave is wel heel belangrijk om zorg goed te accommoderen.

Met de komende vergrijzing willen we in beeld brengen van wat is de toekomstige vraag naar zorg en hoe kunnen we die zo goed mogelijk huisvesten in Ridderkerk. Dat is de basis om vervolgens met verschillende partijen in gesprek te gaan. Eigenlijk is dit proces een vervolg op de woonvisie, die u als raad vorig jaar heeft aangenomen, want in de woonvisie is de afspraak opgenomen dat er een actieplan wonen en zorg komt en dat er ook een samenwerkingstafel wonen en zorg wordt opgericht. Wij zien de bijeenkomsten die leiden tot het actieplan als de aanloop ook naar die samenwerkingstafel, want als het plan er ligt, dan is de samenwerking nog niet afgerond. De stappen die gezet zijn, inmiddels is er een presentatie geweest, waarbij de analyse met de stakeholders is gedeeld op 23 november. Die delen we nu ook met u. Daarna komen er nog Pagina 2 van 28

een aantal andere bijeenkomsten om gezamenlijke strategie te bepalen, hopelijk uitmondend in een gezamenlijk statement, waarin partijen zeggen daar willen we naartoe in de toekomst op het gebied van wonen en zorg. Dat wordt dan weer vertaalt in een actieplan en ook op wijkniveau krijgt dat een vertaling. Dat loopt allemaal door tot de eerste maanden van volgend jaar. Het onderzoek, de analyse. We hebben een aantal onderzoeksvragen meegenomen. De wethouder zei dat ook al even. Wat is de verwachte ontwikkeling van de vraag van een aantal doelgroepen? Het gaat dus niet alleen om ouderen, maar het gaat om een breder spectrum van wonen en zorg. Ook mensen met een lichamelijke beperking, mensen met een verstandelijke beperking, of mensen die uitstromen uit het beschermd wonen en weer een reguliere woning nodig hebben. Dus naar die vier doelgroepen hebben we gekeken. Wij hebben gekeken naar de ontwikkeling van de vraag naar 2040. We hebben ook gekeken naar wat is het huidige aanbod aan woningen en woonvormen en hoe matcht dat zeg maar. Zitten daar tekorten in? Sluit vraag en aanbod op elkaar aan? Op dit moment en in de toekomst. Ik zou willen beginnen met de ouderen. Dat is ook de grootste groep. Het aantal ouderen in Ridderkerk, en dan definieer ik ouderen als 65-plus, is op dit moment zo’n 11.700, ongeveer een kwart van de bevolking.

Dit zal naar verwachting tot 2040 groeien naar 14.200. Maar belangrijker is misschien, als je het hebt over de huisvestingsopgave om te kijken naar het aantal huishoudens, want in ieder huis woont een huishouden. Je ziet dat het aantal huishoudens, waarbij tenminste één iemand van 65 jaar of ouder woont, op dit moment zo’n 7700 in Ridderkerk, zal toenemen naar zo’n 9600. Dus dat is een stijging van bijna tweeduizend huishoudens. Relatief zal het dan gaan van 36 procent van de bevolking naar 44 procent van het aantal huishoudens in Ridderkerk. Dat ziet u ook rechts aan die twee cirkels. De binnenste cirkel is de huidige situatie, waarbij blauw het aantal huishoudens is jonger dan 65 en de andere kleuren geven de verschillende leeftijdscategorieën boven de 65 aan. U ziet dus dat de oudere categorieën relatief harder groeien. Met name 75 tot 84 en 85-plus zullen behoorlijk in omvang toenemen tussen nu en 2040. Vervolgens hebben wij geprobeerd om die toenemende vergrijzing om te zetten in een prognose van zorgbehoefte, want niet iedere ouder heeft natuurlijk zorg nodig. Wij gebruiken daarbij het zorgtredemodel van de Nza, de Nederlandse zorgautoriteit. Die onderscheidt eigenlijk zes zorgtreden, waarbij zorgtrede één de lichtste is. Eigenlijk alleen gebruik van eerstelijns zorg, zoals de huisarts, maar verder zelfstandig wonend.

Zorgtrede twee is ook zelfstandig wonend, maar wel soms onder behandeling van een medisch specialist. Zo nemen die treden toe tot trede zes, is permanent opgenomen in een verzorgings- of verpleeghuis. U ziet aan de rechterkant, de balk geeft aan de verdeling van de 65-plussers landelijk over deze categorieën. Je ziet dat de meeste ouderen zitten in zorgtrede één of zorgtrede twee. Dus lichte zorgbehoefte en zelfstandig functionerend. Dat verschilt wel per leeftijd. Dus als je dat naar leeftijd uitzet, dan ziet u hier drie balken. De bovenste balk laat zien, de 65 tot 74-jarigen, die zitten in grote mate in zorgtrede één of twee. Dus alleen lichte zorg, maar de onderste balk, 85plus laat zien dat daar de zwaardere zorgtreden, zorgtrede vijf en zorgtrede zes veel grotere plek innemen. U weet wellicht dat we bij vergrijzing ook wel spreken van een dubbele vergrijzing. Dus er komen niet alleen meer ouderen, maar binnen de groep ouderen neemt de leeftijd ook nog toe en komen er dus relatief veel 85plussers bij de komende twintig jaar. Die een wat hogere zorgbehoefte hebben. Hier ziet u de geschatte ontwikkeling tot 2040 van het aantal personen naar zorgtrede.

U ziet eigenlijk, omdat het aantal ouderen toeneemt, nemen eigenlijk in alle zorgtreden het aantal mensen toe, maar de toename in de lage zorgtreden, de groene balken, is relatief geringer, dan de toename in de wat zwaardere zorgtreden. Dus u ziet hier een verzwaring relatief ook van de zorgvraag de komende twintig jaar. Vervolgens hebben wij die zorgvraag weer omgezet naar een geschatte woonvorm. Hoe zullen de ouderen dan over 20 jaar willen wonen? Wij onderscheiden daarbij vier vormen. Regulier wonen is eigenlijk een gewone, zelfstandige woning. Huur of koop, met eigen voorzieningen. Geclusterde woningen zijn ook gewone, zelfstandige woningen met eigen keuken, eigen toilet, et cetera, maar dan wel bij elkaar geclusterd in een hofje, in een aanleunvorm, in een 55plus complex. Je hebt daar heel veel verschillende vormen van, maar die kenmerken zich door het feit dat ouderen bij elkaar wonen. Dat daar een steunpunt is of een ontmoetingsruimte of een gezamenlijke zaal of Pagina 3 van 28

iets dergelijks, zodat ze ook elkaar tot steun kunnen zijn en ook het gezelschap kunnen zijn. Daarnaast onderscheiden we wonen met 24-uurs zorg, somatisch of psychogeriatrisch. Die vier woonvormen hebben wij geprognosticeerd naar de toekomst op basis van twee scenario’s. Een gewone demografische doorrekening, dus als er meer ouderen komen, komen er ook meer vragen naar alle vier de vormen. Dat is scenario één en scenario twee is een trendscenario, waarbij we ook hebben gekeken veranderen nou de woonvoorkeuren van ouderen in de toekomst? Want je ziet dat met name dat geclusterd wonen, dus zelfstandig wonen, maar wel in clusters bij elkaar, dat daar een toenemende behoefte aan is. Dat daar meer vraag naar is. De verwachting is ook wel bij bijvoorbeeld mensen die zorg leveren, dat dat aan de ene kant kan helpen om ouderen ook langer zelfstandig te laten wonen, zodat ze minder snel doorstromen naar een 24-uurs voorziening. Aan de andere kant is geclusterd wonen ook voor het leveren van thuiszorg prettig, omdat het dicht bij elkaar zit. Die trend vergelijken we met het basisscenario. Dan zal ik een paar grafieken laten zien. Hier ziet u twee grafieken, maar eigenlijk is het er maar één. Dus die grijs, geel, rode balkjes, die staan bovenop die groene aan de linkerkant. Zijn er alleen even naast gezet, omdat het anders moeilijk leesbaar is.

Want de grootste toename in behoefte aan woningen zal zitten in regulier wonen. Dat is de groene balk, want van 5700 nu naar 6900 in 2040. Dus ook in 2040 verwachten wij dat de meeste ouderen zelfstandig wonen in een zelfstandige woning. Je ziet wel dat het geclusterd wonen relatief wat harder stijgt, van 1400 naar 1800 en ook de 24-uurs zorg, met name de PG. Dementie speelt daar een belangrijke rol in, zal in Ridderkerk toenemen van zo’n 310 plekken nu naar 490 plekken in 2040. Dat zijn kleinere aantallen, maar natuurlijk wel duren en intensieve plekken. Dus dit is het basisscenario. Dan ga ik nu over naar de trendvariant. In de trendvariant zie je een sterkere toename van de grijze balken, van het geclusterd wonen, van zo’n 1500 nu naar zo’n 2400 over twintig jaar. Dat gaat deels ten koste van de groene balken, die ziet u ook iets dalen op een gegeven moment en deels ook zorgt dat voor een geringere stijging in de 24-uurs zorg. Die twee trends heb ik hier ook even naast elkaar gezet. Dan kunt u zien hier de totale behoefte aan bijzondere woonvormen, dus los van reguliere woningen. In het ene scenario stijgt hij van zo’n 2000 naar zo’n 2700 en in het trendscenario van zo’n 2000 naar zo’n 3200. Dus dat geeft een beetje de bandbreedte aan.

Toekomst voorspellen kun je nooit tot achter de komma en de werkelijkheid zal waarschijnlijk ergens in het midden liggen, maar dit geeft een beetje de bandbreedte aan waar u rekening mee moet houden de komende twintig jaar. Dan hebben wij ook gekeken naar mobiliteitsbeperkingen, want niet iedere oudere is afhankelijk van rolstoel of rollator. Dus heel veel ouderen kunnen nog gewoon traplopen, maar je moet er wel rekening mee houden dat onder de ouderen een bepaald percentage mensen op een gegeven moment een mobiliteitsbeperking krijgt en afhankelijk wordt van bijvoorbeeld een rollator of een rolstoel. Dat stelt eisen aan de woning, waarbij je moet voorstellen een woning die gelijkvloers is zonder drempels en ook de voordeur bereikbaar zonder trappen. Nou, op dit moment is dat een kleine drieduizend mensen die een mobiliteitsbeperking hebben. Dat zal toenemen in 2040 tot zo’n 3400, gaat om huishoudens hier. Dus er is een uitbreidingsbehoefte van zo’n 450 woningen die geschikt zijn voor mensen met een mobiliteitsbeperking. We hebben ook gekeken naar mensen met een lichamelijke beperking, die dus niet door ouderdom op een gegeven moment geen trap meer kunnen lopen, maar die bijvoorbeeld aangeboren beperkingen hebben. Dat is in Ridderkerk vergeleken met het Nederlands gemiddelde vrij laag. U ziet dat het in Ridderkerk nog niet de helft is van wat dat in Nederland gemiddeld is.

Als je kijkt naar het afgegeven aantal indicaties. Daaronder zie je weer twee door rekeningen. In het demografische doorrekening blijft de vraag naar woningen voor mensen met een lichamelijke beperking ongeveer constant, rond de twintig. Als we uitgaan van een lokaal woonscenario, waarbij meer mensen … Of waarbij eigenlijk Ridderkerk langzaam naar het Nederlands gemiddelde trekt, dan zie je wel enige toename, maar het gaat om enkele tientallen. Dus vergeleken met de vraag naar oudere vormen, zijn deze aantallen beperkt. Vervolgens hebben we gekeken naar de huidige woningvoorraad van de gemeente Ridderkerk. Dus de woningen die nu al in Ridderkerk staan. Hoe geschikt zijn die nou om de behoefte van ouderen op te vangen? Dan definiëren we geschikt als woningen waarbij alle relevante vertrekken, dus woonkamer, slaapkamer, badkamer, keuken, op dezelfde verdieping Pagina 4 van 28

liggen en de woning is ook zonder traplopen bereikbaar. Dus ofwel op de begane grond, of met een lift. Als je kijkt in Ridderkerk is maar ongeveer een kwart van de woningen voldoet aan de definitie. Dus maar ongeveer een kwart van de woningen is geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Nog zo’n veertig procent van de woningen is potentieel geschikt. Dat wil zeggen, geschikt te maken, doordat ze bijvoorbeeld ruim voldoende ruimte hebben om een traplift te plaatsen, waarbij ook de badkamers groot genoeg zijn om met beugels of steun of ondersteuning de woning wel geschikt te maken. Ongeveer één derde van de woningen, het blauwe segment, is eigenlijk niet geschikt en ook niet geschikt te maken, bijvoorbeeld omdat ze alleen met een trap bereikbaar zijn. Dus dit geeft aan dat de woningvoorraad op dit moment maar beperkt geschikt is voor de groei van het aantal ouderen de komende twintig jaar. Nou, hier staat nog even uitgesplitst tussen huur en koop. Je ziet dat huurwoningen veel vaker al geschikt zijn, vaker appartementsvorm met name. Dat wel koopwoningen wat vaker geschikt te maken zijn, omdat die vaak wat groter zijn, maar zo’n 42 procent van de koopwoningen is eigenlijk niet goed geschikt te maken voor ouderen met een mobiliteitsbeperking.

Als we dat uitsplitsen naar de leeftijd van de huidige bewoner, dan zie je aan de ene kant, zeg maar het goede nieuws is de groene balk, dat naarmate de leeftijd hoger wordt ook een groter deel van de mensen al in een geschikte woning woont. Dus van de 85-plussers in Ridderkerk woont ruim de helft al in een geschikte woning, maar je ziet aan de andere kant dat de grijze balk, dus dat mensen die in een niet geschikte woning wonen, die eigenlijk ook niet geschikt te maken is. Dat neemt wel wat af bij het stijgen van de leeftijd, maar als je bijvoorbeeld kijkt naar je 85-plussers, dan woont toch nog 22 procent van de 85-plussers in een woning die niet geschikt is voor ouderen. Althans, niet als je op een gegeven moment moeite krijgt met traplopen. We weten natuurlijk wel dat dat niet iedereen heeft moeite met traplopen, maar op die leeftijd kan het wel ineens gebeuren door een val of door verslechtering van de gezondheid dat men wel afhankelijk raakt van een rollator en als de woning dan niet geschikt te maken is, dan staan mensen voor soms situaties dat ze in korte tijd moeten verhuizen, omdat de woning niet meer geschikt is. Dus dat is best een groot percentage van de ouderen die daar op dit moment mee te maken heeft. Je zou eigenlijk rond het matchen van vraag en aanbod twee redeneringen aan kunnen houden. Ik leg ze u allebei even voor.

Redeneringen één is eigenlijk een preventieve gedachte dat het het beste zou zijn als er voor iedere 65-plusser in Ridderkerk een geschikte woning beschikbaar zou zijn, want mochten ze dan bij het ouder worden afhankelijk worden van bijvoorbeeld een rollator, dan hoeven ze niet alsnog te verhuizen, maar wij hebben gezien het aantal 65-plus huishoudens is ongeveer 7700, stijgt naar 9600. Het aantal huidige geschikte woningen is maar vijfduizend. Dus volgens deze redeneringen zou je dan een kort tekort hebben nu al van zo’n 2700 woningen en in 2040 loopt dat tekort op naar 4600 woningen. De tweede redeneringen, die zegt eigenlijk niet iedere oudere heeft een gelijkvloerse woning nodig. Niet iedere oudere heeft moeite met traplopen. Als je puur kijken naar het aantal ouderen dat echt een gelijkvloerse woning nodig heeft, dan zie je dat dat is op dit moment ongeveer drieduizend en dat stijgt naar 3500. Bij een voorraad van vijfduizend, zou je zeggen daar is voldoende voorraad voor. Je hebt zelfs een soort overschot, tweeduizend nu. Dat overschot daalt wel naar 1500 woningen. Alleen in de praktijk zijn die woningen natuurlijk allemaal bewoond. Het valt niet te voorspellen welke ouderen wel en welke ouderen niet een mobiliteitsbeperking zal krijgen.

Dus als je op de tweede variant gaat zitten, dan komen er wel ouderen op een gegeven moment in problemen die dan zouden moeten verhuizen naar een andere woning en die woning, het is maar de vraag of die dan beschikbaar is. Dan hebben we gekeken naar het aanbod van bijzondere woonvormen. We zien in Ridderkerk het aantal geclusterde woningen is op dit moment ongeveer 1100, vooral in de huursector. Het aantal plekken voor 24-uurs zorg, psychogeriatrisch, is 238 en 24-uurs, somatisch, 202. Er zijn nog een aantal initiatieven, zoals een Knarrenhof, in voorbereiding. Als we dat afzetten tegen de vraag, die we eerder lieten zien, dan zie je dat er nu al een soort tekort is met name aan geclusterd wonen. Dus er is meer latente vraag dan dat er aanbod is van een kleine vierhonderd plekken. Ook in de 24-uurs zorg is een tekort van zo’n honderd plekken. Dat tekort loopt naar 2040 op, afhankelijk van het scenario dat je kiest, tussen de 800 en de 1300 woningen geclusterd en tussen de 270 en 390 woningen in Pagina 5 van 28

24-uursvorm. Dus dat is een behoorlijk tekort wat je de komende twintig jaar voor de kiezen krijgt in deze gemeente. Tot slot hebben wij ook wat gekeken naar de andere doelgroepen. Mensen met een verstandelijke beperking en uitstroom uit beschermd wonen. Als je kijkt naar mensen met een verstandelijke beperking, dan zie je opnieuw dat dat in Ridderkerk minder vaak voorkomt dan in Nederland als geheel, 3,7 op de 1000 tegen 6,5 op de 1000. Je ziet is ook dat de aantallen beperkt zijn. In de demografische doorrekening zie je wel enige stijging, van de 160 plekken behoefte naar 200 in 2040. In het scenario lokaal wonen, waarbij we dus veronderstellen dat Ridderkerk steeds meer op Nederland gaat lijken, zie je een snellere stijging. Dan zou je tot 190 plekken extra nodig hebben. Ook hier is het afhankelijk van welk scenario zich ontwikkelt, hoe groot de kostenvraag zal zijn. We hebben hier ook gekeken naar het aanbod dit moment. Stichting Overburen en Stichting Pameijer bieden plekken aan voor verstandelijk gehandicapten en Siloah heeft nog plekken in voorbereiding. Dus op papier is er wel een tekort, het is wel een gering tekort op dit moment.

In de praktijk, in de sessie die wij hebben gehad met een aantal vertegenwoordigers van deze organisaties, die zeiden: nou, in de praktijk zien we op dit moment geen groot tekort, want een deel van de mensen met een indicatie ontvangt zorg thuis en een deel wordt op een andere manier opgevangen. Dus op dit moment is er nog geen zorgwekkende situatie voor deze groep. In de toekomst heb je wel enige uitbreiding nodig. Dan het beschermd wonen. Beschermd wonen wil zeggen wonen met woonbegeleiding. Is op dit moment regionaal georganiseerd, vanuit de centrumgemeente Rotterdam. Dat wordt in de toekomst wel gedecentraliseerd en een deel van de beschermd wonen indicaties wordt ook omgezet in wlz-indicaties. Daarom zie je ook in de grafiek een dalende lijn. Je ziet dat op dit moment, in 2021, nog zo’n 27 mensen uit Ridderkerk een indicatie beschermd wonen hebben en ergens worden opgevangen. Niet per definitie in Ridderkerk zelf, want dat kan ook best in Rotterdam zijn, maar die zijn wel afkomstig uit Ridderkerk. Wanneer de verantwoordelijkheid voor beschermd wonen wordt gedecentraliseerd, zou je dus rekening mee moeten houden dat je ongeveer 27 mensen in de eigen gemeente moet kunnen opvangen. Nou, de instroom en uitstroom per jaar schommelt tussen de vijf en de tien. Ook daar hebben we gekeken wat is het aanbod.

Stichting Overburen heeft tien plekken voor beschermd wonen, Stichting Pameijer 85. Die zijn wel flexibel, dus die kunnen zowel voor verstandelijk gehandicapten, als voor beschermd wonen worden ingezet. Dus er lijkt op dit moment geen kwantitatief tekort aan plekken voor beschermd wonen. Hoewel we dat niet helemaal zeker weten, want het is niet helemaal duidelijk hoeveel mensen staan er nog op de wachtlijst. Dus je kijkt alleen naar de verzilverde indicaties en er is wellicht wel een kwalitatief tekort, omdat er voor sommige groepen, bijvoorbeeld ASS, zijn jongeren met een autistische stoornis, die kun je niet zo goed mengen bijvoorbeeld met verstandelijk gehandicapten, omdat dat echt een aparte groep is. Dus er is misschien in aantal plekken geen tekort, maar er is wel behoefte aan bepaalde plekken voor bepaalde groepen binnen deze categorie. Nou, uitstroom beschermd wonen. Tussen de vijf en de tien per jaar stromen uit. Krijgen te horen dat ze weer in staat zijn zelfstandig te wonen en stromen door naar een reguliere woning. Die concurreren dan vaak met andere groepen op de woningmarkt, want dit gaat vaak om jonge alleenstaanden met een laag inkomen, die afhankelijk zijn van woningen onder de eerste aftoppingsgrens. Dus de goedkoopste categoriehuurwoningen. Het aantal mutaties en het aantal vrijkomende huurwoningen in die categorie is maar rond de veertig per jaar.

Dus als er al vijf tot tien van deze groep uitstromen, dan zie je dat dat al snel concurreert met andere groepen die aangewezen zijn op de allergoedkoopste voorraad. Samenvattend geeft de analyse dit beeld. Dit zijn de tekorten, dan wel overschotten, maar het zijn vooral tekorten de komende twintig jaar. Waarbij je in aantallen ziet dat het geclusterd wonen het grootste tekort laat zien, maar ook met name de 24-uurs zorg PG vraag nog om een behoorlijke capaciteitsuitbreiding, want dat zijn heel gespecialiseerde plekken. De conclusies van de analyse. Nou ja, een deel heb ik al wel gezegd. Je ziet oplopende tekorten in met name het geclusterd wonen en een deel van de 24-uurs zorg. Door de vergrijzing groeit de vraag naar geschikte woningen voor ouderen. Vraag en aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking lijkt redelijk in evenwicht. Aanbod beschermd wonen enigszins aan de krappe kant, maar goed, die plekken zijn uitwisselbaar vaak. Dus daar Pagina 6 van 28

moet je meer secuur naar kijken hoe je dat op wil vangen, maar de uitstroom concurreert met andere groepen op de woningmarkt. Tot slot wil ik u iets teruggeven van de sessie die we hebben gehad 23 november met een aantal partijen uit de zorg, met woningcorporaties, met partijen die op dit veld bezig zijn. We hebben ze een aantal vragen voorgelegd in de aanloop naar de verdere gesprekken die wij gaan voeren. Bijvoorbeeld welke strategie wilt u nou volgen om meer geschikte woningen te krijgen? Kon kiezen uit bijbouwen, bestaande woningen aanpassen, doorstroming bevorderen of meer bestaande woningen labelen voor 55-plus. Waarbij de bijbouw optie toch als meest genoemde naar voren komt. Het kan natuurlijk een combinatie van strategieën zijn. We hebben in een soort woordwolk gevraagd wat is nou de grootste opgave de komende tijd? Nou, het gaat wat ver om dat allemaal langs te lopen denk ik, maar u ziet veel plekken naar geclusterd, gespikkelde, begeleid, beschermd, dus een diversiteit aan vormen. De boodschap is eigenlijk je moet niet op één paard wedden. Je hebt verschillende vormen nodig en verschillende manieren om deze complexe opgave de komende twintig jaar te tackelen. Als grootste knelpunt … We hebben die woordwolk … De woorden worden groter naar mate ze vaker genoemd worden. Dus twee dingen spreken eruit.

Locaties, van we moeten bijbouwen, maar waar dan? En bewustwording, dus dat dit probleem eraan komt, moet misschien nog wat meer landen op de verschillende plekken in de gemeente. De conclusies van de gesprekken die wij tot nu toe hebben gehad. Bijbouwen zal dus zeer belangrijk zijn. Dat er meer woningen nodig zijn voor ouderen, maar ook een meer diversiteit nodig is in het aanbod voor ouderen, met name dat geclusterd wonen. Dat is er nu te weinig. De locaties wordt veel genoemd als knelpunt. De doorstroming van ouderen gaat niet vanzelf. Veel ouderen zien daar tegenop. Daar is begeleiding en inzet voor nodig. Nieuwe concepten, het gaat niet alleen over vier muren en een dak. Het gaat ook over het concept, in de zin van … Het voordeel van geclusterd wonen is ook dat men kan omzien naar elkaar. In de toekomst hebben we minder zorgpersoneel beschikbaar en juist meer ouderen. Dus we moeten ook naar slimmere manieren van samenwonen toe, zodat mensen elkaar beter kunnen helpen. Flexibeler inzetbaar, gaat niet alleen om de stenen. Let ook op de woonomgeving, dus de afstand tot voorzieningen, gelegenheid om elkaar te ontmoeten. Dus ook de woonomgeving speelt een belangrijke rol in deze opgave. Dat is wat mij betreft de presentatie, voorzitter. Ik zal hem even ontdelen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Kamstra.

Een uitgebreide presentatie die waarschijnlijk bij veel mensen duidelijkheid geeft, maar ook vragen oproept. Zijn er vragen vanuit de commissie over dit onderwerp? Zo ja, wie mag ik dan het woord geven? Wilt u uw hand opsteken als u vragen heeft? Dan zou ik dat moeten zien. Ja! Ik zie de heer Borst en de heer Overheid. Borst, Overheid, mevrouw Stip, mevrouw De Wolff. Mevrouw Dirks, hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Dirks: Ik heb er vier. De voorzitter: Vier. En de heer Borst, hoeveel vragen heeft u? De heer Borst: Eén, voorzitter. De voorzitter: Eén. De heer Overheid, hoeveel vragen heeft u? De heer Overheid: Twee. De voorzitter: Mevrouw Stip, hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Stip: Geen vragen, maar ik wilde gelijk de input geven, als ik daar de gelegenheid voor mag gebruiken?

Pagina 7 van 28

De voorzitter: Oké, mevrouw Wolff, hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Wolff-ter Beek: Eén. De voorzitter: Eén. Dan behandel ik de input van mevrouw Stip … Ik ga ervanuit dat dat kort is, als één vraag. Dan geef ik eerst het woord aan de eerste en dat is de heer Overheid, met één vraag. De heer Overheid. De heer Overheid: Ik had twee vragen, maar maakt niet uit. De voorzitter: Oh, u had twee vragen. De heer Borst had één vraag, sorry. Mijnheer Borst. De heer Borst: Ik had inderdaad één vraag. U heeft kort iets uitgelegd over die potentieel geschikte woningen en een niet geschikte woningen voor ouderen. U heeft een kort even geraakt aan wat de definitie daar nou precies van is, maar ik ben toch even benieuwd welke facetten daar nou een belangrijke rol in spelen, want het werd mij nou niet helemaal duidelijk op basis waarvan we dat onderscheid dan maken en wanneer een woning dan echt in die categorie ongeschikt terecht komt. Dus als u daar nog even kort iets over uit zou willen leggen, dat zou fijn zijn. De heer Kamstra: Zal ik gelijk antwoorden? De voorzitter: Ja, dank u wel. De heer Kamstra. De heer Kamstra: Ja, dank voor de vraag. Wij onderscheiden eigenlijk geschikte woningen op basis van de kenmerken die bekend zijn in de woz-bestanden.

Dus we zijn niet alle woningen in Ridderkerk binnengegaan, maar de definitie van geschikt wil zeggen: dat is dan geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking, dus mensen met een rollator of een rolstoel. Dus dat wil zeggen een woning is geschikt als alle essentiële vertrekken op dezelfde verdieping zitten. Dus de woonkamer, de slaapkamer, de keuken, de badkamer op dezelfde verdieping en dat de woning, dus de voordeur van de woning, zonder trappen is te bereiken. Dus die woning is ofwel op de begane grond gesitueerd, ofwel in een gebouw waar een lift aanwezig is. Dan vinden wij het een geschikte woning, omdat je dan bijvoorbeeld met een rollator zonder drempels, zonder traplopen, alles kunt bereiken wat je nodig hebt. Potentieel geschikt wil zeggen dat die woning daar niet aan voldoet, bijvoorbeeld de slaapkamer is op een andere verdieping dan de woonkamer, maar die woning heeft wel potentie in de zin dat bijvoorbeeld het trappenhuis, of de trap is groot genoeg om een traplift aan te brengen. De badkamer is groot genoeg om met beugels aan de gang te kunnen. Dus de woning heeft voldoende ruimte om aangepast te kunnen worden zeg maar. Een niet geschikte woning is dus ofwel heel klein, waardoor er geen traplift in past, of waardoor die badkamer heel klein is, of die woning heeft een voordeur waar je alleen kunt komen met een trap.

Dus bijvoorbeeld in een portiekflat zonder lift. Dan zeggen wij: die woning is niet geschikt voor ouderen. De voorzitter: Is uw vraag voldoende beantwoord, de heer Borst? De heer Borst: Dat is een helder antwoord, ik vraag me dan nog wel even af op welke facetten van het wozbestand u dan kijkt of er voldoende ruimte is bij een trap om een traplift te plaatsen, of hoe breed de deuren zijn. Waar gaat u dan op af? Hoe meet u dat af van de woz, van dat woz-bestand? De heer Kamstra: Ja, dat is een goede vraag, want wij kunnen niet alle plattegronden bekijken. Dus daar zitten aannames in. Op basis van … Kijk, het woz-bestand zit het totaal aantal kubieke meters van een woning en het

Pagina 8 van 28

aantal vierkante meters van een woning en ook het bouwjaar. We weten uit ervaring zeg maar bijvoorbeeld in welke bouwtijd hele steile trappen zijn gebruikt en welke bouwtijd het verplicht werd om bijvoorbeeld luie trappen te gebruiken. Er zit een soort staffelcombinatie in. Anders moet u dat nazoeken. Het gaat voor nu misschien wat ver, maar het is een combinatie van de omvang, het volume van de woning en het bouwjaar, is op een gegeven moment ergens een grens getrokken. Dat woningen die ouder dan een bepaalde periode zijn en ook minder kubieke meters hebben dan bepaalde … Dat daar mag je veronderstellen, weten wij uit de manier waarop in die tijd werd gebouwd, dat die waarschijnlijk een hele kleine badkamer hebben bijvoorbeeld en een hele krappe trap, maar als je dat precies wilt weten. Dat gebeurt natuurlijk ook in de ouderenzorg, daarom moet je gewoon een intake in de woning zelf doen. De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik denk een helder antwoord. Mag ik dan nu de vragen van mevrouw De Wolff? Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, voor uw heldere presentatie. Echt inzicht gevend. De conclusies denk ik zomaar dat dat voor heel veel gemeentes zal gaan gelden. Het zal geen typisch Ridderkerkse situatie zijn.

Zijn er volgens u ook al gemeentes die daar bijvoorbeeld al heel actief mee bezig zijn, waarvan je zegt: hé, daar zien we goede oplossingen? En misschien eigenlijk wel de vraag die daarachter zitten. Zijn hier wel goede oplossingen al voor te verzinnen? Want het lijkt me toch een enorm ingewikkeld probleem. De voorzitter: De heer Kamstra. Of de heer Franzen. De heer Franzen: Ja, in heel Nederland neemt bijvoorbeeld die vergrijzing heel veel toe. Dat is in Ridderkerk niet anders. Het blijkt uit de cijfers dat dat ook een hele grote groep is. Dus ja, er zijn andere gemeentes die daar ook mee worstelen en al denken aan oplossingen. Ik kijk alleen even de heer Kamstra aan of die een paar mooie voorbeelden kan noemen? Zodat de raadsleden dus ook … De voorzitter: De heer Kamstra. De heer Kamstra: Misschien zou ik eerst willen … U gerust willen stellen zeg maar het kan erger. Dus de vergrijzing in Ridderkerk. Het is een opgave van zo’n twintig tot dertig procent toename. Wij doen deze analyse bijvoorbeeld ook voor Barendrecht en Albrandswaard. Je ziet dat in Albrandswaard is de toename zo’n vijftig procent komende twintig jaar en in Barendrecht zelfs zestig procent. Dus die hebben een nog grotere opgave. U bent al wat meer vergrijst zeg maar. U heeft ook relatief al wat meer geschikte woningen. Kijk, wat … Aan de ene kant neemt de techniek natuurlijk toe.

Dus er komen steeds slimmere trapliften en je ziet steeds kleinere huizen toch redelijk uit de voeten kunnen. Wat ook wel helpt, is zeg maar doorstroom. Wat je in veel gemeenten ziet, ik weet niet precies in welke mate dat in Ridderkerk is, maar dan zie je dat ouderen wonen nog in eengezinswoningen. De kinderen zijn inmiddels uit huis, maar die ouderen zijn daar blijven wonen. Terwijl jonge starters wonen vaak in appartementen. Dus eigenlijk de jongeren wonen in geschikte woningen voor ouderen en de ouderen wonen in woningen die geschikt zijn voor jongeren om een gezin te beginnen. Dus de truc is met je bouwprogramma ook een beetje om zodanig bij te bouwen dat je die doorstroming optimaal in gang zet. Dat je met één nieuwe woning bijvoorbeeld drie of vier verhuisketens weet op te wekken en zoveel mogelijk mensen weet te verleiden naar een geschikte woning. Dat is een kunst op zich, waar in den lande natuurlijk over wordt nagedacht. Ik zei in het begin al van gok niet op een paard. Dus er zijn bepaalde dingen zijn op dit moment in de mode, die Knarrenhof bijvoorbeeld dat is in de mode. Je ziet heel veel gemeentes willen nu een Knarrenhof en dat is hartstikke goed. Dat is hartstikke leuk, maar dat gaat om dertig, veertig woningen. Op het aantal wat je nodig hebt, misschien wel duizend geschikte woningen extra nodig in Pagina 9 van 28

Ridderkerk, kom je er niet met twee of drie Knarrenhoffen. Je zult dus ook kijken moeten naar grotere uitbreidingen. Je zult ook moeten kijken naar wat kan de bestaande voorraad betekenen. Je kunt niet alles oplossen met nieuwbouw. Je zult ook in de bestaande woningvoorraad dingen moeten aanpassen. De voorzitter: Dank u wel. Het was een uitgebreid antwoord. Mag ik dan nu het woord geven aan mevrouw Stip? Mevrouw Stip: Ja, dank u wel, voorzitter. Ten eerste, dank voor de presentatie. Partij 18PLUS is voorstander van extra woonzorg functies in de wijk. Ridderkerk kent al een hoop van deze voorzieningen, zoals aan de Hortensiastraat en de Karper. Mooi in een wijk gecentreerd en Partij 18PLUS is geen voorstander van locaties bij winkelgebieden. Dat is het, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw inbreng. Het was een inbreng en geen vraag. Dus gaan we over naar de volgende vragensteller en dat is de heer Overheid. Hij had twee vragen. De heer Overheid: Dank u, voorzitter, en daar is er nog eentje van over, want de andere is al gesteld. Ten eerste, dank voor de presentatie, inderdaad een duidelijk beeld. Op een gegeven moment is benoemd dat de cijfers zijn gebaseerd op een trendvariant. Ik was even benieuwd waar dat op gebaseerd is, waar komt die gedachte vandaan? Waar is het op gestoeld zeg maar? De voorzitter: Dank u wel.

De heer Franzen of de heer Kamstra? De heer Franzen: Die ga ik even aan de heer Kamstra overlaten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kamstra. De heer Kamstra: Ja, dank u wel. Die trendvariant, maar u kunt het straks ook nalezen in het rapport, is eigenlijk een combinatie van drie trends. Waarbij een trend is bijvoorbeeld dat door de toenemende technische mogelijkheden het langer mogelijk blijft om thuis te wonen, ook als je meer beperkingen krijgt. Een tweede trend is dat wij zien dat ouderen de behoefte hebben om meer geclusterd bij elkaar te wonen. Je moet je voorstellen dat het gaat over de vraag. Dus het is niet zo dat men pas naar een 55-plus geschikte woning wil op het moment dat men beperkingen krijgt, maar je ziet in toenemende mate in den lande zien wij in gesprekken met klankbordgroepen, met ouderen, dat veel ouderen er over nadenken dat zij beter, als ze nog gezond zijn, al naar zo’n geclusterde vorm kunnen doorverhuizen. In anticipatie op mogelijke gezondheidsverslechtering. Je ziet dat dat dus wordt vertaald in een grotere vraag naar geclusterd woningen, bijvoorbeeld in zo’n Knarrenhof. Dat men denkt: nou, dan woon ik met ouderen samen en als ik dan een keer geen boodschappen kan doen, dan kan mijn buurvrouw dat voor mij doen. Dus de trendvariant verondersteld dat een toenemend percentage van de ouderen behoefte zal hebben aan een dergelijke vorm van wonen.

De voorzitter: Oké, dank u wel, de heer Kamstra. Is uw vraag daarmee beantwoord, heer Overheid? Mag ik dan het woord geven aan mevrouw Dirks? U had vier vragen. Mevrouw Dirks: Ja, dat klopt, voorzitter. Ik heb er nog steeds vier helaas, maar zal ik ze alle vier tegelijkertijd stellen? Of twee per twee? De voorzitter: Ik denk dat vier vragen, dat dat wel gaat lukken. Dank u wel.

Pagina 10 van 28

Mevrouw Dirks: Nou, dan begin ik natuurlijk met: bedankt voor de presentatie. Ik heb wat vragen naar aanleiding van verschillende locaties waar maatschappelijke opvang wordt geplaatst. Hoe wordt de belastbaarheid van een wijk bepaald? Dus bijvoorbeeld er is veel druk op de omgeving rond het Cruyff Court, zou je daar dan opvang van inwoners met een zware psychosociale willen huisvesten? Dan zo ja, hoe weeg je dat? Dus hoe bepaal je welke opvang in welke wijk komt? Zijn er gebieden waar bepaalde zorginstellingen bijvoorbeeld niet gewenst zijn of juist wel? Mijn derde vraag, wordt er dan ook gestuurd om een evenwichtige verdeling in Ridderkerk te maken tussen mensen met een identiteit, dus met een christelijke, islamitische achtergrond of niet gelovig, openbaar dus. Mijn laatste vraag gaat specifiek over een initiatief om een woonzorgcentrum te realiseren boven het Jorishof, wat is daar de status van? En ook aan de hand van andere initiatieven worden deze bestemmingsplannen in deze raadsperiode nog naar voren gebracht? Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Dirks. Mag ik eerst het woord geven aan mijnheer Franzen? De heer Franzen: Ja, om met dat eerste te beginnen. De locaties, hoe gaat het bepaald worden? We zitten nu vooral bij elkaar om de opgave te bepalen. Dus we willen nu weten van nou ja, klopt de opgave met het beeld wat de raad heeft.

Vervolgens zullen we inderdaad een actieplan aanbieden van wat gaat er nu concreet bijgebouwd worden of anders gedaan worden. Dat zal dan ook de basis zijn voor prestatieafspraken en dan kom je pas echt aan de individuele toetsing van concrete projecten toe. Dan wordt die leefbaarheid nadrukkelijk meegenomen te worden, want een locatie, een functie toevoegen of een functie wijzigen, dat moet gewoon zorgvuldig worden gedaan en de buurt moet daar ook in betrokken worden. Dan wat betreft er wordt gestuurd op identiteit. Dat is ook een belangrijk thema. Vraag en aanbod moet op elkaar afgestemd worden. Dus dat betekent dat er ook op het gebied van levensbeschouwing een aanbod gecreëerd moet worden, wat bij de vraag past, maar ook dat is echt iets wat straks nadrukkelijk naar voren gekomen bij de uitwerking van verschillende individuele projectjes of projecten. Dan kan je daar ook echt vorm aan geven. Het doel is ook om dat actieplan zo concreet mogelijk te maken dat het ook een afweging er is voor de initiatieven, zodat je ook kan zeggen: nou ja, in deze wijk hebben we nu voldoende voor dit gebouwd, dus deze wijk heeft de opgave volbracht. Ontwikkelaar kijkt vooral naar andere wijken, zodat je het wel uitsmeert over de verschillende wijken die Ridderkerk kent. Het woonzorg initiatief boven de Jorishof. Ja, daar kijk ik … Ja, hij zit daar wel.

Mijn collega de heer Oosterwijk en die weet van de hoed en de rand. De voorzitter: Mag ik het woord geven aan de heer Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Ja, ik wil mevrouw Dirks ook bedanken dat er ook nog even een vraag richting mij komt vanavond. Is wel zo leuk, dan ben ik ook niet voor niks erbij geweest. Laat ik het zo zeggen. De gesprekken ook met de ontwikkelaar die de gedeeltelijke invulling boven de Jorishof in de vorm van een zorgvoorziening, of een zorg gerelateerde voorziening, zo kan ik het beter noemen, zou willen invullen, die lopen goed. Omgevingstafels worden gehouden, alle aspecten die daarmee te maken hebben, die komen aan bod. U zult begrijpen als de component zorg bij komt kijken dat het ook weer even andere afwegingen vraagt aan een ontwikkelaar om daar voortgang op te maken. Of het nog deze raadsperiode zal leiden tot een bestemmingsplanwijziging, dat is nog even de vraag. Daar kan ik ook niet echt heel erg iets hards over zeggen. Alles richt er wel op om het zo snel mogelijk zeg maar voor elkaar te krijgen. Wat ik wel kan aangeven, is dat ook in het belang van de ontwikkelaar is om die bestemmingsplanwijziging, de ontwerpers aan de bestemmingsplankant, voorafgaand aan de inwerkingtreding van de omgevingswet te doen, want dat is een kritische datum. Ik heb wel gehoord dat daar zich alles in ieder geval op richt. De voorzitter: Dank u wel voor uw antwoord.

Zijn daarmee uw vragen beantwoord, mevrouw Dirks? Pagina 11 van 28

Mevrouw Dirks: Ja, heel erg bedankt. De voorzitter: Ja. Dan gaan we door naar mevrouw Van Nes, zij heeft haar hand opgestoken. Mag ik het woord geven aan mevrouw Van Nes. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u, voorzitter, maar het is voor een zienswijze. Ik vind de presentatie heel verhelderend. Ik vind het heel fijn om de cijfers en de zaken zo duidelijk op een rijtje te krijgen. De zienswijze van Burger op 1 is eigenlijk van cluster niet te veel, zodat toch jong en oud gemixt zijn. Dat jong voor oud klaar kan staan. De Neshoeve krijgt volgens mij een zorgfunctie. Dus volgens mij is dat net iets anders als dat hier bedoeld is. Verder is: kijk vooral hoe men ouderen die in eengezinshuurwoningen nu wonen, die daar al jarenlang wonen, hoe je die tegemoet kan komen in verhuizing naar een huurappartement, omdat die vaak tegen een enorme huurverhoging aanlopen vanwege het huurverleden van één woning. Ik denk dat daar ook best veel zit, als het gaat over de doorstroming bevorderen. Dus kijk ook vooral dat in die huur, hoe dat in die huursector kan. Dank u. De voorzitter: Dank u wel voor uw input, mevrouw Van Nes, namens Burger op 1.

Zijn er nog meer partijen die nu al hun zienswijze zouden willen geven naast 18PLUS en Burger op 1, die dat nu al zouden willen doen? Mevrouw Van Nes, kunt u uw handje weer laten zakken? Voor de mensen die dat toch alsnog willen doen, dat kan ook nog schriftelijk. Dat moet u wel reageren voor vrijdag 17 december. Voor vrijdag 17 december moet u dat dan aanbieden namens uw partij bij de griffie. Zijn er nog vanuit het college nog op- of aanmerkingen of afsluitingen? Nee. Mag ik … De heer Franzen: Nee, ik ben blij voor de oproep om het ook schriftelijk nog te doen. Zijn in ieder geval blij dat partij 18PLUS en Burger op 1 het nu al een voorproefje hebben gedaan. Gaan het allemaal meenemen. De voorzitter: Dan kan dat mee. Dan wil ik de heer Kamstra hartelijk danken voor de duidelijke presentatie. Dan komt er nog het een en ander uw kant op. Dank u wel. 5.

Verordening jeugdhulp gemeente Ridderkerk 2022 De voorzitter: Dan gaan we door naar het volgende agendapunt. Het volgende agendapunt is de verordening jeugdhulp. Dit is geagendeerd voor de raad. De inzet is ter debat. Mocht iemand daar anders over denken, dan hoor ik dat graag, maar ik zie daarop geen mensen reageren. Dus ik ga ervanuit dat het nog ter debat gaat. Portefeuillehouder is de heer Franzen. Er is ondersteuning door mevrouw Zomerdijk en ik hoop dat zij ook binnen is. Ik zie haar zo snel niet, maar ik hoop dat zij zo ook kan reageren. Mevrouw Zomerdijk: Ja, ik ben er. De voorzitter: Ah, gelukkig! Ik was … Blij dat u er bent. Mijnheer Franzen waarschijnlijk ook. Ik geef allereerst het woord aan de heer Franzen. De heer Franzen: Ja, dank u wel, voorzitter. Voor ons ligt een wijziging van de verordening voor onze eigen jeugd. Die wijziging is nodig, omdat we een IBSD hebben vastgesteld en we hebben ook samen keuzes gemaakt over van hoe richten we de wijkteams in. Eerder dit jaar hebben we daar ook een raadsinformatiebrief over verzonden. Dit is de uitwerking daarvan. Concreet betekent het dat de functiescheiding bij de wijkteams wordt ingevoerd vanaf 1 januari. Dat betekent dat indiceren en zorg verlenen twee verschillende functies worden. Indiceren zal door iemand in dienst van onze eigen gemeente Pagina 12 van 28

gebeuren en zorg verlenen dat gebeurt door een professionele zorgaanbieder. Die wijziging maakt dat er gewoon een nieuwe verordening nodig is. Daarnaast zijn er nog wat kleine wijzigingen in de jurisprudentie. Die zijn ook allemaal meegenomen in de huidige verordening die nu voorligt, zodat het ook toekomst bestendig is. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Zijn er vragen over dit onderwerp? Zo ja, wie mag ik het woord geven? Ik zie de heer Coule. Ik zie de heer Nugteren, mijnheer Borst. Ik zie drie vragenstellers. Mijnheer Coule, hoeveel vragen heeft u? De heer Coule: Ik heb vier vragen zo te zien. De voorzitter: Vier vragen. Mijnheer Nugteren, hoeveel vragen heeft u? De heer Nugteren: Ik heb één opmerking en vier vragen. De voorzitter: Mijnheer Borst, hoeveel vragen heeft u? De heer Borst: Twee vragen, voorzitter. De voorzitter: Twee vragen. Mag ik u dan als eerste het woord geven. De heer Borst: Dat mag zeker. Yes. In de oude verordening is in artikel 4.2.4, over de hoogte van het pgb, in lid drie de mogelijkheid opgenomen om een vrij te besteden budget van driehonderd euro te bieden. Deze mogelijkheid wordt in de nieuwe verordening niet geboden. Hij staat er niet opgenomen als zodanig in de toelichting op de wijzigingen.

Mijn eerste vraag is waarom het vrij besteedbare budget nu niet is opgenomen in de toelichting op de wijzigingen? Mijn tweede vraag is wat de reden is om de mogelijkheid tot een vrij besteedbaar budget nu uit de regeling te halen? Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Borst. De heer Franzen. De heer Franzen: Ja, ik kijk mevrouw Zomerdijk even aan, met deze concrete vraag. De voorzitter: Mevrouw Zomerdijk. Concrete vraag over de vrije besteding. Mevrouw Zomerdijk: Ja, ik kom daar later schriftelijk op terug op de vraag. De voorzitter: Dank u wel. De heer Borst, er wordt later teruggekomen op uw vraag. De heer Borst: Op de beide vragen? Of hoe … De voorzitter: Op beide vragen wordt later teruggekomen. Bent u het daarmee eens? De heer Borst: Ik vrees dat ik niet anders kan, dus ja. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we door naar de vragen van de heer Coule, want die heeft vier vragen en geen opmerking.

Pagina 13 van 28

De heer Coule: Nee, ik heb geen opmerking inderdaad. Dank u wel, voorzitter. Allereerst heb ik een vraag die voor punt 5 van de agenda, maar ook punt 6 van de agenda ook beslaat, maar komt wel precies op hetzelfde neer. Dus ik stel de vraag. Het maatschappelijk burgerplatform kijkt vanuit het standpunt van de burger. Heeft daar ook een stevig advies gegeven op deze verordeningen. Ze zijn er tegen. De reactie van het college is dat de opmerkingen eigenlijk gewoon terzijde zijn geschoven. Zo lees ik het. Alleen het advies om een folder uit te geven is overgenomen. Wat denkt u over de expertise van het maatschappelijk Burgerplatform? En welk effect heeft dit op dit moment op de motivatie van de betrokken inwoners op deze manier. Dat zijn de eerste twee vragen, misschien dat daar eerst … Of moet ik ze alle vier doen? De voorzitter: Nee, stelt u ze alle vier maar. De heer Coule: Dan ga ik gelijk door. Er wordt ingezet … Er wordt zorg ingezet die niet is opgenomen in het register effectieve zorg. Hoe evalueren we de resultaten hiervan? En mijn laatste vraag. De wet verhindert verbeteringen niet en er is al veel mogelijk, maar waarom kiest het college voor de bestaande weg en is er geen traject voor verbetering ingeslagen? Binnenkort komen er tenslotte ook adviezen uit het rijk en ik ben gewoon heel erg nieuwsgierig daarnaar. Dat zijn mijn vragen.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Coule. Mag ik eerst het woord geven aan de heer Franzen en mijnheer Kranendonk, ik heb gezien dat u uw hand heeft opgestoken. Eerst het woord aan de heer Franzen. De heer Franzen: Ja, dank, voorzitter. Het MBR heeft een advies uitgebracht. De MBR heeft verschillende punten aangedragen, bijvoorbeeld de reikwijdte van de jeugdwet, maar ook de extra middelen bijvoorbeeld. Dus dat zijn punten die zijn zeker van belang, die nemen we ook zeker mee. Alleen, er is wel een probleem. Op dit moment zijn die wijzigingen, die in die rapporten staan, die hebben nog geen wettelijke basis. Dus de regering in Den Haag heeft daar nog geen uitspraken over gedaan. Dat betekent dat we op dit moment onze eigen verordening daar nog niet mee in lijn kunnen brengen. Dus waar we voor gekozen hebben, is om nu onze verordening aan te passen aan de dingen die nu spelen. De dingen die nu volgen bijvoorbeeld uit jurisprudentie of beleid. Dat gaat ook vanaf 1 januari aanstaande in. Dus die verordening moet ook voor die tijd worden vastgesteld en als er wijzigingen in de jeugdwet bijvoorbeeld komen, dan is dat een gelegenheid om de verordening opnieuw erop aan te passen, zodat je doorlopend een goede verordening hebt. Dan kijk ik nog even aan. Over de MBR specifiek. We hebben het MBR erg hoog zitten.

We gaan ook daarom de dialoog aan met het MBR om te kijken van wat wel kan. Onze antwoordbrief zal ook worden toegelicht in een vergadering van het MBR, zodat daar ook de dialoog echt gaat plaatsvinden. De voorzitter: Dank u wel, de heer Franzen. Ik had nog een vraag over niet effectieve zorg zag ik en heb ik genoteerd en een laatste vraag, maar die heb ik niet genoteerd. De heer Franzen: Ja, de evaluatie van de resultaten en de effectieve zorg. Kijk ik even mevrouw Zomerdijk aan. De voorzitter: Mevrouw Zomerdijk. Mevrouw Zomerdijk: Zouden de twee vragen nog een keer herhaald kunnen worden? De voorzitter: Mag ik het woord geven aan de heer Coule. Kunt u de laatste twee vragen nog even herhalen? De heer Coule: Ja, er wordt zorg ingezet die niet is opgenomen in het register effectieve zorg. Hoe evalueren we daar de resultaten van? En de andere vraag is, de wet verhindert verbeteringen niet. Er is altijd zoveel Pagina 14 van 28

mogelijk. Waarom kiest het college voor de bestaande weg en zet het college geen traject in voor verbetering? Dat zijn mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Coule. Volgens mij heeft de laatste vraag die u stelde, is wel behandeld door de wethouder. Dus dan blijft naar mijn idee alleen de vraag over, over niet effectieve zorg. Mevrouw Zomerdijk. Mevrouw Zomerdijk: Ook hier kom ik later schriftelijk op terug. De voorzitter: Dank u wel. De heer Coule, zijn de vragen voor nu dan voor u beantwoord? De heer Coule: Voor mij wel, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik dan het woord geven aan de heer Kranendonk. De heer Kranendonk: Voorzitter, dank u wel. Het is niet meer nodig. Ik wilde alleen de opmerking maken over de vragen die de heer Coule stelde, want dat waren volgens mij inhoudelijke vragen en geen technische vragen. Vooral de eerste twee, maar ze zijn beantwoord en mijnheer Coule zal tevreden zijn denk ik. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik dan het woord geven aan de heer Overheid. De heer Overheid: Ja, dank u wel. Ik vraag nog even antwoord van de heer Franzen op de vraag van de input van de MBR. Begrijp dat het op landelijk niveau eerst nog bepaald moet worden.

Dus er liggen adviezen waar we nu zeg maar op onze eigen niveau niets mee kunnen, maar hoe wordt gemonitord dat zeg maar het landelijke wat dadelijk eenmaal wordt aangenomen zeg maar een mogelijke uitbreiding op onze regeling betreft. Dat dat wordt meegenomen in onze regelingen en of de adviezen van de MBR, die daarop aansluitend of dat we ook nog de input van de MBR op landelijk niveau mee kunnen geven. De voorzitter: Dank u wel. De heer Franzen. De heer Franzen: Ja, kijk, wat het MBR nu adviseert waar we nu nog niks mee kunnen dat onthouden we. Waar mogelijk nemen we dat mee in onze lobby richting het rijk. Maar goed, dat is een langere termijn dan nu. Als die ontwikkeling vanuit het rijk echt komt naar ons, dan zullen we opnieuw het MBR om advies vragen, want elke wijziging van de verordening betekent gewoon dat we de hulp van het MBR nodig hebben. Dus op die manier houden we wel die dialoog over de punten die het MBR aandraagt en nu niet zijn meegenomen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Is daarmee uw vraag beantwoord, de heer Overheid? De heer Overheid: Ja, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wilt u dan uw handje laten zakken? Dan zijn we aan het einde gekomen denk ik van de technische vragenronde. We zijn het er nog steeds mee eens dat dit voor debat gaat. Ik zie een hand van de heer Nugteren. Bij mij staat alleen de heer Tom.

De heer Nugteren, mag ik het woord geven. De heer Nugteren: Dank u wel, voorzitter. Ik had ook nog wat vragen, maar u slaat mij nu gewoon over. De voorzitter: Ik zag uw hand niet, sorry. Dus u bent van harte welkom om uw vraag te stellen. Pagina 15 van 28

De heer Nugteren: Oké, nou, dank u wel. Mijn opmerking ten eerste was dat mij opviel dat je geen was/wordtlijst bijstond, zoals bij het volgende agendapunt wel staat. Verder had ik nog vragen. In het voorstel bij 1.4, motie herindicatie, staat er dat de verwachting is dat het proces sneller zal verlopen en de vraag van Leefbaar is, hoeveel sneller de verwachting is? Mijn tweede vraag, die komt uit de toelichting. Bij het puntje werkwijze wijkteams, daar staan twee bullets over de professionals die besluiten nemen van toekennen of weigeren en professioneels van het verhelderen. Nu vragen wij ons af of dat dezelfde professionals zijn die dus eigenlijk het probleem in kaart brengt en vervolgens beslist of er op wordt toegekend ja of de nee? De volgende vraag die we hadden. Dan staat er toegang jeugdhulp via de gemeente en dan wordt er over onderzoeksrapporten vertelt en dat deze op aanvraag worden opgesteld. Is dat voor elke aanvraag of wordt er nog onderscheid gemaakt tussen verschillende aanvragen? Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik het woord geven aan de heer Franzen, voor deze drie vragen. De heer Franzen: Ja, dank u wel, voorzitter. De opmerking wat betrekking tot de was/wordt-lijst. Ja, die nemen we mee.

In dit geval is de verordening zo anders dan de vorige verordening dat we geen was/wordt-lijst hebben gedaan, maar een algemene toelichting, omdat sommige artikelen gewoon nog hetzelfde zijn, maar staan op een totaal andere plek. Ook de benadering is soms wat anders, waardoor een was/wordt-lijst niet helemaal lukte en we het via een algemene manier hebben gedaan. Uw eerste vraag gaat over de heer indicatie, hoeveel sneller. Ik kijk mevrouw Zomerdijk even aan van hoeveel weken sneller het nu gaat worden, volgens de verordening. De voorzitter: Mevrouw Zomerdijk? Mevrouw Zomerdijk: Ja, ik kan niet precies aangeven hoeveel sneller, behalve dat we gewoon echt verwachten dat het effectiever is en daardoor dus sneller en eenvoudiger is. De voorzitter: Dank u wel. De heer Franzen. De heer Franzen: Ja, dan wat betreft die werkwijze. Ja, we hebben echt een scheiding gemaakt vanaf 1 januari in het indiceren aan de ene kant en het zorg verlenen aan de andere kant. Dat betekent dat de medewerker die indiceert ook in dienst is van de gemeente. Degene die indiceert, bepaalt dan ook welke beschikking uiteindelijk wordt afgegeven. Als daar twijfel over is, kunnen degenen die indiceren onderling ook nog overleggen. Dus zo borgen we gewoon op de werkvloer dat de juiste indicatie wordt afgegeven. Dan de vraag over de toegang jeugdhulp bij de gemeente. Kijk ik mevrouw Zomerdijk even aan.

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zomerdijk. Mevrouw Zomerdijk: Ja, daar kan ik volmondig ja op antwoorden. Altijd als een aanvraag wordt gedaan, wordt er een onderzoeksrapport opgemaakt. De voorzitter: Dank u wel. Heeft de heer Franzen nog een aanvulling? Zijn uw vragen daarmee beantwoord, de heer Nugteren? De heer Nugteren: Nou, ik wil nog wel even terugkomen, voorzitter, op het snelle verloop. Is er dan helemaal geen indicatie van hoeveel weken het sneller gaat verlopen? Want ik vind dit wel een redelijk makkelijk antwoord.

Pagina 16 van 28

De voorzitter: Vraag voor de heer Franzen? De heer Franzen: Ja, nou ja, het is niet zo zeer een makkelijk antwoord, maar het moeilijke eraan is dat het wel afhankelijk is van de termijnen. Aan de ene kant blijven de termijnen hetzelfde, die worden ook in de verordening geregeld, maar als er minder aanvragen zijn, kan er sneller beschikt worden dan als er meer aanvragen komen. Dus daar zit wel een wisselwerking in. Dus die wil ik wel meegeven, die nuance. De voorzitter: Oké, dank u wel. De vragen zijn daarmee beantwoord. Mag ik dan weer het woord geven aan mevrouw Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde aangeven dat wat betreft partij 18PLUS het stuk ter vaststelling mag. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er meer mensen die dat ter vaststelling zouden willen? Ik zie de heer Borst en de heer Kranendonk, willen reageren. Mag ik het woord geven aan mijnheer Kranendonk. De heer Kranendonk: Ja, dank u wel, voorzitter. Wat ons betreft mag het ook ter vaststelling, maar als we dit debatteren zal het een zeer korte bijdrage worden. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Borst. De heer Borst: Ja, ik was daarnet een beetje van mijn à propos gebracht, omdat de vragen schriftelijk werden afgedaan. Ik had eigenlijk aan het einde van mijn spreektijd nog willen zeggen dat onze fractie wellicht overweegt om nog een amendement in te dienen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/830/documents/30787